← België

Beslissing over het voorstel van Elia Transmission Belgium N.V. tot wijziging van de modaliteiten en voorwaarden voor de aanbieders van balanceringsdi

Beslissing (B)2755 29 februari 2024 Beslissing over het voorstel van Elia Transmission Belgium N.V. tot wijziging van de modaliteiten en voorwaarden voor de aanbieders van balanceringsdiensten of “BSP

Article 1

(2)reasonably expects that in the absence of these changes the activation of such bids would lead to violations of operational security limits or specifically frequency limits, when the expected violation would be caused by insufficiency of required reserve capacity or by technical unavailability of specific reserve providing unit(
  1. s)within the TSO or DSO control areas; and Niet-vertrouwelijk 10/41
  2. b)where the bid is conditional on the bids submitted outside the mFRR-Platform and needs to be changed at the request of the BSP, who submitted it, in order to reflect the activation(
  3. s)of conditional bid(
  4. s)outside of the mFRR-Platform, which have occurred after the mFRR balancing energy gate closure time.
(5)In case of frequency limits and the required reserve capacity referred to in paragraph 4 where frequency limits are expected to be violated, only if these bids would be activated by TSOs other than connecting TSOs, the connecting TSOs or

Article 1

(2)may apply the changes pursuant to paragraph 4(a) only with respect to activation by other TSOs.
(7)When changing the bids pursuant to paragraph 2, the connecting TSO or

Article 1(2) shall provide to the m

FRR platform the reasons for such changes, which shall include at least:

  1. a)the party requesting the change, i.e. a TSO, a DSO or a BSP;
  2. b)in case of changes requested by a TSO or a DSO pursuant to paragraph

(4)(a), the name of the TSO or a DSO and the exact operational security limit expected to be violated; c) in case of changes requested by a TSO pursuant to paragraph
(4)(a): (
  1. i)in case of thermal limits the concerned network element(s); and (
  2. ii)in case of frequency limits, whether the expected violation would be caused by insufficiency of required reserve capacity or by technical unavailability of specific reserve providing unit(s);
  3. d)in case of changes requested by a BSP, the information that the bid has been modified due to activation(
  4. s)of conditional bid(
  5. s)pursuant to paragraph
(4)(b).
(8)Changes of bids to respect operational security limits as referred to in paragraph 7(
  1. c)shall only be possible for the most expensive standard mFRR balancing energy product bids of the connecting TSO having an impact on the concerned operational security limit(
  2. s)and taking into account their relative impact on the concerned operational security limit(s).
(9)The information pursuant to paragraph 7 shall become available to all other TSOs, communicated to the affected BSP(s) by 30 minutes after the end of the relevant mFRR MTU and published in accordance with Article 12
(3)(b)(v) of the EB Regulation. The information pursuant to paragraph 7 shall be reported in an aggregated form in the report referred to in Article
  1. ANTECEDENTEN 2.
  2. ALGEMEEN
  3. De T&C BSP mFRR bestaan uit twee delen, te weten : - Deel 1: het doel en de reikwijdte en het uitvoeringsplan,; - Deel 2: het BSP-contract mFRR, thans opgedeeld in algemene en specifieke voorwaarden, met 7 bijlagen
  4. Op 18 juni 2018 heeft Elia bij de CREG voor goedkeuring een voorstel van T&C BSP mFRR ingediend. Bij beslissing (B)2000 van 3 oktober 2019 heeft de CREG dit voorstel niet goedgekeurd.
  5. Op 3 december 2019 heeft Elia voor goedkeuring een gewijzigd voorstel van T&C BSP bij de CREG ingediend. Dit voorstel heeft de CREG bij beslissing (B)2000/2 op 20 december 2019 goedgekeurd. Niet-vertrouwelijk 11/41 Deze voorwaarden treden in werking één maand na de goedkeuring ervan door de CREG, maar niet voor 3 februari
  6. Op vraag van Elia van 18 januari 2022 heeft de CREG bij beslissing (B) 2405 van 2 juni 2022 het voorstel voor een afwijking van de termijn voor het gebruik van het Europese mFRRbalanceringsenergieplatform goedgekeurd. De vraag voor een afwijking stoelt op de moeilijkheden met betrekking tot de tenuitvoerlegging, bij Elia en bij de marktdeelnemers, op vlak van de ontwikkeling van technische oplossingen die noodzakelijk zijn om effectief gebruik te kunnen maken van het Europese mFRR-platform. Met dit voorstel wordt een maximale duur van de afwijking gevraagd, namelijk twee jaar. Niettemin engageert Elia zich om deel te nemen aan het Europese mFRRplatform vanaf het moment dat de technische oplossingen geïmplementeerd en succesvol getest zullen zijn.
  7. Bij beslissing (B)2527 van 30 maart 2023 werd het voorstel van Elia tot wijziging van de algemene voorwaarden van de type-overeenkomsten voor de programmaverantwoordelijkheid op het transmissienet (OPA), de verantwoordelijkheid voor de niet-beschikbaarheidsplanning op het transmissienet (SA), de balanceringsdiensten FCR, de balanceringsdiensten mFRR en de hersteldiensten (RSP) goedgekeurd.
  8. Per brief van 20 oktober 2023 heeft Elia een goedkeuringsaanvraag ingediend bij de CREG voor: i. een voorstel tot wijziging van de modaliteiten en voorwaarden voor de aanbieders van balanceringsdiensten voor de manuele frequentieherstelreserve (mFRR) in het kader van het MARI-project en ii. wijzigingen aan de regels voor de compensatie van kwartieronevenwichten in het kader van de projecten MARI en PICASSO en de transfer naar de voorwaarden voor evenwichtsverantwoordelijken van de bepalingen met betrekking tot het onevenwichtstarief In haar brief meldt Elia dat: “Het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR wordt ingediend ter voorbereiding van een aansluiting van het LFC Block van Elia aan het Europese platform voor de uitwisseling van balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves met manuele activering (hierna “MARIplatform”), dat overeenkomstig artikel 20 van de EBGL door alle Europese transmissienetbeheerders werd ontwikkeld. Daarnaast heeft Elia in haar voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR naar aanleiding van opmerkingen van de CREG over de toepassing van het (nieuw) Burgerlijk Wetboek wat betreft de toepassing van ‘penaliteiten’. Elia heeft hierbij de rechtsgrondslag en het doel van deze ‘penaliteiten’ verduidelijkt. Dit gebeurde door de term “penaliteit” te vervangen door "prikkel”, conform artikel 44 van de EBGL, en door expliciet naar dit artikel te verwijzen. Tijdens een overleg tussen Elia en medewerkers van administratieve directie van de CREG dat plaatsvond op 17 oktober 2023, heeft Elia reeds meegedeeld dat de geldigheid van de voorgestelde aanpak wordt ondersteund door een juridische analyse, dewelke aan deze brief is bijgevoegd in bijlage
  9. Op basis van deze juridische analyse, en na meerdere contacten met CREG, heeft Elia - in lijn met artikel 44 van EBGL - “prikkels” gedefinieerd om het juiste gedrag van marktpartijen te stimuleren. Indien CREG van mening is dat bovenstaande rechtsgrondslag niet toegepast kan worden, is Elia bereid om in een volgende fase de aangehaalde kwestie met betrekking tot de “penaliteiten” en “schadebedingen” verder te bekijken en samen met de CREG een aanpak te bespreken hoe deze kwestie, dewelke breder is dan uitsluitend de T&C BSP mFRR en een mogelijke impact heeft op meerdere (gereglementeerde) documenten, systematisch aangepakt dient te worden. Bovendien werd op vraag van de CREG binnen de prikkels voor de activeringscontroles de "basisprikkel" verlaagd van 25% naar 10% en engageert Elia zich om de regels voor het berekenen van de prikkels en hun gevolgen voor de BSP’s en het net (bijvoorbeeld op de ACE) ten laatste in 2025 opnieuw te evalueren, in nauw overleg met CREG en de marktpartijen. Dit moet Elia toelaten om de regels aan te passen, indien dit na overleg met de marktpartijen en de CREG nodig wordt geacht.” Niet-vertrouwelijk 12/41 De goedkeuringsaanvraag is in het Nederlands ingediend. In bijlage van voormelde brief zijn voor huidige beslissing volgende documenten gevoegd: 1) Juridische adviesnota met betrekking tot penaliteitensysteem (Bijlage 3 van huidige beslissing) 2) Ontwerpnota over het mFRR-product, versie juli 2023 (FR, NL en EN) (Bijlage 4 van huidige beslissing) 3) Voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR (FR, NL en EN) (Bijlage 1 van huidige beslissing) 4) Voorstel tot wijziging de T&C BSP mFRR zonder track changes (FR, NL en EN) (Bijlage 1 van huidige beslissing) 5) Raadplegingsverslag met inbegrip van alle ontvangen antwoorden (Bijlage 2 van huidige beslissing).
  10. OPENBARE RAADPLEGING 3.
  11. ALGEMEEN
  12. Overeenkomstig artikel 10.1, van de EBGL is Elia verplicht een openbare raadpleging te organiseren over het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. Elia heeft een openbare raadpleging georganiseerd van 28 juli 2023 tot en met 30 augustus
  13. Met dit voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR wil Elia deelnemen aan het Europese mFRRplatform.
  14. Gelijktijdig met de openbare raadpleging over het voorstel tot wijziging van de T&Cs BSP mFRR heeft Elia ook geraadpleegd over: - de T&C BRP in het kader van het wijzigingsverzoek van de CREG zoals geformuleerd in Beslissing (B)2554 en - de Balanceringsregels in het kader van de deelname aan de Europese mFRR- en aFRRplatformen.
  15. Elia heeft op het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR drie niet-vertrouwelijke reacties ontvangen: i. FEBEG (in het Engels); ii. Febeliec (in het Engels); iii. Centrica (in het Engels).
  16. De originele antwoorden zijn opgenomen in het raadplegingsverslag (bijlage 2 van huidige beslissing) en zijn ter beschikking gesteld op de website van Elia. In het raadplegingsverslag zijn de ontvangen reacties samengevoegd en geeft Elia antwoord waarom zij op de tijdens de raadpleging geuite standpunten al dan niet in overweging heeft genomen. Niet-vertrouwelijk 13/41
  17. Rekening houdende met wat voorafgaat, beslist het directiecomité van de CREG, op grond van artikel 23, § 1, van zijn huishoudelijk reglement om, met toepassing van artikel 40, 2°, van zijn huishoudelijk reglement, geen openbare raadpleging te organiseren, gelet op de openbare raadpleging van Elia georganiseerd van 28 juli 2023 tot en met 30 augustus
  18. Deze raadpleging wordt door de CREG als een effectieve openbare raadpleging beschouwd aangezien deze raadpleging op de website van Elia plaatsvond, gemakkelijk toegankelijk was voor de marktpartijen vanuit de startpagina van deze website en voldoende gedocumenteerd was. Bovendien werd er door Elia een mailing gestuurd naar alle op hun website geregistreerde personen. De duur van de raadpleging bedroeg 33 kalenderdagen. Rekening houdend met de aard van de voorgestelde wijzigingen is de CREG van oordeel dat de duur van de raadpleging voldoende lang was. 3.
  19. BESPREKING RAADPLEGINGSVERSLAG
  20. De voornaamste reacties van bovenvermelde marktdeelnemers, en waar de CREG op wenst te reageren, zij het op de reactie zelf of op het antwoord van Elia, volgen hieronder. 3.2.
  21. Sanctieregime
  22. Febeg, wiens overgrote meerderheid van hun leden de rol van BSP opnemen, aanziet het voorstel als een aanvaardbaar compromis, behalve het sanctieregime.
  23. Febeg begrijpt de toepassing van controles, maar stelt ook voorop dat het niet altijd mogelijk is om accurate mFRR-balanceringsenergiebiedingen in te dienen op het moment van de gatesluitingstijd, of zelfs erna. Febeg verwijst ten eerste naar de toename van windenergie in het systeem in combinatie met de biedverplichting om deze middelen in te dienen als balanceringsenergiebiedingen. Ten tweede verwijst Febeg naar de vermindering van de volledige activeringstijd naar 12,5 minuten, in de plaats van 15 minuten. Als gevolg is Febeg van mening dat de controles minder streng moeten zijn en/of het sanctieregime minder impactvol. Febeg vraagt zich ook af over welke analyses Elia beschikt die een incorrecte levering van mFRRbalanceringsenergiebiedingen door BSPs, aantonen. Febeg verduidelijkt dat hogere penaliteiten zullen leiden tot hogere biedprijzen, en dus hogere totale balanceringskosten. Febeg stelt dat de toevoeging van een penaliteit/prikkel om arbitrage tussen lage onbalansprijzen en hogere balanceringsenergieprijzen te vermijden, reeds voldoende is om goed gedrag te stimuleren. Elke extra toevoeging van kosten resulteert eerder in een penaliteit dan in een prikkel, volgens Febeg. Bijgevolg vindt Febeg de sanctiefactor van 25% buitensporig en ongerechtvaardigd. Febeg vraagt om deze sanctiefactor, en eventuele tolerantiebanden, als een parameter te implementeren en vraagt dat Elia deze parameter kalibreert na grondige analyses die een duidelijke behoefte aantonen.
  24. Febeliec, wiens leden meestal niet de rol van een BSP op zich nemen, is van mening dat er een gebalanceerde afweging gemaakt moet worden tussen het garanderen van een robuuste dienstverlening en onnodige lasten voor de BSP. Febeliec vindt het belangrijk dat de geactiveerde volumes werkelijk geleverd worden om steeds stijgende gecontracteerde volumes te vermijden. Aan de andere kant wenst Febeliec geen toegangsbarrières te creëren.
  25. Elia antwoordt dat balanceringsenergiebiedingen vaste biedingen zijn. Volgens Elia betekent dit dan ook dat balanceringsenergiebiedingen betrouwbaar moeten zijn. Als gevolg is Elia van mening dat een gefaalde activering van een bieding niet financieel neutraal mag zijn voor de marktdeelnemer. Daarenboven is Elia van mening dat een BSP niet aangemoedigd mag worden om een mFRR-volume in te bieden waarvan de levering niet zeker is. De “basispenaliteit” met sanctiefactor van 25% heeft Niet-vertrouwelijk 14/41 bijgevolg, volgens Elia, als doel de BSP te ontmoedigen om onbetrouwbare biedingen in te bieden. Elia verwijst naar artikel 44
(1)(h) van de EBGL, dat voorziet om nodige prikkels te geven aan BSP's om balanceringsdiensten aan de connecterende TSB aan te bieden en te leveren. 32. De CREG stelt ten eerste vast dat Febeg de wijziging van balanceringsenergiebiedingen na gatesluitingstijd als een facilitering van Elia aanziet. De CREG expliciteert dat artikel 2
(27)van de EBGL, dat gate-sluitingstijd voor balanceringsenergie definieert, duidelijk verbiedt om biedingen voor balanceringsenergie na deze gate-sluitingstijd in te dienen of bij te werken. Artikel 29
(9)van de EBGL laat enkel toe, aan de connecterende TSB, om mFRR-balanceringsenergiebiedingen te wijzigen, en dit tot de gate-sluitingstijd voor de indiening van energiebiedingen door een TSB tot het Europese mFRRplatform. Wijzigingen na deze gate-sluitingstijd voor een TSB zijn enkel mogelijk op voorwaarde dat nieuwe informatie voor de TSB beschikbaar wordt. Artikel 29
(14)van de EBGL laat tot slot aan de connecterende TSB enkel toe om mFRR-balanceringsenergiebiedingen onbeschikbaar te verklaren voor activering door andere TSBs op voorwaarde dat deze biedingen beperkt zijn wegens ofwel interne congestie of omwille van overwegingen van operationele veiligheid in de programmeringszone van de connecterende TSB. Beide voorwaarden in artikel 29
(14)van de EBGL worden door artikel 9
(4)van bijlage I van het ACER besluit 03/2020 nader toegelicht aan de hand van twee concrete gevallen: (
  1. i)in geval de connecterende TSB redelijkerwijs verwacht dat de activering van de mFRRbalanceringsenergiebiedingen zou leiden tot inbreuken op de operationele veiligheid, inclusief een gebrek aan nodig volume aan reservecapaciteit of technische onbeschikbaarheid van de relevante reserve-leverende eenheid of groep, en (
  2. ii)in geval de mFRR-balanceringsenergiebieding aangepast dient te worden ten gevolge van de activering, na de gate-sluitingstijd van de mFRRbalanceringsenergiemarkt, van biedingen die buiten het Europese mFRR-platform ingediend werden. De facilitering van Elia moet eerder binnen dit Europees regelgevend kader geëvalueerd worden dan op basis van een noodzaak ervan ten gevolge van nationale keuzes. Verwijzend naar de opmerking van Febeg dat de mogelijkheid om balanceringsenergiebiedingen aan te passen noodzakelijk is als gevolg van (
  3. i)de nationale biedverplichting, (
  4. ii)de nationale vooruitgang richting een reactief balanceringsmodel en (iii) de nationaal vastgelegde penaliteiten op niet-gecontracteerde balanceringsenergiebiedingen, kan de CREG enkel concluderen dat in de nabije toekomst deze drie elementen in het marktontwerp zo veel mogelijk gemitigeerd, zelfs verwijderd, moeten worden. 33. Ten tweede nuanceert de CREG enkele elementen in het antwoord van Elia. Vooreerst betekent het feit dat een ‘vaste bieding’ niet meer aangepast zou mogen worden door de BSP na gate-sluitingstijd, niet dat de bieding betrouwbaar zou zijn. Immers, van geen enkele ingediende bieding, gaande van het forward tijdsvenster tot het balanceringstijdsvenster, kan absoluut gegarandeerd worden dat ze werkelijk geactiveerd kan worden in reële tijd, bijvoorbeeld alleen al omwille van nog ongekende technische problemen bij de activatiefase. Het is daarom praktisch onmogelijk voor een BSP om een vaste bieding steeds en altijd en volledig te kunnen garanderen. Een ‘vaste bieding’ houdt immers een resultaatsverbintenis van de BSP in om ofwel het bijhorende biedvolume te leveren of, in geval van niet-levering, de financiële verantwoordelijkheid van de nietlevering te dragen via de verrekeningsprocessen. De CREG stelt echter vast dat in de T&C BSP mFRR geen minimale betrouwbaarheidsvereisten omtrent de mFRR-levering zijn opgenomen. De CREG verwijst naar paragraaf 135 van deze beslissing, waar gesteld wordt dat eender welke ongerechtvaardigde prikkel een negatieve impact kan hebben op de concurrentie, de liquiditeit en de goede werking van de markt. Eenzelfde opmerking kan gemaakt worden indien te strikte minimumvereisten voor de mFRR-dienstlevering vastgelegd worden. Niet-vertrouwelijk 15/41 34. Bij een gefaalde levering van de mFRR-balanceringsdienst wordt de BSP immers reeds blootgesteld aan een financiële impact via de verrekeningsprocessen. Echter om de nodige prikkel te geven aan BSPs om de balanceringsdienst te leveren, conform artikel 44.1(
  5. h)van de EBGL, moet deze financiële impact negatief of neutraal zijn, namelijk de kosten via de onbalansverrekening moeten hoger zijn dan of gelijk aan de inkomsten die de BSP ontvangt ten gevolge van de selectie van de mFRRbalanceringsenergiebieding door het Europese mFRR-platform. Hoe negatiever de financiële impact, hoe minder aantrekkelijk de deelname aan de balanceringsenergiemarkt wordt en hoe minder BSPs geprikkeld zullen worden om balanceringsdiensten aan te bieden, wat eveneens in strijd is met artikel 44.1(
  6. h)van de EBGL. Als gevolg volstaat een toepassing van artikel 44
(1)(
  1. h)van de EBGL niet om de zekerheid van levering van de mFRR-dienst te maximaliseren. De CREG verwijst verder naar paragrafen 129 tot en met 135 van deze beslissing. 35. Ook verwijst Elia naar een gemeenschappelijke praktijk in Europa om extra prikkels bovenop de onbalansprijs toe te passen. Nochtans toont het ACER Monitoring Report aan, en waar Elia naar verwijst in haar antwoord op de openbare raadpleging, dat zes TSBs van de twintig TSBs die beroep doen op de mFRR-dienstverlening en waarvoor gegevens beschikbaar waren in het rapport, geen extra prikkel toepassen bovenop de onbalansprijs. Met andere woorden de toepassing van een prikkel is geen absolute noodzaak. 36. Tot slot stelt Elia dat, indien de mFRR-balanceringsdienst niet correct geleverd wordt, Elia aFRRbalanceringsenergie moet activeren en mogelijks extra aFRR-balanceringscapaciteit zal moeten aankopen. Enerzijds merkt de CREG op dat de activering van aFRR-balanceringsenergie leidt tot kosten voor de BSP die de mFRR-balanceringsdienst incorrect levert, en dit ten gevolge van de doorrekening van de activeringskosten van aFRR-balanceringsenergie via de onbalansprijsverrekening. Als gevolg toont dit argument van Elia aan dat door de onbalansverrekening van de aFRR-balanceringsenergie de BSP reeds geprikkeld wordt om maximaal een correcte levering van de mFRR-dienst te respecteren. Anderzijds verwijst de CREG naar haar opmerkingen in paragrafen 42 tot en met 44 van beslissing 2726 van 29 februari 2024, waarin de CREG uiteenzet dat de FRR-dimensionering dynamisch gemaakt moet worden, rekening houdend met alle middelen, inclusief niet-gecontracteerde FRRbalanceringsenergiebiedingen, onbalansnetting, en, indien nodig, ook de balanceringsmiddelen die via reactive balancing kunnen reageren. Zonder deze analyse is het voorbarig om te stellen dat momenteel de minimaal nodige volumes van FRR-balanceringscapaciteit aangekocht worden, en dat Elia extra aFRR-balanceringscapaciteit zou moeten aankopen. Daarenboven is ook niet aangetoond dat de eventuele aankoop van extra aFRR-balanceringscapaciteit tot meer kosten zou leiden dan de negatieve impact op de concurrentie, liquiditeit en goede werking van de mFRR-balanceringsenergiemarkt ten gevolge van te strike minimumvereisten voor de mFRR-dienstlevering. Niet-vertrouwelijk 16/41 3.2.2. Onbalansaanpassing 37. Febeg is van mening dat een correcte activering niet mag leiden tot financiële blootstelling en penaliteiten. Concreet vraagt Febeg om de verrekening van de kwartieren met opregeling (afregeling) te baseren op het maximum (minimum) van de onbalansprijs en de grensoverschrijdende marginale prijs voor mFRR-activering binnen dit kwartier. Ook Centrica adviseert Elia om een onbalansaanpassing op basis van het verondersteld activatieprofiel te overwegen. Centrica is van mening dat de door Elia voorgestelde aanpassing via een blokprofiel zal leiden tot buitensporige financiële impact op onbalanskosten. 38. Elia antwoordt dat de onbalansaanpassing buiten de perimeter van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR valt, en verwijst naar de stimulans die de mogelijke wijzigingen voor de aanpassing van de BRP-perimeter in geval van activering van energieaanbiedingen voor mFRR of redispatching onderzocht in de loop van 2023. 39. De CREG wenst nadrukkelijk op te merken dat Elia niet verhinderd was om het proces van de stimulans af te stemmen op het proces van huidig voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. De onbalansaanpassing is een essentieel onderdeel van de verrekeningsprocessen, en dient als gevolg geëvalueerd te worden binnen het kader van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. Elia heeft daarbij het rapport van de stimulans ingediend bij de CREG op 27 oktober 2023, of slechts 1 week na de indiening van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. Aldus is de CREG van mening dat het mogelijk was voor Elia om de conclusies van de stimulans te integreren in huidig voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. 40. De CREG stelt in het rapport van de stimulans vast dat Elia de onbalansaanpassing via een blokprofiel (hierna ook: “block approach”) verkiest omwille van de volgens haar verwachte lage impact voor BSPs op vlak van onbalanskosten ten opzichte van de volgens haar verwachte hoge implementatiekosten voor Elia om een onbalansaanpassing op basis van het verondersteld activatieprofiel toe te passen. Deze argumentatie van Elia is onvoldoende voor de CREG, aangezien Elia geen rekening houdt met risico’s. Zo ontbreekt een sensitiviteitsanalyse die aantoont wanneer de baten de kosten zouden overschrijden. Als gevolg is er geen duidelijk criterium op basis waarvan Elia zal overgaan tot de implementatie van de onbalansaanpassing via het verondersteld profiel. Marktdeelnemers lopen daardoor een mogelijks hoog financieel risico zonder een duidelijk plan van aanpak indien het risico zich zou manifesteren. Er wordt aan Elia gevraagd om in een volgend voorstel tot wijziging van de T&Cs BSP mFRR met voormelde opmerkingen rekening te houden. 41. De CREG stelt vast dat enerzijds de BSP vergoed wordt voor de mFRR Requested, zijnde het vermogen dat de TSB vraagt om te leveren (i.e. een “block”-remuneratie), maar dat de activatiecontrole als geslaagd aanzien wordt als de BSP het volume levert conform het activatieprofiel. Indien de onbalansverrekening het verschil tussen beide afrekent aan de prijs die de BSP ontvangt voor de mFRR-dienst, is er geen negatieve financiële impact voor de BSP indien hij het door de TSB gevraagde vermogen niet kan leveren. Tegelijkertijd is er een prikkel voor de BSP om het door de TSB gevraagde vermogen te leveren als “block-approach”. Gegeven het voorgaande verwacht de CREG dat een onbalansaanpassing via een blokprofiel de BSPs het meest zal aanmoedigen om de gevraagde mFRR-balanceringsenergie te leveren tijdens het kwartier waar een nood aanwezig is. Wel begrijpt de CREG dat het marktrisico voor de BSPs die een langere periode van opregeling en afregeling nodig hebben om de mFRR-balanceringsenergie tijdens Niet-vertrouwelijk 17/41 het kwartier te leveren, hierdoor vergroot. BSPs kunnen dit risico verrekenen in de biedprijs. Hierdoor worden flexibele middelen concurrentiëler dan minder flexibele middelen. 3.2.3. Vergoeding van activatie van balanceringsenergiebiedingen voor redispatchingdoeleinden 42. Febeg is van mening dat de prioritaire toewijzing van energie voor redispatching-doeleinden, bij een gecombineerde activering van een balanceringsenergiebieding voor balancerings- en redispatchingdoeleinden, ongerechtvaardigd is. Immers, volgens Febeg, duidt een activatie in dezelfde richting voor beide doeleinden op de afwezigheid van lokale systeembeperkingen. Febeg roept aldus op om de geactiveerde volumes voor redispatching-doeleinden ook te remunereren aan de grensoverschrijdende marginale prijs voor mFRR-activeringen om de prioritaire toewijzing van energie aanvaardbaar te maken. 43. Elia gaat niet akkoord met Febeg en verwijst naar de desbetreffende regels voor de activatie van redispatching. 44. Echter, de CREG merkt op dat Elia geen motivering geeft waarom de remuneratie verschillend is afhankelijk van de activatie van de eenheid voor redispatchdoeleinden via mFRRbalanceringsenergiebiedingen dan via redispathing-biedingen. Immers, mFRRbalanceringsenergiebiedingen die geactiveerd worden voor redispatching-doeleinden kunnen wel de grensoverschrijdende marginale prijs voor mFRR-balanceringsenergie ontvangen conform artikel II.18.10 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. De verdere bespreking van deze opmerking neemt de CREG op in beslissing (B)2752 over de regels van congestiebeheer. 45. Febeg stelt ook dat, indien een mFRR-balanceringsenergiebieding geactiveerd wordt voor redispatching-doeleinden, deze mFRR-balanceringsenergiebieding blootgesteld moet worden aan de grensoverschrijdende marginale prijs die gezet wordt door zowel de biedingen met geprogrammeerd activeringstype als die met direct activeringstype. 46. Elia verwijst naar de Europese regels, die de vergoeding vastleggen. 47. De CREG verwijst naar paragraaf 126 van deze beslissing. 3.2.4. Biedverplichting 48. Febeg is van mening dat de biedverplichting er enkel toe mag leiden dat niet-gecontracteerde mFRR-balanceringsenergiebiedingen met direct activeringstype aangeboden worden. 49. Elia antwoordt dat ze artikel 142 van de Gedragscode herneemt in het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. Meer bepaald stelt Elia dat BSPs de flexibiliteit van productie-eenheden met een capaciteit van 25 MW of meer en van opslageenheden van type C of type D, altijd moeten aanbieden in de vorm van FRR-balanceringsenergie. Elia rechtvaardigt het verplichtend inbieden van mFRRbalanceringsenergiebiedingen met direct activeringstype met als doel: (
  2. i)te streven naar een herstel van de frequentie binnen 15 minuten, en (
  3. ii)om een zo goed mogelijk beeld te verkrijgen van de te verwachten beschikbare volumes aan niet-gecontracteerde balanceringsenergie. 50. De CREG is van oordeel dat een biedverplichting slechts tijdelijk van aard kan zijn. In tussentijd moet Elia verder werken aan het aantrekkelijker maken van de FRR-balanceringsenergiemarkten, zodat BSPs intrinsiek gemotiveerd zijn om deel te nemen aan deze markten. De CREG verwijst naar paragrafen 34 en 59 van deze beslissing, en naar onder andere de opmerkingen van marktactoren over Niet-vertrouwelijk 18/41 het prekwalificatieproces, de vergoedingen, de controles en het sanctieregime. Ook verwijst de CREG naar haar opmerkingen over de alfa-component, de dead band, en de cap en floor in beslissing (B)2688 van 30 november 2023. De CREG vraagt aan Elia deze opmerkingen mee in overweging te nemen bij een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. 4. ANALYSE EN BEOORDELING VOORGESTELDE WIJZIGINGEN 4.1. ALGEMENE VOORAFGAANDE OPMERKINGEN VAN DE 51. Het onderzoek van de wijzigingen zal gebeuren in dezelfde volgorde als de volgorde van de wijzigingen die gevolgd werden door Elia in haar voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. 52. Voor de reactie van de CREG op de opmerkingen gemaakt door de marktspelers verwijst de CREG naar paragrafen 27 tot en met 50 van deze beslissing, en naar wat hieronder bijkomend wordt uiteengezet. 53. Tot slot, formuleert de CREG een voorbehoud, met name dat een goedkeuring van de wijzigingen van de T&C BSP mFRR niet betekent dat de CREG afstand doet van haar bevoegdheden voorzien in de artikelen 6.1 en 6.2 van de EBGL. 4.2. BESPREKING 4.2.1. Artikel 1 Doel en reikwijdte 54. De T&C BSP mFRR bestaan uit twee delen, te weten : - Deel 1: het doel en de reikwijdte en het uitvoeringsplan,; - Deel 2: het BSP-contract mFRR, thans opgedeeld is in algemene en specifieke voorwaarden, met 7 bijlagen De CREG merkt op dat in het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR artikel 1 “Doel en reikwijdte” geen beschrijving is opgenomen van het verwachte effect van de voorgestelde wijzigingen op de doelstellingen van de EBGL en dit terwijl dit wettelijk verplicht is overeenkomstig artikel 5.5, van de EBGL. De CREG vraagt bijgevolg dat Elia in een aparte nota een beschrijving geeft over het verwachte effect van de voorgestelde wijzigingen op de doelstellingen van de EBGL alvorens de in deze beslissing goedgekeurde T&C BSP mFRR op de website van Elia gepubliceerd worden. De reden waarom de beschrijving van het verwachte effect op dit ogenblik slechts opgenomen kan worden in een aparte nota, en niet geïntegreerd kan worden in artikel 1 van de T&C BSP mFRR is omdat deze beschrijving een onderdeel is van een voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR waarover geraadpleegd wordt, om vervolgens ter goedkeuring voor te leggen aan de CREG. Niet-vertrouwelijk 19/41 De CREG laat ook gelden dat de beschrijving van het verwachte effect opgenomen in een aparte nota in een tweede fase naar aanleiding van een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR opgenomen moet worden in artikel 1, samen met de beschrijving van het verwachte effect van de nieuw voorgestelde wijzigingen op de doelstellingen van de EBGL. 4.2.2. Definities 55. Elia verduidelijkt de definities en voegt relevante verwijzingen toe conform de Gedragscode, de ACER besluiten 01/2020 van 24 januari 2020 en 03/2020 van 24 januari 2020. Ook worden verwijzingen opgenomen naar de T&C SA en de Regels voor de Coördinatie en Congestiebeheer die een verband vertonen met het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. 56. Elia voegt de term “Local Marginal Price” of “LMP” toe en neemt in de definitie de berekeningswijze van deze prijs op. De CREG is van oordeel dat een berekeningswijze niet thuishoort in een definitie. De berekeningswijze zou opgenomen moeten worden onder de specifieke voorwaarden van de T&C BSP mFRR. Daarnaast stelt de CREG vast dat deze berekeningswijze reeds is opgenomen in de T&C BSP aFRR, waar ze ook thuishoort. Een loutere verwijzing in de definitie “aFRR Marginale Prijs” naar de T&C BSP aFRR, volstaat bijgevolg. Op die manier worden inconsistenties tussen beide documenten vermeden, mocht in de toekomst de berekeningswijze in het kader van de T&C BSP mFRR gewijzigd worden. De CREG verzoekt om de gevraagde wijzigingen door te voeren bij een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. 4.2.3. Artikel II.2 – Voorwaarden voor de BSP 57. Elia herformuleert de modaliteiten met betrekking tot de verplichtingen die ze heeft als “persoon die beroepshalve transacties tot stand brengt”. 58. De CREG heeft geen opmerkingen over deze wijzigingen. 4.2.4. Artikel II.3 – Voorwaarden voor Leveringspunten 59. Elia voegt ook een biedverplichting toe in artikel II.3.6 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. Deze biedverplichting vereist van de BSPs om beschikbaar actief vermogen aan te bieden in de vorm van niet-gecontracteerde FRR-balanceringsenergiebiedingen, en is van toepassing op elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit van 25 MW of meer en energieopslagfaciliteiten van het type C of D. Elia rechtvaardigt3 deze biedverplichting als een vereiste van de Gedragscode. 60. De CREG expliciteert vooreerst dat de biedverplichting, waarvan sprake in artikel 242 van de Gedragscode, enkel van toepassing blijft tot de datum van inwerkingtreding van het eerstkomende voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. Vanaf de inwerkingtreding van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR dat door Elia op 20 oktober 2023 ingediend werd, vervalt deze overgangsmodaliteit voorzien in de Gedragscode. Elia kan dus niet meer op de Gedragscode steunen om de biedverplichting te verantwoorden. Een biedverplichting kan enkel voorgesteld worden door de 3 Zie ook deel 3.2.1.2 van de ontwerpnota (Bijlage 4 van deze beslissing) Niet-vertrouwelijk 20/41 TSB in het kader van artikel 18.7
  4. b)van de EBGL. De verwijzing naar artikel 219
(2)van de Gedragscode die zich in artikel II.3.6 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR bevindt, moet aldus geschrapt worden alvorens de publicatie van de goedgekeurde T&C BSP mFRR. 61. Verder verwijst Elia naar artikel 18.7(
  1. b)van de EBGL voor de wijzigingen aangebracht in artikel II.3.6 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. 62. De CREG stelt vast dat artikel 18.7(
  2. b)ten eerste geen modaliteiten bevat die verplichtend opgenomen moeten worden in de T&C BSP. Ten tweede is ook een rechtvaardiging vereist conform artikel 18.7(
  3. b)van de EBGL. Deze rechtvaardiging door Elia ontbreekt in artikel 1 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR (paragraaf 54 van huidige beslissing). De CREG vraagt als gevolg aan Elia om de rechtvaardiging van de biedverplichting en de verwachte impact ervan op de doelstellingen van de EBGL, op te nemen in de nota die gevraagd wordt in paragraaf 54 van deze beslissing. De CREG is van mening dat de invoering van een biedverplichting een bewijs is dat de balanceringsenergiemarkt onaantrekkelijk is. Een goed functionerende balanceringsenergiemarkt zou inherent BSPs moeten stimuleren om hun beschikbaar actief vermogen aan te bieden. De CREG is dus van oordeel dat een biedverplichting niet nodig is in een goed werkende markt, of, anders gesteld, slechts nodig is om de effecten van een ondermaats functionerende balanceringsmarkt te compenseren. De CREG stelt daarenboven vast dat artikel II.10.13 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR aan BSPs toelaat om voor redenen van zelf-balancering, (reactive balancing, of een transactie op de intraday-markt), het volume van de niet-gecontracteerde mFRR-balanceringsenergiebieding te verminderen na gate-sluitingstijd. Als gevolg is de biedverplichting in de praktijk niet van toepassing op actief vermogen waarvan de BSP de intentie heeft om deze buiten de georganiseerde balanceringsenergiemarkt te valoriseren. 63. Tot slot laat de CREG bijkomend nog gelden dat de prekwalificatievereisten, de controles en de penaliteiten opgenomen in het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR, volgens de CREG enkele van de componenten zijn van het marktdesign die een deelname aan de balanceringsenergiemarkt onaantrekkelijk maken. Ook de toepassing van een alfa-component, of andere maatregelen die de onbalansprijs doen afwijken van één die gevormd zou moeten worden op basis van grensoverschrijdende marginale prijzen, vermindert opnieuw de aantrekkelijkheid van een deelname aan de balanceringsenergiemarkt. De antwoorden van de marktdeelnemers tijdens de openbare raadpleging tonen aan dat het sanctieregime, de onbalansaanpassing, en de vergoedingen van de mFRR-balanceringsenergiemarkt de deelname aan de balanceringsenergiemarkt onaantrekkelijk maakt. Niettemin wijst de CREG erop dat er, krachtens beslissing (B)658E/79 van 14 juli 2022 van de CREG en beslissing (B)658E/84 van 12 oktober 2023 van de CREG, “discretionaire” stimulansen lopende zijn om Elia aan te moedigen enkele van deze elementen te versoepelen, te vereenvoudigen en/of te verwijderen teneinde de deelname aan de balanceringsenergiemarkt aantrekkelijker te maken. Deze stimulansen lopen gedurende de periode 2023-2024. 64. Gegeven het bovenstaande kan de CREG de toepassing van artikel II.3.6 van het voorstel tot wijziging van T&C BSP mFRR tijdelijk aanvaarden. De CREG is namelijk van mening dat Elia de nodige middelen en tijd moet krijgen om, onder meer via deze “discretionaire” stimulansen, verbeteringen van de balanceringsenergiemarkt voor te stellen en te implementeren. Aangezien een deelname van BSPs aan de balanceringsmarkt noodzakelijk is voor de systeemveiligheid, is het zo aantrekkelijk mogelijk maken van deze deelname, een noodzakelijk doel. De CREG verwacht dan ook dat, na afloop van deze discretionaire stimulansen, de biedverplichting niet Niet-vertrouwelijk 21/41 meer nodig zal zijn, net als de toepassing van artikel II.10.13 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. De CREG verwacht vervolgens dat de T&C BSP mFRR in een eerstkomend voorstel in die zin aangepast zal worden, of dat het eerstkomend voorstel een rechtvaardiging bevat voor het behoud van de biedverplichting. Deze rechtvaardiging mag niet afhankelijk zijn van het al dan niet aantrekkelijk zijn, voor BSPs, van de deelname aan de balanceringsmarkten . De CREG heeft verder geen opmerkingen op de overige door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.5. Artikel II.4 – Voorwaarden voor de toepassing van de Energieoverdracht 65. Via e-mail van 16 februari 2024 heeft de CREG gevraagd een aangepaste formulering van artikel II.4 van het voorstel tot wijziging van T&C BSP mFRR. Via e-mail van 21 februari 2024 ontving de CREG van Elia de aangepaste formulering van artikel II.4, net als bijkomende nodige aanpassingen en/of verduidelijkingen ten gevolge van de expliciete opname van de verschillende marktsituaties waar energieoverdracht van toepassing is (Bijlage 5 van huidige beslissing). 66. De CREG is van mening dat de aangepaste formulering van artikel II.4 van 21 februari 2024 voldoet aan de opmerkingen van de CREG. Ook over de verduidelijkingen aangebracht in de artikelen II.1.121, II.7.10, II.7.11, en bijlage 2.A heeft de CREG geen verdere opmerkingen. 4.2.6. 67. Artikel II.5 – Combineerbaarheidsvoorwaarden De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.7. Artikel II.6 – Communicatie-eisen 68. Elia voegt toe dat de BSP verplicht is om, gedurende de geldigheidsperiode van het BSP mFRR Contract, te allen tijde te voldoen aan de vereisten die gecontroleerd worden tijdens de communicatietest. Indien de BSP niet meer aan deze vereisten voldoet of indien de activering mislukt doordat de communicatiekanalen niet beschikbaar zouden zijn of niet naar behoren zouden functioneren, beide zonder dat dit de fout is van Elia, ligt de verantwoordelijkheid bij de BSP en kan hij in voorkomend geval tijdelijk uitgesloten worden van de mFRR-dienst. 69. De CREG stelt vragen over het praktisch proces dat met deze verplichting gepaard gaat. De toevoeging “zonder dat dit de fout van Elia is” in artikel II.6.2 roept vragen op. Hoe en door wie zal dit bepaald worden? Bij wie ligt de bewijslast? Bij de BSP? In dat laatste geval is de CREG er niet van overtuigd dat de BSP steeds in alle mogelijke gevallen in staat zal zijn om te kunnen aantonen of de fout al dan niet bij Elia ligt. Echter de BSP kan bij Elia geen controle komen uitvoeren en dus is het voor de BSP praktisch onmogelijk om een fout bij Elia te identificeren. Ook ontbreekt een beschrijving van het te volgen proces in geval er geen fout gevonden wordt, noch bij de BSP, noch bij Elia. De CREG is er namelijk niet van overtuigd dat elke fout geïdentificeerd kan worden en/of dat bij afwezigheid van een fout bij Elia per definitie geconcludeerd kan worden dat de fout bij de BSP ligt. Bij gebrek aan voornoemde verduidelijkingen acht de CREG het overdreven penaliserend voor de BSP om steeds verantwoordelijk te worden gesteld, zelfs wanneer geen fout geïdentificeerd kan worden. De CREG vraagt als gevolg hiervan aan Elia om het proces te verduidelijken naar aanleiding van de hierboven opgenomen opmerkingen bij een eerstkomende wijziging van de T&C BSP mFRR, en Niet-vertrouwelijk 22/41 intussen te monitoren hoe het proces verloopt in geval de BSP tijdens de duur van het BSP-Contract niet aan de vereisten die gecontroleerd worden tijdens de communicatietest, voldoet. 70. De CREG heeft geen opmerkingen op de overige door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.8. Artikel II.7 – Prekwalificatietest 71. Elia verduidelijkt de modaliteiten van een prekwalificatietest als onderdeel van het prekwalificatieproces. De CREG stelt zich de vraag waarom Elia van mening is dat het uitvoeren van een prekwalificatietest de systeemveiligheid beter garandeert dan het evalueren van de beschikbare mFRR-capaciteit van de reserveleverende eenheid of groep via de activering van balanceringsenergiebiedingen door een deelname aan de balanceringsenergiemarkten. Deze laatste manier van prekwalificeren heeft meerdere voordelen zonder nadelen. Ten eerste zal een reserveleverende eenheid of groep, die de mFRR-dienst niet conform de minimale technische vereisten kan leveren, niet aangeboden worden, gegeven de blootstelling aan een negatieve financiële impact binnen de verrekeningsprocessen. Ten tweede genereert een mFRR-levering door de reserveleverende eenheid of groep, via de balanceringsenergiemarkt, de nodige werkelijke observaties om het beschikbaar mFRR-volume te bepalen. Dit beschikbaar volume is namelijk afhankelijk van marktomstandigheden en het biedgedrag van de BSP. De mFRR-volumes die succesvol geleverd worden onder variabele marktomstandigheden, geven, volgens de CREG, een accuratere inschatting van de aanwezige mFRR-capaciteiten dan het resultaat van een eenmalige, geplande prekwalificatietest. Ten derde wordt de mFRR-levering afgestemd met effectieve systeemnoden, in tegenstelling tot de geplande prekwalificatietest. De gecreëerde onbalans bij uitvoering van een prekwalificatietest moet immers gecompenseerd worden. Ten vierde ontvangt de BSP een marktgebaseerde vergoeding voor haar mFRR-levering. De door Elia voorgestelde prekwalificatietest daarentegen wordt niet vergoed. Ten vijfde laat de bepaling van het mFRR-volume via de selectie van balanceringsenergiebiedingen een continue en symmetrische toepassing van de modaliteiten in artikel II.16.4 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR, toe. Het huidig artikel II.16.4 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR omvat enkel een vermindering van het maximale mFRRvolume ten gevolge van opeenvolgend gefaalde beschikbaarheidstesten. Tot slot vermindert een prequalificatie door deelname aan de mFRR-balanceringsenergiemarkt barrières die marktdeelnemers ontmoedigen om deel te nemen aan de balanceringscapaciteitsmarkt. Dit geldt voor alle reserveleverende eenheden of groepen, en in het bijzonder deze waar (geaggregeerde) vraagrespons of hernieuwbare energiebronnen deel van uitmaken. Het verlies van inkomsten ten gevolge van een niet-deelname aan de energiemarkten om een prekwalificatietest uit te kunnen voeren is namelijk voor deze balanceringsmiddelen onaantrekkelijk. Aldus is de CREG van oordeel dat het concept van prekwalificatietest herzien moet worden om alle middelen, inclusief (geaggregeerde) vraagrespons en hernieuwbare energiebronnen, toegang te verschaffen aan de balanceringscapaciteitsmarkten. Dit is het doel van één van de in 2023 lopende discretionaire stimulansen4. Als gevolg vraagt de CREG aan Elia om artikel II.7 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR, en relevante bijlagen, te herzien naar aanleiding van een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR, of te motiveren waarom ze hieraan niet kan voldoen. 72. 4 De CREG heeft geen opmerkingen op de overige door Elia aangebrachte wijzigingen. Zie beslissing (B)958E/79 van 10 juni 2022 van de CREG Niet-vertrouwelijk 23/41 4.2.9. 73. Artikel II.8 – Aankoop van mFRR-capaciteit De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.10. 74. Artikel II.9 – Overdracht van verplichtingen De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.11. Artikel II.10 – Indiening van mFRR-energiebieidngen 75. In artikel II.10.4 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR stelt Elia voor dat de BSP zich moet inspannen om gecontracteerde mFRR-balanceringsenergiebiedingen voor een activering op dag D uiterlijk in day-ahead om 15:00 CET bij Elia in te dienen. De CREG stelt vast dat Elia een inspanningenverbintenis en dus geen resultaatsverbintenis ten aanzien van BSPs opneemt, om vóór de gate-sluitingstijd van de mFRR-balanceringsenergiemarkt balanceringsenergiebiedingen bij Elia in te dienen. De CREG heeft geen modaliteiten in het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR geïdentificeerd die de BSP blootstelt aan de negatieve gevolgen indien de BSP deze inspanningenverbintenis niet naleeft. Aldus vormt deze inspanningenverbintenis in de praktijk geen inbreuk op het recht van BSPs om hun mFRR-balanceringsenergiebiedingen vrij te actualiseren tot aan de gate-sluitingstijd van de mFRR-balanceringsenergiemarkt, zoals opgenomen in artikel 24.3 van de EBGL. Conform artikel 8.2 van bijlage I van ACER besluit 03/2020 van 24 januari 2020, is de gate-sluitingstijd van de mFRR-balanceringsenergiemarkt vastgelegd op 25 minuten voor de start van de markttijdseenheid van de relevante mFRR-balanceringsenergiebieding. Niettegenstaande het voorgaande laat de CREG toch ook gelden dat Elia erop moet toezien dat zij te allen tijde over voldoende reservecapaciteit in de vorm van FRR beschikt. Om zich hiervan te verzekeren, kan Elia de escalatieprocedure, conform artikel 157
(4)van de SOGL en zoals gedefinieerd in de LFC Block Operational Agreement, opstarten. Naast een waarschuwing aan onder andere de relevante BSPs om gecontracteerde FRR-middelen in te dienen, mag Elia ook eenheden activeren om additionele mFRR-balanceringsenergiebiedingen beschikbaar te maken. De inspanningenverbintenis heeft als doel om de opstart van deze escalatieprocedure, en de daarmee geassocieerde kosten, te vermijden. Indien de BSP de inspanningenverbintenis niet naleeft, stelt hij zich dus bloot aan deze kostenrisico’s indien het noodzakelijk is voor de systeemveiligheid om de escalatieprocedure te activeren ten gevolge van een tekort aan ingeboden gecontracteerde mFRRbalanceringsenergiebiedingen.
  1. In artikel II.10.6 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR stelt Elia dat een BSP een mFRR-balanceringsenergiebieding kan indienen met een maximale activeringstijd en/of een maximaal energieniveau en/of een neutralisatietijd.
  2. De CREG stelt vast dat deze additionele kenmerken, indien toegepast, conform artikel 7.4 van bijlage I van ACER besluit 03/2020 gedefinieerd moeten worden in de nationale methodologieën en voorwaarden voor BSPs. Nochtans stelt de CREG in voetnoot 15 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR vast dat de volledige functionaliteit van deze drie kenmerken beschreven worden in de relevante technische documenten die beschikbaar zijn op de Elia-website. Deze technische documenten maken geen deel uit van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. Op basis van deel 7.1.2.8 van de ontwerpnota (bijlage 4 van deze beslissing) worden deze documenten besproken met marktdeelnemers in de loop van het vierde kwartaal van
  3. Tot op heden heeft de CREG geen Niet-vertrouwelijk 24/41 addendum mogen ontvangen van Elia, dat het resultaat van deze besprekingen omzet naar bepalingen die in de T&C BSP mFRR opgenomen dienen te worden. Aangezien het voorstel tot wijziging van T&C BSP mFRR algemeen vermeldt dat de BSP gebruik mag maken van kenmerken, zonder de vermelding van eventuele beperkingen of voorwaarden die het gebruik van deze kenmerken omkaderen, is de CREG van oordeel dat de BSP niet beperkt wordt in de toepassing van deze kenmerken. Met andere woorden, de beschrijving van de functionaliteit opgenomen in de technische documenten heeft enkel als doel de BSP te informeren hoe hij deze kenmerken praktisch kan toepassen binnen de tools die Elia ter beschikking stelt aan de BSP. Dit houdt geen verplichtingen in. Voor alle duidelijkheid, in geval de technische documenten toch voorwaarden of beperkingen zouden opleggen aan BSPs, dan kunnen deze voorwaarden of beperkingen niet afgedwongen worden om de reden dat deze voorwaarden of beperkingen beschreven in technische documenten niet expliciet zijn opgenomen in het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR en bijgevolg niet goedgekeurd zijn door de CREG na openbare raadpleging. Indien Elia wenst dat deze voorwaarden of beperkingen deel uitmaken van de T&C BSP mFRR, dan dient zij deze op te nemen in een volgend voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR.
  4. In artikel II.10.9 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR stelt Elia voor dat een mFRRbalanceringsenergiebieding een vaste bieding is die de BSP verplicht om de bijbehorende mFRR-dienst te leveren.
  5. De CREG verwijst naar paragraaf 34 van deze beslissing, stellende dat artikel II.10.9 geen resultaatsverbintenis kan inhouden om het biedvolume te leveren, maar wel een inspanningenverbintenis om de mFRR-balanceringsenergiebieding correct te leveren of, in geval van incorrecte levering, de financiële verantwoordelijkheden van de niet-levering te laten dragen door de BSP. Daarenboven merkt de CREG op dat de BSP het biedvolume nog niet mag leveren op de gatesluitingstijd van de mFRR-balanceringsenergiemarkt, zoals artikel II.10.9 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR voorschrijft. De BSP moet immers wachten op de activatiesignalen van Elia alvorens ze het door de Europese mFRR-balanceringsenergiemarkt geselecteerde biedvolume, mag leveren.
  6. Elia stelt in artikel II.10.12 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR voor om de BSP, onder bepaalde omstandigheden, toe te laten aan Elia te vragen om een biedvolume van één of meerdere niet-gecontracteerde en/of gecontracteerde mFRR-balanceringsenergiebiedingen, te verminderen. De redenen voor zulke wijzigingen zijn (ia) de activering, door Elia, van een redispatchbieding waarvan het volume geleverd wordt door één of meerdere leveringspunten die ook deel uitmaken van de reserveleverende eenheid of groep die het biedvolume van de mFRRbalanceringsenergiebieding levert, en (iia) bij een niet-geplande buitenbedrijfstelling van (een deel van) de reserveleverende eenheid of groep vanwege een urgente reden die buiten de operationele invloedssfeer valt van de beheerder. Een gelijkaardige vrijheid wordt aan BSPs gegeven in artikel II.10.13 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. Voor niet-gecontracteerde mFRR-balanceringsenergiebiedingen, mag de BSP dus aan Elia vragen om het biedvolume te verminderen indien (ib) de BSP zijn betrokken perimeter in evenwicht brengt, (iib) de BSP een transactie op de intradaymarkt verricht, of (iiib) de activering van volumes op één of meerdere leveringspunten die deel uitmaken van de relevante reserveleverende eenheid of groep, beperkt wordt ten gevolge van interne congesties. Niet-vertrouwelijk 25/41
  7. De CREG verwijst naar paragraaf 32 van deze beslissing, die bondig het Europese kader uiteenzet waaraan artikelen II.10.12 en II.10.13 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR moeten voldoen.
  8. Verwijzend naar het wettelijk kader bedoeld in paragraaf 81 van deze beslissing, stelt de CREG vast dat de door Elia voorgestelde wijzigingen gelijkaardig zijn aan de modaliteiten die aanwezig zijn in de T&C BSP aFRR die op 24 maart 2022 bij beslissing (B)2366 door de CREG werden goedgekeurd. De CREG verwijst aldus naar de door haar geformuleerde opmerkingen in de paragrafen 88 tot en met 91 van beslissing (B)
  9. Deze opmerkingen gelden ook in deze beslissing. De CREG merkt in dit kader op dat ze de relevante modaliteiten in de T&C BSP aFRR op 24 maart 2022 gedoogt, enkel en alleen om een deelname aan het Europese aFRR-platform niet te verhinderen, maar tegelijk vraagt de CREG om enkele modaliteiten te verwijderen bij een eerstvolgende wijziging van de T&C BSP aFRR. Elia heeft in het huidig voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR geen rekening gehouden met deze opmerkingen. Bijgevolg vraagt de CREG om in het eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR gevolg te geven aan de opmerkingen en de artikelen II.10.12 en II.10.13 te herzien. Concreet is de CREG nog steeds van mening dat de redenen (ia), (ib) en (iib), die opgenomen zijn in het voorstel tot wijziging van T&C BSP mFRR, niet voldoen aan de voorwaarden opgenomen in het ACER besluit 03/
  10. Artikel 9
(4)van bijlage I van het ACER besluit 03/2020 stelt dat een mFRRbalanceringsenergiebieding aangepast kan worden door de TSB wanneer de aanpassing noodzakelijk is om operationele veiligheidslimieten te garanderen, of wanneer de beschikbaarheid van de mFRRbalanceringsenergiebieding afhangt van de activering van andere biedingen buiten het Europese mFRR-platform. Paragraaf 136 van het ACER besluit 03/2020 stelt twee mogelijke redenen voorop waarom operationele veiligheidslimieten overschreden kunnen worden: ofwel zou de activering van de bieding leiden tot een ontoereikendheid van de nodige reservecapaciteit, ofwel zijn de specifieke reserveleverende eenheden technisch onbeschikbaar. Aangezien redenen (ia), (ib) en (iib) (paragraaf 80 van deze beslissing) de volumes van balanceringsenergiebiedingen verminderen omwille van een activering van de reserveleverende eenheid of groep voor andere doeleinden dan balancering, wordt aan geen van beide voorwaarden voldaan. Immers, de technische beschikbaarheid blijft ongewijzigd, maar de commerciële beschikbaarheid verandert. Paragraaf 136 van het ACER besluit 03/2020 specifieert ook dat de voorwaardelijke biedingen ingediend moeten zijn voor andere balanceringsprocessen, waaronder standaard mFRRbalanceringsenergieproducten, met als doel om BSPs toe te laten om te arbitreren tussen verschillende platformen5. Dezelfde paragraaf verduidelijkt verder dat voorwaardelijke biedingen noodzakelijk zijn aangezien de gelijktijdige gate-sluitingstijd van zowel het Europese aFRR-platform en het Europese mFRR-platform geen sequentiële indiening van biedingen toelaat. Als gevolg kan de CREG enkel concluderen dat de intentie van deze vrijheid, zoals opgenomen in artikel 9
(4)van Bijlage I van het ACER besluit 03/2020, als doel heeft om reserveleverende eenheden of groepen in te dienen voor meerdere FRR-balanceringsenergieproducten. Aangezien noch redispatch, noch zelf-balancering, noch handel op de intradaymarkt als standaard of specifiek FRR-balanceringsenergieproduct aanzien kunnen worden, is de CREG van oordeel dat redenen (ia), (ib) en (iib) (paragraaf 80 van deze beslissing) niet vallen onder de vrijheid verleend in artikel 9
(4)van bijlage I van ACER besluit 03/
  1. Verwijzend naar paragraaf 32 van deze beslissing, stelt de CREG op basis van de reactie van Febeg vast dat de door Elia in artikelen II.10.12 en II.10.13 van het voorstel tot wijziging van T&C BSP 5 Het ACER besluit verduidelijkt verder dat arbitrageopportuniteiten tussen het Europese aFRR-platform en Europese mFRRplatform vergemakkelijkt worden met voorwaardelijke biedingen. Niet-vertrouwelijk 26/41 mFRR voorgestelde wijzigingen, als noodzakelijk geacht worden gegeven de richting naar een biedverplichting in combinatie met een reactief balanceringsmodel. De CREG gaat niettemin niet volledig akkoord met deze richting die Elia voorstelt. Het voorstel tot wijziging van T&C BSP mFRR mitigeert namelijk negatieve effecten die BSPs ondervinden ten gevolge van het sanctieregime, de biedverplichting en een alfa component die het reactief balanceringsmodel versterken. De CREG is eerder van mening dat de deelname aan de balanceringsmarkt aantrekkelijk gemaakt moet worden, dan afwijkingen van het regelgevend kader te voorzien zodat BSPs ontsnappen van de blijvende aanwezigheid van onaantrekkelijke elementen in het marktontwerp.
  2. Gezien het bovenstaande, en verwijzend naar paragraaf 59 van deze beslissing, gedoogt de CREG tijdelijk de toepassing van artikelen II.10.12 en II.10.13 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR, en meer bepaald redenen (ia), (ib) en (iib). De CREG vraagt aan Elia om de balanceringsenergiemarkten tijdig aantrekkelijk te maken en dit naar aanleiding van het eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. De CREG verwijst naar artikelen 9
(7)tot en met 9
(9)van Bijlage I van ACER besluit 03/2020, met betrekking tot rapporteringsverplichtingen die Elia moet naleven wanneer ze artikelen II.10.12 en II.10.13 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR, in de praktijk toepast.
  1. De CREG stelt vast dat de inspanningenverbintenis in artikel II.10.17 van het voorstel tot wijziging van T&C BSP mFRR omgevormd wordt naar een resultaatverbintenis en dit zonder enige rechtvaardiging. In dit artikel stelt Elia voor dat de BSP de getroffen mFRRbalanceringsenergiebiedingen onmiddellijk actualiseert van zodra de BSP een Forced Outage opmerkt.
  2. Alhoewel de CREG akkoord gaat met het principe dat ingeboden mFRRbalanceringsenergiebiedingen best zo snel mogelijk geactualiseerd worden, stelt de CREG zich vragen inzake de gegrondheid van de expliciete opname van een resultaatsverbintenis. De BSP heeft namelijk het recht om, vóór gate-sluitingstijd, op elk moment zijn mFRR-balanceringsenergiebiedingen te actualiseren. Ook wordt de BSP ertoe aangezet om deze actualiseringen tijdig uit te voeren, op risico van blootstelling aan extra kosten ten gevolge van een incorrecte levering van de mFRR-dienst. Er wordt aan Elia gevraagd om de rechtvaardiging van de wijziging van een inspanningsverbintenis naar een resultaatsverbintenis in haar verklarende nota op te nemen alvorens het goedgekeurd voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR op de website van Elia wordt gepubliceerd. Op basis van deze rechtvaardiging zullen discussies tussen Elia, de CREG en marktdeelnemers volgen om al dan niet de voorgestelde wijziging in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR, aan te passen.
  3. In artikel II.10.29 stelt Elia voor om mFRR-balanceringsenergiebiedingen als onbeschikbaar te verklaren voor geplande activering door Elia indien dit zou leiden tot onvoldoende vereiste reservecapaciteit in de vorm van mFRR-balanceringsenergiebiedingen met direct activeringstype.
  4. Verwijzend naar paragraaf 80 van deze beslissing, is de vermelde reden om mFRRbalanceringsenergiebiedingen als onbeschikbaar te verklaren, toegelaten door het ACER besluit 03/
  5. Toch merkt de CREG op dat artikel 9
(5)van bijlage I van ACER besluit 03/2020 stelt dat de biedingen enkel onbeschikbaar verklaard kunnen worden voor activering door andere TSBs dan de connecterende TSB. Met andere woorden, de activering van de mFRR-balanceringsenergiebieding voor geplande activering door de connecterende TSB moet nog steeds toegelaten worden. De toepassing van artikel 9
(5)van Bijlage I van ACER besluit 03/2020 wordt door Elia niet in haar voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR, nader beschreven. De CREG verwacht van Elia dat zij dit doet bij het eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. 89. Tijdens de verschillende gesprekken die tussen Elia en de CREG over de T&C BSP mFRR hebben plaatsgehad gedurende de twee jaar voor het nemen van deze beslissing, wierp Elia als argument op dat de toepassing van artikel 9
(5)van Bijlage I van ACER besluit 03/2020 onmogelijk gemaakt wordt Niet-vertrouwelijk 27/41 door een implementatiebeperking op het Europese mFRR-platform. De implementatie laat het beschikbaar verklaren, van mFRR-balanceringsenergiebiedingen, voor enkel en alleen de connecterende TSB, niet toe. Als gevolg aanvaardt de CREG artikel II.10.29 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR, en zal de CREG dit onderwerp aankaarten op Europees niveau. Ook aan Elia wordt gevraagd om dit aan te kaarten binnen ENTSO-E. 90. Ook verwijst de CREG naar artikelen 9
(7)tot en met 9
(9)van Bijlage I van ACER besluit 03/2020, met betrekking tot rapporteringsverplichtingen die Elia moet naleven, indien ze artikelen II.10.29 en II.10.30 van het voorstel tot wijziging van T&C BSP mFRR, toepast, en hierover de CREG informeert. 4.2.12. 91. De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.13. 92. Artikel II.12 – Informatie-uitwisseling De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.14. 93. Artikel II.11 – Activering Artikel II.13 – Beschikbaarheidscontrole De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.15. Artikel II.14 – Activeringscontrole 94. In artikel II.14.5 neemt Elia de voorwaarde op dat de niet-conforme activering geen fout van Elia kan zijn. De CREG verwijst naar haar opmerkingen zoals geformuleerd in paragraaf 68 van deze beslissing. 95. De CREG heeft geen overige opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.16. 96. Artikel II.15 – Vergoeding De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.17. Artikel II.16 – Prikkels 97. Elia stelt in artikel II.16 voor om de term ‘penaliteit’ te vervangen door de term ‘prikkel’. Doorheen het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR wordt de term ‘prikkel’ meermaals gebruikt en wordt er verwezen naar het artikel II.16 van de T&Cs BSP mFRR. De opmerkingen die hierna volgen, gelden bijgevolg ook voor deze artikelen van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR waarin een verwijzing naar artikel II.16 is opgenomen. Artikel II.16 van de T&C BSP mFRR stelt diverse prikkels voorop, zijnde (
  1. i)Prikkels in verband met beschikbaarheidscontrole; (
  2. ii)Prikkels in verband met de activeringscontrole en (iii) Forced Outage. Op Niet-vertrouwelijk 28/41 de prikkels wordt een maandelijks plafond toegepast waarbij de prikkellimiet gelijk is aan de totale vergoeding voor de mFRR-Dienst voor de betrokken Maand die wordt bepaald volgens Art. 15.1. 98. Inhoudelijk heeft Elia artikel II. 6 niet echt gewijzigd. Enkel het begrip ‘penaliteit’ werd vervangen door het begrip ‘prikkel’. Immers, het begrip ‘penaliteit’ kan niet langer meer toegepast worden in de type-overeenkomsten, waaronder de T&C BSP mFRR, aangezien de gedragscode enkel nog het begrip ‘schadebeding’ kent en dit voor een beperkt aantal specifieke typeovereenkomsten. In het kader van de T&C BSP, verwijst de CREG naar artikel 44, van de EBGL betreffende de verrekeningsbeginselen voor wat de wettelijke basis van een prikkel betreft in het kader van de T&C BRP en de T&C BSP. Artikel 44, van de EBGL meldt dat in de verrekeningsprocessen prikkels mogen worden gegeven aan de BSP's om balanceringsdiensten aan de connecterende TSB aan te bieden en te leveren. Echter deze prikkels mogen niet verstorend werken. Op dit ogenblik toont Elia niet aan of de prikkels voorzien in artikel II.16 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR al dan niet een prikkel is in de zin van artikel 44, van de EBGL, dan wel nog steeds enkel een penaliserend doeleinde heeft. Met andere woorden de CREG had graag vernomen van Elia in welke mate het penaliserend effect verdwenen is door de term penaliteit te vervangen door prikkel. Zo bevat artikel 1 van de T&C BSP ook geen beschrijving van het verwachte effect van de prikkel (paragraaf 54 van deze beslissing) op de doelstellingen van de EBGL. Het is aan Elia om aan te tonen wat het verwachte effect ervan is, en of de ingevoerde prikkels hieraan beantwoorden. Bijkomend acht de CREG het noodzakelijk te analyseren in welke mate de ingevoerde prikkels wel of geen verstorend effect hebben op de balanceringsenergiemarkten. 99. Rekening houdend met wat voorafgaat, keurt de CREG artikel II.16, van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR tijdelijk goed, maar vraagt de CREG, naast een opname in de aparte nota bedoeld in paragraaf 54 van huidige beslissing wat het verwachte effect is van de prikkel op de doelstellingen van de EBGL, dat Elia ook gedurende 12 maanden de toepassing van artikel II.16, van de T&C BSP mFRR monitort en analyseert zodat hieruit kan worden opgemaakt naar de doeltreffendheid van de prikkel. Deze analyse dient aan de CREG te worden meegedeeld en het resultaat ervan dient in voorkomend geval verwerkt te worden in een, na de periode van analyse, voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. 100. De CREG heeft geen overige opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.18. Artikel II.17 – Facturering en betaling 101. Doorheen artikel II.17 stelt Elia voor om verslagen met betrekking tot de resultaten van de uitgevoerde controles, aan de BSP te bezorgen. Verslagen worden bezorgd op het einde van kalendermaand M en hebben betrekking op de controles die uitgevoerd werden in de loop van maand M-2. Ook stelt Elia voor om op het einde van kalendermaand M de facturen of creditnota’s die betrekking hebben op de vergoedingen van de mFRR Awarded en mFRR Requested door de BSP in de loop van maand M-1 te laten bezorgen. Tot slot stelt Elia voor om op het einde van kalendermaand M de creditnota’s die betrekking hebben op de in de loop van maand M-3 uitgevoerde controles, door de BSP te laten bezorgen. De CREG is van mening dat het proces over de facturering en de betaling verbeterd kan worden. Zo kunnen de verschillende tijdstippen op elkaar afgestemd worden. Ook zijn gegevens die de basis vormen van facturen of creditnota’s reeds beschikbaar vóór levering (bijvoorbeeld, mFRR Awarded) en tijdens levering (bijvoorbeeld, mFRR Requested), en kunnen bijgevolg deze gegevens aan de BSPs Niet-vertrouwelijk 29/41 beschikbaar gesteld worden net na de levering (bijvoorbeeld, de resultaten van de controles en daaruit afgeleide facturen/creditnota’s). Tot slot kunnen facturen en creditnota’s gebundeld worden in één factuur of creditnota, zolang er voldoende transparantie en duidelijkheid is over de afzonderlijke componenten die binnen de factuur gebundeld werden. 102. Omwille van bovenstaande opmerkingen heeft de CREG via beslissing (B)658E/84 van 12 oktober 2023 besloten om een discretionaire stimulans in de loop van 2024 uit te schrijven, met als doel de facturatieprocessen van BRPs te versnellen en te harmoniseren. De CREG verwacht dat de resultaten van deze stimulans, als antwoord op bovenstaande opmerking, tijdig geïmplementeerd worden. 103. De CREG heeft geen overige opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.19. Artikel II.18 – Activering van de mFRR-dienst voor andere doeleinden 104. In artikel II.18.10 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR stelt Elia voor om de mFRRbalanceringsenergiebieding die voor redispatchdoeleinden geactiveerd worden, af te rekenen aan minstens dezelfde prijs als de prijs waaraan standaard mFRR-balanceringsenergiebiedingen met geprogrammeerd activeringstype afgerekend worden. 105. Onverminderd de opmerkingen over het voorstel van Elia ter berekening van de in artikel II.18.10 van het voorstel tot wijziging van T&C BSP mFRR vermelde marktprijs, opgenomen in Bijlage 13 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR (zie paragraaf 126 van deze beslissing), aanvaardt de CREG het toegepaste principe. Dit principe heeft namelijk het doel om de mFRRbalanceringsenergiebieding dat geactiveerd werd voor redispatchdoeleinden af te rekenen aan de aan de marktprijs die de mFRR-balanceringsenergiebieding zou ontvangen hebben in geval de activering gebeurd zou zijn voor balanceringsdoeleinden. 106. De CREG heeft geen overige opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.20. Bijlage 1 – Procedure voor de aanvaarding van een BSP 107. De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.21. Bijlage 2 – Procedure voor de aanvaarding van een leveringspunt 108. De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.22. Bijlage 3 – Meetvereisten 109. De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.23. Bijlage 4 – Lijst van leveringspunten 110. De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.24. Bijlage 5 – Communicatie-eisen 111. De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. Niet-vertrouwelijk 30/41 4.2.25. Bijlage 6 – Prekwalificatietest 112. De CREG verwijst naar haar opmerkingen over de prekwalificatievereisten die in paragraaf 59 van deze beslissing vermeld worden. Concreet antwoordt Febeg op de openbare raadpleging dat het tijdsvenster van 24 uur voor het uitvoeren van een prekwalificatietest een barrière is voor de deelname van hernieuwbare energie en opslag. Elia antwoordt op pagina 21 van het raadplegingsverslag dat ze de opmerking mee in rekening brengt in het kader van de in 2023 lopende stimulans ter herziening van de prekwalificatievereisten. De CREG begrijpt enerzijds dat Elia implementaties enkel zal uitvoeren nadat ze de analyse van de stimulans afgerond heeft. Anderzijds vraagt de CREG zich af hoeveel analyses en implementatiewerk een vermindering van tijdsvenster vereist, gezien deze wijziging een belangrijke stap zet richting het behalen van de doelstellingen zoals vermeld in artikelen 3.1(
  3. f)en 3.1(
  4. g)van de EBGL. De CREG vraagt als gevolg aan Elia om de door Febeg geïdentificeerde verbetering door te voeren in een eerstkomend voorstel van T&C BSP mFRR. 113. De CREG heeft geen opmerkingen op de overige door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.26. Bijlage 7 – Capaciteitsveilingen 114. Elia stelt voor om het mFRR-capaciteitsproduct ‘mFRR Flex’ te verwijderen. In haar antwoord op de openbare raadpleging vermeldt Febeliec dat vele van haar leden een bezorgdheid hebben met betrekking tot de afschaffing van het ‘mFRR Flex’-product. Toch is Febeliec niet meer gekant tegen de afschaffing van het ‘mFRR Flex’-product dankzij de toevoeging van de faciliterende maatregelen in het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR (paragraaf 32 van deze beslissing). 115. De CREG stelt uit het antwoord van Febeliec vast dat de afschaffing van het ‘mFRR Flex’-product tot bezorgdheden leidt voor de deelname van vraagrespons aan de mFRR-balanceringsenergiemarkt. De bezorgdheid betreft het ontbreken van een neutralisatietijd en maximale activatieperiode als kenmerken van het door Elia voorgestelde standaard mFRR-capaciteitsproduct. Deze kenmerken zijn weliswaar voorzien als kenmerk van een standaardproduct krachtens respectievelijk artikel 25.4
  5. e)en
  6. f)van de EBGL. Ook laat bijlage 1 van Bijlage I van het ACER besluit van 17 juni 2020 ter bepaling van de lijst van standaardproducten van balanceringscapaciteit, toe om een mFRRbalanceringscapaciteitsproduct met neutralisatietijd ter beschikking te stellen aan marktdeelnemers. De geldigheidsduur van het product is dan weliswaar 1 uur of minder, in vergelijking met de geldigheidsduur van 4 uur van het door Elia voorgestelde standaardproduct van mFRRbalanceringscapaciteit. Gegeven dat Febeliec momenteel genoegen neemt met de faciliterende maatregelen die Elia toepast ter compensatie van de ontbrekende kenmerken van het voorgestelde standaardproduct, concludeert de CREG voorlopig dat er geen barrière voor de deelname van vraagrespons aan de balanceringsmarkten gecreëerd wordt. Daarom aanvaardt de CREG de door Elia voorgestelde wijzigingen. Toch stelt de CREG vast, uit het antwoord van Febeliec op de openbare raadpleging, dat er toch een risico bestaat dat het door Elia voorgestelde mFRR-balanceringscapaciteitsproduct nog steeds een barrière kan vormen voor de deelname van vraagrespons aan de balanceringscapaciteitsmarkt. Indien dit risico in de realiteit bevestigd wordt, zal de CREG niet nalaten Elia te verzoeken om een standaardproduct met neutralisatietijd aan marktdeelnemers ter beschikking te stellen. Niet-vertrouwelijk 31/41 116. De CREG heeft geen opmerkingen op de overige door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.27. Bijlage 8 – Overdracht van verplichtingen 117. Elia verwijst in de laatste paragraaf van Bijlage 8.A en in de voorlaatste paragraaf van Bijlage 8.C, van het voorstel tot wijziging van T&C BSP mFRR naar de gedetailleerde procedure voor de validering van een voorgestelde overdracht van verplichtingen door Elia, die terug te vinden zijn op de website van Elia. 118. De CREG verwijst naar paragraaf 76 van deze beslissing, die onder meer uiteenzet dat het document waarnaar verwezen wordt, geen additionele beperkingen of voorwaarden mag bevatten dan deze die opgenomen zijn in het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. Dezelfde opmerking is van toepassing op de gedetailleerde procedure waarnaar verwezen wordt in Bijlage 8.A, in Bijlage 8.B en in Bijlage 8.C van het voorstel tot wijziging van T&C BSP mFRR. 119. De CREG heeft geen opmerkingen op de overige door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.28. Bijlage 9 – Indiening van mFRR-Energiebieding 120. De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.29. Bijlage 10 – Activering 121. De CREG verwijst naar paragraaf 68 van deze beslissing, die ook van toepassing is op de voorlaatste paragraaf van Bijlage 10.A van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. 122. Elia stelt in Bijlage 10.D van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR een ‘block approach’ voor als onbalansaanpassing. Elia argumenteert de ‘block approach’ in het kader van de stimulans waarnaar verwezen wordt in paragraaf 38 van deze beslissing. De CREG verwijst naar haar uiteenzetting in paragraaf 39 van deze beslissing. 123. De CREG heeft geen overige opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.30. Bijlage 11 – Beschikbaarheidstest 124. De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.31. Bijlage 12 – Activeringscontrole 125. De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.32. Bijlage 13 – Vergoeding 126. Elia stelt in Bijlage 13.B van het voorstel tot wijziging van T&C BSP mFRR de methode om de verrekeningsprijs van geleverde mFRR-balanceringsenergie te berekenen, voor. 127. De CREG stelt vast dat de verrekeningsprijs afgeleid wordt uit het moment van activering door TSOs en niet uit het geactiveerde product. De methode leidt aldus tot een inconsistentie in vergoeding Niet-vertrouwelijk 32/41 voor mFRR-balanceringsenergiebiedingen met direct activeringstype indien deze biedingen geselecteerd werden tijdens de eerste veiling van de validiteitsperiode van de bieding. Concreet is de voorgestelde vergoeding van mFRR-balanceringsenergie via mFRR-balanceringsenergiebiedingen met direct activeringstype in dit geval gelijk aan de grensoverschrijdende marginale prijs van het mFRRbalanceringsenergieproduct met geprogrammeerd activeringstype. Verwijzend naar paragraaf 15 van deze beslissing, concludeert de CREG dat er op zijn minst onduidelijkheid is of de vergoedingen van mFRR-balanceringsenergiebiedingen al dan niet juist geïmplementeerd worden zoals het ACER besluit 01/2020 het voorschrijft. ACER en ENTSO-E zijn momenteel de correcte toepassing van de vergoedingen van mFRRbalanceringsenergiebiedingen op Europees niveau aan het bespreken. Deze gesprekken zijn nog niet afgerond. De CREG acht evenwel het beletten van een toetreding tot het Europese mFRR-platform omwille van een inconsistentie in de implementatie van het ACER besluit 01/2020 niet de beste weg voorwaarts. Deze discussie, die momenteel lopende is, is een discussie die op niveau van ACER en ENTSO-E plaats vindt. Indien het resultaat van de discussie als gevolg heeft dat ACER haar besluit 01/2020 dient aan te passen conform de huidige implementatie, is er verder geen probleem meer. Indien ACER daarentegen vaststelt dat haar besluit 01/2020 een correcte implementatie weergeeft, is het aan ENTSO-E om zich te conformeren aan het ACER-besluit, en zal de implementatie moeten worden aangepast waardoor Elia een voorstel tot wijziging van T&C BSP mFRR bij de CREG zal moeten indienen voor goedkeuring, na openbare raadpleging. De CREG kan niet vooruit lopen op de conclusie van de gesprekken tussen ACER en ENTSO-E en dus keurt de CREG voorlopig de wijzigingen van artikel II.13 van het voorstel goed. De CREG vraagt aan Elia om de op Europees niveau de afgesproken modaliteiten met betrekking tot de vergoeding integraal op te nemen in een voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR, en dit nadat de discussies hieromtrent tussen ACER en ENTSO-E afgerond zijn. 128. De CREG heeft geen overige opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.33. Bijlage 14 – Prikkels 129. Elia verduidelijkt de modaliteiten van toepassing van negatieve prikkels, als onderdeel van het verrekeningsproces van mFRR-levering. De prikkel is volgens Elia nodig om een gegarandeerde mFRRdienstverlening van BSPs als resultaat te bekomen. 130. De CREG verwijst naar paragraaf 34 en titel 4.2.17 van deze beslissing. 131. Elia stelt voor om twee componenten toe te voegen indien de levering van balanceringsenergie ontoereikend is. De eerste voorgestelde component (“𝑝𝑟𝑖𝑘𝑘𝑒𝑙𝑎𝑑𝑑𝑖𝑡𝑖𝑜𝑛𝑎𝑙 ”) dient om minstens de inkomsten die de BSP ontving voor het niet-geleverde volume, terug te krijgen. De tweede voorgestelde component (“𝑝𝑟𝑖𝑘𝑘𝑒𝑙𝑏𝑎𝑠𝑒 ”) leidt tot een extra kost van 10% van de duurste (goedkoopste) mFRR-biedprijs, voor opwaarste (neerwaartse) activering. 132. De eerste voorgestelde component is volgens de CREG noodzakelijk om te vermijden dat BSPs netto inkomsten kunnen genereren door te arbitreren tussen de grensoverschrijdende mFRR-prijs en de onbalansprijs. Doordat de BSP blootgesteld wordt aan verloren inkomsten, moedigt deze eerste voorgestelde component BSPs aan om de mFRR-balanceringsenergie effectief te leveren. De CREG merkt hierbij op dat deze eerste voorgestelde component , gecombineerd met de onbalansaanpassing via de ‘blok-aanpak’, de BSP ook kan blootstellen aan verliezen bovenop de verloren inkomsten. Als Niet-vertrouwelijk 33/41 gevolg garandeert deze eerste voorgestelde component een neutrale, mogelijks zelfs negatieve, financiële impact voor de BSP bij niet-levering. 133. De tweede voorgestelde component, die 10% bedraagt van de maximale (minimale) prijs van alle door Elia aangeboden mFRR-balanceringsenergieproducten, bij opwaartse (neerwaartse) activering, is volgens de CREG niet nodig om de BSP aan te zetten de gevraagde mFRRbalanceringsenergiedienst te leveren, tenzij de BSP andere opportuniteiten kan nastreven buiten de balanceringsenergiemarkt die meer inkomsten genereren om de neutrale of negatieve financiële impact van de eerste voorgestelde component te compenseren. Het is voor de CREG niet duidelijk welke andere opportuniteiten nog nagestreefd zouden kunnen worden, noch wordt dit door Elia aangetoond. 134. Niettemin stelt Elia deze tweede voorgestelde component voor door deze afhankelijk te maken van de mFRR-balanceringsenergieprijs in het desbetreffende kwartier, in plaats van de voorgestelde component afhankelijk te maken van de overige nagestreefde opportuniteiten in het desbetreffende kwartier. Elia is dus onduidelijk op basis waarvan ze de voorgestelde tweede voorgestelde component bepaald heeft. Elia meldt in haar begeleidende brief dat de CREG gevraagd heeft om de initiële factor van 25% naar 10% te verlagen. De CREG ontkent dat ze deze vraag aan Elia gericht heeft. Integendeel, het is Elia die deze waarde aan de CREG heeft voorgesteld als reactie op het antwoord van Febeg in de openbare raadpleging en als reactie op de vraag voor verwijdering van de tweede voorgestelde component, die de CREG, tijdens de informele gesprekken6 over het ontwerpvoorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR, aan Elia heeft overgemaakt(dewelke in deze beslissing zijn hernomen). 135. Elia heeft, na indiening van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR, de CREG bijkomend mondeling ingelicht over de door haar geobserveerde kwaliteit van mFRR-dienstlevering van de mFRRbalanceringsenergiebiedingen. Elia achtte hiermee de noodzaak van de tweede voorgestelde component aangetoond. De CREG merkt op dat Elia hiermee niet heeft aangetoond dat de reeds aanwezige prikkels onvoldoende zijn. Gebaseerd op paragraaf 132 van deze beslissing, wordt verwacht dat eender welke andere component bovenop de eerste voorgestelde component , zal leiden tot dezelfde kwaliteit van dienstverlening door niet-gecontracteerde mFRR-balanceringsenergiebiedingen. De tweede voorgestelde component leidt in dit geval enkel tot hogere kosten voor BSP. Men kan in dit geval niet meer spreken van een “prikkel” in de zin van artikel 44.1 (
  7. h)van de EBGL, maar van een penaliteit. De barrières om deel te nemen aan de balanceringsenergiemarkt verhogen steeds meer wegens de hoger dan nodige kosten die aangerekend worden bij een (gedeeltelijke) faling van de levering van een dienst. Aldus ontmoedigt de tweede voorgestelde component BSPs om mFRR-diensten aan te bieden, wat de liquiditeit en concurrentie van de markt vermindert, maar wat ook in strijd is met artikel 44.1 (
  8. h)van de EBGL. Elia verhoogt met deze tweede voorgestelde component artificieel de nood aan de door Elia voorgestelde interventies bij de onbalansprijsberekening, aangezien de middelen buiten de balanceringsmarkten om ingezet zullen worden door de marktdeelnemers. 136. Tot slot heeft Elia mondeling de CREG geïnformeerd dat de tweede voorgestelde component ook het doel dient om te vermijden dat BSPs voor hogere volumes een contract van balanceringscapaciteit aangaan dan wat ze werkelijk kunnen leveren via mFRRbalanceringsenergiebiedingen. Dit risico wordt nochtans reeds beheerst via onder meer de 6 Deze gesprekken hebben plaatsgevonden op, onder andere, 7 april 2023, 10 mei 2023, 21 juni 2023, 27 juni 2023, 28 juni 2023, 25 augustus 2023, 20 september 2023, 10 oktober 2023 en 13 november 2023.. Niet-vertrouwelijk 34/41 beschikbaarheidscontrole zoals opgenomen in artikel II.13 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR. Er zijn daarnaast discretionaire stimulansen lopende in 2024 om de beschikbaarheidstesten effectiever te maken. Het resultaat van deze stimulansen wordt best afgewacht alvorens prematuur extra penaliteiten/prikkels te gaan toepassen. Ook ziet de CREG in dit argument van Elia een argument om de effectiviteit van de prekwalificatietest in vraag te stellen. Verwijzend naar paragraaf 71 van deze beslissing zou een bepaling van de mFRRbalanceringscapaciteit van een reserveleverende eenheid of groep via de activering van balanceringsenergiebiedingen door Elia mogelijks accurater zijn dan de bepaling ervan via een eenmalige, geplande prekwalificatietest. Als gevolg is de CREG niet overtuigd dat er onvoldoende prikkels aanwezig zouden zijn, noch dat er geen effectievere of accuratere alternatieve prikkels zouden bestaan dan de door Elia voorgestelde component, en dit indien zou blijken dat een extra prikkel nodig zou zijn. 137. De CREG stelt vast in de begeleidende brief dat Elia zich engageert om de regels voor het berekenen van de voorgestelde componenten en hun gevolgen voor de BSPs en het net, ten laatste in 2025 opnieuw te evalueren. De CREG stelt evenwel vast dat er in 2023 reeds een stimulans liep met als doel om de controles en penaliteiten te herzien. Het rapport maakt geen melding van een tweede prikkel zoals voorgesteld door Elia als resultaat van de stimulans. Ook stelt de CREG vast dat een beschrijving van het verwachte effect van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR op de doelstellingen van de EBGL, ontbreekt, ondanks de verplichting hiervoor krachtens artikel 5.5 van de EBGL. Het effect van de voorgestelde componenten op het behalen van de doelstellingen van de EBGL, dient op zijn minst opgenomen te worden in de evaluatie die Elia voorstelt. Gegeven de reactie van Febeg tijdens de openbare raadpleging (paragrafen 28 en 29 van deze beslissing), heeft de CREG meerdere gesprekken met Febeg gehad over dit onderwerp. Tijdens deze gesprekken bevestigde Febeg dat ze principieel nog steeds niet akkoord gaat met de door Elia voorgestelde tweede component, maar dat ze ook geen bezwaar heeft om de voorgestelde component tijdelijk toe te passen teneinde de toetreding tot het Europese mFRR platform niet te vertragen. Bijkomend vraagt Febeg dat het effect van de voorgestelde prikkel gedurende een observatieperiode wordt gekwantificeerd en in functie van het resultaat de T&C BSP mFRR aangepast worden. 138. Gegeven het bovenstaande, en in het bijzonder het resultaat van de gesprekken met Febeg, herziet de CREG vooralsnog de door Elia voorgestelde componenten, met toepassing van artikel 5.1, van de EBGL, niet. De CREG aanvaardt daarom tijdelijk voor 14 maanden de door Elia voorgestelde tweede component. Elia dient, naast wat de CREG heeft gesteld in paragraaf 54 en titel 4.2.33 van huidige beslissing, de impact van de component te monitoren en te evalueren gedurende 12 maanden. Vervolgens dient Elia het resultaat van de evaluatie te bespreken in de Working Group Balancing en de CREG hiervan op de hoogte te brengen. Indien de voorgestelde component een prikkel is in de zin van artikel 44 van de EBGL zal met de evaluatie aangetoond kunnen worden dat de expliciet aangeboden volumes in de mFRR-balanceringsmarkt, per reserveleverende eenheid of groep die voor toetreding tot het Europese mFRR-platform deelnamen aan de mFRR-balanceringsenergiemarkt, niet verminderde. Ten tweede zal de evaluatie ook aantonen dat de performantie van de mFRR-dienstlevering van deze reserveleverende eenheden of groepen hiermee verhoogt, en dat deze verhoging voldoende baten voor de eindconsument genereert in verhouding tot de kosten ten gevolge van de toepassing van de tweede component. Beide voorwaarden zijn nodig om de tijdelijke goedkeuring om te zetten in een Niet-vertrouwelijk 35/41 definitieve goedkeuring. Het komt aan Elia toe om tijdig een voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR bij de CREG in te dienen voor goedkeuring om, indien de evaluatie het toelaat de tijdelijke goedkeuring te laten omzetten in een definitieve goedkeuring door de CREG. 139. De CREG heeft geen opmerkingen op de overige door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.34. Bijlage 15 – Imputatiestructuur 140. De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 4.2.35. Bijlage 16 – Contactgegevens 141. De CREG heeft geen opmerkingen op de door Elia aangebrachte wijzigingen. 5. BESLISSING Met toepassing van artikel 5
(4)c), van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering, keurt de CREG het voorstel van Elia Transmission Belgium N.V. voor de voorwaarden van het BSP-contract voor mFRR ingediend bij de CREG op 20 oktober 2023, goed. De CREG vraagt Elia Transmission Belgium N.V. dat, alvorens de goedgekeurde wijzigingen voor de voorwaarden van het BSP-contract voor mFRR ingediend bij de CREG op 20 oktober 2023 worden gepubliceerd op de website van Elia Transmission Belgium N.V., zij gevolg geeft aan de opmerkingen opgenomen in de paragrafen 54, 60 en 86, van huidige beslissing. Elia Transmission Belgium N.V. De CREG vraagt verder dat Elia Transmission Belgium N.V. in het eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR rekening houdt met de opmerkingen geformuleerd in de paragrafen 40; 50; 56, 64; 69; 71; 81; 84; 88 en 112 van deze beslissing.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijk Ilse TANT Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 36/41 BIJLAGE 1 Voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR, in het Nederlands, in het Frans en in het Engels – 20 oktober 2023 - Cleane versie Niet-vertrouwelijk 37/41 BIJLAGE 2 Raadplegingsverslag met inbegrip van alle individuele opmerkingen, in het Engels – niet vertrouwelijke versie – 20 oktober 2023 Niet-vertrouwelijk 38/41 BIJLAGE 3 Juridische adviesnota met betrekking tot penaliteitensysteem – 20 oktober 2023 Niet-vertrouwelijk 39/41 BIJLAGE 4 Ontwerpnota over het mFRR-product, versie juli 2023 Niet-vertrouwelijk 40/41 BIJLAGE 5 Voorstel tot wijziging van de T&C BSP mFRR met verduidelijking van de marktsituaties waar energieoverdracht van toepassing is, in het Nederlands, in het Frans en in het Engels – 21 februari 2024 - Cleane versie Niet-vertrouwelijk 41/41

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.