← België

Beslissing over de bepaling van het saldo van de kost van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroom

(B)2760 11 april 2024 Beslissing over de bepaling van het saldo van de kost van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten voor het jaar 2023 Artikel 7, §§ 1 en 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3

  1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 3
  2. ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 6 2.
  3. Algemeen................................................................................................................................. 6 2.
  4. Raadpleging ............................................................................................................................. 7
  5. VASTSTELLING VAN HET SALDO ...................................................................................................... 7
  6. BESLUIT ............................................................................................................................................ 9 Niet-vertrouwelijke versie 2/9 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) bepaalt hierna het saldo van de kost van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten voor het jaar 2023 op basis van artikel 7, §§ 1 en 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. Deze beslissing werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 11 april
  7. WETTELIJK KADER
  8. Artikel 7, § 1 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna : de elektriciteitswet), zoals gewijzigd door artikel 80 van de programmawet van 27 december 2021 bepaalt het volgende : « §
  9. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, kan de Koning maatregelen van marktorganisatie vaststellen, waaronder de instelling van een door de commissie beheerd systeem voor de toekenning van garanties van oorsprong en van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd overeenkomstig artikel 6, evenals het opleggen van een verplichting aan de netbeheerder om groenestroomcertificaten afgeleverd door de commissie en de gewestelijke overheden en regulatoren aan te kopen tegen een minimumprijs en te verkopen, teneinde de afzet op de markt te verzekeren, tegen een minimumprijs, van elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen. De opdracht waarmee de netbeheerder krachtens het eerste lid belast wordt, maakt een openbare dienstverplichting uit waarvan de nettolasten gefinancierd worden overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 21quinquies. De Koning kan bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, bekrachtigd bij artikel 427 van de programmawet(I) van 24 december 2002 en door artikel 28 van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake energie, en door artikel 2 van de wet van 12 juni 2015 tot bekrachtiging van bepaalde artikelen van het koninklijk besluit van 4 april 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en door artikel 11 van de wet van 12 mei 2019 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt met het oog op het invoeren van een concurrerende inschrijvingsprocedure voor de bouw en exploitatie van productie-installaties in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België en tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 11 februari 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, wijzigen, vervangen en opheffen zonder daarbij een nieuwe toeslag of heffing in te voeren bestemd om de maatregelen, bedoeld in het eerste lid te financieren. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, bepaalt de Koning de berekeningsmethode van de kost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, voor ieder exploitatiejaar. Voornoemde kost wordt vastgesteld overeenkomstig de volgende procedure: Niet-vertrouwelijke versie 3/9 1° uiterlijk op 1 november van ieder jaar verricht de commissie een raming van de kost per maand van de maatregelen bedoeld in het eerste lid met betrekking tot het volgende exploitatiejaar. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 31 augustus; 2° uiterlijk op 15 april van ieder jaar stelt de commissie een bedrag van regularisatie met betrekking tot het voorgaande exploitatiejaar op grond van de werkelijke kost die tijdens dat voorgaande exploitatiejaar is voortgevloeid uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid vast. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 15 februari. Indien er een saldo wordt vastgesteld, dan wordt de regularisatie met de Federale Staat uitgevoerd uiterlijk op 1 juli van het jaar waarin de regularisatie werd bepaald; 3° de commissie houdt een inventaris bij met een overzicht per jaar van de geraamde en de werkelijke kost van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid. De Federale Staat, de netbeheerder en de commissie sluiten een protocol teneinde de nadere regels vast te leggen van de maandelijkse ter beschikkingstelling van de middelen, bedoeld in het tweede lid, met het oog op de voldoening van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, alsook teneinde alle gerelateerde en overige rechten en verplichtingen van de contractpartijen nader te bepalen. De financieringsregels beschreven in voornoemde protocol stellen de netbeheerder in staat om tijdig over de bij deze wet bepaalde noodzakelijke middelen te beschikken, met als doel de nettokost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, tijdig te betalen en voorfinanciering van deze nettokost in hoofde van de netbeheerder te vermijden.”
  10. Daarnaast bevat artikel 7, § 2 van de elektriciteitswet, zoals eveneens gewijzigd door de programmawet van 27 december 2021, met name de volgende bepalingen : “Installaties, voor de productie van elektriciteit uit wind in de zeegebieden waarin België zijn rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 bedoelde domeinconcessie, verleend na 1 juli 2007 en waarvan de financial close heeft plaatsgegrepen tussen 2 mei 2014 tot en met 31 december 2016, kunnen de minister verzoeken om niet aan te sluiten op een installatie noodzakelijk voor de transmissie van elektriciteit in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, bedoeld in artikel 13/
  11. Indien de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, toestemming verleent om niet aan te sluiten, staat de netbeheerder in voor één derde van de kostprijs van de onderzeese kabel met een maximumbedrag van 25 miljoen euro volgens de modaliteiten bepaald in deze paragraaf en wordt de minimumprijs voor de geproduceerde windenergie, zoals vastgelegd voor installaties waarvan de financial close plaatsvindt na 1 mei 2014 overeenkomstig het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, verhoogd met 12 euro/MWh. Wanneer het installaties betreft waarvan de financial close plaatsgrijpt na 1 mei 2016, dan wordt de minimumprijs zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen verhoogd met een bedrag ter dekking van en dat bijgevolg overeenstemt met de totale kosten van de financiering van de onderzeese kabel die resulteren uit de offerte of offertes die de titularis van de domeinconcessie, bedoeld in artikel 6, § 1, in aanmerking neemt in toepassing van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. Dit bedrag wordt bepaald door de commissie na verificatie van de in aanmerking genomen offerte of offertes. Installaties, voor de productie van elektriciteit uit wind in de zeegebieden waarin België zijn rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 bedoelde domeinconcessie, verleend na 1 juli 2007, en waarvan de financial close heeft plaatsgegrepen na 31 december 2016, worden aangesloten op het Modular Offshore Grid. Niet-vertrouwelijke versie 4/9 Voor de installaties voor de productie van elektriciteit bedoeld in het derde lid, wordt de minimumprijs voor de geproduceerde windenergie zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen verhoogd met een bedrag ter dekking van en dat bijgevolg overeenstemt met de totale kosten van de financiering van de onderzeese kabel die resulteren uit de offerte of offertes die de titularis van de domeinconcessie, bedoeld in artikel 6, § 1, in aanmerking neemt in toepassing van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. Dit bedrag wordt bepaald door de commissie na verificatie van de in aanmerking genomen offerte of offertes. In geval van absolute en aangetoonde onmogelijkheid om de bouw van het Modular Offshore Grid aan te vatten of te beëindigen, vastgesteld door de minister, kunnen de voormelde installaties voor de productie van elektriciteit rechtstreeks aangesloten worden op de bestaande installaties voor het transport van elektriciteit. De netbeheerder financiert voor één derde de kost van de onderzeese kabel, en dit voor een maximum bedrag van 25 miljoen euro volgens de modaliteiten gedefinieerd in het eerste lid en de minimumprijs voor geproduceerde windenergie zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, wordt verhoogd met een bedrag dat de totale kosten dekt die in aanmerking komen voor de financiering van de kost van de onderzeese kabel zoals ze voortvloeien uit de offerte of de offertes die de titularis van de domeinconcessie, bedoeld in artikel 6, § 1, in aanmerking neemt in toepassing van de geldende wetgeving inzake overheidsopdrachten. Dit bedrag wordt bepaald door de commissie na verificatie van de offerte of de offertes die in aanmerking genomen werden. […] De verhoging van de minimumprijs bedoeld in het tweede, het vierde en het vijfde lid, wordt gefinancierd overeenkomstig de modaliteiten bepaald in artikel 21quinquies. De vaststelling voor ieder exploitatiejaar van de kost voortvloeiend uit de maatregelen bedoeld in het tweede, vierde en vijfde lid, gebeurt overeenkomstig de berekeningsmethode en de procedure bedoeld in paragraaf 1, vierde lid. De Federale Staat, de netbeheerder en de commissie sluiten een protocol teneinde de modaliteiten vast te leggen van de maandelijkse ter beschikkingstelling van de middelen, bedoeld in het elfde lid, met het oog op de voldoening van de verplichting bedoeld in het tweede, vierde en vijfde lid, alsook teneinde alle gerelateerde en overige rechten en verplichtingen van de contractpartijen nader te bepalen. De financieringsregels beschreven in het voornoemde protocol stellen de netbeheerder in staat om tijdig over de bij deze wet bepaalde noodzakelijke middelen te beschikken, met als doel de nettokost, voortvloeiend uit de maatregelen bedoeld, in het eerste lid, tijdig te betalen en voorfinanciering van deze nettokost in hoofde van de netbeheerder te vermijden.”
  12. Het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid (hierna: het koninklijk besluit van 2002) heeft een reeks maatregelen ingevoerd met toepassing van voormeld artikel 7, §§ 1 en 2 van de elektriciteitswet. Ten gevolge van de hervorming van het financieringsmechanisme van de openbare dienstverplichtingen ten laste van de netbeheerder werd het koninklijk besluit van 16 juli 2002 gewijzigd door een koninklijk besluit van 20 juli 2022, om enerzijds de berekeningsmodaliteiten van de kost van de openbare dienstverplichting in te voeren en anderzijds de procedure-elementen bijkomend aan de elementen voorzien in artikel 7, § 1 van de elektriciteitswet. Niet-vertrouwelijke versie 5/9 Ten gevolge van de invoering van het 2-sided Contract-for-Difference werd het koninklijk besluit van 16 juli 2002 gewijzigd, door het koninklijk besluit van 26 mei 2023, voor het systeem van bijkomende voorschotten en de invoering van de betalingsverplichting.
  13. ANTECEDENTEN 2.
  14. ALGEMEEN
  15. Op 31 december 2021 werd de programmawet van 27 december 2021 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
  16. Met toepassing van deze programmawet hebben de Belgische Staat, Elia en de CREG een protocolakkoord afgesloten met het oog op de bepaling van de modaliteiten voor het maandelijks ter beschikking stellen van de middelen die het voor Elia mogelijk maken om te voldoen aan de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 7, §§ 1 en 2, 2de, 4de, 5de lid, artikel 7octies, 1ste lid en artikel 7undecies, § 14, 1ste lid van de elektriciteitswet (hierna: het Protocol ODV).
  17. Het koninklijk besluit van 20 juli 2022 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 werd op 22 augustus 2022 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
  18. Het koninklijk besluit van 23 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 30 mei
  19. Dit koninklijk besluit wijzigt het koninklijk besluit van 16 juli 2002 met betrekking tot de elektriciteitsreferentieprijs en de berekening van de correctiefactor.
  20. Het koninklijk besluit van 26 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 31 mei
  21. Dit koninklijk besluit wijzigt het koninklijk besluit van 16 juli 2002 met betrekking tot de implementatie van een 2-sided Contract-for-Difference en de bijhorende betalingsverplichting.
  22. Het Protocol ODV werd aangepast op 27 oktober 2023 teneinde de betalingsverplichting, die ingevoerd werd door artikel 6 van het koninklijk besluit van 26 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid, op te nemen.
  23. Op 15 februari 2024 heeft de CREG van Elia haar ex post rapport 2023 ontvangen.
  24. Op 22 februari 2024 heeft de CREG het “Verslag van feitelijke bevindingen” van de commissaris van de netbeheerder ontvangen. Dit verslag valideert de balanspositie (inclusief openstaande netto kaspositie) op 31 december
  25. Op 27 februari 2024 heeft Elia aanvullende informatie overgemaakt per email op vraag van de CREG. Niet-vertrouwelijke versie 6/9
  26. Ontwerpbeslissing (B)2760 over de bepaling van het saldo van de kost van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten voor het jaar 2023 werd goedgekeurd door de CREG per schriftelijke procedure op 7 maart
  27. 2.
  28. RAADPLEGING
  29. Artikel 14quater van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 bepaalt dat de CREG de ontwerpbeslissing voorlegt aan de netbeheerder, die beschikt over veertien werkdagen om haar opmerkingen over te maken. Daarentegen was de CREG van mening dat ter zake geen publieke raadpleging moest worden georganiseerd. Dat stemt bovendien overeen met de praktijk die werd gevolgd – en in het huishoudelijk reglement van de CREG1 werd vastgelegd wanneer de kost van de openbare dienstverplichting ten laste van Elia via de tarieven werd doorgerekend.
  30. De CREG heeft op 26 maart 2024 een brief van Elia ontvangen waarin ze verklaart geen opmerkingen te hebben bij de ontwerpbeslissing.
  31. VASTSTELLING VAN HET SALDO
  32. Bij de afsluiting van het boekjaar 2023 is de balanspositie voor de openbare dienstverplichting in de boekhouding van de netbeheerder een schuld (overschot) van € 73.014.
  33. Deze balanspositie bevat een raming van de kosten voor de maand december
  34. Op 27 februari 2024 heeft de netbeheerder de positie per 31 december 2023 herbekeken op basis van de werkelijk ontvangen facturen. De tabel hierna geeft de evolutie weer van de balanspositie per 31 december 2022 en 31 december 2023 en de positie per 31 december 2023 na correctie met de definitieve bedragen. Tabel 1: evolutie van de balanspositie2 ODV aankoop federale groenestroomcertificaten bij de netbeheerder op 31/12/2022 Balans ODV aankoop federale GSC Aankoop GSC Bijkomende voorschotten offshore parken Ontvangsten gelieerd aan de ODV toeslag offshore verkoop regionale GSC recuperatie degressiviteit betaling FOD FIN Betalingsverplichting LCOE parken (negatieve minimumprijs) Administratieve kosten te recupereren Financiële kosten te recupereren Balanspositie van de ODV aankoop GSC (EUR) 2 858 632 441 32 381 240 -3 035 946 907 -2 113 916 277 -182 938 -286 981 128 -634 866 564 0 800 000 -390 710 -144 523 937 op 31/12/2023 2 899 757 025 108 123 862 -3 081 430 856 -1 871 270 602 -18 606 -254 040 027 -846 081 662 -110 019 959 535 082 0 -73 014 887 op 31/12/2023 inclusief bewegingen in het jaar 2024 voor kosten van jaar 2023 2 897 554 065 108 123 862 -3 138 360 325 -1 871 270 602 -18 606 -254 040 027 -846 081 662 -166 949 428 535 082 0 -132 147 316 bewegingen in het jaar 2024 voor kosten van jaar 2023 -2 202 960 0 -56 929 469 0 0 0 0 -56 929 469 0 0 -59 132 429 Op 31 december 2023 (op basis van de werkelijke gegevens) is er een globaal overschot van € 132 miljoen. De CREG heeft de bedragen voor de aankoop van groenestroomcertificaten, de bijkomende voorschotten en de betalingsverplichting gecontroleerd en het “Verslag van feitelijke bevindingen” van de commissaris van de netbeheerder ontvangen. De tabel hierna geeft de aansluiting weer tussen de 1 2 Cfr. art. 40, 1ste lid, 3°. Negatieve bedragen duiden op een credit- of schuldpositie Niet-vertrouwelijke versie 7/9 gegevens van de CREG (geregistreerd in CertiCreg) en de balanspositie ODV aankoop federale groenestroomcertificaten. Tabel 2: aansluiting tussen de gegevens van de CREG en de balanspositie ODV aankoop federale groenestroomcertificaten 2023 Raming (B)2449 Werkelijkheid GSC C-Power @ 90 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] GSC C-Power @ 107 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] GSC Belwind @ 107 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] GSC Northwind @ 107 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] GSC Nobelwind @ 90 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] GSC Nobelwind @ 107 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] GSC Rentel [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] GSC Norther [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Voorschotten Northwester 2 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Voorschotten Mermaid [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Voorschotten Seastar [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Bijkomend voorschot 2021 Northwester 2 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Bijkomend voorschot 2021 Mermaid [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Bijkomend voorschot 2021 Seastar [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] CV Wallon [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Administratieve kosten [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Financiële lasten [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Totaal EUR 349 854 228 217 706 913 Balanspostie 31/12/2023 (inclusief bewegingen in het jaar 2024 voor kosten van 2023) -132 147 316 Betalingsverplichting nog niet ontvangen op 31/12/2023 84 119 792 Saldo (schuld van Elia aan de Belgische Staat) EUR -48 027 524 Het saldo voor de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten bedraagt € 48.027.524 ten gunste van de Belgische Staat. Dit saldo is het resultaat van: - de inkomsten van de betalingsverplichting3 die niet voorzien waren in beslissing (B)24494: conform artikel 12 van het Protocol ODV dienen de ontvangen inkomsten op 31 december 2023 meegenomen te worden: € - 82.829.636; - de betaling van het bijkomend voorschot voor de eerste semester van 20235 dat niet voorzien was in beslissing (B)2449: € 27.678.001; - afwijking tussen budget en realiteit voor de andere componenten: € 7.124.
  35. 3 Ingevoerd door artikel 6 van het 26 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid 4 Beslissing (B)2449 met betrekking tot de beoordeling van de kost van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten voor het jaar 2023 5 Ingevoerd door artikel 10 van het 26 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid Niet-vertrouwelijke versie 8/9
  36. BESLUIT Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, in het bijzonder artikel 7, §§ 1 en 2; Gelet op de artikelen 14bis en 14quater van het koninklijk besluit van 16 juli 2002; Gelet op het Protocol ODV ; Bepaalt de CREG het saldo van de kost van de openbare dienstverplichtingen voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten, als een schuld van € 48.027.524 van de netbeheerder aan de Belgische Staat.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Sigrid JOURDAIN Directeur Niet-vertrouwelijke versie Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 9/9

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.