← België

Beslissing over de vraag tot goedkeuring van een gewijzigd voorstel tot wijziging van de methodologieën en voorwaarden voor de Balanceringsverantwoord

Beslissing (B)2764 28 maart 2024 Beslissing over de vraag tot goedkeuring van een gewijzigd voorstel tot wijziging van de methodologieën en voorwaarden voor de Balanceringsverantwoordelijke of “de T&Cs BRP” in het kader van de toetreding tot het Europese mFRR-platform genomen met toepassing van de artikel 5.4, c) van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE .............................................................................................................................. 2 INLEIDING ........................................................................................................................................... 3 AFKORTINGSLIJST ............................................................................................................................... 4

  1. WETTELIJK KADER....................................................................................................................... 6 1.
  2. Europees recht ................................................................................................................... 6 1.1.
  3. Verordening (EU) 2019/943 ....................................................................................... 6 1.1.
  4. EBGL ........................................................................................................................... 7 1.1.
  5. ACER besluit 18/2020 ............................................................................................... 13 1.
  6. Belgisch recht ................................................................................................................... 13 1.2.
  7. 1.
  8. Arrest Marktenhof van 3 mei 2023 .................................................................................. 14 ANTECEDENTEN ....................................................................................................................... 16 2.
  9. Gedragscode elektriciteit ......................................................................................... 13 Algemeen ......................................................................................................................... 16 ANALYSE EN BEOORDELING VAN DE VOORGESTELDE WIJZIGINGEN ...................................... 19 3.
  10. Algemene voorafgaande opmerkingen ............................................................................ 19 3.
  11. Bespreking ........................................................................................................................ 19 3.2.
  12. Artikel 2: Implementatieplan ................................................................................... 19 3.2.
  13. Artikel 3 : Het verwachte effect op de doelstellingen van de EBGL ......................... 25 3.2.
  14. Artikel 29: Tarieven en facturering: ......................................................................... 26 3.2.
  15. Artikel 30: Regels voor de berekening van de Onevenwichtsprijs ........................... 26 CONCLUSIE ............................................................................................................................... 29 BIJLAGE 1 .......................................................................................................................................... 30 BIJLAGE 2 .......................................................................................................................................... 31 BIJLAGE 3 .......................................................................................................................................... 32 BIJLAGE 4 .......................................................................................................................................... 33 Niet-vertrouwelijk 2/33 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna: CREG) onderzoekt met toepassing van artikel 5.4(c), van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering (hierna: EBGL), het gewijzigd voorstel van Elia Transmission Belgium SA (hierna: Elia) tot wijziging van de methodologieën en voorwaarden voor de Balanceringsverantwoordelijke of “de T&Cs BRP” in het kader van de toetreding tot het Europese mFRR-platform (hierna: het gewijzigd voorstel van T&C BRP), dat bij de CREG werd ingediend per elektronische brief van 30 januari 2024 . De elektronische brief van 30 januari 2024 bevat als bijlage: - Het gewijzigd voorstel tot wijziging van de T&C BRP met en zonder track changes, in het Frans, Clean (bijlage 1.a van deze beslissing); - Een verklarende nota, 30 januari 2024 in het Frans (bijlage 2 van deze beslissing); - Een juridische nota, 29 januari 2024 betreffende de rechtsgrondslag van de verklarende nota van Elia bij het gewijzigd voorstel (bijlage 3 van deze beslissing). Op 16 februari 2024 heeft Elia het evaluatieplan aan de CREG gecommuniceerd dat als doel heeft artikel 2 van het gewijzigd voorstel van T&C BRP te interpreteren (bijlage 4 van deze beslissing). Dit evaluatieplan zelf maakt geen deel uit van het gewijzigd voorstel van T&C BRP van 30 januari 2024
  16. Het evaluatieplan wordt bijgevolg niet goedgekeurd door de CREG binnen het kader van deze beslissing. Gelijktijdig met de mededeling van het evaluatieplan heeft Elia de Nederlandstalige versie van het gewijzigd voorstel van T&C BRP ingediend bij de CREG (bijlage 1.b van deze beslissing). Met dit gewijzigd voorstel van T&C BRP beoogt Elia gevolg te geven aan het wijzigingsverzoek van de CREG, opgenomen in haar beslissing (B)2688 van 30 november
  17. Onderhavige beslissing bestaat uit vier delen. Het eerste deel schetst het wettelijk kader. Het tweede deel duidt de antecedenten en de openbare raadpleging. In het derde deel analyseert de CREG het door Elia op 30 januari 2024 ingediend gewijzigd voorstel van T&C BRP. Het laatste deel bevat de eigenlijke beslissing. Onderhavige beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens de vergadering van 28 maart 2024 . Niet-vertrouwelijk 3/33 AFKORTINGSLIJST CREG: Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas EBGL: Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering Elia: Elia Transmission Belgium SA Voorstel tot wijziging T&Cs BRP: Voorstel tot wijziging van de voorwaarden voor de evenwichtsverantwoordelijke ingediend door Elia bij de CREG op 18 september 2023 Gewijzigd voorstel van T&C BRP: Gewijzigd voorstel tot wijziging van de voorwaarden voor de evenwichtsverantwoordelijke ingediend door Elia bij de CREG op 30 januari 2024 (Franse versie) en op 16 februari 2024 (Nederlandse versie) Verordening (EU) 2019/943: Verordening (EU) 2019/943 van het Europees parlement en de raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit E&R NC: Verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet TSB: Transmissiesysteembeheerder BRP: Balanceringsverantwoordelijke BSP: Aanbieder van balanceringsdiensten SOGL: Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen ACER besluit 18/2020: Besluit van 15 juli 2020 van ACER betreffende “Methodology for the harmonisation of the main features of imbalance settlement in accordance with Article 52

(2)of Commission Regulation (EU) 2017/2195 of 23 November 2017 establishing a guideline on electricity balancing.” ACER besluit 01/2020: Besluit van 24 januari 2020 betreffende “Methodology for pricing balancing energy and cross-zonal capacity used for the exchange of balancing energy or operating the imbalance netting process in accordance with Article 30
(1)of Commission Regulation (EU) 2017/2195 of 23 November 2017 establishing a guideline on electricity balancing” ACER besluit 04/2018 Besluit van 24 april 2018 betreffende “ All transmission system operators’ proposal for intraday cross-zonal gate opening and intraday cross-zonal gate closure times” Niet-vertrouwelijk 4/33 Elektriciteitswet: De wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Gedragscode elektriciteit: Gedragscode vastgesteld door de CREG op 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en van de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer T&Cs BSP mFRR: Voorwaarden voor de aanbieders van balanceringsdiensten voor Frequentieherstelreserves met manuele activering MIP : « Marginal Incremental Price » of « Prix Marginal des activations à la hausse » MDP : « Marginale Decremental Price » of de « Prix Marginal des activations à la baisse » FRCE: Frequentieherstelregelfout, bedoeld in artikel 3
(43)van de SOGL Niet-vertrouwelijk 5/33
  1. WETTELIJK KADER 1.
  2. Europees recht 1.1.
  3. VERORDENING (EU) 2019/943
  4. In de Overweging
(12)wordt gemeld dat: “De artikelen 18, 30 en 32 van Verordening (EU) 2017/2195 voorzien erin dat de prijsstellingsmethode voor zowel standaardproducten als specifieke producten voor balanceringsenergie de marktdeelnemers prikkelen om hun eigen systeembalans in hun onbalansprijszone te behouden of te helpen herstellen, waarbij zij systeemonbalansen en kosten voor de samenleving beperken. Deze prijsstelling moet streven naar het economisch efficiëntste gebruik van vraagrespons en andere balanceringsmiddelen, binnen de grenzen van de operationele veiligheid.” 2. Artikel 2
(16)definieert de onbalansprijs als: “de prijs, die positief, nul of negatief kan zijn, in elke periode voor onbalansverrekening voor een onbalans in elke richting;” 3. Artikel 3 bepaalt dat: “De lidstaten, de regulerende instanties, de transmissiesysteembeheerders, de distributiesysteembeheerders, de marktbeheerders en de gedelegeerde beheerders waarborgen dat de elektriciteitsmarkten in overeenstemming met de volgende beginselen worden beheerd:
  1. a)prijsvorming vindt plaats op basis van vraag en aanbod;
  2. b)de marktvoorschriften moedigen de vrije prijsvorming aan en vermijden acties waardoor prijsvorming op basis van vraag en aanbod wordt tegengegaan;
  3. c)de marktvoorschriften vergemakkelijken de ontwikkeling van meer flexibele productie, duurzame koolstofarme productie en meer flexibele vraag; […]
  4. g)de marktvoorschriften zorgen voor passende investeringsprikkels voor productie, in het bijzonder langetermijninvesteringen voor een koolstofvrij en duurzaam elektriciteitssysteem, energieopslag, energie-efficiëntie, en zorgen voor vraagrespons, waardoor aan de behoeften van de markt tegemoet wordt gekomen, en faciliteren eerlijke mededinging, waardoor de voorzieningszekerheid wordt gewaarborgd;
  5. h)belemmeringen voor grensoverschrijdende elektriciteitsstromen tussen biedzones of lidstaten en grensoverschrijdende transacties op elektriciteitsmarkten en aanverwante dienstenmarkten worden geleidelijk weggenomen; […]
  6. m)de marktvoorschriften maken efficiënte dispatching van middelen voor elektriciteitsproductie, energieopslag en vraagrespons mogelijk; […].” 4. Tot slot, artikel 10.1 van de Verordening (EU) 2019/943 bepaalt dat: “Er mag geen maximale noch minimale limiet voor de groothandels-elektriciteitsprijs worden vastgelegd. Deze bepaling is onder meer van toepassing op het bieden en clearen in alle tijdsbestekken en omvat prijzen voor balanceringsenergie en onbalans, onverminderd de technische prijsbeperkingen die kunnen worden toegepast in het balanceringstijdsbestek en in de day-ahead- en intradaytijdsbestekken overeenkomstig lid 2.” Niet-vertrouwelijk 6/33 1.1.2. EBGL 1.1.2.1. ALGEMEEN 5. Artikel 3.1, van de EBGL beschrijft de doelstellingen die met toepassing van de EBGL nagestreefd worden. De doelstellingen zijn: “
  7. a)effectieve mededinging, non-discriminatie en transparantie op de balanceringsmarkten bevorderen;
  8. b)de efficiëntie van balancering en van de Europese en nationale balanceringsmarkten verbeteren;
  9. c)de balanceringsmarkten integreren en de mogelijkheden voor de uit wisseling van balanceringsdiensten bevorderen, en tegelijk bijdragen tot de operationele veiligheid;
  10. d)bijdragen tot de efficiënte langetermijnexploitatie en -ontwikkeling van het elektriciteitstransmissiesysteem en de elektriciteitssector in de Unie, en tegelijk de efficiënte en consistente werking van day-aheadmarkten, intradaymarkten en balanceringsmarkten vergemakkelijken;
  11. e)ervoor zorgen dat de inkoop van balanceringsdiensten eerlijk, objectief, transparant en marktgebaseerd is, dat geen ongeoorloofde belemmeringen voor nieuwe marktdeelnemers worden gecreëerd, dat de liquiditeit van balanceringsmarkten wordt bevorderd en dat on geoorloofde verstoringen op de interne markt voor elektriciteit worden voorkomen;
  12. f)de deelname van vraagrespons vergemakkelijken, met inbegrip van aggregatiefaciliteiten en energieopslag, en er tegelijk voor zorgen dat zij concurreren met andere balanceringsdiensten op een gelijk speel veld en, voor zover nodig, onafhankelijk optreden als ze één verbruikersinstallatie bedienen;
  13. g)de deelname van hernieuwbare energiebronnen vergemakkelijken en bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstelling van de Europese Unie betreffende de doorbraak van hernieuwbare energiebronnen. “ Artikel 3.2., van de EBGL vervolgt dat bij de toepassing van de EBGL de lidstaten, relevante regulerende instanties en systeembeheerders ervoor zorgen dat zij: “
  14. a)de beginselen van evenredigheid en niet-discriminatie toepassen;
  15. b)de transparantie waarborgen;
  16. c)het beginsel toepassen van optimalisering tussen de hoogste totale efficiëntie en laagste totale kosten voor alle betrokken partijen;
  17. d)erop toezien dat TSB’s zo veel mogelijk gebruikmaken van markt gebaseerde mechanismen om de veiligheid en stabiliteit van het net werk te garanderen;
  18. e)erop toezien dat de ontwikkeling van de forward-, de day-ahead- en intradaymarkten niet in het gedrang komt;
  19. f)de aan de relevante TSB toegewezen verantwoordelijkheid respecteren om de systeemveiligheid te waarborgen, inclusief als vereist door de nationale wetgeving;
  20. g)de relevante DSB’s raadplegen en rekening houden met de potentiële effecten op hun systemen;
  21. h)rekening houden met de overeengekomen Europese normen en technische specificaties.” Niet-vertrouwelijk 7/33 6. Overeenkomstig artikel 5.4.c), van de EBGL moeten de voorstellen voor de voorwaarden voor balancering, zoals bepaald in artikel 18, van de EBGL ter goedkeuring voorgelegd worden aan de regulerende instantie van de lidstaat, in casu de CREG. 7. Artikel 5.5, van de EBGL vermeldt dat: “Het voorstel voor de voorwaarden of methodologieën omvat een voorgesteld tijdschema voor de implementatie ervan en een beschrijving van het verwachte effect ervan op de doelstellingen van deze verordening. De implementatietermijn mag niet langer zijn dan twaalf maanden na de goedkeuring door de relevante regulerende instanties, behalve als alle regulerende instanties overeenkomen om de implementatietermijn te verlengen of als andere termijnen worden voorgeschreven in deze verordening.” 8. Artikel 18.2, van de EBGL vervolgt dat de bedoelde voorwaarden ook regels voorziet voor de opschorting en herneming van marktactiviteiten overeenkomstig artikel 36, van de E&R NC en voor verrekening in geval van marktopschorting overeenkomstig artikel 39, van de E&R NC, zodra deze zijn goedgekeurd overeenkomstig artikel 4 van de E&R NC. Op 18 juli 2023 heeft Elia hierover bij de CREG een voorstel ingediend voor goedkeuring. Het betreft een aangepast voorstel van Elia naar aanleiding van beslissing (B)1941 van de CREG van 19 september 2019. Bij beslissing (B)2635 van 9 november 2023 heeft de CREG het voorstel van Elia van 18 juli 2023 goedgekeurd, waarvan de inwerkingtreding gebeurt op datum van de inwerkingtreding van de tarieven voor de tariefperiode 2024-2027 (waaronder het uniek hersteltarief), d.w.z. op 1 januari 2024. 9. Artikel 18.3, van de EBGL bepaalt dat elke TSB bij de opstelling van voorstellen voor voorwaarden voor BRP’s als volgt te werk gaat: “
  22. a)hij pleegt overleg met de TSB’s en distributiesysteembeheerders die gevolgen kunnen ondervinden van die voorwaarden;
  23. b)hij neemt het kader voor de oprichting van Europese platforms voor de uitwisseling van balanceringsenergie en voor onbalansnetting, overeenkomstig de artikelen 19, 20, 21 en 22, van de EBGL in acht;
  24. c)hij betrekt andere distributiesysteembeheerders en andere belanghebbenden bij de opstelling van het voorstel en houdt rekening met hun standpunten, onverminderd de openbare raadpleging overeenkomstig artikel 10, van de EBGL.” 10. Overeenkomstig artikel 18.6, van de EBGL bevatten de voorwaarden voor BRP’s het volgende: “…
  25. f)de regels voor de verrekening van BRP’s, overeenkomstig hoofdstuk 4 van titel V, van de EBGL;
  26. k)de verrekeningsregels overeenkomstig de artikelen 52, 53, 54 en 55; …” 11. Overeenkomstig art 18.7, van de EBGL mag elke connecterende TSB volgende punten opnemen in het voorstel voor de voorwaarden voor BSP’s of in de voorwaarden voor BRP’s: “
  27. a)de eis dat BSP’s informatie verstrekken over ongebruikte opwekkingscapaciteit en andere balanceringshulpbronnen van BSP’s, na de gate-sluitingstijd van de dayaheadmarkt en de gate-sluitingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt; Niet-vertrouwelijk 8/33
  28. b)voor zover gerechtvaardigd, de eis dat BSP’s de ongebruikte productiecapaciteit of andere balanceringshulpbronnen aanbieden via balanceringsenergiebiedingen of biedingen voor het geïntegreerde programmeringsproces op de balanceringsmarkten na de gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt, zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid voor BSP’s om hun balanceringsenergiebiedingen te wijzigen vóór de BE-GCT of de ISP-GCT wegens handel op de intradaymarkt;
  29. c)voor ’over gerechtvaardigd, de eis dat BSP's de ongebruikte productiecapaciteit of andere balanceringshulpbronnen aanbieden via balanceringsenergiebiedingen of biedingen voor het geïntegreerde programmeringsproces op de balanceringsmarkten na de gate-sluitingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt;
  30. d)specifieke eisen met betrekking tot de positie van BRP’s na het day-aheadtijdsbestek om te garanderen dat de som van hun interne en externe commerciële handelsprogramma’s gelijk is aan de som van de fysieke opwekkings- en verbruiksplannen, daarbij rekening houdende met de compensatie van elektriciteitsverlies, voor zover relevant;
  31. e)een vrijstelling van de verplichting om informatie bekend te maken over de prijzen in balanceringsenergiebiedingen of balanceringscapaciteitsbiedingen omdat de TSB vreest dat dit tot marktmisbruik kan leiden, zoals bepaald in artikel 12, lid 4;
  32. f)een vrijstelling voor specifieke producten, zoals bepaald in artikel 26, lid 3, onder b), om de prijs van balanceringsenergiebiedingen vooraf vast te leggen in een overeenkomst voor balanceringscapaciteit overeenkomstig artikel 16, lid 6;
  33. g)een aanvraag voor het gebruik van dubbele prijsstelling voor alle onbalansen op basis van de voorwaarden die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 52, lid 2, onder d), punt i), gebaseerd op de methodologie voor de toepassing van dubbele prijsstelling overeenkomstig artikel 52, lid 2, onder d), punt ii).” 12. Aangezien Elia geen centraal dispatching model toepast, vindt artikel 18.8, van de EBGL geen toepassing. 13. Artikel 18.9, van de EBGL meldt dat elke TSB erop toe ziet dat alle partijen de in de balanceringsvoorwaarden uiteengezette eisen nakomen binnen zijn programmeringszone(s). 1.1.2.2. DOELSTELLINGEN VAN DE VERREKENINGSBEGINSELEN 14. In artikel 44, van de EBGL worden de doelstellingen van de verrekeningsbeginselen beschreven als volgt: “Door middel van de verrekeningsprocessen:
  34. a)worden passende economische signalen gegeven die een weerspiegeling vormen van de onbalans;
  35. b)wordt ervoor gezorgd dat onbalansen worden verrekend tegen een prijs die een weergave vormt van de realtime-energiewaarde;
  36. c)worden prikkels gegeven aan BRP’s om in balans te zijn dan wel het evenwicht van het systeem te behouden of te helpen herstellen;
  37. d)wordt de harmonisering van mechanismen voor de verrekening van onbalansen vergemakkelijkt;
  38. e)worden prikkels gegeven aan de TSB’s om hun verplichtingen na te komen overeenkomstig de artikelen 127, 153, 157 en 160 van Verordening (EU) 2017/1485;
  39. f)wordt vermeden dat verstorende prikkels worden gegeven aan BRP’s, BSP’s en TSB’s;
  40. g)wordt de concurrentie onder marktdeelnemers ondersteund; Niet-vertrouwelijk 9/33
  41. h)worden prikkels gegeven aan BSP’s om balanceringsdiensten aan de connecterende TSB aan te bieden en te leveren;
  42. i)wordt de financiële neutraliteit van alle TSB’s gegarandeerd. 2. Elke relevante regulerende instantie overeenkomstig artikel 37 van Richtlijn 2009/72/EG ziet erop toe dat alle TSB’s onder haar bevoegdheid geen economische winsten of verliezen maken door de financiële resultaten van het verrekeningsproces overeenkomstig de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel gedurende de door de relevante regulerende instantie gedefinieerde reguleringsperiode, en zien erop toe dat alle positieve of negatieve financiële resultaten ten gevolge van de in de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel bedoelde verrekening worden doorgegeven aan de netgebruikers overeenkomstig de toepasselijke nationale regels. 3. Elke TSB kan een voorstel opstellen voor een aanvullend verrekeningsmechanisme, dat los staat van de verrekening van onbalansen, om de inkoopkosten van balanceringscapaciteit overeenkomstig hoofdstuk 5 van deze titel, de administratieve kosten en andere kosten in verband met balancering te verrekenen. Het aanvullende verrekeningsmechanisme is van toepassing op BRP’s. Dit moet bij voorkeur gebeuren door een functie voor prijsstelling van tekorten in te stellen. Als TSB’s voor een ander mechanisme kiezen, moeten zij dit rechtvaardigen in het voorstel. Dit voorstel moet ter goedkeuring worden voorgelegd aan de relevante regulerende instantie. 4. Elke injectie in of afname uit een programmeringszone van een TSB wordt verrekend overeenkomstig hoofdstuk 3 of 4 van titel V.” De CREG merkt een verschil op in de bewoording van artikel 3.1,
  43. b)en van artikel 44.c), van de EBGL. Daar waar artikel 3.1, b), van de EBGL verwijst naar én de Europese én de nationale balanceringsmarkten, wordt de mogelijkheid tot het geven van prikkels aan BRPs in artikel 44.c), van de EBGL beperkt tot het evenwicht van het systeem, waarmee bedoeld wordt het Europees systeem. 1.1.2.3. ONBALANSBEREKENING EN ONBALANSPRIJS 15. Voor de onbalansberekening en de onbalansprijs zijn de artikelen 54 en 55, van de EBGL van toepassing, die respectievelijk bepalen: 1. Elke TSB berekent in zijn programmeringszone(s), voor zover passend, de eindpositie, het toegewezen volume, de onbalansaanpassing en de onbalans:
  44. a)voor elke BRP;
  45. b)voor elke onbalansverrekeningsperiode;
  46. c)in elke onbalanszone. 2. De onbalanszone is gelijk aan de programmeringszone, behalve in het geval van een centraal dispatchingmodel; in dat geval kan de onbalanszone een deel zijn van de programmeringszone. 3. Zolang het voorstel overeenkomstig artikel 52, lid 2, niet ten uitvoer wordt gelegd, berekent elke TSB de eindpositie van een BRP via één van de volgende benaderingen:
  47. a)de BRP heeft één eindpositie die gelijk is aan de som van zijn externe commerciële handelsprogramma’s en interne commerciële handelsprogramma’s;
  48. b)de BRP heeft twee eindposities: de eerste is gelijk aan de som van zijn externe commerciële handelsprogramma’s en interne commerciële handelsprogramma’s voor productie en de tweede is gelijk aan de som van zijn externe commerciële handelsprogramma’s en interne commerciële handelsprogramma’s voor verbruik; Niet-vertrouwelijk 10/33
  49. c)in een centraal dispatchingmodel kan een BRP per onbalanszone meerdere eindposities hebben die gelijk zijn aan opwekkingsprogramma’s van productie-installaties of verbruiksprogramma’s van verbruikersinstallaties. 4. Elke TSB stelt de regels vast voor:
  50. a)het berekenen van de eindpositie;
  51. b)het vaststellen van het toegewezen volume;
  52. c)het vaststellen van de onbalansaanpassing overeenkomstig artikel 49;
  53. d)het berekenen van de onbalans;
  54. e)het eisen van de herberekening van de onbalans door een BRP. 5. Het toegewezen volume wordt niet berekend voor een BRP die geen injecties of afnames bestrijkt. 6. In een onbalans wordt de omvang en richting van de verrekening tussen de BRP en de TSB aangegeven; een onbalans kan een van de volgende hebben:
  55. a)een negatief teken, dat wijst op een tekort van een BRP;
  56. b)een positief teken, dat wijst op een overschot van een BRP. En 1.Elke TSB stelt de regels vast voor het berekenen van de onbalans prijs, die positief, nul of negatief kan zijn, zoals bepaald in tabel 2: Tabel 2 Betaling voor onbalans Onbalansprijs is positief Onbalansprijs is negatief Positieve onbalans Betaling door TSB aan BRP Betaling door BRP aan TSB Negatieve onbalans Betaling door BRP aan TSB Betaling door TSB aan BRP 2. De overeenkomstig lid 1 opgestelde regels bevatten een definitie van de waarde van de vermeden activering van balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves of vervangingsreserves. 3. Elke TSB stelt de onbalansprijs vast voor:
  57. a)elke onbalansverrekeningsperiode;
  58. b)zijn onbalansprijszones;
  59. c)elke onbalansrichting. 4. De onbalansprijs voor negatieve onbalansen mag niet lager zijn dan een van de volgende:
  60. a)de gewogen gemiddelde prijs voor positieve frequentieherstelreserves en vervangingsreserves; geactiveerde balanceringsenergie uit
  61. b)de waarde van de vermeden activering van balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves of vervangingsreserves, in het geval tijdens de onbalansverrekeningsperiode geen activering van balanceringsenergie heeft plaatsgevonden. 5. De onbalansprijs voor positieve onbalansen mag niet hoger zijn dan een van de volgende:
  62. a)de gewogen gemiddelde prijs voor negatieve geactiveerde balance ringsenergie uit frequentieherstelreserves en vervangingsreserves;
  63. b)de waarde van de vermeden activering van balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves of vervangingsreserves, in het geval tijdens de onbalansverrekeningsperiode geen activering van balanceringsenergie heeft plaatsgevonden. 6. In het geval zowel de positieve als de negatieve balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves of vervangingsreserves is geactiveerd tijdens dezelfde onbalansverrekeningsperiode, wordt de Niet-vertrouwelijk 11/33 onbalansverrekeningsprijs voor positieve onbalansen en negatieve onbalansen bepaald op basis van minstens één van de beginselen van leden 4 en 5. 1.1.2.4. 16. PROCEDURE GOEDKEURING T&CS BRP Artikel 5.1, van de EBGL bepaalt dat: “1. Elke regulerende instantie of, naargelang van het geval, het Agentschap keurt de in overeenkomstig de leden 2, 3 en 4 door de TSB’s ontwikkelde voorwaarden of methodologieën goed. Alvorens de voorwaarden of methodologieën goed te keuren, herzien het Agentschap of de relevante regulerende instanties de voorstellen indien nodig, na raadpleging van de respectieve TSB’s, om ervoor te zorgen dat deze in overeenstemming zijn met het doel van deze verordening en bijdragen tot marktintegratie, non-discriminatie, effectieve mededinging en de goede werking van de markt.” 17. Verder bepaalt artikel 4.7, van de EBGL dat: “Wanneer de TSB’s hebben nagelaten om overeenkomstig de artikelen 5 en 6 binnen de bij deze verordening vastgestelde termijnen een eerste of gewijzigd voorstel voor voorwaarden of methodologieën in te dienen bij de relevante regulerende instanties of het Agentschap, zenden zij de relevante regulerende instanties en het Agentschap de relevante ontwerpen van de voorstellen voor de voorwaarden of methodologieën toe en verduidelijken zij waarom geen overeenstemming is bereikt. Het Agentschap, alle relevante regulerende instanties gezamenlijk of de relevante regulerende instantie nemen de passende maatregelen om de vereiste voorwaarden of methodologieën overeenkomstig artikel 5 vast te stellen, bijvoorbeeld door wijzigingen aan te vragen of de ontwerpen te herzien en aan te vullen overeenkomstig dit lid, ook wanneer geen ontwerpen zijn ingediend, en deze goed te keuren.” 18. Artikel 6.1, van de EBGL bepaalt: “1. Wanneer het agentschap, alle relevante regulerende instanties gezamenlijk of de relevante regulerende instantie een wijzigingsverzoek indienen teneinde de overeenkomstig respectievelijk artikel 5, leden 2, 3 en 4 ingediende voorwaarden of methodologieën te kunnen goedkeuren, dienen de desbetreffende TSB’s of ter goedkeuring een voorstel voor gewijzigde voorwaarden of methodologieën in binnen twee maanden na ontvangst van het wijzigingsverzoek van het Agentschap of de bevoegde regulerende instanties. Het Agentschap en de relevante regulerende instanties nemen een besluit over de gewijzigde voorwaarden of methodologieën binnen twee maanden na de indiening ervan.” 19. Tot slot, bepaalt artikel 6.3, van de EBGL dat: “Het Agentschap of de regulerende instanties, wanneer zij verantwoordelijk zijn voor de vaststelling van de voorwaarden of methodologieën, kunnen respectievelijk overeenkomstig artikel 5, leden 2, 3 en 4, voorstellen tot wijziging van die voorwaarden of methodologieën aanvragen en een termijn vaststellen voor de indiening van die voorstellen. De TSB’s die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van een voorstel voor voorwaarden of methodologieën kunnen bij de regulerende instanties of het Agentschap voorstellen tot wijziging van deze voorwaarden of methodologieën doen. De voorstellen voor wijzigingen van de voorwaarden of methodologieën worden overeenkomstig de procedure van artikel 10 ter raadpleging voorgelegd en worden goedgekeurd overeenkomstig de in de artikelen 4 en 5 uiteengezette procedure.” Niet-vertrouwelijk 12/33 1.1.3. ACER BESLUIT 18/2020 20. Op 15 juli 2020 nam ACER een besluit 18/20201 om de belangrijkste eigenschappen van de onbalansverrekening te harmoniseren in Europa. Maakt onder meer het voorwerp van het ACER besluit 18/2020 uit: de bepalingen over de onbalansprijs voor positieve en negatieve onbalansen, inclusief additionele componenten. 21. De artikelen 9
(1)tot 9
(5)van het ACER besluit 18/2020 over de standaardcomponenten en het artikel 9
(6)van het ACER besluit 18/2020 betreft de additionele componenten van het ACER besluit 18/2020. Deze artikelen stellen uitdrukkelijk dat alle componenten voor de berekening van de onbalansprijs voor onbalansen in positieve of negatieve richting, beschreven moeten worden in de T&Cs BRP. De deadline van achttien maanden voorzien in artikel 12
(3), van het ACER besluit 18/2020 om hieraan te voldoen, liep af op 15 januari
  1. Voor ‘alle componenten’ van de onbalansprijsberekening verwijst de CREG naar artikel 18.6, k), van de EBGL (paragraaf 10 van huidige beslissing). De artikelen 55.4 en 55.5, van de EBGL beschrijven de minimale en maximale waarden die de onbalansprijs mag aannemen (standaard- en additionele componenten). 1.
  2. Belgisch recht 1.2.
  3. GEDRAGSCODE ELEKTRICITEIT
  4. Bij wet van 21 juli 2021 werd aan artikel 11 van de elektriciteitswet een paragraaf 2 toegevoegd, die de CREG bevoegd verklaart om, bij middel van een beslissing, een gedragscode voor het beheer van het transmissienet voor elektriciteit vast te stellen. De gedragscode elektriciteit stelt de voorwaarden vast voor: - De aansluiting op en toegang tot het transmissienet, op voorstel van de transmissienetbeheerder Elia; - De verstrekking van ondersteunende diensten; - De toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer.
  5. Artikel 119, § 4, van de gedragscode elektriciteit bepaalt dat de type-overeenkomst van BRP ten minste de volgende elementen bevat: “1° de voorwaarden voor BRP’s met toepassing van de artikelen 5.5, 18.1, en 18.6 van de Europese richtsnoeren EBGL; 2° desgevallend, de toepassing van art. 18.7, d) en g), van de Europese richtsnoeren EBGL; 3° de modaliteiten voor de invordering door of voor de transmissienetbeheerder van eventuele onbetaalde bedragen van de balanceringsverantwoordelijke; 1 https://documents.acer.europa.eu/Official_documents/Acts_of_the_Agency/Pages/Annexes-to-the-DECISION-OFTHE-AGENCY-FOR-THE-COOPERATION-OF-ENERGY-REGULATORS-No-18-2020.aspx Niet-vertrouwelijk 13/33 4° de betalingsmodaliteiten, bepalingen en de termijnen betreffende facturen aan de balanceringsverantwoordelijke; 5° de bepalingen betreffende de vertrouwelijkheid, onder meer van de commerciële gevoelige informatie; 6° de regeling van geschillenbeslechting, met inbegrip van, in voorkomend geval, de bepalingen inzake bemiddeling en arbitrage; 7° de identiteit en de gegevens van de partijen, alsook deze van hun respectievelijke vertegenwoordigers; 8° de bepalingen inzake opschorting, opzegging en beëindiging van het contract van balanceringsverantwoordelijke; 9° de verwijzing naar de modaliteiten voor de balanceringsverantwoordelijke in de typetoegangsovereenkomst voor de eenzijdige opzegging van zijn aanwijzing als balanceringsverantwoordelijke bedoeld in artikel 102.” Verder is het afsluiten van een overeenkomst van BRP afhankelijk van het voorleggen van een financiële garantie (artikel 119, § 2, van de gedragscode elektriciteit) en treedt de overeenkomst van BRP in werking uiterlijk 10 werkdagen na ontvangst door Elia van de ondertekende overeenkomst door de BRP, met bewijs van financiële garantie (artikel 119, §3, van de gedragscode elektriciteit). 1.
  6. Arrest Marktenhof van 3 mei 2023
  7. Het Marktenhof heeft bij arrest van 3 mei 2023 de beslissing (B)2450 wat betreft de datum van 7 oktober 2022 geannuleerd. Het Marktenhof komt tot dit besluit omdat de datum van 7 oktober 2022, vastgesteld door de CREG in haar beslissing (B)2433, geen redelijke termijn is die Elia toelaat om, met toepassing van artikel 6.3 van de EBGL, een voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP, na openbare raadpleging, bij de CREG in te dienen, en dit gelet op de termijn die de CREG zelf heeft benut om, met toepassing van artikel 6.3 van de EBGL, een wijziging van de T&Cs BRP vast te stellen bij beslissing (B)
  8. Daarnaast laat het Marktenhof toe dat de CREG, op grond van haar discretionaire bevoegdheid, aan Elia mag vragen om alle elementen voor het berekenen van de onbalansprijs in extenso op te nemen, hetzij in de T&C BRP, hetzij in het tariefvoorstel. Het document waarin geen in extensio beschrijving voor het berekenen van de onbalansprijs is opgenomen, maakt melding van een verwijzing naar het document waarin de elementen voor het berekenen van de onbalansprijs in extensio beschrijving voor het berekenen van de onbalansprijs zijn opgenomen; Niet-vertrouwelijk 14/33 Onder ‘discretionaire bevoegdheid’ verstaat de CREG de bevoegdheid “waarbij de overheid over een grote mate van beleidsvrijheid beschikt in de keuze van de middelen om het wettelijk gestelde doel te bereiken.”2 Om de wet te kunnen toepassen, moet de overheid een beleidskeuze maken. Deze beleidskeuze mag niet onredelijk zijn en dient het algemeen belang te dienen
  9. In de punten 103 en 104 van het arrest van 3 mei 2023 geeft het Marktenhof impliciet te kennen dat de vraag vanwege de CREG om de onbalansprijsberekening in extenso op te nemen in de T&Cs BRP, niet als kennelijk onredelijk kan worden beschouwd.
  10. Op basis haar discretionaire bevoegdheid is de CREG van oordeel dat alle componenten voor de berekening van de onbalansprijs in extenso moeten worden opgenomen in de T&Cs BRP. Elia heeft in haar tariefvoorstel 2024-2027 aan de vraag van de CREG, gevolg gegeven door voor wat betreft de alfa-component van de onbalansprijsberekening, na aansluiting tot één van de EUplatformen, verwezen wordt naar de T&C BRP. 2 J. DUJARDIN en J. VANDE LANTOTTE, Basisbegrippen Publiek Recht, die keure, 2001, p.
  11. Zie in dezelfde zin P. LEWALLE en L. DONNAY, Contentieux administratif, Larcier, 2008, p. 1066-1067 waar wordt gesteld dat “en pareil cas, l’administration a le choix entre une gamme plus ou moins étendue de décisions, également régulières” en I. OPDEBEEK en S. DE SOMER, Algemeen Bestuursrecht Grondslagen en beginselen, Intersentia, 2019, p. 93 die stellen dat “[b]eleidsvrijdheid impliceert dat redelijk handelende overheden, geplaatst in dezelfde omstandigheden, tot verschillende (wettige) beslissingen kunnen komen”. 3 J. VANDE LANTOTTE en G. GOEDERTIER, Handboek Belgisch Publiekrecht, die keure, 2010, p.
  12. Niet-vertrouwelijk 15/33
  13. ANTECEDENTEN 2.
  14. Algemeen
  15. De T&Cs BRP bestaan uit: - Deel 1: de implementatietermijn, het voorwerp en het toepassingsgebied, een beschrijving van het verwachtte effect op de doelstellingen van de EBGL en het gebruik van de taal; - Deel 2: het BRP-contract, nu opgedeeld in 14 secties (algemene en specifieke voorwaarden), met 6 bijlagen.
  16. Op 18 juni 2018 heeft de CREG van Elia een goedkeuringsaanvraag ontvangen van het voorstel voor T&Cs BRP. Op 28 maart 2019 heeft de CREG bij beslissing Elia verzocht haar voorstel te wijzigen. Op 14 mei 2019 heeft de CREG een gewijzigd voorstel ontvangen, dat de CREG op 27 mei 2019 bij beslissing (B)1913/2 heeft goedgekeurd
  17. De CREG formuleert niettemin een aantal vragen die Elia in acht moet nemen voor een volgend voorstel van T&Cs BRP.
  18. Op 3 december 2019 heeft de CREG een voorstel tot wijziging van T&Cs BRP van Elia ontvangen in het kader van de integratie van de procedure voor het beheer van storm op zee. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd bij beslissing (B)2013 op 20 december
  19. De CREG heeft op 18 december 2020 een voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP in het kader van de implementatie van energieoverdracht voor de day-ahead en intraday markten van Elia ontvangen, samen met een tweede voorstel betreffende het contract van aanbieder van flexibiliteitsdiensten Day Ahead/ Intraday (FSP DA/ID). Beide voorstellen behandelen de uitbreiding van de energieoverdracht op de Day-Ahead- en Intradaymarkten. Het contract FSP DA/ID beschrijft de rechten en verplichtingen van Elia en de aanbieder van flexibiliteitsdiensten die hun flexibiliteit op de Day-Ahead- en/of Intradaymarkten wil valoriseren. Dit voorstel werd door de CREG goedgekeurd op 29 april
  20. Het voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP in het kader van de implementatie van energieoverdracht voor de day-ahead en intraday markten, heeft als doel om in de T&Cs BRP de uitbreiding van de ‘Regels van de Energieoverdracht in de voormelde markten’ te integreren. De CREG heeft dit voorstel in een eerste fase goedgekeurd, met uitzondering van artikel 9.1 van het BRP-contract. Op 7 mei 2021 werd door Elia een gewijzigd voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP in het kader van de implementatie van energieoverdracht voor de day-ahead en intraday markten ingediend. De CREG heeft op 17 februari 2021 bij beslissing (B)2204/1 het gewijzigd voorstel goedgekeurd
  21. Op 7 mei 2021 werd door Elia een gewijzigd voorstel betreffende artikel 9.1 van het BRP-contract ingediend dat door de CREG bij beslissing(B)2204/2 werd goedgekeurd op 20 mei
  22. 4 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b1913/2 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2013 6 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2222NL.pdf 7 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2204/1 8 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2204-2NL.pdf 5 Niet-vertrouwelijk 16/33
  23. Op 17 september 2021 heeft Elia een voorstel tot wijziging van T&C BRP ingediend, in het kader van de progressieve relaxatie van de day-ahead evenwichtsverplichting die momenteel van toepassing is op BRPs. De CREG heeft dit voorstel op 21 oktober 2021 goedgekeurd bij beslissing (B)
  24. Met haar beslissing (B)658E/77 heeft de CREG het geactualiseerd tariefvoorstel van Elia goedgekeurd dat de parameter ‘alfa-component’ van het tarief ter compensatie van het onevenwicht, wijzigt. In punt 3.7 van deze beslissing vermeldt de CREG dat op termijn elke bijkomende component die aan het tarief ter compensatie van het onevenwicht wordt toegevoegd, op grond van Europese regelgeving, niet in een tariefvoorstel maar in de T&Cs BRP moet worden opgenomen.
  25. Ingevolge deze beslissing heeft de CREG op 7 april 2022 aan Elia een schrijven gericht waarin gevraagd wordt om met toepassing van artikel 6.3 van de EBGL een voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP bij de CREG in te dienen voor goedkeuring na openbare raadpleging. Met dit verzoek tot wijziging van de T&Cs BRP beoogt de CREG dat de standaardcomponenten voor de berekening van de onbalansprijs en de eventuele additionele componenten, zoals bedoeld in artikel 9 van bijlage 1 van de ACER besluit 18/2020 van 15 juli 2020, opgenomen worden in de T&Cs BRP.
  26. Met haar beslissing (B)2433 van 19 juli 2022 keurt de CREG het voorstel van Elia tot wijziging van de balanceringsregels voor de compensatie van de kwartieronevenwichten goed. Met deze beslissing worden onder meer de artikelen 16 en 17 van de balanceringsregels gewijzigd die verband houden met de standaardcomponenten voor de berekening van de onbalansprijs, zoals bedoeld in artikel 9
(1)tot 9
(5)van bijlage 1 van de ACER besluit 18/2020 van 15 juli
  1. De reden die Elia opgeeft voor het behoud van de berekening van de onbalansprijs in de balanceringsregels en deze berekening niet verplaatst naar de T&Cs BRP, is omdat in het goedgekeurd tariefvoorstel voor de periode 2020-2023 betreffende de onbalansprijsberekening, verwezen wordt naar de balanceringsregels. Bijgevolg kan, aldus Elia, de verplaatsing naar de T&Cs BRP pas plaatsvinden na de tariefperiode 2020-
  2. In deze beslissing herhaalt de CREG haar vraag om niettemin aan het wijzigingsverzoek gevolg te geven en wordt aan Elia een nieuwe termijn verleend, zijnde 7 oktober
  3. Op 3 augustus 2022 diende Elia met toepassing van artikel 28 van de elektriciteitswet tegen de beslissing (B)2433 een klacht in met het oog op een nieuw onderzoek. Op 3 oktober 2022 heeft de CREG zich uitgesproken over de klacht bij beslissing (B)
  4. De klacht werd ontvankelijk maar niet gegrond verklaard.
  5. Op 2 november 2022 heeft Elia bij het Marktenhof een verzoekschrift tot annulering van de beslissing (B)2450 ingediend.
  6. Op 9 maart 2023 heeft de CREG bij beslissing (B)24973 de T&Cs BRP, in het kader van de integratie van de onbalansprijsberekening, herzien en dit met toepassing van de artikelen 4.7 en 6.3 van de EBGL. Op datum van 24 maart 2023 diende Elia met toepassing van artikel 28 van de elektriciteitswet tegen deze beslissing een klacht in met het oog op een nieuw onderzoek.
  7. Het Marktenhof heeft bij arrest van 3 mei 2023 de datum van 7 oktober 2023, opgenomen in de beslissing (B)2450, geannuleerd. Het Marktenhof komt tot het besluit dat de datum van 7 oktober 2022, vastgesteld in de beslissing (B)2433, geen redelijke termijn is die Elia toelaat om, met 9 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2287NL.pdf Niet-vertrouwelijk 17/33 toepassing van artikel 6.3 van de EBGL, een voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP, na openbare raadpleging, bij de CREG in te dienen, gelet op de termijn die de CREG zelf heeft benut om, met toepassing van artikel 6.3 van de EBGL, de T&Cs BRP te herzien bij beslissing (B)
  8. Ingevolge dit arrest heeft de CREG bij beslissing (B)2554 van 17 mei 2023 de beslissing (B)2433 van 19 juli 2022 gedeeltelijk ingetrokken, meer bepaald, de vraag aan Elia om een voorstel tot wijziging van de T&C BRP bij de CREG in te dienen tegen ten laatste 7 oktober 2022, dat rekening houdt met de paragrafen 71 en 74 van de beslissing (B)
  9. Daarnaast heeft de CREG de beslissing (B)2497 van 9 maart 2023 waarin de CREG de T&Cs BRP herziet in zijn geheel ingetrokken. In diezelfde beslissing (B)2554 wordt aan Elia opnieuw de vraag gesteld om bij de CREG een voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP in te dienen tegen 18 september 2023 waarin de standaardcomponenten voor de berekening van de onbalansprijs, inclusief eventuele additionele componenten, zoals bedoeld in artikel 9.6 van bijlage 1 van de ACER Besluit 18/2020 van 15 juli 2020, worden opgenomen.
  10. Op datum van 18 september 2023 heeft Elia een voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP bij de CREG ingediend voor goedkeuring. De CREG heeft op 30 november 2023 beslissing (B)2688 genomen, dat onder meer een verzoek tot wijziging van het door Elia ingediende voorstel bevat.
  11. Op datum van 30 januari 2024 heeft Elia een gewijzigd voorstel van T&C BRP in het Frans ingediend. De Nederlandse versie van het gewijzigd voorstel van de T&C BRP werd bij de CREG ingediend op 16 februari
  12. Met dit voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP beoogt Elia gevolg te geven aan het wijzigingsverzoek van 30 november 2023 van de CREG.
  13. Op 16 februari 2024 heeft Elia, ter informatie, een evaluatieplan bij de CREG ingediend dat de interpretatie van artikel 2 van het gewijzigd voorstel van T&C BRP moet ondersteunen.
  14. Voor de bespreking van de openbare raadpleging verwijst de CREG naar de paragrafen 43 tot en met 63 van haar beslissing (B)
  15. Niet-vertrouwelijk 18/33
  16. ANALYSE EN BEOORDELING VOORGESTELDE WIJZIGINGEN 3.
  17. Algemene voorafgaande opmerkingen VAN DE
  18. Het onderzoek van de wijzigingen zal gebeuren in dezelfde volgorde als de volgorde van de wijzigingen gevolgd door Elia in de T&C BRP.
  19. De CREG verwijst naar beslissing (B)2688 van 30 november 2023 voor een gedetailleerde uiteenzetting van haar evaluatie van de cap&floor, de dead band, en de alfa-component.
  20. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van Elia dat de goedgekeurde Nederlandstalige en Franstalige versie van de T&C BRP met elkaar overeenstemmen.
  21. Tot slot, formuleert de CREG een voorbehoud, met name een goedkeuring van de wijzigingen van de T&C BRP niet betekent dat de CREG afstand doet van haar bevoegdheden voorzien in de artikelen 6.1 en 6.2 van de EBGL. 3.
  22. Bespreking 3.2.
  23. ARTIKEL 2: IMPLEMENTATIEPLAN
  24. In artikel 2 ‘Implementatieplan’ van het voorstel tot wijziging T&C BRP, voegt Elia een punt
(2)toe dat luidt als volgt: “Elia verbindt zich ertoe om in samenwerking met de marktspelers een gedetailleerd evaluatieplan voor de regels voor de berekening van de Onevenwichtsprijs te ontwikkelen, en deze in te dienen bij de CREG zodat deze laatste dit evaluatieplan kan gebruiken als instrument om de voorgestelde versie van de T&C BRP te evalueren. Dit gedetailleerde evaluatieplan werd een eerste keer besproken tijdens de Working Group Balancing van 18 december 2023. Er werd gevraagd aan de marktspelers om hun feedback op het plan in te dienen voor 15 januari 2024, zodat deze feedback, samen met een finaal evaluatieplan, gepresenteerd en besproken kunnen worden op de vergadering Working Group Balancing van 7 februari 2024. Het doel van het plan zal eruit bestaan te evalueren of bepaalde elementen (e.g. cap/floor, alfa, dead band, het rekening houden met alle optimalisatiecycli voor de berekening van de aFRR-component) gebruikt in de berekening van de hoofdcomponenten en bijkomende component van de Onevenwichtsprijs nuttig zijn, of weggelaten kunnen worden, of verbeterd kunnen worden. Het evaluatieplan zal bestaan uit een observatieperiode, gevolgd door een periode van analyse 10. Dit zal leiden tot een aanbeveling om deze elementen te behouden, te verbeteren of (eventueel progressief) te verwijderen. Deze aanpassingen (verbeteren of verwijderen van de elementen) zullen voorgesteld worden van zodra vastgesteld wordt dat de aanpassingen in lijn zijn met de doelstellingen van het EBGL, hierbij in het bijzonder gelet op de doelstellingen beschreven in artikels 3.1(
  1. c)en 3.2(
  2. d)omtrent de nood tot het verzekeren van de veiligheid en de stabiliteit van het net. Na overleg met de CREG en de marktpartijen zal 10 De periode van analyse zal starten na het aflopen van de observatieperiode en maximaal 4 maanden duren Niet-vertrouwelijk 19/33 Elia een voorstel tot aanpassing van de T&C BRP 11 voorbereiden ter implementatie van de aanbevelingen. In dit voorstel tot aanpassing zal Elia artikels 2 (Implementatieplan) en/of 30 (regels voor de berekening van de Onevenwichtsprijs) van de T&C BRP aanpassen in lijn met de aanbeveling12. Daarnaast, indien nodig, zal Elia bekijken of het noodzakelijk is om artikel 16 van de T&C BRP, in het bijzonder de formulering van de evenwichtsverplichting van de BRPs, aan te passen, teneinde te garanderen dat deze verplichting te allen tijde in lijn blijft met de prijssignalen waaraan de BRP’s worden blootgesteld door toepassing van artikel 30 van de T&C BRP. In het geval dat de aanbeveling voorziet dat de cap en de floor in de regels van de berekening van de Onevenwichtsprijs beschreven in artikel 30 , gerelaxeerd worden, met als gevolg dat – in bepaalde situaties – de Belgische BRP’s blootgesteld zouden worden aan een Onevenwichtsprijs die hen aanzet tot het vergroten van de onbalans in de Belgische onbalansprijszone, dan zal de formulering van de evenwichtsverplichting beschreven in artikel 16.2 van de T&C BRP moeten herzien worden teneinde te vermijden dat de BRP beperkt wordt in zijn mogelijkheid om af te wijken van het evenwicht in zijn Evenwichtsperimeter, en dit enkel en alleen zou kunnen omwille van “Deelname van de Evenwichtsverantwoordelijken aan de globale doelstelling van behoud van het evenwicht van de regelzone”. De evaluatie zal gebeuren op basis van het volgende: • Enerzijds een analyse van de frequentie van het voorkomen, de omstandigheden van het voorkomen en het vastgestelde effect van de geëvalueerde elementen (e.g. cap/floor, alfa, dead band) op de Onevenwichtsprijs gedurende de observatieperiode en, • Anderzijds een analyse die toelaat in te schatten welke reactie de BRP’s zouden gehad hebben bij een andere Onevenwichtsprijs (i.e. een Onevenwichtsprijs berekend op basis van een formule die bepaalde geëvalueerde elementen weglaat), en dus de impact van die andere formules te evalueren ten opzichte van de doelstellingen van het EBGL. De evaluatie van het risico dat het net in gevaar gebracht wordt, in het bijzonder het risico op congestie, dat voortvloeit uit de toepassing van een alternatieve formule voor het berekenen van de Onevenwichtsprijs waarin bepaalde elementen – e.g. cap/floor, dead band, alfa, rekening houden met alle optimalisatiecycli in het berekenen van de aFRR component – worden weggelaten, zal doorslaggevend zijn bij het overwegen van de aanbeveling om deze elementen te relaxeren. Voor een aantal relevante kwartieren zal het risico op congestie geëvalueerd worden, door middel van de ingeschatte reactie van de BRP’s op een andere Onevenwichtsprijs (berekend op basis van een alternatieve formule), de informatie met betrekking op de beschikbare residuele capaciteit aan de grenzen en de informatie met betrekking op lokaal beschikbare aFRR reserves. Andere risico’s, hieraan gerelateerd, worden eveneens geëvalueerd en gebruikt als elementen om de aanbeveling te staven. Deze risico’s zijn onder andere (maar niet beperkt tot) de volgende: • Het risico op het niet volgen van het algemeen principe van de verrekeningsbeginselen zoals voorzien in artikel 44.1(
  3. a)van het EBGL, hetgeen stelt dat er passende economische signalen dienen gegeven te worden die een weerspiegeling vormen van de onbalans; 11 Elia zal beschikken over een periode van 19 weken, vanaf het einde van de periode van analyse, om het voorstel tot aanpassing van de T&C BRP in te dienen bij de CREG, tenzij de CREG en Elia gezamenlijk beslissen deze periode te verlengen teneinde andere aanpassingen (die noodzakelijk kunnen zijn in het kader van een lopend project) te verwerken in dezelfde revisie van de T&C BRP, en op die manier te vermijden dat er twee overlappende trajecten van aanpassing van de T&C BRP zouden zijn 12 Merk op dat ook in het geval van een aanbeveling tot het ongewijzigd laten van de formule voor het berekenen van de Onevenwichtsprijs Elia een aanpassing zal doen aan de T&C BRP. In dat geval wordt enkel artikel 2 van de T&C BRP aangepast. Niet-vertrouwelijk 20/33 • Het risico op het niet volgen van het algemeen principe van de verrekeningsbeginselen zoals voorzien in artikel 44.1(
  4. a)van het EBGL, hetgeen stelt dat ervoor gezorgd dient te worden dat onbalansen worden verrekend tegen een prijs die een weergave vormt van de realtimeenergiewaarde; • Het risico op vermindering van de efficiëntie van de balancering (conform artikel 3.1(
  5. b)van het EBGL; • Het risico van het vergroten van de belemmeringen tot het betreden van de markt voor nieuwe marktdeelnemers of voor de integratie van hernieuwbare energiebronnen (conform artikels 3.1(
  6. e)en (
  7. g)van het EBGL, De aanbeveling van Elia voorziet in het bijzonder dat de formule van de Onevenwichtsprijs automatisch evolueert teneinde te garanderen dat de uitkomst van de berekening van de Onevenwichtsprijs voldoet aan de interpretatie van de CREG van de grensvoorwaarden van artikels 55.4 en 55.5 van het EBGL, tenzij een dergelijke formule de veiligheid van het systeem in gevaar brengt of niet pertinent is vanuit een technisch-economisch standpunt. Indien geen enkele formule kan opgesteld worden die beantwoordt aan de technisch-economische vereisten en die voldoet aan de grensvoorwaarden voorzien in artikels 55.4 en 55.5 van het EBGL, dienen deze grensvoorwaarden in vraag gesteld te worden. In dat geval zullen Elia en de CREG samenwerken om deze bepalingen te laten evolueren op Europees niveau. Het niveau van granulariteit van de uitwerking van de analyses uitgevoerd door Elia zal zodanig zijn dat deze toelaten een inschatting te maken van bovenvermelde risico’s. Bijvoorbeeld, indien een feitelijk onderbouwde analyse zou aantonen dat de cap en floor nooit de Onevenwichtsprijs bepalen, kan geconcludeerd worden dat een formule zonder cap en floor een niet-significant risico inhoudt voor gevaar voor het net, en dat in de beschouwde context het aanvaardbaar zou zijn om deze parameters progressief te relaxeren (met de mogelijkheid om deze indien nodig snel te herintroduceren). In deze situatie zou het ook niet mogelijk zijn om kwarturen te selecteren om de impact van deze verschillende formules, met en zonder cap/floor, te vergelijken ten opzichte van de objectieven van het EBGL. De periode waarin de observatie wordt uitgevoerd, zal starten van zodra het evaluatieplan wordt goedgekeurd door de CREG en dat België zich aansluit bij het aFRR balancing platform, en zal 12 maanden duren. Een referentiesituatie zal worden gedefinieerd, gebaseerd op een voldoende representatieve periode die plaatsvond voor het aansluiten bij de balancingplatformen, teneinde de ingeschatte risico’s van de verschillende mogelijke formules voor het berekenen van de Onevenwichtsprijs te kunnen vergelijken met de referentiesituatie (die wordt aanvaardbaar geacht door de marktpartijen). Bijgevolg, indien het risico op congestie bij een alternatieve formule voor het berekenen van de Onevenwichtsprijs niet als groter wordt ingeschat, met betrekking tot de frequentie van het voorkomen of ernst van de congesties die effectief werden vastgesteld tijdens de referentieperiode, zou kunnen besloten worden dat het aanvaardbaar is deze nieuwe formule te implementeren (ten minste wat betreft de veiligheid van het net). Tenslotte, gegeven het belang van het onderwerp en de onzekerheid van de marktevoluties volgend op de aansluiting bij de Europese platformen, verbindt Elia zich er toe de marktpartijen en de CREG een driemaandelijks rapport ter beschikking te stellen, met een aantal belangrijke statistische indicatoren die toelaten de impact van de geëvalueerde elementen (e.g. cap/floor/dead band) in te schatten en de evolutie op te volgende gedurende de observatieperiode.” 50. Het evaluatieplan, zoals gecommuniceerd door Elia aan de CREG op 16 februari 2024, maakt geen deel uit van de goedkeuringsaanvraag die op 30 januari 2024 door Elia bij de CREG werd ingediend en maakt dus geen deel uit van deze goedkeuringsbeslissing. Niet-vertrouwelijk 21/33 51. Artikel 2 van het gewijzigd voorstel van T&C BRP somt op welke componenten geëvalueerd zullen worden, namelijk de cap&floor, de alpha-component, de dead band en de component dat rekening houdt met alle optimalisatiecycli voor de berekening van de aFRR-component. Elia komt met deze voorgestelde wijziging tegemoet aan de opmerking van de CREG opgenomen in paragraaf 69 van de beslissing (B)2688. 52. De CREG stelt vast dat systeemveiligheid en stabiliteit van het net de belangrijkste indicator is om een verbetering, verwijdering of versoepeling van elk van de bovengenoemde componenten voor te stellen. Artikel 2 van het gewijzigd voorstel van T&C BRP meldt dat de evaluatie van het veiligheidsrisico voor het net doorslaggevend zal zijn bij het formuleren van een aanbeveling om al dan niet de cap&floor, de dead band, de alpha component en/of de component dat rekening houdt met alle optimalisatiecycli in het berekenen van de aFRR-component, te versoepelen. Verderop wordt in artikel 2 ook nog gespecifieerd dat voor de evaluatie betreffendesysteemveiligheid en stabiliteit van het net in het bijzonder aandacht besteed zal worden naar het risico op congesties. 53. De CREG heeft in haar beslissing (B)2688 van 30 november 2023 de negatieve impact van de verschillende componenten op de objectieven van de EBGL en op de verrekeningsprincipes, uitvoerig uiteen gezet. De CREG verwijst ook naar de paragrafen 70, 116, 137, 140, 143 en 159 van haar beslissing (B)2688 van 30 november 2023 waarin zij stelt dat belemmeringen voor grensoverschrijdende transacties op elektriciteitsmarkten en aanverwante dienstenmarkten, geleidelijk weggenomen moeten worden. Door systeemveiligheid als doorslaggevend te beschouwen, kan de CREG de wijziging voorgesteld in artikel 2 van het gewijzigd voorstel van T&C BRP, zijnde dat een versoepeling van één of meerdere componenten slechts voorgesteld zal worden indien de evaluatie aantoont dat de versoepeling van deze componenten tot een beheersbaar risico op congesties leidt, aanvaarden. De CREG merkt hierbij wel op dat een onderscheid gemaakt tussen systeemveiligheid bij verwijdering van een of meerdere componenten en bij een versoepeling van een of meerdere componenten. 54. Verder stelt Elia ook voor om de aanbeveling te stofferen met een evaluatie van andere risico’s. Voor de CREG zijn bijkomende evaluaties aanvaardbaar. Echter, voor de CREG zal enkel het risico op systeemveiligheid als doorslaggevende indicator gelden voor de beoordeling van de aanbeveling (verwijdering, versoepeling, verstrenging) die door Elia zal worden gedaan. 55. De toepassing van de grensvoorwaarden, zoals vereist door artikel 9 van ACER besluit 18/2020 van 15 juli 2020, is, naast de evaluatie van het systeemveiligheidsrisico, ook onderhevig aan een evaluatie “vanuit een technisch-economisch standpunt”. Evenwel de CREG stelt vast dat in het gewijzigd voorstel tot wijziging van de T&C BRP de “Technisch-economische vereisten” niet worden verduidelijkt in artikel 2, waardoor de CREG dit begrip niet kan goedkeuren. De CREG bespreekt dit verder in paragraaf 61 van deze beslissing. 56. Om het congestierisico in te schatten, worden door Elia ook de reacties die BRPs zouden gehad hebben bij een andere onbalansprijs, ingeschat. Deze "what if”-analyses worden door Elia momenteel nog ontwikkeld en zullen een bovengrens en ondergrens bepalen van de gemiddelde BRP-reacties in plaats van een exacte inschatting ervan13. 13 Zie hoofdstuk “Scenario Analysis” op pagina 10 van het evaluatieplan zoals gecommuniceerd op 16 februari 2024 aan de CREG Niet-vertrouwelijk 22/33 In haar verklarende nota geeft Elia geen reden op waarom een “what-if” analyse beter zou zijn dan werkelijk opgedane ervaringen. De CREG is bij het nemen van huidige beslissing niet in staat om de accuraatheid en de betrouwbaarheid van de door Elia nog te ontwikkelen en te testen methoden, te beoordelen. De CREG stelt vast dat het niet uit te sluiten valt dat Elia niet in staat zal zijn om voldoende accurate en betrouwbare inschatting van BRP-reacties te maken. Het blijft met andere woorden onduidelijk of de evaluatie aan de hand van “what-if”-analyses gelijkwaardig zal kunnen worden beschouwd als een evaluatie aan de hand van werkelijke opgedane ervaringen. Artikel 2 van het gewijzigd voorstel van T&C BRP komt daarom niet volledig tegemoet aan de opmerking van de CREG zoals beschreven in paragraaf 70 van beslissing (B)2688 van 30 november 2023. Indien de inschattingen van BRP-reacties onvoldoende accuraat en betrouwbaar zouden zijn om de congestierisico’s accuraat en betrouwbaar te kunnen inschatten, verwacht de CREG dan ook dat de aanbeveling automatisch een stapsgewijze versoepeling bevat waardoor de accuraatheid en betrouwbaarheid van de analyses dichter aanleunt bij een evaluatie op werkelijke, geobserveerde gegevens, zoals door de CREG ook had gevraagd in haar beslissing (B)2554. De CREG vraagt daarom aan Elia om de accuraatheid en betrouwbaarheid van de te ontwikkelen en te testen methoden maximaal te objectiveren binnen het kader van het evaluatieplan. 57. Artikel 2 van het gewijzigd voorstel van T&C BRP meldt dat het risico op congestie zal ingeschat worden door
(1)een ingeschatte reactie van BRPs op een andere onbalansprijs,
(2)de informatie met betrekking op de beschikbare residuele capaciteit aan de grenzen en
(3)de informatie met betrekking op lokaal beschikbare aFRR-reserves. De CREG merkt op dat de activering van aFRR-reserves een impact heeft op de onbalansprijs en dus automatisch ook de reactie van BRPs zal beïnvloeden. Het ingeschatte risico op systeemveiligheid zal dus rekening moeten houden met de activering van aFRR-reserves, zij het proactief ter compensatie van de BRP-reacties of reactief ter compensatie van de FRCE. De CREG vraagt zich af waarom Elia enkel de lokaal beschikbare aFRR-reserves gebruikt binnen de methode ter bepaling van het congestierisico. Activaties van mFRR-reserves compenseren ook de reacties van BRPs binnen de frequentiehersteltijd. In de veronderstelling dat Elia BRP-reacties accuraat en betrouwbaar zou kunnen inschatten op het moment van activatie van FRR-reserves, en dus ook hun impact op het congestierisico kan inschatten, zou Elia ook mFRR-reserves kunnen proactief activeren om dit congestierisico te beheren. De informatie met betrekking op lokaal beschikbare mFRR-reserves is in dit geval relevant en dient in rekening gebracht te worden bij de bepaling van het congestierisico.
  1. De CREG verwacht dat Elia ook zal kunnen aantonen dat de BRP-reacties worden veroorzaakt door inefficiënte onbalansprijzen en dat deze inefficiëntie zijn oorsprong vindt in de onbalansprijsberekening. Immers, inefficiënte onbalansprijzen die veroorzaakt worden door inefficiënties in de marktwerking, in de regels betreffende de levering van FRR-diensten, en/of in daaruit voortvloeiende technische vereisten, kunnen niet opgelost worden door interventies in de onbalansprijsvorming. De oplossing ervan moet gezocht worden in een verbetering van de marktwerking, de regels en/of de vereisten. Indien dit vastgesteld wordt, verwacht de CREG van Elia dat ze, in parallel met de aanbeveling van een afzwakking van één of meerdere componenten in de onbalansprijsberekening, aanpassingen voorstelt betreffende de werking van de markt, de regels, en/of aan de vereisten.
  2. Artikel 2 van het gewijzigd voorstel van de T&C BRP meldt ook dat een referentiesituatie zal worden gedefinieerd, teneinde de ingeschatte congestierisico’s van de verschillende mogelijke formules voor het berekenen van de onbalansprijs te kunnen vergelijken met de referentiesituatie. In concreto betekent dit dat, indien het risico op congestie bij een alternatieve formule niet groter Niet-vertrouwelijk 23/33 wordt ingeschat dan het risico dat werd vastgesteld tijdens de referentieperiode, de nieuwe formule aanvaardbaar is om te implementeren. Om het risico te bepalen baseert artikel 2 zich op zowel de frequentie van voorkomen als de ernst van de congesties. Verwijzend naar paragraaf 127 van beslissing (B)2688 van 30 november 2023, zijn er historische observaties gekend waarbij een overschrijding van een commerciële congestie door de FRCE niet geleid heeft tot een onbeheersbaar congestierisico in reële tijd. Daarom kan de CREG deze stellingaanname slechts aanvaarden indien de beschikbare residuele capaciteit op de grenzen rekening houdt met de effectieve marge die beschikbaar is of gemaakt kan worden. De bewijslast ligt dus bij Elia. Elia dient aan te tonen, via de evaluatie, dat een versoepeling of verwijdering van één of meerdere componenten onmogelijk is omwille van een onbeheersbaar congestierisico.
  3. Het evaluatieplan bevat ook een indicatieve lijst van indicatoren en een evaluatiemethode. Het document houdt voornamelijk een beschrijvende statistiek in zonder specifieke, meetbare indicatoren erin op te nemen. Tot slot, wordt in het hoofdstuk “Recommendation” hoofdzakelijk aandacht besteed aan de contextuele risico’s en veel minder aan het doorslaggevend congestierisico, zoals verwoord in artikel 2 van het gewijzigd voorstel van de T&C BRP. De CREG zal bijgevolg aan de beschrijving opgenomen in artikel 2 van het gewijzigd voorstel van de T&C BRP voorrang geven in geval van inconsistenties met of onduidelijkheden in het op 16 februari 2024 gecommuniceerde evaluatieplan.
  4. Het evaluatieplan meldt op pagina 19 dat de “technisch-economische pertinentie” gelijkgesteld wordt aan de weergave van het prijssignaal en de continuïteit van de prijsvorming. Zonder zich uit te spreken over de “technisch-economische pertinentie” merkt de CREG op dat zowel de weergave van het prijssignaal, als de continuïteit van de prijsvorming aspecten zijn van de balanceringsenergiemarkten en niet noodzakelijk de onbalansprijsvorming. Indien in de aanbeveling geconcludeerd zou worden dat de grensvoorwaarde niet “technischeconomisch pertinent” is, moet de oorzaak hiervan geïsoleerd worden. Verwijzend naar paragraaf 157 van beslissing (B)2688 van 30 november 2023, is het de balanceringsenergiemarkt die verbeterd moet worden indien de oorzaak zich daar bevindt.
  5. Artikel 2 van het gewijzigd voorstel van de T&C BRP meldt een driemaandelijks rapport ter beschikking zal worden gesteld. Deze wijziging komt tegemoet aan de opmerking van de CREG in paragraaf 70 van beslissing (B)2688 van 30 november
  6. De CREG stelt vast dat in artikel 2 van het gewijzigd voorstel van de T&C BRP Elia een engagement opneemt om artikel 16.2 van de T&C BRP te herzien, zijnde de BRP in de mogelijkheid te stellen de systeemonbalans in de Belgische onbalansprijszone te vergroten indien de onbalansprijsberekening deze prijssignalen zou geven. Met dit voorgestelde engagement wordt door Elia het principe dat de BRP het Europese elektriciteitssysteem moet helpen in evenwicht brengen, niet langer meer in vraag gesteld (zie paragraaf 77 van beslissing (B)2688 van 30 november 2023). Het opgenomen engagement maakt de herziening van artikel 16.2 van de T&C BRP afhankelijk van het resultaat van het evaluatieplan, dat besproken wordt in paragrafen 49 tot en met 61 van deze beslissing. De CREG aanvaardt deze voorzichtige manier van werken gelet op de erkenning van Elia dat de lezing van de term “elektriciteitssysteem” in artikel 17 van de EBGL een Europese invalshoek heeft, en dit zolang het congestierisico beheersbaar blijft. Niet-vertrouwelijk 24/33
  7. Gelet op de opmerkingen geformuleerd in paragrafen 50 tot en met 63 van deze beslissing, keurt de CREG artikel 2 van het gewijzigd voorstel van de T&C BRP goed. 3.2.
  8. ARTIKEL 3 : HET VERWACHTE EFFECT OP DE DOELSTELLINGEN VAN DE EBGL
  9. Artikel 3 van het gewijzigd voorstel van T&C BRP beschrijft het verwachte effect van de additionele component (alfa-component) op de doelstellingen van de EBGL als volgt: Gegeven dat de T&C BRP de toepassing van een bijkomende component voorziet in de opstelling van de Onevenwichtsprijs, teneinde te verzekeren dat de BRP’s handelen ten voordele van het Systeemevenwicht, en in het bijzonder te vermijden dat er belangrijke en langdurige onevenwichten zouden zijn, dewelke zonder deze bijkomende component zouden leiden tot een hogere toekomstige nood aan balanceringscapaciteit, conform de gebruikelijke methode om de benodigde balanceringscapaciteit te bepalen, wordt de efficiëntie van het balanceren versterkt, conform artikels 3
(1)b en 3
(2)c van dit reglement
  1. De CREG stelt vast dat het verwachte effect van de toepassing van de additionele component alfa wordt geassocieerd met de vermindering van de nood aan balanceringscapaciteit, en niet aan een noodzakelijke interventie om de systeemveiligheid in reële tijd te garanderen. Door een alfa-component voor te stellen, neemt Elia een maatregel om de lokale, Belgische systeemonbalans te verminderen, bovenop het annuleren van een buitenlandse prijsprikkel via de toepassing van de cap&floor. Het automatisch gevolg daarvan is dat Elia hiermee de balanceringskosten voor Belgische BRPs verhoogt ingevolge het prikkelen van de Belgische BRPs om de onbalansnettingsuitwisselingen tegen te werken. Naast het verhogen van de balanceringskosten in de regelzone van Elia, verhogen ook de balanceringskosten in het buitenland. Buitenlande TSBs zullen duurdere balanceringsmiddelen moeten activeren om de vermindering van onbalansnettingsuitwisselingen te compenseren. De Europese frequentieregeling wordt dus ten eerste in reële tijd op een ongecoördineerde manier gewijzigd en ten tweede via de dispatching van duurdere balanceringsmiddelen uitgevoerd, en dit zonder dat dit een verbetering van de frequentieregelkwaliteit teweegbrengt. Aldus is de argumentatie dat de alfa-component nodig is voor een efficiënte balancering niet overtuigend voor de CREG. De alfa-component vervangt enkel de balanceringsmiddelen die reeds ingezet waren door andere balanceringsmiddelen die nog niet ingezet waren. Aangezien het een vervanging betreft, blijft het totaal volume aan beschikbare balanceringsmiddelen in het systeem gelijk. Bijgevolg, kan dit in principe geen impact hebben op aan te leggen balanceringscapaciteit, of zou, als er toch een impact zou zijn, de methodologie voor de inschatting van de beschikbare balanceringsmiddelen in het systeem gewijzigd moeten worden, zodat alle beschikbare balanceringsmiddelen in het systeem weerspiegeld worden bij de inschatting van de beschikbare balanceringsmiddelen.
  2. De CREG stelt ook vast dat artikel 3 van het gewijzigd voorstel van de T&C BRP zich beperkt tot een beschrijving van slechts één enkele doelstelling, om hieruit dan te besluiten dat aan de doelstellingen van de EBGL is voldaan. De CREG verwijst naar de paragrafen 147 tot en met 158 van beslissing (B)2688 van 30 november 2023 waar de CREG aangeeft dat de alfa-component een negatief effect heeft op meerdere doelstellingen van de EBGL. Elia wordt bijgevolg uitgenodigd om, in geval van behoud, versoepeling of verstrenging van de alfacomponent, een volledige beschrijving op te nemen in artikel 3 wat betreft het verwachte effect van de alfa-component voor iedere doelstelling van de EBGL. Niet-vertrouwelijk 25/33 3.2.
  3. ARTIKEL 29: TARIEVEN EN FACTURERING:
  4. Artikel 29.3 van het gewijzigd voorstel van de T&C BRP stelt: De toepasselijke Tarieven zijn nettobedragen, te verhogen met de BTW. Deze bedragen zijn door [BRP] aan Elia verschuldigd in het geval van een factuur, en door Elia aan [BRP] verschuldigd in geval van kredietnota.
  5. De CREG stelt vast dat deze wijziging tegemoet komt aan de opmerking gemaakt in paragraaf 77 van beslissing (B)2688 van 30 november 2023, en keurt deze wijziging goed. 3.2.
  6. ARTIKEL 30: REGELS VOOR DE BEREKENING VAN DE ONEVENWICHTSPRIJS
  7. Artikel 30 van het gewijzigd voorstel van de T&C BRP werd op meerdere plaatsen aangepast met een schrapping van elke verwijzing naar de Tarieven.
  8. De CREG stelt vast dat deze aanpassingen een antwoord bieden op de opmerkingen van de CREG, geformuleerd in de paragrafen 74, 83 en 161 van beslissing (B)2688 van 30 november
  9. Toch merkt de CREG nog steeds een verwijzing naar de Tarieven op in artikel 30.6 van de T&C BRP. De CREG stelt weliswaar vast dat, alhoewel ze meermaals in beslissing (B)2688 van 30 november 2023 heeft uiteengezet dat de onbalansprijsberekening in extensio in de T&C BRP beschreven moet worden, en daarom elke verwijzing naar een ander regulatoir document verwijderd moet worden, ze deze opmerking niet expliciet heeft gemaakt in het kader van artikel 30.6 van de T&C BRP. Aldus vraagt de CREG aan Elia om tegen een eerstkomend voorstel ook de verwijzing naar de Tarieven in artikel 30.6 van de T&C BRP te verwijderen.
  10. De CREG stelt vast, op basis van pagina 20 e.v. van de verklarende nota, dat er gevolg gegeven wordt aan het verzoek van de CREG verwoord in paragraaf 159, eerste alinea, van de beslissing (B)2688 van 30 november 2023, met name onder welke additionele component de alfa-component gerangschikt moet worden overeenkomstig het ACER besluit 18/
  11. Elia verduidelijkt dat met de alfa-component prikkels gegeven worden aan BRPs om belangrijke en voortdurende kwartuurlijkse onevenwichten te vermijden. De alfa-component, zo redeneert Elia verder, vermijdt of vermindert aldus de te contracteren balanceringscapaciteit. Als gevolg, stelt Elia dat de alfa-component aanzien kan worden als een additionele component dat valt onder artikel 9
(6)(
  1. b)van het ACER besluit 18/2020, namelijk “een prikkelcomponent om aan nationale grensvoorwaarden te voldoen”. 74. Met betrekking tot de alfa-component als "prikkelcomponent”, verwijst Elia in eerste instantie naar een passage die geschreven werd door de CREG in een raadplegingsverslag (RA)110911 van 2 juni 2022. Met deze passage laat Elia gelden dat de CREG de nood van een additionele component zou hebben bevestigd. De CREG wijst erop dat de door Elia geciteerde passage, meer bepaald paragraaf 90 van het raadplegingsverslag, door de CREG gebruikt wordt om de keuze voor een tarief op basis van marginale prijzen te rechtvaardigen. Paragraaf 90 van het raadplegingsverslag geeft met andere woorden de boodschap dat er geen nood is aan de toepassing van een alfa-component aangezien marginale marktprijzen reeds voldoende prikkels geven aan BRPs om hun onbalansen te beheren. 75. Met betrekking tot “prikkelcomponent”, stelt de CREG vast dat Elia enkel het prikkelend karakter van de alfa-component motiveert wanneer de cap&floor-interventie toegepast wordt bij de bepaling van de onbalansprijs. Voor Elia is dus de alfa een bijkomende prikkel naast de cap&floor. Niet-vertrouwelijk 26/33 76. Met betrekking tot de “nationale grensvoorwaarde” argumenteert Elia dat de langdurige en persistente Belgische systeemonbalansen vermeden moeten worden teneinde de nodige aan te leggen balanceringscapaciteit niet te verhogen. De CREG verwijst naar paragraaf 147 van beslissing (B)2688 van 30 november 2023, dat uiteenzet dat de minimalisering van (de kosten voor) de aankoop van balanceringscapaciteit geen na te streven doel op zich is. De totale kosten geassocieerd aan systeemdiensten, inclusief balanceringsenergiekosten en andere diensten zoals congestiebeheer, moeten geminimaliseerd worden. Zoals in paragraaf 66 van deze beslissing wordt uiteengezet, verhoogt de alfa component de balanceringskosten bij BRPs, naast de andere negatieve effecten die de alfa-component heeft op de doelstellingen van de EBGL (zie hiervoor de beslissing (B)2688 van 30 november 2023). 77. Met betrekking tot de “nationale grensvoorwaarde” verduidelijkt Elia dat bij toepassing van de cap&floor-interventie voor de berekening van de onbalansprijs, BRPs geen prikkel krijgen om de lokale systeemonbalans te compenseren. De cap&floor is ontworpen om een neutrale prijsprikkel te genereren. Maar volgens Elia moeten BRPs wettelijk het lokale systeem helpen in evenwicht te brengen. Om aan deze randvoorwaarde te kunnen voldoen, acht Elia de toepassing van de alfacomponent bovenop de standaardcomponent van de onbalansprijs, noodzakelijk. Concreet stelt Elia voor om de alfa-component toe te passen vanaf een lokale systeemonbalans, die hoger (lager) is dan +150 MW (-150 MW) en vanaf de systeemonbalans langer dan een kwartier deze waarde van +/- 150 MW overschrijdt. De CREG verwijst ten eerste naar paragrafen 53, 77, 101, 136, 148, 153, en 156 van beslissing (B)2688 van 30 november 2023 waar de redenen uiteengezet worden waarom de CREG niet overtuigd is over de interpretatie die Elia laat gelden, zijnde dat BRPs enkel het lokale, Belgische systeem in evenwicht moeten brengen en niet het Europese elektriciteitssysteem. Nochtans is één van de doelstellingen van de EBGL de efficiëntie van balancering te verbeteren, van en de Europese en de nationale balanceringsmarkten. Het is dus een én, én verhaal. Weze bijkomend herhaald, zowel de frequentieregeling als de optimalisatie van de dispatching van balanceringsmiddelen zijn processen die een Europees-optimale doelstelling nastreven. Een efficiënte balancering, zoals vereist in artikel 3.1(
  2. b)van de EBGL, kan dan enkel gebeuren indien er Europese integratie en/of coördinatie is. De nationale grensvoorwaarde zoals voorgesteld door Elia houdt een risico in dat de Europese integratie en/of coördinatie tegengewerkt wordt. Ten tweede, wordt de cap&floor-interventie toegepast wanneer de lokale, Belgische systeemonbalans via (grensoverschrijdende) onbalansnettinguitwisselingen gecompenseerd wordt. De cap&floor-interventie heeft als doel te vermijden dat Belgische BRPs geprikkeld worden om te reageren op grensoverschrijdende prijzen, en zo de lokale, Belgische systeemonbalans te verergeren. Zoals ook beschreven in artikel 2 van het gewijzigd voorstel van de T&C BRP, moet nog onderzocht worden of deze cap&floor-interventie minimaal noodzakelijk is om de systeemveiligheid te garanderen, gegeven de verergering van de lokale, Belgische systeemonbalans. Indien dit niet het geval zou zijn, zal de cap&floor-interventie minstens versoepeld moeten worden zodat BRPs blootgesteld worden aan grensoverschrijdende prijzen. Binnen deze context neemt Elia in artikel 2 van het gewijzigd voorstel van de T&C BRP ook het engagement op om Belgische BRPs toe te laten de Belgische systeemonbalans te verergeren indien de grensoverschrijdende marginale prijzen Belgische BRPs zouden prikkelen om een buitenlandse systeemonbalans mee te helpen compenseren. Met dit engagement zal het bijgevolg noodzakelijk zijn om de cap&floor geleidelijk weg te nemen als belemmering voor grensoverschrijdende elektriciteitsstromen tussen biedzones of lidstaten. Niet-vertrouwelijk 27/33 De CREG verwijst ook naar de paragrafen 54 en 153 van beslissing (B)2688 van 30 november 2023, dat uiteenzet dat het de taak van een TSB is om de FRCE naar 0 MW te herleiden en niet de systeemonbalans. Deze situatie, waarbij de FRCE naar 0 MW herleid wordt zonder de lokale systeemonbalans naar 0 MW te herleiden, is niet enkel toegelaten krachtens artikel 143 van de SOGL, maar zelfs onvermijdbaar indien marktdeelnemers al hun beschikbare balanceringsmiddelen aanbieden aan de TSB via de balanceringsmarkt. Door balanceringsmiddelen aan de TSB aan te bieden hebben marktdeelnemers geen balanceringsmiddelen meer ter beschikking om als BRP, in reële tijd, in evenwicht te zijn of om het elektriciteitssysteem in evenwicht te brengen. Omwille van deze reden expliciteert overweging 12 van de EBGL dat de onbalansen die overblijven na het einde van de intradaymarkt door de TSB via de balanceringsmarkt in evenwicht gebracht moeten worden. Anders gezegd, de nationale randvoorwaarde die door Elia in leven wordt geroepen, zijnde BRPs het lokaal systeem in evenwicht moeten helpen brengen, vloeit niet voort uit dit wetgevend kader. 78. Tot slot vestigt de CREG de aandacht op het feit dat de alfa-component als doel heeft om onbalansnettingsuitwisselingen tegen te werken door deze te vervangen via dispatching van duurdere, lokale balanceringsmiddelen. De alfa-component belemmert met andere woorden net zoals de cap&floor grensoverschrijdende elektriciteitsstromen tussen biedzones of lidstaten. Bijgevolg moet ook de alfa-component, krachtens artikel 3.
  3. h)van Verordening (EU)2019/943, geleidelijk aan weggenomen worden. 79. Niettegenstaande hetgeen is uiteengezet in paragrafen 73 tot en met 78 van deze beslissing, aanvaardt de CREG voorlopig en in afwachting van de resultaten van de evaluatie, de argumentatie van Elia betreffende de alfa-component, zijnde dat de alfa-component een prikkelcomponent is in de zin van artikel 9.6,
  4. b)van het ACER besluit 18/2020 om te voldoen aan een nationaal gedefinieerde grensvoorwaarde. Aangezien Elia de toepassing van de cap&floor als een noodzakelijke component beschouwt in de onbalansprijsberekening omwille van systeemveiligheid en zij de alfa-component als een bijkomende prikkel beschouwt voor de BRPs bij toepassing van de cap&floor, is de CREG van oordeel dat de alfa-component zoals de cap&floor geëvalueerd dient te worden op systeemveiligheid. Niet-vertrouwelijk 28/33 4. CONCLUSIE Met toepassing van artikel 5.4, c), van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering en gelet op paragraaf 79 van huidige beslissing, keurt de CREG het gewijzigd voorstel van de T&Cs BRP, ingediend door Elia Transmission Belgium SA bij de CREG op 30 januari 2024 (Franse versie) en van 16 februari 2024 (Nederlandse versie) goed. Aan Elia wordt gevraagd dat zij, naar aanleiding van de indiening van een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BRP, rekening houdt met de opmerkingen geformuleerd door de CREG in de paragrafen 67 en 73 van huidige beslissing. Deze beslissing treedt in werking op de datum van goedkeuring.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijk Ilse TANT Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 29/33 BIJLAGE 1 Gewijzigd voorstel tot wijziging van de methodologieën en voorwaarden van de Balanceringsverantwoordelijke of “T&Cs BRP” in het kader van de integratie van de onbalansprijsberekening 1.a Franstalige versie, met en zonder track changes – ingediend door Elia bij de CREG op 30 januari 2024 1.b Nederlandse versie, met en zonder track changes - ingediend door Elia bij de CREG op 16 februari 2024 Niet-vertrouwelijk 30/33 BIJLAGE 2 Verklarende nota betreffende het voorstel tot wijziging van de T&C BRP Franstalige versie – 30 januari 2024 Niet-vertrouwelijk 31/33 BIJLAGE 3 Externe juridische nota die de rechtsgrondslag van de toelichting van Elia bij het gewijzigd voorstel toelicht Engelstalige versie – 18 september 2023 Niet-vertrouwelijk 32/33 BIJLAGE 4 Evaluatieplan Franstalige en Engelstalige versie– 15 februari 2024 Niet-vertrouwelijk 33/33

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.