← België

Beslissing tot vaststelling van de Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme

(B)2773 14 mei 2024 Beslissing tot vaststelling van de Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme Artikel 7undecies, § 12 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en artikel 33 van het huishoudelijk reglement van de CREG Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 4 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 5 2. ANTECEDENTEN ............................................................................................................................... 7 3. 4. 2.1. Algemeen ................................................................................................................................. 7 2.2. Openbare raadpleging ............................................................................................................. 8 2.2.1. Wat betreft de verplichting om vooraf een openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing te organiseren .................................................................................... 8 2.2.2. Wat betreft de raadpleging PRD (Z)2773 ......................................................................... 9 ANALYSE VAN HET VOORSTEL IN HET LICHT VAN DE VEREISTEN VAN DE ELEKTRICITEITSWET ... 10 3.1. Wat betreft de conformiteit van het Voorstel van Werkingsregels met de wettelijk voorgeschreven minimale inhoud ......................................................................................... 10 3.2. Wat betreft de conformiteit van het Voorstel Van Werkingsregels met de wettelijk vastgelegde doelstellingen .................................................................................................... 11 UITEENZETTING VAN DE BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN AANGEBRACHT AAN HET VOORSTEL VAN WERKINGSREGELS ......................................................................................................................... 12 4.1. Anticipatie op veranderingen in de wet- en regelgeving....................................................... 12 4.2. Correcties van de vraagcurve................................................................................................. 14 4.2.1. Behandeling van biedingen van buitenlandse capaciteiten geselecteerd tijdens de PreVeiling ............................................................................................................................. 14 4.2.2. Dynamisch rekening houden met het volume 200 uur.................................................. 17 4.3. Correcties voor deelname aan frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en redispatching services ............................................................................................................ 19 4.4. Terugwerkende kracht ........................................................................................................... 20 4.5. CO2-emissiegrenswaarden ..................................................................................................... 21 4.6. Laagspanningsleveringsgroepen ............................................................................................ 23 4.6.1. Statuut van Additionele CMU ........................................................................................ 23 4.6.2. Overeenstemming met de reglementering inzake energieoverdracht ......................... 24 4.7. Fallback, procedures .............................................................................................................. 24 4.8. Andere opmerkingen ............................................................................................................. 25 4.8.1. Gemeenschappelijke vereisten voor de prekwalificatieprocedure ............................... 25 4.8.2. Uiterste datum voor het indienen van het bewijs van afgeleverde vergunningen ....... 25 4.8.3. Notificatie van geselecteerde biedingen aan de CREG .................................................. 26 4.8.4. Begin- en einduur van een beschikbaarheidstest .......................................................... 26 4.8.5. Terugbetalingsverplichting ............................................................................................. 26 4.8.6. Resultaten van de preveiling .......................................................................................... 27 4.8.7. Punctuele correcties....................................................................................................... 27 Niet-vertrouwelijk 2/33 5. 6. VERBETERINGEN DIE TEGEN 2025 MOETEN WORDEN AANGEBRACHT........................................ 29 5.1. Deelname van onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten .................................................. 29 5.2. Flexibele aansluitingen .......................................................................................................... 29 5.3. Vereiste om Laagspanningsleveringsgroepen op hetzelfde distributienet aan te sluiten .... 30 5.4. Design notes........................................................................................................................... 31 5.5. Andere toekomstige verbeteringen die de respondenten van de raadpleging hebben gesuggereerd ......................................................................................................................... 31 BESLISSING ..................................................................................................................................... 31 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 33 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 33 Niet-vertrouwelijk 3/33 INLEIDING De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) stelt in onderhavig document de werkingsregels van de capaciteitsvergoedingsmarkt vast (hierna de “Werkingsregels”). Deze Werkingsregels worden vastgesteld op basis van het voorstel van Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme dat op 1 februari 2024 door Elia Transmission Belgium nv (“Elia”) bij de CREG werd ingediend (hierna: “het Voorstel van Werkingsregels”). Onderhavige beslissing bevat de volgende hoofdstukken:

  1. a)wettelijk kader (hoofdstuk 1)
  2. b)antecedenten (hoofdstuk 2);
  3. c)analyse van het Voorstel van Werkingsregels in het licht van de Elektriciteitswet (hoofdstuk 3);
  4. d)belangrijkste wijzigingen aan het Voorstel van Werkingsregels (hoofdstuk 4);
  5. e)aan te brengen aanpassingen aan de volgende Werkingsregels (hoofdstuk 5);
  6. f)beslissing (hoofdstuk 6). De Werkingsregels worden in bijlage 1 van deze beslissing toegevoegd. Deze beslissing werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 14 mei 2024. Niet-vertrouwelijk 4/33 1. WETTELIJK KADER 1. Artikel 7undecies, § 12 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna de 'Elektriciteitswet') zoals ingevoegd door de wet van 15 maart 2021, en aangepast door de wetten van 14 en 28 februari 2022, alsook door de wet van 7 mei 2024, bepaalt het volgende: "§ 12. De commissie stelt, op voorstel van de netbeheerder die voorafgaand de marktdeelnemers raadpleegt, de werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme vast. Deze werkingsregels beogen: 1° de concurrentie in de veilingen zoveel mogelijk te stimuleren; 2° elke marktmanipulatie, elk concurrentiebeperkend gedrag en elke oneerlijke handelspraktijk, te voorkomen; 3° de economische efficiëntie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme te verzekeren door ervoor te zorgen dat de toegekende capaciteitsvergoedingen passend en evenredig zijn en dat de mogelijke negatieve effecten op de goede werking van de markt zo beperkt mogelijk zijn; 4° de technische beperkingen van het net te respecteren en rekening te houden met de bepalingen van het technisch reglement betreffende de indiening en de behandeling van aanvragen voor aansluiting aan het transmissienet en het afsluiten van aansluitingscontracten, onverminderd de technische beperkingen en verplichtingen die van toepassing zijn voor capaciteiten die aangesloten worden op andere netten. De werkingsregels omvatten in het bijzonder: 1° een expliciete verwijzing naar de ontvankelijkheidscriteria bedoeld in paragraaf 8, wat betreft het recht tot deelname aan de prekwalificatieprocedure, met inbegrip van de nodige documenten om te bewijzen dat de ontvankelijkheidscriteria zijn vervuld; 2° de criteria en nadere regels inzake prekwalificatie op grond waarvan het recht wordt verleend tot deelname aan de veiling bedoeld in paragraaf 10, en aan de secundaire markt. In ieder geval gelden de volgende criteria als prekwalificatiecriteria:
  7. a)indien de beoogde investering een activiteit impliceert waarvoor een vergunningsplicht geldt krachtens artikel 4, § 1, en die niet wordt geacht vergund te zijn overeenkomstig artikel 4, § 6, beschikt de indiener van het prekwalificatiedossier over een vergunning bedoeld in artikel 4, uiterlijk twintig dagen voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de biedingen in het kader van de veiling bedoeld in paragraaf 10;
  8. b)de naleving van de CO2-emissiegrenswaarden, bepaald overeenkomstig art 22, § 4
  9. a)en
  10. b)van de Verordening (EU) nr. 2019/943;
  11. c)indien (een) vergunning(
  12. en)krachtens gewestelijke regelgeving vereist is (zijn) voor de bouw en/of uitbating van de betrokken capaciteit, het bewijs dat de capaciteitshouder beschikt over de vergunning(
  13. en)afgeleverd in laatste administratieve aanleg, voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de biedingen in het kader van de veilingen bedoeld in paragraaf 10; 3° de modaliteiten met betrekking tot de kennisgeving omtrent niet-aangeboden capaciteit bedoeld in paragraaf 10, voorlaatste lid; 4° de veilingsmodaliteiten onverminderd de toepassing van de veilingsmethode bepaald in of in overeenstemming met paragraaf 10, laatste lid; Niet-vertrouwelijk 5/33 5° de beschikbaarheidsverplichtingen en de verplichtingen voorafgaand aan de periode van capaciteitslevering voor de capaciteitsleveranciers, en de boetes voor het niet naleven van deze verplichtingen; 6° de financiële garanties die de capaciteitsleveranciers moeten leveren; 7° ten laatste één jaar voor de eerste periode van capaciteitslevering, de mechanismen ter organisatie van de secundaire markt; 8° de nadere regels voor de uitwisseling van informatie en de regels die de transparantie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme waarborgen; 9° de uiterlijke datum waarop iedere houder van niet bewezen capaciteit zijn dossier vervolledigt met de betreffende leveringspunten. 10° desgevallend, voor een gerichte veiling als bedoeld in artikel 7duodecies, de specifieke elementen van de voorschriften betreffende de in 1° tot en met 9° genoemde punten; 11° de modaliteiten van de procedure inzake de opschorting van de betaling van een capaciteitsvergoeding ten aanzien van een capaciteitsleverancier die het voorwerp uitmaakt van een procedure op basis van Europees of nationaal recht in het kader waarvan de toegekende steun wordt teruggevorderd zoals vermeld in paragraaf 11. De netbeheerder dient jaarlijks uiterlijk op 1 februari bij de commissie en de Algemene Directie Energie zijn voorstel in voor de werkingsregels. Uiterlijk op 15 mei publiceren de commissie en de netbeheerder de werkingsregels op hun website. De werkingsregels hebben slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning en bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan de werkingsregels wijzigen of, in de plaats van de commissie optreden indien deze in gebreke blijft de werkingsregels vast te stellen. De bepalingen in de opeenvolgende versies van de werkingsregels zijn van toepassing op capaciteitsleveranciers die op het moment van hun inwerkingtreding reeds een capaciteitscontract hebben gesloten, met uitzondering van de door de commissie of de Koning aangeduide nieuwe bepalingen die van dien aard zijn dat, indien de capaciteitsleverancier er op het tijdstip van het uitbrengen van zijn bieding van op de hoogte zou zijn geweest, hij redelijkerwijs geen of een wezenlijk andere bieding zou hebben uitgebracht. Deze uitzondering geldt niet voor nieuwe bepalingen waarvan de toepassing op capaciteitscontracten die op het moment van inwerkingtreding van deze nieuwe bepalingen reeds zijn gesloten, noodzakelijk is om het contractuele evenwicht te herstellen dat als gevolg van een plotselinge crisis op de energiemarkt is verbroken. […]" 2. Met deze beslissing wordt uitvoering gegeven aan artikel 7undecies, § 12, 1ste lid, van de Elektriciteitswet. 3. In het kader van deze beslissing moet ook rekening worden gehouden met artikel 22 van de Europese verordening (EU) 2019/943 van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (hierna de “Verordening 2019/943”), waarin met name het volgende is bepaald: "1. Capaciteitsmechanismen:
  14. a)zijn tijdelijk;
  15. b)leiden niet tot onnodige marktverstoringen en beperken de zone-overschrijdende handel niet;
  16. c)gaan niet verder dan wat nodig is om de in artikel 20 bedoelde zorgpunten met betrekking tot de toereikendheid aan te pakken; Niet-vertrouwelijk 6/33
  17. d)selecteren capaciteitsaanbieders via een transparante, niet-discriminerende en concurrerende procedure;
  18. e)bieden stimulansen voor capaciteitsaanbieders om op momenten waarop systeemstress verwacht wordt beschikbaar te blijven;
  19. f)waarborgen dat de vergoeding wordt bepaald via de concurrerende procedure;
  20. g)bepalen de technische voorwaarden voor de deelname van capaciteitsaanbieders voordat de selectieprocedure van start gaat;
  21. h)staan open voor deelname van alle hulpbronnen die de vereiste technische prestaties kunnen verstrekken, met inbegrip van energieopslag en vraagzijdebeheer;
  22. i)leggen passende sancties op aan capaciteitsaanbieders die niet beschikbaar zijn in tijden van systeemstress. […] 3. Naast de voorschriften van lid 1, geldt voor capaciteitsmechanismen, afgezien van strategische reserves:
  23. a)dat zij zo dienen te worden opgezet dat verzekerd wordt dat de prijs die voor het beschikbaar houden wordt betaald, automatisch naar nul tendeert wanneer de omvang van het aangeboden vermogen naar verwachting afdoende is om te voldoen aan de omvang van de vraag naar vermogen;
  24. b)dat zij de participerende middelen alleen dienen te vergoeden naargelang hun beschikbaarheid, en dienen te verzekeren dat deze vergoeding geen gevolgen heeft voor de beslissing van de capaciteitsaanbieder om al dan niet elektriciteit op te wekken;
  25. c)dat zij dienen te waarborgen dat capaciteitsverplichtingen overgedragen kunnen worden tussen in aanmerking komende capaciteitsaanbieders." 2. ANTECEDENTEN 2.1. Algemeen 4. Middels beslissing (B)2246 van 11 mei 20231 stelde de CREG de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme vast2. Deze beslissing werd goedgekeurd door een koninklijk besluit van 30 augustus 2023 dat op 6 september 2023 in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd. 5. Tussen 1 december 2023 en 12 januari 2024 heeft Elia een nieuw voorstel van Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme ter openbare raadpleging voorgelegd. 6. Op 23 januari 2024 heeft de CREG informeel aan Elia een reeks inhoudelijke en formele opmerkingen meegedeeld over het Voorstel van Werkingsregels dat ter openbare raadpleging werd voorgelegd. Deze werden op 26 januari 2024 besproken tijdens een vergadering. 1 2 Hierna “beslissing (B)2546”. Hierna “versie 2023 van de werkingsregels”. Niet-vertrouwelijk 7/33 7. Op 1 februari 2024 heeft Elia haar Voorstel van Werkingsregels bij de CREG ingediend. Elia stuurde de CREG op 5 februari de antwoorden op de openbare raadpleging en op 20 februari 2024 haar raadplegingsverslag 8. Op 19 februari en 1, 8 en 11 maart 2024 heeft de CREG vragen en opmerkingen over dit Voorstel van Werkingsregels naar Elia gemaild. Naar aanleiding van deze e-mails hebben de diensten van de CREG en Elia op 21 februari, 6 en 12 maart vergaderd om de in voornoemde e-mails aangehaalde onderwerpen te bespreken. Elia stuurde haar antwoorden per e-mail op 1, 11, 15, 20, 21 en 27 maart 2024. 9. Vervolgens heeft de CREG tussen 29 maart en 19 april 2024 een openbare raadpleging gehouden met betrekking tot wijzigingen die zij overwoog aan te brengen aan het Voorstel van Werkingsregels (hierna: “het Ontwerp van Werkingsregels”). 2.2. Openbare raadpleging 2.2.1. Wat betreft de verplichting om vooraf een openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing te organiseren 10. Artikel 7undecies, § 12 van de Elektriciteitswet voorziet dat de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme door de CREG worden vastgesteld op voorstel van de netbeheerder die voorafgaand de marktspelers raadpleegt. De netbeheerder moet dus een raadpleging over het voorstel van regels organiseren; die werd georganiseerd tussen 1 november 2023 en 12 januari 2024. 11. Men moet zich afvragen of de CREG wettelijk gezien een openbare raadpleging moet organiseren omwille van de wijzigingen die ze aan dit voorstel overweegt aan te brengen. 12. Uit artikel 7undecies, § 12 van de Elektriciteitswet volgt dat enkel goedkeuring bij koninklijk besluit rechtsgevolgen verleent aan de Werkingsregels. Bijgevolg is de beslissing van de CREG tot vaststelling van deze regels op zich geen beslissing met dergelijke gevolgen. Met andere woorden, de beslissing van de CREG is strikt gezien geen beslissing in de juridische zin van het woord aangezien zij geen bindende kracht heeft. Hieruit volgt dat tegen deze beslissing geen beroep bij het Marktenhof kan worden ingesteld. Zo heeft het Marktenhof in een arrest van 9 mei 2018 reeds geoordeeld dat een handeling van de CREG dwingende rechtsgevolgen moet hebben om vatbaar te zijn voor beroep krachtens artikel 29bis van de Elektriciteitswet3. Mutatis mutandis werd er in het kader van een gelijkaardige wetgeving in het arrest van 4 maart 2016 van de Raad van State4 geoordeeld dat tegen een door de FSMA vastgesteld reglement geen beroep kon worden ingesteld bij de Raad van State en dat enkel tegen het koninklijk besluit tot goedkeuring van dit reglement beroep kon worden ingesteld. 13. De verplichting voor de CREG om vooraf een raadpleging te organiseren vloeit voort uit artikel 23, § 2bis van de Elektriciteitswet. Deze bepaling voorziet het volgende: “§ 2bis. De commissie geeft een volledige motivering en verantwoording voor haar beslissingen om de jurisdictionele toetsing ervan mogelijk te maken. De regels die van toepassing zijn op deze motiveringen en rechtvaardigingen worden nader omschreven in het huishoudelijk reglement van het directiecomité, onder meer rekening houdend met de volgende principes: 3 4 Marktenhof, arrest 2017/AR/2099, in zaak EPEX SPOT. Raad van State, arrest nr. 234.037 van 4 maart 2016, in zaak n.v. Settlements. Niet-vertrouwelijk 8/33 - in de motivering wordt het geheel van de elementen opgenomen waarop de beslissing gesteund is; - de elektriciteitsondernemingen hebben de mogelijkheid om, vooraleer een beslissing die hen betreft wordt genomen, hun opmerkingen te laten gelden; - het gevolg dat aan deze opmerkingen wordt gegeven wordt gerechtvaardigd in de eindbeslissing; - de akten met een individuele of collectieve draagwijdte die worden aangenomen in uitvoering van haar opdrachten alsook iedere voorbereidende akte, expertiseverslag, opmerking van de geconsulteerde partijen die ermee samenhangen worden gepubliceerd op de website van de commissie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of gegevens met een persoonlijk karakter.” (Onderlijning door de CREG.) 14. Ter uitvoering van deze bepaling heeft het huishoudelijk reglement van de CREG voorzien in de modaliteiten voor de organisatie van voorafgaande (openbare) raadplegingen. Het huishoudelijk reglement bevat onder andere de volgende bepalingen: “Art. 33. § 1. Alvorens het een beslissing neemt, organiseert het directiecomité een openbare raadpleging, onverminderd de uitzonderingen bedoeld in afdeling 3 van dit hoofdstuk. Een openbare raadpleging gebeurt door het lanceren van de raadpleging op de website van de commissie. § 2. In alle gevallen niet bedoeld in § 1, in het bijzonder in het kader van andere akten dan beslissingen die het overweegt, zoals voorstellen, adviezen, aanbevelingen, studies, onderzoeken, rapporten, verslagen en richtsnoeren, kan het directiecomité raadplegingen, openbare en/of niet-openbare, organiseren. […]” (Onderlijnd door de CREG.) Artikel 2 van het huishoudelijk reglement voorziet bovendien het volgende: “Onder “beslissing” of “beslissingen” wordt in hoofdstukken 3 tot 5 [5] (met uitzondering van de artikelen 39, 6°, en 43) en in artikel 23, § 1, begrepen de beslissing of beslissingen van het directiecomité bedoeld in de artikelen 29bis en 29ter van de elektriciteitswet en de artikelen 15/20 en 15/20bis van de gaswet, met uitzondering van de beslissingen van het directiecomité inzake overheidsopdrachten.” 15. Uit het voorafgaande blijkt dat de CREG wettelijk gezien niet verplicht is om een (openbare) raadpleging te organiseren vóór het nemen van de beslissing waarin zij de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme vastlegt. De CREG vond het echter opportuun om de opmerkingen van de marktspelers te verzamelen over de wijzigingen die zij, of de minister van Energie, overwoog aan te brengen aan het Voorstel van Werkingsregels. 2.2.2. Wat betreft de raadpleging PRD (Z)2773 16. Zoals eerder vermeld (supra, nr. 9) heeft de CREG tussen 29 maart en 19 april 2024 een openbare raadpleging georganiseerd over de aan te brengen wijzigingen aan het Voorstel van Werkingsregels. 5 Het hoofdstuk van het huishoudelijk reglement van de CREG met betrekking tot de voorafgaande raadplegingen is hoofdstuk 4. Niet-vertrouwelijk 9/33 17. De volgende marktspelers hebben hun schriftelijke opmerkingen binnen de vastgestelde termijn ingediend:
  26. a)SPF Economie ;
  27. b)FEBEG ;
  28. c)Febeliec ;
  29. d)Elia ;
  30. e)TransnetBW ;
  31. f)50Hertz ;
  32. g)Amprion;
  33. h)TenneT. 18. Alle antwoorden die de CREG in het kader van deze openbare raadpleging ontving, zijn nietvertrouwelijk en worden op de site van de CREG gepubliceerd. 19. De analyse van de ontvangen antwoorden wordt behandeld in hoofdstuk 4. 3. ANALYSE VAN HET VOORSTEL IN HET LICHT VAN DE VEREISTEN VAN DE ELEKTRICITEITSWET 3.1. Wat betreft de conformiteit van het Voorstel van Werkingsregels met de wettelijk voorgeschreven minimale inhoud 20. In dit onderdeel vergewist de CREG zich ervan dat de minimale inhoud van de Werkingsregels, zoals opgesomd in artikel 7undecies, § 12, derde lid van de Elektriciteitswet, wel degelijk is opgenomen in het Voorstel van Werkingsregels. 21. In dat verband, en rekening houdend met het feit dat deze versie van de Werkingsregels niet fundamenteel verschilt van de versie van 2021, verwijst de CREG voornamelijk naar de analyse die zij heeft gemaakt in beslissing (B)2227 van 14 mei 2021. 22. Sinds de bovenstaande analyse werd uitgevoerd, is de opsomming in artikel 7undecies, § 12, 3e lid van de Elektriciteitswet enigszins gewijzigd waardoor de Werkingsregels ook de volgende elementen moeten bevatten: - indien (een) vergunning(
  34. en)krachtens gewestelijke regelgeving vereist is (zijn) voor de bouw en/of de uitbating van de betrokken capaciteit, het bewijs dat de capaciteitshouder beschikt over de vergunning(
  35. en)afgeleverd in laatste administratieve aanleg, voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de biedingen in het kader van de veiling bedoeld in artikel 7 undecies, § 10 van de Elektriciteitswet; - desgevallend, voor een gerichte veiling zoals bedoeld in artikel 7duodecies, de specifieke elementen van de voorschriften betreffende de in 1° tot en met 9° genoemde punten; - de nadere regels van de procedure inzake de opschorting van de betaling van een capaciteitsvergoeding ten aanzien van een capaciteitsleverancier die het voorwerp Niet-vertrouwelijk 10/33 uitmaakt van een procedure op basis van Europees of nationaal recht in het kader waarvan de toegekende steun wordt teruggevorderd zoals vermeld in paragraaf 11. 23. Wat het eerste punt betreft, merkt de CREG op dat de Werkingsregels verschillende bepalingen ter zake bevatten, en in het bijzonder § [110], die als volgt luidt: “110. De CRM-Kandidaat die deelneemt aan de Standaardprekwalificatieprocedure, verstrekt uiterlijk om 06:00 op de uiterste datum voor indiening van de Bieding als bedoeld in § 302 of uiterlijk op het tijdstip van notificatie van een transactie op de Secundaire Markt als de Koper van een Verplichting, afhankelijk van de vraag of de CRM-Kandidaat voornemens is deel te nemen aan de Primaire of de Secundaire markt, het bewijs dat hij beschikt over alle in laatste administratieve aanleg afgeleverde vergunningen die vereist zijn krachtens gewestelijke regelgeving voor de bouw en/of uitbating van de Capaciteit(
  36. en)die deel uitmaakt (uitmaken) van de desbetreffende CMU. In het kader van een deelname aan de Veilingen, verstrekken de Buitenlandse CRM-Kandidaten zo snel mogelijk vóór de uiterste indieningsdatum van de Bieding, bij voorkeur voor 31 augustus, de vereiste vergunningen waartoe ze zich verbonden hebben tijdens de Toelatingsprocedure, opdat de controle van de vereiste vergunningen overeenkomstig de Elektriciteitswet op een nauwgezette manier zou kunnen uitgevoerd worden. Dit is niet vereist voor Capaciteiten geconnecteerd aan een laagspanning net.” 24. Met betrekking tot het tweede punt moet worden opgemerkt dat er geen opdracht is gegeven om, in 2024, een gerichte veiling, in de zin van artikel 7duodecies van de Elektriciteitswet, te organiseren zodat dit punt niet in de Werkingsregels hoefde te worden geïmplementeerd. 25. Met betrekking tot het derde punt moet worden opgemerkt dat dit een vereiste is die in de Elektriciteitswet werd ingevoegd door de wet van 7 mei 2024, zodat dit niet werd opgenomen in het Voorstel van Werkingsregels. Om aan deze nieuwe bepaling te voldoen heeft de CREG de volgende paragraaf in de Werkingsregels ingevoegd: “384. Het Capaciteitscontract beschrijft onder andere de modaliteiten van de procedure tot schorsing van de betaling van een Capaciteitsvergoeding ten opzichte van de Capaciteitsleverancier die het voorwerp uitmaakt van een procedure gebaseerd op het Europees of nationaal recht volgens dewelke de toegekende steun kan worden teruggevorderd zoals aangegeven in artikel 7undecies, §11, van de Elektriciteitswet.” 26. Uit het voorgaande leidt de CREG af dat de minimuminhoud, zoals opgesomd in artikel 7undecies, § 12, 3de lid van de Elektriciteitswet effectief in de Werkingsregels is opgenomen. 3.2. Wat betreft de conformiteit van het Voorstel Van Werkingsregels met de wettelijk vastgelegde doelstellingen 27. In dit onderdeel gaat de CREG na of het Voorstel van Werkingsregels wel degelijk beantwoordt aan de doelstellingen die de Elektriciteitswet aan de Werkingsregels heeft toegekend, namelijk (art. 7undecies, § 12, tweede lid): “1° de concurrentie in de veilingen zoveel mogelijk te stimuleren; 2° elke marktmanipulatie, elk concurrentiebeperkend gedrag en elke oneerlijke handelspraktijk, te voorkomen; 3° de economische efficiëntie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme te verzekeren door ervoor te zorgen dat de toegekende capaciteitsvergoedingen passend en evenredig zijn en dat de mogelijke negatieve effecten op de goede werking van de markt zo beperkt mogelijk zijn; Niet-vertrouwelijk 11/33 4° de technische beperkingen van het net te respecteren en rekening te houden met de bepalingen van het technisch reglement betreffende de indiening en de behandeling van aanvragen voor aansluiting aan het transmissienet en het afsluiten van aansluitingscontracten, onverminderd de technische beperkingen en verplichtingen die van toepassing zijn voor capaciteiten die aangesloten worden op andere netten.” 28. Bij gebrek aan fundamentele wijzigingen aan het design van het CRM door het Voorstel van Werkingsregels verwijst de CREG in dit verband naar de analyse in haar beslissing (B)2227 van 14 mei 2021 die relevant blijft. 4. UITEENZETTING VAN DE BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN AANGEBRACHT AAN HET VOORSTEL VAN WERKINGSREGELS 4.1. Anticipatie op veranderingen in de wet- en regelgeving Ontwerp van Werkingsregels 29. Het Ontwerp van Werkingsregels wilde op zeven punten anticiperen op wijzigingen in de weten regelgeving of van technische voorschriften die in het design van het CRM worden overwogen. Het gaat om: i. de invoering van de Y-2-veiling; ii. de regels betreffende de dynamische toewijzing van het volume dat noodzakelijk is om de piekcapaciteit gedurende minder dan 200 uur per jaar te dekken; iii. de gedeeltelijke vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting voor de Capaciteiten zonder Dagelijks Programma in het kader van een gedeeltelijke activering; iv. de vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting voor de vraagrespons (sectie 12.3.2); v. de deelname van Rechtstreekse en Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten (hoofdstuk 17) ; vi. de deelname van Laagspanningsleveringsgroepen (sectie 5.2.3.1.5.); vii. de toekenning van meerjarencontracten aan bestaande capaciteiten met de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen tot het bekomen van een derogatie van de Intermediaire Maximumprijs (sectie 6.2.1.1.3.). 30. De organisatie van een Y-2-veiling is meer bepaald onderworpen aan de goedkeuring van een wetsontwerp tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de aanpassing van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en de voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(
  37. en)in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme (hierna het "koninklijk besluit Methodologie”) waarvan de inwerkingtreding ook aan de voorafgaande goedkeuring door de Europese Commissie is onderworpen. Niet-vertrouwelijk 12/33 Aangezien de eerste Y-2-veiling in 2025 is gepland, is de kwestie van de inwerkingtreding van voormelde bepalingen voor deze versie van de Werkingsregels echter niet aan de orde. 31. De regels betreffende de dynamische toewijzing van het volume dat noodzakelijk is om de piekcapaciteit gedurende minder dan 200 uur per jaar te dekken, zijn ook onderworpen aan de goedkeuring van het voormelde wetsontwerp en de inwerkingtreding van de aanpassing van het koninklijk besluit Methodologie die ook afhankelijk is van de goedkeuring van de maatregel door de Europese Commissie. Voor zover deze regels betrekking hebben op correcties die moeten worden aangebracht aan de vraagcurve nadat de Biedingen zijn ingediend, bepaalt het Ontwerp van Werkingsregels dat deze correcties alleen zullen worden uitgevoerd als de voormelde wettelijke en reglementaire bepalingen uiterlijk op 1 oktober 2024 in werking treden. 32. De gedeeltelijke vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting voor de Capaciteiten zonder Dagelijks Programma in het kader van een gedeeltelijke activering ("Activeringsratio") is voorzien in deel 12.3.1.3.2 van het Ontwerp van Werkingsregels. Dit systeem is onderworpen aan de inwerkingtreding van een geplande wijziging van artikel 23 van het koninklijk besluit Methodologie dat het volgende bepaalt: "De eenheden in de capaciteitsmarkt zonder dagelijks programma die gedeeltelijk actief zijn, zijn gedeeltelijk vrijgesteld van de terugbetalingsverplichting wegens gerechtvaardigde gedeeltelijke onbeschikbaarheid, bepaald in verhouding tot hun activeringsratio zoals bepaald door de werkingsregels". Voor zover de prijs van de Bieding kan afhangen van de toepassing van deze activeringsratio bepaalt het Ontwerp van Werkingsregels dat de wijziging van het voormelde koninklijk besluit Methodologie ten laatste vijftien dagen vóór de uiterste datum voor het indienen van de Biedingen in werking moet treden opdat deze activeringsratio van toepassing zou zijn. 33. In verband met de vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting die van toepassing is op de Vraagrespons stelt de CREG vast dat, hoewel de wettelijke basis voor een dergelijke vrijstelling in de Elektriciteitswet is opgenomen, deze nog steeds het voorwerp moet uitmaken van een voorafgaande goedkeuring door de Europese Commissie en daarna van een invoering in het koninklijk besluit Methodologie. Voor zover de prijs van de Bieding kan afhangen van het feit of de vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting al dan niet wordt toegepast, voorziet het Ontwerp van Werkingsregels dat de voormelde wijziging van het koninklijk besluit Methodologie ten laatste vijftien dagen vóór de uiterste datum voor het indienen van de Biedingen in werking moet treden opdat deze vrijstelling van toepassing zou zijn. 34. Met betrekking tot de bepalingen inzake de CMU’s die beantwoorden aan de definitie van « bestaande capaciteit » in de zin van het koninklijk besluit « Investeringsdrempels » die geklasseerd zijn in de Capaciteitscategorie verbonden met een Capaciteitscontract die maximaal acht Leveringsperiodes dekt, en die eveneens een derogatie van de IPC hebben bekomen (secties 6.2.1.1.1. en 6.2.1.1.3.), is hun toepassing onderworpen aan de inwerkingtreding van de bepalingen die er de basis van vormen in de koninklijke besluiten Methodologie en “Investeringsdrempels”, die zelf onderworpen zijn aan hun goedkeuring (impliciet of expliciet) door de Europese Commissie. 35. De deelname van onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten aan het Belgische CRM is onderworpen aan de inwerkingtreding van een koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7undecies, § 8, 3° van de Elektriciteitswet. Sectie 17.3 van het Ontwerp van Werkingsregels voorziet bijgevolg dat dit deel enkel van toepassing is als het voormelde koninklijk besluit van kracht is op het moment dat de Werkingsregels worden goedgekeurd. Niet-vertrouwelijk 13/33 36. Volgens de resultaten van een openbare raadpleging die Synergrid heeft geleid, vereist tenslotte de toepassing van de bepalingen die de deelname van Laagspanningsleveringsgroepen mogelijk maken, de aanpassing van bepaalde technische voorschriften. Bij gebrek hieraan lijkt deze deelname niet haalbaar te zijn. Paragraaf 94 van het Ontwerp van Werkingsregels voorziet bijgevolg het volgende: “de deelname van Groepen Leveringspunten geconnecteerd aan een laagspanningsnet aan de Prekwalificatieprocedure is onderworpen aan de voorwaarde van publicatie, ten laatste op 1 juni 2024, van een individuele verklaring van elke DSO of een gemeenschappelijke verklaring via Synergrid volgens dewelke de toepasselijke technische voorschriften werden bijgewerkt om deze deelname mogelijk te maken.” Antwoorden op de raadpleging 37. In haar antwoord op de raadpleging vermeldt FEBEG dat ze positief staat tegenover de vervroegde implementatie van de lopende wijzigingen in de wet- en regelgeving in de Werkingsregels. Ze verzoekt de autoriteiten om ervoor te zorgen dat de nodige beslissingen zijn genomen en de nodige goedkeuringen zijn verleend vóór de volgende veilingen. Beslissing 38. De CREG merkt op dat er, sinds de publicatie van het Ontwerp van Werkingsregels, een aantal teksten over de in paragraaf 29 opgesomde onderwerpen definitief zijn aangenomen. Het gaat in het bijzonder om: - de wet van 7 mei 2024 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt - deze wet legt een toereikend kader vast voor de organisatie van veilingen twee jaar vóór de leveringsperiode; - het koninklijk besluit van 9 april 2024 houdende de voorwaarden en modaliteiten betreffende de deelname door de houders van onrechtstreekse buitenlandse capaciteit aan de preveilingprocedure en aan de prekwalificatieprocedure georganiseerd in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme. De andere in paragraaf 29 vermelde wijzigingen zijn nog lopende waardoor het opportuun is om, in de Werkingsregels, de regeling te behouden voor de hypothese dat ze niet of te laat worden aangenomen. 39. De Werkingsregels werden in die zin aangepast. 4.2. Correcties van de vraagcurve 4.2.1. Behandeling van biedingen van buitenlandse capaciteiten geselecteerd tijdens de Pre-Veiling Voorstel van Werkingsregels 40. Het Voorstel van Werkingsregels voorziet in sectie 6.3.1.1. in een neerwaartse volumecorrectie van de Vraagcurve met onder meer : "… - voor elke grens waarvoor een Pre-Veiling georganiseerd werd, het volume van de Vraagcurve van de Pre-Veiling, verminderd met het maximumvolume dat kan worden geselecteerd uit alle biedingen met de status “ingediend” op de uiterste termijn voor de indiening van Biedingen vermeld in § 301 met betrekking tot Buitenlandse CMU’s gevestigd in het buitenland over deze grens. …" (7de aandachtsstreepje) Niet-vertrouwelijk 14/33 41. Een belangrijke assumptie hierbij is dat deze neerwaartse volumecorrectie dient begrepen te worden in de veronderstelling dat in de instructie van de Minister (MB van 31/03/2024) of bij het veilingproces één enkele volumeparameter voor punt A en B (die samenvallen bij de Y-1-veiling) wordt vastgelegd. Deze volumeparameter zou dan bepaald zijn als de som van de volumeparameter voor de binnenlandse vraagcurve6 en de Maximale volumes voor capaciteiten in de aangrenzende regelzones7. 42. De neerwaartse volumecorrectie van de Vraagcurve, komt overeen met een volume dat niet kan worden ingeboden en waarvan de bijdrage tot de bevoorradingszekerheid als impliciet wordt beschouwd. De CREG gaat akkoord met deze neerwaartse volumecorrectie, en de impliciete bijdrage tot de bevoorradingszekerheid van de volumes per grens, die overeenkomen met het verschil tussen de maximale toegangscapaciteit (hierna: de “MEC”, voor Maximum Entry Capacity) en het volume dat na de Pre-veiling als "ingediend" wordt beschouwd. 43. De CREG meent evenwel, dat dergelijk clearingproces, waarbij de volumeparameter van de uiteindelijke vraagcurve voldoende groot is om zowel de nodige binnenlandse capaciteit als de deelnemende buitenlandse capaciteiten met status "ingediend" te kunnen contracteren, aanleiding kan geven tot het contracteren van meer capaciteit dan nodig indien een gedeelte van de buitenlandse capaciteiten niet voldoende competitief zijn ten aanzien van de Belgische capaciteiten. Het contracteren van meer capaciteit dan nodig resulteert vanzelfsprekend in een hogere kost. Met het oog op het respecteren van de vereiste om het capaciteitsvergoedingsmechanisme te organiseren tegen de laagst mogelijke kost, stelt de CREG voor om bij deelname van de buitenlandse capaciteiten geen directe mededinging tussen binnenlandse en buitenlandse capaciteiten te voorzien tijdens de clearing van de veiling. Ontwerp van Werkingsregels 44. De CREG stelt een proces in twee stappen voor. Een eerste stap bestaat erin om bij de bepaling van de volumeparameter van de vraagcurve enkel rekening te houden met de nood aan binnenlandse capaciteit en bij de clearing van de veiling enkel rekening te houden met binnenlandse capaciteiten. In een tweede stap worden alle biedingen van buitenlandse capaciteiten met status "ingediend", die lager liggen dan de Biedprijs van de hoogst geselecteerde bieding in de eerste stap, en die met andere woorden competitief zijn met de binnenlandse capaciteiten, ook geselecteerd. 45. Het hierboven geschreven principe wordt vertaald in de werkingsregels door een neerwaartse correctie toe te passen gelijk aan de maximale toegangscapaciteit per grens waarvoor een pre-veiling werd georganiseerd. Verder werd in sectie 6.3.3.1.2. (Y-1 Veiling), toegevoegd dat ingediende Biedingen voor buitenlandse capaciteiten met een Biedprijs die lager ligt dan de hoogste Biedprijs van de geselecteerde Biedingen voor binnenlandse capaciteiten, eveneens worden geselecteerd. Antwoorden op de raadpleging 46. FEBEG en Elia hebben in hun antwoord op de publieke raadpleging, hun bekommernissen geuit aangaande de door de CREG voorgestelde behandeling van de Biedingen door Buitenlandse Capaciteiten. De bezorgdheid betreft het feit dat de door de CREG voorgestelde behandeling, volgens de respondenten, leidt tot een selectie van capaciteiten die niet de laagste kost voor het CRM vertegenwoordigt. Verder meent Elia dat de voorgestelde werkingsregels niet leiden tot een minimalisatie van de kost voor de clearing van de biedingen ingediend door Belgische CMU’s. Beide respondenten menen ook dat de 2-stappenbenadering leidt tot een ongelijke behandeling van Belgische en Buitenlandse capaciteiten. Enerzijds wijzen beide respondenten op een discriminatie van Buitenlandse capaciteiten, omdat ze aan een andere prijslimiet worden onderworpen dan Belgische capaciteiten, namelijk aan de prijs van de hoogste geselecteerde Belgische bieding. Anderzijds meent 6 7 Zie Voorstel (C)2734 van 1 februari 2024, nl. 3336 MW. Zie Voorstel (C)2734 van 1 februari 2024, nl. MEC NL = 976MW en MEC D = 284 MW. Niet-vertrouwelijk 15/33 Elia dat ook Belgische capaciteiten gediscrimineerd worden omdat ze niet toegelaten worden een gedeelte van de MEC (Maximum Entry Capacity) op te vullen, ook al zijn ze competitiever dan de Buitenlandse capaciteiten. 47. Alvorens te antwoorden op de opmerkingen van FEBEG en Elia, wenst de CREG eerst te verduidelijken waarom zij in haar Ontwerp van Werkingsregels wou afwijken van de door Elia voorgestelde werkingsregels. 48. Zoals in randnummer 43 vermeld, leidt de door Elia voorgestelde behandeling volgens de CREG tot mogelijks het contracteren van onnodige bijkomende capaciteit, ten opzichte van het voorstel van de CREG. Dit wordt verduidelijkt aan de hand van onderstaande figuren gebaseerd op identieke biedingen (boven CREG-voorstel en onder Elia-voorstel). Het Elia-voorstel houdt in dat de MEC ook opgevuld kan worden met Belgische capaciteiten, wat mogelijks leidt tot het contracteren van een extra capaciteit, en bijgevolg een hogere kost van het CRM. 49. In andere gevallen, met een andere biedingen qua volume en prijs, is het evenwel mogelijk dat het CREG voorstel tot een duurdere oplossing leidt voor het CRM dan het ELIA voorstel. Dit wordt afgebeeld op onderstaande figuren. Niet-vertrouwelijk 16/33 50. Beide methodes van behandeling van de Buitenlandse Capaciteiten kunnen dus mogelijks leiden tot de laagste kost. De uitkomst hangt af van de biedingen in de veiling en kan onmogelijk op voorhand bepaald worden. Beslissing 51. Rekening houdend met juridische bezwaren geuit door FEBEG en ELIA en in afwachting van een verduidelijking over de vraag of het volume overeenkomend met de MEC mag gedekt worden door het contracteren van nationale capaciteiten, is het onmogelijk te bepalen welke van de twee methodes de meeste juridische zekerheid biedt. Bijgevolg stelt de CREG voor om de methode uit het Voorstel van Werkingsregels te behouden. 52. De CREG vraagt Elia om met het oog op de indiening van de volgende versie van de Werkingsregels voor de veilingen georganiseerd in 2025, in samenwerking met de CREG en in overleg met de stakeholders, de methode voor de behandeling van Buitenlandse capaciteiten in de clearing van de veiling verder te onderzoeken, om tot een laagste kost-oplossing voor het CRM te komen in alle mogelijke gevallen en die een maximale juridische zekerheid biedt. 4.2.2. Dynamisch rekening houden met het volume 200 uur Voorstel van Werkingsregels 53. Het Voorstel van Werkingsregels voorziet in sectie 6.3.1.1. in een neerwaartse volumecorrectie van de Vraagcurve met onder meer : " In het geval van een Y-4 Veiling, de gedeeltelijke verhoging van het volume gereserveerd voor latere Veilingen, in overeenstemming met artikel 11 § 5 eerste alinea van het Koninklijk Besluit “Methodologie”. Deze verhoging is gelijk aan 50% van het volume dat gelijk is aan de capaciteit die gemiddeld minder dan 200 draaiuren per jaar heeft, zoals bepaald in het Ministerieel Besluit “Volume en Parameters” en wordt gereduceerd met het Biedvolume, gesommeerd over alle CMU’s die het Standaard Prekwalificatieproces volgen en die capaciteiten bevatten die geen verplichting hebben om een Prekwalificatiedossier in te Niet-vertrouwelijk 17/33 dienen zoals beschreven in artikel 7undecies, §, 8 al. 2 van de elektriciteitswet en aangevuld met de beschrijving in § 116, tweede alinea en waarvoor een Bieding wordt ingediend met een Duur van een Capaciteitscontract gelijk aan één Leveringsperiode. Voor Geaggregeerde CMU’s wordt dit volume pro rata bepaald volgens de NRP’s van de Leveringspunten die deel uitmaken van de CMU en die niet de bovenvermelde verplichting hebben om een Prekwalificatiedossier in te dienen. In het geval dat bepaald wordt dat de correctie kleiner is dan 0MW, wordt de correctie niet uitgevoerd.” Ontwerp van Werkingsregels Deze voorgestelde neerwaartse correctie houdt rekening met een wijziging die wordt overwogen in artikel 11, § 5, van het koninklijk besluit Methodologie. Deze wijziging luidt als volgt: “… 5° in paragraaf 5, wordt voor het eerste lid, twee leden ingevoegd, luidende: « Bij de veiling, die vier jaar voor de periode van capaciteitslevering plaatsvindt, berekent de commissie het volume dat moet worden gereserveerd en dat komt overeen met vijftig procent van de capaciteit die nodig is om gemiddeld de totale piekcapaciteit gedurende minder dan 200 draaiuren per jaar te dekken. Dit volume wordt gereserveerd voor de veiling die een jaar voor de periode van capaciteitslevering plaatsvindt. Bij de veiling die twee jaar voor de periode van capaciteitslevering plaatsvindt, berekent de commissie het restvolume, namelijk de capaciteit die nodig is om gemiddeld de totale piekcapaciteit gedurende minder dan 200 draaiuren per jaar af te dekken, verminderd met het volume van de capaciteiten dat bij de veiling die vier jaar voor de betreffende periode van capaciteitslevering plaatsvindt, zonder daartoe verplicht te zijn, zijn geprekwalificeerd en een bod hebben ingediend met het oog op het verkrijgen van een capaciteitscontract dat één periode van capaciteitslevering bestrijkt, en dat geen niet bewezen capaciteiten zijn. Als voor dezelfde periode van capaciteitslevering het gereserveerde volume dat de commissie bij de veiling vier jaar vóór de periode van capaciteitslevering heeft berekend, groter is dan het restvolume, past de commissie het te reserveren volume aan door het vast te stellen op vijftig procent van het restvolume. …” Voor de Y-4-Veiling in 2024, houdt de instructie, beoogd in artikel 7undecies, § 6 van de Elektriciteitswet, overeenkomstig de geldende regelgeving op het moment van zijn aanname, echter rekening met een gereserveerd volume voor de Y-1 -Veiling dat overeenkomt met 100% van het volume van de capaciteiten die gemiddeld minder dan 200 draaiuren per jaar hebben. Bijgevolg dient er in de Y-4 veiling een opwaartse (in plaats van een neerwaartse) volumecorrectie van de vraagcurve voorzien te worden. Antwoorden op de raadpleging 54. FEBEG steunt het principe van dynamische correctie, maar is van mening dat de wijzigingen van de Werkingsregels niet voldoende duidelijk zijn en dat het toepassingsgebied ervan zou moeten worden verduidelijkt afhankelijk van het feit of het nieuwe wettelijke kader al dan niet wordt aangenomen en door een onderscheid te maken tussen de Y-4-veiling van 2024 en de volgende Y-4 veilingen. 55. Febeliec uit haar twijfels bij de relevantie van een Y-2-veiling die de liquiditeit van de verschillende veilingen kan beperken en de mogelijkheid kan beperken om, tijdens de Y-1-veiling een overschatting van de vraag of een onderschatting van de beschikbare capaciteit te corrigeren. Niet-vertrouwelijk 18/33 Beslissing 56. Het is niet gemakkelijk om Werkingsregels op te stellen op basis van een wettelijk kader dat nog in de maak is. De CREG heeft ervoor gekozen om, in deze Werkingsregels, enkel de correctie van de vraagcurve die van toepassing zal zijn voor de Y-4-veiling van 2024 en die voortvloeit uit de voormelde wijziging van het koninklijk besluit Methodologie te regelen (indien die tijdig in werking treedt). 57. De correctie die moet worden aangebracht aan de vraagcurve voor de Y-4 veiling van 2025 zal worden voorgesteld in de Werkingsregels voor 2025. Ze zal afhangen van de stand van zaken van de regelgeving op het moment dat deze Werkingsregels worden goedgekeurd en van de manier waarop in het ministerieel besluit "Volume en parameters" van 2025 rekening wordt gehouden met de overdracht van het volume dat overeenstemt met de 200 uur. Als de vermindering opnieuw 100 % bedraagt, blijft de opwaartse volumecorrectie van de Vraagcurve uit § 308,
  38. f)van de Werkingsregels van toepassing. Als de vermindering 50 % is, wordt de regel herzien. 58. Wat de correctie betreft die moet worden aangebracht aan de vraagcurve voor de Y-2- veiling, zal de CREG deze opnemen in haar voorstel van de te contracteren volume. 59. De CREG heeft ook de formulering van § 308 verduidelijkt. Bovendien illustreert het cijfervoorbeeld hieronder hoe de correcties zullen worden doorgevoerd 4.3. Correcties voor deelname aan frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en redispatching services Ontwerp van Werkingsregels 60. In sectie 9.4.3.2.1. houden de Werkingsregels enkel rekening met de deelname aan Frequentiegerelateerde Ondersteunende Diensten en Redispatching Services als de Capaciteitsleverancier zich voor deze diensten heeft geprekwalificeerd. Rekening houdend met het feit dat de capaciteiten door Elia zijn geprekwalificeerd voor de diensten die aan haar worden aangeboden, vindt de CREG dat de verplichting van de Capaciteitsleveranciers om haar op de hoogte te brengen van de succesvolle prekwalificatie voor Redispatching Services of Ondersteunende Diensten overbodig is en dat het aan Elia toebehoort om het verband te leggen tussen de Leveringspunten die aan het CRM deelnemen en de capaciteiten die zij voor deelname aan de frequentiegerelateerde Ondersteunende Diensten en de Redispatching services heeft geprekwalificeerd. De Werkingsregels werden bijgevolg aangepast. Niet-vertrouwelijk 19/33 Antwoorden op de raadpleging 61. Er waren geen opmerkingen op deze aanpassing. Beslissing 62. De overwogen wijziging wordt bevestigd. 4.4. Terugwerkende kracht Ontwerp van Werkingsregels 63. Als gevolg van een wijziging van 30 mei 2023 werd de volgende bepaling toegevoegd aan artikel 7undecies, § 12 van de Elektriciteitswet: "De bepalingen in de opeenvolgende versies van de werkingsregels zijn van toepassing op capaciteitsleveranciers die op het tijdstip van hun inwerkingtreding reeds een capaciteitscontract hebben gesloten, met uitzondering van de door de commissie of de Koning aangeduide nieuwe bepalingen die van dien aard zijn dat, indien de capaciteitsleverancier er op het tijdstip van het uitbrengen van zijn bieding kennis van had gehad, hij redelijkerwijs geen of een wezenlijk ander aanbod zou hebben gedaan. Deze uitzondering geldt niet voor nieuwe bepalingen waarvan de toepassing op capaciteitscontracten die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze nieuwe bepalingen reeds zijn gesloten, noodzakelijk is om het contractuele evenwicht te herstellen dat als gevolg van een plotselinge crisis op de energiemarkt is verbroken." 64. Met toepassing van deze bepaling bevat bijlage 18.8: - de lijst van de bepalingen van versie 1 van de Werkingsregels die van toepassing blijven op de Capaciteitscontracten afgesloten in het kader van de Veiling 2021 (met inbegrip van de bijkomende toewijzing uit 2022); - de lijst van de bepalingen van versie 3 van de Werkingsregels die van toepassing blijven op de Capaciteitscontracten afgesloten in het kader van de Veiling 2023; - en, gelijklopend, de lijst van bepalingen van versie 4 van de Werkingsregels die niet van toepassing zijn op de Capaciteitscontracten afgesloten in het kader van de Veiling 2021 en/of de Capaciteitscontracten afgesloten in het kader van de Veiling 2023. Aangezien er geen enkel contract is afgesloten tijdens de Veiling 2022 is de kwestie van de toepassing van de nieuwe regels niet aan de orde. Alle andere bepalingen van de (nieuwe) Werkingsregels zijn van toepassing op de lopende Capaciteitscontracten. Antwoorden op de raadpleging 65. FEBEG betreurt dat de nieuwe bepaling die 20 dagen gepland onderhoud per leveringsperiode vrijstelt van de onbeschikbaarheidspenaliteit niet van toepassing is op reeds gecontracteerde capaciteit. FEBEG denkt dat de toepassing met terugwerkende kracht weinig financiële gevolgen zou hebben, de Werkingsregels van het CRM zou vereenvoudigen en het voor de Capaciteitsleverancier gemakkelijker zou maken om het onderhoudsprogramma uit te voeren. 66. Febeliec is van mening dat indien het wettelijk kader met betrekking tot de vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting voor Leveringspunten Vraagrespons in werking treedt, deze vrijstelling, ook met terugwerkende kracht moet gelden. Niet-vertrouwelijk 20/33 67. Met het oog op een vlotte implementatie wenst Elia zoveel mogelijk te vermijden dat er een uitzondering gemaakt wordt op de regel om nieuwe regels toe te passen op reeds afgesloten Capaciteitscontracten. Elia vraagt in het bijzonder dat de Vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting voor DSM, de toepassing van de Activeringsratio en het in aanmerking nemen van 20 dagen gepland onderhoud met terugwerkende kracht worden toegepast omwille van de volgende redenen: - met betrekking tot de vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting stelt Elia vast dat de vorige Werkingsregels een retroactieve toepassing van deze regel voorzagen en ze begrijpt niet waarom de CREG hierover van mening verandert. - wat de Activeringsratio betreft, is Elia van mening dat deze regel geen impact heeft op het bedrag van de Bieding en in feite slechts een correctie is van de Werkingsregels om ze in overeenstemming te brengen met het design van de Terugbetalingsverplichting; - met betrekking tot gepland onderhoud is Elia van mening dat deze aanpassing niet bedoeld is om het bedrag van de penaliteiten die van toepassing zijn op capaciteitsleveranciers die te goeder trouw zijn te verminderen, maar eerder om ze te verzekeren dat gepland onderhoud in normale omstandigheden tijdens de zomerperiode niet leidt tot de toepassing van onterechte penaliteiten. Beslissing 68. De CREG gaat ervan uit dat deze drie wijzigingen van de Werkingsregels allemaal een financiële impact hebben, en dus een invloed zouden hebben gehad op de Biedprijs indien ze van toepassing waren geweest op het moment van de vorige Veiling die heeft geleid tot de ondertekening van het Capaciteitscontract; ze voldoen dus aan de criteria vereist door artikel 7undecies, § 12 van de Elektriciteitswet. De CREG is dan ook van mening dat deze punten van het Ontwerp van Werkingsregels niet moeten worden aangepast. 69. Voor het overige erkent de CREG, met betrekking tot de retroactieve toepassing van de vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting, dat de vorige versie van de Werkingsregels de toepassing van deze maatregel op reeds afgesloten Capaciteitscontracten voorzag. Dit is echter het gevolg van een fout in deze versie van de Werkingsregels aangezien de CREG in haar beslissing (B)2546 van 11 mei 2023 duidelijk heeft vermeld dat "deze kwestie voor de betrokken CRM-Actoren doorslaggevend is voor de bepaling van de hoogte van hun Bieding" (§ 44). De CREG merkt in elk geval op dat de vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting, bij gebrek aan goedkeuring van de maatregel door de Europese Commissie, niet werd toegepast op de veiling van 2023 - noch voor nieuwe contracten, noch met terugwerkende kracht. 4.5. CO2-emissiegrenswaarden Ontwerp van Werkingsregels 70. De FOD Economie heeft de tekst in Bijlage A.6. opgesteld. In de Franse versie van het Voorstel van Werkingsregels werden de emissiedrempels die van toepassing zijn op de Y-1-veiling van 2024 niet vermeld. Ze werden toegevoegd op vraag van de Algemene Directie Energie van de FOD Economie (hierna: “AD Energie”). Antwoorden op de raadpleging 71. De AD Energie acht het opportuun om in de Werkingsregels eraan te herinneren dat een strategie voor de reductie van de emissiegrenswaarden bestudeerd wordt teneinde de emissiegrenswaarden voor de veilingen na 2028 vast te leggen. Niet-vertrouwelijk 21/33 72. FEBEG formuleerde de volgende opmerkingen: Antwoord van de AD Energie op de opmerkingen van FEBEG Met betrekking tot de noodzaak om emissiegrenswaarden op te nemen in een ander regelgevend kader dan dat van de exploitatievoorschriften. Er wordt een wetswijziging voorbereid (LDD3.3) om de aanwijzing van de bevoegde nationale instantie en de invoering van een specifiek KB voor CO2-emissies mogelijk te maken. Het tijdschema voor deze wetswijziging en de inwerkingtreding van het voornoemde CO2-KB is op dit moment nog niet vastgesteld. Communicatie naar belanghebbenden via de WG Adequacy zal plaatsvinden zodra het CO2-KB in werking treedt. Wat betreft de behoefte aan stabiliteit en zichtbaarheid van het CO2-traject, wordt momenteel de tweede fase van het CO2-traject voor veilingen 28-32 bestudeerd. Gezien de Europese doelstellingen van klimaatneutraliteit, zoals onder meer vervat in Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor het bereiken van klimaatneutraliteit en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999, lijkt een onderzoek naar de impact van deze ontwikkelingen op het CRM noodzakelijk. Beslissing De CREG heeft in Bijlage A. 6 van sectie 18.1.6.1 de tekst toegevoegd die ze van de AD Energie heeft ontvangen. Niet-vertrouwelijk 22/33 4.6. Laagspanningsleveringsgroepen 4.6.1. Statuut van Additionele CMU Voorstel van Werkingsregels 73. In sectie 5.2.3. van het Voorstel van Werkingsregels wordt het volgende vermeld: “Een CRM-Kandidaat die Capaciteiten geconnecteerd aan een laagspanning net wil prekwalificeren, moet deze Capaciteiten als Additioneel prekwalificeren door de Standaard Prekwalificatieprocedure of als Niet-bewezen door de Specifieke Prekwalificatieprocedure te volgen.” Ontwerp van Werkingsregels 74. De CREG vindt dat deze regel in strijd is met de definities van Bestaande Capaciteit en Additionele Capaciteit en dus niet voldoet aan het principe van een gelijke behandeling van Leveringspunten. Een Bestaand Leveringspunt op laagspanning verplichten om het additioneel statuut aan te nemen, betekent immers dat de CMU waarvan het deel uitmaakt een Additionele CMU zou worden, waardoor die verplicht zou zijn de extra procedure te doorlopen om van het statuut van Additionele CMU over te schakelen naar Bestaande CMU. Deze ongerechtvaardigde verzwaring van de procedure is volgens de CREG een rem op de deelname van de Leveringspunten aangesloten op de laagspanningsnetten aan het CRM. Deze paragraaf werd dan ook geschrapt. Antwoorden op de raadpleging 75. In een e-mail van 26 april 2024 verduidelijkte Elia haar antwoord op de openbare raadpleging op verzoek van de CREG. Ze vermeldt het volgende (vrije vertaling): "Het probleem met de deelname van laagspanningsvermogen aan het prekwalificatieproces is dat het momenteel niet in staat is zijn gegevens correct te meten, zowel op hoofdmeterals op submeterniveau (in plaats van met een aparte meter zoals aangegeven in het antwoord van Elia). Gegevens worden effectief gemeten aan de hoofdmeter volgens de regels uit de Werkingsregels. Sommige (niet alle) capaciteiten zijn uitgerust met een aparte meter, maar die is momenteel technisch niet bruikbaar, omdat het systeem voor de berekening van de NRP van laagspanningsvermogens eerst goed moet worden geïmplementeerd (gezien het aantal mogelijke leveringspunten waarover men spreekt). Nogmaals, de wens om deze capaciteiten te prekwalificeren als Additionele (en niet Bestaande) Capaciteiten komt doordat ze al aan het CRM mogen deelnemen ondanks het feit dat hun bijdrage momenteel niet correct kan gemeten worden. Het doel zou daarom zijn om een technisch haalbare oplossing te ontwikkelen tegen het begin van de leveringsperiode waaraan deze capaciteiten zouden deelnemen. Ter herinnering: de betrokken DSO zal de gegevens van de NRP moeten berekenen en naar Elia moeten doorsturen." Beslissing 76. De CREG begrijpt uit de reactie van Elia dat het probleem zich op het niveau van de DSO’s stelt die momenteel niet in staat zouden zijn om de NRP te berekenen. Dit is niet opgenomen in de definitie van "Additionele Capaciteit", al kan dat er inderdaad uit afgeleid worden aan de hand van een ruime interpretatie. 77. De CREG merkt op dat de DSO’s tijdens de openbare raadpleging geen opmerkingen hebben gegeven. Niet-vertrouwelijk 23/33 78. Hoewel bepaalde DSO’s momenteel niet in staat zouden zijn om de NRP van een op laagspanning aangesloten CMU te berekenen in het kader van de prekwalificatieprocedure, waardoor deze capaciteit de facto "Additioneel" wordt, is de CREG hoe dan ook van mening dat dit geen voldoende reden is om alle capaciteiten aangesloten op een laagspanningsnet te verplichten om zich te prekwalificeren als "Additionele Capaciteit". 79. Bovendien vindt de CREG dat de DSO’s voor de nodige instrumenten moeten zorgen om de NRP in het kader van de prekwalificatieprocedure te kunnen berekenen. 4.6.2. Overeenstemming met de reglementering inzake energieoverdracht Ontwerp van Werkingsregels 80. Aangezien Leveringspunten op laagspanning momenteel zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de regels die de energieoverdracht organiseren8 zijn enkel marktsituaties zonder energieoverdracht mogelijk. Deze uitzonderingen zijn de opt-out en pass-through regimes. 81. Om aan te tonen dat hij onder een van deze gevallen valt, moet de CRM-Kandidaat voor deze Leveringspunten ofwel een opt-out overeenkomst voorleggen die ondertekend is door de aanbieder van flexibiliteitsdiensten, de leverancier en hun respectievelijke BRP's, ofwel bewijzen dat de FSP, de leverancier en hun respectievelijke BRP's eenzelfde marktspeler zijn, of dat de eindafnemer voor dit Leveringspunt een contract met valorisatie van de afwijking met zijn leverancier heeft ondertekend. 82. De CREG heeft bijgevolg tabel 2 aangevuld over de vereisten die van toepassing zijn op de Standaardprekwalificatieprocedure voor Leveringspunten op laagspanning en Laagspanningsleveringsgroepen. Antwoorden op de raadpleging 83. Er waren geen opmerkingen op deze aanpassing. Beslissing 84. De overwogen wijziging wordt bevestigd. 4.7. Fallback, procedures Ontwerp van Werkingsregels 85. De door Elia voorgestelde Werkingsregels bevatten geen fallback procedures met betrekking tot de Toelatingsprocedure en de Preveilingprocedure. Deze procedures werden aan hoofdstuk 15 toegevoegd. Antwoorden op de raadpleging 86. Er waren geen opmerkingen op deze aanpassing. Beslissing 87. 8 De overwogen wijziging wordt bevestigd. https://www.elia.be/nl/elektriciteitsmarkt-en-systeem/facilitering-van-de-elektriciteitsmarkt/energieoverdracht Niet-vertrouwelijk 24/33 4.8. Andere opmerkingen 88. Deze sectie bevat opmerkingen over wijzigingen die de CREG heeft aangebracht aan de Werkingsregels en die niet werden uiteengezet in de raadplegingsnota. 4.8.1. Gemeenschappelijke vereisten voor de prekwalificatieprocedure Antwoorden op de raadpleging 89. FEBEG merkt op dat de verbintenissen en verzakingen uit § 108 van het Ontwerp van Werkingsregels niet van toepassing zouden moeten zijn op de Leveringspunten die tijdens eerdere veilingen zijn gecontracteerd. Beslissing 90. De CREG vindt de opmerking terecht en heeft de formulering aangepast om deze Leveringspunten uit te sluiten. 4.8.2. Uiterste datum voor het indienen van het bewijs van afgeleverde vergunningen Antwoorden op de raadpleging 91. Transnet BW, 50Hertz Transmission GmbH en Amprion en TenneT vragen om de volgende zin toe te voegen aan § 110 van het Ontwerp van Werkingsregels: “If, due to late submission, the Foreign TSO has not followed up the verification of the Indirect Foreign CRM Candidate’s permits before the due date of the Prequalification Procedure as defined in article 7undecies, §12, Elia rejects the Prequalification file(
  39. s)of this Indirect Foreign CRM Candidate.” Dit verzoek wordt ook door Elia gesteund. Beslissing 92. De CREG vindt de voorgestelde formulering dubbelzinnig. Hieruit kan worden afgeleid dat de afwijzing van een Prekwalificatiedossier door Elia zou kunnen worden gekoppeld aan de tijd die de Buitenlandse TSO nodig acht om de vergunningen te controleren. 93. Artikel 7undecies, § 12, 3e lid
  40. c)van de Elektriciteitswet verduidelijkt wat de Werkingsregels hiervoor moeten bevatten. Volgens deze bepaling moet de capaciteitshouder vóór de uiterste datum voor het indienen van biedingen het bewijs leveren dat de vergunningen in laatste administratieve aanleg zijn toegekend; deze bepaling geldt voor alle capaciteiten, zowel voor (onrechtstreekse) buitenlandse als Belgische capaciteiten. Deze vereiste wordt herhaald in § 110 van het Ontwerp van Werkingsregels. Het niet naleven van deze voorwaarde leidt noodzakelijkerwijs tot de verwerping van het Prekwalificatiedossier door Elia, ongeacht de tijd die nodig is voor de verificatie door de Buitenlandse TSO's. 94. De CREG is dan ook van mening dat de toevoeging van deze paragraaf in strijd zou zijn met de voormelde wettelijke bepaling. Niet-vertrouwelijk 25/33 4.8.3. Notificatie van geselecteerde biedingen aan de CREG Ontwerp van Werkingsregels 95. In § 366 van haar Ontwerp van Werkingsregels vraagt de CREG, om de selectie van offertes te kunnen valideren, aan Elia om voor elke geselecteerde bieding aan te geven of ze al dan niet verplicht was om zich te prekwalificeren. Antwoorden op de raadpleging 96. Elia erkent dat deze informatie noodzakelijk is, maar geeft aan dat ze die informatie niet aan de CREG kan meedelen aangezien die onder de bevoegdheid van de FOD Economie valt. Beslissing 97. Artikel 26 van de Elektriciteitswet staat de CREG toe om de netbeheerder te vorderen om haar alle nodige informatie waarover ze beschikt te verstrekken zodat de CREG haar opdrachten kan uitvoeren. De CREG is dan ook van mening dat zij het recht heeft om van Elia te eisen dat zij haar alle informatie bezorgt die zij gebruikt heeft om de clearing uit te voeren. De CREG kan immers moeten controleren of de informatie die Elia heeft gebruikt wel degelijk overeenstemt met de informatie die de FOD Economie haar heeft bezorgd. 4.8.4. Begin- en einduur van een beschikbaarheidstest Antwoorden op de raadpleging 98. FEBEG is tegen het verminderen van het tijdvenster waarin Elia de beschikbaarheidstest uitvoert tot het tijdvenster 7-20 uur en vraagt om een tijdvenster van 24 uur te behouden. 99. Elia steunt deze vermindering niet. Elia merkt op dat de beschikbaarheidstest niet bedoeld is om bij te dragen aan de toereikendheid, maar om te controleren of de CMU tijdig kan reageren op een signaal van Elia. Beslissing 100. Aangezien het doel van het CRM is om de naleving van het betrouwbaarheidscriterium te verzekeren, is de CREG van mening dat een Capaciteitsleverancier in staat moet zijn om de beschikbaarheid van zijn capaciteit tijdens de momenten waarop de kans op spanningen op het elektriciteitssysteem het grootst is aan te tonen. 101. De CREG beslist bijgevolg om de aanpassing van § 619 van het Ontwerp van Werkingsregels te behouden. 4.8.5. Terugbetalingsverplichting Ontwerp van Werkingsregels 102. In haar Ontwerp van Werkingsregels had de CREG, voor de CMU's die Leveringspunten Vraagrespons omvatten, de door Elia voorgestelde berekening van de Terugbetalingsverplichting in verhouding tot de NRP vervangen door een berekening per Leveringspunt. Antwoorden op de raadpleging 103. Febeliec is van mening dat de voorgestelde aanpak voor de berekening van de Terugbetalingsverplichting per Leveringspunt praktisch niet haalbaar is en zal leiden tot een Niet-vertrouwelijk 26/33 aanzienlijke administratieve last zonder echte toegevoegde waarde. Febeliec formuleert echter geen ander voorstel. 104. Volgens Elia is de berekening van de Terugbetalingsverplichting per Leveringspunt niet mogelijk aangezien de capaciteit wordt gecontracteerd per CMU. Elia is daarom van mening dat het gebruik van een verhouding berekend op basis van de capaciteit van de DSM in de totale gecontracteerde capaciteit van de CMU de voorkeur verdiende. Beslissing 105. Rekening houdend met de opmerkingen van Febeliec en Elia over de moeilijkheden om een berekening van de Terugbetalingsverplichting per Leveringspunt in te voeren, beslist de CREG om af te zien van de door haar voorgestelde aanpassing en erop terug te komen bij de door Elia voorgestelde berekeningsformule. 4.8.6. Resultaten van de preveiling Ontwerp van Werkingsregels 106. §1179: In haar Ontwerp van Werkingsregels heeft de CREG de door Elia voorziene timing om de informatie in te dienen die ze nodig heeft om haar controle uit te voeren aangepast: 12 juni werd vervangen door 28 mei. Antwoorden op de raadpleging 107. In haar antwoord op de raadpleging geeft Elia aan dat 28 mei te dicht bij de voorziene clearingdatum van 26 mei ligt en stelt ze 7 juni voor. Beslissing 108. In overeenstemming met het koninklijk besluit "Toezicht" dient de CREG toezicht te houden op de preveiling en kan ze zich daarvoor laten bijstaan door een Auditor van de Capaciteitsmarkt. 109. Artikel 5 en 16 van dit koninklijk besluit bepalen binnen welke termijnen deze acties moeten worden ondernomen. De Auditor heeft 5 werkdagen na de afsluiting(
  41. en)van de pre-veilingen(
  42. en)om zijn analyseverslag bij de CREG in te dienen. De CREG beschikt over 10 werkdagen na de afsluiting van de preveiling(
  43. en)om de netbeheerder, indien nodig, in geval van een onregelmatigheid, nadat ze hem gehoord heeft, te verplichten een nieuwe veiling te organiseren. 110. Aangezien de datum voor de publicatie van de resultaten van de preveiling is vastgesteld op 12 juni met toepassing van artikel 7 van het koninklijk besluit "Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten", is 28 mei de uiterste datum voor de indiening van de gegevens bij de CREG zodat de termijnen die werden vastgelegd door de koninklijke besluiten "Toezicht" en "Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten" kunnen worden nageleefd. 111. De CREG beslist dus om de aanpassing van § 1179 van het Ontwerp van Werkingsregels te behouden. 4.8.7. Punctuele correcties 112. § 273 (FEBEG): de Nederlandse versie werd in overeenstemming gebracht met de Franse versie. 113. § 580 (FEBEG en Elia): er werden Redispatching Services toegevoegd. 114. § 194 (Elia): de door Elia voorgestelde toevoeging werd aangebracht, met het verschil dat het redelijkheidscriterium weggelaten werd, teneinde de interpretatiemarge weg te nemen. Niet-vertrouwelijk 27/33 115. § 273 (Elia): de Nederlandse versie werd gecorrigeerd. 116. § 280 (Elia): de interpretatie van Elia is correct; de CREG is echter van mening dat de formulering van de regel duidelijk is en niet moet worden aangepast. 117. § 383 (Elia): Elia stemt ermee in om de informatie aan de CREG te bezorgen, maar zou dit punt graag opnieuw met de CREG willen bespreken om ervoor te zorgen dat de rapportering zo efficiënt mogelijk gebeurt. Elia stelt daarom voor om deze paragraaf op te nemen in de volgende versie van de Werkingsregels en te verplaatsen naar hoofdstuk 16. De CREG staat open voor een bespreking over dit onderwerp, maar wenst deze paragraaf te behouden aangezien ze de gevraagde informatie om verschillende redenen nodig heeft: in het kader van haar opdracht om de goede werking van het CRM te controleren, in het kader van de controle van de kosten en voor de kalibratie van de vraagcurves. Dit vereist toegang tot meer gedetailleerde informatie en met een grotere frequentie dan is voorzien in de Werkingsregels inzake communicatie met de marktspelers. Dit is de reden waarom deze paragraaf niet is opgenomen in hoofdstuk 16 dat gaat over de door Elia gepubliceerde informatie. 118. § 384 (Elia): de CREG wijst erop dat artikel 7undecies, § 11, tweede lid, van de Elektriciteitswet enerzijds voorziet dat het capaciteitscontract in overeenstemming moet zijn met de Werkingsregels. Anderzijds voegt de wet van 7 mei 2024 in artikel 7undecies, § 11 van de Elektriciteitswet de wettelijke basis in voor de procedure tot opschorting van de betaling van de vergoeding. Bovendien voegt de wet van 7 mei 2024 aan de lijst van elementen die in de werkingsregels moeten worden opgenomen de modaliteiten toe van de procedure voor de opschorting van de betaling van de vergoeding. De CREG wijzigt de paragraaf dus niet. 119. § 460 (Elia): De CREG heeft een deadline toegevoegd voor de indiening van het controleverslag tcontrole 2. 120. § 471 (Elia): De CREG heeft § 472 aangepast om rekening te houden met de opmerking van Elia. Ze heeft ook § 473 aangevuld met de verwijzing naar § 472. 121. 9.3.1.2. (Elia): de CREG deelt de mening van Elia niet. § 503 vermeldt duidelijk dat de Nietbeschikbaarheidsplanning de bron van de informatie is. 122. 9.3.1.2. (Elia): De CREG deelt de mening van Elia niet. Het maakt niet uit of de notificatie automatisch of handmatig gebeurt, de status ervan wordt bepaald volgens de bepalingen van § 513 en 514. 123. § 513 (Elia): de termen "Onaangekondigde Ontbrekende Capaciteit" en "Aangekondigde Nietbeschikbare Capaciteit" werden verwisseld om rekening te houden met de opmerking van Elia. 124. § 546 (Elia): de CREG heeft de Nederlandse versie aangepast. 125. § 551, § 561 (Elia): de CREG heeft de initiële formulering behouden. 126. § 561 (Elia): de CREG heeft de formulering verduidelijkt, maar herhaalt dat de oorspronkelijk door Elia voorgestelde formulering totaal onduidelijk was. 127. 9.4.3. (Elia): de CREG heeft de formulering van de titel aangepast. 128. § 583 (Elia): de CREG is het niet eens met Elia en is van mening dat de toevoeging de formulering verduidelijkt. 129. § 643, § 644: de data werden geüniformiseerd. Niet-vertrouwelijk 28/33 5. VERBETERINGEN DIE TEGEN WORDEN AANGEBRACHT 2025 MOETEN 130. De CREG heeft een aantal verbeteringen geïdentificeerd die aan de Werkingsregels van 2025 moeten worden aangebracht. 5.1. Deelname van onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten 131. In sectie 9.4.3.2.1. en 17.3.1.2. verwijst Elia naar het besluit van ACER van 22 december 2020 (Technical specifications for cross-border) om de beschikbare capaciteit van de CMU’s en de buitenlandse CMU’s die aan verschillende CRM’s deelnemen te bepalen. De CREG is van mening dat er in de volgende Werkingsregels nadere informatie moet worden aangebracht om de modaliteiten te verduidelijken van het in aanmerking nemen van deze deelname aan andere CRM’s wanneer de lopende besprekingen met ACER en de buitenlandse TSO’s afgerond zullen zijn. 5.2. Flexibele aansluitingen 132. In de Werkingsregels voorgesteld door Elia, wordt voor capaciteiten met een flexibele toegang beschouwd dat het flexibele deel van de capaciteit niet zal kunnen bijdragen tot de bevoorradingszekerheid en bijgevolg als opt-out OUT dient te worden beschouwd. De CREG meent dat de redenen voor toekenning van flexibele toegang niet steeds dezelfde zijn. In sommige gevallen zijn de marktomstandigheden die leiden tot een verhoogd congestierisico ook te verwachten op momenten van schaarste. In andere gevallen dragen net de marktomstandigheden die leiden tot een verhoogd congestierisico, net bij tot de bevoorradingszekerheid. De vraagt rijst in welke mate een flexibele toegang tot het net de bijdrage aan bevoorradingszekerheid in het gedrang brengt. In de gevallen dat de bevoorradingszekerheid niet in het gedrang komt door de flexibele toegang zou de betreffende capaciteit in aanmerking moeten kunnen worden genomen als een opt-out IN en bij correcties van de vraagcurve. 133. De CREG vraagt Elia deze problematiek te onderzoeken en een oplossing voor te stellen in het voorstel van werkingsregels dat in 2025 zal worden ingediend bij de CREG. Antwoorden op de raadpleging 134. FEBEG begrijpt de redenering van de CREG, maar vestigt de aandacht op de inspanningen die zullen moeten worden geleverd om een methodologie te ontwikkelen, voor een impact op het CRM die zij beperkt acht. 135. Voor FEBEG lijkt het bijna onmogelijk om een verband te leggen tussen een contract voor flexibele toegang en bepaalde marktomstandigheden of congesties. 136. Febeliec merkt op dat dit type aansluiting in de toekomst vaker zou kunnen voorkomen en roept op tot voorzichtigheid bij het verwerpen van dit type capaciteit in toereikendheidsstudies en CRMveilingen, wat de liquiditeit op de markt zou kunnen verminderen en de behoefte aan capaciteit zou kunnen overschatten. Beslissing 137. De CREG blijft dus bij haar verzoek. Niet-vertrouwelijk 29/33 5.3. Vereiste om Laagspanningsleveringsgroepen distributienet aan te sluiten 138. In hoofdstuk 3 van het Voorstel van “Laagspanningsleveringsgroep” als volgt gedefinieerd: Werkingsregels op hetzelfde wordt de notie “Een verzameling Leveringspunten geconnecteerd op laagspanningsniveau die samen in de portefeuille van een zelfde FSP geaggregeerd worden om het minimale deelnameniveau opgelegd door artikel 7 Undecies, §8, alinea 1st, 2° van de Elektriciteitswet om deel te nemen aan het CRM te bereiken. Een Laagspanningsleveringsgroep kan enkel Leveringspunten bevatten die geconnecteerd zijn op laagspanningsniveau aan dezelfde DSO.” De CREG vindt dat de verplichting om aangesloten te zijn op het laagspanningsnet van eenzelfde DNB een rem is op de deelname van deze Leveringspunten aan het CRM. 139. In haar consultatieverslag over de documenten flexibiliteit9 rechtvaardigt Synergrid dit als volgt: “Een onderwerp dat ook besproken is in de contacten met stakeholders als onderdeel van de consultatie is de verplichting, voor CRM LV, dat alle punten binnen één delivery point group toebehoren aan dezelfde DNB. Dit wordt opgeworpen als een mogelijke barrière, aangezien deze beperking er niet is voor deelname aan aFRR LV. De netbeheerders wensen aan te geven dat dit verschil zijn oorsprong heeft in de verschillende modaliteiten van beide producten: zo voert de DNB een NRP-berekening voor de Delivery Point Group uit (wat neer komt op de groep leveringspunten) als onderdeel van het prekwalificatieproces, en deze berekening stoelt op historische 15’ metingen van de betrokken Delivery Point Group. Ook tijdens de levering van de dienst is het de DNB die verantwoordelijk is voor het verzamelen en verwerken van de benodigde data. Deze verantwoordelijkheid is wettelijk vastgelegd en de bevoegdheden van iedere DSO zijn beperkt tot zijn regio (het uitvoeren van berekeningen op data van andere regio’s valt hier niet onder). Dit proces is anders voor aFRR: de individuele punten worden aanzien als leveringspunten. De verantwoordelijkheid van de DNB stopt op deze hoogte. De groep van leveringspunten speelt enkel een faciliterende rol voor biedingen en aggregatie van data en het opmaken en beheren van deze groep is niet de verantwoordelijkheid van de DNB. . Het bovenstaande wil zeggen dat voor deze document release het verschil tussen beide producten, en dus de verplichting dat alle punten binnen een delivery point group toebehoren aan dezelfde DNB, behouden blijft. Dit neemt niet weg dat de netbeheerders bekijken welke oplossingen de deelname van punten op LS verder kunnen faciliteren.” 140. In overeenstemming met de Werkingsregels van het CRM wordt het Nominaal Referentievermogen per Leveringspunt bepaald volgens een van de twee methoden die worden beschreven in sectie 5.4.1. Het Nominaal Referentievermogen van de groep leveringspunten wordt verkregen door een eenvoudige som. Om deze barrière weg te werken zou het dan ook mogelijk moeten zijn om via de data flex hub de Nominale Referentievermogens die verschillende DSO’s hebben overgemaakt, op te tellen. Antwoorden op de raadpleging 141. FEBEG ondersteunt deze evolutie. Beslissing 142. De CREG blijft bij haar verzoek. 9 Consultatieverslag Documenten Flexibiliteit (synergrid.
  44. be)Niet-vertrouwelijk 30/33 5.4. Design notes 143. Om de Werkingsregels beter te begrijpen vindt de CREG het nodig om te beschikken over de bijgewerkte design notes. Antwoorden op de raadpleging 144. FEBEG ondersteunt dit punt. Beslissing 145. De CREG blijft bij haar verzoek; ze wil er wel op wijzen dat Elia in de loop van de maand april verschillende design notes heeft gepubliceerd. 5.5. Andere toekomstige verbeteringen die de respondenten van de raadpleging hebben gesuggereerd 146. In antwoord op de raadpleging doet FEBEG andere suggesties voor toekomstige verbeteringen van het CRM. Aangezien deze punten niet ter openbare raadpleging zijn voorgelegd, worden ze niet behandeld in deze beslissing. 6. BESLISSING Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de Elektriciteitsmarkt, in het bijzonder artikel 7undecies, § 12; Gelet op het Voorstel van Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme dat Elia op 1 februari 2024 aan de CREG heeft overgemaakt; Gelet op de openbare raadpleging die de CREG tussen 29 maart en 19 april 2024 heeft georganiseerd; Overwegende dat de CREG, overeenkomstig artikel 7undecies, § 12 van de Elektriciteitswet, de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme dient op te stellen en uiterlijk op 15 mei 2024 op haar website dient te publiceren; Overwegende dat het Voorstel van Werkingsregels in overeenstemming is met de algemene doelstellingen die de wet van 29 april 1999 eraan toekent; Overwegende dat het Voorstel van Werkingsregels de minimale inhoud van de Werkingsregels zoals vastgelegd door artikel 7undecies, § 12, 3e lid van de wet van 29 april 1999, zoals aangepast door de CREG, bevat; Overwegende dat het Voorstel van Werkingsregels ook moet worden gewijzigd, om de redenen en voor zover uiteengezet in hoofdstuk 4; Niet-vertrouwelijk 31/33 Beslist de CREG om de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme, die in bijlage 1 zijn opgenomen, vast te stellen. De CREG vraagt aan Elia om gevolg te geven aan hoofdstuk 5 van onderhavige beslissing alsook aan paragraaf 52.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Ilse TANT Directeur Sigrid JOURDAIN Directeur Niet-vertrouwelijk Laurent JACQUET Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 32/33 BIJLAGE 1 Capaciteitsvergoedingsmechanisme (CRM) Werkingsregels (versie 4) Opgesteld door de CREG op basis van het voorstel van Elia van 1 februari 2024 BIJLAGE 2 Antwoorden op de publieke raadpleging Niet-vertrouwelijk 33/33

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.