(B)2799 25 oktober 2024 Beslissing (B)2799 over het voorstel van de NV Elia Transmission Belgium tot het toekennen van een aansluiting met flexibele toegang op het transmissienet van een elektriciteitsproductieeenheid, te weten een offshore windturbinepark te Prinses Elisabeth 1 Artikel 61 van de gedragscode van de CREG van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en van de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER VOOR FLEXIBELE TOEGANG............................................................................... 4 1.1. EUROPEES RECHT .................................................................................................................... 4 1.1.1. De verordening (EU) 2019/943........................................................................................ 4 1.1.2. De richtlijn (EU) 2019/944 ............................................................................................... 6 1.1.3. Europese netcode vraagrespons in de maak .................................................................. 8 1.2. NATIONAAL RECHT .................................................................................................................. 9 2. ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 13 3. RAADPLEGING ............................................................................................................................... 15 4. ALGEMENE OPMERKINGEN ........................................................................................................... 16 5. 4.1. Nood aan vervollediging van het regulatoir kader voor flexibele toegang ........................... 16 4.2. Momenteel door Elia gehanteerde criteria voor weigering permanente toegang............... 18 BEOORDELING ............................................................................................................................... 19 5.1. EVALUATIEMETHODE ............................................................................................................ 19 5.1.1. Volledigheid van de goedkeuringsaanvraag.................................................................. 19 5.1.2. Inhoudelijke beoordeling van de goedkeuringsaanvraag ............................................. 20 5.2. DE BEHANDELING VAN DE OPMERKINGEN ONTVANGEN BIJ DE ONTWERPBESLISSING (B)2799 .............................................................................................................................................. 22 5.2.1. Opmerkingen van de aanvrager .................................................................................... 22 5.2.2. Opmerkingen van Elia.................................................................................................... 24 5.2.3. Opmerkingen van andere partijen ................................................................................ 26 5.3. 6. EVALUATIE VAN HET CONCRETE DOSSIER............................................................................. 33 5.3.1. Weigering door Elia van de permanente toegang ........................................................ 34 5.3.2. Voorstel van Elia voor flexibele toegang ....................................................................... 36 CONCLUSIE .................................................................................................................................... 38 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 40 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 40 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 40 BIJLAGE 4 ............................................................................................................................................... 40 BIJLAGE 5 ............................................................................................................................................... 40 BIJLAGE 6 ............................................................................................................................................... 40 BIJLAGE 7 ............................................................................................................................................... 40 Niet-vertrouwelijk 2/40 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 61 van de gedragscode van de CREG van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en van de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer1 (hierna: “gedragscode elektriciteit”), het voorstel van de NV Elia Transmission Belgium (hierna: “Elia”) tot het toekennen van een aansluiting met flexibele toegang op het transmissienet van een elektriciteitsproductie-eenheid, te weten een offshore windturbinepark te Prinses Elisabeth 1 (de kavel die minstens het punt met de coördinaten N 51° 37,266501’ O 2° 33,402950’ bevat) . Per brief van 16 mei 2024 heeft de CREG dit voorstel van Elia (in het Nederlands), samen met het technisch rapport (in het Engels), ingediend op grond van artikel 61 van de gedragscode elektriciteit, ontvangen voor goedkeuring in het kader van de detailstudie (onderdeel van de aansluitingsaanvraag) voor dit project. Op 15 juli 2024 heeft Elia, op vraag van de CREG ter verduidelijking van het technisch rapport, aan de CREG een bijgewerkte versie van het technisch rapport bezorgd. De transmissienetgebruiker zal pas gekend zijn na de organisatie van de concurrerende inschrijvingsprocedure overeenkomstig artikel 6/3, §2, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: “de elektriciteitswet”). Elia meldt in haar brief van 16 mei 2024 dat “de Belgische Staat op dit ogenblik waar relevant - in zijn louter formele hoedanigheid als ‘aanvrager’ volgend uit artikel 6/3, §4 van de Elektriciteitswet – [zal] beschikken over de rechten en plichten zoals die voortvloeien uit de Gedragscode,” en dat in het kader van deze goedkeuringsaanvraag de FOD Economie en FOD Volksgezondheid optreden als “de aanvrager”. De CREG begrijpt hieruit dat de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de FOD Economie en FOD Volksgezondheid, te beschouwen is als “aanvrager” van de aansluiting in dit dossier. Onderhavige beslissing bestaat uit zes delen: - Het eerste deel schetst het wettelijk kader. - Het tweede deel bevat de antecedenten. - Het derde deel behandelt de raadpleging. - Het vierde deel bevat algemene opmerkingen. - Het vijfde deel bevat de beoordeling van het voorstel van Elia. - Het zesde deel bevat de conclusie over het voorstel van Elia. Het technisch rapport van Elia met de bijlagen wordt als bijlage aan deze beslissing toegevoegd. Deze beslissing werd door het Directiecomité van de CREG genomen via een schriftelijke procedure die aanvatte en eindigde op 25 oktober 2024. 1 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2409Annex1.pdf Niet-vertrouwelijk 3/40 1. WETTELIJK KADER VOOR FLEXIBELE TOEGANG 1.1. EUROPEES RECHT 1.1.1. De verordening (EU) 2019/943 1. Artikel 3, eerste lid, q), van de verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (hierna: “de verordening 2019/943”) bepaalt in het algemeen wat volgt wat betreft het recht op toegang van marktdeelnemers tot o.m. de transmissienetten: “[d]e lidstaten, de regulerende instanties, de transmissiesysteembeheerders, de distributiesysteembeheerders, de marktbeheerders en de gedelegeerde beheerders waarborgen dat de elektriciteitsmarkten in overeenstemming met de volgende beginselen worden beheerd: […]
(86)on the one hand, and non-firm connection agreements on the other, ensuring that markets are not unduly distorted.” 7 PC_2024_E_07 - Public consultation on the draft network code on demand response | www.acer.europa.eu Niet-vertrouwelijk 9/40 10. Als gevolg van de door de wet van 21 juli 2021 doorgevoerde wijzigingen van de elektriciteitswet geeft het artikel 11, §2, van de elektriciteitswet de CREG de exclusieve bevoegdheid om een gedragscode vast te stellen met de voorwaarden voor de aansluiting op en toegang tot het transmissienet, de voorwaarden voor verstrekking van ondersteunende diensten, en de voorwaarden voor de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. Artikel 23, §2, tweede lid, 9°bis, van de elektriciteitswet voorziet als taak voor de CREG: de gedragscode vastleggen, en, in voorkomend geval, de documenten goedkeuren die daarin worden beoogd, en de toepassing ervan controleren.8 11. De CREG heeft de eerste gedragscode elektriciteit vastgesteld bij beslissing van 20 oktober 20229 ter vervanging van een deel van het federaal technisch reglement. De gedragscode elektriciteit voorziet een beoordelingsprocedure van voorstellen van aansluiting met flexibele toegang in artikel 61, dat luidt als volgt: “§ 1. Wanneer het verzoek om een oriëntatiestudie als bedoeld in artikel 17, § 1, of de aansluitingsaanvraag als bedoeld in artikel 29, § 1, betrekking heeft op de aansluiting van een elektriciteitsproductie-eenheid, een verbruiksinstallatie of een energieopslag- faciliteit moet de transmissienetbeheerder die flexibele toegang voorstelt voor de aansluiting van de betrokken elektriciteitsproductie-eenheid, verbruiksinstallatie of energie-opslagfaciliteit in een oriëntatiestudie met toepassing van artikel 25, § 1, of in een studie met toepassing van artikel 46 , § 3, de aanvrager en de CREG eerst in een technisch rapport op de hoogte brengen van het voornemen. De transmissienetbeheerder rechtvaardigt zijn keuze aan de hand van objectieve en technisch deugdelijke criteria. Een kopie van het technisch rapport wordt ter informatie aan de Algemene Directie Energie medegedeeld. De CREG keurt de door de transmissienetbeheerder verstrekte rechtvaardiging zo snel mogelijk goed, maar niet later dan twintig werkdagen na de kennisgeving uit hoofde van het eerste lid. Deze termijn kan eenmalig door de CREG worden verlengd, voor een duur die zij bepaalt, als de complexiteit van de aanvraag van de oriëntatie- of aansluitstudie dit vereist. De termijnen bedoeld in de artikelen 25 en 46, §§ 1 en 3, worden dienovereenkomstig verlengd. § 2. De mogelijkheid om flexibele toegang te verlenen voor de aansluiting van een elektriciteitsproductie-eenheid, een verbruiksinstallatie of een energieopslag-faciliteit ontslaat de transmissienetbeheerder niet van de ontwikkeling van zijn netwerk overeenkomstig het ontwikkelingsplan als bedoeld in artikel 13 van de wet. De flexibele toegang is beperkt in de tijd en eindigt op de datum van de ingebruikname van de nodige versterkingen van het netwerk voorzien door het ontwikkelingsplan bedoeld in het eerste lid. Op deze datum wordt het ter beschikking gesteld flexibel vermogen een permanent vermogen en wordt deze toegevoegd aan het reeds ter beschikking gesteld permanent vermogen. Deze flexibele toegang is niet beperkt in de tijd als het voornoemde ontwikkelingsplan niet de nodige versterkingen biedt. § 3. Het technisch rapport bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, specificeert de voorwaarden voor het verlenen van flexibele toegang, waaronder: 1° het geplande moment voor het in dienst stellen van de noodzakelijke netwerkversterkingen voorzien in het voornoemde ontwikkelingsplan; 8 De wet van 21 mei 2023 houdende diverse bepalingen inzake energie heeft o.m. de artikelen 11, 15 en 23, §2, van de elektriciteitswet gewijzigd. 9 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2409NL.pdf. Niet-vertrouwelijk 10/40 2° permanent vermogen op permanente wijze beschikbaar gesteld en het beschikbare flexibele vermogen; 3° een schatting van de gemiddelde duur en de totale duur per jaar gedurende dewelke het flexibele vermogen kan worden verminderd. Als de noodzakelijke netwerkversterkingen waarin in het ontwikkelingsplan als bedoeld in artikel 13 van de wet is voorzien, niet plaatsvinden op het geplande tijdstip overeenkomstig § 3, 1°, kan de transmissienetbeheerder de CREG verzoeken om flexibele toegang voor een bepaalde periode uit te breiden, afhankelijk van voorwaarden in dat geval. § 4. De transmissienetbeheerder kan het beschikbare flexibele vermogen alleen verminderen als aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan: 1° in geval van congestie; 2° wanneer de veiligheid en betrouwbaarheid van het netwerk wordt bedreigd.” 12. De gedragscode elektriciteit bevat daarnaast nog de volgende bepalingen waarin de flexibele toegang aan bod komt: - Artikel 22, §4: “Indien blijkt dat de aansluitingsaanvraag niet kan worden aanvaard overeenkomstig artikel 15, § 1, derde lid, van de wet, onderzoekt de transmissienetbeheerder of het relevant is om aan de aanvrager van een oriëntatiestudie een aansluiting met flexibele toegang voor te stellen, volgens de modaliteiten voorzien in artikel 61.” - Art. 26: “De technische gegevens in de oriëntatiestudie hebben ten minste betrekking op de volgende elementen: […] 6° in voorkomend geval, een indicatieve beschrijving van de flexibele toegangsregeling die aangewezen zou zijn op de betrokken elektriciteitsproductie-eenheid, verbruiksinstallatie of energieopslagfaciliteit, volgens de modaliteiten voorzien in artikel 61; […].” - Art. 34: “Als de aansluitingsaanvraag betrekking heeft op een elektriciteitsproductie-eenheid, een HVDC systeem, een energieopslagfaciliteit of een op gelijkstroom aangesloten power park module, reserveert de transmissienetbeheerder de nodige capaciteit, rekening houdend met de gevraagde capaciteit alsook, in voorkomend geval, met de toepassing van een met die capaciteit verbonden regeling van flexibele toegang. Deze capaciteit wordt gereserveerd op het ogenblik van verzending van de detailstudie die het akkoord betreffende de technische oplossing, zoals bedoeld in artikel 46, § 3, materialiseert.” - Art. 46, §§ 2 en 3: “§2. Heeft de aansluitingsaanvraag betrekking op de aansluiting van een elektriciteitsproductie-eenheid, een verbruiksinstallatie of een energieopslagfaciliteit, en indien blijkt dat de aansluitingsaanvraag niet kan worden aanvaard, om redenen van gebrek aan capaciteit overeenkomstig artikel 15, § 1, derde lid, van de wet, kan de transmissienetbeheerder aan de aanvrager voorstellen om hem een flexibele toegang te verlenen voor de aansluiting van de betrokken elektriciteitsproductie-eenheid, verbruiksinstallatie of energieopslagfaciliteit volgens de modaliteiten voorzien in artikel 61. Niet-vertrouwelijk 11/40 § 3. Zo spoedig mogelijk maar ten laatste binnen de zestig werkdagen volgend op de ontvangst van de naar behoren ingevulde aansluitingsaanvraag, sluiten de transmissienetbeheerder en de aanvrager een akkoord over de technische oplossing om de beoogde aansluiting te realiseren. De detailstudie die de transmissienetbeheerder aan de aanvrager bezorgt beschrijft deze technische oplossing en de aansluitingsvoorwaarden van deze aansluiting. Indien de transmissienetbeheerder echter na de voltooiing van de detailstudie oordeelt dat de aansluitingsaanvraag niet kan worden aanvaard overeenkomstig artikel 15, § 1, derde lid, van de wet en dat geen flexibele toegang kan worden verleend, deelt de transmissienetbeheerder de aanvrager en de CREG zijn beslissing mee om de aansluitingsaanvraag, en bijgevolg de toegang tot het transmissienet, te weigeren. Hij geeft hierin aan dat deze het voorwerp van beroep bij de CREG kan uitmaken alsmede de modaliteiten teneinde dit uit te oefenen.” - Art. 57, tweede lid: “Als gevolg van het sluiten van het aansluitingscontract wordt de gereserveerde capaciteit voor de aansluiting toegewezen aan de aansluitingsaanvrager; in voorkomend geval kan deze capaciteit worden beperkt door een regeling van flexibele toegang zoals bedoeld in artikel 61.” - Art. 60: “§ 1. De type-aansluitingsovereenkomst, goedgekeurd met toepassing van artikel 3, bevat tenminste de volgende elementen: […] 11° in voorkomend geval, de modaliteiten van een flexibele toegang tot het transmissienet naar gelang de modaliteiten voorzien in artikel 61; […] § 2. De volgende elementen uit het aansluitingscontract worden vastgelegd voor elk aansluitingspunt, volgens de bijlagen van de type-overeenkomst goedgekeurd met toepassing van artikel 3: […] 9° de mogelijkheid en de modaliteiten van controle, om de productie van actief vermogen op het injectie- en/of het afnamepunt te wijzigen of te onderbreken evenals de tolerantiemarge die toepasselijk is op de nieuwe referentiewaarde en op de termijn om die te bereiken; in voorkomend geval, de modaliteiten betreffende het verzoek tot verlaging van het maximaal vermogen dat kan worden geproduceerd in het kader van een flexibele toegang tot het transmissienet; […].” 13. Aangezien de gedragscode elektriciteit van de CREG overeenkomstig artikel 11, §2, van de elektriciteitswet op voorstel van Elia de voorwaarden voor aansluiting op en toegang tot het transmissienet moet bevatten, is het op basis hiervan ook aan de CREG om daarin het regulatoir kader voor flexibele aansluitingen bedoeld in artikel 6bis van de richtlijn 2019/944 (zie hoger) verder uit te werken. Het regulatoir kader voor flexibele aansluitingen op het transmissienet betreft immers bij uitstek de onderwerpen aansluiting op en toegang tot het transmissienet. Ook wat betreft de operationele aspecten verbonden aan flexibele aansluitingen is de CREG bevoegd. Immers, met toepassing van artikel 8, §1, derde lid, 5°, en artikel 23, §2, tweede lid, 36°, van de elektriciteitswet keurt zij de regels voor coördinatie en congestiebeheer goed op voorstel van Elia. Tot slot is de CREG ook bevoegd om de type-overeenkomsten voor onder meer aansluiting op het transmissienet, toegang Niet-vertrouwelijk 12/40 tot het transmissienet en de programmaverantwoordelijkheid op het transmissienet goed te keuren op voorstel van Elia met toepassing van artikel 3 van de gedragscode elektriciteit. 14. In afwachting van de wijziging van de gedragscode elektriciteit om daarin het regulatoir kader voor flexibele aansluitingen verder uit te werken, hanteert de CREG in de beslissingen op grond van artikel 61 van deze gedragscode ook nog de uitdrukking “aansluiting met flexibele toegang” in plaats van het begrip “flexibele aansluiting” in de Europese wetgeving vermeld onder deel 1.1, terwijl beide begrippen wel degelijk hetzelfde type aansluiting viseren. 2. ANTECEDENTEN 15. Per brief van 16 mei 2024 (zie Bijlage 1), heeft de CREG het voorstel van Elia ontvangen voor goedkeuring van de toekenning van een aansluiting met flexibele toegang. Het voorstel van Elia bevat de documenten zoals opgelijst in paragraaf 17 van deze beslissing. Elia meldt dat “[c]onform artikel 61 Gedragscode […] een kopie van de voor hen niet vertrouwelijke elementen van dit technisch rapport aan de aanvrager wordt bezorgd (in dit geval de FOD Economie en FOD Volksgezondheid)”. Elia meldt dat “[c]onform de Gedragscode […] ook een kopie van het volledige technisch rapport aan de AD Energie van de FOD Economie bezorgd [zal] worden.” Na vraag om verduidelijking van de CREG heeft Elia op 15 juli 2024, per brief aan de CREG (zie Bijlage 1) een bijgewerkte versie van het technisch rapport bezorgd. Enkel de bijgewerkte versie van het technisch rapport is toegevoegd in Bijlagen 1 en 2 van deze beslissing aangezien enkel deze versie relevant is voor de beoordeling van dit dossier. 16. Per brief van 7 juni 2024 heeft de CREG aan Elia meegedeeld dat zij de termijn van twintig werkdagen voor het nemen van haar beslissing verlengt om reden dat het voorliggend dossier een aantal specifieke kenmerken vertoont die eveneens evaluatie vergen ten opzichte van andere goedkeuringsaanvragen voor aansluitingen met flexibele toegang. De CREG stelde daarin onder meer ook dat ze ten laatste op 19 juli 2024 een raadpleging zou organiseren over haar ontwerpbeslissing betreffende deze goedkeuringsaanvraag. 17. Het voorstel van Elia volgt een modelaanpak ter afhandeling van goedkeuringsaanvragen voor de toekenning van een flexibele toegang, opgesteld door Elia in mei 2024 op basis van de ervaringen met eerdere dossiers en op vraag van de CREG, met dien verstande dat in het voorliggend dossier de aansluitingsaanvraag niet werd ingediend door een (kandidaat-)transmissienetgebruiker via het formulier beschikbaar op de website van Elia maar gebeurde door de Belgische Staat in het kader van het overleg voorzien in artikel 6/3, §4, van de elektriciteitswet10 (zie ook in de Inleiding en paragraaf 75 van deze beslissing). Elke goedkeuringsaanvraag bevat sindsdien, naast de aanvraag voor een oriëntatiestudie of de aansluitingsaanvraag (in het kader waarvan een detailstudie wordt uitgevoerd), de volgende bijlagen: 1. Het technisch rapport in Excel-bestand met verschillende werkbladen inclusief de context van de aanvraag, de motivering van de aangeboden oplossing, de referentiecontext en de lijst met in rekening genomen capaciteitsreservaties (Bijlagen 1 en 2 bij deze beslissing); 10 Elia bezorgt, als bijlage bij de goedkeuringsaanvraag van 15 juli 2024, de brief van 16 juni 2021 van de minister bevoegd voor energie aan Elia met de vraag om de aansluiting van 3,5 GW aan offshore windproductiecapaciteit te onderzoeken (Bijlage 3 bij deze beslissing). Niet-vertrouwelijk 13/40 2. De methodologie toegepast op een oriëntatie- of detailstudie (Bijlage 4 bij deze beslissing). In het voorliggend dossier wordt de vertrouwelijkheid door Elia aangegeven als volgt: 1. Bijlagen 1 en 2 bij deze beslissing: deels vertrouwelijk (sommige werkbladen in het technisch rapport zijn ook vertrouwelijk ten aanzien van de aanvrager). Daarom bezorgt Elia in het voorliggend dossier twee versies van het technisch rapport in bijlage bij de goedkeuringsaanvraag: ▪ de versie van het technisch rapport voor de aanvrager (Bijlage 1 bij deze beslissing). Aangezien deze versie in het voorliggend dossier informatie bevat die reeds openbaar is gemaakt11, is deze versie niet-vertrouwelijk. ▪ de volledige versie van het technisch rapport voor de CREG die vertrouwelijk is ook ten aanzien van de aanvrager (Bijlage 2 bij deze beslissing). 2. Bijlage 4 bij deze beslissing: niet-vertrouwelijk. 18. Zoals uiteengezet in paragraaf 21 van de ontwerpbeslissing (B)2799 heeft Elia gewerkt aan een voorstel van criteria om tot een situatie van onvoldoende capaciteit op het transmissienet voor een permanente toegang te besluiten en om die reden een flexibele in plaats van permanente toegang tot het transmissienet te bieden12. Elia heeft in dit kader op 20 september 2024 bij de CREG een voorstel voor wijziging van de gedragscode ingediend13 (hierna: het “voorstel van Elia van 20 september 2024”). De evaluatie van dit voorstel en de redactie van een ontwerpbeslissing14 tot wijziging van de gedragscode is momenteel lopende bij de CREG (hierna: “toekomstige ontwerpbeslissing tot wijziging van de gedragscode”). 19. De autoriteit belast met de concurrerende inschrijvingsprocedure heeft aan de CREG bevestigt dat de concurrerende inschrijvingsprocedure voor de eerste kavel van het Prinses Elisabeth Eiland zou starten in november 2024 en dat de beslissing van de CREG over het voorstel van Elia tot het toekennen van een aansluiting met flexibele toegang op het transmissienet van het offshore windturbinepark te Prinses Elisabeth 1 deel uitmaakt van de concessiedocumenten die beschikbaar moeten zijn op het ogenblik van de lancering van de concurrerende inschrijvingsprocedure volgens artikel 27 van het koninklijk besluit tot vaststelling van de concurrerende inschrijvingsprocedure, de voorwaarden en de procedure tot toekenning van de domeinconcessies en de algemene voorwaarden voor het gebruik van de kavels voor de bouw en exploitatie van een installatie voor de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België. 11 Elia heeft de conclusies van de netstudie, inclusief de ingeschatte afregeling van volume met flexibele toegang gepresenteerd tijdens de vergadering van de Task Force Princess Elisabeth Zone op 16 mei 2024 (zie slides 47-53 in de presentatie beschikbaar op de Elia web pagina https://www.elia.be/nl/users-group/task-force-princess-elisabethzone/20240516-workshop). 12 De CREG heeft in dit kader op 28 maart 2024 haar visie gepubliceerd in de Nota (Z)2779 over de criteria en procedures voor de weigering door Elia van een aansluiting met vaste toegang en de toekenning van een aansluiting met flexibele toegang tot het transmissienet (https://www.creg.be/nl/publicaties/nota-z2779). 13 Elia heeft dit voorstel ook gepubliceerd op haar web site: https://www.elia.be/en/publicconsultation/20240531_connection-with-flexible-access-design-note-on-the-evolution-of-the-framework. 14 De openbare raadpleging hiervan zal de komende weken worden opgestart na goedkeuring van de toekomstige ontwerpbeslissing tot wijziging van de gedragscode van 20 oktober 2022 houdende de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en houdende de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. Niet-vertrouwelijk 14/40 3. RAADPLEGING 20. Het directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, §1, van zijn huishoudelijk reglement15, om, met toepassing van artikel 33, § 1, van zijn huishoudelijk reglement, een openbare raadpleging te organiseren op de website van de CREG over de ontwerpbeslissing (B)2799.16 De raadplegingsperiode bedroeg zes weken en liep van 18 juli tot 30 augustus 2024. 21. De CREG wenste de oplevering van een tijdige (eind)beslissing beheersbaar te houden en wees in ontwerpbeslissing (B)2799 daarom in het bijzonder op artikel 38, §§ 2 en 3, van haar huishoudelijk reglement dat stelt dat de CREG niet verplicht is om “opmerkingen tijdens een openbare raadpleging die niet afkomstig zijn van een betrokken persoon bedoeld in artikel 34, § 1, eerste lid” te aanvaarden en dat de CREG geen opmerkingen aanvaardt “die niet binnen het kader van de raadpleging vallen”. Indien de CREG ontvangen opmerkingen om die redenen niet aanvaardt, motiveert zij dit in haar beslissing (zie deel 5.2). 22. De CREG ontving op 27 augustus 2024 een antwoord van Elia (zie Bijlage 5). De CREG ontving op 30 augustus 2024 een antwoord van de aanvrager, te weten de minister van Energie, gezamenlijk met de AD Energie van de FOD Economie (zie Bijlage 6). De CREG heeft binnen de raadplegingsperiode vijf antwoorden ontvangen van andere partijen, namelijk Aspiravi, BOP, Febeliec, Luminus en Orsted. Alle antwoorden zijn niet-vertrouwelijk (zie Bijlage 7). De CREG behandelt de ontvangen opmerkingen in deel 5.2 van deze beslissing. 15 Het huishoudelijk reglement en de wijzigingen eraan werden respectievelijk gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 14 december 2015 en van 12 januari 2017. 16 De CREG organiseert over andere ontwerpbeslissingen over aansluitingen met flexibele toegang, ontvangen met toepassing van artikel 61 van de gedragscode elektriciteit, niet-openbare raadplegingen van Elia en de aanvrager aangezien de voorgenomen beslissing enkel rechtsgevolgen heeft voor deze partijen. Dit argument geldt echter niet voor de huidige goedkeuringsaanvraag aangezien de Belgische Staat voorlopig optreedt als aanvrager in afwachting van de toekenning van de eerste kavel (“Prinses Elisabeth I”) na afloop van de concurrerende inschrijvingsprocedure (zoals beschreven in paragrafen 15 en 75 van deze beslissing) en bijgevolg alle potentiële inschrijvers moeten worden bereikt. Niet-vertrouwelijk 15/40 4. ALGEMENE OPMERKINGEN 4.1. NOOD AAN VERVOLLEDIGING VAN HET REGULATOIR KADER VOOR FLEXIBELE TOEGANG 23. Artikel 42.1 van de richtlijn 2019/944 bepaalt dat de transmissiesysteembeheerder transparante en efficiënte procedures opstelt voor de niet-discriminerende aansluiting van nieuwe productieinstallaties en energieopslagfaciliteiten op het transmissiesysteem en deze publiceert. Die procedures zijn onder voorbehoud van goedkeuring door de regulerende instanties. Artikel 42.2, tweede lid, van Richtlijn 2019/944 voorziet in de mogelijkheid voor transmissiesysteembeheerders om de gegarandeerde aansluitingscapaciteit te beperken of aansluitingen met operationele beperkingen aan te bieden, teneinde de economische efficiëntie van nieuwe productie-installaties of energieopslagfaciliteiten te waarborgen, mits dergelijke beperkingen zijn goedgekeurd door de regulerende instantie. De regulerende instantie zorgt ervoor, aldus hetzelfde lid, dat eventuele beperkingen in de gegarandeerde aansluitingscapaciteit of operationele beperkingen worden ingesteld op basis van transparante en niet discriminerende procedures en geen onnodige belemmeringen voor de markttoegang met zich meebrengen. Vanaf de inwerkingtreding van de wijzigingen doorgevoerd bij de richtlijn 2024/1711 voorziet de richtlijn 2019/944 nu ook in artikel 6bis dat een regulatoir kader voor flexibele aansluitingen moet worden uitgewerkt op nationaal niveau dat aan bepaalde vereisten voldoet. De CREG verwijst in dit verband naar Deel 1 Wettelijk Kader van deze beslissing. Dergelijke transparante en niet-discriminerende procedures en criteria en dergelijk regulatoir kader voor flexibele aansluitingen dienen echter nog te worden uitgewerkt in het regelgevend kader op federaal niveau. 24. De bepalingen in de artikelen 22, §4, en 46, §§2 en 3, van de gedragscode elektriciteit maken een voorstel van aansluiting met flexibele toegang afhankelijk van een gerechtvaardigde weigering door Elia van de permanente toegang tot het transmissienet overeenkomstig artikel 15, §1, derde lid17, van de elektriciteitswet, d.w.z. wanneer de transmissienetbeheerder niet over de nodige capaciteit beschikt. De weigering moet met toepassing van artikel 15, §1, van de elektriciteitswet naar behoren met redenen worden omkleed en gerechtvaardigd, waarbij in het bijzonder de met toepassing van artikel 21 genomen openbare dienstverplichtingen in acht moeten worden genomen, op basis van objectieve, technisch en economisch onderbouwde criteria (zie onder deel 1 van deze beslissing). Artikel 61 van de gedragscode elektriciteit bevat verder een procedure voor de beoordeling door de CREG van voorstellen van aansluiting met flexibele toegang vanwege Elia en maakt gewag van door Elia in dat kader te hanteren objectieve en technisch deugdelijke criteria. De voornoemde objectieve, technisch en economisch onderbouwde criteria worden daarin echter niet vastgelegd. De criteria om tot een situatie van onvoldoende capaciteit op het transmissienet voor een permanente toegang te besluiten en om die reden een flexibele in plaats van permanente toegang tot het transmissienet te bieden, bepaalt Elia bijgevolg momenteel zelf zonder dat deze werden onderworpen aan een voorafgaande raadpleging van de marktpartijen en werden goedgekeurd of vastgesteld door de CREG (zie deel 4.2). Hieraan moet zo snel mogelijk verholpen worden. Deze criteria dienen te worden uitgewerkt in de gedragscode elektriciteit, in de delen aansluiting en toegang (zie paragraaf 13 van deze beslissing). Deze delen van de gedragscode elektriciteit komen tot stand op voorstel van Elia, 17 Lees “tweede lid”, sinds de schrapping van het eerste lid door middel van de wet van 21 mei 2023. Niet-vertrouwelijk 16/40 en na raadpleging van de transmissienetgebruikers. Elia heeft werk gemaakt van een dergelijk voorstel en op 20 september 2024 een voorstel voor wijziging van de gedragscode ingediend bij de CREG, zoals uiteengezet in paragraaf 18 van deze beslissing. 25. Meer algemeen dienen niet enkel de procedures gehanteerd in de aansluitingsfase, maar het volledige regulatoir kader voor flexibele toegang uitgewerkt te worden, onder meer: - de criteria die een beperking in de gegarandeerde aansluitingscapaciteit rechtvaardigen, rekening houdende met het proportionaliteitsbeginsel; - de methodologie en aannames die door Elia gehanteerd worden bij het inschatten van de potentieel afgeregelde volumes; - de nodige informatie te bezorgen aan de aanvrager zodat deze de impact, in voorkomend geval, van de door Elia ingeschatte afgeregelde volumes op de business case kan evalueren18; - de operationele en financiële modaliteiten van een flexibele toegang voor de transmissienetgebruiker, waaronder de praktische en technische modaliteiten om het vermogen in injectie of afname door Elia te beperken, eventuele vergoedingsmodaliteiten, eventuele impact op de BRP-perimeter en eventuele impact op de nettarieven; - de criteria die een beperking van de toegang in de operationele fase rechtvaardigen, rekening houdende met de doelstelling van het garanderen van de netveiligheid aan de laagste kost op systeemniveau en dus met het principe van doeltreffendheid; - de rechten en verplichtingen van de transmissienetgebruiker ten aanzien van Elia enerzijds, bijvoorbeeld betreffende het volgen van een verzoek tot afregeling, en deze van Elia ten aanzien van de transmissienetgebruiker anderzijds, bijvoorbeeld betreffende een rapportering of motivatie, volgend op het gebruik van de mogelijkheid tot beperking van de toegang. Het huidige regulatoir kader op federaal niveau biedt nog geen voldoende antwoord op bovenstaande vragen. Dit dient dus nog vervolledigd te worden, waar relevant, om duidelijkheid te bieden aan alle betrokken actoren over de impact en reikwijdte van een aansluiting met flexibele toegang op federaal niveau. De specifieke uitwerking dient te vertrekken van een algemene visie over de rol van flexibele toegang in netontwikkeling, marktwerking en systeembeheer om op een niet-discriminerende, transparante en kosten-optimale wijze de energietransitie te faciliteren. Deze uitwerking dient te gebeuren op voorstel van Elia, onderworpen te worden aan een publieke raadpleging, en vastgesteld/goedgekeurd te worden door de CREG19. Elia dient er daarbij voor te zorgen dat het voorgestelde kader aan de bepalingen van de verordening 2019/943 voldoet, ook de specifieke voorschriften met betrekking tot de transmissie van uit hernieuwbare energiebronnen of door middel van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling geproduceerde elektriciteit in artikel 13 van de verordening 2019/943. 18 De CREG vraagt aan Elia om met de marktpartijen en de CREG af te stemmen hoe de technische rapporten in de toekomst nog aan duidelijkheid zouden kunnen winnen. 19 Aanpassingen zullen volgens de CREG in elk geval nodig zijn aan de gedragscode, de Regels van Elia voor Coördinatie en Congestiebeheer (zie voor deze laatste de bijlage van de Beslissing (B)2056 over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia Transmission Belgium voor de regels van de coördinatie en het congestiebeheer, https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2056) en mogelijks ook de type-aansluitingsovereenkomst, de typetoegangsovereenkomst en andere type-overeenkomsten. Niet-vertrouwelijk 17/40 4.2. MOMENTEEL DOOR ELIA GEHANTEERDE CRITERIA VOOR WEIGERING PERMANENTE TOEGANG 26. Wat betreft de situatie van onvoldoende capaciteit voor een permanente toegang tot het transmissienet, stelt de CREG vast dat Elia momenteel, in afwachting van de vaststelling in de gedragscode elektriciteit van de criteria en procedures in dat verband en de verdere uitwerking van het regulatoir kader voor flexibele toegang bedoeld in deel 4.1, de volgende criteria en procedures hanteert: - Voor het aanbieden van een flexibele toegang gaat Elia er van uit dat, zolang de geplande netversterkingen voorzien in het Federaal Ontwikkelingsplan 2024-2034 niet volledig zijn gerealiseerd, verschillende structurele congesties zich voordoen op het Elia-net. - De weigering is van bepaalde duur indien het Federaal Ontwikkelingsplan 2024-2034 in de nodige netversterkingen voorziet om de geïdentificeerde congesties op te lossen - en van onbepaalde duur indien dit niet het geval is. - Elia weigert een permanente toegang van zodra de nieuwe aanvraag een impact heeft op deze structurele congesties – hoe klein of hoe sporadisch ook. Elia voorziet voorlopig immers geen drempelwaarden voor wat de impact van een nieuwe eenheid op een congestie betreft, noch op niveau van de impact van de installatie op het beperkende netelement (Power Transfer Distribution Factor of PTDF), noch op niveau van het volume of de frequentie van afregeling (ingeschatte procentuele afregeling in termen van energie of tijd). Bij gebrek aan dergelijke drempelwaarden, weigert Elia bijgevolg ook voor installaties met een kleine impact op structurele congesties de permanente toegang. - De methodologie die Elia hanteert voor het inschatten van de afgeregelde volumes in de aansluitingsfase (beschreven in Bijlage 3 van de goedkeuringsaanvraag), is deze van “last in first out”. Dit betekent dat de installatie van de huidige aanvraag verondersteld wordt te worden afgeregeld in geval van congestierisico’s. Zelfs indien deze ver afgelegen is van het beperkende netelement en dus een relatief kleine impact zou hebben op de congestie, zou deze relatief sterk afgeregeld moeten worden om een overbelasting op het beschouwde netwerkelement te voorkomen. Een eenheid met een PTDF op het beschouwde netelement van 10%, bijvoorbeeld, zal 100 MW afgeregeld moeten worden om een overbelasting van 10 MW te voorkomen. Een verder afgelegen eenheid met een PTDF van 5%, zal al het dubbele, i.e. 200 MW, moeten worden afgeregeld om deze overbelasting van 10 MW te neutraliseren. Hoe verder afgelegen van de congestie, hoe hoger dus de ingeschatte afgeregelde volumes. 27. De CREG heeft bedenkingen bij de momenteel door Elia gehanteerde criteria en procedures. Zij heeft haar huidige visie over de noodzakelijke objectieve, technisch en economisch onderbouwde criteria en procedures voor de weigering door de transmissienetbeheerder van vaste toegang, en de toekenning en het gebruik van een aansluiting met flexibele toegang tot het transmissienet uiteengezet in een (niet-bindende en evolutieve) visienota van 28 maart 2024, bekend gemaakt op haar website20. Zo onderstreept de CREG daarin de noodzaak voor Elia om bij het uitwerken van die criteria in haar voorstel tot wijziging van de gedragscode elektriciteit het gebruik van drempelwaarden te evalueren, bijvoorbeeld op het niveau van de PTDF om de techno-economische efficiëntie van de weigering van een permanente toegang omwille van congestierisico’s in verder afgelegen delen van 20 Zie voetnoot 12. Niet-vertrouwelijk 18/40 het net te verzekeren of op het niveau van de ingeschatte tijd gedurende welke Elia verwacht het flexibel volume te zullen afregelen. Het is cruciaal om hierrond een duidelijk geïntegreerd kader te ontwikkelen, inclusief de operationele en financiële modaliteiten en deze transparant voor te leggen en te consulteren met de relevante stakeholders. Andere technisch onderbouwde redenen om een permanente toegang te weigeren, zoals een lokaal probleem van kortsluitvermogen of spanningsstabiliteit, kunnen nog steeds op individuele case-bycase geval geëvalueerd worden en dienen/kunnen niet ex-ante en op exhaustieve wijze (
- te)worden geconsulteerd en vastgelegd in de gedragscode elektriciteit, wat niet wegneemt dat ook deze gevallen aan de controle van de CREG onderworpen moeten blijven. 5. BEOORDELING 5.1. EVALUATIEMETHODE 28. De mogelijkheid tot aansluiting met flexibele toegang heeft tot doel om investeringen in installaties met beoogde aansluiting op het transmissienet mogelijk te maken met een flexibele (en dus niet-permanente) toegang waar het transmissienet op dat moment onvoldoende capaciteit heeft. 5.1.1. Volledigheid van de goedkeuringsaanvraag 29. Het technisch rapport in bijlage van de goedkeuringsaanvraag van Elia, te bezorgen aan de CREG met toepassing van artikel 61, §1, eerste lid, van de gedragscode elektriciteit, moet, met toepassing van artikel 61, §3, van de gedragscode elektriciteit onder meer het volgende bevatten: “1° het geplande moment voor het in dienst stellen van de noodzakelijke netwerkversterkingen voorzien in het voornoemde ontwikkelingsplan; 2° permanent vermogen op permanente wijze beschikbaar gesteld en het beschikbare flexibele vermogen; 3° een schatting van de gemiddelde duur en de totale duur per jaar gedurende dewelke het flexibele vermogen kan worden verminderd.” De CREG is van mening dat het technisch rapport nog een aantal bijkomende gegevens moet bevatten om het dossier met kennis van zaken te kunnen beoordelen. De volledige lijst van gegevens is de volgende: Wat betreft de weigering van een permanente toegang:
- a)de oplossing(
- en)voor aansluiting met permanente toegang en, desgevallend, waarom deze oplossing(
- en)niet aanvaardbaar zijn voor Elia en/of de aanvrager.
- b)de bestudeerde aansluitingsopties voor aansluiting met flexibele toegang, met aanduiding van de weerhouden opties, motivatie van de weigering van permanente toegang (inclusief relevante tijdsfases en beperkende netelementen) en, in geval van een weigering van permanente toegang zonder beperking in de tijd, de toelichting over de toekomstige investeringen door Elia of veranderingen in de zone die op termijn een permanente toegang zouden toelaten. Niet-vertrouwelijk 19/40
- c)desgevallend, de toelichting van de redenen waarom de weigering van permanente toegang niet zou gelden voor andere, gelijkaardige aansluitingsaanvragen in dezelfde regio.
- d)de schetsing van de referentiecontext, inclusief het overzicht van hypotheses voor de oriëntatie- of detailstudie en de lijst van overige toekomstige aansluitingsvermogens die worden verondersteld van een voorrang van toegang te genieten ten aanzien van de huidige aanvraag21. Wat betreft het voorstel tot een flexibele toegang:
- e)de aanduiding en motivering van het deel van het aangevraagde aansluitingsvermogen dat kan worden aangesloten met een permanente toegang en welk deel met een flexibele toegang.
- f)de geschatte afregeling (in termen van tijd en energie) omdat Elia beroep zou doen op het flexibele karakter van de aansluiting en bijgevolg aan de aanvrager zou vragen de injectie en/of afname te beperken tot het permanente vermogen. Elia dient te verduidelijken welke oorzaken aan de basis zouden liggen van de geschatte afregeling en welke middelen Elia inzet om de nood aan afregeling te minimaliseren (zoals topologische acties en dynamic line rating). Elia dient de impact van de installatie op de beperkende netelementen (PTDF) weer te geven. 5.1.2. Inhoudelijke beoordeling van de goedkeuringsaanvraag 30. Met toepassing van artikel 61, §1, derde lid, van de gedragscode elektriciteit dient de CREG de rechtvaardiging te beoordelen verstrekt door Elia voor de beperking van de toegang tot het net tot een flexibele toegang voor het geheel of een deel van het vermogen aangevraagd door de aanvrager. De keuze van Elia voor een aansluiting met flexibele toegang moet met toepassing van artikel 61, §1, tweede lid, van de gedragscode elektriciteit gebaseerd zijn op “objectieve en technisch deugdelijke criteria” zoals hoger uiteengezet werd. In afwachting van de raadpleging en goedkeuring/vaststelling van deze criteria (zie deel 4.1), en om de vooruitgang van aansluitingen die mogelijks onderhevig zijn aan een beperking van de permanente toegang niet onnodig te blokkeren, evalueert de CREG de goedkeuringsaanvragen voor flexibele toegang in het licht van de criteria die Elia hanteert (zie deel 4.2) weliswaar na raadpleging door de CREG van de betrokken transmissienetgebruiker en van Elia over de ontwerpbeslissing van de CREG. De CREG aanvaardt de rechtvaardiging van Elia voor een aansluiting met flexibele toegang indien het technisch rapport de informatie bedoeld in paragraaf 29 bevat, de CREG daarin geen fouten of tekorten detecteert, bv. inconsistente informatie in het technisch rapport, en uit het technisch rapport blijkt dat Elia de voormelde (eigen) criteria heeft toegepast. De aanvaarding van de rechtvaardiging van Elia houdt echter geen beoordeling in vanwege de CREG over de referentiecontext die Elia hanteert voor de studie en de methodologie toegepast door Elia op het gedeelte netwerkstudie van de studie. Met andere woorden, de CREG neemt voor haar beoordeling van het dossier nota van de Bijlage 4 bij deze beslissing alsook de door Elia verstrekte informatie over de referentiecontext22 in het technisch rapport, maar de beslissing van de CREG houdt in se geen goedkeuring in van de Bijlage 4 of van de referentiecontext. Elia dient eventuele evoluties 21 De elementen onder punt
- d)betreffen in het bijzonder informatie die vertrouwelijk is ten aanzien van de aanvrager (zie paragraaf 17 van deze beslissing) en die de CREG ondersteunt in de beoordeling van de goedkeuringsaanvraag. 22 De referentiecontext zoals aangeduid door Elia in de vertrouwelijke versie van het technisch rapport in Bijlage 2 bij deze beslissing, vermeldt onder andere de gebruikte versie van de Belgische en Europese belastingsvector en productievector, de studie van Elia over Adequacy and Flexibility. Niet-vertrouwelijk 20/40 in de referentiecontext of in de toegepaste methodologie ten aanzien van eerdere goedkeuringsaanvragen transparant weer te geven en te motiveren. De CREG beoordeelt in deze beslissing evenmin de toekomstige operationele modaliteiten (wat betreft effectieve afregeling en financiële impact daarvan) die van toepassing zullen zijn op de betreffende aansluiting. 31. Niettemin is de CREG van mening dat Elia de weigering van de permanente toegang tot het transmissienet dient te herevalueren nadat de voormelde procedures en criteria om inhoud te geven aan het begrip “onvoldoende capaciteit” om de permanente toegang te weigeren door de CREG zijn vastgesteld in de gedragscode elektriciteit op voorstel van Elia en na een publieke raadpleging en dat Elia die weigering zo nodig dient te herzien (evenwel zonder terugwerkende kracht) indien de herevaluatie aanleiding zou geven tot de toekenning van een groter aandeel permanent vermogen en/of een snellere toekenning van een volledige permanente toegang en dit overeenkomstig de verdere modaliteiten van de dan toepasselijke gedragscode elektriciteit. 32. Deze vraag naar herevaluatie op basis van criteria die nog bepaald moeten worden, stuitte eerder op de kritiek van Elia dat dit de waarde van de beslissingen van de CREG over voorstellen van Elia van aansluitingen met flexibele toegang volledig uitholt, en de vraag doet rijzen of het zinvol is om dergelijke procedures te volgen, als deze de facto zullen moeten worden overgedaan. De CREG meent evenwel dat de huidige aanpak die ze volgt evenwichtig is. Indien de CREG alle aanvragen voor aansluitingen met flexibele toegang zou afkeuren om reden van het ontbreken van voormelde transparante en niet-discriminatoire criteria in de gedragscode elektriciteit, vastgesteld na raadpleging van de markt, zou zij inderdaad onzekerheid in de markt teweegbrengen en de voortgang van nieuwe aansluitingsprojecten vertragen. Indien de CREG daarentegen alle aanvragen voor aansluitingen met flexibele toegang zonder deze vraag naar herevaluatie zou goedkeuren op basis van de (eigen) criteria die Elia hanteert, maar waarbij de CREG nog vragen heeft die verder onderzoek vergen en die ook zonder voorafgaand overleg en consultatie van de marktpartijen zijn tot stand gekomen, zouden dergelijke beslissingen bekritiseerbaar zijn, o.m. in het licht van artikel 6, 6bis en artikel 42.2 van de richtlijn 2019/944. De CREG beoogt bijgevolg met de gevraagde herevaluatie (voor de toekomst, d.w.z. zonder retroactieve werking) een billijk evenwicht dat zowel rekening houdt met de bepalingen van de artikelen 6, 6bis en 42 van de richtlijn 2019/944, de legitieme noden van de markt en deze van Elia voor een veilige netuitbating. Bovendien zou er zonder deze vraag van de CREG naar herevaluatie een ongelijke behandeling bestaan van aansluitingsaanvragen behandeld vóór of na vaststelling van de voornoemde criteria in de gedragscode elektriciteit die volgens de CREG niet gerechtvaardigd is; de vraag naar herevaluatie van de CREG beoogt derhalve ook de nietdiscriminatoire behandeling van de aanvragen vanuit dit oogpunt. Verder blijkt uit de openbare raadpleging van de CREG over haar ontwerpbeslissing (B)266723 dat de respondenten een belangrijke meerwaarde zien in de huidige goedkeuringsprocedure bij de CREG betreffende de voorstellen van Elia van aansluitingen met flexibele toegang. Hoewel een set van vooraf geconsulteerde, transparante en door de CREG vastgestelde procedures en criteria voor het toekennen van een aansluiting met flexibele toegang nog niet bestaat, hechten de respondenten belang aan het toezicht dat de CREG op die manier intussen uitoefent op de duidelijkheid, volledigheid en correctheid van informatie in de technische rapporten op basis waarvan Elia een flexibele toegang voorstelt. 23 Ontwerpbeslissing (B)2667 van 9 november 2023 tot wijziging van de gedragscode van 20 oktober 2022 houdende de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en houdende de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Consult/PRD2667NL.pdf Niet-vertrouwelijk 21/40 33. Tenslotte wenst de CREG de aanvrager er attent op te maken dat de ingeschatte volumes de maximaal verwachte activaties aan flexibiliteit zijn bij onveranderde parameters van het netwerk en van de capaciteitsreservaties in dezelfde zone. Elia veronderstelt in de uitgevoerde studie - zoals aangegeven in bijlage 3 van de goedkeuringsaanvraag - dat de nieuwe aansluiting altijd eerst zal worden afgeregeld in geval van congestie veroorzaakt of verergerd door de nieuwe aansluiting (‘last in, first out’ (LIFO)). De afregeling van een transmissienetgebruiker in geval van congestie dient in de praktijk te gebeuren volgens de modaliteiten van toepassing op aansluitingen met flexibele toegang die geïntegreerd dienen te worden in de Regels voor Coördinatie en Congestiebeheer en kunnen afwijken van dit LIFO-principe. 34. Overeenkomstig artikel 61, §3, tweede lid, van de gedragscode elektriciteit zal Elia een nieuwe goedkeuringsaanvraag bij de CREG moeten indienen om de flexibele toegang voor een bepaalde periode uit te breiden indien de desgevallend noodzakelijke netwerkinvesteringen voorzien in het ontwikkelingsplan en waarnaar verwezen in het technisch rapport, niet plaatsvinden op het geplande tijdstip. De CREG wijst er op dat het technisch rapport niet uitgaat van strikte, geplande tijdstippen voor realisatie van netwerkinvesteringen. De rechtvaardiging van Elia voor weigering van de permanente toegang en toekenning van flexibele toegang alsook de goedkeuring van de CREG zijn bijgevolg niet gebonden aan dergelijke tijdstippen. De CREG zal niettemin toezien op de impact van vertragingen in de realisatie van de noodzakelijke netwerkinvesteringen. Deze impact, waarover de marktpartijen ook reeds hun bezorgdheid hebben geuit, maakt onderdeel uit van het voorstel tot wijziging van de gedragscode elektriciteit waarop Elia heeft gewerkt met het oog op de indiening ervan bij de CREG op 20 september 2024 (zie ook paragraaf 24 van deze beslissing). 5.2. DE BEHANDELING VAN DE OPMERKINGEN ONTVANGEN BIJ DE ONTWERPBESLISSING (B)2799 5.2.1. Opmerkingen van de aanvrager 35. De aanvrager haalt de volgende opmerkingen aan. 36. Ten eerste wijst de aanvrager op het belang van een tijdige realisatie van de nieuwe windparken in de Prinses Elisabethzone: “Wachten totdat alle noodzakelijke netversterkingen op het land zijn uitgevoerd en in gebruik zijn genomen om onmiddellijk tot een vaste aansluiting ven het eerste windpark over te kunnen gaan, zou deze vooruitgang afremmen en zou de kans wegnemen om al gedurende enkele jaren een aanzienlijke hoeveelheid groene energie voor ons land beschikbaar te stellen. De cijfers met betrekking tot de aansluiting met flexibele toegang die in dit dossier worden gepresenteerd en die door u in uw ontwerpbeslissing worden aanvaard, rechtvaardigen geen uitstel of het voorbij laten gaan van deze kans op een tijdige ontwikkeling.” De CREG begrijpt dat de Belgische Staat, momenteel nog in de hoedanigheid van aanvrager van deze aansluiting, op basis van de netstudies van Elia de planning voor de aansluiting niet wijzigt. De aanvrager erkent dus de beslissingsvrijheid waarover deze beschikt om de realisatie van de aansluiting uit te stellen rekening houdende met de inschattingen van de afregelrisico’s gepresenteerd door Elia, maar geeft aan om van deze beslissingsvrijheid geen gebruik te maken en de planning voor de aansluiting te behouden zoals gevraagd en zoals in het technisch rapport in rekening gebracht door Elia. 37. De aanvrager uit niettemin bezorgdheid over enkele aspecten van de flexibele aansluiting voor het eerste lot van de Prinses Elisabethzone, zoals over de volgorde van gebruik van de remediërende maatregelen om congestieproblemen te verhelpen. Niet-vertrouwelijk 22/40 Zoals reeds verduidelijkt in paragraaf 28 van de ontwerpbeslissing (B)2799 (en paragraaf 30 van deze beslissing), maken dergelijke afwegingen over operationele modaliteiten (wat betreft effectieve afregeling en financiële impact daarvan) die van toepassing zullen zijn op de betreffende aansluiting niet het onderwerp uit van de goedkeuringsaanvraag van Elia en maakt de CREG er geen oordeel over in deze beslissing. De bepaling van deze modaliteiten maakt daarentegen wel deel uit van het voorstel van Elia van 20 september 2024 en de toekomstige ontwerpbeslissing tot wijziging van de gedragscode (zie paragraaf 18 van deze beslissing). 38. De aanvrager wijst op het huidig gebrek aan bindende waarden en de gevolgen ervan voor de inschatting van de impact van het afregelrisico op de rentabiliteit van de windparken. “Omdat er tot op heden geen bindende bovengrenzen zijn vastgesteld voor dit type afschakeling, ontstaat er onzekerheid over de inkomsten van het windpark, met negatieve gevolgen voor de financierbaarheid van het project. Onduidelijkheid over de omvang van het risico kan ertoe leiden dat dit risico te hoog wordt ingeschat en bijgevolg te sterk wordt doorgerekend in de strike price. De overheid wil dit scenario ten allen tijde vermijden, omdat dit zou betekenen dat de kosten van de maatregel dubbel worden betaald door de maatschappij: enerzijds via het verlies aan inkomsten voor het windpark bij activering van de flexibele aansluiting en anderzijds door een (onterecht) hoge strike price die voor alle uitbetalingen in het 2sCfD-mechanisme hogere kosten voor de overheid met zich meebrengt. Deze gevolgen zijn bovendien specifiek voor een offshore windproject dat via een 2sided CfDmechanisme wordt ondersteund, wat verschilt van andere aanvragers voor een aansluiting die worden geconfronteerd met een flexibele toegang, maar geen 2sCfD-ondersteuning vanuit de overheid ontvangen. Daarom verzoek ik u te onderzoeken of er bovengrenzen kunnen worden opgelegd (op vlak van % van de tijd, % van de energie en maximale duur van de flexibele aansluiting) in uw beslissingsdocument, of dat de netbeheerder de opdracht kan gegeven worden deze grenzen zelf vast te stellen. Dit zou de omvang van het inkomensverliesrisico beter inschatbaar maken, zodat het verhogende effect ervan op de strike price tot een minimum kan worden beperkt.” De CREG deelt de bezorgdheid uitgedrukt door de aanvrager. Zoals reeds verduidelijkt in paragraaf 28 van de ontwerpbeslissing (B)2799 (en paragraaf 30 van deze beslissing), maken dergelijke afwegingen over operationele modaliteiten (wat betreft effectieve afregeling en financiële impact daarvan) die van toepassing zullen zijn op de betreffende aansluiting echter niet het onderwerp uit van de goedkeuringsaanvraag van Elia en maakt de CREG er geen oordeel over in deze beslissing. De CREG herhaalt wel haar standpunt uit de visienota van 28 maart 2024 dat de door de transmissienetbeheerder ingeschatte afregeling in een aansluitingsstudie bepalend is voor de aansluitingsvoorwaarden op te nemen in het aansluitingscontract. Het voorstel van Elia van 20 september 2024 geeft dit eveneens aan, alsook het voorstel van Elia voor wijziging van de typeaansluitingsovereenkomst eerder dit jaar24. De CREG leidt bijgevolg af dat ook Elia bereid is de ingeschatte afregelrisico’s bindend te maken in het aansluitingscontract. Voor de concrete uitvoering hiervan, verwijst de CREG echter naar de toekomstige ontwerpbeslissing tot wijziging van de gedragscode (zie paragraaf 18 van deze beslissing). De CREG benadrukt dat de bepalingen hieromtrent in de toekomstige versie van de gedragscode eveneens zullen gelden voor aansluitingen met flexibele toegang waarvoor Elia reeds een detailstudie heeft opgeleverd. 39. Daarnaast verzoekt de aanvrager de CREG “te onderzoeken of een vergoeding noodzakelijk, wenselijk en mogelijk is”. 24 Zie https://www.elia.be/en/public-consultation/20231220_public-consultation-regarding-the-revision-of-the-connectioncontract Niet-vertrouwelijk 23/40 Zoals reeds verduidelijkt in paragraaf 28 van de ontwerpbeslissing (B)2799 (en paragraaf 30 van deze beslissing), maken dergelijke afwegingen over operationele modaliteiten (wat betreft effectieve afregeling en financiële impact daarvan) die van toepassing zullen zijn op de betreffende aansluiting niet het onderwerp uit van de goedkeuringsaanvraag van Elia en maakt de CREG er geen oordeel over in deze beslissing. De bepaling van deze modaliteiten maakt daarentegen wel deel uit van het voorstel van Elia van 20 september 2024 en de toekomstige ontwerpbeslissing tot wijziging van de gedragscode (zie paragraaf 18 van deze beslissing). 40. Tot slot maakt de aanvrager de volgende bemerking: “Tot slot merk ik dat uw ontwerpbeslissing geen melding maakt van een mogelijke impact van de afschakelingen in het kader van de flexibele aansluiting op de levensduur van de windturbines. Het is mij daarom niet duidelijk of deze impact is onderzocht en meegewogen in uw besluitvorming. Mag ik u vragen mij uw analyse van dit risico en uw inschatting van de impact hiervan te bezorgen?” De CREG verwijst naar deel 5.1 over de methode die de CREG hanteert ter evaluatie van de goedkeuringsaanvragen van Elia voor aansluitingen met flexibele toegang. De impact van afschakelingen op de levensduur van de aangesloten installatie is inderdaad geen element dat wordt geëvalueerd. De CREG merkt op dat dit eveneens niet ter sprake komt in voorstel van Elia van 20 september 2024 noch in de methodologie toegepast op het gedeelte netwerkstudie van de studie (Bijlage 4 bij deze beslissing). Indien de bezorgdheid om de mogelijke impact van afschakelingen op de levensduur van een installatie voortkomt uit de mogelijkheid van een volledige afschakeling in plaats van een deelse afregeling, dan verwijst de CREG de aanvrager naar deel 5.2.3.4 van deze beslissing. 5.2.2. 41. Opmerkingen van Elia Elia reageert op de volgende elementen uit de ontwerpbeslissing (B)2799: - De situatie van “onvoldoende capaciteit voor een permanente toegang”; - Tijdelijke periode. 42. Wat betreft de situatie van onvoldoende capaciteit voor een permanente toegang, reageert Elia op de vraag van de CREG in paragraaf 29 van de ontwerpbeslissing (B)2799 (paragraaf 31 in deze beslissing) om de weigering van de permanente toegang aan de aanvrager te herevalueren en zo nodig te herzien. Elia stelt het volgende: “Elia ontwaart uit de ontwerpbeslissing dat de CREG een aanvraag aanvaardt wanneer zij voldoet aan de criteria voor het beoordelen van een situatie van onvoldoende capaciteit. Met deze goedkeuringsbeslissing begrijpt Elia dat de CREG de elementen – of criteria – in het door Elia opgestelde technisch rapport aanvaardt. Het feit dat de CREG vraagt om de aanvraag te herevalueren op basis van criteria die nog bepaald zouden moeten worden holt de waarde van deze beslissing volledig uit. Het creëert niet alleen een significante onzekerheid voor de aanvrager gezien de voorwaarden van een toekomstige aansluiting mogelijks nog zouden kunnen gewijzigd worden, maar, als men de redenering van de CREG doortrekt, worden ook alle volgende dossiers van aansluitingen met flexibele toegang ‘voorwaardelijk’ of ‘tijdelijk’ goedgekeurd. Elia stelt zich daarom de vraag of het zinvol is om dergelijke procedures te volgen, als deze de facto zullen moeten worden overgedaan. De redenering die zou moeten leiden tot dit voorwaardelijke of tijdelijke karakter ontbreekt immers in de wet en genereert het tegenovergestelde effect van wat de CREG lijkt te willen vermijden, namelijk retroactiviteit. Elia stelt zich ook vragen bij de haalbaarheid van een dergelijke herbeoordeling gezien het aantal aanvragen waarvoor er onvoldoende capaciteit Niet-vertrouwelijk 24/40 is voor een permanente aansluiting. Indien dit het geval zou zijn, benadrukt Elia het belang van een duidelijke definitie van de voorwaarden voor herevaluatie.” De kritiek van Elia dat de vraag van de CREG om de aanvraag te herevalueren op basis van criteria die nog bepaald zouden moeten worden de waarde van deze beslissing volledig uitholt, kan de CREG niet volgen. De CREG meent dat de huidige aanpak die ze volgt evenwichtig is. Indien de CREG alle aanvragen voor aansluitingen met flexibele toegang zou afkeuren om reden van het ontbreken van voormelde transparante en niet-discriminatoire criteria, vastgesteld na raadpleging van de markt, zou zij inderdaad onzekerheid in de markt teweegbrengen en de voortgang van nieuwe aansluitingsprojecten vertragen. Bovendien zou deze beslissing als één van de concessiedocumenten beschikbaar moeten zijn op het ogenblik van de lancering van de Tender voor Princes Elisabethzone 1 (zie paragraaf 19 van deze beslissing). Indien de CREG daarentegen alle aanvragen voor aansluitingen met flexibele toegang zonder deze vraag naar herevaluatie zou goedkeuren op basis van de criteria die Elia hanteert in de technische rapporten, maar waarbij de CREG nog vragen heeft die verder onderzoek vergen en die ook zonder voorafgaand overleg en consultatie van de marktpartijen zijn tot stand gekomen, zouden dergelijke beslissingen bekritiseerbaar zijn. De CREG beoogt bijgevolg met de gevraagde herevaluatie (voor de toekomst, d.w.z. zonder retroactieve werking) een billijk evenwicht dat zowel rekening houdt met de legitieme noden van de markt en deze van Elia voor een veilige netuitbating. De CREG volgt evenmin de opmerking van Elia dat het voorwaardelijke karakter van de goedkeuring (omwille van de vraag naar herevaluatie) ontbreekt in de wet en de doelstelling van de CREG om de aanvrager meer zekerheid te geven, teniet doet. De CREG kan de voorwaarde van herevaluatie aan haar beslissingen hechten teneinde ervoor te zorgen dat Elia de toegang van de transmissienetgebruikers tot het net verzekert overeenkomstig door de CREG gevalideerde criteria en bijgevolg overeenkomstig de wet. De voornoemde procedures en criteria om een permanente toegang tot het net te weigeren, vormen immers voorwaarden betreffende de aansluiting en toegang tot het net die met toepassing van artikel 11, §2, van de elektriciteitswet moeten worden vastgelegd door de CREG in de gedragscode op voorstel van Elia en na raadpleging van de netgebruikers. Bovendien wijst de CREG er in paragraaf 31 van de beslissing (zie ook reeds paragraaf 29 van de ontwerpbeslissing(B)2799) op dat de aansluitingsvoorwaarden enkel dienen te worden herzien indien de herevaluatie aanleiding zou geven “tot de toekenning van een groter aandeel permanent vermogen en/of een snellere toekenning van een volledige permanente toegang.” De gevraagde herevaluatie impliceert bijgevolg geen onzekerheid aangezien deze enkel kan leiden tot gunstigere aansluitingsvoorwaarden voor de aanvrager vanaf het moment van de herziening. Elia had deels controle over de praktische haalbaarheid van de herevaluatie: hoe sneller Elia een voorstel voor criteria en procedures indiende bij de CREG en hoe sneller de CREG op basis van dit voorstel kon overgaan naar de vaststelling van een nieuwe gedragscode en hoe lager het aantal aanvragen dat zou moeten worden geherevalueerd. 43. Wat betreft de “tijdelijke periode”, reageert Elia op het punt waarop de CREG de aandacht vestigt in paragraaf 34 van de beslissing (zie ook paragraaf 32 van de ontwerpbeslissing (B)2799). Elia stelt het volgende: “Elia begrijpt uit randnummer 32 van de ontwerpbeslissing van de CREG dat ze elke verlenging van de tijdelijke periode afhankelijk wil maken van een herziening van het technisch verslag dat haar ter goedkeuring moet worden voorgelegd. Zoals hierboven vermeld, heeft Elia ernstige twijfels over de haalbaarheid van een dergelijk verzoek, gezien het aantal betrokken rapporten en het geval per geval opvolging die nodig is om deze technische rapporten te herzien. Zoals de CREG opmerkt, moet de impact van mogelijke vertragingen in netinvesteringen in aanmerking worden genomen in het kader van het voorstel van Elia om de Gedragscode te wijzigen en niet in het licht van de huidige versie van de Gedragscode.” Niet-vertrouwelijk 25/40 De CREG wijst Elia erop dat de betreffende paragraaf stelt dat artikel 61, §3, tweede lid, van de huidige gedragscode elektriciteit uitgaat van een herevaluatie van de flexibele toegang door Elia indien de noodzakelijke netwerkversterkingen waarin in het ontwikkelingsplan is voorzien, niet plaatsvinden op het geplande tijdstip. Indien deze situatie zich weliswaar in de toekomst zou voordoen, zal deze moeten worden afgehandeld overeenkomstig de modaliteiten van de dan toepasselijke gedragscode elektriciteit. 5.2.3. Opmerkingen van andere partijen 44. De CREG dankt de overige partijen die zich hebben kenbaar gemaakt als betrokken persoon in het dossier voor de consultatiereacties. De CREG merkt echter op dat vele opmerkingen niet binnen het kader van de raadpleging vallen (bv. opmerkingen over vergoeding voor afgeregeld volume, impact op de BRP, voorspelbaarheid en beheersbaarheid van de risico’s en de inkomsten, de specifieke aspecten voor realisatie van de PEZ-aansluiting). Zoals uiteengezet in paragraaf 19 van de ontwerpbeslissing (B)2799 (ook paragraaf 21 van deze beslissing), zal de CREG deze opmerkingen niet behandelen. Het betreft immers opmerkingen met betrekking tot de toekomstige operationele modaliteiten (wat betreft effectieve afregeling en financiële impact daarvan) die van toepassing zullen zijn op de betreffende aansluiting en waarover, zoals reeds verduidelijkt in paragraaf 28 van de ontwerpbeslissing (B)2799 (en paragraaf 30 van deze beslissing), de CREG in deze beslissing geen beoordeling maakt. De bepaling van deze modaliteiten maakt daarentegen wel deel uit van het voorstel van Elia van 20 september 2024 en de toekomstige ontwerpbeslissing tot wijziging van de gedragscode (zie paragraaf 18 van deze beslissing). In de volgende paragrafen behandelt de CREG de overige opmerkingen ontvangen van andere partijen die wel binnen het kader van de raadpleging van ontwerpbeslissing (B)2799 vallen. 5.2.3.1. Over transparantie van de informatie 45. Aspiravi verwijst naar de uitwisselingen tussen de CREG en Elia in mei, juni en juli en vraagt dat deze informatie beschikbaar wordt gemaakt. Aspiravi uit teleurstelling dat de studie van Elia waaruit de ingeschatte afregelrisico’s blijken (van 1.6% van de tijd en 2% in termen van energie per jaar) niet wordt gepubliceerd. Aspiravi duidt dit aan als een gebrek in transparantie. Ook BOP verzoekt een vrijgave van het volledige technisch dossier en klaagt aan dat de door Elia zelfgekozen criteria niet bekend zijn gemaakt. 46. De CREG wijst erop dat Elia evenmin aan de CREG de volledige netberekeningsstudie bezorgt. De CREG benadrukt, zoals reeds uiteengezet in paragraaf 15 van de ontwerpbeslissing (B)2799 (en paragraaf 15 van deze beslissing), dat de uitwisselingen tussen de CREG en Elia tussen mei en juli als doel hadden het technisch rapport te verduidelijken met als resultaat dat Elia op 15 juli 2024, per brief aan de CREG een bijgewerkte versie van het technisch rapport heeft bezorgd. De bijgewerkte versie van het technisch rapport was toegevoegd in bijlagen van de ontwerpbeslissing (B)2799 en is ook toegevoegd in bijlage van deze beslissing, en dus reeds beschikbaar. Elia roept vandaag echter vertrouwelijkheid in voor bepaalde elementen in het technisch rapport, voornamelijk voor wat betreft de identificatie en technische parameters van de beperkte netelementen. 47. Zoals uiteengezet in paragraaf 27 van de ontwerpbeslissing (B)2799 is de CREG van mening dat in de toekomst bijkomende informatie nuttig zou zijn, zowel voor de CREG als voor de aanvrager. De CREG begrijpt uit de consultatiefeedback dat deze paragraaf 27 in de sectie 5.1.1 over “Volledigheid van de goedkeuringsaanvraag” verkeerdelijk de indruk wekt dat bijkomende informatie nodig zou zijn om de goedkeuringsaanvraag te kunnen beoordelen, daar waar de vraag naar bijkomende informatie eerder dient voor de evaluatie van de business case door de aanvrager en de algemene monitoring Niet-vertrouwelijk 26/40 van de methodologie, congestierisico’s en flexibele aansluitingen door de CREG. De CREG behoudt in deze beslissing daarom niet paragraaf 27 van de ontwerpbeslissing (B)2799, maar voegt de vraag naar bijkomende informatie voor de evaluatie van de business case door de aanvrager toe in voetnoot 18. De vraag naar informatie voor monitoring door de CREG dient transversaal te worden behandeld en zal door de CREG worden behandeld in de redactie van de toekomstige ontwerpbeslissing tot wijziging van de gedragscode. De vraag naar verbetering van het technisch rapport en de algehele transparantie maakt deel uit van het voorstel voor wijziging van de gedragscode waarvan de redactie lopende is alsook van de stimulans25 voor Elia in 2024 over de “Visie en roadmap inzake flexibiliteit voor congestiebeheer en transparante communicatie over de activatie van flexibiliteit in het kader van contracten met flexibele toegang.” 48. Met betrekking tot de door Elia zelfgekozen criteria, verwijst de CREG BOP naar Bijlage 4 bij deze beslissing met de methodologie toegepast op het gedeelte netwerkstudie van de studie. Elia heeft aangekondigd werk te maken van een verbeterde versie van dit document dat zal worden gepubliceerd op de Elia website. De CREG vraagt aan Elia om deze verbeterde versie zo snel mogelijk te publiceren en ten laatste tegen 31 december 2024. 5.2.3.2. Over de volledigheid van de goedkeuringsaanvraag 49. BOP en Aspiravi concluderen op basis van paragrafen 22 en 26 van de ontwerpbeslissing (B)2799 (paragrafen 25 en 29 van deze beslissing) dat de goedkeuringsaanvraag van Elia onvolledig zou zijn. 50. De CREG wijst BOP erop dat paragraaf 22 van de ontwerpbeslissing (B)2799 in deel 4.1 handelt over het algemeen regulatoir kader voor flexibele toegang en bijgevolg geen uitspraak doet over de inhoud van een individueel dossier. 51. In paragraaf 26 van de ontwerpbeslissing (B)2799 geeft de CREG aan van mening te zijn dat het technisch rapport een aantal bijkomende gegevens moet bevatten, bovenop deze gevraagd in artikel 61, §3, van de gedragscode elektriciteit, om het dossier met kennis van zaken te kunnen beoordelen. De CREG lijst de bijkomende gegevens op in punten
- a)tot en met
- f)van paragraaf 26 van de ontwerpbeslissing (B)2799 (paragraaf 29 van deze beslissing). In paragrafen 45 en 53 van de ontwerpbeslissing (B)2799 (paragrafen 86 en 94 van deze beslissing) bevestigt de CREG dat het technisch rapport van Elia deze bijkomende informatie opgelijst in punten
- a)tot en met
- f)van paragraaf 26 van de ontwerpbeslissing (B)2799 (paragraaf 29 van deze beslissing) effectief bevat. 5.2.3.3. Over de toepassing van drempels voor toekenning van aansluiting met permanente toegang bij lage congestierisico’s 52. Aspiravi vraagt om de toepassing van een drempel (in termen van tijd of van afgeregelde energie) om aan aansluitingen met lagere ingeschatte afregelrisico’s een vaste aansluiting toe te kennen. Aspiravi meent dat de huidige aanpak van Elia een oplossing naar voren schuift die mogelijks slechter is dan het probleem waartoe de oplossing dient. Ook BOP meent dat het afregelrisico van 1.6% van de tijd dermate beperkt is dat het een vaste aansluiting rechtvaardigt. BOP verwijst hiervoor naar de visienota van de CREG26. 53. De CREG gaat akkoord over de nood aan drempelwaarden, zoals uiteengezet in paragraaf 27 van deze beslissing (en paragraaf 24 van de ontwerpbeslissing (B)2799) en in haar visienota van 28 maart 25 26 Zie https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b658e/84. Zie ook paragraaf 69 van deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 27/40 2024. In het voorstel van Elia van 20 september 2024 stelt Elia enkel een drempelwaarde voor voor de ingeschatte afregeling in termen van het tijdsaandeel per jaar, namelijk 0,1 % van de tijd. De toepassing van deze drempel zou geen volledige vaste aansluiting toelaten voor de aansluiting van de eerste kavel op het Prinses Elisabeth Eiland aangezien de totale ingeschatte afregeling 1,6% van de tijd bedraagt. Het technisch rapport waarover de CREG beschikt toont echter aan dat de situaties waarin de installatie volledig zou moeten worden afgeregeld, zich minder dan 0,1% van de tijd zouden voordoen. De toepassing van de door Elia voorgestelde drempel zou dus wel toelaten om een vaste aansluiting toe te kennen voor een deel van de aansluiting, indien dergelijke bepaling toepasselijk zou worden in de toekomstige versie van de gedragscode. Desgevallend zou Elia in het kader van de gevraagde herevaluatie (in paragraaf 31 van deze beslissing) het voorstel van de flexibele aansluiting dienen te herzien. 5.2.3.4. Over het deel van het aansluitingsvermogen met permanente toegang 54. Aspiravi acht het onredelijk dat Elia de aansluiting met permanente toegang weigert voor het volledige aansluitingsvermogen van 700 MW. 55. De CREG wijst erop dat de conclusies van de studie van Elia het resultaat zijn van een complex simulatieproces op basis van veronderstelde, representatieve situaties bepaald door Elia. Elia deelt deze informatie met de CREG in de vertrouwelijke versie van het technisch rapport (Bijlage 2 bij deze beslissing). Met betrekking tot dit dossier, kan de CREG bevestigen dat uit het technisch rapport blijkt dat, in fase 1 in minstens één situatie het net over geen onthaalcapaciteit voor injectie zou beschikken (dus een beperking van injectie tot nul MW). Dit houdt in dat op sommige momenten Elia het volledige aansluitingsvermogen van de installatie zou beperken, althans indien geen andere remediërende middelen zouden beschikbaar zijn voor Elia volgens de op dat moment toepasselijke regels. Echter, de afregeling van deze windcapaciteit in de Prinses Elisabethzone zou niet volledig zijn in alle situaties. In het merendeel van de situaties verwacht Elia slechts een deelse afregeling. 56. Het deel van het aansluitingsvermogen met permanente toegang voor de windcapaciteit in de Prinses Elisabethzone zou kunnen worden herzien na de herevaluatie die Elia dient uit te voeren nadat de procedures en criteria om inhoud te geven aan het begrip “onvoldoende capaciteit” om de permanente toegang te weigeren zijn vastgesteld in de gedragscode elektriciteit van de CREG, zoals verzocht in paragraaf 29 van de ontwerpbeslissing (B)2799 (en paragraaf 31 van deze beslissing). Zoals ook uiteengezet in paragraaf 53 van deze beslissing, zou een dergelijke herziening mogelijk zijn indien de toepasselijke gedragscode dan een drempel zou bevatten voor lage afregelrisico’s die een toekenning van een vaste aansluiting zou rechtvaardigen, die hoger ligt dan het door Elia ingeschatte risico op volledige afregeling. De CREG kan hier echter nog niet op vooruit lopen in deze beslissing en verwijst hiervoor naar de toekomstige ontwerpbeslissing tot wijziging van de gedragscode waarvan de redactie momenteel lopende is bij de CREG. 5.2.3.5. Over preventieve afregeling van aansluitingsvermogen met flexibele toegang 57. Aspiravi is van mening dat een nood aan preventieve afregeling niet essentieel is als rechtvaardiging van een flexibele aansluiting, maar eerder een conservatieve houding van Elia ten aanzien van congestierisico’s aangeeft. 58. De CREG wijst Aspiravi erop dat preventieve remediërende acties evengoed nodig zijn om ervoor te zorgen dat het net wordt uitgebaat conform de technische netwerkcriteria. Voor meer uitleg verwijst de CREG naar sectie 2.5.2 van het document van Elia over de methodologie toegepast op het Niet-vertrouwelijk 28/40 gedeelte netwerkstudie van de studie, in Bijlage 4 van deze beslissing. De CREG is bijgevolg van mening dat zelfs als de congestierisico's enkel preventieve actie zouden vragen, deze een gegronde rechtvaardiging inhouden voor een toekenning van een aansluiting met flexibele toegang. 5.2.3.6. Over de goedkeuring onder voorbehoud van latere herevaluatie 59. BOP is van mening dat een “een principiële goedkeuring van een flexibele toegang, onder voorbehoud van een latere herevaluatie, de facto nuttig kan zijn voor andere projecten,” maar in dit dossier “ondermijnt zij net de goede werking van de tender voor de kavel Prinses Elisabeth I.” BOP benadrukt dat in dit dossier “een principiële goedkeuring van de CREG geen informatief document [zal] zijn, maar een onderdeel van de tenderdocumenten. Die tenderdocumenten vormen de basis voor belangstellenden om een aanvraagdossier op te stellen waarin zij zich verbinden om binnen vier jaar een project te realiseren van 695 tot 700 MW in de kavel Prinses Elisabeth I.” Ook Luminus kaart aan dat het nieuwe regulatoir kader idealiter tijdig wordt geïmplementeerd voor de biedingen in de concurrerende inschrijvingsprocedure voor de offshorecapaciteit. 60. De CREG wijst BOP erop dat een beslissing van de CREG nooit “informatief” is. Het is de beslissing van de CREG die Elia een verplichte herevaluatie van het dossier oplegt zoals uiteengezet in paragraaf 31 van deze beslissing. De CREG deelt de mening van BOP en Luminus dat het betreurenswaardig is dat de toe te passen criteria niet werden opgenomen in de gedragscode elektriciteit alvorens de tender voor de kavel Prinses Elisabeth I zou worden opgestart. De CREG gaat echter niet akkoord dat zij hierdoor onder druk een onvoldoende gemotiveerde en mogelijks discriminerende beslissing zo moeten nemen in het kader van een specifiek dossier voor bepalingen die algemeen toepasselijk en volgens transparante, openbare procedures dienen te worden behandeld in het kader van een wijziging van de gedragscode elektriciteit. 61. Luminus is bovendien van mening dat ook de reeds toegewezen aansluitingen dienen te worden herzien op basis van de nieuwe methodologie in de zin dat de na herevaluatie herziene, lagere afregelinschattingen kunnen worden vastgelegd in het aansluitingscontract. Febeliec wijst er echter op dat de herevaluaties niet noodzakelijk leiden tot een fundamenteel verschillend resultaat aangezien de technische beperkingen en de aanpak met betrekking tot systeemkosten niet fundamenteel zouden veranderen in het nieuwe kader. 62. De CREG verwijst Luminus naar paragraaf 38 van deze beslissing voor wat betreft de aanpassing van het aansluitingscontract voor reeds toegewezen capaciteit. 63. De CREG gaat akkoord met Febeliec dat de technische beperkingen in se niet zouden veranderen omwille van het nieuwe regulatoir kader, maar dat de vaststelling van drempels wel kan leiden tot een wijziging van de parameters in het aansluitingscontract. De afweging van de systeemkosten valt echter niet binnen het kader van deze beslissing en dus ook niet van de herevaluatie. 5.2.3.7. Over de beoordeling van de referentiecontext 64. BOP is van mening dat de CREG ook de referentiecontext dient te beoordelen en reageert hierbij op de stelling van de CREG uiteengezet in paragraaf 28 van de ontwerpbeslissing (B)2799 (paragraaf 30 van deze beslissing). BOP is van oordeel dat deze stelling in strijd is met artikel 6.2 van richtlijn 2019/944 en tevens een bewijs is van het motiveringsgebrek van de CREG, aangezien de regulator in het kader van de motiveringsplicht de referentiecontext, die een essentieel feitelijk element vormt, moet onderzoeken. Niet-vertrouwelijk 29/40 65. Volgens de CREG verplicht artikel 6.2 van richtlijn 2019/944 de regulerende instantie niet om de referentiecontext te beoordelen. Deze bepaling stelt dat de regulerende instantie ervoor moet zorgen dat de criteria voor het weigeren van toegang “ op consistente wijze worden toegepast ”. Het is precies op deze consistentie dat de controle van de CREG zich toespitst in het kader van haar goedkeuringsbevoegdheid. Hoewel de ontwerpbeslissing stelt dat de CREG de door Elia gebruikte referentiecontext niet beoordeelt, stelt ze wel dat de netbeheerder “ op een transparante manier elke wijziging van de referentiecontext of van de methodologie die werd toegepast met betrekking tot vorige goedkeuringsaanvragen moet weergeven en motiveren ” (§ 28). Daarbij is het de coherentie in de toepassing van de criteria die aan de controle van de CREG wordt onderworpen. De referentiecontext volgt specifiek uit de methodologie toegepast door Elia op het gedeelte netwerkstudie van de studie en algemeen uit de methodologie die Elia eveneens toepast in het kader van andere studies zoals deze voor het federaal ontwikkelingsplan. Deze methodologie en de eruit volgende referentiecontext dient geldig te zijn voor alle aansluitingsstudies en de beoordeling hiervan valt bijgevolg buiten de beoordeling die de CREG uitvoert in het kader van een specifiek dossier. De CREG heeft een verduidelijking hierover toegevoegd in paragraaf 30 van deze beslissing. Zoals de CREG eveneens heeft uiteengezet in paragraaf 28 van de ontwerpbeslissing (B)2799 (paragraaf 30 van deze beslissing) dient Elia wel eventuele evoluties in de referentiecontext, die wel kunnen verschillen per dossier, weer te geven. De CREG heeft ook in paragraaf 26 punt
- d)van de ontwerpbeslissing (B)2799 (paragraaf 29 punt
- d)van deze beslissing) verduidelijkt dat deze gegevens moeten zijn opgenomen in het technisch rapport van de goedkeuringsaanvraag aangezien deze de CREG ondersteunen in de beoordeling van de goedkeuringsaanvraag, maar wegens de vertrouwelijkheid niet worden gedeeld met de aanvrager. De CREG bevestigt bij deze dat de CREG de lijst van overige toekomstige aansluitingsvermogens die worden verondersteld van een voorrang van toegang te genieten ten aanzien van de huidige aanvraag ontvangt van Elia en gebruikt in haar beoordeling. Aangezien de betreffende aansluiting echter volgt uit het Federaal Ontwikkelingsplan goedgekeurd door de minister heeft Elia geen overige capaciteiten in rekening genomen, zoals gemeld in de openbare versie van het technisch rapport. 5.2.3.8. Over de afwezigheid van objectieve, technisch en economisch gerechtvaardigde criteria die door de CREG vastgelegd of goedgekeurd zijn 66. In haar antwoord op de openbare raadpleging is BOP in hoofdzaak van oordeel dat bij gebrek aan objectieve, technisch en economisch gerechtvaardigde criteria die door de CREG zijn vastgesteld of goedgekeurd, de CREG niet over de mogelijkheid beschikt om de aanvraag tot aansluiting met flexibele toegang goed te keuren, temeer daar de CREG in haar ontwerpbeslissing uitdrukkelijk stelt dat zij bedenkingen heeft bij de door Elia gehanteerde criteria en dat deze niet overeenstemmen met wat volgens de Visienota (Z)2779 van de CREG noodzakelijk wordt geacht. In die zin voldoet de ontwerpbeslissing niet aan de artikelen 6.2 en 42.2 van Richtlijn 2019/944. Volgens BOP moet eerst een volledig, objectief en transparant regelgevend kader worden vastgesteld vooraleer de noodzaak van een aansluiting met flexibele toegang voor de Zone Prinses Elisabeth 1 kan worden beoordeeld. Aspiravi en Orsted delen dit laatste standpunt. 67. De CREG ontkent niet dat zij herhaaldelijk heeft benadrukt dat het regulatoir kader voor de toekenning van aansluitingen met flexibele toegang tekortkomingen vertoont en moet worden aangevuld door een wijziging van de gedragscode elektriciteit met objectieve, technisch en economisch gerechtvaardigde criteria, op voorstel van Elia en na een openbare raadpleging. Het ontbreken van een degelijk kader maakt het voor de CREG echter niet juridisch onmogelijk om zich uit te spreken over aanvragen tot goedkeuring van aansluitingen met flexibele toegang. Niet-vertrouwelijk 30/40 Krachtens artikel 42.1 van Richtlijn 2019/944 moeten de regulerende instanties “transparante en efficiënte procedures voor de niet-discriminerende aansluiting van nieuwe productie-installaties en energieopslagfaciliteiten op het transmissiesysteem” goedkeuren. Deze procedure is vastgelegd in artikel 61 van de gedragscode elektriciteit. Artikel 61 van de gedragscode elektriciteit bepaalt dat de transmissienetbeheerder de keuze voor een aansluiting met flexibele toegang moet motiveren “aan de hand van objectieve en technisch goed onderbouwde criteria”, en deze motivering moet worden goedgekeurd door de CREG. Er bestaat dus een - weliswaar onvolledig - reglementair kader op grond waarvan de CREG zich moet uitspreken over de door Elia ingediende aanvragen tot goedkeuring van aansluitingen met flexibele toegang, en de CREG is dus wettelijk verplicht om deze aanvragen te onderzoeken, aangezien zij op die manier kan nagaan of de door de netbeheerder meegedeelde criteria correct worden toegepast. De CREG wil echter deze criteria op voorstel van Elia op een uitgebreidere manier uitdrukkelijk opnemen in de gedragscode elektriciteit, die meer garanties biedt op het vlak van transparantie, objectiviteit en niet-discriminerende toepassing, en die ook in overeenstemming is met het nieuwe artikel 6bis van richtlijn 2019/944. Het voorstel van Elia werd geformuleerd op 20 september 2024 en de CREG zal binnen enkele weken een ontwerpbeslissing tot wijziging van de gedragscode elektriciteit voor openbare raadpleging voorleggen. 68. De CREG deelt het standpunt van BOP, Aspiravi en Orsted dat het idealiter beter zou zijn geweest om eerst de gedragscode elektriciteit te wijzigen en vervolgens de aansluitingsaanvraag voor de Zone Prinses Elisabeth 1 te beoordelen op basis van het nieuwe regulatoir kader. Deze procedure is in dit geval echter niet mogelijk. De aansluiting in kwestie betreft immers een offshore windmolenpark waarvan de concessiehouder zal worden aangesteld na een concurrerende inschrijvingsprocedure georganiseerd in overeenstemming met artikel 6/3 van de Elektriciteitswet en het Koninklijk Besluit van 3 juni 2024 tot vaststelling van de concurrerende inschrijvingsprocedure, de voorwaarden en de procedure tot toekenning van de domeinconcessies en de algemene voorwaarden voor het gebruik van de kavels voor de bouw en de exploitatie van een installatie voor de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België. Artikel 27 van het koninklijk besluit bepaalt dat de concessiedocumenten die beschikbaar zijn op het ogenblik van de lancering van de concurrerende inschrijvingsprocedure “ de technische vereisten voor de netaansluiting” moeten bevatten, die volgens de overheid die belast is met de concurrerende inschrijvingsprocedure ten minste de gedetailleerde studie en de beslissing van de CREG over het voorstel tot toekenning van een aansluiting met flexibele toegang voor de Zone Prinses Elisabeth 1 moeten omvatten. In dit geval moet de beslissing van de CREG dus vóór 14 november 2024, de datum waarop de concurrerende inschrijvingsprocedure wordt opgestart, worden genomen en meegedeeld aan de netbeheerder zodat hij de detailstudie kan afronden, en aan de FOD Economie zodat de beslissing kan worden opgenomen in de concessiedocumenten. Dit tijdschema houdt in dat het nieuwe regulatoir kader niet voor die datum kan worden afgerond. De CREG benadrukt echter dat zodra het nieuwe reglementaire kader voor flexibele aansluitingen is vastgesteld, de netbeheerder de eerder behandelde aanvragen opnieuw zal moeten beoordelen en dat de nieuwe toepassingsvoorwaarden voor flexibele aansluitingen volledig van toepassing zullen zijn op de reeds toegekende flexibele aansluitingen. In ieder geval zal het nieuwe regelgevingskader tijdig worden afgerond zodat de aanvragers er zich vertrouwd mee kunnen maken en met kennis van zaken hun offertes kunnen indienen. 69. De CREG merkt ook op dat het feit dat de criteria die Elia hanteert bij het toekennen van flexibele aansluitingen niet in overeenstemming zijn met de Visienota (Z)2779 van de CREG, geenszins doorslaggevend is, aangezien de CREG hierin duidelijk stelt dat het gaat om een evolutief document Niet-vertrouwelijk 31/40 dat uitsluitend bedoeld is als input voor de netbeheerder bij het opstellen van zijn voorstel voor een (toekomstig) regulatoir kader inzake flexibele aansluitingen. Deze nota is met andere woorden geenszins bindend voor de CREG, en is niet bedoeld als model voor de beoordeling van individuele gevallen. Het feit dat de CREG bedenkingen heeft bij de door Elia gehanteerde criteria, strookt met de uitgesproken wens van de CREG om het regulatoir kader voor flexibele aansluitingen te verbeteren, maar belet de CREG niet om de aanvraag uiteindelijk goed te keuren, gelet op de lopende ontwikkeling van het voornoemde regulatoir kader en het feit dat dit van toepassing zal zijn op eerder goedgekeurde flexibele aansluitingen. 5.2.3.9. Over het risico op belemmeringen voor de markttoegang 70. In haar antwoord is BOP van oordeel dat de ontwerpbeslissing van de CREG niet voldoet aan artikel 42.2 van richtlijn 2019/944, aangezien zij niet nagaat of de door de transmissienetbeheerder gehanteerde criteria geen ongerechtvaardigde belemmering vormen voor de toegang tot de markt. Volgens BOP zal de CREG de impact op de markt niet kunnen beoordelen zolang er geen duidelijkheid bestaat over het al dan niet compenseren of corrigeren van de BRP-perimeter in geval van een aanpassing. 71. Artikel 42, 2 van richtlijn 2019/944 bevat onder meer de volgende zin: “De regulerende instantie zorgt ervoor dat eventuele beperkingen in de gegarandeerde aansluitingscapaciteit of operationele beperkingen wordt ingesteld op basis van transparante en niet-discriminerende procedures en geen onnodige belemmeringen voor de markttoegang met zich meebrengen.” Door haar goedkeuringsbevoegdheid uit te oefenen, en in het bijzonder door na te gaan of de door Elia toegepaste criteria correct zijn, waakt de CREG erover dat de toekenning van flexibele aansluitingen geen belemmering vormt voor de toegang tot de markt. In essentie geeft de CREG uitvoering aan de bovenstaande vereiste via haar inspanningen om objectieve, transparante, technisch en economisch verantwoorde criteria voor de toekenning van flexibele aansluitingen in de gedragscode elektriciteit te laten opnemen. In dit opzicht herinnert de CREG eraan dat het nieuwe regulatoir kader van toepassing zal zijn op de reeds toegekende flexibele aansluitingen. Over het geheel genomen, toont het proces dus aan dat de CREG voldoet aan voornoemde vereiste. 5.2.3.10. Over de specifieke aard van deze aansluitingsaanvraag 72. BOP, Aspiravi en Orsted stellen ook dat de vraag om aansluiting voor de kavel Prinses Elisabeth 1 anders moet worden behandeld dan andere aansluitingsvragen, aangezien de locatie, de bouwtermijn en de geïnstalleerde capaciteit aan de concessiehouder worden opgelegd, in tegenstelling tot andere aansluitingsprojecten. Volgens BOP houdt een gelijke behandeling van fundamenteel verschillende projecten discriminatie in. 73. Met betrekking tot de beslissingsvrijheden van (kandidaat-)netgebruikers wanneer geconfronteerd met een detailstudie van Elia die een flexibele aansluiting toekent, verwijst de CREG naar de uiteenzetting in paragraaf 36 van deze beslissing. De CREG erkent dat de ontwikkeling van een project voor een offshore windmolenpark in het kader van een openbare aanbesteding bepaalde specifieke kenmerken vertoont in vergelijking met andere aansluitingsprojecten. Ze merkt echter op dat : Niet-vertrouwelijk 32/40 - De rol van de CREG in het kader van haar goedkeuringsbevoegdheden erin bestaat de rechtvaardiging te controleren die de netbeheerder aanvoert inzake de impact van de toekenning van een aansluiting op de veiligheid van het net, en meer bepaald op de congestie die door deze aansluiting wordt veroorzaakt - in dit opzicht hebben de specifieke kenmerken van offshore windparken geen betrekking op dit aspect; - De regelgeving die van toepassing is op flexibele aansluitingen niet toelaat om rekening te houden met de specifieke kenmerken van elk project; - Zoals BOP in haar antwoord suggereert, het probleem voornamelijk voortvloeit uit het feit dat het huidige regulatoir kader ontoereikend wordt geacht om adequaat in te spelen op de specifieke kenmerken van de projecten voor offshore windparken - terwijl de CREG ernaar streeft dat het nieuwe regulatoir kader, dat binnenkort van kracht zal zijn, door de ontwikkelaars als voldoende duidelijk, objectief en evenwichtig wordt beschouwd om geen rekening te hoeven houden met deze specifieke kenmerken. 5.3. EVALUATIE VAN HET CONCRETE DOSSIER 74. De aansluitingsaanvraag betreft in voorliggend geval de aansluiting van een elektriciteitsproductie-eenheid, specifiek de aansluiting na de realisatie van het Ventilus-project van een offshore windturbinepark, met een geïnstalleerde capaciteit van 700 MW en een gevraagd aansluitingsvermogen voor injectie tot 742 MVA. 75. De detailstudie wordt uitgevoerd, zoals hoger aan bod kwam, op vraag van de Belgische Staat, aangezien de transmissienetgebruiker pas gekend zal zijn na het doorlopen van de concurrerende inschrijvingsprocedure. In voorliggend geval gebeuren de aansluitingsaanvraag en de detailstudie mede in het kader van artikel 6/3, §4, van de elektriciteitswet dat bepaalt dat de netbeheerder, in overleg met de minister, de minister bevoegd voor het mariene milieu en mariene ruimtelijke planning en de commissie, alle noodzakelijke studies uitvoert voor de uitbreiding van het Modular Offshore Grid bedoeld in artikel 2, 7° ter, f). Artikel 29 van de gedragscode elektriciteit laat ook toe dat een aansluitingsaanvraag kan worden ingediend door elke geïnteresseerde persoon, in voorliggend geval dus de Belgische Staat. Per brief van 16 juni 2021 heeft de minister bevoegd voor energie aan Elia gevraagd om de aansluiting van 3,5 GW aan offshore windproductiecapaciteit te onderzoeken (zie voetnoot 10). De transmissienetgebruiker zal na afloop van de concurrerende inschrijvingsprocedure een aansluitingscontract met Elia sluiten. Uit het voorstel van Elia blijkt dat de stappen in de (in de gedragscode elektriciteit voorziene) aansluitingsprocedure die de Belgische Staat tot die tijd in naam van de transmissienetgebruiker zet, hem tegenstelbaar zullen zijn: “Desalniettemin zal de Belgische Staat op dit ogenblik waar relevant - in zijn louter formele hoedanigheid als ‘aanvrager’ volgend uit artikel 6/3, §4 van de Elektriciteitswet - beschikken over de rechten en plichten zoals die voortvloeien uit de Gedragscode. Zoals overeengekomen tussen de diensten van Elia en de CREG zal de inhoud van deze brief ook worden opgenomen in de inleiding van de eigenlijke detailstudie zodoende deze informatie tegenstelbaar kan worden gemaakt aan de marktpartijen die zullen deelnemen aan de publieke tender”. 76. Er is geen aansluiting met permanente toegang weerhouden als aanvaardbare oplossing. Een aansluiting op het 380kV-onderstation van Mercator is niet weerhouden in het netontwerp voor de integratie van de offshore windproductie in de Prinses Elisabeth Zone. Bovendien zou deze aansluiting een langere kabel en doorlooptijd voor realisatie van de aansluiting vragen dan de netversterkingsprojecten in het Federaal Ontwikkelingsplan die nodig zijn om een permanente toegang toe te kennen voor de aansluiting op het Prinses Elisabeth Eiland. Dit zou bijgevolg geen oplossing bieden voor een snellere aansluiting met permanente toegang. Niet-vertrouwelijk 33/40 De oplossing die Elia verder heeft uitwerkt betreft een aansluiting op het 66kV onderstation van “Island 1 Red” op het Prinses Elisabeth Eiland, dat op land wordt geconnecteerd aan het onderstation ‘TBD’ dat zal dienst doen als aansluitingspunt voor het Prinses Elisabeth Eiland op de nieuwe Ventilusverbinding27. Het Prinses Elisabeth Eiland kan bijgevolg ten vroegste na de realisatie van het Ventilusproject worden aangesloten op het Belgische onshore net. Voor deze aansluiting kan Elia echter in de eerste fase van de aansluiting geen permanente toegang toekennen en biedt Elia aan de aanvrager een aansluiting met flexibele toegang aan. Het is deze aansluitingsoplossing die het voorwerp uitmaakt van de goedkeuringsaanvraag aan de CREG. 77. Elia heeft bijkomende toelichting verschaft op vragen van de CREG ter verduidelijking van het technisch rapport. De gevraagde verduidelijkingen betreffen de uitbreiding van de legende in het technisch rapport voor de CREG (bijkomende toelichting bij de ten aanzien van de aanvrager vertrouwelijke informatie), de toelichting bij het gebrek aan overige, in rekening genomen capaciteiten, de omschrijving van de marktcondities die zouden leiden tot congestierisico’s, de verduidelijking van het aansluitingsvermogen (uitgedrukt in MVA) en het geïnstalleerde vermogen van de installatie (uitgedrukt in MW) en de toelichting waarom het permanente en flexibele vermogen wordt uitgedrukt in MW en niet MVA. De verduidelijkingen dienen bijgevolg ter vervollediging en correcte interpretatie van het dossier, maar veranderen het voorstel van aansluiting met flexibele toegang van Elia niet. De CREG heeft een bijgewerkte versie van het technisch rapport met de gevraagde verduidelijkingen ontvangen op 15 juli 2024 (zoals aangegeven in paragraaf 15 van deze beslissing). 5.3.1. Weigering door Elia van de permanente toegang Elia identificeert twee fases in functie van de evolutie van de voorziene netontwikkelingen28: 78. - Fase 1: Initiële situatie na de realisatie van het Ventilus-project (tussen 2028 en 2030) en in afwachting van de realisatie van het project Boucle du Hainaut (vanaf 2030); - Finale situatie: Na realisatie van de beide projecten Ventilus en Boucle du Hainaut (vanaf 2030). 79. Het technisch rapport in bijlage van de goedkeuringsaanvraag van Elia preciseert of de weigering van de permanente toegang al dan niet beperkt is in de tijd. De beperking voor injectie geldt enkel in fase 1. 5.3.1.1. Weigering van permanente toegang voor injectie 80. Elia weigert in de eerste fase de permanente toegang voor injectie omwille van congestierisico’s. De beperking geldt enkel voorafgaand en tijdens de werken door Elia ter versterking van het transmissienet in de regio voorzien in het Federaal Ontwikkelingsplan 2024-2034, zijnde het project Boucle du Hainaut. 81. Het technisch rapport preciseert de beperkende elementen in injectie in fase 1. - In fase 1 bedraagt de maximale invloed van 1 extra MW injectie op het beschouwde onderstation op een beperkend element 0.335 MW in N-toestand en 0.335 MW in N-1- 27 Zie deel 4.2.1 (Prinses Elisabeth Eiland – uitbreiding van het MOG) en deel 4.5.2.1 (Ventilus) van het Federaal Ontwikkelingsplan van het transmissienet 2024-2034. 28 Elia verwijst in de beschrijving van de fases naar de datums in het Federaal Ontwikkelingsplan en wijst erop dat de effectieve tijdstippen van realisatie van de projecten Ventilus en Boucle du Hainaut onderhevig zijn aan externe factoren zoals vergunningen. Niet-vertrouwelijk 34/40 toestand. Elia geeft aan dat er geen DLR is voorzien op de elementen die beperkend zijn voor injectie in fase 1. 82. In de finale situatie kent Elia een permanente toegang toe voor injectie door de elektriciteitsproductie-eenheid. De finale fase start bij realisatie van het project Boucle du Hainaut. Elia verduidelijkt dat zonder dit project geen permanente toegang kan worden toegekend aan aansluitingen voor bijkomende productiecapaciteiten (zoals, maar niet beperkt tot, de offshore windcapaciteit)