← België

Beslissing inzake de modernisering van de elektriciteitsproductie-installatie van Zandvliet Power NV aangesloten op het gesloten industrieel net van B

(B)2867 30 januari 2025 Beslissing inzake de modernisering van de elektriciteitsproductie-installatie van Zandvliet Power NV aangesloten op het gesloten industrieel net van BASF Antwerpen NV ([VERTROUWELIJK]) Artikel 4.1(a)(iii) van Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. 2. WETTELIJK KADER ........................................................................................................................... 4 1.1. Europees wettelijk kader ....................................................................................................... 4 1.2. Nationaal wettelijk kader ....................................................................................................... 6 ANTECEDENTEN .............................................................................................................................. 9 2.1. ALGEMEEN ............................................................................................................................. 9 2.2. RAADPLEGING ........................................................................................................................ 9 3. BEOORDELING .............................................................................................................................. 10 4. CONCLUSIE .................................................................................................................................... 14 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 16 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 17 Niet-vertrouwelijke versie 2/17 INLEIDING Overeenkomstig artikel 4.1(a)(iii) van Verordening (UE) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers, onderzoekt de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas hierbij de analyse uitgevoerd door BASF Antwerpen NV in het kader van de substantiële modernisering van een elektriciteitsproductie-eenheid van Zandvliet Power NV, met hoofdzetel te Haven 725, Scheldelaan 600, 2040 Antwerpen, Belgium (hierna: Zandvliet Power). Deze analyse werd per e-email dd. 20 augustus 2024 door BASF Antwerpen NV bij de CREG ter beslissing ingediend in de hoedanigheid van beheerder van het erkende gesloten distributie/industrieel net van BASF Antwerpen NV (hierna : CDSO) à la CREG. De Algemene Directie Energie heeft bij brief van 17 september 2024 haar advies overgemaakt aan de CREG en Elia, overeenkomstig artikel 48, § 3, van de gedragscode van de CREG van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor aansluiting op en toegang tot het transmissienet en van de berekeningswijzen of voorwaarden voor de terbeschikkingstelling van ondersteunende diensten en de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, met inbegrip van de procedures voor de toewijzing van capaciteit en het beheer van congestie (hierna “gedragscode elektriciteit”). In haar begeleidend schrijven, geeft de CDSO aan dat de studie-aanvraag in de voorafgaande maanden uitvoerig en in detail met de netgebruiker onderzocht en besproken werd, waarbij ook Elia nauw werd betrokken, aangezien ook Elia voor een aantal eisen (bijv. inzake frequentiehuishouding) optreedt als relevante systeembeheerder. Het Directiecomité van de CREG heeft op zijn vergadering van 30 januari 2025 deze beslissing genomen over de analyse uitgevoerd door CDSO in het kader van de substantiële modernisering van een elektriciteitsproductie-eenheid van Zandvliet Power, ingediend in het Nederlands door BASF per e-mail van 20 augustus 2024. Niet-vertrouwelijke versie 3/17 1. WETTELIJK KADER 1.1. EUROPEES WETTELIJK KADER 1. Artikel 4 van Verordening (UE) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net (hierna : « de Europese netcode RfG ») voor bestaande elektriciteitsproductie-eenheden luidt als volgt : “1.Op bestaande elektriciteitsproductie-eenheden zijn de eisen van deze verordening niet van toepassing, tenzij:

  1. a)een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D in dergelijke mate is gewijzigd dat de desbetreffende aansluitovereenkomst ingrijpend moet worden herzien overeenkomstig de volgende procedure:
  2. i)eigenaren van elektriciteitsproductie-installaties die voornemens zijn een installatie te moderniseren of apparatuur te vervangen op een wijze die effect heeft op de technische capaciteiten van de elektriciteitsproductie-eenheid, stellen de relevante systeembeheerder hiervan van tevoren in kennis;
  3. ii)wanneer de relevante systeembeheerder oordeelt dat de modernisering of vervanging van apparatuur van zulke omvang is dat een nieuwe aansluitovereenkomst vereist is, stelt de systeembeheerder de desbetreffende regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat daarvan in kennis, en iii) de desbetreffende regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat besluit of de bestaande aansluitovereenkomst moet worden herzien, dan wel een nieuwe aansluitovereenkomst vereist is en welke eisen van deze verordening van toepassing zijn, of
  4. b)een regulerende instantie of, indien van toepassing, een lidstaat besluit een bestaande elektriciteitsproductie-eenheid te onderwerpen aan alle of aan bepaalde eisen van deze verordening, op basis van een overeenkomstig de leden 3, 4 en 5 ingediend voorstel van de relevante TSB. 2. Voor de toepassing van deze verordening wordt een elektriciteitsproductie-eenheid als bestaand beschouwd wanneer:
  5. a)deze eenheid op de datum van inwerkingtreding van deze verordening reeds op het net is aangesloten, of
  6. b)de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de productie-installatie binnen een tijdsbestek van twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. De eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie stelt de relevante systeembeheerder en de relevante TSB binnen een termijn van 30 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van het afsluiten van dit contract. De door de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie aan de relevante systeembeheerder en de relevante TSB toegezonden kennisgeving bevat minimaal de volgende elementen: de benaming van het contract, de datum van ondertekening en de datum van inwerkingtreding, en de specificaties van het belangrijkste onderdeel van de te bouwen, te assembleren of aan te kopen productie-installatie. Een lidstaat kan erin voorzien dat de regulerende instantie in gespecificeerde omstandigheden kan bepalen of de elektriciteitsproductie-eenheid als een bestaande productie-eenheid dan wel als nieuwe productie-eenheid moet worden beschouwd. Niet-vertrouwelijke versie 4/17 3. Teneinde een antwoord te bieden op significante feitelijke wijzigingen van omstandigheden, zoals de ontwikkeling van systeemeisen, inclusief de penetratie van hernieuwbare energiebronnen, slimme netwerken, gedistribueerde productie en belastingssturing, kan de desbetreffende TSB na een openbare raadpleging overeenkomstig artikel 10 aan de betrokken regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat voorstellen de toepassing van deze verordening uit te breiden tot bestaande elektriciteitsproductie-eenheden. Daartoe wordt een grondige en transparante kwantitatieve kosten-batenanalyse uitgevoerd, overeenkomstig de artikelen 38 en 39. De analyse omvat de volgende elementen:
  7. a)de kosten om bestaande elektriciteitsproductie-eenheden in overeenstemming te brengen met deze verordening;
  8. b)de sociaaleconomische baten van het toepassen van de eisen van deze verordening, en
  9. c)de mogelijkheid om met alternatieve maatregelen de vereiste prestaties te bereiken. 4. Alvorens de in lid 3 bedoelde kwantitatieve kosten-batenanalyse uit te voeren:
  10. a)voert de relevante TSB een voorafgaande kwalitatieve vergelijking uit van de kosten en baten, en
  11. b)verkrijgt de relevante TSB de goedkeuring van de relevante regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat. 5. De relevante regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat neemt een besluit over de uitbreiding van het toepassingsgebied van deze verordening tot bestaande elektriciteitsproductie-eenheden binnen een tijdsbestek van zes maanden na ontvangst van het verslag en de aanbeveling van de relevante TSB overeenkomstig artikel 38, lid 4. Het besluit van de regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat wordt gepubliceerd. 6. Bij de afweging inzake de eventuele toepassing van deze verordening op bestaande elektriciteitsproductie-eenheden houdt de relevante TSB rekening met de legitieme verwachtingen van de eigenaren van elektriciteitsproductie-installaties. 7. De relevante TSB kan de toepassing van sommige of alle bepalingen van deze verordening op bestaande elektriciteitsproductie-eenheden om de drie jaar in overweging nemen overeenkomstig de in de leden 3 tot en met 5 genoemde criteria en procedure. 2. De artikelen 4.1,
  12. a)en 4.2 van de Europese netcode RfG zijn in deze context relevant omdat het gaat om de modernisering van een bestaande individuele elektriciteitsproductie-eenheid. De artikelen 4.1(
  13. b)en 4.3 tot en met 4.7 zijn daarentegen enkel relevant in het kader van een aanvraag van Elia om de toepassing van de RfG Europese netcode uit te breiden tot een categorie van bestaande installaties, wat hier niet het geval is. Niet-vertrouwelijke versie 5/17 1.2. NATIONAAL WETTELIJK KADER 3. De CREG heeft bij beslissing van 20 oktober 2022 de eerste Gedragscode voor het beheer van het elektriciteitstransmissienet opgesteld, ter vervanging van een deel van het Federaal Technisch Reglement. 4. Artikel 45 van de Gedragscode elektriciteit bepaalt in dit verband het volgende: § 1. Zo spoedig mogelijk, maar ten laatste binnen de twintig werkdagen vanaf de ontvangst van de behoorlijk ingevulde aansluitingsaanvraag in de zin van artikel 32 deelt de transmissienetbeheerder aan de aanvrager het resultaat van de evaluatie van de geringe aard van zijn aansluitingsaanvraag mee, wanneer het een wijzigingsverzoek van de aansluiting en/of van een installatie van de transmissienetgebruiker betreft In dit kader, wanneer de aanvrager een wijziging aan zijn aansluiting en/of aan een installatie van de transmissienetgebruiker beoogt, zoals bedoeld in artikel 29, beoordeelt en motiveert de transmissienetbeheerder de eventueel geringe aard van deze wijziging. Een wijziging van de aansluiting, al dan niet als gevolg van de wijziging van een installatie van de transmissienetgebruiker wordt als gering beschouwd indien de aanvraag geen aanleiding geeft tot investeringen in materiaal die de fysieke of de technische capaciteiten van de aansluitingsinstallaties veranderen. Wordt er geoordeeld dat het om een geringe wijziging aan de aansluiting en, in voorkomend geval, ook aan de installatie van de transmissienetgebruiker gaat, kan de transmissienetbeheerder: 1° de beoogde wijzigingen goedkeuren zonder dat welke andere formaliteiten ook moeten worden vervuld en zonder een aanpassing aan het aansluitingscontract van de transmissienetgebruiker; 2° een aanpassing voorstellen aan het aansluitingscontract van de betrokken transmissienetgebruiker om de geringe aard van de wijziging aan de aansluiting en, in voorkomend geval, ook aan de installatie van de transmissienetgebruiker te omkaderen, in voorkomend geval door het actualiseren van een bijlage bij dit contract; De aanpassingen aan het aansluitingscontract bedoeld in het vierde lid, 2°, ontslaan de betrokken transmissienetgebruiker niet van het bekomen, vanwege de transmissienetbeheerder, van de bedrijfsvoeringsnotificatie van de conformiteit van zijn aansluiting of van zijn installaties, overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 2.2.5 en de toepasselijke wetgeving. De transmissienetbeheerder brengt de CREG op de hoogte van de beslissing die in verband met de geringe aard van de wijziging is genomen. § 2. Wanneer wordt geoordeeld dat de beoogde wijziging van de aansluiting en/of van de installatie van de transmissienetgebruiker niet van geringe aard is, meldt de transmissienetbeheerder aan de betrokken transmissienetgebruiker, binnen de termijn bepaald in § 1, eerste lid, dat het vervolg van de procedure verloopt overeenkomstig: artikel 46 wanneer de beoogde wijziging van de aansluiting niet gering is, maar de wijziging van de installatie van de transmissienetgebruiker gering is, de artikelen 46 tot 49 wanneer de beoogde wijzigingen van de aansluiting en de installatie van de transmissienetgebruiker niet gering zijn, resp. de artikelen 47 tot 49 wanneer de beoogde wijziging van de aansluiting gering is en de beoogde wijziging van de installatie van de transmissienetgebruiker niet gering is. Niet-vertrouwelijke versie 6/17 De betrokken transmissienetgebruiker neemt de kosten van de betrokken studie(
  14. s)bedoeld in de voornoemde artikelen voor zijn rekening.» 5. Bovendien bepaalt artikel 47, §1 en §3, van de Gedragscode voor Elektriciteit dat : «§ 1. Wanneer de aansluitingsaanvraag betrekking heeft op een substantiële modernisering van de installaties van de transmissienetgebruiker bedoeld in artikel 4.1., a), respectievelijk van de Europese netcode RfG, de Europese netcode DCC en de Europese netcode HVDC, onderzoekt de transmissienetbeheerder deze wijziging op gedetailleerde wijze in een moderniseringsstudie binnen het toepassingsgebied van voornoemd artikel 4.1., a), en overeenkomstig de richtsnoeren bedoeld in artikel 48, § 2. De transmissienetbeheerder bezorgt deze moderniseringsstudie, na raadpleging van de betrokken transmissienetgebruiker over het ontwerp van de moderniseringsstudie, aan de CREG die daarover een beslissing neemt overeenkomstig artikel 4.1., a), iii), respectievelijk van de Europese netcode RfG, de Europese netcode DCC of de Europese netcode HVDC binnen een termijn van 60 kalenderdagen vanaf de datum van ontvangst van het dossier. Deze termijn kan éénmalig door de CREG worden verlengd met de duur die zij bepaalt indien ze bijkomende informatie nodig heeft of indien de complexiteit van het dossier dit vereist. De transmissienetbeheerder voegt de ontvangen reactie van de transmissienetgebruiker toe aan de kennisgeving voor de CREG van de moderniseringsstudie. (…) § 3. Indien de moderniseringsstudie gebeurt in het kader van een detailstudie bedoeld in artikel 46, § 3, vermeldt de detailstudie de resultaten van het onderzoek bedoeld in §§1 en 2 en de beslissing van de CREG uit hoofde van deze paragrafen. De in artikel 46, § 3, vastgestelde termijnen worden opgeschort tot op het einde van de procedure die wordt beschreven in artikel 4.1., a), respectievelijk van de Europese netcode RfG, de Europese netcode DCC en de Europese netcode HVDC of tot het einde van de in paragraaf 2 bedoelde procedure » 6. Bovendien bepaalt artikel 48 van de Gedragscode elektriciteit dat : « § 1. Een substantiële modernisering van een installatie van de transmissienetgebruiker bedoeld in artikel 4.1., a), respectievelijk van de Europese netcode RfG, de Europese netcode DCC en de Europese netcode HVDC of van een energieopslagfaciliteit kan zich voordoen in volgende scenario’s: 1° een belangrijke toename van de nominale productie van de betrokken elektriciteitsproductie-eenheid bedoeld in artikel 4.1. van de Europese netcode RfG of van het vermogen van transmissie-gekoppelde installaties of systemen bedoeld in artikel 4.1. van de Europese netcode DCC en artikel 4.1. van de Europese netcode HVDC of van een energieopslagfaciliteit; 2° de vernieuwing van één of meerdere essentiële technische elementen van een installatie van de transmissienetgebruiker bedoeld in artikel 4.1., a), respectievelijk van de Europese netcode RfG, de Europese netcode DCC en de Europese netcode HVDC of van een energieopslagfaciliteit. Het plaatsen van identieke reserveonderdelen door de transmissienetgebruiker in zijn installaties wordt niet beschouwd als de vernieuwing van een of meer essentiële technische elementen van een installaties. § 2. De transmissienetbeheerder ontwikkelt richtsnoeren voor de toepassing van artikel 4.1. respectievelijk van de Europese netcode RfG, de Europese netcode DCC en de Europese netcode HVDC en voor de toepassing van artikel 47, § 2. Daarbij houdt hij rekening met de scenario’s in § 1. § 3. Wanneer de transmissienetbeheerder een kennisgeving aan de CREG doet overeenkomstig artikel 4.1. respectievelijk van de Europese netcode RfG, de Europese netcode DCC, de Europese netcode HVDC, artikel 47, § 2, derde lid, en op grond van Niet-vertrouwelijke versie 7/17 paragraaf 2, maakt hij terzelfdertijd een kopie voor advies over aan de Algemene Directie Energie. Zij stuurt haar advies binnen een maand naar de CREG en naar de transmissienetbeheerder» 7. Artikel 50 van de gedragscode elektriciteit bepaalt het volgende: « § 1. Uiterlijk binnen de dertig werkdagen volgend op de verzending van de detailstudie aan de aanvrager of na afloop van de procedure bedoeld in artikel 4.1 van respectievelijk de Europese netcode RfG, de Europese netcode DCC en de Europese netcode HVDC en in het artikel 47 maakt de transmissienetbeheerder aan de aanvrager een technisch-financieel voorstel tot realisatie van de aansluiting kenbaar met een beschrijving van de uitvoeringsfasen voor de realisatie van de aansluiting of voor de uitvoering van de werken voorwerp van dit voorstel, evenals de vermelding van de prijs voor deze werken, op basis van het akkoord betreffende de technische oplossing zoals bedoeld in artikel 46. De reële algemene technische gegevens bedoeld in de bijlage 1, worden door de aanvrager ter kennis gebracht van de transmissienetbeheerder in dit voorstel. § 2. De termijn van § 1, eerste lid, voor de verzending van het technisch en financieel voorstel aan de aanvrager kan verlengd worden in gezamenlijk akkoord tussen de transmissienetbeheerder en de aanvrager, als de complexiteit van de realisatie van de aansluiting en/of het aantal te bestuderen varianten dit vereisen.» 8. Tot slot bepaalt artikel 57, § 1, van de gedragscode elektriciteit : «Art. 57. Het in artikel 50, § 1, eerste lid, bedoelde technische en financiële voorstel blijft geldig zolang het akkoord over de in artikel 46 bedoelde technische oplossing geldig blijft. Ten laatste na afloop van de geldigheidstermijn van het aanbod tot realisatie van de aansluiting bedoeld in artikel 50, § 1, eerste lid, als het technisch en financieel voorstel door de aanvrager is aanvaard, sluiten de transmissienetbeheerder en de aanvrager een aansluitingscontract, volgens de modaliteiten bedoeld in dit hoofdstuk, voor onbepaalde duur, of wijzigen ze het bestaande aansluitingscontract. Als gevolg van het sluiten van het aansluitingscontract wordt de gereserveerde capaciteit voor de aansluiting toegewezen aan de aansluitingsaanvrager; in voorkomend geval kan deze capaciteit worden beperkt door een regeling van flexibele toegang zoals bedoeld in artikel 61. Desgevallend houdt de aanpassing van het aansluitingscontract, wanneer het een wijziging van de bestaande aansluiting beoogt, rekening met de beslissing van de CREG betreffende de substantiële aard van de modernisering of de vervanging, met toepassing van artikel 4.1 van de Europese netcode RfG, de Europese netcode DCC en de Europese netcode HVDC en de artikelen 47 en 48. (eigen nadruk van de CREG) Het aansluitingscontract kan een opschortende voorwaarde bevatten met betrekking tot het verkrijgen van vergunningen of machtigingen betreffende installaties waarvoor de administratieve procedure loopt; de CREG wordt dan op de hoogte gebracht. Indien de transmissienetbeheerder een dergelijke opschortende voorwaarde weigert, deelt hij de redenen voor zijn beslissing mee aan de aanvrager en aan de CREG » Niet-vertrouwelijke versie 8/17 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 9. De CDSO heeft haar analyse verstrekt inzake de substantiële modernisering van een elektriciteitsproductie-eenheid van Zandvliet Power, met hoofdzetel te Haven 725, Scheldelaan 600, 2040 Antwerpen, Belgium, per mail van 20 augustus 2024. De Algemene Directie Energie heeft haar advies bezorgd aan de CREG en aan de CDSO per brief van 17 september 2024, overeenkomstig artikel 48, §3, van de gedragscode elektriciteit. 2.2. RAADPLEGING 10. Het dossier ingediend door de CDSO bevat geen referentie naar een formele, niet-publieke raadpleging van de netgebruiker zoals voorzien in artikel 47, §1er , al. 2 van de gedragscode. De begeleidende brief van de CDSO maakt echter melding van een ‘uitvoerig overleg met de netgebruiker alsook Elia in het kader van de uitgevoerde studie’ : « De studie-aanvraag is de voorbije maanden uitvoerig en in detail onderzocht en besproken werd, waarbij ook Elia nauw werd betrokken, aangezien ook Elia voor een aantal eisen (bijv. met betrekking tot frequentiehuishouding) optreedt als relevante systeembeheerder ». 11. De moderniseringsstudie was het onderwerp van het overleg met de netgebruiker en met Elia in hoofdstuk 3 van de huidige beslissing. Het betreft de vraag naar een tijdelijke derogatie van uiterlijk 24 maanden na introductie van het dossier bij de CREG. Gezien het tijdelijke karakter van deze derogatie en het feit dat de beslissing uitsluitend impact heeft op de netgebruiker en op Elia, kan de CREG akkoord gaan met bovengenoemd overleg in de plaats van een formele raadpleging als basis voor deze beslissing. 12. Voor de uiteindelijke beslissing echter, vraagt de CREG dat de CDSO zowel de netgebruiker als Elia formeel raadpleegt, conform artikel 47, §1er van de gedragscode. De antwoorden van de betrokken partijen op de door de CDSO voorgestelde eisen of voorgestelde derogatie dienen in bijlage van het dossier aan de CREG worden bezorgd. Niet-vertrouwelijke versie 9/17 3. BEOORDELING 14. De substantiële moderniseringsprocedure van artikel 4.1, onder a), van de Europese netcode RfG is van toepassing op bestaande elektriciteitsproductie-eenheden. In casu is de betrokken installatie van Zandvliet Power NV, die wordt gemoderniseerd, een bestaande elektriciteitsproductie-eenheid. De installatie betreft een centrale met gecombineerde gas- en stoomcyclus (‘STEG’), die een “elektriciteitsproductie-eenheid” vormt in de zin van artikel 2, lid 2, punt 5, van de Europese netcode RfG, namelijk “een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid of een niet-synchroon generatorpark”. Bovendien was deze installatie op de datum van inwerkingtreding van de Europese netcode RfG (17 mei 2016) reeds aangesloten op het transmissienet en vormt zij dus een bestaande elektriciteitsproductie-eenheid in de zin van artikel 4.2 van de Europese netcode RfG. 15. Zandvliet Power NV heeft de CDSO op de hoogte gebracht van haar voornemen om de installatie te wijzigen op 14 juni 2023. De CDSO is van mening dat deze wijziging een impact heeft op het aansluitingscontract en heeft haar moderniseringsstudie voorgelegd aan de CREG bij brief van 20 augustus 2024 (bijlage 1). 16. De modernisering betreft de volgende aanpassingen : - Vervanging van de 24 branders door geavanceerde Low-Nox branders - Nieuwe schoepenrij 1-4 van de gasturbine - Aanpassingen van de hitteschilden van de branderkamer - Installatie van een brandstof (aardgas) voorverwarming - Verschillende optimalisaties instrumentatie en regelingen... zoals afdichtingsconcepten, schoepenspeling, Er worden geen grote onderdelen zoals gasturbine, stoomturbine, generator, opvoertransformator uitgewisseld. Deze aanpassingen leiden tot een verhoogde energie-efficiëntie, een reductie van de NOx-uitstoot en een verlaging van de specifieke CO2-uitstoot en een verhoging van het opgewekte vermogen van de elektriciteitsproductie-installatie van Zandvliet Power NV. Het vermogen op het 150 kV - aansluitingspunt stijgt hierdoor van 385 MW naar 418.3 MW, zijnde een stijging met 8.65%. 17. De CDSO is van mening dat dit een gedeeltelijke substantiële modernisering is van de bestaande elektriciteitsproductie-eenheid van Zandvliet Power NV, in overeenstemming met de richtsnoeren « Substantiële modernisering: richtlijnen voor het definiëren van ‘substantiële modernisering’ » opgenomen als Enclosure 3 to Annex 4 CDS Connection Agreement. Deze richtsnoeren werden opgesteld in het kader van het nieuw federaal technisch reglement dat sinds 22 april 2019 van kracht is (versie van 02/04/2021)”, en zijn inhoudelijk in lijn met deze die Elia op 2 april 2021 op zijn website heeft gepubliceerd (hierna: ‘de door Elia opgestelde richtlijnen’). De richtlijnen gepubliceerd door Elia werden onder meer opgesteld na advies van de Algemene Directie Energie en de CREG1. 1 Advies (A)2148 van 7 januari 2021 over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV van 9 september 2020 getiteld “Substantiële modernisering: richtlijnen voor het definiëren van ‘substantiële modernisering’ in het kader van het nieuw Federaal Technisch Reglement van 22 april 2019, www.creg.be. Niet-vertrouwelijke versie 10/17 18. Volgens de CDSO houden de geplande wijzigingen een gedeeltelijke substantiële modernisering in, overeenkomstig artikel 4 van de Europese netcode RfG. In dit geval is immers volgens de CDSO voldaan aan Criterium 2 : ‘vernieuwing van een uitrusting’ uit de richtlijnen, zoals bedoeld in artikel 48, § 1er, 2° van de Gedragscode ». 19. Tabel 1 bevat een volledige lijst van de vereisten voor nieuwe installaties van type D uit de Europese netcode RfG en het federaal technisch reglement (kolom 1), met vermelding van welke van deze vereisten volgens de CDSO, in nauwe samenwerking met Elia, in aanmerking moeten worden genomen als onderdeel van de substantiële modernisering (kolom 2). Conform de richtlijnen opgesteld door Elia, en hernomen door de CDSO, worden enkel de artikelen van de Europese netcode RfG aangeduid die betrekking hebben op de prestaties beïnvloed door de wijziging van de installatie. Deze tabel bevindt zich in bijlage van het dossier ingediend door de CDSO op 20 augustus 2024 (Bijlage 1 van deze beslissing). Tabel 1: Voorstel van de CDSO in nauwe samenwerking met Elia van de vereisten voor nieuwe elektriciteitsproductieeenheden van type D waaraan de bestaande technische eenheid moet voldoen als onderdeel van de substantiële modernisering, met een indicatie in oranje van de criteria die worden beïnvloed door eventuele gerelateerde beperkende elementen. Requirements Subject to Modernization Impact on Modernization Frequency withstand capability Rate of Change of Frequency (ROCOF) Loss of Main Protection by ROCOF LFSM-O Maximum allowable Power Reduction Active Power Control Interface Automatic Connection Remote Control Reductions Automatic Reconnections Data collection Active power controllability & control range LFSM-U FSM (Specifically no equipment that will act against the primary control of the system) Frequency restoration control Real-time monitoring of FSM Rates of change of active power Reactive Power Capabilitiy Fault Ride Through Post-fault power active recovery Fault current & dynamic voltage support Voltage Control Automatic disconnection by voltage out of range Voltage withstand capability Voltage stability: (PSS-Small-signal stability) Island operation Resynchronization capabilities Loss of angular stability & loss of control Simulation models Model documentation/Userguide Devices for system operation and security Synthetic inertia Angular stability under fault conditions Niet-vertrouwelijke versie No No No Yes Yes No No No No Yes Yes Yes Yes No No Yes Yes Yes No No Yes No No No No No Yes Yes Yes No No Yes Generating unit Requirement to be followed Section relevant in (Grid Code Document) Existing Generating unit NA NA NA NA NA NA NA NA New Generating unit NA NA Existing Generating unit NA NA NA New Generating unit New Generating unit NA NA New Generating unit NA NA Existing Generating unit NA NA NA New Generating unit New Generating unit NA NA NA Art. 56-57 (in FGC2019) NA NA NA NA NA NA NA NA Art. 87 §8 (in FGC2019) NA NA Art. 59 (in FGC2019) NA NA NA 5.5.1 (in GR-RfG) / Art. 89§1 (in FGC2019) 6.3.1 (in GR-RfG) / Art. 90 (in FGC2019) NA NA 19.2a (in GR-RfG) / Art. 89 §3 (in FGC2019) NA NA Art. 69 §1 11° (in FGC2019) NA NA NA 5.3.3 (in GR-RfG) / Art. 87 (in FGC2019) 5.3.3 (in GR-RfG) / Art. 87 (in FGC2019) NA NA NA 11/17 20. In de vraag tot beslissing van de CREG betreffende deze substantiële modernisering, geeft de CDSO aan dat de elektriciteitsproductie-installatie van Zandvliet Power NV na de implementatie van de modernisering en met de nodige aanpassingen in de installatie volledig zal voldoen aan alle gestelde eisen met uitzondering van één eis, met name de in oranje gemarkeerde eis met betrekking tot ‘Voltage Control’ (artikel 89, §3 van het KB FTR), de αeq van de installatie. Voor deze eis : - Voldoet de elektriciteitsproductie-installatie voor 12 van 19 posities van de stappenregelaar na toevoeging van een reactieve stroomcompensatie op het niveau van de AVR2 met een Kir van 4% (droop) ; - Om alsnog te kunnen voldoen op alle stappen van de stappenregelaar van de opvoertransformator blijven maar 2 (onafhankelijke) mogelijkheden over : • Implementatie van een overlappende MVAr-regeling o • door Siemens, de leverancier van de elektriciteitsproductie-installatie van Zandvliet Power NV, een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. Afhankelijk van de resultaten van deze studie, db beoordeling van het vermijdbaar houden van stabiliteitsrisico’s (zoals risico op spanningsoscillaties in het 150 kV-net ten gevolge van deze regeling) en de bijhorende kosten zal al dan niet tot deze overlappende regeling besloten worden., OF Vervanging van de bestaande 21/155 kV-opvoertransformator met een capaciteit van 467 MVA. o door Zandvliet Power NV werd een eerste oriënterende kostenschatting gemaakt, inclusief engineering en brandbeveiligingssysteem, ten belope van [VERTROUWELIJK] EUR. 21. Op basis van bovenstaande elementen kan naar oordeel van de CDSO aan Zandvliet Power NV een partiële en tijdelijke compliance toegekend worden. De eis met betrekking tot de αeq van de installatie moet binnen de 24 maanden in orde gebracht worden door de uitvoering van één van de twee bovenvermelde mogelijkheden, tenzij, afhankelijk van het resultaat van bovenvermelde haalbaarheidsstudie en bijhorende implementatiekost, een derogatie toegestaan moet worden op basis van de CDSO richtlijnen voor substantiële modernisering, met name dat als de kosten om de bestaande eenheid te laten voldoen aan de gevraagde eisen meer dan 10% van de totale projectkosten bedraagt, de vervanging van de limiterende elementen niet onmiddellijk vereist is. Zandvliet Power NV gaf aan dat de totale investeringskosten voor de modernisering [VERTROUWELIJK] EUR bedraagt. 22. De CDSO geeft aan de CREG op de hoogte te brengen van het resultaat van bovenvermeld proces. 23. In bijlage van de begeleidende brief en de vraag tot beslissing van de CREG, verstuurd door de CDSO aan de CREG op 20 augustus 2024, bevinden zich verder de volgende documenten : 2 - Zandvliet Power NV, aanvraag tot detailstudie : « Annex 5b : Study request form in connection with a modified Connection Facility that could have an impact on the safety, reliability and/or efficiency of the Closed Distribution System : Zandvliet Power [VERTROUWELIJK] », - CDSO, « Substantiële modernisering: richtlijnen voor het definiëren van ‘substantiële modernisering’ », Enclosure 3 to Annex 4 CDS Connection Agreement, AVR: Automatische spanningsregelaar Niet-vertrouwelijke versie 12/17 - CDSO, « Compliance_Overview_BASF_24_06_28 », Excel 24. De CREG gaat ervan uit dat de wijzigingen een « geringe wijziging van de aansluiting » betreffen, maar « geen geringe wijziging van de installatie » zelf. In dit geval zijn conform artikel 45 §2 van de gedragscode de artikelen 47 tot 49 van de gedragscode van toepassing (zie paragraaf 4 van deze beslissing) en dient er geen detailstudie conform artikel 46 van de gedragscode mee opgenomen te worden in het dossier. 25. De CREG deelt de vaststellingen van de Algemene Directie Energie in haar advies aan de CREG overgemaakt op 13 september 2024, in het bijzonder dat : - het voorstel van de CDSO in lijn is met de richtsnoeren voor substantiële modernisering die de CDSO heeft opgesteld ; - het voorstel een duidelijke lijst bevat met eisen uit het Federaal technisch reglement en de netcode RfG waaraan moet worden voldaan na de geplande investeringen ; - er duidelijke afstemming geweest is systeembeheerders, namelijk BASF en Elia ; - Samengevat aan alle principes voldaan is zoals omschreven in de richtlijnen substantiële modernisering zoals opgesteld door de CDSO. tussen de verschillende relevante 26. De CREG stelt vast dat de CDSO een tijdelijke derogatie wenst toe te kennen in afwachting van de resultaten van de bovengenoemde haalbaarheidsstudies en de aan de oplossingen geassocieerde kosten. De CREG gaat met deze aanpak en voorstel van tijdelijke derogatie akkoord. De CREG stelt vast dat ook de Algemene Directie Energie in haar advies aan de CREG hiermee akkoord gaat. 27. Het verzoek tot tijdelijke derogatie betekent evenwel dat binnen de voorziene termijn van 24 maanden na indiening van het dossier bij de CREG (20/08/2024), de CDSO het dossier opnieuw ter goedkeuring bij de CREG moet indienen en voor advies bij de Algemene Directie Energie. Afhankelijk van het resultaat van de bovengenoemde studies zal dit een verzoek zijn met de vraag tot beslissing van een volledige substantiële modernisering ofwel het toekennen van een derogatie van onbepaalde duur met betrekking tot de eis van de αeq van de installatie. 28. De CREG vraagt hierbij dat de CDSO bij het indienen van het finaal dossier de volgende documenten aan de CREG en aan de Algemene Directie Energie bezorgt : - een goed gedocumenteerde en onderbouwde haalbaarheidsstudie van de beschouwde oplossingen; - een gedetailleerde becijfering van beide oplossingen indien deze meer dan 10% van de totaalkosten zouden bedragen ; - relevante schriftelijke uitwisselingen tussen de CDSO, de netgebruiker en Elia in het kader van deze moderniseringsstudie, en in het bijzonder de antwoorden van de netgebruiker en Elia op de niet-publieke raadpleging van de door de CDSO voorgestelde eisen of voorgestelde derogatie (zie ook paragraaf 16 van deze beslissing); Deze onderbouwing is des te belangrijker indien op basis van deze elementen de CDSO een derogatie zou willen voorstellen. Daarnaast vraagt de CREG dat de CDSO bij het indienen van het finaal dossier bevestigt dat het gaat om een geringe wijziging van de aansluiting, dan wel een niet-geringe wijziging (zie paragraaf 24 van deze beslissing). Niet-vertrouwelijke versie 13/17 4. CONCLUSIE 29. Gelet op de beslissingsbevoegdheid van de CREG inzake gevallen van substantiële modernisering van elektriciteitsproductie-eenheden in toepassing van artikel 4.1
  15. a)iii) van de Europese netcode RfG; Gelet op de gedragscode van de CREG van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor aansluiting op en toegang tot het transmissienet en de methoden voor de berekening of vaststelling van de voorwaarden voor het verlenen van ondersteunende diensten en de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en het congestiebeheer, in het bijzonder de artikelen 45, §1, 47, §1 en 3, 48 en 57 ; Overwegende de moderniseringsstudie van BASF Antwerpen NV in de hoedanigheid van CDSO van 20 augustus 2024 betreffende de vervanging van bepaalde componenten van de elektriciteitsproductieinstallatie van Zandvliet Power NV, aangesloten op het gesloten industrieel net van BASF Antwerpen NV te Haven 725, Scheldelaan 600, 2040 Antwerpen, in het kader van het moderniseringsproject «[VERTROUWELIJK]», met onder meer de vervanging van de branders door geavanceerde Low-Nox branders, nieuwe schoepenrijen van de gasturbine, aanpassingen in de branderkamer, installatie van een brandstof (aardgas) voorverwarming, en verschillende optimalisaties zoals afdichtingsconcepten, schoepenspeling, instrumentatie en regelingen; Overwegende het overleg dat de CDSO gepleegd heeft met de netgebruiker en met Elia als relevante systeembeheerder voor bepaalde vereisten van de RfG; Overwegende het advies van de Algemene Directie Energie dat op 17 september 2024 naar de CREG werd gestuurd (bijlage 2); Overwegende dat de CREG op basis hiervan de door de CDSO aanbevolen gedeeltelijke substantiële modernisering goedkeurt, meer bepaald de voorgestelde subset van vereisten van de Europese netcode RfG voor nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden van type D waaraan de bestaande eenheid moet voldoen; Overwegende dat de CREG op basis hiervan over voldoende elementen beschikt om de tijdelijke vrijstelling van 24 maanden van de naleving van de technische voorschriften van de Europese netcode RfG voor nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden van het type D goed te keuren, waarvoor gerelateerde beperkende elementen werden geïdentificeerd, meer bepaald de voorschriften van de Europese netcode RfG voor nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden van het type D op het niveau van spanningsregeling, meer bepaald de parameter αeq, ; Overwegende de haalbaarheidsstudies en kostenanalyses die gedurende deze periode van 24 maanden zullen worden uitgevoerd om de twee alternatieven te onderzoeken die een volledige conformiteit van de elektriciteitsproductie-installatie zou kunnen waarborgen ; Overwegend de noodzaak om het aansluitingscontract en de bijlagen bij het aansluitingscontract tussen de CDSO en Zandvliet Power NV dienovereenkomstig aan te passen; Beslist de CREG dat : - Bij de vervanging van bepaalde onderdelen op de installatie van Zandvliet Power NV in het kader van het moderniseringsproject «[VERTROUWELIJK]», met onder meer de vervanging van de branders door geavanceerde Low-Nox branders, nieuwe schoepenrijen van de gasturbine, aanpassingen in de branderkamer, installatie van een brandstof (aardgas) voorverwarming, en verschillende optimalisaties zoals afdichtingsconcepten, schoepenspeling, instrumentatie en regelingen, moet de betreffende elektriciteitsproductie-eenheid van Zandvliet Power NV voldoen aan de subset van eisen Niet-vertrouwelijke versie 14/17 van de Europese netcode RfG en het Federaal technisch reglement, zoals gedefinieerd door de CDSO en van toepassing op nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden van het type D, waarvoor geen beperkend gerelateerd element is geïdentificeerd, zoals opgesomd en aangegeven in tabel 1 van de huidige beslissing, paragraaf 23, en - met betrekking tot de vereisten inzake “spanningsregeling, in het bijzonder de parameter αeq, waarvoor een gerelateerd beperkend element werd geïdentificeerd, in het bijzonder de spanningsregelaar en/of de opvoertransformator, de door de CDSO aanbevolen tijdelijke vrijstelling van 24 maanden toe te kennen in afwachting van de resultaten van haalbaarheidsstudies en de daaraan verbonden kosten van oplossingen die toelaten om volledig te voldoen aan de subset van vereisten van de toepasselijke netcode RfG en het federaal technisch reglement, zoals bepaald door de CDSO en van toepassing op nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden van het type D. De CREG beslist dat het bestaande aansluitingscontract tussen de CDSO en de netgebruiker moet worden herzien om de naleving van deze technische vereisten te integreren in toepassing van de beslissing van de CREG. Beslist de CREG dat, binnen de vooropgestelde termijn van 24 maanden na de ontvangst van onderhavige aanvraag door de CDSO voor de tijdelijke compliance van Zandvliet Power NV, het dossier opnieuw dient te worden ingediend rekening houdend met de resultaten van de uit te voeren haalbaarheidsstudies en kostenbepaling. Daarom vraagt de CREG dat de CDSO rekening zou houden met wat uiteengezet is in paragraaf 27 van deze beslissing.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijke versie Ilse TANT Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het directiecomité 15/17 BIJLAGE 1 Moderniseringsstudie van BASF (brief van BASF aan de CREG van 20 augustus 2024) met bijlagen (vertrouwelijk) Niet-vertrouwelijke versie 16/17 BIJLAGE 2 Advies van de Algemene Directie Energie (brief aan de CREG van 17 september 2024) Niet-vertrouwelijke versie 17/17

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.