← België

Décision portant fixation des montants des primes tarif social électricité, gaz naturel et chaleur pour le 3e trimestre 2024

(B)2887 7 november 2024 Beslissing houdende vaststelling van de bedragen van de sociaaltariefpremies voor elektriciteit, aardgas en warmte voor het 3de trimester 2024 Artikel 2, § 1 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 tot vaststelling van de berekeningswijzen, de regels en de modaliteiten inzake de aanvraag en toekenning van de sociaaltariefpremies Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. BEREKENING VAN DE BEDRAGEN VAN DE SOCIAALTARIEFPREMIES .............................................. 4 1.1. 1.1.1. Berekeningsmethode ...................................................................................................... 4 1.1.2. Energiecomponent .......................................................................................................... 6 1.1.3. Netwerkcomponent ........................................................................................................ 7 1.1.4. Federale belastingcomponent....................................................................................... 10 1.1.5. Totaalbedrag van de sociaaltariefpremie elektriciteit .................................................. 11 1.2. SOCIAALTARIEFPREMIE AARDGAS......................................................................................... 11 1.2.1. Berekeningsmethode .................................................................................................... 11 1.2.2. Energiecomponent ........................................................................................................ 13 1.2.3. Netwerkcomponent ...................................................................................................... 14 1.2.4. Federale belastingcomponent....................................................................................... 16 1.2.5. Totaalbedrag van de sociaaltariefpremie aardgas ........................................................ 17 1.3. 2. SOCIAALTARIEFPREMIE ELEKTRICITEIT .................................................................................... 4 SOCIAALTARIEFPREMIE WARMTE ......................................................................................... 17 VASTLEGGING VAN DE MAXIMUMBEDRAGEN VOOR DE SOCIAALTARIEFPREMIES ..................... 18 BIJLAGE .................................................................................................................................................. 19 Niet-vertrouwelijk 2/19 INLEIDING De sociaaltariefpremies werden ingevoerd door de wet van 15 mei 2024 tot invoering van een sociaaltariefpremie (hierna: de wet van 15 mei 2024)1. Het doel is om een forfaitaire trimestriële premie toe te kennen aan beschermde klanten die omwille van technische redenen geen aanspraak kunnen maken op het sociaal tarief in c€/kWh op hun energiefactuur. Het gaat dan bijvoorbeeld om beschermde klanten die wonen in een privégebouw met een collectieve installatie, zoals een collectief verwarmingssysteem op aardgas, warmte of elektriciteit zoals een collectieve warmtepomp. In eerste instantie berekent de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) de bedragen van de sociaaltariefpremies elektriciteit, aardgas en warmte overeenkomstig de methodolgie die is vastgelegd in het koninklijk besluit van 11 juli 2024 tot vaststelling van de berekeningswijzen, de regels en de modaliteiten inzake de aanvraag en toekenning van de sociaaltariefpremies (hierna: het koninklijk besluit van 11 juli 2024)2. Vervolgens kunnen de bedragen van de sociaaltariefpremies worden geplafonneerd door de Minister van Energie, die de maximumbedragen voor de sociaaltariefpremies moet vastleggen op basis van de bedragen die de CREG heeft berekend, het aantal premieaanvragen en de door de staatsbegroting ter beschikking gestelde middelen. Deze beslissing heeft betrekking op de bedragen van de sociaaltariefpremies (hierna 'STP') die de CREG heeft berekend overeenkomstig het koninklijk besluit van 11 juli 2024. In een streven naar transparantie publiceert de CREG deze beslissing tot vaststelling van de STP voor het 3de trimester 2024 met een gedetailleerde weergave van de gebruikte berekeningen. Deze beslissing is genomen op basis van artikel 2 § 1 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024. Het directiecomité van de CREG heeft de onderhavige beslissing goedgekeurd tijdens zijn vergadering van 7 november 2024. 1 Wet van 15 mei 2024 tot invoering van een sociaaltariefpremie 2 Koninklijk besluit van 11 juli 2024 tot vaststelling van de berekeningswijzen, de regels en de modaliteiten inzake de aanvraag en toekenning van de sociaaltariefpremies Niet-vertrouwelijk 3/19 1. 1. BEREKENING VAN DE SOCIAALTARIEFPREMIES BEDRAGEN VAN DE Het koninklijk besluit van 11 juli 2024 bepaalt in artikel 2, § 1 het volgende: "De sociaaltariefpremies worden telkens binnen de vijftien dagen na afloop van elk trimester vastgesteld door de commissie. Deze trimesters beginnen op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober." De CREG moest dus voor 15 oktober 2024 de bedragen van de sociaaltariefpremies voor het 3de trimester 2024 vaststellen. 2. Het koninklijk besluit van 11 juli 2024 bepaalt in artikel 2, § 2 het volgende: "De minister bevoegd voor Energie moet maximumbedragen vastleggen voor de sociaaltariefpremies, uiterlijk twintig dagen na afloop van een betreffend trimester, in functie van de door de staatsbegroting ter beschikking gestelde middelen. De minister houdt hierbij rekening met volgende criteria: 1° het overeenkomstig de algemene uitgavenbegroting ter beschikking gestelde budget; 2° de hoogte van de sociaaltariefpremies overeenkomstig de berekeningsmethode voorzien in de artikelen 3 tot en met 5; 3° het aantal aanvragen voor de sociaaltariefpremies; 4° de door de CREG uitgevoerde permanente monitoring bedoeld in artikel 12 van de wet sociaaltariefpremie; Wanneer deze maximumbedragen, vastgesteld overeenkomstig het derde lid, lager zijn dan de sociaaltariefpremies, bekomen overeenkomstig de respectieve berekeningsmethodes bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5, gelden deze maximumbedragen als de sociaaltariefpremies voor het desbetreffende trimester." De bedragen van de sociaaltariefpremies vastgesteld door de Commissie overeenkomstig artikel 2, § 1 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 kunnen dus worden geplafonneerd door maximumbedragen die de Minister van Energie op basis van een ministerieel besluit oplegt. 1.1. SOCIAALTARIEFPREMIE ELEKTRICITEIT 1.1.1. Berekeningsmethode 3. De berekeningsmethode voor de sociaaltariefpremie elektriciteit is vastgelegd in artikel 4 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 (onderlijning van de CREG): "Art. 4. De sociaaltariefpremie elektriciteit voor een bepaald trimester is gelijk aan het bedrag in euro bekomen door de som van de als volgt berekende componenten: 1° De energiecomponent, variabele term: het bedrag berekend door toepassing van de formule (CEReQ-TSeQ)*3,4*FTrim, waarbij:

  1. a)CEReQ gelijk is aan het gemiddelde van de referentie-energiecomponenten elektriciteit van elke maand van het betreffende trimester, berekend in overeenstemming met artikel 3, § 1, tweede lid, 1°, b), van het koninklijk besluit van 29 maart 2012 tot vaststelling van de regels voor het bepalen van de kosten van de toepassing van de sociale tarieven door de elektriciteitsbedrijven en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan; Niet-vertrouwelijk 4/19
  2. b)TSeQ gelijk is aan de energiecomponent van het sociaal tarief elektriciteit (enkelvoudig tarief) dat van toepassing is tijdens het betreffende trimester, berekend in overeenstemming met artikel 7, § 1, van het ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan beschermde residentiële afnemers;
  3. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2de trimester, 5,24% in het 3de trimester en 36,41% in het 4de trimester; 2° De energiecomponent, vaste term: het bedrag berekend door het gemiddelde te nemen van het vastrecht per jaar voor het meest verkochte product "elektriciteit" voor kleine professionele afnemers (B2B) van elk van de twee belangrijkste elektriciteitsleveranciers en vervolgens gedeeld door vier, waarbij:
  4. a)de twee belangrijkste elektriciteitsleveranciers de twee leveranciers zijn met het grootste marktaandeel op basis van het aantal standaardcontracten dat zij met kleine en middelgrote ondernemingen hebben afgesloten; en
  5. b)de grootte van het marktaandeel ieder jaar bepaald wordt op het einde van de maand maart en op het einde van de maand september. 3° De netwerkcomponent: berekend door de formule (RDe1-RDe2)*Ftrim toe te passen, waarbij:
  6. a)RDe1 het mediane bedrag is van de distributienetkosten van toepassing in de distributiezones waar minstens 1% van de Belgische bevolking woont, voor een residentiële woning met een verbruik van 23.800 kWh/jaar, vervolgens gedeeld door zeven;
  7. b)RDe2 het laagste bedrag is aan distributienetkosten voor elektriciteit van toepassing in de distributiezones waar minstens 1% van de Belgische bevolking woont voor een verbruik van 3.400 kWh/jaar;
  8. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2de trimester, 5,24% in het 3de trimester en 36,41% in het 4de trimester; 4° De federale belastingcomponent: berekend door de formule (TFe1- TFe2)*Ftrim toe te passen, waarbij:
  9. a)TFe1 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, k), 2., b., van de Programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 3.400 kWh/jaar;
  10. b)TFe2 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, k), 2., a., van de Programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 3.400 kWh/jaar;
  11. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2de trimester, 5,24% in het 3de trimester en 36,41% in het 4de trimester." Niet-vertrouwelijk 5/19 1.1.2. Energiecomponent 4. Op basis van het voorgaande, heeft de CREG de energiecomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 3de trimester 2024 als volgt berekend: - Variabele term: (CEReQ-TSeQ)*3,4*FTrim3 Tabel 1: berekening van de variabele term van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 3de trimester 2024 Kwartaal van toepassing TSeQ (€/MWh excl. btw) CEReQ (€/MWh excl. btw) TSeQ - CEReQ (€/MWh excl. btw) Jaarlijks volume (MWh) FTrim Variabele term - €/kwartaal excl. btw Variabele term - €/kwartaal incl. btw (6%) - Q3 2024 81,32 89,21 7,89 3,4 5,24% 1,41 1,49 Vaste term: het gemiddelde van de vaste vergoeding van het meest verkochte product elektriciteit van elk van de twee belangrijkste leveranciers voor kleine professionele afnemers, gedeeld door vier. 5. Volgens de gegevens die de CREG bij de energieleveranciers heeft verzameld, zijn de twee weerhouden producten voor het 3de trimester 2024 Easy Pro variabel van Engie Electrabel en Comfy Pro Vast van Luminus. In een gebouw met 7 wooneenheden, factureert de leverancier de jaarlijkse vaste vergoeding aan de beheerder van het collectief aansluitingspunt, die ze vervolgens over de wooneenheden verdeelt. Elke wooneenheid is dus 1/7 van het bedrag van die vergoeding verschuldigd4. Daaruit volgt de volgende berekening: Tabel 2: berekening van de vaste term van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 3de trimester 2024 Kwartaal van toepassing Engie Easy Pro variabel - €/jaar excl. btw Luminus Comfy Pro Fix - €/jaar excl. btw Gemiddelde (appartementsgebouw met 7 eenheden) Bedrag (€/jaar) per eenheid Vaste term - €/kwartaal excl. btw Vaste term - €/kwartaal incl. btw (6%) Q3 2024 53,35 65,00 59,18 8,45 2,11 2,24 6. De energiecomponent van de STP elektriciteit voor het 3de trimester 2024 komt overeen met de som van de hierboven berekende variabele term en de vaste term. Dat betekent dus het volgende: Tabel 3: berekening van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 3 de trimester 2024 STP elektriciteit - energiecomponent Variabele term - €/kwartaal excl. btw Vaste term - €/kwartaal excl. btw Totaal energiecomponent - €/kwartaal excl. btw Totaal energiecomponent - €/kwartaal incl. btw (6%) Q3 2024 1,41 2,11 3,52 3,73 3 De bedragen van de sociale tarieven en de referentie-energiecomponenten (REC) voor elektriciteit die zijn gebruikt in deze berekening zijn beschikbaar op de website van de CREG 4 Dit principe wordt uitgelegd in ons advies (A)2647 van 21 maart 2024 over een voorontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van de berekeningswijzen en de regels en modaliteiten inzake de aanvraag en toekenning van de sociaaltariefpremies, punt 19. Niet-vertrouwelijk 6/19 1.1.3. Netwerkcomponent 7. De CREG heeft de netwerkcomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit als volgt berekend: (RDe1-RDe2)*Ftrim, waarbij: - RDe1 het mediane bedrag is van de distributienetkosten voor elektriciteit van toepassing in de distributiezones waar minstens 1 % van de Belgische bevolking woont, voor een residentiële woning met een verbruik van 23.800 kWh/jaar, vervolgens gedeeld door zeven. Dat wordt als volgt berekend. Niet-vertrouwelijk 7/19 Tabel 4: berekening van het mediane bedrag van de distributienetkosten voor elektriciteit voor een residentiële woning met een verbruik van 23.800 kWh/jaar BTW EXCL. enkelvoudig digitale meter TNB Klant 23.800 kWh per jaar enkelvoudig €/jaar c€/kWh €/jaar vastrecht capacitair exclusief nacht transport DNB c€/kWh analogische meter DNB-tarieven (TNB incl, eventueel capacitair tarief incl., huur meter incl.) 2024 DNB ELEKTRICITEIT (zone > 1%) c€/kWh c€/kWh tweevoudig tweevoudig dag nacht c€/kWh €/jaar €/jaar excl nacht huur meter vermogen €/jaar vastrecht capacitair enkelvoudig en tweevoudig dag/nacht ORES 8,56 9,08 5,34 4,39 12,83 2,01 ORES 2.528,32 RESA 9,31 10,38 5,69 4,95 24,33 2,01 RESA 2.718,32 FLUVIUS ANTWERPEN - digitaal 3,91 3,91 3,91 2,79 13,16 161,73 373,95 0,42 FLUVIUS ANTWERPEN - digitaal 1.206,02 FLUVIUS LIMBURG - digitaal 4,66 4,66 4,66 3,38 13,16 166,01 383,86 0,42 FLUVIUS LIMBURG - digitaal 1.388,51 FLUVIUS WEST - digitaal 4,12 4,12 4,12 3,01 13,16 178,06 411,70 0,43 FLUVIUS WEST - digitaal 1.273,61 FLUVIUS GASELWEST - digitaal 4,93 4,93 4,93 3,47 13,16 184,88 427,49 0,45 FLUVIUS GASELWEST - digitaal 1.479,74 FLUVIUS IMEWO - digitaal 3,98 3,98 3,98 2,86 13,16 167,87 388,16 0,47 FLUVIUS IMEWO - digitaal 1.240,26 FLUVIUS INTERGEM - digitaal 3,39 3,39 3,39 2,47 13,16 149,63 345,97 0,44 FLUVIUS INTERGEM - digitaal 1.072,21 FLUVIUS IVEKA - digitaal 4,03 4,03 4,03 2,90 13,16 175,60 406,03 0,34 FLUVIUS IVEKA - digitaal 1.230,41 FLUVIUS IVERLEK - digitaal 3,86 3,86 3,86 2,79 13,16 168,50 389,60 0,47 FLUVIUS IVERLEK - digitaal 1.211,76 FLUVIUS PBE - digitaal 3,99 3,99 3,99 3,13 13,16 227,44 525,89 0,45 FLUVIUS PBE - digitaal 1.298,48 FLUVIUS SIBELGAS - digitaal 4,40 4,40 4,40 3,17 13,16 186,92 432,21 0,57 FLUVIUS SIBELGAS - digitaal 1.383,72 FLUVIUS ANTWERPEN - analogisch 5,98 5,98 5,98 4,86 13,16 94,91 94,91 0,42 FLUVIUS ANTWERPEN - analogisch 1.631,83 FLUVIUS LIMBURG - analogisch 7,10 7,10 7,10 5,82 13,16 97,43 97,43 0,42 FLUVIUS LIMBURG - analogisch 1.901,57 FLUVIUS WEST - analogisch 6,60 6,60 6,60 5,49 13,16 104,49 104,49 0,43 FLUVIUS WEST - analogisch 1.791,88 FLUVIUS GASELWEST - analogisch 7,54 7,54 7,54 6,08 13,16 108,50 108,50 0,45 FLUVIUS GASELWEST - analogisch 2.023,80 FLUVIUS IMEWO - analogisch 6,29 6,29 6,29 5,17 13,16 98,52 98,52 0,47 FLUVIUS IMEWO - analogisch 1.720,71 FLUVIUS INTERGEM - analogisch 5,62 5,62 5,62 4,71 13,16 87,81 87,81 0,44 FLUVIUS INTERGEM - analogisch 1.542,52 FLUVIUS IVEKA - analogisch 6,37 6,37 6,37 5,24 13,16 103,05 103,05 0,34 FLUVIUS IVEKA - analogisch 1.714,26 FLUVIUS IVERLEK - analogisch 6,26 6,26 6,26 5,20 13,16 98,88 98,88 0,47 FLUVIUS IVERLEK - analogisch 1.714,09 FLUVIUS PBE - analogisch 7,22 7,22 7,22 6,35 13,16 133,47 133,47 0,45 FLUVIUS PBE - analogisch 1.971,71 FLUVIUS SIBELGAS - analogisch 6,86 6,86 6,86 5,62 13,16 109,70 109,70 0,57 FLUVIUS SIBELGAS - analogisch 1.890,97 SIBELGA 8,48 8,48 6,35 6,35 21,99 27,38 1,30 SIBELGA Mediaan Mediane kosten per woning 2.376,53 1.631,83 233,12 De mediane netkosten voor een gebouw met 7 wooneenheden komen uit op € 1.631,83/jaar excl. btw. RDe1 is dus gelijk aan 1.631,83/7 = € 233,12/jaar excl. btw. Niet-vertrouwelijk 8/19 RDe2 is het laagste bedrag aan distributienetkosten voor elektriciteit in de distributiezones waar minstens 1 % van de Belgische bevolking woont voor een verbruik van 3.400 kWh/jaar. Dat wordt als volgt berekend: - Tabel 5: berekening van het minimale bedrag van de distributienetkosten voor elektriciteit voor een huishoudelijke afnemer met een verbruik van 3.400 kWh/jaar (enkelvoudig tarief) BTW EXCL. DNB c€/kWh digitale meter enkelvoudig analogische meter DNB-tarieven (TNB incl, eventueel capacitair tarief incl., huur meter incl.) 2024 DNB ELEKTRICITEIT (zone > 1 %) c€/kWh c€/kWh tweevoudig tweevoudig dag nacht c€/kWh €/jaar excl nacht huur meter €/jaar €/jaar €/jaar vastrecht capacitair vastrecht enkelvoudig capacitair vermogen en exclusief tweevoudig nacht dag/nacht TNB Klant 3.400 kWh per jaar enkelvoudig c€/kWh €/jaar transport ORES 8,56 9,08 5,34 4,39 12,83 2,01 ORES 372,19 RESA 9,31 10,38 5,69 4,95 24,33 2,01 RESA 409,19 FLUVIUS ANTWERPEN - digitaal 3,91 3,91 3,91 2,79 13,16 159,34 373,95 0,42 FLUVIUS ANTWERPEN - digitaal 319,81 FLUVIUS LIMBURG - digitaal 4,66 4,66 4,66 3,38 13,16 163,57 383,86 0,42 FLUVIUS LIMBURG - digitaal 349,49 FLUVIUS WEST - digitaal 4,12 4,12 4,12 3,01 13,16 175,43 411,70 0,43 FLUVIUS WEST - digitaal 343,22 FLUVIUS GASELWEST - digitaal 4,93 4,93 4,93 3,47 13,16 182,16 427,49 0,45 FLUVIUS GASELWEST - digitaal 378,42 FLUVIUS IMEWO - digitaal 3,98 3,98 3,98 2,86 13,16 165,40 388,16 0,47 FLUVIUS IMEWO - digitaal 329,88 FLUVIUS INTERGEM - digitaal 3,39 3,39 3,39 2,47 13,16 147,42 345,97 0,44 FLUVIUS INTERGEM - digitaal 290,50 FLUVIUS IVEKA - digitaal 4,03 4,03 4,03 2,90 13,16 173,02 406,03 0,34 FLUVIUS IVEKA - digitaal 334,98 FLUVIUS IVERLEK - digitaal 3,86 3,86 3,86 2,79 13,16 166,01 389,60 0,47 FLUVIUS IVERLEK - digitaal 326,33 FLUVIUS PBE - digitaal 3,99 3,99 3,99 3,13 13,16 224,09 525,89 0,45 FLUVIUS PBE - digitaal 388,37 FLUVIUS SIBELGAS - digitaal 4,40 4,40 4,40 3,17 13,16 184,17 432,21 0,57 FLUVIUS SIBELGAS - digitaal 366,42 FLUVIUS ANTWERPEN - analogisch 5,98 5,98 5,98 4,86 13,16 94,91 94,91 0,42 FLUVIUS ANTWERPEN - analogisch 325,75 FLUVIUS LIMBURG - analogisch 7,10 7,10 7,10 5,82 13,16 97,43 97,43 0,42 FLUVIUS LIMBURG - analogisch 366,44 FLUVIUS WEST - analogisch 6,60 6,60 6,60 5,49 13,16 104,49 104,49 0,43 FLUVIUS WEST - analogisch 356,83 FLUVIUS GASELWEST - analogisch 7,54 7,54 7,54 6,08 13,16 108,50 108,50 0,45 FLUVIUS GASELWEST - analogisch 393,39 FLUVIUS IMEWO - analogisch 6,29 6,29 6,29 5,17 13,16 98,52 98,52 0,47 FLUVIUS IMEWO - analogisch 341,54 FLUVIUS INTERGEM - analogisch 5,62 5,62 5,62 4,71 13,16 87,81 87,81 0,44 FLUVIUS INTERGEM - analogisch 306,91 FLUVIUS IVEKA - analogisch 6,37 6,37 6,37 5,24 13,16 103,05 103,05 0,34 FLUVIUS IVEKA - analogisch 344,50 FLUVIUS IVERLEK - analogisch 6,26 6,26 6,26 5,20 13,16 98,88 98,88 0,47 FLUVIUS IVERLEK - analogisch 340,90 FLUVIUS PBE - analogisch 7,22 7,22 7,22 6,35 13,16 133,47 133,47 0,45 FLUVIUS PBE - analogisch 407,36 FLUVIUS SIBELGAS - analogisch 6,86 6,86 6,86 5,62 13,16 109,70 109,70 0,57 FLUVIUS SIBELGAS - analogisch 375,45 SIBELGA 8,48 8,48 6,35 6,35 21,99 1,30 SIBELGA 381,82 27,38 Minimum Niet-vertrouwelijk 9/19 290,50 8. De minimale netkosten voor een huishoudelijke afnemer met een verbruik van 3.400 kWh/jaar, RDe2 genoemd, is gelijk aan € 290,50/jaar excl. btw. Daaruit blijkt dus dat, bij gelijk verbruik, de laagste netkosten voor een huishoudelijke afnemer in België (RDe2) hoger zijn dan de mediane netkosten voor een woning in een gebouw met 7 wooneenheden (RDe1), zoals weergegeven in de volgende tabel. Tabel 6: delta tussen de minimale netkosten voor een huishoudelijke afnemer en de mediane netkosten voor een woning in een gebouw met 7 wooneenheden, bij gelijk verbruik van 3.400 kWh/jaar €/jaar excl. btw 290,50 233,12 -57,38 RDe2 RDe1 RDe1-RDe2 €/jaar incl. btw 307,93 247,11 -60,83 9. Dat betekent dat de beschermde klant die omwille van technische redenen geen aanspraak kan maken op het sociaal tarief op zijn elektriciteitsfactuur (collectieve installatie in een privégebouw) en in de mediane distributiekostenzone woont, minder netkosten betaalt dan een klant die het sociaal tarief geniet. Dat wil dus zeggen dat de netwerkcomponent van de STP elektriciteit voor het 3de trimester 2024 negatief is, zoals weergeven in de volgende tabel. Tabel 7: berekening van de netwerkcomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 3e trimester 2024 STP elektriciteit - netwerkcomponent Q3 2024 1.1.4. RDe1-RDe2 Ftrim Q3 Bedrag €/kwartaal €/kwartaal excl. btw €/kwartaal incl. btw -57,38 -60,83 5,24% 5,24% -3,01 -3,19 Federale belastingcomponent 10. De CREG heeft het bedrag van de component “federale belastingcen” van de STP elektriciteit als volgt berekent: (TFe1- TFe2)*Ftrim, waarbij:
  12. a)TFe1 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, k), 2., b., van de Programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 3.400 kWh/jaar;
  13. b)TFe2 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, k), 2., a., van de Programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 3.400 kWh/jaar;
  14. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2de trimester, 5,24% in het 3de trimester en 36,41% in het 4de trimester. - TFe1 komt overeen met het bedrag dat een niet-beschermde huishoudelijke afnemer moet betalen aan energiebijdrage en bijzondere accijns voor een elektriciteitsverbruik van 3.400 kWh/jaar. - TFe2 komt overeen met het bedrag dat een beschermde huishoudelijke afnemer moet betalen aan energiebijdrage en bijzondere accijns voor een elektriciteitsverbruik van 3.400 kWh/jaar. Beschermde huishoudelijke afnemers genieten een vrijstelling van de energiebijdrage en betalen een verlaagd tarief van de bijzondere accijnzen. Niet-vertrouwelijk 10/19 De volgende tabel geeft de berekening van deze component in detail weer. Tabel 8: berekening van de federale belastingcomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 3de trimester 2024 TFe1 Energiebijdrage (€/MWh) Bijzondere accijns verbruik 0-20.000 kWh (€/MWh) TOTAAL €/MWh Bedrag €/jaar excl. btw FTrim Q3 Bedrag €/kwartaal excl. btw Bedrag €/kwartaal incl. btw (6%) 1.1.5. TFe2 1,9261 47,48 49,41 167,98 5,24% 8,80 9,33 0 23,62 23,62 80,31 5,24% 4,21 4,46 TFe1-TFe2 1,9261 €/MWh 23,86 €/MWh 25,79 €/MWh 87,67 € excl. btw 5,24% 4,59 € excl. btw 4,87 € incl. btw Totaalbedrag van de sociaaltariefpremie elektriciteit 11. Op basis van het voorgaande, heeft de CREG het bedrag van de STP elektriciteit voor het 3de trimester 2024 als volgt berekend: Tabel 9: Totaalbedrag van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 3de trimester 2024 Q3 2024 Federale STP elektriciteit STP elektriciteit Energiecomponent - Netwerkcomponent - belastingcomponent totaal - €/kwartaal totaal - €/kwartaal €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw - €/kwartaal excl. excl. btw incl. btw (6%) btw 3,52 -3,01 4,59 5,10 5,41 1.2. SOCIAALTARIEFPREMIE AARDGAS 1.2.1. Berekeningsmethode 12. De berekeningsmethode voor de sociaaltariefpremie aardgas is vastgelegd in artikel 3 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 (onderlijning van de CREG): "Art. 3. De sociaaltariefpremie aardgas voor een bepaald trimester is gelijk aan het bedrag in euro verkregen door de som van de als volgt berekende componenten: 1° De energiecomponent, variabele term: het bedrag berekend door toepassing van de formule (CERgQ-TSgQ)*10*FTrim, waarbij:
  15. a)CERgQ gelijk is aan het gewogen gemiddelde van de variabele termen van de referentieenergiecomponent aardgas van elke maand van het betreffende trimester, berekend in overeenstemming met artikel 3, § 1, tweede lid, 2°, b), van het koninklijk besluit van 29 maart 2012 tot vaststelling van de regels voor het bepalen van de kosten van de toepassing van de sociale tarieven door de aardgasondernemingen en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan;
  16. b)TSgQ gelijk is aan de energiecomponent van het sociaal tarief aardgas dat van toepassing is tijdens het betreffende trimester, berekend in overeenstemming met artikel 7, § 1, van het ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van aardgas aan beschermde residentiële afnemers;
  17. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2de trimester, 5,24% in het 3de trimester en 36,41% in het 4de trimester; 2° De energiecomponent, vaste term: het bedrag berekend door het gemiddelde te nemen van het vastrecht per jaar voor het meest verkochte product "aardgas" voor kleine Niet-vertrouwelijk 11/19 professionele afnemers (B2B) van elk van de twee belangrijkste aardgasleveranciers en vervolgens gedeeld door vier, waarbij:
  18. a)de twee belangrijkste aardgasleveranciers de twee leveranciers zijn met het grootste marktaandeel op basis van het aantal standaardcontracten dat zij met kleine en middelgrote ondernemingen hebben afgesloten; en
  19. b)de grootte van het marktaandeel ieder jaar bepaald wordt op het einde van de maand maart en op het einde van de maand september. 3° De netwerkcomponent: berekend door de formule (RDg1-RDg2)*Ftrim toe te passen, waarbij:
  20. a)RDg1 het mediane bedrag is van de distributienetkosten voor aardgas van toepassing in de distributiezones waar minstens 1% van de Belgische bevolking woont, voor een residentiële woning met een verbruik van 70.000 kWh/jaar, vervolgens gedeeld door zeven;
  21. b)RDg2 het laagste bedrag is aan distributienetkosten voor aardgas van toepassing in de distributiezones waar minstens 1% van de Belgische bevolking woont voor een verbruik van 10.000 kWh/jaar;
  22. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2de trimester, 5,24% in het 3de trimester en 36,41% in het 4de trimester; 4° De federale belastingcomponent: berekend door de formule (TFg1-TFg2)*Ftrim toe te passen, waarbij:
  23. a)TFg1 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, i), iii., 2., b., van de Programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 10.000 kWh/jaar;
  24. b)TFg2 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, i), iii., 2., a., van de Programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 10.000 kWh/jaar;
  25. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2de trimester, 5,24% in het 3de trimester en 36,41% in het 4de trimester." Niet-vertrouwelijk 12/19 1.2.2. Energiecomponent 13. Op basis van het voorgaande, heeft de CREG de energiecomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 3de trimester 2024 als volgt berekend: - Variabele term: (CERgQ-TSgQ)*10*FTrim5 Tabel 10: berekening van de variabele term van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 3de trimester 2024 Kwartaal van toepassing TSgQ (€/MWh excl. btw) CERgQ (€/MWh excl. btw) TSgQ - CERgQ (€/MWh excl. btw) Jaarlijks volume (MWh) FTrim Variabele term - €/kwartaal excl. btw Variabele term - €/kwartaal incl. btw (6%) Q3 2024 33,49 41,28 7,79 10 5,24% 4,08 4,33 14. Volgens de gegevens die de CREG bij de energieleveranciers heeft verzameld, zijn de twee weerhouden producten voor het 3de trimester 2024 Easy Pro variabel van Engie Electrabel en Comfy Pro Flex van Luminus. In een gebouw met 7 wooneenheden, factureert de leverancier de jaarlijkse vaste vergoeding een keer aan de beheerder van het collectief aansluitingspunt, die ze vervolgens over de wooneenheden verdeelt6. Elke wooneenheid is dus 1/7 van het bedrag van die vergoeding verschuldigd. Daaruit volgt de volgende berekening: Tabel 11: berekening van de vaste term van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 3de trimester 2024 Kwartaal van toepassing Engie - Easy Pro Variable Green - €/jaar excl. btw Luminus - Comfy Flex Pro - €/jaar excl. btw Gemiddelde (appartementsgebouw met 7 eenheden) Bedrag (€/jaar) per eenheid Vaste term - €/kwartaal excl. btw Vaste term - €/kwartaal incl. btw (6%) Q3 2024 38,50 40,00 39,25 5,61 1,40 1,48 De energiecomponent van de STP aardgas voor het 3de trimester 2024 komt overeen met de som van de hierboven berekende variabele term en de vaste term. Dat betekent dus het volgende: Tabel 12: berekening van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 3 de trimester 2024 STP elektriciteit - energiecomponent Variabele term - €/kwartaal excl. btw Vaste term - €/kwartaal excl. btw Totaal energiecomponent - €/kwartaal excl. btw Totaal energiecomponent - €/kwartaal incl. btw (6%) Q3 2024 4,08 1,40 5,48 5,81 5 De bedragen van de sociale tarieven en de referentie-energiecomponenten (REC) voor aardgas die zijn gebruikt in deze berekening zijn beschikbaar op de website van de CREG 6 Dit principe wordt uitgelegd in ons advies (A)2647 van 21 maart 2024 over een voorontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van de berekeningswijzen en de regels en modaliteiten inzake de aanvraag en toekenning van de sociaaltariefpremies, punt 19. Niet-vertrouwelijk 13/19 1.2.3. Netwerkcomponent 15. De CREG heeft de netwerkcomponent van de sociaaltariefpremie aardgas als volgt berekend: (RDg1-RDg2)*Ftrim, waarbij: RDg1 het mediane bedrag is van de distributienetkosten voor aardgas van toepassing in de distributiezones waar minstens 1 % van de Belgische bevolking woont, voor een residentiële woning met een verbruik van 70.000 kWh/jaar, vervolgens gedeeld door zeven. Dat wordt als volgt berekend: - Tabel 13: distributienetkosten voor aardgas van toepassing in residentiële woongebouwen met een verbruik van 70.000 kWh/jaar DNB AARDGAS (zone > 1 %) 2024 BTW EXCL. DNB (T2) c€/kWh €/jaar variabel vast DNB tarieven (inclusief meter) Klant 70.000 kWh per jaar €/jaar €/jaar huur meter ORES 1,756 98,75 ORES 1.327,95 RESA 1,905 111,11 RESA 1.444,40 FLUVIUS ANTWERPEN 0,614 94,22 13,16 FLUVIUS ANTWERPEN 537,18 FLUVIUS LIMBURG 0,955 59,68 13,16 FLUVIUS LIMBURG 741,34 FLUVIUS WEST 1,121 83,71 13,16 FLUVIUS WEST 881,57 FLUVIUS GASELWEST 1,059 61,01 13,16 FLUVIUS GASELWEST 815,47 FLUVIUS IMEWO 0,837 89,97 13,16 FLUVIUS IMEWO 689,03 FLUVIUS INTERGEM 0,848 59,06 13,16 FLUVIUS INTERGEM 665,82 FLUVIUS IVEKA 0,750 70,85 13,16 FLUVIUS IVEKA 609,01 FLUVIUS IVERLEK 0,865 66,93 13,16 FLUVIUS IVERLEK 685,59 FLUVIUS SIBELGAS 0,703 70,50 13,16 FLUVIUS SIBELGAS 575,76 SIBELGA 1,133 40,92 15,45 SIBELGA Mediaan (gemiddelde Fluvius Imewo en Fluvius Limburg) Mediane kosten per woning 849,47 715,19 102,17 De mediane netkosten voor een gebouw met 7 wooneenheden komen uit op € 715,19 /jaar excl. btw. RDg1 is dus gelijk aan 715,19/7 = € 102,17/jaar excl. btw. - RDg2 het laagste bedrag is aan distributienetkosten voor aardgas van toepassing in de distributiezones waar minstens 1 % van de Belgische bevolking woont voor een verbruik van 10.000 kWh/jaar. Dat wordt als volgt berekend: Niet-vertrouwelijk 14/19 Tabel 14: distributienetkosten voor aardgas van toepassing bij huishoudelijke afnemers met een verbruik van 10.000 kWh/jaar DNB AARDGAS (zone > 1 %) 2024 BTW EXCL. DNB (T2) c€/kWh €/jaar variabel vast DNB tarieven (inclusief meter) Klant 10.000 kWh per jaar €/jaar €/jaar huur meter ORES 1,756 98,75 ORES 274,35 RESA 1,905 111,11 RESA 301,58 FLUVIUS ANTWERPEN 0,614 94,22 13,16 FLUVIUS ANTWERPEN 168,78 FLUVIUS LIMBURG 0,955 59,68 13,16 FLUVIUS LIMBURG 168,34 FLUVIUS WEST 1,121 83,71 13,16 FLUVIUS WEST 208,97 FLUVIUS GASELWEST 1,059 61,01 13,16 FLUVIUS GASELWEST 180,07 FLUVIUS IMEWO 0,837 89,97 13,16 FLUVIUS IMEWO 186,83 FLUVIUS INTERGEM 0,848 59,06 13,16 FLUVIUS INTERGEM 157,02 FLUVIUS IVEKA 0,750 70,85 13,16 FLUVIUS IVEKA 159,01 FLUVIUS IVERLEK 0,865 66,93 13,16 FLUVIUS IVERLEK 166,59 FLUVIUS SIBELGAS 0,703 70,50 13,16 FLUVIUS SIBELGAS 153,96 SIBELGA 1,133 40,92 15,45 SIBELGA Minimum 169,67 153,96 16. De minimale netkosten voor een huishoudelijke afnemer met een verbruik van 10.000 kWh/jaar, RDg2 genoemd, is gelijk aan € 153,96/jaar excl. btw. Daaruit blijkt dus dat, bij gelijk verbruik, de laagste netkosten voor een huishoudelijke afnemer (RDg2) hoger zijn dan de mediane netkosten voor een woning in een gebouw met 7 wooneenheden (RDg1), zoals weergegeven in de volgende tabel. Tabel 15: delta tussen de minimale netkosten voor een huishoudelijke afnemer en de mediane netkosten voor een woning in een gebouw met 7 wooneenheden, bij gelijk verbruik van 10.000 kWh/jaar RDg2 RDg1 RDg1 - RDg2 €/jaar excl. btw 153,96 102,17 -51,79 €/jaar incl. btw 163,20 108,30 -54,90 17. Dat betekent dat de beschermde klant die omwille van technische redenen geen aanspraak kan maken op het sociaal tarief op zijn aardgasfactuur (collectieve installatie in een privégebouw) en in de mediane netkostenzone woont, minder netkosten betaalt dan een klant die het sociaal tarief geniet. Dat wil dus zeggen dat de netwerkcomponent van de STP aardgas voor het 3de trimester 2024 negatief is, zoals weergeven in de volgende tabel. Tabel 16: berekening van de netwerkcomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 3de trimester 2024 STP aardgas - netwerkcomponent €/kwartaal excl. btw €/kwartaal incl. btw RDg1 - RDg2 -51,79 -54,90 Q3 2024 Ftrim Q3 5,24% 5,24% Bedrag €/kwartaal -2,71 -2,88 Niet-vertrouwelijk 15/19 1.2.4. Federale belastingcomponent 18. De CREG heeft het bedrag van de component “federale belastingen7 van de sociaaltariefpremie aardgas als volgt berekent: (TFg1-TFg2)*Ftrim, waarbij:
  26. a)TFg1 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, i), iii., 2., b., van de Programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 10.000 kWh/jaar;
  27. b)TFg2 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, i), iii., 2., a., van de Programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 10.000 kWh/jaar;
  28. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2de trimester, 5,24% in het 3de trimester en 36,41% in het 4de trimester." - TFg1 overeenkomt met het bedrag dat een niet-beschermde huishoudelijke afnemer moet betalen aan energiebijdrage en bijzondere accijns voor een aardgasverbruik van 10.000 kWh/jaar. - TFg2 overeenkomt met het bedrag dat een beschermde huishoudelijke afnemer moet betalen aan energiebijdrage en bijzondere accijns voor een aardgasverbruik van 10.000 kWh/jaar. Beschermde huishoudelijke afnemers genieten een vrijstelling van de energiebijdrage en betalen een verlaagd tarief van de bijzondere accijnzen. De volgende tabel geeft in detail de berekening van deze component weer. Tabel 17: berekening van de federale belastingcomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 3de trimester 2024 TFg1 Energiebijdrage (€/MWh) Bijzondere accijns (€/MWh) TOTAAL (€/MWh) Bedrag €/jaar excl. btw FTrim Q3 Bedrag €/kwartaal excl. btw Q3 Bedrag €/kwartaal incl. btw Q3 (6%) TFg2 0,9978 8,23 9,23 92,28 5,24% 4,84 5,13 2,77 2,77 27,70 5,24% 1,45 1,54 TFg1-TFg2 0,9978 5,46 6,46 64,58 5,24% 3,38 3,59 7 Sinds 1 juli 2023 kunnen Verenigingen van Mede-Eigenaars (VME's), hoewel ze als professionele klanten worden beschouwd omdat ze een ondernemingsnummer hebben, aanspraak maken op een regeling voor verlaagd btw-tarief (6 %) en residentiële accijnzen, als de verbruikte energie voornamelijk voor niet-zakelijke doeleinden wordt gebruikt, overeenkomstig de Wet van 19 maart 2023 houdende hervorming van de fiscaliteit op de energiefactuur, art. 7. Het kb van 11 juli 2024 en de onderliggende berekeningen houden rekening met die optie. Niet-vertrouwelijk 16/19 1.2.5. Totaalbedrag van de sociaaltariefpremie aardgas 19. Uit het voorgaande volgt dat het totaalbedrag van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 3de trimester 2024 neerkomt op: Tabel 18: totaalbedrag van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 3de trimester 2024 Q3 2024 Federale Netwerkcomponent STP aardgas -totaal Energiecomponent belastingcomponen STP aardgas -totaal - €/kwartaal excl. €/kwartaal - incl. €/kwartaal excl. btw t - €/kwartaal excl. €/kwartaal excl. btw btw btw (6%) btw 5,48 -2,71 3,38 6,15 6,52 1.3. 20. SOCIAALTARIEFPREMIE WARMTE Overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024: "De sociaaltariefpremie warmte voor een gegeven trimester is gelijk aan de som van de energiecomponent, variabele term, de energiecomponent, vaste term en de netwerkcomponent van de sociaaltariefpremie aardgas zoals bedoeld in artikel 3, 1°, 2° en 3° voor datzelfde trimester". Bijgevolg komt het bedrag van de STP warmte voor het 3de trimester 2024 neer op: Tabel 19: totaalbedrag van de sociaaltariefpremie warmte voor het 3de trimester 2024 Energiecomponent - Netwerkcomponent - STP warmte -totaal €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw Q3 2024 Niet-vertrouwelijk 5,48 -2,71 2,77 STP warmte -totaal €/kwartaal - incl. btw (6%) 2,93 17/19 2. VASTLEGGING VAN DE MAXIMUMBEDRAGEN VOOR DE SOCIAALTARIEFPREMIES 21. Met toepassing van artikel 2, § 1 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024, legt de CREG de volgende bedragen vast voor de sociaaltariefpremies voor het 3de trimester 2024: - elektriciteit: Federale Energiecomponent - Netwerkcomponent belastingcomponent €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw Q3 2024 - 3,52 -3,01 STP elektriciteit totaal - €/kwartaal excl. btw 4,59 STP elektriciteit totaal - €/kwartaal incl. btw (6%) 5,10 5,41 aardgas: Federale STP aardgas -totaal Energiecomponent - Netwerkcomponent STP aardgas -totaal belastingcomponent €/kwartaal - incl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw (6%) Q3 2024 - 5,48 -2,71 3,38 6,15 6,52 warmte: Energiecomponent - Netwerkcomponent - STP warmte -totaal €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw Q3 2024 5,48 -2,71 STP warmte -totaal €/kwartaal - incl. btw (6%) 2,77 2,93 22. Zoals eerder vermeld in punt 2, bepaalt artikel 2, § 2 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 dat de minister bevoegd voor Energie maximumbedragen moet vastleggen voor de sociaaltariefpremies, uiterlijk twintig dagen na afloop van een betreffend trimester, in functie van de door de staatsbegroting ter beschikking gestelde middelen. 23. Bijgevolg wacht de CREG op de publicatie van het ministerieel besluit tot vastlegging van de maximumbedragen voor de sociaaltariefpremies voor het 3de trimester 2024 voordat ze de bedragen bekendmaakt op haar website en in het Belgisch Staatsblad, overeenkomstig artikel 7 van de Wet van 15 mei 2024 tot invoering van een sociaaltariefpremie.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Sigrid JOURDAIN Directrice Niet-vertrouwelijk Koen LOCQUET Voorzitter van het directiecomité 18/19 BIJLAGE Bedragen van de sociaaltariefpremies voor elektriciteit, aardgas en warmte voor het 3de trimester 2024 Elektriciteit Federale Energiecomponent - Netwerkcomponent belastingcomponent €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw Q3 2024 3,52 -3,01 STP elektriciteit totaal - €/kwartaal excl. btw 4,59 5,10 STP elektriciteit totaal - €/kwartaal incl. btw (6%) 5,41 Aardgas Federale STP aardgas -totaal Energiecomponent - Netwerkcomponent STP aardgas -totaal belastingcomponent €/kwartaal - incl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw (6%) Q3 2024 5,48 -2,71 3,38 6,15 6,52 Warmte Energiecomponent - Netwerkcomponent - STP warmte -totaal €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw Q3 2024 Niet-vertrouwelijk 5,48 -2,71 2,77 STP warmte -totaal €/kwartaal - incl. btw (6%) 2,93 19/19

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.