← België

Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia Transmission Belgium voor de vrijstelling van de verplichting om afzonderl

(B)2902 14 november 2024 Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia Transmission Belgium voor de vrijstelling van de verplichting om afzonderlijk opwaartse en neerwaartse balanceringscapaciteit aan te kopen voor de frequentieherstelreserves met automatische activering Genomen met toepassing van artikel 5.4,

  1. f)en 32.3 van Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 1.1. Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering ........................................................................................ 4 2. 3. 4. ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 6 2.1. Algemeen................................................................................................................................. 6 2.2. Raadpleging ............................................................................................................................. 6 ANALYSE VAN HET VOORSTEL ......................................................................................................... 6 3.1. Doel van het voorstel .............................................................................................................. 6 3.2. Vrijstelling van de verplichting ................................................................................................ 7 3.2.1. Volume balanceringscapaciteit waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd ...................... 7 3.2.2. Effect van de vrijstelling .................................................................................................. 7 3.2.3. Nastreven van grotere economische efficiëntie ............................................................. 8 3.2.4. Tijdsbestek waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd ................................................... 10 BESLISSING..................................................................................................................................... 11 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 12 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 13 Niet-vertrouwelijk 2/13 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna: “CREG”) onderzoekt hierna de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia Transmission Belgium (hierna: “Elia”) voor de vrijstelling van de verplichting om afzonderlijk opwaartse en neerwaartse balanceringscapaciteit aan te kopen voor de frequentieherstelreserves met automatische activering (hierna: “het voorstel”). Dit gebeurt op basis van de artikelen 5.4,
  2. f)en 32.3 van Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering (hierna: “de EBGL”). Per elektronische brief van 22 oktober 2024 wordt het voorstel ingediend in het Nederlands, Frans, en Engels door Elia bij de CREG voor goedkeuring (BIJLAGE 1). In bijlage bij dit voorstel werd een raadplegingsverslag met een geaggregeerde samenvatting van de ontvangen antwoorden van de belanghebbenden, in het Engels toegevoegd (BIJLAGE 2). De beslissing is opgesplitst in vier delen. Het eerste deel is gewijd aan het wettelijk kader. Het tweede deel licht de antecedenten en openbare raadpleging van het voorstel toe. De CREG ontleedt in het derde deel het voorstel. Tot slot bevat het vierde deel de eigenlijke beslissing. De onderhavige beslissing werd door het Directiecomité van de CREG goedgekeurd op 14 november 2024. Niet-vertrouwelijk 3/13 1. WETTELIJK KADER 1. Dit hoofdstuk bepaalt het wettelijke kader dat toepasselijk is op Elia’s voorstel en dat de basis vormt voor deze beslissing. Het wettelijk kader bestaat uit Europese wetgeving, met in het bijzonder de EBGL. 2. Op 23 november 2017 werd de EBGL gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en trad deze in werking op 18 december 2017. 3. Met betrekking tot de artikelen 14, 16, 17, 28, 32, 34, 35, 36, 44 tot en met 49, en 54 tot en met 57, wordt de EBGL van toepassing één jaar na de inwerkingtreding (artikel 65, van de EBGL), hetzij 18 december 2018. 4. Intussen zijn de artikelen 4, 5, 6, 7 en 12.3, (
  3. g)van de EBGL gewijzigd geworden. Deze nieuwe geconsolideerde versie van de EBGL is in werking getreden op 19 juni 2022. 1.1. 5. VERORDENING (EU) 2017/2195 VAN DE COMMISSIE VAN 23 NOVEMBER 2017 TOT VASTSTELLING VAN RICHTSNOEREN VOOR ELEKTRICITEITSBALANCERING De doelstellingen van de EBGL worden in artikel 3, van de EBGL vastgelegd: 1. Met deze verordening worden de volgende doelstellingen nagestreefd:
  4. a)effectieve mededinging, non-discriminatie en transparantie op de balanceringsmarkten bevorderen;
  5. b)de efficiëntie van balancering en van de Europese en nationale balanceringsmarkten verbeteren;
  6. c)de balanceringsmarkten integreren en de mogelijkheden voor de uitwisseling van balanceringsdiensten bevorderen, en tegelijk bijdragen tot de operationele veiligheid;
  7. d)bijdragen tot de efficiënte langetermijnexploitatie en -ontwikkeling van het elektriciteitstransmissiesysteem en de elektriciteitssector in de Unie, en tegelijk de efficiënte en consistente werking van day-aheadmarkten, intradaymarkten en balanceringsmarkten vergemakkelijken;
  8. e)ervoor zorgen dat de inkoop van balanceringsdiensten eerlijk, objectief, transparant en marktgebaseerd is, dat geen ongeoorloofde belemmeringen voor nieuwe marktdeelnemers worden gecreëerd, dat de liquiditeit van balanceringsmarkten wordt bevorderd en dat ongeoorloofde verstoringen op de interne markt voor elektriciteit worden voorkomen;
  9. f)de deelname van vraagrespons vergemakkelijken, met inbegrip van aggregatiefaciliteiten en energieopslag, en er tegelijk voor zorgen dat zij concurreren met andere balanceringsdiensten op een gelijk speelveld en, voor zover nodig, onafhankelijk optreden als ze één verbruikersinstallatie bedienen;
  10. g)de deelname van hernieuwbare energiebronnen vergemakkelijken en bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstelling van de Europese Unie betreffende de doorbraak van hernieuwbare energiebronnen. 6. Artikel 32

(3), van de EBGL bepaalt verder dat: 3. De inkoop van balanceringscapaciteit voor op- en afregeling voor minstens de frequentieherstelreserves en de vervangingsreserves vindt afzonderlijk plaats. Elke TSB kan Niet-vertrouwelijk 4/13 bij de relevante regulerende instantie overeenkomstig artikel 37 van Richtlijn 2009/72/EG een voorstel indienen om te worden vrijgesteld van deze eis. Het voorstel tot vrijstelling omvat:
  1. a)de vermelding van het tijdsbestek waarvoor vrijstelling wordt gevraagd;
  2. b)de vermelding van het volume balanceringscapaciteit waarvoor vrijstelling wordt gevraagd;
  3. c)een analyse van de gevolgen van een dergelijke vrijstelling voor de deelname van balanceringshulpbronnen overeenkomstig artikel 25, lid 6, onder b);
  4. d)een rechtvaardiging van de vrijstelling, waarin wordt aangetoond dat een dergelijke vrijstelling tot een grotere economische efficiëntie zou leiden. 7. In artikel 18, van de EBGL worden de modaliteiten van de door de transmissiesysteembeheerders (hierna: TSB’
  5. s)op te stellen voorwaarden en methodologieën beschreven. 1. De TSB's ontwikkelen de bij deze verordening vereiste voorwaarden of methodologieën en dienen die ter goedkeuring in bij de relevante regulerende instanties overeenkomstig artikel 37 van Richtlijn 2009/72/EG, binnen de bij deze verordening vastgestelde termijnen. 2. Wanneer een voorstel voor de voorwaarden of methodologieën overeenkomstig deze verordening door meer dan één TSB moet worden opgesteld en overeengekomen, werken de desbetreffende TSB's nauw samen. Met de assistentie van het ENTSO-E stellen de TSB's de relevante regulerende instanties en het Agentschap op gezette tijden in kennis van de voortgang bij de opstelling van deze voorwaarden of methodologieën. 8. Overeenkomstig artikel 5.4, f), van de EBGL wordt het voorstel tot vrijstelling op basis van artikel 32.3 van de EBGL ter goedkeuring voorgelegd aan alle regulerende instanties van elke betrokken lidstaat. De lidstaten kunnen een advies over het voorstel op basis van artikel 32.3 van de EBGL indienen bij hun regulerende instantie. 9. Vervolgens bepaalt artikel 5.5, van de EBGL dat alle voorstellen voor de voorwaarden en methodologieën, waaronder het voorstel op basis van artikel 32.3 van de EBGL, een tijdschema voor de tenuitvoerlegging en een beschrijving van hun verwacht effect op de doelstellingen van de EBGL beschreven in artikel 3, van de EBGL. Artikel 5.5, van de EBGL bepaalt ook dat: 5. …. De implementatietermijn mag niet langer zijn dan twaalf maanden na de goedkeuring door de relevante regulerende instanties, behalve als alle regulerende instanties overeenkomen om de implementatietermijn te verlengen of als andere termijnen worden voorgeschreven in deze verordening. Voorstellen betreffende voorwaarden of methodologieën die ter goedkeuring aan verschillende of aan alle regulerende instanties moeten worden voorgelegd, worden bij het Agentschap ingediend op hetzelfde tijdstip als dat van indiening bij de regulerende instanties. Op verzoek van de relevante regulerende instanties brengt het Agentschap binnen een termijn van drie maanden advies uit over de voorstellen voor voorwaarden of methodologieën. 10. De betrokken regulerende instantie kan beslissen om de TSB te verzoeken de voorgestelde voorwaarden en methodologieën te wijzigen overeenkomstig artikel 6.1, van de EBGL. Wanneer dit gebeurt, moet de betrokken TSB binnen de twee maanden na ontvangst van dit wijzigingsverzoek, een voorstel voor gewijzigde voorwaarden of methodologieën indienen bij de regulerende instantie voor goedkeuring. De regulerende instantie neemt een besluit over de gewijzigde voorwaarden of methodologieën binnen een termijn van twee maanden na indiening ervan. Niet-vertrouwelijk 5/13 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 11. Tijdens het ontwikkelen van het voorstel diende Elia, conform artikel 10, van de EBGL, gedurende ten minste één maand een openbare raadpleging te organiseren voor alle belanghebbenden, inclusief de relevante autoriteiten van de lidstaat. Elia heeft een openbare raadpleging georganiseerd van5 september 2024 tot en met 5 oktober 2024, via haar website. 12. Op 22 oktober 2024 ontving de CREG een aanvraag tot goedkeuring door Elia voor het voorstel, opgesteld in het Nederlands, het Frans en het Engels. 2.2. RAADPLEGING 13. Over het voorstel opgesteld op grond van artikel 32.3, van de EBGL heeft Elia een openbare raadpleging georganiseerd van 5 september 2024 tot en met 5 oktober 2024. De mogelijkheid om te antwoorden op de openbare raadpleging werd aan de Belgische belanghebbenden gecommuniceerd op 5 september 2024, door Elia, via haar website. 14. Drie partijen, waaronder Febeliec, FEBEG, en BSTOR hebben in een niet-vertrouwelijke vorm tijdens de openbare raadpleging gereageerd. Alle partijen spreken hun steun uit voor het voorstel. Als enige randopmerking laat BSTOR weten dat er voor de toekomst geen vrijstelling meer mag worden verleend. 3. ANALYSE VAN HET VOORSTEL 3.1. DOEL VAN HET VOORSTEL 15. Gelet op artikel 32.3, van de EBGL moet de inkoop van opwaartse en neerwaartse balanceringscapaciteit voor minstens de frequentieherstelreserves en de vervangingsreserves afzonderlijk plaatsvinden. Artikel 32.3, van de EBGL laat toe dat een TSB bij de relevante regulerende instantie een voorstel kan indienen om van deze verplichting te worden vrijgesteld. 16. Het doel van het voorstel tot vrijstelling van de verplichting voorzien in artikel 32.3, van de EBGL is dus om een vrijstelling op de verplichting van afzonderlijk inkoop van opwaartse en neerwaartse balanceringscapaciteit voor de frequentieherstelreserves met automatische activering, te verkrijgen. Deze vrijstelling laat aan de TSB toe om, naast eventuele producten voor de afzonderlijke inkoop van opwaartse en neerwaartse balanceringscapaciteit voor de frequentieherstelreserves met automatische activering, ook producten te voorzien voor de gezamenlijke inkoop van opwaartse en neerwaartse balanceringscapaciteit voor de frequentieherstelreserves met automatische activering. Niet-vertrouwelijk 6/13 3.2. VRIJSTELLING VAN DE VERPLICHTING 3.2.1. Volume balanceringscapaciteit waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd 17. Elia stelt in artikel 3 van het voorstel voor om zich vrij te stellen van de verplichting om opwaartse en neerwaartse balanceringscapaciteit van de frequentieherstelreserves met automatische activering, afzonderlijk aan te kopen. 18. Elia vraagt deze vrijstelling voor het volledige volume van aan te kopen opwaartse en neerwaartse balanceringscapaciteit van de frequentieherstelreserves met automatische activering. 19. De CREG stelt vast dat een rechtvaardiging voor het volume van balanceringscapaciteit waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd, ontbreekt. Elia meldt weliswaar dat actoren reeds asymmetrisch kunnen inbieden (zie ook deel 3.2.2 van deze beslissing). De CREG merkt daarenboven op dat de toewijzing van een vrijstelling niet noodzakelijk inhoudt dat marktpartijen en Elia hiervan gebruik moeten maken. Marktpartijen kunnen de reserveleverende eenheden of groepen die must-run kosten1 hebben ook via asymmetrisch producten inbieden. Ook argumenteert Elia de nood aan vrijstelling beperkt: de vrijstelling is, volgens het voorstel van Elia, enkel economisch efficiënt om dubbele betalingen van must-run kosten te vermijden. Reserveleverende eenheden of groepen die geen mustrun kosten hebben, gebruiken dan in feite enkel asymmetrische producten. In het kader van de voorgaande opmerkingen, acht de CREG het aanvaardbaar om de vrijstelling voor het volledige volume te verlenen. 3.2.2. Effect van de vrijstelling 20. Elia stelt ook in artikel 3 van het voorstel dat de gevolgen van een dergelijke vrijstelling voor de deelname van balanceringsmiddelen zoals verbruiksinstallaties, installaties voor de opwekking van hernieuwbare energie en energieopslaginstallaties, beperkt zijn. Deze actoren zijn immers nog altijd in de mogelijkheid om asymmetrisch in te bieden. Daarnaast kan het huidige als toekomstige marktontwerp voor de aankoop van aFRR balanceringscapaciteit leiden tot de volledige asymmetrische aankoop van aFRR-balanceringsmiddelen, volgens Elia. 21. De CREG neemt akte van de boodschap van Elia dat de vrijstelling geen gevolg geeft voor de deelname van balanceringsmiddelen aan het asymmetrische “per-CCTU”-product. Aldus zijn er, zoals bevestigd door Elia, geen belemmeringen voor BSPs om alle volumes van balanceringsmiddelen in te bieden via het “per-CCTU”-product. 22. De CREG formuleert wel een opmerking op de tweede boodschap van Elia, namelijk dat de volledige aFRR-balanceringscapaciteit aangekocht kan worden via uitsluitend asymmetrische producten. De CREG merkt op dat Elia tijdens de voorbije periode van vrijstelling, zijnde december 2021 tot en met december 2024, een relatief kostenplafond voor de aankoop van aFRRbalanceringscapaciteit heeft voorgesteld. Dit voorstel van toepassing van een relatief kostenplafond werd door de CREG goedgekeurd via de beslissing (B)2617 van 10 augustus 2023. Het relatief kostenplafond goedgekeurd door de CREG kan weliswaar de selectie van in-the-money asymmetrische aFRR-capaciteitsvolumes beperken, ten nadele van de selectie van symmetrische aFRRcapaciteitsvolumes, indien de aankoopkost van de volledige aFRR-balanceringscapaciteit via asymmetrische producten hoger is dan het goedgekeurd kostenplafond. Als gevolg is, volgens de CREG, het argument dat Elia vandaag naar voren schuift in paragraaf 2(
  6. b)van artikel 3 van haar voorstel, te 1 Zoals ook opgenomen in deel 3.2.3 van deze beslissing argumenteert Elia dat de vrijstelling noodzakelijk is om onnodige kostenstijgingen ten gevolge van must-run kosten te vermijden. Niet-vertrouwelijk 7/13 weten dat de aankoop van aFRR balanceringscapaciteit uitsluitend via asymmetrische producten kan gebeuren, slechts mogelijk indien het kostenplafond niet beperkend is (en dus voldoende hoog). 23. De CREG is van mening dat de opmerking in paragraaf 21 van deze beslissing van belang is gezien ook Febeg tijdens de openbare raadpleging heeft opgemerkt dat de asymmetrische aankoop van reserves reeds geïmplementeerd is. De EBGL legt niettemin enkel de asymmetrische aankoop van balanceringscapaciteit op, voor zowel reserveleverende eenheden/groepen met must-run kosten als reserveleverende eenheden/groepen zonder must-run kosten. Aldus kan niet geconcludeerd worden dat het behoud van het symmetrische product, via de vrijstelling, in combinatie met een asymmetrische product voldoet aan de vereiste van de EBGL om enkel asymmetrische producten te behouden. 24. In paragraaf 44 van beslissing (B) 2617 van 10 augustus 2023 heeft de CREG gevraagd aan Elia om dit kostenplafond periodisch te evalueren, inclusief het effect van een eventuele beperking van competitie of eventuele inefficiëntie van balancering. Aangezien Elia bevestigt dat zij geen belemmeringen ziet op vlak van het inbieden van reserveleverende eenheden of groepen via asymmetrische producten, noch op vlak van selectie van de biedingen, zoals uiteengezet in paragraaf 20 van deze beslissing, gaat de CREG er van uit dat deze conclusies gemotiveerd worden door onder meer zo’n evaluatie. De CREG vraagt aan Elia om deze evaluatie bij een eventueel volgend voorstel tot vrijstelling van de verplichting om afzonderlijk opwaartse en neerwaartse balanceringscapaciteit aan te kopen voor de frequentieherstelreserves met automatische activering, toe te voegen als bijlage bij het voorstel. 3.2.3. Nastreven van grotere economische efficiëntie 25. Elia stelt dat de vrijstelling tot een grotere economische efficiëntie zou leiden omdat een afzonderlijk inkoop van op- en neerwaartse balanceringscapaciteit voor de frequentieherstelreserves met automatische activering de inkoopkosten zou kunnen verhogen. Elia verklaart deze verwachting doordat er, op korte termijn, voor de inkoop van balanceringscapaciteit voor de frequentieherstelreserves met automatische activering nog steeds beroep gedaan moet worden op eenheden met must-run kosten. Deze eenheden kunnen deze kosten efficiënter mee in rekening brengen bij symmetrische biedingen dan bij asymmetrische biedingen. 26. De CREG begrijpt uit deze argumentatie dat het economisch efficiënter is om slechts één keer de must-run kosten te betalen in geval van selectie van biedingen in tegengestelde richting met levering door dezelfde reserveleverende eenheid of groep. 27. De CREG merkt op dat het argument van Elia zich beperkt tot de kost voor de aanleg van balanceringscapaciteit. Niettemin moet ook rekening gehouden worden met andere gevolgen van de symmetrische aankoop. Een symmetrische aankoop van balanceringscapaciteit garandeert immers nooit dat de aangekochte balanceringscapaciteit in werkelijkheid in beide richtingen beschikbaar is in reële tijd, omdat dezelfde activa niet tegelijkertijd positieve en negatieve balanceringsenergie kan leveren. 28. Als wijze van voorbeeld verwijst de CREG naar de onbalanssituatie op 14 augustus 2023. Kort uiteengezet was de onbalans in de LFC-zone van Elia slechts 31 MWh/h tijdens kwartier 8:00-8:15. De onbalansprijs in dit kwartier was -547 euro/MWh. Deze extreme onbalansprijs werd gevormd doordat de aFRR controller de volledige neerwaartse aFRR-biedcurve had geselecteerd. De nood om de volledige neerwaartse biedcurve te selecteren is te verklaren door de te trage snelheid van aFRRactivaties op veranderingen van de frequentieherstelregelfout (“FRCE”). Immers, in de periode 8:03 tot 8:09, steeg zowel de onbalans in de LFC-zone als de positieve aFRR-activaties. Anders gesteld, de aFRR-activaties in de positieve richting verergerden de onbalans in de LFC-zone. Ook tijdens 8:07 tot en met 8:12 verergerden de positieve aFRR-activaties de onbalans in de LFC-zone aangezien het een Niet-vertrouwelijk 8/13 vijftal minuten duurt alvorens positieve aFRR-activaties volledig gedeactiveerd zijn. Kort gesteld verergerden positieve aFRR-activaties gedurende 10 minuten de onbalans in de LFC-zone en vergrootten ze de nodige volumes van negatieve aFRR-activaties. 29. Gedurende dezelfde tien minuten selecteerde de aFRR-controller neerwaartse aFRRbalanceringsenergiebiedingen. De negatieve aFRR-balanceringsenergie diende om zowel de eigenlijke positieve onbalans van BRPs in de LFC-zone te compenseren als de positieve onbalans die veroorzaakt werd door de trage activatie en desactivatie van positieve aFRR-balanceringsenergie. De activatie van negatieve aFRR-energie bleef niettemin uit doordat 70 MW aan neerwaartse aFRRbalanceringsenergiebiedingen onbeschikbaar waren. De oorzaak van deze onbeschikbaarheid was de technische onmogelijkheid voor de balanceringsmiddelen die nog steeds positieve aFRRbalanceringsenergie aan het leveren waren om tegelijkertijd de gevraagde negatieve aFRRbalanceringsenergie te leveren. 30. De symmetrische aankoop van balanceringscapaciteit draagt dus bij tot extremere balanceringsenergieprijzen en/of een onbeschikbaarheid van volumes aan aFRR-balanceringsenergie. 31. Zonder een doorgedreven analyse uitgevoerd te hebben, stelt de CREG vast dat het voorbeeld van 14 augustus 2023 geen alleenstaand geval is. 32. De CREG beseft weliswaar dat het voorgaande zich ook kan voordoen bij een uitsluitend asymmetrische aankoop van aFRR-balanceringsenergie. Niettemin wijst de CREG erop dat de marktregels alle marktdeelnemers kunnen prikkelen om enkel de aFRR-balanceringscapaciteit aan te bieden die ook werkelijk beschikbaar zal zijn in reële tijd. Bij een symmetrische aankoop van balanceringscapaciteit bevatten de marktregels inherent de inefficiëntie zoals uiteengezet in voorgaande paragrafen. Doordat Elia met dit voorstel de intentie aangeeft om de vrijstelling verder toe te passen, bestendigt Elia de inefficiëntie van de marktregels. 33. De CREG is daarom van oordeel dat de economische inefficiëntie ten gevolge van een onbeschikbaarheid van gecontracteerde aFRR-balanceringscapaciteit, zoals uiteengezet in paragrafen 27 tot en met 32 van deze beslissing verwijderd moet worden. Het doel van de aankoop van balanceringscapaciteit is namelijk dat die balanceringscapaciteit in reële tijd ter beschikking staat voor balancering van het systeem. Concreet moet, volgens de CREG, de koppeling van positieve en negatieve aFRR-balanceringsenergiebiedingen in bijlage 9.B van de specifieke voorwaarden van de T&C BSP aFRR beperkt worden tot niet-gecontracteerde aFRR-balanceringsenergiebiedingen. De CREG vraagt aan Elia om deze aanpassing te onderzoeken tegen 14 maart 2025 en verslag uit te brengen aan de CREG. De CREG merkt in dit verband op dat een verbetering van de werking van en prijsvorming op de aFRR-balanceringsmarkt prioriteit geniet. Niet-vertrouwelijk 9/13 3.2.4. Tijdsbestek waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd 34. Elia vraagt de vrijstelling voor de periode 15 december 2024 tot 15 december 2027, ofwel voor een periode van 3 jaar. Elia zal ook de nood van vrijstelling evalueren ten laatste 18 maanden voor afloop van de vrijstelling. 35. De CREG merkt op dat Elia ook bij het vorige voorstel voor vrijstelling van de verplichting om afzonderlijk opwaartse en neerwaartse balanceringscapaciteit aan te kopen voor de frequentieherstelreserves met automatische activering zich geëngageerd had om 18 maanden voor afloop van de vrijstelling de nood aan een verlenging ervan te evalueren. De CREG stelt vast dat dit niet gebeurd is. De CREG dringt er bij Elia op aan om haar engagementen na te leven. 36. De CREG merkt ook op dat de aFRR-balanceringsmarkten zich verder hebben ontwikkeld sinds de inwerkingtreding van de voorgaande vrijstelling in december 2021. De CREG stelt vast dat er tijdens 64% van de dagen in 20242geen aankoop was van neerwaartse aFRR-balanceringscapaciteit via het symmetrisch product terwijl dit cijfer minder dan 1% was in 2021. Ook werden er gedurende de dagen in 20242 voor 89,9% van de veilingen voor aankoop van neerwaartse aFRR-balanceringscapaciteit via het asymmetrische product meer volumes aangeboden dan nodig om te contracteren door Elia. De CREG gaat dus slechts beperkt akkoord dat de markt voor de aankoop van balanceringscapaciteit voor de frequentieherstelreserves met automatische activering zich nog moet ontwikkelen alvorens de volledige aFRR-balanceringscapaciteit asymmetrisch aangekocht kan worden. Ongeacht het voorgaande sluit de CREG ook niet uit dat een hoger dan minimaal3 nodig volume van aFRRbalanceringscapaciteit aangekocht kan worden met oog op het gradueel evolueren naar een uniform prijssignaal voor de ingezette FRR-balanceringsenergie. De aFRR-balanceringsenergie is namelijk de enige balanceringsdienst dat in reële tijd de waarde van energie accuraat weergeeft op basis van werkelijke systeemnoden in reële tijd. In dit geval kan een verlenging van de vrijstelling wel nog verantwoord zijn. 37. De CREG verwacht bovendien dat, indien Elia bij de toekomstige evaluaties toch een nood zou zien om een verlenging van de vrijstelling aan te vragen, Elia ook evalueert hoeveel volumes van middelen die technisch gezien aFRR kunnen leveren en aanwezig zijn in het elektriciteitssysteem, niet deelgenomen hebben aan de aFRR-balanceringscapaciteitsmarkt. Immers, een verlenging van de vrijstelling van de verplichting voorzien in artikel 32.3, van de EBGL kan volgens de CREG enkel beargumenteerd worden vanuit een tekort, in het elektriciteitssysteem, aan middelen die via het asymmetrisch product kunnen inbieden, en niet vanuit een gebrek van deelname aan de aFRRbalanceringscapaciteitsmarkt van voldoende beschikbare middelen in het elektriciteitssysteem. 2 3 Tot en met oktober 2024 Conform de aFRR-dimensioneringsmethodologie zoals opgenomen in de LFC BOA Niet-vertrouwelijk 10/13 4. BESLISSING Met toepassing van de artikelen 5.4,
  7. f)en 32.3, van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering keurt de CREG, op grond van de redenen uiteengezet in deel 3 van deze beslissing, het op 22 oktober 2024 door Elia ingediende voorstel goed. De CREG vraagt aan Elia om tegemoet te komen aan de opmerkingen geformuleerd in paragrafen24, 33, 35 en 37 van deze beslissing. Het goedgekeurde voorstel treedt in werking op 15 december 2024 en is van toepassing tot en met 15 december 2027.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijk Ilse TANT Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 11/13 BIJLAGE 1 Voorstel voor de vrijstelling van de verplichting om afzonderlijk opwaartse en neerwaartse balanceringscapaciteit aan te kopen voor de frequentieherstelreserves met automatische activering Nederlandstalige, Franstalige en Engelstalige versie – 22 oktober 2024 Niet-vertrouwelijk 12/13 BIJLAGE 2 Verslag van de openbare raadpleging over het ontwerpvoorstel tot vrijstelling op grond van artikel 32.3, van de EBGL Engelstalige versie – 22 oktober 2024 Niet-vertrouwelijk 13/13

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.