(B)2921 4 september 2025 Beslissing over het verzoek van de NV Elia Transmission Belgium van 9 juli 2024, zoals aangepast op 24 januari 2025, tot afwijking van de verplichting voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV om aan bepaalde eisen van de Europese netcode RfG te voldoen Artikel 60
(1)en artikel 63
(6)en
(8)van de verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net Niet-vertrouwelijk INHOUDSOPGAVE Inleiding ................................................................................................................................................... 3
- Wettelijk kader ................................................................................................................................ 3
- Antecedenten .................................................................................................................................. 6 2.
- Algemeen ............................................................................................................................... 6 2.
- Raadpleging............................................................................................................................ 9
- Reacties op de raadpleging ........................................................................................................... 11
- Beoordeling ................................................................................................................................... 12
- 4.
- De gevraagde afwijking ........................................................................................................ 12 4.
- Onderbouwing ..................................................................................................................... 14 4.
- Kosten-batenanalyse............................................................................................................ 15 4.3.
- Kosten-batenanalyse voor de gevraagde afwijking voor nieuwe eenheden .............. 15 4.3.
- Kosten-batenanalyse voor de gevraagde afwijking voor bestaande eenheden ......... 17 Conclusie ....................................................................................................................................... 18 Bijlage 1 ................................................................................................................................................. 20 Bijlage 2 ................................................................................................................................................. 20 Bijlage 3 ................................................................................................................................................. 20 Bijlage 4 ................................................................................................................................................. 20 Bijlage 5 ................................................................................................................................................. 21 Niet-vertrouwelijk 2/21 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 60
(1)en artikel 63
(6)en
(8)van de verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net (hierna: de Europese netcode RfG), het verzoek van de NV Elia Transmission Belgium (hierna: Elia) tot afwijking van bepaalde technische aansluitingseisen vervat in de Europese netcode RfG voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV, ingediend per brief bij de CREG op 9 juli 2024 met toepassing van artikel 63 van de Europese netcode RfG, en vervolgens aangepast per brief van Elia van 24 januari 2025. De door Elia gevraagde afwijking betreft een periode van maximaal vijf jaar en heeft een andere draagwijdte naargelang het elektriciteitsproductie-eenheden betreft met een maximaal geïnstalleerd vermogen tot 1 MW enerzijds en van 1 MW tot 25 MW anderzijds. Dit afwijkingsverzoek bevat ook een verzoek tot schorsing van de verplichting tot naleving van de betrokken eisen te rekenen vanaf de dag van neerlegging van de aanvraag tot de beslissing van de CREG overeenkomstig artikel 61
(3)van de Europese netcode RfG. De CREG nam een beslissing over het schorsingsverzoek op 16 januari 2025 in haar beslissing (B)2956, bekend gemaakt op haar website
- Dit afwijkingsverzoek volgt op de eerder door Elia gevraagde afwijkingen van bepaalde aansluitingseisen vervat in de Europese netcode RfG voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW voor een eerste periode geldende tot 9 juli 2024, goedgekeurd door de CREG in respectievelijk de CREG beslissing (B)2028 van 6 december 2019 en de CREG beslissing (B)2358 van 31 maart
- Het directiecomité van de CREG heeft onderhavige beslissing over het afwijkingsverzoek (ten gronde) genomen tijdens zijn vergadering van 4 september
- WETTELIJK KADER
- In artikel 60
(1)van de Europese netcode RfG wordt bepaald dat de regulerende instanties, op verzoek van een eigenaar of toekomstige eigenaar van een elektriciteitsproductie-installatie, relevante systeembeheerder of relevante TSB (lees: transmissiesysteembeheerder), aan eigenaren of toekomstige eigenaren van elektriciteitsproductie-installaties, relevante systeembeheerders of relevante TSB's overeenkomstig de artikelen 61 tot en met 63 afwijkingen van één of meerdere bepalingen van deze verordening voor nieuwe en bestaande elektriciteitsproductie-eenheden kunnen toestaan. Met toepassing van artikel 60
(2)van de Europese netcode RfG kunnen, indien van toepassing in een lidstaat, afwijkingen overeenkomstig de artikelen 61 tot en met 63 worden toegestaan en ingetrokken door andere autoriteiten dan de regulerende instantie. In België wordt, althans op federaal niveau, geen andere autoriteit bevoegd gemaakt en is derhalve de CREG bevoegd om, met toepassing van artikel 60
(1)en artikel 63
(6)en
(8)van de Europese netcode RfG, een beslissing te nemen betreffende het afwijkingsverzoek van Elia. 1 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2956 Niet-vertrouwelijk 3/21 2. Artikel 63 van de Europese netcode RfG luidt als volgt: “Door een relevante systeembeheerder of relevante TSB ingediend afwijkingsverzoek 1. Relevante systeembeheerders of relevante TSB's kunnen afwijkingsverzoeken indienen voor categorieën van op hun netwerk aangesloten of aan te sluiten elektriciteitsproductie-eenheden. 2. Relevante systeembeheerders of relevante TSB's dienen hun afwijkingsverzoeken in bij de regulerende instantie. Elk afwijkingsverzoek omvat:
- a)de identificatie van de relevante systeembeheerder of relevante TSB, en een contactpersoon voor alle communicatie;
- b)een beschrijving van de elektriciteitsproductie-eenheden waarvoor een afwijking wordt aangevraagd, de totale geïnstalleerde capaciteit en het aantal productie-eenheden;
- c)de eis of de eisen van deze verordening waarvoor een afwijking wordt aangevraagd, met een gedetailleerde beschrijving van de aangevraagde afwijking;
- d)een gedetailleerde onderbouwing, met alle relevante ondersteunende documenten;
- e)een bewijs dat de aangevraagde afwijking geen negatief effect heeft op de grensoverschrijdende handel;
- f)een kosten-batenanalyse overeenkomstig de eisen van artikel 39. Indien van toepassing wordt de kosten-batenanalyse uitgevoerd in overleg met de relevante TSB en alle betrokken naburige DSB's. 3. Wanneer het afwijkingsverzoek is ingediend door een relevante DSB of GDSB, verzoekt de regulerende instantie de relevante TSB binnen een termijn van twee weken vanaf de dag van ontvangst van dat verzoek om het afwijkingsverzoek te evalueren in het licht van de door de regulerende instantie vastgestelde criteria als genoemd in artikel 61. 4. Binnen een termijn van twee weken vanaf de dag van ontvangst van een dergelijk verzoek ter beoordeling bevestigt de relevante TSB aan de relevante DSB of GDSB of het afwijkingsverzoek compleet is. Wanneer de relevante TSB van mening is dat het verzoek niet compleet is, verstrekt de relevante DSB of GDSB de benodigde aanvullende informatie binnen een termijn van één maand na de ontvangst van het verzoek om aanvullende informatie. 5. Binnen een termijn van zes maanden na de ontvangst van het afwijkingsverzoek dient de relevante TSB bij de regulerende instantie zijn evaluatie in, inclusief relevante documentatie. Die termijn van zes maanden kan met één maand worden verlengd wanneer de relevante TSB aanvullende informatie bij de relevante TSB of de relevante GTSB heeft opgevraagd. 6. De regulerende instantie neemt een besluit betreffende het afwijkingsverzoek binnen een termijn van zes maanden na de dag van ontvangst van het verzoek. Wanneer het afwijkingsverzoek is ingediend door de relevante DSB of GDSB, gaat de termijn van zes maanden in op de volgende dag na ontvangst van de evaluatie van de relevante TSB overeenkomstig lid 5. 7. De in lid 6 bedoelde termijn van zes maanden kan, vóór de vervaldag ervan, worden verlengd met een extra termijn van drie maanden wanneer de regulerende instantie aanvullende informatie vraagt van de relevante systeembeheerder die de afwijking aanvraagt of van enige andere belanghebbende. Die extra termijn gaat in op de dag volgende op de datum van ontvangst van de complete informatie. De relevante systeembeheerder verstrekt alle door de regulerende instantie opgevraagde aanvullende informatie binnen een termijn van twee maanden na de datum van het desbetreffende verzoek. Wanneer de systeembeheerder de opgevraagde aanvullende informatie niet binnen die termijn verstrekt, wordt het afwijkingsverzoek geacht te zijn ingetrokken, behalve indien vóór de vervaldag:
- a)de regulerende instantie besluit om een verlenging van de termijn te verlenen, of
- b)de relevante systeembeheerder de regulerende instantie er door middel van een met redenen omkleed schrijven van op de hoogte stelt dat het afwijkingsverzoek compleet is. Niet-vertrouwelijk 4/21 8. De regulerende instantie verstrekt een met redenen omkleed besluit betreffende het afwijkingsverzoek. Wanneer de regulerende instantie de afwijking toestaat, specificeert zij de duur daarvan. 9. De regulerende instantie stelt de relevante systeembeheerder die om de afwijking heeft verzocht, de relevante TSB en het Agentschap in kennis van haar besluit. 10. Regulerende instanties mogen extra eisen betreffende het opstellen van afwijkingsverzoeken door de relevante systeembeheerders vaststellen. Wanneer zij dit doen, houden de regulerende instanties rekening met de afbakening tussen het transmissiesysteem en het distributiesysteem op nationaal niveau en raadplegen zij de systeembeheerders, de eigenaren van de elektriciteitsproductie-installaties en de belanghebbenden, inclusief de fabrikanten. 11. Een regulerende instantie kan haar besluit om een afwijking toe te staan, intrekken wanneer de omstandigheden en onderliggende redenen niet langer van toepassing zijn of op grond van een met redenen omklede aanbeveling van de Commissie of een met redenen omklede aanbeveling van het Agentschap overeenkomstig artikel 65, lid 2.” 3. Artikel 10 van de Europese netcode RfG vereist dat de netbeheerder de kosten-batenanalyses overeenkomstig artikel 63, lid 2, publiek raadpleegt en naar behoren rekening houdt met de standpunten die de belanghebbenden tijdens de raadplegingen hebben geformuleerd: “1. De relevante systeembeheerders en de relevante TSB's raadplegen de belanghebbenden, inclusief de bevoegde autoriteiten van elke lidstaat, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, lid 3, over voorstellen om het toepassingsgebied van deze verordening uit te breiden tot bestaande elektriciteitsproductie-eenheden, overeenkomstig artikel 5, lid 3, over het voorstel voor drempelwaarden, over het verslag overeenkomstig artikel 38, lid 3, en over de kosten-batenanalyses overeenkomstig artikel 63, lid 2. De raadpleging duurt minimaal één maand. 2. De relevante systeembeheerders of relevante TSB's houden naar behoren rekening met de standpunten die de belanghebbenden tijdens de raadplegingen hebben geformuleerd, alvorens zij hun ontwerpvoorstel voor drempelwaarden, het verslag of de kostenbatenanalyse ter goedkeuring door de regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat indienen. In alle gevallen wordt een duidelijke verklaring voor het al dan niet overnemen van de standpunten van de belanghebbenden gegeven en wordt deze verklaring op tijdige wijze vóór of gelijktijdig met de publicatie van de voorstellen bekendgemaakt.” Niet-vertrouwelijk 5/21 4. Met betrekking tot de behandeling van afwijkingsaanvragen bepaalt artikel 7 van het koninklijk besluit van 29 november 2024 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit (hierna: “het technisch reglement”) het volgende (tegenhanger van artikel 21 van het opgeheven koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe2 dat nog werd toegepast in het kader van huidig dossier3): “Art. 7. […] In het kader van de beoordeling door de CREG van de afwijkingsaanvragen zoals bedoeld in artikel 60 van de Europese netcode RfG, artikel 50 van de Europese netcode DCC en artikel 80 van de Europese HVDC, verstuurt de CREG een kopie van elke afwijkingsaanvraag naar de Algemene Directie Energie binnen vijf werkdagen na de ontvangst ervan. De CREG maakt haar ook een kopie over van de eventuele bijkomende informatie die ze gevraagd of ontvangen zou hebben binnen vijf werkdagen na ontvangst van deze informatie. De Algemene Directie Energie kan een advies aan de CREG overmaken binnen drie maanden na ontvangst van de kopie van de afwijkingsaanvraag. Als de bijkomende informatie door de Algemene Directie Energie wordt ontvangen voor het verstrijken van de termijn van drie maanden, wordt de termijn om advies te verlenen aan de CREG verlengd met een maand. Als de bijkomende informatie door de Algemene Directie Energie wordt ontvangen na het verstrijken van de termijn van drie maanden, beschikt ze over een nieuwe termijn van een maand vanaf de ontvangst van deze informatie om haar advies over te maken. […]” 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 5. Op 17 mei 2018 diende Elia bij de bevoegde overheden de definitieve versie in van het voorstel tot vaststelling van de capaciteitsdrempelwaarden A-B-C-D. Tijdens de openbare raadpleging die daaraan voorafging, kondigde Elia haar voornemen aan om een algemeen afwijkingsverzoek in te dienen voor elektriciteitsproductie-eenheden van de vermogensklassen van het type A en B die aangesloten zijn op een spanning van 110 kV of hoger en die in principe met toepassing van artikel 5 van het de Europese netcode RfG van het type D zijn. 6. Om gevolg te geven aan dit voornemen stelde Elia in haar afwijkingsverzoek van 9 juli 2019 voor om nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt van 110 kV of hoger vrij te stellen van de eisen van 2 “De aanvragen tot afwijking zoals bedoeld in de Europese netwerkcodes en richtsnoeren worden conform aan deze ingediend bij de commissie ter goedkeuring, in overeenstemming met de vastgelegde procedures door dezelfde Europese netwerkcodes. Bovendien verstuurt de commissie een kopie van de afwijkingsaanvraag aan de Algemene Directie Energie binnen drie dagen na de ontvangst ervan. De commissie maakt haar ook een kopie over van de eventuele bijkomende informatie die ze gevraagd of ontvangen zou hebben binnen drie dagen na de ontvangst van deze informatie. De Algemene Directie Energie kan een advies aan de commissie overmaken binnen drie maanden na de ontvangst van de kopie van de afwijkingsaanvraag. Als deze informatie door de Algemene Directie Energie wordt ontvangen voor het verstrijken van de termijn van drie maanden, wordt deze termijn verlengd met een maand. Als deze informatie door de Algemene Directie Energie wordt ontvangen na het verstrijken van de termijn van drie maanden, beschikt ze over een nieuwe termijn van een maand vanaf de ontvangst van deze informatie om haar advies over te maken.” 3 Cf. paragraaf 5 van de beslissing tot schorsing van de CREG van 16 januari 2025 – zie voetnoot 2. Niet-vertrouwelijk 6/21 de Europese netcode RfG die niet gelden voor elektriciteitsproductie-eenheden van dezelfde vermogensklassen met een spanning op het aansluitingspunt lager dan 110 kV: - Voor nieuwe eenheden van het type D die op het net worden aangesloten op een spanningsniveau van 110 kV of hoger en met een vermogen kleiner dan 1 MW, wordt meer bepaald een algemene afwijking aangevraagd voor alle bepalingen van de Europese netcode RfG eigen aan eenheden types B, C en D. Dit stemt overeen met de bepalingen van de artikelen 5, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37 van de Europese netcode RfG, zodat alle eenheden met een vermogen kleiner dan 1 MW, ongeacht hun aansluitingsspanning, enkel hoeven te voldoen aan de eisen die van toepassing zijn op eenheden type A. - Voor nieuwe eenheden van het type D die op het net worden aangesloten op een spanningsniveau van 110 kV of hoger en met een vermogen vanaf 1 MW tot 25 MW (25 MW niet inbegrepen), wordt een algemene afwijking aangevraagd voor alle bepalingen van de Europese netcode RfG eigen aan eenheden types C en D. Dit stemt overeen met de bepalingen van de artikelen 5, 15, 16, 18, 19, 21, 22, 33, 34, 35, 36, 37 van de Europese netcode RfG, zodat alle eenheden met een vermogen tussen 1 MW en 25 MW enkel hoeven te voldoen aan de eisen die van toepassing zijn op eenheden type B. Dit afwijkingsverzoek omvatte ook de bepalingen die in het (toen van toepassing zijnde) technisch reglement zijn opgenomen in uitvoering van de voornoemde artikelen van de Europese netcode RfG. De afwijking werd aangevraagd voor een periode van 5 jaar, namelijk tot 9 juli 2024. Dit afwijkingsverzoek werd door de CREG goedgekeurd op 6 december 2019 in de CREG beslissing (B)2028. 7. Hierop volgend stelde Elia in haar afwijkingsverzoek van 21 oktober 2021 voor om ook bestaande elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt van 110 kV of hoger een afwijking toe te kennen, namelijk een afwijking van het principe van substantiële modernisering zoals beschreven in artikel 4.1.
- a)van de Europese netcode RfG. De voorgestelde duur van deze afwijking werd in lijn gebracht met deze van de bestaande afwijking, namelijk tot 9 juli 2024. Dit afwijkingsverzoek werd door de CREG goedgekeurd op 31 maart 2022 in de CREG beslissing (B)2358. 8. Op 9 juli 2024 heeft Elia een verzoek tot afwijking van bepaalde technische aansluitingseisen vervat in de Europese netcode RfG voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV, per brief bij de CREG ingediend. Het afwijkingsverzoek van 9 juli 2024 betreft zowel nieuwe als bestaande elektriciteitsproductie-eenheden. Het dient ter verlenging/vervanging van de tot die datum toegekende afwijkingen. 9. Op 23 december 2024 stuurde de CREG per email aan Elia de vraag voor bijkomende informatie met betrekking tot de reikwijdte van het op 9 juli 2024 ingediende afwijkingsverzoek. De reikwijdte van het op 9 juli 2024 ingediende afwijkingsverzoek bleek immers niet identiek aan de tot die datum toegekende afwijkingen. De in de CREG beslissing (B)2358 toegekende afwijking voor bestaande elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV behelsde een afwijking van artikel 4.1, a), van de Europese netcode RfG. Dit betekende dat deze groep van bestaande elektriciteitsproductieeenheden het proces van substantiële modernisering opgenomen in artikel 4.1,
- a)van de Europese netcode RfG niet hoefden te doorlopen. Het op 9 juli 2024 ingediende afwijkingsverzoek, daarentegen, voorziet geen afwijking van het principe van substantiële modernisering voor deze categorie van bestaande transmissiegekoppelde elektriciteitsproductie-eenheden, maar wel dat deze – bij een Niet-vertrouwelijk 7/21 modernisering – moeten gemoderniseerd worden volgens de criteria van eenheden type A, respectievelijk type B. 10. In haar antwoord per email van 6 januari 2025 bevestigt Elia bovenvermelde observatie, namelijk dat de reikwijdte van het op 9 juli 2024 ingediende afwijkingsverzoek:
- a)Voor wat betreft nieuwe eenheden, identiek is aan de bestaande afwijking goedgekeurd door de CREG in Beslissing (B)2028 van 6 december 2019;
- b)Voor wat betreft bestaande eenheden, gewijzigd is ten opzichte van de bestaande afwijking goedgekeurd door de CREG in Beslissing (B)2358 van 31 maart 2022. Elia verduidelijkt in haar email van 6 januari 2025 hierbij dat voor bestaande eenheden, wanneer deze een substantiële modernisering zouden ondergaan, de vereisten van de RfG voor type A, respectievelijk type B, uitsluitend van toepassing zouden zijn voor de nieuwe elementen en dus niet voor de volledige installatie. Elia vervolledigt dat dit een pragmatische aanpak van het principe van substantiële modernisering inhoudt in afwachting van de nieuwe netcode RfG. 11. Op 9 januari 2025 stuurt de CREG aan Elia een brief met de vraag om de hierboven genoemde aanpassing van de reikwijdte van het afwijkingsverzoek voor bestaande eenheden beter te onderbouwen of de reikwijdte van het afwijkingsverzoek te aligneren met de afwijking toegekend in de CREG beslissing (B)2358. De CREG heeft in haar brief aan dat ze – in afwachting van een antwoord van Elia – de termijn voor de beslissing éénmalig zal verlengen met een termijn van 3 maanden overeenkomstig artikel 63
(7)van de Europese netcode RfG. Op 24 januari 2025 bevestigt Elia per brief aan de CREG akkoord te gaan om het op 9 juli 2024 voorgestelde afwijkingsverzoek te herzien zodat er geen wijziging is in reikwijdte van de gevraagde afwijking voor bestaande eenheden. Elia geeft in de brief aan akkoord te gaan met het aligneren van het afwijkingsverzoek voor bestaande eenheden met het afwijkingsverzoek goedgekeurd door de CREG in haar beslissing (B)2358, in afwachting van de nieuwe netcode RfG. De brief van de CREG aan Elia op 9 januari 2025 en het antwoord van Elia aan de CREG op 24 januari 2025 zijn opgenomen in bijlage van deze beslissing (BIJLAGE 2).
- Rekening houdend met bovenstaande, betreft het voorwerp van deze beslissing dus een voorstel tot verlenging van de afwijkingen reeds toegekend voor nieuwe en bestaande elektriciteitsproductie-eenheden tot 9 juli 2024 in respectievelijk de CREG beslissing (B)2028 van 6 december 2019 en de CREG Beslissing (B)2358 van 31 maart 2022 (hierna: de gevraagde afwijking).
- Op 9 januari 2025 heeft de CREG met toepassing van artikel 7 van het technisch reglement een kopie van het afwijkingsverzoek aan de Algemene Directie Energie van de federale overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie (hierna: AD Energie) overgemaakt. De brief van Elia van 24 januari 2025 in antwoord op de brief van de CREG van 9 januari 2025 werd op 27 januari 2025 aan AD Energie overgemaakt. Op 25 februari 2025 heeft de AD Energie een advies4 met betrekking tot het afwijkingsverzoek uitgebracht en aan de CREG overgemaakt (BIJLAGE 3). 4 Advies over de aanvraag tot afwijkingen van de eisen toepasselijk voor elektriciteitsproductie-eenheden (PGM) met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV. Niet-vertrouwelijk 8/21
- Op 22 mei 2025 heeft de CREG de reacties op de door haar georganiseerde openbare raadpleging (zie sectie 2.2 van deze beslissing) aan de Algemene Directie Energie overgemaakt. Deze heeft vervolgens op 26 juni 2025 een advies over de inhoud van de afwijking uitgebracht (BIJLAGE 5). 2.
- RAADPLEGING
- In het kader van het afwijkingsverzoek voor nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden ingediend bij de CREG op 9 juli 2019 en goedgekeurd door de CREG op 6 december 2019 in haar beslissing (B)2028, organiseerde Elia van 23 april 2019 tot 22 mei 2019 een openbare raadpleging.
- Ook in het kader van het afwijkingsverzoek voor bestaande elektriciteitsproductie-eenheden ingediend bij de CREG op 28 oktober 2021 en goedgekeurd door de CREG op 31 maart 2022 in haar beslissing (B)2358, organiseerde Elia van 13 augustus tot 1 oktober 2021 een openbare raadpleging.
- In het kader van het afwijkingsverzoek ingediend bij de CREG op 9 juli 2024, echter, heeft Elia geen openbare raadpleging gehouden. In het afwijkingsverzoek motiveert Elia deze keuze om geen openbare raadpleging te organiseren als volgt: “Tijdens de 2 vorige raadplegingen (2019 en 2021) waren de reacties van de verschillende marktpartijen unaniem positief ten aanzien van de door Elia voorgestelde aanpak. Sommige partijen waren toen van mening dat het aangewezen zou zijn om een periode van 10 jaar voor de afwijking te overwegen om de onzekerheid die een nabije vervaldatum met zich brengt, weg te nemen. Daarnaast heeft Elia de inhoud van dit afwijkingsverzoek voorgesteld aan de marktpartijen tijdens de vergadering van de Working Group Belgian Grid op 27 juni 2024.”
- De CREG sluit zich aan bij de vaststelling van Elia dat tijdens de raadplegingen in 2019 en 2021 de reacties van de verschillende marktpartijen unaniem positief waren ten aanzien van de door Elia voorgestelde aanpak.
- De CREG kan hier evenwel niet uit besluiten dat een openbare raadpleging voor het op 9 juli 2024 ingediende afwijkingsverzoek niet meer noodzakelijk was. - Ten eerste voorziet artikel 10 van de Europese netcode RfG de expliciete verplichting voor de relevante systeembeheerders of de relevante TSB’s om de kosten-batenanalyses die gemaakt moeten worden in het kader van een afwijkingsverzoek overeenkomstig artikel 63, lid 2 van de Europese netcode RfG, openbaar te raadplegen gedurende minimaal één maand. - Ten tweede kan het standpunt van markpartijen wijzigen op basis van nieuwe inzichten of gewijzigde marktcondities. - Ten derde vormt een presentatie aan de marktpartijen tijdens een werkgroepvergadering van Elia geen alternatief voor een openbare raadpleging. - Ten vierde was de reikwijdte van het afwijkingsverzoek ingediend op 9 juli 2024 niet identiek aan de tot 9 juli 2024 toegekende afwijkingen: De in de CREG beslissing (B)2358 toegekende afwijking behelsde een afwijking op het principe van substantiële modernisering, wat betekent dat bestaande elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV het proces van substantiële modernisering opgenomen in artikel 4.1, a) van de Europese netcode RfG niet hoefden te doorlopen. Het afwijkingsverzoek ingediend op 9 juli 2024 voorzag geen afwijking van het principe van substantiële modernisering voor deze categorie van bestaande transmissiegekoppelde elektriciteitsproductie-eenheden, maar wel dat deze – bij een Niet-vertrouwelijk 9/21 modernisering – moeten gemoderniseerd worden volgens de criteria van type A, respectievelijk type B (zie ook paragraaf 9 van deze beslissing).
- Ook AD Energie stelt in haar advies van 25 februari 2025 vast dat Elia nagelaten heeft een openbare raadpleging te verrichten zoals voorzien in artikel 10
(1)van de Europese netcode RfG. AD Energie onthoudt zich om deze reden van een advies ten gronde over het afwijkingsverzoek van Elia en roept op om de belanghebbenden alsnog correct te betrekken in het afwijkingsverzoek (BIJLAGE 3).
- Het directiecomité van de CREG besliste daarom reeds, op grond van artikel 23, § 1, van zijn huishoudelijk reglement, om met toepassing van artikel 33, §1, en bij afwezigheid van een effectieve openbare raadpleging door Elia bedoeld in artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement, zelf een openbare raadpleging te organiseren en zo de belanghebbenden alsnog te betrekken (zie paragraaf 9 van haar schorsingsbeslissing van 16 januari 2025 – voetnoot 2 van deze beslissing).
- De CREG benadrukt dat dit als een uitzonderlijke situatie dient beschouwd te worden en wijst erop dat Elia in de toekomst elk afwijkingsvoorstel zelf dient te raadplegen, conform haar wettelijke verplichtingen. Enkel op die manier kan AD Energie een advies ten gronde geven en kan de CREG met dit advies rekening houden bij de beoordeling van het afwijkingsverzoek.
- De openbare raadpleging vond plaats van 3 april 2025 tot 8 mei 2025 over de ontwerpbeslissing (B)2921 van de CREG van 3 april 2025 betreffende het verzoek, ingediend door Elia Transmission Belgium NV op 9 juli 2024, zoals aangepast op 24 januari 2025, tot afwijking van de verplichting voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV om te voldoen aan bepaalde eisen van de Europese netcode RfG
- De CREG heeft twee reacties ontvangen, van Febeliec en van FEBEG. Deze twee reacties worden samengevat en behandeld in sectie 3 en worden weergegeven in bijlage. Beide reacties steunen in het algemeen de ontwerpbeslissing van de CREG.
- Op 22 mei 2025 heeft de CREG de reacties op de openbare raadpleging voorgelegd aan de Algemene Directie Energie, die op basis daarvan op 26 juni 2025 een advies heeft uitgebracht (BIJLAGE 5). 5 https://www.creg.be/nl/openbare-raadplegingen/prd2921 Niet-vertrouwelijk 10/21
- REACTIES OP DE RAADPLEGING
- De twee reacties die zijn ontvangen in het kader van de raadpleging over de ontwerpbeslissing (B)2921 van de CREG, worden in deze sectie samengevat en behandeld. De CREG bedankt de deelnemers aan de raadpleging voor hun reacties.
- Febeliec betreurt het dat er geen afwijking wordt toegestaan voor eenheden van 25 tot 75 MW (van type C indien ze zijn aangesloten op een spanning van minder dan 110 kV). De CREG volgt het argument dat het aantal eenheden met een vermogen tussen 25 en 75 MW die zijn aangesloten op een spanning van meer dan 110 kV groter is, en dat deze eenheden een grotere impact kunnen hebben op de veiligheid van het net. Deze eenheden kunnen ook worden gebruikt voor spanningsregeling en stabilisatie van het systeem. De CREG is ook van mening dat het verzoek om afwijking in het verlengde ligt van eerder toegekende afwijkingen. Ten slotte benadrukt de CREG dat voor dit type eenheden individuele afwijkingen kunnen worden toegekend als er sprake is van hoge financiële kosten.
- Febeliec verwijst ook naar de door ACER voorgestelde wijzigingen van de netcode RfG, waardoor bepaalde eenheden die momenteel van het type D zijn, in de klassen A, B en C zouden kunnen blijven, waardoor er geen frequente afwijkingsaanvragen meer nodig zouden zijn. Febeliec geeft aan dat dit een ingrijpende verandering zou zijn.
- Febeliec betreurt het dat de afwijking van Elia slechts voor een periode van vijf jaar wordt aangevraagd, terwijl de impact van eenheden met een vermogen van minder dan 1 MW en tussen 1 en 25 MW zowel in termen van volume als aantal gering is. De CREG is echter van mening dat een termijn van vijf jaar redelijk is en het mogelijk maakt om de impact van de afwijking op het elektriciteitssysteem opnieuw te evalueren, terwijl deze termijn lang genoeg is om de betrokken partijen rechtszekerheid te bieden. De CREG herinnert er ook aan dat de wijzigingen van de Europese netcode RfG uiterlijk in 2027 in werking moeten treden, en dat het door ACER ingediende wijzigingsvoorstel bepalingen bevat die vergelijkbaar zijn met deze beslissing.
- Febeliec bevestigt de kosten-batenanalyse van Elia, volgens welke de kosten voor de netgebruikers niet nihil zouden zijn, terwijl de voordelen voor het systeem zeer beperkt zouden zijn. FEBEG geeft aan ook een kosten-batenanalyse te hebben uitgevoerd en tot de conclusie te zijn gekomen dat handhaving van de afwijking de beste optie is. FEBEG onderschrijft de analyse dat de impact van de betrokken installaties op de stabiliteit en veiligheid van het net te gering is om de kosten te rechtvaardigen. De CREG merkt op dat deze bevindingen overeenkomen met diegene die door de netbeheerder in de afwijkingsaanvraag zijn meegedeeld, en deelt deze analyses.
- FEBEG steunt het behoud van de afwijking van het beginsel van substantiële wijziging voor eenheden van minder dan 25 MW, om een gelijke behandeling te behouden tussen eenheden die zijn aangesloten op het Elia-net en eenheden die zijn aangesloten op het distributienet. Febeliec steunt ook de oorspronkelijke afwijking, waarbij het principe van substantiële wijziging niet van toepassing is op eenheden van minder dan 25 MW en beperkt blijft tot eenheden van het type C en D. Febeliec vraagt bovendien dat dezelfde logica wordt toegepast op eenheden met een vermogen tussen 25 en 75 MW. De CREG geeft aan dat de toepassing van deze afwijking uitsluitend op eenheden van minder dan 25 MW in het verlengde ligt van haar beslissing (B)2358 van 31 maart 2022 en gebaseerd is op het grotere aantal van deze eenheden en hun grotere impact op de veiligheid van het net en de grensoverschrijdende handel. Niet-vertrouwelijk 11/21
- BEOORDELING 4.
- DE GEVRAAGDE AFWIJKING
- Het afwijkingsverzoek van Elia bevat onder meer volgende elementen: - een beschrijving van de elektriciteitsproductie-eenheden waarvoor een afwijking wordt aangevraagd; - de bepalingen van de Europese netcode RfG waarvoor een afwijking wordt aangevraagd; - een onderbouwing van het afwijkingsverzoek; - een kosten-batenanalyse, en - een conclusie.
- De gevraagde afwijking heeft betrekking op: - alle toekomstige productie-eenheden van type D met een vermogen lager dan 25 MW die op het net worden aangesloten op een spanning hoger dan of gelijk aan 110 kV gedurende de periode waarvoor de afwijking geldt. - bestaande productie-eenheden met een vermogen lager dan 25 MW die op het net zijn aangesloten op een spanning hoger dan of gelijk aan 110 kV in geval van substantiële modernisering tijdens de periode waarvoor de afwijking geldt.
- De eisen van de netwerkcode RfG waarvoor een afwijking wordt aangevraagd zijn: a) Op basis van het afwijkingsverzoek ingediend op 9 juli 2024: - Voor nieuwe eenheden van type D, aangesloten op het net met een spanning groter dan of gelijk aan 110 kV en met een vermogen van minder dan 1 MW, wordt een algemene afwijking gevraagd voor alle eisen die specifiek zijn voor eenheden van type B, C en D. Dit komt overeen met de eisen van de artikelen 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37 van de Code, zodat alle eenheden met een vermogen van minder dan 1 MW, ongeacht het spanningsniveau waarop ze zijn aangesloten, alleen voldoen aan de eisen voor eenheden van type A. Het verzoek tot afwijking omvat ook de bovengenoemde eisen die zijn omgezet in nationale wetgeving door middel van het technisch reglement in de zin van artikel 11 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Voor nieuwe eenheden van type D, aangesloten op het net met een spanning hoger dan of gelijk aan 110 kV en met een vermogen tussen 1 MW en 25 MW, wordt een algemene afwijking gevraagd voor alle eisen die specifiek zijn voor eenheden van type C en D. Dit komt overeen met de eisen van de artikelen 15, 16, 18, 19, 21, 22, 33, 34, 35, 36 en 37 van de Code, zodat alle eenheden met een vermogen tussen 1 MW en 25 MW alleen voldoen aan de eisen voor de eenheden van type B. Het verzoek tot afwijking omvat ook de bovengenoemde eisen die zijn omgezet in nationale wetgeving door middel van het technisch reglement in de zin van artikel 11 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. Niet-vertrouwelijk 12/21 b) Op basis van de brief van Elia van 24 januari 2025: - Voor bestaande eenheden van type D, aangesloten op het net met een spanning hoger dan of gelijk aan 110 kV en met een vermogen lager dan 25 MW, wordt een afwijking van het principe van substantiële modernisering zoals beschreven in artikel 4.1.a) van de Europese netcode RfG aangevraagd.
- De afwijking wordt aangevraagd voor de periode tot de implementatie van de nieuwe RfGvereisten, en in ieder geval voor maximaal 5 jaar.
- In haar afwijkingsverzoek van 9 juli 2024 geeft Elia aan dat de gevraagde afwijking in overeenstemming is met de mogelijkheden opgenomen in de voorstellen geformuleerd in het kader van de geplande herziening van de Europese netcode RfG, met name: - Het voorstel opgenomen in de rapporten fase 1 en fase 2 van de Europese expertengroep “Mixed customer sites with generation, demand and storage, and definition of system users", 2020 - Het verzoek tot amendering van de Netcode door ENTSO-e, 2022 - Het voorstel tot amendering van de Netcode door ACER, december 2023
- In haar afwijkingsverzoek citeert Elia hierbij de motivering van ACER voor een herziening van de categorisering van PGMs (eigen nadruk): «
(9)The significance of PGMs is based on their size and effect on the overall system. According to Article 5 of the RfG Regulation, PGMs are categorised as type A, B, C or D depending on both the installed capacity and the voltage level at the connection point. Paragraph 2 of the same article specifies a voltage-related criterion and sets out limits for capacity thresholds that are defined at national level. However, the correlation between maximum capacity and voltage level at the connection point can be affected by various factors, including geographical location or the PGM’s operation within a larger site. Thus, with the proposed amendment, the cumulative character of the capacity and voltage criteria (in their present form) which can lead to some disproportionate technical requirements for smaller PGMs compared to their actual impact on the system is remedied by introducing a capacity threshold below which only the maximum capacity of the PGM is considered to determine the significance. »
- In voetnoot 6 van haar afwijkingsverzoek wijst Elia er evenwel op dat bij onderhavige afwijking het type productie-eenheid niet wordt gewijzigd. Conform de huidige Europese netcode RfG blijven de elektriciteitsproductie-eenheden aangesloten op het net met een spanning hoger dan of gelijk aan 110 kV en met een vermogen tussen 1 MW en 25 MW eenheden type D. Alleen worden de eisen van de netcode voor een type D vervangen door eisen voor een type A of B. In het voorstel van amendering van de Europese netcode RfG door ACER van december 2023 zou dus een stap verder gegaan worden, en zouden deze eenheden als type A of B worden geclassificeerd.
- Elia verwacht dat de grootteorde van eenheden waarop de gevraagde afwijking betrekking heeft, dezelfde zal zijn als de afgelopen jaren: - Tussen 20 juli 2018 en 18 juni 2024 steeg het aantal elektriciteitsproductie-eenheden met een vermogen van minder dan 1 MW in België van 1182 MW (6137 eenheden) naar 2243 MW (12492 eenheden), waarvan slechts 16 MW (33 eenheden) op een spanningsniveau van meer dan 110 kV of 1.5% van de nieuwe eenheden met een vermogen van minder dan 1 MW. - Voor de elektriciteitsproductie-eenheden met een vermogen tussen 1 MW en 25 MW betrof het zelfs een lager aandeel, namelijk 7 MW (4 eenheden) op een totale toename van 6328 MW (1468 eenheden) naar 9191 MW (1951 eenheden). Niet-vertrouwelijk 13/21 De CREG merkt dus op dat de opgetekende evolutie in transmissiegekoppelde elektriciteitsproductiecapaciteit in de genoemde vermogenklasses, uitgedrukt in MW, lager uitgevallen is dan wat Elia in haar afwijkingsverzoek van 2019 verwacht had. Elia had immers“ slechts een beperkte toename van zowel het aantal betrokken modules (+7) als het vermogen (+56 MW)” verwacht. 4.
- ONDERBOUWING
- Overeenkomstig de “Criteria voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de netcodes RfG, DCC en/of HVDC” die door de CREG en de drie gewestelijke regulatoren (VREG, CWaPE en BRUGEL) zijn opgesteld en bekend gemaakt op hun websites, heeft Elia in punt 3.5 van haar afwijkingsverzoek een onderbouwing van de gevraagde afwijking gegeven voor volgende punten: - de aard van het probleem; - de omvang van het probleem; - de concrete oorzaken van de problemen; - de uitgangshypothesen en risico’s; - de gevraagde afwijking heeft geen onaanvaardbare negatieve gevolgen op: - • andere netgebruikers, • de netveiligheid, • de marktwerking, • de bevoorradingszekerheid, • de grensoverschrijdende handel, • het milieu of de gezondheid, de gevraagde afwijking: • levert geen concurrentievoordelen voor de producent of eigenaar van de installaties; • gaat niet verder dan strikt noodzakelijk is; • kan redelijkerwijze niet voor een kortere duur dan de gevraagde duur worden toegestaan.
- De CREG stelt vast dat het afwijkingsverzoek al de “Criteria voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de netcodes RfG, DCC en/of HVDC” voor wat betreft de onderbouwing van de aanvraag in voldoende mate behandelt.
- Wat betreft de duur van de gevraagde afwijking is de CREG van mening dat deze als redelijk kan aanzien worden. De verwachting is dat de nieuwe Europese netcode RfG uiterlijk in 2027 van kracht zal zijn (uiterste termijn voorgesteld door ACER), dus vóór het verlopen van de termijn van maximaal vijf jaar.
- Rekening houdend met de scope en de duur van de gevraagde afwijking kan de CREG zich eveneens aansluiten bij de analyse van Elia die voor de gevraagde afwijking geen significante risico’s en negatieve gevolgen heeft geïdentificeerd. Niet-vertrouwelijk 14/21 4.
- KOSTEN-BATENANALYSE
- Met toepassing van artikel 63
(2)van de Europese netcode RfG dient het afwijkingsverzoek een kosten-batenanalyse overeenkomstig de eisen van artikel 39 van dezelfde netcode te bevatten. Deze kosten-batenanalyse dient tevens te zijn opgesteld rekening houdend met de “Criteria voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de netcodes RfG, DCC en/of HVDC” bedoeld in deel 3.
- 4.3.
- Kosten-batenanalyse voor de gevraagde afwijking voor nieuwe eenheden
- Elia heeft in punt 3.5 van haar afwijkingsverzoek een kosten-batenanalyse gemaakt waarin de maatschappelijke impact van de verzochte afwijking op globale wijze wordt geanalyseerd. In de door Elia uitgevoerde kosten-batenanalyse worden de verwachte baten van de toepassing van voorwaarden van het type D op eenheden met een vermogen lager dan 25 MW die aangesloten zijn op een spanning van 110 kV of hoger, als irrelevant of niet noodzakelijk beschouwd voor de behoeften van het transmissienet of de samenleving in het algemeen. In wezen volgt hieruit dat Elia de baten vrijwel op nul kwantificeert. Elia toont dit aan door de impact te evalueren van de verschillende bepalingen waarvan de beoogde eenheden vrijgesteld zouden worden. De verwachte kosten ten gevolge van het toepassen van de voorwaarden van het type D op eenheden met een vermogen lager dan 25 MW die aangesloten zijn op een spanning van 110 kV of hoger, worden door Elia slechts gedeeltelijk geraamd (enkel communicatie en monitoringskosten). Het kostensupplement voor de productie-eenheden zelf wordt niet geraamd. Een raming van deze kosten zou door de producenten moeten worden aangeleverd. Deze hebben in hun reactie op de raadpleging in 2019 echter laten weten dat ze niet in staat zijn om de door Elia gevraagde kosten (kosten van een AVR ‘automatic voltage regulator’ en PSS ‘power system stabiliser’) te kwantificeren.
- Wat betreft de kosten-batenanalyse, is de CREG van mening dat de analyse van de AD Energie in haar advies van 15 oktober 20196 nog steeds van toepassing is: 1) de kosten-batenanalyse is vrij rudimentair uitgevoerd maar in basis voldaan, en, 2) de kwantificatie van de kosten is heel beperkt weergegeven, maar het wordt aangetoond dat het voldoen aan de type D-eisen vooral veel kosten met zich zou meebrengen voor de elektriciteitsproductie-eenheden terwijl de baten voor het net heel beperkt tot onbestaande zijn. In haar advies van 15 oktober 2019 bracht de AD Energie een gunstig advies uit maar beval desalniettemin aan om een meer uitvoerige kwantificatie van de kosten bij de kosten-batenanalyse op te vragen bij de transmissienetbeheerder. De CREG is in het kader van haar beslissing (B)2028 niet ingegaan op deze aanbeveling omdat het opvragen van deze informatie door de CREG het goedkeuringsproces tot vijf maanden zou vertragen (artikel 63
(7)van de Europese netcode RfG), terwijl alle betrokken partijen, ook de AD Energie, gunstig stonden tegenover de gevraagde afwijking en de kosten-batenanalyse, ook al was ze onvolledig wat de kwantificatie van de kosten betreft, omdat deze toch al duidelijk aangeeft dat er meer kosten zijn dan baten mocht de afwijking niet worden toegestaan. De CREG heeft evenwel aan de aanbeveling van AD Energie gevolg gegeven via haar beslissing (B)658E/79 van 14 juli 2022 tot het vaststellen van discretionaire incentives voor Elia voor
- De 6 Advies over de aanvraag tot afwijkingen van de eisen toepasselijk voor elektriciteitsproductie-eenheden (PGM) met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV. Niet-vertrouwelijk 15/21 CREG heeft Elia gevraagd om een kosten-batenanalyse uit te voeren met betrekking tot de RfGvereisten van toepassing op nieuwe en bestaande elektriciteitsproductie-eenheden met een vermogen tussen 1 MW en 25 MW. Deze kosten-batenanalyse werd uitgevoerd door Elia in 2023, het finaal rapport na openbare raadpleging zijnde beschikbaar op de Elia-website
- Het resultaat van de door Elia uitgevoerde studie bleef evenwel relatief kwalitatief van aard. Bovendien werden de high-level conclusies bij de openbare raadpleging van het eindrapport door marktpartijen in vraag gesteld. De opmerkingen van marktpartijen waren in lijn met de opmerkingen van marktpartijen in het kader van de door Elia in 2019 en 2022 voorgestelde afwijkingen van de netcode RfG, namelijk dat het opleggen van strenge type-D vereisten voor kleinere elektriciteitsproductie-eenheden tot onaanvaardbare hoge kosten voor producenten zou kunnen leiden. Dezelfde opmerking werd gegeven met betrekking tot het veralgemenen van het concept van substantiële modernisering naar bestaande eenheden type B. Tenslotte werd door marktpartijen gesteld dat een veralgemeende kwantitatieve kosten-batenanalyse noch haalbaar noch pertinent lijkt gezien de grote verscheidenheid in elektriciteitsproductie-technologieën en de bijhorende technische complexiteit. In haar advies van 26 juni 2025 (bijlage 5) stelt de AD Energie vast dat de kosten-batenverhouding van dit verzoek om afwijking als positief kan worden beschouwd, ondanks het ontbreken van een degelijke kwantificering. De AD Energie merkt op dat de afwijkingsaanvraag verenigbaar is met het voorstel van ACER om de netcode RfG te wijzigen. De AD Energie benadrukt ook het uitzonderlijke karakter van de organisatie van de openbare raadpleging door de CREG en maant de netbeheerder aan om zich in de toekomst aan de voorziene procedures te houden. De AD Energie heeft uiteindelijk een positief advies kunnen uitbrengen over dit verzoek om afwijking en heeft zich aangesloten bij de conclusies van ontwerpbeslissing (B)2921 van de CREG (zie paragraaf 23 van deze beslissing). Op basis van de in het verleden en recentelijk in 2025 gevoerde raadplegingen van de marktdeelnemers en de AD Energie, constateert de CREG dat op Belgisch niveau noch Elia, noch de marktdeelnemers de toepassing vragen van type D-vereisten voor nieuwe of bestaande elektriciteitsproductie-eenheden die zijn aangesloten op een spanningsniveau van 110 kV of meer en met een vermogen lager dan 25 MW. De CREG ziet daarom geen bezwaar tegen de verlenging van de afwijking voor de nieuwe eenheden toegekend door de CREG op 6 december 2019 in beslissing (B)2028, dat deze niet aan type D-vereisten dienen te voldoen. Op basis van het overzicht geschetst door Elia in haar afwijkingsverzoek stelt de CREG bovendien vast dat ook op Europees niveau een draagvlak voor het toekennen of zelfs veralgemenen van deze afwijkingen bestaat. De op Belgisch niveau toegekende afwijkingen vallen immers binnen de mogelijkheden van het voorstel voor het vaststellen van de categorieën type A, B, C en D opgesteld door de RfG-expertengroep op Europees niveau, bekrachtigd door Entso-E en na publieke raadpleging opgenomen in het ACER voorstel tot wijziging van de Europese netcode RfG
- Ten slotte merkt de CREG op dat het toestaan van deze afwijking ook drempelverlagend werkt voor het investeren in kleine eenheden die op het transmissienet worden aangesloten. 7 https://www.elia.be/en/public-consultation/20231106_cost-benefit-analysis-for-1-25-mw-generator-requirementswithin-creg-incentive 8 ACER Recommendation 03-2023, Annex 1 “Amended RfG Regulation” en Annex 4 “Reasoning to proposed amendments to the RfG Regulation” Niet-vertrouwelijk 16/21 4.3.
- Kosten-batenanalyse voor de gevraagde afwijking voor bestaande eenheden
- Elia geeft in haar brief van 24 januari 2025 aan akkoord te gaan met een (verlenging van de) afwijking van het principe van substantiële modernisering voor bestaande eenheden type D met een vermogen lager dan 25 MW en dit tot de inwerkingtreding van de Europese netcode RfG 2.0 of tot maximum 5 jaar. Het betreft dus een verlenging van de in de CREG beslissing (B)2358 toegekende afwijking. Het is ook deze afwijking die is opgenomen in de beslissing (B)2958 van 16 januari 2025 over het schorsingsverzoek van Elia in afwachting van een beslissing ten gronde.
- Op basis van de informatie die de CREG ter beschikking heeft, zijn de argumenten waarop de CREG zich in haar beslissing (B)2358 van 31 maart 2022 baseerde voor het toekennen van de afwijking van het principe van substantiële modernisering voor bestaande eenheden type D met een vermogen lager dan 25 MW nog steeds geldig. De afwijking laat een gelijke behandeling toe van elektriciteitsproductie-eenheden met een vermogen lager dan 25 MW - onafhankelijk van het spanningsniveau op het aansluitingspunt - en zou slechts een beperkte impact hebben op niveau van systeemveiligheid. Elia heeft de CREG geen kosten-batenanalyse bezorgd die aanleiding zou kunnen geven tot een andere conclusie. De CREG gaat daarom akkoord met een verlenging van de huidige afwijking tot de inwerkingtreding van de Europese netcode RfG 2.0 of tot maximum 5 jaar. Niet-vertrouwelijk 17/21
- CONCLUSIE
- Gelet op het afwijkingsverzoek ingediend door Elia op 9 juli 2024, zoals aangepast per brief van 24 januari 2025, Overwegende de adviezen van de AD Energie van 25 februari en 6 juni 2025, Overwegende de reacties die op 8 mei 2025 van Febeliec en FEBEG zijn ontvangen in het kader van de openbare raadpleging over de ontwerpbeslising (B)2921 van de CREG van 3 april 2025, Overwegende wat hoger uiteengezet wordt, met inbegrip van het vermelde in deel 2.2 Raadpleging van deze beslissing, Overwegende in het bijzonder dat voor de gevraagde afwijking geen significante risico’s en negatieve gevolgen werden geïdentificeerd, met inbegrip van negatieve effecten op de grensoverschrijdende handel, Overwegende dat de kosten-batenanalyse, hoewel vrij rudimentair uitgevoerd, voldoende aantoont dat het voldoen aan de eisen vooral veel kosten met zich zou meebrengen voor de elektriciteitsproductie-eenheden en de baten voor het net heel beperkt tot onbestaande zijn, Beslist de CREG met toepassing van artikel 60
(1)en artikel 63
(6)en
(8)van de Europese netcode RfG dat: - Voor alle nieuwe eenheden van type D, met een vermogen van minder dan 1 MW en met een spanning op het aansluitingspunt van 110 kV of hoger, een algemene afwijking wordt toegekend voor alle eisen die specifiek zijn voor eenheden van type B, C en D indien ze op het transmissienet aangesloten worden in de periode die aanvangt op de dag van indiening van het afwijkingsverzoek door Elia, zijnde 9 juli 2024 en eindigt bij de implementatie van de verwachte nieuwe Europese netcode RfG en voor maximaal 5 jaar. Dit komt overeen met de eisen van de artikelen 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37 van de Europese netcode RfG, zodat alle eenheden met een vermogen van minder dan 1 MW, ongeacht het spanningsniveau waarop ze zijn aangesloten, alleen voldoen aan de eisen voor eenheden van type A. Deze afwijking omvat ook de bovengenoemde eisen die zijn goedgekeurd en gepubliceerd in nationale wetgeving door middel van het technisch reglement bedoeld in artikel 11, §1, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Voor alle nieuwe eenheden van type D, met een vermogen tussen 1 MW en 25 MW en met een spanning op het aansluitingspunt van 110 kV of hoger, wordt een algemene afwijking toegekend voor alle eisen die specifiek zijn voor eenheden van type C en D indien ze op het transmissienet aangesloten worden in de periode die aanvangt op de dag van indiening van het afwijkingsverzoek door Elia, zijnde 9 juli 2024 en eindigt bij de implementatie van de verwachte nieuwe Europese netcode RfG en voor maximaal 5 jaar. Dit komt overeen met de eisen van de artikelen 15, 16, 18, 19, 21, 22, 33, 34, 35, 36 en 37 van de Europese netcode RfG, zodat alle eenheden met een vermogen tussen 1 MW en 25 MW alleen voldoen aan de eisen voor de eenheden van type B. Deze afwijking omvat ook de bovengenoemde eisen die zijn goedgekeurd en gepubliceerd in nationale wetgeving door middel van het technisch reglement bedoeld in artikel 11, §1, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Voor alle bestaande productie-eenheden met een vermogen van minder dan 25 MW die op het transmissienet zijn aangesloten op een spanning hoger dan of gelijk aan 110 kV, wordt een afwijking toegekend van het principe van substantiële modernisering zoals beschreven in Niet-vertrouwelijk 18/21 artikel 4.1.a) van de Europese netcode RfG voor de periode die aanvangt op de dag van indiening van het afwijkingsverzoek door Elia, zijnde 9 juli 2024, en eindigt bij de implementatie van de nieuwe Europese netcode RfG en voor maximaal 5 jaar. De nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden waarvoor deze afwijking wordt toegestaan, dienen niet alleen te voldoen aan de bepalingen van de Europese netcode RfG voor type A/type B zoals hiervoor aangegeven maar ook aan hun nationale uitvoering met toepassing van artikel 7 van de Europese netcode RfG alsof ze op een spanningsniveau lager dan 110 kV zouden zijn aangesloten op het transmissienet. De CREG vraagt Elia om deze toegestane afwijking minstens één jaar voor het verstrijken ervan, opnieuw te analyseren en hierover in dialoog te gaan met de netgebruikers. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijk Ilse TANT Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 19/21 BIJLAGE 1 Verzoek van Elia tot afwijking van de verplichting voor elektriciteitsproductieeenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV om aan bepaalde eisen van de Europese netcode RfG te voldoen, ingediend op 9 juli 2024 (gedeeltelijk vervangen door de brief van Elia van 24 januari 2025) BIJLAGE 2 - Brief van de CREG aan Elia van 9 januari 2025 betreffende “Verzoek van Elia tot afwijking van de verplichting voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV om aan bepaalde eisen van de Europese netcode RfG te voldoen” - Antwoord van Elia aan de CREG van 24 januari 2025 BIJLAGE 3 Advies van de Algemene Directie Energie over de aanvraag tot afwijkingen van de eisen toepasselijk voor elektriciteitsproductie-eenheden (PGM) met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV, ontvangen op 25 februari 2025. BIJLAGE 4 Reacties op de openbare raadpleging Niet-vertrouwelijk 20/21 BIJLAGE 5 Advies van de AD Energie over de aanvraag tot afwijkingen van de eisen toepasselijk voor elektriciteitsproductie-eenheden (PGM) met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV, ontvangen op 26 juni 2025. Niet-vertrouwelijk 21/21