(B)2956 16 januari 2025 Beslissing over de vraag van de NV Elia Transmission Belgium tot schorsing van enkele verplichtingen van de Europese netcode RfG voor nieuwe en bestaande elektriciteitsproductie-eenheden van het type D met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV in afwachting van de beslissing ten gronde van de CREG over het op 9 juli 2024 ingediende afwijkingsverzoek Artikel 61
(3)van de verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 www.creg.be INHOUDSOPGAVE INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 2. RAADPLEGING ................................................................................................................................. 5 3. BEOORDELING ................................................................................................................................. 7 4. CONCLUSIE ...................................................................................................................................... 9 BIJLAGE .................................................................................................................................................. 10 Niet-vertrouwelijk 2/10 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 61, §3 van de verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net (hierna: de Europese netcode RfG), het verzoek van de NV Elia Transmission Belgium tot schorsing van de toepassing van artikel 4.1, a), van de Europese netcode RfG (het principe van substantiële modernisering) op nieuwe en bestaande elektriciteitsproductie-eenheden van het type D met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV, waarvoor eveneens een afwijkingsverzoek bij de CREG werd ingediend op 19 juli 2024 overeenkomstig artikel 63 van de Europese netcode RfG en dit vanaf de dag dat dit afwijkingsverzoek werd ingediend tot het moment waarop de CREG haar beslissing daarover heeft genomen. De NV Elia Transmission Belgium (hierna: Elia) heeft immers per e-mail met ontvangstbewijs op 9 juli 2024 een algemeen afwijkingsverzoek ingediend bij de CREG dat betrekking heeft op bepaalde vereisten, van de Europese netcode RfG voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type D met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV die als nieuw of bestaand worden beschouwd zoals gedefinieerd in artikel 4.2 van de Europese netcode RfG en artikel 35, §§ 7, eerste lid, en 8 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna “het federaal technisch reglement”). Elia preciseert daaromtrent het volgende in haar brief van 9 juli 2024 : “In de RfG en, door omzetting, het Federaal Technisch Reglement [1] is vastgelegd dat alle elektriciteitsproductie-eenheden met een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV moeten voldoen aan de vereisten die gelden voor productie-eenheden van het type 'D'. De algemene afwijkingsaanvraag heeft tot doel om de vereisten af te zwakken voor: • alle toekomstige elektriciteitsproductie-eenheden van type D met een vermogen lager dan 25 MW die zijn aangesloten op het net met een spanning hoger dan of gelijk aan 110 kV; • alle bestaande elektriciteitsproductie-eenheden met een vermogen lager dan 25 MW die zijn aangesloten op het net met een spanning hoger dan of gelijk aan 110 kV in het geval van een substantiële modernisering. Deze vereisten zouden voor de bovenvermelde eenheden worden afgezwakt tot de vereisten voor de eenheden van type A wanneer hun vermogen beperkt is tot 1 MW en tot de vereisten voor de eenheden van type B wanneer hun vermogen tussen 1 en 25 MW ligt. De gevraagde afwijking impliceert dus dat er moet worden voldaan aan de vereisten die worden opgelegd voor eenheden van type A of B, afhankelijk van het aan te sluiten vermogensniveau en dit onafhankelijk van het spanningsniveau op het aansluitingspunt. Er dient te worden opgemerkt dat het afwijkingsverzoek voor de bestaande eenheden enkel betrekking heeft op de toepasselijke vereisten en niet langer op het principe van substantiële modernisering, zoals beschreven in artikel 4.1,
- a)van de RfG en waarvoor een afwijking kan gelden bij beslissing van de CREG (B)2358 in 2022. Dit om in lijn te zijn met de toekomstige versie van de Europese netwerkcode RfG. Dit voorstel van afwijkingsverzoek werd op 24 mei en 28 juni jl. met uw diensten besproken en op 27 juni 2024 tijdens de Werkgroep Belgian Grid aan de marktspelers voorgesteld. De afwijking wordt hier gevraagd bij het eerste verstrijken van één van de volgende twee termijnen: enerzijds de implementatie van de nieuwe versie van de RfG of binnen een periode van 5 jaar vanaf de datum van indiening van deze aanvraag.” Niet-vertrouwelijk 3/10 Het directiecomité van de CREG heeft onderhavige beslissing genomen tijdens zijn vergadering van 16 januari 2025. 1. 1. WETTELIJK KADER Artikel 61 van de Europese netwerkcode RfG bepaalt dat: “1. Elke regulerende instantie specificeert, na raadpleging van de relevante systeembeheerders en eigenaren van elektriciteitsproductie-installaties en andere belanghebbenden op wie deze verordening invloed kan hebben, de criteria voor het toestaan van afwijkingen overeenkomstig de artikelen 62 en 63. Zij publiceert deze criteria op haar website en brengt deze uiterlijk negen maanden na de inwerkingtreding van deze verordening ter kennis van de Commissie. De Commissie kan een regulerende instantie verzoeken om criteria te wijzigen wanneer zij van oordeel is dat deze niet in overeenstemming zijn met deze verordening. Deze mogelijkheid om de criteria voor het toestaan van afwijkingen te evalueren en te wijzigen laat reeds toegestane afwijkingen onverlet; deze blijven geldig tot de geplande vervaldatum zoals vastgelegd in het besluit waarbij de afwijking wordt toegestaan. 2. Wanneer de regulerende instantie van mening is dat dit ten gevolge van gewijzigde omstandigheden met betrekking tot de ontwikkeling van de systeemeisen noodzakelijk is, kan zij de criteria voor het toestaan van afwijkingen hoogstens om het jaar herzien en aanpassen overeenkomstig lid 1. Deze wijzigingen van de criteria gelden niet voor reeds ingediende afwijkingsverzoeken. 3. De regulerende instantie kan besluiten dat elektriciteitsproductie-eenheden waarvoor overeenkomstig de artikelen 62 of 63 een afwijkingsverzoek is ingediend, niet hoeven te voldoen aan de eisen van deze verordening waarvoor om een afwijking is verzocht vanaf de dag dat het verzoek is ingediend tot het moment waarop de regulerende instantie haar besluit heeft genomen.” 2. In toepassing van artikel 61, § 3 kan de CREG dus, op basis van een in overeenstemming met artikel 62 of 63 van de Europese netwerkcode RfG ingediend afwijkingsverzoek, beslissen dat de betrokken elektriciteitsproductie-eenheden tijdelijk niet hoeven te voldoen aan de specifieke vereisten waarvoor een afwijking wordt verzocht. Deze beslissing kent een schorsende werking toe aan de verplichtingen uit de verordening, waardoor productie-eenheden hun activiteiten kunnen voortzetten in afwachting van de definitieve beslissing ten gronde over het verzoek. 3. Op intern niveau bepaalt artikel 21 van het Federaal Technisch Reglement dat: “De aanvragen tot afwijking zoals bedoeld in de Europese netwerkcodes en richtsnoeren worden conform aan deze ingediend bij de commissie ter goedkeuring, in overeenstemming met de vastgelegde procedures door dezelfde Europese netwerkcodes. Bovendien verstuurt de commissie een kopie van de afwijkingsaanvraag aan de Algemene Directie Energie binnen drie dagen na de ontvangst ervan. De commissie maakt haar ook een kopie over van de eventuele bijkomende informatie die ze gevraagd of ontvangen zou hebben binnen drie dagen na de ontvangst van deze informatie. De Algemene Directie Energie kan een advies aan de commissie overmaken binnen drie maanden na de ontvangst van de kopie van de afwijkingsaanvraag. Als deze informatie door de Algemene Directie Energie wordt ontvangen voor het verstrijken van de termijn van drie maanden, wordt deze termijn verlengd met een maand. Als deze informatie door de Algemene Directie Energie wordt ontvangen na het verstrijken van de termijn van drie maanden, beschikt ze over een nieuwe termijn van een maand vanaf de ontvangst van deze informatie om haar advies over te maken.” Niet-vertrouwelijk 4/10 4. Het voornoemde Federaal Technisch Reglement werd onlangs vervangen door het koninklijk besluit van 29 november 2024 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit (hierna 'het koninklijk besluit van 29 november 2024'). In dat verband werd bovenvermeld artikel 21 vervangen door artikel 7 dat luidt als volgt: “De eisen en toepassingsmodaliteiten bedoeld in boeken 3 tot en met 9 van dit besluit worden voor elke installatie of aansluitingspunt aangeduid of nader uitgewerkt in het relevant juridisch kader, rekening houdend met de desbetreffende in de gedragscode voorziene voorschriften. De CREG ziet toe op de conformiteit van de betreffende bepalingen, vervat in het in het eerste lid bedoelde relevant juridisch kader, met de voorschriften van dit besluit en van de gedragscode, in overeenstemming met de procedure desgevallend daarvoor vastgelegd in de gedragscode, en met de Europese netwerkcodes en richtsnoeren. In het kader van de beoordeling door de CREG van de afwijkingsaanvragen zoals bedoeld in artikel 60 van de Europese netwerkcode RfG, artikel 50 van de Europese netwerkcode DCC en artikel 80 van de Europese HVDC, verstuurt de CREG een kopie van elke afwijkingsaanvraag naar de Algemene Directie Energie binnen vijf werkdagen na de ontvangst ervan. De CREG maakt haar ook een kopie over van de eventuele bijkomende informatie die ze gevraagd of ontvangen zou hebben binnen vijf werkdagen na ontvangst van deze informatie. De Algemene Directie Energie kan een advies aan de CREG overmaken binnen drie maanden na ontvangst van de kopie van de afwijkingsaanvraag. Als de bijkomende informatie door de Algemene Directie Energie wordt ontvangen voor het verstrijken van de termijn van drie maanden, wordt de termijn om advies te verlenen aan de CREG verlengd met een maand. Als de bijkomende informatie door de Algemene Directie Energie wordt ontvangen na het verstrijken van de termijn van drie maanden, beschikt ze over een nieuwe termijn van een maand vanaf de ontvangst van deze informatie om haar advies over te maken. De CREG wordt om advies verzocht en ontvangt de kennisgevingen zoals voorzien in en overeenkomstig de bepalingen van dit besluit en van de Europese netwerkcodes en richtsnoeren.” 5. Aangezien Elia de algemene afwijkingsaanvraag op 9 juli 2024 bij de CREG heeft ingediend, dus vóór de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 29 november 2024, is artikel 21 van het Federaal Technisch Reglement van toepassing. 2. RAADPLEGING 6. Elia heeft geen openbare raadpleging georganiseerd over het afwijkingsverzoek dat op 9 juli 2024 bij de CREG werd ingediend. Elia motiveert deze keuze door te benadrukken dat het vooral gaat om een verlenging van de twee bestaande afwijkingen, die tijdens de twee voorgaande overlegvergaderingen (2019 en 2021) unaniem positieve reacties van marktspelers hadden gekregen met betrekking tot de door Elia voorgestelde aanpak. Namelijk: - Voor de nieuwe eenheden van type D van minder dan 25 MW heeft de afwijking het voorwerp uitgemaakt van een raadpleging door Elia in 2019 en werd toegekend door de CREG in Beslissing (B)2028. - Voor de bestaande eenheden van type D van minder dan 25 MW heeft de afwijking het voorwerp uitgemaakt van een raadpleging door Elia in 2021 en werd toegekend door de CREG in 2022 in Beslissing (B)2961. In dat verband herinnert Elia eraan dat bepaalde spelers destijds zelfs van mening waren dat het passend zou zijn om een afwijkingsperiode van 10 jaar te overwegen, om de onzekerheden in verband met een te vroege vervaldatum te verminderen. Niet-vertrouwelijk 5/10 Tot slot verwijst Elia naar de presentatie van de inhoud van dit afwijkingsverzoek aan de marktspelers tijdens de Werkgroep Belgian Grid, die op 27 juni 2024 plaatsvond. 7. De CREG is echter van mening dat een openbare raadpleging met betrekking tot het afwijkingsverzoek dat Elia op 9 juli 2024 bij de CREG heeft ingediend, essentieel blijft om de CREG in staat te stellen een uitspraak te doen over de grond van het verzoek, en wel om de volgende redenen: - ten eerste kunnen de reacties van marktdeelnemers veranderd zijn sinds de in 2019 en 2021 uitgevoerde raadplegingen; - ten tweede vormt een voorstelling van de inhoud van de afwijking aan een werkgroep van Elia geen voldoende alternatief voor een openbare raadpleging; - ten derde is het toepassingsgebied van de voorgestelde afwijking voor de bestaande eenheden niet identiek aan degene die in 2022 in Beslissing (B)2961 werd toegekend. In dat verband stelt Elia, zoals door die laatste uiteengezet in zijn afwijkingsverzoek van 9 juli 2024, voor om voor de eenheden van type D van minder dan 25 MW de eerdere afwijking op basis van het principe van substantiële modernisering te schrappen. Deze eenheden zouden dus voortaan moeten voldoen aan de criteria van types A en B (en niet die van types D): “Er dient te worden opgemerkt dat het afwijkingsverzoek voor de bestaande eenheden enkel betrekking heeft op de toepasselijke vereisten en niet langer op het principe van substantiële modernisering, zoals beschreven in artikel 4.1,
- a)van de RfG en waarvoor een afwijking kan gelden bij beslissing van de CREG (B)2358 in 2022. Dit om in lijn te zijn met de toekomstige versie van de Europese netwerkcode RfG.” “Elia raadt dus de volgende aanpak aan: (…) Wat de substantiële moderniseringen betreft, zullen deze zeker moeten worden gemoderniseerd, maar volgens de criteria van types A en B.” 8. Op 9 januari 2025 heeft de CREG Elia om aanvullende informatie gevraagd over het voorstel van Elia om het toepassingsgebied van de afwijking voor de bestaande eenheden van type D van minder dan 25 MW te wijzigen. De CREG zal binnen 3 maanden na ontvangst van de gevraagde aanvullende informatie een beslissing ten gronde nemen, in toepassing van artikel 63, §§6 en 7 van de Europese netwerkcode RfG. 9. Voor de beslissing ten gronde heeft het directiecomité van de CREG, op grond van artikel 23, § 1 van zijn huishoudelijk reglement, in toepassing van artikel 40, eerste lid, 2° van hetzelfde reglement, beslist om een openbare raadpleging te organiseren, gelet op het ontbreken van een door Elia georganiseerde openbare raadpleging. 10. Het op 9 juli 2024 door Elia ingediende afwijkingsverzoek omvat tevens het verzoek tot schorsing, in overeenstemming met artikel 61, §3 van de Europese netwerkcode RfG, van voormelde verplichting vanaf de dag van indiening van de aanvraag tot aan de beslissing van de CREG. Deze beslissing betreft dit verzoek tot schorsing in afwachting van de voornoemde beslissing ten gronde. Niet-vertrouwelijk 6/10 3. BEOORDELING 11. De CREG deelt de vaststelling van Elia dat de reacties die de verschillende marktspelers tijdens de openbare raadplegingen in 2019 en 2021 hebben ontvangen, unaniem positief waren met betrekking tot de aanpak die door Elia werd voorgesteld en door de CREG werd goedgekeurd. Namelijk: - Voor de nieuwe eenheden van type D van minder dan 25 MW heeft de afwijking het voorwerp uitgemaakt van een raadpleging door Elia in 2019 en werd toegekend door de CREG in Beslissing (B)2028. Dit ging onder meer om een afwijking van de vereisten van de Europese netwerkcode RfG voor de eenheden van type D, wat tot gevolg had dat de nieuwe eenheden moesten voldoen aan respectievelijk de voorschriften van types A en B. - Voor de bestaande eenheden van type D van minder dan 25 MW heeft de afwijking het voorwerp uitgemaakt van een raadpleging door Elia in 2021 en werd toegekend door de CREG in 2022 in Beslissing (B)2961. Het ging onder meer om een afwijking van het principe van substantiële modernisering bedoeld in artikel 4.1.
- a)van de RfG. 12. De CREG stelt vast dat het op 9 juli 2024 door Elia ingediende afwijkingsverzoek: - voor de nieuwe eenheden een verlenging van de in Beslissing (B)2028 door de CREG toegekende afwijking is; - voor de bestaande eenheden het toepassingsgebied van de in het kader van Beslissing (B)2961 toegekende afwijking wijzigt. Terwijl de oorspronkelijke afwijking zowel betrekking had op de toepassingsvereisten als op het principe van substantiële modernisering, is het nieuwe afwijkingsverzoek uitsluitend beperkt tot de toepassingsvereisten. De bedoeling is dat deze eenheden, indien zij een substantiële modernisering ondergaan, (gedeeltelijk) voldoen aan de vereisten die van toepassing zijn voor eenheden van type A of type B. 13. De CREG stelt vast dat het op 9 juli 2024 door Elia ingediende afwijkingsverzoek het doel nastreeft om het toepassingsgebied van de ingediende afwijking zoveel mogelijk af te stemmen op de door ACER geformuleerde aanbevelingen in het kader van de in 2027 geplande wijziging van de Europese netwerkcode RfG. In dat verband raadt ACER aan om: o voor de nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden de indeling van de types A, B, C en D voor de kleine eenheden uitsluitend te laten bepalen door het geïnstalleerde vermogen, en niet door het spanningsniveau op het aansluitingspunt; o voor de bestaande eenheden de toepassing van het concept van substantiële modernisering, zoals bedoeld in artikel 4.1.
- a)van de RfG, uit te breiden naar eenheden van types A en B, gezien hun grotere rol voor de netwerkveiligheid in de context van de energietransitie (terwijl de RfG zich momenteel alleen richt op eenheden van types C en D). 14. De CREG stelt echter vast de marktspelers nog niet de gelegenheid hebben gehad om te reageren op het afwijkingsverzoek dat Elia op 9 juli 2024 heeft ingediend in het kader van een openbare raadpleging. Niet-vertrouwelijk 7/10 15. Voorts merkt de CREG op dat Elia in zijn afwijkingsverzoek niet duidelijk aangeeft of hij van plan is om de richtlijnen voor het definiëren van het concept 'substantiële modernisering' in het kader van het Federaal Technisch Reglement van 22 april 20191 volledig toe te passen; die werden uitgewerkt voor de eenheden die, na een ingrijpende modernisering, een vermogen hoger dan of gelijk aan 25 MW hebben, voor eenheden van het type D van minder dan 25 MW, of indien hij in de richtlijnen voorziet in specifieke toepassingsmodaliteiten voor laatstgenoemde. 16. Bijgevolg is de CREG van mening dat het niet verstandig is om zich te beperken tot het toestaan van een schorsing van de toepassingsvereisten van de RfG die zijn opgenomen in de op 9 juli 2024 door Elia ingediende afwijkingsaanvraag. Een dergelijke aanpak zou de bestaande eenheden verplichten om het substantiële moderniseringsproces te volgen, zonder dat de marktspelers de kans hebben gehad om hun standpunt over dit onderwerp kenbaar te maken of zonder dat Elia de beoogde richtlijnen voor deze categorie van eenheden heeft gespecificeerd. 17. In afwachting van een beslissing ten gronde over het afwijkingsverzoek van Elia van 9 juli 2024 acht de CREG het relevanter om de twee huidige afwijkingen, die door de CREG in haar beslissingen (B)2028 en (B)2961 werden toegekend, te verlengen, wat - voor eenheden van type D van minder dan 25 MW - een afwijking van het principe van substantiële modernisering inhoudt (zie paragraaf 11 van deze beslissing). 18. In werkelijkheid motiveert Elia zijn verzoek tot schorsing niet specifiek, al kan uit de aanvraag worden afgeleid dat het, net als het afwijkingsverzoek ten gronde, is gemotiveerd door de wens om hoge kosten voor de individuele producenten te vermijden, terwijl het voordeel op het gebied van het beheer van het systeem slechts beperkt zou zijn. 19. De CREG is van mening dat de schorsing nuttig kan zijn voor de nieuwe te bouwen eenheden en voor de eigenaars van een installatie die een substantiële modernisering ondergaat en die binnen het toepassingsgebied vallen van de afwijkingen die de CREG heeft toegekend in de beslissingen (B)2028 en (B )2961, aangezien zij dan niet hoeven te wachten op de definitieve beslissing van de CREG. Deze laatsten hebben in dit geval immers al de mogelijkheid om de gerichte moderniseringen/investeringen door te voeren zonder te moeten voldoen aan de bepalingen van artikel 4.1,
- a)van de Europese netwerkcode RfG. 20. Als de CREG vervolgens een gunstige beslissing zou nemen over het afwijkingsverzoek ten gronde, zou dit geen invloed hebben op de investeringen die werden gedaan in de periode tussen de indiening van de aanvraag door Elia en de beslissing ten gronde van de CREG. Omgekeerd, als de CREG een ongunstige beslissing zou nemen over het afwijkingsverzoek ten gronde, zullen de eigenaars van de betrokken installaties tijdverlies en/of investeringen hebben kunnen vermijden om te voldoen aan de vereisten die zijn vastgelegd in de Europese netwerkcode RfG voor eenheden van types A of B. 1 Version du 02/04/2021 Niet-vertrouwelijk 8/10 4. CONCLUSIE 21. In toepassing van artikel 61, §3 van de Europese netwerkcode RfG en rekening houdend met de hierboven uiteengezette elementen, beslist de CREG dat: - de nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden van type D met een maximaal geïnstalleerd vermogen van minder dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt gelijk aan of hoger dan 110 kV vanaf 9 juli 2024, datum van de indiening van het afwijkingsverzoek door Elia, tot de datum waarop de CREG een beslissing ten gronde zal hebben genomen over dit dossier, niet moeten voldoen aan de volgende artikelen: • voor de elektriciteitsproductie-eenheden met een maximale capaciteit van 1 MW (1 MW niet inbegrepen): artikelen 5, 14 tot 22 en 31 tot 37 van de Europese netwerkcode RfG; • voor de elektriciteitsproductie-eenheden met een capaciteit tussen 1 MW en 25 MW (25 MW niet inbegrepen): artikelen 5, 15, 16, 18, 19, 21, 22, 33, 34, 35, 36 en 37 van de Europese netwerkcode RfG. Hieruit volgt dat deze elektriciteitsproductie-eenheden dus ook niet hoeven te voldoen aan de algemeen geldende vereisten die op nationaal niveau zijn goedgekeurd en gepubliceerd op grond van de bovengenoemde artikelen in de Europese netwerkcode RfG en artikel 7 van deze code. - de bestaande elektriciteitsproductie-eenheden van type D met een maximaal geïnstalleerd vermogen van minder dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt gelijk aan of hoger dan 110 kV vanaf 9 juli 2024, datum van de indiening van het afwijkingsverzoek door Elia, tot de datum waarop de CREG een beslissing ten gronde zal hebben genomen over dit dossier, niet moeten voldoen aan het principe van substantiële modernisering. Deze beslissing doet echter op geen enkele wijze afbreuk aan de beoordelingsbevoegdheid van de CREG met betrekking tot het eigenlijke afwijkingsverzoek van Elia zelf, dat het voorwerp zal uitmaken van een afzonderlijk beslissing ten gronde van de CREG na advies van de Algemene Directie Energie. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijk Ilse TANT Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 9/10 BIJLAGE Verzoek van Elia tot schorsing van enkele verplichtingen van de Europese netcode RfG voor nieuwe en bestaande elektriciteitsproductie-eenheden van het type D met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV in afwachting van de beslissing ten gronde van de CREG over het op 9 juli 2024 ingediende afwijkingsverzoek, dat in de begeleidende brief van deze aanvraag van Elia is opgenomen. Niet-vertrouwelijk 10/10