← België

Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van een voorstel tot wijziging van voorwaarden voor de aanbieder van balanceringsdiensten of “BSP” (Balanc

(B)2970 15 mei 2025 Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van een voorstel tot wijziging van voorwaarden voor de aanbieder van balanceringsdiensten of “BSP” (Balancing Service Provider) voor Frequentiebegrenzings-reserves (FCR) genomen met toepassing van de artikel 18 van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. wettelijk kader ................................................................................................................................. 4 1.1. Europees recht ....................................................................................................................... 4 1.2. Belgisch recht ......................................................................................................................... 7 2. Antecedenten .................................................................................................................................. 7 3. Consultatie....................................................................................................................................... 9 4. Analyse en beoordeling van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR ................................ 10 4.1. Algemene voorafgaande opmerkingen ............................................................................... 10 4.2. Bespreking............................................................................................................................ 10 4.2.1. Overwegingen betreffende het voorstel..................................................................... 10 4.2.2. Implementatieplan ...................................................................................................... 10 4.2.3. Verwachte effect op de doelstellingen van de Verordening ...................................... 11 4.2.4. Overwegingen betreffende het BSP FCR-contract ...................................................... 11 4.2.5. Artikel II.1 – Definities ................................................................................................. 11 4.2.6. Artikel II.2 – Voorwaarden voor de BSPs..................................................................... 14 4.2.7. Artikel II.3 – Voorwaarden voor Leveringspunten ...................................................... 14 4.2.8. Artikel II.6 – Reservemodus controle .......................................................................... 15 4.2.9. Artikel II.7 – Prekwalificatie......................................................................................... 16 4.2.10. Artikel II.11 – Activering .............................................................................................. 18 4.2.11. Bijlage 1 – Procedure voor de aanvaarding van een BSP ............................................ 20 4.2.12. Bijlage 2 – Procedure voor de aanvaarding van een Leveringspunt ........................... 20 4.2.13. Bijlage 5 – Communicatietest...................................................................................... 22 4.2.14. Bijlage 6 – Reservemodus controle ............................................................................. 23 4.2.15. Bijlage 8 – Capaciteitsveilingen ................................................................................... 23 4.2.16. Bijlage 11 – Activering ................................................................................................. 23 4.3. 5. Aanvullende opmerkingen ................................................................................................... 24 Beslissing ....................................................................................................................................... 24 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 26 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 26 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 26 BIJLAGE 4 ............................................................................................................................................... 26 BIJLAGE 5 ............................................................................................................................................... 26 Niet-vertrouwelijk 2/26 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna de “CREG”) onderzoekt, met toepassing van de artikel 18, van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering (hierna: “EBGL”), de goedkeuringsaanvraag van de netbeheerder, Elia Transmission Belgium (hierna “Elia”), ingediend bij de CREG per mail van17 december 2024, betreffende een voorstel tot wijziging van voorwaarden voor de aanbieder van balanceringsdiensten voor Frequentiebegrenzings-reserves (hierna: “T&C BSP FCR”). Aan de mail van 17 december 2024 zijn volgende bijlagen gevoegd: - Het voorstel tot wijziging van T&C BSP FCR in het Nederlands, Frans en Engels, met track changes (bijlage 1a van huidige beslissing) en zonder track changes (bijlage 1b van deze beslissing); - Een informatieve nota in het Engels (bijlage 2 van huidige beslissing); - Het vertrouwelijk consultatieverslag, met inbegrip van alle individuele commentaren, in het Engels (bijlage 3a van huidige beslissing) en een niet-vertrouwelijke versie van dit raadplegingsverslag (bijlage 3b van deze beslissing); - Een Excel-sjabloon voor de simulatie van de reservemodus van FCR, in het Engels (bijlage 4 van huidige beslissing); - De vereisten voor een systeem split, in het Engels (bijlage 5 van deze beslissing). Onderhavige beslissing bestaat uit vijf hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk schetst het wettelijk kader. Het tweede hoofdstuk duidt de antecedenten. Het derde hoofdstuk behandelt de consultatie en tot slot het vierde hoofdstuk behandelt het voorstel T&C BSP FCR. Het laatste hoofdstuk heeft de eigenlijke beslissing als voorwerp. Deze beslissing werd door het Directiecomité van de CREG genomen op 15 mei 2025. Niet-vertrouwelijk 3/26 1. WETTELIJK KADER 1.1. EUROPEES RECHT 1. Overeenkomstig artikel 5.4, c), van de EBGL moeten de voorstellen voor de voorwaarden voor balancering, zoals bepaald in artikel 18 ter goedkeuring voorgelegd worden aan de regulerende instantie van de lidstaat, in casu de CREG. De lidstaten kunnen een advies indienen bij de CREG over het voorstel. 2. Artikel 5.5, van de EBGL vermeldt verder dat: “Het voorstel voor de voorwaarden of methodologieën omvat een voorgesteld tijdschema voor de implementatie ervan en een beschrijving van het verwachte effect ervan op de doelstellingen van deze verordening. De implementatietermijn mag niet langer zijn dan twaalf maanden na de goedkeuring door de relevante regulerende instanties, behalve als alle regulerende instanties overeenkomen om de implementatietermijn te verlengen of als andere termijnen worden voorgeschreven in deze verordening.” 3. Overeenkomstig artikel 18.1, a), van de EBGL moet Elia uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de EBGL voor alle programmeringszones van België, een voorstel opstellen betreffende de voorwaarden voor de BSP. 4. Artikel 18.2, van de EBGL vervolgt dat de bedoelde voorwaarden ook de regels voor de opschorting en herneming van marktactiviteiten overeenkomstig artikel 36, van de verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet (hierna: “E&R NC”) omvatten, alsook de regels voor verrekening in geval van marktopschorting overeenkomstig artikel 39, van de E&R NC, zodra deze zijn goedgekeurd overeenkomstig artikel 4 van de E&R NC. 5. Artikel 18.3, van de EBGL bepaalt verder dat elke transmissiesysteembeheerder (hierna: “TSB”) bij de opstelling van voorstellen voor voorwaarden voor BSP's als volgt te werk gaat: “

  1. a)hij pleegt overleg met de TSB's en DSB's die gevolgen kunnen ondervinden van die voorwaarden;
  2. b)hij neemt het kader voor de oprichting van Europese platforms voor de uitwisseling van balanceringsenergie en voor onbalansnetting, overeenkomstig de artikelen 19, 20, 21 en 22, van de EBGL in acht;
  3. c)hij betrekt andere distributiesysteembeheerders (hierna: “DSB's”) en andere belanghebbenden bij de opstelling van het voorstel en houdt rekening met hun standpunten, onverminderd de openbare raadpleging overeenkomstig artikel 10, van de EBGL.” 6. Overeenkomstig artikel 18.4, van de EBGL bevatten de voorwaarden voor BSP's het volgende: “
  4. a)bevatten redelijke balanceringsdiensten; en gerechtvaardigde eisen voor het aanbieden van
  5. b)maken het mogelijk verbruikersinstallaties, energieopslaginstallaties en elektriciteitsopwekkingsinstallaties te aggregeren in een programmeringszone om balanceringsdiensten aan te bieden onder de in lid 5, onder c), vermelde voorwaarden;
  6. c)stellen eigenaars van verbruikersinstallaties, derde partijen, eigenaars van installaties voor de opwekking van conventionele en hernieuwbare energie en eigenaars van energieopslaginstallaties in staat om BSP's te worden; Niet-vertrouwelijk 4/26
  7. d)schrijven voor dat elke balanceringsenergiebieding van een BSP wordt toegewezen aan één of meer BRP's om de berekening van een onbalans overeenkomstig artikel 49 mogelijk te maken.” 7. Overeenkomstig art 18.5, bevatten de voorwaarden BSP’s ook nog het volgende: “
  8. a)de regels voor het kwalificatieproces dat moet worden doorlopen om een BSP te worden overeenkomstig artikel 16;
  9. b)de regels, eisen en termijnen voor de inkoop en overdracht van balanceringscapaciteit overeenkomstig de artikelen 32, 33 en 34;
  10. c)de regels en voorwaarden om verbruikersinstallaties, energieopslaginstallaties en elektriciteitsopwekkingsinstallaties in een programmeringszone samen te voegen teneinde een BSP te worden;
  11. d)de eisen betreffende de gegevens en informatie die aan de connecterende TSB en, voor zover relevant, aan de reserveconnecterende DSB moeten worden verstrekt tijdens het prekwalificatieproces en de werking van de balanceringsmarkt;
  12. e)de regels en voorwaarden voor de toewijzing van elke balanceringsenergiebieding van een BSP aan één of meer BRP's overeenkomstig lid 4, onder d);
  13. f)de eisen betreffende de gegevens en informatie die aan de connecterende TSB en, voor zover relevant, aan de reserveconnecterende DSB moeten worden verstrekt om de verlening van balanceringsdiensten overeenkomstig artikel 154, leden 1 en 8, artikel 158, lid 1, onder e), artikel 158, lid 4, onder b), artikel 161, lid 1, onder f), en artikel 161, lid 4, onder b), van Verordening (EU) 2017/1485 te evalueren;
  14. g)de definitie van een locatie voor elk standaardproduct en elk specifiek product, rekening houdend met lid 5, onder c);
  15. h)de regels voor het bepalen van het volume aan balanceringsenergie dat moet worden verrekend met de BSP, overeenkomstig artikel 45;
  16. i)de regels voor de verrekening van BSP's, overeenkomstig hoofdstukken 2 en 5 van titel V;
  17. j)een maximumperiode voor de voltooiing van de verrekening van balanceringsenergie met een BSP, overeenkomstig artikel 45, voor elke periode voor onbalansverrekening;
  18. k)de gevolgen van de niet-naleving van de voorwaarden die van toepassing zijn op BSP's.” Niet-vertrouwelijk 5/26 8. Overeenkomstig art 18.7, van de EBGL mag elke connecterende TSB volgende punten opnemen in het voorstel voor de voorwaarden voor BSP's of in de voorwaarden voor BRP's: “
  19. a)de eis dat BSP's informatie verstrekken over ongebruikte opwekkingscapaciteit en andere balanceringshulpbronnen van BSP's, na de gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt en de gate-sluitingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt;
  20. b)voor zover gerechtvaardigd, de eis dat BSP's de ongebruikte productiecapaciteit of andere balanceringshulpbronnen aanbieden via balanceringsenergiebiedingen of biedingen voor het geïntegreerde programmeringsproces op de balanceringsmarkten na de gatesluitingstijd van de day-aheadmarkt, zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid voor BSP's om hun balanceringsenergiebiedingen te wijzigen vóór de BE-GCT of de ISP-GCT wegens handel op de intradaymarkt;
  21. c)voor zover gerechtvaardigd, de eis dat BSP's de ongebruikte productiecapaciteit of andere balanceringshulpbronnen aanbieden via balanceringsenergiebiedingen of biedingen voor het geïntegreerde programmeringsproces op de balanceringsmarkten na de gatesluitingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt;
  22. d)specifieke eisen met betrekking tot de positie van BRP's na het day-aheadtijdsbestek om te garanderen dat de som van hun interne en externe commerciële handelsprogramma's gelijk is aan de som van de fysieke opwekkings- en verbruiksplannen, daarbij rekening houdende met de compensatie van elektriciteitsverlies, voor zover relevant;
  23. e)een vrijstelling van de verplichting om informatie bekend te maken over de prijzen in balanceringsenergiebiedingen of balanceringscapaciteitsbiedingen omdat de TSB vreest dat dit tot marktmisbruik kan leiden, zoals bepaald in artikel 12, lid 4;
  24. f)een vrijstelling voor specifieke producten, zoals bepaald in artikel 26, lid 3, onder b), om de prijs van balanceringsenergiebiedingen vooraf vast te leggen in een overeenkomst voor balanceringscapaciteit overeenkomstig artikel 16, lid 6;
  25. g)een aanvraag voor het gebruik van dubbele prijsstelling voor alle onbalansen op basis van de voorwaarden die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 52, lid 2, onder d), punt i), gebaseerd op de methodologie voor de toepassing van dubbele prijsstelling overeenkomstig artikel 52, lid 2, onder d), punt ii).” 9. Aangezien Elia geen centraal dispatchingmodel toepast, vindt artikel 18.8, van de EBGL geen toepassing. 10. Tot slot, artikel 18.9, van de EBGL meldt dat elke TSB erop toeziet dat alle partijen de in de balanceringsvoorwaarden uiteengezette eisen, nakomen binnen zijn programmeringszone(s). Niet-vertrouwelijk 6/26 1.2. BELGISCH RECHT 11. De CREG is, met ingang vanaf 1 september 2022, bevoegd om een gedragscode vast te stellen bedoeld in artikel 11, §2, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna de elektriciteitswet). Deze gedragscode bevat de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake het verstrekken van ondersteunende diensten en toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. 12. Met toepassing van artikel 3. § 1 worden aan de goedkeuring van de CREG onderworpen, volgens de procedure van paragraaf 2 en onverminderd de Europese netcodes en richtsnoeren, de ontwerpen van type-overeenkomsten, evenals de wijzigingen ervan, voor:
  26. d)het verstrekken van ondersteunende diensten aan de transmissienetbeheerder; Ondersteunende diensten wordt in de elektriciteitswet gedefinieerd als: Art. 1, 101° "ondersteunende dienst": een dienst die nodig is voor de exploitatie van een transmissie- of distributiesysteem, met inbegrip van balanceringsdiensten en niet-frequentie gerelateerde ondersteunende diensten, maar uitgezonderd congestiebeheer; 13. Zijn verder ook van belang de artikelen 208, 210 tot en met 220 van de gedragscode. 2. ANTECEDENTEN 14. Op 18 juni 2018 heeft Elia bij de CREG drie voorstellen van BSP-contracten, zijnde voor FCR, voor aFRR en mFRR ingediend voor goedkeuring. 15. Op vraag van Elia werden de T&C BSP mFRR als eerste behandeld en onderzocht. 16. Bij beslissing (B)2000/2 heeft de CREG op 20 december 2019 het gewijzigd voorstel van T&C BSP mFRR van 3 december 2019 goedgekeurd. 17. Bij beslissing (B)2061 heeft de CREG op 7 mei 2020 het voorstel T&C BSP aFRR van 16 april 2020 goedgekeurd. 18. Per mail van 30 april 2020 heeft Elia een voorstel van T&C BSP FCR ingediend dat het voorstel van 18 juni 2018 vervangt. Voor de levering van FCR-diensten werden wijzigingen aangebracht om te evolueren naar de uitwisseling en inkoop van de 4-uurbalanceringscapaciteitsproducten voor FCR enkel via het regionale platform, de aankoop van het 200mHz FCR product alleen, de evolutie van de providing groups en een nominatie op basis van een portefeuille. Al deze wijzigingen werden in de periode 2018-2019 uitgebreid met de marktpartijen besproken tijdens de vergaderingen van de WG balancing van Elia. In deze mail laat Elia weten dat het de bedoeling is om de T&C BSP FCR, ingediend op 30 april 2020, in werking te laten treden op 1 juli 2020, onder voorbehoud van bevestiging door de FCR cooperation. 19. Verder meldt Elia dat de versie T&C BSP FCR van 30 april 2020 ook rekening houdt met de opmerkingen gemaakt door de CREG in haar beslissing (B)2000 (paragraaf 16 van huidige beslissing). Niet-vertrouwelijk 7/26 Zo bevat het voorstel T&C BSP FCR nu ook een voorgesteld tijdschema voor de implementatie ervan en een beschrijving van het verwachte effect ervan op de doelstelling van de EBGL. Gelijktijdig werden ook structuurwijzigingen aangebracht. Op 15 mei 2020 heeft de CREG bij beslissing (B)2062 dit gewijzigd voorstel goedgekeurd. Deze voorwaarden traden in werking op 1 juli 2020, onder voorbehoud van bevestiging door de FCR Cooperation. 20. Op 28 mei 2020 heeft Elia twee goedkeuringsaanvragen ingediend bij de CREG betreffende de balanceringsregels; het eerste voorstel betreft de frequentiebegrenzingsreserves (FCR) en het tweede de automatische frequentieherstelreserves (aFRR). De CREG heeft bij beslissing (B)2085 op 18 juni 2020 beide voorstellen goedgekeurd. De regels traden in werking op hetzelfde moment als de respectievelijke modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van balanceringsdiensten (T&C BSP FCR en de T&C BSP aFRR). 21. Op 21 januari 2021 heeft de CREG bij beslissing (B)2133 beslist om de door de regulerende instanties herziene aanvullende kenmerken van de FCR voor Continentaal Europa, goed te keuren. De CREG ontving het oorspronkelijke voorstel van Elia op 13 december 2019, en besloot, in overleg met de regulerende instanties van Continentaal Europa, om dit voorstel te herzien. Bij het nemen van deze beslissing werd rekening gehouden met de antwoorden van marktactoren tijdens de openbare raadpleging die de CREG georganiseerd had van 15 oktober 2020 tot en met 13 november 2020. 22. Op 17 december 2024, heeft Elia bij de CREG een voorstel tot wijziging van T&C BSP FCR ingediend voor goedkeuring. Aan de mail van 17 december 2024 zijn volgende bijlagen gevoegd: - Het voorstel tot wijziging van T&C BSP FCR in het Nederlands, Frans en Engels, met track changes (bijlage 1a van huidige beslissing) en zonder track changes (bijlage 1b van deze beslissing); - Een informatieve nota in het Engels (bijlage 2 van huidige beslissing); - Het vertrouwelijk consultatieverslag, met inbegrip van alle individuele commentaren, in het Engels (bijlage 3a van huidige beslissing) en een niet-vertrouwelijke versie van dit raadplegingsverslag (bijlage 3b van deze beslissing); - Een Excel-sjabloon voor de simulatie van de reservemodus van FCR, in het Engels (bijlage 4 van huidige beslissing); - De vereisten voor een systeem split, in het Engels (bijlage 5 van deze beslissing). Dit voorstel geeft uitvoering aan het gemeenschappelijk voorstel van de TSBs van Continentaal Europa dat door de CREG overeenkomstig de beslissing (B)2133 op 21 januari 2021 werd goedgekeurd na herziening door de regulerende instanties van Continentaal Europa. 23. Volledigheidshalve, heeft de CREG op 30 maart 2023 bij beslissing (B)2527 het voorstel van Elia tot wijziging van de algemene voorwaarden van de typeovereenkomsten voor de programmaverantwoordelijkheid op het transmissienet (OPA), de verantwoordelijkheid voor de nietbeschikbaarheidsplanning op het transmissienet (SA), de balanceringsdiensten FCR, de balanceringsdiensten mFRR en de hersteldiensten (RSP) goedgekeurd. Niet-vertrouwelijk 8/26 3. CONSULTATIE 24. Elia heeft een openbare raadpleging georganiseerd van 18 oktober 2024 tot en met 18 november 2024. 25. Elia heeft drie niet-vertrouwelijke reacties ontvangen op de openbare raadpleging, te weten van: 26. - Centrica Business Solutions, (hierna: “CBS”); - Febeg; - Febeliec. Elia heeft één vertrouwelijke reactie ontvangen op de openbare raadpleging. 27. De originele antwoorden betreffende T&C BSP FCR zijn in het consultatieverslag opgenomen (bijlage 3 van huidige beslissing). 28. In het consultatieverslag van 17 december 2024 zijn de ontvangen reacties samengevoegd en worden de redenen vermeld waarom de tijdens de raadpleging geuite standpunten al dan niet in overweging zijn genomen door Elia. Elia heeft deze reacties geanalyseerd en verwerkt in het voorstel T&C BSP FCR ingediend bij de CREG op 17 december 2024. 29. De openbare raadpleging georganiseerd door Elia wordt door de CREG als effectieve openbare raadpleging beschouwd aangezien deze raadpleging op de website van Elia plaatsvond, gemakkelijk toegankelijk was vanuit de startpagina van deze website en voldoende gedocumenteerd was. Bovendien werd er door Elia onverwijld een mailing gestuurd aan alle op hun website geregistreerde personen. 30. De duur van de openbare raadpleging bedroeg 1 maand. Rekening houdend met de aard van de voorgestelde wijzigingen en de vooropgestelde timing is de CREG van oordeel dat de duur van de consultatie voldoende lang was. 31. Artikel 40.2 van het reglement van orde van het directiecomité van de CREG bepaalt dat, indien de betrokken TSB al een effectieve openbare raadpleging heeft georganiseerd, de CREG geen openbare raadpleging moet organiseren over huidige beslissing. Niet-vertrouwelijk 9/26 4. ANALYSE EN BEOORDELING VAN HET VOORSTEL TOT WIJZIGING VAN DE T&C BSP FCR 4.1. ALGEMENE VOORAFGAANDE OPMERKINGEN 32. Het onderzoek van de wijzigingen zal gebeuren in dezelfde volgorde als de volgorde van de wijzigingen voorgesteld door Elia in haar voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR. 4.2. BESPREKING 4.2.1. Overwegingen betreffende het voorstel 33. In de vierde overweging, die als doel heeft het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR te toetsen aan de doelstellingen van de EBGL, gebruikt Elia verkeerdelijk de term “T&C BSP aFRR” in plaats van de “T&C BSP FCR”. De CREG vraagt aan Elia om deze materiële fout recht te zetten alvorens de goedgekeurde wijzigingen van de T&C BSP FCR gepubliceerd worden op de website van Elia.. 34. Elia voegt een overweging

(16)toe dat, bij een inconsistentie tussen de balanceringregels en de T&C BSP FCR, de T&C BSP FCR voorrang heeft. De balanceringsregels bevatten verplichtingen en rechten die van toepassing zijn op Elia bij de uitvoer van de frequentieregeling. De T&C BSP FCR bevatten verplichtingen en rechten die van toepassing zijn op Elia en op de BSP, voor de levering van de FCR-balanceringsdienst. Beide documenten zouden bijgevolg geen overlappende inhoud mogen hebben, gezien het voorwerp en de objectieven van deze documenten verschillend zijn. Daarnaast worden beide documenten door de CREG goedgekeurd, en staan ze dus op gelijke voet met elkaar op vlak van toepassing. Tot slot, is de reikwijdte van de door Elia voorgestelde wijziging niet voldoende gekend door de CREG. De CREG stelt zich met andere woorden de vraag welke artikelen onder deze overweging kunnen vallen. Als gevolg is de CREG van oordeel dat deze overweging opnieuw verwijderd moet worden, en dat eventuele inconsistenties opgelost moeten worden door een nieuw voorstel tot wijziging van ofwel de balanceringsregels ofwel de T&C BSP FCR, of beide, om ze dan ter goedkeuring bij de CREG in te dienen. De CREG vraagt aan Elia om de verwijdering door te voeren bij een eerstkomend voorstel tot wijziging van de goedgekeurde T&C BSP FCR . 4.2.2. Implementatieplan 35. Elia stelt voor dat alle voorgestelde wijzigingen ten vroegste 1 maand na de goedkeuring door de CREG, maar niet eerder dan 1 mei 2025, in werking treden. Ook stelt Elia voor dat de inwerkingtreding afhankelijk is van de invoering op het regionale platform voor de uitwisseling van FCR-balanceringscapaciteit en van de invoering van 4-uursbalanceringscapaciteitsproducten voor FCR. De CREG stelt vast dat de invoering van 4-uursbalanceringscapaciteitsproducten voor FCR op het platform voor de uitwisseling van FCR-balanceringscapaciteit reeds een feit is geworden op het ogenblik waarop deze beslissing is genomen. Ook de datum van 1 mei 2025 is voorbij gestreefd. Als gevolg treedt deze beslissing in werking 1 maand na goedkeuring ervan. Niet-vertrouwelijk 10/26 4.2.3. Verwachte effect op de doelstellingen van de Verordening 36. In punt (
  1. c)van de beschrijving van het verwachte effect van de door Elia voorgestelde wijzigingen op de doelstellingen van de EBGL, stelt Elia dat "aanbieders van balanceringsdiensten hun beschikbare flexibiliteit ter beschikking moeten stellen overeenkomstig artikel 242§1 van de Gedragscode”. Artikel 242, § 1 van de Gedragscode gaat echter over een overgangsbepaling dat geldig is tot op het moment dat de CREG een eerste wijziging van de T&C BSP FCR heeft goedgekeurd na inwerkingtreding van de Gedragscode. Verwijzend naar de antecedenten en de datum van inwerkingtreding van de gedragscode op 20 oktober 2022 is dit artikel niet meer van toepassing. Tenzij Elia de biedverplichting opneemt in de voorwaarden voor aanbieders van balanceringsdiensten, zoals optioneel voorzien in artikel 18.7,
  2. b)of
  3. c)van de EBGL, vindt bijgevolg artikel 216 § 1 van de Gedragscode geen toepassing meer, en kan het effect ten gevolge van de biedverplichting niet meer opgeëist worden. Daarenboven verwijst de CREG naar paragrafen 29 en 30 van beslissing (B)2748 van 22 februari 2024, en naar paragraaf 50 van beslissing (B)2755 van 29 februari 2024. Met deze verwijzingen herhaalt de CREG ook in deze beslissing de boodschap dat Elia in de eerste plaats de deelname aan de balanceringsmarkten aantrekkelijker moet maken, door onder meer het prekwalificatieproces te vereenvoudigen, de vergoedingen, controles en prikkels te versoepelen, en de communicatievereisten te verminderen. De CREG vraagt aldus dat de verwijzing naar de Gedragscode in punt (
  4. c)van de beschrijving van het verwachte effect van de door Elia voorgestelde wijzigingen op de doelstellingen van de EBGL, geschrapt wordt alvorens publicatie van de goedgekeurde T&C BSP FCR. 4.2.4. Overwegingen betreffende het BSP FCR-contract 37. In de overwegingen van het BSP FCR-contract, verwijst Elia naar artikel 223 en volgende van de Gedragscode met als doel te verduidelijken welke Belgische wetgeving van toepassing is. Echter gaat artikel 223 van de Gedragscode over de type-overeenkomst voor blindvermogensdiensten, wat niet relevant is voor de T&C BSP FCR. Om misverstanden te vermijden, oordeelt de CREG dat de verduidelijking tussen de haakjes, namelijk “(artikel 223 en volgende van de Gedragscode)”, verwijderd wordt, alvorens publicatie van de goedgekeurde T&C BSP FCR op de website van Elia. 4.2.5. Artikel II.1 – Definities 38. In het voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP worden een aantal definities en afkortingen van termen toegevoegd. Daarnaast worden een aantal definities gewijzigd om deze te verduidelijken. 39. De CREG heeft hierop volgende opmerkingen: - Elia voegt de definitie “Additionele Eigenschappen” toe. Met als doel de transparantie van dit gemeenschappelijk voorstel voor belanghebbenden te verhogen, verwijst de CREG naar bijlage 3 van haar beslissing (B)2133 van 21 januari 2021, dat het meest recente goedgekeurde voorstel bevat; - Elia stelt voor om “CIPU-Contract” te definiëren als “Gedragscode van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het Niet-vertrouwelijk 11/26 transmissienet en van de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, vastgesteld door de CREG bij beslissing (B) 2409 van 20 oktober 2022”. Deze definitie komt overeen met de Gedragscode, en niet met het CIPUcontract. Als gevolg vraagt de CREG om de materiële fout “CIPU-Contract” te vervangen door “Gedragscode” alvorens publicatie van de goedgekeurde T&C BSP FCR op de website van Elia; - In de definitie van Leveringspunt wordt twee keer na elkaar het woord “contract” geschreven. De CREG oordeelt dat dit een typefout is en vraagt aan Elia om dit te verbeteren alvorens publicatie van de goedgekeurde T&C BSP FCR op de website van Elia; - De definitie van “Leveringspunt met Beperkt Energiereservoir” stelt het volgende: “Zoals gedefinieerd in artikel 2
(2), van de Additionele Eigenschappen.“. Deze zin is niet alleen grammaticaal onvolledig maar leidt ook tot onduidelijkheid aangezien de aanvullende kenmerken voor FCR zoals goedgekeurd via beslissing (B)2133 op 21 januari 2021 de term “reserveleverende eenheden of groepen met een beperkt energiereservoir” definieert, en niet “Leveringspunt met Beperkt Energiereservoir”. De CREG stelt weliswaar vast dat deze onduidelijkheid veroorzaakt wordt door een verkeerde plaats van de toevoeging van “Zoals gedefinieerd in artikel 2
(2)van de Additionele Eigenschappen” in de definitie van “Leveringspunt met Beperkt Energiereservoir”< O; dewe definitie in lijn te brengen met de beslissing (B)2133 van 21 januari 2021 vraagt de CREG aan Elia om de toevoeging “Zoals gedefinieerd in artikel 2
(2), van de Additionele Eigenschappen.“ alvorens de publicatie van de goedgekeurde T&C BSP FCR, te verplaatsen na de woorden “Providing Group” in de definitie van “Leveringspunt met Beperkt Energiereservoir”. Om de definitie leesbaar te houden vraagt de CREG daarnaast ook om een aparte definitie “Providing Group met Beperkt Energiereservoir”, in lijn met artikel 2
(2)van de aanvullende kenmerken voor FCR, te definiëren in de T&C BSP FCR en hiernaar te verwijzen in de definitie van “Leveringspunt met Beperkt Energiereservoir”. De bovenstaande gevraagde verplaatsing en de gevraagde aparte definitie zijn geen inhoudelijke wijzigingen, maar brengen hiermee het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR in lijn met de beslissing (B)2133 van 21 januari 2021 alvorens de publicatie van de goedgekeurde T&C BSP FCR. Tegelijk vraagt de CREG aan Elia om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR duidelijk in de regels te weerspiegelen dat de aanvullende kenmerken voor FCR gelden op reserveleverende eenheden of groepen, en niet (noodzakelijk) op Leveringspunten. De CREG vraagt ook om de samenstelling van reserveleverende eenheden of groepen met leveringspunten expliciet te verduidelijken. Deze opmerking heeft als doel tegemoet te komen aan de opmerking van Febeg en Centrica, die een beter begrip wensen over hoe de voorwaarden die van toepassing zijn op “Leveringspunten met een Beperkt Energiereservoir”, toegepast moeten worden op een “reserveleverende groep van leveringspunten”. Alhoewel deze opmerking vooral betrekking had op de toepassing van reservemodus, kan dezelfde opmerking gemaakt worden voor elk aanvullend kenmerk voor FCR, van toepassing op een reserveleverende groep met een Beperkt Energiereservoir. De verduidelijking moet naar oordeel van de CREG duidelijk aanwezig zijn in de T&C BSP FCR. - In de definitie van “Leveringspunt met Beperkt Energiereservoir” stelt Elia ook voor dat een Leveringspunt met Beperkt Energiereservoir, zoals gedefinieerd in overeenstemming met artikel II.1 van de T&C BSP aFRR, ook beschouwd moet worden als een Leveringspunt Niet-vertrouwelijk 12/26 met Beperkt Energiereservoir in het BSP Contract FCR. De definitie van “Leveringspunt met Beperkt Energiereservoir” in artikel II.1 van de T&C BSP aFRR hanteert echter een andere (striktere) definitie van wat als beperkt energiereservoir aanzien wordt dan die in de aanvullende kenmerken voor FCR. Met name moet 4 uur continue aFRR-levering gegarandeerd kunnen worden in plaats van 2 uur en wordt 50% van het energiereservoir, in plaats van het werkelijke beschikbaar volume, verondersteld beschikbaar te zijn. Als gevolg breidt deze definitie de reserveleverende eenheden of groepen die moeten voldoen aan de aanvullende eigenschappen voor FCR onterecht uit ten opzichte van hetgeen goedgekeurd werd in beslissing (B)2133 van de CREG. Hierdoor zijn de verplichtingen die opgelegd worden in onder meer artikel II.6, artikel II.11.9, Bijlage 6, en Bijlage 11.B van de T&C BSP FCR door dit ook van toepassing te verklaren op leveringspunten die de aFRR-dienst leveren, strijdig met de beslissing (B)2133 van de CREG. De CREG vraagt daarom aan Elia om, alvorens over te gaan tot publicatie van de T&C BSP FCR, om de laatste zin van de definitie van “Leveringspunt met Beperkt Energiereservoir” in het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR, beginnend met “Indien een Leveringspunt geregistreerd is om zowel FCR als aFRR Dienst te leveren, …” te verwijderen, waardoor het voorstel dan in lijn wordt gebracht met de beslissing (B)2133 van de CREG. De CREG vraagt tegelijkertijd aan Elia, alvorens over te gaan tot publicatie van de goedgekeurde T&C BSP FCR, om de modaliteiten die niet geharmoniseerd worden door de aanvullende kenmerken voor FCR, zoals onder meer de strategie voor energiebeheer beschreven in artikel II.3.7 en in bijlage 2.D van de T&C BSP FCR, de beschikbaarheidstest en conformiteitscontrole in artikel II.13.4 en in bijlagen 12.B en 12.D en de activeringscontrole in bijlage 13.A, van toepassing te laten blijven op leveringspunten die geregistreerd zijn om zowel FCR als aFRR te leveren, en dit met als doel om het voorstel tot wijziging van T&C BSP FCR inhoudelijk niet te wijzigen ten gevolge van de bovenstaande gevraagde correctie. De zin die dus verwijderd wordt in de definitie “Leveringspunt met Beperkt Energiereservoir”, dient bijgevolg in voormelde artikelen opgenomen te worden alvorens Elia overgaat tot publicatie van het goedgekeurde voorstel tot wijziging vvan de T&C BSP FCR. Op die manier wordt het voorstel in lijn gebracht met de beslissing (B)2133 van de CREG. De CREG houdt zich evenwel het recht voor om bij een eerstkomend voorstel tot wijziging van T&C BSP FCR hierop nog verdere opmerkingen te formuleren; - Elia verwijdert de term “BSP-DSO contract” en stelt een nieuwe term “FSP-DSO contract” voor. Elia definieert deze term als “Een overeenkomst tussen de BSP en de DNB die de BSP toelaat om de FCR-dienst te leveren aan ELIA met de leveringspunten vermeld in het overeenkomstige FSP-DSO-contract”. De CREG merkt op dat de T&C BSP FCR overeenkomstig artikelen 18
(4)(
  1. a)van de EBGL, alle redelijke en gerechtvaardigde eisen voor het aanbieden van de balanceringsdienst moet bevatten. De CREG vraagt daarom om de verwijzing naar het FSP-DSO-contract, te verwijderen of, indien er andere eisen aanwezig zijn in dit FSP-DSO-contract waaraan de BSP moet voldoen om de FCR-dienst te kunnen leveren, deze vereisten expliciet op te nemen in het T&C BSP FCR-contract in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR, zodat de CREG het nodige toezicht kan uitoefenen In de bovenstaande context stelt de CREG vast dat de term “BSP-DSO-contract” enkel vermeld wordt in het T&C BSP FCR-contract om de leveringspunten waarmee de dienst geleverd zal worden, te kennen. Echter is de CREG van mening dat deze informatie nodig is om de verlening van de FCR-balanceringsdienst te evalueren. Aldus dient deze informatie, krachtens artikel 18.5.
  2. f)van de EBGL opgenomen te worden in de T&C BSP FCR. De CREG stelt vast dat artikel II.3.9 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR deze informatieverschaffing vanwege de BSP aan Elia oplegt; Niet-vertrouwelijk 13/26 - In de definitie van “Injectie”, vraagt de CREG aan Elia om de materiële fout “naat” te verbeteren door “naar” alvorens de goedgekeurde wijzigingen van de T&C BSP FCR te publiceren op de website van Elia;De CREG stelt vast dat de definitie van “State of Charge” toegevoegd werd om de aanvullende kenmerken voor FCR goedgekeurd via beslissing (B)2133 op 21 januari 2021, te implementeren. De CREG stelt echter vast dat deze aanvullende kenmerken voor FCR de state of charge definiëren op niveau van de reserveleverende eenheid (en dit ook in geval van reserveleverende groep), terwijl de definitie voorgesteld door Elia de state of charge op niveau van Leveringspunt definieert. Artikel 154
(8)van de SOGL legt ook enkel aan de TSB op om de FCR-leverende eenheden en FCR-leverende groepen te monitoren en aan de BSP om enkel de informatie voor elk van zijn FCR-leverende eenheden en FCR-leverende groepen te communiceren aan de TSB. Artikelen 154
(10)en 154
(11)van de SOGL laten toe aan de TSB om de informatieverschaffing in reële tijd te verzoeken aan de BSP, en om de informatie met betrekking tot technische installaties die deel uitmaken van eenzelfde FCR-eenheid ter beschikking te laten stellen door de BSP, wanneer de BSP geaggregeerde data communiceert voor meer dan één FCR-leverende eenheden wanneer dit nodig is voor de verificatie van de dienstverlening. Aangezien de aanvullende kenmerken voor FCR de informatieverschaffing per reserveleverende eenheid oplegt, zijn deze artikelen niet van toepassing. Als gevolg vraagt de CREG aan Elia om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR de definitie van “State of Charge” te wijzigen naar “De beschikbare energie-inhoud in % van de maximale energie-inhoud van elke reserveleverende eenheid die deel uitmaakt van een Providing Group met Beperkt Energiereservoir.”. - Als algemene opmerking vraagt de CREG aan Elia om naar aanleiding van een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR, de definities en de T&C BSP FCR in het algemeen, te herschrijven zodat in de T&C BSP FCR onafhankelijk moet zijn van het spanningsniveau van afnames, leveringspunten, toegangspunten, injecties, afnames, meetuitrusting, etc. Artikel 18
(4)(a) EBGL vereist namelijk dat de T&C BSP de eisen voor het aanbieden van balanceringsdiensten moet bevatten, waardoor de T&C BSP FCR van toepassing moet zijn, ongeacht het spanningsniveau, op elke activa binnen de Belgische LFC Zone. 4.2.
  1. Artikel II.2 – Voorwaarden voor de BSPs
  2. Elia stelt voor om twee artikelen toe te voegen die betrekking hebben tot de uitvoering van toezicht verplichtingen die op Elia berusten, en die voortvloeien uit de REMIT-verordening.
  3. De CREG stelt vast dat de andere voorwaarden voor aanbieders van balanceringsenergie, i.e. deze voor aFRR en mFRR, dezelfde artikelen bevatten als deze die door Elia voorgesteld worden in het kader van dit voorstel tot wijziging van T&C BSP FCR. De CREG heeft geen opmerkingen op deze wijziging. 4.2.
  4. Artikel II.3 – Voorwaarden voor Leveringspunten
  5. Elia stelt in artikel II.3.7 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR voor om zichzelf het recht te geven de strategie voor energiebeheer te evalueren, en in voorkomend geval te weigeren.
  6. De CREG vraagt aan Elia om de CREG te informeren telkens wanneer Elia een strategie voor energiebeheer weigert omdat deze door Elia als een onvoldoende strategie geacht wordt. De informatieverschaffing bestaat uit
(1)de door de BSP voorgestelde strategie,
(2)de reserveleverende Niet-vertrouwelijk 14/26 eenheid of groep waarop de strategie van toepassing is,
(3)de leveringspunten die deel uitmaken van de groep met hun relevante parameters, en
(4)van de motivering van de weigering ervan door Elia. De CREG stelt zich immers de vraag of deze extra validatiestap van Elia, en dus ook de inherente aannames en beperkingen die Elia oplegt, niet onnodig de deelname van FCR-capaciteit aan de FCRbalanceringsmarkten beperkt. De CREG verkiest eerder marktgebaseerde methodes dan methodes die uitgevoerd worden door een centrale entiteit. De CREG vraagt als gevolg aan Elia om het alternatief van een prekwalificatie op basis van een productverificatieproces uit te werken, zodat de geprekwalificeerde FCR-capaciteit vermindert kan worden vanaf het moment gedetecteerd wordt dat de reserveleverende eenheid of groep haar geprekwalificeerde FCR-capaciteit niet kan leveren . De CREG verwijst daarenboven naar paragraaf 53 van deze beslissing. De aanvullende kenmerken voor FCR veronderstellen namelijk dat aan de strategie voor energiebeheer voldaan is wanneer slechts 80% van het nominaal vermogen van de reserveleverende groep met beperkt energiereservoir geprekwalificeerd wordt. Deze veronderstelling zou expliciet naar voren moeten komen in artikel II.3.7 van het FCR-contract.
  1. In artikel II.3.8 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR stelt Elia voor dat elk Leveringspunt moet voldoen aan de eisen voor tegenmaatregelen bij Systeem Split. Elia geeft zichzelf het recht om de tegenmaatregelen bij Systeem Split te valideren, of deze na motivering te weigeren.
  2. De CREG vraagt daarnaast aan Elia om de CREG te informeren, telkens wanneer ze tegenmaatregelen weigert omdat ze door Elia als onvoldoende geacht worden en dit gelijktijdig met de informatieverschaffing aan de BSP. Deze informatieverschaffing bestaat uit de door de BSP voorgestelde maatregelen, de reserveleverende eenheid of groep waarop de maatregelen van toepassing zijn, de leveringspunten die deel uitmaken van de groep met hun relevante parameters, en van de motivering van de weigering ervan door Elia. De CREG stelt zich immers de vraag of deze extra validatiestap van Elia, en dus ook de inherente aannames en beperkingen die Elia oplegt, niet onnodig de deelname van FCR-capaciteit aan de FCR-balanceringsmarkten beperkt. De CREG verkiest namelijk marktgebaseerde methodes dan methodes die uitgevoerd worden door een centrale entiteit. De CREG vraagt als gevolg aan Elia om het alternatief van een prekwalificatie op basis van een productverificatieproces uit te werken, zodat de geprekwalificeerde FCR-capaciteit vermindert kan worden vanaf het moment gedetecteerd wordt dat de reserveleverende eenheid of groep haar geprekwalificeerde FCR-capaciteit niet kan leveren. 4.2.
  3. Artikel II.6 – Reservemodus controle
  4. In artikel II.6.1 stelt Elia voor dat een Providing Group met Leveringspunten met Beperkt Energiereservoir en die niet deelnam aan een succesvolle prekwalificatietest vóór de inwerkingtreding van het op 17 december 2024 ingediende voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR, in staat moet zijn om de FCR-Dienst in reservemodus te leveren.
  5. De CREG gaat niet akkoord dat de verplichting om de FCR-Dienst in reservemodus te leveren pas ingaat voor Providing Group met Leveringspunten met Beperkt Energiereservoir die voor de eerste keer een succesvolle prekwalificatietest hebben ondergaan, na goedkeuring door de CREG van het huidig voorstel ingediend door Elia op 17 december
  6. Volgens de CREG geldt deze verplichting om de FCR-Dienst in reservemodus te leveren reeds voor de Providing Group met Leveringspunten met Beperkt Energiereservoir die voor de eerste keer een succesvolle prekwalificatietest hebben ondergaan vanaf het verstrijken van de overgangsperiode bedoeld in artikel 4 van de door de CREG bij beslissing (B)2133 van 21 januari 2021 goedgekeurde aanvullende kenmerken voor FCR. Niet-vertrouwelijk 15/26 Bijgevolg vraagt de CREG om, alvorens publicatie van de T&C BSP FCR, de datum in artikel II.6.1 te veranderen naar 21 januari 2023, om enige strijdigheid met beslissing (B)2133 te verwijderen. Deze verbetering brengt het voorstel in lijn met beslissing (B)2133 van 21 januari 2023 en verandert de inhoud ervan niet.
  7. In artikel II.6.2 geeft Elia de mogelijkheid aan de BSP om de technische onmogelijkheid van haar Providing Group om Reservemodus toe te passen, aan te tonen. Elia geeft zichzelf het recht om de rechtvaardiging te aanvaarden of te weigeren, en legt zichzelf de verplichting op om deze weigering te motiveren en deze mede te delen aan de BSP en aan de CREG.
  8. De CREG heeft geen opmerkingen op deze wijziging.
  9. In artikel II.6.3 legt Elia de verplichting aan de BSP op om aan te tonen dat hij de FCR-Dienst in Reservemodus kan leveren. Elia valideert de reservemoduscontrole of geeft een rechtvaardiging voor de afwijzing ervan.
  10. De CREG vraagt aan Elia om de CREG te informeren telkens wanneer ze de implementatie van reservemodus afwijst en dit aan de BSP meedeelt. De informatieverschaffing bestaat uit
(1)de door de BSP voorgestelde implementatie, de reserveleverende eenheid waarop de reservemodus van toepassing is,
(2)de leveringspunten die deel uitmaken van de eenheid met hun relevante parameters, en
(3)van de motivering van de weigering ervan door Elia. 4.2.
  1. Artikel II.7 – Prekwalificatie
  2. In het nieuw artikel II.7.4 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR stelt Elia voor om de bijdrage van een Leveringspunt met Beperkt Energiereservoir aan de Pool en die FCR-capaciteit levert, te beperkten tot 80% van het nominaal vermogen.
  3. Artikel 3
(5)van de aanvullende kenmerken voor FCR goedgekeurd via beslissing (B)2133 op 21 januari 2021 stelt echter dat een prekwalificatie van 80% van het nominaal vermogen van een Providing Group met Beperkt Energiereservoir een actief beheer van het energiereservoir ontsluit. Met andere woorden, indien de BSP ervoor kiest om slechts 80% van het nominaal vermogen van de reserveleverende eenheid of groep met beperkt energiereservoir te leveren, wordt dit door de aanvullende kenmerken voor FCR als een afdoend actief beheer van het energiereservoir geacht om de correcte FCR-dienstlevering te verzekeren. De goedgekeurde aanvullende kenmerken voor FCR staan om dezelfde reden ook een afwijking hierop toe indien de correcte levering van de FCR-dienst verzekerd blijft door toepassing van een strategie voor energiereservoirbeheer. Met andere woorden, de aanvullende kenmerken voor FCR laten een geprekwalificeerd volume van meer dan 80% van het nominaal vermogen van de reserveleverende eenheid of groep met beperkt energiereservoir toe wanneer dit gemotiveerd wordt door een actief beheer van het energiereservoir (wat gevalideerd wordt door Elia). Omwille van deze reden, en dus om niet in strijd te zijn met beslissing (B)2133, keurt de CREG artikel II.7.4 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR niet goed. De afkeuring maakt het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR niet caduque daar Elia nog altijd met toepassing van artikel II.3.
  1. van de T&C BSP FCR de strategie voor energiebeheer kan valideren. In geval Elia de door de BSP voorgestelde strategie voor energiebeheer niet valideert, wordt de CREG hiervan op de hoogte gebracht. Aan Elia wordt dan ook gevraagd om artikel II.7.4 van het voorstel T&C BSP FCR te schrappen voorafgaand aan de publicatie van het goedgekeurd voorstel T&C BSP FRC. De CREG vraagt aan Elia om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR een nieuw artikel II.7.4 voor te stellen waarin datgene dat uiteengezet wordt in randnummers 84 tot en met 134 Niet-vertrouwelijk 16/26 van de verklarende nota bij het oorspronkelijk voorstel van aanvullende kenmerken voor FCR, in bijlage 1 van beslissing (B)2133, weerspiegelt wordt. Deze randnummers stellen dat een prekwalificatie van 80% (of minder) van het maximaal FCR-vermogen dat de Providing Group met Beperkt Energiereservoir gedurende een periode van 2 uur in ofwel positieve ofwel negatieve richting kan leveren alvorens uitputting van de energiereservoir(s) van de Leveringspunten met Beperkt Energiereservoir, als afdoende strategie voor energiebeheer wordt verondersteld. Er wordt niet uitgesloten om meer FCR-vermogen te prekwalificeren, maar in dit geval moet de BSP aan de TSB bewijzen dat de toegepaste strategie voor energiebeheer de reserveleverende eenheid of groep met beperkt energiereservoir in de mogelijkheid stelt om het geprekwalificeerd FCR-vermogen te leveren (i.e. een gelijkwaardig effect als wanneer slechts 80% geprekwalificeerd zou zijn).
  2. De CREG stelt dus ook vast dat de aanvullende kenmerken voor FCR een afwijking op de bovenstaande beperking toelaat zolang de FCR-levering waaraan de reserveleverende eenheid of groep met beperkt energiereservoir gewaarborgd blijft, bij toepassing van een actief beheer van het energiereservoir. Echter vindt de CREG deze afwijkingsmogelijkheid op de beperking van het FCRvermogen tot 80% van het nominaal vermogen niet terug in het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR. De CREG vraagt daarom aan Elia om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR deze afwijkingsmogelijkheid op te nemen in de T&C BSP FCR en de CREG op de hoogte te brengen van elke finale aanvaarding of verwerping, door Elia, van een afwijkingsaanvraag.
  3. Het nieuw artikel II.7.5 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR staat de BSP toe om een afwijking aan te vragen van artikel II.11.2 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR. De BSP moet een bewijs van technische beperkingen verschaffen om de afwijking te rechtvaardigen. Elia valideert deze afwijking, en moet een weigering meedelen aan de CREG.
  4. De CREG stelt vast dat artikel II.11.2 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR handelt over een activering van de FCR-levering dat later begint dan de vooropgestelde 2 seconden na een frequentieafwijking. Artikel 3
(2)van de aanvullende kenmerken voor FCR goedgekeurd via beslissing (B)2133 op 21 januari 2021 legt op dat deze latere activatie toegestaan kan worden door de TSB indien de BSP kan aantonen waarom de FCR-leverende eenheid of groep technisch in de onmogelijkheid is om een activering van de FCR-levering binnen de vooropgestelde 2 seconden na een frequentieafwijking, na te leven. Het is echter niet helemaal duidelijk voor de CREG hoe het proces verloopt om deze afwijking aan te vragen en hoe het proces verloopt om deze te valideren. De CREG vraagt aan Elia om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR te verduidelijken wanneer en hoe de BSP de aanvraag moet formuleren (bijvoorbeeld op het moment van aanvraag van de prekwalificatietest door dit aan te duiden op het aanvraagformulier voor prekwalificatietests dat gepubliceerd is op de website van Elia). Ook vraagt de CREG aan Elia om de CREG te informeren over elke finale aanvaarding en weigering van een afwijkingsaanvraag, en zowel de aanvaarding als de weigering te motiveren. Door deze transparantie te verlenen aan de CREG, kan de CREG toezicht uitoefenen op de niet-discriminerende toekenning van deze afwijking, en zo ook de naleving van het objectief in artikel 4.2(a) van de SOGL. 57. Het nieuw artikel II.7.6 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR staat de BSP toe om een afwijking van artikel II.11.4 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR vragen. Elia valideert deze afwijking, en moet een weigering meedelen aan de CREG. 58. Artikel II.11.4 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR handelt over een lineaire stijging, gedurende 30 seconden, van het geleverde FCR-vermogen naar het gevraagde FCR-vermogen als reactie op een frequentieafwijking. Artikel 3
(2)van de aanvullende kenmerken voor FCR goedgekeurd via beslissing (B)2133 op 21 januari 2021 legt op dat een sneller dan lineaire stijging toegestaan kan worden door de TSB indien de BSP kan aantonen waarom de FCR-leverende eenheid technisch in de onmogelijkheid is om een lineaire stijging van het geleverde FCR-vermogen naar het gevraagde FCR- Niet-vertrouwelijk 17/26 vermogen als reactie op een frequentieafwijking, na te leven. Dezelfde opmerkingen van de CREG, en daaruit voortvloeiende vragen, als vermeld in paragraaf 56 van deze beslissing, gelden ook op dit artikel II.11.4 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR.
  1. Doorheen artikel II.7 van het voorstel tot wijziging van T&C BSP FCR wordt verwezen naar Bijlage 6 van het voorstel tot wijziging van T&C BSP FCR. De relevante bijlage voor de prekwalificatietest is echter Bijlage 7 van het voorstel tot wijziging van T&C BSP FCR. De CREG vraagt aan Elia om alvorens de goedgekeurde wijzigingen van de T&C BSP FCR te publiceren op de website van Elia deze materiële fout recht te zetten. 4.2.
  2. Artikel II.11 – Activering
  3. De CREG merkt op dat artikel II.11.3 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR grammaticaal incorrect is en dat de artikelen waarnaar verwezen wordt onduidelijk zijn. De CREG vraagt aan Elia om dit artikel te corrigeren door het volgende op te nemen: “Als de BSP het technisch bewijs geleverd heeft om de afwijking van Art. II.11.2 te staven, in overeenstemming met Art. II.7.6, kan de activering van FCR Power na een Frequentie-Afwijking later dan 2 seconden beginnen”.
  4. In artikel II.11.5 stelt Elia dat, wanneer de BSP met succes een afwijking van artikel II.4 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR aanvraagt, de BSP het FCR-Vermogen niet lineair moet leveren. Elia legt daarom op dat na 15 seconden minstens 50% van de FCR Requested geleverd moet worden.
  5. De CREG stelt vast dat Elia de term “FCR-Vermogen” gebruikt. Alhoewel de CREG niet gekant is tegen het gebruik van deze Nederlandstalige term, wordt deze term niet gedefinieerd in het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR en wordt doorheen het voorstel “FCR-Power” gebruikt. De CREG vraagt aan Elia om alvorens de goedgekeurde wijzigingen van de T&C BSP FCR te publiceren op de website van Elia op heden de term “FCR-Vermogen” te veranderen naar “FCR-Power”, en om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR de gebruikte term “FCR-Power” doorheen de T&C BSP FCR te veranderen naar “FCR-Vermogen”. De CREG stelt ook vast dat Elia de succesvolle aanvraag als voorwaarde voor de toekenning van de afwijking vooropstelt. Echter is het onduidelijk wanneer de aanvraag succesvol is, en stelt de CREG zich de vraag of een verschillend criterium bedoeld wordt in artikel II.11.5 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR dan de toekenning van de afwijking na evaluatie ervan door Elia, zoals opgenomen in artikel II.7.6 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR. Het is volgens de CREG duidelijker om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR het criterium van succes te expliciteren, namelijk wanneer Elia het technisch bewijs dat de BSP geleverd heeft om de afwijking te staven, effectief aanvaardt. De CREG vraagt aan Elia om de formulering in die zin aan te passen. Tot slot vraagt de CREG om alvorens de goedgekeurde wijzigingen van de T&C BSP FCR te publiceren op de website van Elia de foutieve verwijzing van “Art. 7.7” te veranderen naar “Art. II.7.6” van het voorstelt tot wijziging van T&C BSP FCR.
  6. In artikel II.11.7 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR, stelt Elia de verplichting voor, dat de FCR-dienstverlening tijdens de alarmtoestand, onverminderd artikel II.11.7 van de T&C BSP FCR, en als voldaan is aan de voorwaarden van bijlage 11.B, conform de Bijlage 11.B geleverd moet worden. De CREG stelt vast dat de paragraaf een zelfverwijzing bevat. De CREG denkt echter dat deze verwijzing artikel II.11.6 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR bedoelt. De CREG vraagt aan Elia om alvorens de goedgekeurde wijzigingen van de T&C BSP FCR te publiceren op de website van Elia de correctheid van deze verwijzing na te kijken en desnoods te verbeteren. Niet-vertrouwelijk 18/26 Tegelijk vraagt de CREG aan Elia om de typefout in “Alarmtoestand” te corrigeren alvorens de goedgekeurde wijzigingen van de T&C BSP FCR te publiceren op de website van Elia.
  7. Tot slot, stelt de CREG vast dat de verplichtingen omtrent FCR-levering in het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR opgesplitst werd in een verplichting bij FCR-levering wanneer het transmissiesysteem zich in normale toestand bevindt, en wanneer het transmissiesysteem zich in alarmtoestand bevindt. Deze opsplitsing impliceert verschillende vereisten per toestand, en dus een impliciete nood voor BRPs die de FCR-dienst wensen te leveren, om rekening te houden met de toestand van het transmissiesysteem bij hun levering. Echter, is dit niet wat in Unierecht opgelegd wordt. Verwijzend naar artikel 156
(7)van de SOGL, legt Unierecht op dat reserveleverende eenheden of groepen zonder een beperkt energiereservoir de FCR-dienst continu moeten kunnen leveren, en dit ongeacht de toestand van het transmissiesysteem. Artikel 156
(8)van de SOGL legt op dat reserveleverende eenheden of groepen met een beperkt energiereservoir de FCR-dienst continu moeten kunnen leveren tenzij het energiereservoir uitgeput is (in eender welke richting), en dit ook ongeacht de toestand van het transmissiesysteem. Artikel 156
(9)van de SOGL legt daarenboven op dat de uitputting van het energiereservoir enkel kan plaatsvinden na een bepaalde minimale duur van alarmtoestand, tellend vanaf de afkondiging van deze alarmtoestand. Artikel 156
(10)van de SOGL stelt dat deze minimale duur geharmoniseerd moet worden in Continentaal Europa, en minstens 15 minuten moet duren maar maximaal 30 minuten. De aanvullende kenmerken voor FCR, goedgekeurd via beslissing (B)2133 op 21 januari 2021, leggen daarbij op dat wanneer het energiereservoir uitgeput is, er nog steeds een beperkte respons verwacht wordt via toepassing van de reservemodus. Onverminderd de evaluatie of de artikelen II.11.16, II.11.17 en Bijlage 11.B van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR de bovengenoemde voorwaarden correct toepassen, is de formulering ervan niet klantgericht. Zo is het ten eerste niet eenvoudig voor een BSP om de impact van deze artikelen en bijlagen op haar gebruikersscenario of business case te achterhalen. Ten tweede noodzaakt de formulering een lezing van Bijlage 11.B door alle BSPs, terwijl deze bijlage enkel relevant is voor reserveleverende eenheden of groepen die een reservemodus moeten implementeren. Een niet-klantgerichte formulering van het T&C BSP-contract wordt door BSPs als een belemmering voor de deelname aan balanceringsdienstleveringen geïdentificeerd, in die mate dat het toegankelijker maken van hetgeen in de T&C BSP-contracten staat als een door Elia in 2025 te behalen stimulans werd opgenomen krachtens beslissing (B)658E/89 van 17 oktober 2024. De CREG acht het daarom ook noodzakelijk om de beschrijving van de vereisten bedoeld in Unierecht leesbaar op te nemen in de T&C BSP FCR door duidelijk aan te geven op wie of wat de voorwaarden van toepassing zijn en welke impact de voorwaarden hebben op de BSPs. De CREG vraagt aan Elia om hier rekening mee te houden bij een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR. De CREG vraagt aldus aan Elia om met BSPs te bespreken welke formulering meest klantvriendelijk is, en als alternatief voor te stellen om
(1)de opsplitsing van de regels te maken tussen Providing Groups met beperkt Energiereservoir en Providing Groups zonder beperkt Energiereservoir (waarbij deze laatste in staat moeten zijn om continu FCR te leveren, ongeacht de toestand van het transmissiesysteem),
(2)te verduidelijken dat het Providing Groups met beperkt Energiereservoir, bovenop hun verplichtingen in normale toestand, gedurende minstens 25 minuten, tellend vanaf het moment dat de frequentieafwijking meer dan 50 Hz bedraagt, de FCR-dienst volledig moeten kunnen blijven leveren,
(3)dat de Providing Group met beperkt Energiereservoir, vanaf het moment het energiereservoir niet meer toelaat om de FCR-dienst continu te leveren, de FCR-dienst continu blijft leveren in reservemodus, conform hetgeen uiteengezet in Bijlage 11.B.. Deze laatste vraag
(3)corrigeert daarbij mogelijks een vrijheid, die het voorstel tot wijziging van T&C BSP FCR aan deze reserveleverende eenheden toelaat. In tegenstelling tot de boodschap om vanaf het bereiken van het punt in vraag
(2)de reservemodus reeds toe te passen, moet de FCR-dienst geleverd blijven tot uitputting van het energiereservoir (ook al is het punt in vraag
(2)reeds bereikt). Het blijven leveren van de FCR-dienst, ook al zijn de 25 minuten in vraag
(2)reeds Niet-vertrouwelijk 19/26 verstreken, is een principe opgenomen in artikel 156
(8)van de SOGL en artikel 3
(5)van de aanvullende kenmerken voor FCR. 4.2.
  1. Bijlage 1 – Procedure voor de aanvaarding van een BSP
  2. In bijlage 1 stelt Elia voor om over 8 weken te beschikken om een aanvraag van een BSP goed te keuren of te weigeren, en deze keuze ook te motiveren aan de BSP. Bij een weigering omwille van verzoek om aanvullende informatie, heeft de BSP 4 weken de tijd om deze informatie aan te leveren alvorens de aanvraag door Elia als ingetrokken wordt beschouwd.
  3. Met oog op het garanderen van een effectief toezicht door de CREG op de naleving van de objectieven van de SOGL en het T&C BSP FCR-contract, vraagt de CREG aan Elia om, alvorens publicatie van de goedgekeurde T&C BSP FCR, elke goedkeuring van een aanvraag, elke weigering van een aanvraag zonder verzoek om aanvullende informatie van de BSP, en elke weigering omwille van een beschouwde intrekking van de aanvraag, aan de CREG wordt gecommuniceerd inclusief de integrale motivering die verschaft wordt aan de BSP. 4.2.
  4. Bijlage 2 – Procedure voor de aanvaarding van een Leveringspunt
  5. Elia voegt toe dat de vergelijking nodig is om de juiste meting te bepalen op basis van verschillende meetapparatuur die zich achter of op het toegangspunt bevinden.
  6. De CREG heeft momenteel geen opmerkingen op deze wijziging.
  7. Elia stelt voor dat de netgebruiker uitdrukkelijk toestemming geeft om alle gegevens die relevant zijn voor het leveren van de FCR-Dienst van de Leveringspunten te verzenden, in plaats van enkel de meetgegevens.
  8. De CREG vraagt aan Elia om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR expliciet te verwijzen naar de concrete artikelen van het T&C BSP FCR-contract zodat vooraf geweten is welke relevante gegevens gevraagd worden.
  9. Elia voegt de nodige informatie toe die ze verwacht te ontvangen van de BSP in het kader van de strategie voor energiebeheer.
  10. De CREG verwijst vooreerst naar haar opmerking in paragraaf 39 van deze beslissing, omtrent de toepassing van voorwaarden op een Leveringspunt met Beperkt Energiereservoir, terwijl deze voorwaarden van toepassing zijn op een reserveleverende eenheid of groep, die uit één of meerdere leveringspunten kan bestaan. De CREG stelt vast, in bijlage 2.D, dat de strategie voor energiebeheer toegepast kan worden op één of meer Leveringspunten met Beperkt Energiereservoir. De CREG vraagt aan Elia om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR te bijlage 2.D te herschrijven zodat ze van toepassing is op een Providing Group met Beperkt Energiereservoir. De CREG stelt daarenboven vast dat de lijst van nodige informatie niet-limitatief opgesteld werd. De CREG vraagt aan Elia om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR alle categorieën van informatie op te lijsten zodat de BSP een volledige transparantie krijgt van de aan Elia aan te leveren informatie. De CREG vraagt daarnaast ook om het doel van de informatieverschaffing daarin ook op te nemen, namelijk wat Elia wenst te verifiëren. Immers, er zijn slechts twee additionele vereisten van toepassing voor een reserveleverende eenheid of groep met beperkt energiereservoir: een minimale leveringsduur van FCR-vermogen en de toepassing van reservemodus. Niet-vertrouwelijk 20/26 Ook vraagt de CREG aan Elia om het proces te verduidelijken, waarbij de BSP de mogelijkheid heeft om aan te tonen dat zijn reserveleverende eenheid of groep niet valt onder de definitie van een reservleverende eenheid of groep met Beperkt Energiereservoir, ondanks de aanwezigheid van Leveringspunten met een Beperkt Energiereservoir in de eenheid of groep. Verwijzend naar paragraaf 53 van deze beslissing, is de definitie namelijk afhankelijk van de mogelijke FCR-activatie en van de manier van uitbating. Tot slot vraagt de CREG aan Elia om, alvorens de publicatie van de goedgekeurde T&C BSP FCR, op te nemen dat de CREG geïnformeerd zal worden van elke aanvaarding of finale verwerping van een strategie voor het energiebeheer. Door deze transparantie te verlenen aan de CREG, kan de CREG toezicht houden op de niet-discriminerende toekenning van deze afwijking, en zo ook de naleving van het objectief in artikel 4.2(a) van de SOGL.
  11. In bijlage 2.E stelt Elia vereisten voor tegen een systeem split. Elia stelt voor dat de BSP aangeeft of ze gebruik maakt van centrale of decentrale aansturing. In geval van centrale aansturing moet de BSP de observatiefunctie beschrijven, net als de tegenmaatregelen in geval van fouten in de gecentraliseerde besturing. Elia stelt voor dat de BSP zo veel mogelijk gebruik moet maken van lokale frequentiemetingen. Tot slot, verwijst Elia naar een extern document “FCR System Split Countermeasures Requirements”.
  12. Dit voorstel is een toepassing van artikel 5
(6)tot en met 5
(9)van de aanvullende kenmerken voor FCR, in bijlage 1 van beslissing (B)2133. De aanvullende eigenschappen voor FCR stellen, in artikel 5
(6)van de aanvullende kenmerken voor FCR, dat de reserveleverende eenheden, wanneer technisch mogelijk, minstens per aansluitingspunt uitgerust zijn met een frequentiemeting. Voor de aansturing van de reserveleverende groep, worden twee opties toegelaten voor de aansturing van de reserveleverende groep in artikel 5
(7)van de aanvullende kenmerken voor FCR: decentrale aansturing en centrale aansturing. De decentrale aansturing wordt gedefinieerd als een frequentiemeting en aansturing per aansluitingspunt (i.e. frequentiemeting per reserveleverende eenheid en aansturing van elke reserveleverende eenheid op basis van deze frequentiemeting). De centrale aansturing wordt in artikel 5
(7)van de aanvullende kenmerken voor FCR gedefinieerd als een aansturing van de reserveleverende groep in haar geheel op basis van één frequentiemeting van een reserveleverende eenheid. In dit geval dient een fall-back methode toegepast te worden in geval van fouten in de centrale aansturing gedetecteerd worden of in geval een systeemsplit ontstaat, waarbij de reserveleverende groep opsplitst in zones met elk een verschillende frequentie. Deze fall-back methode kan twee vormen aannemen: ofwel wordt overgegaan naar een decentrale aansturing op het moment dat de observatiefunctie fouten met de centrale aansturing gedetecteerd heeft (in artikel 5
(8)van de aanvullende kenmerken voor FCR), ofwel wordt een alternatieve oplossing toegepast met gelijkwaardig effect (in artikel 5
(9)van de aanvullende kenmerken voor FCR). 75. De CREG stelt vast dat Elia de optie van artikel 5
(9)van de aanvullende kenmerken voor FCR niet opneemt in de T&C BSP FCR. De CREG stelt ook vast dat er geen vraag is van marktpartijen om deze optie op te nemen. Echter vraagt de CREG aan Elia om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR expliciet toe te voegen in de T&C BSP FCR, dat deze optie niet voorgesteld wordt door Elia. Er kan immers niet verwacht worden dat alle marktpartijen op de hoogte zijn van alle mogelijkheden die door de aanvullende kenmerken voor FCR toegelaten zijn. Door expliciet toe te voegen dat deze optie niet voorgesteld wordt, kunnen marktdeelnemers hun onenigheid met deze keuze in een volgende raadplegingsfeedback integreren. De CREG merkt op dat ‘lokale frequentiemetingen’ in bijlage 3.C van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR gedefinieerd wordt als frequentiemeting per Leveringspunt. De CREG verwijst naar haar opmerking over de inconsistentie tussen de definitie van “Leveringspunt” en van “reserveleverende eenheid/groep” zoals ook aangehaald in paragraaf 39 van deze beslissing. De aanvullende kenmerken Niet-vertrouwelijk 21/26 voor FCR laten echter als voldoende maatregel toe om elke reserveleverende eenheid binnen de groep aan te sturen met één frequentiemeting op het aansluitingspunt (i.e. per reserveleverende eenheid, dat ook kan bestaan uit meerdere Leveringspunten). In geval er meerdere leveringspunten aanwezig zijn achter dit aansluitingspunt, hoeft dus niet elk leveringspunt uitgerust te zijn met een frequentiemeting. De CREG aanvaardt als gevolg de voorgestelde wijziging waarbij zoveel mogelijk gebruik gemaakt moet worden van lokale frequentiemetingen niet en dit wegens te beperkend ten opzichte van wat goedgekeurd werd in de beslissing (B)2133 van 21 januari
  1. De CREG vraagt als gevolg aan Elia om alvorens over te gaan tot de publicatie van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR de zin “en moet hij zoveel mogelijk gebruik maken van lokale frequentiemetingen” in de tweede alinea van bijlage 2.E van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR, te verwijderen. Deze verwijdering is nodig om het voorstel tot wijziging in lijn te brengen met beslissing (B)2133 en wijzigt de inhoud niet. Tegelijk vraagt de CREG om, tegen een eerstkomend voorstel tot wijziging van T&C BSP FCR, bijlage 3.C in lijn te brengen met de aanvullende kenmerken voor FCR door de lokale frequentiemeting te definiëren als een frequentiemeting per aansluitingspunt. Tot slot, stelt de CREG vast dat er verduidelijkingen aanwezig zijn, in het externe document “FCR System Split Countermeasure Requirements” (bijlage 5 van deze beslissing), omtrent de vereisten waaraan de observatiefunctie moet voldoen. Zo stelt pagina 7 van dit document dat de observatiefunctie de frequentieverschillen tussen aansluitingspunten moet kunnen vergelijken met als doel de grens van de zones met verschillende frequentie te identificeren. Wanneer een verschil dat wijst op een system split geïdentificeerd wordt door de observatiefunctie, moet de aansturing van de reservelevende eenheden binnen de groep van centrale naar decentrale aansturing veranderen en dit ten laatste 2 seconden na de detectie van de system split. Ook stelt dit document dat, wanneer de bijdrage van een combinatie van reserveleverende eenheden die zich allen in dezelfde elektrische zone bevinden, aan de reserveleverende groep maximaal 1,5 MW bedraagt, Elia de centrale aansturing van deze combinatie van reserveleverende eenheden als voldoende fall-back methode acht. De CREG is van oordeel dat al deze voorgaande bepalingen relevant zijn om op te nemen in de T&C BSP FCR. De CREG herhaalt ook haar standpunt dat er geen additionele vereisten aanwezig kunnen zijn in een extern document ten opzichte van hetgeen goedgekeurd werd door de CREG. De CREG vraagt aldus aan Elia om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR de relevante elementen op te nemen in de T&C BSP FCR, en de draagwijdte van het document “FCR System Split Countermeasures Requirements” te beperken tot verklarende voorbeelden. In dezelfde context stelt de CREG vast dat bijlage 3.C van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR niet werd aangepast om de vereisten omtrent de frequentiemeting van een combinatie van reserveleverende eenheden die zich allen in dezelfde elektrische zone bevinden, te versoepelen tot één meting in die zone. 4.2.
  2. Bijlage 5 – Communicatietest
  3. Elia voegt toe dat ze de resultaten van de communicatietest uiterlijk 10 werkdagen na ontvangst van het aanvangstijdstip van de communicatietest, zal communiceren aan de BSP.
  4. De CREG aanvaardt de duurtijd van 10 werkdagen. Echter vraagt de CREG aan Elia om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR te specifiëren wie het aanvangstijdstip bepaalt en om de procedure van de aanvraag van een communicatietest en de bepaling van het aanvangstijdstip, te beschrijven in de T&C BSP FCR. Niet-vertrouwelijk 22/26 4.2.
  5. Bijlage 6 – Reservemodus controle
  6. Elia voegt de gegevens toe die een BSP moet verstrekken om aan te tonen dat een reserveleverende groep met beperkt energiereservoir de FCR-dienst in reservemodus kan leveren.
  7. De CREG stelt vast dat Elia verwijst naar een extern document “FCR Reserve Mode Simulation Template” (bijlage 4 van deze beslissing). De CREG herhaalt haar standpunt dat er geen additionele verplichtingen opgelegd kunnen worden via een extern document ten opzichte van hetgeen goedgekeurd werd door de CREG. De CREG stelt vast dat een aantal zaken extra opgenomen worden in dit document, zoals bijvoorbeeld de definities van de termen die in bijlage 6 zijn opgenomen, alsook de bepaling van parameters die gebruikt moet worden voor de simulatie. De CREG vraagt om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR de definities op te nemen in de T&C BSP FCR en een beschrijving van het doel van dit document, namelijk dat dit document de BSP toelaat om aan te tonen dat ze de correcte respons van de reserveleverende groep in reservemodus, zoals opgenomen in de T&C BSP FCR, begrijpt. 4.2.
  8. Bijlage 8 – Capaciteitsveilingen
  9. Elia wijzigt deze bijlage beperkt om in lijn te brengen met de huidige procedures en processen betreffende de aankoop van FCR-capaciteit in het kader van de FCR-coöperatie. De CREG aanvaardt deze wijzigingen. 4.2.
  10. Bijlage 11 – Activering
  11. Elia voegt de activering in geval van reservemodus toe in bijlage 11 van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR.
  12. De CREG stelt vast dat de bijlage 11.A en 11.B opgesplitst zijn afhankelijk van of energiebieding geleverd zal worden door een reserveleverende groep die al dan niet de dienst in reservemodus kan leveren. Deze opsplitsing is in lijn met hetgeen uiteengezet is in paragraaf 64 van deze beslissing. De CREG vraagt aldus om ook gevolg te geven aan de vraag in paragraaf 64 van deze beslissing. De CREG verwijst ook naar paragraaf 47 van deze beslissing.
  13. In tegenstelling tot de onduidelijkheid die door de CREG in paragraaf 64 van deze beslissing opgemerkt wordt, vermeldt bijlage 11.B wel de bepaling dat de FCR-dienst geleverd moet blijven worden tot uitputting van het reservoir, ook al zijn de 25 minuten verstreken. Dit is een principe opgenomen in artikel 156
(8)van de SOGL en artikel 3
(5)van de aanvullende kenmerken voor FCR. De CREG vraagt om deze bepaling in artikel II.11 op te nemen in plaats van in bijlage 11.B.
  1. De CREG stelt vast dat bijlage A van de aanvullende kenmerken voor FCR toegevoegd werd. Echter worden de aanvullende kenmerken voor FCR toegepast op alle reserveleverende eenheden of groepen die deel uitmaken van de energiebieding, waardoor ook reserveleverende eenheden of groepen zonder beperkt energiereservoir, die mee de energiebieding zullen leveren, zouden moeten voldoen aan bijlage 11.B van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR. De CREG acht deze formulering echter voorlopig aanvaardbaar, in de veronderstelling dat elke reserveleverende eenheid of groep aparte energiebiedingen zullen inbieden. Deze veronderstelling zal echter opgevolgd moeten worden. De CREG vraagt aldus aan Elia om de FCR-energiebiedingen aan de CREG te rapporteren met inbegrip van de reserveleverende eenheden en groepen (inclusief details van hun leveringspunten), en de classificatie van deze eenheden en groepen met of zonder beperkt energiereservoir. Niet-vertrouwelijk 23/26
  2. Elia voegt ook een BSP-verklaring toe in geval de BSP beroep wilt doen op één of meerdere derden met betrekking tot het aanleveren van meetgegevens.
  3. De CREG heeft hier momenteel geen opmerking op. 4.
  4. AANVULLENDE OPMERKINGEN
  5. De CREG stelt vast dat bijlage 3.B verwijst naar de modaliteiten die in het Technisch Reglement beschreven staan en die van toepassing zijn op de betrokken DNB betreffende de meetvereisten voor leveringspunten op het publieke distributienet.
  6. Krachtens artikel 18
(4)(a) van de EBGL moeten de T&C BSP FCR alle redelijke en gerechtvaardigde eisen voor het aanbieden van balanceringsdiensten bevatten. De CREG vraagt als gevolg aan Elia om de relevante eisen integraal op te nemen in de T&C BSP FCR, zodat de CREG toezicht kan uitoefenen op hun redelijkheid en gerechtvaardigdheid. 5. BESLISSING Met toepassing van de artikelen 6.1 en 6.3, van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering, keurt de CREG, het gewijzigd voorstel van Elia Transmission Belgium NV van de voorwaarden voor de aanbieder van balanceringsdiensten of “BSP” (Balancing Service Provider) voor Frequentiebegrenzingsreserves (FCR) goed, met dien verstande dat Elia Transmission Belgium NV: - uitgenodigd wordt om alle in deze beslissing vastgestelde materiële fouten recht te zetten, alvorens over te gaan tot publicatie van het goedgekeurde voorstel tot wijziging van de voorwaarden voor de aanbieder van balanceringsdiensten of “BSP” (Balancing Service Provider) voor Frequentiebegrenzings-reserves (FCR). Concreet vraagt de CREG om, alvorens de publicatie van de goedgekeurde T&C BSP FCR, tegemoet te komen aan de opmerkingen zoals geformuleerd in paragrafen 33, 36, 37, 39, 47, 59, 60, 62, 63, 66, 72, en 75 van deze beslissing; - verzocht wordt om binnen het jaar, te rekenen vanaf de datum van huidige beslissing, bij de CREG een voorstel tot wijzing van de voorwaarden voor de aanbieder van balanceringsdiensten of “BSP” (Balancing Service Provider) voor Frequentiebegrenzingsreserves (FCR) in te dienen dat gevolg geeft aan alle opmerkingen geformuleerd door de CREG in huidige beslissing. Concreet gaat dit wijzigingsverzoek over de opmerkingen zoals geformuleerd in de paragrafen 34, 39, 43, 53, 54, 56, 58, 62, 64, 70, 72, 75, 77, 79, en 88 van deze beslissing; - alle informatie die de CREG vraagt overeenkomstig de paragrafen 43, 45, 51, en 56 tijdig meedeelt. - gevolg geeft aan de opmerking overeenkomstig paragaaf 84 van deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 24/26 Het goedgekeurde voorstel tot wijziging van de voorwaarden voor de aanbieder van balanceringsdiensten of “BSP” (Balancing Service Provider) voor Frequentiebegrenzings-reserves (FCR) treedt in werking op datum van deze beslissing.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijk Ilse TANT Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 25/26 BIJLAGE 1 a. Voorstel van T&C BSP FCR, met track changes Nederlands, Frans, Engels – versie van 17 december 2024 b. Voorstel van T&C BSP FCR, zonder track changes Nederlands, Frans, Engels – versie van 17 december 2024 BIJLAGE 2 Informatieve nota Engels – versie van 17 december 2024 BIJLAGE 3 a. Consultatieverslag, vertrouwelijke versie Engels – versie van 17 december 2024 b. Consultatieverslag, niet-vertrouwelijke versie met inbegrip van alle individuele commentaren Engels – versie van 17 december 2024 BIJLAGE 4 Excel-sjabloon voor de simulatie van de reservemodus van FCR Engels – versie van 17 december 2024 BIJLAGE 5 Vereisten voor een systeem split Engels – versie van 17 december 2024 Niet-vertrouwelijk 26/26

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.