(B)2981 15 mei 2025 Beslissing tot vaststelling van de Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme Artikel 7undecies, § 12 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en artikel 33 van het huishoudelijk reglement van de CREG Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE ................................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................................ 3 1. Wettelijk kader ............................................................................................................................................ 4 2. Antecedenten .............................................................................................................................................. 7 2.1. Algemeen ............................................................................................................................................ 7 2.2. Openbare raadpleging ......................................................................................................................... 7 2.2.1. Over de verplichting tot het organiseren van een raadpleging over de Ontwerpbeslissing ......... 7 2.2.2. Over de raadpleging PRD (Z)2981 .................................................................................................. 9 3. Analyse van het Voorstel in het licht van de vereisten van de Elektriciteitswet ....................................... 10 3.1. Over de conformiteit van het Voorstel van Werkingsregels met de wettelijk voorgeschreven minimale ............................................................................................................................................ 10 3.2. Over de conformiteit van het Voorstel van Werkingsregels met de wettelijk vastgelegde doelstellingen .................................................................................................................................... 10 4. UITEENZETTING VAN DE AANGEBRACHTE WIJZIGINGEN .......................................................................... 11 4.1. Anticipatie op veranderingen in de regelgeving ............................................................................... 11 4.2. Classificatie van de Opt-outvolumes ................................................................................................. 12 4.2.1. Flexibele aansluitingscontract ..................................................................................................... 12 4.2.2. Motiveringsbrief .......................................................................................................................... 13 4.2.3. Volume gekoppeld aan capaciteiten die zich hebben geprekwalificeerd terwijl ze daar niet toe verplicht waren ............................................................................................................................ 15 4.3. Correcties van de vraagcurve ............................................................................................................ 16 4.3.1. Impliciete bijdrage van Capaciteiten die niet verplicht zijn tot prekwalificatie ........................... 16 4.3.2. Neerwaartse correctie van de Vraagcurve in geval van niet-selectie van Biedingen van Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten ............................................................................... 22 4.4. Aanpassing van de formule voor de bepaling van de Verplichte Capaciteit tijdens een Beschikbaarheidstest ........................................................................................................................ 24 4.5. Herinvoering en aanpassing van de Penaliteit voor OVERCAPACITEIT ............................................. 25 4.6. Beperkingen in verband met de CMU van de koper van een Verplichting op de Secundaire Markt 32 4.7. Transparantie van prekwalificatieresultaten .................................................................................... 34 4.8. Verbintenis inzake de energietransitie .............................................................................................. 34 4.9. Retroactiviteit .................................................................................................................................... 34 4.10. Andere opmerkingen ......................................................................................................................... 36 4.10.1. 5. Door te voeren verbeteringen voor 2026 .................................................................................................. 37 5.1.1. 6. Specifieke correcties .................................................................................................................... 36 Overcapaciteitspenaliteit ............................................................................................................. 37 BESLISSING ................................................................................................................................................. 38 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................................... 39 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................................... 39 Niet-vertrouwelijk 2/39 INLEIDING De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) stelt met dit document een nieuwe versie vast van de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme (hierna de “Werkingsregels”). Deze Werkingsregels worden vastgesteld op basis van het voorstel van Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme dat op 1 februari 2025 werd voorgelegd aan de CREG door Elia Transmission Belgium nv (“Elia”) (hierna het “Voorstel van Werkingsregels”). Deze beslissing bevat de volgende hoofdstukken:
- a)Wettelijk kader (hoofdstuk 1);
- b)Antecedenten (hoofdstuk 2);
- c)Analyse van het Voorstel van Werkingsregels in het licht van de Elektriciteitswet (hoofdstuk 3);
- d)Belangrijkste wijzigingen in het Voorstel van Werkingsregels (hoofdstuk 4);
- e)Aanpassingen aan te brengen aan de volgende Werkingsregels (hoofdstuk 5);
- f)Beslissing (hoofdstuk 6). De Werkingsregels staan in bijlage 1 van deze beslissing. De onderhavige beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens zijn vergadering van 15 mei 2025. Niet-vertrouwelijk 3/39 1. WETTELIJK KADER 1. Artikel 7undecies, § 12 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna de “Elektriciteitswet”) zoals ingevoegd door de wet van 15 maart 2021 en vervolgens aangepast door de wetten van 14 en 28 februari 2022 en door de wet van 7 mei 2024, bepaalt het volgende: "§ 12. De commissie stelt, op voorstel van de netbeheerder die voorafgaand de marktdeelnemers raadpleegt, de werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme vast. Deze werkingsregels beogen: 1° de concurrentie in de veilingen zoveel mogelijk te stimuleren; 2° elke marktmanipulatie, elk concurrentiebeperkend gedrag en elke oneerlijke handelspraktijk, te voorkomen; 3° de economische efficiëntie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme te verzekeren om ervoor te zorgen dat de toegekende capaciteitsvergoedingen passend en evenredig zijn en dat de mogelijke negatieve effecten op de goede werking van de markt zo beperkt mogelijk zijn; 4° de technische beperkingen van het net te respecteren en rekening te houden met de bepalingen van het technisch reglement betreffende de indiening en de behandeling van aanvragen voor aansluiting aan het transmissienet en het afsluiten van aansluitingscontracten, onverminderd de technische beperkingen en verplichtingen die van toepassing zijn voor capaciteiten die aangesloten worden op andere netten. De werkingsregels omvatten in het bijzonder: 1° een expliciete verwijzing naar de ontvankelijkheidscriteria bedoeld in paragraaf 8, wat betreft het recht tot deelname aan de prekwalificatieprocedure met inbegrip van de documenten die vereist zijn om aan te tonen dat aan de ontvankelijkheidscriteria is voldaan; 2° de criteria en nadere regels inzake prekwalificatie op grond waarvan het recht wordt verleend tot deelname aan de veiling bedoeld in paragraaf 10, en aan de secundaire markt. In ieder geval gelden de volgende criteria als prekwalificatiecriteria:
- a)indien de beoogde investering een activiteit impliceert waarvoor een vergunningsplicht geldt krachtens artikel 4, § 1, en die niet geacht wordt vergund te zijn overeenkomstig artikel 4, § 6, beschikt de indiener van het prekwalificatiedossier over een vergunning bedoeld in artikel 4, uiterlijk twintig dagen voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de biedingen in het kader van de veiling bedoeld in paragraaf 10;
- b)[...]
- c)indien (een) vergunning(
- en)krachtens gewestelijke regelgeving vereist is (zijn) voor de bouw en/of uitbating van de betrokken capaciteit, het bewijs dat de capaciteitshouder beschikt over de vergunning(
- en)afgeleverd in laatste administratieve aanleg, voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de biedingen in het kader van de veiling bedoeld in paragraaf 10; 3° de modaliteiten met betrekking tot de kennisgeving omtrent niet-aangeboden capaciteit bedoeld in paragraaf 10, voorlaatste lid; 4° de veilingsmodaliteiten onverminderd de toepassing van de veilingsmethode bepaald in of in overeenstemming met paragraaf 10, laatste lid; Niet-vertrouwelijk 4/39 5° de beschikbaarheidsverplichtingen en de verplichtingen voorafgaand aan de periode van capaciteitslevering voor de capaciteitsleveranciers, en de boetes voor het niet naleven van deze verplichtingen; 6° de financiële garanties die de capaciteitsleveranciers moeten leveren; 7° ten laatste één jaar voor de eerste periode van capaciteitslevering, de mechanismen ter organisatie van de secundaire markt; 8° de nadere regels voor de uitwisseling van informatie en de regels die de transparantie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme waarborgen; 9° de uiterlijke datum waarop iedere houder van niet bewezen capaciteit zijn dossier vervolledigt met de betreffende leveringspunten; 10° desgevallend, voor een gerichte veiling als bedoeld in artikel 7duodecies, de specifieke elementen van de voorschriften betreffende de in 1° tot en met 9° genoemde punten; 11° de modaliteiten van de procedure inzake de opschorting van de betaling van een capaciteitsvergoeding met betrekking tot de capaciteitsleverancier die het voorwerp uitmaakt van een procedure op basis van Europees of nationaal recht waarbij toegekende steun wordt teruggevorderd zoals bedoeld in paragraaf 11; 12° De nadere regels van de procedure inzake de opschorting of het verlies van het recht van een capaciteitsleverancier op de capaciteitsvergoeding en de terugvordering van de onrechtmatig verleende staatssteun overeenkomstig paragraaf 11/1. De netbeheerder dient jaarlijks uiterlijk op 1 februari bij de commissie en de Algemene Directie Energie zijn voorstel in voor de werkingsregels. Uiterlijk op 15 mei publiceren de commissie en de netbeheerder de werkingsregels op hun website. De werkingsregels hebben slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning en bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan de werkingsregels wijzigen of in de plaats van de commissie optreden indien deze in gebreke blijft de werkingsregels vast te stellen. De bepalingen in de opeenvolgende versies van de werkingsregels zijn van toepassing op capaciteitsleveranciers die op het tijdstip van hun inwerkingtreding reeds een capaciteitscontract hebben gesloten, met uitzondering van de door de commissie of de Koning aangeduide nieuwe bepalingen die van dien aard zijn dat, indien de capaciteitsleverancier er op het tijdstip van het uitbrengen van zijn bieding kennis van had gehad, hij redelijkerwijs geen of een wezenlijk ander aanbod zou hebben gedaan. Deze uitzondering geldt niet voor nieuwe bepalingen waarvan de toepassing op capaciteitscontracten die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze nieuwe bepalingen reeds zijn gesloten, noodzakelijk is om het contractuele evenwicht te herstellen dat als gevolg van een plotselinge crisis op de energiemarkt is verbroken. […]" 2. Met deze beslissing wordt uitvoering gegeven aan artikel 7undecies, § 12, eerste lid van de Elektriciteitswet. 3. In het kader van deze beslissing moet ook rekening worden gehouden met artikel 22 van de Europese verordening (EU) 2019/943 van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (hierna de “Verordening 2019/943”), waarin met name het volgende is bepaald: "1. Capaciteitsmechanismen:
- a)[…]
- b)leiden niet tot onnodige marktverstoringen en beperken de zone-overschrijdende handel niet; Niet-vertrouwelijk 5/39
- c)gaan niet verder dan wat nodig is om de in artikel 20 bedoelde zorgpunten met betrekking tot de toereikendheid aan te pakken;
- d)selecteren capaciteitsaanbieders via een transparante, niet-discriminerende en concurrerende procedure;
- e)bieden stimulansen voor capaciteitsaanbieders om op momenten waarop systeemstress verwacht wordt beschikbaar te blijven;
- f)waarborgen dat de vergoeding wordt bepaald via de concurrerende procedure;
- g)bepalen de technische voorwaarden voor de deelname van capaciteitsaanbieders voordat de selectieprocedure van start gaat;
- h)staan open voor deelname van alle hulpbronnen die de vereiste technische prestaties kunnen verstrekken, met inbegrip van energieopslag en vraagzijdebeheer;
- i)leggen passende sancties op aan capaciteitsaanbieders die niet beschikbaar zijn in tijden van systeemstress. […] 3. Naast de voorschriften van lid 1, geldt voor capaciteitsmechanismen, afgezien van strategische reserves:
- a)dat zij zo dienen te worden opgezet dat verzekerd wordt dat de prijs die voor het beschikbaar houden wordt betaald, automatisch naar nul tendeert wanneer de omvang van het aangeboden vermogen naar verwachting afdoende is om te voldoen aan de omvang van de vraag naar vermogen;
- b)dat zij de participerende middelen alleen dienen te vergoeden naargelang hun beschikbaarheid, en dienen te verzekeren dat deze vergoeding geen gevolgen heeft voor de beslissing van de capaciteitsaanbieder om al dan niet elektriciteit op te wekken;
- c)dat zij dienen te waarborgen dat capaciteitsverplichtingen overgedragen kunnen worden tussen in aanmerking komende capaciteitsaanbieders." Niet-vertrouwelijk 6/39 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 4. Met haar beslissing (B)2773 van 14 mei 20241 heeft de CREG de Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme vastgesteld2. Deze beslissing werd goedgekeurd bij koninklijk besluit van 3 juni 2024, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 10 juni 2024. Deze beslissing werd ook gewijzigd bij beslissing (B)2773/2 van 13 september 2024, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 17 september 2024, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 september 2024. 5. Tussen 22 november 2024 en 20 december 2024 heeft Elia een nieuw voorstel van Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme ter openbare raadpleging voorgelegd. 6. Op 9 januari 2025 bracht de CREG Elia informeel op de hoogte van een reeks inhoudelijke en vormelijke opmerkingen over het Voorstel van Werkingsregels dat ter openbare raadpleging werd voorgelegd. Die opmerkingen werden besproken tijdens een vergadering op 14 januari 2025. 7. Op 1 februari 2025 heeft Elia haar Voorstel van Werkingsregels ingediend bij de CREG. Elia heeft de antwoorden op haar openbare raadpleging op 15 januari aan de CREG bezorgd en haar raadplegingsverslag op 3 februari 2025. 8. Op 17 en 25 februari 2025 heeft de CREG per e-mail vragen en opmerkingen over dit Voorstel van Werkingsregels naar Elia gestuurd. Naar aanleiding van deze e-mails werden er tussen de diensten van de CREG en die van Elia vergaderingen belegd op 25 februari, 6 en 11 maart om de in voornoemde e-mails aangehaalde onderwerpen te bespreken. Elia heeft haar antwoorden per e-mail doorgegeven op 26 februari, 3 en 6 maart 2025. 9. Vervolgens heeft de CREG tussen 20 maart en 10 april 2025 een openbare raadpleging georganiseerd met betrekking tot de wijzigingen die zij overwoog aan te brengen aan het Voorstel van Werkingsregels (hierna: “het Ontwerp van Werkingsregels”). 10. In de loop van de maand april 2025 vonden verschillende vergaderingen plaats tussen de CREG en Elia over het antwoord van Elia op de openbare raadpleging. 11. Op 18 april 2025 ontving de CREG van de FOD Economie een aanvraag tot aanpassing met betrekking tot de verbintenis inzake energietransitie die van toepassing is op de elektriciteitsproductieeenheden op basis van fossiele brandstoffen. 2.2. OPENBARE RAADPLEGING 2.2.1. Over de verplichting tot het organiseren van een raadpleging over de Ontwerpbeslissing 12. Artikel 7undecies, § 12, lid 5, van de Elektriciteitswet bepaalt dat de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme door de CREG worden vastgesteld op voorstel van de netbeheerder die voorafgaand de marktspelers raadpleegt. Het is dus de netbeheerder die een 1 2 Hierna de “Beslissing (B)2773”. Hierna de “versie 2024 van de Werkingsregels”. Niet-vertrouwelijk 7/39 raadpleging over het voorstel van Werkingsregels moet organiseren. Die raadpleging werd georganiseerd tussen 22 november 2024 en 20 december 2024. 13. Artikel 7undecies bepaalt daarnaast het volgende: "De Werkingsregels hebben slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning en bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan de Werkingsregels wijzigen of in de plaats van de commissie optreden indien deze in gebreke blijft de Werkingsregels vast te stellen." Aangezien enkel de goedkeuring bij koninklijk besluit rechtsgevolgen verleent aan de Werkingsregels, volgt hieruit dat de beslissing van de CREG tot vaststelling van deze regels op zich geen dergelijke gevolgen heeft. Met andere woorden, de beslissing van de CREG is geen beslissing in de strikt juridische zin van het woord, aangezien zij geen bindende kracht heeft. Hieruit volgt dat tegen deze beslissing geen beroep kan worden ingesteld bij het Marktenhof. Het Marktenhof heeft in een arrest van 9 mei 2018 reeds geoordeeld dat een akte van de CREG dwingende rechtsgevolgen moet hebben om het voorwerp te kunnen uitmaken van een beroep met toepassing van artikel 29bis van de Elektriciteitswet3. 14. De verplichting voor de CREG om vooraf een raadpleging te organiseren, vloeit voort uit artikel 23, § 2bis van de Elektriciteitswet. Deze bepaling voorziet het volgende: "§ 2bis. De commissie geeft een volledige motivering en verantwoording voor haar beslissingen om de jurisdictionele toetsing ervan mogelijk te maken. De regels die van toepassing zijn op deze motiveringen en rechtvaardigingen, worden nader omschreven in het huishoudelijk reglement van het directiecomité, onder meer rekening houdend met de volgende principes: - in de motivering wordt het geheel van de elementen opgenomen waarop de beslissing gesteund is; - de elektriciteitsondernemingen hebben de mogelijkheid om, vooraleer een beslissing die hen betreft wordt genomen, hun opmerkingen te laten gelden; - het gevolg dat aan deze opmerkingen wordt gegeven, wordt gerechtvaardigd in de eindbeslissing; - de akten met een individuele of collectieve draagwijdte die worden aangenomen in uitvoering van haar opdrachten alsook iedere voorbereidende akte, expertiseverslag, opmerking van de geconsulteerde partijen die ermee samenhangen worden gepubliceerd op de website van de commissie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of gegevens met een persoonlijk karakter." (Onderlijning door de CREG.) 15. In uitvoering van deze bepaling heeft het huishoudelijk reglement van de CREG voorzien in de modaliteiten voor de organisatie van voorafgaande (openbare) raadplegingen. Het huishoudelijk reglement bevat onder andere de volgende bepalingen: "Art. 33. § 1. Alvorens het een beslissing neemt, organiseert het directiecomité een openbare raadpleging, onverminderd de uitzonderingen bedoeld in afdeling 3 van dit hoofdstuk. Een openbare raadpleging gebeurt door het lanceren van de raadpleging op de website van de commissie. § 2. In alle gevallen niet bedoeld in § 1, in het bijzonder in het kader van andere akten dan beslissingen die het overweegt, zoals voorstellen, adviezen, aanbevelingen, studies, 3 Marktenhof, arrest 2017/AR/2099, in de zaak EPEX SPOT. Niet-vertrouwelijk 8/39 onderzoeken, rapporten, verslagen en richtsnoeren, kan het directiecomité raadplegingen, openbare en/of niet-openbare, organiseren. [...]" (Onderlijning door de CREG.) Artikel 2 van het huishoudelijk reglement bepaalt bovendien het volgende: "Onder 'beslissing' of 'beslissingen' wordt in hoofdstukken 3 tot 5 [4] (met uitzondering van de artikelen 39, 6°, en 43) en in artikel 23, § 1, begrepen de beslissing of beslissingen van het directiecomité bedoeld in de artikelen 29bis en 29ter van de elektriciteitswet en de artikelen 15/20 en 15/20bis van de gaswet, met uitzondering van de beslissingen van het directiecomité inzake overheidsopdrachten." Zoals hierboven vermeld, is dit in casu niet het geval. 16. Uit het voorafgaande blijkt dat de CREG wettelijk gezien geen (openbare) raadpleging hoeft te organiseren vóór het nemen van een beslissing om de Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme vast te leggen. De CREG vond het echter opportuun om de opmerkingen van de marktspelers te verzamelen over wijzigingen die zij wenst aan te brengen aan het Voorstel van Werkingsregels. 2.2.2. Over de raadpleging PRD (Z)2981 17. Zoals eerder vermeld (supra, nr. 9), heeft de CREG tussen 20 maart en 10 april 2025 een openbare raadpleging georganiseerd over de wijzigingen aan te brengen in het Voorstel van Werkingsregels. 18. De volgende marktspelers hebben hun schriftelijke opmerkingen binnen de vastgestelde termijn ingediend:
- a)Febeliec
- b)Cogen Vlaanderen
- c)FEBEG
- d)Elia
- e)Yuso
- f)RWE
- g)Storm
- h)Flexcity 19. De antwoorden die werden ontvangen in het kader van deze openbare raadpleging, zijn nietvertrouwelijk en worden gepubliceerd op de website van de CREG, met uitzondering van het antwoord van Storm, dat vertrouwelijke passages bevat die enkel bedoeld zijn ter illustratie van nietvertrouwelijke opmerkingen. 20. De ontvangen reacties worden geanalyseerd in hoofdstuk 4. 4 Het hoofdstuk van het huishoudelijk reglement van de CREG met betrekking tot voorafgaande raadplegingen is het hoofdstuk 4. Niet-vertrouwelijk 9/39 3. ANALYSE VAN HET VOORSTEL IN HET LICHT VAN DE VEREISTEN VAN DE ELEKTRICITEITSWET 3.1. OVER DE CONFORMITEIT WERKINGSREGELS MET DE MINIMALE VAN HET VOORSTEL VAN WETTELIJK VOORGESCHREVEN 21. In dit onderdeel vergewist de CREG zich ervan dat de minimale inhoud van de Werkingsregels, zoals opgesomd in artikel 7undecies, § 12, derde lid van de Elektriciteitswet, wel degelijk is opgenomen in het Voorstel van Werkingsregels. 22. In dit verband verwijst de CREG naar de analyse die zij heeft uitgevoerd in haar beslissingen (B)2227 van 14 mei 2021, (B)2397 van 13 mei 2022 en (B)2773 van 14 mei 2024, aangezien artikel 7undecies, § 12, derde lid, nadien niet werd gewijzigd. 23. De CREG besluit uit het voorgaande dat de minimale inhoud, zoals opgesomd in artikel 7undecies, § 12, derde lid, van de Elektriciteitswet, wel degelijk is opgenomen in het Voorstel van Werkingsregels. 3.2. OVER DE CONFORMITEIT VAN HET VOORSTEL VAN WERKINGSREGELS MET DE WETTELIJK VASTGELEGDE DOELSTELLINGEN 24. In dit onderdeel gaat de CREG na of het Voorstel van Werkingsregels wel degelijk beantwoordt aan de doelstellingen die de Elektriciteitswet aan de Werkingsregels heeft toegekend, namelijk (art. 7undecies, § 12, tweede lid): "1° de concurrentie in de veilingen zoveel mogelijk te stimuleren; 2° elke marktmanipulatie, elk concurrentiebeperkend gedrag en elke oneerlijke handelspraktijk, te voorkomen; 3° de economische efficiëntie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme te verzekeren om ervoor te zorgen dat de toegekende capaciteitsvergoedingen passend en evenredig zijn en dat de mogelijke negatieve effecten op de goede werking van de markt zo beperkt mogelijk zijn; 4° de technische beperkingen van het net te respecteren en rekening te houden met de bepalingen van het technisch reglement betreffende de indiening en de behandeling van aanvragen voor aansluiting aan het transmissienet en het afsluiten van aansluitingscontracten, onverminderd de technische beperkingen en verplichtingen die van toepassing zijn voor capaciteiten die aangesloten worden op andere netten." 25. Bij gebrek aan fundamentele wijzigingen aan het design van het CRM door het Voorstel van Werkingsregels, verwijst de CREG, onder voorbehoud van de onderstaande uiteenzettingen met betrekking tot de Overcapaciteitspenaliteit en de correctie van de vraagcurve om rekening te houden met de impliciete deelname van de DSR, naar de analyse vervat in beslissing (B)2227 van 14 mei 2021, die geldig blijft. Niet-vertrouwelijk 10/39 4. UITEENZETTING WIJZIGINGEN VAN DE AANGEBRACHTE 4.1. ANTICIPATIE OP VERANDERINGEN IN DE REGELGEVING Ontwerp van Werkingsregels 26. Op drie punten moest het ontwerp van Werkingsregels anticiperen op de overwogen wijzigingen in de regelgeving met betrekking tot het design van het CRM . Het betreft de volgende bepalingen: i. de vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting voor energieopslagfaciliteiten (sectie 12.2); ii. de opheffing van de mogelijkheid voor thermische elektriciteitscentrales zonder Dagelijks Programma om een Aangegeven Prijs aan te geven (sectie 12.3.1.2.); iii. de opheffing van de gedeeltelijke vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting voor Capaciteiten zonder Dagelijks Programma in het kader van een partiële activering (sectie 12.3.1.3.). 27. Met betrekking tot de vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting die van toepassing is op energieopslagfaciliteiten, merkt de CREG op dat, ook al is de wettelijke basis voor een dergelijke vrijstelling opgenomen in de Elektriciteitswet5, deze nog moet worden uitgevoerd in het koninklijk besluit “Methodologie”. Aangezien, volgens de CREG, de prijs van de Bieding voor een dergelijke installatie kan afhangen van het al dan niet toepassen van de vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting, bepaalt het Ontwerp van Werkingsregels dat, opdat die vrijstelling van toepassing zou zijn op de installaties die gecontracteerd worden tijdens de Veilingen in 2025, de voormelde wijziging van het koninklijk besluit Methodologie ten laatste voor de uiterste datum voor het indienen van de Biedingen, vastgelegd op 30 september 2025, in werking moet treden. 28. De afschaffing van de mogelijkheid voor thermische elektriciteitscentrales zonder Dagelijks Programma om een Aangegeven Prijs aan te geven hangt af van de voorafgaande wijziging van artikels 23 en 26 van het koninklijk besluit “Methodologie”. Aangezien de prijs van de Bieding voor een dergelijke installatie kan afhangen van de manier waarop de Uitoefenprijs (Strike Price) is bepaald, bepaalt het Ontwerp van Werkingsregels dat de voormelde wijziging van het koninklijk besluit “Methodologie” ten laatste voor de uiterste datum voor het indienen van de Biedingen, vastgelegd op 30 september 2025, in werking moet treden. Zo niet, dan zullen de thermische elektriciteitscentrales zonder Dagelijks Programma die zijn gecontracteerd tijdens Veilingen in 2025, een Aangegeven Prijs kunnen aangeven. 29. De afschaffing van de gedeeltelijke vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting voor Capaciteiten zonder Dagelijks Programma in het kader van een partiële activering (“Activeringsratio”) is afhankelijk van de voorafgaande opheffing, in artikel 23 van het koninklijk besluit “Methodologie”, van paragraaf 5/1 volgens dewelke "eenheden op de capaciteitsmarkt zonder dagprogramma die 5 Cf. Wet van 31 januari 2025 tot wijziging van het opschrift van afdeling 1 van hoofdstuk IIbis en artikel 7undecies van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme, Belgisch Staatsblad, 3 maart 2025. Niet-vertrouwelijk 11/39 gedeeltelijk actief zijn, zijn gedeeltelijk vrijgesteld van de terugbetalingsverplichting wegens gerechtvaardigde gedeeltelijke activering, gedefinieerd door de activeringsratio zoals bepaald door de Werkingsregels". Aangezien de prijs van de Bieding kan afhangen van het al dan niet toepassen van deze Activeringsratio, bepaalt het Ontwerp van Werkingsregels dat, opdat de opheffing van deze Activeringsratio van toepassing zou zijn op de installaties die worden gecontracteerd tijdens veilingen in 2025, de voormelde wijziging van het koninklijk besluit “Methodologie” ten laatste voor de uiterste datum voor het indienen van de Biedingen, vastgelegd op 30 september 2025, in werking moet treden. 30. In zijn Voorstel van Werkingsregels had Elia geanticipeerd op de goedkeuring van de voormelde wijzigingen. In haar ontwerp van Werkingsregels heeft de CREG de regels voor de berekening van de Activeringsratio (sectie 12.3.1.3.2.) en voor de bepaling van de Uitoefenprijs van een Transactie van een CMU zonder Dagelijks Programma (sectie 12.3.1.2.3.) opnieuw opgenomen in afwachting van de wijziging van het koninklijk besluit “Methodologie” en de inwerkingtreding ervan, zodat ze in overeenstemming zouden zijn met het wettelijk en reglementair kader dat van kracht is op het moment van het vaststellen van de Werkingsregels. Antwoorden op de raadpleging 31. Er waren geen inhoudelijke opmerkingen. Wat de vorm betreft, heeft Elia een aantal suggesties gedaan die in sectie 4.10 van deze beslissing zijn vermeld. Beslissing 32. De CREG behoudt haar beslissing, maar heeft enkele redactionele wijzigingen aangebracht. 4.2. CLASSIFICATIE VAN DE OPT-OUTVOLUMES 4.2.1. Flexibele aansluitingscontract Ontwerp van Werkingsregels 33. In secties 5.4.2.2.1. en 5.4.2.2.2. van het Voorstel van Werkingsregels bepaalt Elia dat het volume met betrekking tot de Opt-outnotificatie ingediend door een CRM-Actor als 'OUT' geclassificeerd wordt, en geeft hierbij aan dat: " het volume wordt aangegeven als niet te zullen bijdragen aan de bevoorradingszekerheid tijdens de Leveringsperiode waarop de Opt-outnotificatie betrekking heeft omdat dit volume overeenkomt met een deel of het geheel van de nietvaste capaciteit van een aansluiting met flexibele toegang zoals bedoeld in artikel 61 van de Gedragscode;" 34. Bijgevolg worden volumes die overeenkomen met een deel of het geheel van de niet-vaste capaciteit van een flexibele aansluiting momenteel beschouwd als niet te zullen bijdragen aan de adequacy als ze gekoppeld zijn aan een Opt-outnotificatie. 35. De CREG is het hier niet mee eens. Ze is van mening dat deze volumes moeten worden beschouwd als te zullen bijdragen aan de bevoorradingszekerheid, zelfs als ze worden aangemeld als Opt-out. De activering van de volumes gekoppeld aan flexibele aansluitingen is immers negatief gecorreleerd met periodes van schaarste. Deze volumes kunnen dus bijdragen aan de bevoorradingszekerheid in periodes van schaarste. Als deze volumes niet worden beschouwd als te zullen bijdragen aan de bevoorradingszekerheid, kan dit leiden tot een overschatting van het volume dat tijdens de Veilingen moet worden gecontracteerd. Niet-vertrouwelijk 12/39 36. De CREG heeft de voormelde bepaling dan ook geschrapt. Antwoorden op de raadpleging 37. Febeliec steunt de door de CREG doorgevoerde aanpassing omdat ze vermijdt dat er meer capaciteit dan nodig wordt gecontracteerd, waardoor onnodige meerkosten worden vermeden. 38. FEBEG, Yuso en Elia stellen voor om te wachten tot het regelgevingskader voor flexibele aansluitingen is goedgekeurd. 39. Elia en FEBEG zijn van mening dat de momenteel waargenomen negatieve correlatie niet gegarandeerd is voor de toekomst. 40. FEBEG geeft aan dat de beoordeling van het risico verbonden aan een flexibele aansluiting momenteel wordt overgelaten aan het oordeel van de capaciteitshouder en gaat ervan uit dat deze al zijn capaciteit zal aanbieden als hij zeker weet dat deze beschikbaar zal zijn tijdens de AMT-Momenten en tijdens de Beschikbaarheidstesten. Beslissing 41. Het regulatoire kader met betrekking tot de flexibele aansluiting heeft het voorwerp uitgemaakt van een beslissing van de CREG op 10 april 20256 en is dus van kracht. Dit kader is bedoeld om de voorwaarden voor het toekennen van flexibele aansluitingen te regelen en een kader te bieden voor de activeringsregeling, maar zal waarschijnlijk geen invloed hebben op de negatieve correlatie die momenteel wordt waargenomen (cf. WG Adequacy van 21 februari 20257 - slide 44). Immers, de congestie van het net doet zich voor tijdens perioden met veel injectie en weinig afname, terwijl het CRM de omgekeerde situatie beoogt. 42. Bovendien kan niet worden beweerd dat de CRM-Kandidaat al zijn capaciteit zal aanbieden als hij van mening is dat de flexibele aansluiting geen invloed zal hebben op zijn beschikbaarheid onder het CRM, aangezien opt-outnotificaties worden waargenomen voor capaciteiten met een nietflexibele aansluiting. 43. De voorgenomen wijziging wordt daarom bevestigd. 4.2.2. Motiveringsbrief Ontwerp van Werkingsregels 44. In sectie 5.4.2.2.2. van de Werkingsregels 2024 was een bepaling ingevoegd die voor Veiling Y1 bepaalde dat een Opt-outnotificatie als 'OUT' geclassificeerd kon worden op basis van een door de CRM-Kandidaat ingediende motiveringsbrief. 45. In sectie 5.4.2.2.1. van zijn voorstel voor Werkingsregels voor 2025 bepaalt Elia voor wat de classificatie van de Opt-outvolumes voor Veilingen Y-2 of Y-4 betreft, het volgende: "Opt-outvolumes waarvan de classificatie Opt-out 'OUT' geaccepteerd is op basis van een motiveringsbrief, in lijn met § 209, ingediend door de CRM-Kandidaat voor dezelfde CMU als onderdeel van een Opt-outnotificatie voor een Y-1 veiling, worden als 'OUT' geclassificeerd." 6 Beslissing (B)2899 van 10 april 2025 tot wijziging van de gedragscode van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en van de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer (https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2899). 7 20250221 meeting Niet-vertrouwelijk 13/39 Elia stelt voor om Opt-outvolumes die op basis van een motiveringsbrief als 'OUT' geclassificeerd werden voor Veiling Y-1 automatisch geclassificeerd worden als Opt-out 'OUT' voor Veilingen Y-2 en Y-4 die plaatsvinden in hetzelfde jaar. 46. De CREG is het hier niet mee eens. Ze kan aanvaarden dat in zeer specifieke situaties rekening wordt gehouden met de verminderde bijdrage van een CMU aan de bevoorradingszekerheid in het kader van een Veiling die één jaar voor de Leveringsperiode plaatsvindt, zelfs indien de Capaciteit niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 4bis van de Elektriciteitswet om een tijdelijke of definitieve buitenwerkstelling aan te kondigen. Er moet echter een specifieke analyse worden uitgevoerd voordat kan worden geconcludeerd dat de classificatie als Opt-out 'OUT' ook moet gelden voor de Veiling Y-2. 47. Voor de Veiling die vier jaar voor de Leveringsperiode plaatsvindt, is de CREG van mening dat deze bepaling niet van toepassing zou mogen zijn. Het is immers voorbarig om er vier jaar voor de Leveringsperiode van uit te gaan dat de beperking van de beschikbaarheid van een Bestaande Capaciteit die op korte termijn wordt waargenomen, niet kan worden opgelost. Het is dus voorbarig om een opwaartse correctie aan te brengen aan de vraagcurve van Veiling Y-4 met het oog op het contracteren van een capaciteit ter vervanging. 48. In haar ontwerp van Werkingsregels heeft de CREG sectie 5.4.2.2. dienovereenkomstig aangepast. Antwoorden op de raadpleging 49. Febeliec steunt de door de CREG doorgevoerde aanpassing omdat ze vermijdt dat er meer capaciteit dan nodig wordt gecontracteerd, waardoor onnodige meerkosten worden vermeden. 50. Elia en FEBEG zijn van mening dat de door Elia voorgestelde regeling moet worden behouden als de redenen die voor de veilingen Y-1 en Y-2 zijn uiteengezet, ook van toepassing zijn op veiling Y-4. 51. FEBEG zou ook graag een verduidelijking zien van de procedure voor de validatie van de motiveringsbrief door de CREG. Beslissing 52. Om de redenen uiteengezet in paragraaf 47, heeft de CREG beslist om de aanpassing die is aangebracht aan § 212 van de Werkingsregels, te behouden. Ze wijst erop dat een productie- of opslagcapaciteit van elektriciteit met een vermogen van meer dan 25 MW een tijdelijke of definitieve buitenwerkingstelling kan aankondigen overeenkomstig artikel 4bis van de Elektriciteitswet. 53. Wat de procedure betreft, wordt de CRM-Kandidaat verzocht zijn motiveringsbrief en bewijsstukken in te dienen zodra hij op de hoogte is van een beperking van de bijdrage van zijn CMU aan de bevoorradingszekerheid. Voor het overige verkiest de CREG in een eerste fase in een flexibele benadering te voorzien. De CREG verwacht immers dat slechts uitzonderlijk een beroep zal worden gedaan op deze procedure. De CREG is dan ook van mening dat het voor de marktspelers beter is niet gebonden te zijn aan een rigide kader dat op voorhand is vastgelegd en dat ontoereikend zou blijken te zijn. Afhankelijk van en op basis van ervaringen uit het verleden, kan in toekomstige versies van de Werkingsregels eventueel een verduidelijking worden aangebracht. Niet-vertrouwelijk 14/39 4.2.3. Volume gekoppeld aan capaciteiten die zich hebben geprekwalificeerd terwijl ze daar niet toe verplicht waren Ontwerp van Werkingsregels 54. In de secties 5.4.2.2.1. en 5.4.2.2.2. van het Voorstel van Werkingsregels stelt Elia voor om over te gaan tot het classificeren als 'OUT' van de Opt-outnotificaties ingediend door de CRM-Actoren die aangeven dat: "het volume gekoppeld is aan capaciteiten die niet verplicht zijn een Prekwalificatiedossier in te dienen omdat ze niet vallen onder artikel 7undecies, § 8, tweede lid van de Elektriciteitswet en aangevuld door de beschrijving in § 120, tweede lid. Voor Geaggregeerde CMU's wordt dit volume bepaald naar rato van de NRP van de Leveringspunten die deel uitmaken van de CMU en die niet de bovengenoemde verplichting hebben om een Prekwalificatiedossier in te dienen. " De CREG is van mening dat het niet wenselijk is om een verschillende classificatie te voorzien naargelang de capaciteit al dan niet besloten heeft zich te prekwalificeren. Voor zover een Bestaande Capaciteit die niet verplicht is zich te prekwalificeren en die zich niet prekwalificeert, wordt beschouwd als bijdragend aan de bevoorradingszekerheid, moet een capaciteit die een Opt-out meldt na zich te hebben geprekwalificeerd terwijl ze daartoe niet verplicht was, ook worden beschouwd als bijdragend aan de bevoorradingszekerheid. Bijgevolg is de CREG van mening dat dit type Opt-out moet worden geclassificeerd als 'IN'. 55. Deze bepaling is dus geschrapt. Antwoorden op de raadpleging 56. Febeliec steunt de door de CREG doorgevoerde aanpassing omdat ze vermijdt dat er meer capaciteit dan nodig wordt gecontracteerd, waardoor onnodige meerkosten worden vermeden. 57. Yuso steunt de intentie van de CREG om capaciteiten die zich prekwalificeren en capaciteiten die zich niet prekwalificeren op dezelfde manier te behandelen, maar wijst erop dat zich prekwalificeren zonder ertoe verplicht te zijn en zich daarna terugtrekken, een teken kan zijn van onbetrouwbaarheid of van onvermogen om deel te nemen op het niveau dat het CRM verwacht. 58. FEBEG en Elia delen de volgende standpunten: i. Deze bepaling heeft betrekking op de DSR (demand side response); ii. Aangezien het NRP wordt berekend op basis van het maximale verbruik, is dit de enige manier waarop de DSR kan aangeven welk deel van dit verbruik niet flexibel is; iii. De DSR-eenheden zijn grote elektriciteitsverbruikers met als belangrijkste doel de productie van goederen, en niet de deelname aan de energiemarkten. Er is dus geen garantie dat het deel van de DSR waarvoor een opt-out is aangekondigd, zijn verbruik tijdens een periode van tekort zal verminderen. Het is daarom onredelijk om aan te nemen dat de DSR bijdraagt aan de bevoorradingszekerheid; iv. Zonder deze regel zou de DSR het te contracteren volume kunnen manipuleren. Elektriciteitsverbruikers zouden zich gewoon moeten prekwalificeren zonder de intentie om een Bieding uit te brengen om het te contracteren volume te verminderen. FEBEG richt zich specifiek op de veiling Y-4 en de impact op de andere technologieën. v. Deze regel is sinds 2022 van kracht; Niet-vertrouwelijk 15/39 vi. De afschaffing van deze regel is vooral problematisch in combinatie met het voorstel van de CREG om een bijkomende correctie toe te passen om rekening te houden met de impliciete DSR. Beslissing 59. De CREG formuleert de volgende opmerkingen: i. De capaciteiten waarvoor geen prekwalificatie vereist is, bestrijken een breder spectrum dan de DSR: ze omvatten ook alle productie- en opslagcapaciteiten met een geïnstalleerd vermogen van minder dan 1 MW. Wanneer diezelfde technologieën echter een vermogen hebben van 1 MW of meer, wordt een opt-out in principe als IN beschouwd. Dit verschil in behandeling moet worden weggewerkt; ii. Zoals vermeld in § 162 van de Werkingsregels, wordt voor Leveringspunten waarvoor het NRP niet kan worden bepaald op basis van louter de injectiegegevens, het NRP bepaald op basis van het grootste verschil tussen een baseline (van het type X van Y) rekening houdend met een gemiddelde van de vier hoogste kwartuurmetingen en de waargenomen kwartuurmeting of de Unsheddable margin. Het gaat dus niet om het maximale verbruik, en het niet-flexibele deel van het verbruik dat de CRM-Kandidaat in zijn prekwalificatiedossier heeft aangegeven, wordt wel degelijk afgetrokken om het flexibiliteitspotentieel te bepalen; iii. Ervan uitgaan dat alleen de DSR onder een capaciteitscontract zal reageren op prijssignalen op de markt, komt erop neer dat het bestaan van een impliciete vraagflexibiliteit wordt ontkend. Gezien de periodes van hoge prijzen die in 2022 op de markt werden waargenomen, is het niet langer mogelijk om het DSR-potentieel op de markt in periodes van een tekort en dus hoge prijzen te minimaliseren; iv. Het risico op marktmanipulatie vloeit voort uit het feit dat de bestaande DSR niet werd afgetrokken bij de kalibratie van de vraagcurve. Daarom heeft de CREG een correctie van de vraagcurve toegevoegd om rekening te houden met de impliciete bijdrage van de DSR aan de bevoorradingszekerheid; v. De CREG erkent dat, in combinatie met de correctie die door de CREG is doorgevoerd in sectie 4.3.1 hieronder, de opt-out van een DSR-capaciteit die geprekwalificeerd is, als OUT moet worden beschouwd om dubbeltellingen te vermijden. 60. De voorgestelde wijziging wordt daarom bevestigd voor de elektriciteitsproductie-installaties en energieopslaginstallaties die niet verplicht zijn zich te prekwalificeren, maar wordt geschrapt voor de Capaciteiten van de DSR-technologie. 4.3. CORRECTIES VAN DE VRAAGCURVE 4.3.1. Impliciete bijdrage van Capaciteiten die niet verplicht zijn tot prekwalificatie Ontwerp van Werkingsregels 61. Artikel 7undecies, § 6, van de Elektriciteitswet bepaalt dat bij de bepaling van de te contracteren volumes een volume dat ten minste gelijk is aan de capaciteit die gemiddeld minder dan 200 draaiuren heeft per jaar teneinde de totale piekcapaciteit af te dekken, moet worden gereserveerd voor de veiling Y-1. Dit minimumvolume is ingevoerd om te voorkomen dat al het volume dat voor een Leveringsperiode moet worden gecontracteerd, wordt gecontracteerd op Veilingen die voorafgaan Niet-vertrouwelijk 16/39 aan de Veiling Y-1, waardoor bepaalde technologieën (Vraagrespons en opslag) verhinderd worden om deel te nemen aan het CRM. 62. De CREG is van mening dat het DSR-potentieel, dat niet werd gecontracteerd tijdens Veilingen Y-4 en Y-2 en niet werd aangeboden op Veiling Y-1, toch zal worden geactiveerd tijdens periodes van schaarste wanneer de prijzen hoog zijn. Dit potentieel moet dan ook worden beschouwd als impliciet te zullen bijdragen aan de adequacy, zelfs zonder formele deelname aan de CRM-Veilingen. Het ministerieel besluit van 4 oktober 2024 tot vaststelling van het referentiescenario voor de Y-4, Y-2 en Y-1 veilingen in 2025 maakt een raming van het potentieel van de Vraagrespons (DSR). Aangezien deze waarde een ruwe schatting is, moet er een Reductiefactor op worden toegepast. Voor de bepaling van deze Reductiefactor stelt de CREG voor om zich te baseren op de verdeling van de DSR-capaciteiten over de verschillende SLA-categorieën uit het rapport Adequacy & Flexibility 2024-2034, alsook op de bij deze SLA's behorende Reductiefactoren zoals vastgelegd in het ministerieel besluit Volumes en Parameters voor de Veiling Y-1 van 2025-2026. Deze aanpak leidt tot een gewogen gemiddelde Reductiefactor van 60%. 63. Niettemin, aangezien de DSR steunt op diverse technologieën met uiteenlopende flexibiliteitsen beschikbaarheidsniveaus, beschouwt de CREG een Reductiefactor van 50% als een evenwichtige aanpak. Deze methodologie maakt het mogelijk om de rol ervan te erkennen en tegelijkertijd te voorkomen dat de werkelijke beschikbaarheid wordt overschat, waardoor een beter beheer van de risico's in verband met de bevoorradingszekerheid van het elektriciteitssysteem wordt gegarandeerd. 64. Bijgevolg acht de CREG het noodzakelijk om een neerwaartse correctie toe te passen op de Vraagcurve voor de veiling Y-1 voor het verwachte DSR-volume dat:
- a)niet is gecontracteerd tijdens de Y-4- en Y-2 Veilingen; en
- b)niet is aangeboden tijdens de Y-1 Veiling Deze correctie komt overeen met vijftig procent van het DSR-volume vastgesteld in het ministerieel besluit “Referentiescenario” voor de Y-1 Veiling, verminderd met: 65.
- a)het DSR-volume gecontracteerd tijdens de Y-4- en Y-2 Veilingen voor de betreffende Leveringsperiode;
- b)het maximale DSR-volume aangeboden in het kader van de Y-1 Veiling. Sectie 6.3.1.2 werd dienovereenkomstig aangepast. Antwoorden op de raadpleging 66. Febeliec steunt het voorstel van de CREG, maar vindt het te conservatief om slechts 50 % van het impliciete DSR-potentieel in aanmerking te nemen. Febeliec herinnert eraan dat tijdens de adequacyscrisis van 2018-2019 hoge prijssignalen een veel grotere vraagrespons veroorzaakten dan verwacht, wat aantoont dat de activering van de DSR in kritieke periodes mogelijk doeltreffend kan geschieden. Bijgevolg pleit Febeliec ervoor om bij de berekening van de vraagcurve in grotere mate rekening te houden met dit potentieel. 67. Elia heeft juridische en methodologische bedenkingen bij de voorgestelde correctie. Op basis van artikel 7undecies, § 2, van de Elektriciteitswet is Elia van mening dat deze correctie buiten het wettelijke kader van de Werkingsregels valt en moet worden opgenomen in het koninklijk besluit “Methodologie”. "De Koning bepaalt bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, met welke parameters het volume van de aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, ..." Niet-vertrouwelijk 17/39 68. Elia heeft ook kritiek op het feit dat de correctie is gebaseerd op een geaggregeerde raming. Elia is van mening dat ze daarom niet kan worden beschouwd als een “correctie”, maar eerder als een parameter die rechtstreeks het te contracteren volume bepaalt. Op basis van artikel 7undecies, § 10 van de Elektriciteitswet is Elia van mening dat de correcties die in de Werkingsregels zijn opgenomen met betrekking tot de Capaciteit die beslist heeft om geen Bieding uit te brengen op de veiling, per eenheid (d.w.z. op het niveau van het Leveringspunt) moeten worden doorgevoerd. "Met uitzondering van houders van onrechtstreekse buitenlandse capaciteit voor wie tijdens de pre-veiling ten minste één bod is geselecteerd, kan een geprekwalificeerde capaciteitshouder beslissen om geen bieding in te dienen in het kader van de veiling, op voorwaarde dat hij de netbeheerder er uiterlijk op 30 september van het betreffende kalenderjaar van op de hoogte brengt. De netbeheerder houdt rekening met deze nietaangeboden capaciteit voor de veiling, overeenkomstig de werkingsregels bedoeld in paragraaf 12. 69. Elia wijst erop dat de door de CREG ingevoerde correctie gebaseerd is op een raming van het “market response volume” (MRV) actief op de Belgische day-aheadmarkt en de Belgische balanceringsmarkt, zoals geëvalueerd in het kader van een studie die Elia in samenwerking met N-Side heeft verricht. Elia is van mening dat, aangezien het MRV-volume slechts een raming is van het potentieel van de DSR, het niet nauwkeurig genoeg is om rechtstreeks te worden gebruikt als parameter voor het bepalen van het te contracteren volume op een Veiling. Elia is van mening dat dit MRV-volume ook volumes omvat die geen verband houden met de DSR (zoals kleine thermische activa die al elders in aanmerking worden genomen), wat leidt tot een risico op dubbeltelling. 70. De huidige methodologie voor het bepalen van het MRV-volume houdt rekening met de biedingen waarvan de prijs hoger is dan de marginale prijs van een OCGT. Elia gelooft dat het niet alleen de DSR is die boven deze marginale kostprijs zal bieden, aangezien dieselgeneratoren, warmtekrachtkoppelingscentrales, gasmotoren en andere kleine thermische activa naar verwachting ook een marginale kostprijs zullen hebben die boven die van een OCGT ligt. Bijgevolg is Elia van mening dat het MRV-volume ook een aanzienlijk deel van deze kleine activa moet omvatten. De uiteindelijke MRV-waarde omvat ook een volume van balanceringsdiensten op basis van DPPG-leveringspunten (leveringspunten zonder programmeringsverplichting). Elia beschikt niet over de exacte technologie van al deze leveringspunten, maar gelooft wel dat een aanzienlijk deel van warmtekrachtkoppeling en andere kleine activa erin worden opgenomen. Elia wijst erop dat er al rekening wordt gehouden met kleine thermische activa in het niet in aanmerking komende volume, dat van het doelvolume wordt afgetrokken volgens de methodologie die is vastgelegd in het koninklijk besluit Methodologie. Vervolgens is Elia van mening dat als een van deze (potentieel in aanmerking komende) warmtekrachtkoppelingscentrales of dieselmotoren zou deelnemen aan het CRM, deze al als 'IN' (optout) zou worden beschouwd. 71. Elia wijst erop dat de CREG al een bijkomende correctie heeft ingevoerd, de zogeheten “PISA”correctie, om rekening te houden met kleine thermische installaties die noch in de CRMprekwalificatie, noch in het niet in aanmerking komende volume waren opgenomen. Elia is van mening dat diezelfde kleine thermische installaties ook deel uitmaken van het MRV-volume en benadrukt dat ze daarom niet tweemaal van de vraagcurve kunnen worden afgetrokken. FEBEG is fel gekant tegen deze lastminutewijzigingen, die de vraagcurve en het volume dat in het CRM wordt gecontracteerd; kunstmatig verlagen. Zij is van mening dat dit indruist tegen de doelstelling van bevoorradingszekerheid en een inbreuk vormt op de prerogatieven van de minister, die als enige bevoegd is om de te contracteren hoeveelheden vast te stellen. 72. Elia, FEBEG en Yuso twijfelen aan de methodologische grondslagen van de Reductiefactor die wordt toegepast op de niet-gecontracteerde DSR. Elia en FEBEG zijn van mening dat de onderliggende methodologie onnauwkeurig is en bekritiseren een Reductiecoëfficiënt die als willekeurig wordt beschouwd (respectievelijk 50% en 60%), toegepast zonder voldoende overleg of rechtvaardiging. Niet-vertrouwelijk 18/39 Yuso deelt deze bedenkingen en twijfelt aan de geldigheid van de factor van 50% bij gebrek aan een specifiek onderzoek. 73. FEBEG en Yuso betwisten de veronderstelling dat de niet-gecontracteerde DSR aanzienlijk zou worden geactiveerd in het geval van een tekort. Zij vinden deze veronderstelling ongegrond en in strijd met de geest van het CRM en wijzen erop dat er geen garantie is voor een daadwerkelijke activering tijdens kritieke perioden en dat de vastgestelde activeringsfrequentie laag is. Ze waarschuwen ook voor het risico van dubbeltellingen. Yuso wijst er ook op dat, zonder CRM-contract, industriële sites voorrang geven aan hun operationele vereisten in plaats van te reageren op de signalen van de elektriciteitsprijzen, waardoor het volgens Yuso onrealistisch is om te geloven dat de nietgecontracteerde DSR een betrouwbare bijdrage kan leveren aan de bevoorradingszekerheid. Beslissing I. Bestaansreden van de correctie 74. De CREG herinnert eraan dat het ministerieel besluit van 4 oktober 2024 tot vaststelling van het referentiescenario voor de Y-4 veiling, Y-2 veiling en Y-1 veiling in 20258 het volgende bepaalt: "De verbruiksgegevens die Elia in aanmerking moet nemen, zijn de volgende: " 75. In tegenstelling tot wat Elia beweert, vormt de invoering van een aanpassing ex post van de vraagcurve, gericht op de integratie van het volume van de marktrespons die door de minister werd gevalideerd maar die niet heeft deelgenomen aan het CRM, noch een wijziging van het te contracteren volume dat door die laatste werd gedefinieerd, noch een inbreuk op het koninklijk besluit “Methodologie”. Het gaat eerder om een aanpassing van het clearingproces om een operationele realiteit te weerspiegelen waarmee tot nu toe geen rekening is gehouden. 76. De door de CREG voorgestelde correctie is immers bedoeld om een inconsistentie te verhelpen in de behandeling van de flexibiliteit in de verschillende fasen van het CRM-proces. 77. In zijn laatste kalibratierapporten, meer bepaald voor de Veilingen 2026-2027 (Y-1), 20272028 (Y-2) en 2029-2030 (Y-4), beschrijft Elia een gedifferentieerde aanpak voor de behandeling van flexibiliteit bij het bepalen van het gemiddelde verbruik in een situatie van schaarste. 78. Elia trekt immers de flexibiliteit van de residentiële gebruikers af van de vraagcurve tijdens de kalibratie. Deze flexibiliteit heeft vooral betrekking op gebruik in verband met elektrische voertuigen, verwarming en batterijen voor huishoudelijk gebruik. Aan de andere kant wordt de flexibiliteit die afkomstig is van de bestaande industrie, niet afgetrokken van de vraagcurve. Elia is immers van mening dat dit volume zal worden gecontracteerd in het kader van de Veilingen van het CRM. Wat de aanvullende elektrificatie van de industriële verbruikers betreft, wordt slechts een deel van de flexibiliteit afgetrokken, afhankelijk van de prijsgevoeligheid en de tijdshorizon van de veiling in kwestie. 79. DSR-volumes die verband houden met de bijkomende elektrificatie en die reageren op lage prijzen, worden verwijderd uit het gemiddelde verbruik in een periode van tekort tijdens de kalibratie. De behandeling van de volumes die reageren op hoge prijzen, varieert naargelang het tijdsbestek van de veiling. Voor de Veiling Y-1 worden deze volumes gelijkgesteld met de DSR van de bestaande gebruiksvormen: Elia gaat ervan uit dat ze zullen worden gecontracteerd in het kader van het CRM en 8 https://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2024/10/15_1.pdf#Page59 Niet-vertrouwelijk 19/39 ze worden daarom niet afgetrokken van de vraagcurve. Voor de veiling Y-2 wordt 75% van deze volumes behandeld als contracteerbaar en dus niet afgetrokken, terwijl de resterende 25% van het gemiddelde verbruik wordt afgetrokken. Voor de veiling Y-4 wordt de helft van de volumes beschouwd als contracteerbaar, en de andere helft wordt afgetrokken van het gemiddelde verbruik in geval van schaarste. 80. Deze aanpak illustreert de door Elia gevolgde logica, die erin bestaat om van de vraagcurve bij de kalibratie alleen die flexibiliteitsvolumes af te trekken waarvan Elia veronderstelt dat ze niet zullen deelnemen aan de CRM-veilingen. Deze behandeling gaat er dus impliciet van uit dat deze volumes geactiveerd zullen worden in geval van een tekort, zelfs zonder een CRM-contract. Dit proces is complex, met name omdat er afzonderlijke percentages worden toegepast op de volumes DSR die reageren op de hoge prijzen, afhankelijk van de veilingtermijn, terwijl de DSR-volumes die daadwerkelijk in het CRM worden aangeboden, pas bekend zijn wanneer de biedingen in Y-1 worden ontvangen. 81. Deze redenering kan echter alleen als geldig worden beschouwd indien, op het moment van de clearing van de veilingen, de flexibiliteitsvolumes die verondersteld werden deel te nemen, maar die uiteindelijk niet gecontracteerd worden in Y-4 of Y-2, noch aangeboden worden in Y-1, toch erkend worden als bijdragend tot de bevoorradingszekerheid. In dat geval zou de vraagcurve a posteriori neerwaarts moeten worden gecorrigeerd. Tot nu toe was echter niet voorzien in deze correctie in de Werkingsregels. Daarom heeft de CREG in de Werkingsregels voor 2025 een aanpassing voorgesteld om de vraagcurve in dit soort situaties te corrigeren. Deze aanpak is consistent met de logica die Elia volgt voor de kalibratie en voorkomt dat het volume van de te contracteren capaciteiten wordt overschat en, bijgevolg, het criterium van de bevoorradingszekerheid (LoLE 3 uur) wordt overschreden in geval van niet-deelname van de contracteerbaar geachte volumes. 82. Bovendien wijst de CREG erop dat, overeenkomstig artikel 7undecies, § 6, van de Elektriciteitswet, bij het bepalen van de te contracteren volumes rekening moet worden gehouden met alle elementen die bijdragen tot de bevoorradingszekerheid. II. De correctie hoort thuis in de Werkingsregels 83. De CREG is het niet eens met de bewering dat de correctie enerzijds buiten het toepassingsgebied van de Werkingsregels valt en anderzijds zou moeten worden opgenomen in het koninklijk besluit “Methodologie”. 84. Eerst en vooral meent de CREG dat de correctie betrekking heeft op de veilingsmodaliteiten. De correctie vormt immers een aanpassing van het clearingproces (zie punt I. hierboven). Overeenkomstig artikel 7undecies, § 12, derde lid, 4° van de Elektriciteitswet bevatten de Werkingsregels ten minste9 de veilingsmodaliteiten. De CREG is dan ook van mening dat de Werkingsregels een dergelijke correctie kunnen bevatten. De CREG sluit zich bijgevolg niet aan bij de mening van Elia dat de correctie verplicht zou moeten worden opgenomen in het koninklijk besluit “Methodologie”. De CREG is van mening dat dit niet kan worden afgeleid uit artikel 7undecies, § 2, eerste lid, van de Elektriciteitswet. De Elektriciteitswet geeft geen definitie van het begrip 'parameter' noch van het begrip 'berekeningsmethode'. 85. Tot slot benadrukt de CREG dat de Werkingsregels slechts uitwerking hebben na goedkeuring door de Koning en bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Hierdoor behalen de Werkingsregels in de hiërarchie van de normen het niveau van een koninklijk besluit (zie de toelichtingen in punt 2.2.1. hierboven). 9 Voor zover nodig merkt de CREG op dat de Elektriciteitswet enkel de minimuminhoud van de Werkingsregels bepaalt. De Werkingsregels kunnen daarom elementen bevatten die niet rechtstreeks verband houden met de aspecten opgesomd in artikel 7undecies, § 12, derde lid, van de Elektriciteitswet. Niet-vertrouwelijk 20/39 III. Risico op dubbeltelling 86. Met betrekking tot de opmerking dat de correctie gebaseerd is op een geaggregeerde raming (MRV) met inbegrip van volumes die geen verband houden met de vraagrespons (DSR), mogelijks met inbegrip van kleine thermische activa die reeds elders in aanmerking zijn genomen, wat het risico van dubbeltelling met zich mee zou kunnen brengen, wenst de CREG de volgende verduidelijkingen aan te brengen. 87. De raming van dit geaggregeerde volume, uitgevoerd door N-Side in opdracht van Elia, is gebaseerd op twee criteria: enerzijds de volumes die op de day-aheadmarkt worden aangeboden tegen een prijs die hoger is dan de marginale kostprijs van de duurste OCGT; anderzijds de volumes die worden aangeboden tegen een prijs tussen € 50/MWh en de prijs van deze OCGT, op voorwaarde dat deze biedprijs onafhankelijk is van de evolutie van de commodityprijzen. 88. Ten eerste is de CREG van mening dat de marginale kost van de warmtekrachtkoppelingseenheden (CHP) lager is dan die van de duurste OCGT die N-Side in aanmerking heeft genomen. CHP's bieden immers een hoger rendement dankzij het nuttige gebruik van de geproduceerde warmte, en zelfs in bypass-modus is hun rendement vergelijkbaar met dat van de duurste CCGT's. Gasmotoren bieden over het algemeen ook een hoger rendement dan dat van de OCGT's, vooral in vergelijking met de referentie-OCGT die in de studie van N-Side is gebruikt. Bovendien werden er geen gasmotoren geïdentificeerd onder de geprofileerde niet in aanmerking komende eenheden die van de vraagcurve zijn afgetrokken. 89. De CREG is daarom van mening dat de enige kleine thermische activa die in deze context het risico lopen dubbel geteld te worden, dieselgeneratoren en turbojets zijn. 90. Het voornoemde ministerieel besluit van 4 oktober 2024 bepaalt echter dat een volume van 140 MW aan turbojets al in mindering is gebracht van het volume van vraagzijdebeheer. Er zijn dus geen dubbeltellingen in verband met turbojets. 91. Bovendien heeft de CREG, bij de analyse van de eenheden van het type “Diesel” die vermeld staan bij de niet in aanmerking komende geprofileerde installaties die door Elia bij de kalibratie van de vraagcurve zijn afgetrokken, vastgesteld dat het in feite niet om dieselgeneratoren ging. Deze installaties komen immers overeen met warmtekrachtkoppelingseenheden op biomassa en eenheden voor de valorisatie van afval, die stuk voor stuk lagere werkingskosten hebben dan die van de marginale OCGT en daarom niet als een geval van dubbeltelling kunnen worden beschouwd. Bijgevolg gaat er geen dubbeltelling van eenheden van het type “Diesel” gepaard met de kalibratieoefening. 92. Met betrekking tot de aanvullende correctie, de zogeheten “PISA”-correctie, die bedoeld is om rekening te houden met de kleine thermische installaties die noch in de CRM-prekwalificatie, noch in het niet in aanmerking komende volume zijn opgenomen, wijst de CREG erop dat geen enkele installatie van het type “Diesel” in deze categorie was opgenomen bij de clearing van de Y-1 veiling van 2024. Deze correctie kan daarom niet worden gelijkgesteld aan een dubbeltelling van eenheden van het type “Diesel”. De CREG wijst er ook op dat deze PISA-correctie slechts een totaal volume van 18,78 MW vertegenwoordigde op diezelfde veiling. 93. Om echter elk risico op dubbeltelling van eenheden van het type “Diesel” tijdens de clearing van de veilingen te vermijden, wenst de CREG in haar beslissing een aanvullende vermindering in te voeren van het verwachte volume van de DSR die overeenstemt met deze installaties wanneer ze gecontracteerd worden in Y-4 of in Y-2, of aangeboden worden in Y-1, en wanneer er parallel geen enkele opwaartse correctie van de vraagcurve werd toegepast. 94. De CREG nodigt Elia ook uit om een robuuste methodologie te ontwikkelen voor de raming van de DSR, die het mogelijk maakt om de beschikbare volumes nauwkeurig weer te geven - zowel op het transmissienet als op de distributienetten - waarbij onderschatting wordt vermeden en de bijdragen Niet-vertrouwelijk 21/39 per type flexibiliteit systematischer worden geïdentificeerd, om dubbeltellingen met de volumes die al zijn opgenomen in de kalibratie van de vraagcurve, te vermijden. IV. Reductiefactor toegepast op de DSR 95. De Reductiefactor van 60% is, zoals gespecificeerd in paragraaf 62, verre van willekeurig en is gebaseerd op de Reductiefactoren die zijn vastgelegd in het ministerieel besluit “Volumes en Parameters”, gewogen door de volumes die Elia verwacht voor elk van de SLA-categorieën die de verwachte DSR vormen, zoals voorgesteld in haar studie Adequacy & Flexibility 2024-2034. De CREG bevestigt dat de factor gebaseerd is op de Reductiefactoren bepaald door het ministerieel besluit “Volumes en Parameters”, gewogen door de volumes die Elia verwacht voor elk van de SLAcategorieën die het verwachte DSR-volume vormen. De vermindering tot 50 %, zoals uiteengezet in paragraaf 63, is bedoeld om de onzekerheid weer te geven over de daadwerkelijke verdeling van de DSR over de SLA's, en de impact daarvan op het gewogen gemiddelde dat oorspronkelijk op 60 % was geraamd. 96. De CREG wenst er ook op te wijzen dat de DSR-volumes gekoppeld aan de bijkomende elektrificatie, die reageren op signalen van hoge prijzen, niet werden afgetrokken van de vraagcurve bij de kalibratie. Als deze volumes niet aan het CRM worden aangeboden, wordt hun bijdrage aan de bevoorradingszekerheid verder genegeerd. Om alle flexibiliteitsmechanismen weer te geven die in tijden van een tekort kunnen worden ingezet, moet een neerwaartse correctie van de vraagcurve daarom ook deze niet-deelnemende maar reactieve DSR-volumes omvatten. V. Conclusie 97. Op basis van al deze elementen beslist de CREG om de aanpassing van sectie 6.3.1.2 van de Werkingsregels te behouden, rekening houdend met de overwegingen vermeld in punt 93. De neerwaartse correctie van de Vraagcurve voor een Veiling Y-1 van het DSR-volume komt dus overeen met vijftig procent van het DSR-volume dat in het ministerieel besluit van 4 oktober 2024 voor de Veiling Y-1 in aanmerking werd genomen, verminderd met:
- a)het volume van de DSR en de Dieselinstallaties, gecontracteerd tijdens de Y-4- en Y-2 Veilingen voor de betreffende Leveringsperiode;
- b)het maximale volume van de DSR en de Dieselinstallaties waarvoor geen opwaartse correctie van de vraagcurve werd toegepast, aangeboden op de Y-1 Veiling. 4.3.2. Neerwaartse correctie van de Vraagcurve in geval van niet-selectie van Biedingen van Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten Ontwerp van Werkingsregels 98. Sectie 6.3.1.2 van het Voorstel van Werkingsregels, met betrekking tot neerwaartse correcties van de Vraagcurve, bevat een bepaling krachtens welke het volgende geldt: "Voor elke grens waarvoor een Pre-veiling werd georganiseerd, wordt het volume van de Vraagcurve verminderd met het maximale volume dat kan worden geselecteerd uit alle Biedingen met status 'ingediend' op de uiterste datum voor het indienen van Biedingen zoals vermeld in § 306, met betrekking tot Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten die zich bevinden in de aangrenzende Europese lidstaat aan de andere kant van deze grens;". 99. Wanneer, in toepassing van deze regel, voor een bepaalde grens het volume van de Biedingen van Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten kleiner is dan de Maximale Toegangscapaciteit, wordt een volume aan toegangscapaciteit, gelijkwaardig aan het verschil tussen de Maximale Toegangscapaciteit minus het volume van de Biedingen van Onrechtstreekse Buitenlandse Niet-vertrouwelijk 22/39 Capaciteiten vrijgemaakt voor de impliciete deelname van buitenlandse capaciteiten die niet hebben deelgenomen aan de Pre-veiling aan deze grens. De vraagcurve wordt daarom met dit volume naar beneden bijgesteld. 100. De CREG is van mening dat, indien één of meerdere Biedingen van Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten die zich in de aangrenzende Europese lidstaat bevinden niet geselecteerd werden uit alle biedingen met status “ingediend” op de uiterste datum voor het indienen van Biedingen, een extra volume moet worden vrijgemaakt aan deze grens voor de impliciete deelname van Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten die niet hebben deelgenomen aan de Pre-veiling aan deze grens. Bijgevolg is de CREG van mening dat de vraagcurve ook neerwaarts moet worden aangepast met het volume dat overeenkomt met de niet-geselecteerde Biedingen en dat een nieuwe clearing van de Veiling moet worden uitgevoerd met de volgende updates:
- a)alle betrokken Biedingen worden uitgesloten bij de nieuwe clearing van de Veiling;
- b)de vraagcurve wordt naar beneden bijgesteld met het volume dat overeenkomt met de uitgesloten Biedingen. 101. Deze procedure wordt herhaald zolang één of meerdere Biedingen van Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten niet geselecteerd werden uit de biedingen met de status “ingediend” op de uiterste datum voor het indienen van Biedingen. 102. In haar ontwerp van Werkingsregels heeft de CREG sectie 6.3.1.2 in die zin aangepast door deze te integreren in het iteratieve proces van de clearing van de Veilingen. Antwoorden op de raadpleging 103. Volgens FEBEG vormt het verminderen van de vraagcurve wanneer een Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteit niet wordt geselecteerd een risico voor de bevoorradingszekerheid van het land, omdat er geen enkele garantie is dat deze capaciteit beschikbaar zal zijn tijdens kritieke periodes. 104. Voor RWE is het verlagen van de vraagcurve als gevolg van de niet-selectie van een Bieding van een Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteit onrechtvaardig, aangezien een dergelijk mechanisme niet bestaat voor de Belgische capaciteiten en het risico inhoudt dat alle Biedingen van Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten uitgesloten zouden kunnen worden door de toepassing van deze regel, waardoor de deelname van Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten aan het Belgische CRM onmogelijk zou worden. 105. RWE begrijpt uit de formulering van § 320,
- o)van het Ontwerp van Werkingsregels dat, wanneer een bieding van een CMU tijdens een clearing wordt verworpen, alle wederzijds uitsluitende Biedingen van deze CMU, die competitiever zijn, bij de volgende clearing ook worden uitgesloten en merkt op dat in dit geval de Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten die meerdere wederzijds uitsluitende biedingen formuleren, worden benadeeld ten opzichte van Belgische CMU's. RWE stelt daarom voor alleen de niet-competitieve Bieding uit te sluiten. Beslissing 106. België heeft gekozen voor een selectie van de Biedingen per grens bij een Pre-veiling. Aan het einde daarvan wordt de combinatie van Biedingen waarmee de MEC (Maximum Entry Capacity) kan worden bereikt, of het hoogste volume als de MEC niet kan worden bereikt, tegen de minimumprijs, geselecteerd en aangeboden op de veiling, op voorwaarde dat de CMU's zich hebben geprekwalificeerd voor deze veiling. Aan het einde van de Pre-veiling is bijgevolg een selectie gemaakt uit de wederzijds uitsluitende Biedingen van een CMU. Er is dus geen sprake van dat wederzijds uitsluitende Biedingen van een buitenlandse CMU in aanmerking worden genomen bij de hoofdveiling. Niet-vertrouwelijk 23/39 107. De correctie is bedoeld om te voorkomen dat aanvullende Belgische capaciteiten worden gecontracteerd voor een volume dat aanvankelijk gereserveerd was voor Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten, maar die niet competitief zijn gebleken. Dit ondermijnt geenszins de bevoorradingszekerheid van het land, aangezien niet het volledige park van de buitenlandse capaciteiten heeft deelgenomen aan de Pre-veiling. Sommige Capaciteiten, zonder missing-money, hebben geen bieding geformuleerd, maar kunnen toch impliciet deelnemen aan de Belgische bevoorradingszekerheid door hun productie tijdens spanningsperiodes te leveren via de energiemarkt (EOM). Door het niet selecteren van Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteit komt er dus een volume aan capaciteit vrij aan de grens, dat gebruikt kan worden door die andere niet-gecontracteerde maar economisch beschikbare eenheden. 108. Dit mechanisme past een rechtvaardigs logica toe op de buitenlandse en Belgische capaciteiten: een aangeboden, maar niet geselecteerde capaciteit, ongeacht haar oorsprong, wordt niet beschouwd als bijdragend tot de bevoorradingszekerheid. Het is dus niet de buitenlandse capaciteit die niet-geselecteerd is geweest in de veiling die impliciet in rekening wordt genomen, maar de capaciteit die ze vrijmaakt op de grens. Deze interconnectiecapaciteit kan dan benut worden door andere buitenlandse capaciteiten, die niet hebben deelgenomen aan de veiling, maar die alsnog impliciet bijdragen aan de bevoorradingszekerheid. 109. Het klopt dat, in het uitzonderlijke geval dat alle Biedingen van Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten minder competitief blijken te zijn dan de Biedingen van de Belgische Capaciteiten, geen ervan zal worden geselecteerd. Dit resultaat is echter niet het gevolg van een uitsluitingsmechanisme, maar van een concurrentielogica die identiek is voor alle kandidaten, gebaseerd op criteria inzake economische competitiviteit. Het betreft een normaal gevolg van de werking van de markt. 110. De CREG beslist daarom om de aanpassing van sectie 6.3.1.2 van de Werkingsregels te behouden en er de vermelding aan toe te voegen dat het proces tot vijf iteraties herhaald wordt om de convergentie van de clearing te verzekeren. 4.4. AANPASSING VAN DE FORMULE VOOR DE BEPALING VAN DE VERPLICHTE CAPACITEIT TIJDENS EEN BESCHIKBAARHEIDSTEST Ontwerp van Werkingsregels 111. In sectie 9.5.1.2. van het Voorstel van Werkingsregels heeft Elia de modaliteiten voor het uitvoeren van een Beschikbaarheidstest aangepast om ze meer in overeenstemming te brengen met de werkelijke beschikbaarheidsvereisten op een kritiek moment voor de Bevoorradingszekerheid. De Capaciteitsleverancier is niet langer vrij om binnen een tijdsperiode de MTU te kiezen waarin hij moet bewijzen dat hij zijn Capaciteit kan leveren, maar moet dit bewijs nu leveren op een door Elia bepaald tijdstip. 112. De CREG kan akkoord gaan met deze aanpassing. Toch wil ze echter graag rekening houden met de bezorgdheid van de Capaciteitshouders waarvan de CMU-prestaties verslechteren wanneer de buitentemperatuur hoog is. De CREG stelt daarom voor om, voor Beschikbaarheidstesten die buiten de winterperiode worden uitgevoerd, de formule voor het bepalen van de Verplichte Capaciteit vermeld in sectie 9.5.2.1. aan te passen voor Capaciteiten zonder Energiebeperking door de Totale Gecontracteerde Capaciteit niet langer te delen door de Reductiefactor. Op deze manier zou de Verplichte Capaciteit buiten de winterperiode niet langer overeenkomen met de niet-gereduceerde Capaciteit, maar met beperkte Capaciteit, na aftrek van de Aangekondigde Niet-beschikbare Capaciteit. 113. Sectie 9.5.1.2. van het Voorstel van Werkingsregels werd dienovereenkomstig aangepast. Niet-vertrouwelijk 24/39 Antwoorden op de raadpleging 114. FEBEG waardeert het dat de CREG rekening heeft gehouden met haar bezorgdheid, maar is van mening dat ze deze slechts gedeeltelijk wegneemt aangezien de temperatuur ook buiten de zomer hoog kan zijn. FEBEG stelt voor om de regel te wijzigen om te voorzien dat, wanneer een Beschikbaarheidstest wordt aangekondigd, de Capaciteitsleverancier de dag voordien, vóór 15.30 uur, het kwartier mag meedelen waarin Elia zijn Verplichte Capaciteit mag controleren. FEBEG is van mening dat dit aangepaste voorstel nog steeds een aanzienlijk negatief effect met terugwerkende kracht heeft, waardoor het onaanvaardbaar is. 115. Cogen Vlaanderen verwelkomt de aanpassing, maar is van mening dat het, zelfs tijdens de winterperiode, voldoende zou moeten zijn om de beschikbaarheid van de gecontracteerde capaciteit aan te tonen tijdens een beschikbaarheidstest, aangezien dit het enige vermogen is dat wordt vergoed door de veilingen en dat wordt geacht bij te dragen aan de bevoorradingszekerheid. Beslissing 116. De CREG benadrukt dat de ingevoerde versoepeling niet alleen geldt voor de zomermaanden, maar voor alle maanden buiten de winterperiode, wat het risico wegneemt dat de Totale Gecontracteerde Capaciteit moet worden geleverd op een moment dat de temperatuur hoog is. 117. Met betrekking tot de timing van de test wenst de CREG erop te wijzen, zoals voorgesteld door FEBEG, dat de capaciteitsvergoeding wordt ontvangen in ruil voor een verbintenis om beschikbaar te zijn op het moment dat het elektriciteitssysteem dit nodig heeft. Om deze situatie tijdens een test zo goed mogelijk weer te geven, is het daarom raadzaam om de keuze van het moment waarop de Capaciteitsleverancier zijn Capaciteit zal leveren, niet aan hem over te laten. 118. In antwoord op de opmerking van Cogen Vlaanderen is de CREG van mening dat het gebruik van de niet-gereduceerde Capaciteit als referentie voor de Beschikbaarheidstests in de Winterperiode volledig gerechtvaardigd is. De Reductiefactor is immers bedoeld om de tijdelijke onbeschikbaarheid in verband met de ongeplande onbeschikbaarheid te weerspiegelen. Het is daarom gerechtvaardigd om van een CMU te verwachten dat zij, buiten deze periodes van Gedwongen Onbeschikbaarheid, kan aantonen dat zij in staat is volledig bij te dragen aan de bevoorradingszekerheid, tot het niveau van haar niet-gereduceerde Capaciteit. Deze vereiste zorgt voor consistentie tussen de Capaciteitsvergoeding en de werkelijke bijdrage die in een situatie van schaarste wordt verwacht. De voorgenomen wijziging blijft dus behouden. 4.5. HERINVOERING EN AANPASSING VAN DE PENALITEIT VOOR OVERCAPACITEIT Ontwerp van Werkingsregels 119. In sectie 9.4.3.2.3. van het Voorstel van Werkingsregels heeft Elia wijzigingen doorgevoerd voor de berekening van de Beschikbare Capaciteit voor CMU's zonder Dagelijks Programma. Het doel van deze wijzigingen is om de complexe formule voor het berekenen van de Beschikbare Capaciteit te vereenvoudigen door het begrip Passief Volume uit de berekening te schrappen. Deze wijzigingen hebben eveneens tot doel om elke penaliteit te schrappen voor Capaciteiten die een groter Volume activeren dan hun Vereiste Volume. 120. De CREG is het eens met Elia wat betreft het eerste punt met betrekking tot de vereenvoudiging van de berekening van de Beschikbare Capaciteit voor CMU's zonder Dagelijks Niet-vertrouwelijk 25/39 Programma, om de formule begrijpelijker te maken voor de verschillende marktspelers en voor het gebruik van deze formule door Elia vanuit een operationeel oogpunt. 121. De CREG is daarentegen van mening dat het toepassen van een penaliteit op Capaciteiten die grotere Volumes dan hun Vereiste Volumes activeren, moet worden behouden indien de onverwachte activering van deze Capaciteiten verband houdt met overschatte Aangegeven Prijzen. Deze penaliteit moet vooral gericht zijn op Capaciteiten die Aangegeven Prijzen en Vereiste Volumes gebruiken die volstrekt niet afgestemd zijn op hun Geactiveerde Volumes. 122. Dit wordt verduidelijkt aan de hand van de twee onderstaande fictieve numerieke voorbeelden voor een CMU met een Nominaal Referentievermogen van 15 MW zonder Niet-Beschikbare Capaciteit voor Onderhoud (d.w.z. dat de Maximale Residuele Capaciteit gelijk is aan het Nominaal Referentievermogen van de CMU). Het eerste voorbeeld geeft Marktprijzen en Aangegeven Prijzen weer met een Actief Volume dat lichtjes hoger is dan het Vereiste Volume. Voorbeeld 1: Vereist volume = 10 MW & Actief Volume = 12 MW Aangegeven prijzen Day-aheadmarktprijs Aangegeven prijzen (€/MWh) 160 140 120 100 80 60 40 20 0 5 10 15 Vereist volume (MW) In dit eerste voorbeeld met een Actief Volume van 12 MW in vergelijking met een Vereist Volume van 10 MW, werd een Beschikbare Capaciteit van 13 MW berekend met behulp van de oude formule van de Werkingsregels 2024 voor het berekenen van de Beschikbare Capaciteit voor CMU's zonder Dagelijks Programma. Dit resulteerde in een berekende Ontbrekende Capaciteit van 2 MW. Dit volume van 2 MW werd daarom in de oude formule beschouwd als “Ontbrekende Capaciteit” en op dezelfde manier bestraft als een Ontbrekende Capaciteit berekend in gevallen waarin het Actieve Volume kleiner is dan het Vereiste Volume. Volgens de formule die Elia voorstelt in de Werkingsregels 2025 zou deze situatie echter niet langer worden bestraft. De CREG aanvaardt dat deze geactiveerde Volumes die de Vereiste Volumes overschrijden, niet worden beschouwd als Ontbrekende Capaciteiten. De CREG is echter van mening dat deze Overcapaciteiten in bepaalde gevallen toch in aanmerking moeten worden genomen voor de berekening van een Overcapaciteitspenaliteit, om situaties van opzettelijke overschatting van Aangegeven Prijzen te vermijden. Niet-vertrouwelijk 26/39 In een tweede voorbeeld is het Actieve Volume 15 MW en het Vereiste Volume 0 MW (aangezien de day-aheadmarktprijs van € 350/MWh lager is dan de eerste Aangegeven Prijs van € 400/MWh). De Capaciteitsleverancier activeert zijn Capaciteit dus volledig, terwijl hij op basis van zijn Aangegeven Prijzen helemaal niet had moeten activeren. In dit voorbeeld, met een Actief Volume dat ruim hoger is dan het voor een bepaalde Capaciteit verwachte Vereist Volume, werd een Beschikbare Capaciteit van 15 MW berekend met behulp van de oude formule van de Werkingsregels 2024 voor het berekenen van de Beschikbare Capaciteit voor CMU's zonder Dagelijks Programma. Voorbeeld 2: Vereist volume = 0 MW & Geactiveerd Volume = 15 MW Aangegeven prijzen Day-aheadmarktprijs Aangegeven prijzen (€/MWh) 600 500 400 300 200 100 0 5 10 15 Vereist volume (MW) In tegenstelling tot in voorbeeld 1 werd er in dit voorbeeld met de formule van de Werkingsregels 2024 geen Ontbrekend Volume gedetecteerd. Er werd dus geen penaliteit opgelegd in deze situatie, waarin een CMU haar Aangegeven Prijzen aanzienlijk overschat en al haar volume activeert, terwijl deze CMU helemaal niet op de markt zou mogen activeren. De CREG is van mening dat deze extreme gevallen bestraft moeten worden om te voorkomen dat bepaalde CMU's opportunistisch gedrag vertonen bij het bepalen van overschatte Aangegeven Prijzen om zo elke Beschikbaarheidsverplichting en elke Onbeschikbaarheidspenaliteit te vermijden. 123. In sectie 9.7 van haar Voorstel van Werkingsregels stelt de CREG daarom voor om een Overcapaciteit (OC) te berekenen die de hoeveelheid extra capaciteit vertegenwoordigt die een CMU ter beschikking stelt in verhouding tot haar Vereist Volume. De Overcapaciteit van een CMU is gelijk aan het positieve verschil tussen het Actieve Volume begrensd door haar Nominaal Referentievermogen en het Vereist Volume gedurende een gegeven AMT-MTU tijdens de Beschikbaarheidscontrole of gedurende een kwartier tijdens een Beschikbaarheidstest. De Overcapaciteit voor tijd t wordt bepaald aan de hand van de volgende formule: 𝐸𝐶(𝐶𝑀𝑈, 𝑡) = 𝑀𝑎𝑥(𝑀𝑖𝑛. (𝑉𝐴𝑐𝑡 (𝐶𝑀𝑈, 𝑡); 𝑁𝑅𝑃(𝐶𝑀𝑈, 𝑡)) − 𝑉𝑉𝑒𝑟𝑒𝑖𝑠𝑡 (𝐶𝑀𝑈, 𝑡); 0) Niet-vertrouwelijk 27/39 De CREG stelt daarom voor om slechts op een deel van deze Ovecapaciteit een boete toe te passen, op basis van dezelfde formule als die welke in sectie 9.6.2 van de Werkingsregels wordt gebruikt. De formule voorgesteld in sectie 9.7.2 bestraft alleen het deel van de Ovecapaciteit van een CMU dat groter is dan tien procent van de som van haar Maximale Residuele Capaciteit en haar Vereist Volume: 𝑂𝑣𝑒𝑟𝑠𝑐ℎ𝑟𝑖𝑗𝑑𝑖𝑛𝑔𝑠𝑏𝑜𝑒𝑡𝑒[€] 1 = 𝑄 ∗ 𝑈𝑃 𝑇 ∗∑ F ∗ g𝑒c𝑜𝑛𝑡𝑟𝑎𝑐𝑡ee𝑟𝑑𝑒𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒(𝐶𝑀𝑈, 𝑡) ∗ (Max(0; 𝑂𝐶(𝐶𝑀𝑈, 𝑡) − 0.1 𝑡=1 ∗ (𝑃𝑀𝑎𝑥,𝑅e𝑠𝑖𝑑𝑢𝑒𝑒𝑙 (𝐶𝑀𝑈, 𝑡) + 𝑉𝑉𝑒𝑟𝑒𝑖𝑠𝑡 (𝐶𝑀𝑈, 𝑡)))) Deze formule bevat ook een penaliteitsfactor (F) die rekening houdt met het verschil tussen de Aangegeven prijs en de Marktprijs waarop deze van toepassing is. Voor prijsverschillen van minder dan € 50/MWh is deze factor nul en wordt dan ook geen penaliteit opgelegd. Voor elk prijsverschil tussen € 50 en € 100/MWh is deze factor gelijk aan 1. Voor elk prijsverschil boven € 100/MWh is deze factor gelijk aan 2. Het doel van deze penaliteit is om de Capaciteitsleveranciers ertoe aan te moedigen om Aangegeven Prijzen voor Vereiste Volumes vast te leggen die zo representatief mogelijk zijn voor hun werkelijke gedrag op de markt, rekening houdend met een foutenmarge die evenredig is met de Maximale Residuele Capaciteit en het Vereist Volume van de CMU, alsook met de Aangegeven prijzen. De tolerantie van tien percent op de Maximale Residuele Capaciteit en het Vereist Volume van de CMU wordt ingevoerd om rekening te houden met de onzekerheid voor de Capaciteitsleveranciers om hun Baseline exact te volgen. Deze tolerantie is evenredig met de som van het Maximaal Residueel Vermogen en het Vereist Volume, voornamelijk om extreme gevallen te bestraffen waarbij de Capaciteitsleveranciers hoge Aangegeven Prijzen vastleggen die in de meeste gevallen Vereiste Volumes die gelijk zijn aan nul impliceren. Deze gevallen zouden betekenen dat de Capaciteitsleverancier in de praktijk nooit verplicht is om beschikbaar te zijn op de markt als hij niet dienovereenkomstig wordt bestraft. Er wordt eveneens een marge van € 50/MWh toegepast tussen de Aangegeven Marktprijs en de Marktprijs waarop deze van toepassing is, om rekening te houden met redelijke afwijkingen door de Capaciteitsleveranciers van hun Aangegeven prijzen. 124. De twee numerieke voorbeelden hierboven illustreren deze formule en de gevolgen ervan. In het eerste voorbeeld bedraagt de berekende Overcapaciteit 2 MW, terwijl de bijbehorende tolerantie 2,5 MW is (10 % van (15+10) = 25 MW). Er zal dus geen penaliteit voor overtollige capaciteit worden opgelegd wanneer een Capaciteitsleverancier lichtjes van zijn Baseline is afgeweken. In het tweede voorbeeld bedraagt de berekende Overcapaciteit 15 MW en wordt een Overcapaciteitspenaliteit toegepast op een Volume van 13,5 MW (de overtollige 15 MW min 1,5 MW (de tolerantie van 10 percent)). In dit tweede voorbeeld betekent het aanzienlijke verschil van € 150/MWh tussen de Aangegeven prijs van € 500/MWh voor een Vereist Volume van 15 MW en de Day-Aheadmarktprijs van € 350/MWh dat een penaliteitsfactor F gelijk aan 2 wordt toegepast op het bestrafte Volume van 13,5 MW. 125. In haar ontwerp van Werkingsregels heeft de CREG sectie 9.4.3.2.3 aangepast en een sectie 9.7 toegevoegd. Niet-vertrouwelijk 28/39 Antwoorden op de raadpleging 126. Febeliec betwijfelt of het opportuun is om opnieuw een boete in te voeren voor het leveren van overtollige capaciteit en meent dat het geven van meer flexibiliteit aan de Capaciteitsleveranciers om hun DSR te activeren deze flexibiliteit waarschijnlijk zal aanmoedigen en de kosten kan drukken. Aangezien het hoofddoel van het CRM het bereiken van adequacy is, is Febeliec van mening dat het aangewezen is om zich te beperken tot de garantie dat minstens de gecontracteerde capaciteit geactiveerd wordt tijdens periodes van schaarste. Febeliec is van mening dat het onaanvaardbaar zou zijn om de levering van een groter volume DSR dan het gecontracteerde volume tijdens een periode van een tekort te bestraffen, maar begrijpt dat dit niet het geval is. 127. Elia is van mening dat het gaat om een nieuwe sanctie en dat ze normaal marktgedrag dat tot nu toe niet bestraft werd, zal bestraffen. Elia is ook van mening dat deze boete niet met terugwerkende kracht mag worden toegepast op de contracten die al zijn afgesloten, aangezien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze boete een impact zou hebben gehad op de biedingen op de Veilingen. Volgens Elia zou deze boete een impact kunnen hebben op de deelname aan de energie- en balancingmarkten in zoverre expliciete deelname aan de balancing-markten het Actief Volume zou kunnen verhogen en de toepassing van een boete zou kunnen uitlokken. Elia is ook van mening dat de berekeningsmethode van de Baseline kan resulteren in een verschil van 20% of meer in verhouding tot het werkelijk verbruikte volume bij afwezigheid van activering. Volgens Elia zou de door de CREG voorgestelde formule tot gevolg kunnen hebben dat een volume dat groter is dan het gecontracteerde volume van de CMU, wordt bestraft. Elia is van mening dat de formulering in het Ontwerp van Werkingsregels moet worden verduidelijkt om de ruimte voor interpretatie te beperken en heeft suggesties ter zake bijgevoegd in bijlage A bij zijn antwoord op de raadpleging. Tot slot is Elia van mening dat de complexiteit van deze regel betreffende Capaciteiten zonder Dagelijks Programma de deelname van kleine marktspelers aan het CRM waarschijnlijk zal ontmoedigen. 128. FEBEG vraagt om te specifiëren dat de boete alleen betrekking heeft op CMU's zonder Dagelijks Programma en niet van toepassing is op de Beschikbaarheidstesten en de deelname aan Ondersteunende Diensten, waarbij die laatste worden bestraft voor zover, in de voorgestelde formule, het Actief Volume rekening houdt met deelname aan de Ondersteunende Diensten terwijl het Vereist Volume uitsluitend gebaseerd is op de marktprijzen. 129. Cogen Vlaanderen benadrukt dat het moeilijk is om een Aangegeven Prijs te bepalen voor een warmtekrachtkoppelingseenheid waarvan de beslissing om te produceren afhangt van meerdere parameters, waaronder de warmtebehoefte van de afnemer, waardoor het mogelijk is om elektriciteit te produceren wanneer de Marktprijs de Aangegeven Prijs niet bereikt. COGEN Vlaanderen is niet in staat om het risico te beoordelen dat de boete zou betekenen voor warmtekrachtkoppelingseenheden die deelnemen aan het CRM zonder energiebeperking en zonder dagelijks programma, maar is van mening dat het een bijkomende complexiteit is die de deelname van kleine installaties zou kunnen ontmoedigen. COGEN Vlaanderen wijst er ook op dat de beslissing om een warmtekrachtkoppelingseenheid op te starten niet alleen afhangt van de Day-Ahead-prijs en dat de Aangegeven Prijzen van de gasgestookte warmtekrachtkoppelingseenheden dicht bij de AMT-prijs zouden moeten liggen, waardoor het risico onbestaande zal worden. Niet-vertrouwelijk 29/39 130. Yuso ziet deze regel als een verbod op het leveren van meer dan de contractuele capaciteit en is van mening dat dit in tegenspraak is met de verplichting voor een CMU met een Energiebeperking om haar maximale capaciteit over een beperkte periode te leveren. Yuso stelt voor om die regel te vervangen door een boete voor een overschatting van de Aangegeven Prijzen. 131. Flexcity is het ermee eens dat een marktspeler prijzen moet opgeven die het best de prijzen weergeven waarop hij zou reageren op de markt, maar is van mening dat de boete tegen het beoogde doel van de CMU's van DSR ingaat. De beschikbaarheid van deze eenheden wordt vaak berekend door het werkelijke verbruik te vergelijken met een referentieverbruik (Baseline), rekening houdend met een minimaal niet-afschakelbaar verbruik wegens technische beperkingen (unsheddable margin). Schommelingen in deze Baseline in combinatie met de technische beperkingen die niet noodzakelijk de verplichtingen of economische opportuniteitskosten van de Capaciteitsleverancier weerspiegelen, kunnen leiden tot een tekort of een overschot aan capaciteit. Om de boete te vermijden, kan de CMU haar Aangegeven Marktprijzen wijzigen, maar dit ondermijnt de doelstelling van correcte Aangegeven Prijzen en leidt tot extra complexiteit voor de Capaciteitsleverancier. Bovendien kan de Capaciteitsleverancier vóór de veiling een opt-out afkondigen om het risico van onbeschikbaarheid te verkleinen. De beschikbaarheid van deze capaciteit zou nu een overschotrisico met zich mee kunnen brengen. Flexcity is van mening dat het bestraffen van de overdelivery niet in overeenstemming is met de adequacy. In specifieke gevallen waar de overdelivery te wijten is aan een positieve imbalance-positie, moet de marktspeler deze positie compenseren via de balancing-markt. Tot slot is Flexcity van mening dat de toevoeging van deze boete de interesse van DSR-houders in het CRM zal doen afnemen, waardoor het aangeboden volume zal afnemen en bijgevolg de totale kosten zullen stijgen. Beslissing 132. Met betrekking tot de bewering van Elia dat deze boete een nieuwe maatregel zou zijn die normaal marktgedrag zou bestraffen, wenst de CREG erop te wijzen dat een sanctie al sinds de eerste versie
(2021)in de Werkingsregels is opgenomen, zoals blijkt uit het hieronder weergegeven uittreksel uit de design note opgesteld door Elia in maart
- De CREG wijst er ook op dat deze bewering in tegenspraak is met de inhoud van slide 24 die Elia heeft voorgesteld op de WG Adequacy van 21 november
- Niet-vertrouwelijk 30/39
- Het gaat dus geenszins om een nieuwe boete. De CREG erkent echter dat de boete voor Overcapaciteit zoals die wordt beoogd, niet van toepassing is op exact dezelfde situaties als tot nu toe het geval was. Deze boete kan dus niet worden toegepast op Capaciteitscontracten die al zijn gesloten.
- Voor Capaciteiten zonder Dagelijks Programma is de beschikbaarheid vereist wanneer de marktprijs hoger is dan de marginale kosten teneinde de dekking van de variabele activeringskosten te garanderen. Tot nu toe was het de bedoeling om de levering van een overtollig volume ten opzichte van de Aangegeven Marktprijs op dezelfde manier te bestraffen als een Ontbrekend Volume, met uitzondering van twee situaties: wanneer het Vereiste Volume nul was of wanneer het overeenkwam met het NRP. Deze uitzonderingen waren gebaseerd op de volgende twee principes. Ten eerste werd aangenomen dat er geen activering zou plaatsvinden als de marktprijs lager was dan de Aangegeven Prijs, omdat de Aangegeven Prijs geacht wordt overeen te komen met de marginale kosten. Ten tweede, aangezien het NRP in alle omstandigheden overeenkwam met het maximale vermogen dat de CMU kon leveren, werd dus aangenomen dat er in deze situaties geen enkele overtollige capaciteit kon worden waargenomen. Volgens de CREG moet de eerste uitzondering, die gebaseerd is op theoretische veronderstellingen, worden afgeschaft en moet er anderzijds een stimulans worden gecreëerd om een correcte Aangegeven Marktprijs aan te geven, aangezien die prijs bepalend is voor het Vereiste Volume waarvan de beschikbaarheid wordt gecontroleerd.
- Een Aangegeven Marktprijs die losstaat van de daadwerkelijke activeringsprijzen biedt een CMU de mogelijkheid om te ontsnappen aan alle eventuele beschikbaarheidsvereisten. Een dergelijke mogelijkheid ondermijnt de bevoorradingszekerheid en rechtvaardigt niet langer het ontvangenvan een Capaciteitsvergoeding; ze is ook discriminerend ten opzichte van de beschikbaarheidsverplichting die geldt voor de andere CMU's. De CREG vindt het daarom gerechtvaardigd om een boete te behouden voor het leveren van Capaciteit die het Vereiste Volume overschrijdt. De CREG is zich ervan bewust dat een perfecte correlatie tussen de Aangegeven Marktprijs en het Geactiveerde Volume moeilijk te bereiken is, en heeft daarom voorzien in een tolerantiemarge van 10 %, waarop de respondenten van de raadpleging niet rechtstreeks commentaar hebben geleverd. Om tegemoet te komen aan de vrees van de respondenten voor een te grote blootstelling aan het risico op een boete, besliste de CREG echter om de tolerantiemarge te verhogen tot 20 % naar aanleiding van het commentaar van Elia op de berekeningsmethode van de Baseline. Om tegemoet te komen aan de gefundeerde opmerkingen van verschillende respondenten op de raadpleging heeft de CREG de verwijzing naar het NRP in haar formule vervangen door een verwijzing naar de Verplichte Capaciteit. Het is immers niet de bedoeling om de levering van niet-gecontracteerde overtollige capaciteit te bestraffen.
- Wat de impact op de deelname aan de energie- en balancing-markten betreft, heeft de CREG rekening gehouden met de opmerkingen van de respondenten door de berekening van de Overtollige Capaciteit in § 652 van de Werkingsregels aan te passen door rekening te houden met het Initieel Actief Volume (d.w.z. vóór correctie van het Actief Volume dat deelneemt aan de ondersteunende diensten) en niet langer met het Actief Volume na correctie van de deelname aan de ondersteunende diensten.
- De CREG is zich ervan bewust dat het voor Capaciteitsleveranciers niet altijd gemakkelijk is om Gedeeltelijke Aangegeven Prijzen vast te stellen. De CREG is echter van mening dat de extreme gevallen waarin een volumeactivering wordt waargenomen terwijl er geen activering wordt verwacht (d.w.z. Vereist Volume = 0), gevallen zijn waarin een boete moet worden opgelegd. Het opleggen van een boete voor Overcapaciteit wordt daarom alleen toegepast in deze extreme gevallen waarbij het Vereiste Volume gelijk is aan nul.
- Zoals vermeld in nr. 134, voor zover de boete voor Overcapaciteit bedoeld is om gedrag te bestraffen dat voorheen niet bestraft werd, en deze boete een impact kan hebben op de prijs van de Niet-vertrouwelijk 31/39 Biedingen, moet in dit opzicht een uitzondering gemaakt worden met betrekking tot de toepassing van de nieuwe Werkingsregels op de reeds gesloten Capaciteitscontracten.
- De voornoemde wijzigingen zijn aangebracht aan de paragrafen 649, 651, 652, 654, 655 en 656 van de Werkingsregels, alsook aan de tabel in bijlage 18.
- 4.
- BEPERKINGEN IN VERBAND MET DE CMU VAN DE KOPER VAN EEN VERPLICHTING OP DE SECUNDAIRE MARKT Ontwerp van Werkingsregels
- Het In Aanmerking Komend Volume van een CMU voor Veilingen op de Primaire Markt is beperkt tot haar Referentievermogen verminderd met de Reductiefactor die haar bijdrage aan de bevoorradingszekerheid in periodes van schaarste bepaalt.
- Er zijn twee soorten Transacties op de Secundaire Markt: “ex ante”-Transacties en “ex post”Transacties. “Ex ante”-Transacties maken het mogelijk dat in aanmerking komende CMU's, die niet werden geselecteerd voor hun volledige In Aanmerking Komend Volume tijdens de veilingen op de Primaire Markt, de Beschikbaarheidsverplichting overnemen van CMU's die op de Primaire Markt zijn gecontracteerd en van mening zijn dat ze hun verbintenis niet zullen kunnen nakomen. Deze overname is mogelijk binnen de limiet van hun Residueel Volume, na toepassing van de Reductiefactor. “Ex post”Transacties bieden op de Primaire Markt gecontracteerde CMU's waarvan de beschikbaarheid groter is dan hun contractuele verplichting de mogelijkheid om de verplichtingen over te nemen van CMU's waarvan de beschikbaarheid onvoldoende is om hun verbintenis na te komen.
- In sectie 10.4.8.
- van het Voorstel van Werkingsregels wordt echter bepaald dat een CMU zonder Energiebeperking een Verplichting mag aankopen op basis van een Residueel In Aanmerking Komend Volume dat niet is verminderd met de Reductiefactor, ook al bepaalt deze Reductiefactor haar verwachte bijdrage aan de bevoorradingszekerheid.
- De CREG acht het dan ook noodzakelijk om bij de schatting van het Residueel In Aanmerking Komend Volume op de Secundaire Markt voor een CMU zonder Energiebeperking een onderscheid te maken op basis van het type Transactie ('ex ante' of 'ex post'). Voor de “ex ante”-Transacties heeft de CREG een nieuwe methode ingevoerd voor het berekenen van het Residueel In Aanmerking Komend Volume op de Secundaire Markt. Dit komt overeen met het positieve resultaat van de Maximale Residuele Capaciteit, min de Totale Gecontracteerde Capaciteit gedeeld door de Reductiefactor, plus het Opt-outvolume “IN”, dit alles vermenigvuldigd met de Laatst Gepubliceerde Reductiefactor. De schatting van het Residueel In Aanmerking Komend Volume voor de “ex post”-Transacties blijft ongewijzigd.
- In sectie 10.4.8.
- van het Voorstel van Werkingsregels wordt eveneens bepaald dat een CMU zonder Energiebeperking een Verplichting mag aankopen op basis van een Resterend In Aanmerking Komend Volume dat niet is verminderd met de Reductiefactor, ook al bepaalt deze Reductiefactor zijn verwachte bijdrage aan de bevoorradingszekerheid.
- Opnieuw acht de CREG het noodzakelijk om de methode voor de berekening van het Residueel In Aanmerking Komend Volume voor de Secundaire Markt te corrigeren. Voor “ex ante”-Transacties komt dit overeen met het positieve resultaat van de Maximale Residuele Capaciteit, min de Totale Gecontracteerde Capaciteit gedeeld door de Reductiefactor, plus het Opt-outvolume “IN”, dit alles vermenigvuldigd met de Laatst Gepubliceerde Reductiefactor. De schatting van het Residueel In Aanmerking Komend Volume voor de “ex post”-Transacties blijft ongewijzigd.
- Sectie 10.4.8.2 werd dienovereenkomstig aangepast. Niet-vertrouwelijk 32/39 Antwoorden op de raadpleging
- FEBEG, Elia, RWE, Cogen Vlaanderen, Yuso en Storm staan kritisch tegenover het voorstel van de CREG om de toegelaten volumes voor ex-ante-transacties op de secundaire markt te beperken.
- FEBEG, Elia, RWE en Yuso zijn van mening dat de secundaire markt ex ante een essentieel instrument is voor risicobeheer, waardoor met name mogelijk de boetes kunnen worden beperkt in geval van vertraagde ingebruikname of tijdelijke onbeschikbaarheid van Capaciteit. Cogen Vlaanderen en Elia benadrukken ook het bijzondere belang ervan voor de kleine spelers, die niet over de interne middelen van de grote groepen beschikken om hun onbeschikbaarheid te dekken.
- FEBEG, Elia, Cogen Vlaanderen en Yuso zijn van mening dat het voorstel de liquiditeit van de secundaire markt ernstig in het gedrang brengt, wat waarschijnlijk zal leiden tot hogere risicopremies in toekomstige CRM-Biedingen en dus tot hogere kosten voor de verbruikers. Elia voegt eraan toe dat deze maatregel het systeem minder aantrekkelijk maakt voor de kleine producenten, wat de concurrentie in het CRM zou kunnen schaden.
- FEBEG, Elia en Yuso beschouwen deze wijziging als retroactief en oneerlijk, aangezien ze de spelregels a posteriori wijzigt, terwijl de investeringsbeslissingen en de prijzen van de CRM-biedingen werden bepaald op basis van de bestaande regels. Elia is bovendien van mening dat dit rechtsonzekerheid creëert en mogelijk in strijd is met de Europese wetgeving.
- Elia en FEBEG herinneren eraan dat de overdraagbaarheid van de capaciteitsverplichtingen een fundamentele pijler is van het CRM zoals goedgekeurd door de Europese Commissie. Volgens Elia is het huidige voorstel in strijd met dit principe. Beslissing
- De CREG wijst erop dat het primaire doel van het CRM is om de bevoorradingszekerheid te garanderen in tijden van tekorten. Met dit in gedachten wordt de Reductiefactor gebruikt om de effectieve bijdrage in te schatten die een CMU in dergelijke situaties aan het systeem kan leveren. Een CMU toestaan om “ex ante” een Beschikbaarheidsverplichting over te nemen op volumes die niet met deze factor zijn gecorrigeerd, zou neerkomen op een overschatting van haar werkelijke capaciteit om het evenwicht van het systeem te ondersteunen. Een dergelijke aanpak zou leiden tot een aanzienlijke kloof tussen de aangegane verplichtingen en de daadwerkelijke dekking van de behoefte, waardoor de robuustheid van het mechanisme zou worden verzwakt en de met het CRM nagestreefde doelstellingen in gevaar zouden komen.
- Het onderscheid tussen “ex ante”- en ex post-transacties zorgt voor de nodige flexibiliteit en garandeert tegelijkertijd dat de verbintenissen die vóór de Leveringsperiode zijn aangegaan, effectief worden ondersteund door een inzetbare capaciteit. In tegenstelling tot “ex-post”-transacties, die gebaseerd zijn op a posteriori vastgestelde capaciteit, omvatten “ex ante”-transacties een voorafgaande raming van de beschikbaarheid. Het is daarom essentieel dat in deze raming rekening wordt gehouden met de Reductiefactor, om elk risico op ondermaatse dekking te vermijden.
- De CREG wil ook benadrukken dat dit voorstel geenszins bedoeld is om kleine spelers uit te sluiten van het mechanisme. Integendeel, het beoogt de eerlijkheid en transparantie van het CRM te versterken door ervoor te zorgen dat alle deelnemers zich verbinden tot volumes die hun werkelijke bijdrage aan de bevoorradingszekerheid weerspiegelen.
- De CREG wijst erop dat de voorgestelde maatregel het principe van de overdraagbaarheid van de capaciteitsverplichtingen niet ter discussie stelt, maar de voorwaarden preciseert, om ervoor te zorgen dat de overdrachten de bevoorradingszekerheid niet verzwakken. Deze aanpak is volledig in overeenstemming met de Europese richtsnoeren inzake staatssteun, die vereisen dat alle steun evenredig en doelgericht is en gebaseerd is op een aantoonbare bijdrage aan het nagestreefde doel. Niet-vertrouwelijk 33/39
- De CREG erkent niettemin dat de voorgestelde maatregel een impact kan hebben op de prijs van de Biedingen op de Primaire Markt, in die zin dat de CRM-Kandidaten bij eerdere Veilingen waarschijnlijk een andere Bieding zouden hebben uitgebracht als ze hadden geweten dat de methode voor het berekenen van het Residueel in aanmerking komend Volume voor de Secundaire Markt zou worden berekend in overeenstemming met de voorgestelde maatregel. De CREG is daarom van mening dat deze maatregel niet van toepassing mag zijn op de Capaciteitscontracten die al zijn afgesloten.
- In deze context bevestigt de CREG haar voorstel tot aanpassing, dat ze essentieel acht om de doeltreffendheid en de betrouwbaarheid van het CRM op lange termijn te behouden. Ze past echter de tabel in bijlage 18.8 van de Werkingsregels aan. 4.
- TRANSPARANTIE VAN PREKWALIFICATIERESULTATEN Ontwerp van Werkingsregels
- Sectie 16.3 van het Voorstel van Werkingsregels bepaalt dat, om de prekwalificatieresultaten transparant te maken, Elia op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 november een bijgewerkte lijst van geprekwalificeerde CMU's moet publiceren. Deze lijst wordt inderdaad gepubliceerd, maar in een rubriek van de website van Elia-site (grid data) zonder link naar de CRM-pagina van de site. Elia wordt verzocht om deze informatie toegankelijk te maken via de CRM-pagina van de site. Antwoorden op de raadpleging
- Er werd geen enkele opmerking geformuleerd. Beslissing
- De wijziging blijft behouden. 4.
- VERBINTENIS INZAKE DE ENERGIETRANSITIE
- Overeenkomstig besluit SA114003 (§ 25) wordt de reikwijdte van de verbintenis tot energietransitie uitgebreid naar alle productie-eenheden die gebruikmaken van fossiele brandstoffen en beschikken over een contract dat meerdere leveringsperiodes dekt. Daarnaast wordt er een tussentijds doel gesteld voor 2030 om de opvolging van de gemaakte afspraken te versterken.
- Paragraaf 116 van de Ontwerpbeslissing van de Werkingsregels werd aangepast in overeenstemming met de vraag van de FOD Economie. 4.
- RETROACTIVITEIT Ontwerp van Werkingsregels
- Artikel 7undecies, § 12 van de Elektriciteitswet bevat met name de volgende bepaling: "De bepalingen in de opeenvolgende versies van de Werkingsregels zijn van toepassing op capaciteitsleveranciers die op het tijdstip van hun inwerkingtreding reeds een capaciteitscontract hebben gesloten, met uitzondering van de door de commissie of de Koning aangeduide nieuwe bepalingen die van dien aard zijn dat, indien de capaciteitsleverancier er op het tijdstip van het uitbrengen van zijn bieding kennis van had gehad, hij redelijkerwijs geen of een wezenlijk ander aanbod zou hebben gedaan. Deze uitzondering geldt niet voor nieuwe bepalingen waarvan de toepassing op Niet-vertrouwelijk 34/39 capaciteitscontracten die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze nieuwe bepalingen reeds zijn gesloten, noodzakelijk is om het contractuele evenwicht te herstellen dat als gevolg van een plotselinge crisis op de energiemarkt is verbroken."
- In toepassing van deze bepaling identificeert bijlage 18.8 de bepalingen van het ontwerp van Werkingsregels die niet van toepassing zijn op Capaciteitscontracten gesloten na vroegere Veilingen.
- In het Voorstel van Werkingsregels heeft Elia de tabel in de vorige versies van de Werkingsregels oordeelkundig opgesplitst op basis van het moment waarop het Capaciteitscontract werd gesloten (na de Veiling 2021, 2023 of 2024)
- Er moet echter rekening mee worden gehouden dat de situatie van de CMU's die onder een eerder gesloten Capaciteitscontract vallen, verder geëvolueerd is in lijn met de wijzigingen in deze Werkingsregels, met uitzondering van de bepalingen van de latere Werkingsregels waarvan werd erkend dat ze niet op deze CMU's van toepassing waren. Wanneer een nieuwe bepaling van de Werkingsregels als niet toepasselijk op reeds gesloten Capaciteitscontracten wordt beschouwd, is de in plaats daarvan toepasselijke bepaling niet noodzakelijk die van de versie van de Werkingsregels die van kracht is op het ogenblik dat het Capaciteitscontract werd gesloten, maar kan het een bepaling van een latere versie van de Werkingsregels zijn. Daarom moet niet alleen de toepasselijke bepaling worden geïdentificeerd, maar ook de versie van de Werkingsregels.
- Het Voorstel van Werkingsregels werd dienovereenkomstig aangepast. Antwoorden op de raadpleging
- Elia is van mening dat punt 18.8.
- niet voldoende rekening houdt met het feit dat de regels voor de Activeringsratio en de Aangegeven Marktprijs opnieuw zijn ingevoerd. Beslissing
- De bijlage werd aangepast door (in een voetnoot) te specificeren dat, met betrekking tot de afschaffing van de Activeringsratio en de Aangegeven Marktprijs voor Capaciteiten zonder Dagelijks Programma, de uitzondering op retroactiviteit enkel van toepassing is als deze afschaffing effectief is, en dus als de reglementaire bepaling waarop ze gebaseerd is, uiterlijk op de uiterste datum voor het indienen van de Biedingen wordt opgeheven.
- Rekening houdend met de opmerkingen ontvangen tijdens de openbare raadpleging, voegt de CREG twee uitzonderingen toe op de toepassing van de nieuwe Werkingsregels op de reeds afgesloten Capaciteitscontracten (zie hierboven, nr. 139 en 157). 10 Aangezien op de veiling van 2022 geen capaciteitscontracten zijn gesloten, is de kwestie van de toepassing van de nieuwe regels niet aan de orde Niet-vertrouwelijk 35/39 4.
- ANDERE OPMERKINGEN 4.10.
- Specifieke correcties
- Definitie van “MTU SLA” (FEBEG): de definitie is aangepast om rekening te houden met het feit dat de SLA's worden uitgedrukt in uren.
- § 92 (FEBEG): de formulering is aangepast zoals voorgesteld.
- § 99 (Elia): de CREG heeft de Tabellen in paragraaf 99 aangepast met betrekking tot de verplichting tot het afgeven van een verklaring door de Netgebruiker voor de Extra Leveringspunten. Deze verplichting is geschrapt voor de Extra Leveringspunten.
- § 101 (Elia): de CREG heeft de formulering aangepast om de door Elia voorgestelde versie te verduidelijken.
- § 103 (Elia): de CREG heeft de formulering aangepast.
- § 115 (FEBEG): de CREG deelt de mening van FEBEG niet. Enerzijds sluit de huidige formulering de Leveringspunten die geen aansluiting vragen, al uit en anderzijds heeft ze enkel betrekking op de aansluitingen die nog niet in dienst zijn genomen.
- Sectie 9.
- Inleiding (FEBEG): de formulering is aangepast.
- § 551 (Elia): de Nederlandse versie is aangepast.
- § 593 (FEBEG): de formulering is aangepast.
- § 617 (Elia): de Nederlandse versie is aangepast.
- § 717 en § 718 (FEBEG): de verwijzing naar punt 9.3.2 is geschrapt.
- Punt 10.4.8.1 (Elia): Op aanbeveling van Elia heeft de CREG de specifieke limiet die van toepassing is op CMU's met een Energiebeperking, geschrapt. De op de Secundaire Markt beschikbare capaciteit zou de contractuele capaciteit inderdaad niet mogen overschrijden, ook niet voor CMU's met een Energiebeperking, aangezien alleen de contractuele capaciteit in aanmerking wordt genomen bij de beoordeling van de bevoorradingszekerheid.
- Sectie 12.3.1.2.
- (Elia): de formulering is aangepast.
- De CREG heeft rekening gehouden met de opmerking van Elia over de tekenconventie met betrekking tot het Gemeten Vermogen (𝑃𝐺𝑒𝑚𝑒𝑡𝑒𝑛 ). De CREG heeft daarom de formule voor het berekenen van de Bewezen Beschikbaarheid in sectie 9.4.3.2.2 van de Werkingsregels aangepast om consistent te zijn met het gebruik van 𝑃𝐺𝑒𝑚𝑒𝑡𝑒𝑛 in andere formules in de Werkingsregels.
- Hoofdstuk 15 (Elia): de CREG heeft de nodige aanpassingen aangebracht aan de fallback procedure. Niet-vertrouwelijk 36/39
- DOOR TE VOEREN VERBETERINGEN VOOR 2026
- De CREG heeft een verbetering geïdentificeerd die moet worden aangebracht in de Werkingsregels
- 5.1.
- Overcapaciteitspenaliteit
- In sectie 9.
- van de Werkingsregels werd een Overcapaciteitspenaliteit ingevoerd om rekening te houden met eventuele Aangegeven Marktprijzen die niet overeenstemmen met de daadwerkelijke activeringsprijzen voor een CMU. Naar aanleiding van de antwoorden op de openbare raadpleging heeft de CREG beslist om het toepassingsgebied van deze penaliteit te beperken tot de gevallen waarin een Geactiveerd Volume wordt waargenomen terwijl een Vereist Volume gelijk aan nul wordt verwacht.
- De CREG is echter van mening dat het beperken van deze boete tot gevallen waarin een Vereist Volume gelijk aan nul wordt verwacht, niet volstaat om bepaalde gevallen van Gedeeltelijke Aangegeven Prijzen te dekken die niet representatief zijn voor de werkelijke activeringsprijzen van de Capaciteitsleveranciers. Hoewel de CREG zich ervan bewust is dat de vaststelling van Gedeeltelijke Aangegeven Prijzen door de Capaciteitsleveranciers niet altijd even nauwkeurig is, is de CREG van mening dat er ook een oplossing moet worden gevonden voor de gevallen waarin Geactiveerde Volumes die een overschrijding vormen van Vereiste Volumes niet gelijk aan nul, worden waargenomen.
- De CREG vraagt om dit probleem te onderzoeken en een oplossing voor te stellen in het Voorstel van Werkingsregels dat in 2026 aan de CREG zal worden voorgelegd. Meer in het bijzonder benadrukt de CREG ook, overeenkomstig § 562 van de Werkingsregels, de verplichting van Elia om alle Aangegeven Prijzen en hun evolutie die aanleiding zouden kunnen geven tot twijfels over mededingingsbeperkend gedrag, mee te delen. Niet-vertrouwelijk 37/39
- BESLISSING Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, in het bijzonder artikel 7undecies, § 12; Gelet op het Voorstel van Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme dat Elia op 1 februari 2025 aan de CREG heeft overgemaakt; Gelet op de openbare raadpleging die de CREG tussen 20 maart en 10 april 2025 heeft georganiseerd; Overwegende dat de CREG, overeenkomstig artikel 7undecies, § 12 van de Elektriciteitswet, de Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme moet opstellen en uiterlijk op 15 mei 2025 op haar website moet publiceren; Overwegende dat het Voorstel van Werkingsregels in overeenstemming is met de algemene doelstellingen die de wet van 29 april 1999 eraan toeschrijft; Overwegende dat de minimale inhoud van de Werkingsregels, vastgelegd in artikel 7undecies, § 12, 3de lid, van de wet van 29 april 1999, is opgenomen in het Voorstel van Werkingsregels zoals aangepast door de CREG; Overwegende dat het Voorstel van Werkingsregels ook moeten worden gewijzigd, om de redenen en in de mate zoals uiteengezet in hoofdstuk 4; beslist de CREG om de Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme, die in bijlage 1 zijn opgenomen, goed te keuren. De CREG vraagt Elia om gevolg te geven aan hoofdstuk 5 van deze beslissing. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Ilse TANT Directeur Sigrid JOURDAIN Directeur Niet-vertrouwelijk Laurent JACQUET Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het directiecomité 38/39 BIJLAGE 1 Capaciteitsvergoedingsmechanisme (CRM) Werkingsregels (versie 5) Opgesteld door de CREG op basis van het voorstel van Elia van 1 februari 2025 BIJLAGE 2 Antwoorden op de openbare raadpleging Niet-vertrouwelijk 39/39