(B)2982 27 maart 2025 Beslissing over de formele en materiële vereisten waaraan een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs moet voldoen Artikel 22, § 2, 2de lid van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(
- en)in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 3 2. ANTECEDENTEN ............................................................................................................................... 5 3. RAADPLEGING VAN DE MARKTSPELERS .......................................................................................... 6 3.1. Berekening van het “missing-money” ................................................................................... 6 3.2. Gegevens te verstrekken in het kader van het verzoek om afwijking van de IPC ................. 7 3.3. Aanvullende opmerkingen ..................................................................................................... 8 4. WIJZIGINGEN AANGEBRACHT AAN DE FORMELE EN MATERIËLE VEREISTEN VOOR EEN VERZOEK OM AFWIJKING VAN DE INTERMEDIAIRE MAXIMUMPRIJS ............................................................. 9 5. CONCLUSIE..................................................................................................................................... 10 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 11 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 12 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 13 Niet-vertrouwelijk 2/13 INLEIDING In toepassing van artikel 22, § 2, 2de lid, van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(
- en)in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme (hierna: “het koninklijk besluit Methodologie), wordt met deze beslissing beoogd de formele en materiële vereisten vast te stellen waaraan een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs moet voldoen opdat dit verzoek in aanmerking genomen kan worden in het kader van de veilingen van 2025. Deze beslissing bestaat uit vijf delen. In het eerste deel wordt het juridisch kader beschreven. Het tweede deel beschrijft de antecedenten. Het derde deel betreft de openbare raadpleging. In het vierde deel zet de CREG de aanpassingen uiteen die werden aangebracht aan de formele en materiële vereisten voor een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs. Het vijfde deel bevat de conclusie. Deze beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd op 27 maart 2025. 1. WETTELIJK KADER 1. In overeenstemming met artikel 22, § 2, 2de lid van het koninklijk besluit Methodologie, is het aan de CREG om de formele en materiële vereisten te bepalen van een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs (hierna : de “IPC”). 2. Dit artikel, gewijzigd bij het koninklijk besluit van en 25 mei 2024, geeft het volgende overzicht van de elementen die dit verzoek op zijn minst moet bevatten: “1° identificatie van de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, zoals bepaald in de werkingsregels, en de veiling waarop de aanvraag van toepassing is; 2° een nauwkeurige inschatting en beschrijving, of beschrijving van de desgevallende afwezigheid, van volgende kostencomponenten met betrekking tot de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, voor de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is, voor zover deze kosten niet worden gemaakt door de capaciteitshouder van de eenheid voor de capaciteitsmarkt, of de eenheden in het geval van gekoppelde capaciteit :
- a)opgesplitst in voorkomend geval per leveringspunt, de categorieën van kosten bepaald in artikel 18, §2, 1° tot en met 9°(in €/jaar), maar exclusief de vaste kosten reeds opgenomen in een eerder goedgekeurde aanvraag tot derogatie;
- b)opgesplitst in voorkomend geval per leveringspunt, niet-recurrente investeringskosten, relevant voor het leveren van de dienst met de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, tijdens de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is, exclusief de onder
- a)bedoelde vaste kosten die reeds zijn opgenomen in een eerder goedgekeurde aanvraag tot derogatie of in de aanvraag tot derogatie voor de veiling in kwestie (in €/jaar);
- c)opgesplitst in voorkomend geval per leveringspunt, de kosten van het verhuren van de locatie aan een derde partij (in €/jaar); Niet-vertrouwelijk 3/13
- d)Voor een geaggregeerde offerte, het verschil tussen de aangeboden capaciteit en de som van de geïnstalleerde capaciteit van de verschillende leveringspunten;
- e)De efficiëntiefactor of, in het geval van een energieopslagfaciliteit, de "round-trip efficiency";
- f)Voor elke investering dienen minstens de volgende gegevens te worden aangeleverd: totale investeringskost, gewogen gemiddelde kapitaalskost zoals bedoeld in paragraaf 7/1, tweede lid, 4°,de rechtvaardiging voor elk element dat de economische levensduur van de investering zou beperken, motivatie m.b.t. de relevantie voor het leveren van de dienst, realisatiejaar van de investering. 3° indien van toepassing, een nauwkeurige inschatting en beschrijving van de inkomsten (in €/jaar) met betrekking tot de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, voor de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is, andere dan jaarlijkse inframarginale inkomsten en netto opbrengsten van de levering van balanceringsdiensten, zoals bijvoorbeeld maar zonder daarbij noodzakelijk beperkt te zijn, de tot stoom en/of warmte-gerelateerde inkomsten of de inkomsten in verband met het verlenen van de hersteldienst; 4° indien van toepassing, een nauwkeurige inschatting van de operationele beperkingen gelinkt aan de uitbating die een invloed hebben op het leveren van de dienst met de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, en een beschrijving van de impact van die beperkingen op de inkomsten, tijdens de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is, zoals bijvoorbeeld en maar niet noodzakelijk beperkt tot : energiebeperkingen, activatiebeperkingen, geplande onderhoudsmomenten, must run beperkingen; 5° een raming van de jaarlijkse inframarginale inkomsten, met uitzondering van inkomsten op termijn, intraday en balancering; 6° een raming van de netto-inkomsten uit de levering van balanceringsdiensten; 7° een raming en een nauwkeurige berekening van het "missing money" (in €/MW/jaar) van de betrokken eenheid of eenheden van de capaciteitsmarkt in het geval van gebonden capaciteiten, voor de periode van capaciteitslevering waarop het verzoek betrekking heeft; De meegedeelde elementen door de derogatieaanvrager bedoeld in het tweede lid, 2° tot 6°, ter ondersteuning van zijn aanvraag zijn specifiek aan de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft. Indien de aanvrager deze voor de betrokken capaciteitseenheid niet kan verstrekken, verstrekt hij de commissie alle informatie die de commissie in staat stelt de juistheid van zijn ramingen te beoordelen. De in het tweede lid, 2° tot en met 6°, bedoelde elementen worden door de derogatieaanvrager verantwoord overeenkomstig de formele en materiële voorwaarden die de commissie overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid, heeft vastgesteld. Een historiek van de elementen bedoeld in het tweede lid, 2° tot en met 6°, wordt door de aanvrager verstrekt overeenkomstig de hierboven vermelde formele en materiële voorwaarden. De elementen bedoeld in het tweede lid, 2° tot en met 6°, worden uitgedrukt in euro van het referentiejaar dat in artikel 20 in aanmerking wordt genomen voor de schatting van de inkomsten. De raming, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, 7°, wordt gecorrigeerd met de verwachte evolutie van de consumentenprijsindex tussen enerzijds het referentiejaar dat werd gebruikt voor de raming van de opbrengsten en kosten en anderzijds de periode van capaciteitsvoorziening waarvoor het "missing money" wordt berekend, op basis van de gegevens van het Federaal Planbureau. De in aanmerking komende investeringskosten voor het berekenen van de `missing money' van de eenheid in de capaciteitsmarkt, of de eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, zijn de investeringsuitgaven die worden besteld vanaf de eerste beslissing in Niet-vertrouwelijk 4/13 toepassing van artikel 7undecies, § 6 van de wet van 29 april 1999 en die ten laatste de dag voorafgaand aan de eerste dag van de periode van capaciteitslevering worden uitgevoerd.” 2. ANTECEDENTEN 3. In haar beslissing (B)2237 heeft de CREG eerder de formele en materiële vereisten vastgelegd voor een verzoek om afwijking van de IPC die in aanmerking moet worden genomen in de veiling van 2021 en deze op 12 mei 2021 op haar website gepubliceerd. 4. Om de interpretatie ervan te vergemakkelijken, heeft de CREG vervolgens een aangepaste versie van deze formele en materiële vereisten gepubliceerd in haar beslissing (B)2237-2 van 17 juni 2021. De CREG heeft ook een Excel-versie van deze formele en materiële vereisten gepubliceerd om de invoer van gegevens door de derogatieaanvragers te vergemakkelijken. 5. In haar beslissing (B)2356, gepubliceerd op haar website op 31 maart 2022, legde de CREG de formele en materiële vereisten vast waaraan een verzoek om afwijking van de IPC moet voldoen om in aanmerking te worden genomen in het kader van de veiling van 2022. De aanpassingen van de formele en materiële vereisten voor de veiling van 2022 hadden voornamelijk tot doel de voorspelbaarheid voor de marktdeelnemers te vergroten wat betreft de behandeling van de verzoeken om afwijking van de IPC. Het doel van de CREG was ook de coherentie te verzekeren tussen de beoordeling van de IPC en de beoordeling van de gegrondheid van de verzoeken om afwijking van de IPC. De CREG heeft ook de Excel-versie van deze formele en materiële vereisten aangepast om de invoer van gegevens door de aanvragers van de afwijking te vergemakkelijken. 6. Beslissing (B)2356 maakt momenteel voorwerp uit van een beroep bij het Marktenhof. 7. De CREG heeft, in haar beslissing (B)2526, de formele en materiële vereisten vastgesteld waaraan een verzoek om afwijking van de IPC moet voldoen om in aanmerking te komen in het kader van de veiling van 2023, en heeft die op 30 maart 2023 op haar website gepubliceerd. De voornaamste doelstellingen van de aanpassingen van de formele en materiële vereisten voor de veiling van 2022 zijn rekening houden met de verwachte evolutie van de consumptieprijsindex voor de leveringsperiode november 2027 tot oktober 2028 en verduidelijken dat de kosten voor de aankoop van elektriciteit die mogen worden opgenomen in het verzoek om afwijking van de IPC zijn beperkt tot de elektriciteit die van het net wordt afgenomen wanneer de eenheid wordt stilgelegd (voor gepland onderhoud of als gevolg van een gedwongen stillegging). Om de coherentie te verzekeren tussen de beoordeling van de IPC en de beoordeling van de gegrondheid van de verzoeken om afwijking van de IPC, is in de formele en materiële vereisten bepaald dat de kostencategorieën die in het verzoek om afwijking zijn opgenomen, moeten overeenstemmen met de categorieën uit de AFRY-studie "Update of Peer Review of Cost of Capacity for Calibration of Belgian CRM". 8. Beslissing (B)2526 werd op 24 april 2024 vernietigd door het Marktenhof. 9. In een ander arrest van 24 april 2024 heeft het Marktenhof eveneens de beslissingen (B)2378/2, (B)2381/2, (B)2382/2 et (B)2383/2 gedeeltelijk vernietigd, die verzoeken om afwijking van de intermediaire maximumprijs hadden afgewezen; onderhavige ontwerpbeslissing houdt rekening met de motieven van dit arrest. 10. De CREG heeft in haar beslissing (B)2749, die op 29 maart 2024 op haar website werd gepubliceerd, de formele en materiële vereisten vastgesteld waaraan een verzoek om afwijking van Niet-vertrouwelijk 5/13 de intermediaire maximumprijs moet voldoen om in aanmerking te worden genomen voor de veilingen van 2024. 11. Na de goedkeuring van het koninklijk besluit van 25 mei 2024 tot wijziging van het koninklijk besluit methodologie, dat een overgangsbepaling bevat die de CREG toelaat om in 2024 de voornoemde formele en materiële vereisten vast te stellen tot 1 juni 2024, heeft de CREG beslissing (B)2749 van 29 maart 2024, genomen in het kader van het koninklijk besluit met betrekking tot de methodologie in de versie nog niet gewijzigd door voornoemd koninklijk besluit van 25 mei 2024, ingetrokken. In haar beslissing (B)2749-2, gepubliceerd op haar website op 30 mei 2024, heeft ze nieuwe formele en materiële vereisten vastgelegd, in overeenstemming met het toepasselijke positieve recht, waaraan een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs moet voldoen om in aanmerking te worden genomen in de veilingen van 2024. 3. RAADPLEGING VAN DE MARKTSPELERS 12. In het kader van de openbare raadpleging betreffende haar ontwerpbeslissing (B)2982 van 20 februari 2025 heeft de CREG 2 antwoorden ontvangen, van Febeliec en Engie, waarvan er één deels vertrouwelijk is. 13. De opmerkingen over het koninklijk besluit Methodologie passen niet in het kader van de raadpleging betreffende de formele en materiële vereisten waaraan een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs moet voldoen, en worden dus niet behandeld in het kader van deze beslissing. 3.1. BEREKENING VAN HET “MISSING-MONEY” 14. Engie is van mening dat de formele en materiële vereisten aangepast zouden moeten zijn aan de meerjarencontracten, opdat de kosten en inkomsten opgenomen kunnen worden voor elk jaar van het contract en opdat het “missing money” berekend zou zijn op de hele duur van het contract. Artikel 22, §11, lid 4, van het koninklijk besluit Methodologie bepaalt dat een verzoek om afwijking van de IPC kan worden aangevraagd voor een “bestaande capaciteit” (in de zin van het koninklijk besluit van 4 juni 20211) die voor de betrokken veiling geklasseerd wordt door de CREG in een capaciteitscategorie verbonden aan een capaciteitscontract dat maximaal acht perioden van capaciteitslevering bestrijkt, in uitvoering van artikel 19/1, 1°, van voormeld koninklijk besluit van 4 juni 2021. Artikel 22, §1, lid 1, van het koninklijk besluit Methodologie bepaalt ook dat het verzoek om afwijking van de IPC specifiek betrekking heeft op de periode van capaciteitslevering voor dewelke de IPC in kwestie werd vastgesteld. Indien het verzoek om afwijking wordt aanvaard en betrekking heeft op een “bestaande capaciteit” in de zin van het koninklijk besluit van 4 juni 2021 die de CREG voor de betrokken veiling klasseert in een capaciteitscategorie verbonden aan een capaciteitscontract dat maximaal acht perioden van 1 Koninklijk besluit van 4 juni 2021 tot vaststelling van de investeringsdrempels, de criteria voor het in aanmerking komen van investeringskosten, en de procedure van klassering van de capaciteiten in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme. Niet-vertrouwelijk 6/13 capaciteitslevering bestrijkt, geldt de afwijking voor alle perioden van capaciteitslevering die het capaciteitscontract bestrijkt. 15. Engie benadrukt dat, voor de berekening van het “missing-money”, de toekomstige inkomsten en kosten moeten worden uitgedrukt in “euro van het referentiejaar”. Engie heeft vragen bij de keuze van december 2023 als referentiejaar in plaats van het gebruik van het jaarlijks gemiddelde van 2023. Engie wil inzicht krijgen in de redenen voor deze wijziging en haar gevolgen . Artikel 22, §2, lid 5, van het koninklijk besluit Methodologie bepaalt wat volgt: “De elementen bedoeld in het tweede lid, 2° tot en met 6°, worden uitgedrukt in euro van het referentiejaar dat in artikel 20 in aanmerking wordt genomen voor de schatting van de inkomsten. […]» In haar voorstel van intermediaire maximumprijs van 2 december 2024, opgenomen in haar verslag van netbeheerder met als titel “Preparation of the CRM Y-1, Y-2 and Y-4 auctions with Delivery Periods 2026-2027, 2027-2028 and 2029-30: Report of the transmission system operator containing the information to determine the volume to be contracted and proposals for other parameters”, gebruikt Elia december 2023 als referentie. De CREG stelt dus vast dat de berekening van de inkomsten en de vaststelling van de maximumprijs door Elia worden uitgedrukt in euro van december 2023. Daaruit volgt dat deze periode werd gebruikt als referentiejaar voor de evaluatie van de inkomsten. Overeenkomstig artikel 22, §8, 6°, van het koninklijk besluit Methodologie corrigeert de CREG de berekening van het “missing-money” door de verwachte evolutie van de consumptieprijsindex tussen, enerzijds, het referentiejaar dat werd gebruikt om de inkomsten en de kosten te evalueren (december 2023) en, anderzijds, de periode van capaciteitslevering waarvoor het “missing money” wordt berekend, op basis van de gegevens van het Federaal Planbureau. 3.2. GEGEVENS TE VERSTREKKEN IN HET KADER VAN HET VERZOEK OM AFWIJKING VAN DE IPC 16. Febeliec vestigt de aandacht op de vereiste graad van details om een individuele afwijking van de IPC te verkrijgen. Febeliec begrijpt dat het noodzakelijk is om over deze informatie te beschikken om het bestaan van “missing-money” te verifiëren, maar benadrukt dat deze complexe vereisten voor kleine marktspelers een obstakel vormen om toegang te hebben tot de capaciteitsmarkt. Dit leidt tot verstoorde concurrentie en hogere prijzen dan het geval zou moeten zijn. In dit verband vraagt Febeliec aan de CREG om: - De vereisten zoveel mogelijk te vereenvoudigen; - De lijst te publiceren van de ondernemingen die een afwijking van de IPC hebben gevraagd en verkregen, alsook de betrokken volumes; - Rekening te houden met dit obstakel voor toegang in het kader van de analyse van de werking van het CRM. In haar antwoord verklaart de CREG dat ze ervoor heeft gezorgd de vereisten zoveel mogelijk te vereenvoudigen en tegelijk een volledig historisch overzicht heeft gevraagd van de gegevens die nodig zijn om het “missing money” te berekenen. Op die manier kan de CREG de gegrondheid van elk afwijkingsverzoek beoordelen op basis van de historische gegevens die het verzoek rechtvaardigen alsook van de elementen die hun verwachte evolutie motiveren. Niet-vertrouwelijk 7/13 Om redenen van vertrouwelijkheid zal de CREG geen andere informatie publiceren dan die welke is opgenomen in het veilingverslag van Elia met betrekking tot de verzoeken om afwijking van de IPC en de toekenningen daarvan. Voorts vraagt de CREG aan Febeliec om haar suggesties te verstrekken betreffende de analyse van de werking van het CRM. 3.3. AANVULLENDE OPMERKINGEN 17. Engie merkt op dat het tabblad “Details van het verzoek” bepaalt dat de “ID van het project (wanneer een investeringsdossier is ingediend voor de CMU voor dezelfde periode” moet worden vermeld. Engie vestigt echter de aandacht op het feit dat het prekwalificatieplatform voor de betrokken leveringsperiode waarschijnlijk nog niet zal zijn geopend op het ogenblik waarop het afwijkingsdossier wordt ingediend. Bijgevolg is het niet zeker dat het mogelijk is een ID van het project te creëren en dit ID te vermelden in het formulier voor verzoek om afwijking. In dit geval nodigt de CREG de aanvrager uit om de ID van het project toe te sturen zodra hij daarvan kennis zal hebben. 18. Engie meldt dat ze enkele fouten met betrekking tot het type CMU heeft aangetroffen in de Nederlandstalige versie van het formulier voor verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs: - Voor het type CMU zijn er drie mogelijkheden (cf. tabblad “Aanvraaggegevens”, regel 19): 'individueel', 'geaggregeerd' of 'gekoppeld'. In de andere tabbladen wordt echter de term 'Enkel' gebruikt in sommige functies, in plaats van 'individueel'. - In het tabblad “Aanvraag om afwijking van IPC”, in kolom I (“Verwachte kosten”), zou het woord ‘Gekoppeld’ moeten worden vervangen door ‘Geaggregeerd’. De CREG heeft rekening gehouden met deze opmerkingen en heeft haar beslissing dienovereenkomstig aangepast. Niet-vertrouwelijk 8/13 4. WIJZIGINGEN AANGEBRACHT AAN DE FORMELE EN MATERIËLE VEREISTEN VOOR EEN VERZOEK OM AFWIJKING VAN DE INTERMEDIAIRE MAXIMUMPRIJS 19. Aangezien 2025 het eerste jaar is waarin er een Y-2-veiling zal worden georganiseerd, bieden de formele en materiële vereisten de aanvrager de mogelijkheid om te verduidelijken of zijn aanvraag betrekking heeft op de Y-1, Y-2 of Y-4-veiling. 20. In overeenstemming met de bepalingen voorzien in artikel 4, §3 van het koninklijk besluit methodologie werd het minimumrendement naar 4,4 % gewijzigd en de bijkomende risicopremies werden aangepast. 21. De reductiefactoren voor de verschillende technologieën werden aangepast, onder voorbehoud van het ministerieel besluit houdende de instructie bedoeld in artikel 7undecies, § 6, van de wet van 29 april 1999. Deze aanpassing is gebaseerd op het voorstel van Elia van 1 december 2024, geformuleerd in haar verslag van de netbeheerder, en houdt rekening met advies (A)2976 van de CREG van 6 februari 2025. In dit advies beveelt de CREG aan om de door Elia voorgestelde energiebeperkte reductiefactoren van de capaciteiten met energiebeperking(
- en)voor de Y-1 veiling in 2025 aan te passen. Deze worden negatief beïnvloed door de modelleringsmethode die Elia gebruikt in een situatie van overcapaciteit. Bij gebrek aan de beschikking van resultaten van alternatieve modellering beveelt de CREG dan ook aan om voor deze capaciteiten het gemiddelde te gebruiken van de reductiefactoren die gebruikt zijn voor de Y-1-veilingen van 2024 en de Y-2-veiling van 2025. 22. De verwachte verandering van de consumentenprijsindex tussen enerzijds het referentiejaar dat wordt gebruikt om de opbrengsten en kosten te beoordelen (december 2023), en anderzijds de periode van capaciteitsvoorziening waarvoor de “missing money” wordt berekend, is gebaseerd op:
- a)de waargenomen groeipercentages van de consumentenprijsindex gepubliceerd door Stabel tot januari 2025;
- b)het groeipercentage van het indexcijfer van de consumptieprijzen dat door het Federaal Planbureau wordt voorspeld in zijn Inflatievooruitzichten van 4 februari 2025 voor de periode van 1 februari 2025 tot 31 december 2026;
- c)het groeipercentage van het indexcijfer van de consumptieprijzen zoals voorspeld door het Federaal Planbureau in zijn Economische Vooruitzichten 2024-2029 van 14 juni 2024 voor de periode van 1 januari 2027 tot 31 december 2028;
- d)een groeipercentage van het indexcijfer van de consumptieprijzen voor 2030 van 1,8% identiek aan het door het Federaal Planbureau geraamde groeipercentage voor 2029. Niet-vertrouwelijk 9/13 5. CONCLUSIE Gelet op het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(
- en)in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme, in het bijzonder artikel 22, § 2, lid 2; De CREG beslist om de formele en materiële vereisten vast te leggen waaraan een verzoek om afwijking moet voldoen om in aanmerking te komen voor de veilingen van 2025, zoals uiteengezet in bijlage 1 Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Ilse TANT Directeur Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijk Sigrid JOURDAIN Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 10/13 BIJLAGE 1 Aanvraagformulier voor afwijking van de intermediaire maximumprijs Niet-vertrouwelijk 11/13 BIJLAGE 2 Verklaring op erewoord inzake afwijking van de intermediaire maximumprijs Niet-vertrouwelijk 12/13 BIJLAGE 3 Reacties op de raadpleging Niet-vertrouwelijk 13/13