← België

Beslissing tot wijziging van de gedragscode van de CREG van 20 oktober 2022 wat betreft de voorwaarden voor het verstrekken van ondersteunende dienste

(B)2984 9 oktober 2025 Beslissing tot wijziging van de gedragscode van de CREG van 20 oktober 2022 wat betreft de voorwaarden voor het verstrekken van ondersteunende diensten en de vastlegging van de nadere regels voor het toestaan door de CREG van een afwijking van het principe van de marktgebaseerde verstrekking van nietfrequentiegerelateerde ondersteunende diensten Artikelen 8, §1/1, vierde lid, 11, § 2, en 23, § 2, tweede lid, 9°bis, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 4 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 5 1.1. Wat betreft de rechtsgrond voor de gedragscode ................................................................ 5 1.2. Wat betreft de verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten ... 6 1.2.1. 1.2.1.1. De richtlijn (EU) 2019/944 ........................................................................................ 6 1.2.1.2. De Europese netcodes .............................................................................................. 8 1.2.2. 2. Europees recht ................................................................................................................ 6 Nationaal recht .............................................................................................................. 11 1.2.2.1. De elektriciteitswet ................................................................................................. 11 1.2.2.2. De gedragscode....................................................................................................... 12 1.2.2.3. Het federaal technisch reglement .......................................................................... 13 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 14 2.1. Algemeen ............................................................................................................................. 14 2.2. Raadpleging.......................................................................................................................... 15 3. CONTEXT, DRAAGWIJDTE VAN DE WIJZIGINGEN VAN DE GEDRAGSCODE EN BEHANDELING VAN DE ONTVANGEN ALGEMENE OPMERKINGEN ....................................................................................... 16 4. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE WIJZIGINGEN VAN DE GEDRAGSCODE EN BEHANDELING VAN DE ONTVANGEN SPECIFIEKE OPMERKINGEN ................................................................................ 21 4.1. Artikel 1 ................................................................................................................................ 21 4.1.1. Voldoende ondersteunende diensten aan redelijke prijzen ......................................... 21 4.1.1.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ....................................................... 21 4.1.1.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen ........................................................ 22 4.1.1.3. Finale wijziging van de gedragscode ....................................................................... 24 4.1.2. Afwijkingen ex ante en ex post...................................................................................... 24 4.1.2.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ....................................................... 24 4.1.2.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen ........................................................ 26 4.1.2.3. Finale wijziging van de gedragscode ....................................................................... 28 4.1.3. Afwijking op basis van een evaluatieverslag van de CREG ............................................ 28 4.1.3.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ....................................................... 28 4.1.3.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen ........................................................ 29 4.1.3.3. Finale wijziging van de gedragscode ....................................................................... 30 4.1.4. Draagwijdte van een afwijking ...................................................................................... 31 4.1.4.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ....................................................... 31 4.1.4.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen ........................................................ 36 4.1.4.3. Finale wijziging van de gedragscode ....................................................................... 37 Niet-vertrouwelijk 2/47 4.2. 4.2.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode .............................................................. 37 4.2.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen............................................................... 39 4.2.3. Finale wijziging van de gedragscode ............................................................................. 40 4.3. 5. Artikel 2 ................................................................................................................................ 37 Artikel 3 ................................................................................................................................ 41 BESLISSING..................................................................................................................................... 42 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 43 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 47 Niet-vertrouwelijk 3/47 INLEIDING De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) stelt hierna wijzigingen van de gedragscode vast bedoeld in artikel 11, § 2, en artikel 23, §2, tweede lid, 9°bis, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. De CREG stelde de (eerste) gedragscode vast op 20 oktober 2022 bij beslissing (B)2409 van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de gedragscode houdende de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en houdende de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, en tot goedkeuring in dat kader van het voorstel van Elia van aansluitingsprocedures op het transmissienet. Deze gedragscode werd een eerste maal gewijzigd bij beslissing van de CREG van 10 april 2025 wat betreft de bepalingen omtrent flexibele aansluitingen en wordt hierna aangeduid met “de gedragscode” of “de gedragscode van 20 oktober 2022”. De huidige wijzigingen van de gedragscode zijn bedoeld om de nadere regels te bepalen voor het toestaan door de CREG van een afwijking van het principe van de marktgebaseerde verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten bedoeld in artikel 8, §1/1, vierde lid, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: de elektriciteitswet) en worden aangebracht in Boek 8 van de gedragscode. Naar aanleiding van deze oefening worden ook een aantal wijzigingen voorzien in de voorwaarden voor het verstrekken van blindvermogensdiensten in artikel 221 van de gedragscode. Eén wijziging van de gedragscode heeft tenslotte betrekking op de voorwaarden voor het verstrekken van alle ondersteunende diensten. De huidige wijzigingen van de gedragscode zijn niet onderworpen aan een voorstel vanwege Elia Transmission Belgium NV (hierna: “Elia”) aangezien ze de voorwaarden voor het verstrekken van ondersteunende diensten betreffen bedoeld in artikel 11, §2, eerste lid, 2°,

  1. a)van de elektriciteitswet, die vastgesteld worden na raadpleging van de netbeheerder en de netgebruikers. Het voornoemde artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet bevat ter zake geen andersluidende regeling. De CREG heeft een openbare raadpleging georganiseerd over haar ontwerpbeslissing (B)29841 van 17 juli 2025 tot 28 augustus 2025. De CREG heeft drie reacties ontvangen op 28 augustus 2025, te weten van Elia, FEBEG en Febeliec. De beslissing tot wijziging van de gedragscode wordt in bijlage 1 van deze beslissing toegevoegd. In bijlage 2 worden de (niet-vertrouwelijke) consultatiereacties gevoegd. Een geconsolideerde versie van de gedragscode wordt samen met de publicatie van deze (eind)beslissing op de website van de CREG bekend gemaakt. Deze beslissing werd genomen door het directiecomité van de CREG op 9 oktober 2025. 1 Ontwerpbeslissing (B)2984 van 17 juli 2025 tot wijziging van de gedragscode van de CREG van 20 oktober 2022 wat betreft de voorwaarden voor het verstrekken van ondersteunende diensten en de vastlegging van de nadere regels voor het toestaan door de CREG van een afwijking van het principe van de marktgebaseerde verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten, https://www.creg.be/nl/openbare-raadplegingen/prd2984 Niet-vertrouwelijk 4/47 1. WETTELIJK KADER 1.1. WAT BETREFT DE RECHTSGROND VOOR DE GEDRAGSCODE 1. Artikel 59.7 van de richtlijn 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (hierna: “de richtlijn (EU) 2019/944”)2 bepaalt wat volgt : « Behalve in gevallen waarin ACER bevoegd is om de voorwaarden of methoden voor de tenuitvoerlegging van de netcodes en richtsnoeren uit hoofde van hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/943 op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) 2019/942 vanwege hun gecoördineerde karakter vast te stellen of goed te keuren, zijn de regulerende instanties bevoegd voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de nationale methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake:
  2. a)de aansluiting op en toegang tot nationale netten, inclusief de transmissie- en distributietarieven of de methoden daarvoor; die tarieven of methoden maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netten op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat deze investeringen de levensvatbaarheid van de netten kunnen waarborgen;
  3. b)de verstrekking van ondersteunende diensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen; dergelijke ondersteunende diensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria, en
  4. c)toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. » 2. Bij arrest van het Europese Hof van Justitie van 3 december 2020 werd België o.m. veroordeeld tot een niet-conforme omzetting van de bovengenoemde bepaling (die op identieke wijze voorkomt in de Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG), in zoverre de in die bepaling bedoelde materies krachtens artikel 11 van de elektriciteitswet geregeld werden in het technisch reglement vastgesteld door de Koning, en niet door de CREG. Na dit arrest, werd de elektriciteitswet aangepast door middel van de wet van 21 juli 20213. 3. Artikel 11, §1, van de elektriciteitswet bepaalt de inhoud van het technisch reglement vast te leggen door de Koning. Artikel 11, §2, van de elektriciteitswet vertrouwt de volgende bevoegdheden voortaan toe aan de CREG: “De commissie legt een gedragscode vast. In die gedragscode bepaalt de commissie: 1° op voorstel van de netbeheerder en na raadpleging van de netgebruikers, de voorwaarden inzake de aansluiting op en toegang tot het transmissienet, met inbegrip van de aansluitingsprocedures; 2 Deze richtlijn werd gewijzigd bij de richtlijn (EU) 2024/1711 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van de Richtlijnen (EU) 2018/2001 en (EU) 2019/944 inzake het verbeteren van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie. 3 Wet van 21 juli 2021 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen Niet-vertrouwelijk 5/47 2° na raadpleging van de netgebruikers en van de netbeheerder, de voorwaarden inzake:
  5. a)onverminderd artikel 8, § 1/1, de verstrekking van ondersteunende diensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen; dergelijke ondersteunende diensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria; en
  6. b)de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. In deze gedragscode bepaalt de commissie tevens, na raadpleging van de netgebruikers en van de netbeheerder, de documenten waaronder in voorkomend geval de typeovereenkomsten die de netbeheerder ter goedkeuring aan haar moet voorleggen betreffende de in deze paragraaf vermelde aangelegenheden. § 3. De commissie en de Algemene Directie Energie informeren elkaar regelmatig en minstens twee maal per jaar over hun werkzaamheden betreffende de gedragscode en het technisch reglement.” 4. Artikel 23, § 2, tweede lid, van de elektriciteitswet, laatst gewijzigd bij de wet van 21 mei 2023, voorziet in verband met de gedragscode volgende bevoegdheden voor de CREG: “9°bis de gedragscode vastleggen, en, in voorkomend geval, de documenten goedkeuren die daarin worden beoogd, en de toepassing ervan controleren;” 5. De CREG stelde de (eerste) gedragscode elektriciteit vast op 20 oktober 2022. Deze werd bekend gemaakt op de website van de CREG. 6. De huidige ontwerpbeslissing tot vaststelling van wijzigingen van de gedragscode wordt genomen op grond van de artikelen 8, §1/1, vierde lid, 11, § 2, en 23, § 2, tweede lid, 9°bis, van de elektriciteitswet (wat betreft artikel 8, §1/1, vierde lid, van de elektriciteitswet, zie hierna onder titel 1.2). 1.2. WAT BETREFT DE VERSTREKKING VAN NIETFREQUENTIEGERELATEERDE ONDERSTEUNENDE DIENSTEN 7. Aangezien het doel van de huidige wijziging van de gedragscode is om daarin de nadere regels te bepalen voor het toestaan door de CREG van een afwijking van het principe van de marktgebaseerde verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten, past het om de belangrijkste wettelijke bepalingen in verband met niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten in herinnering te brengen. 1.2.1. Europees recht 1.2.1.1. De richtlijn (EU) 2019/944 8. De richtlijn (EU) 2019/944 bevat in artikel 40 de in het kader van de huidige ontwerpbeslissing relevante bepalingen omtrent het verstrekken van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten. Dit artikel bepaalt het volgende : “Taken van transmissiesysteembeheerders 1. Elke transmissiesysteembeheerder heeft de volgende verantwoordelijkheden: Niet-vertrouwelijk 6/47
  7. a)ervoor zorgen dat het systeem op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar transmissie van elektriciteit en zorgen voor het beheer, het onderhoud en de ontwikkeling van veilige, betrouwbare en efficiënte transmissiesystemen, met inachtneming van het milieu, n nauwe samenwerking met aangrenzende transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders;
  8. b)zorgen voor afdoende middelen om te voldoen aan zijn verplichtingen;
  9. c)bijdragen tot de voorzieningszekerheid door te zorgen voor toereikende transmissiecapaciteit en betrouwbaarheid van het systeem;
  10. d)het beheer van de elektriciteitsstromen op het systeem, waarbij hij rekening houdt met het elektriciteitsverkeer van en naar andere stelsels van systemen. Daartoe zorgt de transmissiesysteembeheerder voor een veilig, betrouwbaar en efficiënt elektriciteitssysteem en ziet er in dit verband op toe dat de nodige ondersteunende diensten beschikbaar zijn, waaronder op het gebied van vraagrespons en energieopslagfaciliteiten, voor zover die beschikbaarheid onafhankelijk is van andere transmissiesystemen waaraan zijn systeem gekoppeld is;
  11. e)de beheerder van andere systemen waaraan zijn systeem is gekoppeld, voldoende informatie verschaffen om het zeker en efficiënt beheer, de gecoördineerde ontwikkeling en de interoperabiliteit van het stelsel van systemen te waarborgen; […]
  12. i)ondersteunende diensten kopen om de operationele veiligheid te waarborgen; […] 4. Bij de uitvoering van de in lid 1, onder i), bedoelde taak koopt de transmissiesysteembeheerder balanceringsdiensten onder voorwaarde van:
  13. a)transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures;
  14. b)de deelname van alle in aanmerking komende elektriciteitsbedrijven en marktdeelnemers, waaronder marktdeelnemers die energie uit hernieuwbare bronnen aanbieden, marktdeelnemers die aan vraagrespons doen, exploitanten van energieopslagfaciliteiten en marktdeelnemers die aan aggregatie doen. Voor de toepassing van de eerste alinea, onder b), stellen regulerende instanties en transmissiesysteembeheerders, in nauwe samenwerking met alle marktdeelnemers, technische vereisten op voor deelname aan deze markten op basis van de technische kenmerken van die markten. 5. Lid 4 is van toepassing op de verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten door transmissiesysteembeheerders, tenzij de regulerende instantie heeft tot het oordeel is gekomen dat de markt- gebaseerde verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten economisch niet efficiënt is en een afwijking heeft toegestaan. Het regelgevingskader zorgt er in het bijzonder voor dat transmissiesysteembeheerders degelijke diensten kunnen kopen van aanbieders van vraagrespons of energieopslag, en bevorderen de acceptatie van energie-efficiëntiemaatregelen, wanneer die de noodzaak tot uitbreiden of vervangen van elektriciteitscapaciteit op kosten-efficiënte wijze verlichten en het efficiënt en veilig beheer van het transmissiesysteem ondersteunen. 6. De transmissiesysteembeheerders, onder voorbehoud van goedkeuring door de regulerende instantie, of de regulerende instantie zelf, voorzien, ten minste op landelijk niveau, in een transparant en participatief proces waarbij alle potentiële systeemgebruikers en de distributiesysteembeheerder betrokken zijn, de specificaties voor het kopen van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en, indien van toepassing, gestandaardiseerde marktproducten voor de desbetreffende diensten. De specificaties waarborgen de effectieve en niet-discriminerende deelname van alle marktdeelnemers, waaronder marktdeelnemers die energie uit hernieuwbare bronnen aanbieden, marktdeelnemers die aan vraagrespons doen, exploitanten van energieopslagfaciliteiten en marktdeelnemers die aan aggregatie doen. De transmissiesysteembeheerders wisselen alle noodzakelijke informatie uit en werken samen met de distributiesysteembeheerders om voor een optimaal gebruik van hulpbronnen te zorgen, het veilige en efficiënte beheer van het systeem te waarborgen en de marktontwikkeling te bevorderen. De Niet-vertrouwelijk 7/47 transmissiesysteembeheerders ontvangen een passende vergoeding voor de aankoop van dergelijke diensten, zodat zij ten minste de overeenkomstige redelijke kosten kunnen terugverdienen, zoals de noodzakelijke uitgaven voor informatie- en communicatietechnologie en infrastructuurkosten. 7. De in lid 5 bedoelde verplichting om niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten te kopen is niet van toepassing op volledig geïntegreerde netwerkcomponenten. 8. […]” (eigen nadruk) 9. Het begrip “niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst” wordt in artikel 2, 49), van de richtlijn (EU) 2019/944 gedefinieerd als volgt: “een dienst die wordt gebruikt door een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor spanningsregeling in stationaire toestand, snelle blindstroominjecties, inertie voor plaatselijke netstabiliteit, kortsluitstroom, blackstartmogelijkheden en inzetbaarheid in eilandbedrijf;”. 1.2.1.2. De Europese netcodes 10. De artikelen 108 en 109 van de Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen (“SOGL”) bepalen het volgende in verband met ondersteunende diensten en meer specifiek ondersteunende blindvermogensdiensten (die een niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst vormen): “Artikel 108 Ondersteunende diensten 1. Elke TSB ziet toe op de beschikbaarheid van ondersteunende diensten. 2. Met betrekking tot de werkzaam- en blindvermogensdiensten, en in samenspraak met andere TSB's wanneer dat passend is, zorgt elke TSB ervoor dat:
  15. a)hij de inkoop van ondersteunende diensten ontwerpt, organiseert en beheert;
  16. b)hij erop toeziet, op basis van de overeenkomstig titel 2 van deel II verstrekte gegevens, of het niveau en de locatie van beschikbare ondersteunende diensten toelaten om de operationele veiligheid te waarborgen, en
  17. c)hij gebruikmaakt van alle economisch doelmatige en haalbare middelen om het benodigde niveau van ondersteunende diensten in te kopen. 3. Elke TSB publiceert de reservecapaciteitsniveaus die nodig zijn om de operationele veiligheid te behouden. 4. Elke TSB deelt het beschikbare niveau van de reserves werkzaam vermogen op verzoek mee aan andere TSB's. Artikel 109 Ondersteunende blindvermogensdiensten 1. Voor elk tijdsbestek voor operationele planning beoordeelt elke TSB, afgezet tegen zijn prognoses, of zijn beschikbare ondersteunende blindvermogensdiensten volstaan om de operationele veiligheid van het transmissiesysteem te behouden. 2. Om de efficiëntie van de werking van de elementen van zijn transmissiesysteem te verhogen, ziet elke TSB toe op: Niet-vertrouwelijk 8/47
  18. a)de beschikbare blindvermogenscapaciteit van elektriciteitsproductie-installaties;
  19. b)de beschikbare blindvermogenscapaciteit van transmissiegekoppelde verbruikersinstallaties;
  20. c)de beschikbare blindvermogenscapaciteit van DSB's;
  21. d)de beschikbare transmissiegekoppelde apparatuur die wordt ingezet voor de levering van blind vermogen, en
  22. e)de ratio's van werkzaam- en blindvermogen bij de interface tussen het transmissiesysteem en transmissiegekoppelde distributiesystemen. 3. Wanneer het niveau van ondersteunende blindvermogensdiensten niet volstaat om de operationele veiligheid te behouden, zorgt elke TSB ervoor dat:
  23. a)hij de buur-TSB's daarvan in kennis stelt, en
  24. b)hij remediërende maatregelen opstelt en deze uitvoert overeenkomstig artikel 23.” 11. De artikelen 28 en 29 van SOGL bepalen verder wat volgt in verband met spanningsregeling en blindvermogensbeheer: “Artikel 28 Verplichtingen van SNG's met betrekking tot spannings- en blindvermogensbeheer in het systeembeheer 1. Uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening informeren alle SNG's die transmissiegekoppelde elektriciteitsproductie-eenheden zijn die niet vallen onder artikel 16 van Verordening (EU) 2016/631, of die HVDC-systemen zijn die niet vallen onder artikel 18 van Verordening (EU) 2016/1447, hun TSB over hun geschiktheid met betrekking tot de spanningseisen van artikel 16 van Verordening (EU) 2016/631 of van artikel 18 van Verordening (EU) 2016/1447, met vermelding van hun spanningscapaciteit en de tijd die zij kunnen werken zonder te worden afgesloten. 2. SNG's die verbruikersinstallaties zijn die vallen onder de vereisten van artikel 3 van Verordening (EU) 2016/1388 worden niet afgesloten bij een storing binnen de in artikel 27 genoemde spanningsbereiken. Uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening informeren alle SNG's die transmissiegekoppelde verbruikersinstallaties zijn en die niet vallen onder artikel 3 van Verordening (EU) 2016/1388 hun TSB over hun geschiktheid met betrekking tot de spanningseisen van bijlage II van Verordening (EU) 2016/1388, met vermelding van hun spanningscapaciteit en de tijd die zij kunnen werken zonder te worden afgesloten. 3. Elke SNG die een transmissiegekoppelde verbruikersinstallatie is, dient de richtwaarden voor blindvermogen, de bereiken van de arbeidsfactor en spanningsrichtwaarden voor spanningsregeling te handhaven binnen het bereik dat hij overeenkomstig artikel 27 met zijn TSB is overeengekomen. Artikel 29 Verplichtingen van alle TSB's met betrekking tot spannings- en blindvermogensbeheer in het systeembeheer 1. Indien de spanning op een aansluitpunt naar het transmissiesysteem zich buiten het in de tabellen 1 en 2 van bijlage II bij deze verordening aangegeven bereik bevindt, treft elke TSB remediërende maatregelen voor spanningsregeling en blindvermogensbeheer overeenkomstig artikel 22, lid 1, onder c), van deze verordening teneinde de spanningswaarde op het aansluitpunt terug te brengen binnen het in bijlage II aangegeven bereik en binnen de daartoe in artikel 16 van Verordening (EU) 2016/631 en artikel 13 van Verordening (EU) 2016/1388 aangegeven tijdsgrens. 2. Elke TSB houdt in zijn operationeleveiligheidsanalyse rekening met de spanningswaarden waarbij transmissiegekoppelde SNG's die niet zijn onderworpen aan de vereisten van Verordening (EU) 2016/631 of Verordening (EU) 2016/1388 zich mogen afsluiten van het net. Niet-vertrouwelijk 9/47 3. Elke TSB waarborgt een blindvermogensreserve van adequate omvang die tijdig kan worden ingezet om de spanningswaarden binnen zijn regelzone en op interconnectoren binnen het in bijlage II aangegeven bereik te handhaven. 4. TSB's die via AC-interconnectoren met elkaar zijn verbonden, dienen gezamenlijk passende afspraken voor de spanningsregeling te maken om te waarborgen dat de gemeenschappelijke, overeenkomstig artikel 25, lid 4, vastgestelde operationele veiligheidsgrenzen worden gerespecteerd. 5. Elke TSB maakt met elke transmissiegekoppelde DSB afspraken over de richtwaarden voor blindvermogen, de bereiken van de arbeidsfactor en spanningsrichtwaarden voor spanningsregeling op het aansluitpunt tussen de TSB en de DSB overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) 2016/1388. Elke transmissiegekoppelde DSB zet zijn beschikbare blindvermogensmiddelen in en heeft het recht spanningsregelinginstructies te geven aan distributiegekoppelde SNG's teneinde die parameters te handhaven. 6. Elke TSB is bevoegd om alle beschikbare blindvermogenscapaciteit binnen zijn regelzone in te zetten met het oog op een effectief blindvermogensbeheer en handhaving van de spanningsbereiken overeenkomstig de tabellen 1 en 2 van bijlage II bij deze verordening.4 7. Elke TSB dient al dan niet rechtstreeks en zo mogelijk in samenspraak met de transmissiegekoppelde DSB blindvermogensbronnen binnen zijn regelzone te beheren, met inbegrip van het blokkeren van de automatische spannings- en blindvermogensregeling van transformatoren, spanningsverlaging en afsluiting bij lage spanning, teneinde binnen de operationele veiligheidsgrenzen te blijven en spanningsineenstorting in het transmissiesysteem te voorkomen. 8. Elke TSB stelt de spanningsregelingsmaatregelen vast in overleg met de transmissiegekoppelde SNG's en DSB's en met zijn buur-TSB's. 9. Wanneer dat voor de spanningsregeling en het blindvermogensbeheer van het transmissiesysteem relevant is, kan een TSB, in samenspraak met een DSB, instructies inzake de spanningsregeling geven aan een distributiegekoppelde SNG.” 12. De Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net (hierna: Europese netcode RfG) bevat de technische eisen waaraan nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden moeten voldoen, waaronder ook eisen inzake blindvermogen en black-start-mogelijkheden. 13. De Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers (hierna: Europese netcode DCC) bevat de technische eisen waaraan nieuwe transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, transmissiegekoppelde distributie-installaties, distributiesystemen, met inbegrip van gesloten distributiesystemen en verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan relevante systeembeheerders en relevante TSB’s te leveren, moeten voldoen, waaronder ook eisen inzake blindvermogen. 14. De Verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet (hierna: Europese netcode E&R) bevat bepalingen die onder meer van toepassing zijn op aanbieders van hersteldiensten (en dus black-startdiensten). Het betreft onder meer de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten, verplichtingen in het kader van het herstelplan van de transmissienetbeheerder, verplichtingen inzake conformiteitstesten en testen van communicatiesystemen. 4 In de Engelstalige versie van SOGL luidt dit als volgt: “6. Each TSO shall be entitled to use all available transmission-connected reactive power capabilities within its control area for effective reactive power management and maintaining the voltage ranges set out in Tables 1 and 2 of Annex II of this Regulation”. Niet-vertrouwelijk 10/47 1.2.2. Nationaal recht 1.2.2.1. De elektriciteitswet 15. Artikel 2, 114°, van de elektriciteitswet definieert het begrip "niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst" als volgt: een dienst die wordt gebruikt door een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor spanningsregeling in stationaire toestand, snelle blindstroominjecties, inertie voor plaatselijke netstabiliteit, kortsluitstroom, blackstartmogelijkheden en inzetbaarheid in eilandbedrijf. 16. Met toepassing van artikel 8, §1, tweede lid, van de elektriciteitswet wordt de netbeheerder onder meer met de volgende taken belast: “[…] 2° zorgen voor een zeker, betrouwbaar en efficiënt elektriciteitsnet en er in dit verband op toe zien dat de nodige ondersteunende diensten beschikbaar zijn en geïmplementeerd worden, voor zover die beschikbaarheid onafhankelijk is van ieder ander transmissienet waaraan zijn systeem gekoppeld is. De ondersteunende diensten omvatten diensten die worden geleverd door onder meer energieopslagfaciliteiten en, de diensten die worden verleend als antwoord op de vraag, met inbegrip van de activering van de flexibiliteit en de hulpdiensten in geval van het uitvallen van productie-eenheden, hierbij inbegrepen eenheden gebaseerd op hernieuwbare energieën en kwalitatieve warmtekrachtkoppeling; 2° bis de verantwoordelijkheid ondersteunende diensten te kopen om de operationele veiligheid te waarborgen van het net; […] 20° bezorgen aan de minister en aan de commissie uiterlijk op 1 april van elke driejaarlijkse periode die volgt op de inwerkingtreding van deze wet, een studie over de beschikbaarheid voor een periode van vijf jaar, van de middelen waarmee de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten kunnen worden gedekt. Hij publiceert die studie op zijn website.” 17. Artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet bepaalt het volgende: .§ 1/1. Bij de uitvoering van de taak bedoeld in de bepaling onder 2° bis, van het derde lid in paragraaf 1, koopt de netbeheerder balanceringsdiensten onder voorwaarde van:
  25. a)transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures;
  26. b)de deelname van alle in aanmerking komende elektriciteitsbedrijven en marktdeelnemers, waaronder marktdeelnemers die energie uit hernieuwbare bronnen aanbieden, marktdeelnemers die aan vraagrespons doen, beheerders van energieopslagfaciliteiten en marktdeelnemers die aan aggregatie doen. Voor de toepassing van de bepaling onder
  27. b)van het eerste lid stelt de commissie, op voorstel van de netbeheerder opgemaakt na raadpleging van de marktspelers, in de gedragscode bedoeld in artikel 11, § 2, technische vereisten op voor deelname aan deze markten op basis van de technische kenmerken van dergelijke diensten. Het eerste en het tweede lid zijn ook van toepassing op de verstrekking van nietfrequentiegerelateerde ondersteunende diensten door netbeheerders, tenzij de commissie op basis van een evaluatieverslag, dat op haar website wordt gepubliceerd, tot het oordeel is gekomen, dat de marktgebaseerde verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten niet in overeenstemming is met de voorwaarden voor de verstrekking van ondersteunende diensten zoals bepaald overeenkomstig artikel 11, § 2, en een afwijking van deze beginselen heeft toegestaan. Niet-vertrouwelijk 11/47 De gedragscode bedoeld in artikel 11, § 2, bepaalt de nadere regels van deze afwijking. Deze nadere regels kunnen desgevallend de mogelijkheid inhouden om af te wijken van artikel V.2. van het Wetboek van economisch recht. De netbeheerder stimuleert de toepassing van energie-efficiëntiemaatregelen wanneer deze de noodzaak wegnemen om de elektriciteitscapaciteit op kosteneffectieve wijze uit te breiden of te vervangen, en wanneer zij een efficiënte en veilige werking van het transmissiesysteem ondersteunen. De commissie keurt op voorstel van de netbeheerder de producten en aanbestedingsprocedures voor niet-frequentie gerelateerde ondersteunende diensten goed overeenkomstig haar bevoegdheid krachtens artikel 23, § 2, 51°. De in het vierde lid bedoelde verplichting om niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten te kopen, is niet van toepassing op volledig geïntegreerde netwerkcomponenten. De netbeheerder koopt de energie die hij gebruikt om energieverliezen te dekken en om een reservecapaciteit in het net in stand te houden volgens transparante, niet-discriminerende en op de markt gebaseerde procedures.” (eigen nadruk) Artikel V.2. van het Wetboek van economisch recht waarnaar in artikel 8, §1/1, vierde lid, van de elektriciteitswet wordt verwezen, bepaalt het volgende: “De prijzen van goederen en diensten worden bepaald door de vrije mededinging.” 18. Met toepassing van artikel 23, §2, tweede lid, 51°, van de elektriciteitswet heeft de CREG als taak: “producten en aanbestedingsprocedures voor niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten goedkeuren”. 1.2.2.2. 19. De gedragscode Boek 8 van de gedragscode bevat de bepalingen in verband met de ondersteunende diensten. Titel 8.1 bevat een aantal beginselen, titel 8.2 behandelt de balanceringsdiensten en titel 8.3 tenslotte de niet-frequentiegerelateerde diensten. Een paar artikelen zijn vermeldenswaard in deze context, namelijk artikelen 208, 221 en 226. Artikel 208 bevat een algemeen beginsel van toepassing op alle ondersteunende diensten. Artikelen 221 en 226 bevatten bepalingen in verband met de al dan niet vrijwillige verstrekking van blindvermogensdiensten resp. hersteldiensten, de enige twee niet-frequentiegerelateerde diensten die momenteel ingericht (moeten) worden door de transmissienetbeheerder. “Art. 208. De transmissienetbeheerder richt de benodigde ondersteunende diensten in volgens de bepalingen van dit boek, onverminderd de bepalingen betreffende de ondersteunende diensten in de Europese regelgeving en de wet. De ondersteunende diensten worden verstrekt aan de transmissienetbeheerder overeenkomstig de betrokken type-overeenkomsten bedoeld in artikel 3 en worden aangeboden aan redelijke prijzen.” “Art. 221. § 1. Onverminderd het recht voor de transmissienetbeheerder bedoeld in artikel 29, paragraaf 6, van de Europese richtsnoeren SOGL, is elke transmissienetgebruiker met één of meerdere installaties uitgerust met blindvermogenscapaciteit verplicht om het beschikbaar opwaartse of neerwaartse blindvermogen op deze installatie(
  28. s)als blindvermogensdienst aan te bieden aan de transmissienetbeheerder. § 2. Elke transmissienetgebruiker kan op vrijwillige basis aan de transmissienetbeheerder aanbieden om een bijkomende installatie uit te rusten met blindvermogenscapaciteit voor de levering van blindvermogensdiensten of om de bestaande blindvermogenscapaciteit op een installatie uit te breiden. Eenmaal uitgerust met nieuwe of bijkomende blindvermogenscapaciteit, valt deze vanaf de daaropvolgende contractuele periode weliswaar onder de toepassing van paragraaf 1. Niet-vertrouwelijk 12/47 § 3. De deelname van één of meerdere installaties van lokale transmissienetgebruikers, publieke distributienetgebruikers of CDS-gebruikers aan de blindvermogensdienst, overeenkomstig de typeovereenkomst voor blindvermogensdiensten, is onderworpen aan de voorafgaande toestemming van hun lokale transmissienetbeheerder, publieke distributienetbeheerder of CDS-beheerder en aan de naleving van eventuele technische of operationele beperkingen voor de levering van de dienst opgelegd door deze lokale transmissienetbeheerder, publieke distributienetbeheerder of CDS-beheerder. De betrokken lokale transmissienetbeheerder, publieke distributienetbeheerder of CDS-beheerder kan, mits gepaste motivering, enkel limieten opleggen of deelname weigeren teneinde de veiligheid van zijn net te waarborgen. De modaliteiten voor de kennisgeving aan de transmissienetbeheerder van de toestemming van de lokale transmissienetbeheerder, de publieke distributienetbeheerder of de CDSbeheerder op wiens net de betrokken installaties zijn aangesloten en/of de modaliteiten voor de kennisgeving van de door hem opgelegde limieten dienen te worden opgenomen in de typeovereenkomst voor blindvermogens-diensten.” “Art. 226. § 1. Elke transmissienetgebruiker kan op vrijwillige basis aan de transmissienetbeheerder hersteldiensten op één of meerdere installaties aanbieden, onverminderd het recht voor de transmissienetbeheerder bedoeld in artikel 15.5, a), ii), van de Europese netcode Rfg. § 2. De deelname van één of meerdere installaties van lokale transmissienetgebruikers, publieke distributienetgebruikers of CDS-gebruikers aan de hersteldienst, overeenkomstig de type-overeenkomst voor hersteldiensten, is onderworpen aan de voorafgaande toestemming van hun lokale transmissienetbeheerder, publieke distributienetbeheerder of CDS-beheerder en aan de naleving van eventuele technische of operationele beperkingen voor de levering van de dienst opgelegd door deze lokale transmissienetbeheerder, publieke distributienetbeheerder of CDS-beheerder. De betrokken lokale transmissienetbeheerder, publieke distributienetbeheerder of CDS-beheerder kan, mits gepaste motivering, enkel limieten opleggen of deelname weigeren teneinde de veiligheid van zijn net te waarborgen. De modaliteiten voor de kennisgeving aan de transmissienetbeheerder van de toestemming van de lokale transmissienetbeheerder, de publieke distributienetbeheerder of de CDSbeheerder op wiens net de betrokken installaties zijn aangesloten en/of de modaliteiten voor de kennisgeving van de door hem opgelegde limieten dienen te worden opgenomen in de typeovereenkomst voor hersteldiensten.” 1.2.2.3. Het federaal technisch reglement 20. Het koninklijk besluit van 29 november 2024 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit (hierna: het federaal technisch reglement) bevat o.m. de technische eisen voor de aansluiting van installaties van de transmissienetgebruiker op het transmissienet, onder meer op het vlak van reactief vermogen. Niet-vertrouwelijk 13/47 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 21. De CREG stelde de (eerste) gedragscode vast op 20 oktober 2022 bij beslissing (B)2409 van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de gedragscode houdende de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en houdende de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, en tot goedkeuring in dat kader van het voorstel van Elia van aansluitingsprocedures op het transmissienet5. 22. De (eerste) gedragscode van 20 oktober 2022 had een eerder beperkte draagwijdte, in die zin dat deze in eerste instantie een opdeling realiseerde ten aanzien van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, met zoveel mogelijk de overname van de bestaande bepalingen. 23. Een nieuw federaal technisch reglement ter vervanging van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe werd vastgelegd bij koninklijk besluit van 29 november 20246. 24. Inmiddels heeft de CREG verschillende aspecten geïdentificeerd in de gedragscode die aanpassing of aanvulling vergen. In eerste instantie heeft de CREG met Elia een traject opgestart ter wijziging van de bepalingen in de gedragscode over: - de weigering van (vaste) aansluitingen en de toekenning van flexibele aansluitingen; - de aansluitingsprocedures, met inbegrip van de capaciteitsreservatieregels. De bepalingen over deze onderwerpen bleken op meerdere punten vatbaar voor verbetering om het transparant en het niet-discriminatoir karakter ervan te waarborgen en om geschikt te kunnen inspelen op de noden van een snel evoluerende elektriciteitsmarkt. Een openbare raadpleging werd georganiseerd over de ontwerpbeslissing (B)2899 van de CREG7 over het deel “flexibele aansluitingen” van het voorstel van Elia, die afliep op 29 januari 2025. De CREG nam haar finale beslissing hieromtrent op 10 april 20258. De herzieningsoefening wat betreft de andere aspecten van het voornoemde voorstel is nog lopende. 5 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2409NL.pdf Koninklijk besluit van 29 november 2024 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit, B.S., 5 december 2024. 7 Ontwerpbeslissing (B)2899 van 5 december 2024 tot wijziging van de gedragscode van 20 oktober 2022 houdende de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en houdende de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. 8 Beslissing (B)2899 van 10 april 2025 tot wijziging van de gedragscode van 20 oktober 2022 houdende de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en houdende de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. 6 Niet-vertrouwelijk 14/47 25. In tweede instantie identificeerde de CREG de noodzaak om de gedragscode aan te passen ingevolge artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet, en meer bepaald: “§ 1/1. Bij de uitvoering van de taak bedoeld in de bepaling onder 2° bis, van het derde lid in paragraaf 1, koopt de netbeheerder balanceringsdiensten onder voorwaarde van:
  29. a)transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures;
  30. b)de deelname van alle in aanmerking komende elektriciteitsbedrijven en marktdeelnemers, waaronder marktdeelnemers die energie uit hernieuwbare bronnen aanbieden, marktdeelnemers die aan vraagrespons doen, beheerders van energieopslagfaciliteiten en marktdeelnemers die aan aggregatie doen. Voor de toepassing van de bepaling onder
  31. b)van het eerste lid stelt de commissie, op voorstel van de netbeheerder opgemaakt na raadpleging van de marktspelers, in de gedragscode bedoeld in artikel 11, § 2, technische vereisten op voor deelname aan deze markten op basis van de technische kenmerken van dergelijke diensten. Het eerste en het tweede lid zijn ook van toepassing op de verstrekking van nietfrequentiegerelateerde ondersteunende diensten door netbeheerders, tenzij de commissie op basis van een evaluatieverslag, dat op haar website wordt gepubliceerd, tot het oordeel is gekomen, dat de marktgebaseerde verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten niet in overeenstemming is met de voorwaarden voor de verstrekking van ondersteunende diensten zoals bepaald overeenkomstig artikel 11, § 2, en een afwijking van deze beginselen heeft toegestaan. De gedragscode bedoeld in artikel 11, § 2, bepaalt de nadere regels van deze afwijking. Deze nadere regels kunnen desgevallend de mogelijkheid inhouden om af te wijken van artikel V.2. van het Wetboek van economisch recht. Deze bepaling vormt de aanleiding voor de huidige beslissing. 26. In het kader van artikel 11, § 3, van de elektriciteitswet informeerden de diensten van de CREG de diensten van de Algemene Directie Energie van hun werkzaamheden betreffende de gedragscode, waaronder de voorbereiding van de huidige wijziging. 2.2. RAADPLEGING 27. Het directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, § 1, van zijn huishoudelijk reglement, in het kader van het vaststellen van de huidige wijzigingen van de gedragscode, om, met toepassing van artikel 11, § 2, van de elektriciteitswet en artikel 33, § 1, van zijn huishoudelijk reglement, een openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing (B)2984 (zie voetnoot 1) te organiseren op de website van de CREG voor een periode van zes weken die afliep op 28 augustus 2025. 28. Tijdens deze openbare raadpleging heeft de CREG drie antwoorden ontvangen, van de volgende respondenten : Elia, FEBEG en Febeliec. Er wordt geen vertrouwelijkheid ingeroepen van informatie in deze antwoorden. 29. De ontvangen consultatiereacties worden behandeld in delen 3 en 4 van deze beslissing, naargelang de (algemene of meer specifieke) aard van de opmerkingen. Ze worden toegevoegd in Bijlage 2 van deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 15/47 3. CONTEXT, DRAAGWIJDTE VAN DE WIJZIGINGEN VAN DE GEDRAGSCODE EN BEHANDELING VAN DE ONTVANGEN ALGEMENE OPMERKINGEN 30. De CREG dient met toepassing van artikel 8, §1/1, vierde lid, van de elektriciteitswet in de gedragscode de nadere regels vast te leggen voor het toestaan van afwijkingen van de marktgebaseerde verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten. In de praktijk gaat het enkel om de blindvermogensdienst (hierna ook aangeduid als “MVAr-dienst”) en de black-startdienst, aangezien geen andere hersteldiensten bestaan vandaag en beschermingsdiensten momenteel onbestaande zijn in de Belgische regelzone. Bij het ontwerp van deze regels zijn de bepalingen van artikel 8, §1, tweede lid, 20°, en artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet van belang. Met toepassing van artikel 8, §1, tweede lid, 20°, van de elektriciteitswet dient de netbeheerder uiterlijk op 1 april van elke driejaarlijkse periode die volgt op de inwerkingtreding van deze wet [i.e. 26 oktober 2022], aan de minister en de CREG een studie te bezorgen over de beschikbaarheid voor een periode van vijf jaar, van de middelen waarmee de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten kunnen worden gedekt. Hij publiceert die studie op zijn website. Elia diende bijgevolg voor de eerste maal een dergelijke studie te bezorgen aan de minister en de CREG uiterlijk op 1 april van 2025 en vervolgens elke drie jaar. De CREG heeft de eerste studie van Elia ontvangen op 1 april 2025. Een niet-vertrouwelijke versie van deze studie is ook beschikbaar op de website van Elia9. Met toepassing van artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet kan de CREG een afwijking van de marktgebaseerde verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten toestaan wanneer zij op basis van een evaluatieverslag, dat op haar website wordt gepubliceerd, tot het oordeel is gekomen, dat de marktgebaseerde verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten niet in overeenstemming is met de voorwaarden voor de verstrekking van ondersteunende diensten zoals bepaald overeenkomstig artikel 11, § 2. Verder bepaalt artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet in het vierde lid dat de gedragscode bedoeld in artikel 11, § 2, de nadere regels van deze afwijking bepaalt en dat deze nadere regels desgevallend de mogelijkheid kunnen inhouden om af te wijken van artikel V.2. van het Wetboek van economisch recht. Hieruit blijkt duidelijk dat: - een afwijkingsbeslissing van de CREG een evaluatieverslag van de CREG vergt waarin zij tot de conclusie komt dat de marktgebaseerde verstrekking van de niet-frequentiegerelateerde dienst niet in overeenstemming is met de voorwaarden voor de verstrekking van ondersteunende diensten zoals bepaald overeenkomstig artikel 11, § 2, van de elektriciteitswet. De studie die Elia dient te bezorgen over de beschikbaarheid voor een periode van vijf jaar, van de middelen waarmee de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten kunnen worden gedekt, zal hiertoe ook een niet onbelangrijke input (maar niet de enige input) vormen. Artikel 11, §2, van de elektriciteitswet houdt een verwijzing in naar de gedragscode van de CREG. Artikel 208 van de gedragscode bepaalt dat ondersteunende diensten moeten worden 9 Elia study “Reactive power control availability and competition analysis”, 4 april 2025, zie: www.elia.be/en/electricitymarket-and-system/system-services/controlling-voltage Niet-vertrouwelijk 16/47 aangeboden aan redelijke prijzen en bepaalt ook dat de benodigde ondersteunende diensten moeten worden ingericht overeenkomstig boek 8 van de gedragscode en onverminderd de bepalingen inzake ondersteunende diensten in de Europese regelgeving en de wet. Gelezen in samenhang met de Europese regelgeving, meer bepaald artikel 40.5 van richtlijn (EU) 2019/944, en artikel 8, §1/1, eerste lid, a), van de elektriciteitswet blijkt duidelijk dat het beginsel van de marktgebaseerde verstrekking van toepassing is, tenzij de regulerende instantie tot het oordeel is gekomen dat de marktgebaseerde verstrekking van nietfrequentiegerelateerde ondersteunende diensten “economisch niet efficiënt is” en een afwijking heeft toegestaan. Uit het evaluatieverslag van de CREG moet bijgevolg blijken dat de benodigde ondersteunende diensten niet kunnen worden verworven door de transmissienetbeheerder aan redelijke prijzen en de marktgebaseerde verstrekking bijgevolg economisch niet efficiënt is. - de nadere regels om een afwijking toe te staan, te bepalen door de CREG in de gedragscode, de mogelijkheid kunnen inhouden om af te wijken van artikel V.2. van het Wetboek van economisch recht, zonder daartoe beperkt te zijn. Artikel V.2. van het Wetboek van economisch recht bepaalt het volgende: “ De prijzen van goederen en diensten worden bepaald door de vrije mededinging.” Echter, deze modaliteit van afwijking is niet de enige mogelijkheid. Dit wordt afgeleid uit de niet-exhaustieve bewoordingen van artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet “kunnen desgevallend de mogelijkheid inhouden”, alsook uit de parlementaire voorbereiding: “Ten tweede zijn, wat de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten betreft, de eisen voor de aankoop van dergelijke diensten in hoofdzaak opgenomen in artikel 8 van de Elektriciteitswet, zoals gewijzigd bij het onderhavige ontwerp. Bovendien voorziet deze laatste bepaling, overeenkomstig artikel 40, lid 5, van Richtlijn 2019/944, in een afwijkingsmechanisme voor het geval dat de CREG van oordeel is dat een nietfrequentiegerelateerde ondersteunende dienst, niet geschikt is voor de op de markt gebaseerde voorzieningsregel. Het beginsel voor de verwerving van deze ondersteunende diensten is derhalve de concurrentie tussen de marktdeelnemers te laten werken, waarbij wordt voorzien in de mogelijkheid de markt te reguleren (via een afwijking) indien blijkt dat vrije concurrentie geen economisch efficiënte levering van deze ondersteunende dienst mogelijk maakt die de veiligheid en betrouwbaarheid van het net waarborgt. De invoering van een dergelijk “ex ante”-kader voor ondersteunende diensten betekent dat de (“ex post”) controle op de redelijkheid van de voorgestelde prijzen voor de levering van deze diensten, zoals thans bepaald in artikel 12quinquies, zijn doel verliest: de vaststelling van de prijs(plafonds) is namelijk een van de maatregelen die kunnen worden genomen in het kader van de bovengenoemde afwijking, waardoor de controle ex post overbodig wordt. Tenslotte moet worden gewezen op de onzekerheid die een dergelijk mechanisme van een ex-post controle met zich meebrengt voor de gegadigden voor het verrichten van de dienst, met name voor degenen die voor het eerst aan een aanbesteding deelnemen.” 10 (eigen nadruk) Het vastleggen in de gedragscode van deze nadere regels door de CREG vergt geen voorstel van Elia aangezien deze regels de voorwaarden voor het verstrekken van ondersteunende diensten betreffen bedoeld in artikel 11, §2, eerste lid, 2°,
  32. a)van de elektriciteitswet waarvoor een raadpleging van de netbeheerder en de netgebruikers is voorzien. Bovendien bevat artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet ter zake geen andersluidende vormvereisten. Het uitwerken van deze nadere regels geeft ook aanleiding tot een aantal andere wijzigingen van de gedragscode. Zo wordt een precisering aangebracht wat betreft de prijzen aangeboden voor alle 10 https://www.dekamer.be/FLWB/PDF/55/2831/55K2831001.pdf , p. 21-22 Niet-vertrouwelijk 17/47 ondersteunende diensten en vinden een aantal aanpassingen plaats aan artikel 221 betreffende de verstrekking van blindvermogensdiensten. 31. Wat buiten de context van de huidige ontwerpbeslissing valt, is vooreerst de implementatie van artikel 8, §1/1, tweede lid, van de elektriciteitswet. Met toepassing van dit tweede lid stelt de CREG, op voorstel van de netbeheerder opgemaakt na raadpleging van de marktspelers, in de gedragscode bedoeld in artikel 11, § 2, technische vereisten op voor deelname aan deze markten op basis van de technische kenmerken van dergelijke diensten voor de toepassing van de bepaling onder b), d.w.z. de deelname van alle in aanmerking komende elektriciteitsbedrijven en marktdeelnemers, waaronder marktdeelnemers die energie uit hernieuwbare bronnen aanbieden, marktdeelnemers die aan vraagrespons doen, beheerders van energieopslagfaciliteiten en marktdeelnemers die aan aggregatie doen. Hiervoor is vooreerst een voorstel van Elia vereist. Bovendien zijn de technische vereisten momenteel opgenomen in de type-overeenkomst voor blindvermogensdiensten en wenst de CREG in samenwerking met Elia te bekijken hoe best uitvoering wordt gegeven aan deze bepaling. Er is met andere woorden op dat vlak vandaag geen leemte die een dringende wijziging van de gedragscode vergt. Wat eveneens buiten de context van de huidige oefening valt, zijn eventuele mogelijke verbeteringen aan de bestaande voorwaarden voor de verstrekking van balanceringsdiensten. 32. Volgens FEBEG moet een wijziging van de aankoopprocedure voor de ondersteunende diensten MVAr en black-start in nauw overleg met de marktspelers gebeuren om ongewenste effecten voor de levering van de diensten te vermijden en alle mogelijke marktspelers aan te moedigen om deel te nemen aan de markt. FEBEG is van mening dat de voorgestelde wijzigingen nieuwe concepten bevatten (zoals een exanteafwijking van de marktregels) waarover niet met de marktspelers werd overlegd. Dit heeft een negatieve impact op hun vertrouwen terwijl het doel moet zijn om deze markten te stimuleren en aantrekkelijker te maken voor nieuwe marktspelers zoals hernieuwbare energiebronnen, opslag en vraagbeheer. De behoefte aan deze ondersteunende diensten zal in de toekomst immers toenemen, terwijl het aandeel van de bestaande capaciteiten in de energiemix zal afnemen. Volgens FEBEG wordt ervan uitgegaan dat voornamelijk inzetten op thermische capaciteiten via ex-anteverplichtingen nietduurzaam is, duur is voor de samenleving en ongunstig is voor hernieuwbare energie. FEBEG benadrukt dat het reglementair kader voor MVAr- en black-startdiensten de komst van nieuwe spelers en investeerders moet stimuleren omdat de vraag zal toenemen terwijl de bestaande capaciteiten zullen afnemen. Volgens haar zou een radicale hervorming waarover niet werd overlegd de markt een negatief signaal geven en de ontwikkeling van oplossingen op basis van hernieuwbare energie, opslag en vraagbeheer kunnen vertragen. FEBEG merkt op dat er geen openbare raadpleging was gehouden over de Elia-studie die in de ontwerpbeslissing wordt vermeld. Ze merkt ook op dat het evaluatieverslag en de marktanalyse van de CREG momenteel niet beschikbaar zijn. Tot slot betreurt FEBEG dat noch Elia noch de CREG de werking van de huidige markt trachten te verbeteren terwijl een betere liquiditeit en geleidelijke aanpassingen de markt efficiënter zouden kunnen maken en de prijzen op lange termijn zouden kunnen doen dalen. 33. De CREG begrijpt dat veranderingen in het regelgevend kader aanleiding kunnen geven tot vragen en ongerustheid. Zoals reeds blijkt uit deel 1 Wettelijk kader van deze beslissing (en de ontwerpbeslissing (B)2984) strekt de huidige wijziging van de gedragscode ertoe om de nadere regels vast te leggen voor het toestaan door de CREG van afwijkingen op de marktgebaseerde verstrekking van niet-frequentiegerelateerde Niet-vertrouwelijk 18/47 ondersteunende diensten. Het betreft met andere woorden het scheppen van het algemeen kader voor het toestaan, desgevallend, van afwijkingen op het marktgebaseerde principe. Het is de Europese regelgever die voorziet in een regime van marktgebaseerde verstrekking met de mogelijkheid tot afwijkingen toegestaan door de regulator (artikel 40.5 richtlijn (EU) 2019/944). Het is vervolgens de nationale wetgever die de CREG verplicht om de nadere regels voor het toestaan van afwijkingen te bepalen in haar gedragscode (artikel 8, §1/1, elektriciteitswet). Het scheppen van dit kader voor het toestaan van afwijkingen is bijgevolg geen mogelijkheid voor de CREG, maar een verplichting, die resulteert uit een wijziging van de elektriciteitswet bij wet van 23 oktober 202211. Het bestaan van artikel 23ter van de elektriciteitswet maakt deze implementatie van artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet niet overbodig, zoals FEBEG suggereert. Beide wetsartikelen bestaan naast elkaar en hebben elk hun toepassingsgebied. Artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet vereist de huidige aanpassing van de gedragscode en beoogt specifiek de verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten. De CREG voert bijgevolg met de huidige beslissing een verplichting uit die voor haar vervat is in de elektriciteitswet. Over de manier waarop zij invulling beoogt te geven aan die verplichting, heeft zij de openbare raadpleging georganiseerd waaraan FEBEG deelnam (d.w.z. de openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing van de CREG (B)2984). Het is belangrijk om te benadrukken dat de huidige beslissing op zich géén beslissing inhoudt tot afwijking van de marktgebaseerde verstrekking van MVAr-diensten en black-startdiensten. De CREG legt enkel het kader vast voor het geval de CREG beslist tot een afwijking. De Vlaamse Nutsregulator voorzag reeds enige tijd geleden in een dergelijk kader in haar Vlaams technisch reglement distributie resp. plaatselijk vervoernet. In het kader voor afwijkingsbeslissingen dat de CREG thans vastlegt in de gedragscode, blijft de marktgebaseerde verstrekking de regel; een (eventuele) afwijking vormt de uitzondering op de regel. Wanneer de CREG een afwijking van de marktgebaseerde verstrekking overweegt, zal zij de betrokken marktpartijen raadplegen over haar ontwerpbeslissing tot het toestaan van een afwijking aan Elia. Op die manier zullen de betrokken marktpartijen de mogelijkheid hebben om hun opmerkingen aan de CREG te bezorgen alvorens effectief een beslissing tot afwijking door de CREG wordt genomen. Over de ontwikkeling van de markt voor niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en nieuwe spelers (die geen thermische eenheden zijn) is de CREG het eens met FEBEG. Zij zal onder andere bij het opstellen van haar evaluatieverslag rekening houden met deze opmerking. De door FEBEG vermelde studie van Elia werd uitgevoerd met toepassing van artikel 8, § 1, 20° van de elektriciteitswet en maakt geen deel uit van deze openbare raadpleging. De CREG is het met FEBEG eens dat een liquide en efficiënte markt uiteindelijk zal leiden tot lagere prijzen voor deze diensten. De vraag of de levering van de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten in kwestie kan worden voortgezet via een marktgebaseerde aankoopprocedure en hoe de liquiditeit indien nodig kan worden verhoogd, is precies het voorwerp van het evaluatieverslag van de CREG. Voor de MVAr-dienst zal de CREG haar verslag in het najaar van 2025 publiceren. 11 Wet van 23 oktober 2022 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU, B.S. 26 oktober 2022. Niet-vertrouwelijk 19/47 De marktspelers zullen zich zowel over de studie van Elia als over het verslag van de CREG kunnen uitspreken wanneer de CREG een raadpleging zal houden over haar evaluatieverslag dat al dan niet deel zal uitmaken van een beslissing tot afwijking van de CREG (zie punt 4.1.3.3 hieronder). 34. In het vervolg van deze beslissing behandelt de CREG geen andere opmerkingen (gemaakt in de paragrafen Wetgevend kader, Antecedenten, Raapleging, Context en draagwijdte van de wijzigingen) die FEBEG heeft geformuleerd betreffende een mogelijke afwijking van de marktregels of een aanpassing van deze regels, overeenkomstig artikel 38, § 2, laatste streepje, van het huishoudelijk reglement van de CREG, dat bepaalt dat het directiecomité van de CREG geen opmerkingen aanvaardt die niet binnen het kader van de raadpleging vallen. Rekening houdend met wat uiteengezet wordt in paragraaf 33 vallen deze opmerkingen immers buiten het kader van de openbare raadpleging over ontwerpbeslissing (B)2984. In een eventuele toekomstige ontwerpbeslissing tot afwijking zullen gedetailleerde motiveringen voor een eventuele afwijking van de marktprincipes worden gegeven. De CREG nodigt FEBEG uit om desgevallend haar mening te geven tijdens de raadpleging over deze ontwerpbeslissing tot afwijking. Bovendien is de CREG van plan om, desgevalland, tijdens deze raadpleging een informatievergadering te organiseren om haar analyse en voorgenomen beslissing toe te lichten. Niet-vertrouwelijk 20/47 4. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE WIJZIGINGEN VAN DE GEDRAGSCODE EN BEHANDELING VAN DE ONTVANGEN SPECIFIEKE OPMERKINGEN 4.1. ARTIKEL 1 35. De CREG acht het aangewezen om de nadere regels voor het eventueel toekennen door de CREG van afwijkingen van het marktgebaseerde principe voor niet-frequentiegerelateerde diensten vast te leggen in artikel 208 van de gedragscode dat momenteel het beginsel bevat dat (alle) ondersteunende diensten moeten worden aangeboden aan redelijke prijzen. De bestaande bepaling (met als uitgangspunt de marktgebaseerde verstrekking onder verwijzing naar de Europese regelgeving en de elektriciteitswet) wordt ondergebracht in een paragraaf 1 en aangepast. Nieuwe paragrafen 2 tot 5 worden toegevoegd met de voornoemde nadere regels voor het toestaan van afwijkingen van de marktgebaseerde verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten. Op die manier blijft de nummering van artikelen in de huidige gedragscode ook onveranderd. Deze aanpassingen van artikel 208 van de gedragscode gebeuren in het artikel 1. De tabellen opgenomen in dit deel van de beslissing bevatten telkens de wijzigingen van de gedragscode, met: - in gewone druk: de huidige tekst van Boek 8, Titel 8.1. Beginselen, van de gedragscode van de CREG van 20 oktober 2022; - in vetgedrukt: de wijzigingen ten aanzien van de gedragscode van de CREG van 20 oktober 2022. De CREG bespreekt het ontwerp van wijzigingen van de gedragscode van 17 juli 2025 (vervat in de ontwerpbeslissing (B)2984 – zie voetnoot 1), de reacties ontvangen in de openbare raadpleging over het ontwerp van de CREG en de resulterende finale wijziging van de gedragscode. Indien de CREG, ingevolge de opmerkingen van marktpartijen, de betreffende ontworpen bepaling in de gedragscode aanpast, wordt dit uiteengezet en de finale wijzigingen van de gedragscode worden weergegeven in een nieuwe tabel. 4.1.1. Voldoende ondersteunende diensten aan redelijke prijzen 4.1.1.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode 36. Het huidige artikel 208 van de gedragscode voorziet onder meer dat de transmissienetbeheerder de ondersteunende diensten die hij nodig heeft moet verwerven tegen redelijke prijzen. Om de betekenis van redelijke prijzen te verduidelijken, voorziet de CREG in haar ontwerpbeslissing (B)2984 een aanvulling in het bestaande artikel 208, dat nu paragraaf 1 wordt. Niet-vertrouwelijk 21/47 De CREG voorziet namelijk dat de prijzen representatief moeten zijn voor de aantoonbare kosten verbonden aan de levering van de dienst door de onderliggende installatie(s). Dit principe moet volgens de CREG voor alle ondersteunende diensten van toepassing zijn. Dit principe is al jarenlang in gebruik door de CREG om de redelijkheid van de aanbiedingen voor ondersteunende diensten te controleren in uitvoering van het toenmalige artikel 12quinquies van de elektriciteitswet en het artikel 30 van de wet van 23 oktober 202212 . Verder wordt in artikel 208, §1, de relatie van Boek 8 met eventuele beslissingen van de CREG tot afwijking van de marktgebaseerde verstrekking bedoeld in artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet verduidelijkt: in voorkomend geval hebben de bepalingen vervat in de afwijkingsbeslissing van de CREG voorrang op de bepalingen van Boek 8 betreffende niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten. Art. 208 §1. De transmissienetbeheerder richt de benodigde ondersteunende diensten in volgens de bepalingen van dit boek, onverminderd de bepalingen betreffende de ondersteunende diensten in de Europese regelgeving en de wet. De ondersteunende diensten worden verstrekt aan de transmissienetbeheerder overeenkomstig de betrokken type-overeenkomsten bedoeld in artikel 3 en worden aangeboden aan redelijke prijzen die representatief zijn voor de aantoonbare kosten verbonden aan de levering van de dienst door de betrokken installatie(s). In voorkomend geval hebben de bepalingen van de afwijkingsbeslissing van de CREG genomen met toepassing van artikel 8, §1/1, van de wet, voorrang op de bepalingen in dit Boek betreffende niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten. 4.1.1.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen 37. Febeliec steunt de afwijkingsmogelijkheid voor de CREG, aangezien historisch gezien is gebleken dat de marktgebaseerde aanbesteding van niet frequentiegerelateerde ondersteunende diensten niet altijd heeft geleid tot economische efficiënte resultaten. Om belangrijke kostenstijgingen voor de consumenten via de nettarieven ter vermijden, is Febeliec van mening dat dergelijke afwijkingen moeten worden gehandhaafd tot de markt zich voldoende en structureel heeft ontwikkeld om de opheffing van dergelijke afwijkingen mogelijk te maken. Febeliec vraagt een duidelijke focus op de totale impact van de systeemkosten, met prijzen die de onderliggende kosten en kostenstructuren weerspiegelen en niet de resultaten van marktinefficiënties. Febeliec is het eens met de CREG dat een dergelijke aanpak moet worden gevolgd voor alle ondersteunende diensten. 38. De CREG neemt nota van de opmerkingen van Febeliec, in het bijzonder de steun voor de afwijkingsmogelijkheid voor de CREG in geval van marktinefficiëntie. Er wordt voorzien in artikel 208, §4, dat de CREG de duurtijd van de afwijking moet bepalen; de CREG kan akkoord gaan met Febeliec dat dergelijke afwijkingen moeten worden gehandhaafd tot voldoende zeker is dat de marktinefficiënties structureel zijn weggewerkt. De CREG noteert dat Febeliec ook de precisering in artikel 208, §1, van wat begrepen worden onder “redelijke prijzen” steunt voor alle ondersteunende diensten. 12 Zie voetnoot 11. Niet-vertrouwelijk 22/47 39. FEBEG maakt een aantal opmerkingen over het principe dat prijzen representatief moeten zijn voor de aantoonbare kosten i.v.m. de levering van de dienst door de betrokken installaties: - Ten eerste moeten prijzen in een vrije markt niet noodzakelijk gelijk zijn aan de kosten, maar representatief zijn voor de waarde van het product en gebaseerd zijn op het principe van vraag en aanbod. Volgens FEBEG zijn de prijzen voor frequentiegerelateerde ondersteunende diensten (aFRR en mFRR) vrij en dus niet kostengebaseerd. Deze bepaling kan dus niet op alle ondersteunende diensten worden toegepast. - Ten tweede vindt FEBEG ook dat er een debat nodig is over het begrip "redelijke prijzen voor het leveren van de dienst” omdat veel indirecte kosten momenteel niet in rekening worden gebracht. - Ten derde voert FEBEG aan dat de bewijslast voor de onredelijkheid van de kosten, als er een cost+ filosofie wordt gevolgd, bij de CREG moet liggen. - Ten vierde zou de gedragscode een methodologie, richtsnoeren en criteria voor de redelijkheid van de prijzen moeten bevatten om interpretatieverschillen en herhaling van discussies te voorkomen. Tot slot stelt FEBEG voor om artikel 208, § 1 als volgt te herformuleren: “De transmissienetbeheerder richt de benodigde ondersteunende diensten in volgens de bepalingen van dit boek, onverminderd de bepalingen betreffende de ondersteunende diensten in de Europese regelgeving en de wet. De ondersteunende diensten worden verstrekt aan de transmissienetbeheerder overeenkomstig de betrokken typeovereenkomsten bedoeld in artikel 3 en worden aangeboden aan redelijke prijzen. De onredelijkheid van de prijzen dient, desgevallend, door de CREG te worden aangetoond, onder andere op basis van een benchmarkanalyse, rekening houdende met de historische prijsevoluties, de impact van inflatie en alle mogelijke kosten verbonden aan de levering van de dienst door de betrokken installatie(s). De relevante uitbater of eigenaar van de installatie(
  33. s)zal inspraak krijgen in deze analyse, en kan tegen de beslissing van de CREG in beroep gaan. In voorkomend geval hebben de bepalingen van de afwijkingsbeslissing van de CREG genomen met toepassing van artikel 8, §1/1, van de wet, voorrang op de bepalingen in dit Boek betreffende niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten.” 40. Met betrekking tot de eerste opmerking van FEBEG wil de CREG verduidelijken dat zij ervan uitgaat dat in de formulering "redelijke prijzen die representatief zijn voor de aantoonbare kosten" opportuniteitskosten zijn inbegrepen in de kosten die in aanmerking kunnen worden genomen. De marktprijs in een concurrerende markt houdt rekening met opportuniteitskosten. Het principe van kostenrepresentativiteit is dus ook van toepassing op frequentiegerelateerde ondersteunende diensten. Met betrekking tot de tweede opmerking herinnert de CREG eraan dat de betrokken personen, zoals bij alle beslissingen van de CREG, vooraf worden geraadpleegd en dat elke persoon die een belang kan rechtvaardigen altijd beroep kan aantekenen tegen een beslissing van de CREG overeenkomstig hoofdstuk VIbis van de elektriciteitswet. Elke belanghebbende partij die zich geschaad acht naar aanleiding van een door de CREG genomen beslissing kan, binnen een termijn van vijftien dagen na de bekendmaking of de kennisgeving van deze beslissing, ook een klacht indienen bij de CREG teneinde de zaak opnieuw te laten onderzoeken overeenkomstig artikel 28 van de elektriciteitswet. Tot slot moet worden opgemerkt dat het begrip redelijkheid is gedefinieerd in de tariefmethodologie van de CREG en het voorwerp heeft uitgemaakt van recurrente openbare raadplegingen. Wat de derde opmerking betreft, treedt de CREG FEBEG bij dat deze analyse in het verleden niet evident bleek, maar dat na de afgelopen 10 jaar zowel bij de CREG als bij de marktpartijen meer kennis Niet-vertrouwelijk 23/47 en ervaring opgedaan werd over wat nu de werkelijke kosten zijn voor het leveren van onder meer de MVAr dienst. Dankzij deze leercurve werd het proces voor het bepalen van de “redelijkheid van de prijzen” voor het leveren van onder meer de MVAr dienst door de verschillende assets eenvoudiger. Voor de vierde opmerking begrijpt de CREG FEBEG en is ze ermee eens dat er transparantie moet zijn over onder andere de methodologieën en richtsnoeren. Maar al deze elementen nu in de gedragscode opnemen, zou ons niet toelaten om flexibel te zijn en rekening te houden met de lessen die we in de loop van de jaren zullen leren. De CREG benadrukt dat de verschillende elementen onder andere terug te vinden zullen zijn in het evaluatieverslag en in de aankoopprocedures, elementen waarover een openbare raadpleging zal worden gehouden (cf. subtitel 4.1.3.2 voor het evaluatieverslag). Tot slot kan de CREG, op basis van het voorgaande, geen gevolg geven aan het voorstel tot wijziging van artikel 208, § 1 van FEBEG. 4.1.1.3. Finale wijziging van de gedragscode 41. Op basis van de ontvangen consultatiereacties, acht de CREG geen herziening van haar ontwerp tot wijziging van artikel 208, §1, nodig. 4.1.2. Afwijkingen ex ante en ex post 4.1.2.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode 42. Uit de parlementaire voorbereiding bij het ontworpen artikel 12 (tot opheffing van het artikel 12quinquies van de elektriciteitswet) van de wet van 23 oktober 202213 blijkt dat de bevoegdheid voor de CREG om een afwijking toe te staan bedoeld is om een ex ante kader voor de verwerving van nietfrequentiegerelateerde ondersteunende diensten te scheppen, waardoor een ex post optreden haar doelt verliest. In de parlementaire voorbereiding wordt ook gewezen op het onzeker karakter van een ex post optreden voor de gegadigden voor het verrichten van de dienst. “[…] Het beginsel voor de verwerving van deze ondersteunende diensten is derhalve de concurrentie tussen de marktdeelnemers te laten werken, waarbij wordt voorzien in de mogelijkheid de markt te reguleren (via een afwijking) indien blijkt dat vrije concurrentie geen economisch efficiënte levering van deze ondersteunende dienst mogelijk maakt die de veiligheid en betrouwbaarheid van het net waarborgt. De invoering van een dergelijk “ex ante”-kader voor ondersteunende diensten betekent dat de (“ex post”) controle op de redelijkheid van de voorgestelde prijzen voor de levering van deze diensten, zoals thans bepaald in artikel 12quinquies, zijn doel verliest: de vaststelling van de prijs(plafonds) is namelijk een van de maatregelen die kunnen worden genomen in het kader van de bovengenoemde afwijking, waardoor de controle ex post overbodig wordt. Tenslotte moet worden gewezen op de onzekerheid die een dergelijk mechanisme van een ex-post controle met zich meebrengt voor de gegadigden voor het verrichten van de dienst, met name voor degenen die voor het eerst aan een aanbesteding deelnemen.”14 (eigen nadruk) Een afwijking ex ante viseert met andere woorden de regulering van de markt voorafgaand aan de organisatie van de aankoopprocedure door de transmissienetbeheerder en kan ultiem tot gevolg 13 14 Zie voetnoot 11. https://www.dekamer.be/FLWB/PDF/55/2831/55K2831001.pdf , p. 21-22 Niet-vertrouwelijk 24/47 hebben dat het organiseren van een aankoopprocedure niet meer aan de orde is omdat de markt volledig gereguleerd is. De CREG onderschrijft de idee om maximaal te werken aan de hand van een ex ante kader, maar het kan volgens de CREG in bepaalde gevallen noodzakelijk zijn om als het ware een stok achter de deur te houden en maatregelen ex post te kunnen nemen indien het niet mogelijk is om voor bepaalde categorieën van technologieën ex ante regels op te stellen. Een afwijking ex post viseert dan met andere woorden de situatie waar ingegrepen wordt door de CREG wanneer de aankoopprocedure geleid heeft tot een economisch inefficiënt resultaat. 43. De bedoeling van de wetgever kan volgens de CREG niet worden gebruikt tegen de tekst van artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet die niet beperkt is tot een ex ante afwijking. Artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet vereist enkel dat een afwijking wordt toegestaan op basis van een evaluatieverslag van de CREG. De CREG wijst in dat verband naar de regeling op bv. Vlaams niveau, waar in het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit ook beide opties (ex ante en ex post) worden voorzien15. 44. In dit verband is ook vermeldenswaard dat de CREG reeds over belangrijke bevoegdheden beschikt in artikel 23ter van de elektriciteitswet om maatregelen op te leggen in geval zij vaststelt dat er geen objectief verantwoorde verhouding bestaat tussen de prijzen van een elektriciteitsbedrijf en de kosten van het bedrijf. Artikel 23ter van de elektriciteitswet bepaalt het volgende: “§ 1. De prijzen van een elektriciteitsbedrijf dienen op een objectief verantwoorde wijze in verhouding te staan tot de kosten van het bedrijf. De Commissie beoordeelt deze verhouding door ondermeer de kosten en de prijzen van genoemd bedrijf te vergelijken met de kosten en de prijzen van vergelijkbare bedrijven, indien mogelijk ook op internationaal vlak. § 2. Als een elektriciteitsbedrijf een verbonden onderneming is, wordt misbruik van machtpositie vermoed indien het discriminatoire prijzen en/of voorwaarden aanbiedt aan niet-verbonden ondernemingen. § 3. Indien de Commissie vaststelt dat er geen objectief verantwoorde verhouding bestaat zoals bedoeld in § 1, maakt zij, op eigen initiatief, een rapport over aan de minister dat haar bevindingen weergeeft. 15 Vlaams technisch reglement distributie elektriciteit, Art. 2.3.23. §8. Wanneer een dienst nodig is voor het efficiënt, betrouwbaar en veilig beheer van het net, dan kunnen de elektriciteitsdistributienetbeheerders toch een afwijking van de verplichting tot aankoop aanvragen, indien de aankoop economisch niet-efficiënt is. De afwijking kan op twee manieren worden aangevraagd: ex-ante of ex-post. De procedure verloopt op twee verschillende manieren: Een ex-ante aanvraag tot afwijking voor aankoop van een niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst dient plaats te vinden vóór de organisatie van de daadwerkelijke aankoopprocedure. De elektriciteitsdistributienetbeheerder dient, na een openbare consultatie, bij de VREG een aanvraag in waarbij hij aantoont dat de aankoop van de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst economisch niet-efficiënt is. Hij motiveert grondig zijn vraag tot afwijking. Het aanvraagdossier moet steeds een kosten-batenanalyse bevatten voor de verschillende scenario’s. De elektriciteitsdistributienetbeheerder dient een dossier voor een ex-ante afwijking in, ten laatste samen met de regels uit §2 van dit artikel. De VREG neemt een beslissing over het toestaan en de duurtijd van de afwijking ten laatste samen met de beslissing over de regels voor nietfrequentiegerelateerde ondersteunende diensten […]1 . Een ex-post aanvraag tot afwijking gebeurt na de daadwerkelijke organisatie van de aankoopprocedure. Dit kan enkel wanneer uit de resultaten van de aankoopprocedure blijkt dat er geen economisch efficiënt resultaat mogelijk is. Dit kan door de elektriciteitsdistributienetbeheerder onder meer worden aangetoond door een gebrek aan dienstverleners van flexibiliteit bij de aankoop van de dienst, een onredelijke prijs voor de dienst, of een andere reden die zou leiden tot economische inefficiëntie. De elektriciteitsdistributienetbeheerder motiveert grondig zijn vraag tot afwijking. Hij dient ten laatste 3 weken nadat de resultaten van de aankoop bekend zijn, een dossier voor een ex-post afwijking in. De VREG neemt een beslissing over het toestaan van de afwijking ten laatste 20 dagen na de vraag tot afwijking. https://www.vlaamsenutsregulator.be/sites/default/files/document/trde_versie_2024.pdf Niet-vertrouwelijk 25/47 De commissie kan maatregelen opleggen inzake niet-discriminatie, maatregelen inzake kosten gerelateerde prijzen, maatregelen overeenkomstig artikel 31 of andere maatregelen dan deze bedoeld in artikel 31 die noodzakelijk en proportioneel zijn om discriminatoire prijzen en/of voorwaarden die een weerslag hebben of zouden kunnen hebben op een goed werkende elektriciteitsmarkt te voorkomen. De commissie kan onder andere maatregelen opleggen die verbieden om: 1° abnormaal hoge prijzen te hanteren; 2° voorwaarden op te leggen die de toegang tot de markt belemmeren; 3° afbraakprijzen te hanteren die de mededinging beperken. De Commissie geeft de veronderstelde inbreuken aan bij de Belgische Mededingingsautoriteit, zendt het rapport over dat ze aan de minister heeft overgezonden en deelt deze Raad ook de noodzakelijke confidentiële informatie mede. Wat betreft de prijzen, kan de Commissie adviezen formuleren en maatregelen nemen die van toepassing zijn op alle elektriciteitsbedrijven, actief in België.” Afhankelijk van de omstandigheden kan het voorkomen dat een beslissing tot afwijking van de CREG al dan niet mede op grond van dit wetsartikel zal kunnen worden genomen. Volledigheidshalve voegt de CREG daarom bij het begin van het artikel 208, §2, de woorden “onverminderd de wet, in het bijzonder artikel 23ter” toe. 45. In artikel 208, §2, wordt duidelijk gemaakt dat een afwijking ex ante de regel is en een afwijking ex post de uitzondering vormt. Bovendien wordt gepreciseerd dat geen cumul van ex ante en ex post maatregelen mogelijk is voor eenzelfde categorie van netgebruikers en/of installaties. 46. Rekening houdend met wat voorafgaat, luidt artikel 208, §2, in de ontwerpbeslissing (B)2984 als volgt: Art. 208 § 2. De CREG kan, onverminderd de wet, in het bijzonder artikel 23ter, een afwijking van de marktgebaseerde verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten bedoeld in artikel 8, §1/1, van de wet, toestaan wanneer de marktgebaseerde verstrekking van de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst geen economisch efficiënte levering van de dienst mogelijk maakt, en dit op twee manieren:
  34. a)via een afwijking voorafgaand aan de organisatie van de aankooppprocedure (“beslissing tot afwijking ex ante”),
  35. b)via een afwijking nadat de resultaten van de aankoopprocedure gekend zijn (“beslissing tot afwijking ex post”). Waar mogelijk werkt de CREG met een beslissing tot afwijking ex ante. Een beslissing tot afwijking ex post is bovendien enkel mogelijk:
  36. a)wanneer geen beslissing tot afwijking ex ante van toepassing is voor de betrokken aankoopprocedure, of
  37. b)wanneer een beslissing tot afwijking ex ante voor de betrokken aankoopprocedure van toepassing is, voor de categorieën van netgebruikers en/of installaties waarop de afwijking ex ante geen betrekking heeft. 4.1.2.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen 47. Elia heeft begrip voor de inspanningen van de CREG om de gedragscode in overeenstemming te brengen met de elektriciteitswet en voor haar voorkeur voor een ex-anteafwijking van het marktprincipe. In het geval van onvoldoende marktliquiditeit maakt de ex-anteafwijking het immers Niet-vertrouwelijk 26/47 mogelijk om een kader vast te stellen dat alle marktspelers kennen en zo de onzekerheid rond de validatie van door hen uitgebrachte biedingen te verminderen. Deze ex-anteafwijking vermindert ook de inspanningen voor de analyse en bespreking van ingediende offertes in het geval van een expostafwijking. De onzekerheid van een mogelijke ex-postafwijking voor marktspelers die een bieding doen wordt vermeden in het geval van een ex-anteafwijking. Ongeacht toekomstige beslissingen van de CREG over de levering van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten op basis van het evaluatieverslag van de CREG is Elia echter van mening dat de huidige ex-postbenadering het mogelijk maakt om de verplichte deelname van bepaalde eenheden en de vrijwillige deelname van de rest te combineren. Elia vraagt zich af wat de impact is van een exantebenadering voor de bepaling van mogelijke inkomsten op de stimulans voor de vrijwillige deelname aan blindvermogensdiensten. Bijgevolg is Elia het eens met de keuze van de CREG voor de twee opties om af te wijken van het marktprincipe, namelijk ex ante en ex post. 48. De CREG noteert dat Elia de ontworpen regeling met de ex ante en ex post benadering steunt. 49. Febeliec is het ook eens met de opmerkingen van de CREG over een combinatie van een ex ante en een ex post systeem, om een economische efficiënte aanbesteding van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten efficiënt en effectief mogelijk te maken en te verzekeren. Febeliec is het weliswaar niet eens met de beperking die de CREG voorstelt voor de toepassing van een ex post benadering, aangezien Febeliec van mening is dat de regulator altijd de mogelijkheid moet hebben om een ex post validatie van marktresultaten uit te voeren. Febeliec wil ook verwijzen naar haar opmerkingen over de nood aan duidelijkheid over de opportuniteitskosten voor bepaalde technologieën en categorieën van activa, in het bijzonder opslag (bv. via een gereguleerde formule of prijs) en dit minstens tot kan worden gegarandeerd dat de marktwerking door voldoende liquiditeit en concurrentie tot efficiënte resultaten zou leiden. 50. De CREG neemt akte van de steun van Febeliec m.b.t. de mogelijke combinatie van een ex-anteen ex-postafwijking. Wat de wederzijdse uitsluiting van een ex-ante- en ex-postafwijking betreft, is de CREG van mening dat deze bepaling wel degelijk moet worden opgenomen in de tekst van de gedragscode. Deze uitsluiting garandeert een niet-discriminerende behandeling van alle marktspelers aangezien de regels van tevoren zijn vastgelegd en bij iedereen gekend zijn. Het kader is dus duidelijker voor alle deelnemers aan de dienst(
  38. en)die ook, op voorhand, weten dat er geen ex-postuitzondering zal zijn in het kader van een ex-anteafwijking. Als een marktspeler van mening is dat bepaalde elementen van de ex-anteafwijking niet op hem van toepassing zijn of onjuist zijn, zal hij zijn advies kunnen geven tijdens de openbare raadpleging die in het kader van een ex-anteafwijking zou worden georganiseerd. 51. Met betrekking tot de vermelde opportuniteitskosten verwijst de CREG naar paragraaf 33 en 34 van deze beslissing. Dit werk zal worden uitgevoerd als een of meer afwijkingen nodig zijn. 52. FEBEG maakt een reeks opmerkingen over de ex-ante- en ex-postafwijkingen van de marktregels. FEBEG vreest dat ex-anteregulering te complex zou zijn. Ze voegt eraan toe dat regulering (ex ante of ex post) kan leiden tot een ongelijke behandeling van marktspelers. Tot slot stelt FEBEG voor om artikel 208, § 2 te herformuleren. 53. Zoals uiteengezet in paragraaf 33 en 34 van deze beslissing schept artikel 208, § 2 slechts een kader voor mogelijke afwijkingen die, indien nodig, het voorwerp zullen uitmaken van een (afwijkings)beslissing van de CREG. Niet-vertrouwelijk 27/47 4.1.2.3. Finale wijziging van de gedragscode 54. Rekening houdend met wat voorafgaat, acht de CREG een inhoudelijke wijziging van haar ontwerp van artikel 208, §2, niet nodig. Om de laatste alinea echter begrijpelijker te maken, past de CREG de formulering ervan aan. Het gaat dus louter om een redactionele aanpassing, zonder inhoudelijke wijziging, waarbij geen cumul van exante- en ex-postmaatregelen mogelijk is voor dezelfde categorie van netgebruikers en/of installaties in het kader van dezelfde aankoopprocedure. Verder vervangt de CREG het woord « rentable » door « économiquement efficiente » in artikel 208, §2, en de andere paragrafen van dit artikel. De CREG verkiest immers om, in de Franstalige versie van de gedragscode, een terminologie te hanteren die nauwer aansluit bij de Engelstalige en Nederlandstalige terminologie van artikel 40.5 van de richtlijn (EU) 2019/944, aangezien de daarin gebruikte term technisch meer voor zich spreekt dat deze gebruikt in de Franstalige versie van de richtlijn (“judicieuse d'un point de vue économique”). Art. 208 § 2. De CREG kan, onverminderd de wet, in het bijzonder artikel 23ter, een afwijking van de marktgebaseerde verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten bedoeld in artikel 8, §1/1, van de wet, toestaan wanneer de marktgebaseerde verstrekking van de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst geen economisch efficiënte levering van de dienst mogelijk maakt, en dit op twee manieren:
  39. a)via een afwijking voorafgaand aan de organisatie van de aankooppprocedure (“beslissing tot afwijking ex ante”),
  40. b)via een afwijking nadat de resultaten van de aankoopprocedure gekend zijn (“beslissing tot afwijking ex post”). Waar mogelijk werkt de CREG met een beslissing tot afwijking ex ante. Voor een gegeven categorie van netgebruikers en/of installaties worden een beslissing tot afwijking ex ante en een beslissing tot afwijking ex post binnen een zelfde aankoopprocedure niet gecombineerd. 4.1.3. Afwijking op basis van een evaluatieverslag van de CREG 4.1.3.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode 55. Met toepassing van artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet kan de CREG een afwijking toestaan op basis van een evaluatieverslag dat ze publiceert op haar website. De CREG zal bijgevolg in haar beslissing tot afwijking motiveren waarom de marktgebaseerde verstrekking van de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst volgens haar geen economisch efficiënte levering van de dienst mogelijk maakt op basis van dit evaluatieverslag. Het spreekt voor zich dat de CREG rekening houdt in haar evaluatieverslag met de laatste studie van Elia in verband met de beschikbaarheid van de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst bedoeld in artikel 8, §1, derde lid, 20°, van de elektriciteitswet. Dit is wat wordt uitgewerkt in artikel 208, §3. Niet-vertrouwelijk 28/47 56. Een beslissing tot afwijking ex post vindt plaats, zoals eerder vermeld, nadat de resultaten van de aankoopprocedure gekend zijn. Daaruit kan blijken dat een te klein volume wordt aangeboden, onredelijke prijzen (zie hoger) of een combinatie van beiden. Dit veronderstelt dat de CREG op de hoogte is van de resultaten van de aankoopprocedure. Vandaar dat de CREG, in het ontworpen artikel 208, §5, een verplichting voorziet in hoofde van de transmissienetbeheerder om haar een verslag te sturen van elke aankoopprocedure van nietfrequentiegerelateerde diensten zo snel als mogelijk na afloop ervan. In het ontworpen artikel 208, §3, voorziet de CREG dat een beslissing tot afwijking ex post ook rekening houdt met dit verslag van de aankoopprocedure van de transmissienetbeheerder. De paragrafen 3 en 5 luiden als volgt in de ontwerpbeslissing (B)2984: Art. 208 § 3. De beslissing tot afwijking van de CREG bevat een uiteenzetting waarom de marktgebaseerde verstrekking van de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst geen economisch efficiënte levering van de dienst mogelijk maakt op basis van een evaluatieverslag van de CREG bedoeld in artikel 8, §1/1, van de wet. Het evaluatieverslag van de CREG bedoeld in het vorige lid houdt rekening met de laatste studie van de transmissienetbeheerder bedoeld in artikel 8, §1, derde lid, 20°, van de wet. Een beslissing tot afwijking ex post houdt bovendien rekening met het verslag van de transmissienetbeheerder bedoeld in paragraaf 5. § 5. De transmissienetbeheerder informeert de CREG, op basis van een verslag dat bewijsstukken bevat, over de resultaten van elke aankoopprocedure voor niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten zo snel mogelijk na afloop ervan. 4.1.3.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen 57. FEBEG vraagt dat de studies, verslagen en analyses op transparante wijze worden uitgevoerd en in samenspraak met de marktpartijen. FEBEG stelt volgende artikel 208 §3 voor: “§ 3. De beslissing tot afwijking van de CREG bevat een uiteenzetting waarom de marktgebaseerde verstrekking van de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst geen economisch efficiënte levering van de dienst mogelijk maakt op basis van een evaluatieverslag van de CREG bedoeld in artikel 8, §1/1, van de wet. Het evaluatieverslag van de CREG bedoeld in het vorige lid zal op transparante wijze worden geconsulteerd met de marktpartijen en houdt rekening met de laatste studie van de transmissienetbeheerder bedoeld in artikel 8, §1, derde lid, 20°, van de wet. Deze laatste studie van de transmissienetbeheerder zal ook in samenspraak met de marktspelers en belanghebbenden en op transparante wijze worden opgesteld. Een beslissing tot afwijking ex post houdt bovendien rekening met het verslag van de transmissienetbeheerder bedoeld in paragraaf 5.” 58. De CREG is het eens met FEBEG m.b.t. de transparantie en de raadpleging die tot het bovengenoemde evaluatieverslag leidt. De CREG verwijst naar artikel 33, § 1 van het huishoudelijk Niet-vertrouwelijk 29/47 reglement van haar directiecomité16 dat, als algemene regel, bepaalt dat er een openbare raadpleging moet worden georganiseerd alvorens het een beslissing neemt. Artikel 33, § 2 van dit reglement bepaalt ook dat er een openbare en/of niet-openbare raadpleging kan worden georganiseerd in het kader van andere akten (studies, onderzoeken, rapporten, enz.). In het kader van een verslag zoals dit evaluatieverslag is een raadpleging daarom facultatief. De CREG gaat akkoord om een openbare raadpleging over haar evaluatieverslag te organiseren in de verschillende gevallen, te weten: - afzonderlijk indien de CREG besluit dat de markt voor de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst in kwestie efficiënt werkt, - als bijlage bij de ontwerpbeslissing tot afwijking ex ante indien de CREG in haar evaluatieverslag besluit dat de markt voor de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst niet economisch efficiënt is, - afzonderlijk indien de CREG besluit dat de markt mogelijks economisch niet efficiënt is en desgevallend zal overgaan tot een ex-postafwijking. Om de netgebruikers gerust te stellen, voegt de CREG bijgevolg een bepaling toe in het ontworpen artikel 208, §3, van de gedragscode die de verplichting voor de CREG om steeds een openbare raadpleging te houden over haar evaluatieverslagen verankert. Dit doet geen afbreuk aan de bepalingen inzake voorafgaande raadpleging in het kader van beslissingen van de CREG die vervat zijn in het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG. Met betrekking tot de studie die Elia heeft uitgevoerd, herhaalt de CREG dat de netbeheerder volgens artikel 8, § 1, 20° van de elektriciteitswet belast is met de volgende taak: bezorgen aan de minister en aan de commissie uiterlijk op 1 april van elke driejaarlijkse periode die volgt op de inwerkingtreding van deze wet, een studie over de beschikbaarheid voor een periode van vijf jaar, van de middelen waarmee de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten kunnen worden gedekt. Hij publiceert die studie op zijn website. De CREG vindt dat het niet nodig is om meer details toe te voegen in de gedragscode. De CREG verzoekt Elia wel om deze studie, in overeenstemming met artikel 237, § 2 van de gedragscode, bij elke gelegenheid op de agenda van de Users’ Group te plaatsen, met als doel een permanente dialoog te onderhouden met de verschillende marktspelers. 4.1.3.3. Finale wijziging van de gedragscode 59. Op basis van de uiteenzetting onder deel 4.1.3.2 en in paragraaf 54 van deze beslissing, herziet de CREG haar ontwerp van artikel 208, §3. De wijzigingen van de gedragscode worden dus als volgt: 16 Wie zijn we en wat doen we? | CREG : Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Niet-vertrouwelijk 30/47 Art. 208 § 3. De beslissing tot afwijking van de CREG bevat een uiteenzetting waarom de marktgebaseerde verstrekking van de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst geen economisch efficiënte levering van de dienst mogelijk maakt op basis van een evaluatieverslag van de CREG bedoeld in artikel 8, §1/1, van de wet. Het evaluatieverslag van de CREG bedoeld in het vorige lid wordt openbaar geraadpleegd door de CREG op haar website en houdt rekening met de laatste studie van de transmissienetbeheerder bedoeld in artikel 8, §1, derde lid, 20°, van de wet. Een beslissing tot afwijking ex post houdt bovendien rekening met het verslag van de transmissienetbeheerder bedoeld in paragraaf 5. § 5. De transmissienetbeheerder informeert de CREG, op basis van een verslag dat bewijsstukken bevat, over de resultaten van elke aankoopprocedure voor niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten zo snel mogelijk na afloop ervan. 4.1.4. Draagwijdte van een afwijking 4.1.4.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode 60. Voor het inhoudelijk ontwerp van deze nadere regels inspireert de CREG zich aan het wettelijk kader dat van toepassing was op de openbare dienstverplichtingen die de Koning ex post kon opleggen indien de CREG tot het oordeel was gekomen dat de (in de door Elia georganiseerde aanbesteding) aangeboden prijzen manifest onredelijk (hoog) waren. In het toenmalige artikel 12quinquies van de elektriciteitswet en artikel 4 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 met betrekking tot de openbare dienstverplichtingen in de elektriciteitsmarkt zijn volgende zaken terug te vinden (waarnaar verwezen werd in het oude artikel 12quinquies): - Artikel 12quinquies elektriciteitswet (opgeheven): “ § 1. De door de aanbieders van de ondersteunende diensten voorgestelde prijzen op het transmissienet zijn voldoende aanlokkelijk om op korte en op lange termijn hun levering aan de netbeheerder te waarborgen. De netbeheerder verschaft zich deze ondersteunende diensten volgens transparante, niet-discriminerende en op de marktregels gebaseerde procedures. Bij de uitwerking van de procedures aangaande de ondersteunende diensten geleverd door gebruikers van het distributienet, stelt de netbeheerder alles in het werk om samen te werken met de distributienetbeheerders. De netbeheerder informeert jaarlijks de commissie en de minister, op basis van een verslag dat bewijsstukken bevat, over de prijzen die hem werden aangeboden voor de levering van ondersteunende diensten en over de acties die hij heeft ondernomen, met toepassing van artikel 234 van het koninklijk besluit van 27 juni 2001 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe. Hij integreert hierin, desgevallend, een voorstel van waardering van de prestaties van ondersteunende diensten die hij verricht door middel van de productiemiddelen die hij bezit krachtens artikel 9, § 1. Deze waardering toont de positieve impact inzake tarieven en volumes aan van deze prestaties van ondersteunende diensten. Op basis van het verslag van de netbeheerder, stelt de commissie, met toepassing van artikel 4 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 met betrekking tot de openbare dienstverplichtingen in de elektriciteitsmarkt, een verslag op dat uitdrukkelijk en op gemotiveerde wijze aangeeft of de prijzen die worden aangeboden voor de ondersteunende diensten al dan niet manifest onredelijk zijn. Het gemotiveerde verslag wordt meegedeeld aan de netbeheerder binnen 60 werkdagen volgend op de ontvangst van het verslag bedoeld in het eerste lid. Niet-vertrouwelijk 31/47 Indien het verslag van de commissie vaststelt dat de prijzen manifest onredelijk zijn of op vraag van de netbeheerder, kan de Koning, na advies van de commissie en op voorstel van de minister, met het oog op de bevoorradingszekerheid, bij dwingende beslissing een openbare dienstverplichting opleggen die het volume en de prijzen van de ondersteunende diensten dekken van de producenten in de Belgische regelzone. De commissie houdt rekening met deze beslissing voor de goedkeuring van de tarieven van de netbeheerders. De maatregel mag niet langer gelden dan twee jaar, mits een jaarlijks verslag van de commissie. § 2. […]” (eigen nadruk) - Artikel 4 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 met betrekking tot de openbare dienstverplichtingen in de elektriciteitsmarkt: “ § 1. In het geval dat de netbeheerder veronderstelt of vaststelt dat het onmogelijk wordt om op de beschikbaarheid toe te zien en, in voorkomend geval, één of meerdere van de ondersteunende diensten opgenomen in artikel 231 van het technisch reglement aan een redelijke prijs in werking te stellen, inzonderheid wanneer de primaire, secundaire of tertiaire reserves niet voldoende zijn ten opzichte van de hoeveelheden voorzien in artikel 233 van het technisch reglement, of wanneer de prijsaanbiedingen voor het geheel of een deel van deze diensten duidelijk onredelijk zijn, kan hij tijdelijk in de hierna aangeduide volgorde de volgende handelingen ondernemen : 1° aan de producenten of aan andere netgebruikers die door hem werden aangeduid in de regelzone, de terbeschikkingstelling van één of meerdere van deze diensten aan een billijke prijs opleggen; 2° hij bepaalt, in voorkomend geval, op individuele basis en op basis van transparante technische criteria, de hoeveelheid door één of meerdere van deze diensten die producenten of netgebruikers dienen te worden geleverd of ter beschikking te worden gesteld van de netbeheerder in functie van hun bestaande productiemiddelen in de regelzone. De netbeheerder licht de commissie en de Minister in over zijn ondernomen acties. § 2. In het geval dat de Minister, op basis van de informatie van de netbeheerder of na advies van de commissie, vaststelt dat het onmogelijk is om op de beschikbaarheid toe te zien en, in voorkomend geval, één of meerdere ondersteunende diensten waarvan sprake in § 1 aan een redelijke prijs in werking te stellen, in het bijzonder wanneer de primaire, secundaire of tertiaire reserves niet voldoende zijn ten opzichte van de hoeveelheden voorzien in art. 233 van het technisch reglement, of wanneer de prijsaanbiedingen voor het geheel of een deel van deze diensten duidelijk onredelijk zijn, kan de Minister aan de commissie vragen om, in overleg met de netbeheerder, de elementen die aan deze situatie ten gronde liggen of de pistes of aanbevelingen om hieraan te verhelpen vast te stellen. De commissie onderzoekt met name de mate waarin één of meerdere operatoren aan deze situatie bijdragen. Op basis van het verslag opgesteld door de commissie binnen een termijn van hoogstens 60 kalenderdagen, kan de Minister aan bepaalde categorieën producenten in de regelzone prijs- en leveringsvoorwaarden opleggen voor het geheel of een deel van deze diensten en/of transparante en niet-discriminerende regels vaststellen om een permanente beschikbaarheid van deze diensten te verzekeren aan de netbeheerder zodat deze kan toezien op de zekerheid, betrouwbaarheid en doeltreffendheid van het net. Deze maatregelen worden vastgesteld voor een welbepaalde duur en worden minstens jaarlijks geëvalueerd.” (eigen nadruk) Niet-vertrouwelijk 32/47 Met toepassing van artikel 30 van de wet van 23 oktober 202217 kon de CREG, indien zij op basis van een door de netbeheerder ingediend verslag zoals bedoeld in het tweede lid van oordeel is dat één of meerdere van de offertes kennelijk onredelijk zijn, in het belang van de voorzieningszekerheid een bindende beslissing opleggen tot openbare dienstverplichting in afwijking van artikel V.2. van het Wetboek van Economisch Recht, die betrekking heeft op het volume en de prijzen van de niet-frequentie gerelateerde ondersteunende diensten van de betrokken aanvragers, voor elke aanbestedingsprocedure voor de aankoop van de nietfrequentie gerelateerde ondersteunende diensten die: 1° lopende is op het moment van inwerkingtreding van deze wet; 2° georganiseerd wordt tussen de inwerkingtreding van deze wet en 1 juli 2024, of; 3° voor 1 juli 2024 is opgestart en na 1 juli 2024 nog niet is afgesloten. (eigen nadruk) 61. Rekening houdend met wat voorafgaat, meent de CREG dat een afwijking ex ante van het beginsel van de marktgebaseerde verstrekking inhoudelijk betrekking kan hebben op: - Wie de dienst verstrekt aan de transmissienetbeheerder - Welk volume van de dienst wordt verstrekt aan de transmissienetbeheerder - Tegen welke prijs de dienst wordt verstrekt aan de transmissienetbeheerder Een afwijking ex post van het beginsel van de marktgebaseerde verstrekking kan inhoudelijk betrekking hebben op: - Welk volume van de dienst wordt verstrekt aan de transmissienetbeheerder - Tegen welke prijs de dienst wordt verstrekt aan de transmissienetbeheerder De beslissing tot afwijking ex ante kan desgevallend met zich meebrengen dat het organiseren van een aankoopprocedure door de transmissienetbeheerder niet langer aan de orde is, omdat alle essentiële zaken gereguleerd zijn. 62. Verder meent de CREG dat een afwijking van het beginsel van de marktgebaseerde verstrekking als een uitzonderingsmaatregel moet gelden en beperkt worden in de tijd. Niet alleen de afwijking zelf, maar ook de duurtijd van de afwijking moet bijgevolg worden gerechtvaardigd door de CREG in haar afwijkingsbeslissing. Een monitoring vanwege de CREG lijkt nodig om te bekijken of die rechtvaardiging terecht blijft tijdens de duur van de afwijking of na afloop ervan. Daarom wordt voorzien dat de afwijking ten gepaste tijde door de CREG wordt geëvalueerd. De maatregelen die de CREG vaststelt in haar beslissing tot afwijking dienen transparant te zijn, nietdiscriminatoir en proportioneel. 63. In paragrafen 64 en 65 onderzoeken we of elk van deze elementen vermeld in paragraaf 61 van deze beslissing relevant zijn in de praktijk in een eventuele beslissing tot afwijking ex ante betreffende blindvermogensdiensten, respectievelijk black-start diensten. 17 Zie voetnoot 11. Niet-vertrouwelijk 33/47 Blindvermogensdiensten 64. Wat betreft de blindvermogensdiensten past het op te merken dat een afwijking van het beginsel van de vrije concurrentie vandaag in zekere zin reeds voortvloeit uit artikel 29, 6°, van SOGL en artikel 221, §1, van de gedragscode. Met toepassing van artikel 29.6 van SOGL is elke transmissiesysteembeheerder bevoegd om alle beschikbare blindvermogenscapaciteit binnen zijn regelzone in te zetten met het oog op een effectief blindvermogensbeheer en handhaving van de spanningsbereiken overeenkomstig de tabellen 1 en 2 van bijlage II bij deze verordening. 65. Opdat de transmissienetbeheerder die bevoegdheid daadwerkelijk zou kunnen uitoefenen en de beschikbare blindvermogenscapaciteit in de praktijk zou kunnen inzetten, werd door de CREG geoordeeld dat het noodzakelijk is dat de beschikbare blindvermogenscapaciteit binnen de regelzone wordt aangeboden aan de transmissienetbeheerder. Artikel 221, §1, van de gedragscode voorziet dat het beschikbaar opwaartse of neerwaartse blindvermogen als blindvermogensdienst moet worden aangeboden aan de transmissienetbeheerder door elke transmissienetgebruiker met één of meerdere installaties uitgerust met blindvermogenscapaciteit. Artikel 221, §2, van de gedragscode voorziet bovendien dat elke transmissienetgebruiker op vrijwillige basis aan de transmissienetbeheerder kan aanbieden om een bijkomende installatie uit te rusten met blindvermogenscapaciteit voor de levering van blindvermogensdiensten of om de bestaande blindvermogenscapaciteit op een installatie uit te breiden. Eenmaal uitgerust met nieuwe of bijkomende blindvermogenscapaciteit, valt deze vanaf de daaropvolgende contractuele periode weliswaar onder de toepassing van paragraaf 1, aldus artikel 221, §2, van de gedragscode. Wat betreft de blindvermogensdiensten is dit bijgevolg een verplichting die vandaag sowieso al geldt wanneer Elia aanbestedingsprocedures voor blindvermogensdiensten organiseert. De CREG is evenwel van mening dat de formulering van deze verplichting vervat in artikel 221 van de gedragscode aanpassing vergt en gaat daarop verder in deel 5.2 van de ontwerpbeslissing(B)2984, thans deel 4.2 van de huidige beslissing. Eén van de ontworpen wijzigingen is dat deze verplichting voortaan weer wordt gekoppeld aan een verzoek vanwege de transmissienetbeheerder. Een eventuele afwijkingsbeslissing ex ante van de CREG met toepassing van artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet voor de verstrekking van blindvermogensdiensten kan dan in de praktijk zowel betrekking hebben op de vereiste van verplichte deelname (wie de dienst verstrekt), als de prijs en het volume van de dienst. Publieke distributienetgebruikers en CDS-gebruikers bieden in de regel op vrijwillige basis blindvermogensdiensten aan de transmissienetbeheerder. Black-startdiensten 66. Wat betreft de black-startdienst daarentegen is geen dergelijke verplichte “aanbieding” voorzien in de Europese regelgeving en gedragscode. Integendeel, voor nieuwe elektriciteitsproductieeenheden van het type C en D wordt in artikel 15.5.
  41. a)en artikel 16.1 van de Europese netcode RfG het volgende voorzien met betrekking tot systeemherstel wat betreft black-start-mogelijkheden:
  42. i)onverlet het recht van de lidstaten om verplichte regels vast te stellen om de systeemveiligheid te waarborgen, is black-start-capaciteit niet verplicht;
  43. ii)eigenaren van elektriciteitsproductie-installaties verstrekken op verzoek van de relevante TSB een prijsopgave voor het leveren van black-start-capaciteit. De relevante TSB kan een dergelijk verzoek indienen als hij van oordeel is dat de systeemveiligheid negatief wordt beïnvloed door het ontbreken van black-start-capaciteit in zijn regelzone. Niet-vertrouwelijk 34/47 Aansluitend hierbij bepaalt artikel 226, §1, van de gedragscode dat elke transmissienetgebruiker op vrijwillige basis aan de transmissienetbeheerder hersteldiensten op één of meerdere installaties kan aanbieden, onverminderd het recht voor de transmissienetbeheerder bedoeld in artikel 15.5, a), ii), van de Europese netcode RfG. Indien de transmissienetbeheerder van oordeel is dat het nodig is in het licht van de systeemveiligheid kan de transmissienetbeheerder bijgevolg eigenaren van elektriciteitsproductie-installaties verplichten om hem een prijsopgave te doen voor het leveren van black-start-capaciteit en zijn zij alsdan verplicht om aan de aanbestedingsprocedure deel te nemen. In de regel is black-start capaciteit echter niet verplicht en bestaat er geen verplichting om die aan te bieden aan de transmissienetbeheerder. Een eventuele afwijkingsbeslissing van de CREG ex ante met toepassing van artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet voor de verstrekking van black-start-diensten kan bijgevolg betrekking hebben op de drie in paragraaf 61 vermelde elementen: wie de dienst verstrekt, het volume van de dienst en de prijs ervan. 67. Wat betreft de vraag naar de draagwijdte van beslissingen van de CREG tot afwijking van het marktgebaseerde principe meent de CREG dat deze betrekking hebben op de Belgische regelzone (transmissienet + lokale transmissienetten) aangezien deze beslissingen prijsmaatregelen inhouden die tot de exclusief federale bevoegdheid inzake tarieven, incl. prijsbeleid, behoren met toepassing van artikel 6, §1, VII, tweede lid, d), van de Bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 (BWHI). Ook de openbare dienstverplichtingen onder het opgeheven artikel 12quinquies van de elektriciteitswet inzake prijzen en volume opgelegd door de Koning aan dienstverleners betroffen de Belgische regelzone en niet louter het transmissienet. Dit laatste wordt duidelijk gemaakt in de tekst van de gedragscode. 68. De bepalingen luiden als volgt in artikel 208, §4, van de ontwerpbeslissing (B)2984 : Art. 208 § 4. De beslissing tot afwijking van de CREG bepaalt de maatregelen om de economisch efficiënte levering van de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst te bereiken, te weten:
  44. a)de billijke prij(s)(zen), prijsplafond(
  45. s)en/of prijsformules waartegen de dienst moet worden geleverd of ter beschikking gesteld aan de transmissienetbeheerder in afwijking van artikel V.2 van het Wetboek van economisch recht en/of
  46. b)de netgebruikers en/of installatie(
  47. s)die de dienst moeten leveren of ter beschikking moeten stellen van de transmissienetbeheerder, en/of
  48. c)het volume van de dienst die de netgebruiker(
  49. s)moet(
  50. en)leveren of ter beschikking moet(
  51. en)stellen van de transmissienetbeheerder, en de toepassingsvoorwaarden ervan. De maatregelen in de beslissing tot afwijking van de CREG zijn transparant, niet-discriminatoir en proportioneel. Zij worden afdoende gerechtvaardigd. De CREG bepaalt en motiveert in haar beslissing tot afwijking eveneens de duurtijd van de toegekende afwijking die ten gepaste tijde door de CREG wordt geherevalueerd. De beslissing tot afwijking ex ante kan desgevallend met zich meebrengen dat het organiseren van een aankoopprocedure door de transmissienetbeheerder niet langer aan de orde is. De beslissing tot afwijking van de CREG geldt voor de regelzone van de transmissienetbeheerder. Niet-vertrouwelijk 35/47 4.1.4.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen 69. Wat de verwijzing naar de Europese Netcode RfG betreft, stelt Febeliec dat de CREG terecht naar elektriciteitsproductie verwijst, maar deze verwijzing op dit moment ook al de elektriciteitsproductie-eenheden met pompopslag moet omvatten, terwijl de komende nieuwe versie van RfG ook alle andere vormen van opslag zal omvatten. Hoewel dit laatste nog niet is gebeurd, is het duidelijk dat pompopslag al is gedekt. Bovendien is Febeliec van mening dat er in elk geval rekening moet worden gehouden met opslag, zowel onder een Europese koepel als op nationaal niveau. 70. Artikel 6.2 van RfG voorziet vandaag inderdaad reeds dat elektriciteitsproductie-eenheden met pompopslag voldoen aan alle relevante eisen, zowel in elektriciteitsproductie- als in pompopslagmodus. Wat asynchrone opslagfaciliteiten of batterijen betreft, werden in de huidige RfG nog geen technische vereisten opgenomen maar wel in het federaal technisch reglement. Op basis van de gedragscode dienen deze asynchrone opslagfaciliteiten aangesloten op het federaal transmissienet ook effectief verplicht deel te nemen aan de blindvermogensdiensten. 71. Elia merkt op dat de CREG van oordeel is dat haar beslissingen om af te wijken van het marktprincipe betrekking hebben op de hele Belgische regelzone die het federale transmissienet en de lokale transmissienetten dekt. Elia herhaalt bovendien dat er in het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest al een wettelijke basis bestaat die de betrokken regulatoren de mogelijkheid biedt om te beslissen over een afwijking voor de aankoop van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten voor lokale transmissienetten. De Vlaamse Nutsregulator heeft ook een regelgevend kader ex ante en ex post ontwikkeld voor beslissingen tot afwijking van het marktprincipe voor de levering van de bovenvermelde diensten. Met betrekking tot deze afwijkingsprocedures merkt Elia ook op dat de Vlaamse procedure (verlenging van de afwijking om de twee jaar) niet verenigbaar is met de procedure die de CREG voorziet (studie en verslag over de beschikbaarheid van de dienst om de drie jaar). Deze verschillen creëren rechtsonzekerheid en bemoeilijken de aankoop van cruciale ondersteunende diensten door Elia. Bijgevolg vraagt Elia aan de CREG om af te stemmen met de regionale regulatoren om de interpretatie van de draagwijdte en de geldigheid van de beslissingen te harmoniseren. Zij dringt erop aan om vóór eind 2025 opheldering te krijgen, in het bijzonder met het oog op de volgende aanbesteding voor de blindvermogensdienst voor de contractperiode 2027-2028. 72. De CREG begrijpt de bezorgdheid van Elia dat ze zich niet geconfronteerd wil zien met uiteenlopende beslissingen van de regulatoren wat betreft de aanbesteding van blindvermogensdiensten en black-start diensten (en in het bijzonder de eerstvolgende aanbesteding van blindvermogensdiensten voor de contractperiode 2027-2028), maar is ervan overtuigd dat het nemen van afwijkingsbeslissingen van de marktgebaseerde verstrekking wat betreft het Elia-net deel uitmaakt van de exclusief federale bevoegdheid inzake tarieven, incl. prijsbeleid, zoals hoger werd uiteengezet. Zonder afbreuk te doen aan haar voormeld standpunt inzake de bevoegdheidsverdeling dat ze heeft meegedeeld aan de regionale regulatoren, overweegt de CREG om niettemin redelijke inspanningen te doen om tot inhoudelijk gecoördineerde beslissingen te komen met de regionale regulatoren in geval van economische inefficiëntie van de markt voor blindvermogensdiensten indien de regionale regulatoren zich bevoegd blijven achten. Een eerste overleg onder regulatoren staat gepland in dat opzicht. Wat betreft de kritiek van Elia dat de procedures om afwijkingsbeslissingen te nemen bovendien niet compatibel zijn op federaal en Vlaams niveau, waarbij ze het voorbeeld geeft dat het Vlaamse TRPV een tweejaarlijkse herziening voorziet op voorstel van Elia en de elektriciteitswet een driejaarlijkse Niet-vertrouwelijk 36/47 beschikbaarheidsstudie van Elia en evaluatieverslag van de CREG, is het natuurlijk zo dat de CREG zich bij de uitvoering van haar wettelijke taken moet houden aan de elementen bepaald in de elektriciteitswet. In overleg met de regionale regulatoren en Elia zal moeten worden bekeken op welke manier een praktisch werkbare uitvoering kan worden gevonden. 73. Met betrekking tot de draagwijdte van een afwijking vraagt FEBEG om een diepgaande analyse en studie, waaraan ook de marktspelers zouden kunnen deelnemen. Ze vindt dat paragaaf 4 van artikel 208 een te grote tussenkomst van de CREG in de markt voor niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten toelaat en kan dit niet aanvaarden. 74. Voor haar reactie op de opmerkingen verwijst de CREG naar paragraaf 33, 34, 60 en 61 van deze beslissing. 4.1.4.3. Finale wijziging van de gedragscode 75. Op basis van de ontvangen consultatiereacties, acht de CREG geen herziening van haar ontwerp van artikel 208, §4, nodig op inhoudelijk vlak. Niettemin vervangt de CREG, enkel in de Franstalige versie, het woord « rentable » door « économiquement efficiente » gelet op wat uiteengezet wordt in paragraaf 54 van deze beslissing, alsook de woorden « si nécessaire » door « le cas échéant » teneinde nauwer aan te sluiten bij de term « desgevallend » in de Nederlandstalige versie. 4.2. ARTIKEL 2 4.2.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode 76. De CREG is van mening dat het recht voor de transmissienetbeheerder bedoeld in artikel 29.6 van SOGL om “alle beschikbare blindvermogenscapaciteit binnen zijn regelzone in te zetten met het oog op een effectief blindvermogensbeheer en handhaving van de spanningsbereiken overeenkomstig de tabellen 1 en 2 van bijlage II bij deze verordening” slechts bedoeld kan zijn voor de installaties die “verplicht” zijn uitgerust met een blindvermogenscapaciteit, te weten de bekwaamheid om op een gecontroleerde manier reactief vermogen te produceren en/of te absorberen (artikel 2, §1, 6), 51°, van de gedragscode). Dit doet echter geen afbreuk aan de toepassing door de transmissienetbeheerder van remediërende maatregelen bedoeld in de artikelen 20 tot 23 van SOGL, met inbegrip van het geven van instructies inzake spanning en blindvermogen bedoeld in artikel 22.1(
  52. c)aan alle daarin bedoelde installaties. Verbruiksinstallaties dienen op grond van de Europese netcode DCC en het federaal technisch reglement enkel in staat te zijn om op het net aangesloten en in bedrijf te blijven binne

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.