(B)2993 7 mei 2025 Beslissing over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV tot wijziging van typesamenwerkingsovereenkomst met de publieke distributienetbeheerders Genomen met toepassing van artikel 3, § 1,
- h)van de gedragscode van de CREG van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en van de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. 2. 3. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 1.1. Voorafgaand........................................................................................................................... 4 1.2. Europees recht ....................................................................................................................... 4 1.3. Belgisch recht ......................................................................................................................... 8 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 12 2.1. Algemeen ............................................................................................................................. 12 2.2. Raadpleging.......................................................................................................................... 13 BEOORDELING ............................................................................................................................... 14 3.1. Goedkeuringscriteria............................................................................................................ 14 3.2. Algemene opmerkingen betreffende de voorgestelde wijzigingen .................................... 23 3.2.1. Voorafgaand .................................................................................................................. 23 3.2.2. Opmerkingen ontvangen tijdens de door Synergrid georganiseerde openbare raadpleging .................................................................................................................................... 24 3.3. Basiscontract SOK ................................................................................................................ 27 3.4. Bijlagen SOK ......................................................................................................................... 27 3.4.1. Bijlage 1 ......................................................................................................................... 27 3.4.2. Bijlage 6 ......................................................................................................................... 27 3.4.3. Bijlage 11 – Onderhoud en Exploitatie .......................................................................... 27 3.4.4. Bijlage 12 – Opvolging van de continuïteit en de kwaliteit van de voeding.................. 28 3.4.5. Bijlage 14 – Definities .................................................................................................... 28 3.4.6. Bijlage 17 - Incompressibiliteit ...................................................................................... 28 3.4.7. Bijlage 18 ....................................................................................................................... 34 3.4.8. Bijlage 19 ....................................................................................................................... 34 3.5. 4. Aanvullende overwegingen ................................................................................................. 35 CONCLUSIE .................................................................................................................................... 36 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 37 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 37 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 37 BIJLAGE 4 ............................................................................................................................................... 37 Niet-vertrouwelijk 2/37 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: elektriciteitswet) en de artikelen 3 en 180 van de gedragscode van de CREG van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en van de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer (hierna: gedragscode), het voorstel van de NV Elia Transmission Belgium (hierna: Elia) tot wijziging van typesamenwerkingsovereenkomst met de beheerders van een publiek distributienet (hierna: SOK ). Deze aanvraag werd door Synergrid, namens de NV Elia Transmission Belgium (hierna: Elia), op 28 februari 2025 bij de CREG ter goedkeuring ingediend. Aan deze aanvraag zijn in bijlage gevoegd: - Het voorstel tot wijziging van het type-samenwerkingsovereenkomst met de beheerders van een publiek distributienet, in het Nederlands en in het Frans, met 19 bijlagen (Bijlage 1 van deze beslissing); - Een Excel document van 28 februari 2025 waarin de ontvangen opmerkingen tijdens de openbare raadpleging van de marktpartijen alsmede het antwoord daarop van Synergrid is vervat (Bijlage 2 van huidige beslissing) - Een Excel document van 28 februari 2025, genoemd samenwerkingsovereenkomst (Bijlage 3 van huidige beslissing). versiebeheer van de Per brief van 1 maart 2025 bevestigde Elia ten aanzien van de CREG dat deze indiening door Synergrid op 1 juli 2024 eveneens gelezen moet worden als een vraag in naam van Elia tot goedkeuring door de CREG (Bijlage 4 van deze beslissing). Deze beslissing is opgesplitst in vier delen. Het eerste deel bevat het wettelijk kader. In het tweede deel worden de antecedenten en de openbare raadpleging besproken. Het derde deel bevat de beoordeling van de CREG over de voorgestelde wijzigingen van de SOK. Het vierde deel bevat de eigenlijke beslissing. Deze beslissing werd door het Directiecomité van de CREG goedgekeurd op 7 mei 2025. Niet-vertrouwelijk 3/37 1. WETTELIJK KADER 1.1. VOORAFGAAND 1. In deze beslissing zullen de termen “transmissienetbeheerder”, “transmissiesysteembeheerder”, “TSB” door elkaar worden gebruikt (hierna: TSB). Dit is tevens het geval voor de termen “publieke distributienetbeheerder”, “distributienetbeheerder”, “distributiesysteembeheerder” en “DSB” (hierna: (DSB). De reden is dat, hoewel telkens hetzelfde wordt bedoeld, de terminologie verschilt naargelang het de Europeesrechtelijke wetgeving, de elektriciteitswet, het federaal technisch reglement of de gedragscode betreft. 1.2. EUROPEES RECHT 2. De type-samenwerkingsovereenkomst strekt ertoe de wettelijke verplichtingen van partijen te implementeren. Deze vloeien lang niet alleen voort uit federale en gewestelijke wetgeving, maar ook uit Europeesrechtelijke bepalingen. Zonder daartoe beperkt te zijn, wenst de CREG in dit verband in het bijzonder melding te maken van de verplichtingen van de TSB onder de Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (hierna: Verordening (EU) 2019/943), de Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (hierna: Richtlijn (EU) 2019/944), de Verordening (EU) 2017/2195 van de Europese Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering (hierna: EBGL), de Verordening (EU) 2017/1485 van de Europese Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen (hierna: SOGL) en de Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers (hierna: DCC). Wat hierna volgt, is geen exhaustieve opsomming van de relevante bepalingen uit de voornoemde Europese wetgeving, maar een weergave van een aantal belangrijke bepalingen met betrekking tot de samenwerkingsplicht tussen TSB en DSBs . 3. Richtlijn (EU) 2019/944 rekent de samenwerking met DSBs tot de wettelijke taken van TSB. Zo bepaalt artikel 40.1(a): “Elke transmissiesysteembeheerder heeft de volgende verantwoordelijkheden:
- a)ervoor zorgen dat het systeem op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar transmissie van elektriciteit en zorgen voor het beheer, het onderhoud en de ontwikkeling van veilige, betrouwbare en efficiënte transmissiesystemen, met inachtneming van het milieu, in nauwe samenwerking met aangrenzende transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders;” 4. Artikel 57 van de Verordening (EU) 2019/943, dat rechtstreeks toepassing vindt op federaal en gewestelijk niveau bepaalt het volgende in verband met de samenwerking tussen TSB en DSBs: “1. De transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders werken met elkaar samen bij de planning en het beheer van hun netten. In het bijzonder wisselen de transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders alle noodzakelijke informatie en gegevens uit met betrekking tot de prestaties van activa voor elektriciteitsproductie en vraagrespons, het dagelijkse beheer van hun netten en de Niet-vertrouwelijk 4/37 langetermijnplanning van investeringen in de netten, teneinde te waarborgen dat hun netten kostenefficiënt, veilig en betrouwbaar worden ontwikkeld en beheerd. 2. De transmissie systeembeheerders en distributiesysteembeheerders werken met elkaar samen teneinde gecoördineerde toegang tot hulpbronnen zoals verspreide productie, energieopslag of vraagrespons tot stand te brengen waarmee aan specifieke behoeften van zowel het transmissiesysteem als het distributiesysteem tegemoet kan worden gekomen. 3. Distributiesysteembeheerders en transmissiesysteembeheerders werken samen om op consistente wijze informatie te publiceren over de capaciteit die beschikbaar is voor nieuwe aansluitingen in hun respectieve dekkingsgebieden en die aan ontwikkelaars van nieuwe energieprojecten en andere potentiële netgebruikers op voldoende gedetailleerde wijze zichtbaarheid geeft.” 5. De SOGL, dat een verordening is en dus ook rechtstreeks toepassing vindt op federaal en gewestelijk niveau, bevat in Deel IV, Titel 10, getiteld “Samenwerking met DSB’s” een aantal bepalingen die specifiek betrekking hebben op de relatie tussen de TSB en de DSBs: “Artikel 182: Op het DSB-net aangesloten reserveleverende groepen of eenheden 1. De TSB's en de DSB's werken samen om de levering van reserves werkzaam vermogen door reserveleverende groepen of reserveleverende eenheden in de distributiesystemen te vergemakkelijken en mogelijk te maken. 2. Voor de doeleinden van de prekwalificatieprocessen voor FCR in artikel 155, FRR in artikel 159 en RR in artikel 162, ontwikkelt en specificeert elke TSB, in een overeenkomst met zijn reserveconnecterende DSB's en intermediaire DSB's, de voorwaarden van de uitwisseling van de informatie die nodig is voor deze prekwalificatieprocessen voor reserveleverende eenheden of groepen in de distributiesystemen en voor de levering van reserves werkzaam vermogen. In de prekwalificatieprocessen voor FCR in artikel 155, FRR in artikel 159 en RR in artikel 162 is de door de potentiële reserveleverende eenheden of groepen te verstrekken informatie gespecificeerd, die het volgende omvat: [eigen onderlijning]
- a)spanningsniveaus en aansluitpunten van de reserveleverende eenheden of groepen;
- b)het type reserves werkzaam vermogen;
- c)de maximale reservecapaciteit die door de reserveleverende eenheden of groepen op elk aansluitpunt wordt geleverd, en
- d)de maximale veranderingssnelheid van werkzaam vermogen voor de reserveleverende eenheden of groepen. 3. Het prekwalificatieproces steunt op het overeengekomen tijdschema en voorschriften met betrekking tot informatie-uitwisselingen en de levering van reserves werkzaam vermogen tussen de TSB, de reserveconnecterende DSB en de intermediaire DSB. Het prekwalificatieproces heeft een minimumduur1 van drie maanden vanaf de indiening van een complete formele aanvraag door de reserveleverende eenheid of groep. 4. Tijdens de prekwalificatie van de op zijn distributiesysteem aangesloten reserveleverende eenheid of groep heeft elke reserveconnecterende DSB en elke intermediaire DSB het recht om, in samenwerking met de TSB, limieten vast te stellen wat betreft de levering van reserves werkzaam vermogen in zijn distributiesysteem of om de levering van reserves werkzaam vermogen in zijn distributiesysteem uit te sluiten op basis van technische redenen, 1 In de Engelstalige versie van de SOGL lezen we in artikel 182.3: “The prequalification process shall rely on the agreed timeline and rules concerning information exchanges and the delivery of active power reserves between the TSO, the reserve connecting DSO and the intermediate DSOs. The prequalification process shall have a maximum duration of 3 months from the submission of a complete formal application by the reserve providing unit or group.” Niet-vertrouwelijk 5/37 zoals de geografische locatie van de reserveleverende eenheden en reserveleverende groepen. 5. Elke reserveconnecterende DSB en elke intermediaire DSB heeft het recht om, in samenwerking met de TSB, voorafgaand aan de activering van reserves tijdelijke limieten vast te stellen met betrekking tot de levering van reserves werkzaam vermogen die zich in zijn distributiesysteem bevinden. De respectieve TSB's komen met hun reserveconnecterende DSB's en intermediaire DSB's de toepasselijke procedures overeen.” 6. De SOGL bevat in Deel 2, Titel 2, “Gegevensuitwisseling”, eveneens bepalingen inzake gegevensuitwisseling tussen de TSB en de DSBs: “Artikel 40: Organisatie, gegevensuitwisseling rollen, verantwoordelijkheden en kwaliteit van de 1. De uitwisseling en verstrekking van gegevens en informatie overeenkomstig deze titel geeft voor zover mogelijk de feitelijke en voorziene situatie van het transmissiesysteem weer. [eigen onderlijning] 2. Elke TSB is verantwoordelijk voor het verstrekken en gebruiken van hoogwaardige gegevens en informatie. [eigen onderlijning] 3. Elke TSB verzamelt de volgende informatie over zijn observatiezone en wisselt deze informatie uit met alle andere TSB's voor zover dat nodig is om de operationele veiligheid overeenkomstig artikel 72 te kunnen analyseren: [eigen onderlijning]
- a)productie;
- b)verbruik;
- c)programma's;
- d)balansposities;
- e)geplande niet-beschikbaarheden en topologieën van onderstations, en
- f)prognoses. 4. Elke TSB geeft de informatie in lid 3 weer als injecties en opnamen bij elk knooppunt van zijn individuele netwerkmodel zoals bedoeld in artikel 64. 5. In samenspraak met de DSB's en SNG's bepaalt elke TSB de toepasselijkheid en reikwijdte van de gegevensuitwisseling op basis van de volgende categorieën: [eigen onderlijning]
- a)structurele gegevens overeenkomstig artikel 48;
- b)programmerings- en prognosegegevens overeenkomstig artikel 49;
- c)realtimegegevens overeenkomstig de artikelen 44, 47 en 50, en
- d)bepalingen overeenkomstig de artikelen 51, 52 en 53. 6. Uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening komen alle TSB's tot overeenstemming over belangrijke organisatorische vereisten, taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot gegevensuitwisseling. Deze organisatorische vereisten, taken en verantwoordelijkheden worden vastgesteld met inachtneming van de operationele voorwaarden van de methodologie voor productie- en belastinggegevens zoals ontwikkeld overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) 2015/1222 en vullen deze zo nodig aan. Zij zijn van toepassing op alle bepalingen betreffende gegevensuitwisseling in deze titel en omvatten organisatorische vereisten, taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van de volgende elementen: Niet-vertrouwelijk 6/37
- a)de verplichting van TSB's om alle buur-TSB's onverwijld in kennis te stellen van eventuele wijzigingen in de productie-instellingen, thermische grenzen en technische capaciteiten bij de interconnectoren tussen hun regelzones;
- b)de verplichting van de rechtstreeks aan het transmissiesysteem gekoppelde DSB's om de TSB's waarmee zij zijn verbonden binnen de overeengekomen tijdsspanne in kennis te stellen van eventuele wijzigingen in de gegevens en informatie overeenkomstig deze titel;
- c)de verplichting van de aangrenzende DSB's en/of tussen de downstream-DSB's en upstream-DSB's om elkaar binnen een overeengekomen tijdsbestek in kennis te stellen van eventuele wijzigingen in de gegevens en informatie overeenkomstig deze titel;
- d)de verplichting van SNG's om hun TSB of DSB binnen een overeengekomen tijdsbestek in kennis te stellen van eventuele relevante wijzigingen in de gegevens en informatie overeenkomstig deze titel;
- e)de gedetailleerde inhoud van de gegevens en informatie overeenkomstig deze titel, met inbegrip van de belangrijkste beginselen, het type gegevens, de communicatiemiddelen, het toe te passen formaat en de toe te passen normen, de timing en de verantwoordelijkheden;
- f)het tijdstempel en de leveringsfrequentie van de door DSB's en SNG's te verstrekken gegevens en informatie die door TSB's in de verschillende tijdsbestekken worden gebruikt. De frequentie van de informatie-uitwisseling wat betreft realtimegegevens, geplande gegevens en de update van structurele gegevens wordt vastgelegd, en
- g)het formaat waarin de gegevens en informatie overeenkomstig deze titel gerapporteerd worden. De organisatorische vereisten, taken en verantwoordelijkheden worden bekendgemaakt door het ENTSB voor elektriciteit. 7. Uiterlijk 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening komt elke TSB tot overeenstemming met de relevante DSB's betreffende doeltreffende, efficiënte en evenredige processen voor het beheer van de onderlinge gegevensuitwisseling, met inbegrip van de verstrekking van gegevens betreffende distributiesystemen en SNG's voor zover nodig voor een efficiënt netwerkbeheer. Onverminderd de bepalingen van lid 6, onder g), komt elke TSB met de relevante DSB tot overeenstemming betreffende het formaat waarin de gegevensuitwisseling plaatsvindt. 8. Transmissiegekoppelde SNG's hebben toegang tot de gegevens die verband houden met hun netinstallaties die op dat aansluitpunt in gebruik zijn genomen. 9. Elke TSB komt met de transmissiegekoppelde DSB tot overeenstemming betreffende de reikwijdte van de aanvullende informatie die tussen hen moet worden uitgewisseld over netinstallaties die in gebruik zijn genomen. 10. DSB's met een aansluitpunt op een transmissiesysteem hebben het recht de relevante structurele, geplande en realtime-informatie te ontvangen van de desbetreffende TSB's en de relevante structurele, geplande en realtime-informatie bij de buur-DSB's te verzamelen. Buur-DSB's bepalen in onderling overleg de reikwijdte van de uit te wisselen informatie.” 7. Met toepassing van artikel 3, §1, h), van de gedragscode beschikt de CREG eveneens over een goedkeuringsbevoegdheid wat betreft het akkoord bedoeld in artikel 40.7 van SOGL, als onderdeel van de type-samenwerkingsovereenkomst tussen de TSB en de DSBs. 8. De EBGL, dat een verordening is en dus ook rechtstreeks toepassing vindt op federaal en gewestelijk niveau, definieert onder meer de verantwoordelijkheden van de TSB inzake de elektriciteitsbalanceringmarkt en hun samenwerking vanuit dit oogpunt met de DSBs: “Artikel 14: Rol van de TSB's Niet-vertrouwelijk 7/37 1. Elke TSB is verantwoordelijk voor het aankopen van balanceringsdiensten bij BSP's, om de operationele veiligheid te garanderen. 2. Elke TSB past een self-dispatchingmodel toe voor het bepalen van productieprogramma's en verbruiksprogramma's. TSB's die een centraal dispatchingmodel toepassen op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze verordening stellen de relevante regulerende instantie hiervan in kennis overeenkomstig artikel 37 van Richtlijn 2009/72/EG als zij een centraal dispatchingmodel voor het bepalen van productieprogramma's en verbruiksprogramma's willen blijven toepassen. De relevante regulerende instantie gaat na of de taken en verantwoordelijkheden van de TSB in overeenstemming zijn met de definitie van artikel 2, punt 18. Artikel 15: Samenwerking met DSB's 1. DSB's, TSB's, BSP's en BRP's werken samen om te zorgen voor efficiënte en effectieve balancering. 2. Elke DSB verstrekt tijdig alle nodige informatie om onbalansen te verrekenen aan de connecterende TSB, overeenkomstig de in artikel 18 vastgestelde voorwaarden voor balancering. [eigen onderlijning] 3. Elke TSB kan samen met de reserveconnecterende DSB in de regelzone van de TSB een methodologie opstellen voor de toewijzing van kosten die voortvloeien uit acties van de DSB's overeenkomstig leden 4 en 5 van artikel 182 van Verordening (EU) 2017/1485. De methodologie moet zorgen voor een eerlijke kostentoewijzing, rekening houdende met de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen. 4. De DSB's melden alle overeenkomstig leden 4 en 5 van artikel 182 van Verordening (EU) 2017/1485 vastgestelde grenzen die van invloed kunnen zijn op de in deze verordening uiteengezette eisen aan de connecterende TSB.” [eigen onderlijning] 1.3. BELGISCH RECHT 9. De samenwerking tussen de TSB en de DSBs is terug te vinden in het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het federaal technisch reglement) dat sinds 20 oktober 2022 omgevormd werd tot een gedragscode vastgesteld door de CREG op 20 oktober 2022. 10. Artikel 180 van de gedragscode bepaalt dat de TSB overleg dient te plegen met de lokale transmissienetbeheerders en de DSBs om een type-samenwerkingsovereenkomst op te stellen. Die type-samenwerkingsovereenkomst dient met toepassing van de artikelen 180 en 181 van de gedragscode een aantal zaken te bevatten: “Art. 180. De transmissienetbeheerder pleegt overleg met de lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders om een typesamenwerkingsovereenkomst op te stellen die onder meer de rechten, verplichtingen, verantwoordelijkheden, evenals de procedures en praktische modaliteiten bepaalt betreffende: 1° de noodzakelijke samenwerking bij de uitvoering van hun taken waartoe ze wettelijk of contractueel ten opzichte van de balanceringsverantwoordelijken, de toegangshouders en elke andere betrokken marktspeler gehouden zijn; 2° alle aspecten van de voorwaarden voor BRP’s en de voorwaarden voor BSP’s bedoeld in de Europese richtsnoeren EBGL, die rechtstreekse of onrechtstreekse gevolgen kunnen doen ontstaan voor de transmissienetbeheerder of voor de betrokken lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders; Niet-vertrouwelijk 8/37 3° alle aspecten die rechtstreekse of onrechtstreekse gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van de betrokken netten, zoals bepaald in het technisch reglement of ook voor de veiligheid van goederen en personen, evenals de toegang en aansluiting van de lokale transmissienetten en publieke distributienetten op het transmissienet, en in het bijzonder voor wat betreft:
- a)de ontwikkeling, het onderhoud en de exploitatie van hun respectieve netten;
- b)het technische beheer van de elektriciteitsstromen ter hoogte van de het verbindingspunt van hun respectieve netten;
- c)de lijst van de gegevens en informatie die zullen worden uitgewisseld, onder meer met toepassing van artikel 181 en andere informatie overeengekomen of bedoeld in de Europese netcodes en richtsnoeren, de praktische modaliteiten voor uitwisseling (formaat, protocol, frequenties van beschikbaarstelling,…), evenals de vertrouwelijkheidsplichten betreffende die gegevens en informatie;
- d)de lijst van de verbindingspunten van de publieke distributienetten op het transmissienet en het vermogen dat de transmissienetbeheerder ter beschikking stelt aan de betrokken lokale transmissienetbeheerder en de publieke distributienetbeheerder overeenkomstig artikel 182;
- e)de uitvoering in de praktijk van het systeembeschermingsplan en het herstelplan bedoeld in het technisch reglement;
- f)de elektriciteitsproductie-eenheden, de power park modules of de energieopslagfaciliteiten geïnstalleerd in de lokale transmissienetten en de publieke distributienetten;
- g)alle aspecten verbonden aan de bescherming van netten (technische eisen, in te stellen regelparameters, coördinatie van protectieplannen, …), in overeenstemming met de technische karakteristieken van een installatie en met de maximale foutafschakeltijd door beveiliging, zoals bepaald in het technisch reglement. 4° alle aspecten die rechtstreekse of onrechtstreekse gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van de betrokken netten of ook op de veiligheid van goederen en personen, met inbegrip van de aspecten betreffende de aansluiting en de toegang van de installaties van de netgebruikers tot de lokale transmissienetten en de publieke distributienetten, zoals bedoeld in het technisch reglement, respectievelijk in de betrokken regionale technische reglementen en in het bijzonder voor wat betreft:
- a)de plichten van de balanceringsverantwoordelijken voor het evenwicht tussen de vraag en het aanbod van elektriciteit in de Belgische regelzone en de ondersteunende diensten die de transmissienetbeheerder contractueel aangaat om het evenwicht van het systeem in stand te houden en te herstellen;
- b)de coördinatie van de aansluiting en/of inschakeling van de elektriciteitsproductieeenheden aangesloten op hun respectievelijke netten;
- c)de coördinatie van de inschakeling van de verbruikseenheden aangesloten op hun respectieve netten en die vraagsturingsdiensten leveren aan de relevante netbeheerders en/of de transmissienetbeheerder in zijn hoedanigheid van relevante transmissienetbeheerder;
- d)de toegang en de aansluiting van de netgebruikers op hun respectieve netten, met inbegrip van flexibele toegang. 5° onverminderd de technische eisen in de Europese netcodes en richtsnoeren en het technisch reglement, de methoden en voorwaarden voor de bepaling van een spanning, die door de transmissienetbeheerder aan de lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders wordt geleverd, op het verbindingspunt. De Niet-vertrouwelijk 9/37 transmissienetbeheerder en de lokale transmissienetbeheerders, respectievelijk de publieke distributienetbeheerders overleggen om een aangepast systeem te bepalen voor de controle van de kwaliteit en betrouwbaarheid van de toegang tot het net; 6° de specifieke bepalingen die de partijen individueel moeten of kunnen overeenkomen of door de transmissienetbeheerder kunnen worden toegestaan in de mate dat het technisch reglement aangaande de eisen voor algemene toepassing voor de aansluiting op het transmissienet van nieuwe lokale transmissienetten of publieke distributienetten of nieuwe installaties van lokale transmissienetten of publieke distributienetten of de Europese netcode RfG, de Europese netcode DCC of de Europese netcode HVDC daarin voorzien. Onverminderd de verplichtingen van de transmissienetbeheerder op het vlak van controle van de conformiteit:
- a)van de elektriciteitsproductie-eenheden energieopslagfaciliteiten; , van verbruiksinstallaties en van
- b)van installaties van een publiek distributienet, die zijn aangesloten op het transmissienet, en van de publieke distributienetten;
- c)van de verbruiksinstallaties die aangesloten zijn op het lokaal transmissienet; en
- d)van de verbruikseenheden aangesloten op de publieke distributienetten en die betrokken zijn bij de vraagsturing voor de netbeheerder, met de technische vereisten die hun zijn opgelegd voor die installaties op grond van de Europese netcode RfG of de Europese netcode DCC, komt de transmissienetbeheerder met de lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders de modaliteiten voor de gezamenlijke uitoefening van de conformiteitscontrole bepaald in artikel 35 van de Europese netcode DCC overeen in de type- samenwerkingsovereenkomst; 7° de minimale actieve uitwisselingscapaciteit beschikbaar op het verbindingspunt en het beschikbaar gesteld vermogen, alsook een beschrijving van de bijhorende referentiescenario’s en de praktische modaliteiten voor de implementering van het globaal technisch-economisch optimum in geval van noodzakelijke investering voor het naleven van het bereik van het reactief vermogen, conform de bepalingen van het technisch reglement; 8° de modaliteiten en regeling voor de automatische ontkoppeling van een installatie van het lokaal transmissienet of publiek distributienet en/of van de lokale transmissienetten of publieke distributienetten met toepassing van artikel 13.6 van de Europese netcode DCC; 9° de modaliteiten voor de wisselwerking tussen de verschillende ondersteunende diensten en de specifieke beschermingsscenario's en scenario's van onderbreking van de bevoorrading vervat in het systeembeschermingsplan; 10° de planning en modaliteiten van de werken en het onderhoud van hun respectieve netten om de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van hun netten te blijven waarborgen; 11° wanneer het wenselijk is, de specifieke modaliteiten om elektriciteitsproductieeenheden in te schakelen verbonden met de lokale transmissienetten of de publieke distributienetten. Deze modaliteiten kunnen onder meer betrekking hebben op de coördinatie van de inschakeling van de elektriciteitsproductie-eenheden verbonden met deze netten, het beheer van de congesties en, in voorkomend geval en indien voorzien door de toepasselijke wetgeving, de voorrang verleend aan de elektriciteitsproductie-eenheden die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen, of aan eenheden van warmtekrachtkoppeling, zoals bepaald in het technisch reglement; 12° de bepalingen en de uitwisselingsmodaliteiten van metingen en meteropnames. De transmissienetbeheerder pleegt met de lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders overleg om de gegevens betreffende uitgewisselde energie per kwartuur van iedere balanceringsverantwoordelijke, en in voorkomend geval van die laatste lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders en van elke Niet-vertrouwelijk 10/37 aanbieder van balanceringsdiensten, te ontvangen om onder meer het onevenwicht van iedere balanceringsverantwoordelijke in de regelzone af te rekenen overeenkomstig het tarief bepaald overeenkomstig artikel 12 van de wet en de tarifaire methodologie en, in voorkomend geval, de afrekeningen mogelijk te maken met betrekking tot de energieoverdracht, rekening houdend met de regels die de CREG hiervoor heeft bepaald; 13° om zo goed mogelijk, onder meer, de elektriciteitsstromen, de verliezen en de spanningskwaliteit te kunnen beoordelen, worden bidirectionele meetuitrustingen en kwaliteitsopname uitrustingen geïnstalleerd in samenspraak met de betrokken lokale transmissienetbeheerders en publieke distributienetbeheerders. De type samenwerkingsovereenkomst legt de bijhorende praktische modaliteiten vast; 14° de criteria voor automatische ontkoppeling, conform het technisch reglement; 15° de voorzieningen voor het op afstand afsluiten en de voorwaarden voor herinschakelen van publieke distributienetten, conform het technisch reglement. Onverminderd de goedkeuringsbevoegdheid in hoofde van de regionale regulatoren, wordt de type-samenwerkingsovereenkomst overeenkomstig artikel 3 door de CREG goedgekeurd. Art. 181. Onverminderd artikel 179, stelt de transmissienetbeheerder de lijst op van de gegevens en informatie die hem ter beschikking moeten worden gesteld door de lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders, met inbegrip van diegene die voortvloeien uit artikel 21 van de Europese netcode DCC, en die onontbeerlijk zijn om de taken voorzien in artikel 8 van de wet te verzekeren. Hij overlegt met de lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders om in de typesamenwerkingsovereenkomst de uitwisselingsmodaliteiten van de gegevens en informatie overeen te komen, met inbegrip van de uitwisseling van gegevens en informatie in het kader van de deelname aan de markt door de lokale transmissienetgebruikers en publieke distributienetgebruikers in het kader van ondersteunende diensten of diensten voor coördinatie en congestiebeheer, of de strategische reserve die of het capaciteitsremuneratiemechanisme dat geregeld is door de wet.” 11. Aangezien Elia ook de hoedanigheid heeft van “lokale transmissienetbeheerder” in de gewesten wordt hierna gesproken van de type-samenwerkingsovereenkomst tussen Elia en de DSBs en niet over de type-samenwerkingsovereenkomst tussen Elia en de lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders waarvan sprake in artikel 3, §1, h), van de gedragscode. Elia sluit de type-samenwerkingsovereenkomst met de DSBs bijgevolg niet alleen af in haar hoedanigheid van beheerder van het federaal transmissienet, maar ook in haar hoedanigheid van beheerder van het lokale transmissienet in Wallonië, het gewestelijk transmissienet in Brussel en het plaatselijk vervoernet distributienet in Vlaanderen. 12. Met toepassing van artikel 3 §1, 9°, van de gedragscode wordt de typesamenwerkingsovereenkomst, evenals de wijzigingen ervan, voor “de samenwerking met de lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders, met inbegrip van het akkoord bedoeld in artikel 40, lid 7, van de Europese richtsnoeren SOGL” aan de goedkeuring van de CREG onderworpen volgens de procedure van paragraaf 2 en onverminderd de Europese netcodes en richtsnoeren. Met toepassing van artikel 43 §2, van de gedragscode geeft de TSB zo vlug mogelijk kennis aan de CREG van de ontwerpen van overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1 en de hieraan aangebrachte wijzigingen. De ontwerpen van de type-overeenkomsten en de hieraan aangebrachte wijzigingen worden ingediend na publieke raadpleging door de TSB, georganiseerd op zijn website. Onverminderd de bevoegdheden voor de CREG in de Europese netcodes en richtsnoeren, neemt de CREG haar beslissing tot goedkeuring, tot verzoek om herziening van bepaalde clausules of tot weigering van de goedkeuring, binnen een redelijke termijn. Niet-vertrouwelijk 11/37 De TSB publiceert de goedgekeurde type-overeenkomsten zo snel mogelijk op zijn website. Met toepassing van artikel 4, §4, van de gedragscode preciseren de ontwerpen van de typeovereenkomsten bedoeld in paragraaf 1, net als hun eventuele wijzigingen, hun ingangsdatum die wordt goedgekeurd door de CREG, rekening houdend met hun draagwijdte en vereisten gelinkt aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het transmissienet. 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 13. Bij beslissing (B)2384 van 22 augustus 2022 heeft de CREG het voorstel van Elia van SOK versie 2.0, ingediend op 30 september 2021, goedgekeurd. Voorafgaand aan deze beslissing heeft de CREG, om redenen dat de VREG het initieel voorstel SOK 1.0 had afgekeurd, maar nadien, ingevolge een voldoende motivering door Synergrid, heeft goedgekeurd, over de SOK versie 2.0, ingediend op 30 september 2021, een ontwerpbeslissing genomen op 23 juni 2022. Over deze ontwerpbeslissing heeft de CREG een niet-openbare raadpleging georganiseerd met Synergrid en Elia. 14. Na deze raadpleging heeft de CREG met haar beslissing (B)2384 over het voorstel SOK 2.0 een goedkeuring verleend. In deze beslissing vroeg de CREG evenwel om haar een nieuwe versie ter goedkeuring voor te leggen tegen 30 november 2023. 15. Deze nieuwe versie van SOK versie 3.0 werd aan de CREG voorgelegd op 26 oktober 2023, na openbare raadpleging van de marktpartijen georganiseerd door Synergrid. Dit voorstel werd eveneens ter goedkeuring voorgelegd aan de VREG en BRUGEL op dezelfde datum en ter informatie bezorgd aan de CWaPE. 16. Op 1 juli 2024 heeft Synergrid per mailbericht een aangepast voorstel in het Nederlands en in het Frans van de SOK versie 3.1 ter goedkeuring aan de regulatoren voorgelegd en dit ingevolge een aantal vragen en opmerkingen geformuleerd door de regulatoren. 17. Per brief van 1 augustus 2024 bevestigde Elia ten aanzien van de CREG dat deze indiening door Synergrid op 1 juli 2024 eveneens gelezen moet worden als een vraag in naam van Elia tot goedkeuring door de CREG. 18. Op 10 oktober 2024 heeft de VREG de SOK, bij Besluit 2024-1012 Samenwerkingsovereenkomst tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerder, enerzijds, en de beheerder van het transmissienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, anderzijds niet goedgekeurd, om redenen dat: 2 - De samenwerkingsovereenkomst, tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de beheerder van het transmissienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, niet voldoet aan de vereiste van transparantie, de niet-conformiteit met de hogere regelgeving en de onduidelijkheid inzake aansprakelijkheden; - Er een nieuwe geconsulteerde versie van de samenwerkingsovereenkomst die gevolg geeft aan de vereisten voortvloeiend uit deze beslissing ten laatste tegen 28 februari 2025 ter goedkeuring voor te leggen aan de VREG. https://www.vreg.be/nl/document/besl-2024-101 Niet-vertrouwelijk 12/37 19. Op 24 oktober 2024 heeft BRUGEL de SOK, bij beslissing 2024I024-2943 in verband met het voorgestelde model van samenwerkingsovereenkomst tussen ELIA en de distributienetbeheerders dat door SYNERGRID werd ingediend, eveneens niet goedgekeurd, met het verzoek dat Synergrid de overeenkomst aanpast teneinde rekening te houden met de incompressibiliteitskwestie. 20. Op datum van 16 januari 2025 heeft de CREG bij beslissing (B)27634 het voorstel tot wijziging van de type-samenwerkingsovereenkomst met de publieke distributienetbeheerders, versie 3.0, ingediend bij de CREG door Elia bij monde van Synergrid op 26 oktober 2023 afgekeurd. Daarnaast werd het voorstel tot wijziging van de type-samenwerkingsovereenkomst met de publieke distributienetbeheerders, versie 3.1, ingediend bij de CREG door Synergrid op 1 juli 2024 en waarvan de aanvraag tot goedkeuring is bevestigd door Elia op 1 augustus 2024, bij gebrek aan een efficiënte en transparante openbare raadpleging, eveneens afgekeurd. 21. Op 22 april 2025 heeft Brugel het voorstel tot wijziging van de typesamenwerkingsovereenkomst met de publieke distributienetbeheerders goedgekeurd, met de vraag om: - om binnen 30 dagen na toepassing van de modulatie een verslag op te stellen in het kader van de incompressibiliteit, waarin de redenen, de uitvoering en de gevolgen worden uiteengezet, alsook een overzicht van de te betalen compensatie; - het ontwikkelen van een technisch voorschrift met betrekking tot de modulatie in het geval van incompressibiliteit; - een compensatiemechanisme te voorzien in overeenstemming met het wettelijk kader. - Daarnaast verzoekt Brugel SYNERGRID eveneens om bij een toekomstige wijziging van de samenwerkingsovereenkomst artikel 5.2 van het basiscontract te finaliseren, bijlage 18 aan te vullen en rekening te houden met eventuele toekomstige wijzigingen aan het operationele contract, opgenomen in bijlage 19. 2.2. RAADPLEGING 22. Synergrid heeft, mede in opdracht van Elia, een openbare raadpleging gehouden over het voorstel van de SOK van 20 december 2024 tot en met 1 februari 2025. 23. De antwoorden die Synergrid tijdens deze openbare raadpleging ontving en het consultatierapport van 28 februari 2025 (Bijlage 2 van deze beslissing) worden aan het aanvraagdossier tot goedkeuring van het voorstel van Elia van 28 februari 2025 toegevoegd. Synergrid ontving meer bepaald twee niet vertrouwelijke antwoorden, nl. van Febeliec en Febeg. 24. Met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement5 zal het directiecomité van de CREG met het oog op het nemen van een beslissing, geen openbare raadpleging organiseren wanneer de netbeheerder of een persoon (mede) in opdracht van de netbeheerder reeds een effectieve openbare raadpleging organiseerde over het voorwerp van de beslissing van het directiecomité. In dat geval zorgt het directiecomité ervoor dat het geheel van documenten en informatie betreffende de raadpleging, de antwoorden alsmede een verslag waarin geantwoord wordt op de ontvangen opmerkingen, aan hem worden overgemaakt. 25. Met toepassing van artikel 40, derde lid, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG wordt onder een “effectieve openbare raadpleging” begrepen een raadpleging op de 3 https://brugel.brussels/nl_BE/documents/rechercher/page/32 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2763 5 www.staatsblad.be 4 Niet-vertrouwelijk 13/37 website van de organisator ervan, waarbij alle partijen die geregistreerd zijn op deze website onverwijld per nieuwsbrief of e-mailbericht geïnformeerd worden van het lanceren van de raadpleging, die gemakkelijk toegankelijk is vanuit de startpagina van deze website, die voldoende gedocumenteerd is en die een redelijke antwoordtermijn laat. In geval van een raadpleging door een persoon die daartoe rechtmatig (mede) door de netbeheerder wordt belast, is slechts sprake van een effectieve openbare raadpleging indien, bovenop de voorwaarden bedoeld in de vorige zin, de website van de netbeheerder een duidelijke verwijzing bevat naar deze raadpleging. 26. De openbare raadpleging over SOK vond plaats op de website van Synergrid - mede in opdracht van Elia waar het toegankelijk was in de rubriek “Openbare raadpleging” en had een redelijke duurtijd (zes weken). Synergrid verstuurde ook een mailing naar de partijen die geregistreerd zijn op haar website (zoals gebruikelijk bij consultaties uitgevoerd door Synergrid). Het voorstel SOK werd aan de raadpleging toegevoegd. Ook op de website van Elia werd een verwijzing opgenomen over deze raadpleging naar de website van Synergrid. Bijgevolg beschouwt de CREG de openbare raadpleging georganiseerd van 20 december 2024 tot en met 1 februari 2025 over de SOK als effectief. In deel drie van deze beslissing zal de CREG inhoudelijk ingaan op de voorgestelde wijzigingen van de SOK. 3. BEOORDELING 3.1. GOEDKEURINGSCRITERIA 27. Met toepassing van artikel 3 van de gedragscode dient de netbeheerder de daarin opgesomde type-overeenkomsten evenals alle wijzigingen die hieraan worden aangebracht, aan de CREG ter goedkeuring voor te leggen: “Art. 3. § 1. Worden aan de goedkeuring van de CREG onderworpen, volgens de procedure van paragraaf 2 en onverminderd de Europese netcodes en richtsnoeren, de ontwerpen van type-overeenkomsten, evenals de wijzigingen ervan, voor:
- a)de aansluiting op het transmissienet;
- b)de toegang tot het transmissienet;
- c)de balanceringsverantwoordelijkheid;
- d)het verstrekken van ondersteunende diensten aan de transmissienetbeheerder;
- e)de programmaverantwoordelijkheid op het transmissienet;
- f)de verantwoordelijkheid voor de niet-beschikbaarheidsplanning op het transmissienet;
- g)de informatie-uitwisseling met de aanbieders van ondersteunende diensten en de leveranciers op het transmissienet;
- h)de samenwerking met de lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders, met inbegrip van het akkoord bedoeld in artikel 40, lid 7, van de Europese richtsnoeren SOGL. Niet-vertrouwelijk 14/37 § 2. De transmissienetbeheerder geeft zo vlug mogelijk kennis aan de CREG van de ontwerpen van overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1 en de hieraan aangebrachte wijzigingen. De ontwerpen van de type-overeenkomsten en de hieraan aangebrachte wijzigingen worden ingediend na publieke raadpleging door de transmissienetbeheerder, georganiseerd op zijn website. Onverminderd de bevoegdheden voor de CREG in de Europese netcodes en richtsnoeren, neemt de CREG haar beslissing tot goedkeuring, tot verzoek om herziening van bepaalde clausules of tot weigering van de goedkeuring, binnen een redelijke termijn. De transmissienetbeheerder publiceert de goedgekeurde typeovereenkomsten zo snel mogelijk op zijn website. § 3. De formulieren bedoeld in deze gedragscode worden zo snel mogelijk door de transmissienetbeheerder aan de CREG bezorgd. De CREG bezorgt haar opmerkingen bij deze formulieren aan de transmissienetbeheerder. Dezelfde procedure geldt voor de aan deze formulieren aangebrachte wijzigingen. § 4. De ontwerpen van de type-overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1, net als hun eventuele wijzigingen, preciseren hun ingangsdatum die wordt goedgekeurd door de CREG, rekening houdend met hun draagwijdte en vereisten gelinkt aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het transmissienet. ” Het zijn, met uitzondering van de type-samenwerkingsovereenkomst tussen Elia en de distributienetbeheerders, contracten waarvan alle bepalingen eenzijdig zijn vastgesteld door Elia en waarover de netgebruikers niet kunnen onderhandelen. Juridisch gezien dienen deze overeenkomsten derhalve als toetredingsovereenkomsten te worden gekwalificeerd. 28. Artikel 3 van de gedragscode bepaalt niet aan welke criteria de CREG de type-overeenkomsten met het oog op het nemen van haar beslissingen moet toetsen6. Het komt derhalve aan de CREG toe een concrete invulling te geven aan deze beoordelingsbevoegdheid. Uit het geheel van Europese en nationale wettelijke bepalingen die de energiemarkt beheersen7 blijkt dat de verschillende actoren (de lidstaten, de regulatoren, de netbeheerder, …) allen moeten ageren om volgend fundamenteel doel te bereiken: bijdragen aan de totstandkoming van een geïntegreerde interne elektriciteitsmarkt, die terzelfdertijd concurrentieel, flexibel, efficiënt, betrouwbaar en zeker is, duurzaam vanuit milieuoogpunt en die rekening houdt met de belangen van de consument. Het nastreven van dit fundamenteel doel vertaalt zich in de verplichting (onder meer) voor lidstaten, regulatoren en netbeheerders om bij hun handelingen rekening te houden met: - de zekerheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net, - de opheffing van alle belemmeringen van de markt en obstakels voor toegang tot het net voor nieuwkomers, 6 Zoals in artikel 4 van het federaal technisch reglement eveneens het geval was, doch in tegenstelling tot artikel 6, § 1, van het opgeheven technisch reglement van 19 december 2002 (het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe). Dit laatste artikel bepaalde dat de CREG in haar onderzoek met het oog op het nemen van haar beslissing met betrekking tot de toegangscontracten van de netbeheerder, dient na te gaan of de algemene voorwaarden van deze contracten : (
- a)de toegang tot het net niet belemmeren ; (
- b)de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net niet in gevaar brengen ; (
- c)conform het algemeen belang zijn. 7 Artikelen 40, lid 3, 42, 58 en 59 van Richtlijn 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU, artikel 3 van Verordening 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit, de Europese netcodes en richtsnoeren bedoeld in artikel 2, § 1, 1), 1°, van de gedragscode, artikelen 8 en 23 van de elektriciteitswet. Niet-vertrouwelijk 15/37 - de kwaliteit van de openbare dienst, - de bescherming van de consument, - de energie-efficiëntie en de milieuaspecten. Daarbij moeten de markactoren onder meer: - de principes van proportionaliteit en niet-discriminatie toepassen, - de transparantie verzekeren, - waken over de naleving van de technische, juridische beperkingen alsook deze inzake betrouwbaarheid van het net. 29. De CREG kan en moet derhalve nog steeds, zoals het geval was met toepassing van artikel 6 van het opgeheven federaal technisch reglement (zie voetnoot 12), nagaan of de ontwerpen van typeovereenkomsten:
- a)de toegang tot het net niet belemmeren;
- b)de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net niet in gevaar brengen;
- c)conform het algemeen belang zijn. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de ongelijkwaardige positie van de contractspartijen, behalve dan bij de samenwerkingsovereenkomst tussen transmissienetbeheerder en distributienetbeheerders die in overleg tot stand komt en die de CREG beschouwt als gelijkwaardige contractspartners. Elia heeft, als exclusief beheerder van het transmissienet, een wettelijke monopoliepositie. Het transmissienet is voor de netgebruikers een essentiële infrastructuur waarvoor geen alternatief bestaat ; voor de uitoefening van hun activiteiten zijn zij genoodzaakt met Elia overeenkomsten te sluiten om toegang tot en het gebruik van het transmissienet te hebben. Geen belemmering van de toegang tot het transmissienet 30. Krachtens artikel 15 van de elektriciteitswet hebben de in aanmerking komende afnemers, producenten en tussenpersonen een recht van toegang tot het transmissienet. De vrije toegang tot het transmissienet is essentieel voor de vrijmaking van de elektriciteitsmarkt. Het recht van toegang tot het transmissienet is dan ook een basisprincipe dat ruim dient te worden geïnterpreteerd. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet derhalve uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend geïnterpreteerd worden (cf. de uitzondering vervat in artikel 15, § 1, derde lid, van de elektriciteitswet). De CREG meent dan ook dat het niet kan toegelaten worden dat de netbeheerder op enige wijze het recht van toegang tot het transmissienet van in aanmerking komende afnemers, producenten en tussenpersonen zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke contractvoorwaarden. Veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het transmissienet 31. Eén van de taken van de netbeheerder bestaat erin te zorgen voor een zeker, betrouwbaar en efficiënt elektriciteitsnet en er in dit verband op toezien dat de nodige ondersteunende diensten beschikbaar zijn en geïmplementeerd worden, voor zover die beschikbaarheid onafhankelijk is van Niet-vertrouwelijk 16/37 ieder ander transmissienet waaraan zijn systeem gekoppeld is. Bij het onderzoek van de typeovereenkomsten wordt dan ook geverifieerd of hieraan voldaan is. Bijzondere aandacht moet worden verleend aan de aspecten van energie-efficiëntie, de integratie van hernieuwbare energiebronnen en de milieuoverwegingen aangezien deze aangelegenheden een aanzienlijk belang hebben verworven in de Europese en nationale wetgeving de laatste jaren. Conformiteit met het algemeen belang 32. De vennootschap die het transmissienet beheert, dient dit beheer waar te nemen in het algemeen belang, ten voordele van alle afnemers en alle leveranciers van stroom8. 33. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing van artikel 3 van de gedragscode interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving, het mededingingsrecht en de taalwetgeving, en de algemene verbintenissenrechtelijke regels waarvan de niet-naleving gesanctioneerd wordt door (ver)nietig(baar)heid of doordat strijdige bedingen als ongeschreven worden beschouwd. Hierbij dient te worden opgemerkt dat sommige van deze rechtsregels in de praktijk dezelfde eisen stellen aan de contracten, zoals bijvoorbeeld de vereiste van redelijke, billijke, evenwichtige en proportionele contractsbepalingen. De sectorspecifieke wetgeving 34. De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels daarin van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot het transmissienet en de regulering van de transmissienettarieven. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot het transmissienet en de gedragscode, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake elektriciteit betreffen, met inbegrip van het toezicht op de Europese verordeningen die de netcodes en richtsnoeren in de elektriciteitssector vaststellen (artikel 23, § 2, tweede lid, 8°, van de elektriciteitswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 31 van de elektriciteitswet). Dankzij artikel 3 van de gedragscode hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 31 van de elektriciteitswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de typeovereenkomsten weren en de netbeheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. Het mededingingsrecht 35. In het kader van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de consument en van een gelijk speelveld voor de concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een dominante positie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onbillijke voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. 8 Zie onder meer Parl. St. Senaat 1998-99, nr.1308/4, blz. 22. Niet-vertrouwelijk 17/37 Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot het net. De vrije toegang tot het net is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de elektriciteitsmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de voorwaarden die door de netbeheerder aan zijn medecontractanten opgelegd wordt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van elektriciteit aan klanten maar alle markten van elektriciteitssector betreft waarop geen wettelijk monopolie is toegekend (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de handel van elektriciteit en de markt voor productie van elektriciteit). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de netbeheerder in een contract dat activiteiten op een welbepaalde markt betreft, onbillijke voorwaarden zou opleggen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. 36. Artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht, evenals artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), verbieden ondernemingen immers om misbruik te maken van een machtspositie op de betrokken Belgische markt/interne markt of op een wezenlijk deel ervan. Elia heeft een wettelijk monopolie wat betreft het beheer van het transmissienet in België. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een machtspositie9. Er is sprake van een machtspositie wanneer de positie een onderneming in staat stelt om de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging te verhinderen doordat zij het haar mogelijk maakt zich, jegens haar concurrenten, afnemers of leveranciers, in belangrijke mate onafhankelijk te gedragen. Het misbruik van machtspositie kan verschillende courante vormen aannemen zoals het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden, de discriminatie tussen handelspartners door het toepassen van ongelijke voorwaarden voor gelijkwaardige prestaties. Het opnemen van clausules in de type-overeenkomst die onbillijk zijn, namelijk clausules die de medecontractant van Elia niet zou hebben aanvaard onder normale mededingingsvoorwaarden, zijn ongeoorloofd en kunnen niet worden aanvaard. Dergelijke clausules dienen beschouwd te worden als zijnde misbruik van de machtspositie in hoofde van Elia. De algemene verbintenissenrechtelijke regels Nieuw Burgerlijk Wetboek 37. Het Burgerlijk Wetboek werd grondig hervormd en zal op termijn uit 10 boeken bestaan. De stand van zaken op datum van huidige beslissing en voor zover van belang voor het onderwerp van huidige beslissing kan als volgt worden weergegeven: Boek 1: Algemene bepalingen: de wet van 28 april 2022 houdende boek 1 'Algemene bepalingen' van het Burgerlijk Wetboek werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 1 juli 2022. De wet is in werking getreden op 1 januari 2023 (de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad). Artikel 3 van voormelde wet bepaalt: 9 HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-01979. Niet-vertrouwelijk 18/37 “De bepalingen van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op alle rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet. Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, zijn die niet van toepassing en blijven de vorige regels van toepassing: 1° op de toekomstige gevolgen van rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet; 2° in afwijking van het eerste lid, op rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet die betrekking hebben op een verbintenis ontstaan uit een rechtshandeling of rechtsfeit dat heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet.” Boek 5: Verbintenissen: De wet van 28 april 2022 houdende invoeging van boek 5 'Verbintenissen' van het Burgerlijk Wetboek werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 1 juli 2022. De wet is in werking getreden op 1 januari 2023 (de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad). Artikel 64 van voormelde wet bepaalt: “De bepalingen van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op alle rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet.” Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, zijn die bepalingen niet van toepassing en blijven de vorige regels van toepassing: 1° op de toekomstige gevolgen van rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet; 2° in afwijking van het eerste lid, op rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet die betrekking hebben op een verbintenis ontstaan uit een rechtshandeling of rechtsfeit dat heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet.” Boek 6: Buitencontractuele aansprakelijkheid: Het wetsvoorstel tot hervorming van het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht (boek 6 van het Burgerlijk Wetboek) werd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 1 februari 2024 aangenomen. De zes artikelen in het oud Burgerlijk Wetboek worden uitgebreid tot 40 nieuwe artikelen in het nieuw Burgerlijk Wetboek. Het uitgangspunt van de hervorming is een evenwicht te vinden tussen de vrijheid van handelen en ondernemen enerzijds en de bescherming van het slachtoffer anderzijds. Daartoe worden enkele kleinere en grotere wijzigingen ingevoegd. Fout, schade en oorzakelijk verband zijn nog steeds de elementen van een onrechtmatige daad. Boek 7: Bijzondere overeenkomsten: De Commissie voor de hervorming van het overeenkomstenrecht zet haar werkzaamheden verder. Boek 8: Bewijs: De wet van 13 april 2019 tot invoering van het (nieuwe) Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van boek 8 'Bewijs' in dat Wetboek is in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt en is op 1 november 2020 in werking getreden. Niet-vertrouwelijk 19/37 Boek 9: Zekerheden: De Commissie voor de hervorming van het recht betreffende de zekerheden zet haar werkzaamheden verder. Er werd eveneens een Commissie voor de hervorming van het hypotheekrecht opgericht. Zij zet haar werkzaamheden verder. Boek 10: Verjaring: De Commissie voor de hervorming van het verjaringsrecht zet haar werkzaamheden verder. De belangrijkste wijzigingen in boek 5 “Verbintenissen” ten opzichte van het oud Burgerlijk Wetboek zijn: - de codificatie van belangrijke rechtsfiguren, ontwikkeld in de rechtspraak, - de modernisering of wijziging van bepaalde begrippen. Boek 5 “Verbintenissen” van het Burgerlijk Wetboek 38. Het nieuwe verbintenissenrecht trad in werking op 1 januari 2023. Het werd gecodificeerd in Boek 5 “Verbintenissen” van het (nieuw) Burgerlijk Wetboek. Een aantal bepalingen uit dit Boek 5 zijn bijzonder vermeldenswaard in de context van de typeovereenkomsten gehanteerd door Elia. i. Definitie van “toetredingscontract” 39. Artikel 5.10 “Toetredingscontract” van het Burgerlijk Wetboek definieert het begrip “toetredingscontract” als volgt: “Een contract is een toetredingscontract wanneer het vooraf en eenzijdig is opgesteld door een partij en er niet over onderhandeld kan worden. Het feit dat over sommige bedingen van het contract kan worden onderhandeld, sluit de toepassing van dit artikel op de rest van het contract niet uit, indien de globale beoordeling leidt tot de conclusie dat het niettemin gaat om een toetredingscontract.” i. Gemeenrechtelijk verbod van kennelijk onevenwichtige bedingen 40. Artikel 5.52 “Onrechtmatige bedingen” van het Burgerlijk Wetboek luidt als volgt: “Elk beding waarover niet kan worden onderhandeld en dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen is onrechtmatig en wordt voor niet geschreven gehouden. Bij de beoordeling van het kennelijk onevenwicht wordt rekening gehouden met alle omstandigheden rond het sluiten van het contract. Het eerste lid is noch van toepassing op de bepaling van de hoofdprestaties van het contract, noch op de gelijkwaardigheid van deze hoofdprestaties.” i. Schadebeding 41. Artikel 5.88. “Schadebeding” van het Burgerlijk Wetboek bepaalt het volgende daarover: “§ 1. De partijen kunnen vooraf overeenkomen dat in geval van toerekenbare nietnakoming, de schuldenaar als vergoeding gehouden is tot de betaling van een forfaitair bedrag of tot het leveren van een bepaalde prestatie. In dit geval kan aan de andere partij geen grotere, noch kleinere vergoeding worden toegekend. § 2. Niettemin matigt de rechter, ambtshalve of op verzoek van de schuldenaar, het schadebeding als het kennelijk onredelijk is, waarbij hij rekening houdt met de schade en Niet-vertrouwelijk 20/37 alle andere omstandigheden, in het bijzonder met de rechtmatige belangen van de schuldeiser. Bij matiging kan de rechter de schuldenaar niet veroordelen tot een vergoeding die lager is dan een redelijk bedrag of een redelijke prestatie. § 3. Wanneer interest is bedongen voor vertraging in de betaling van een geldsom, is paragraaf 2, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Bij matiging kan de rechter de schuldenaar niet veroordelen tot een interest die lager is dan de wettelijke interest. § 4. Wanneer zij opgenomen zijn in de algemene voorwaarden van een toetredingscontract en betrekking hebben op de niet-nakoming van een geldschuld, kan de Koning bij koninklijk besluit, overlegd in Ministerraad, in afwijking van de tweede en derde paragraaf, het maximum bedrag van het schadebeding en de maximale moratoire intrest vastleggen. Hij houdt hierbij rekening met het bedrag van de verbintenis tot betaling van een geldsom, met de soort overeenkomst en de sector van de betrokken activiteiten. Afwijkende bedingen worden voor niet-geschreven gehouden in de mate dat zij het toegelaten maximum overschrijden. § 5. Indien de verbintenis gedeeltelijk is uitgevoerd, herleidt de rechter naar evenredigheid het schadebeding dat betrekking heeft op de volledige niet-nakoming door de schuldenaar. § 6. Indien het schadebeding betrekking heeft op een onredelijk gering bedrag of geringe prestatie, rekening houdend met de schade en alle andere omstandigheden, in het bijzonder de rechtmatige belangen van de schuldeiser, is artikel 5.89 van overeenkomstige toepassing. § 7. Ieder beding dat strijdig is met de bepalingen van paragrafen 2, 3 of 5 wordt voor nietgeschreven gehouden.” i. Bevrijdingsbedingen 42. Artikel 5.89. “Bevrijdingsbeding” van het Burgerlijk Wetboek bepaalt het volgende: “§ 1. Tenzij de wet anders bepaalt, mogen de partijen een beding overeenkomen dat de schuldenaar volledig of gedeeltelijk bevrijdt van zijn contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid. Het beding kan de schuldenaar bevrijden van zijn zware fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan. Een dergelijke bevrijding wordt niet vermoed. Worden evenwel voor niet-geschreven gehouden de bedingen die de schuldenaar bevrijden: 1° van zijn opzettelijke fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan; of 2° van zijn fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan, wanneer die fout het leven of de fysieke integriteit van een persoon aantast. Het beding dat het contract uitholt, wordt eveneens voor niet-geschreven gehouden. § 2. Doet de schuldenaar voor de nakoming van het contract een beroep op hulppersonen, dan kunnen zij tegen de hoofdschuldeiser het bevrijdingsbeding inroepen dat is overeengekomen tussen hem en de schuldenaar.” Wetboek van economisch recht 43. Door een wet van 4 april 2019 worden in het Wetboek van economisch recht (WER) drie sets van nieuwe regels ingevoerd voor relaties tussen ondernemingen (b2b). De eerste set heeft betrekking op de transparantie en de interpretatie van clausules in b2b-contracten alsook de (on)rechtmatigheid van contractuele clausules in b2b-relaties. De tweede set verbiedt een nieuwe restrictieve Niet-vertrouwelijk 21/37 mededingingspraktijk, namelijk misbruik van een positie van economische afhankelijkheid. Tot slot, de derde set van regels onderscheidt een aantal categorieën van oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen. 44. Worden als belangrijk in dit kader beschouwd: Art. VI.91/2. Indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, moeten ze duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. Een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden. Art. VI.91/3. § 1. Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig. § 2. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding. De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. Art. VI.91/4. Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken : 1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil; 2° de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren; 3° in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming; 4° op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst. Art. VI.91/5. Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken : 1° de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen; 2° een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 3° zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust; Niet-vertrouwelijk 22/37 4° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen; 5° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 6° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken; 7° de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen te beperken; 8° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden. Art. VI.91/6. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan. De wetgever heeft er dus voor gekozen om contracten gesloten tussen ondernemingen aan een reeks van nieuwe open normen te onderwerpen, die de ondernemings- en contractvrijheid beperken. Voortaan zijn bedingen in ondernemingscontracten onrechtmatig en nietig indien ze een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van partijen scheppen. Wet op het taalgebruik 45. De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken zijn van toepassing op de typeovereenkomsten gehanteerd door Elia. 3.2. ALGEMENE OPMERKINGEN BETREFFENDE DE VOORGESTELDE WIJZIGINGEN 3.2.1. Voorafgaand 46. Het voorstel SOK bestaat uit enerzijds een basiscontract en anderzijds uit 19 bijlagen. 47. In haar beslissing (B)2384 van 22 augustus 2022 heeft de CREG de SOK, versie 3.0, ingediend op 30 september 2021 goedgekeurd, met dien verstande dat aan Elia gevraagd werd om bij een eerstvolgend voorstel tot wijziging van de SOK rekening te houden met haar opmerkingen en vragen naar informatie verwoord in deze beslissing. Het betreft meer bepaald de vragen (tot aanpassing of naar informatie) en opmerkingen in de paragrafen 20, 21, 41, 44, 47 tot 51, 53, 66, 67, 69, 82, 84, 88, 91, 110, 113, 118, 120, 125 tot 129, 134, 135, 137 tot 139, 144 tot 146, 148, 151, 154, 159, 162, 164, 165, 171, 172, 175, 177, 180, 181, 182, 184, 185, 187, 189, 191 tot 200 en 202 tot 209 van de beslissing (B)2384 van 22 augustus 2022. 48. Na onderzoek van de SOK, versie 3.0, heeft de CREG vastgesteld dat aan voormelde opmerkingen en vragen naar informatie ofwel niet voldoende gevolg werd gegeven, ofwel de CREG nog bijkomende opmerkingen en/of vragen heeft naar informatie. 49. De CREG heeft in paragraaf 48 van haar beslissing (B)2763 van 16 januari 2025 alle nog openstaande opmerkingen uit beslissing (B)2384 van 22 augustus 2022 opgelijst. Ook heeft ze nieuwe Niet-vertrouwelijk 23/37 opmerkingen geformuleerd in haar beslissing (B)2763, hetgeen geleid heeft tot een afkeuring van de type-samenwerkingsovereenkomst ingediend bij de CREG op 1 juli 2024. 50. Uit de begeleidende e-mail van Synergrid begrijpt de CREG dat het voorstel tot wijziging van type-SOK van 28 februari 2025 niet tegemoetkomt aan de opmerkingen die geformuleerd werden door de CREG in haar beslissing (B)2763 van 16 januari 2025. Synergrid vraagt bijgevolg in haar begeleidende brief aan de CREG om eventueel enkel een beslissing te nemen over bijlage 17 van het voorstel tot wijziging van de type-SOK ingediend op 28 februari 2025, en dit omdat bijlage 17 zijn belang heeft teneinde over een contractueel kader te beschikken tussen de DNBs en Elia als TSO voor de problematiek incompressibiliteit die vanaf april 2025 mogelijks zou kunnen voorkomen in België. De CREG neemt hiervan nota en zal in deel 3 van deze beslissing de voorgestelde wijziging van de typeSOK ingediend op 28 februari 2025 onderzoeken, wetende dat dit voorstel nog geen gevolg heeft gegeven aan de opmerkingen geformuleerd in haar beslissing (B)2763. De CREG vraagt aan Elia om bij een eerstkomend voorstel tot wijziging van de type-SOK, bijgevolg niet alleen rekening te houden met de opmerkingen zoals geformuleerd in paragrafen 55, 57, 60, 63, 66, 67, 68, 70, 72, 73, 74, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 84, 85, 87, 90, 91 ,93, 94 , 95, 96, 97, 98, 99, 100, 101, 103, 104, 108, 110, 111, 112, 113, 114, 115, 116, 117, 118, 120 ,121, 122, en 127 van beslissing (B)2763 van 16 januari 2025, maar eveneens met de opmerking geformuleerd in huidige beslissing. Deze opmerkingen betreffen artikel 5.2 van het basiscontract, bijlage 7, bijlage 11, bijlage 14, en bijlage 16, maar ook de nieuwe bijlagen 18 en bijlage 19 van het voorstel tot wijziging van type-SOK aangezien deze nieuwe bijlagen verband houden met flexibiliteit, het FlexHub contract en het RTCP-contract. 51. In de aanvraag van Synergrid van 28 februari 2025, specifieert Synergrid dat er wijzigingen voorgesteld worden in het basiscontract, alsook in de bijlagen 1, 6, 11, 12, 14, 17 en nieuwe bijlagen 18 en 19. Deze voorgestelde wijzigingen zijn aangeduid in het blauw. Gegeven hetgeen uiteengezet werd in paragraaf 50 van deze beslissing, zal de CREG enkel de voorgestelde wijzigingen in bijlage 17 van het voorstel tot wijziging van de type-SOK onderzoeken. 3.2.2. Opmerkingen ontvangen tijdens de door Synergrid georganiseerde openbare raadpleging 52. Hierna analyseert de CREG welk gevolg Elia heeft gegeven aan de opmerkingen ontvangen tijdens de openbare raadpleging van 20 december 2024 tot en met 1 februari 2025 over dit voorstel tot wijziging van de type-SOK. 53. Febeliec antwoordt tijdens deze openbare raadpleging dat Elia de kosten moet dragen om de netveiligheid te verzekeren ten gevolge van inacties van BRPs. Febeliec stelt dat deze kosten, via de transmissienettarieven, gedragen zullen worden door eindconsumenten terwijl deze eindconsumenten niet verantwoordelijk zijn voor incompressibiliteit. Febeliec merkt op dat het dragen van deze kosten door eindconsumenten, de incompressibiliteit niet zal vermijden, maar in extreme gevallen ertoe zal leiden dat het probleem van incompressibiliteit nog zal vergroten. De netbeheerders antwoorden dat ze de redenering van Febeliec begrijpen, en leggen uit dat de opname van een vergoedingsmechanisme veroorzaakt wordt door de interpretatie van gewestelijke regulatoren die stellen dat gewestelijke regelgeving inzake vergoedingen voor incompressibiliteit van toepassing is. 54. De CREG gaat akkoord met de bezorgdheden van Febeliec, zijnde dat een vergoedingskader voor netgebruikers in geval van incompressibiliteit ertoe zal leiden dat netgebruikers minder geneigd zullen zijn om hun balanceringsmiddelen aan te bieden bij de TSB. Als gevolg is de CREG van mening dat het voorzien van een vergoedingskader, het nastreven door de TSB van een veilige, betrouwbare en Niet-vertrouwelijk 24/37 effectieve uitbating van het transmissienet zal bemoeilijken, en de BRP belemmert om afspraken te maken met netgebruikers om de BRPs te helpen in reële tijd in evenwicht te zijn of het systeem te helpen in evenwicht te brengen. De CREG verwijst daarenboven ook naar paragraaf 94 van deze beslissing betreffende de interpretatie van het wettelijk en regelgevend kader omtrent de vergoedingen in geval van incompressibiliteit. 55. Febeliec geeft vervolgens ook als feedback dat de procedure met betrekking tot de pro-rata verdeling van de remediërende maatregel tussen de DSBs, inclusief de uitsluiting van transformatoren, complex is en mogelijks niet efficiënt noch effectief is. Febeliec wijst erop dat incompressibiliteit mogelijks niet lang op voorhand geïdentificeerd kan worden. Netbeheerders erkennen de complexe procedure van de maatregel, maar stellen ook dat de maatregel effectief zal zijn ondanks haar complexiteit. 56. De CREG leidt uit het antwoord van Febeliec niet af dat zij beweert dat de remediërende maatregel in haar geheel complex is. De feedback van Febeliec is eerder specifiek gericht op de delen 3.3 en 3.4 van bijlage 17 van het voorstel tot wijziging van de type-SOK. De CREG is van mening dat de toepassing van een pro-rata verdeelsleutel binnen het kader van een last resort remediërende maatregel alvorens het transmissiesysteem in een noodtoestand of blackouttoestand terecht komt, verdedigbaar is (cfr. deel 3.3 van bijlage 17). Deze verdeelsleutel verdeelt de totaal gevraagde wijziging van actief vermogen in de LFC Zone over DSBs zodat de TSB aan elke DSB een instructie kan geven dat proportioneel is met de bijdrage van dit distributienet aan de frequentieherstelregelfout in de Belgische LFC Zone. De CREG verwijst verder naar paragraaf 90 van deze beslissing. De CREG deelt wel de mening van Febeliec aangaande de complexiteit van de procedure ter uitsluiting van specifieke transformatiestations (cfr. deel 3.4 van bijlage 17), en verwijst hiervoor naar paragraaf 91 van deze beslissing. 57. Febeg antwoordt dat de technische maatregel enkel als last resort maatregel ingezet mag worden. Netbeheerders verwijzen naar bijlage 17 van het voorstel tot wijziging van de type-SOK. 58. De CREG stelt vast dat aan deze opmerking voldaan werd bij de beschrijving van de remediërende maatregelen voor frequentieafwijkingsbeheer in de LFC BOA. De CREG verwijst ook naar paragraaf 86 van deze beslissing om te motiveren waarom de LFC BOA het juiste regelgevende document is om aan de opmerking van Febeg tegemoet te komen. 59. Febeg vindt het cruciaal om transparantie te bekomen over de momenten waarop de activatie ten gevolge van incompressibiliteit plaats zal vinden. Netbeheerders antwoorden dat ze de wettelijke verplichtingen omtrent de ter beschikking van informatie zullen naleven. Netbeheerders specifiëren dat de gewestelijke regelgeving van toepassing is. 60. De CREG merkt op dat de terbeschikkingstelling van informatie aan BRPs reeds onderdeel uitmaakt van de LFC BOA. De CREG verwijst ook naar paragraaf 86 van deze beslissing om te motiveren waarom de LFC BOA het juiste regelgevende document is om aan deze opmerking van Febeg tegemoet te komen. Ook verwijst de CREG naar haar vraag in paragraaf 99 van deze beslissing om te verduidelijken welke gewestelijke regelgeving van toepassing is wanneer de remediërende maatregel voor frequentieafwijkingsbeheer uitgevoerd wordt, en welke samenwerking uit deze regelgeving voortvloeit. Niet-vertrouwelijk 25/37 61. Febeg vindt het ook niet kunnen dat alle beschikbare vermogens van één BRP zouden geactiveerd worden, terwijl een andere BRP geen aanpassing moet doen. Netbeheerders verduidelijken dat er een willekeurige verspreiding is van de aansturing van het vermogen. 62. De CREG aanvaardt het argument van de netbeheerders. De CREG kan echter begrijpen dat een BRP gekant is tegen een interventie van de TSB in zijn portfolio. Echter primeert het algemeen belang van systeemveiligheid boven het individueel belang van een BRP. BRPs kunnen ook zelf de aanpassing van werkzaam vermogen in hun portfolio uitvoeren alvorens de TSB zich hiertoe genoodzaakt ziet om de systeemveiligheid te verzekeren. 63. Febeg wenst de vorm van correctie/compensatie verduidelijkt te zien op EAN-niveau. Netbeheerders antwoorden dat de compensatie op EAN-niveau gebeurt, volgens gewestelijke regelgeving. De correctie gebeurt op niveau van de BRP. 64. De CREG verwijst naar paragraaf 54 van deze beslissing. 65. Febeg stelt vast dat de modulatievolgorde voor Wallonië en Brussel niet bepaald wordt in de samenwerkingsovereenkomst. Febeg is van mening dat eerst PV, dan wind, en dan WKKs afgeregeld moeten worden. Netbeheerders antwoorden dat de modulatievolgende niet noodzakelijk dezelfde is in de gewesten. 66. De CREG merkt op dat de LFC BOA, goedgekeurd bij beslissing (B)2992 door de CREG op 10 april 2025 de activatievolgorde, zoals uiteengezet door Febeg, oplegt in de hele Belgische LFC Zone. 67. Febeg merkt op dat batterijen niet zullen injecteren, maar afnemen, op momenten van incompressibiliteit. Volgens Febeg is het belangrijk te verduidelijken dat een batterij niet gehinderd mag worden in de afname op momenten van incompressibiliteit. Netbeheerders specifiëren in de samenwerkingsovereenkomst dat batterijen die injecteren zullen afgeregeld worden. 68. De CREG verwijst naar paragraaf 93 van deze beslissing. 69. Febeg benadrukt dat een eenvoudige, automatische (geïntegreerd in de markt) en op Belgisch niveau gealigneerde aanpak rond Energieoverdracht nodig is. Netbeheerders danken Febeg voor deze opmerking. 70. De CREG neemt akte van deze opmerking van Febeg. 71. Febeg wenst te benadrukken dat niet-marktgebaseerde flexibiliteit een suboptimale oplossing is. Het is belangrijk voor Febeg dat marktpartijen zelf de prijs kunnen bepalen voor de flexibiliteitsdiensten die ze (al of niet) aanbieden in de markt. Netbeheerders merken op dat niet-marktgebaseerde flexibiltieit niet noodzakelijk een suboptimale oplossing is. 72. De CREG neemt nota van de reacties van Febeg en de netbeheerders, en merkt op dat het probleem van incompressibiliteit het gevolg is van niet-deelname aan de balanceringsmarkten van beschikbare balanceringsmiddelen in het elektriciteitssysteem. Althans voor balancering deelt de CREG het standpunt van Febeg dat een niet-marktgebaseerde inzet van balanceringsmiddelen (i.e. impliciete reacties) suboptimaal is en leidt tot hogere kosten voor eindgebruikers dan wanneer deze middelen aangeboden worden aan de balanceringsenergiemarkten, al dan niet via aggregatie. Niet-vertrouwelijk 26/37 3.3. BASISCONTRACT SOK 73. De CREG stelt vast dat het basiscontract slechts gewijzigd is op vlak van de bijlagen en de verwijzingen naar de bijlagen. Concreet zijn er drie nieuwe bijlagen toegevoegd, namelijk bijlagen 17, 18 en 19. Bijlage 17 behandelt de samenwerking in geval van incompressibiliteit. Bijlage 18 behandelt de uitwisseling van gegevens met betrekking tot flexibiliteitsdiensten en herneemt tekstueel een aantal delen uit bijlage 6. Bijlage 19 bevat het operationeel contract Communication Platform en FlexHub tussen Elia en de distributienetbeheerders. 3.4. BIJLAGEN SOK 3.4.1. Bijlage 1 74. De CREG stelt vast dat de inventaris van de bijlagen werd bijgewerkt door de drie nieuwe bijlagen hierin op te nemen. 75. De CREG verwijst naar haar opmerkingen per bijlage. 3.4.2. Bijlage 6 76. Elia stelt voor om de perimeter van bijlage 6 te beperken door:
(1)de gegevensuitwisselingen tussen Elia en de DNB in het kader van flexibiliteitsdiensten en
(2)het proces dat verband houdt met de gegevens uitgewisseld na een modulatie van vermogen en de financiële compensatie van de DNB door de TNB en van de distributienetgebruiker door de DNB ten gevolge van deze modulatie, te verwijderen en te verplaatsen naar bijlage
- Voor de opmerkingen hierop verwijst de CREG naar 3.4.7 van huidige beslissing
- Voor wat betreft de voorgestelde bijlage 6 verwijst de CREG naar de paragrafen 49 en 50 van deze beslissing. 3.4.
- Bijlage 11 – Onderhoud en Exploitatie
- Elia stelt voor om operationele procedures op te nemen omtrent “Outage planning en Scheduling” in deel 7.8 van bijlage 11 van het voorstel tot wijziging van type-SOK ingediend op 28 februari
- De CREG verwijst naar artikel 180 van de gedragscode dat bepaalt dat de type-SOK enkel de rechten, verplichtingen, verantwoordelijkheden, evenals de procedures en praktische modaliteiten bevat voor de thema’s opgesomd in de punten 1° tot en met 15°. Daarnaast is de CREG van oordeel dat op de programmerings- of synchrone zone voor België, dat samenvalt met één enkele biedzone en waarvoor de TSO bevoegd is, slechts één geharmoniseerd kader van voorwaarden en methodologieën van toepassing kan zijn zoals bepaald in Titel 2 en 6 van de SOGL en dit omdat de gegevensuitwisseling waarvan sprake in de SOGL dient om de operationele veiligheid van het systeem te garanderen. De uitwerking van deze voorwaarden en methodologieën Niet-vertrouwelijk 27/37 bedoeld in de SOGL horen thuis in de T&C SA-OPA, terwijl de praktische manier hoe de gegevens luidens de T&C SA-OPA uitgewisseld zullen worden, opgenomen moet worden in de type-SOK. De CREG vraagt aan Elia om in eerstkomend voorstel tot wijziging van de type-SOK dit einddoel van samenwerking op te nemen.
- Elia stelt daarnaast voor om de beschrijving van de rollen, verantwoordelijkheden, plichten en rechten met betrekking tot congestiebeheer door modulatie te verwijderen. Ook stelt Elia voor om de rollen, verantwoordelijkheden, plichten en rechten met betrekking tot het operationeel inzetten van flexibiliteit in het kader van congestiebeheer en in het kader van ondersteunende diensten, te verwijderen.
- De CREG stelt vast dat deze verwijderde delen integraal verplaatst werden naar bijlage 18 van het voorstel tot wijziging van type-SOK. De CREG verwijst naar haar opmerkingen in paragraaf 50 van deze beslissing, alsook naar punt 3.4.
- 3.4.
- Bijlage 12 – Opvolging van de continuïteit en de kwaliteit van de voeding
- Elia stelt voor om enkel indien van toepassing de voorgestelde corrigerende maatregelen op te nemen in het verslag van de incidentanalyse. De CREG is niet gekant tegen de verduidelijking dat voorgestelde corrigerende maatregelen enkel in het verslag van de incidentanalyse opgenomen wordt indien er maatregelen worden voorgesteld. Echter is de CREG van mening dat de zinsnede “indien relevant” accurater is dan “indien van toepassing”. De CREG vraagt dan ook aan Elia om naar aanleiding van een eerstkomend voorstel tot wijziging van de type-SOK de zinsnede “indien van toepassing” te vervangen door “indien relevant”. 3.4.
- Bijlage 14 – Definities
- Elia stelt voor om de definitie van “Modulatieconsigne” uit te breiden met de toevoeging “respectievelijk niet onder een minimale limiet te gaan”.
- De wijziging van de definitie heeft een impact op de modaliteiten die beschreven zijn in bijlage 18 van het voorstel tot wijziging van de type-SOK. De CREG wenst, alvorens deze uitbreiding van de definitie goed te keuren, dat eerst tegemoetgekomen wordt aan haar opmerkingen in paragraaf 50 van deze beslissing om een beter begrip te verkrijgen van Elia over de impact, zowel operationeel, financieel als procesmatig (in termen van samenwerking met de DSBs). De CREG vraagt aan Elia om deze opmerking met de CREG te bespreken, en indien nodig, op basis van deze bespreking de nodige aanpassing uit te voeren in bijlage 18 naar aanleiding van een eerstkomend voorstel tot wijziging van de type-SOK, zodat de voorgestelde wijziging betreffende de definitie “Modulatieconsigne” door de CREG goedgekeurd kan worden. 3.4.
- Bijlage 17 - Incompressibiliteit
- Elia stelt een nieuwe bijlage 17 voor, die de samenwerking tussen Elia en DNB beschrijft in het kader van incompressibiliteit of onsamendrukbaarheid.
- In deel 1 van deze bijlage specifieert Elia wat samendrukbaarheid is. Elia stelt dat incompressibiliteit het probleem is van een overaanbod aan geproduceerde elektrische energie in de Belgische regelzone. Elia specifieert ook twee oorzaken van incompressibiliteit. Niet-vertrouwelijk 28/37
- De CREG is van oordeel dat deel 1 van deze bijlage zowel inhoudelijk als wat de rechtsgrond betreft verduidelijkt moet worden waarbinnen Elia een aanpassing van de productie of het verbruik van actief vermogen mag vereisen. Het voorwerp van bijlage 17 beperken tot een situatie van incompressibiliteit, beknot onterecht de samenwerking tussen TSB en DSBs die toegelaten is, zelfs vereist is, conform Unierecht. De TSB heeft namelijk het recht, krachtens meerdere paragrafen van artikel 152 van de SOGL, om aan alle productie-eenheden en vraagfaciliteiten in de Belgische LFC Zone veranderingen in het verbruik en de productie van werkzaam vermogen op te eisen. Elia mag, ook krachtens artikel 152 van de SOGL, deze veranderingen opeisen wanneer:
(1)de FRR-middelen uitgeput zijn (paragraaf 8 van artikel 152 SOGL),
(2)het transmissiesysteem zich in een alarmtoestand bevindt als gevolg van ontoereikende reserves werkzaam vermogen (paragraaf 11 van artikel 152 SOGL),
(3)de frequentieherstelregelfout (hierna: “FRCE”) te hoog wordt (paragrafen 12 en 13 van artikel 152 SOGL) en
(4)de veranderingen het algemeen doel om de FRCE te beperken, dienen (paragraaf 16 van artikel 152 SOGL). Ieder van deze maatregelen worden in de LFC BOA beschreven, krachtens artikel 119
(1)r) van de SOGL en krachtens artikel 6
(3)e) iii) van de SOGL. Met andere woorden, het voorwerp van bijlage 17 is beperkt tot één van de gevallen hiervoor opgelijst op grond waarvan Elia aanpassingen aan het verbruik en de productie van actief vermogen kan opleggen, en niet voor de gevallen die niet in het Unierecht zijn gedefinieerd als incompressibiliteit. De maatregelen zoals uiteengezet hierboven hebben als doel om (de bijdrage van de Belgische LFC Zone aan) de frequentieafwijking in het transmissiesysteem te beheren. Hieruit kunnen twee zaken afgeleid worden. Ten eerste, worden de maatregelen die de TSB krachtens artikel 152 van de SOGL kan inzetten, conform het Unierecht gecatalogeerd onder remediërende maatregelen voor frequentieafwijkingsbeheersprocedures (cfr. artikel 22
(1)(h) van de SOGL), en niet als maatregelen voor redispatching (cfr. artikel 22
(1)(e) van de SOGL). Ten tweede, zijn de maatregelen bedoeld om het federale transmissienet in België te beheren, en bij uitbreiding het Europese transmissiesysteem. Aangezien frequentie(afwijkings)beheer één van de meest kritieke processen is voor het waarborgen van de operationele veiligheid van het transmissiesysteem, dient ook het federale regulatoire kader de modaliteiten bij de toepassing van de daarbij horende remediërende maatregelen te specifiëren. De CREG vraagt daarom aan Elia om naar aanleiding van een eerstkomend voorstel tot wijziging van de type-SOK deze rechtsgrond op te nemen in deel 1 van bijlage 17, en te verwijzen naar de procedures voor frequentieafwijkingsbeheer die opgenomen zijn in de LFC BOA waar voor de praktische toepassing ervan een samenwerking tussen TSB en DSBs noodzakelijk is. Immers, artikel 23
(4)van de SOGL legt de DSBs de verplichting op, wanneer een TSB een remediërende maatregel uitvoert, zoals onder meer één van de remediërende maatregelen voor frequentieafwijkingsbeheer, deze instructie van de TSB op te volgen.
- In deel 2 verduidelijkt Elia het juridisch kader. Ook wordt in deel 2 verduidelijkt dat de aanpassing van de productie van actief vermogen van productie-eenheden als een noodsituatie aanzien wordt, of als een voorkoming ervan. Ook wordt gesteld dat de toepasselijke technische reglementen van toepassing zijn. De CREG stelt inconsistenties vast tussen deel 2 van bijlage 17 en het wettelijk en regelgevend kader, zoals uiteengezet in paragraaf 86 van deze beslissing. Onder meer is het aan Elia toegelaten om aanpassing van de productie en van het verbruik van actief vermogen op te eisen, in plaats van enkel een aanpassing van de productie van actief vermogen. Ook is het aan Elia toegelaten om deze aanpassingen te vragen van productie-eenheden en van opslageenheden. De CREG vraagt aan Elia om naar aanleiding van een eerstkomend voorstel tot wijziging van de type-SOK deze inconsistenties te verwijderen bij een eerstkomend voorstel tot wijziging van de type-SOK.
- Ook merkt de CREG op dat de term ‘noodsituatie’ in het Unierecht, meer concreet in artikel 16
(2)van de Elektriciteitsverordening, definieert als de situatie waarbij de TSO snel moet optreden Niet-vertrouwelijk 29/37 omdat redispatching of compensatiehandel niet meer mogelijk is. De CREG verwijst eveneens naar artikel 72 van de NC CACM. Aangezien de scope van bijlage 17 de samenwerking tussen TSB en DSBs betreft bij de toepassing van remediërende acties voor frequentieafwijkingsbeheer, en niet het aanpakken van congestieproblemen in geval redispatching of compensatiehandel niet meer mogelijk is, is de term ‘noodsituatie’ irrelevant in de context van bijlage 1710. De CREG vraagt daarom aan Elia om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de type-SOK de term ‘noodsituatie’ te verwijderen in bijlage 17 en op elk andere plaats in de type-SOK in het kader van incompressibiliteit. 89. Deel 3 van bijlage 17 legt activeringsprincipes op, waaronder:
(1)toepassingsvoorwaarden voor de technische modulatie,
(2)de methodologie voor bepalen van het noodzakelijke flexibiliteitsvolume,
(3)de verdeelsleutel bij activering,
(4)uitsluiting van specifieke transformatiestations,
(5)notificatieprocedure bij incompressibiliteit,
(6)activeringsverzoek door Elia in reële tijd, en
(7)modulatie door de DNB. Verwijzend naar paragraaf 86 van deze beslissing, bepaalt het Unierecht dat de modaliteiten en procedures met betrekking tot remediërende maatregelen voor frequentieafwijkingsbeheer opgenomen moeten worden in de LFC BOA. De samenwerkingsovereenkomst is met andere woorden niet het rechtmatige regelgevend document om activeringsprincipes die van toepassing zijn op de TSB op te nemen. De CREG vraagt daarom aan Elia om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de type-SOK de toepassingsvoorwaarden (deel 3.1 van bijlage 17), de methodologie voor de bepaling van de noodzakelijke volumes (deel 3.2 van bijlage 17), en de notificatieprocedure (deel 3.5 van bijlage 17) te verwijderen uit bijlage
- De CREG vraagt ook aan Elia om, indien zij dit nodig acht, een nieuw voorstel tot wijziging van de LFC BOA in bij de CREG in te dienen, zodat alle van de door Elia voorgestelde toepassingsvoorwaarden (i.e. in de LFC BOA en in het voorstel tot wijziging van de typeSOK) werkelijk toegepast kunnen worden.
- Met betrekking tot deel 3.3 van bijlage 17, is de CREG van oordeel dat de verdeelsleutel bij activering ook deel uitmaakt van de LFC BOA en niet thuishoort in de samenwerkingsovereenkomst. Immers, artikel 23
(4)van de SOGL stelt expliciet dat het de TSB is die een instructie geeft aan de DSB die deze moet opvolgen. Aangezien deze instructie het resultaat is na toepassing van de verdeelsleutel, maakt de verdeelsleutel en haar toepassing integraal deel uit van de remediërende maatregel dat beschreven wordt in de LFC BOA. De CREG vraagt daarom aan Elia om ook de verdeelsleutel bij activering (deel 3.3 van bijlage 17) te verwijderen uit bijlage 17 en, indien relevant, een nieuw voorstel tot wijziging van de LFC BOA in te dienen bij de CREG. 91. Met betrekking tot deel 3.4 van bijlage 17, stelt Elia voor om transformatiestations waarop geen afschakeling mag gebeuren uit het aanstuurbaar potentieel te halen. Hiervoor richt Elia een verzoek tot de DSBs waarvan de inwilliging ervan door de DSB al dan niet bevestigd wordt. Artikel 23
(3)van de SOGL legt aan de TSB op om, in onderlinge afstemming met de DSB die een gevolg ondervinden van de remediërende maatregel, de gevolgen van die remediërende maatregel te beoordelen en de remediërende maatregel te selecteren die bijdraagt tot de handhaving van de normale toestand en de veilige exploitatie voor alle betrokken partijen. Artikel 23
(4)van de SOGL legt een verplichting op aan de TSO om zo veel als mogelijk af te stemmen met de DSB die gevolgen ondervindt, indien het transmissiesysteem zich niet in de normale toestand of alarmtoestand bevindt. In beide artikelen wordt ook een verplichting opgelegd dat de DSB alle nodige informatie te verschaffen aan de TSO om deze afstemming mogelijk te maken. De CREG aanvaardt daarom de opname van een afstemmingsproces tussen TSB en DSBs in de type-SOK met als doel de operationele veiligheid te garanderen wanneer remediërende acties uitgevoerd worden. 10 Zie ook artikel 72 van de NC CACM betreffende ‘noodsituatie. Niet-vertrouwelijk 30/37 Echter is het onduidelijk welke criteria gebruikt worden om transformatiestations uit te sluiten en welke samenwerking nodig is tussen TSB en DSBs. Indien de veilige uitbating van het systeem een reden zou zijn voor een uitsluiting, stelt de CREG zich de vraag waarom een transformatiestation uitgesloten moet worden, aangezien de uitsluiting ervan uit het aanstuurbaar potentieel geen gevolgen lijkt te hebben op de verdeelsleutel bij activering van de remediërende maatregel, zoals goedgekeurd in de LFC BOA. De verdeelsleutel is namelijk gebaseerd op statische parameters, waardoor de instructie van de TSB aan de DSB ongewijzigd blijft bij een eventuele uitsluiting van transformatiestations. Als gevolg moeten de TSB of de DSB, ongeacht de uitsluiting van het transformatiestation, nog steeds de door de TSB gevraagde volumes activeren. Krachtens artikel 23
(4)van de SOGL moet de instructie van de TSB namelijk door de DSB opgevolgd worden, waardoor enige afwijking van de instructie slechts toegelaten is wanneer de DSB onmogelijk kan voldoen aan de instructie, bijvoorbeeld wanneer alle beschikbare aanpassingen van werkzaam vermogen uitgevoerd werden en er geen mogelijkheid meer is voor de DSB of TSB om aanpassingen van werkzaam vermogen uit te voeren binnen hun respectievelijke net, of wanneer de afregeling per combinatie van schijven uitgevoerd wordt en geen enkele combinatie bestaat om aan de instructie van de TSB exact te voldoen, of omdat netgebruikers reeds gereageerd hebben op de extreme onbalansprijzen. Echter noodzaken deze drie gevallen, althans volgens de CREG, geen extra afstemming: de DSB of TSB heeft namelijk haar bewegingsruimte om de instructie van de TSB uit te voeren, maximaal uitgeput. De CREG vraagt dan ook aan Elia om de nodige samenwerking bij uitsluiting van transformatiestations aan de CREG te verduidelijken, en deel 3.4 van het voorstel tot wijziging van type-SOK te herzien op basis van de bespreking ervan met de CREG in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de type-SOK. Indien er toch de intentie is om een extra afstemming in quasi-reële tijd uit te voeren, blijft het onduidelijk waarom een transformator uitgesloten wordt. Is het niet mogelijk dat er een limiet opgelegd wordt op de transformator. Het is onduidelijk hoe de uitgewisselde informatie tussen DSBs en TSB gebruikt wordt door de TSB, bijvoorbeeld om de verdeelsleutel te actualiseren. Het is ook onduidelijk hoe de afstemming bereikt wordt, bijvoorbeeld in geval de DSB niet bevestigt dat, of zelfs weigert om, het transformatiestation uit het aanstuurbaar potentieel te halen, en welke gevolgen aan een weigering of laattijdige inwilliging verbonden zijn. Tot slot, is het onduidelijk waarom Elia de DSB moet informeren en waarom de DSB geen informatie moet verstrekken aan Elia, net als de reden waarom deze informatie tegen W-1 door de TSB aan de DSB gecommuniceerd moet worden. Als gevolg vraagt de CREG aan Elia om, in voorkomend geval, deze vragen van de CREG te beantwoorden, en de procedure te herzien op basis van de bespreking van deze antwoorden met de CREG in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de type-SOK. 92. Met betrekking tot deel 3.6 in bijlage 17, is de CREG van oordeel dat de eerste paragraaf van deel 3.6 verwijderd moet worden. De CREG verwijst naar paragraaf 89 van deze beslissing voor de motivering. Met betrekking tot de tweede paragraaf in deel 3.6 van bijlage 17 is de CREG gekant tegen de opname van de beperking, van toepassing op Elia, om maximaal twee bijkomende activeringsverzoeken te lanceren. De CREG is van oordeel dat de TSB het recht heeft om haar wettelijke taak effectief uit te voeren, namelijk de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het transmissiesysteem te verzekeren. Elia heeft het recht, krachtens de LFC BOA, om remediërende maatregelen toe te passen. De samenwerkingsovereenkomst kan geen extra operationele beperkingen opleggen die verschillen van wat in de LFC BOA is opgenomen. Daarom vraagt de CREG aan Elia om de tweede paragraaf van deel 3.6 in bijlage 17 van de type-SOK te verwijderen en indien nodig een voorstel tot wijziging van de LFC BOA bij de CREG in te dienen. Met betrekking tot de derde paragraaf van deel 3.6 van bijlage 17, is de CREG niet gekant tegen het geven van de mogelijkheid aan de TSB om de activatie van eenheden in het distributiesysteem zelf uit te voeren, in plaats van een instructie te geven aan de DSB. De CREG is wel van oordeel dat het activeringsprincipe van deze groepen beschreven moet worden in de LFC BOA, teneinde een Niet-vertrouwelijk 31/37 geharmoniseerd activeringskader van de remediërende maatregelen voor frequentieafwijkingsbeheer binnen de gehele Belgische LFC Zone te verzekeren, en de toepassing van niet-discriminatie te garanderen (cfr. artikel 4.2 a) van de SOGL). De CREG verwijst ook naar haar motivering in paragrafen 89 en 91 van deze beslissing. De CREG vraagt aan Elia om de basis waarop de TSB de gedefinieerde groepen zal selecteren, te verwijderen uit bijlage 17, en, indien nodig, een voorstel tot wijziging van de LFC BOA bij de CREG ter goedkeuring in te dienen. Met betrekking tot de vierde en vijfde paragraaf van deel 3.6 van bijlage 17, merkt de CREG op dat de DSB de instructie van de TSB moét opvolgen in plaats van een opvolging ervan na te streven, zoals opgelegd door artikel 23
(4)van de SOGL. Het nastreven, door de DSB, van de uitvoering van een activatieverzoek van de TSB is in deze zin aanvaardbaar zolang de DSB kan aantonen dat ze in de onmogelijkheid waren om aan de instructie van de TSB te voldoen. De CREG vraagt aldus aan Elia om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de type-SOK de nodige informatie-uitwisselingen en praktische modaliteiten uitdrukkelijk op te nemen zodat toezicht uitgeoefend kan worden op de naleving van de uitvoering van de instructie van de TSB, door de DSB. 93. In deel 3.7 van bijlage 17 stelt Elia voor dat de DSB het beschikbare en aanstuurbare potentieel van productie-installaties en elektriciteitsopslagfaciliteiten bij injectie, zal benutten. Deze benutting is een inspanningenverbintenis. De CREG gaat niet akkoord met de beperking van de aansturing van opslagfaciliteiten bij injectie, aangezien opslagfaciliteiten die verbruiken ook nog verder hun verbruik van werkzaam vermogen zouden kunnen vergroten. Deze vergroting van werkzaam vermogen draagt bij aan de vermindering van de FRCE in de Belgische LFC Zone. Verwijzend naar paragraaf 86 van deze beslissing wordt de remediërende maatregel voor frequentieafwijkingsbeheer beschreven in de LFC BOA. Deze beschrijving laat aan de TSB toe om aanpassingen van het verbruik van actief vermogen van opslageenheden te vereisen. Het spreekt voor zich dat deze aanpassing van het verbruik remediërend moet werken met betrekking tot de frequentieafwijking die de TSB tracht op te lossen. De samenwerkingsovereenkomst kan geen extra beperkingen opleggen dan hetgeen beschreven is in de LFC BOA. De CREG verwijst verder naar de laatste alinea van paragraaf 92 van deze beslissing om te motiveren waarom een inspanningenverbintenis aanvaardbaar is, maar vraagt aan Elia om gevolg te geven aan de opmerking in paragraaf 92 van deze beslissing. 94. Deel 4 van bijlage 17 legt op dat netgebruikers een financiële vergoeding zullen ontvangen van de DNB indien gewestelijke regelgeving dit vereist. Verwijzend naar de paragrafen 86 tot en met 89 van deze beslissing hebben de remediërende maatregelen voor frequentieafwijkingsbeheer als doel om de operationele veiligheid van het transmissiesysteem te waarborgen. Ook dienen de remediërende maatregelen om de FRCE te verminderen door veranderingen in de productie of in het verbruik van werkzaam vermogen, voorgesteld worden door de TSB van de LFC Zone en te gelden voor alle productie-eenheden, opslageenheden en vraagfaciliteiten gelegen binnen de LFC Zone. Indien een vergoedingskader zou worden voorzien, is dit een exclusieve tarifaire bevoegdheid van de CREG. In het kader van frequentieafwijkingsbeheer staat de CREG geen vergoeding toe om redenen dat de remediërende maatregel een last ressort maatregel is enerzijds geen discriminatie gemaakt kan worden tussen eenheden gekoppeld aan het transmissienet en eenheden gekoppeld aal het lokaal transmissienet.. De CREG kan geen rechtvaardiging geven waarom verschillende vergoedingskaders binnen de Belgische LFC Zones van toepassing zouden kunnen zijn zonder dat dit geen aanleiding zou geven tot discriminatie tussen Belgische netgebruikers die allen bijdragen tot frequentieafwijkingsbeheer. Niet-vertrouwelijk 32/37 95. Ook bevat deel 4 van bijlage 17 een paragraaf omtrent de correctie van de onbalansperimeter van BRPs. De CREG merkt op dat artikel 18.6.
- k)van de EBGL bepaalt dat de verrekeningsregels voor onder meer onbalansen en toegewezen volumes opgenomen moeten worden in de voorwaarden voor balanceringsverantwoordelijken (T&C BRP), en niet in de type-SOK. De CREG vraagt bijgevolg om de paragraaf omtrent de correctie van de onbalansperimeter van BRPs te verwijderen uit bijlage 17 van de type-SOK. 96. Tot slot, bevat de laatste paragraaf van deel 4 van bijlage 17 de overdracht van financiële gevolgen die de DSB heeft ingevolge de uitvoering van de instructie van de TSB. De TSB wordt hierbij uitgenodigd om deze financiële overdracht verder uit te werken in de LFC BOA. Ook stelt deze laatste paragraaf van deel 4 van bijlage 17 voorop dat bijlage 17 herzien of bestendigd zal worden afhankelijk van de relevante bepalingen van de LFC BOA. De CREG verwijst naar paragraaf 94 van deze beslissing betreffende het vergoedingskader in het kader van de toepassing van de remediërende maatregel van frequentieafwijkingsbeheer. Als gevolg vraagt de CREG aan Elia om deze laatste paragraaf van deel 4 van bijlage 17 te verwijderen in een eerstkomend voorstel van de type-SOK en dit om in lijn te zijn met wat geldt in de LFC BOA. 97. Deel 5 van bijlage 17 bevat afspraken tussen TSB en DSBs met betrekking tot externe communicatie. De CREG heeft hierop geen opmerkingen voor zover deze externe communicatie geen deel uitmaakt van de operationele procedures dat toebehoord tot de voorbereiding en de uitvoering van de remediërende maatregel, waarvan de modaliteiten opgenomen moeten worden in de LFC BOA. De CREG vraagt aan Elia om deze perimeterbeperking expliciet toe te voegen in deel 5 van bijlage 17 in een eerstkomend het voorstel tot wijziging van de type-SOK, en, indien relevant, een nieuw voorstel tot wijziging van de LFC BOA in te dienen. 98. Deel 6 van bijlage 17 bevat rapporteringsverplichtingen die berusten op Elia. Verwijzend naar paragraaf 89 van deze beslissing is de CREG van oordeel dat rapporteringsverplichtingen waaraan de TSB moet voldoen, zich moeten bevinden in de beschrijving van de remediërende maatregel van frequentieafwijkingsbeheer, zoals opgenomen in de LFC BOA. De CREG vraagt dus aan Elia om de rapporteringsverplichtingen, voor zover zij van toepassing zijn op de TSB, te verwijderen uit bijlage 17 van de type-SOK. De CREG engageert zich om de rapportering die opgenomen is in de LFC BOA te bespreken met gewestelijke regulatoren, zodat onnodige duplicatie van rapporteringsprocedures, door de TSB en/of door DSBs, vermeden wordt, en hiermee de efficiëntie nagestreefd wordt. 99. Ook bepaalt deel 6 van bijlage 17 rapporteringsverplichtingen ten aanzien van regulatoren en netgebruikers ingevolge gewestelijke regelgeving wat betreft rapportering in het kader van flexibiliteit en noodsituaties. Het is voor de CREG onduidelijk welke gewestelijke regelgeving hier bedoeld wordt en welke noodzakelijke samenwerking tussen TSB en DSBs uit deze gewestelijke regelgeving voortvloeien. Bijlage 17 gaat daarenboven niet over flexibiliteit (maar over balancering), noch over noodsituaties (zie paragraaf 88 van deze beslissing). De CREG vraagt niettemin aan Elia om de concrete gewestelijke regelgeving aan de CREG te verduidelijken, en zal op basis van de bespreking van dit antwoord aan Elia vragen om deel 6 in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de type-SOK aan te passen alsook vragen om eventueel de rapporteringsvereisten zoals opgenomen in de LFC BOA te wijzigen. 100. Bijlage 17 bevat bijlagen communicatiedetails verduidelijken. Niet-vertrouwelijk die, per distributienetbeheerder, de modulatie en/of 33/37 De CREG spreekt zich niet uit over de inhoud van deze bijlagen aangezien enkel de uitvoering van de instructie van de TSB van belang is, voor de veilige, betrouwbare en efficiënte uitbating van het transmissiesysteem (cfr. paragraaf 93 van deze beslissing). Echter stelt de CREG vast dat niet alle Belgische distributienetbeheerders opgenomen zijn in de bijlagen. De CREG vraagt aan Elia om voor alle netbeheerders in België, waar de TSB een instructie naar kan toesturen (i.e. distributienetbeheerders en de beheerder van het lokaal vervoersnet), een bijlage te voorzien zodat bijlage 17 volledige transparantie biedt aan de TSB. 101. De CREG stelt vast dat doorheen bijlage 17 de term “modulatie” gebruikt wordt. Bijlage 14 van de type-SOK wordt “Modulatie” gedefinieerd als (onderlijning door CREG) “Regeling van een afname, een lokale productie-eenheid of een opslageenheid door de netgebruiker als gevolg van een congestie die de netbeheerder wenst te remediëren”. Echter behandelt bijlage 17 enkel een remediërende maatregel voor frequentieafwijkingsbeheer. In tegenstelling tot de definitie van “modulatie”, wordt een remediërende maatregel voor frequentieafwijkingsbeheer door de TSO geactiveerd en niet door de netgebruiker, teneinde de frequentie op het transmissienet te regelen en niet om congesties te remediëren. De CREG vraagt als gevolg aan Elia om in bijlage 17 van het voorstel tot wijziging van de type-SOK, en bij uitbreiding overal doorheen de volledige type-SOK, een andere term te gebruiken dan “Modulatie” in de context van remediërende maatregelen voor frequentieafwijkingsbeheer. 3.4.7. Bijlage 18 102. Elia stelt een nieuwe bijlage 18 voor die de samenwerking tussen Elia en de DNBs beschrijft in het kader van flexibiliteit. 103. De CREG verwijst naar paragraaf 77 van deze beslissing met betrekking tot deel 2 van bijlage 18 van het voorstel tot wijziging van de type-SOK, en naar paragraaf 80 van deze beslissing met betrekking tot deel 3 van bijlage 18 van het voorstel tot wijziging van de type-SOK. 104. In deel 4 van bijlage 18 van het voorstel tot wijziging van de type-SOK stelt Elia de samenwerking tussen TSB en de DSBs, marktgebaseerde flexibiliteit voor in het kader van congestiebeheer, voor. De CREG is van oordeel dat het gebruik door de TSB van marktgebaseerde flexibiliteit om congestieproblemen op het transmissiesysteem aan te pakken, ter goedkeuring moet voorgelegd worden aan de CREG, en de inzet ervan niet in onderling overleg tussen DSB en TSB kan beslist worden. De CREG vraagt als gevolg aan Elia om de nodige transparantie te bieden over de inzet van marktgebaseerde flexibiliteit, in de daartoe bestemde regelgevende documenten, zoals bijvoorbeeld de “Coordination rules”. 3.4.8. Bijlage 19 105. Elia stelt een nieuwe bijlage 19 voor, waarin het operationeel contract tussen TSB en DSBs als bijlage wordt toegevoegd. 106. De CREG verwijst naar haar opmerkingen in paragraaf 50, die betrekking hebben op de operationele contracten FlexHub en RTCP. Niet-vertrouwelijk 34/37 3.5. AANVULLENDE OVERWEGINGEN 107. De CREG herhaalt, naast de opmerkingen geformuleerd in haar beslissing (B)2763 ook de opmerkingen die zij heeft gemaakt in haar beslissing (B)2384 en verwacht van Elia, dat zij hieraan gevolg geeft bij een eerstkomend voorstel van de type-SOK, met name : - In paragraaf 49 vroeg de CREG dat bilaterale afwijkingen ten aanzien van het principe dat alle aanpassingen, verbouwingen, en om het even welke andere werken aan het gebruikte gebouw, door de eigenaar uitgevoerd en bekostigd worden, door Elia voorafgaand aan de werkzaamheden, aan de CREG moeten gemeld en gemotiveerd worden; - In paragraaf 50 vroeg de CREG dat overeenkomsten die gesloten worden om een uitzondering op het principe dat de eigenaar verantwoordelijk is voor het onderhoud en de uitbating van haar installaties (en daaruit voortvloeiende kosten), door Elia aan de CREG, en voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst, moeten gemeld en gemotiveerd worden vanuit het oogpunt van efficiënt beheer en efficiënte uitbating; - In paragraaf 133 vroeg de CREG dat de DSBs en de TSB kwartiergegevens in een geharmoniseerd formaat uitwisselen; - In paragraaf 193 vroeg de CREG om de informatie betreffende de oorzaak en gevolgen van de storing, alsook de overeengekomen en toegepaste maatregelen voor het remediëren ervan, in een gestructureerd proces dienen opgenomen te worden; - In paragraaf 194 vroeg de CREG aan Elia om te bevestigen of het begrip van sectie “11.10 – Operationele coördinatievergaderingen”, van de CREG, correct is en de sectie in het licht hiervan te verduidelijken. Ook vroeg de CREG om het proces voor de opvolging van incidenten te structureren; - In paragraaf 197 vroeg de CREG om een onduidelijkheid omtrent de contactpersonen in geval van een incident, te verwijderen. Bijlage 11 van de type-SOK verwijst naar contactpersonen ‘PQ’, die volgens de type-SOK niet noodzakelijk 24u/24u beschikbaar zijn, terwijl de regeling van incidenten tussen contactpersonen 24u/24u dient te verlopen; - In paragraaf 198 vroeg de CREG om, bij indiening van de volgende versie van de type-SOK, toelichting te bekomen bij de bedoeling/draagwijdte van de uitdrukking “onder voorbehoud van alle rechten en zonder nadelige erkentenis” in de context van “confidentialiteit van de informatie”; Niet-vertrouwelijk 35/37 4. CONCLUSIE Met toepassing van artikel 3, § 1,
- h)van de Gedragscode Elektriciteit keurt de CREG het voorstel tot wijziging van de type-samenwerkingsovereenkomst met de publieke distributienetbeheerders, ingediend bij de CREG door Elia bij monde van Synergrid op 28 februari 2025, op grond van de in deel drie van deze beslissing gemaakte opmerkingen en bezwaren, af. Elia Transmission Belgium NV wordt gevraagd om naar aanleiding van een eerstkomend voorstel tot wijziging van de type-samenwerkingsovereenkomst met de publieke distributienetbeheerders, gevolg te geven aan de opmerkingen en bezwaren gemaakt in deel drie van deze beslissing (paragrafen 50, 78, 81, 83, 86 tot en met 100, 104, en 107 van deze beslissing). Elia Transmission Belgium NV wordt ook gevraagd om gevolg te geven aan de vraag van de indiening van een verklarende nota zoals gevraagd in beslissing (B)2763 van 16 januari 2025. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijk Ilse TANT Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 36/37 BIJLAGE 1 Voorstel van type-samenwerkingsovereenkomst tussen Elia en de publieke distributienetbeheerders Nederlands en Frans - 28 februari 2025 BIJLAGE 2 Consultatierapport Elia en Synergrid in Excel document Engels - 28 februari 2025 BIJLAGE 3 Versiebeheer van de samenwerkingsovereenkomst Engels - 28 februari 2025 BIJLAGE 4 Brief van Elia dd. 4 maart 2025, in het Nederlands Niet-vertrouwelijk 37/37