← België

Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van Elia Transmission Belgium N.V. tot wijziging van de modaliteiten en voorwaarden voor

(B)3018 27 juni 2025 Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van Elia Transmission Belgium N.V. tot wijziging van de modaliteiten en voorwaarden voor de verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning (T&C OPA) Genomen met toepassing van artikel 3 van de gedragscode van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en van de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 1.1. Europees recht ....................................................................................................................... 4 1.1.1. Verordening (EU) 2017/1485 (hierna: “SOGL”)............................................................. 4 1.1.2. Verordening (EU) 2015/1222 (hierna: “CACM”) ........................................................... 9 1.2. Belgisch recht ......................................................................................................................... 9 1.2.1. Gedragscode elektriciteit .............................................................................................. 9 2. ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 13 3. RAADPLEGING ............................................................................................................................... 17 4. ANALYSE VAN HET VOORSTEL ....................................................................................................... 18 4.1. Doel van het voorstel ........................................................................................................... 18 4.2. Modaliteiten en voorwaarden die het wettelijk kader vormen .......................................... 20 4.2.1. 4.3. 5. Voorafgaande algemene opmerkingen....................................................................... 20 Specifieke voorwaarden van de T&C OPA ........................................................................... 20 4.3.1. Artikel II.5: Beschikbaarheidsplan ............................................................................... 20 4.3.2. Artikel II.6: Verstrekking van het indicatieve beschikbaarheidsplan .......................... 21 4.3.3. Artikel II.7: Verstrekking van het year-ahead beschikbaarheidsplan.......................... 21 4.3.4. Artikel II.8: Wijzigingen aan het beschikbaarheidsplan .............................................. 22 4.3.5. Artikel II.9: Modaliteiten om een forced outage aan te geven ................................... 23 4.3.6. Artikel II.14: Transparantie en publicatie .................................................................... 23 BESLISSING..................................................................................................................................... 24 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 25 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 25 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 25 Niet-vertrouwelijk 2/25 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna: “CREG”) onderzoekt hierna de aanvraag van Elia Transmission Belgium N.V. ‘hierna: “Elia”) tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van de Modaliteiten en voorwaarden voor de verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning (hierna: “Voorstel”). De aanvraag tot goedkeuring wordt door Elia ingediend met toepassing van de artikelen 46 en 110 van de Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen (hierna: “SOGL”) en artikel 125 en 126 van de gedragscode van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en van de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer1 (hierna: gedragscode elektriciteit). Per brief van 2 april 2025 heeft de CREG het Voorstel van Elia voor goedkeuring ontvangen. Aan de brief zijn de volgende bijlagen van belang voor huidige beslissing gehecht: - Het voorstel tot wijziging van de Modaliteiten en Voorwaarden voor de Verantwoordelijke voor de Niet-Beschikbaarheidsplanning, opgesteld in het Frans, Nederlands en Engels (Bijlage 1 van huidige beslissing); - De verklarende nota betreffende het Voorstel, opgesteld in het Engels (Bijlage 2 van huidige beslissing). - Het raadplegingsverslag over de Modaliteiten en Voorwaarden voor de Verantwoordelijke voor de Niet-Beschikbaarheidsplanning, opgesteld in het Engels (Bijlage 3 van huidige beslissing).. Deze beslissing is opgesplitst in vijf delen. Het eerste deel is gewijd aan het wettelijk kader. Het tweede deel licht de antecedenten toe. Het derde deel behandelt de openbare raadpleging. De CREG ontleedt in het vierde deel de inhoud van het Voorstel. Tot slot, bevat het vijfde deel de beslissing. De onderhavige beslissing werd door het Directiecomité van de CREG goedgekeurd op de vergadering van 27 juni 2025. 1 De eerste versie van de gedragscode is vastgesteld bij beslissing (B)2409 van 20 oktober 2022 en gewijzigd bij beslissing (B)2899 van 10 april 2025, gepubliceerd op 24 april 2025. Niet-vertrouwelijk 3/25 1. WETTELIJK KADER 1.1. EUROPEES RECHT 1.1.1. Verordening (EU) 2017/14852 (hierna: “SOGL”) 1. Artikel 2.5 van de SOGL bepaalt dat wanneer de in de SOGL bedoelde eisen moeten worden vastgesteld door ‘een relevante systeembeheerder’ die geen TSB is, kunnen de lidstaten in plaats daarvan besluiten dat de relevante TSB verantwoordelijk is voor de vaststelling van de desbetreffende eisen. 2. De SOGL definieert de „verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning” als een entiteit belast met de planning van de beschikbaarheidsstatus van relevante elektriciteitsproductieeenheden, de relevante verbruikersinstallaties of de relevante netelementen (artikel 2.87, SOGL), waarbij een „relevante elektriciteitsproductie-eenheid” een elektriciteitsproductie-eenheid is die deelneemt aan de coördinatie voor niet-beschikbaarheden en waarvan de beschikbaarheidsstatus invloed heeft op de grensoverschrijdende operationele veiligheid (artikel 2.88 SOGL), en waarbij de „relevante verbruikersinstallatie” een verbruikersinstallatie is die deelneemt aan de coördinatie voor niet-beschikbaarheden en waarvan de beschikbaarheidsstatus invloed heeft op de grensoverschrijdende operationele veiligheid (artikel 2.83 SOGL) en waarbij tot slot, het „relevante netelement” elk onderdeel van een transmissiesysteem (met inbegrip van interconnectoren) is of van een distributiesysteem (met inbegrip van een gesloten distributiesysteem), zoals een afzonderlijke lijn, een afzonderlijke verbinding, een afzonderlijke transformator, een afzonderlijke faseverschuivende transformator of een spanningscompensatie-installatie, die deelneemt aan de coördinatie van nietbeschikbaarheden en waarvan de beschikbaarheidsstatus invloed heeft op de grensoverschrijdende operationele veiligheid (artikel 2.85 SOGL). Uit wat voorafgaat, moet worden vastgesteld dat de beschikbaarheidsstatus die door de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning (hierna: OPA) wordt meegedeeld voor Elia noodzakelijke informatie is om te weten of de beschikbaarheidsstatus een invloed heeft op de grensoverschrijdende operationele veiligheid. De beschikbaarheid van deze activa moet dus in aanmerking worden genomen en worden gecoördineerd in de procedure voor de coördinatie van onbeschikbaarheden tussen TSB's. 3. De doelstellingen van de SOGL worden in artikel 4 vastgelegd waarbij voor de T&C OPA van belang zijn: 1.Met deze verordening worden de volgende doelstellingen nagestreefd:

  1. a)vaststellen van gemeenschappelijke eisen en beginselen ten aanzien van de operationele veiligheid;
  2. b)vaststellen van gemeenschappelijke geïnterconnecteerde systemen; beginselen inzake de planning van
  3. d)voorzien in de voorwaarden voor het handhaven van de operationele veiligheid in de gehele Unie; 2 Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen Niet-vertrouwelijk 4/25
  4. f)bevorderen van de coördinatie tussen systeembeheer en operationele planning;
  5. g)waarborgen en versterken van de transparantie en betrouwbaarheid van informatie over het beheer van transmissiesystemen;
  6. h)bijdragen tot de efficiënte exploitatie en ontwikkeling elektriciteitstransmissiesysteem en de elektriciteitssector in de Unie. van het 2. Bij de toepassing van deze verordening zorgen de lidstaten, bevoegde autoriteiten en systeembeheerders ervoor dat zij:
  7. a)de beginselen van evenredigheid en niet-discriminatie toepassen;
  8. b)de transparantie waarborgen;
  9. c)het beginsel toepassen van optimalisering tussen de hoogste totale efficiëntie en laagste totale kosten voor alle betrokken partijen;
  10. d)erop toezien dat de TSB's bij het waarborgen van de veiligheid en stabiliteit van het netwerk zo veel mogelijk gebruikmaken van marktwerking;
  11. e)de aan de relevante TSB toegewezen verantwoordelijkheid respecteren om de systeemveiligheid te waarborgen, inclusief als vereist door de nationale wetgeving;
  12. f)de relevante DSB's raadplegen en rekening houden met de potentiële effecten op hun systemen, en
  13. g)rekening houden met de overeengekomen Europese normen en technische specificaties. 4. Artikel 5 van de SOGL stelt vast dat transmissiesysteembeheerders (hierna: “TSB’s”) verplicht zijn om, op Europees en regionaal niveau, verschillende voorwaarden en methodologieën te ontwikkelen en ter goedkeuring in te dienen bij de betrokken regulerende instanties. 5. Artikel 6.5 van de SOGL bepaalt dat wanneer een individuele TSB op grond van deze verordening verplicht is of bevoegd is om eisen te specificeren of overeenkomsten te sluiten die niet in lid 4 worden genoemd, de lidstaten kunnen eisen dat deze eisen vooraf door de nationale regulerende instantie worden goedgekeurd: “Wanneer een afzonderlijke relevante systeembeheerder of TSB krachtens deze verordening vereist of gemachtigd is om niet in lid 4 genoemde eisen te specificeren of overeen te komen, kunnen de lidstaten met betrekking tot deze eisen voorafgaande goedkeuring van de bevoegde reguleringsinstantie vereisen.”. 6. De artikels 40 (Organisatie, rollen, verantwoordelijkheden en kwaliteit van de gegevensuitwisseling), 46 (Uitwisseling van prognosegegevens), 49 (Uitwisseling van prognosegegevens) et 52 (Gegevensuitwisseling tussen TSB's en transmissiegekoppelde verbruikersinstallaties) van de SOGL bepalen de voorwaarden voor de uitwisseling van gegevens. 7. De niet-beschikbaarheidsplanning kadert in de meer algemene context van de “nietbeschikbaarheidscoördinatie” en die besproken wordt in Titel 3, Deel III, van de SOGL. Onder deze titel vallen artikelen 82 tot en met 103. Deze beschrijven de algemene rechten en plichten van regionale veiligheidscoördinatoren, TSB’s en netgebruikers in het kader van de niet-beschikbaarheidsplanning van relevante assets. 8. Artikel 82 van de SOGL bepaalt de doelstelling van de niet-beschikbaarheidscoördinatie: “ Elke TSB voert, met ondersteuning van de regionale veiligheidscoördinator in de in deze verordening gespecificeerde gevallen, niet-beschikbaarheidscoördinatie uit in overeenstemming met de beginselen van deze titel om de beschikbaarheidsstatus van de relevante assets te monitoren en de beschikbaarheidsplannen voor deze assets te Niet-vertrouwelijk 5/25 coördineren teneinde de operationele veiligheid van het transmissiesysteem te waarborgen.” 9. Artikel 83 van de SOGL bepaalt de condities voor de regionale coördinatie: “ 1. Alle TSB's van een coördinatieregio voor niet-beschikbaarheden ontwikkelen gezamenlijk een regionale operationele coördinatieprocedure met het oog op de vaststelling van operationele aspecten voor de tenuitvoerlegging van de nietbeschikbaarheidscoördinatie in elke regio, met inbegrip van:
  14. a)de frequentie en reikwijdte van de coördinatie en het type coördinatie voor, ten minste, het year-ahead- en het week-ahead-tijdsbestek;
  15. b)bepalingen inzake het gebruik van de door de regionale veiligheidscoördinator overeenkomstig artikel 80 uitgevoerde beoordelingen;
  16. c)praktische regelingen voor de validatie van de year-aheadbeschikbaarheidsplannen voor de relevante netelementen, zoals overeenkomstig artikel 98 vereist. 2. Elke TSB neemt deel aan de niet-beschikbaarheidscoördinatie van zijn coördinatieregio's voor niet-beschikbaarheden en past de overeenkomstig lid 1 vastgestelde procedures voor regionale operationele coördinatie toe. 3. Indien zich onverenigbaarheden van de niet-beschikbaarheidsplanning voordoen tussen verschillende coördinatieregio's voor niet-beschikbaarheden, zorgen alle TSB's en regionale veiligheidscoördinatoren van deze regio's voor een gecoördineerde oplossing voor deze onverenigbaarheden in de niet-beschikbaarheidsplanning. 4. Elke TSB verstrekt aan de andere TSB's van dezelfde coördinatieregio voor nietbeschikbaarheden alle relevante informatie waarover hij beschikt betreffende de infrastructuurprojecten die verband houden met het transmissiesysteem, distributiesystemen, gesloten distributiesystemen, elektriciteitsproductie-eenheden of verbruikersinstallaties die mogelijk van invloed zijn op het beheer van de regelzone van een andere TSB binnen de coördinatieregio voor niet-beschikbaarheden. 5. Elke TSB verstrekt aan de transmissiegekoppelde, in zijn regelzone gevestigde DSB's alle relevante informatie waarover hij beschikt betreffende infrastructuurprojecten die verband houden met het transmissiesysteem en die mogelijk van invloed zijn op het beheer van het distributiesysteem van deze DSB's. 6. Elke TSB verstrekt aan de transmissiegekoppelde, in zijn regelzone gevestigde gesloten DSB's („GDSB's”) alle relevante informatie waarover hij beschikt betreffende de infrastructuurprojecten die verband houden met het transmissiesysteem en die mogelijk van invloed zijn op het beheer van het gesloten distributiesysteem van deze GDSB's. 10. Artikel 84 van de SOGL bepaalt de voorwaarden voor de methodologie voor het beoordelen van de relevantie van assets voor niet-beschikbaarheidscoördinatie. 11. Artikels 85 en 86 van de SOGL bepalen de voorwaarden voor het opstellen van lijsten van relevante elektriciteitsproductie-eenheden en relevante verbruikersinstallaties, en de actualisering ervan. 12. Artikels 87 en 88 van de SOGL bepalen de voorwaarden voor het opstellen van lijsten van relevante netwerkelementen, en de actualisering ervan. 13. Artikel 89 van de SOGL bepaalt de aanwijzing van verantwoordelijken voor de nietbeschikbaarheidsplanningen. Dit is de TSB voor elk netelement dat hij beheert en voor alle andere relevante assets benoemt de eigenaar een OPA, of treedt de eigenaar op als OPA. Niet-vertrouwelijk 6/25 14. Artikel 90 van de SOGL bepaalt de behandeling van relevante assets in een distributiesysteem of in een gesloten distributiesysteem. 1. Elke TSB stemt met de DSB de niet-beschikbaarheidsplanning af van interne relevante assets die zijn aangesloten op zijn distributiesysteem. 2. Elke TSB stemt met de GDSB de niet-beschikbaarheidsplanning af van interne relevante assets die zijn aangesloten op zijn gesloten distributiesysteem. 15. Artikel 91 van de SOGL bepaalt de voorwaarden om af te wijken van de termijnen voor de yearahead-niet-beschikbaarheidscoördinatie op het niveau van een synchrone zone. 16. Artikel 92 van de SOGL geeft de algemene bepalingen inzake beschikbaarheidsplannen: 1. De beschikbaarheidsstatus van een relevante asset is een van de volgende:
  17. a)„beschikbaar” wanneer de asset een dienst kan aanbieden en daarvoor gereed is, ongeacht of deze al dan niet in gebruik is;
  18. b)„niet beschikbaar” wanneer de asset geen dienst kan aanbieden of daarvoor niet gereed is;
  19. c)„in testfase” wanneer wordt getest of de asset een dienst kan aanbieden. 2. De status „in testfase” is alleen van toepassing bij het bestaan van een potentieel effect op het transmissiesysteem en voor de volgende tijdsbestekken:
  20. a)tussen de eerste aansluiting en de definitieve ingebruikname van de relevante asset, en
  21. b)direct na de afronding van onderhoud aan de relevante asset. 3. De beschikbaarheidsplannen bevatten ten minste de volgende informatie:
  22. a)de reden voor de „niet beschikbaar”-status van een relevante asset;
  23. b)wanneer dergelijke voorwaarden worden vastgesteld, de voorwaarden die moeten zijn vervuld voordat de „niet beschikbaar”-status van de asset in realtime wordt toegepast;
  24. c)de tijd die nodig is om een relevante asset weer in bedrijf te kunnen nemen indien dit nodig is om de operationele veiligheid te behouden. 4. De beschikbaarheidsstatus voor elke relevante asset in het year-ahead-tijdsbestek wordt met dagelijkse resolutie verstrekt. 5. Wanneer productie- en verbruiksprogramma's worden ingediend bij de TSB overeenkomstig artikel 111, is de tijdsresolutie van de beschikbaarheidsstatussen consistent met deze programma's. 17. Artikel 93 van de SOGL specifieert de verantwoordelijkheden van de TSB met betrekking tot de indicatieve langetermijnbeschikbaarheidsplannen voor interne relevante assets: 1. Binnen twee jaar voor het begin van een year-ahead-niet-beschikbaarheidscoördinatie beoordeelt elke TSB de overeenkomstige indicatieve beschikbaarheidsplannen voor interne relevante assets die zijn verstrekt door de verantwoordelijken voor de nietbeschikbaarheidsplanning overeenkomstig de artikelen 4, 7 en 15 van Verordening (EU) nr. 543/2013 en verstrekt elke TSB zijn voorlopige opmerkingen, waaronder eventuele ontdekte onverenigbaarheden in de niet-beschikbaarheidsplanning, aan alle betrokken verantwoordelijken voor de niet-beschikbaarheidsplanning. Niet-vertrouwelijk 7/25 2. Elke TSB voert de in lid 1 bedoelde beoordeling van de indicatieve beschikbaarheidsplannen voor interne relevante assets elk jaar uit tot het begin van de yearahead-niet-beschikbaarheidscoördinatie. 18. Artikel 94 van de SOGL bepaalt de verantwoordelijkheden van de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning en van de TSB met betrekking tot het indienen van voorstellen voor year-ahead-beschikbaarheidsplannen. 19. Artikel 95 van de SOGL bepaalt de verplichtingen van een TSB met betrekking tot de year-ahead coördinatie van de beschikbaarheidsstatus van relevante assets waarvan de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning niet een TSB is die deelneemt aan de coördinatieregio voor nietbeschikbaarheden, noch een distributiesysteembeheerder (hierna: “DSB”) of een gesloten distributiesysteembeheerder (hierna: “GDSB”). 20. Artikel 96 van de SOGL bepaalt de verplichtingen van een TSB met betrekking tot de year-ahead coördinatie van de beschikbaarheidsstatus van relevante assets waarvan de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning wel een TSB is die deelneemt aan de coördinatieregio voor nietbeschikbaarheden, een DSB of een GDSB. De niet-beschikbaarheidscoördinatie van relevante netwerkelementen kan een impact kan hebben op de niet-beschikbaarheidscoördinatie van relevante assets die geen netwerkelementen zijn, op basis van lid 4 van dit artikel. 21. Artikel 97 van de SOGL bepaalt de verplichtingen van de TSB’s met betrekking tot de verstrekking van de voorlopige year-ahead-beschikbaarheidsplannen aan alle andere TSB’s, aan DSB’s en aan GDSB’s. 22. Artikel 98 van de SOGL bepaalt de verantwoordelijkheden van TSB’s met betrekking tot de validatie van de year-ahead beschikbaarheidsplannen binnen de coördinatieregio’s voor nietbeschikbaarheden. 23. Artikel 99 van de SOGL bepaalt de verantwoordelijkheden van de TSB’s met betrekking tot de verstrekking van de definitieve year-ahead-beschikbaarheidsplannen. 24. Artikel 100 van de SOGL bepaalt de procedure te volgen bij de actualisering van de definitieve year-ahead-beschikbaarheidsplannen. De verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning kan immers in de tijd tussen de voltooiing van de year-ahead-niet-beschikbaarheidscoördinatie en de uitvoering daarvan in realtime een procedure voor de wijziging van het definitieve year-aheadbeschikbaarheidsplan initiëren. 25. De coördinatie van de niet-beschikbaarheidsplanning kadert in de algemene operationele veiligheidsanalyse onder Titel 2, Deel III van de SOGL. Onder deze titel vallen artikelen 72 tot 81. 26. Tenslotte bevat Hoofdstuk 3, Titel 3, Deel III van de SOGL de bepalingen inzake de uitvoering van de beschikbaarheidsplannen, zijnde artikelen 101, 102 en 103 die de rechten en plichten specifiëren van de eigenaar van een elektriciteitsproductie-installatie, verbruikersinstallatie of relevant netwerkelement en betrokken TSB, DSB of GDSB bij de uitvoering van de beschikbaarheidsplannen: - Artikel 101 beschrijft het beheer van de “in testfase”-status van relevante assets. - Artikel 102 bepaalt de procedure voor de behandeling van gedwongen niet-beschikbaarheid (Engels: forced outage) - Artikel 103 bevat de bepalingen bij de realtime-uitvoering van beschikbaarheidsplannen. 27. Elia is krachtens bovengenoemde artikelen uit de SOGL gemachtigd om de modaliteiten en voorwaarden op te stellen voor de verantwoordelijke van de niet-beschikbaarheidsplanning. Niet-vertrouwelijk 8/25 Verordening (EU) 2015/12223 (hierna: “CACM”) 1.1.2. 28. Tot slot bepaalt ook artikel 16 van CACM dat informatie over de beschikbaarheid van opwekkingseenheden en basislasten aan TSB’s moeten worden verstrekt, alsook de relevante beschikbare informatie over de wijze van dispatching van de opwekkkingseenheden. Deze verplichting geldt in het kader van de verplichting van TSB’s tot het opstellen van gemeenschappelijke netwerkmodellen voor de capaciteitsberekening en de daartoe voorziene methodologie. Dit voorstel voor een eenvormige methodologie voor het verstrekken van de opwekkings- en basislastgegevens die vereist zijn om het gemeenschappelijk netwerkmodel op te stellen, wordt ontwikkeld door alle TSBs en met toepassing van artikel 9.6,
  25. c)door de CREG goedgekeurd bij beslissing (B)1593 van 12 januari 20174. 1.2. BELGISCH RECHT 1.2.1. Gedragscode elektriciteit 29. In uitvoering van artikel 6.5 van de SOGL bepaalt het artikel 3, §1 van de gedragscode elektriciteit dat de modaliteiten en voorwaarden op te stellen voor de verantwoordelijke van de nietbeschikbaarheidsplanning ter goedkeuring aan de CREG moeten worden voorgelegd. 30. Artikel 123 van de gedragscode elektriciteit introduceert de regels betreffende de planning van de niet-beschikbaarheden: “Art. 123. § 1. Dit hoofdstuk bepaalt de regels betreffende de planning van de nietbeschikbaarheden, de programmering alsook de coördinatie van bepaalde installaties of groepen van installaties van transmissienetgebruikers om de operationele veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net te verzekeren. § 2. De installaties die dit hoofdstuk beoogt, zijn alle installaties ongeacht of zij als bestaand of nieuw te beschouwen zijn overeenkomstig de Europese netcode RfG, de Europese netcode DCC, de Europese netcode HVDC of overeenkomstig het technisch reglement, die vallen onder een van de volgende categorieën: 1° elke elektriciteitsproductie-eenheid met een maximaal vermogen groter dan of gelijk aan 1 MW (of van het type B, C of D overeenkomstig de maximumcapaciteitsdrempelwaarden bedoeld in het technisch reglement indien deze eenheid zich binnen een CDS bevindt) en, in voorkomend geval als lokale elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten is op het transmissienet of die zich binnen een CDS bevindt dat op zijn beurt is aangesloten op het transmissienet; 2° elk energieopslagfaciliteit van het type B, C of D overeenkomstig de maximumcapaciteitsdrempelwaarden bedoeld in het technisch reglement, in voorkomend als lokale energieopslagfaciliteit, aangesloten op het transmissienet of die zich binnen CDS bevindt dat op zijn beurt aangesloten is op het transmissienet;; 3° elke verbruiksinstallatie die aangesloten is op het transmissienet, evenals 4° elke groep van verbruiksinstallaties binnen een CDS aangesloten op het transmissienet. “ 3 Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer 4 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b1593 Niet-vertrouwelijk 9/25 31. Artikel 124 van de gedragscode elektriciteit bepaalt wie kan optreden als programma-agent of als verantwoordelijke van de niet-beschikbaarheidsplanning voor de elektrische installatie: “Art. 124. De transmissienetgebruiker treedt op als programma-agent en als verantwoordelijke voor niet-beschikbaarheidsplanning voor de elektrische installatie die het voorwerp uitmaakt van, respectievelijk, een programmering en een nietbeschikbaarheidsplanning, zoals bedoeld in afdelingen 3.6.2.2. en 3.6.2.3. van deze gedragscode, of duidt een derde in die hoedanigheid aan. “ 32. Artikel 125 van de gedragscode elektriciteit bepaalt de verplichtingen betreffende de nietbeschikbaarheidsplanning: “Art. 125. Voor elke installatie bedoeld in artikel 123, § 2, 1° tot 3°, wordt informatie aan de transmissienetbeheerder verstuurd betreffende de niet beschikbaarheidsplanning van de installatie. De verantwoordelijke voor de niet beschikbaarheidsplanning van de installatie verstuurt die informatie volgens de procedures zoals voorzien in de type-overeenkomst van de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning bedoeld in artikel 126. De informatie bedoeld in het eerste lid bevat ten minste het beschikbaarheidsplan van de installatie, evenals de tijdelijke beperkingen wat betreft de maximum- en minimumcapaciteit die deze installatie kan halen bij injectie en/of afname. De informatie wordt regelmatig bijgewerkt.“ 33. Artikel 126 van de gedragscode elektriciteit bepaalt de elementen die de type-overeenkomst van de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning dient te bepalen: Art.126. De type-overeenkomst van de verantwoordelijke voor nietbeschikbaarheidsplanning, bepaalt, met naleving van de bepalingen van de Europese richtsnoeren SOGL of de daaruit voortvloeiende documenten en methodes, in termen van niet-beschikbaarheidsplanning, ten minste: 1° de operationele verplichtingen die van toepassing zijn op elektrische installaties en op hun verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning en de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden; 2° de modaliteiten volgens dewelke de netgebruiker zijn verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning aanduidt; 3° alle relevante informatie die naar de transmissienetbeheerder moet worden verstuurd, met inbegrip van de informatie bedoeld in artikel 125, derde lid; 4° de modaliteiten en procedures betreffende de informatie-uitwisseling zoals het tijdsbestek voor de gegevensuitwisseling, de vorm, het detail en de granulariteit van de uitgewisselde gegevens rekening houdend met de omvang, de kenmerken, de locatie alsook de technische beperkingen van de betrokken installatie; 5° het mechanisme betreffende de aanpassingen van het beschikbaarheidsplan bedoeld in artikel 125, derde lid, en de omstandigheden waarin die aanpassingen aanleiding geven tot een vergoeding; 6° het feit of die eventuele vergoedingen in 5° de aantoonbare en redelijke kosten moeten dekken die rechtstreeks voortvloeien uit de aanpassing van het beschikbaarheidsplan; 7° de modaliteiten van een eventueel schadebeding en de omstandigheden waarin die van toepassing zijn.” Niet-vertrouwelijk 10/25 34. Artikel 127 van de gedragscode elektriciteit beschrijft de bijzondere bepalingen in geval van ongeplande niet-beschikbaarheid: “Art. 127. De verantwoordelijke van de niet beschikbaarheidsplanning voor een installatie brengt de transmissienetbeheerder zo snel mogelijk na het uitvallen van de installatie in kwestie, op de hoogte van elke individuele, volledige of gedeeltelijke ongeplande niet beschikbaarheid van die installatie; hij deelt daarbij ook in de mate van het mogelijke alle relevante informatie mee omtrent de reden van die ongeplande niet beschikbaarheid en zijn beste prognose over de duur ervan.” 35. Artikel 135 van de gedragscode elektriciteit handelt, vervolgens, over de interacties tussen de verschillende partijen belast met informatieverstrekking over een installatie: “Art. 135. § 1. De verschillende hieronder opgesomde gegevens die de betrokken partijen over een bepaalde installatie aan de transmissienetbeheerder bezorgen, moeten onderling samenhangend zijn: 1° het beschikbaarheidsplan ingediend door de verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning voor een installatie krachtens artikel 125; 2° de programma's en aanbiedingen van vermogen voorgelegd door de programma-agent voor die installatie krachtens artikel 128; 3° de nominatie voorgelegd door de balanceringsverantwoordelijke belast met de opvolging van die installatie krachtens hoofdstuk 3.5.4; 4° evenals in voorkomend geval de aanbiedingen van balanceringsenergie voorgelegd krachtens titel 9.2, door de leverancier van balanceringsenergie die balanceringsenergie aanbiedt vanaf die installatie. § 2. De transmissienetgebruiker voor de betrokken installatie is ertoe gehouden om toe te zien op het correct doorgeven van de relevante en geüpdatete informatie betreffende de niet-beschikbaarheden en de prognoses van elektriciteitsproductie of verbruik van de installatie aan de verschillende in paragraaf 1 genoemde partijen en die elk van die partijen nodig heeft om haar verplichtingen na te komen. Wanneer de transmissienetbeheerder betreffende eenzelfde installatie inconsistenties vaststelt tussen de prognoses die de verschillende voornoemde actoren hem bezorgen in het kader van hun verplichtingen, kan hij die informatie weigeren, een aanpassing vragen of ze zelf rechtzetten en in dat laatste geval de betrokken partijen ervan op de hoogte brengen.” 36. Artikelen 136 en 137 van de gedragscode elektriciteit handelen, tenslotte, over de meetuitrustingen en meetgegevens die relevant zijn in het kader van de type-overeenkomsten: Art. 136. Voor de toepassing van dit boek zijn de meetuitrustingen de uitrustingen waarop de transmissienetbeheerder een controle dient uit te oefenen om de exploitatie van het transmissienet, en de financiële afwikkeling na uitvoering van zijn taken te verzekeren, alsook om zijn wettelijke verplichtingen na te komen. De meetuitrustingen en hun onderdelen moeten voldoen aan de vereisten van de toepasselijke Belgische en internationale normen. De type-aansluitingsovereenkomst, de type-overeenkomst van de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning, de type-overeenkomst van de programma-agent en/of de type-overeenkomst voor de betrokken ondersteunende dienst regelen de manier waarop de meteropname wordt uitgevoerd. Art. 137. De overeenkomstig deze gedragscode en/of de toepasselijke regelgeving gesloten type-overeenkomsten bepalen, onder meer, de regels betreffende de meetuitrustingen, zoals de technische conformiteitscriteria en de regels betreffende de ingebruikname en het Niet-vertrouwelijk 11/25 gebruik van de meetuitrustingen, het doorgeven en het ter beschikkingstellen van de meetgegevens, de toegang tot de installaties en de betalingsmodaliteiten. 37. Tot slot geven artikelen 240 tot 244 van de gedragscode elektriciteit de overgangsbepalingen aan. Met name artikel 240 en artikel 243 zijn relevant voor de huidige beslissing: Art. 240. De type-overeenkomsten bedoeld in artikel 3, de balanceringsregels en de regels voor congestiebeheer, goedgekeurd door de CREG met toepassing van de wet en/of het technisch reglement vóór de inwerkingtreding van deze gedragscode, worden door de transmissienetbeheerder gewijzigd teneinde deze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van deze gedragscode. De aldus aangebrachte wijzigingen worden door de transmissienetbeheerder ter goedkeuring aan de CREG voorgelegd bij de eerstvolgende wijziging van het betreffende document om een andere reden, doch uiterlijk binnen een tijdsbestek van achttien maanden volgend op de inwerkingtreding van deze gedragscode, behoudens uitdrukkelijk schriftelijk anders overeengekomen met de CREG. Art. 243. Voor elke installatie bedoeld in artikel 123, § 2, 1°, met een maximaal vermogen groter dan of gelijk aan 25 MW, worden de verplichtingen van de programma-agent alsook van de verantwoordelijke van de niet-beschikbaarheidsplanning verzekerd door de balanceringsverantwoordelijke die belast is met de opvolging van het toegangspunt van deze eenheid gedurende een overgangsperiode. De transmissienetbeheerder dient, binnen de achttien maanden volgend op de inwerkingtreding van deze gedragscode, behoudens uitdrukkelijk schriftelijk anders overeengekomen met de CREG, een voorstel tot wijziging van de type-overeenkomsten van de programma-agent en van de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning bedoeld in artikel 3 ter goedkeuring bij de CREG in teneinde de balanceringsverantwoordelijke niet langer meer te belasten met deze verplichting. Niet-vertrouwelijk 12/25 2. ANTECEDENTEN 38. Op 12 november 2020 heeft de CREG beslissing (B)2058 genomen betreffende het voorstel van Elia over de modaliteiten en voorwaarden voor de verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning (hierna: “T&C OPA”) en beslissing (B)2057 betreffende het voorstel van Elia over de modaliteiten en voorwaarden voor de verantwoordelijke voor de Programma-Agent (T&C SA). De CREG heeft beide voorstellen goedgekeurd, met uitzondering van artikel I.7 van de algemene voorwaarden, en onder voorbehoud van enkele aanpassingen. Elia heeft gevolg gegeven aan de beslissing en de gevraagde wijzigingen aangebracht. Het voorstel kadert in de overgangsfase voorzien in artikel 377 van het federaal technisch reglement (hierna: FTR). De twee door de CREG goedgekeurde voorstellen vormen een eerste stap in de omzetting van het huidige niet-gereguleerde operationele en contractuele kader (CIPU-contract en offshore CIPU-contract) naar een gereguleerd kader, zoals gedefinieerd in de SOGL en de RTF. Tijdens deze overgangsfase zullen de procedures die bekend zijn onder het CIPU-contract zoveel mogelijk worden gehandhaafd. De T&C OPA en de T&C SA worden herzien in het kader van het iCAROS-project. 39. In 2017 initieerde Elia inderdaad het iCAROS-project gelanceerd om de overgang van een nietgereguleerd naar een gereguleerd exploitatiekader te stroomlijnen.. Het iCAROS-project beoogt een gefaseerde implementatie van de bepalingen in de SOGL en het FTR inzake de onbeschikbaarheidsplanning, programmering en coördinatie van technische eenheden in nauw overleg met de betrokken belanghebbenden. 40. Voor de T&C OPA en T&C SA voorziet het iCAROS-project de volgende drie fases: - Fase 1 (= overgangsperiode): enkel verplichte deelname voor synchrone elektriciteitsproductie-eenheden (SPGM), Power Park Modules per primaire energiebron (PPM per primaire energiebron) en energieopslageenheden (ESD) met een geïnstalleerd vermogen van 25 MW en meer op het Elia net of via een GDSB geconnecteerd tot Elia net. [verplichte eenheden in het kader van het CIPU contract] - Fase 2 : enkel verplichte deelname voor SPGM, PPM per primaire energiebron en ESD met een geïnstalleerd vermogen van 1 MW en meer ongeacht hun aansluiting voor de OPA verplichting en voor de SA verplichting op het Elia net of via een GDSB geconnecteerd tot Elia net en verplichte deelname voor verbruikersinstallaties rechtstreeks geconnecteerd aan het Elia net voor de OPA verplichtingen maar niet voor de SA verplichtingen tenzij de verbruikersinstallatie vrijwillig redispatch flexibiliteit aanbiedt. Deze fase is verdeeld in twee stappen met meerdere releases om een realistische implementatie mogelijk te maken. o Niet-vertrouwelijk Fase 1: Evoluties in verband met het planningsproces van de onbeschikbaarheden voor de technische installaties die aangesloten zijn op het net van de TNB (of op een CDS dat aangesloten is op het net van de TNB) en voor productie- en opslaginstallaties die aangesloten zijn op het net van de DNB en met de Congestion Risk Indicator (CRI). ▪ Release 1: Implementatie van het volledige design van het planningsproces van de onbeschikbaarheden voor de productie- en opslaginstallaties die aangesloten zijn op het net van de TNB (en op een CDS dat aangesloten is op het net van de TNB) en waarvan het geïnstalleerd vermogen 25 MW of meer bedraagt. ▪ Release 2: Uitbreiding van de CRI naar het lokale netwerk (< 150 kV tot 36/30 kV) en de distributienetten. 13/25 ▪ o - Release 3: Implementatie van het volledige ontwerp van het planningsproces van de onbeschikbaarheden voor de productie- en opslaginstallaties die aangesloten zijn op het net van de TNB (of op een CDS dat aangesloten is op het net van de TNB) en op het net van de DNB met een geïnstalleerd vermogen van 1 MW of meer evenals voor de verbruikslocaties die op het net van de TNB zijn aangesloten). Fase 2: Evolutie van de programmerings- en redispatchingprocessen voor de productie- en opslaginstallaties die aangesloten zijn op het net van de TNB (of op een CDS dat aangesloten is op het net van de TNB), evenals het programmeringsproces voor verbruikslocaties die aangesloten zijn op het net van de TNB. Fase 3 : enkel verplichte deelname voor SPGM, PPM per primaire energiebron en ESD met een geïnstalleerd vermogen van 1 MW ongeacht hun aansluiting en verplichte deelname voor verbruikersinstallaties rechtstreeks geconnecteerd aan het Elia net voor de OPA verplichtingen maar niet voor de SA verplichtingen tenzij de verbruikersinstallatie vrijwillig redispatch flexibiliteit aanbiedt. 41. De door de CREG goedgekeurde T&C OPA en T&C SA in 2020 kaderen in de eerste fase van het iCAROS-project. Het beoogt in de eerste plaats de omzetting te realiseren die nodig is om van het tot dan toe niet-gereguleerde contractuele en operationele kader (CIPU-contract ondertekend door de BRP) over te gaan naar een contractueel en gereguleerd kader dat een duidelijk onderscheid maakt in de rollen en verantwoordelijkheden van de OPA (OPA-contract ondertekend door de OPA) en de SA (contract SA ondertekend door de SA), zoals bepaald in de SOGL en het FTR van 22 april 2019. 42. In deze beslissingen heeft de CREG gesteld dat: - de T&C OPA en T&C SA gelden voor alle elektriciteitsproductie-eenheden en energieopslageenheden die rechtstreeks dan wel via een GDSB zijn aangesloten op het transmissienet met een nominaal vermogen van meer of gelijk aan 25 MW, met uitzondering van de elektriciteitsproductie-eenheden en asynchrone opslagparken die dienst doen als noodgeneratoren, zoals bepaald in artikel 2§2 van het FTR. - zowel de rol van OPA en SA kunnen tijdelijk door de BRP waargenomen worden waargenomen en het dus de BRP is die zowel het OPA-contract als het SA-contract ondertekent. - de volgende technische eenheden vrijgesteld zijn van verplichte deelname: • productie-eenheden en energieopslageenheden die rechtstreeks dan wel via een GDSB op het transmissienet zijn aangesloten met een nominaal vermogen lager dan 25 MW: De gegevensuitwisseling zoals bedoeld in artikel 46

(1), 110 en 111 van de SOGL en de artikelen 246 tot 252 van het FTR gebaseerd is op standaardinformatie tenzij de OPA voor deze installaties, op vrijwillige basis, beslist het SA-contract te ondertekenen (Overweging
(21)van de T&C SA); • verbruikersinstallaties die rechtstreeks dan wel via een GDSB op het transmissienet aangesloten: De gegevensuitwisseling zoals bedoeld in artikel 52
(1)en 53
(1)van de SOGL, beperkt tot de verbruikersinstallaties van grensoverschrijdend belang, is gebaseerd op standaardinformatie. Voor verbruikersinstallaties kan in deze overgangsperiode geen SA-contract worden afgesloten (Overweging
(22)van de T&C OPA). • productie-eenheden en energieopslageenheden aangesloten aan het distributienet: De gegevensuitwisseling zoals bedoeld in artikel 49(a) van de SOGL Niet-vertrouwelijk 14/25 is gebaseerd op standaardinformatie tenzij de SA, op vrijwillige basis, beslist het SAcontract te ondertekenen (Overweging
(23)van de T&C SA). 43. Verder heeft de CREG in deze beslissingen gesteld dat: - De procedures gekend onder het vroegere CIPU-contract blijven behouden, enkel de uitwisseling van informatie is opgesplitst om in lijn te zijn met de SOGL en het FTR. - De gebruikte terminologie in lijn is gebracht met de terminologie van de SOGL. - Artikel 252 van het FTR dat betrekking heeft op de integratie van offshore wind, in het bijzonder ten gevolge van actuele of verwachte slechte weersomstandigheden, verwerkt is. 44. Op 29 februari 2024 heeft de CREG zich aan de hand van beslissing (B)2751 uitgesproken over het voorstel van Elia tot wijziging van de T&C OPA. De CREG keurt het voorstel goed met uitzondering van artikel II.12 inzake de prikkels betreffende de consistentiecontrole van gegevens en mits enkele aanpassingen. De CREG identificeert bovendien verschillende elementen waarmee Elia rekening zal moeten houden bij een toekomstige herziening van de T&C OPA. Het goedgekeurde voorstel voorziet (
  1. i)in een vereenvoudiging en facilitering van wijzigingen in de beschikbaarheidsstatus van technische installaties dichter bij reële tijd, (
  2. ii)in conformiteit aan de in de Europese richtsnoer SOGL gedefinieerde beschikbaarheidsstatussen en (iii) de mogelijkheid tot opsplitsen van de rol van BRP en OPA zoals voorzien in de gedragscode elektriciteit. Dit voorstel kadert in fase 1 van het iCAROS-project dat een stapsgewijze omzetting van het huidige operationele kader naar een kader conform met het Belgische en Europese wettelijk kader beoogt. In deze fase wordt beroep gedaan op de overgangsbepalingen voorzien in artikel 243 van de gedragscode elektriciteit om het toepassingsdomein te beperken tot productie-eenheden en energieopslagfaciliteiten met een geïnstalleerd vermogen van 25 MW of meer, al dan niet rechtstreeks gekoppeld aan het transmissienet. De uitbreiding van het toepassingsdomein naar transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties en productie-eenheden en energieopslagfaciliteiten van 1 MW of meer is voorzien in fase 2 van iCAROS. 45. Op 29 februari 2024 heeft de CREG zich aan de hand van beslissing (B)2750 ook uitgesproken over het voorstel van Elia tot wijziging van de T&C SA. De CREG keurt het voorstel goed met uitzondering van artikel 2
(6), (
  1. b)en (
  2. c)zijnde de verhoging van de “prikkelfactor” van 0 % naar 5 % en 10 % na respectievelijk 12 en 24 maanden voorgesteld in het kader van de controle van de activatie van redispatching energiebiedingen, en artikel II.15.4 inzake de prikkels betreffende de consistentiecontrole van gegevens, en mits enkele aanpassingen. De CREG identificeert bovendien verschillende elementen waarmee Elia rekening zal moeten houden bij een toekomstige herziening van de regels. Het goedgekeurde voorstel voorziet in nieuwe designelementen, waaronder de introductie van (
  3. i)expliciete redispatching energiebiedingen, (
  4. ii)freedom of dispatch in intraday, (iii) een kostengebaseerde vergoeding van redispatching in intraday, (
  5. iv)het concept “terugkeer naar dagelijks programma” en (
  6. v)de controle op de geactiveerde redispatching energiebiedingen, de controle op de terugkeer naar dagelijks programma en de hierbij horende verrekeningen (voorgesteld onder de term “penaliteiten” in de geconsulteerde versie). Dit gewijzigd voorstel kadert in fase 1 van het iCAROS-project dat een stapsgewijze omzetting van het huidige operationele kader naar een kader conform met het Belgische en Europese wettelijk kader beoogt. In deze fase wordt beroep gedaan op de overgangsbepalingen voorzien in artikel 243 van de Niet-vertrouwelijk 15/25 gedragscode elektriciteit om het toepassingsdomein te beperken tot productie-eenheden en energieopslagfaciliteiten met een geïnstalleerd vermogen van 25 MW of meer, al dan niet rechtstreeks gekoppeld aan het transmissienet; en om de rol van de SA toe te kennen aan de BRP. De uitbreiding van het toepassingsdomein naar transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties en productie-eenheden en energieopslagfaciliteiten van 1 MW of meer; en de splitsing van de rollen BRP en SA is voorzien in fase 2 van iCAROS. 46. Op 2 april 2025 heeft de CREG van Elia een aanvraag tot goedkeuring van de wijziging van de T&C OPA ontvangen. De volgende bijlagen, die relevant zijn voor deze beslissing, waren bij de brief gevoegd: - Het voorstel tot wijziging van de Modaliteiten en Voorwaarden voor de Verantwoordelijke voor de Niet-Beschikbaarheidsplanning, in het Frans, Nederlands en Engels (Bijlage 1 van deze beslissing). - De verklarende nota bij het voorstel (Bijlage 2 van deze beslissing). - Het raadplegingsrapport betreffende de Modaliteiten en de Voorwaarden voor de Programma-Agent (Bijlage 3 van deze beslissing). 47. Dit voorstel maakt deel uit van “release” 1 van fase 2 van het iCAROS-project. De belangrijkste wijzigingen van dit voorstel betreffen de evolutie van het planningsproces van de ontbeschikbaarheden en een harmonisatie met het REMIT-proces en het transparantieplatform. Niet-vertrouwelijk 16/25 3. RAADPLEGING 48. Van vrijdag 31 januari 2025 tot maandag 3 maart 2025, dus gedurende meer dan vier weken, heeft Elia een openbare raadpleging over het voorstel gehouden. Bij de raadpleging werd een verklarende nota gevoegd5. 49. Tijdens de openbare raadpleging heeft Elia drie niet-vertrouwelijke opmerkingen ontvangen van de volgende belanghebbenden (bijlage 3 bij deze beslissing): - Belgisch offshore-platform (BOP); - Febeg; - Febeliec. 50. De CREG zal de opmerkingen van de marktpartijen en de antwoorden van Elia hierop onderzoeken in deel 4 van huidige beslissing, voor zover de CREG het niet eens zou zijn met de opmerking gemaakt door de marktpartij, en/of het antwoord van Elia. De opmerkingen en antwoorden opgenomen in het raadplegingsverslag waarmee de CREG het eens is, worden in huidige beslissing niet hernomen. 51. Rekening houdend met wat voorafgaat, beslist het directiecomité van de CREG, op grond van artikel 23, § 1, van zijn huishoudelijk reglement, in het kader van de onderhavige beslissing, om, met toepassing van artikel 40, 2°, van zijn huishoudelijk reglement geen raadpleging te organiseren over huidige beslissing. 52. Deze raadpleging georganiseerd door Elia beschouwt de CREG als een effectieve openbare raadpleging aangezien deze raadpleging op de website van Elia plaatsvond, gemakkelijk toegankelijk was vanuit de startpagina van deze website en voldoende gedocumenteerd was. Bovendien heeft Elia een mailing verstuurd naar alle op hun website geregistreerde personen. 53. De duur van deze openbare raadpleging bedroeg ruim vier weken. De CREG is van oordeel dat de duur van de raadpleging voldoende lang was. 5 Zie https://www.elia.be/-/media/project/elia/elia-site/public-consultations/2025/public-consultation-for-modification-ofthe-outage-planning-agent-tc-opa/20250131--tc-opa----explanatory-document.pdf, « Explanatory Note T&C Outage Planning Aggent 31-01-2025 » (in het Engels) Niet-vertrouwelijk 17/25 4. ANALYSE VAN HET VOORSTEL 4.1. DOEL VAN HET VOORSTEL 54. Voor de veilige werking van het net coördineert Elia de assets (dit zijn de productie-, verbruiksof opslaginstallaties), op grond van informatie die de verantwoordelijke van de nietbeschikbaarheidsplanning (hierna: OPA) haar levert betreffende de onbeschikbaarheid van deze eenheden. 55. Elia maakt gebruik van prognoses en planningsinformatie over de onbeschikbaarheid van technische eenheden (dit zijn de productie-, verbruiks- of opslaginstallaties) aangesloten op haar net om een veilig beheer van het net voor te bereiden en te monitoren. Een specifiek deel van die informatie gaat over geplande en gedwongen onbeschikbaarheid. Voor elke technische eenheid ontvangt Elia van de verantwoordelijke van de niet-beschikbaarheidsplanning (hierna: OPA) de informatie van onbeschikbaarheid. Zo kan Elia: - Efficiënte onderhoudswerkzaamheden aan het net plannen; - Analyses uitvoeren - en zo nodig maatregelen treffen - via de verschillende systeemdiensten; - De toereikendheid ('adequacy') van het systeem ondersteunen. 56. Momenteel coördineert Elia vooral de niet-beschikbaarheidsplanning van de productie- en opslageenheden met een geïnstalleerde capaciteit van 25 MW of meer die aangesloten zijn op het Elianet. Ook andere productie-eenheden kunnen in de T&C OPA worden opgenomen om door Elia te worden gecoördineerd (dit gaat dan om eenheden die het Elia-net ernstig kunnen aantasten) of om specifieke systeemdiensten aan te bieden (als de ondertekening van de T&C OPA een voorwaarde is voor het verstrekken van de dienst). 57. Op basis van deze gegevens verricht de regionale veiligheidscoördinator6 de operationeleveiligheidsanalyse in de operationele planningen conform artikel 80 van de SOGL, en valideert, finaliseert en actualiseert Elia de niet-beschikbaarheidsplannen conform artikelen 98 tot 100 van de SOGL. Deze niet-beschikbaarheidsplanning beoogt een veilige en efficiënte uitbating van het net. Ook worden deze gegevens gebruikt bij het opstellen van de gemeenschappelijke netwerkmodellen voor de capaciteitsberekening, conform artikel 16 van de CACM. 58. Zoals toegelicht in paragraaf 54 van huidige beslissing, zijn vandaag enkel elektriciteitsproductieeenheden en energieopslagfaciliteiten met een nominaal vermogen groter of gelijk aan 25 MW, rechtstreeks of via een transmissiegekoppelde CDS7 aangesloten op het transmissienet van Elia, verplicht tot het uitwisselen van informatie over de programmering en redispatch biedprijzen. Op basis van artikel 128 van de gedragscode elektriciteit wordt deze verplichting uitgebreid naar andere categorieën van technische eenheden en dienen de modaliteiten en voorwaarden opgenomen te worden in de T&C SA. De gedragscode elektriciteit voorziet in de artikelen 240 en 243 van de gedragscode elektriciteit weliswaar een overgangsperiode om geleidelijk over te stappen naar een gereguleerd contractueel kader conform het Europese en het nationale wetgevende kader. Elia heeft in 2017 het iCAROS-project geïnitieerd om deze stapsgewijze omzetting te stroomlijnen. 6 7 CORESO voor België ‘Closed Distribution System’. Niet-vertrouwelijk 18/25 59. De T&C OPA goedgekeurd door de CREG in 2020 in haar beslissing (B)2058 situeren zich in de eerste fase van dit omzettingsproces (‘iCAROS fase 1’), zijnde de overgangsperiode gedefinieerd in de artikelen 240 en artikel 243 van de gedragscode elektriciteit. Het voorstel maakt deel uit van de overgangsfase waarin artikel 377 van het federaal technisch reglement voorziet. Het vormt een eerste stap in de omzetting van het huidige niet-gereglementeerde operationele en contractuele kader (CIPUcontract en offshore CIPU-contract) naar een gereguleerd kader, zoals gedefinieerd in de SOGL en de RTF. Tijdens deze overgangsfase worden de procedures die bekend zijn onder het CIPU-contract zoveel mogelijk gehandhaafd. De T&C OPA worden herzien in het kader van het iCAROS-project. De T&C OPA die in 2024 door de CREG in haar beslissing (B)2751 zijn goedgekeurd, vallen eveneens onder de overgangsperiode van “fase 1 iCAROS” (zie paragraaf 44 van huidige beslissing). Dit voorstel maakt deel uit van fase 1 van het iCAROS-project, dat tot doel heeft het huidige operationele kader geleidelijk om te vormen tot een kader dat in overeenstemming is met het Belgische en Europese wettelijke kader. Tijdens deze fase worden de overgangsbepalingen van artikel 243 van de gedragscode elektriciteit ingeroepen om het toepassingsgebied te beperken tot productie-eenheden en energieopslaginstallaties met een geïnstalleerd vermogen van 25 MW of meer, ongeacht of zij al dan niet rechtstreeks op het transmissienet zijn aangesloten. De uitbreiding van het toepassingsgebied tot verbruiksinstallaties en productie-eenheden die zijn aangesloten op het transmissienet, alsook tot energieopslaginstallaties van 1 MW of meer, is voorzien in fase 2 van iCAROS. Met dit Voorstel blijft de verplichting tot deelname aan de niet-beschikbaarheidsplanning nog beperkt tot de elektriciteitsproductie-eenheden en energieopslagfaciliteiten met een nominaal vermogen groter of gelijk aan 25 MW, rechtstreeks of via een transmissiegekoppelde CDS aangesloten op het transmissienet. Elia beroept zich hiervoor op de overgangsbepalingen uit artikel 377 van FTR van 22 april 2019 die in artikel 240 van de gedragscode elektriciteit hernomen zijn. Evenwel wordt in het Voorstel al voorzien dat de OPA-rol opgenomen kan worden door een andere partij dan de BRP van het betrokken toegangspunt. Op dit punt wordt dus voor de T&C OPA geen beroep meer gedaan van de overgangsbepaling voorzien in artikel 243 van de gedragscode elektriciteit. Het huidige voorstel maakt deel uit van de eerste release van fase 2 van het iCAROS-project, dat betrekking heeft op de implementatie van het volledige ontwerp van het proces voor het plannen van onbeschikbaarheid voor productie- en opslaginstallaties die zijn aangesloten op het netwerk van de TSB (en op een CDS dat is aangesloten op netwerk van de TSB) en waarvan de geïnstalleerde capaciteit gelijk is aan of groter is dan 25 MW. De belangrijkste wijzigingen die met dit voorstel worden aangebracht, hebben betrekking op de evolutie van het proces voor het plannen van onbeschikbaarheid en op de harmonisatie met het REMIT-proces en het transparantieplatform. 60. De structuur van de onderstaande analyse is gebaseerd op die van de T&C OPA. De opmerkingen uit de openbare raadpleging worden besproken onder de punten waarop ze betrekking hebben. Niet-vertrouwelijk 19/25 4.2. Modaliteiten en voorwaarden die het wettelijk kader vormen 4.2.1. Voorafgaande algemene opmerkingen 61. Ten eerste verwijst de CREG naar de commentaar in paragraaf 80, 81, 88, 89, 107, 109 en 114 van haar beslissing (B)2751. De CREG stelt het volgende vast: 62. Elia heeft op een aanvaardbare manier rekening gehouden met paragraaf 80 over de vereenvoudiging van de procedures “Listed”, “Revision”, “Standby” en “Ready-to-run”. Dit punt wordt in paragraaf 69 van deze beslissing besproken. 63. Elia heeft op een aanvaardbare manier rekening gehouden met paragraaf 81 over de opmaak van een indicatief langetermijnbeschikbaarheidsplan. Dit punt wordt in paragraaf 73 van deze beslissing besproken. 64. Paragraaf 88 over de splitsing van de rollen BRP, OPA en SA geldt niet meer voor de rollen BRP en OPA aangezien het al mogelijk is om ze te splitsen. Wat de splitsing van de rollen van BRP en SA betreft, vraagt de CREG aan Elia om haar analyse voort te zetten in het kader van fase 2 van iCAROS. 65. Met paragraaf 89 betreffende de granulariteit van de uitgewisselde gegevens voor verbruiksinstallaties werd in dit voorstel geen rekening gehouden De CREG vraagt Elia om dit in overleg met de marktspelers te analyseren in het kader van fase 2 van iCAROS. 66. Elia heeft rekening gehouden met paragraaf 107 inzake de procedure voor het onbeschikbaarheidsplan voor weersafhankelijke eenheden. Dit punt wordt in paragraaf 83 van deze beslissing besproken. 67. In dit voorstel werd geen rekening gehouden met paragraaf 109 over de publicatie van de geplande onbeschikbaarheden van netelementen. De CREG vraagt Elia om in het kader van fase 2 van iCAROS rekening te houden met deze opmerking en dit op te nemen in een toekomstig voorstel van T&C OPA. 68. Met paragraaf 114 betreffende de kennisgeving van een probleem van inconsistentie van gegevens werd in dit voorstel geen rekening gehouden. De CREG vraagt Elia om de zin "Er wordt een kennisgeving gestuurd naar de OPA en de SA wanneer een inconsistentie wordt vastgesteld in dayahead tussen het programma en het beschikbaarheidsplan” op te nemen in artikel II.11.3 van een volgend voorstel tot wijziging van de T&C OPA om de situatie te verduidelijken. De CREG vraagt Elia ook om een gelijkaardige wijziging door te voeren in de volgende herziening van de T&C SA. 4.3. Specifieke voorwaarden van de T&C OPA 4.3.1. Artikel II.5: Beschikbaarheidsplan 69. De CREG aanvaardt de wijzigingen over de afschaffing van de statussen Listed, Revision, Standby en Ready-to-Run en de uitbreiding van de door het beschikbaarheidsplan gedekte periode. Deze wijziging komt tegemoet aan het verzoek in paragraaf 80 en 81 van beslissing (B)2751. 70. FEBEG begrijpt de tijdsbeperking van een maand voor de planning van de testen niet, gezien de voordelen van een kortere planning voor het systeem. Elia verduidelijkt dat er een test kan worden gepland minder dan één maand voor de start van de test, maar dat Elia in dat geval niet kan garanderen Niet-vertrouwelijk 20/25 dat de test wordt aanvaard en het verzoek zal valideren volgens de termijnen bepaald in art. II.8.7. Elia heeft het voorstel in die zin aangepast. De CREG aanvaardt de verduidelijking en wijziging die Elia na de raadpleging heeft aangebracht. 71. FEBEG benadrukt de moeilijkheden rond de organisatie van testen en de indiening van het productieprogramma op D-1 om 15 uur. Elia antwoordt dat deze procedure nodig is omdat eenheden met de status "test” geen redispatchingofferte moeten indienen en dat de modaliteiten i.v.m. de wijziging van het programma in de status "test” zullen worden gewijzigd bij de volgende herziening van de T&C SA. De CREG aanvaardt de uitleg, maar vraagt Elia om dit punt te herzien in het volgende voorstel van T&C SA. 72. FEBEG vraagt verduidelijking over het voorleggen van een verantwoording in het proces voor de voorlegging van een "teststatus". Elia verduidelijkt hoe deze informatie moet worden meegedeeld. De CREG aanvaardt de verduidelijking die Elia na de raadpleging heeft aangebracht. 4.3.2. Artikel II.6: Verstrekking van het indicatieve beschikbaarheidsplan 73. De CREG aanvaardt de invoering van artikel II.6 over de verstrekking van een indicatief beschikbaarheidsplan. Deze invoering komt tegemoet aan de opmerking uit paragraaf 82 van beslissing (B)2751. 74. FEBEG benadrukt dat het onmogelijk is om indicatieve beschikbaarheidsplannen in te dienen voor geplande onbeschikbaarheden over meer dan 5 jaar. Elia stelt voor om "tags" in "Optiflex" in te voeren zodat OPA's dergelijke onbeschikbaarheden kunnen melden. De CREG aanvaardt de verduidelijking van Elia na de raadpleging. 75. BOP meldt dat het moeilijk is om beschikbaarheidsplannen met een granulariteit per kwartier in te dienen voor weersafhankelijke productie-eenheden. Elia specificeert dat het mogelijk is om beschikbaarheidsplannen in te dienen met minder precieze granulariteiten (per uur, per dag of per maand) en dat Elia deze dan omzet naar een een granulariteit per uur. Elia heeft het voorstel gewijzigd om deze mogelijkheid te verduidelijken. De CREG aanvaardt de verduidelijking die Elia na de raadpleging heeft gegeven. 4.3.3. Artikel II.7: Verstrekking van het year-ahead beschikbaarheidsplan 76. De CREG aanvaardt de invoering van een nieuw artikel II.7. Deze wijziging komt ook tegemoet aan de opmerking in paragraaf 80 van beslissing (B)2751 over de noodzaak om de procedures Listed, Revision, Stand-by en Ready-to-Run te vereenvoudigen. 77. FEBEG stelt voor om de beschikbaarheidsplannen voor het volgende jaar continu in te dienen zodat Elia niet tot 1 augustus moet wachten om te starten met de herziening van de planning voor het volgende jaar. Snellere valideringen zijn goed voor de verbetering van de nauwkeurigheid van REMITpublicaties. Elia legt uit dat het mogelijk is om continu beschikbaarheidsplannen in te dienen en dat het noodzakelijk is om te wachten tot 1 augustus en tot de beschikbaarheidsplannen van alle OPA's zijn ingediend om te starten met de herziening van de planning voor het volgende jaar. Niet-vertrouwelijk 21/25 78. De CREG aanvaardt de uitleg van Elia en bevestigt dat een algemeen zicht op de beschikbaarheidsplannen nodig is om de onderhoudsplanning voor het volgende jaar efficiënt te kunnen herzien. 4.3.4. Artikel II.8: Wijzigingen aan het beschikbaarheidsplan 79. De CREG aanvaardt de invoering van een nieuw artikel II.8. Deze wijziging komt ook tegemoet aan de opmerking in paragraaf 80 van beslissing (B)2751 over de noodzaak om de procedures Listed, Revision, Stand-by en Ready-to-Run te vereenvoudigen. 80. De CREG vraagt Elia om, alvorens over te gaan tot publicatie op haar website, de materiële fout "dag D-1 10:00 uur" te wijzigen door "dag D-1 09:30 uur" in de kolom "Timing OPA-wijzigingsverzoek" van artikel II.8.7. Door deze wijziging kan een realistische termijn voor de validering van een verzoek tot wijziging worden verzekerd. Voor de conformiteit moet de tekst onder de tabel ook worden aangepast. 81. BOP maakt zich zorgen over het proces voor de goedkeuring van een wijziging van het beschikbaarheidsplan voor offshore windparken. Ze vraagt Elia om te bevestigen dat de weigering van een verzoek om het beschikbaarheidsplan te wijzigen in de praktijk zelden zal voorkomen voor windparken op zee. Elia bevestigt deze informatie. 82. BOP is van mening dat het voorstel niet garandeert dat (
  7. i)verzoeken tot wijziging zo snel mogelijk zullen worden behandeld, (
  8. ii)verzoeken tot wijziging slechts in laatste instantie zullen worden geweigerd en (iii) Elia in geval van weigering een transparante verantwoording zal geven. Elia reageert hierop met te stellen dat de termijn voor het valideren van verzoeken wordt bepaald in artikel II.8.7 van het voorstel en dat de regels voor het goedkeuren van een wijziging en de verantwoording van een weigering worden omschreven in artikel II.8.8 van het voorstel en in artikel 4 en 6 van de "Regels voor coördinatie". De CREG bevestigt het regelgevend kader. 83. BOP vraagt Elia om opties voor de validering van een wijziging van een (semi-)automatisch beschikbaarheidsplan te analyseren. Elia antwoordt dat ze deze optie zal analyseren voor wijzigingen die geen risico voor de operationele veiligheid vormen, maar voegt eraan toe dat deze automatische validatieprocessen niet expliciet kunnen worden gedefinieerd in de T&C OPA omwille hun dynamisch en veranderend karakter. De CREG aanvaardt het antwoord van Elia en voegt eraan toe dat de aanwezigheid van een team belast met de permanente behandeling van verzoeken tot wijziging in de praktijk vergelijkbaar zal zijn met een automatisch aanvaardingsproces. De CREG vraagt Elia om de vraag in overleg met de marktspelers te analyseren in het kader van fase 2 van iCAROS. 84. BOP benadrukt het gebrek aan een verwijzing naar de "Regels voor Coördinatie" in artikel II.8 van het voorstel en het gebrek aan transparantie in de criteria voor de evaluatie van een verzoek tot wijziging van een beschikbaarheidsplan. Ze benadrukt de nood aan transparante evaluatiecriteria voor de goedkeuring/afwijzing van een verzoek tot wijziging van een beschikbaarheidsplan. Elia aanvaardt de opmerking over de verwijzing en wijzigt het voorstel in die zin. Wat het evaluatiecriterium betreft, wijst Elia erop dat de evaluatiecriteria zijn opgenomen in de "Regels voor Coördinatie" en dat het voorstel bepaalt dat Elia een verantwoording geeft in geval van weigering. Elia stelt wel voor om een verwijzing toe te voegen naar het evaluatiecriterium uit artikel 6 van de "Regels voor Coördinatie" in artikel II.8.11 van het voorstel om het proces te verduidelijken. De CREG aanvaardt het antwoord en de wijzigingen die Elia na de raadpleging heeft aangebracht. Niet-vertrouwelijk 22/25 85. FEBEG is bezorgd over de duur van de validatievensters die Elia zichzelf toestaat, wat het beheer van onbeschikbaarheden ingewikkelder maakt en de publicatie van onbeschikbaarheden op IIP’s delicaat maakt. Ze betreurt ook dat het proces voor de goedkeuring van een wijziging manueel gebeurt. FEBEG zou willen dat Elia het principe "wie het eerst komt, het eerst maalt" systematisch volgt in het kader van de goedkeuring van een verzoek tot wijziging van een beschikbaarheidsplan. Elia begrijpt de bezorgdheden van FEBEG. Ze bevestigt dat haar proces er is het om het sequentiële valideringsproces te vergemakkelijken. De CREG aanvaardt het antwoord en vraagt Elia om metingen te verstrekken van de tijd die nodig is om de verzoeken tot wijziging te valideren tijdens een MIGO-werkgroep die zal volgen op de indiening van de year-ahead beschikbaarheidsplannen. 86. BOP en FEBEG maken opmerkingen over de automatische aanvaarding van de verlenging van een "Planned maintenance" status en betreuren dat de automatische aanvaarding beperkt is tot 5 dagen. Elia preciseert dat de verlenging van de status na 5 dagen een bijkomende veiligheidsanalyse vereist die het niet mogelijk maakt om de verlenging automatisch te aanvaarden. Elia stelt ook voor om het voorstel over deze beperking van 5 dagen te verduidelijken. De CREG aanvaardt het antwoord en de wijziging van Elia van na de raadpleging. 4.3.5. Artikel II.9: Modaliteiten om een forced outage aan te geven 87. FEBEG wenst eraan te herinneren dat een OPA op eender welk moment van de dag een "forced outage" kan afkondigen. FEBEG merkt op dat dit scenario zich meestal voordoet wanneer onderhoud later op de dag moet worden geprogrammeerd en de OPA geen 24 uur kan wachten op de validatie van Elia. Elia bevestigt dat een OPA op eender welk moment van de dag een "forced outage" kan afkondigen, maar vraagt FEBEG om de statussen te respecteren. Onderhoud moet worden aangegeven als een "planned unavailbility” en niet als een “forced outage”. Elia is zich bewust van de urgentie van een wijzigingsverzoek ingediend op D-1 en verzekert dat het prioritair zal worden behandeld. Elia voegt eraan toe dat de OPA bij een dringend verzoek altijd de dispatching kan bellen. Deze mogelijkheid om de dispatching te bellen werd expliciet toegevoegd aan artikel II. 8.7 van het voorstel. De CREG bevestigt de opmerking van Elia over de noodzaak om de onbeschikbaarheden correct in te dienen en aanvaardt de wijziging. 4.3.6. 88. Artikel II.14: Transparantie en publicatie De CREG aanvaardt de invoering van artikel II.14. 89. FEBEG maakt zich zorgen over de mogelijkheid om de “flows OPA” en “transparency with REMIT”. samen te voegen. Elia verzekert dat ze de onbeschikbaarheidsgegevens niet zal publiceren op haar IIP. De CREG aanvaardt het antwoord en wil eraan toevoegen dat ze bijzondere aandacht besteedt aan de noodzaak om een gelijk speelveld te behouden tussen Elia als leverancier van een IIP-dienst en andere leveranciers van IIP-diensten. Niet-vertrouwelijk 23/25 5. BESLISSING Met toepassing van artikel 3 §1 van de gedragscode van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en van de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, keurt de CREG het voorstel van Elia Transmission Belgium N.V. betreffende de Voorwaarden voor de Verantwoordelijke van de niet-beschikbaarheidsplanning ingediend per brief van 2 april 2025 goed. Er wordt aan Elia Transmission Belgium N.V. gevraagd om alvorens over te gaan tot publicatie op haar website van het goedgekeurd voorstel betreffende de Voorwaarden voor de Verantwoordelijke van de niet-beschikbaarheidsplanning gevolg te geven aan de opmerkingen geformuleerd in paragraaf 80 van huidige beslissing. Deze verbeterde versie dient ook aan de CREG te worden meegedeeld voor publicatie op de website van Elia Transmission Belgium N.V. Bovendien vraagt de CREG dat Elia Transmission Belgium rekening houdt met de opmerkingen in de paragrafen 65, 66 en 83 van deze beslissing. Ten slotte, vraagt de CREG dat Elia bij het eerstkomende voorstel tot wijziging van de Voorwaarden voor de Verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning, rekening houdt met de opmerkingen in de paragrafen 67, 68 en 71. De goedgekeurde wijzigingen treden in werking op datum van publicatie ervan op de website van Elia Transmission Belgium N.V.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijk Ilse TANT Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 24/25 BIJLAGE 1 Voorstel tot wijziging van de T&C OPA en track changes 2 april 2025 – Nederlandstalige, Franstalige en Engelstalige versie BIJLAGE 2 Verklarende nota Elia 31 januari 2025 – Engelstalige versie BIJLAGE 3 Raadplegingsverslag met betrekking tot de T&C OPA 1 april 2025 – Engelstalige versie Individuele antwoorden van : - BOP – Engels – 28 februari 2025 - FEBEG – Engels – 3 maart 2025 - Febeliec – Engels – niet gedateerd Niet-vertrouwelijk 25/25

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.