← België

Beslissing tot vaststelling van de sociaaltariefpremies voor elektriciteit, aardgas en warmte voor het 1ste kwartaal van 2025

(B)3019 10 april 2025 Beslissing tot vaststelling van de sociaaltariefpremies voor elektriciteit, aardgas en warmte voor het 1ste kwartaal van 2025 Artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 tot vaststelling van de berekeningswijzen, de regels en de modaliteiten inzake de aanvraag en toekenning van de sociaaltariefpremies Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE ......................................................................................................................................... 2 INLEIDING ..................................................................................................................................................... 3 1. BEREKENING VAN DE BEDRAGEN VAN DE SOCIAALTARIEFPREMIES ................................................... 4 1.1. SOCIAALTARIEFPREMIE ELEKTRICITEIT ....................................................................................... 4 1.1.1. Berekeningsmethode ......................................................................................................... 4 1.1.2. Energiecomponent ............................................................................................................. 5 1.1.3. Netwerkcomponent ........................................................................................................... 6 1.1.4. Federale belastingcomponent............................................................................................ 9 1.1.5. Totaalbedrag van de sociaaltariefpremie elektriciteit ..................................................... 10 1.2. SOCIAALTARIEFPREMIE AARDGAS ............................................................................................ 10 1.2.1. Berekeningsmethode ....................................................................................................... 10 1.2.2. Energiecomponent ........................................................................................................... 11 1.2.3. Netwerkcomponent ......................................................................................................... 12 1.2.4. Federale belastingcomponent.......................................................................................... 14 1.2.5. Totaalbedrag van de sociaaltariefpremie aardgas ........................................................... 15 1.3. SOCIAALTARIEFPREMIE WARMTE ............................................................................................. 15 2. VASTLEGGING VAN DE MAXIMUMBEDRAGEN VOOR DE SOCIAALTARIEFPREMIES .......................... 16 3. NOODZAAK TOT WIJZIGING VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 11 JULI 2024 ................................. 17 BIJLAGE 1 .................................................................................................................................................... 18 BIJLAGE II .................................................................................................................................................... 19 Niet-vertrouwelijk 2/19 INLEIDING De sociaaltariefpremies werden ingevoerd door de wet van 15 mei 2024 tot invoering van een sociaaltariefpremie (hierna: de wet van 15 mei 2024)1. Het doel is om een forfaitaire trimestriële premie te verlenen aan beschermde klanten die omwille van technische redenen geen aanspraak kunnen maken op het sociaal tarief in c€/kWh op hun energiefactuur. Het gaat dan bijvoorbeeld om beschermde klanten die wonen in een privégebouw met een collectieve installatie, zoals een collectieve aardgasketel, een collectief verwarmingssysteem of een collectieve warmtepomp. In eerste instantie berekent de COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) het bedrag van de sociaaltariefpremies elektriciteit, aardgas en warmte overeenkomstig de methode die is vastgelegd in het koninklijk besluit van 11 juli 2024 tot vaststelling van de berekeningswijzen, de regels en de modaliteiten inzake de aanvraag en toekenning van de sociaaltariefpremies (hierna: het koninklijk besluit van 11 juli 2024)2. Vervolgens kunnen de bedragen van de sociaaltariefpremies worden geplafonneerd door de minister van Energie, die de maximumbedragen voor de sociaaltariefpremies moet vastleggen op basis van de bedragen die de CREG heeft berekend, het aantal premie-aanvragen en de door de staatsbegroting ter beschikking gestelde middelen. Deze beslissing heeft betrekking op de bedragen van de sociaaltariefpremies (hierna 'STP') voor het 1ste trimester van 2025 die de CREG heeft berekend overeenkomstig het besluit van 11 juli 2024. Om zo transparant mogelijk te zijn, publiceert de CREG deze beslissing die de STP vastlegt voor het 1ste trimester van 2025 met een gedetailleerde weergave van de gebruikte berekeningen. De CREG herhaalt bovendien de aanbeveling die ze formuleerde in haar jaarlijks monitoringverslag (RA)2987 van 27 februari 2025 met betrekking tot de sociaaltariefpremie elektriciteit, aardgas en warmte, volgens dewelke de methode voor de berekening van de sociaaltariefpremies zou moeten worden aangepast om te vermijden dat het bedrag van de netwerkcomponent negatief zou zijn3. Indien de huidige methode voor de berekening van de STP immers ongewijzigd blijft, is het bedrag van de STP 'warmte' negatief vanaf het 1ste trimester van 2025. Daarom beveelt de CREG aan om het ontwerp van koninklijk besluit waarop haar advies (A)2917 van 21 november 2024 betrekking had, zo snel mogelijk aan te passen om te voorkomen dat er een situatie ontstaat die in strijd is met de beoogde doelstelling van de STP. Deze STP heeft immers als doel een financiële compensatie toe te kennen voor een nietontvangen voordeel en moet bijgevolg een positief bedrag zijn, in euro, dat aan de begunstigden wordt betaald. Een negatief totaalbedrag zou in strijd zijn met het doel van deze premie. Deze beslissing is genomen op basis van artikel 2 § 1 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024. Het directiecomité van de CREG heeft onderhavige beslissing goedgekeurd tijdens zijn vergadering van 10 april 2025. 1 Wet van 15 mei 2024 tot invoering van een sociaaltariefpremie Koninklijk besluit van 11 juli 2024 tot vaststelling van de berekeningswijzen, de regels en de modaliteiten inzake de aanvraag en toekenning van de sociaaltariefpremies 3 Zie jaarlijks monitoringverslag (RA)2987 met betrekking tot de sociaaltariefpremie elektriciteit, aardgas en warmte van 27 februari 2025. 2 Niet-vertrouwelijk 3/19 1. 1. BEREKENING VAN DE SOCIAALTARIEFPREMIES BEDRAGEN VAN DE Het koninklijk besluit van 11 juli 2024 bepaalt het volgende in artikel 2, § 1: "De sociaaltariefpremies worden telkens binnen de vijftien dagen na afloop van elk trimester vastgesteld door de commissie. Deze trimesters beginnen op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober. De CREG moet dus voor 15 april 2025 de bedragen van de sociaaltariefpremies voor het 1ste trimester van 2025 vastleggen. 2. Het koninklijk besluit van 11 juli 2024 bepaalt het volgende in artikel 2, § 2: "De minister bevoegd voor Energie moet maximumbedragen vastleggen voor de sociaaltariefpremies, uiterlijk twintig dagen na afloop van een betreffend trimester, in functie van de door de staatsbegroting ter beschikking gestelde middelen. De minister houdt hierbij rekening met volgende criteria.: 1° het overeenkomstig de algemene uitgavenbegroting ter beschikking gestelde budget; 2° de hoogte van de sociaaltariefpremies overeenkomstig de berekeningsmethode voorzien in de artikelen 3 tot en met 5; 3° het aantal aanvragen voor de sociaaltariefpremies; 4° de door de CREG uitgevoerde permanente monitoring bedoeld in artikel 12 van de wet sociaaltariefpremie; Wanneer deze maximumbedragen, vastgesteld overeenkomstig het derde lid, lager zijn dan de sociaaltariefpremies, bekomen overeenkomstig de respectieve berekeningsmethodes bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5, gelden deze maximumbedragen als de sociaaltariefpremies voor het desbetreffende trimester." De bedragen van de sociaaltariefpremies die de Commissie overeenkomstig artikel 2, § 1 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 vastlegt, kunnen dus worden geplafonneerd door de maximumbedragen die de minister van Energie op basis van een ministerieel besluit oplegt. 1.1. SOCIAALTARIEFPREMIE ELEKTRICITEIT 1.1.1. Berekeningsmethode 3. De berekeningsmethode voor de sociaaltariefpremie elektriciteit is vastgelegd in artikel 4 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 (onderlijning van de CREG): "Art. 4. De sociaaltariefpremie elektriciteit voor een bepaald trimester is gelijk aan het bedrag in euro bekomen door de som van de als volgt berekende componenten: 1° De energiecomponent, variabele term: het bedrag berekend door toepassing van de formule (CEReQ-TSeQ)*3,4*FTrim, waarbij:

  1. a)CEReQ gelijk is aan het gemiddelde van de referentie-energiecomponenten elektriciteit van elke maand van het betreffende trimester, berekend in overeenstemming met artikel 3, § 1, tweede lid, 1°, b), van het koninklijk besluit van 29 maart 2012 tot vaststelling van de regels voor het bepalen van de kosten van de toepassing van de sociale tarieven door de elektriciteitsbedrijven en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan;
  2. b)TSeQ gelijk is aan de energiecomponent van het sociaal tarief elektriciteit (enkelvoudig tarief) dat van toepassing is tijdens het betreffende trimester, berekend in overeenstemming met artikel 7, § 1, van het ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan beschermde residentiële afnemers;
  3. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: Niet-vertrouwelijk 4/19 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2e trimester, 5,24% in het 3e trimester en 36,41% in het 4e trimester; 2° De energiecomponent, vaste term: het bedrag berekend door het gemiddelde te nemen van het vastrecht per jaar voor het meest verkochte product "elektriciteit" voor kleine professionele afnemers (B2B) van elk van de twee belangrijkste elektriciteitsleveranciers en vervolgens gedeeld door vier, waarbij:
  4. a)de twee belangrijkste elektriciteitsleveranciers de twee leveranciers zijn met het grootste marktaandeel op basis van het aantal standaardcontracten dat zij met kleine en middelgrote ondernemingen hebben afgesloten; en
  5. b)de grootte van het marktaandeel ieder jaar bepaald wordt op het einde van de maand maart en op het einde van de maand september. 3° De netwerkcomponent: berekend door de formule (RDe1-RDe2)*Ftrim toe te passen, waarbij:
  6. a)RDe1 het mediane bedrag is van de distributienetkosten van toepassing in de distributiezones waar minstens 1% van de Belgische bevolking woont, voor een residentiële woning met een verbruik van 23.800 kWh/jaar, vervolgens gedeeld door zeven;
  7. b)RDe2 het laagste bedrag is aan distributienetkosten voor elektriciteit van toepassing in de distributiezones waar minstens 1% van de Belgische bevolking woont voor een verbruik van 3.400 kWh/jaar;
  8. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2e trimester, 5,24% in het 3e trimester en 36,41% in het 4e trimester; 4° De federale belastingcomponent: berekend door de formule (TFe1- TFe2)*Ftrim toe te passen, waarbij:
  9. a)TFe1 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, k), 2., b., van de Programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 3.400 kWh/jaar;
  10. b)TFe2 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, k), 2., a., van de Programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 3.400 kWh/jaar;
  11. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2e trimester, 5,24% in het 3e trimester en 36,41% in het 4e trimester." 1.1.2. Energiecomponent 4. Op basis van het voorgaande heeft de CREG de energiecomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 1ste trimester van 2025 als volgt berekend: - Variabele term: (CEReQ-TSeQ)*3,4*FTrim4 Tabel 1: berekening van de variabele term van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 1ste trimester van 2025 Kwartaal van toepassing TSeQ (€/MWh excl. btw) CEReQ (€/MWh excl. btw) CEReQ-TSeQ (€/MWh excl. btw) Jaarlijks volume (MWh) FTrim Variabele term - €/kwartaal excl. btw Variabele term - €/kwartaal incl. btw (6%) Q1 2025 115,40 141,08 25,68 3,40 46,61% 40,70 43,14 4 De bedragen van de sociale tarieven en de referentie-energiecomponenten (REC) voor elektriciteit die zijn gebruikt in deze berekening zijn beschikbaar op de website van de CREG. Niet-vertrouwelijk 5/19 - Vaste term: het gemiddelde van de vaste vergoeding voor het meest verkochte elektriciteitsproduct van elk van de twee belangrijkste leveranciers voor kleine professionele afnemers, gedeeld door vier. 5. Volgens de gegevens die de CREG bij de energieleveranciers heeft verzameld, zijn de twee weerhouden producten – i.e. het product 'elektriciteit' voor kleine professionele afnemers (B2B) dat het meest wordt verkocht - voor het 1ste trimester 2025 de Easy Pro Variabel van Engie Electrabel en de Comfy Pro Vast van Luminus. In een gebouw met 7 wooneenheden factureert de leverancier de jaarlijkse vaste vergoeding aan de beheerder van het collectief aansluitingspunt, die ze vervolgens over de wooneenheden verdeelt. Elke wooneenheid is dus 1/7 van het bedrag van die vergoeding verschuldigd 5. Daaruit volgt de volgende berekening: Tabel 2: berekening van de vaste term van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 1 ste trimester van 2025 Kwartaal van toepassing Engie Easy Pro variabel - €/jaar excl. btw Luminus Comfy Pro vast - €/jaar excl. btw Gemiddelde (appartementsgebouw met 7 eenheden) Bedrag (€/jaar) per eenheid Vaste term - €/kwartaal excl. btw Vaste term - €/kwartaal incl. btw (6%) Q1 2025 62,00 65,00 63,50 9,07 2,27 2,41 6. De energiecomponent van de STP elektriciteit voor het 1ste trimester van 2025 komt overeen met de som van de hierboven berekende variabele en vaste term. Dat betekent dus het volgende: Tabel 3: berekening van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 1ste trimester van 2025 STP elektriciteit - energiecomponent Variabele term - €/kwartaal excl. btw Vaste term - €/kwartaal excl. btw Totaal energiecomponent - €/kwartaal excl. btw Totaal energiecomponent - €/kwartaal incl. btw (6%) 1.1.3. Q1 2025 40,70 2,27 42,97 45,54 Netwerkcomponent 7. De CREG heeft de netwerkcomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit als volgt berekend: (RDe1-RDe2)*Ftrim, waarbij: - RDe1 het mediane bedrag is van de distributiekosten voor elektriciteit van toepassing in de distributiezones waar minstens 1 % van de Belgische bevolking woont, voor een gebouw met residentiële woningen met een verbruik van 23.800 kWh/jaar, vervolgens gedeeld door zeven. Dat werd als volgt berekend: 5 Dit principe wordt uitgelegd in ons advies (A)2647 van 21 maart 2024 over een voorontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van de berekeningswijzen en de regels en modaliteiten inzake de aanvraag en toekenning van de sociaaltariefpremies, punt 19. Niet-vertrouwelijk 6/19 Tabel 4: berekening van het mediane bedrag van de distributiekosten voor elektriciteit voor een gebouw met residentiële woningen met een verbruik van 23.800 kWh/jaar DNB EXCL. BTW c€/kWh digitale meter enkelvoudig analoge meter DNB-tarieven (TNB incl, eventueel capaciteitstarief incl., huur meter incl.) 2025 DNB ELEKTRICITEIT (zone > 1%) c€/kWh c€/kWh c€/kWh tweevoudig tweevoudig nacht dag €/jaar €/jaar excl nacht huur meter vermogen €/jaar vastrecht capaciteit enkelvoudig en tweevoudig dag/nacht TNB* Klant 23.800 kWh per jaar enkelvoudig c€/kWh €/jaar transport ORES 10,18 10,81 6,26 5,10 13,06 0,00 0,00 2,81 ORES 3.104,86 RESA 10,02 11,32 5,64 4,75 25,00 0,00 0,00 2,81 RESA 3.078,29 FLUVIUS ANTWERPEN - digitaal 5,65 5,65 5,65 4,70 17,51 0,00 449,82 FLUVIUS ANTWERPEN - digitaal FLUVIUS LIMBURG - digitaal 6,41 6,41 6,41 5,31 17,51 0,00 437,56 FLUVIUS LIMBURG - digitaal 1.981,28 FLUVIUS WEST - digitaal 7,04 7,04 7,04 5,79 17,51 0,00 509,72 FLUVIUS WEST - digitaal 2.203,67 FLUVIUS KEMPEN - digitaal 6,07 6,07 6,07 5,03 17,51 0,00 475,54 FLUVIUS KEMPEN - digitaal 1.938,69 FLUVIUS IMEWO - digitaal 5,89 5,89 5,89 4,92 17,51 0,00 476,88 FLUVIUS IMEWO - digitaal 1.896,28 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN - digitaal 5,29 5,29 5,29 4,46 17,51 0,00 439,08 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN - digitaal 1.715,56 FLUVIUS ZENNE DIJLE - digitaal 6,06 6,06 6,06 5,10 17,51 0,00 499,57 FLUVIUS ZENNE DIJLE - digitaal 1.959,60 FLUVIUS HALLE VILVORDE - digitaal 5,85 5,85 5,85 4,93 17,51 0,00 503,02 FLUVIUS HALLE VILVORDE - digitaal 1.913,49 FLUVIUS ANTWERPEN - analoog 8,16 8,16 8,16 7,20 17,51 0,00 125,61 FLUVIUS ANTWERPEN - analoog 2.084,87 FLUVIUS LIMBURG - analoog 9,52 9,52 9,52 8,42 17,51 0,00 122,18 FLUVIUS LIMBURG - analoog 2.405,64 FLUVIUS WEST - analoog 10,18 10,18 10,18 8,93 17,51 0,00 142,33 FLUVIUS WEST - analoog 2583,49 FLUVIUS KEMPEN - analoog 9,16 9,16 9,16 8,12 17,51 0,00 132,78 FLUVIUS KEMPEN - analoog 2331,02 FLUVIUS IMEWO - analoog 8,86 8,86 8,86 7,89 17,51 0,00 133,11 FLUVIUS IMEWO - analoog 2260,47 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN - analoog 8,34 8,34 8,34 7,51 17,51 0,00 122,61 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN - analoog 2125,88 FLUVIUS ZENNE DIJLE - analoog 9,37 9,37 9,37 8,41 17,51 0,00 139,50 FLUVIUS ZENNE DIJLE - analoog 2386,45 FLUVIUS HALLE VILVORDE - analoog 9,14 9,14 9,14 8,22 17,51 0,00 140,46 FLUVIUS HALLE VILVORDE - analoog SIBELGA 8,87 8,87 6,66 6,66 37,50 41,41 2,12 SIBELGA Mediaan Mediane kosten per woning 1.812,27 2333,30 2.695,23 2.203,67 314,81 *In Vlaanderen worden de transmissienettarieven inbegrepen in de distributietarieven. In 2025 bedragen de mediane netkosten voor een gebouw met 7 wooneenheden € 2.203,67/jaar excl. btw. RDe1 is dus gelijk aan 2.203,67/7 = € 314,81/jaar excl. btw. - RDe2 is het laagste bedrag aan distributiekosten voor elektriciteit in de distributiezones waar minstens 1 % van de Belgische bevolking woont voor een verbruik van 3.400 kWh/jaar. Dat werd als volgt berekend: Niet-vertrouwelijk 7/19 Tabel 5: berekening van het minimale bedrag van de distributiekosten voor elektriciteit voor een residentiële afnemer met een verbruik van 3.400 kWh/jaar (enkelvoudig tarief) c€/kWh digitale meter enkelvoudig c€/kWh c€/kWh tweevoudig tweevoudig nacht dag Klant 3.400 kWh per jaar enkelvoudig TNB* DNB EXCL. BTW analogische meter DNB-tarieven (TNB incl, eventueel capaciteitstarief incl., huur meter incl.) 2025 DNB ELEKTRICITEIT (zone > 1 %) €/jaar c€/kWh €/jaar vastrecht capaciteit enkelvoudig transport excl nacht huur meter vermogen en tweevoudig dag/nacht c€/kWh €/jaar €/jaar ORES 10,18 10,81 6,26 5,10 13,06 0,00 0,00 2,81 ORES 454,75 RESA 10,02 11,32 5,64 4,75 25,00 0,00 0,00 2,81 RESA 461,18 FLUVIUS ANTWERPEN - digitaal 5,65 5,65 5,65 4,70 17,51 0,00 210,87 0,00 FLUVIUS ANTWERPEN - digitaal 420,51 FLUVIUS LIMBURG - digitaal 6,41 6,41 6,41 5,31 17,51 0,00 205,12 0,00 FLUVIUS LIMBURG - digitaal 440,66 FLUVIUS WEST - digitaal 7,04 7,04 7,04 5,79 17,51 0,00 238,95 0,00 FLUVIUS WEST - digitaal 495,95 FLUVIUS KEMPEN - digitaal 6,07 6,07 6,07 5,03 17,51 0,00 222,91 0,00 FLUVIUS KEMPEN - digitaal 446,94 FLUVIUS IMEWO - digitaal 5,89 5,89 5,89 4,92 17,51 0,00 223,46 0,00 FLUVIUS IMEWO - digitaal 441,24 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN - digitaal 5,29 5,29 5,29 4,46 17,51 0,00 205,83 0,00 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN - digitaal 403,19 FLUVIUS ZENNE DIJLE - digitaal 6,06 6,06 6,06 5,10 17,51 0,00 234,19 0,00 FLUVIUS ZENNE DIJLE - digitaal 457,77 FLUVIUS HALLE VILVORDE - digitaal 5,85 5,85 5,85 4,93 17,51 0,00 235,81 0,00 FLUVIUS HALLE VILVORDE - digitaal 452,32 FLUVIUS ANTWERPEN - analoog 8,16 8,16 8,16 7,20 17,51 0,00 125,61 0,00 FLUVIUS ANTWERPEN - analoog 420,51 FLUVIUS LIMBURG - analoog 9,52 9,52 9,52 8,42 17,51 0,00 122,18 0,00 FLUVIUS LIMBURG - analoog 463,40 FLUVIUS WEST - analoog 10,18 10,18 10,18 8,93 17,51 0,00 142,33 0,00 FLUVIUS WEST - analoog 506,08 FLUVIUS KEMPEN - analoog 9,16 9,16 9,16 8,12 17,51 0,00 132,78 0,00 FLUVIUS KEMPEN - analoog 461,82 FLUVIUS IMEWO - analoog 8,86 8,86 8,86 7,89 17,51 0,00 133,11 0,00 FLUVIUS IMEWO - analoog 452,03 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN - analoog 8,34 8,34 8,34 7,51 17,51 0,00 122,61 0,00 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN - analoog 423,80 FLUVIUS ZENNE DIJLE - analoog 9,37 9,37 9,37 8,41 17,51 0,00 139,50 0,00 FLUVIUS ZENNE DIJLE - analoog 475,50 FLUVIUS HALLE VILVORDE - analoog 9,14 9,14 9,14 8,22 17,51 0,00 140,46 0,00 FLUVIUS HALLE VILVORDE - analoog 468,73 SIBELGA 8,87 8,87 6,66 6,66 32,58 41,41 0,00 2,12 SIBELGA 447,75 Minimum 403,19 *In Vlaanderen worden de transmissienettarieven inbegrepen in de distributietarieven. Niet-vertrouwelijk 8/19 8. In 2025 bedragen de minimale netkosten voor een residentiële afnemer met een verbruik van 3.400 kWh/jaar, RDe2 genoemd, € 403,19/jaar excl. btw. Daaruit blijkt dus dat, bij gelijk verbruik, de laagste netkosten voor een residentiële afnemer in België (RDe2) hoger zijn dan de mediane netkosten voor een woning in een gebouw met 7 wooneenheden (RDe1), zoals weergegeven in de volgende tabel. Tabel 6: delta tussen de minimale netkosten voor een residentiële afnemer en de mediane netkosten voor een woning in een gebouw met 7 wooneenheden, bij gelijk verbruik van 3.400 kWh/jaar €/jaar excl. btw 403,19 314,81 -88,38 RDe2 RDe1 RDe1-RDe2 €/jaar incl. btw 427,38 333,70 -93,69 9. Dat betekent dat de beschermde klant die omwille van technische redenen geen aanspraak kan maken op het sociaal tarief op zijn elektriciteitsfactuur (collectieve installatie in een privégebouw) en die in de mediane distributiekostenzone woont, minder netkosten betaalt dan een afnemer die de laagste netkosten verschuldigd is. Dat wil dus zeggen dat de netwerkcomponent van de STP elektriciteit voor het 1ste trimester van 2025 negatief is, zoals weergegeven in de volgende tabel. Tabel 7: berekening van de netwerkcomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 1ste trimester van 2025 STP elektriciteit - netwerkcomponent RDe1-RDe2 Q1 2025 Ftrim Q1 Bedrag €/kwartaal 1.1.4. €/kwartaal excl. btw €/kwartaal incl. btw -88,38 -93,69 46,61% 46,61% -41,20 -43,67 Federale belastingcomponent 10. De CREG heeft het bedrag van de federale belastingcomponent van de STP elektriciteit als volgt berekend: (TFe1- TFe2)*Ftrim, waarbij:
  12. a)TFe1 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, k), 2., b., van de programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 3.400 kWh/jaar;
  13. b)TFe2 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, k), 2., a., van de programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 3.400 kWh/jaar;
  14. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2e trimester, 5,24% in het 3e trimester en 36,41% in het 4e trimester. - TFe1 overeenkomt met het bedrag dat een niet-beschermde residentiële klant moet betalen aan energiebijdrage en bijzondere accijns voor een elektriciteitsverbruik van 3.400 kWh/jaar. - TFe2 overeenkomt met het bedrag dat een beschermde residentiële klant moet betalen aan energiebijdrage en bijzondere accijns voor een elektriciteitsverbruik van 3.400 kWh/jaar. Beschermde residentiële klanten genieten een vrijstelling van de energiebijdrage en betalen een verminderd tarief van de bijzondere accijnzen. Niet-vertrouwelijk 9/19 De volgende tabel geeft in detail de berekening van deze component weer. Tabel 8: berekening van de federale belastingcomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 1 ste trimester van 2025 Q1 2025 Energiebijdrage (€/MWh) Bijzondere accijns verbruik 0-20.000 kWh (€/MWh) TOTAAL €/MWh Jaarlijks verbruik (MWh/jaar) Bedrag €/jaar excl. btw Ftrim Q1 2025 Bedrag €/kwartaal excl. btw Bedrag €/kwartaal incl. btw (6%) 1.1.5. TFe1 1,9261 47,48 49,41 3,4 167,98 46,61% 78,30 82,99 TFe2 0 23,62 23,62 3,4 80,31 46,61% 37,43 39,68 TFe1-TFe2 1,9261 23,86 25,79 87,67 46,61% 40,86 43,32 Totaalbedrag van de sociaaltariefpremie elektriciteit 11. Op basis van het voorgaande heeft de CREG het bedrag van de STP elektriciteit voor het 1ste trimester van 2025 als volgt berekend: Tabel 9: Totaalbedrag van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 1ste trimester van 2025 Q1 2025 Federale STP elektriciteit - STP elektriciteit Energiecomponent Netwerkcomponent belastingtotaal totaal - €/kwartaal excl. - €/kwartaal excl. component €/kwartaal excl. €/kwartaal - incl. btw btw €/kwartaal excl. btw btw (6%) btw 42,97 -41,20 40,86 42,63 45,19 1.2. SOCIAALTARIEFPREMIE AARDGAS 1.2.1. Berekeningsmethode 12. De berekeningsmethode voor de sociaaltariefpremie aardgas is vastgelegd in artikel 3 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 (onderlijning van de CREG): "Art. 3. De sociaaltariefpremie aardgas voor een bepaald trimester is gelijk aan het bedrag in euro verkregen door de som van de als volgt berekende componenten: 1° De energiecomponent, variabele term: het bedrag berekend door toepassing van de formule (CERgQ-TSgQ) *10*FTrim, waarbij:
  15. a)CERgQ gelijk is aan het gewogen gemiddelde van de variabele termen van de referentieenergiecomponent aardgas van elke maand van het betreffende trimester, berekend in overeenstemming met artikel 3, § 1, tweede lid, 2°, b), van het koninklijk besluit van 29 maart 2012 tot vaststelling van de regels voor het bepalen van de kosten van de toepassing van de sociale tarieven door de aardgasondernemingen en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan;
  16. b)TSgQ gelijk is aan de energiecomponent van het sociaal tarief aardgas dat van toepassing is tijdens het betreffende trimester, berekend in overeenstemming met artikel 7, § 1, van het ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van aardgas aan beschermde residentiële afnemers;
  17. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2e trimester, 5,24% in het 3e trimester en 36,41% in het 4e trimester; Niet-vertrouwelijk 10/19 2° De energiecomponent, vaste term: het bedrag berekend door het gemiddelde te nemen van het vastrecht per jaar voor het meest verkochte product "aardgas" voor kleine professionele afnemers (B2B) van elk van de twee belangrijkste aardgasleveranciers en vervolgens gedeeld door vier, waarbij;
  18. a)de twee belangrijkste aardgasleveranciers de twee leveranciers zijn met het grootste marktaandeel op basis van het aantal standaardcontracten dat zij met kleine en middelgrote ondernemingen hebben afgesloten; en
  19. b)de grootte van het marktaandeel ieder jaar bepaald wordt op het einde van de maand maart en op het einde van de maand september 3° De netwerkcomponent: berekend door de formule (RDg1-RDg2)*Ftrim toe te passen, waarbij:
  20. a)RDg1 het mediane bedrag is van de distributienetkosten voor aardgas van toepassing in de distributiezones waar minstens 1% van de Belgische bevolking woont, voor een residentiële woning met een verbruik van 70.000 kWh/jaar, vervolgens gedeeld door zeven;
  21. b)RDg2 het laagste bedrag is aan distributienetkosten voor aardgas van toepassing in de distributiezones waar minstens 1% van de Belgische bevolking woont voor een verbruik van 10.000 kWh/jaar;
  22. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2e trimester, 5,24% in het 3e trimester en 36,41% in het 4e trimester; 4° De federale belastingcomponent: berekend door de formule (TFg1-TFg2)*Ftrim toe te passen, waarbij:
  23. a)TFg1 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, i), iii., 2., b., van de Programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 10.000 kWh/jaar;
  24. b)TFg2 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, i), iii., 2., a., van de Programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 10.000 kWh/jaar;
  25. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2e trimester, 5,24% in het 3e trimester en 36,41% in het 4e trimester." 1.2.2. Energiecomponent 13. Op basis van het voorgaande heeft de CREG de energiecomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 1ste trimester van 2025 als volgt berekend: - Variabele term: (CERgQ-TSgQ)*10*FTrim6 Tabel 10: berekening van de variabele term van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 1ste trimester van 2025 Kwartaal van toepassing TSgQ (€/MWh excl. btw) CERgQ (€/MWh excl. btw) CERgQ-TSgQ (€/MWh excl. btw) Jaarlijks volume (MWh) FTrim Variabele term - €/kwartaal excl. btw Variabele term - €/kwartaal incl. btw (6%) Q1 2025 47,05 52,97 5,921 10 46,61% 27,60 29,25 6 De bedragen van de sociale tarieven en de referentie-energiecomponenten (REC) voor aardgas die zijn gebruikt in deze berekening zijn beschikbaar op de website van de CREG Niet-vertrouwelijk 11/19 - Vaste term: het gemiddelde van de vaste vergoeding voor het meest verkochte product aardgas van elk van de twee belangrijkste leveranciers voor kleine professionele afnemers. 14. Volgens de gegevens die de CREG bij de energieleveranciers heeft verzameld, zijn de twee weerhouden producten voor het 1ste trimester van 2025 de Easy Pro Variabel van Engie Electrabel en de Comfy Pro Vast van Luminus. In een gebouw met 7 wooneenheden factureert de leverancier de jaarlijkse vaste vergoeding een keer aan de beheerder van het collectief aansluitingspunt, die ze vervolgens over de wooneenheden verdeelt7. Elke wooneenheid is dus 1/7 van het bedrag van die vergoeding verschuldigd. Daaruit volgt de volgende berekening: Tabel 11: berekening van de vaste term van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 1ste trimester van 2025 Kwartaal van toepassing Engie - Easy Pro Variable Green - €/jaar excl. btw Luminus - Comfy Pro Vast - €/jaar excl. btw Gemiddelde (appartementgebouw met 7 eenheden) Bedrag (€/jaar) per eenheid Vaste term - €/kwartaal excl. btw Vaste term - €/kwartaal incl. btw (6%) Q1 2025 47,00 65,00 56,00 8,00 2,00 2,12 De energiecomponent van de STP aardgas voor het 1ste trimester 2025 komt overeen met de som van de hierboven berekende variabele en vaste term. Dat betekent dus het volgende: Tabel 12: berekening van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 1ste trimester van 2025 STP elektriciteit - energiecomponent Variabele term - €/kwartaal excl. btw Vaste term - €/kwartaal excl. btw Totaal energiecomponent - €/kwartaal excl. btw Totaal energiecomponent - €/kwartaal incl. btw (6%) 1.2.3. Q1 2025 27,60 2,00 29,60 31,37 Netwerkcomponent 15. De CREG heeft de netwerkcomponent van de sociaaltariefpremie aardgas als volgt berekend: (RDg1-RDg2)*Ftrim, waarbij: - RDg1 het mediane bedrag is van de distributiekosten voor aardgas van toepassing in de distributiezones waar minstens 1 % van de Belgische bevolking woont, voor een gebouw met residentiële woningen met een verbruik van 70.000 kWh/jaar, vervolgens gedeeld door zeven. Dat werd als volgt berekend: 7 Dit principe wordt uitgelegd in ons advies (A)2647 van 21 maart 2024 over een voorontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van de berekeningswijzen en de regels en modaliteiten inzake de aanvraag en toekenning van de sociaaltariefpremies, punt 19. Niet-vertrouwelijk 12/19 Tabel 13: distributiekosten voor aardgas van toepassing in residentiële woongebouwen met een verbruik van 70.000 kWh/jaar DNB AARDGAS (zone > 1 %) 2025 EXCL. BTW DNB (T2) DNB tarieven (inclusief meter) c€/kWh €/jaar €/jaar variabel vast huur meter Klant 70.000 kWh per jaar €/jaar ORES 1,927 127,75 ORES 1.476,50 RESA 2,181 113,11 RESA 1.639,81 FLUVIUS ANTWERPEN 0,821 71,32 17,51 FLUVIUS ANTWERPEN 663,44 FLUVIUS LIMBURG 0,884 66,72 17,51 FLUVIUS LIMBURG 703,35 FLUVIUS WEST 0,947 85,91 17,51 FLUVIUS WEST 766,36 FLUVIUS KEMPEN 0,808 73,67 17,51 FLUVIUS KEMPEN 656,73 FLUVIUS IMEWO 0,932 85,22 17,51 FLUVIUS IMEWO 754,93 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN 0,822 73,38 17,51 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN 666,14 FLUVIUS ZENNE DIJLE 0,901 83,45 17,51 FLUVIUS ZENNE DIJLE 731,98 FLUVIUS HALLE VILVORDE 0,855 77,54 17,51 FLUVIUS HALLE VILVORDE 693,82 SIBELGA 1,283 51,49 23,20 SIBELGA 972,44 Mediaan (Fluvius Zenne Dijle) Mediane kosten per woning 731,98 104,57 In 2025 bedragen de mediane netkosten voor een gebouw met 7 wooneenheden € 731,98/jaar excl. btw. RDg1 is dus gelijk aan 731,98/7 = € 104,57/jaar excl. btw. RDg2 het laagste bedrag is aan distributiekosten voor aardgas van toepassing in de distributiezones waar minstens 1 % van de Belgische bevolking woont voor een verbruik van 10.000 kWh/jaar. Dat werd als volgt berekend: - Tabel 14: distributiekosten voor aardgas van toepassing bij residentiële afnemers met een verbruik van 10.000 kWh/jaar DNB AARDGAS (zone > 1 %) 2025 EXCL. BTW DNB (T2) DNB tarieven (inclusief meter) c€/kWh €/jaar €/jaar variabel vast huur meter Klant 10.000 kWh per jaar €/jaar ORES 1,927 127,75 0,00 ORES 320,43 RESA 2,181 113,11 0,00 RESA 331,21 FLUVIUS ANTWERPEN 0,821 71,32 17,51 FLUVIUS ANTWERPEN 170,92 FLUVIUS LIMBURG 0,884 66,72 17,51 FLUVIUS LIMBURG 172,67 FLUVIUS WEST 0,947 85,91 17,51 FLUVIUS WEST 198,12 FLUVIUS KEMPEN 0,808 73,67 17,51 FLUVIUS KEMPEN 171,97 FLUVIUS IMEWO 0,932 85,22 17,51 FLUVIUS IMEWO 195,90 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN 0,822 73,38 17,51 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN 173,07 FLUVIUS ZENNE DIJLE 0,901 83,45 17,51 FLUVIUS ZENNE DIJLE 191,11 FLUVIUS HALLE VILVORDE 0,855 77,54 17,51 FLUVIUS HALLE VILVORDE 180,59 SIBELGA 1,283 51,49 23,20 SIBELGA 202,94 Minimum Niet-vertrouwelijk 170,92 13/19 16. De minimale netkosten voor een residentiële afnemer met een verbruik van 10.000 kWh/jaar, RDg2 genoemd, zijn gelijk aan € 170,92/jaar excl. btw. Daaruit blijkt dus dat, bij gelijk verbruik, de laagste netkosten voor een residentiële afnemer (RDg2) hoger zijn dan de mediane netkosten voor een woning in een gebouw met 7 wooneenheden (RDg1), zoals weergegeven in de volgende tabel. Tabel 15: delta tussen de minimale netkosten voor een residentiële afnemer en de mediane netkosten voor een woning in een gebouw met 7 wooneenheden, bij gelijk verbruik van 10.000 kWh/jaar €/jaar excl. btw 170,92 104,57 -66,35 RDg2 RDg1 RDg1 - RDg2 €/jaar incl. btw 181,17 110,84 -70,33 17. Dat betekent dat de beschermde afnemer die omwille van technische redenen geen aanspraak kan maken op het sociaal tarief op zijn aardgasfactuur (collectieve installatie in een privégebouw) en in de mediane netkostenzone woont, minder netkosten betaalt dan een afnemer die de laagste netkosten verschuldigd is. Dat wil dus zeggen dat de netwerkcomponent van de STP aardgas voor het 1ste trimester van 2025 negatief is, zoals weergeven in de volgende tabel. Tabel 16: berekening van de netwerkcomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 1ste trimester van 2025 STP aardgas - netwerkcomponent Q1 2025 1.2.4. €/jaar excl. btw €/jaar incl. btw RDg1 - RDg2 -66,35 -70,33 Ftrim Q1 46,61% 46,61% Bedrag €/kwartaal -30,93 -32,78 Federale belastingcomponent 18. De CREG heeft het bedrag van de federale belastingcomponent8 van de sociaaltariefpremie aardgas als volgt berekend: (TFg1-TFg2)*Ftrim, waarbij:
  26. a)TFg1 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, i), iii., 2., b., van de programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 10.000 kWh/jaar;
  27. b)TFg2 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, i), iii., 2., a., van de programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 10.000 kWh/jaar;
  28. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2e trimester, 5,24% in het 3e trimester en 36,41% in het 4e trimester." - TFg1 overeenkomt met het bedrag dat een niet-beschermde residentiële klant moet betalen aan energiebijdrage en bijzondere accijns voor een aardgasverbruik van 10.000 kWh/jaar. 8 Sinds 1 juli 2023 kunnen Verenigingen van Mede-Eigenaars (VME's), hoewel ze als professionele klanten worden beschouwd omdat ze een ondernemingsnummer hebben, aanspraak maken op een regeling voor verlaagd btw-tarief (6%) en residentiële accijnzen, als de verbruikte energie voornamelijk voor niet-zakelijke doeleinden wordt gebruikt, overeenkomstig de Wet van 19 maart 2023 houdende hervorming van de fiscaliteit op de energiefactuur, art. 7. Het KB van 11 juli 2024 en de onderliggende berekeningen houden rekening met die optie. Niet-vertrouwelijk 14/19 - TFg2 overeenkomt met het bedrag dat een beschermde residentiële klant moet betalen aan energiebijdrage en bijzondere accijns voor een aardgasverbruik van 10.000 kWh/jaar. Beschermde residentiële klanten genieten een vrijstelling van de energiebijdrage en betalen een verlaagd tarief van de bijzondere accijnzen. De volgende tabel geeft in detail de berekening van deze component weer. Tabel 17: berekening van de federale belastingcomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 1 ste trimester van 2025 TFg1 Q1 2025 Energiebijdrage (€/MWh) Bijzondere accijns (€/MWh) TOTAAL (€/MWh) Jaarlijks verbruik (€/MWh) Bedrag €/jaar excl. btw Bedrag €/jaar incl. btw Ftrim Q1 Bedrag €/jaar excl. btw Q1 Bedrag €/jaar incl. btw Q1 6% 1.2.5. TFg2 0,9978 8,23 9,23 10,00 92,28 97,81 46,61% 43,01 45,59 0 2,77 2,77 10,00 27,70 29,36 46,61% 12,91 13,69 TFg1-TFg2 0,9978 5,46 6,46 64,58 68,45 46,61% 30,10 31,91 Totaalbedrag van de sociaaltariefpremie aardgas 19. Uit het voorgaande volgt dat het totaalbedrag van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 1ste trimester van 2025 neerkomt op: Tabel 18: totaalbedrag van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 1ste trimester van 2025 Q1 2025 Federale belastingEnergiecomponent STP aardgas -totaal - STP aardgas -totaal Netwerkcomponent - component - €/kwartaal excl. €/kwartaal excl. €/kwartaal - incl. €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw btw btw (6%) btw 29,60 -30,93 30,10 28,77 30,50 1.3. 20. SOCIAALTARIEFPREMIE WARMTE Overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024: "De sociaaltariefpremie warmte voor een gegeven trimester is gelijk aan de som van de energiecomponent, variabele term, de energiecomponent, vaste term en de netwerkcomponent van de sociaaltariefpremie aardgas zoals bedoeld in artikel 3, 1°, 2° en 3° voor datzelfde trimester." Bijgevolg komt het bedrag van de STP warmte voor het 1ste trimester van 2025 neer op: Tabel 19: totaalbedrag van de sociaaltariefpremie warmte voor het 1ste trimester van 2025 Energiecomponent STP warmte -totaal - STP warmte -totaal Netwerkcomponent - €/kwartaal excl. €/kwartaal excl. €/kwartaal - incl. €/kwartaal excl. btw btw btw btw (6%) Q1 2025 Niet-vertrouwelijk 29,60 -30,93 -1,33 -1,41 15/19 Het risico dat het bedrag van de STP negatief is, wat reeds werd aangehaald in ons advies(A)2917 en in ons verslag (RA)2987 zoals hierboven vermeld, wordt concreet voor de STP warmte in het 1ste trimester van 2025. Om deze situatie, die in strijd is met de doelstelling van een premie, te vermijden, bevelen we opnieuw aan om de berekeningsmethode van de STP aan te passen zodat de negatieve bedragen tot nul zouden worden herleid. Dit moet gebeuren vooraleer de STP voor het 1ste trimester van 2025 aan de begunstigden moeten worden betaald. 2. VASTLEGGING VAN DE MAXIMUMBEDRAGEN VOOR DE SOCIAALTARIEFPREMIES 21. Met toepassing van artikel 2, § 1 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 berekent de CREG de volgende bedragen voor de sociaaltariefpremies voor het 1ste trimester van 2025: - Elektriciteit: - Aardgas: - Warmte: 22. Overeenkomstig de berekeningsmethode die is vastgelegd in het koninklijk besluit van 11 juli 2024 blijkt dat het bedrag van de STP warmte voor het 1ste trimester van 2025 negatief is. Om deze situatie, die in strijd is met de doelstelling van de STP en waarvoor geen enkele praktische modaliteit is voorzien, te vermijden, bevelen we aan om de berekeningsmethode van de STP aan te passen zodat de negatieve bedragen tot nul zouden worden herleid. Dit moet gebeuren vooraleer de STP voor het 1ste trimester van 2025 aan de begunstigden worden betaald. 23. Zoals eerder vermeld in punt 2, bepaalt artikel 2, § 2 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 dat de minister bevoegd voor Energie maximumbedragen moet vastleggen voor de sociaaltariefpremies, uiterlijk twintig dagen na afloop van een betreffend trimester, in functie van de door de staatsbegroting ter beschikking gestelde middelen. 24. Bijgevolg wacht de CREG op de publicatie van het ministerieel besluit tot vastlegging van de maximumbedragen voor de sociaaltariefpremies voor het 1ste trimester van 2025 vooraleer ze de bedragen op haar website bekendmaakt. Niet-vertrouwelijk 16/19 25. De CREG wijst er bovendien op dat het ministerieel besluit tot vastlegging van de bedragen van de sociaaltariefpremies voor het 4de trimester van 2024 nog niet werd gepubliceerd, terwijl het koninklijk besluit van 11 juli 2024 het volgende bepaalt: "De minister bevoegd voor Energie moet maximumbedragen vastleggen voor de sociaaltariefpremies, uiterlijk twintig dagen na afloop van een betreffend trimester, in functie van de door de staatsbegroting ter beschikking gestelde middelen." Deze vastlegging had dus moeten gebeuren tegen 20 januari 2025. We bevelen dan ook aan om dit ministerieel besluit onverwijld aan te nemen. 3. NOODZAAK TOT WIJZIGING VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 11 JULI 2024 26. Zoals vermeld in ons advies (A)2917 en in ons verslag (RA)2987, beveelt de CREG aan om het koninklijk besluit van 11 juli 2024 te wijzigen om te vermijden dat de componenten van de sociaaltariefpremie negatief zouden kunnen zijn. Deze situatie zou zo snel mogelijk moeten worden geregeld, aangezien het bedrag van de STP warmte, berekend op basis van de methode die momenteel van kracht is, negatief is voor het 1ste trimester van 2025. Dit is in strijd met het principe van de toekenning van een premie. De STP heeft immers als doel een financiële compensatie toe te kennen voor een niet-ontvangen voordeel en moet bijgevolg een positief bedrag zijn, in euro, dat aan de begunstigden wordt betaald. Een negatief totaalbedrag zou in strijd zijn met de doelstelling van de premie. We wijzen er bovendien op dat de wet van 15 mei 2024, noch het koninklijk besluit van 11 juli 2024 bepalingen bevat die moeten worden gevolgd wanneer de totaalbedragen van de STP negatief zijn. 27. In dit verband hebben we erop gewezen dat deze situatie zich niet zou hebben voorgedaan met de STP berekeningsmethode die de CREG aanvankelijk voor ogen had. De CREG had immers voorgesteld om de netwerkcomponent van de STP in het koninklijk besluit van 11 juli 2024 vast te leggen door het verschil te berekenen, bij gelijk verbruik, tussen de netkosten die worden betaald door een bewoner van een woongebouw in de duurste distributiezone enerzijds en de netkosten die worden betaald door een residentiële afnemer die woont in een individuele woning in de goedkoopste distributiezone anderzijds. De berekeningsmethode die is vastgelegd in het koninklijk besluit van 11 juli 2024, neemt echter het verschil tussen de netkosten betaald door een bewoner van een woongebouw in de duurste distributiezone en de netkosten betaald door een bewoner van een woongebouw in de mediane distributiezone. 28. De bedragen van de STP berekend overeenkomstig het koninklijk besluit van 11 juli 2024 zijn opgenomen in bijlage I. Ter vergelijking bevat bijlage II de bedragen van de STP berekend door de netwerkcomponent te herleiden tot nul.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Sigrid JOURDAIN Directeur Niet-vertrouwelijk Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 17/19 BIJLAGE 1 Bedragen van de sociaaltariefpremies voor elektriciteit, aardgas en warmte voor het 1ste trimester van 2025, berekend op basis van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 Elektriciteit Aardgas Warmte Niet-vertrouwelijk 18/19 BIJLAGE II Bedragen van de sociaaltariefpremies voor elektriciteit, aardgas en warmte voor het 1ste trimester van 2025, berekend door het bedrag van de netwerkcomponent tot nul te herleiden Ter informatie - noodzaak om het koninklijk besluit van 11 juli 2024 te wijzigen op basis van advies (A)2917 van de CREG Elektriciteit Q1 2025 Federale belastingEnergiecomponent STP elektriciteit - STP elektriciteit Netwerkcomponent - component - €/kwartaal excl. totaal - €/kwartaal totaal - €/kwartaal €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw excl. btw incl. btw (6%) btw 42,97 0,00 40,86 83,83 88,86 Aardgas Q1 2025 Federale belastingEnergiecomponent STP aardgas -totaal - STP aardgas -totaal Netwerkcomponent - component - €/kwartaal excl. €/kwartaal excl. €/kwartaal - incl. €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw btw btw (6%) btw 29,60 0,00 30,10 59,70 63,28 Warmte Energiecomponent STP warmte -totaal - STP warmte -totaal Netwerkcomponent - €/kwartaal excl. €/kwartaal excl. €/kwartaal - incl. €/kwartaal excl. btw btw btw btw (6%) Q1 2025 Niet-vertrouwelijk 29,60 0,00 29,60 31,37 19/19

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.