Beslissing (B)3027 29 januari 2026 Beslissing tot wijziging van de gedragscode van 20 oktober 2022 wat betreft de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet, met inbegrip van de aansluitingsprocedures Artikelen 11, § 2, tweede lid, en 23, § 2, tweede lid, 9°bis, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 6 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 7 1.1. Wat betreft de rechtsgrond voor de gedragscode ................................................................ 7 1.2. Wat betreft de aansluitingsprocedures ................................................................................. 9 1.2.1. 1.2.1.1. De verordening (EU) 2019/943 ................................................................................. 9 1.2.1.2. De richtlijn (EU) 2019/944 ...................................................................................... 10 1.2.1.3. De Europese netcodes ............................................................................................ 12 1.2.1.4. EU Actieplan voor netwerken ................................................................................. 12 1.2.2. 1.3. 2. 3. Europees recht en het EU Actieplan voor netwerken ..................................................... 9 Nationaal recht .............................................................................................................. 13 Met betrekking tot het principe van “multiple BRP” ........................................................... 14 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 15 2.1. Aansluitingsprocedures en -voorwaarden ........................................................................... 15 2.2. Multiple BRP......................................................................................................................... 17 2.3. Raadpleging.......................................................................................................................... 18 2.3.1. Wat betreft het onderdeel aansluitingsprocedures en aansluitingsvoorwaarden ....... 18 2.3.2. Wat betreft het onderdeel “multiple BRP” ................................................................... 19 CONTEXT VAN DE WIJZIGINGEN VAN DE GEDRAGSCODE ............................................................ 20 3.1. Aansluitingsprocedures en -voorwaarden ........................................................................... 20 3.1.1. Aansluitingsaanvragen en reservering en toewijzing van aansluitingscapaciteit ......... 20 3.1.2. Bezorgdheden over “slapende aansluitingscapaciteiten”............................................. 24 3.2. Multiple BRP......................................................................................................................... 26 4. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING bij de WIJZIGINGEN VAN DE GEDRAGSCODE EN BEHANDELING VAN DE ONTVANGEN OPMERKINGEN .................................................................................................. 27 4.1. Aansluitingsprocedures en -voorwaarden ........................................................................... 28 4.1.1. Definities........................................................................................................................ 28 4.1.1.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ....................................................... 28 4.1.1.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen ........................................................ 33 4.1.1.3. Finale wijziging van de gedragscode ....................................................................... 35 4.1.2. Met betrekking tot de structuur van Titel 2.1 – Aansluitingsprocedures ..................... 38 4.1.2.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ....................................................... 38 4.1.2.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen ........................................................ 40 4.1.2.3. Finale wijziging van de gedragscode ....................................................................... 40 4.1.3. Met betrekking tot Hoofdstuk 2.1.1. Aansluitingsaanvraag - Afdeling 2.1.1.1. Indiening van de aansluitingsaanvraag ......................................................................................................... 41 4.1.3.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ....................................................... 41 Niet-vertrouwelijk 2/194 4.1.3.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen ........................................................ 55 4.1.3.3. Finale wijziging van de gedragscode ....................................................................... 61 4.1.4. Met betrekking tot Hoofdstuk 2.1.1. Aansluitingsaanvraag - Afdeling 2.1.1.1. - Artikel 22 over methodologie ........................................................................................................................ 65 4.1.4.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ....................................................... 65 4.1.4.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen ........................................................ 70 4.1.4.3. Finale wijziging van de gedragscode ....................................................................... 72 4.1.5. Met betrekking tot Hoofdstuk 2.1.1. Aansluitingsaanvraag - Afdeling 2.1.1.2. Offerte en bestelling van een aansluitingsstudie............................................................................................ 74 4.1.5.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ....................................................... 74 4.1.5.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen ........................................................ 80 4.1.5.3. Finale wijziging van de gedragscode ....................................................................... 83 4.1.6. Met betrekking tot Hoofdstuk 2.1.2. Oriëntatiestudie voor de aansluiting op het transmissienet - Afdeling 2.1.2.1. Uitvoering van een oriëntatiestudie ....................................... 85 4.1.6.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ....................................................... 85 4.1.6.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen ........................................................ 86 4.1.6.3. Finale wijziging van de gedragscode ....................................................................... 87 4.1.7. Met betrekking tot Hoofdstuk 2.1.2. Oriëntatiestudie voor de aansluiting op het transmissienet - Afdeling 2.1.2.2. Oplevering van een oriëntatiestudie....................................... 87 4.1.7.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ....................................................... 87 4.1.7.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen ........................................................ 92 4.1.7.3. Finale wijziging van de gedragscode ....................................................................... 95 4.1.8. Met betrekking tot Hoofdstuk 2.1.3. Detailstudie voor de aansluiting op het transmissienet - Afdeling 2.1.3.1. Uitvoering van een detailstudie .............................................. 96 4.1.8.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ....................................................... 96 4.1.8.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen ........................................................ 97 4.1.8.3. Finale wijziging van de gedragscode ....................................................................... 98 4.1.9. Met betrekking tot Hoofdstuk 2.1.3. Detailstudie voor de aansluiting op het transmissienet - Afdeling 2.1.3.2. Oplevering van een detailstudie ............................................. 99 4.1.9.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ....................................................... 99 4.1.9.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen ...................................................... 104 4.1.9.3. Finale wijziging van de gedragscode ..................................................................... 106 4.1.10. Met betrekking tot Hoofdstuk 2.1.3. Detailstudie voor de aansluiting op het transmissienet - Afdeling 2.1.3.3. Reservering van aansluitingscapaciteit ................................. 107 4.1.10.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ................................................. 107 4.1.10.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen.................................................. 113 4.1.10.3. Finale wijziging van de gedragscode ................................................................ 118 4.1.11. Met betrekking tot Hoofdstuk 2.1.3. Detailstudie voor de aansluiting op het transmissienet - Afdeling 2.1.3.4 Offerte en bestelling van een aansluiting .............................. 120 4.1.11.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ................................................. 120 4.1.11.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen.................................................. 126 Niet-vertrouwelijk 3/194 4.1.11.3. 4.1.12. Finale wijziging van de gedragscode ................................................................ 127 Met betrekking tot Hoofdstuk 2.1.4. Moderniseringsstudie ...................................... 129 4.1.12.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ................................................. 129 4.1.12.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen.................................................. 132 4.1.12.3. Finale wijziging van de gedragscode ................................................................ 133 4.1.13. Met betrekking tot Hoofdstuk 2.1.5. Gedeelde aansluiting op het transmissienet.... 135 4.1.13.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ................................................. 135 4.1.13.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen.................................................. 139 4.1.13.3. Finale wijziging van de gedragscode ................................................................ 140 4.1.14. Invoeging van een nieuw Hoofdstuk 2.1.6. Termijnen................................................ 142 4.1.14.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ................................................. 142 4.1.14.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen.................................................. 142 4.1.14.3. Finale wijziging van de gedragscode ................................................................ 144 4.1.15. Met betrekking tot Titel 2.2. Aansluitingsvoorwaarden ............................................. 144 4.1.15.1. Met betrekking tot artikelen 52, 58, 59, en 60................................................. 144 4.1.15.2. Met betrekking tot het gebruik- of verliesbeheersysteem van toegewezen aansluitingscapaciteit .............................................................................................................. 150 4.1.15.3. Met betrekking tot de wijzigingen in Hoofdstuk 2.2.4 ..................................... 164 4.1.15.4. Met betrekking tot de relatie tussen de transmissienetbeheerder en de beheerder van het tractienet spoor ........................................................................................ 168 4.2. Multiple BRP....................................................................................................................... 169 4.2.1. 4.2.1.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ..................................................... 170 4.2.1.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen ...................................................... 172 4.2.1.3. Finale wijziging van de gedragscode ..................................................................... 172 4.2.2. Invoering van het concept 'leveringspunt' .................................................................. 173 4.2.2.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ..................................................... 173 4.2.2.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen ...................................................... 180 4.2.2.3. Finale wijziging van de gedragscode ..................................................................... 181 4.3. 5. Afschaffing van de concepten ‘injectiepunt’ en ‘afnamepunt’ ................................... 170 Overgangsbepalingen en slotbepalingen........................................................................... 184 4.3.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ............................................................ 184 4.3.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen............................................................. 187 4.3.3. Finale wijziging van de gedragscode ........................................................................... 189 BESLISSING................................................................................................................................... 191 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................. 193 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................. 193 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................. 193 BIJLAGE 4 ............................................................................................................................................. 193 BIJLAGE 5 ............................................................................................................................................. 194 Niet-vertrouwelijk 4/194 BIJLAGE 6 ............................................................................................................................................. 194 BIJLAGE 7 ............................................................................................................................................. 194 Niet-vertrouwelijk 5/194 INLEIDING De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) stelt hierna wijzigingen van de gedragscode vast bedoeld in artikel 11, § 2, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. De CREG stelde de (eerste) gedragscode vast op 20 oktober 2022 bij beslissing (B)2409 van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de gedragscode houdende de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en houdende de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, en tot goedkeuring in dat kader van het voorstel van Elia van aansluitingsprocedures op het transmissienet (hierna: “de (eerste) gedragscode van 20 oktober 2022”). De (eerste) gedragscode van 20 oktober 2022 werd laatst gewijzigd bij beslissing (B)2984 van 9 oktober 2025. Naar de toepasselijke gedragscode wordt hierna verwezen als “de gedragscode” of “de huidige gedragscode”. De ontworpen wijzigingen van de gedragscode zijn voornamelijk bedoeld om de aansluitingsprocedures te verbeteren. De CREG onderzoekt in dat kader het voorstel van wijziging aan de gedragscode dat werd ingediend bij de CREG door Elia Transmission Belgium NV (hierna: “Elia”). De Nederlandstalige versie van het voorstel werd ingediend per brief op 28 oktober 2024; de Franstalige versie van het voorstel werd op 13 november 2024 per e-mail aan de CREG bezorgd. Op 29 januari 2025 heeft de CREG per brief van Elia een wijziging van het voorstel van Elia voor wijziging van de gedragscode ontvangen voor wat betreft artikel 22, §1, punt 9°. De CREG heeft een openbare raadpleging georganiseerd over haar ontwerpbeslissing (B)3027 van 17 juli 20251 tot wijziging van de gedragscode die afliep op 3 september 2025. De CREG heeft antwoorden op deze raadpleging ontvangen van elf partijen. Bijlage 4 van deze beslissing bevat de nietvertrouwelijke opmerkingen die de CREG heeft ontvangen tijdens de openbare raadpleging. Bijlagen 5 bevatten de consultatierapporten, resp. voor de aansluitingsprocedures en het onderwerp “multiple BRP”, met de reacties van de CREG op de niet-vertrouwelijke consultatiereacties. Bijlage 6 bevat de vertrouwelijke opmerkingen die de CREG heeft ontvangen tijdens de openbare raadpleging alsook de reactie van de CREG hierop, en wordt enkel gedeeld met de betrokken partij. Op 29 oktober 2025 heeft de CREG, op haar verzoek, van Elia een voorstel van aangepaste overgangsbepaling ontvangen die Elia zou toelaten de achterstand op het vlak van aansluitingsstudies in te halen. De beslissing tot wijziging van de gedragscode wordt in bijlage 1 van deze beslissing toegevoegd. Een geconsolideerde versie van de gedragscode zal samen met de publicatie van de (eind)beslissing op de website van de CREG worden bekend gemaakt. Het voorstel van Elia wordt in bijlagen 2 en 3 van deze beslissing toegevoegd. Het voorstel van aangepaste overgangsbepaling van Elia is toegevoegd in bijlage 7 van deze beslissing. Deze beslissing werd genomen door het directiecomité van de CREG op 29 januari 2026. 1 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Consult/PRD3027NL.pdf . Niet-vertrouwelijk 6/194 1. WETTELIJK KADER 1.1. WAT BETREFT DE RECHTSGROND VOOR DE GEDRAGSCODE 1. Artikel 59.7 van de richtlijn 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (hierna: “de richtlijn (EU) 2019/944”) bepaalt als volgt : « Behalve in gevallen waarin ACER bevoegd is om de voorwaarden of methoden voor de tenuitvoerlegging van de netcodes en richtsnoeren uit hoofde van hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/943 op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) 2019/942 vanwege hun gecoördineerde karakter vast te stellen of goed te keuren, zijn de regulerende instanties bevoegd voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de nationale methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake:
- a)de aansluiting op en toegang tot nationale netten, inclusief de transmissie- en distributietarieven of de methoden daarvoor; die tarieven of methoden maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netten op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat deze investeringen de levensvatbaarheid van de netten kunnen waarborgen;
- b)de verstrekking van ondersteunende diensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen; dergelijke ondersteunende diensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria, en
- c)toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. » 2. Bij arrest van het Europese Hof van Justitie van 3 december 2020 werd België o.m. veroordeeld tot een niet-conforme omzetting van de bovengenoemde bepaling (die op identieke wijze voorkomt in de Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG), in zoverre de in die bepaling bedoelde materies krachtens artikel 11 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: “de elektriciteitswet”) geregeld werden in het technisch reglement vastgesteld door de Koning, en niet door de CREG. Na dit arrest, werd de elektriciteitswet aangepast door middel van de wet van 21 juli 20212. 3. Artikel 11 van de elektriciteitswet bepaalt thans wat volgt: “§ 1. De Koning stelt een technisch reglement op voor het beheer van het transmissienet. Na overleg met de netbeheerder en na advies van de commissie, bepaalt de Koning in het technisch reglement, bedoeld in het eerste lid, minstens: 1° de technische veiligheidscriteria en technische voorschriften met de minimumeisen inzake het technische ontwerp, de bedrijfsvoering en de exploitatie van productie-installaties, de distributiesystemen, de apparatuur van direct aangesloten afnemers, de interconnector circuits en de directe lijnen, waaraan moet worden voldaan. Die technische voorschriften zijn objectief en niet-discriminerend. 2 Wet van 21 juli 2021 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, B.S., 3 september 2021. Niet-vertrouwelijk 7/194 2° de operationele regels waaraan de netbeheerder onderworpen is bij zijn technisch beheer van de elektriciteitsstromen en bij de maatregelen die hij dient te treffen om het hoofd te bieden aan problemen van overbelasting, technische mankementen en defecten van productie-eenheden met uitzondering van de vaststelling van de methode en de voorwaarden bedoeld in de bepalingen 1° en 2° van paragraaf 2, tweede lid; 3° in voorkomend geval, de prioriteit die in de mate van het mogelijke, rekening houdend met de noodzakelijke continuïteit van de voorziening, moet worden gegeven aan de productie-installaties die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen, of aan eenheden van warmtekrachtkoppeling; 4° de ondersteunende diensten die de netbeheerder moet inrichten; 5° ... 6° de informatie die door de netbeheerder moet worden verstrekt aan de beheerders van andere elektriciteitsnetten waaraan het transmissienet is gekoppeld, teneinde een veilige en efficiënte exploitatie, een gecoördineerde ontwikkeling en de interoperabiliteit van het koppelnet te waarborgen met uitzondering van de vaststelling van de methode en de voorwaarden bedoeld in de bepaling onder 2° van paragraaf 2, tweede lid. 7° de bepalingen op het gebied van de verplichtingen tot informatieverstrekking relevant in het kader van deze paragraaf toepasbaar op de netbeheerder en, in voorkomend geval, op de netgebruiker; 8° de omstandigheden waarin de commissie kan beslissen dat de elektriciteitsproductieeenheid, de verbruikersinstallatie, de installatie van een distributienet aangesloten op een transmissienet, het distributienet aangesloten op het transmissienet, het HVDC-systeem of DC-aangesloten power park module op het transmissienet, bedoeld door de Europese netcode RfG, de Europese netcode DCC en de Europese netcode HVDC, te beschouwen is als bestaand of nieuw, voor de toepassing van deze Europese netwerkcodes en het technisch reglement; 9° de bepalingen inzake voorafgaande goedkeuring van het systeembeschermingsplan, het herstelplan en het testplan, alsook de elementen die deze plannen moeten bevatten, onverminderd de elementen daarin op te nemen met toepassing van de Europese netwerkcode E&R; deze plannen bevatten onder meer de methodologie voor de dimensionering van de behoeften aan systeembeschermingsdiensten en hersteldiensten, alsmede deze voor de bepaling van de middelen om aan deze behoeften te voldoen; 10° de elementen die het risicoparaatheidsplan moet bevatten onverminderd de elementen daarin op te nemen met toepassing van Verordening (EU) 2019/941. Op voorstel van de netbeheerder, en na advies van de commissie, keurt de Koning de volgende onderdelen van het technisch reglement bedoeld in het eerste en tweede lid goed: 1° de maximumcapaciteitsdrempelwaarden van toepassing op elektriciteitsproductieeenheden van de types A, B, C en D overeenkomstig artikel 5, lid 3, van de Europese netwerkcode RfG; 2° de eisen voor algemene toepassing. In het technisch reglement bedoeld in het eerste lid wijst de Koning de bevoegde instantie aan bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 2019/941. § 2. De commissie legt een gedragscode vast. In die gedragscode bepaalt de commissie: 1° op voorstel van de netbeheerder en na raadpleging van de netgebruikers, de voorwaarden inzake de aansluiting op en toegang tot het transmissienet, met inbegrip van de aansluitingsprocedures; 2° na raadpleging van de netgebruikers en van de netbeheerder, de voorwaarden inzake: Niet-vertrouwelijk 8/194
- a)onverminderd artikel 8, § 1/1, de verstrekking van ondersteunende diensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen; dergelijke ondersteunende diensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria; en
- b)de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. In deze gedragscode bepaalt de commissie tevens, na raadpleging van de netgebruikers en van de netbeheerder, de documenten waaronder in voorkomend geval de typeovereenkomsten die de netbeheerder ter goedkeuring aan haar moet voorleggen betreffende de in deze paragraaf vermelde aangelegenheden. § 3. De commissie en de Algemene Directie Energie informeren elkaar regelmatig en minstens twee maal per jaar over hun werkzaamheden betreffende de gedragscode en het technisch reglement.” (eigen nadruk) 4. Artikel 23, § 2, tweede lid, van de elektriciteitswet voorziet in verband met de gedragscode volgende bevoegdheden voor de CREG: “9°bis de gedragscode vastleggen, en, in voorkomend geval, de documenten goedkeuren die daarin worden beoogd, en de toepassing ervan controleren;” 5. De CREG stelde de (eerste) gedragscode elektriciteit vast op 20 oktober 2022. 6. De huidige beslissing tot vaststelling van wijzigingen van de gedragscode wordt genomen op grond van de artikelen 11, § 2, tweede lid, en 23, § 2, tweede lid, 9°bis, van de elektriciteitswet. 1.2. WAT BETREFT DE AANSLUITINGSPROCEDURES 7. De Europese regelgeving en de elektriciteitswet (behoudens artikel 11, §2, 1°, van de elektriciteitswet zoals hoger weergegeven) bevatten weinig bepalingen die specifiek de aansluitingsprocedures betreffen. Hierna worden de bepalingen weergegeven die te maken hebben met het recht op toegang tot het net, waartoe de aansluiting een noodzakelijke voorwaarde vormt om van dit recht op toegang gebruik te kunnen maken, alsook de enkele bepalingen die op een of andere manier te maken hebben met de behandeling van aansluitingsaanvragen of de termijn voor het realiseren van aansluitingen. 1.2.1. Europees recht en het EU Actieplan voor netwerken 1.2.1.1. De verordening (EU) 2019/943 8. Artikel 3, eerste lid, q), van de verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (hierna: “de verordening (EU) 2019/943”) bepaalt wat volgt : “[d]e lidstaten, de regulerende instanties, de transmissiesysteembeheerders, de distributiesysteembeheerders, de marktbeheerders en de gedelegeerde beheerders waarborgen dat de elektriciteitsmarkten in overeenstemming met de volgende beginselen worden beheerd: […]
- q)marktdeelnemers hebben een recht om onder objectieve, transparante en nietdiscriminerende voorwaarden toegang te krijgen tot de transmissie- en distributienetten.” Niet-vertrouwelijk 9/194 De verordening (EU) 2019/9433 bevat verder bepalingen inzake transparantie wat betreft de behandeling van aansluitverzoeken door de transmissiesysteembeheerders: “artikel 50 […] 4bis. De transmissiesysteembeheerders publiceren op transparante wijze duidelijke informatie met een hoge ruimtelijke granulariteit over de capaciteit die beschikbaar is voor nieuwe aansluitingen in hun dekkingsgebieden, met inbegrip van de aan aansluitverzoeken bestede capaciteit en de mogelijkheid van flexibele aansluiting in overbelaste gebieden, en nemen daarbij de openbare veiligheid en de vertrouwelijkheid van gegevens in acht. Die gepubliceerde informatie omvat informatie over de criteria voor de berekening van de beschikbare capaciteit voor nieuwe aansluitingen. De transmissiesysteembeheerders actualiseren die informatie regelmatig, en ten minste iedere maand. De transmissiesysteembeheerders verstrekken de systeemgebruikers op transparante wijze duidelijke informatie over de status en behandeling van hun aansluitverzoeken, met inbegrip van, in voorkomend geval, informatie over flexibele-aansluitovereenkomsten. Zij verstrekken dergelijke informatie binnen drie maanden na de indiening van het verzoek. Zolang het aansluitverzoek niet is ingewilligd of definitief is afgewezen, actualiseren transmissiesysteembeheerders die informatie regelmatig en ten minste elk kwartaal. […]” (eigen nadruk) Artikel 57.3 van de verordening (EU) 2019/943 bepaalt dat distributiesysteembeheerders en transmissiesysteembeheerders samenwerken om op consistente wijze informatie te publiceren over de capaciteit die beschikbaar is voor nieuwe aansluitingen in hun respectieve dekkingsgebieden en die aan ontwikkelaars van nieuwe energieprojecten en andere potentiële netgebruikers op voldoende gedetailleerde wijze zichtbaarheid geeft. 1.2.1.2. De richtlijn (EU) 2019/944 9. De richtlijn (EU) 2019/944 bevat in artikel 6 en artikel 40.1,
- g)en h), het recht van toegang voor afnemers tot o.m. de transmissiesystemen en de mogelijkheid voor transmissiesysteembeheerders om toegang tot het net te weigeren als ze niet over de nodige capaciteit beschikken. Deze artikelen bepalen het volgende : « Art. 6. Toegang van derden 1. De lidstaten dragen zorg voor de invoering van een systeem voor toegang van derden tot de transmissie- en distributiesystemen, gebaseerd op bekendgemaakte tarieven die voor alle afnemers gelden en die objectief worden toegepast zonder onderscheid te maken tussen systeemgebruikers. De lidstaten zorgen ervoor dat deze tarieven of de aan de berekening daarvan ten grondslag liggende methoden voorafgaand aan hun toepassing worden goedgekeurd overeenkomstig artikel 59 en dat deze tarieven en, wanneer alleen de methoden zijn goedgekeurd, de methoden worden bekendgemaakt voordat zij in werking treden. 2. De beheerder van een transmissie- of distributiesysteem kan de toegang weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt. De weigering wordt naar behoren met redenen omkleed, waarbij met name het bepaalde in artikel 9 in acht wordt genomen op basis van objectieve, technisch en economisch onderbouwde criteria. De lidstaten of, indien de lidstaten hierin voorzien, de regulerende instanties van die lidstaten zorgen ervoor dat deze criteria op coherente wijze worden toegepast en dat de systeemgebruiker aan wie 3 gewijzigd bij de Verordening (EU) 2024/1747 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2019/942 en (EU) 2019/943 wat betreft het Verbeteren van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie. Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, zijnde op 16 juli 2024. Niet-vertrouwelijk 10/194 toegang is geweigerd, gebruik kan maken van een geschillenbeslechtingsprocedure. De regulerende instantie zorgt er tevens voor dat, waar van toepassing en wanneer de toegang wordt geweigerd, de transmissie- of distributiesysteembeheerder relevante informatie verstrekt over de voor de versterking van het net vereiste maatregelen. Die informatie wordt verstrekt in alle gevallen waarin toegang tot oplaadpunten werd geweigerd. Aan degene die om dergelijke informatie verzoekt, kan een redelijke vergoeding in rekening worden gebracht die de aan de verstrekking van die informatie verbonden kosten weerspiegelt. 3. Dit artikel geldt ook voor energiegemeenschappen van burgers die distributienetten beheren» “Artikel 40. Taken van transmissiesysteembeheerders. 1. Elke transmissiesysteembeheerder heeft de volgende verantwoordelijkheden: […]
- g)de systeemgebruikers de informatie verstrekken die zij voor een efficiënte toegang tot het systeem nodig hebben;
- h)[…], het verlenen en beheren van toegang van derden en het motiveren van besluiten tot een weigering van dergelijke toegang, onder toezicht van de regulerende instanties, en bij de uitvoering van hun werkzaamheden uit hoofde van dit artikel in de eerste plaats de integratie van de markt vergemakkelijken; […]”. 10. De richtlijn (EU) 2019/944 bevat in artikel 15.5, a), de verplichting voor de lidstaten om ervoor te zorgen dat actieve afnemers met een energieopslagfaciliteit het recht hebben om binnen een redelijke termijn na de aanvraag een netaansluiting te krijgen, mits is voldaan aan alle noodzakelijke voorwaarden zoals balanceringsverantwoordelijkheid en een passend metersysteem. 11. Daarnaast bepaalt artikel 42 van de richtlijn (EU) 2019/944 het volgende inzake besluitvormingsbevoegdheden inzake de aansluiting van nieuwe productie-installaties en energieopslagfaciliteiten op het transmissiesysteem : “Artikel 42. Besluitvormingsbevoegdheden inzake de aansluiting van nieuwe productieinstallaties en energieopslagfaciliteiten op het transmissiesysteem 1.De transmissiesysteembeheerder stelt transparante en efficiënte procedures op voor de niet-discriminerende aansluiting van nieuwe productie-installaties en energieopslagfaciliteiten op het transmissiesysteem en publiceert deze. Die procedures zijn onder voorbehoud van goedkeuring door de regulerende instanties. 2.De transmissiesysteembeheerder heeft niet het recht de aansluiting van een nieuwe productie-installatie of energieopslagfaciliteit te weigeren op grond van mogelijke toekomstige beperkingen van de beschikbare capaciteit op het net, bijvoorbeeld congestie in afgelegen delen van het transmissiesysteem. De transmissiesysteembeheerder verstrekt de nodige informatie. De eerste alinea doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor transmissiesysteembeheerders om de gegarandeerde aansluitingscapaciteit te beperken of aansluitingen met operationele beperkingen aan te bieden, teneinde de economische efficiëntie van nieuwe productieinstallaties of energieopslagfaciliteiten te waarborgen, mits dergelijke beperkingen zijn goedgekeurd door de regulerende instantie. De regulerende instantie zorgt ervoor dat eventuele beperkingen in de gegarandeerde aansluitingscapaciteit of operationele beperkingen worden ingesteld op basis van transparante en niet- discriminerende procedures en geen onnodige belemmeringen voor de markttoegang met zich meebrengen. Indien de productie-installatie of energieopslagfaciliteit de kosten draagt voor het garanderen van onbeperkte aansluiting gelden er geen beperkingen. 3.Transmissiesysteembeheerders hebben niet het recht een nieuw aansluitpunt te weigeren op de grond dat het tot extra kosten zou leiden als gevolg van de noodzakelijke capaciteitsvergroting van systeemonderdelen in de directe omgeving van het aansluitpunt.” (eigen nadruk) Niet-vertrouwelijk 11/194 12. Tot slot bepaalt artikel 58, eerste lid, e), van de richtlijn (EU) 2019/944 het volgende : « Art. 58. Algemene doelstellingen van de regulerende instantie 1. Bij de uitvoering van de in deze richtlijn omschreven reguleringstaken neemt de regulerende instantie, in nauw overleg met de andere betrokken nationale instanties, waaronder de mededingingsautoriteiten, alsook instanties, met inbegrip van regulerende instanties, van naburige lidstaten en, in voorkomend geval, naburige derde landen, en zonder dat wordt geraakt aan hun bevoegdheden, alle redelijke maatregelen om de volgende doelstellingen te bereiken binnen het kader van haar taken en bevoegdheden zoals vastgesteld in artikel 59: […]
- e)de toegang van nieuwe productiecapaciteit en energieopslagfaciliteiten tot het net vergemakkelijken, met name door de belemmeringen voor de toegang van nieuwkomers op de markt en van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen weg te nemen;[…] » 1.2.1.3. De Europese netcodes 13. De Europese netcodes RfG, DCC en HVDC4 bevatten technische eisen voor de aansluiting van de betrokken installaties op het net. 1.2.1.4. EU Actieplan voor netwerken 14. De mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees economisch en sociaal comité en het comité van de regio’s van 28 november 2023 met betrekking tot « Netwerken: ontbrekende schakels – EU-actieplan voor netwerken »5, voorziet onder meer wat volgt: « De nationale regulerende instanties moeten ook een duidelijk kader bieden om het indienen van een verzoek om aansluiting te ontmoedigen wanneer het verzoek niet wordt onderbouwd door een concreet project en een ontwikkelaar zich er niet voldoende aan wil verbinden, of wanneer het een verzoek om meer capaciteit betreft dan wat nodig is voor het project, teneinde te voorkomen dat aansluitingscapaciteit wordt gereserveerd door projecten die minder waarschijnlijk zullen worden gerealiseerd of waarvan het belangrijkste bedrijfsplan erin bestaat het recht op aansluiting te verkopen, indien dit is toegestaan. Zo is de kans kleiner dat opwekkingsprojecten die financieel gebonden zijn of die bij het verzoek om aansluiting de kosten voor de aansluiting op het net betalen, hun projecten niet zullen voortzetten.” Het EU Actieplan voor netwerken betreft een mededeling van de Europese Commissie aan het Europees Parlement en de Raad, het Europees economisch en sociaal comité en het comité van de regio’s. Hoewel dit geen juridisch bindend instrument is zoals een Europese verordening of richtlijn, geeft het de visie van de Europese Commissie weer over het regulatoir kader dat volgens haar moet worden geboden door de regulatoren om verstandig om te gaan met de aanwezige aansluitingscapaciteit. 4 Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net, Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers, Verordening (EU) 2016/1447 van de Commissie van 26 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen en op gelijkstroom aangesloten power park modules. 5 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52023DC0757 . Niet-vertrouwelijk 12/194 Recent zijn ook richtsnoeren van de Europese Commissie verschenen in verband met efficiënte en tijdige netaansluiting (“Commission notice Guidance on efficient and timely grid connections” van 10 december 20256) waarin de Europese Commissie aanbevelingen doet in dat verband. 1.2.2. Nationaal recht 15. Artikel 15 van de elektriciteitswet bepaalt het volgende in verband met de weigering van toegang tot het net door de netbeheerder: “Art. 15. § 1. De in aanmerking komende afnemers hebben een recht van toegang tot het transmissienet tegen de tarieven vastgesteld overeenkomstig artikel 12. De netbeheerder kan de toegang tot het net alleen weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt. De netbeheerder kan eveneens de toegang tot het net weigeren wanneer deze toegang de behoorlijke uitvoering van een openbare dienstverplichting in het algemeen economisch belang ten zijne laste zou verhinderen en voor zover de ontwikkeling van de uitwisselingen niet wordt beïnvloed in een mate die strijdig is met de belangen van de Europese Gemeenschap. De belangen van de Europese Gemeenschap omvatten, onder meer, de mededinging met betrekking tot de in aanmerking komende afnemers overeenkomstig Richtlijn 2009/72/EG en artikel 106 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De weigering moet naar behoren met redenen worden omkleed en gerechtvaardigd, waarbij in het bijzonder de met toepassing van artikel 21 genomen openbare dienstverplichtingen in acht moeten worden genomen, op basis van objectieve, technisch en economisch onderbouwde criteria. In geval van tegenstrijdigheid met de voorschriften die worden voorzien door het technisch reglement of de gedragscode kan de netbeheerder de toegang afhankelijk maken van de voorwaarde van naleving van deze voorschriften. De netbeheerder deelt zonder verwijl aan de commissie zijn met redenen omklede beslissing tot weigering mede. § 2. § 1 is eveneens van toepassing : 1° Op producenten gevestigd in België of in andere lidstaten van de Europese Unie, met het oog op de bevoorrading in elektriciteit van hun eigen vestigingen of dochterondernemingen: gevestigd in België of in andere lidstaten van de Europese Unie of met het oog op de levering van elektriciteit aan in aanmerking komende afnemers; […]” 16. Met toepassing van artikel 19quater, §1, tweede lid, 1°, van de elektriciteitswet heeft een actieve afnemer die eigenaar is van een energieopslagfaciliteit het recht om die installatie binnen een redelijke termijn en indien van toepassing op het transmissienet aan te sluiten. 17. Met toepassing van artikel 23, §2, tweede lid, 23°, van de elektriciteitswet ziet de CREG toe op de tijd die de netbeheerder doet over de uitvoering van de aansluitingen en herstellingen. 6 https://energy.ec.europa.eu/publications/guidance-efficient-grid-connections-c2025-8473-final_en : “As explained before, Member States and/or regulatory authorities must ensure that their national legal framework ensures access to their grids is granted in a non-discriminatory way, which does not, however, entail an obligation to apply the first-come, first-served principle for grid connection. Member States or the NRAs may set other rules to be applied by grid operators (for instance ‘first ready, first served’ or ‘milestone-based, milestone-enforced’ approaches or other approaches as outlined further), provided they are non-discriminatory and transparent and follow objective and technically and economically justified criteria.” Niet-vertrouwelijk 13/194 1.3. 18. MET BETREKKING TOT HET PRINCIPE VAN “MULTIPLE BRP” Artikel 4 van de Richtlijn (EU) 2019/944 bepaalt dat: “De lidstaten zien erop toe dat alle afnemers vrij zijn om elektriciteit te kopen bij leveranciers van hun keuze. De lidstaten zien erop toe dat alle afnemers vrij zijn om op hetzelfde moment over meer dan één elektriciteitsleveringscontract of overeenkomst voor energiedelen te beschikken, en dat afnemers daarom recht hebben op meer dan één meet- en factureringspunt achter het centrale aansluitpunt voor hun terreinen en gebouwen. Indien dat technisch haalbaar is, kunnen er overeenkomstig artikel 19 ingevoerde slimme metersystemen worden gebruikt, zodat afnemers tegelijkertijd over meer dan één elektriciteitsleveringscontract of meer dan één overeenkomst voor energiedelen kunnen beschikken.” 19. De elektriciteitswet definieert ‘afnemer’ als elke eindafnemer (elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit koopt voor eigen gebruik), tussenpersoon (elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit koopt met het oog op de wederverkoop ervan, behalve een producent of een distributienetbeheerder) of distributienetbeheerder. Elke eindafnemer is een in aanmerking komende afnemer (elke afnemer die, krachtens artikel 16 van de elektriciteitswet of, indien hij niet in België is gevestigd, krachtens het recht van een andere lidstaat van de Europese Unie, het recht heeft om contracten voor de levering van elektriciteit te sluiten met een producent, distributeur, leverancier of tussenpersoon van zijn keuze en, te dien einde, het recht heeft om toegang te krijgen tot het transmissienet tegen de voorwaarden bepaald in artikel 15, § 1 van de elektriciteitswet). 20. De elektriciteitswet definieert een ‘aansluitingspunt’ als een punt waar een elektriciteitsproductie-eenheid, een energieopslagfaciliteit, een verbruiksinstallatie, een publiek distributienet, een lokaal transmissienet, een gesloten industrieel net, een gesloten distributienet, of een HVDC-systeem, met inbegrip, in voorkomend geval, van hun aansluitingsinstallaties, op het transmissienet, op een gesloten industrieel net of op een HVDC-systeem zijn aangesloten. Het gaat m.a.w. om een punt dat de locatie/plaats aanduidt van de fysieke aansluiting tussen de installatie/net op het transmissienet. Wanneer achter dit punt andere punten gelegen zijn, zoals bv meetpunten/facturatiepunten, beschouwt de CREG het aansluitingspunt als een centraal aansluitingspunt. 21. Het begrip ‘toegangspunt’ wordt niet gedefinieerd in het Unierecht maar vind zijn wettelijke basis terug in de gedragscode elektriciteit, meer bepaald artikel 1, 46°, dat refereert naar een fysieke plaats en spanningsniveau dat toegang biedt tot het transmissienet voor afname en injectie. Belangrijk hierbij te noteren is de laatste zin in de definitie die zegt: “het toegangspunt is verbonden met één of meerdere aansluitingspunten van de betrokken transmissienetgebruiker die zich op hetzelfde spanningsniveau situeert en op hetzelfde onderstation.” 22. Artikel 107 van de gedragscode elektriciteit laat vandaag toe om voor elk toegangspunt één of meerdere BRPs aan te duiden. Er kan dus vandaag een BRP aangeduid worden voor injectie en een andere BRP voor afname van vermogen. Dit principe van multiple BRP op het toegangspunt wenst de CREG vandaag uit te breiden op meetpunten die fysisch achter het toegangspunt liggen. De afnemer gelinkt aan het meetpunt dat niet het toegangspunt is, verwerft alsdan het recht om voor zijn gebouwen en/of terreinen op hetzelfde moment te beschikken over meer dan één elektriciteitsleveringscontract of overeenkomst voor energiedelen. Wanneer een afnemer hiervoor kiest (op hetzelfde moment te beschikken over meer dan één elektriciteitsleveringscontract of overeenkomst voor energiedelen) zal hij voor ieder van zijn Niet-vertrouwelijk 14/194 leveringscontracten of als deelnemer in een overeenkomst van energiedelen een BRP moeten aanduiden, dat ofwel hijzelf kan zijn dan wel een derde entiteit kan zijn. Om dit in de praktijk te kunnen realiseren dient de gedragscode aangepast te worden door het principe van multiple BRP op een meetpunt toe te laten. 2. ANTECEDENTEN 2.1. AANSLUITINGSPROCEDURES EN -VOORWAARDEN 23. De CREG stelde de (eerste) gedragscode vast op 20 oktober 2022 bij beslissing (B)2409 van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de gedragscode houdende de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en houdende de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, en tot goedkeuring in dat kader van het voorstel van Elia van aansluitingsprocedures op het transmissienet7. 24. Op 29 november 2024 werd het koninklijk besluit tot vaststelling van het technisch reglement voor het beheer van het transmissienet voor elektriciteit genomen met bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad op 5 december 2024. De CREG bracht een advies uit over het ontwerp van koninklijk besluit8. Dit koninklijk besluit heft het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, op. 25. De (eerste) gedragscode van 20 oktober 2022 werd gewijzigd bij beslissing (B)28999 van 10 april 2025 voor de ontwikkeling van een alomvattend inhoudelijk regulatoir kader van toepassing op flexibele aansluiting. In 2023-2024 vonden informele overlegvergaderingen plaats met medewerkers van Elia teneinde hen aan te sturen om het voorstel voor te bereiden dat Elia aan de CREG moet richten betreffende de voorwaarden voor aansluiting op en toegang tot het transmissienet met toepassing van artikel 11, §2, van de elektriciteitswet. In haar beslissing (B)658E/84 over de doelstellingen die Elia in 2024 moet behalen in het kader van de stimulans ter bevordering van het systeemevenwicht, definieert de CREG een stimulans ter ondersteuning van het uitwerken van dit regulatoir kader in samenspraak met de netgebruikers en andere stakeholders10. In dit kader heeft Elia in 2024 meerdere workshops georganiseerd met de stakeholder en met deelname van de CREG en heeft Elia een openbare raadpleging georganiseerd van 31 mei tot 5 juli 2024 betreffende haar ontwerpnota met 7 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2409NL.pdf Advies (A)2501 van 18 januari 2023 over het ontwerp van koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit (https://www.creg.be/nl/publicaties/advies-a2501). 9 Beslissing (B)2899 van 10 april 2025 tot wijziging van de gedragscode van 20 oktober 2022 houdende de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en houdende de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, beschikbaar op de website van de CREG: https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2899 10 Beslissing (B)658E/84 van 12 oktober 2023 over de doelstellingen die nv Elia Transmission Belgium in 2024 moet behalen in het kader van de stimulans ter bevordering van het systeemevenwicht zoals bedoeld in artikel 27 van de tariefmethodologie (https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b658e/84). 8 Niet-vertrouwelijk 15/194 betrekking tot de evolutie van het kader voor aansluiting met flexibele toegang op federaal niveau (hierna: “de ontwerpnota van Elia van 31 mei 2024”)11. 26. Binnen de werkgroep “Belgian Grid” van de Users’ Group van Elia werden de marktpartijen geïnformeerd over de besprekingen in de workshops over flexibele aansluitingen alsook betrokken in verdere besprekingen over door Elia voorstelde wijzigingen aan de procedures voor aanvraag van aansluitingsstudies (oriëntatie- en detailstudies) en de bepalingen met betrekking tot de reservering en toewijzing van aansluitingscapaciteit. Ook over dit onderwerp vonden in 2024 informele overlegvergaderingen plaats tussen medewerkers van de CREG en van Elia. 27. Op 18 januari 2024 heeft de CREG aan Elia per brief gevraagd om een voorstel van gedragscode met de procedures en criteria voor het toekennen van een aansluiting met flexibele toegang, waaronder deze die hem toelaten te besluiten tot een gebrek aan capaciteit op het transmissienet, bedoeld in artikel 15, §1, van de elektriciteitswet, aan de CREG voor te leggen met toepassing van artikel 11, §2, eerste lid, 1°, en artikel 23, §2, derde lid, van de elektriciteitswet tegen uiterlijk 15 mei 2024, onder andere rekening houdende met de geplande lancering van de tender voor de Prinses Elisabeth Zone in het vierde kwartaal van 2024. 28. Wegens bekommernissen van Elia over de haalbaarheid om in mei 2024 een kwalitatief voorstel voor wijziging van de gedragscode te kunnen indienen, heeft de CREG, na uitwisselingen tussen de directiecomités van de CREG en Elia, per e-mail van 28 februari 2024 ingestemd met de vraag van Elia om uiterlijk 20 september 2024 het voorstel te kunnen indienen met het oog op een finale beslissing ten laatste in het eerste kwartaal van 2025. De deadline van 20 september is bevestigd geweest per brief van Elia op 11 maart 2024. 29. Op 20 september 2024 heeft Elia aan de CREG haar eerste voorstel voor wijziging van de gedragscode12 in het Nederlands bezorgd met betrekking tot flexibele aansluitingen en aansluitingsprocedures13. Elia heeft in dit voorstel ook enkele geringe wijzigingen opgenomen om de coherentie te garanderen met de type-aansluitingsovereenkomst en de type-toegangsovereenkomst gezien besprekingen in het kader van de implementatie van “multiple BRP”. Omwille van uitwisselingen tijdens de informele overlegmomenten tussen medewerkers van de CREG en Elia, gaf Elia in de brief van 20 september 2024 aan bereid te zijn de impact van afregeling van flexibele aansluitingen op de BRP verder te bestuderen en met de marktpartijen te bespreken op de workshop van 10 oktober 2024, waarna Elia tegen 25 oktober 2024 een aangepast voorstel voor wijziging van de gedragscode zou kunnen indienen bij de CREG. 30. Op 28 oktober 2024 heeft Elia bij de CREG haar bijgewerkt voorstel voor wijziging van de gedragscode in het Nederlands ingediend (hierna: het “voorstel van Elia”), samen met een aangepast consultatierapport. Elia heeft de Franstalige versie bezorgd op 13 november 2024. Elia heeft ook deze bijgewerkte versie van het voorstel en consultatierapport gepubliceerd op de consultatiewebpagina van haar ontwerpnota van 31 mei 2024 (zie voetnoot 9 11). Enkel het bijgewerkte voorstel van Elia is toegevoegd in Bijlage 2 van deze beslissing aangezien dit voorstel het eerder ingediende voorstel vervangt en enkel deze versie relevant is voor de redactie van de gewijzigde gedragscode door de CREG. 11 Zie de consultatiewebpagina van Elia: https://www.elia.be/nl/publieke-consultaties/20240531_connection-with-flexibleaccess-design-note-on-the-evolution-of-the-framework . 12 In tabelvorm, inclusief een kolom met bijkomende informatie ter verklaring van de wijzigingen. 13 Elia heeft dit voorstel gepubliceerd op de consultatiewebpagina van haar ontwerpnota van 31 mei 2024 (zie voetnoot 9). Niet-vertrouwelijk 16/194 31. Het voorstel van Elia bevat wijzigingen aan de gedragscode met betrekking tot:
- a)flexibele aansluitingen (voornamelijk wijzigingen in artikel 61 van de gedragscode, maar ook in andere artikelen);
- b)de procedures voor aanvraag van aansluitingsstudies (oriëntatie- en detailstudies) en de bepalingen met betrekking tot de reservering en toewijzing van aansluitingscapaciteit;
- c)overige, geringe wijzigingen om de coherentie te garanderen met de geplande wijzigingen aan de type-aansluitingsovereenkomst en de type-toegangsovereenkomst. 32. Op 29 januari 2025 heeft de CREG per brief van Elia een wijziging van het voorstel van Elia voor wijziging van de gedragscode ontvangen voor wat betreft artikel 22, §1, punt 9° (zie Bijlage 3). 33. Zoals uiteengezet in beslissing (B)2899 van 10 april 2025 heeft de CREG beslist om de gedragscode in eerste instantie enkel te wijzigen met betrekking tot bepalingen over flexibele aansluitingen en dus enkel het punt
- a)van paragraaf 0. Deze wijziging is uitgevoerd per beslissing (B)2899 van 10 april 2025. 34. De wijzigingen die het voorwerp uitmaken van de huidige beslissing dienen voornamelijk voor de verbetering van de aansluitingsprocedures, met inbegrip van de regels voor capaciteitsreservering en -toewijzing, zijnde het punt
- b)van paragraaf 0. De CREG behandelt in deze beslissing ook de overige door Elia voorgestelde wijzigingen in punt
- c)van paragraaf 0. 35. Bij beslissing (B)2984 van 9 oktober 2025 heeft de CREG inmiddels nog een wijziging van de gedragscode doorgevoerd wat betreft de voorwaarden voor het verstrekken van ondersteunende diensten en de vastlegging van de nadere regels voor het toestaan door de CREG van een afwijking van het principe van de marktgebaseerde verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten.14 36. In het kader van artikel 11, § 3, van de elektriciteitswet informeerden de diensten van de CREG de diensten van de Algemene Directie Energie van hun werkzaamheden betreffende de gedragscode, waaronder de voorbereiding van de huidige wijziging. 2.2. MULTIPLE BRP 37. Elia analyseerde het concept 'multiple BRP' in het kader van de discretionaire stimulansen voor het jaar 2021. In het kader van die analyse organiseerde Elia twee workshops en een openbare raadpleging. Elia voerde ook een studie uit om de beperkingen te evalueren met betrekking tot de aanwijzing van meerdere BRP’s op hetzelfde toegangspunt en om een nieuw mechanisme voor te stellen om aan die beperkingen tegemoet te komen. 38. Elia diende in december 2021 een implementatieplan in bij de CREG voor het concept ‘multiple BRP’. Dat implementatieplan voorzag dat het concept ‘multiple BRP’ onmiddellijk na de go-live van fase 1 van het iCAROS-project, dat gepland was in de loop van de eerste vier maanden van 2023, zou toepassing kunnen vinden. De go-live van iCAROS vond plaats op 22 mei 2024. 39. Op 28 februari 2025 heeft Elia bij de CREG een voorstel tot wijziging van de T&C BRP ingediend. Het ingediende voorstel beoogt, naast vele andere wijzigingen, een invulling te geven aan de doelstelling van artikel 3.1, g), van de EBGL door de deelname van hernieuwbare energiebronnen te faciliteren en te ondersteunen. Het voorstel tracht deze doelstelling te realiseren door toe te laten om significante volumes van intermitterende, hernieuwbare energie te verspreiden in de perimeters van meerdere BRPs toegewezen achter hetzelfde toegangspunt. 14 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2984 . Niet-vertrouwelijk 17/194 40. Het principe van ‘multiple BRP’ achter het toegangspunt en dus op een meetpunt werd door de CREG in haar beslissing (B)2991 van 10 april 2025 niet verworpen. Om dit in de praktijk te kunnen realiseren is het nodig om aan dit principe een wettelijke basis te verschaffen in de gedragscode (dat reeds het principe van multiple BRP op het toegangspunt erkent), dat achteraf dan verder uitgewerkt zal moeten worden in het toegangscontract en de T&C BRP. 2.3. RAADPLEGING 41. Het directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, § 1, van zijn huishoudelijk reglement, in het kader van het vaststellen van de huidige wijzigingen van de gedragscode, om, met toepassing van artikel 11, § 2, van de elektriciteitswet en artikel 33, § 1, en 45, §1, van zijn huishoudelijk reglement, een openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing (B)3027 te organiseren op de website van de CREG van 17 juli tot 3 september 2025. Gezien de zomervakantie, het aantal parallel lopende openbare raadplegingen georganiseerd door de CREG en het belang van dit topic voor de marktpartijen, voorzag de CREG een langere raadplegingsperiode dan de gebruikelijke maximumduur van 6 weken. Het ontwerp van wijzigingen van de gedragscode waarover zij de openbare raadpleging heeft gehouden, wordt hierna in deze beslissing aangeduid als het “ontwerp van wijzigingen van de gedragscode” of “het ontwerp tot wijziging van de gedragscode”. 2.3.1. Wat betreft het onderdeel aansluitingsprocedures en aansluitingsvoorwaarden 42. De CREG heeft elf reacties op deze raadpleging ontvangen, namelijk van Bnewable, BOP, BSTOR, de Vlaamse Nutsregulator, Elia, Febeg, Febeliec, Goodman Belgium (deels vertrouwelijk), Google, Infrabel en Storm. Bijlage 4 van deze beslissing bevat de niet-vertrouwelijke reacties die de CREG heeft ontvangen tijdens de openbare raadpleging. Bijlage 5a bevat het consultatierapport met de reactie van de CREG op de niet-vertrouwelijke reacties aangaande de aansluitingsprocedures en aansluitingsvoorwaarden. Bijlage 6 bevat de vertrouwelijke reacties van de betrokken partij alsook de reactie van de CREG hierop en wordt enkel gedeeld met de betrokken partij. 43. De CREG behandelt de ontvangen opmerkingen niet alleen in het voormelde consultatierapport in Bijlage 5a maar ook in deel 4 van deze beslissing. Daarin geeft de CREG voornamelijk een samenvatting van de ontvangen reacties waarin de CREG gevraagd wordt om haar ontwerp tot wijziging van de gedragscode te herzien. De CREG verwijst in deel 4 van deze beslissing enkel naar nietvertrouwelijke consultatiereacties aangezien de vertrouwelijke consultatiereacties niet om een herziening van de ontworpen wijzigingen van de gedragscode vroegen die niet in een andere, nietvertrouwelijke consultatiereactie werd gevraagd. Bijgevolg worden de vertrouwelijke consultatiereacties enkel behandeld in de vertrouwelijke Bijlage 6 en niet in deel 4 van deze beslissing. Voor het geheel van reacties van de CREG bij de ontvangen opmerkingen, verwijst de CREG naar de consultatierapporten in Bijlagen 5a en 6 van deze beslissing. 44. De CREG heeft de reactie van Elia op de openbare raadpleging van de CREG tijdig, op 3 september 2025, ontvangen. In deze reactie vermeldde Elia in het bijzonder het volgende: « Elia pleit ervoor om een overgangsperiode van een bepaalde duur in te voeren, zodat de bestaande achterstand aan studies kan worden weggewerkt alvorens de nieuwe bepalingen van toepassing worden. In dit kader dringen wij erop aan dat de voorstellen die via mail op 5 juni met de CREG zijn gedeeld en voorafgaandelijk besproken werden tussen de diensten van Elia en de CREG, in het ontwerpbesluit worden opgenomen.” Niet-vertrouwelijk 18/194 Meer specifiek, met betrekking tot het nieuwe artikel 35 over de overgangsmaatregelen, heeft Elia het volgende geschreven : « Elia komt hier uitvoerig op terug in haar begeleidende schrijven. Deze bepaling is voor ons niet werkbaar. » Tijdens een vergadering op 8 oktober 2025 tussen de CREG en Elia heeft de CREG aan Elia onder andere verduidelijking gevraagd over (
- i)het aantal lopende aanvragen; (
- ii)het aantal studies dat Elia per jaar levert; (iii) de termijn die Elia realistisch achtte om de achterstand van Elia weg te werken. Op verzoek van de CREG heeft Elia op 29 oktober 2025 een brief gestuurd met een voorstel om het ontworpen artikel 35 te wijzigen. Het ging dus niet om een voorstel tot wijziging van de gedragscode maar om een verduidelijking van de reactie van Elia van 3 september 2025 wat betreft artikel 35 van de ontwerpbeslissing van de CREG. Hoewel de CREG haar geplande overgangsbepalingen al kon aanpassen naar aanleiding van de algemene opmerking van Elia die ze had ontvangen tijdens de openbare raadpleging, en dus zonder over dit formele voorstel van Elia van 29 oktober 2025 te beschikken, wenste de CREG, na kennis te hebben genomen van de cijfers over de omvang van de back log van Elia, te beschikken over de concrete en gemotiveerde visie van Elia over wat in de praktijk zou kunnen worden overwogen, en op die manier ook transparantie vanuit het standpunt van de netbeheerder te verzekeren door dit voorstel toe te voegen in bijlage 7 van deze beslissing. Een nieuwe raadpleging van de markt was dus niet nodig. 45. Op 3 september 2025 heeft de CREG, binnen de voorziene termijn, de reactie van Google op de openbare raadpleging van de CREG, die ten vertrouwelijke titel was overgemaakt, ontvangen. Na een vergadering op 24 oktober 2025 heeft Google de CREG, per e-mail van 28 oktober 2025, meegedeeld dat het de vertrouwelijkheid van zijn reactie ophief. In overeenstemming met het huishoudelijk reglement van de CREG, en meer bepaald artikel 47, belet niets dat een reactie die aanvankelijk ten vertrouwelijke titel was meegedeeld op verzoek van de respondent niet-vertrouwelijk wordt. De CREG heeft hiervan akte genomen via een e-mail van 6 december 2025. 2.3.2. Wat betreft het onderdeel “multiple BRP” 46. Vijf reacties die de CREG ontving in het kader van de openbare raadpleging hadden betrekking op het concept "multiple BRP", namelijk de reacties van Bnewable, Elia, FEBEG, Febeliec en Storm. Geen enkele van deze reacties is vertrouwelijk. Bijlage 5b bevat het consultatierapport met de reacties van de CREG. De CREG behandelt de ontvangen opmerkingen in deel 4 van deze beslissing. Daarin geeft de CREG voornamelijk een samenvatting van de ontvangen reacties waarin de CREG gevraagd wordt om haar ontwerp tot wijziging van de gedragscode te herzien. Voor het geheel van reacties van de CREG bij de ontvangen opmerkingen, verwijst de CREG naar het consultatierapport in Bijlage 5b van deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 19/194 3. CONTEXT VAN GEDRAGSCODE DE WIJZIGINGEN VAN 3.1. AANSLUITINGSPROCEDURES EN -VOORWAARDEN 3.1.1. Aansluitingsaanvragen en reservering en toewijzing van aansluitingscapaciteit DE 47. De (eerste) gedragscode van 20 oktober 2022 had een eerder beperkte draagwijdte, in die zin dat deze in eerste instantie een opdeling realiseerde ten aanzien van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, met overname zoveel mogelijk van de bestaande bepalingen. Sindsdien heeft de CREG verschillende aspecten geïdentificeerd in de gedragscode die aanpassing of aanvulling vergen. 48. In eerste instantie heeft de CREG met Elia een traject opgestart ter wijziging van de bepalingen in de gedragscode over: - de weigering van (vaste) aansluitingen en de toekenning van flexibele aansluitingen (behandeld in beslissing (B)2899 van 10 april 2025); - de aansluitingsprocedures, met inbegrip van de regels voor capaciteitsreservering en toewijzing (behandeld in deze beslissing). 49. De bepalingen over de aansluitingsprocedures, met inbegrip van de regels voor capaciteitsreservering en -toewijzing, zijn op meerdere punten vatbaar voor verbetering om het transparant en het niet-discriminatoir karakter ervan te waarborgen en om geschikt te kunnen inspelen op de noden van een snel evoluerende elektriciteitsmarkt. De wijzigingen in de gedragscode zullen ook aanpassingen vragen in andere gereguleerde documenten, zoals de type-aansluitingsovereenkomst op voorstel van de transmissienetbeheerder. 50. Bijgevolg dienen de wijzigingen die de CREG thans beoogt voornamelijk ter verbetering van de aansluitingsprocedures (zijnde Titel 2.1 van de gedragscode) en de aansluitingsvoorwaarden, specifiek deze met betrekking tot de type-aansluitingsovereenkomst en het aansluitingscontract (in Hoofdstuk 2.2.3 van de gedragscode). 51. Het voorstel van Elia bevat geen wijzigingen van de aansluitingsprocedures wat betreft specifiek de HVDC-systemen. Uit eerder overleg tussen de CREG en Elia is echter gebleken dat de gebruikelijke aansluitingsprocedures moeilijk toepasbaar zijn voor HVDC-systemen aangezien deze installaties (onshore en offshore) integraal deel uitmaken van het transmissienet en Elia een monopolie heeft op dit net. Een derde partij kan bijgevolg geen HVDC-systeem (beschouwd als transmissie-infrastructuur) aansluiten op het transmissienet op grond van de huidige elektriciteitswet. Zelfs indien de elektriciteitswet wordt aangepast om dit mogelijk te maken, lijkt dergelijke infrastructuur een afzonderlijke aanpak te kunnen rechtvaardigen wat betreft onder meer de uit te voeren studies en termijnen voor behandeling. Niet-vertrouwelijk 20/194 De CREG wijst op de noodzaak om deze problematiek te onderzoeken en vraagt Elia om specifiek daarvoor een nieuw voorstel tot wijziging van de gedragscode te bezorgen. Elia heeft tijdens de openbare raadpleging gereageerd op deze vraag naar een nieuw voorstel. De CREG verwijst voor deze opmerkingen en haar reactie daarbij naar het consultatieverslag in bijlage 5a, waarin de CREG besluit dat nog moet worden geanalyseerd welke wijzigingen van de gedragscode precies noodzakelijk zijn en dat de CREG bereid is om dit met Elia te bespreken. Febeliec is vragende partij om het beheer van HVDC-systemen ook mogelijk te maken voor derden; in haar consultatieverslag in bijlage 5a antwoordt de CREG dat daarvoor een wijziging van de elektriciteitswet nodig is. 52. Het voorstel van Elia voor wijziging van de aansluitingsprocedures wordt samengevat in de presentatie gedeeld door Elia tijdens de bijeenkomst van de Werkgroep “Belgian Grid” op 1 oktober 202415. Kort samengevat zijn de belangrijkste wijzigingen als volgt. 53. Ten eerste dient elke aanvraag voor een aansluiting te starten met een aanvraag voor een oriëntatiestudie. Na beoordeling van de aanvraag zal Elia verduidelijken of, hetzij een oriëntatiestudie effectief dient te worden uitgevoerd, hetzij de aanvraag, via wat Elia een snel traject (“fast track”) noemt, onmiddellijk kan overgaan naar fase van detailstudie. Definities voor oriëntatie- en detailstudies worden toegevoegd om de reikwijdte van beide en het verschil tussen beide te verduidelijken. Elia specifieert de verschillende stappen in het administratief proces, met bijhorende termijnen. Na bestelling van de oriëntatiestudie voorziet Elia een periode van 120 werkdagen na bestelling voor uitvoering van de studie, wat een substantiële verhoging betreft ten aanzien van de 40 werkdagen na aanvraag voorzien in de gedragscode tot nu toe. 54. Elia specifieert eveneens de verschillende stappen in het administratief proces van een detailstudie, met bijhorende termijnen. Na beoordeling van de aanvraag zal Elia verduidelijken of, hetzij een detailstudie effectief dient te worden uitgevoerd, hetzij de aanvraag een kleine wijziging betreft (“minor change” zoals genoemd door Elia) in welk geval geen detailstudie nodig is en sneller kan worden overgegaan tot aanpassing van het aansluitingscontract. Na bestelling van de detailstudie voorziet Elia wederom voor uitvoering van de studie een periode van 120 werkdagen na bestelling, wat een substantiële verhoging betreft ten aanzien van de 60 werkdagen na aanvraag voorzien in de gedragscode tot nu toe. 55. Elia stelt voor om de capaciteit voor de aansluiting te reserveren bij de bestelling van de detailstudie, ongeacht het type aangesloten installaties. De capaciteitsreservering zou standaard 120 werkdagen geldig blijven en kan eenmaal worden verlengd. De aanvrager dient tijdig de realisatie van de aansluiting te bestellen en het aansluitingscontract te ondertekenen; anders verliest deze de capaciteitsreservering. 56. Elia stelt voor om een herberekening van de parameters voor een flexibele aansluiting uit te voeren op aanvraag van een (kandidaat-)transmissienetgebruiker die over een detailstudie met flexibele aansluiting beschikt en voor zover de capaciteitsreservering nog niet is vervallen. 57. Elia stelt voor om een financiële waarborg toe te voegen als vereiste voor toekenning van een capaciteitstoewijzing. 58. De CREG heeft ter ondersteuning van een goed begrip het voorstel van Elia hieronder schematisch weergegeven voor het basisscenario van een aansluitingsaanvraag voor een nieuwe 15 Beschikbaar op de website van Elia: https://www.elia.be/-/media/project/elia/elia-site/users-group/ug/wg-belgiangrid/2024/20241001/20241010_wg-bg-1st-oct-24.pdf Niet-vertrouwelijk 21/194 aansluiting, die niet in aanmerking komt voor een snel traject (“fast-track”) en geen kleine wijziging (minor change) of substantiële modernisering inhoudt. 59. De CREG zet in deze beslissing de wijzigingen uiteen die zij aanbrengt aan het voorstel van Elia. Zoals hierna uiteengezet heeft de CREG van de gelegenheid gebruikt gemaakt om de structuur van “Titel 2.1 Aansluitingsprocedures” in de gedragscode grondig te herschikken. De CREG raadt daarom de lezer aan om eerst Bijlage 1 van de beslissing te lezen en bijgevolg een zicht te krijgen op het eindresultaat alvorens de uiteenzetting in deel 4.1 te raadplegen. Schematische weergave van het proces van een aansluitingsaanvraag die niet in aanmerking komt voor een fast-track en geen kleine wijziging (minor change) of substantiële modernisering inhoudt, volgens het voorstel van Elia: Stap in de procedure Aanvraag van een oriëntatiestudie Analyse van de volledigheid van de aanvraag Desgevallend: Levering van bijkomende informatie gevraagde, Oordeel: aanvraag is volledig Offerte voor uitvoering van de studie Bestelling van de studie Uitvoering van de studie Desgevallend: Levering van bijkomende informatie gevraagd na Dag F Oplevering van de oriëntatiestudie Termijn Partij (WD = werkdagen) Dag A (Kandidaat-)netgebruiker Dag B Transmissienetbeheerder = Dag A + max. 10 WD Dag C (Kandidaat-)netgebruiker = Dag B + max. 10 WD De studie-aanvraag vervalt indien de bijkomende informatie niet tijdig wordt geleverd. Dag D Transmissienetbeheerder Dag E Transmissienetbeheerder = Dag D + max. 10 WD Dag F (Kandidaat-)netgebruiker = Dag E + max. 20 WD Tussen Dag F en Dag G Transmissienetbeheerder Dag van de aanvraag (Kandidaat-)netgebruiker + max. 10 WD De studie wordt stopgezet indien de bijkomende informatie niet tijdig wordt geleverd. Hetzij Dag G Transmissienetbeheerder = Dag F + max. 120 WD Hetzij Dag G = Dag F + max. 120 WD + extra marge voor bijkomende informatieverzameling Bedenktijd voor de (kandidaat-)netgebruiker Aanvraag van een detailstudie Dag H (Kandidaat-)netgebruiker Analyse van de volledigheid van de aanvraag Dag I Transmissienetbeheerder = Dag H + max. 10 WD Desgevallend: Levering van gevraagde, Dag J (Kandidaat-)netgebruiker bijkomende informatie = Dag I + max. 10 WD De studie-aanvraag vervalt indien de bijkomende informatie niet tijdig wordt geleverd. Oordeel: aanvraag is volledig Dag K Transmissienetbeheerder Offerte voor uitvoering van de studie Dag L Transmissienetbeheerder = Dag K + max. 10 WD Bestelling van de studie Dag M (Kandidaat-)netgebruiker = Dag L + max. 20 WD Reservering van de aansluitingscapaciteit Dag M Transmissienetbeheerder Uitvoering van de studie Tussen Dag M en Dag N Transmissienetbeheerder Desgevallend: Levering van bijkomende Dag van de aanvraag (Kandidaat-)netgebruiker informatie gevraagd na Dag M + max. 10 WD Niet-vertrouwelijk 22/194 Gezamenlijk onderzoek van de technische informatie verstrekt door de studieaanvrager Akkoord over de technische oplossing Oplevering van de detailstudie, inclusief - Beschrijving van de technische oplossing - Aansluitingsvoorwaarden De studie wordt stopgezet indien de bijkomende informatie niet tijdig wordt geleverd. Dag M + max. 40 WD Transmissienetbeheerder en (Kandidaat-)netgebruiker Vóór Dag N Hetzij Dag N = Dag M + max. 120 WD Hetzij Dag N = Dag M + max. 120 WD + extra marge voor bijkomende informatieverzameling Dag O = Dag N + max. 70 WD Transmissienetbeheerder (Kandidaat-)netgebruiker Transmissienetbeheerder en Transmissienetbeheerder Schriftelijke vraag om ontwerp van (Kandidaat-)netgebruiker aansluitingscontract en technischefinancieel voorstel tot realisatie Vraag voor verlenging met 120 werkdagen Dag N + max. 120 WD (Kandidaat-)netgebruiker van de geldigheid van het technisch akkoord en bijgevolg de capaciteitsreservatie Indien op Dag N + 120 WD de (kandidaat-)netgebruiker een schriftelijke aanvraag voor de realisatie noch een aanvraag voor verlenging van de geldigheid van het technisch akkoord heeft ingediend, dan vervalt het technisch akkoord alsook de reservering van de aansluitingscapaciteit. In geval van een tijdig verlenging van het technisch akkoord: Schriftelijke vraag om ontwerp van Dag O’ (Kandidaat-)netgebruiker aansluitingscontract en technische- = Dag N + max. 190WD financieel voorstel tot realisatie Indien, in geval van verlenging van de geldigheid van het technisch akkoord, de (kandidaat-)netgebruiker geen schriftelijke aanvraag voor de realisatie heeft ingediend op Dag N + 120 WD +70 WD, dan vervalt het technisch akkoord alsook de reservering van de aansluitingscapaciteit. Verzending ontwerp van Dag P Transmissienetbeheerder aansluitingscontract en technische- = Dag O of O’ + max. 20 financieel voorstel tot realisatie WD Bestelling van de aansluiting, inclusief: Dag Q (Kandidaat-)netgebruiker - Aanvaarding van de offerte voor = Dag P + max. 30 WD realisatie - Ondertekening van het aansluitingscontract - Betaling van de financiële waarborg Toewijzing van de aansluitingscapaciteit Dag Q Transmissienetbeheerder In geval van geldige capaciteitsreservering16 Dag R (Kandidaat-)netgebruiker of -toewijzing op Dag R: = max. 120 WD vóór de Vraag naar herevaluatie van de parameters geplande indienstname van een flexibele aansluiting van de aansluiting Kennisgeving van de resultaten van de Dag S Transmissienetbeheerder herevaluatie = Dag R + max. 30 WD 16 De capaciteitsreservering wordt niet verlengd omwille van deze aanvraag. Bijgevolg dient de (kandidaat-)netgebruiker de vraag naar herevaluatie van de parameters van een flexibele aansluiting in te dienen ten laatste 30 werkdagen vóór het einde van de geldigheid van de capaciteitsreservering. Niet-vertrouwelijk 23/194 3.1.2. Bezorgdheden over “slapende aansluitingscapaciteiten” 60. Het voorstel van Elia bevat, in artikelen 57 en 57bis, de expliciete toevoeging van een financiële waarborg als voorwaarde voor toewijzing van aansluitingscapaciteit die, indien aan de vereisten wordt voldaan, zou worden vrijgegeven na “de periode die eindigt bij de effectieve ter beschikking stelling van de capaciteit”. Het voorstel van Elia bevat geen toelichting ter motivering van deze waarborg. De CREG is niettemin via presentaties van Elia in de werkgroep Belgian Grid en via bilaterale contacten wel op de hoogte van bezorgdheden geuit door zowel Elia als marktpartijen over zogenaamde “slapende aansluitingscapaciteiten”. 61. Algemeen begrijpt de CREG dat de bezorgdheid over slapende aansluitingscapaciteiten kan worden omschreven als een risico dat de aansluitingscapaciteiten waarmee Elia rekening houdt in de referentiecontext van een aansluitingsstudie uiteindelijk niet of niet volledig zouden worden gebruikt. Het risico is dat deze aansluitingscapaciteiten de door Elia ingeschatte congestierisico’s onterecht zouden verhogen met als mogelijke gevolg dat Elia voor de aansluitingsaanvraag een voorstel van flexibele aansluiting richt aan de aanvrager met een (substantiële) overschatting van de afregelrisico’s. Aansluitingsprojecten zouden hierdoor mogelijk ontmoedigd worden. 62. De CREG is van mening dat het risico op slapende aansluitingscapaciteiten die deze bezorgdheid opwekken, zich manifesteert op vier vlakken: - ten eerste houdt Elia in de referentiecontext van een aansluitingsstudie voor een aansluitingsaanvraag rekening met gevraagde aansluitingscapaciteiten in lopende, maar nog niet opgeleverde detailstudies (met respect van volgorde van aanvragen); - ten tweede houdt Elia in de referentiecontext van een aansluitingsstudie voor een aansluitingsaanvraag rekening met gevraagde aansluitingscapaciteiten in opgeleverde detailstudies met een nog geldige reservering van aansluitingscapaciteit (maar nog geen toewijzing ervan); - ten derde houdt Elia in de referentiecontext van een aansluitingsstudie voor een aansluitingsaanvraag rekening met toegewezen aansluitingscapaciteiten van aansluitingen die nog niet in gebruik zijn genomen; - ten vierde houdt Elia in de referentiecontext van een aansluitingsstudie voor een aansluitingsaanvraag rekening met toegewezen aansluitingscapaciteiten van in gebruik genomen aansluitingen en waarvan Elia, in de methodologie voor netstudies, de toegewezen aansluitingscapaciteit als referentie neemt zelfs indien deze in realiteit niet (volledig) wordt gebruikt. De CREG stelt voor alle duidelijkheid niet in vraag dat Elia in de referentiecontext van een aansluitingsstudie voor een aansluitingsaanvraag rekening houdt met de bovenstaande aansluitingscapaciteiten, maar erkent dat elk van deze gevallen een mogelijke bron is van overschatting van structurele congestierisico’s. Niet-vertrouwelijk 24/194 63. In een poging om de grootteorde van het probleem in te schatten, geeft de CREG de volgende cijfers mee op basis van gegevens over detailstudies die de CREG op 30 juni 2025 heeft ontvangen van Elia. Met betrekking tot punt 1 in de voorgaande paragraaf: - 664 MW aan gevraagde injectiecapaciteit in bestelde maar nog niet opgeleverde detailstudies voor aansluiting van elektriciteitsproductie-eenheden; - 5447 MW aan gevraagde capaciteit in bestelde maar nog niet opgeleverde detailstudies voor aansluiting van energieopslagfaciliteiten; - 240 MW aan gevraagde afnamecapaciteit in bestelde maar nog niet opgeleverde detailstudies voor aansluiting van verbruiksinstallaties. Met betrekking tot punt 2 in de voorgaande paragraaf: - 78 MW aan gevraagde injectiecapaciteit in opgeleverde detailstudies voor aansluiting van elektriciteitsproductie-eenheden met geldige capaciteitsreservering; - 829 MW aan gevraagde capaciteit in opgeleverde detailstudies voor aansluiting van energieopslagfaciliteiten met geldige capaciteitsreservering; - 1248 MW aan gevraagde afnamecapaciteit in opgeleverde detailstudies voor aansluiting van verbruiksinstallaties met geldige capaciteitsreservering. Met betrekking tot punt 3 in de voorgaande paragraaf: - 470 MW aan toegewezen injectiecapaciteit op nog niet in dienst genomen aansluitingen voor elektriciteitsproductie-eenheden ; - 2606 MW aan toegewezen capaciteit op nog niet in dienst genomen aansluitingen voor energieopslagfaciliteiten; - 1338 MW aan toegewezen afnamecapaciteit op nog niet in dienst genomen aansluitingen voor verbruiksinstallaties. 64. De huidige wijzigingen van de gedragscode trachten tegemoet te komen aan de bezorgdheden en het risico op overschattingen omwille van de bovenstaande bronnen van slapende aansluitingscapaciteiten, te beperken: - ten eerste worden de verschillende stappen in de aansluitingsprocedure en de termijnen voor zowel Elia als de aanvrager/(kandidaat-)transmissienetgebruiker verduidelijkt om rechtszekerheid te brengen, om vertragingen in de procedure wegens onvolledigheid van de aanvraag te vermijden en om aan te moedigen dat aansluitingsprojecten tijdig worden stopgezet door de aanvrager, via “go”/”no-go” beslissingsmomenten, in geval van een tegenvallend voorstel van flexibele aansluiting vanwege de transmissienetbeheerder (zie delen 4.1.6.2 en 4.1.8.2 van deze beslissing); - ten tweede wordt de geldigheidsperiode van (de technische oplossing vervat
- in)de detailstudie beperkt in de tijd en worden de voorwaarden voor verval van de reservering van aansluitingscapaciteit duidelijk en strikt beschreven (zie deel 4.1.9.2 van deze beslissing); - ten derde krijgen aanvragers de gelegenheid om eenmalig een herberekening van de parameters van de flexibele aansluiting te vragen waardoor kan worden rekening gehouden met de stopzetting van andere, eerder in rekening genomen aansluitingsprojecten (zie delen 4.1.8.2 en 4.1.15.1 van deze beslissing); Niet-vertrouwelijk 25/194 - ten vierde wordt een gebruik- of verliesbeheersysteem van toegewezen aansluitingscapaciteit geïntroduceerd waarvoor, net als voor financiële garanties, een verdere uitwerking wordt gevraagd in de type-aansluitingsovereenkomst (zie deel 0 van deze beslissing). Het gebruik- of verliesbeheersysteem van toegewezen aansluitingscapaciteit dient tegemoet te komen aan het derde en het vierde punt in paragraaf 62 van deze beslissing door ervoor te zorgen dat toegewezen aansluitingscapaciteiten zo snel en zo volledig mogelijk in gebruik worden genomen. Daarbovenop verwijst de CREG naar de tariefmethodologie en het tariefvoorstel van Elia, die reeds mogelijkheden bieden om aan bezorgdheden op dit vlak tegemoet te komen. 3.2. MULTIPLE BRP 65. Zoals hoger reeds uiteengezet in delen 1.3 en 2.2 van deze beslissing wordt met huidige wijziging van de gedragscode elektriciteit beoogt om het principe van multiple BRP op het toegangspunt uit te breiden tot meetpunten gelegen achter het toegangspunt. Niet-vertrouwelijk 26/194 4. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE WIJZIGINGEN VAN DE GEDRAGSCODE EN BEHANDELING VAN DE ONTVANGEN OPMERKINGEN 66. De CREG geeft hierna een toelichting bij de verschillende wijzigingen aan de gedragscode. De CREG bespreekt in dat kader het voorstel van Elia alsook het ontwerp van wijzigingen van de gedragscode van 17 juli 2025. De CREG geeft deze ter verduidelijking weer in tabellen met: - in de linkse kolom: het voorstel van Elia met in vetgedrukt de toevoegingen ten aanzien van de gedragscode17 en geschrapte tekst om de verwijderingen aan te duiden ten aanzien van de gedragscode; - in de rechtse kolom: de door de CREG ontworpen wijzigingen van de gedragscode met eveneens in vetgedrukt de toevoegingen ten aanzien van de gedragscode en geschrapte tekst om de verwijderingen aan te duiden ten aanzien van de gedragscode. Voorstel van Elia Ontwerp van gedragscode […] […] wijzigingen van de 67. De CREG bespreekt nadien de opmerkingen op het ontwerp van wijzigingen van de gedragscode ontvangen in de openbare raadpleging. 68. Indien de CREG, ingevolge de opmerkingen van marktpartijen, de betreffende bepalingen in de gedragscode aanpast, wordt dit uiteengezet en de finale wijzigingen van de gedragscode worden weergegeven in een nieuwe tabel: Wijzigingen van de gedragscode […] 69. De CREG reageert op het geheel van de ontvangen opmerkingen van marktpartijen in de consultatierapporten (zie Bijlagen 5 en 6). De nadruk in de beslissing zelf wordt gelegd op de specifieke opmerkingen van marktpartijen die hebben gevraagd om en/of geleid hebben tot een herziening van het ontwerp van wijzigingen van de gedragscode. 17 De CREG wijst erop dat het voorstel van Elia, beschikbaar in Bijlage 1, wijzigingen betreft ten aanzien van de (eerste) gedragscode van 20 oktober 2022. De CREG heeft echter in de weergave van het voorstel van Elia in deze beslissing (zoals hierna uiteengezet) reeds de ondertussen in werking getreden wijzigingen van de gedragscode volgens beslissing (B)2899 geïntegreerd. Niet-vertrouwelijk 27/194 4.1. AANSLUITINGSPROCEDURES EN -VOORWAARDEN 4.1.1. Definities 4.1.1.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode 70. In artikel 2 van de gedragscode stelt Elia voor om een aantal definities toe te voegen onder het onderwerp “4) Aansluiting”. Het betreft definities voor “oriëntatiestudie” en “detailstudie”. Verder stelt Elia een kleine wijziging voor aan de definitie van “aansluitingsveld”. 71. De volgende aspecten zijn belangrijk in de definitie van een oriëntatiestudie volgens het voorstel van Elia: - de studieresultaten zijn “indicatief”; - het betreft de aansluiting van een installatie; - de locatie van de aan te sluiten installatie is gekend en eenduidig; - verschillende aansluitingsvarianten (kunnen) worden onderzocht18; - voor elke weerhouden aansluitingsvariant maakt de transmissienetbeheerder een inschatting van de kosten en de planning voor realisatie van de aansluiting; - de studie bevat netberekeningen. Niet opgenomen in de definitie, maar gekend op basis van het gehele voorstel van Elia en de toelichting daarbij: - een installatie van de transmissienetgebruiker is, overeenkomstig definitie 28 van de gedragscode, “elke uitrusting van een transmissienetgebruiker die door een aansluiting op het transmissienet is aangesloten”, waarbij het begrip “transmissienetgebruiker” in definitie 20 van de gedragscode luidt als volgt: “een netgebruiker wiens elektriciteitsproductie-eenheid, verbruiksinstallatie, energieopslagfaciliteit, CDS of HVDC-systeem, op het transmissienet is aangesloten”; - de netberekeningen betreffen de impact van de gevraagde aansluiting op de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het transmissienet, waaronder de inschattingen van structurele congestierisico’s met desgevallend inschattingen van afregelrisico’s in geval van voorstel van flexibele aansluiting; - de transmissienetbeheerder stelt een vaste aansluiting of een flexibele aansluiting voor per onderzochte en weerhouden aansluitingsvariant; - de transmissienetbeheerder dient de weigering van een (vaste) aansluiting op een gemotiveerde wijze te rapporteren aan de CREG overeenkomstig de gedragscode. 18 De CREG wijst erop dat de onderzochte aansluitingsvarianten aansluitingen op het federale of het regionale transmissienet kunnen betreffen. Ter vereenvoudiging wordt dit onderscheid verder in deze beslissing niet gemaakt. De beslissing veronderstelt bijgevolg dat de aansluitingsaanvraag een aansluiting op het federale transmissienet betreft en bijgevolg de gedragscode van toepassing is. Niet-vertrouwelijk 28/194 72. De volgende aspecten zijn belangrijk in de definitie van een detailstudie volgens het voorstel van Elia: - de studie is gedetailleerd en betreft een diepgaand onderzoek van de aansluiting op het gebied van technische uitvoering; - de locatie van de aan te sluiten installatie(
- s)is gekend en eenduidig; - de studie onderzoekt één aansluitingsvariant; - voor deze aansluitingsvariant onderzoekt de transmissienetbeheerder de kosten en de planning voor realisatie van de aansluiting. Niet opgenomen in de definitie, maar gekend op basis van het gehele voorstel van Elia en de toelichting daarbij: - de resultaten van een detailstudie zijn bindend; - de studie bevat een actualisatie van de netberekeningen van de impact van de gevraagde aansluiting op de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het transmissienet, waaronder de inschattingen van structurele congestierisico’s met desgevallend inschattingen van afregelrisico’s in geval van voorstel van flexibele aansluiting; - de transmissienetbeheerder stelt een vaste aansluiting of een flexibele aansluiting voor; - de transmissienetbeheerder dient de weigering van een (vaste) aansluiting op een gemotiveerde wijze te rapporteren aan de CREG overeenkomstig de gedragscode. 73. De door Elia voorgestelde, bijkomende verduidelijkingen ten aanzien van de huidige gedragscode door de toevoeging van de voormelde definities en door het gebruik van de (in de praktijk reeds gehanteerde) term “detailstudie” ter vervanging van de term “aansluitingsaanvraag” is een goede zaak. De CREG heeft niettemin enkele bedenkingen bij de definities in het voorstel van Elia en brengt bijgevolg de volgende aanpassingen aan. 74. De CREG acht het nuttig om een definitie voor het begrip “aansluitingsprocedure” toe te voegen omwille van het veelvuldig gebruik van de term. Partijen kunnen uiteraard altijd (informeel) contact opnemen met Elia ter voorbereiding van een aansluitingsaanvraag, maar we wensen dat gesproken kan worden van een lopende aansluitingsprocedure van zodra een aansluitingsaanvraag is ingediend. De aansluitingsprocedure kan omwille van verschillende redenen in elke fase worden stopgezet, maar eindigt ten laatste bij het sluiten van een aansluitingscontract met de transmissienetbeheerder. 75. De CREG acht het nuttig om een definitie voor het begrip “aansluitingsaanvraag” toe te voegen. De aansluitingsaanvraag vormt de eerste stap in de aansluitingsprocedure die voor elke (kandidaat)transmissienetgebruiker dezelfde is. Op basis van een volledig bevonden aansluitingsaanvraag kan door de transmissienetbeheerder bepaald worden welke type aansluitingsstudie dient te worden uitgevoerd en welke stappen concreet in de aansluitingsprocedure dienen te worden gevolgd. 76. De CREG acht het nuttig om een definitie voor het begrip “aansluitingsstudie” toe te voegen om te verwijzen naar het geheel van studies uitgevoerd in het kader van een aansluitingsaanvraag. Op deze manier kan vrij van deze term gebruik worden gemaakt in de gedragscode indien specificering over het type studie niet nodig is. Niet-vertrouwelijk 29/194 77. De CREG acht het nuttig om een definitie voor het begrip “aansluitingsvariant” toe te voegen aangezien van deze term gebruik wordt gemaakt in de bepalingen betreffende de behandeling van aansluitingsaanvragen en de uitvoering van aansluitingsstudies. 78. De CREG acht het nuttig om een definitie voor het begrip “aansluitingsproject” toe te voegen aangezien in het kader van eenzelfde project de (kandidaat-)transmissienetgebruiker doorheen de tijd meerdere aansluitingsaanvragen kan richten aan Elia, bijvoorbeeld eerst een aanvraag in fase van oriëntatiestudie en nadien een aanvraag die leidt tot de uitvoering van de detailstudie. 79. Aangezien zowel in het kader van oriëntatie- als detailstudies netberekeningen worden uitgevoerd, acht de CREG het ook nuttig om een definitie voor het begrip “netstudie” toe te voegen. Op deze manier kan de netstudie als afgebakende stap in de aansluitingsprocedure worden beschouwd, met een concrete termijn voor oplevering (zoals uiteengezet wordt verder in deze beslissing). 80. Wat betreft de definities van de begrippen “oriëntatiestudie” en “detailstudie”, neemt de CREG het voorstel van Elia voor elke definitie over, met de volgende aanpassingen: - de CREG verduidelijkt dat in fase van oriëntatiestudie of detailstudie de aansluitingsaanvraag de installatie(
- s)van een (kandidaat-)transmissienetgebruiker betreft en niet steeds van een (reeds bestaande) transmissienetgebruiker. - het voorstel van Elia voor beide definities verwijst naar “een nieuwe of aangepaste installatie van de transmissienetgebruiker”. Aansluitingsaanvragen kunnen echter meerdere installaties van een (kandidaat-)transmissienetgebruiker betreffen op dezelfde site en bijgevolg dient naar installaties in meervoud te worden verwezen. - de “netberekeningen” in het voorstel van Elia voor een oriëntatiestudie vervangt de CREG door de term “netstudie” overeenkomstig het ontwerp van de nieuwe definitie hiervoor (zie hoger). - ten aanzien van het voorstel van Elia voor een detailstudie verduidelijkt de CREG dat een detailstudie eveneens een netstudie bevat, die hetzij opnieuw wordt uitgevoerd hetzij wordt bevestigd indien de resultaten ongewijzigd zijn ten aanzien van de eerder uitgevoerde netstudie in het kader van de oriëntatiestudie. 81. Ten laatste acht de CREG het nuttig om een definitie voor het begrip “moderniseringsstudie” toe te voegen aangezien dit een aparte studie betreft (die al dan niet bijkomend wordt uitgevoerd in het kader van een detailstudie voor de aanpassing van een aansluiting die betrekking heeft op een substantiële modernisering). Een moderniseringsstudie is, althans vandaag, onderhevig aan een apart tarief en wordt reeds behandeld in specifieke bepalingen van de gedragscode. 82. De CREG heeft geen bezwaar bij de aanpassing van definitie 25° in het voorstel van Elia dat aangeeft dat deze definitie het “eerste” aansluitingsveld betreft, conform de bewoording in de typeaansluitingsovereenkomst. In de verdere bepalingen van de gedragscode was telkens reeds verduidelijkt dat het aansluitingsveld het eerste aansluitingsveld betrof waardoor er geen verdere wijzigingen nodig zijn. In de tabel van gegevens in bijlage 1 van de gedragscode dient echter nog telkens “eerste” te worden toegevoegd voor “aansluitingsveld”. Niet-vertrouwelijk 30/194 Voorstel van Elia Ontwerp van gedragscode Art. 2. § 1. 4) Aansluiting: Art. 2. § 1. 4) Aansluiting: 21°sexies “aansluitingsprocedure”: de procedure die aanvangt met het indienen van een aansluitingsaanvraag en ten laatste eindigt bij het sluiten van een aansluitingscontract met de transmissienetbeheerder; 21°septies “aansluitingsaanvraag”: de aanvraag, ingediend overeenkomstig artikel 17, bij de transmissienetbeheerder om een aansluitingsprocedure te starten; 21°octies “aansluitingsstudie”: het geheel van studies uitgevoerd door de transmissienetbeheerder tijdens een aansluitingsprocedure; 21° novies: “aansluitingsvariant”: een technisch mogelijke optie voor aansluiting op het transmissienet; 21°decies: “aansluitingsproject”: project tot aansluiting van een installatie van een (kandidaat)-transmissienetgebruiker waarvoor een aansluitingsaanvraag loopt of een aansluitingscontract is gesloten; 21°undecies “netstudie”: netberekeningen uitgevoerd door de transmissienetbeheerder met als doel een reeks aansluitingsvarianten op het transmissienet voor te stellen die de aansluiting van het gevraagde vermogen op de gevraagde geografische locatie mogelijk maken, met inachtneming van de technische criteria die de transmissienetbeheerder in staat stellen zijn opdracht als netbeheerder te vervullen en met als resultaat voor elke bestudeerde aansluitingsvariant een voorstel voor hetzij flexibele aansluiting, inclusief de parameters overeenkomstig artikel 60, §1, punt 11°, hetzij vaste aansluiting, tenzij de studie de weigering van de aansluiting rechtvaardigt overeenkomstig artikel 61bis. 21°duodecies “oriëntatiestudie”: een voorbereidende, indicatieve studie die aan de hand van een netstudie, de verschillende technische mogelijkheden (ook aansluitingsvarianten genoemd) analyseert om nieuwe of aangepaste installaties van de (kandidaat-)transmissienetgebruiker die zich bevinden op één welbepaalde locatie aan te sluiten op het transmissienet en voor elke mogelijkheid een inschatting van de hieraan verbonden kosten voor de (kandidaat- Xx: oriëntatiestudie: Een voorbereidende, indicatieve studie die aan de hand van netberekeningen, de verschillende technische mogelijkheden (hierna ook varianten) om een nieuwe of aangepaste installatie van de transmissienetgebruiker die zich bevindt op één welbepaalde locatie op het transmissienet aan te sluiten analyseert en voor elke mogelijkheid een inschatting van de hieraan verbonden kosten voor de Niet-vertrouwelijk wijzigingen van de 31/194 transmissienetgebruiker en de planning weergeeft. Xx: detailstudie: Een gedetailleerde studie waar één technische mogelijkheid voor de aansluiting van een nieuwe of aangepaste installatie van de transmissienetgebruiker zich bevindend op één welbepaalde locatie- op het transmissienet diepgaand wordt onderzocht op het gebied van technische uitvoering en de hieraan verbonden kosten en planning weergeeft. 25° "eerste aansluitingsveld": het geheel van componenten van een aansluitingsinstallatie die in het bijzonder volgende functies waarborgen:
- a)het onder spanning brengen van de installaties van de transmissienetgebruiker vanuit het transmissienet;
- b)het uitschakelen en/of inschakelen van deze installaties;
- c)het fysiek scheiden van deze installaties van het transmissienet; Niet-vertrouwelijk )transmissienetgebruiker en de planning weergeeft. 21°terdecies “detailstudie”: een gedetailleerde studie waarin de transmissienetbeheerder één technische mogelijkheid voor de aansluiting van nieuwe of aangepaste installaties van de (kandidaat-)transmissienetgebruiker zich bevindend op één welbepaalde locatie op het transmissienet diepgaand onderzoekt op het gebied van technische uitvoering, de hieraan verbonden kosten en planning weergeeft en de netstudie uitvoert of, in geval van een eerdere netstudie, de resultaten hiervan bevestigt of desgevallend herziet. 21°quaterdecies “moderniseringsstudie”: een studie waarin de transmissienetbeheerder op gedetailleerde wijze de aanpassing van een installatie onderzoekt die betrekking heeft op een substantiële modernisering van de installatie van de transmissienetgebruiker; 25° "eerste aansluitingsveld": het geheel van componenten van een aansluitingsinstallatie die in het bijzonder volgende functies waarborgen:
- a)het onder spanning brengen van de installaties van de transmissienetgebruiker vanuit het transmissienet;
- b)het uitschakelen en/of inschakelen van deze installaties;
- c)het fysiek scheiden van deze installaties van het transmissienet; 32/194 4.1.1.2. Behandeling van de ontvangen opmerkingen 83. De CREG heeft de volgende opmerkingen ontvangen van BSTOR, Elia, Infrabel en de Vlaamse Nutsregulator, die om een herziening van het ontwerp vroegen. 84. Met betrekking tot de definitie voor “aansluitingsprocedure” heeft Elia erop gewezen dat de procedure kan leiden tot de wijziging van een bestaand aansluitingscontract en niet enkel het sluiten van een nieuw aansluitingscontract. De CREG heeft geen bezwaar tegen deze aanpassing. 85. Met betrekking tot de definitie voor “aansluitingsstudie” stelt Elia voor om “het geheel van studies” te vervangen door “elke studie”. De CREG heeft geen bezwaar tegen deze herformulering. 86. Met betrekking tot de definitie voor “aansluitingsproject” vraagt Elia te verduidelijken dat per aansluitingsproject tegelijk niet meerdere gelijkaardige aansluitingsaanvragen kunnen worden ingediend. Verder vraagt Elia ook te verduidelijken dat het een project betreft “tot aansluiting van een nieuwe installatie of vernieuwing of uitbreiding van een bestaande installatie.” De CREG heeft geen bezwaar bij de verbetering van de definitie, maar neemt het voorstel van Elia niet volledig over. De CREG vermijdt het gebruik van “nieuwe installatie” en “bestaande installatie” om verwarring over de betekenis van deze termen te vermijden gezien het gebruik ervan in het kader van de Europese netcodes (RfG, DCC, …). De CREG gaat akkoord om expliciet toe te voegen dat per aansluitingsproject slechts één aansluitingsaanvraag kan worden ingediend. Dit is in lijn met het gebruik van de term “aansluitingsproject” in de gedragscode. 87. Met betrekking tot de definitie voor “netstudie” vraagt Elia om de term “netaansluitingsstudie” te gebruiken. Verder wil Elia ook toelaten dat in eenzelfde aansluitingsaanvraag waarvoor een oriëntatiestudie zou worden uitgevoerd meerdere scenario’s qua vermogen kunnen gevraagd worden. De CREG heeft geen bezwaar tegen deze aanpassingen. BSTOR veronderstelt dat het doel van de netaansluitingsstudieniet is om aansluitingsvarianten voor te stellen maar eerder om de voorwaarden voor één of meerdere aansluitingsvarianten voor te stellen, zijnde een voorstel van vaste of flexibele aansluiting inclusief de nodige parameters. De CREG heeft de definitie van “netaansluitingsstudie” gebaseerd op de beschrijving ervan in het methodologiedocument19 van Elia. De studie bevat zowel het voorstel van één of meerdere aansluitingsvarianten als voor elke variant inderdaad het voorstel van vaste of flexibele aansluiting. In geval van nieuwe netaansluitingsstudies voor eenzelfde aansluitingsproject (in het kader van een detailstudie volgend op een oriëntatiestudie, of in het kader van herevaluaties) kan uiteraard veel uit de eerdere netaansluitingsstudie worden gerecupereerd en beperkt de nieuwe netstudie zich bijgevolg tot een herevaluatie van het voorstel van vaste of flexibele aansluiting. 19 Beschikbaar op de Elia website: https://www.elia.be/nl/klanten/aansluiting/aansluiten-op-ons-netwerk. De beschrijving luidt: “Deze bijlage beschrijft de methodologie en de criteria die worden toegepast op de netaansluitingsstudie die deel uitmaakt van een oriëntatiestudie (aan gewestelijke of federale transmissienetten) of op de netaansluitingsstudie die deel uitmaakt van een detailstudie aan het federale transmissienet. Het doel van de netaansluitingsstudie is om aan de aanvrager (netgebruiker of kandidaat-netgebruiker) een reeks varianten voor te stellen voor de aansluiting op het elektriciteitsnet van de gevraagde aansluitingscapaciteit voor zijn installatie op de gevraagde geografische locatie, waarbij wordt voldaan aan de technische criteria die Elia nodig heeft om zijn opdracht als netbeheerder uit te voeren.” (eigen nadruk) Niet-vertrouwelijk 33/194 De Vlaamse Nutsregulator merkt op dat de nieuwe aansluitingsprocedure de netaansluitingsstudie introduceert als aparte stap, zowel binnen de oriëntatiestudie als de detailstudie, maar dat de definitie enkel lijkt aan te sluiten bij de rol van de netaansluitingsstudie binnen de oriëntatiestudie en niet de detailstudie. De definitie verwijst immers naar “een reeks aansluitingsvarianten” terwijl in een detailstudie slechts één aansluitingsvariant wordt bestudeerd. De CREG gaat akkoord en past de definitie van netaansluitingsstudie aan door toe te voegen dat de studie het voorstel van één of meerdere aansluitingsvarianten kan betreffen. 88. Met betrekking tot de definitie voor “oriëntatiestudie” en “detailstudie” vraagt BSTOR om de bepaling van de toegangsvoorwaarden (vaste of flexibele aansluiting) toe te voegen. De verwijzing naar een voorstel voor vaste of flexibele aansluiting (inclusief de parameters overeenkomstig artikel 60, §1, punt 11° van de gedragscode) is reeds opgenomen in de definitie van de netaansluitingsstudie. Gezien het belang ervan gaat de CREG akkoord om dit te herhalen in de definitie van de begrippen “oriëntatiestudie” en “detailstudie”. 89. Met betrekking tot de definitie voor “oriëntatiestudie” vraagt Elia verbeteringen aan de Franstalige tekst en stelt Elia voor om, in lijn met de gevraagde wijziging in de definitie voor netaansluitingsstudies (zie hierboven), te voorzien dat in een oriëntatiestudie een beperkt aantal scenario’s uitgewerkt kan worden. De CREG heeft geen bezwaar tegen deze aanpassingen. 90. Met betrekking tot de definitie voor “detailstudie” vraagt Elia verbeteringen aan de Franstalige tekst en in beide taalversies te corrigeren dat de ene “welbepaalde locatie” waarnaar verwezen wordt geen locatie op het transmissienet is, maar een geografische locatie. De voorgestelde aansluitingsvariant kan immers meerdere “locaties op het transmissienet” bevatten (zoals een hoofdvoeding op een ander spanningsniveau dan de hulpvoeding). De CREG heeft geen bezwaar tegen deze aanpassingen. Verder vraagt Elia om de verwijzing naar de netaansluitingsstudie in de definitie voor detailstudie te verwijderen wegens overbodig. De CREG verkiest om de verwijzing naar de netaansluitingsstudie te behouden aangezien deze dient om aan te duiden dat voor eenzelfde aansluitingsproject mogelijks al een netaansluitingsstudie is uitgevoerd in het kader van de oriëntatiestudie. 91. Met betrekking tot de definitie voor “moderniseringsstudie” acht Elia de definitie onduidelijk en vraagt of dit enkel de analyse bevat van de vereisten waaraan de installatie moet voldoen of ook de controle door Elia van de conformiteitsstudie - door de transmissienetgebruiker aangeleverd- waaruit limiterende elementen naar boven kunnen komen. De CREG verandert de scope van de moderniseringsstudie zoals deze vandaag door Elia wordt uitgevoerd niet. Het betreft de analyse van de technische eisen uit de Europese netcodes RfG of DCC en/of het federaal technisch reglement die op de installatie van toepassing zullen zijn, en dus moeten worden meegenomen in het design van de modernisering. De moderniseringsstudie betreft derhalve niet de eventuele limiterende elementen die naar boven komen tijdens de realisatie van de modernisering. De CREG verduidelijkt de definitie in voormelde zin. 92. Verder vraagt Elia om een definitie toe te voegen voor de herevaluatie van een voorstel van flexibele aansluiting, zijnde, “herberekening van het verwachte flexibiliteitsniveau in het licht van capaciteiten die mogelijk zijn verlaten of vervallen sinds de initiële berekening.” Niet-vertrouwelijk 34/194 De CREG gaat akkoord om een definitie van dit begrip toe te voegen, aangezien het een paar keer gebruikt wordt in de gedragscode. De formulering wordt licht aangepast om beter aan te sluiten op de terminologie van de gedragscode. 93. Met betrekking tot de opmerkingen van Infrabel en VNR omtrent de begrippen “aansluitingscapaciteit”, “aansluitingsvermogen” en “ter beschikking gesteld vermogen”, merkt de CREG op dat beide partijen verduidelijking vragen over het onderscheid tussen deze termen en hun impact op de gedragscode. Enkel de derde term wordt in de gedragscode gedefinieerd. De CREG is van mening dat definities van de begrippen “aansluitingscapaciteit” en “aansluitingsvermogen” nodig zijn. “Aansluitingscapaciteit” wordt gedefinieerd als een maximaal schijnbaar vermogen, uitgedrukt in MVA, terwijl “aansluitingsvermogen” wordt gedefinieerd als een maximaal actief vermogen, uitgedrukt in MW. De bestaande definities van “flexibel aansluitingsvermogen” en “vast aansluitingsvermogen” blijven behouden, aangezien zij coherent zijn met de nieuwe definitie van “aansluitingsvermogen”. De definitie van het begrip “ter beschikking gesteld vermogen” moet worden opgeheven rekening houdend met wat voorafgaat. Echter, de schrapping van de definitie “ter beschikking gesteld vermogen” heeft ook een impact op andere bepalingen van de gedragscode. Deze term moet vervangen worden door “aansluitingscapaciteit” of “toegewezen aansluitingscapaciteit”. Zo past het om artikel 38, de benaming van Titel 3 en artikel 100 van de huidige gedragscode aan te passen. In de Franstalige versie van de gedragscode worden de termen “capacité attribuée” en “attribution de capacité” verkozen boven “capacité allouée” en “allocation de capacité” in alle artikelen die worden aangepast. Ingevolge de invoering van duidelijke definities van de begrippen “aansluitingscapaciteit” en “aansluitingsvermogen” blijken ook een aantal aanpassingen nodig van de gebruikte terminologie in de definitie van “vaste aansluiting” in artikel 2, §1, 4), 21°ter (“capaciteit” wordt vervangen door “aansluitingscapaciteit”) en in de Nederlandstalige versie van artikel 61ter, §§1 en 2, van de gedragscode (“aansluitingsvermogen” wordt vervangen door “aansluitingscapaciteit”). 94. Elia vraagt verder wat de CREG bedoelt met de term “structurele congestie” en “niet-structurele congestie” en vraagt om beide begrippen te definiëren. De CREG verwijst naar de definitie van het begrip “structurele congestie” in artikel 2.6 van de verordening (EU) 2019/943 en neemt een definitie in die zin op in de gedragscode. De opname van een definitie van “niet-structurele congestie” lijkt de CREG dan overbodig. 4.1.1.3. Finale wijziging van de gedragscode 95. Op basis van de uiteenzetting in het vorige deel van deze beslissing, past de CREG haar ontwerp van wijzigingen van de gedragscode aan en wordt artikel 2, §1, van de gedragscode aangepast als volgt. 96. Daarnaast brengt de CREG een redactionele correctie aan in het geheel van wijzigingen in de Franstalige versie van de gedragscode door de termen “gestionnaire de réseau de transport” te vervangen door “gestionnaire du réseau de transport” om te zorgen voor overeenstemming met de definitie van artikel 2, § 1, 3), 19° van de gedragscode. 97. De wijziging van de gedragscode is dus als volgt: Wijzigingen van de gedragscode Art. 2. § 1. 4) Aansluiting: 21°ter “vaste aansluiting”: de aansluiting waarbij de elektriciteitsinjectie in en/of de elektriciteitsafname van het transmissienet niet kan worden beperkt onder de in het aansluitingscontract vastgelegde aansluitingscapaciteit, volgens voorwaarden overeengekomen in het aansluitingscontract; Niet-vertrouwelijk 35/194 21°sexies “aansluitingsprocedure”: de procedure die aanvangt met het indienen van een aansluitingsaanvraag en ten laatste eindigt bij het sluiten of wijzigen van een aansluitingscontract met de transmissienetbeheerder; 21°septies “aansluitingsaanvraag”: de aanvraag, ingediend overeenkomstig artikel 17, bij de transmissienetbeheerder om een aansluitingsprocedure te starten; 21°octies “aansluitingsstudie”: elke studie uitgevoerd door de transmissienetbeheerder tijdens een aansluitingsprocedure; 21°novies “aansluitingsvariant”: een technisch mogelijke optie voor aansluiting op het transmissienet; 21°decies “aansluitingsproject”: project tot aansluiting van een installatie of vernieuwing of uitbreiding van een installatie van een (kandidaat)-transmissienetgebruiker waarvoor een aansluitingsaanvraag loopt of een aansluitingscontract is gesloten; per aansluitingsproject kan slechts één aansluitingsaanvraag worden ingediend; 21°undecies “netaansluitingsstudie”: netberekeningen uitgevoerd door de transmissienetbeheerder met als doel één of meerdere aansluitingsvarianten op het transmissienet voor te stellen die de aansluiting van het(
- de)gevraagde vermogen(
- s)op de gevraagde geografische locatie mogelijk maken, met inachtneming van de technische criteria die de transmissienetbeheerder in staat stellen zijn opdracht als netbeheerder te vervullen en met als resultaat voor elke bestudeerde aansluitingsvariant een voorstel voor hetzij flexibele aansluiting, inclusief de parameters overeenkomstig artikel 60, § 1, punt 11°, hetzij vaste aansluiting, tenzij de studie de weigering van de aansluiting rechtvaardigt overeenkomstig artikel 61bis.In geval van een geringe wijziging van de aansluiting beperkt de netaansluitingsstudie zich tot een berekening van het vaste aansluitingsvermogen en het flexibele aansluitingsvermogen; 21°duodecies “oriëntatiestudie”: een voorbereidende, indicatieve studie die aan de hand van een netaansluitingsstudie, de verschillende aansluitingsvarianten analyseert om, voor een beperkt aantal scenario’s, nieuwe of aangepaste installaties van de (kandidaat-)transmissienetgebruiker die zich bevinden op één welbepaalde locatie, aan te sluiten op het transmissienet en voor elke mogelijkheid een inschatting van de hieraan verbonden kosten voor de (kandidaat)transmissienetgebruiker, de planning, alsook de toepasselijke aansluitingsvoorwaarden (incl. vaste aansluitingsvermogens en/of flexibele aansluitingsvermogens en de parameters bedoeld in artikel 60, § 1, 11°) weergeeft; 21°terdecies “detailstudie”: een gedetailleerde studie waarin de transmissienetbeheerder één aansluitingsvariant voor de aansluiting op het transmissienet van nieuwe of aangepaste installaties van de (kandidaat-)transmissienetgebruiker, zich bevindend op één welbepaalde locatie, diepgaand onderzoekt op het gebied van technische uitvoering, waarin hij de hieraan verbonden kosten, planning en de toepasselijke aansluitingsvoorwaarden (incl. vaste aansluitingsvermogens en/of flexibele aansluitingsvermogens en de parameters bedoeld in artikel 60, § 1, 11°), weergeeft en de netaansluitingsstudie uitvoert of, in geval van een eerdere netaansluitingsstudie, de resultaten hiervan bevestigt of desgevallend herziet; 21°quaterdecies “moderniseringsstudie”: een studie waarin de transmissienetbeheerder op gedetailleerde wijze de aanpassing van een installatie van de transmissienetgebruiker onderzoekt die betrekking heeft op een substantiële modernisering ervan teneinde de eisen voor algemene toepassing en/of de technische eisen uit het federaal technisch reglement te identificeren die op de aanpassing van de installatie van toepassing zijn; 21°quindecies “herevaluatie van het voorstel van flexibele aansluiting”: herberekening van het verwachte flexibiliteitsniveau in het licht van de aansluitingscapaciteiten waarvan de reservering is vervallen of de toewijzing is beëindigd sinds de initiële berekening; 21°sedecies “aansluitingscapaciteit”: het maximaal schijnbaar vermogen in injectie en/of afname, uitgedrukt in megavoltampère (MVA), zoals vastgesteld in het aansluitingscontract en dat het recht geeft aan de transmissienetgebruiker om vermogen te injecteren en/of af te nemen naar en/of van het transmissienet binnen de perken van deze aansluitingscapaciteit en volgens de voorwaarden vastgelegd in het aansluitingscontract; Niet-vertrouwelijk 36/194 21°septiesdecies “aansluitingsvermogen”: maximaal actief vermogen in injectie en/of afname, uitgedrukt in megawatt (MW), zoals vastgesteld in het aansluitingscontract en dat het recht geeft aan de transmissienetgebruiker om vermogen te injecteren en/of af te nemen naar en/of van het transmissienet binnen de perken van dit aansluitingsvermogen en volgens de voorwaarden vastgelegd in het aansluitingscontract; 21°octodecies “structurele congestie”: structurele congestie zoals bedoeld in artikel 2.6 van de verordening (EU) 2019/943”; 25° "eerste aansluitingsveld": het geheel van componenten van een aansluitingsinstallatie die in het bijzonder volgende functies waarborgen:
- a)het onder spanning brengen van de installaties van de transmissienetgebruiker vanuit het transmissienet;
- b)het uitschakelen en/of inschakelen van deze installaties;
- c)het fysiek scheiden van deze installaties van het transmissienet; 5) Toegang 43° "ter beschikking gesteld vermogen": het schijnbaar vermogen in injectie en/of afname dat is vastgelegd voor een toegangspunt in het aansluitingscontract van een transmissienetgebruiker en die het recht geeft aan deze transmissienetgebruiker om vermogen te injecteren en/of af te nemen naar/van het transmissienet ten belope van dit ter beschikking gesteld vermogen; Art. 40 [38]. In het geval van een gedeelde aansluiting bedoeld in artikel 37 [35], beschikken de betrokken transmissienetgebruikers voor de installaties betrokken bij deze gedeelde aansluiting elk over een individueel toegangspunt voor de injectie en/of afname, over een individueel ter beschikking gesteld vermogen bedoeld in artikel 100 toegewezen aansluitingscapaciteit en over een eigen aansluitingscontract met de transmissienetbeheerder. Art. 61ter. § 1. Als de transmissienetbeheerder tijdens de uitvoering van de oriëntatiestudie of van het onderzoek van de aansluitingsaanvraag meent een vaste aansluiting te moeten weigeren omwille van bestaande of toekomstige beperkingen van de beschikbare capaciteit op het net, dan stelt hij aan de aanvrager een flexibele aansluiting voor een deel of het geheel van de gevraagde aansluitingscapaciteit. […] § 2. De transmissienetbeheerder kent een vaste aansluitingsvermogen toe voor een deel of voor het geheel van de gevraagde aansluitingscapaciteit indien: 1° de verwachte preventieve afregeling per jaar in termen van tijd 0,1% of minder bedraagt; en 2° de verwachte curatieve afregeling per jaar in termen van tijd 0,1% of minder bedraagt; en onder voorwaarde dat andere middelen beschikbaar zijn voor netuitbating om operationele criteria te kunnen respecteren zonder vermindering van `de beschikbare capaciteit. […] Titel 3.3 Ter beschikking gesteld vermogen Toegewezen aansluitingscapaciteit Art. 100. De transmissienetbeheerder waakt over de transmissie van het schijnbaar vermogen voor zover dit schijnbaar vermogen lager is dan of gelijk aan het de aan de transmissienetgebruiker ter beschikking gesteld vermogen (uitgedrukt in KVA) toegewezen aansluitingscapaciteit (uitgedrukt in MVA) zoals bedoeld in artikel 92, eerste lid, in elk van zijn toegangspunten. De toegewezen aansluitingscapaciteit wordt vastgesteld per toegangspunt van de transmissienetgebruiker in zijn aansluitingscontract. Niet-vertrouwelijk 37/194 4.1.2. Met betrekking tot de structuur van Titel 2.1 – Aansluitingsprocedures 4.1.2.1. Ontwerp van wijzigingen van de gedragscode 98. Titel 2.1 van de gedragscode betreft het onderwerp “aansluitingsprocedures” en bevat het merendeel van de wijzigingen die in deze beslissing worden behandeld. Het voorstel van Elia bevat aanpassingen aan de structuur binnen deze titel 2.1, voornamelijk op het vlak van formulering van de benaming van de hoofdstukken en afdelingen onder titel 2.1. 99. Gezien de wijzigingen van de gedragscode die verder in deze beslissing worden uiteengezet, stelt de CREG voor om de structuur van titel 2.1 ingrijpender te wijzigen dan in het voorstel van Elia. De structuur volgens het ontwerp van wijzigingen van de gedragscode van de CREG is opgebouwd als volgt: - Een eerste hoofdstuk 2.1.1 onder de titel 2.1 “Aansluitingsprocedures” behandelt algemeen de aansluitingsaanvraag, met in een eerste afdeling (2.1.1.1) de indiening van deze aanvraag door de (kandidaat-)transmissienetgebruiker. Deze dient niet zelf aan te duiden welk type aansluitingsstudie hij vraagt. - De CREG acht het logischer en efficiënter indien Elia op basis van de informatie in de aansluitingsaanvraag aan de (kandidaat-)transmissienetgebruiker verduidelijkt of voldoende informatie beschikbaar is om hetzij te starten met een oriëntatiestudie, hetzij of er onmiddellijk kan worden overgegaan naar een detailstudie, hetzij of er geen detailstudie nodig is aangezien het een geringe wijziging van een bestaande aansluiting betreft. Deze verduidelijking van Elia en dus de offerte van de studie wordt behandeld in afdeling 2.1.1.2. - Ook de bepalingen omtrent de bestelling van de aansluitingsstudie door de (kandidaat)transmissienetgebruiker worden opgenomen in afdeling 2.1.1.2. - Een tweede hoofdstuk 2.1.2 betreft dan concreet de bepalingen over uitvoering en oplevering indien de aansluitingsstudie een oriëntatiestudie betreft. - Een derde hoofdstuk 2.1.3 betreft dan concreet de bepalingen over uitvoering en oplevering indien de aansluitingsstudie een detailstudie betreft. Dit hoofdstuk bevat bovendien de bepalingen over de reservering van aansluitingscapaciteit (in afdeling 2.1.3.3) alsook de bepalingen betreffende het aanbod tot realisatie van de aansluiting en de effectieve bestelling van de aansluiting met ondertekening van het aansluitingscontract en toewijzing van de aansluitingscapaciteit (in afdeling 2.1.3.5). - Titel 2.1 bevat in hoofdstuk 2.1.4 de specifieke bepalingen die vandaag reeds voorzien zijn in de gedragscode over de bijkomende studie die in geval van substantiële modernisering wordt uitgevoerd . - Titel 2.1 bevat in hoofdstuk 2.1.5 de specifieke bepalingen die vandaag reeds zijn