(B)3034 16 oktober 2025 Beslissing inzake de aanvraag tot goedkeuring van een voorstel tot wijziging van voorwaarden voor de aanbieder van balanceringsdiensten of “BSP” (Balancing Service Provider) voor Frequentieherstelreserves met automatische activering (aFRR) Tekst met geïntegreerd erratum zoals goedgekeurd door het directiecomité van de CREG op 16 oktober 2025 genomen met toepassing van de artikelen 5.4 (
- c)en 6.3 van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering en met toepassing van artikel 3 van de gedragscode elektriciteit, vastgesteld door de CREG bij beslissing (B)2984 van 9 oktober 2025 Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11– www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 4 1. Wettelijk kader ................................................................................................................................ 6 1.1. Europees recht .................................................................................................................... 6 1.2. Belgisch recht ...................................................................................................................... 9 2. Antecedenten ................................................................................................................................ 10 3. Raadpleging ................................................................................................................................... 12 4. 5. 3.1. Algemeen........................................................................................................................... 12 3.2. Bespreking van de openbare raadpleging van 28 mei 2025 tot en met 30 juni 2025 ...... 13 3.2.1. Algemene opmerkingen .............................................................................................. 13 3.2.2. Settlement- en factuurprocessen................................................................................ 16 3.2.3. Fouttoewijzing tijdens gecombineerde levering van FCR- en aFRR-diensten ............. 17 3.2.4. Baselinekwaliteitsfactor .............................................................................................. 17 3.2.5. Biedingsverplichting .................................................................................................... 18 3.2.6. Voorwaarden voor Leveringspunten........................................................................... 18 Onderzoek van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR .................................................. 19 4.1. Artikel 2: Implementatieplan ............................................................................................ 19 4.2. Artikel II.1: Definities ......................................................................................................... 19 4.3. Artikel II.3: Voorwaarden voor leveringspunten ............................................................... 20 4.4. Artikel II.4: Voorwaarden in verband met energieoverdracht .......................................... 23 4.5. Artikel II.11: indiening van aFRR-energiebiedingen .......................................................... 23 4.6. Artikel II.13: Baselinecontrole ........................................................................................... 24 4.7. Artikel II.14: Beschikbaarheidscontrole............................................................................. 24 4.8. Artikel II.15: Activeringscontrole ....................................................................................... 24 4.9. Artikel II.18: Facturering en betaling ................................................................................. 25 4.10. Artikel II.20: Contactpersonen .......................................................................................... 27 4.11. Bijlage 2: Procedure voor de aanvaarding van een leveringspunt .................................... 27 4.12. Bijlage 5: Kwaliteit van de baseline ................................................................................... 28 4.13. Bijlage 10: Activering ......................................................................................................... 29 4.14. Bijlage 13: Activeringscontrole .......................................................................................... 29 4.15. Bijlage 16: Imputatiestructuur........................................................................................... 29 4.16. Bijlage 17: Contactgegevens.............................................................................................. 29 Aanvullende overwegingen ........................................................................................................... 30 5.1. Openstaande opmerkingen van de CREG ......................................................................... 30 5.2. UItvoeringsplan van de openstaande opmerkingen ......................................................... 32 Niet-vertrouwelijk 2/36 6. Beslissing ....................................................................................................................................... 33 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 35 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 35 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 35 BIJLAGE 4 ............................................................................................................................................... 35 BIJLAGE 5 ............................................................................................................................................... 35 BIJLAGE 6 ............................................................................................................................................... 36 Niet-vertrouwelijk 3/36 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna: “CREG”) onderzoekt, met toepassing van de artikelen 5.4 (
- c)en 6.3, van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering (hierna: “EBGL”), de vraag van de netbeheerder, Elia Transmission Belgium (hierna: “Elia”) tot goedkeuring van een voorstel tot wijziging van voorwaarden voor de aanbieder van balanceringsdiensten voor Frequentieherstelreserves met automatische activering (hierna: “T&C BSP aFRR”), ingediend bij de CREG per brief van 17 juli 2025. Aan de brief van 17 juli 2025 zijn volgende bijlagen gevoegd: - Voorstel tot wijziging van T&C BSP aFRR in het Nederlands, het Frans en het Engels (bijlage 1a van huidige beslissing); - Voorstel tot wijziging van T&C BSP aFRR in het Nederlands, het Frans en het Engels, in track changes (bijlage 1b van huidige beslissing); - Consultatierapport met inbegrip van alle individuele commentaren in het Engels (bijlage 2 van huidige beslissing); - Verklarende nota in het Engels (bijlage 3 van huidige beslissing). Dit voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR bevat volgende wijzigingen: - de verrekening- en factuurprocessen; - de methode voor het bepalen van de aFRR die wordt geleverd in het geval van gecombineerde levering van FCR- en aFRR-diensten; - de normalisatiefactor in de baselinekwaliteitsfactor; - de voorwaarden voor de aanpassing van het aangeboden volume aan nietgecontracteerde aFRR-Energiebiedingen na de aFRR-Gate-sluitingstijd voor balanceringsenergie; - de digitale update van de Contactgegevens voor de BSP; - de invoering van de CDSO-verklaring; - verduidelijkingen met betrekking tot de toepasselijkheid van de biedingsverplichting; - verduidelijkingen met betrekking tot de regels voor het definiëren van leveringspunten DPsu gekoppeld aan een Technical Facility; - toevoeging van een template voor het bewijs van overeenkomst tussen een BSP en een Leverancier in geval van Energieoverdracht Op 25 september 2025 heeft Elia de impact van de voorgestelde wijzigingen op de doelstellingen van de EBGL meegedeeld aan de CREG en dit niet enkel voor het voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR maar ook voor alle wijzigingen van de T&C BSP FCR en T&C BSP mFRR, die gelijktijdig ter goedkeuring ingediend werden bij de CREG, en dit zowel in het Nederlands, Frans als het Engels (bijlage 4 van huidige beslissing). Op 29 september 2025 heeft Elia aan de CREG een voorstel overgemaakt met betrekking tot wijzigingen aan Bijlage 16 van de T&C BSP aFRR. Deze bijlage beschrijft de imputatiestructuur die Niet-vertrouwelijk 4/36 gebruikt wordt bij het facturatieproces. De wijziging aan bijlage 16 zijn het gevolg van de door Elia voorgestelde aanpassingen aan artikel II.18 van de T&C BSP aFRR. (bijlage 5 van deze beslissing). Onderhavige beslissing bestaat uit vijf hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk schetst het wettelijk kader. Het tweede hoofdstuk duidt de antecedenten. Het derde hoofdstuk behandelt de raadpleging, het vierde hoofdstuk onderzoekt het voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR. Hoofdstuk vijf tenslotte bevat de beslissing. Deze beslissing werd door het Directiecomité van de CREG genomen op 10 oktober 2025. Het directiecomité van de CREG heeft op 16 oktober 2025 een erratum aan deze beslissing goedgekeurd waarvan de tekst geïntegreerd is in deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 5/36 1. WETTELIJK KADER 1.1. EUROPEES RECHT 1. Overeenkomstig artikel 5.4, c), van de EBGL moeten de voorstellen voor de voorwaarden voor balancering, zoals bepaald in artikel 18 ter goedkeuring voorgelegd worden aan de regulerende instantie van de lidstaat, in casu de CREG. De lidstaten kunnen een advies indienen bij de CREG over het voorstel. 2. Artikel 5.5, van de EBGL vermeldt verder dat: “Het voorstel voor de voorwaarden of methodologieën omvat een voorgesteld tijdschema voor de implementatie ervan en een beschrijving van het verwachte effect ervan op de doelstellingen van deze verordening. De implementatietermijn mag niet langer zijn dan twaalf maanden na de goedkeuring door de relevante regulerende instanties, behalve als alle regulerende instanties overeenkomen om de implementatietermijn te verlengen of als andere termijnen worden voorgeschreven in deze verordening.” 3. Artikel 18.2, van de EBGL vervolgt dat de bedoelde voorwaarden ook de regels voor de opschorting en herneming van marktactiviteiten overeenkomstig artikel 36, van de verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet (hierna: “E&R NC”) omvatten, alsook de regels voor verrekening in geval van marktopschorting overeenkomstig artikel 39, van de E&R NC, zodra deze zijn goedgekeurd overeenkomstig artikel 4 van de E&R NC. Op 18 juli 2023 heeft Elia hierover bij de CREG een voorstel ingediend voor goedkeuring naar aanleiding van beslissing (B)1941 van de CREG van 19 september 2019. Met beslissing (B)2635 van 9 november 2023 heeft de CREG het voorstel van Elia van 18 juli 2023 goedgekeurd, waarvan de inwerkingtreding gebeurde op de datum van de inwerkingtreding van de tarieven voor de tariefperiode 2024-2027 (waaronder het uniek hersteltarief), d.w.z. op 1 januari 2024. 4. Artikel 18.3, van de EBGL bepaalt verder dat elke transmissiesysteembeheerder (hierna: “TSB”) bij de opstelling van voorstellen voor voorwaarden voor BSP's als volgt te werk gaat: “
- a)hij pleegt overleg met de TSB's en DSB's die gevolgen kunnen ondervinden van die voorwaarden;
- b)hij neemt het kader voor de oprichting van Europese platforms voor de uitwisseling van balanceringsenergie en voor onbalansnetting, overeenkomstig de artikelen 19, 20, 21 en 22, van de EBGL in acht;
- c)hij betrekt andere distributiesysteembeheerders (hierna: “DSB's”) en andere belanghebbenden bij de opstelling van het voorstel en houdt rekening met hun standpunten, onverminderd de openbare raadpleging overeenkomstig artikel 10, van de EBGL.” 5. Overeenkomstig artikel 18.4, van de EBGL bevatten de voorwaarden voor BSP's het volgende: “
- a)bevatten redelijke balanceringsdiensten; en gerechtvaardigde eisen voor het aanbieden van
- b)maken het mogelijk verbruikersinstallaties, energieopslaginstallaties en elektriciteitsopwekkingsinstallaties te aggregeren in een programmeringszone om balanceringsdiensten aan te bieden onder de in lid 5, onder c), vermelde voorwaarden; Niet-vertrouwelijk 6/36
- c)stellen eigenaars van verbruikersinstallaties, derde partijen, eigenaars van installaties voor de opwekking van conventionele en hernieuwbare energie en eigenaars van energieopslaginstallaties in staat om BSP's te worden;
- d)schrijven voor dat elke balanceringsenergiebieding van een BSP wordt toegewezen aan één of meer BRP's om de berekening van een onbalans overeenkomstig artikel 49 mogelijk te maken.” 6. Overeenkomstig art 18.5, bevatten de voorwaarden BSP’s ook nog het volgende: “
- a)de regels voor het kwalificatieproces dat moet worden doorlopen om een BSP te worden overeenkomstig artikel 16;
- b)de regels, eisen en termijnen voor de inkoop en overdracht van balanceringscapaciteit overeenkomstig de artikelen 32, 33 en 34;
- c)de regels en voorwaarden om verbruikersinstallaties, energieopslaginstallaties en elektriciteitsopwekkingsinstallaties in een programmeringszone samen te voegen teneinde een BSP te worden;
- d)de eisen betreffende de gegevens en informatie die aan de connecterende TSB en, voor zover relevant, aan de reserveconnecterende DSB moeten worden verstrekt tijdens het prekwalificatieproces en de werking van de balanceringsmarkt;
- e)de regels en voorwaarden voor de toewijzing van elke balanceringsenergiebieding van een BSP aan één of meer BRP's overeenkomstig lid 4, onder d);
- f)de eisen betreffende de gegevens en informatie die aan de connecterende TSB en, voor zover relevant, aan de reserveconnecterende DSB moeten worden verstrekt om de verlening van balanceringsdiensten overeenkomstig artikel 154, leden 1 en 8, artikel 158, lid 1, onder e), artikel 158, lid 4, onder b), artikel 161, lid 1, onder f), en artikel 161, lid 4, onder b), van Verordening (EU) 2017/1485 te evalueren;
- g)de definitie van een locatie voor elk standaardproduct en elk specifiek product, rekening houdend met lid 5, onder c);
- h)de regels voor het bepalen van het volume aan balanceringsenergie dat moet worden verrekend met de BSP, overeenkomstig artikel 45;
- i)de regels voor de verrekening van BSP's, overeenkomstig hoofdstukken 2 en 5 van titel V;
- j)een maximumperiode voor de voltooiing van de verrekening van balanceringsenergie met een BSP, overeenkomstig artikel 45, voor elke periode voor onbalansverrekening;
- k)de gevolgen van de niet-naleving van de voorwaarden die van toepassing zijn op BSP's.” Niet-vertrouwelijk 7/36 7. Overeenkomstig art 18.7, van de EBGL mag elke connecterende TSB volgende punten opnemen in het voorstel voor de voorwaarden voor BSP's of in de voorwaarden voor BRP's: “
- a)de eis dat BSP's informatie verstrekken over ongebruikte opwekkingscapaciteit en andere balanceringshulpbronnen van BSP's, na de gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt en de gate-sluitingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt;
- b)voor zover gerechtvaardigd, de eis dat BSP's de ongebruikte productiecapaciteit of andere balanceringshulpbronnen aanbieden via balanceringsenergiebiedingen of biedingen voor het geïntegreerde programmeringsproces op de balanceringsmarkten na de gatesluitingstijd van de day-aheadmarkt, zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid voor BSP's om hun balanceringsenergiebiedingen te wijzigen vóór de BE-GCT of de ISP-GCT wegens handel op de intradaymarkt;
- c)voor zover gerechtvaardigd, de eis dat BSP's de ongebruikte productiecapaciteit of andere balanceringshulpbronnen aanbieden via balanceringsenergiebiedingen of biedingen voor het geïntegreerde programmeringsproces op de balanceringsmarkten na de gatesluitingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt;
- d)specifieke eisen met betrekking tot de positie van BRP's na het day-aheadtijdsbestek om te garanderen dat de som van hun interne en externe commerciële handelsprogramma's gelijk is aan de som van de fysieke opwekkings- en verbruiksplannen, daarbij rekening houdende met de compensatie van elektriciteitsverlies, voor zover relevant;
- e)een vrijstelling van de verplichting om informatie bekend te maken over de prijzen in balanceringsenergiebiedingen of balanceringscapaciteitsbiedingen omdat de TSB vreest dat dit tot marktmisbruik kan leiden, zoals bepaald in artikel 12, lid 4;
- f)een vrijstelling voor specifieke producten, zoals bepaald in artikel 26, lid 3, onder b), om de prijs van balanceringsenergiebiedingen vooraf vast te leggen in een overeenkomst voor balanceringscapaciteit overeenkomstig artikel 16, lid 6;
- g)een aanvraag voor het gebruik van dubbele prijsstelling voor alle onbalansen op basis van de voorwaarden die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 52, lid 2, onder d), punt i), gebaseerd op de methodologie voor de toepassing van dubbele prijsstelling overeenkomstig artikel 52, lid 2, onder d), punt ii).” 8. Aangezien Elia geen centraal dispatchingmodel toepast, vindt artikel 18.8, van de EBGL geen toepassing. 9. Tot slot, artikel 18.9, van de EBGL meldt dat elke TSB erop toe ziet dat alle partijen de in de balanceringsvoorwaarden uiteengezette eisen nakomen binnen zijn programmeringszone(s). 10. Met toepassing van artikel 6.3 van de EBGL heeft de TSB die verantwoordelijk is voor het opstellen van een voorstel voor voorwaarden of methodologieën, of de regulerende instanties die verantwoordelijk zijn voor de vaststelling daarvan overeenkomstig artikel 5, leden 2, 3 en 4, het recht om te verzoeken de voorwaarden of methodologieën te wijzigen. De voorstellen voor wijzigingen van de voorwaarden of methodologieën worden overeenkomstig de procedure van artikel 10 ter raadpleging voorgelegd en worden goedgekeurd overeenkomstig de in de artikelen 4 en 5 uiteengezette procedure. Niet-vertrouwelijk 8/36 1.2. 11. BELGISCH RECHT Voor huidige beslissing zijn volgende bepalingen van de gedragscode elektriciteit van belang: “Art. 3. § 1. Worden aan de goedkeuring van de CREG onderworpen, volgens de procedure van paragraaf 2 en onverminderd de Europese netcodes en richtsnoeren, de ontwerpen van type-overeenkomsten, evenals de wijzigingen ervan, voor: …
- d)het verstrekken van ondersteunende diensten aan de transmissienetbeheerder; Art. 4. § 1. De transmissienetbeheerder bepaalt, op transparante en niet-discriminerende wijze, in de type-overeenkomsten bedoeld in artikel 3, § 1, de wederzijdse rechten en verplichtingen van toepassing op de transmissienetbeheerder en de medecontractant betreffende het voorwerp van de betrokken type-overeenkomst. De type-overeenkomsten beantwoorden ten minste aan de volgende structuur: 1° het voorwerp van de overeenkomst; 2° de algemene voorwaarden van toepassing op de transmissienetbeheerder en de medecontractant; 3° de specifieke voorwaarden van toepassing op de transmissienetbeheerder en de medecontractant; 4° de bijlagen. … § 5. De algemene voorwaarden van toepassing op de transmissienetbeheerder en de medecontractant bedoeld in paragraaf 1, 2°, bevatten ten minste: 1° de bepalingen inzake de behandeling van vertrouwelijke informatie, 2° de bepalingen inzake de wederzijdse aansprakelijkheid, 3° de bepalingen inzake het toepasselijk recht en de behandeling van geschillen, 4° de bepalingen inzake de inwerkingtreding en duur van het contract. Art. 180. De transmissienetbeheerder pleegt overleg met de lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders om een typesamenwerkingsovereenkomst op te stellen die onder meer de rechten, verplichtingen, verantwoordelijkheden, evenals de procedures en praktische modaliteiten bepaalt betreffende: … 12° de bepalingen en de uitwisselingsmodaliteiten van metingen en meteropnames. De transmissienetbeheerder pleegt met de lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders overleg om de gegevens betreffende uitgewisselde energie per kwartuur van iedere balanceringsverantwoordelijke, en in voorkomend geval van die laatste lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders en van elke aanbieder van balanceringsdiensten, te ontvangen om onder meer het onevenwicht van iedere balanceringsverantwoordelijke in de regelzone af te rekenen overeenkomstig het tarief bepaald overeenkomstig artikel 12 van de wet en de tarifaire methodologie en, in voorkomend geval, de afrekeningen mogelijk te maken met betrekking tot de energieoverdracht, rekening houdend met de regels die de CREG hiervoor heeft bepaald; …” Niet-vertrouwelijk 9/36 12. Zijn daarnaast ook van belang de artikelen 210 tot en met 220, van Titel 8.2, Boek 8 – Ondersteunende diensten, gedragscode elektriciteit. 13. Tot slot bepaalt artikel 242, gedragscode elektriciteit: “Art. 242. Tot de datum van inwerkingtreding van de eerstvolgende wijziging van de betrokken type-overeenkomst(
- en)voor balanceringsdiensten waarin al dan niet eisen worden bepaald met toepassing van artikel 18.7,
- b)of c), van de Europese richtsnoeren EBGL, dient het beschikbare opwaartse of neerwaartse actieve vermogen te worden aangeboden door een aanbieder van balanceringsdiensten, aangesteld overeenkomstig artikel 218, onder de vorm van aanbiedingen van balanceringsenergie aan de transmissienetbeheerder voor: 1° elke elektriciteitsproductie-eenheid waarvan het maximaal vermogen groter is dan of gelijk is aan 25 MW; 2° elke energieopslagfaciliteit, van het type C of D maximumcapaciteitsdrempelwaarden in het technisch reglement.” 2. overeenkomstig de ANTECEDENTEN 14. Op 16 april 2020 heeft Elia voor goedkeuring een voorstel van voorwaarden van de aanbieder van balanceringsdiensten of “BSP” (Balancing Service Provider) voor Frequentieherstelreserves met automatische activering (aFRR) bij de CREG ingediend. Bij beslissing (B)2061 van 7 mei 2020 heeft de CREG dit voorstel goedgekeurd en zijn de T&C BSP aFRR in werking getreden op 31 augustus 2020, met een eerste veiling voor levering op 2 september 2020. 15. Op 28 mei 2020 heeft Elia twee goedkeuringsaanvragen ingediend bij de CREG betreffende de balanceringsregels. Een eerste voorstel betreft de frequentiebegrenzingsreserves (FCR) en een tweede voorstel betreft de automatische frequentieherstelreserves (aFRR). De CREG heeft beide voorstelen op 18 juni 2020 bij beslissing (B)2085 goedgekeurd. 16. Op 24 januari 2020 heeft ACER een beslissing No. 02/20201 (hierna: “aFRR IF Beslissing”) genomen. Deze beslissing betreft het uitvoeringskader voor het Europees platform voor de uitwisseling van balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves met automatische activering (hierna: “het aFRR-platform”). 17. Zo legt artikel 5 van de aFRR IF Beslissing een implementatietijdlijn op en omvat het ook onder andere de vereiste dat elke transmissienetbeheerder (hierna: “TNB”) dertig maanden na de goedkeuring van de aFRR IF de methodologieën en voorwaarden voor aanbieders van aFRR balanceringsenergiediensten dit gradueel moet aanpassen om tijdig toegang te krijgen tot het Europees platform voor de uitwisseling van balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves met automatische activering (hierna: “aFRR-platform”). Tegen de aFRR IF Beslissing werd beroep aangetekend op 23 maart 2020, dat bij beslissing van 16 juli 2020 door de raad van beroep van ACER als ongegrond werd verklaard2. 1 https://extranet.acer.europa.eu//Official_documents/Acts_of_the_Agency/Individual%20decisions/ACER%20Decision%20 02-2020%20on%20the%20Implementation%20framework%20for%20aFRR%20Platform.pdf 2 https://extranet.acer.europa.eu/en/The_agency/Organisation/Board_of_Appeal/Decisions/Case%20A-0012020%20BoA%20decision.pdf Niet-vertrouwelijk 10/36 18. Op 12 februari 2021 heeft Elia een gewijzigd voorstel van voorwaarden van de aanbieder van balanceringsdiensten of “BSP” (Balancing Service Provider) voor Frequentieherstelreserves met automatische activering (aFRR) bij de CREG ingediend voor goedkeuring. Op 22 april 2021 heeft de CREG bij beslissing (B)2210 het voorstel goedgekeurd. De gewijzigde T&Cs BSP aFRR treden in werking op hetzelfde moment als de respectievelijke modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van balanceringsdiensten (T&C BSP FCR en de T&C BSP aFRR). Met deze beslissing worden de capaciteitsvolumes die aangekocht worden binnen de “per-CCTU”-veiling begrensd en geldt de beslissing als een tijdelijke oplossing voor de hoge capaciteitsprijzen die het resultaat waren van een beperkt aanbod van capaciteitsvolumes die aangeboden werden binnen de “per-CCTU”-veilingen. In haar beslissing formuleert de CREG daarnaast de verwachting om tegen de volgende wijziging van de T&C BSP aFRR het marktdesign voor de aankoop van aFRR- balanceringscapaciteit, te herzien. 19. Op 18 februari 2022 heeft Elia een voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR ingediend bij de CREG voor goedkeuring. Met dit voorstel wil Elia tegemoetkomen aan de beslissing (B)2210, namelijk om het LFC Blok van Elia aan te sluiten op het aFRR-platform en om het nieuwe marktdesign voor de aankoop van aFRR-balanceringscapaciteit in werking te laten treden. In haar beslissing (B)2366 van 24 maart 2022 keurde de CREG het voorstel van Elia goed, maar formuleerde meerdere opmerkingen waarmee Elia rekening diende te houden bij een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR alsook bij een eerstkomend voorstel tot wijziging van de Algemene Voorwaarden van toepassing op de typeovereenkomsten bedoeld in artikel 3, gedragscode elektriciteit. 20. Op 31 mei 2024 heeft Elia een voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR ingediend bij de CREG voor goedkeuring. Op 12 juli 2024 heeft de CREG beslist dit voorstel goed te keuren. De deelname aan het Europese aFRR-platform voor de uitwisseling van aFRR-balanceringsenergie werd vastgelegd voor na 1 oktober 2024. Elia heeft de CREG via brief geïnformeerd over de redenen waarom ze niet in staat was om vóór de wettelijke deadline van 24 juli 2024 deel te nemen aan het Europese aFRR-platform. Na evaluatie van deze redenen besluit de CREG dat de niet-naleving van de wettelijke deadline door Elia onder meer het gevolg is van omstandigheden die buiten haar individuele verantwoordelijkheid vallen. Op 27 november 2024 is Elia toegetreden tot het Europees aFRR-platform of ook genoemd het Picassoplatform. 21. Op 17 juli 2025 heeft Elia een voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR ingediend bij de CREG voor goedkeuring. Dit voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR bevat volgende elementen: - Wijzigingen met betrekking tot de verrekening- en factuurprocessen; - Wijzigingen met betrekking tot de methode voor het bepalen van de aFRR die wordt geleverd in het geval van gecombineerde levering van FCR- en aFRR-diensten; - Wijzigingen met betrekking tot de normalisatiefactor in de baselinekwaliteitsfactor; - Wijzigingen met betrekking tot de voorwaarden voor de aanpassing van het aangeboden volume aan niet-gecontracteerde aFRR-Energiebiedingen na de aFRR-Gate-sluitingstijd voor balanceringsenergie; - Wijzigingen met betrekking tot de digitale update van de Contactgegevens voor de BSP; - Wijzigingen met betrekking tot de invoering van de CDSO-verklaring; - Verduidelijkingen met betrekking tot de toepasselijkheid van de biedingsverplichting; Niet-vertrouwelijk 11/36 - Verduidelijkingen met betrekking tot de regels voor het definiëren van leveringspunten DPsu gekoppeld aan een Technical Facility; - Toevoeging van een template voor het bewijs van overeenkomst tussen een BSP en een Leverancier in geval van Energieoverdracht. Op 25 september 2025 heeft Elia de impact van de voorgestelde wijzigingen op de doelstellingen van de EBGL meegedeeld. Op 29 september 2025 heeft Elia aan de CREG een voorstel overgemaakt met betrekking tot wijzigingen aan Bijlage 16 van de T&C BSP aFRR. Deze bijlage beschrijft de imputatiestructuur die gebruikt wordt bij het facturatieproces. De wijziging aan bijlage 16 zijn het gevolg van de door Elia voorgestelde aanpassingen aan artikel II.18 van de T&C BSP aFRR. 3. RAADPLEGING 3.1. ALGEMEEN 22. Elia heeft een openbare raadplegingen georganiseerd van 28 mei 2025 tot en met 30 juni 2025 betreffende het voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR. 23. 24. Elia heeft vijf niet-vertrouwelijke reacties ontvangen op de openbare raadpleging, te weten van: - Centrica; - Febeg; - Febeliec; - Fluvius; - Yuso. Daarnaast heeft Elia geen vertrouwelijke reactie ontvangen op de openbare raadpleging. 25. De opmerkingen van de marktpartijen en de antwoorden van Elia hierop betreffende het voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR zijn in het consultatieverslag opgenomen. Daarnaast heeft Elia de reacties van de marktpartijen geanalyseerd en indien zij hiermee akkoord ging, verwerkt in het voorstel tot wijziging van T&C BSP aFRR. De individuele antwoorden die Elia tijdens deze openbare raadpleging ontving en het consultatierapport van 17 juli 2025 wordt aan het aanvraagdossier tot goedkeuring van het voorstel van Elia toegevoegd. 26. De CREG zal hieronder enkel de reacties van de marktpartijen en van het antwoord van Elia bespreken wanneer de CREG hierop opmerkingen heeft en/of het hiermee niet eens is. 27. Met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement zal het directiecomité van de CREG met het oog op het nemen van een beslissing, geen openbare raadpleging organiseren wanneer de netbeheerder reeds een effectieve openbare raadpleging organiseerde over het voorwerp van de beslissing van het directiecomité. In dat geval zorgt het directiecomité ervoor dat het geheel van documenten en informatie betreffende de raadpleging, de antwoorden alsmede een verslag waarin geantwoord wordt op de ontvangen opmerkingen, aan hem worden overgemaakt. Niet-vertrouwelijk 12/36 Met toepassing van artikel 40, derde lid, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG wordt onder een “effectieve openbare raadpleging” begrepen een raadpleging op de website van de organisator ervan, waarbij alle partijen die geregistreerd zijn op deze website onverwijld per nieuwsbrief of e-mailbericht geïnformeerd worden van het lanceren van de raadpleging, die gemakkelijk toegankelijk is vanuit de startpagina van deze website, die voldoende gedocumenteerd is en die een redelijke antwoordtermijn laat. De voornoemde door Elia georganiseerde openbare raadpleging over het voorstel van Elia vonden plaats op de website van Elia, alle partijen geregistreerd op deze website werden ingelicht van de lancering van de raadplegingen, deze waren gemakkelijk toegankelijk via de gebruikelijke webpagina “Publieke consultaties” en voorzagen een redelijke antwoordtermijn van een maand. De antwoorden op de raadpleging en het consultatierapport van 17 juli 2025 werd door Elia aan de CREG bezorgd (bijlage 3). De openbare raadpleging van 28 mei 2025 tot en met 30 juni 2025 duurde 33 kalenderdagen. Om deze redenen beschouwt het directiecomité van de CREG de door Elia uitgevoerde openbare raadpleging als effectief en op grond van artikel 23, § 1, van zijn huishoudelijk reglement beslist de CREG om, in het kader van de huidige beslissing en met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement, zelf geen (nieuwe) openbare raadpleging te organiseren voorafgaand aan de huidige beslissing. 3.2. BESPREKING VAN DE OPENBARE RAADPLEGING VAN 28 MEI 2025 TOT EN MET 30 JUNI 2025 3.2.1. Algemene opmerkingen 28. Centrica vraagt een gedetailleerde implementatieplanning met duidelijke tijdstippen wanneer de voorgestelde wijzigingen toegepast zullen worden. Daarenboven acht Centrica het noodzakelijk dat de nodige technische documentatie tijdig gepubliceerd wordt. Elia verwijst naar de indicatieve planningen die ze gecommuniceerd heeft in het kader van de relevante werkgroepen, niettegenstaande Elia ook erkent dat deze indicatieve planning geen concrete data van implementatie bevatten. Elia stelt ook dat ze naar best vermogen zich zal inspannen om de nodige technische documentatie beschikbaar te stellen aan de BSPs. 29. De CREG steunt de vraag van Centrica, en vraagt aan Elia om een finale, gedetailleerde implementatieplanning te communiceren aan belanghebbenden, in de schoot van de Werkgroep Balancing Design & Solutions, en die rekening houdt met de tijd die marktdeelnemers nodig hebben om zich voor te bereiden op de voorgestelde wijzigingen (cfr. paragraaf 45 van de huidige beslissing). De CREG vraagt aan Elia om de implementatiedata opgenomen in de gedetailleerde implementatieplanning mede te delen aan de CREG, zodat de CREG haar controle kan uitvoeren overeenkomstig artikel 5.5, van de EBGL. De CREG stelt wel vast dat Elia ondertussen een indicatieve planning en go-live datum gecommuniceerd heeft tijdens de Working Group Balancing Design & Solutions van 2 oktober 2025 voor wat betreft Settlement en factuurprocessen (Bijlage 6 van huidige beslissing). Tijdens deze Working Group hebben marktdeelnemers geen bezwaren of bezorgdheden geuit over dit voorstel van Elia. De CREG acht dus hetgeen gevraagd wordt aan Elia in deze paragraaf van de beslissing, als voldoende om tegemoet te komen aan de opmerking van Centrica. Bijlage 6 van deze beslissing toont ook aan dat de maximale implementatietermijn voorzien in artikel 5.5 van de EBGL gerespecteerd wordt. Niet-vertrouwelijk 13/36 30. Febeg stelt dat een gelijk speelveld ontbreekt, enerzijds tussen de aFRR leveringspunten die aangesloten zijn op verschillende spanningsniveaus maar ook tussen expliciete niet-gecontracteerde biedingen en impliciete reacties. Febeg haalt als voorbeeld aan het prikkelmechanisme, die, ondanks een engagement van Elia, niet verder besproken werd met marktdeelnemers. Elia erkent dat het spanningsniveau geen drijfveer is om onderscheid te maken in de regels die van toepassing zijn op leveringspunten die aFRR leveren. Echter verduidelijkt Elia dat er wel een onderscheid gemaakt kan worden indien dit gemotiveerd wordt op basis van (of op risico van) systeemveiligheid of indien het gaat om leveringspunten die aangesloten zijn op distributienetniveau. Elia bevestigt dat de discussies opnieuw verdergezet zullen worden zoals voorgesteld in de werkgroep van 10 juni 2025. De CREG gaat akkoord dat systeemveiligheid mogelijks een onderscheid in de toepassing van regels zou kunnen motiveren. Echter, dit vereist dat een metriek betreffende systeemveiligheid als differentiërend criterium expliciet opgenomen wordt in de regels, dan eenvoudigweg te verwijzen naar het spanningsniveau. De CREG vraagt aan Elia om, samen met Febeg, te identificeren welke regels aanleiding geven tot een verschillende behandeling van leveringspunten aangesloten op een verschillend spanningsniveau, te identificeren en of dit verschil gerechtvaardigd is omwille van systeemveiligheid. Rekening houdende met het resultaat hiervan, vraagt de CREG aan Elia om in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR ofwel de relevante regel te verwijderen ofwel de rechtvaardiging aan de CREG mee te delen en op basis daarvan in het eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR een voorstel uit te werken dat het criterium van systeemveiligheid gebruikt en niet het spanningsniveau van aansluiting voor de verschillende behandeling van leveringspunten. Met betrekking tot de discussies omtrent de prikkels, verwijst de CREG naar het engagement dat Elia genomen heeft in het kader van de discretionaire stimulans die ze gedurende het kalenderjaar 2023 heeft uitgevoerd. Op pagina 40 van het finaal rapport staat het engagement van Elia (vrij vertaald door CREG): “Niettemin zullen, zoals door marktpartijen is verzocht, in 2024 verdere besprekingen plaatsvinden over de prikkel voor activeringsregeling aFRR, voordat Elia een voorstel tot wijziging van deze prikkel in de T&C BSP aFRR zal indienen.” (nadruk CREG). De CREG begrijpt uit het antwoord van Elia dat ze dit engagement niet heeft nageleefd, en dat ze dit engagement pas eind 2025/begin 2026 opnieuw leven zal inblazen, met een resultaat tegen ten laatste begin 20273. De CREG is echter van mening dat dit nieuw engagement niet voldoende ambitieus is, en verwijst verder naar deel 5.2 van deze beslissing. 31. Fluvius vraagt een wijziging van de definitie van “Pool”, aangezien er geen lijst van Leveringspunten opgenomen is in het FSP-DSO contract, dat een regulatoir contract is dat door de gewestelijke regulatoren, meer specifiek de VNR wordt goedgekeurd. Elia antwoordt dat ze begrijpt dat het FSP-DSO contract slechts de bepalingen bevat om leveringspunten, aangesloten op het distributienet toe te voegen aan de pool van de BSP, en niet de leveringspunten zelf. Echter stelt Elia dat er geen wijzigingen nodig zijn. De CREG ondersteunt de vraag van Fluvius om de verwijzing naar het FSP-DSO contract te herzien. Echter, de CREG is het niet eens met Fluvius om in de T&C BSP aFRR te verwijzen naar de definitie “Pool” in het FSP-DSO-contract. Ten eerste keurt de CREG dit contract niet goed. 3 Op basis van de presentatie zoals gegeven in de WG Energy Solutions van 19 juni 2025. Niet-vertrouwelijk 14/36 Ten tweede dienen, overeenkomstig artikel 18.4.
- a)van de EBGL, de T&C BSP aFRR alle redelijke en gerechtvaardigde eisen te bevatten voor het aanbieden van balanceringsdiensten. De CREG is van mening dat een definitie “Pool” opgenomen moet worden in het T&C BSP aFRR contract. 32. Fluvius stelt voor om dezelfde definitie te gebruiken als deze die reeds aanwezig is in het FSPDSO contract. Deze definitie luidt: “geheel van de Dienstverleningspunten voor flexibiliteit die de FSP mag activeren in het kader van de Flexibiliteitsdiensten. Voor elk Dienstverleningspunt van flexibiliteit dat deel uitmaakt van de Pool, bevat deze alle administratieve en technische informatie met het oog op een correcte uitvoering van de onderhavige overeenkomst (o.a. EAN, adres, plaats van het meetpunt, betrokken Flexibiliteitsdiensten, beperkingen, de flexibiliteitsmiddelen, meet- en telmodaliteiten, …).”. De CREG stelt vast dat deze definitie voorwaarden bevat waaraan de leveringspunten moeten voldoen alvorens ze deel kunnen nemen aan de aFRR-dienst. Dit is strijdig met de EBGL. Daarnaast stelt de CREG vast dat de lijst van voorwaarden niet-exhaustief is. Tot slot, is de CREG van mening dat de definitie moet verwijzen naar de voorwaarden die gelden om leveringspunten te mogen activeren. Gegeven het bovenstaande herziet de CREG, met toepassing van artikel 5.1 van de EBGL na raadpleging van Elia dat heeft plaats gehad op 19 september 2025 de definitie van ‘Pool’ in haar geheel en dit als volgt: “het geheel van Leveringspunten van een BSP, die voldoen aan de voorwaarden voor Leveringspunten zoals opgenomen in het BSP Contract aFRR". De herziening van de definitie “Pool” brengt op die manier de T&C BSP aFRR in overeenstemming met het doel van de EBGL en draagt bij tot marktintegratie, non-discriminatie, effectieve mededinging en de goede werking van de markt. 33. Daarnaast is de CREG er zich van bewust dat Elia toegang dient te hebben tot alle informatie betreffende de leveringspunten die deel uitmaken van een Pool van een BSP. Daarom vinden de artikelen II.3.13 tot en met II.3.17 van de T&C BSP aFRR ook toepassing op leveringspunten die aangesloten zijn op het publiek distributienet en moet een gepast communicatieplatform voor de communicatie uitwisseling tussen BSP en Elia van alle relevante gegevens met betrekking tot leveringspunten uitgewerkt worden. Aldus beschikt Elia over alle relevante informatie betreffende de leveringspunten inclusief deze die zijn aangesloten op een publiek distributienet, teneinde te verzekeren dat Elia haar wettelijke taken van onder andere de verrekening, controle, en prekwalificatie van de balanceringsdienst die geleverd wordt door leveringspunten, effectief kan uitvoeren. De CREG vraagt bijgevolg aan Elia om voorgaande principes van toepassing op leveringspunten, aangesloten op de publieke distributienetten op te nemen in de T&C BSP aFRR tegen een eerstvolgende voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR. 34. Fluvius meldt ook dat de aanmelding van leveringspunten aangesloten op het publiek distributienet ontbreekt. Elia antwoordt dat de aanmelding niet beschreven staat in de T&C BSP aFRR. De CREG is het eens met de opmerking van Fluvius, en vraagt aan Elia om tegen een eerstvolgend voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR de aanmeldingsprocedure en -vereisten voor leveringspunten aangesloten op het publiek distributienet, op te nemen in de T&C BSP aFRR conform Titel 6 van Deel IV van de SOGL. De CREG verwijst hierbij ook naar haar opmerking in paragraaf 33 van deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 15/36 3.2.2. Settlement- en factuurprocessen 35. Centrica en Febeg verwelkomen het self-billing proces zoals voorgesteld door Elia, met als doel de financiële processen die horen bij de aFRR-dienstverlening te versnellen. Centrica benadrukt echter het belang om voldoende tijd te voorzien zodat BSPs in staat gesteld worden om het nieuwe systeem te implementeren. Elia geeft aan dat BSPs reeds op de hoogte zijn gebracht van de voorgestelde veranderingen tijdens verschillende workshops, en begeleid zijn bij de voorbereiding van de tests die gepland staan voor september 2025, met het oog op het gebruik van het nieuwe systeem vanaf november 2025. Elia bevestigt opnieuw haar bereidheid om de BSP gedurende deze hele overgang te ondersteunen. De CREG steunt de vraag van Centrica, en verwijst naar paragraaf 29 van de huidige beslissing. 36. Febeg wenst dat Elia de kennisgeving aan de CREG versoepelt in geval van een eventueel meningsverschil met een BSP dat na 60 dagen onderhandelen nog niet is opgelost. Febeg stelt voor dat artikel II.18.6 voorziet in de mogelijkheid, en niet de verplichting, voor Elia om de CREG te informeren, indien Elia van oordeel is dat de onderhandelingen op onredelijke wijze worden verlengd. Elia aanvaardt dit voorstel van Febeg en past haar voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR dienovereenkomstig aan. De CREG gaat niet akkoord met de wijziging die Elia voorstelt na raadpleging ten gevolge van de opmerking van Febeg. De opmerking van Febeg voorkomt geen verzending van facturen, hetgeen door Febeg als reden van haar reactie werd opgeworpen. Het voorstel van Elia dat voorgelegd werd aan de openbare raadpleging maakt daarbij ook geen wederzijds overeenstemming tussen BSP en Elia onmogelijk. Het voorstel voorgelegd aan openbare raadpleging stelt duidelijk dat, ondanks de rapportering aan de CREG, Elia en de BSP nog steeds hun onderhandelingen zullen verderzetten gedurende 30 kalenderdagen en dat nadien een geschillenbeslechting nog steeds mogelijk is. Het voorstel voorgelegd aan de openbare raadpleging bevat daarenboven ook geen enkele voorwaarde waaraan Elia of de BSP gebonden zouden zijn ten gevolge van deze melding aan de CREG. De opmerking van Febeg verhindert bovendien een transparante informatiedoorstroming naar de CREG, wat problematisch is op vlak van de uitvoering van de toezichtstaken door de CREG, zoals onder meer het garanderen van een gelijke behandeling tussen BSPs. De CREG kan bijgevolg de wijzigingen die Elia ten opzichte van het geraadpleegde voorstel heeft aangebracht, als antwoord op de bovenstaande reactie van Febeg, niet goedkeuren. De CREG vraagt aldus aan Elia om, alvorens de publicatie ervan, de oorspronkelijke tekst die ter raadpleging werd voorgelegd terug op te nemen in de T&C BSP aFRR. Verder verwijst de CREG ook naar paragraaf 67 stap 3b van deze beslissing. 37. Yuso stelt dat de beperking in de tijd van de discussies tussen Elia en de BSP in het nadeel zou zijn van de BSP. Elia antwoordt met een engagement om altijd te streven naar een collaboratieve oplossing. De CREG is van oordeel dat 60 kalenderdagen in geval van betwisting van de verslagen, aan beide partijen voldoende tijd biedt om tot een overeenstemming te komen. Na de 60 kalenderdagen, genieten BSP en Elia nog eens over 30 kalenderdagen met nadien de mogelijkheid het geschil voor te leggen aan de geschillenbeslechtigingsprocedure. Daarnaast zal de CREG ook toezicht uitoefenen ingevolge de meldingsplicht waartoe Elia zich engageert. De CREG verwijst verder naar paragraaf 36 van deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 16/36 3.2.3. Fouttoewijzing tijdens gecombineerde levering van FCR- en aFRR-diensten 38. Centrica en Febeg staan positief tegenover de wijzigingen die zijn aangebracht aan de methode voor het toewijzen van fouten bij de gecombineerde levering van FCR- en aFRR-diensten. Centrica verwelkomt de prioritaire toewijzing van fouten aan aFRR, de herziening van de tolerantiebanden en het gebruik van het Tetris-algoritme voor volumetoewijzing. 39. Centrica benadrukt het belang van een eerlijke foutentoewijzing en uit bezorgdheid over de mogelijke impact van een beschikbaarheidstest die betrekking heeft op slechts één van beide diensten wanneer deze samen worden geactiveerd. 40. Elia antwoordt dat beschikbaarheidstests voor FCR geen invloed hebben op de levering van de andere dienst, en dat ze zelf ook niet worden beïnvloed door een gelijktijdige activatie van de aFRRdienst. Bovendien is er een bepaling toegevoegd aan de T&C BSP FCR die bepaalt dat FCRactivatiecontroles de periodes van FCR-beschikbaarheidstests uitsluiten. Wat betreft de beschikbaarheidstests voor aFRR, legt Elia uit dat de enige mogelijke impact voortkomt uit de levering van de FCR-dienst op een aFRR-beschikbaarheidstest. Elia verduidelijkt dat in dat geval een correctie van de baseline kan worden toegepast, conform Bijlage 12.D van de T&C BSP aFRR. Elia benadrukt dat deze ontwikkelingen gericht zijn op het versterken van transparantie en billijkheid, en blijft openstaan voor toekomstige aanpassingen indien nodig.. De CREG aanvaardt op dit ogenblik het antwoord van Elia, maar vraagt aan Centrica om de CREG te contacteren indien zij nadelen identificeert ten gevolge van de voorgestelde wijzigingen. 41. Febeg stelt daarenboven dat DPsu- en DPpg-leveringspunten gelijk behandeld zouden moeten worden. Elia meldt dat ze open staat om de verschillende regels die van toepassing zijn tussen DPsu- en DPpgleveringspunten te herzien. Echter stelt Elia dat het risico op onbeschikbaarheid van significante aFRRvolumes, ten gevolge van congestierisico’s bij een beperkt aantal leveringspunten, vermeden moet worden. De CREG wenst, met betrekking tot het antwoord van Elia, op te merken dat, indien de aFRRbalanceringsenergiemarkt aantrekkelijk zou zijn, de BSP een prikkel heeft om biedingen in te dienen zonder onnodige aggregatie. Echter, de CREG stelt vast dat in de T&C BSP aFRR elementen aanwezig zijn die zulks biedgedrag niet aanmoedigen, waaronder bijvoorbeeld de berekening van de tolerantieband, dat gebaseerd is op de grootte van de geselecteerde bieding. De CREG is van oordeel dat eerder de grootte van de eenheid of eenheden die de dienst werkelijk leveren van belang is. Een evolutie richting het gebruik van de concepten ‘reserveleverende eenheden’ en ‘reserveleverende groepen’ kan een antwoord bieden op de bezorgdheid van Elia, aangezien deze concepten transparantie bieden aan Elia over de eenheden die werkelijk de dienst zouden leveren. De CREG vraagt aan Elia om met deze opmerking rekening te houden bij een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR. 3.2.4. Baselinekwaliteitsfactor 42. Febeg staat positief tegenover de wijziging van de berekening van de kwaliteitsfactor die wordt gebruikt in het kader van de baselinetests, zoals voorgesteld door Elia. Niet-vertrouwelijk 17/36 3.2.5. Biedingsverplichting 43. Febeg betreurt dat de biedverplichting enkel van toepassing is op bepaalde type-eenheden, namelijk eenheden met een maximaal vermogen van meer dan 25 MW, en beschouwt dit als een vorm van discriminatie. Yuso vraagt Elia naar de mogelijkheid voor BESS om hun beschikbare capaciteit te gebruiken voor het balanceren van het portfolio van hun BRP of om bij te dragen aan het algemene evenwicht van het systeem. Elia neemt de opmerking van Febeg ter harte en benadrukt het belang van de biedverplichting voor het behoud van het netevenwicht. Elia herinnert Yuso eraan dat de verplichting tot het indienen van biedingen met betrekking tot het beschikbare vermogen op de gatesluitingstijd van de aFRR-energiemarkt tot gevolg heeft dat er geen vermogen mag worden behouden voor latere acties na de gatesluitingstijd, zoals realtime portfoliobalancering, impliciete bijdragen aan het systeemevenwicht en/of transacties op de intradaymarkt. Elia wijst er echter ook op dat artikel II.11.12 van de T&C BSP aFRR een BSP toelaat om, na het Gate Closure Time van de aFRR/mFRR-balanceringsmarkten en uiterlijk 5 minuten voor de start van het betrokken kwartier, het niet-gecontracteerde volume dat op de aFRR-energiemarkt wordt aangeboden te verminderen, op voorwaarde dat de BSP de vaste intentie heeft om één of meerdere DP’s te gebruiken voor zelfbalancering of voor transacties op de intradaymarkt. De CREG aanvaardt het antwoord van Elia op de feedback van Yuso. De CREG merkt in deze context op dat de volledige expliciete deelname van alle beschikbare aFRR-balanceringsmiddelen aan de balanceringsmarkt tot de laagste systeemkosten leidt. Echter herhaalt de CREG dat de feedback van BSPs aantoont dat de aFRR-balanceringsmarkt onvoldoende aantrekkelijk is om deel te nemen. De CREG vraagt aan Elia om aan te tonen dat de aantrekkelijkheid van deelname aan deze markt is gemaximaliseerd, alvorens de biedverplichting uit te breiden. De CREG verwijst verder naar paragraaf 41 en paragraaf 80 van deze beslissing. 3.2.6. Voorwaarden voor Leveringspunten 44. Febeg uit haar bezorgdheid over de impact van de door Elia voorgestelde wijzigingen aan de voorwaarden voor de leveringspunten (Artikel II.3.2). Febeg interpreteert de wijziging met betrekking tot PPM als een oplegging van de DPsu-status aan alle PPMs, ongeacht hun maximaal vermogen (“Een DPsu-leveringspunt wordt gedefinieerd door PPM”) en maakt zich zorgen over de gevolgen voor reeds aangesloten PPMs die geen DPsu zijn. Febeg is van mening dat een wijziging van de T&C aFRR of mFRR geen invloed zou mogen hebben op het feit of een PPM al dan niet een DPsu is. Elia antwoordt dat de voorgestelde wijziging niet bedoeld is om de definitie van een DPsu te veranderen, maar om het bestaande kader te verduidelijken door de definities van leveringspunten af te stemmen zoals toegepast in de T&C OPA en T&C SA. Elia bevestigt dat de voorgestelde wijzigingen geen impact zouden mogen hebben op het feit of een PPM al dan niet een DPsu is. De CREG is van mening dat de reactie van Febeg een misverstand betreft. Immers, uit het antwoord van Elia blijkt dat het geenszins de bedoeling is om te verplichten een DPsu te bepalen voor alle sPGMs. De CREG heeft niettegenstaande begrip voor de opmerking van Febeg, aangezien de voorgestelde wijziging inderdaad geïnterpreteerd kan worden zoals Febeg dit in haar reactie heeft gemeld. De CREG verwijst verder naar haar bespreking van het gewijzigd artikel II.3 in deel 4.3 van deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 18/36 4. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL TOT WIJZIGING VAN DE T&C BSP AFRR 4.1. ARTIKEL 2: IMPLEMENTATIEPLAN 45. Elia stelt voor om de voorgestelde wijzigingen op verschillende momenten in werking te laten treden. Aangezien de wijzigingen van de T&C BSP aFRR uit verschillende pakketten bestaan, treden deze op verschillende momenten in werking:
- a)De wijzigingen van de T&C BSP aFRR met betrekking tot het afwikkelings- en facturatieproces voor capaciteits- en activatievergoeding, die in het turkoois gemarkeerd zijn in het voorstel van de T&C BSP aFRR, treden in werking na goedkeuring door de CREG;
- b)De wijzigingen van de T&C BSP aFRR met betrekking tot het afwikkelings- en facturatieproces voor controles en prikkels, die groen gemarkeerd zijn in de T&C BSP aFRR, treden in werking ten vroegste één maand na goedkeuring door de CREG, maar niet vóór april 2026;
- c)De wijzigingen van de T&C BSP aFRR met betrekking tot de normalisatiefactor in de baseline kwaliteitsfactor en de wijzigingen met betrekking tot de methode voor het bepalen van de aFRR die wordt geleverd in het geval van gecombineerde levering van FCR- en aFRR-diensten, die geel gemarkeerd zijn in het voorstel van de de T&C BSP aFRR, treden ten vroegste één maand na goedkeuring door de CREG en gelijktijdig met de wijzigingen van de T&C BSP FCR met betrekking tot de continue activatiecontrole. Deze wijzigingen aan de T&C BSP FCR zijn gelijktijdig geraadpleegd door Elia als de raadpleging van de T&C BSP aFRR, en zijn ook gelijktijdig ter goedkeuring voorgelegd aan de CREG. Op basis van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP FCR leidt de CREG af dat de wijzigingen van de T&C BSP FCR ten vroegste één maand na de goedkeuring ervan door de CREG in werking kunnen treden, mits de ontwikkeling van de nodige IT-tools. 46. Niettegenstaande het bovenstaande, stelt de CREG vast dat concrete go-live data ontbreken. Ook ontbreken de uiterste data tegen wanneer de go-live gerealiseerd moet zijn. Dit maakt het onmogelijk voor de CREG om de naleving van artikel 5
(5)van de EBGL te verifiëren. De CREG verwijst bijgevolg naar paragraaf 29 van deze beslissing. De CREG keurt de overige wijzigingen goed. 4.
- ARTIKEL II.1: DEFINITIES
- De CREG stelt vast dat de relevante terminologie die gebruikt wordt in Europese regelgeving ontbreekt (bijvoorbeeld, reserveleverende eenheid of groep). De CREG stelt ook vast dat nationale terminologie behouden blijft (bijvoorbeeld DPsu- of DPpgleveringspunt, Technical Unit of Technical Facility, of aFRR-Energiebieding). De CREG is van mening dat de T&C BSP aFRR zo veel mogelijk gebruik moet maken van bestaande terminologie en definities die hun basis terugvinden in Europese wetgeving, tenzij een afwijking gerechtvaardigd wordt. De CREG herhaalt als gevolg haar vraag aan Elia om bij de eerstvolgende wijziging van de T&C BSP aFRR, het gebruik van Europese terminologie te verkiezen boven het gebruik van nationale terminologie en verwijst hiervoor naar paragraaf 80 van deze beslissing. Met andere woorden, de Niet-vertrouwelijk 19/36 terminologie in EU-wetgeving, die ook als basis dient om de plichten, rechten, en voorwaarden van Europese regelgeving te beschrijven, dienen in een eerstvolgend voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR duidelijk gedefinieerd te zijn in de T&C BSP aFRR, op risico van afkeuring.
- Elia definieert de termen “BSP-kredietnota”, “BSP-factuur” en “Elia-factuur”. De CREG heeft geen inhoudelijke opmerkingen op deze definities. Echter vraagt de CREG aan Elia om, alvorens de publicatie van de Franstalige versie van de T&C BSP aFRR te het gebruik van de termen “BSP-facture”, “Elia-facture”, en “BSP-note de crédit” te verbeteren en aan te passen naar “Facture BSP”, “Facture Elia” en “Note de crédit BSP”, alvorens de goedgekeurde wijzigen van de T&C BSP aFRR gepubliceerd worden.
- Elia verwijdert de term “FCR Correctie” omdat de berekening van deze term vervangen wordt door de term “FCR Supplied” waarvan de berekeningswijze ook verduidelijkt wordt in bijlage 13 van de T&C BSP aFRR. De CREG aanvaardt deze wijziging.
- Elia voegt de termen “Power Park Module” (hierna: “PPM”) en “Synchronous Power Generating Module” (hierna: “sPGM”) toe en verwijst naar dezelfde termen als gedefinieerd in de netcode ‘Requirements for Generators’
- Echter beperkt Elia de definitie van “Power Park Module” tot één type primaire energiebron, terwijl deze beperking niet aanwezig is in artikel 2
(17)van de NC Requirements for Generators (hierna: “RfG”). Gegeven het bovenstaande herziet de CREG, met toepassing van artikel 5.1 van de EBGL na raadpleging met Elia dat heeft plaats gehad op 19 september 2025 de definitie van ‘Power Park Module’ als volgt: “Zoals gedefinieerd in artikel 2
(17)van Verordening 2016/631 van 14 april 2016 (de RfG, Verordening);” De herziening van de definitie “Power Park Module” brengt op die manier de T&C BSP aFRR in overeenstemming met het doel van de EBGL en draagt bij tot marktintegratie, non-discriminatie, effectieve mededinging en de goede werking van de markt. Verder voegt de CREG de nieuwe term van “PPMp” toe, met als definite « een PPM beperkt tot één primaire energiebron ». Tot slot vervangt de CREG de term “PPM” door “PPMp” overal waar deze voorkomt in de T&C BSP aFRR, met name in het eerste opsommingsteken van artikel II.3.8 van de T&C BSP aFRR. Elia voegt de term “Pool” toe. Verwijzend naar paragraaf 32 van de huidige beslissing, herziet de CREG de definitie van ‘Pool’ in haar geheel en dit als volgt: “het geheel van Leveringspunten van een BSP, die voldoen aan de voorwaarden voor Leveringspunten zoals opgenomen in het BSP Contract aFRR".Deze herziening brengt de T&C BSP aFRR op die manier in overeenstemming met het doel van de EBGL waarvan de definitie PPMp een onderdeel is van de definitie PPM. 4.
- ARTIKEL II.3: VOORWAARDEN VOOR LEVERINGSPUNTEN
- Elia voegt in artikel II.3.2 van de T&C BSP aFRR regels toe voor de toewijzing van Leveringspunten aan Technical Facilities die op het Elia-net of op een CDS zijn aangesloten. Zo stelt Elia voor dat voor elke Technical Unit van de sPGM een Leveringspunt moet worden bepaald. Ook stelt Elia voor dat één Leveringspunt per power park module (PPM) moet worden vastgelegd, maar laat de mogelijkheid toe om meerdere Leveringspunten per PPM vast te leggen in geval meerdere BRPs aangeduid worden achter het toegangspunt én indien zulke toewijzing in onderling overleg is overeengekomen tussen 4 Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net Niet-vertrouwelijk 20/36 Elia en de BSP. Dezelfde structuur van Leveringspunten in het BSP-contract moet dus gebruikt worden als de structuur van Leveringspunten in het BRP-contract.
- Elia verduidelijk tijdens de vergadering van 19 september 2025 dat deze toevoeging een verduidelijking is van een bestaande praktijk en dat dezelfde tabel ook wordt ook gebruikt in het T&C SA contract, goedgekeurd door de CREG, om te verduidelijken hoe een DPsu-leveringspunt bepaald moet worden. De CREG stelt hetzelfde vast als Elia.
- De CREG is echter er niet van overtuigd dat er coherentie tussen de verschillende T&Cs verzekerd moet worden door regels die gerechtvaardigd worden binnen het ene contract te dupliceren naar het andere contract. Dit zorgt voor verwarring, aangezien de contracten van toepassing zijn tussen Elia en de verschillende marktrollen (BRP-BSP-SA-OPA) waardoor de reden om de regels toe te passen mogelijks niet gemotiveerd worden door het regulatoir kader dat dit contract omkadert. Zo hebben de T&C BSP als doel om de marktgebaseerde dienstverlening binnen de gehele LFC Zone en binnen Continentaal Europa te faciliteren. Daarentegen beogen de T&C SA als doel het lokaal congestiebeheer, i.e. op niveau van een aansluitingspunt in het net, te beheren. Beide T&Cs hebben dus een duidelijk verschillend objectief. Conform de EBGL kunnen leveringspunten, in de context van de T&C BSP aFRR, bestaan uit productieeenheden, vraagfaciliteiten en opslageenheden, al dan niet aangesloten aan hetzelfde aansluitingspunt. In contrast hiermee zijn leveringspunten, in de context van de T&C SA, beperkt tot significante netgebruikers, conform de SOGL. Bovenstaande wilt niet zeggen dat de CREG gekant is tegen het verzekeren van coherentie tussen contracten. Evenwel is de CREG van mening dat bepaalde voorwaarden die gerechtvaardigd kunnen worden binnen de context, het objectief en de regulatoire omkadering van het T&C SA-contract, zich best bevinden in dit T&C SA-contract. Door dezelfde regel expliciet op te nemen in het T&C BSP aFRR contract, dient deze regel geëvalueerd te worden als mogelijks extra belemmering voor de deelname aan de groothandelsmarkten, waardoor deze ook grondig gemotiveerd moet worden als absoluut noodzakelijk ten opzichte van mogelijke alternatieven waarbij bijvoorbeeld Elia zelf de noodzakelijke coherentie garandeert.
- De CREG verwijst ook naar haar opmerking in paragrafen 47, 80.e) en 80.o) van deze beslissing, waarin de CREG vraagt aan Elia om geen onderscheid meer te maken tussen DPsu- en DPpgleveringspunten in het kader van de deelname aan de balanceringsmarkten, aangezien alle leveringspunten gelijk behandeld moeten worden. De toevoeging van de voorgestelde tabel voldoet niet aan deze vraag.
- Omwille van bovenstaande redenen, keurt de CREG de voorgestelde wijziging in artikel II.3.2 af.
- Elia wijzigt ook artikel II.3.8, door de term ‘elektriciteitsproductie-eenheid’ te vervangen door ‘sPGM en PPM’. Het doel van deze wijziging is om het toepassingsgebied van de biedverplichting te verduidelijken. Vooreerst herhaalt5 de CREG dat de deelname aan de balanceringsmarkten aantrekkelijker gemaakt moet worden dan eerder beroep te doen op een biedverplichting. Indien BSPs hun middelen liever niet inzetten of liever impliciet inzetten buiten de balanceringsmarkt om, dan betekent dit onmiskenbaar dat de voorwaarden om deel te nemen aan de balanceringsmarkt en/of de risico’s hierbij horend onaantrekkelijk zijn voor BSPs. Elia heeft een voorstelbevoegdheid over deze beide aspecten van de balanceringsmarkt. De CREG herhaalt dus opnieuw haar vraag aan Elia om prioritair werk te maken de deelname aan de balanceringsmarkten aantrekkelijker te maken alvorens extra 5 Zie onder meer paragraaf 50 van beslissing (B)2755 van 29 februari 2024 en paragraaf 36 van beslissing (B)2748 van 22 februari 2024 Niet-vertrouwelijk 21/36 verplichtingen op te leggen aan BSPs. In deze context verwijst de CREG naar deel 5.2 van deze beslissing. De CREG keurt de voorgestelde wijziging in artikel II.3.8 wel goed, aangezien de voorgestelde wijziging geen inhoudelijke wijziging betreft, maar een vervanging van de term ‘elektriciteitsproductie-eenheid’ door naar de definitie in artikel 2
(5)van Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net (hierna: “RfG Verordening”) te verwijzen. Daarenboven, gegeven hetgeen uiteengezet in paragraaf 50 van deze beslissing, beperkt Elia het toepassingsgebied van de biedverplichting tot enkel PPMs met één type primaire energiebron. De CREG is niet gekant tegen deze beperking. 57. Voetnoot 3 verduidelijkt dat Elia zich op de maximumcapaciteit van Technical Facilities aangesloten op het Elia-net, zoals opgenomen in het aansluitingscontract, zal baseren om de toepassing van de biedverplichting te evalueren. De CREG stelt evenwel vast dat de voetnoot 3 beperkt is tot Technical Facilities die aangesloten zijn op het federale transmissienet, het lokaal vervoersnet of op een CDS. Technical Facilities kunnen weliswaar ook aangesloten zijn op het publiek distributienet om deel te nemen aan de balanceringsmarkt. Niettegenstaande er op heden misschien nog geen Technical Facilities met een capaciteit van 25 MW of meer, aangesloten op het publiek distributienet, deelnemen aan de balanceringsmarkt, mogen de T&C BSP aFRR geen schijn van discriminatie op vlak van spanningsniveau bevatten. Als gevolg moet voetnoot 3 spanningsneutraal geformuleerd worden. Om deze reden herziet de CREG voetnoot 3 als volgt: “Voor Technical Facilities die op het Elia-net of op een CDS zijn aangesloten, is de gebruikte maximumcapaciteit in het Aansluitingscontract vermeld. Voor Technical Facilities aangesloten op een publiek distributienet, wordt de gebruikte maximumcapaciteit gecommuniceerd aan de transmissienetbeheerder Elia tijdens het aFRRprekwalificatieproces krachtens artikel 159
(3)van de SOGL-.” Met deze herziening wordt de discriminatie in voetnoot 3 weggewerkt om in overeenstemming te zijn met de doelstellingen van de EBGL, meer bepaald het non-discriminatie principe. De praktische modaliteiten van de informatie-uitwisseling dient opgenomen te worden in de relevante samenwerkingsovereenkomst dat afgesloten wordt tussen Elia en de distributienetbeheerders. 58. In artikel II.3.18 verwijdert Elia de verwijzing naar het FSP-DSO-contract. De CREG aanvaardt deze wijziging aangezien de relevante informatie door Elia ontvangen wordt via de verklaring van de netgebruiker, zoals opgenomen in bijlage 2.B van het T&C BSP aFRR-contract. Met deze verwijdering verwijdert Elia ook een inconsistentie met artikel 159
(3)van de SOGL, dat stelt dat de vereiste informatie van potentiële FRR-leverende eenheden of groepen bij de reserveconnecterende transmissiesysteembeheerder ingediend moet worden. Door te verwijzen naar het FSP-DSO-contract werd namelijk de indruk gewekt dat dit contract gelegenheden zou regelen die Unierecht aan de transmissienetbeheerder toevertrouwd heeft, wat uiteraard niet het geval is.
- Tot slot stelt de CREG op verscheidene plaatsen in het T&C BSP aFRR-contract nog een verwijzing naar externe documenten (zoals onder meer het FSP-DSO contract) vast. De CREG verwijst naar haar opmerking in paragraaf 39 van beslissing (B)2817 van 12 juli 2024, waarin ze stelt dat, luidens artikel 18 van de EBGL, externe documenten geen vereisten mogen bevatten die binnen de perimeter van de T&C BSP aFRR vallen. Indien dit wel zo zou zijn, laat de CREG gelden dat deze vereisten niet van toepassing zijn zolang ze niet ter goedkeuring zijn voorgelegd aan de CREG. De CREG vraagt aan Elia om in het eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR de verwijzingen naar externe documenten te beperken, en die te verwijderen wanneer ze vereisten bevatten die binnen de perimeter van de T&C BSP aFRR vallen. Niet-vertrouwelijk 22/36 4.
- ARTIKEL II.4: VOORWAARDEN ENERGIEOVERDRACHT IN VERBAND MET Elia voegt in artikel II.4 een verwijzing toe naar de nieuw voorgestelde bijlage 2D. De CREG heeft geen opmerkingen en keurt bijgevolg de voorgestelde wijziging goed. 4.
- ARTIKEL II.11: INDIENING VAN AFRR-ENERGIEBIEDINGEN
- Elia stelt voor om de vrijheid die een BSP heeft om een verzoek te richten aan Elia teneinde het volume van balanceringsenergiebiedingen aan te passen, zoals uiteengezet in artikel II.11.13, te beperken door de reactive balancing te verwijderen als rechtvaardiging van dit verzoek. Deze wijziging komt deels tegemoet aan de opmerking van de CREG in paragraaf 90 van beslissing (B)2366 van 24 maart
- De CREG aanvaardt als gevolg de voorgestelde schrapping in artikel II.11.13, aangezien het doel van optimalisatie van frequentiebeheer op Europees niveau hiermee dichter benaderd wordt. In paragraaf 89 en 92 van beslissing (B)2366 van 24 maart 2022 vroeg de CREG aan Elia ook om het gebruik van de vrijheid die een BSP heeft om een verzoek te richten aan Elia, te monitoren en een overzicht van de door de BSP verzochte wijzigingen van biedvolumes via een maandelijkse rapportering aan de CREG te rapporteren, en dit vanaf het moment van aansluiting van de LFC Zone van Elia aan het Europese aFRR-platform. Aangezien de CREG nog geen enkel rapport ontvangen heeft met betrekking tot het gebruik van de in artikel II.11.13 opgenomen vrijheden, acht de CREG het praktische nut van dit artikel laag tot onbestaande. Daarom vraagt de CREG aan Elia om in eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR het gebruik van artikel II.11.13 van de T&C BSP aFRR te rechtvaardigen op basis van werkelijke ervaringen, zoniet in dat voorstel artikel II.11.13 te verwijderen.
- Elia voegt in artikel II.11.13 van de T&C BSP aFRR toe dat de BSP een verlaging van een nietgecontracteerde aFRR-balanceringsenergiebieding aan de transmissienetbeheerder kan verzoeken wanneer een andere aFRR- of mFRR-balanceringsenergiebieding die een Leveringspunt met Beperkt Energiereservoir omvat, wordt geactiveerd na de aFRR-gatesluitingstijd maar voor de geldigheidsperiode van de betrokken niet-gecontracteerde aFRR-balanceringsenergiebieding, en dat deze activatie een correcte activatie van de niet- gecontracteerde aFRR-balanceringsenergiebieding verhindert wegens beperkingen van het energiereservoir. In de verklarende nota argumenteert Elia dat de BSP op het moment van de BSP-gatesluitingstijd niet exact weet hoe de ingeboden balanceringsenergiebiedingen geactiveerd zullen worden door de transmissienetbeheerder. Aldus kent de BSP op dat moment ook niet exact de toekomstige beschikbaarheid van het energiereservoir, en dus ook niet exact het volume dat zij via balanceringsenergiebiedingen kan inbieden op de balanceringsenergiemarkt. Om BSPs aan te moedigen alle beschikbare aFRR-balanceringsenergievolumes aan te bieden, laat Elia de BSPs toe om haar te verzoeken de ingeboden aFRR-balanceringsenergiebiedingen te verlagen. De CREG aanvaardt de door Elia voorgestelde wijziging omwille van twee redenen. Ten eerste laat artikel 9
(4)van Bijlage I van ACER besluit 02-2020 van 24 januari 2020 toe om balanceringsenergiebiedingen aan te passen wanneer het volume opgenomen in de balanceringsenergiebieding technisch niet geleverd kan worden. Ten tweede versoepelt Elia met deze wijziging de voorwaarden om deel te nemen aan de aFRR-balanceringsdienst, waardoor ze de deelname aan deze dienst aantrekkelijker maakt, en op deze manier de liquiditeit van de aFRRbalanceringsmarkt verhoogt. Elia aanvaardt namelijk een kans op onmogelijkheid van de BSP om de Niet-vertrouwelijk 23/36 aFRR-balanceringsenergiebieding te leveren ten voordele van een verhoging van beschikbare aFRRbalanceringsvolumes aan betaalbare prijzen. Hiermee komt Elia deels tegemoet aan opmerkingen die de CREG in vorige beslissingen5 geformuleerd heeft.
- Voor de volledigheid maakt de CREG dezelfde opmerking die ze gemaakt heeft in paragraaf 39 van beslissing (B)2970 van 15 mei
- In deze paragraaf vroeg de CREG om de definitie van “Leveringspunt met Beperkt Energiereservoir” in de context van de levering van de FCR-dienst, te aligneren met het Europees regelgevend kader. Om consistentie te garanderen tussen de verschillende contracten, acht de CREG het nodig om dezelfde opmerking te geven in de context van de levering van de aFRR-dienst. Het Europees regelgevend kader definieert enkel “reserveleverende eenheden of groepen met beperkt energiereservoir”. Aldus moet elke voorwaarde die momenteel van toepassing is op een Leveringspunt met beperkt energiereservoir toegepast worden op de reserveleverende eenheid of groep waar dit leveringspunt deel van uitmaakt. De CREG vraagt Elia om tegen een eerstvolgende wijziging van de T&C BSP aFRR te evalueren of deze opmerking wijzigingen noodzaakt in de T&C BSP aFRR, bijvoorbeeld teneinde consistentie te verzekeren met de T&C BSP FCR, en deze ofwel door te voeren in de T&C BSP aFRR of te motiveren waarom geen wijzigingen nodig zijn. 4.
- ARTIKEL II.13: BASELINECONTROLE Elia wijzigt de periode wanneer ze de baselinekwaliteit controleert van M+2 naar M+
- De CREG heeft geen opmerkingen en keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen goed. 4.
- ARTIKEL II.14: BESCHIKBAARHEIDSCONTROLE Elia wijzigt de periode wanneer ze de beschikbaarheid controleert van M+2 naar M+
- De CREG aanvaardt deze wijziging, maar vraagt zich af waarom het nog steeds een maand duurt om de beschikbaarheidstest te controleren. Deze (lange) duurtijd tussen plaatsvinden van de beschikbaarheidstest en de controle ervan, leidt mogelijks tot een periode waarin de BSP een beschikbaarheidstest heeft gefaald maar nog steeds een vergoeding kan ontvangen voor de nietbeschikbare balanceringscapaciteit, althans volgens de beschikbaarheidstest. De beschikbaarheidstest dient om de werkelijk beschikbare balanceringscapaciteit te verifiëren en, op basis van het resultaat van de beschikbaarheidstest, de geprekwalificeerde balanceringscapaciteit te actualiseren, of de BSP in staat te stellen om de nodige acties te ondernemen zodat de beschikbaarheid van balanceringscapaciteit verbeterd wordt. De CREG vraagt aan Elia om, tegen een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR, te analyseren hoe de duurtijd tussen uitvoer en controle van de beschikbaarheidstest verminderd kan worden met als einddoel om deze te reduceren tot één dag. 4.
- ARTIKEL II.15: ACTIVERINGSCONTROLE Elia wijzigt de periode wanneer ze de activatie controleert van M+2 naar M+
- Naar analogie met de opmerking in paragraaf 65 van deze beslissing, vraagt de CREG zich af waarom het nog steeds een maand duurt om de activatie te controleren. Deze (lange) duurtijd tussen plaatsvinden van de activatie en de controle ervan, leidt mogelijks tot een periode waarin de BSP een activatie structureel faalt zonder hierover geïnformeerd te zijn, en dus zonder adequate actie te ondernemen om de eventuele fout te corrigeren. Elke duurtijd tussen verificatie en controle moet dus vermeden worden. De CREG vraagt aan Elia om, tegen een eerstkomend voorstel tot wijziging van de Niet-vertrouwelijk 24/36 T&C BSP aFRR, te analyseren hoe de duurtijd tussen uitvoer en controle van de activatie verder verminderd kan worden met als einddoel om deze te reduceren tot één dag. 4.
- ARTIKEL II.18: FACTURERING EN BETALING
- Elia stelt voor om via artikel II.18 een sneller factureringsproces in te voeren. Vooreerst wenst de CREG op te merken dat artikel I.5 ‘Facturering en betaling’ ongewijzigd is gebleven. Het algemeen principe opgenomen in artikel I.5.2 luidt als volgt: de betwisting van bedragen van facturen moet gebeuren binnen de 30 kalenderdagen na het einde van de maand waarin de factuur werd ontvangen. Vanaf dan geldt een termijn van 30 werkdagen om een akkoord te bereiken. Lukt dit niet dan geldt artikel I.13, zijnde geschillenbeslechting. Artikel II.18.2 stelt dat artikel I.5 toepassing vindt tenzij artikel II.18 anders bepaalt. Het factureringsproces voorzien in artikel II.18 kan als volgt worden samengevat: Stap 1: uiterlijk op het einde van de kalendermaand M worden 7 documenten opgeladen op het gezamenlijk validatieplatform. Daarnaast verwittigt Elia de BSP telkens wanneer een verslag opgeladen wordt op het validatieplatform. De CREG is van oordeel dat artikel II.18.3 nauwkeuriger kan door ‘einde van de kalendermaand M’ te vervangen door ‘de laatste werkdag van de kalendermaand M’. Daarnaast stelt de CREG de vraag waarom Elia telkens naar de BSP een verwittiging moet versturen wanneer een document op het validatieplatform wordt opgeladen. Er wordt niet gepreciseerd wanneer deze verwittiging zal gebeuren. Bovendien moet de software van zo’n validatieplatform in staat zijn om automatisch een bericht te versturen naar de BSP. Tot slot, geldt overeenkomstig artikel II.18.4 een betwistingstermijn van 25 kalenderdagen die start de dag nadat de documenten zijn opgeladen en niet de dag na verwittiging door Elia aan de BSP. Tijdens een overleg met Elia, werd bevestigd dat de notificatie aan de BSP automatisch gebeurt door het validatieplatform op het moment dat Elia een verslag ter beschikking stelt. Daarom vraagt de CREG aan Elia om de laatste zin van artikel II.18.3 van de T&C BSP aFRR alvorens de publicatie van de T&C BSP aFRR als volgt te verduidelijken: “Telkens wanneer een verslag door Elia wordt ingediend op het gezamenlijk validatieplatform, ontvangt de BSP gelijktijdig hiermee een melding hiervan”. Stap 2: de BSP beschikt over 25 kalenderdagen, te rekenen de dag na oplading van het document om dit document te betwisten. De betwisting moet gepaard gaan met een schriftelijke motivatie. De CREG is van oordeel dat de artikelen II.18.4 en II.18.5 herleid kunnen worden tot één enkel artikel. Bovendien is het onduidelijk in welke vorm de betwisting moet gebeuren. Daarnaast stelt de CREG de vraag of het validatieplatform de mogelijkheid biedt aan de BSP om hetzij goed te keuren, hetzij te verwerpen met opgave van reden van betwisting. Dit zou verder verduidelijkt moeten worden in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR. Stap 3a: Bij goedkeuring of bij stilzwijgen door de BSP van de documenten opgeladen op het validatieplatform verstuurt Elia de corresponderende factuur (BSP- of Elia-factuur) of een BSPkredietnota naar de BSP overeenkomstig artikel I.5 en dit binnen de 10 dagen, te rekenen de dag na goedkeuring of te rekenen na 25 kalenderdagen bij niet-betwisting en niet uitdrukkelijke goedkeuring van het document dat als basis dient voor de opmaak van de factuur/kredietnota. De CREG verzoekt Elia om het begrip ’10 dagen’ in artikel II.18.7 te verduidelijken in hetzij kalenderdagen, hetzij werkdagen in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR. Niet-vertrouwelijk 25/36 De factuur ontvangen door de BSP biedt aan de BSP nog steeds de mogelijkheid om deze te betwisten overeenkomstig artikel I.5.1 (15 werkdagen) of hiertegen een bezwaar te uiten overeenkomstig artikel I.5.
- De betaling van de factuur moet gebeuren binnen de 15 kalenderdagen, te rekenen de dag na de laatste dag van de kalendermaand waarin de factuur werd ontvangen, conform artikel II.18.
- De betalingstermijn bedoeld in artikel I.5.2 zou dus geen toepassing vinden, alhoewel dit niet duidelijk in de tekst te lezen valt. Stap 3b: Bij betwisting van de documenten opgeladen op het validatieplatform door de BSP beschikken Elia en de BSP over 60 kalenderdagen om tot een overeenkomst te komen. Wordt geen overeenkomst bereikt binnen de 60 kalenderdagen dan zal Elia de corresponderende factuur of kredietnota versturen naar de BSP en dit binnen de 10 dagen na het verstrijken van de 60 kalenderdagen. In dat geval vindt artikel I.5.2 geen toepassing. M.a.w. er zou in principe niet betaald moeten worden, noch een bezwaar aangetekend te worden tegen de ontvangen factuur/kredietnota. Elia deelt echter aan de CREG mee dat de verstuurde facturen niettemin betaald moeten worden (zie stap 4 hieronder). De CREG kan over het niet bereiken van een overeenstemming ingelicht worden en partijen zetten hun onderhandelingen verder gedurende 30 kalenderdagen, met het oog op het bereiken van een minnelijke schikking. Slagen partijen daarin niet dan kan toepassing gemaakt worden van de geschillenbeslechtingsprocedure overeenkomstig artikel I.
- De CREG laat gelden dat zij niet als arbiter kan tussenbeide komen om tot een oplossing te komen. Inzake het inlichten van de CREG over betwistingen verwijst de CREG in eerste instantie naar hetgeen reeds is uiteengezet is in paragraaf 36 van deze beslissing. Verder acht de CREG het ook nodig dat Elia op regelmatige basis, bijvoorbeeld trimestrieel de CREG een overzicht meedeelt over alle betwistingen, ook deze die binnen de 60 kalanderdagen zijn opgelost. Immers, de CREG stelt zich vragen bij de woordkeuze ‘met het oog op een minnelijke schikking’. Dit betekent dat partijen op zoek gaan naar een compromis en langs beide zijden al dan niet toegevingen gedaan worden. Met dit overzicht wenst de CREG inzicht te verwerven over de wijze waarop de minnelijke schikking getroffen werd. De CREG zal naar aanleiding van de kennisgeving van huidige beslissing aan Elia, de praktische uitwerking van het overzicht verder met haar bespreken. Stap 4: In artikel II.18.10 leest de CREG dat facturen/kredietnota’s opgesteld met toepassing van artikel II.18.7 en II.18.8 betaald worden binnen de 15 kalenderdagen en dit in afwijking van artikel I.5.
- De CREG verneemt van Elia dat artikel II.18.10 in principe de betalingstermijn voorzien in artikel I.5.2 vervangt en dit voor alle facturen in het kader van deze BSP-overeenkomst in zijn geheel vervangt. De betalingstermijn van alle facturen bedraagt dus geen 30 kalenderdagen zoals bedoeld in artikel I.5.2 maar slechts 15 kalenderdagen. Verder blijkt dat de facturen sowieso betaald moeten worden ook deze die verstuurd worden na het niet bereiken van een akkoord na 60 kalenderdagen. De vraag is wat betaald moet worden aan gezien artikel I.5.2 de verplichting oplegt om enkel het niet-betwiste deel van de factuur te betalen. Uit wat voorafgaat, brengt het verder bestaan en ongewijzigd gebleven artikel I.5.2 verwarring en dient bijgevolg artikel I.5.
- ofwel geïntegreerd te worden in II.18, dan wel aangepast te worden en dit in een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR.
- De CREG laat opmerken dat in de artikelen II.18.1 en II.18.3 in de Nederlandse tekst van de T&C BSP aFRR verwezen wordt naar voetnoten 16 en 17 terwijl deze inhoudelijk niet zijn opgenomen in de artikelen II.18.1 en II.18.
- Daarentegen in de Franse tekst staan de voetnoten wel beschreven. De CREG vraagt om de voetnoten 16 en 17 van de Franse tekst T&C BSP aFRR ook op te nemen in de Nederlandse tekst T&C BSP aFRR en dit alvorens de goedgekeurde T&C BSP aFRR worden gepubliceerd. Met voetnoot 17 beschikken partijen over een fall-back beschikbaarheid als communicatiekanaal. Niet-vertrouwelijk 26/36 Met betrekking tot het verslag van de beschikbaarheidstests, bedoeld in artikel II.18.3, vierde opsommingsteken, begrijpt de CREG, op basis van informele gesprekken met Elia, dat de berekening van de voorwaarden voor het slagen van de beschikbaarheidstest, zoals beschreven in artikel II.14.8 van de T&C BSP aFRR, expliciet opgenomen zullen worden in het verslag van de prikkels conform artikelen II.17.3 en II.17.4 van de T&C BSP aFRR. Gegeven het voorgaande, dat zich inschrijft in een volledig transparante informatieverschaffing aan de BSP, aanvaardt de CREG de voorgestelde wijzigingen. 4.
- ARTIKEL II.20: CONTACTPERSONEN
- Elia stelt voor om de contactgegevens actueel te houden via het digitale klantenplatform van Elia of door het ingevulde model in Bijlage 17 uit te wisselen, en dit tijdens de geldigheidsduur van het BSP Contract FCR.
- De CREG stelt vast dat Elia verwijst naar de geldigheidsduur van het BSP Contract FCR terwijl het onderwerp van haar voorstel het BSP Contract aFRR is. Dit is een materiële fout en bijgevolg vraagt de CREG aan Elia om deze fout te corrigeren door de verwijzing naar het BSP Contract FCR te vervangen in een verwijzing naar het BSP Contract aFRR alvorens over te gaan tot publicatie van de goedgekeurde T&C BSP aFRR.
- Het is voor de CREG ook onduidelijk of met de voorgestelde wijziging de contactgegevens die meegedeeld worden aan het digitaal klantenplatform al dan niet verschillend kunnen zijn van de contactgegevens opgesomd in het model van Bijlage
- De CREG beschouwt Bijlage 17 als een exhaustieve lijst van contactgegevens en vraagt aan Elia om dit ook te verduidelijken door artikel II.20.1 van de T&C BSP aFRR als volgt aan te passen alvorens de publicatie van de T&C BSP aFRR: “Overeenkomstig Art. I.9 van de Algemene Voorwaarden houden beide Partijen tijdens de geldigheidsduur van het BSP Contract aFRR de contactgegevens zoals opgenomen in Bijlage 17, actueel via het digitale klantenplatform van Elia of door het ingevulde model in Bijlage 17 uit te wisselen via mail.”. De CREG verwijst verder naar paragraaf 79 van deze beslissing. 4.
- BIJLAGE 2: PROCEDURE VOOR DE AANVAARDING VAN EEN LEVERINGSPUNT
- Elia verplaatst de voorwaarde dat de netgebruiker de betrokken beheerder van het gesloten distributienet (hierna: CDSO) op de hoogte brengt van de intentie om deel te nemen aan de aFRRbalanceringsdienst naar artikel II.3.12 van de T&C BSP aFRR. Artikel II.3.12 bevat voorwaarden voor leveringspunten aangesloten op een gesloten distributienet, ongeacht waar dit gesloten distributienet aangesloten is op het Belgische elektriciteitssysteem. De CREG aanvaardt deze wijziging.
- Elia voegt een model voor de overeenkomst tussen de BSP en de leveranciers over de overdrachtsprijs voor de energieoverdracht toe in Bijlage 2.D. De CREG heeft geen opmerkingen op deze bijlage.
- Elia voegt een model voor een CDSO-verklaring toe in Bijlage 2.G. Dit model heeft onder meer als doel om een tijdelijke toestemming te verkrijgen van de deelname van een Leveringspunt in het gesloten distributienetwerk, van de CDSO. Door deze verklaring te ondertekenen, stemt de CDSO daarenboven ook toe om een overeenkomst met Elia af te sluiten en om Elia te informeren van een risico van volledige of gedeeltelijke belastingoverdracht. Niet-vertrouwelijk 27/36 De CREG acht deze bijlage strijdig met artikel 182 van de SOGL, dat de principes vastlegt voor de samenwerking tussen de transmissienetbeheerder en de distributienetbeheerders, inclusief CDSOs. De Artikelen 182
(1)en 182
(2)van de SOGL verplichten de netbeheerders samen te werken om de levering van reserves werkzaam vermogen te vergemakkelijken en mogelijk te maken. Hiervoor specifieert de transmissienetbeheerder in een overeenkomst met de (C)DSO de voorwaarden van de uitwisseling van de informatie die nodig is om de levering van reserves werkzaam vermogen mogelijk te maken. Als gevolg is de toestemming van een CDSO niet nodig om middelen te laten deelnemen aan frequentieregeling. De transmissienetbeheerder heeft de verplichting, krachtens artikel 182
(2)van de SOGL om de overeenkomst inzake de voorwaarden van uitwisseling van informatie nodig om de levering van reserves werkzaam vermogen mogelijk te maken, te ontwikkelen in samenwerking met de (C)DSO. De (C)DSO langs zijn kant is verplicht om de voorwaarden mee te specifiëren in deze overeenkomst. De artikelen 182
(4)en 182
(5)geven het recht aan een (C)DSO om limieten op te leggen aan de levering en activering van reserves door balanceringsmiddelen in haar distributienet. Deze limieten kunnen enkel gerechtvaardigd worden omwille van technische redenen. De toestemming van een (C)DSO is dus niet nodig om een middel aangesloten aan haar distributienet te laten deelnemen aan de balanceringsdienst. Integendeel, eender welk middel heeft het recht om deel te nemen aan de balanceringsdienst. Een (C)DSO heeft wel de taak om te zorgen voor een veilige uitbating van haar distributienet en kan bijgevolg, omwille van technische redenen, limieten toepassen op de levering of activering van werkzaam vermogen. Deze limieten worden meegedeeld aan Elia via de procedures opgenomen in deze overeenkomst. Rekening houdende met wat voorafgaat, stelt de CREG vast dat de (C)DSO-verklaring niet beantwoordt aan de vereisten zoals opgenomen in de SOGL. De CREG vraagt aan Elia om de (C)DSO-verklaring dan ook te vervangen door een overeenkomst dat Elia opstelt in samenwerking met de (C)DSOs dat beantwoordt aan de vereisten bedoeld in de artikelen 182
(2), 182
(4)en 182
(5)van de SOGL. Naast de processen en praktische afspraken omtrent informatieuitwisseling, inclusief het opleggen van limieten omwille van technische redenen, dient de overeenkomst tegelijkertijd ook de nodige procedures voor informatie-uitwisseling te voorzien zodat enerzijds de CREG toezicht kan uitoefenen op de rechtvaardiging van de door de (C)DSO in samenwerking met de transmissienetbeheerder opgelegde limieten, en anderzijds de BSP tijdig geïnformeerd wordt over de van toepassing zijnde limieten. Deze overeenkomst dient als een bijlage gevoegd te worden aan het BSP-contract aFRR. Aangezien het tot stand brengen van zo’n overeenkomst, dat als bijlage opgenomen wordt in de T&C BSP aFRR, tijd vraagt, keurt de CREG voorlopig de voorgestelde wijziging in bijlage 2.G van het T&C BSP aFRR-contract goed. De CREG verzoekt Elia niettemin om bijlage 2G zo spoedig als mogelijk aan te passen zodat de bijlage in lijn gebracht wordt met artikel 182 van de SOGL. Deze vraag tot wijziging van de T&C BSP aFRR moet per voorstel door Elia bij de CREG worden ingediend voor goedkeuring tegen ten laatste 31 december 2026. 4.12. BIJLAGE 5: KWALITEIT VAN DE BASELINE 75. In bijlage 5.B wijzigt Elia de berekening van de kwaliteitsfactor van de baseline. Meer bepaald wijzigt Elia de normalisatie in de noemer van deze factor om te vermijden dat deze bij kleine absolute waarden tot een onterecht hoge kwaliteitsfactor leidt. De CREG heeft geen opmerkingen op deze wijzigingen en keurt bijgevolg de voorgestelde wijziging goed. Niet-vertrouwelijk 28/36 4.13. BIJLAGE 10: ACTIVERING 76. In bijlage 10.C stelt Elia voor om de communicatie van de geleverde FCR te verwijderen uit de lijst van de informatie die de BSP per markttijdseenheid moet communiceren. De CREG heeft geen opmerkingen op deze wijzigingen en keurt bijgevolg de voorgestelde wijziging goed. 4.14. BIJLAGE 13: ACTIVERINGSCONTROLE 77. In bijlage 13.C definieert Elia de correctie van de geleverde aFRR-balanceringsenergie met de geleverde FCR-balanceringsenergie door te verwijzen naar de relevante bijlage van de T&C BSP FCR contract, waar de berekening van de geleverde FCR-balanceringsenergie wordt beschreven. De CREG heeft geen opmerkingen op deze wijzigingen en keurt bijgevolg de voorgestelde wijziging goed. 4.15. BIJLAGE 16: IMPUTATIESTRUCTUUR 78. Elia wijzigt de imputatiestructuur om ze in lijn te brengen met de voorgestelde wijzigingen in artikel II.18 van de T&C BSP aFRR. De CREG heeft hierover geen opmerkingen. 4.16. BIJLAGE 17: CONTACTGEGEVENS 79. Elia stelt voor om de contactgegevens voor de BSP op te vragen per taak of verantwoordelijkheid die de BSP heeft in het kader van de aFRR-balanceringsdienstlevering. Elia stelt voor om alle wijzigingen te communiceren aan Elia via het klantenportaal. Om consistentie te verzekeren met artikel II.20, herziet de CREG de laatste paragraaf van Bijlage 17 als volgt: “De hierboven vermelde lijst met contactpersonen die vereist zijn gedurende de geldigheidsduur van het BSP-contract aFRR kan aan wijzigingen onderhevig zijn. Deze wijzigingen zullen, na bespreking in de Working Group Balancing Design & Solutions en na goedkeuring ervan door de CREG, worden meegedeeld aan de BSP via het digitale klantenportaal van ELIA.”. Met deze herziening brengt de CREG de T&C BSP aFRR in overeenstemming met de transparantiedoelstellingen van de EBGL. Niet-vertrouwelijk 29/36 5. AANVULLENDE OVERWEGINGEN 5.1. OPENSTAANDE OPMERKINGEN VAN DE CREG 80. De CREG herhaalt de aanpassingen zoals zij heeft gevraagd in haar beslissing (B)2366 van 24 maart 2022 en verwacht van Elia, gelet op haar antwoord gegeven op de opmerkingen van de marktspelers en de CREG, dat Elia tegen een eerstkomende wijziging van de T&Cs BSP aFRR :
- a)het gedrag van marktspelers bij de samenstelling van hun biedingen in de capaciteitsveilingen monitort en dit analyseert, om dan op basis van de resultaten te zien in welke mate een ongepast gedrag een herziening van het voorgestelde design zich opdringt;
- b)analyseert (
- i)de combineerbaarheid van Dpsu Leveringspunten met andere Leveringspunten voor de levering van de aFRR-dienst, en (
- ii)de combineerbaarheid van meerdere biedingen voor eenzelfde Leveringspunt. Met de conclusies van deze analyse zal rekening gehouden worden bij een eerst volgende wijziging van het design;
- c)een mogelijke re-design van het prikkelsysteem analyseert en dit voor alle balanceringsproducten (FCR, aFRR en mFRR). Hiervoor werd, via beslissing (B)658E/79 van 14 juli 2022, een discretionaire stimulans door de CREG aan Elia toegekend om dit uit te voeren in 2023. Op heden leidde de stimulans nog niet tot duidelijke conclusies. De CREG verwacht dat marktdeelnemers en Elia dit re-design verder uitwerken met als doel de prikkels te verlagen tot wat minimaal nodig is om gewenst gedrag te stimuleren. Verder heeft de CREG in haar beslissing (B)2366 van 24 maart 2022 aan Elia ook gevraagd om:
- d)het geheel van de bepalingen omtrent verbintenissenrechtelijke regels te herevalueren en dit in functie van de wijzigingen van het verbintenissenrecht;
- e)luidens paragraaf 38 een verwijdering van de opsplitsing tussen Dpsu- en DPpgleveringspunten in het kader van de voorwaarden in een eerstkomende wijziging van de T&C BSP aFRR op te nemen;
- f)luidens paragraaf 39 de submeteringvereisten te herevalueren met oog op het verwijderen en verlagen van ongeoorloofde belemmeringen voor nieuwe marktdeelnemers, en de resultaten van deze analyse op te nemen in een eerstkomende wijziging van de T&C BSP aFRR;
- g)Luidens de paragrafen 41 en 42 de vragen die de CREG heeft gesteld aan Elia, op basis van vertrouwelijke feedback ontvangen tijdens de openbare raadpleging, te beantwoorden;
- h)Luidens paragraaf 57 de definitie van “Indirecte Schade” bij de eerstvolgende gelegenheid aan te passen;
- i)luidens paragraaf 63 de clausules over aansprakelijkheid en voorziene vergoedingen redactioneel te verbeteren door de woorden “ook wat claims door derde partijen betreft” in de laatste zin van artikel I.6.2 volledig analoog te formuleren met de woorden “met inbegrip van de claims door derde partijen voor die Directe Schade” in de voorgaande zin;
- j)luidens paragraaf 77 de terminologie en definities zoveel mogelijk in lijn te brengen met het Europees regelgevend kader, in plaats van nationale terminologie en definities te verkiezen. Indien toch nationale terminologie gebruikt wordt, dient deze nationale term gedefinieerd te worden vertrekkend vanuit Europese terminologie; Niet-vertrouwelijk 30/36
- k)luidens paragraaf 79 te motiveren waarom reserveleverende eenheden of groepen opgenomen moeten worden in een strategie voor energiebeheer indien ze aFRRbalanceringsenergiebiedingen indienen die niet het gevolg zijn van een capaciteitscontract, of, in geval van onvoldoende motivering, de T&C BSP aFRR in deze zin aan te passen bij een eerstkomende versie van de T&C BSP aFRR.
- l)luidens paragraaf 88 een maandelijkse rapportering te voorzien met betrekking tot de aanpassingen van aFRR-balanceringsenergiebiedingen na de gate-sluitingstijd;
- m)luidens paragraaf 89 de aanpassing van de niet-gecontracteerde balanceringsenergiebiedvolumes, inclusief de voorwaarden, te herzien; aFRR-
- n)luidens paragraaf 91 toezicht te houden hoe de uit de markt onttrokken biedvolumes ten gevolge van self-balancing, of intraday transacties, werkelijk ingezet worden. Ook vroeg de CREG aan Elia om de BSP om een rechtvaardiging te verzoeken in geval de balanceringsmiddelen niet effectief ingezet werden;
- o)luidens paragraaf 100 de activering voor redispatch gelijkwaardig toe te passen op aFRRbalanceringsenergiebiedingen die gerelateerd zijn aan DPpg-leveringspunten, en de selectie voor activering van aFRR-balanceringsenergiebiedingen voor redispatchdoeleinden te verduidelijken, door deze op te nemen of ernaar te verwijzen;
- p)luidens paragraaf 101 minder dan volledige biedvolumes voor redispatchdoeleinden te activeren en om de aFRR-balanceringsenergiebiedingen die gedeeltelijk geactiveerd werden voor redispatchdoeleinden met dit geredispatchte volume aan te passen zodat enerzijds het overige biedvolume nog steeds beschikbaar is voor activering voor balanceringsdoeleinden, en anderzijds laagste kosten voor redispatch nagestreefd wordt;
- q)luidens paragraaf 102 de impact van de berekening van de vergoeding van activatie van aFRRbalanceringsenergiebiedingen voor andere doelen dan balancering op het biedgedrag van BSPs op te volgen en te analyseren, en om op basis hiervan te motiveren waarom de vergoeding niet gewijzigd zou moeten worden om ze gelijk te stellen aan de opportuniteitskost dat een BSP lijdt door geactiveerd te worden voor redispatchdoeleinden dan voor balanceringsdoeleinden;
- r)luidens de paragrafen 110 en 111 om de T&C BSP aFRR te laten evolueren zodat alle nietgecontracteerde positieve aFRR-balanceringsenergiebiedingen die gerelateerd zijn met een individueel leveringspunt of een groep van leveringspunten automatische gekoppeld kunnen worden met alle niet-gecontracteerde negatieve aFRR-balanceringsenergiebiedingen die geassocieerd zijn met hetzelfde leveringspunt of dezelfde groep van leveringspunten;
- s)luidens paragraaf 115 de prikkels voor activeringscontrole aan te passen, zodat de BSP geen prikkel krijgt om zijn biedgedrag te veranderen in functie van de evolutie van deze prikkel gedurende de maand. De CREG stelt vast dat de term vergoeding(M) bepaald wordt op basis van de ontvangen vergoedingen over hele maand waardoor het biedgedrag afhankelijk blijft van de te verwachten prikkel. Verder heeft de CREG in haar beslissing (B)2817 van 12 juli 2024 aan Elia ook gevraagd om:
- t)luidens paragraaf 28 de meetvereisten voor de aFRR-dienstlevering te verminderen;
- u)luidens paragraaf 29 een concreet uitvoeringsplan voor de herziening van de limiet te bespreken met de CREG en met marktdeelnemers; Niet-vertrouwelijk 31/36
- v)luidens paragraaf 31 het voorstel om de real-time monitoring te versoepelen door kwartierdata per leveringspunt aan te leveren, te analyseren en op basis hiervan de T&C BSP aFRR te wijzigen of te motiveren waarom geen versoepeling mogelijk is;
- w)luidens paragraaf 32 een oplossing voor te stellen voor het probleem dat een BSP niet vergoed wordt tijdens de desactivering van de aFRR-balanceringsenergiebieding conform de ingeboden desactiveringstijd;
- x)luidens paragraaf 33 de CREG op de hoogte te stellen van de uitkomst van de bilaterale gesprekken;
- y)luidens paragraaf 41 de combineerbaarheidsvoorwaarden met de mFRR-levering, zoals onderzocht in een stimulans die in 2022 uitgevoerd werd, te implementeren;
- z)luidens paragraaf 44 een methodologie te ontwikkelen die het geprekwalificeerde vermogen van een reserveleverende eenheid of groep dynamisch actualiseert op basis van resultaten van beschikbaarheidstesten en activatiecontroles. 5.2. UITVOERINGSPLAN VAN DE OPENSTAANDE OPMERKINGEN 81. De CREG stelt vast dat de lijst van openstaande opmerkingen waarvoor actie vereist is vanwege Elia, opmerkingen bevatten die al geruime tijd geleden door de CREG opgeworpen werden. De CREG acht het tijd voor Elia om tegemoet te komen aan de opmerkingen die opgenomen zijn in deze lijst. 82. Op basis van de motivering in paragrafen 279 tot en met 283 van beslissing (B)2899 van 10 april 2025, legt de CREG in paragraaf 286 van dezelfde beslissing (B)2899 van 10 april 2025 Elia op om de impact van een flexibele aansluiting op de BSP te beperken. Zo stelt de CREG dat wijzigingen aangebracht zouden moeten worden aan de T&C BSP aFRR om het prikkelmechanisme en de activatiecontrole niet van toepassing te laten zijn wanneer een flexibele aansluitovereenkomst geactiveerd wordt. Ook stelt de CREG dat wijzigingen aangebracht moeten worden aan de T&C BSP aFRR met als doel de vorming van de prijsvorming en de efficiëntie van balancering, bij een activatie van een flexibele aansluitovereenkomst, te verzekeren. 83. De CREG specifieert in paragraaf 286 van beslissing (B)2899 dat bovenstaande wijzigingen geïmplementeerd moeten zijn tegen eind 2026. Dit impliceert dat Elia in de loop van 2026 een wijzigingsverzoek van de T&C BSP aFRR moet indienen bij de CREG en dat de CREG voldoende tijd moet hebben om dit voorstel goed te keuren, en dit ook na een eventuele herziening indien dit nodig zou blijken. 84. Ook vraagt Febeg, in haar antwoord op de openbare raadpleging over het huidig voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR en uiteengezet in paragraaf 30 van deze beslissing, om de prikkels te hervormen zodat de deelname aan de aFRR-balanceringsenergiemarkt aantrekkelijk gemaakt wordt. 85. Gegeven het bovenstaande vraagt de CREG aan Elia om tegen 31 december 2025 een planning met de CREG af te spreken, na overleg met belanghebbenden, over de tijdige uitvoering van alle opmerkingen die de CREG in deze beslissing en in vorige beslissingen heeft geformuleerd, met een prioritisering van de opmerkingen in functie van hun positieve impact op de concurrentie, liquiditeit en werking van de balanceringsmarkten en in functie van hun positieve impact op efficiënte balancering. Rekening houdend met de bovengenoemde paragrafen van beslissing (B)2899 van 10 april 2025, acht de CREG het absoluut noodzakelijk dat in de loop van 2026 minstens tegemoet gekomen wordt aan de opmerkingen in paragrafen 80c), 80s), en 80w) van deze beslissing, met oog op een implementatie ervan tegen eind 2026. Niet-vertrouwelijk 32/36 6. BESLISSING Met toepassing van de artikelen 5.4 (
- c)en 6.3, van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering, keurt de CREG het voorstel van Elia Transmission Belgium NV tot wijziging van de voorwaarden en modaliteiten van de T&C BSP aFRR, ingediend op 17 juli 2025, goed, met uitzondering van: - Paragraaf 55: meer bepaald het volledige artikel II.3.2. Met toepassing van artikel 5.1 van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering, herziet, na overleg met Elia, de CREG volgende voorwaarden: - Paragraaf 32: meer bepaald de definitie ‘Pool’ en dit als volgt: “het geheel van Leveringspunten van een BSP, die voldoen aan de voorwaarden voor Leveringspunten zoals opgenomen in het BSP Contract aFRR". - Paragraaf 50: meer bepaald o de definitie “Power Park Module of “PPM” en dit als volgt: “Power Park Module”: Zoals gedefinieerd in artikel 2
(17)van Verordening 2016/631 van 14 april 2016 (de RfG Verordening).” o Een nieuwe definitie van “PPMp”, en dit als volgt : “PPMp” “een PPM beperkt tot één type primaire energiebron”. o het eerste opsommingsteken van artikel II.3.8 van de T&C BSP aFRR en dit als volgt : “elke sPGM of PPMp met een maximumcapaciteit van 25 MW of meer; en”. - Paragraaf 57: meer bepaald voetnoot 3 en dit als volgt: “Voor Technical facilities die op het Elia-net of op een CDS zijn aangesloten, is de gebruikte maximumcapaciteit in het Aansluitingscontract vermeld. Voor Technical Facilities aangesloten op een publiek distributienet, wordt de gebruikte maximumcapaciteit gecommuniceerd aan de transmissienetbeheerder Elia tijdens het aFRR-prekwalificatieproces krachtens artikel 159
(3)van de SOGL.”; - Paragraaf 79: meer bepaald de laatste paragraaf van Bijlage 17 en dit als volgt: “De hierboven vermelde lijst met contactpersonen die vereist zijn gedurende de geldigheidsduur van het BSP-contract aFRR kan aan wijzigingen onderhevig zijn. Deze wijzigingen zullen, na bespreking in de Working Group Balancing Design & Solutions en na goedkeuring ervan door de CREG, worden meegedeeld aan de BSP via het digitale klantenportaal van ELIA.”. Alvorens over te gaan tot publicatie van de goedgekeurde en herziene wijzigingen, wordt Elia gevraagd om gevolg te geven aan de opmerkingen vastgesteld in: - Paragraaf 36 meer bepaald de aan raadpleging voorgelegde tekst terug op te nemen, in het bijzonder het tweede opsommingsteken van artikel II.18.6 luidend als volgt: “Elia brengt de CREG op de hoogte van de situatie, met inbegrip van de contactgegevens van de BSP, een samenvatting van de context (met inbegrip van de vorige stappen en tijdstippen) en het betwiste bedrag, en een samenvatting van de reden waarom er na deze termijn geen akkoord kon worden bereikt; en”; Niet-vertrouwelijk 33/36 - Paragraaf 48: meer bepaald in de Franstalige versie van de T&C BSP aFRR de termen “BSPfacture”, “Elia-facture”, en “BSP-note de crédit” te verbeteren en aan te passen naar “Facture BSP”, “Facture Elia” en “Note de crédit BSP”; - Paragraaf 67 stap 1 meer bepaald de laatste zin van artikel II.18.3 van de T&C BSP aFRR als volgt te verduidelijken: “Telkens wanneer een verslag door Elia wordt ingediend op het gezamenlijk validatieplatform, ontvangt de BSP gelijktijdig hiermee een melding hiervan”. - Paragraaf 68: meer bepaald de voetnoten 16 en 17 van de Franse tekst T&C BSP aFRR ook op te nemen in de Nederlandse tekst T&C BSP aFRR - Paragraaf 70: meer bepaald in artikel II.20 de verwijzing naar het BSP Contract FCR te vervangen in een verwijzing naar het BSP Contract aFRR - Paragraaf 71: meer bepaald in artikel II.20 te verduidelijken dat de contactgegevens horende bij de rollen zoals opgenomen in Bijlage 17 actueel gehouden zullen worden, ofwel via het digitaal klantenplatform of door het ingevulde model in Bijlage
- De CREG vraagt aan Elia alvorens de goedgekeurde en gepubliceerde wijzigingen van de T&C BSP aFRR in werking kunnen treden het implementatieplan bedoeld in paragraaf 29 en 46 van deze beslissing, na mededeling ervan in de Working Group Balancing Design & Solutions, aan de CREG mede te delen opdat de CREG met toepassing van artikel 5.5 van de uitvoeringstermijn dat niet langer mag zijn dan twaalf maanden na de goedkeuring te verifiëren. Tot slot, vraagt de CREG aan Elia om in het eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR rekening te houden met de opmerkingen geformuleerd in de paragrafen 30, 33, 34, 41, 47, 59, 61, 63, 65, 66, en 67, meer specifiek zie hiervoor stap 3, stap 3a en stap 4 en 85 van huidige beslissing. Betreffende de gevraagde wijzigingen bedoeld in paragraaf 74 van huidige beslissing dient het voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR ten laatste bij de CREG te worden ingediend op 31 december
- Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijk i.o. Ilse TANT Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 34/36 BIJLAGE 1 1.a Voorstel tot wijziging van T&C BSP aFRR in het Frans, Nederlands en Engels – versies van 17 juli 2025 1.b Voorstel tot wijziging van T&C BSP aFRR in het Frans, Nederlands en Engels, in track changes – versies van 17 juli 2025 BIJLAGE 2 Consultatieverslag, niet-vertrouwelijke versie, in het Engels – versie van 17 juli 2025 BIJLAGE 3 Verklarende nota – versie 17 juli 2025 BIJLAGE 4 Beschrijving van de impact van de voorgestelde wijzigingen op de doelstellingen van de EBGL in het Nederlands, Frans en het Engels – versie van 25 september 2025 BIJLAGE 5 Bijlage betreffende de imputatiestructuur in het Engels – versie van 29 september 2025 Niet-vertrouwelijk 35/36 BIJLAGE 6 Slide 14 van de presentatie van Elia tijdens de WG Energy Solutions van 2 oktober 2025 Niet-vertrouwelijk 36/36