← België

Beslissing over de bepaling van het saldo van de kost van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroom

(B)3109 6 november 2025 Beslissing over de bepaling van het saldo van de kost van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten voor het eerste semester van 2025 Artikel 7, §§ 1 en 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3

  1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 3
  2. ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 6 2.
  3. ALGEMEEN ............................................................................................................................. 6 2.
  4. RAADPLEGING ........................................................................................................................ 6
  5. VASTSTELLING VAN HET SALDO ...................................................................................................... 7
  6. BESLUIT ............................................................................................................................................ 8 Niet-vertrouwelijke versie 2/8 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) bepaalt hierna het saldo van de kost van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten voor het eerste semester van het jaar 2025 op basis van artikel 7, §§ 1 en 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. Onderhavige beslissing werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 6 november
  7. WETTELIJK KADER
  8. Artikel 7, § 1 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna : de “elektriciteitswet”), zoals gewijzigd door artikel 80 van de programmawet van 27 december 2021 bepaalt het volgende : « §
  9. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, kan de Koning maatregelen van marktorganisatie vaststellen, waaronder de instelling van een door de commissie beheerd systeem voor de toekenning van garanties van oorsprong en van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd overeenkomstig artikel 6, evenals het opleggen van een verplichting aan de netbeheerder om groenestroomcertificaten afgeleverd door de commissie en de gewestelijke overheden en regulatoren aan te kopen tegen een minimumprijs en te verkopen, teneinde de afzet op de markt te verzekeren, tegen een minimumprijs, van elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen. De opdracht waarmee de netbeheerder krachtens het eerste lid belast wordt, maakt een openbare dienstverplichting uit waarvan de nettolasten gefinancierd worden overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 21quinquies. De Koning kan bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, bekrachtigd bij artikel 427 van de programmawet(I) van 24 december 2002 en door artikel 28 van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake energie, en door artikel 2 van de wet van 12 juni 2015 tot bekrachtiging van bepaalde artikelen van het koninklijk besluit van 4 april 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en door artikel 11 van de wet van 12 mei 2019 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt met het oog op het invoeren van een concurrerende inschrijvingsprocedure voor de bouw en exploitatie van productie-installaties in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België en tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 11 februari 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, wijzigen, vervangen en opheffen zonder daarbij een nieuwe toeslag of heffing in te voeren bestemd om de maatregelen, bedoeld in het eerste lid te financieren. Niet-vertrouwelijke versie 3/8 Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, bepaalt de Koning de berekeningsmethode van de kost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, voor ieder exploitatiejaar. Voornoemde kost wordt vastgesteld overeenkomstig de volgende procedure: 1° uiterlijk op 1 november van ieder jaar verricht de commissie een raming van de kost per maand van de maatregelen bedoeld in het eerste lid met betrekking tot het volgende exploitatiejaar. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 31 augustus; 2° uiterlijk op 15 april van ieder jaar stelt de commissie een bedrag van regularisatie met betrekking tot het voorgaande exploitatiejaar op grond van de werkelijke kost die tijdens dat voorgaande exploitatiejaar is voortgevloeid uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid vast. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 15 februari. Indien er een saldo wordt vastgesteld, dan wordt de regularisatie met de Federale Staat uitgevoerd uiterlijk op 1 juli van het jaar waarin de regularisatie werd bepaald; 3° de commissie houdt een inventaris bij met een overzicht per jaar van de geraamde en de werkelijke kost van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid. De Federale Staat, de netbeheerder en de commissie sluiten een protocol teneinde de nadere regels vast te leggen van de maandelijkse ter beschikkingstelling van de middelen, bedoeld in het tweede lid, met het oog op de voldoening van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, alsook teneinde alle gerelateerde en overige rechten en verplichtingen van de contractpartijen nader te bepalen. De financieringsregels beschreven in voornoemde protocol stellen de netbeheerder in staat om tijdig over de bij deze wet bepaalde noodzakelijke middelen te beschikken, met als doel de nettokost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, tijdig te betalen en voorfinanciering van deze nettokost in hoofde van de netbeheerder te vermijden.”
  10. Daarnaast bevat artikel 7, § 2 van de elektriciteitswet, zoals eveneens gewijzigd door de programmawet van 27 december 2021, met name de volgende bepalingen : “Installaties, voor de productie van elektriciteit uit wind in de zeegebieden waarin België zijn rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 bedoelde domeinconcessie, verleend na 1 juli 2007 en waarvan de financial close heeft plaatsgegrepen tussen 2 mei 2014 tot en met 31 december 2016, kunnen de minister verzoeken om niet aan te sluiten op een installatie noodzakelijk voor de transmissie van elektriciteit in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, bedoeld in artikel 13/
  11. Indien de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, toestemming verleent om niet aan te sluiten, staat de netbeheerder in voor één derde van de kostprijs van de onderzeese kabel met een maximumbedrag van 25 miljoen euro volgens de modaliteiten bepaald in deze paragraaf en wordt de minimumprijs voor de geproduceerde windenergie, zoals vastgelegd voor installaties waarvan de financial close plaatsvindt na 1 mei 2014 overeenkomstig het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, verhoogd met 12 euro/MWh. Wanneer het installaties betreft waarvan de financial close plaatsgrijpt na 1 mei 2016, dan wordt de minimumprijs zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen verhoogd met een bedrag ter dekking van en dat bijgevolg overeenstemt met de totale kosten van de financiering van de onderzeese kabel die resulteren uit de offerte of offertes die de titularis van de domeinconcessie, bedoeld in artikel 6, § 1, in aanmerking neemt in toepassing van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. Dit bedrag wordt bepaald door de commissie na verificatie van de in aanmerking genomen offerte of offertes. Installaties, voor de productie van elektriciteit uit wind in de zeegebieden waarin België zijn rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 bedoelde domeinconcessie, verleend na 1 juli 2007, en waarvan de Niet-vertrouwelijke versie 4/8 financial close heeft plaatsgegrepen na 31 december 2016, worden aangesloten op het Modular Offshore Grid. Voor de installaties voor de productie van elektriciteit bedoeld in het derde lid, wordt de minimumprijs voor de geproduceerde windenergie zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen verhoogd met een bedrag ter dekking van en dat bijgevolg overeenstemt met de totale kosten van de financiering van de onderzeese kabel die resulteren uit de offerte of offertes die de titularis van de domeinconcessie, bedoeld in artikel 6, § 1, in aanmerking neemt in toepassing van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. Dit bedrag wordt bepaald door de commissie na verificatie van de in aanmerking genomen offerte of offertes. In geval van absolute en aangetoonde onmogelijkheid om de bouw van het Modular Offshore Grid aan te vatten of te beëindigen, vastgesteld door de minister, kunnen de voormelde installaties voor de productie van elektriciteit rechtstreeks aangesloten worden op de bestaande installaties voor het transport van elektriciteit. De netbeheerder financiert voor één derde de kost van de onderzeese kabel, en dit voor een maximum bedrag van 25 miljoen euro volgens de modaliteiten gedefinieerd in het eerste lid en de minimumprijs voor geproduceerde windenergie zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, wordt verhoogd met een bedrag dat de totale kosten dekt die in aanmerking komen voor de financiering van de kost van de onderzeese kabel zoals ze voortvloeien uit de offerte of de offertes die de titularis van de domeinconcessie, bedoeld in artikel 6, § 1, in aanmerking neemt in toepassing van de geldende wetgeving inzake overheidsopdrachten. Dit bedrag wordt bepaald door de commissie na verificatie van de offerte of de offertes die in aanmerking genomen werden. […] De verhoging van de minimumprijs bedoeld in het tweede, het vierde en het vijfde lid, wordt gefinancierd overeenkomstig de modaliteiten bepaald in artikel 21quinquies. De vaststelling voor ieder exploitatiejaar van de kost voortvloeiend uit de maatregelen bedoeld in het tweede, vierde en vijfde lid, gebeurt overeenkomstig de berekeningsmethode en de procedure bedoeld in paragraaf 1, vierde lid. De Federale Staat, de netbeheerder en de commissie sluiten een protocol teneinde de modaliteiten vast te leggen van de maandelijkse ter beschikkingstelling van de middelen, bedoeld in het elfde lid, met het oog op de voldoening van de verplichting bedoeld in het tweede, vierde en vijfde lid, alsook teneinde alle gerelateerde en overige rechten en verplichtingen van de contractpartijen nader te bepalen. De financieringsregels beschreven in het voornoemde protocol stellen de netbeheerder in staat om tijdig over de bij deze wet bepaalde noodzakelijke middelen te beschikken, met als doel de nettokost, voortvloeiend uit de maatregelen bedoeld, in het eerste lid, tijdig te betalen en voorfinanciering van deze nettokost in hoofde van de netbeheerder te vermijden.”
  12. Het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid (hierna: het koninklijk besluit van 2002) heeft een reeks maatregelen ingevoerd met toepassing van voormeld artikel 7, §§ 1er en 2 van de elektriciteitswet. Ten gevolge van de hervorming van het financieringsmechanisme van de openbare dienstverplichtingen ten laste van de netbeheerder werd het koninklijk besluit van 16 juli 2002 gewijzigd door een koninklijk besluit van 20 juli 2022, om enerzijds de berekeningsmodaliteiten van de kost van de openbare dienstverplichting in te voeren en anderzijds de procedure-elementen bijkomend aan de elementen voorzien in artikel 7, § 1 van de elektriciteitswet. Niet-vertrouwelijke versie 5/8 Ten gevolge van de invoering van het 2-zijdige Contract-for-Difference werd het koninklijk besluit van 16 juli 2002 gewijzigd, door het koninklijk besluit van 26 mei 2023, voor het systeem van bijkomende voorschotten en de invoering van de betalingsverplichting.
  13. ANTECEDENTEN 2.
  14. ALGEMEEN
  15. Op 31 december 2021 werd de programmawet van 27 december 2021 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
  16. Met toepassing van deze programmawet hebben de Belgische Staat, Elia en de CREG een protocolakkoord afgesloten met het oog op de bepaling van de modaliteiten voor het maandelijks ter beschikking stellen van de middelen die het voor Elia mogelijk maken om te voldoen aan de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 7, §§ 1 en 2, 2de, 4de, 5de lid, artikel 7octies, 1ste lid en artikel 7undecies, § 14, 1ste lid van de elektriciteitswet (hierna: het Protocol ODV).
  17. Het Protocol ODV werd aangepast op 27 oktober 2023 teneinde de betalingsverplichting, die ingevoerd werd door artikel 6 van het koninklijk besluit van 26 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid, op te nemen. Conform artikel 5, § 1 van het Protocol ODV stelt de CREG uiterlijk op 1 december van het jaar t de afrekening van het eerste semester van het jaar t op en bezorgt zij deze aan Elia en aan de FOD Financiën. Hiervoor dient de netbeheerder uiterlijk op 30 september van het jaar t de ex-post rapportering van het eerste semester op.
  18. Op 11 september 2025 heeft de CREG van Elia haar ex post rapport voor de eerste semester van 2025 ontvangen.
  19. De ontwerpbeslissing over de bepaling van het saldo van de kost van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten voor het eerste semester van 2025 werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens zijn vergadering van 2 oktober
  20. 2.
  21. RAADPLEGING
  22. Artikel 14quater van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 bepaalt dat de CREG de ontwerpbeslissing voorlegt aan de netbeheerder, die beschikt over veertien werkdagen om haar opmerkingen over te maken. Daarentegen is de CREG van mening dat ter zake geen publieke raadpleging moet worden georganiseerd. Dat stemt bovendien overeen met de praktijk die werd gevolgd – en in het huishoudelijk reglement van de CREG1 werd vastgelegd wanneer de kost van de openbare dienstverplichting ten laste van Elia via de tarieven werd doorgerekend. 1 Cfr. art. 40, 1ste lid, 3°. Niet-vertrouwelijke versie 6/8
  23. De CREG heeft geen opmerkingen ontvangen van Elia over de ontwerpbeslissing. VASTSTELLING VAN HET SALDO
  24. Op 30 juni 2025 is de balanspositie voor de openbare dienstverplichting in de boekhouding van de netbeheerder een schuld (overschot) van € 112.318.
  25. Deze balanspositie bevat een raming van de kosten voor de maand juni
  26. Op 11 september 2025 heeft de netbeheerder de positie per 30 juni 2025 herbekeken op basis van de werkelijk ontvangen facturen. De tabel hierna geeft de evolutie weer van de balanspositie per 1 januari 2025 en 30 juni 2025 na correctie met de definitieve bedragen. Tabel 1: evolutie van de balanspositie2 ODV aankoop federale groenestroomcertificaten bij de netbeheerder balans op 01/01/2025 balans op 30/06/2025 op 30/06/2025 inclusief bewegingen in bewegingen in S2 2025 S2 2025 voor kosten van S1 2025 voor kosten van S1 2025 3 186 505 500 2 921 492 505 2 923 400 347 1 907 841 128 040 650 146 356 739 146 356 739 0 -3 247 904 295 -3 180 568 103 -3 180 568 103 0 toeslag offshore -1 571 081 156 -1 178 934 759 -1 178 934 759 0 verkoop regionale GSC 0 22 200 22 200 0 recuperatie degressiviteit -213 289 631 -160 051 923 -160 051 923 0 betaling FOD FIN -1 296 584 080 -1 674 654 194 -1 674 654 194 0 Betalingsverplichting LCOE parken (negatieve minimumprijs) -166 949 427 -166 949 427 -166 949 427 0 Administratieve kosten te recupereren 800 005 400 000 400 000 0 Financiële kosten te recupereren 296 0 0 0 Balanspositie van de ODV aankoop GSC (EUR) 67 442 157 -112 318 858 -110 411 017 1 907 841 Balans ODV aankoop federale GSC Aankoop GSC Bijkomende voorschotten offshore parken Ontvangsten gelieerd aan de ODV Op 30 juni 2025 (op basis van de werkelijke gegevens) is er een overschot van € 110,411 miljoen. De CREG heeft de bedragen voor de aankoop van groenestroomcertificaten en de bijkomende voorschotten gecontroleerd. De tabel hierna geeft de aansluiting weer tussen de gegevens van de CREG (geregistreerd in CertiCreg) en de balanspositie ODV aankoop federale groenestroomcertificaten. Tabel 2: aansluiting tussen de gegevens van de CREG en de balanspositie ODV aankoop federale groenestroomcertificaten 2025 GSC C-Power @ 90 GSC C-Power @ 107 GSC Belwind @ 107 GSC Northwind @ 107 GSC Nobelwind @ 90 GSC Nobelwind @ 107 GSC Rentel GSC Norther Voorschotten Northwester 2 Voorschotten Mermaid Voorschotten Seastar Bijkomend voorschot 2021 Northwester 2 Bijkomend voorschot 2021 Mermaid Bijkomend voorschot 2021 Seastar CV Wallon Administratieve kosten Financiële lasten Totaal EUR Saldo (vordering van de netbeheerder op de Belgische Staat) EUR Balanspositie 30/06/2025 (inclusief bewegingen in semester 2 voor kosten van semester 1) Raming (B)2868 Werkelijkheid [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 339 342 910 228 931 891 -110 411 019 -110 411 017 2 Negatieve bedragen duiden op een krediet- of schuldpositie van de netbeheerder ten opzichte van de Belgische staat. Positieve bedragen duiden op een debet- of vorderingspositie van de netbeheerder ten opzichte van de Belgische staat. Niet-vertrouwelijke versie 7/8 Het saldo voor de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten bedraagt € 110.411.019 ten gunste van de Belgische Staat. De werkelijke kosten voor de eerste semester van 2025 waren lager dan het budget opgesteld in beslissing (B)
  27. Dit is te verklaren door het feit dat de werkelijke referentieprijs voor elektriciteit veel hoger bleek dan de prijs geraamd in voormelde beslissing. Het budget 2025 werd opgesteld op basis van een gemiddelde prijs van € 58,02/MWh, terwijl de maandprijs in werkelijkheid veel hoger was. Er is bijgevolg een groot verschil tussen het budget en de werkelijkheid voor de parken die genieten van een variabele steun (Rentel/Norther/NW2/Seastar/Mermaid). Maand jan/25 feb/25 mrt/25 apr/25 mei/25 jun/25
  28. EUR/MWh 112.00 128.75 91.21 73.39 61.07 65.33 BESLUIT Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, in het bijzonder artikel 7, §§ 1 en 2; Gelet op de artikelen 14bis en 14quater van het koninklijk besluit van 16 juli 2002; Gelet op het Protocol ODV ; Bepaalt de CREG het saldo van de kost van de openbare dienstverplichtingen voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten, voor het eerste semester van 2025, als een schuld van € 110.411.019 van de netbeheerder aan de Belgische Staat.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Sigrid JOURDAIN Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 3 Beslissing (B)2868 met betrekking tot de beoordeling van de kost van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten voor het jaar 2025 Niet-vertrouwelijke versie 8/8

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.