← België

Beslissing tot vaststelling van de sociaaltariefpremies voor elektriciteit, aardgas en warmte voor het 3de trimester van 2025

(B)3116 9 oktober 2025 Beslissing tot vaststelling van de sociaaltariefpremies voor elektriciteit, aardgas en warmte voor het 3de trimester van 2025 Artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 tot vaststelling van de berekeningswijzen, de regels en de modaliteiten inzake de aanvraag en toekenning van de sociaaltariefpremies Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. BEREKENING VAN DE BEDRAGEN VAN DE SOCIAALTARIEFPREMIES .............................................. 4 1.1. Sociaaltariefpremie elektriciteit............................................................................................. 5 1.1.1. Berekeningsmethode .................................................................................................... 5 1.1.2. Energiecomponent ........................................................................................................ 6 1.1.3. Netwerkcomponent ...................................................................................................... 7 1.1.4. Federale belastingcomponent .................................................................................... 10 1.1.5. Totaalbedrag van de sociaaltariefpremie elektriciteit ................................................ 11 1.2. Sociaaltariefpremie aardgas ................................................................................................ 11 1.2.1. Berekeningsmethode .................................................................................................. 11 1.2.2. Energiecomponent ...................................................................................................... 12 1.2.3. Netwerkcomponent .................................................................................................... 14 1.2.4. Federale belastingcomponent .................................................................................... 15 1.2.5. Totaalbedrag van de sociaaltariefpremie aardgas ...................................................... 16 1.3. Sociaaltariefpremie warmte ................................................................................................ 16 2. VASTLEGGING VAN DE MAXIMUMBEDRAGEN VOOR DE SOCIAALTARIEFPREMIES ..................... 17 3. REACTIE OP DE ADVIEZEN VAN DE RAAD VAN STATE ................................................................... 18 3.1. Advies 77.157/16 van 31 oktober 2024 van de Raad van State .......................................... 18 3.2. Reactie van de CREG op advies 77.157/16 van de Raad van State ...................................... 18 3.3. Advies 78.119/1 van 23 september 2025 van de Raad van State ....................................... 19 3.4. Reactie van de CREG op advies 78.119 ................................................................................ 19 3.5. Noodzaak tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 ..................................... 19 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 21 BIJLAGE II ............................................................................................................................................... 22 Niet-vertrouwelijk 2/22 INLEIDING De sociaaltariefpremies werden ingevoerd door de wet van 15 mei 2024 tot invoering van een sociaaltariefpremie (hierna: de wet van 15 mei 2024)1. Het doel is om een forfaitaire trimestriële premie te verlenen aan beschermde klanten die omwille van technische redenen geen aanspraak kunnen maken op het sociaal tarief in c€/kWh op hun energiefactuur. Het gaat dan bijvoorbeeld om beschermde klanten die wonen in een privégebouw met een collectieve installatie, zoals een collectieve aardgasketel, een collectief verwarmingssysteem of een collectieve warmtepomp. In eerste instantie berekent de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) het bedrag van de sociaaltariefpremies elektriciteit, aardgas en warmte overeenkomstig de methode die is vastgelegd in het koninklijk besluit van 11 juli 2024 tot vaststelling van de berekeningswijzen, de regels en de modaliteiten inzake de aanvraag en toekenning van de sociaaltariefpremies (hierna: het koninklijk besluit van 11 juli 2024)2. Vervolgens kunnen de bedragen van de sociaaltariefpremies worden geplafonneerd door de minister van Energie, die de maximumbedragen voor de sociaaltariefpremies moet vastleggen op basis van de bedragen die de CREG heeft berekend, het aantal premie-aanvragen en de door de staatsbegroting ter beschikking gestelde middelen. Deze beslissing heeft betrekking op de bedragen van de sociaaltariefpremies (hierna 'STP') voor het 3de trimester van 2025 die de CREG heeft berekend overeenkomstig het koninklijk besluit van 11 juli 2024. Om zo transparant mogelijk te zijn, publiceert de CREG deze beslissing die de STP vastlegt voor het 3de trimester van 2025 met een gedetailleerde weergave van de gebruikte berekeningen. De CREG herhaalt bovendien de aanbeveling die ze formuleerde in haar jaarlijks monitoringverslag (RA)2987 van 27 februari 2025 met betrekking tot de sociaaltariefpremie elektriciteit, aardgas en warmte, volgens dewelke de methode voor de berekening van de sociaaltariefpremies zou moeten worden aangepast om te vermijden dat het bedrag van de netwerkcomponent negatief zou zijn3. Zolang de huidige methode voor de berekening van de STP ongewijzigd blijft, kan het bedrag van de STP immers negatief zijn. Sinds het 1ste trimester van 2025 is dit trouwens het geval voor de STP “warmte” omwille van de negatieve netwerkcomponent. In het 2de trimester van 2025 waren de STP aardgas en warmte negatief, niet alleen omwille van de netwerkcomponent, maar ook omwille van de energiecomponent. In het 3de trimester van 2025 zijn de STP elektriciteit negatief. In dit verband heeft de Raad van State in zijn advies 78.119/1 betreffende de bedragen van de STP voor het eerste trimester van 20254 overigens geoordeeld dat de STP “in geen geval negatief kan zijn, omdat anders de begunstigden van die premie nog slechter af zouden zijn dan andere afnemers op de markt” (zie punt 3.2), en beveelt aan “in het koninklijk besluit van 11 juli 2024 een expliciete regeling op te nemen over de manier waarop moeten worden omgegaan met negatieve termen bij de berekening van de sociaaltariefpremie, en a fortiori wat dient te gebeuren bij een negatief eindresultaat van die berekening” (zie punt 3.4, 2de alinea). Op basis hiervan beveelt de CREG opnieuw aan om het ontwerp van koninklijk besluit, waarop haar advies (A)2917 van 21 november 2024 betrekking had, zo snel mogelijk aan te passen om te voorkomen dat er een situatie ontstaat die in strijd is met de beoogde doelstelling van de STP door 1 Wet van 15 mei 2024 tot invoering van een sociaaltariefpremie Koninklijk besluit van 11 juli 2024 tot vaststelling van de berekeningswijzen, de regels en de modaliteiten inzake de aanvraag en toekenning van de sociaaltariefpremies 3 Zie jaarlijks monitoringverslag (RA)2987 met betrekking tot de sociaaltariefpremie elektriciteit, aardgas en warmte van 27 februari 2025. 4 Zie https://www.raadvst-consetat.be/dbx/avis/78119.pdf#search=78.119%2F1 2 Niet-vertrouwelijk 3/22 bepalingen te voorzien die het mogelijk maken om de bedragen van de componenten van de premie naar nul te herleiden wanneer deze negatief zijn. De STP heeft immers als doel een financiële compensatie toe te kennen voor een niet-ontvangen voordeel en moet bijgevolg een positief bedrag zijn, in euro, dat aan de begunstigden wordt betaald. Een negatief totaalbedrag zou in strijd zijn met het doel van deze premie. Deze beslissing is genomen op basis van artikel 2, § 1 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024. Het directiecomité van de CREG heeft onderhavige beslissing goedgekeurd tijdens zijn vergadering van 9 oktober 2025. 1. 1. BEREKENING VAN DE SOCIAALTARIEFPREMIES BEDRAGEN VAN DE Het koninklijk besluit van 11 juli 2024 bepaalt het volgende in artikel 2, § 1: "De sociaaltariefpremies worden telkens binnen de vijftien dagen na afloop van elk trimester vastgesteld door de commissie. Deze trimesters beginnen op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober”. De CREG moet dus voor 15 oktober 2025 de bedragen van de sociaaltariefpremies voor het 3de trimester van 2025 vastleggen. 2. Het koninklijk besluit van 11 juli 2024 bepaalt het volgende in artikel 2, § 2: "De minister bevoegd voor Energie moet maximumbedragen vastleggen voor de sociaaltariefpremies, uiterlijk twintig dagen na afloop van een betreffend trimester, in functie van de door de staatsbegroting ter beschikking gestelde middelen. De minister houdt hierbij rekening met volgende criteria.: 1° het overeenkomstig de algemene uitgavenbegroting ter beschikking gestelde budget; 2° de hoogte van de sociaaltariefpremies overeenkomstig de berekeningsmethode voorzien in de artikelen 3 tot en met 5; 3° het aantal aanvragen voor de sociaaltariefpremies; 4° de door de CREG uitgevoerde permanente monitoring bedoeld in artikel 12 van de wet sociaaltariefpremie; Wanneer deze maximumbedragen, vastgesteld overeenkomstig het derde lid, lager zijn dan de sociaaltariefpremies, bekomen overeenkomstig de respectieve berekeningsmethodes bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5, gelden deze maximumbedragen als de sociaaltariefpremies voor het desbetreffende trimester." De bedragen van de sociaaltariefpremies die de Commissie overeenkomstig artikel 2, § 1 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 vastlegt, kunnen dus worden geplafonneerd door de maximumbedragen die de minister van Energie op basis van een ministerieel besluit oplegt. Niet-vertrouwelijk 4/22 1.1. SOCIAALTARIEFPREMIE ELEKTRICITEIT 1.1.1. Berekeningsmethode 3. De berekeningsmethode voor de sociaaltariefpremie elektriciteit is vastgelegd in artikel 4 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 (onderlijning van de CREG): "Art. 4. De sociaaltariefpremie elektriciteit voor een bepaald trimester is gelijk aan het bedrag in euro bekomen door de som van de als volgt berekende componenten: 1° De energiecomponent, variabele term: het bedrag berekend door toepassing van de formule (CEReQ-TSeQ)*3,4*FTrim, waarbij:

  1. a)CEReQ gelijk is aan het gemiddelde van de referentie-energiecomponenten elektriciteit van elke maand van het betreffende trimester, berekend in overeenstemming met artikel 3, § 1, tweede lid, 1°, b), van het koninklijk besluit van 29 maart 2012 tot vaststelling van de regels voor het bepalen van de kosten van de toepassing van de sociale tarieven door de elektriciteitsbedrijven en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan;
  2. b)TSeQ gelijk is aan de energiecomponent van het sociaal tarief elektriciteit (enkelvoudig tarief) dat van toepassing is tijdens het betreffende trimester, berekend in overeenstemming met artikel 7, § 1, van het ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan beschermde residentiële afnemers;
  3. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2e trimester, 5,24% in het 3e trimester en 36,41% in het 4e trimester; 2° De energiecomponent, vaste term: het bedrag berekend door het gemiddelde te nemen van het vastrecht per jaar voor het meest verkochte product "elektriciteit" voor kleine professionele afnemers (B2B) van elk van de twee belangrijkste elektriciteitsleveranciers en vervolgens gedeeld door vier, waarbij:
  4. a)de twee belangrijkste elektriciteitsleveranciers de twee leveranciers zijn met het grootste marktaandeel op basis van het aantal standaardcontracten dat zij met kleine en middelgrote ondernemingen hebben afgesloten; en
  5. b)de grootte van het marktaandeel ieder jaar bepaald wordt op het einde van de maand maart en op het einde van de maand september. 3° De netwerkcomponent: berekend door de formule (RDe1-RDe2)*Ftrim toe te passen, waarbij:
  6. a)RDe1 het mediane bedrag is van de distributienetkosten van toepassing in de distributiezones waar minstens 1% van de Belgische bevolking woont, voor een residentiële woning met een verbruik van 23.800 kWh/jaar, vervolgens gedeeld door zeven;
  7. b)RDe2 het laagste bedrag is aan distributienetkosten voor elektriciteit van toepassing in de distributiezones waar minstens 1% van de Belgische bevolking woont voor een verbruik van 3.400 kWh/jaar;
  8. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2e trimester, 5,24% in het 3e trimester en 36,41% in het 4e trimester; 4° De federale belastingcomponent: berekend door de formule (TFe1- TFe2)*Ftrim toe te passen, waarbij: Niet-vertrouwelijk 5/22
  9. a)TFe1 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, k), 2., b., van de Programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 3.400 kWh/jaar;
  10. b)TFe2 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, k), 2., a., van de Programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 3.400 kWh/jaar;
  11. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2e trimester, 5,24% in het 3e trimester en 36,41% in het 4e trimester." 1.1.2. Energiecomponent 4. Op basis van het voorgaande heeft de CREG de energiecomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 3de trimester van 2025 als volgt berekend. - Variabele term: (CEReQ-TSeQ)*3,4*FTrim5 Tabel 1: berekening van de variabele term van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 3de trimester van 2025 Voor het 3de trimester van 2025 is de variabele term negatief want het sociaal tarief elektriciteit werd bepaald in verhouding tot het commerciële aanbod van juni 2025 gebaseerd op de spot noteringen voor elektriciteit van mei 2025 en verhoogd omwille van de toepassing van carry forward. Het niveau van het sociaal tarief van het 3de trimester van 2025 lag hierdoor hoger dan de spot noteringen voor elektriciteit van juli, augustus en september 2025 die aan de basis liggen van de referentieenergiecomponenten. - Vaste term: het gemiddelde van de vaste vergoeding voor het meest verkochte elektriciteitsproduct van elk van de twee belangrijkste leveranciers voor kleine professionele afnemers, gedeeld door vier. 5. Volgens de gegevens die de CREG bij de energieleveranciers heeft verzameld, zijn de twee weerhouden producten – i.e. het product “elektriciteit” voor kleine professionele afnemers (B2B) dat het meest wordt verkocht - voor het 3de trimester van 2025 Easy Pro Variabel van Engie Electrabel en Comfy Pro Vast van Luminus. In een gebouw met 7 wooneenheden factureert de leverancier de jaarlijkse vaste vergoeding aan de beheerder van het collectief aansluitingspunt, die ze vervolgens over 5 De bedragen van de sociale tarieven en de referentie-energiecomponenten (REC) voor elektriciteit die zijn gebruikt in deze berekening zijn beschikbaar op de website van de CREG. Niet-vertrouwelijk 6/22 de wooneenheden verdeelt. Elke wooneenheid is dus 1/7 van het bedrag van die vergoeding verschuldigd6. Daaruit volgt de volgende berekening. Tabel 2: berekening van de vaste term van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 3de trimester van 2025 Kwartaal van toepassing Engie Easy Pro variabel - €/jaar excl. btw Luminus Comfy Pro vast - €/jaar excl. btw Gemiddelde (appartementsgebouw met 7 eenheden) Bedrag (€/jaar) per eenheid Vaste term - €/kwartaal excl. btw Vaste term - €/kwartaal incl. btw (6%) Q3 2025 62,00 65,00 63,50 9,07 2,27 2,41 6. De energiecomponent van de STP elektriciteit voor het 3de trimester van 2025 komt overeen met de som van de hierboven berekende variabele en vaste term. Dat betekent dus het volgende. Tabel 3: berekening van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 3de trimester van 2025 1.1.3. Netwerkcomponent 7. De CREG heeft de netwerkcomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit als volgt berekend: (RDe1-RDe2)*Ftrim, waarbij: - RDe1 het mediane bedrag is van de distributiekosten voor elektriciteit van toepassing in de distributiezones waar minstens 1 % van de Belgische bevolking woont, voor een gebouw met residentiële woningen met een verbruik van 23.800 kWh/jaar, vervolgens gedeeld door zeven. Dat wordt als volgt berekend. 6 Dit principe wordt uitgelegd in ons advies (A)2776 van 21 maart 2024 over een voorontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van de berekeningswijzen en de regels en modaliteiten inzake de aanvraag en toekenning van de sociaaltariefpremies, punt 19. Niet-vertrouwelijk 7/22 Tabel 4: berekening van het mediane bedrag van de distributiekosten voor elektriciteit voor een gebouw met residentiële woningen met een verbruik van 23.800 kWh/jaar DNB ELEKTRICITEIT (zone > 1%) DNB-tarieven (TNB incl, eventueel capacitair tarief incl., huur meter incl.) 2025 BTW EXCL. DNB c€/kWh c€/kWh c€/kWh Klant 23.800 kWh per jaar enkelvoudig TNB* c€/kWh €/jaar €/jaar €/jaar c€/kWh vastrecht capacitair tweevoudig tweevoudig enkelvoudig enkelvoudig excl nacht huur meter vermogen transport dag nacht en tweevoudig dag/nacht 10,18 10,81 6,26 5,10 13,06 0,00 0,00 2,81 ORES 10,02 11,32 5,64 4,75 25,00 0,00 0,00 2,81 RESA ORES digitale meter FLUVIUS ANTWERPEN - digital FLUVIUS LIMBURG - digital FLUVIUS WEST - digital FLUVIUS KEMPEN - digital FLUVIUS IMEWO - digital FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN - digital FLUVIUS ZENNE DIJLE - digital FLUVIUS HALLE VILVORDE - digital 5,65 6,41 7,04 6,07 5,89 5,29 6,06 5,85 5,65 6,41 7,04 6,07 5,89 5,29 6,06 5,85 5,65 6,41 7,04 6,07 5,89 5,29 6,06 5,85 4,70 5,31 5,79 5,03 4,92 4,46 5,10 4,93 17,51 17,51 17,51 17,51 17,51 17,51 17,51 17,51 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 449,82 437,56 509,72 475,54 476,88 439,08 499,57 503,02 FLUVIUS ANTWERPEN - digital FLUVIUS LIMBURG - digital FLUVIUS WEST - digital FLUVIUS KEMPEN - digital FLUVIUS IMEWO - digital FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN - digital FLUVIUS ZENNE DIJLE - digital FLUVIUS HALLE VILVORDE - digital analogische meter RESA FLUVIUS ANTWERPEN - analogisch FLUVIUS LIMBURG - analogisch FLUVIUS WEST - analogisch FLUVIUS KEMPEN - analogisch FLUVIUS IMEWO - analogisch FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN - analogisch FLUVIUS ZENNE DIJLE - analogisch FLUVIUS HALLE VILVORDE - analogisch 8,16 9,52 10,18 9,16 8,86 8,34 9,37 9,14 8,16 9,52 10,18 9,16 8,86 8,34 9,37 9,14 8,16 9,52 10,18 9,16 8,86 8,34 9,37 9,14 7,20 8,42 8,93 8,12 7,89 7,51 8,41 8,22 17,51 17,51 17,51 17,51 17,51 17,51 17,51 17,51 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 125,61 122,18 142,33 132,78 133,11 122,61 139,50 140,46 FLUVIUS ANTWERPEN - analogisch FLUVIUS LIMBURG - analogisch FLUVIUS WEST - analogisch FLUVIUS KEMPEN - analogisch FLUVIUS IMEWO - analogisch FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN - analogisch FLUVIUS ZENNE DIJLE - analogisch FLUVIUS HALLE VILVORDE - analogisch SIBELGA 8,87 8,87 6,66 6,66 37,50 41,41 2,12 SIBELGA Mediaan Mediane kosten per woning €/jaar 3.104,86 3.078,29 1.812,27 1.981,28 2.203,67 1.938,69 1.896,28 1.715,56 1.959,60 1.913,49 2.084,87 2.405,64 2583,49 2331,02 2260,47 2125,88 2386,45 2333,30 2.695,23 2.203,67 314,81 *In Vlaanderen worden de transmissietarieven inbegrepen in de distributietarieven. In 2025 bedragen de mediane netkosten voor een gebouw met 7 wooneenheden € 2.203,67/jaar excl. btw. RDe1 is dus gelijk aan 2.203,67/7 = € 314,81/jaar excl. btw. - RDe2 is het laagste bedrag aan distributiekosten voor elektriciteit in de distributiezones waar minstens 1 % van de Belgische bevolking woont voor een verbruik van 3.400 kWh/jaar. Dat wordt als volgt berekend. Niet-vertrouwelijk 8/22 Tabel 5: berekening van het minimale bedrag van de distributiekosten voor elektriciteit voor een residentiële afnemer met een verbruik van 3.400 kWh/jaar (enkelvoudig tarief) EXCL. BTW DNB c€/kWh digitale meter enkelvoudig analogische meter DNB-tarieven (TNB incl, eventueel capaciteitstarief incl., huur meter incl.) 2025 DNB ELEKTRICITEIT (zone > 1 %) c€/kWh c€/kWh tweevoudig tweevoudig dag nacht Klant 3.400 kWh per jaar enkelvoudig TNB* c€/kWh €/jaar €/jaar €/jaar c€/kWh vastrecht capaciteit enkelvoudig excl nacht huur meter vermogen transport en tweevoudig dag/nacht €/jaar ORES 10,18 10,81 6,26 5,10 13,06 0,00 0,00 2,81 ORES 454,75 RESA 10,02 11,32 5,64 4,75 25,00 0,00 0,00 2,81 RESA 461,18 FLUVIUS ANTWERPEN - digitaal 5,65 5,65 5,65 4,70 17,51 0,00 210,87 0,00 FLUVIUS ANTWERPEN - digitaal 420,51 FLUVIUS LIMBURG - digitaal 6,41 6,41 6,41 5,31 17,51 0,00 205,12 0,00 FLUVIUS LIMBURG - digitaal 440,66 FLUVIUS WEST - digitaal 7,04 7,04 7,04 5,79 17,51 0,00 238,95 0,00 FLUVIUS WEST - digitaal 495,95 FLUVIUS KEMPEN - digitaal 6,07 6,07 6,07 5,03 17,51 0,00 222,91 0,00 FLUVIUS KEMPEN - digitaal 446,94 FLUVIUS IMEWO - digitaal 5,89 5,89 5,89 4,92 17,51 0,00 223,46 0,00 FLUVIUS IMEWO - digitaal 441,24 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN - digitaal 5,29 5,29 5,29 4,46 17,51 0,00 205,83 0,00 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN - digitaal 403,19 FLUVIUS ZENNE DIJLE - digitaal 6,06 6,06 6,06 5,10 17,51 0,00 234,19 0,00 FLUVIUS ZENNE DIJLE - digitaal 457,77 FLUVIUS HALLE VILVORDE - digitaal 5,85 5,85 5,85 4,93 17,51 0,00 235,81 0,00 FLUVIUS HALLE VILVORDE - digitaal 452,32 FLUVIUS ANTWERPEN - analoog 8,16 8,16 8,16 7,20 17,51 0,00 125,61 0,00 FLUVIUS ANTWERPEN - analoog 420,51 FLUVIUS LIMBURG - analoog 9,52 9,52 9,52 8,42 17,51 0,00 122,18 0,00 FLUVIUS LIMBURG - analoog 463,40 FLUVIUS WEST - analoog 10,18 10,18 10,18 8,93 17,51 0,00 142,33 0,00 FLUVIUS WEST - analoog 506,08 FLUVIUS KEMPEN - analoog 9,16 9,16 9,16 8,12 17,51 0,00 132,78 0,00 FLUVIUS KEMPEN - analoog 461,82 FLUVIUS IMEWO - analoog 8,86 8,86 8,86 7,89 17,51 0,00 133,11 0,00 FLUVIUS IMEWO - analoog 452,03 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN - analoog 8,34 8,34 8,34 7,51 17,51 0,00 122,61 0,00 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN - analoog 423,80 FLUVIUS ZENNE DIJLE - analoog 9,37 9,37 9,37 8,41 17,51 0,00 139,50 0,00 FLUVIUS ZENNE DIJLE - analoog 475,50 FLUVIUS HALLE VILVORDE - analoog 9,14 9,14 9,14 8,22 17,51 0,00 140,46 0,00 FLUVIUS HALLE VILVORDE - analoog 468,73 SIBELGA 8,87 8,87 6,66 6,66 32,58 41,41 0,00 2,12 SIBELGA 447,75 Minimum *In Vlaanderen worden de transmissienettarieven inbegrepen in de distributietarieven. Niet-vertrouwelijk 9/22 403,19 8. In 2025 bedragen de minimale netkosten voor een residentiële afnemer met een verbruik van 3.400 kWh/jaar, RDe2 genoemd, € 403,19/jaar excl. btw. Daaruit blijkt dus dat, bij gelijk verbruik, de laagste netkosten voor een residentiële afnemer in België (RDe2) hoger zijn dan de mediane netkosten voor een woning in een gebouw met 7 wooneenheden (RDe1), zoals weergegeven in de volgende tabel. Tabel 6: delta tussen de minimale netkosten voor een residentiële afnemer en de mediane netkosten voor een woning in een gebouw met 7 wooneenheden, bij gelijk verbruik van 3.400 kWh/jaar €/jaar excl. btw 403,19 314,81 -88,38 RDe2 RDe1 RDe1-RDe2 €/jaar incl. btw 427,38 333,70 -93,69 9. Dat betekent dat de beschermde klant die omwille van technische redenen geen aanspraak kan maken op het sociaal tarief op zijn elektriciteitsfactuur (collectieve installatie in een privégebouw) en die in de mediane distributiekostenzone woont, minder netkosten betaalt dan een afnemer die de laagste netkosten verschuldigd is. Dat wil dus zeggen dat de netwerkcomponent van de STP elektriciteit voor het 3de trimester van 2025 negatief is, zoals weergegeven in de volgende tabel. Tabel 7: berekening van de netwerkcomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 3de trimester van 2025 STP elektriciteit - netwerkcomponent RDe1-RDe2 Q3 2025 Ftrim Q3 Bedrag €/kwartaal 1.1.4. €/kwartaal excl. btw €/kwartaal incl. btw -88,38 -93,69 5,24% 0,05 -4,63 -4,91 Federale belastingcomponent 10. De CREG heeft het bedrag van de federale belastingcomponent van de STP elektriciteit als volgt berekend: (TFe1- TFe2)*Ftrim, waarbij: “
  12. a)TFe1 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, k), 2., b., van de programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 3.400 kWh/jaar;
  13. b)TFe2 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, k), 2., a., van de programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 3.400 kWh/jaar;
  14. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2e trimester, 5,24% in het 3e trimester en 36,41% in het 4e trimester”. - TFe1 overeenkomt met het bedrag dat een niet-beschermde residentiële klant moet betalen aan energiebijdrage en bijzondere accijns voor een elektriciteitsverbruik van 3.400 kWh/jaar. - TFe2 overeenkomt met het bedrag dat een beschermde residentiële klant moet betalen aan energiebijdrage en bijzondere accijns voor een elektriciteitsverbruik van 3.400 kWh/jaar. Beschermde residentiële klanten genieten een vrijstelling van de energiebijdrage en betalen een verminderd tarief van de bijzondere accijnzen. De volgende tabel geeft in detail de berekening van deze component weer. Niet-vertrouwelijk 10/22 Tabel 8: berekening van de federale belastingcomponent van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 3 de trimester van 2025 Q3 2025 Energiebijdrage (€/MWh) Bijzondere accijns verbruik 0-20.000 kWh (€/MWh) TOTAAL €/MWh Jaarlijks verbruik (MWh/jaar) Bedrag €/jaar excl. btw Ftrim Q3 2025 Bedrag €/kwartaal excl. btw Bedrag €/kwartaal incl. btw (6%) 1.1.5. TFe1 1,9261 47,48 49,41 3,4 167,98 5,24% 8,80 9,33 TFe2 0 23,62 23,62 3,4 80,31 5,24% 4,21 4,46 TFe1-TFe2 1,9261 23,86 25,79 87,67 5,24% 4,59 4,87 Totaalbedrag van de sociaaltariefpremie elektriciteit 11. Op basis van het voorgaande heeft de CREG het bedrag van de STP elektriciteit voor het 3de trimester van 2025 als volgt berekend. Tabel 9: Totaalbedrag van de sociaaltariefpremie elektriciteit voor het 3de trimester van 2025 Q3 2025 STP elektriciteit Federale STP elektriciteit Energiecomponent - Netwerkcomponent totaal belastingcomponent totaal - €/kwartaal €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. €/kwartaal excl. btw incl. btw (6%) btw -0,61 -4,63 4,59 -0,65 -0,69 Dit bedrag is negatief, wat in strijd is met het doel van een premie en niet is voorzien in de regelgeving inzake de STP. Ter informatie: indien het koninklijk besluit van 11 juli 2024 zou worden gewijzigd zodat de negatieve bedragen van de verschillende componenten van de STP naar nul kunnen worden herleid, zou het bedrag van de STP voor elektriciteit voor het 3de trimester van 2025 € 4,87 incl. btw bedragen. 1.2. SOCIAALTARIEFPREMIE AARDGAS 1.2.1. Berekeningsmethode 12. De berekeningsmethode voor de sociaaltariefpremie aardgas is vastgelegd in artikel 3 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 (onderlijning van de CREG): "Art. 3. De sociaaltariefpremie aardgas voor een bepaald trimester is gelijk aan het bedrag in euro verkregen door de som van de als volgt berekende componenten: 1° De energiecomponent, variabele term: het bedrag berekend door toepassing van de formule (CERgQ-TSgQ) *10*FTrim, waarbij:
  15. a)CERgQ gelijk is aan het gewogen gemiddelde van de variabele termen van de referentieenergiecomponent aardgas van elke maand van het betreffende trimester, berekend in overeenstemming met artikel 3, § 1, tweede lid, 2°, b), van het koninklijk besluit van 29 maart 2012 tot vaststelling van de regels voor het bepalen van de kosten van de toepassing van de sociale tarieven door de aardgasondernemingen en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan;
  16. b)TSgQ gelijk is aan de energiecomponent van het sociaal tarief aardgas dat van toepassing is tijdens het betreffende trimester, berekend in overeenstemming met artikel 7, § 1, van het Niet-vertrouwelijk 11/22 ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van aardgas aan beschermde residentiële afnemers;
  17. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2e trimester, 5,24% in het 3e trimester en 36,41% in het 4e trimester; 2° De energiecomponent, vaste term: het bedrag berekend door het gemiddelde te nemen van het vastrecht per jaar voor het meest verkochte product "aardgas" voor kleine professionele afnemers (B2B) van elk van de twee belangrijkste aardgasleveranciers en vervolgens gedeeld door vier, waarbij;
  18. a)de twee belangrijkste aardgasleveranciers de twee leveranciers zijn met het grootste marktaandeel op basis van het aantal standaardcontracten dat zij met kleine en middelgrote ondernemingen hebben afgesloten; en
  19. b)de grootte van het marktaandeel ieder jaar bepaald wordt op het einde van de maand maart en op het einde van de maand september 3° De netwerkcomponent: berekend door de formule (RDg1-RDg2)*Ftrim toe te passen, waarbij:
  20. a)RDg1 het mediane bedrag is van de distributienetkosten voor aardgas van toepassing in de distributiezones waar minstens 1% van de Belgische bevolking woont, voor een residentiële woning met een verbruik van 70.000 kWh/jaar, vervolgens gedeeld door zeven;
  21. b)RDg2 het laagste bedrag is aan distributienetkosten voor aardgas van toepassing in de distributiezones waar minstens 1% van de Belgische bevolking woont voor een verbruik van 10.000 kWh/jaar;
  22. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2e trimester, 5,24% in het 3e trimester en 36,41% in het 4e trimester; 4° De federale belastingcomponent: berekend door de formule (TFg1-TFg2)*Ftrim toe te passen, waarbij:
  23. a)TFg1 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, i), iii., 2., b., van de Programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 10.000 kWh/jaar;
  24. b)TFg2 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, i), iii., 2., a., van de Programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 10.000 kWh/jaar;
  25. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2e trimester, 5,24% in het 3e trimester en 36,41% in het 4e trimester." 1.2.2. Energiecomponent 13. Op basis van het voorgaande heeft de CREG de energiecomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 3de trimester van 2025 als volgt berekend: - Variabele term: (CERgQ-TSgQ)*10*FTrim7 7 De bedragen van de sociale tarieven en de referentie-energiecomponenten (REC) voor aardgas die zijn gebruikt in deze berekening zijn beschikbaar op de website van de CREG Niet-vertrouwelijk 12/22 Tabel 10: berekening van de variabele term van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 3de trimester van 2025 Kwartaal van toepassing TSgQ (€/MWh excl. btw) CERgQ (€/MWh excl. btw) CERgQ-TSgQ (€/MWh excl. btw) Jaarlijks volume (MWh) FTrim Variabele term - €/kwartaal excl. btw Variabele term - €/kwartaal incl. btw (6%) Q3 2025 40,59 37,97 -2,625 10 5,24% -1,38 -1,46 Voor het 3de trimester van 2025 is de variabele term negatief want het sociaal tarief aardgas werd bepaald in verhouding tot het commerciële aanbod van juni 2025 gebaseerd op de spot noteringen voor aardgas van mei 2025, die gemiddeld hoger lagen dan de spot noteringen voor aardgas van juli, augustus en september 2025 die aan de basis liggen van de referentie-energiecomponenten. - Vaste term: het gemiddelde van de vaste vergoeding voor het meest verkochte product aardgas van elk van de twee belangrijkste leveranciers voor kleine professionele afnemers. 14. Volgens de gegevens die de CREG bij de energieleveranciers heeft verzameld, zijn de twee weerhouden producten voor het 3de trimester van 2025 Easy Pro Variabel van Engie Electrabel en Comfy Pro Vast van Luminus. In een gebouw met 7 wooneenheden factureert de leverancier de jaarlijkse vaste vergoeding een keer aan de beheerder van het collectief aansluitingspunt, die ze vervolgens over de wooneenheden verdeelt8. Elke wooneenheid is dus 1/7 van het bedrag van die vergoeding verschuldigd. Daaruit volgt de volgende berekening. Tabel 11: berekening van de vaste term van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 3de trimester van 2025 Kwartaal van toepassing Engie - Easy Pro Variable - €/jaar excl. btw Luminus - Comfy Pro Vast - €/jaar excl. btw Gemiddelde (appartementgebouw met 7 eenheden) Bedrag (€/jaar) per eenheid Vaste term - €/kwartaal excl. btw Vaste term - €/kwartaal incl. btw (6%) Q3 2025 50,00 50,00 50,00 7,14 1,79 1,90 De energiecomponent van de STP aardgas voor het 3de trimester van 2025 komt overeen met de som van de hierboven berekende variabele en vaste term. Dat betekent dus het volgende: Tabel 12: berekening van de energiecomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 3 de trimester van 2025 STP elektriciteit - energiecomponent Variabele term - €/kwartaal excl. btw Vaste term - €/kwartaal excl. btw Totaal energiecomponent - €/kwartaal excl. btw Totaal energiecomponent - €/kwartaal incl. btw (6%) Q3 2025 -1,38 1,79 0,41 0,44 8 Dit principe wordt uitgelegd in ons advies (A)2776 van 21 maart 2024 over een voorontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van de berekeningswijzen en de regels en modaliteiten inzake de aanvraag en toekenning van de sociaaltariefpremies, punt 19 Niet-vertrouwelijk 13/22 1.2.3. Netwerkcomponent 15. De CREG heeft de netwerkcomponent van de sociaaltariefpremie aardgas als volgt berekend: (RDg1-RDg2)*Ftrim, waarbij: RDg1 het mediane bedrag is van de distributiekosten voor aardgas van toepassing in de distributiezones waar minstens 1 % van de Belgische bevolking woont, voor een gebouw met residentiële woningen met een verbruik van 70.000 kWh/jaar, vervolgens gedeeld door zeven. Dat wordt als volgt berekend. - Tabel 13: distributiekosten voor aardgas van toepassing in residentiële woongebouwen met een verbruik van 70.000 kWh/jaar DNB AARDGAS (zone > 1 %) 2025 EXCL. BTW DNB (T2) DNB tarieven (inclusief meter) Klant 70.000 kWh per jaar €/jaar c€/kWh €/jaar €/jaar variabel vast huur meter ORES 1,927 127,75 ORES 1.476,50 RESA 2,181 113,11 RESA 1.639,81 FLUVIUS ANTWERPEN 0,821 71,32 17,51 FLUVIUS ANTWERPEN 663,44 FLUVIUS LIMBURG 0,884 66,72 17,51 FLUVIUS LIMBURG 703,35 FLUVIUS WEST 0,947 85,91 17,51 FLUVIUS WEST 766,36 FLUVIUS KEMPEN 0,808 73,67 17,51 FLUVIUS KEMPEN 656,73 FLUVIUS IMEWO 0,932 85,22 17,51 FLUVIUS IMEWO 754,93 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN 0,822 73,38 17,51 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN 666,14 FLUVIUS ZENNE DIJLE 0,901 83,45 17,51 FLUVIUS ZENNE DIJLE 731,98 FLUVIUS HALLE VILVORDE 0,855 77,54 17,51 FLUVIUS HALLE VILVORDE 693,82 SIBELGA 1,283 51,49 23,20 SIBELGA 972,44 Mediaan (Fluvius Zenne Dijle) Mediane kosten per woning 731,98 104,57 In 2025 bedragen de mediane netkosten voor een gebouw met 7 wooneenheden € 731,98/jaar excl. btw. RDg1 is dus gelijk aan 731,98/7 = € 104,57/jaar excl. btw. - RDg2 het laagste bedrag is aan distributiekosten voor aardgas van toepassing in de distributiezones waar minstens 1 % van de Belgische bevolking woont voor een verbruik van 10.000 kWh/jaar. Dat wordt als volgt berekend. Tabel 14: distributiekosten voor aardgas van toepassing bij residentiële afnemers met een verbruik van 10.000 kWh/jaar DNB AARDGAS (zone > 1 %) 2025 BTW EXCL. DNB (T2) ORES RESA FLUVIUS ANTWERPEN FLUVIUS LIMBURG FLUVIUS WEST FLUVIUS KEMPEN FLUVIUS IMEWO FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN FLUVIUS ZENNE DIJLE FLUVIUS HALLE VILVORDE SIBELGA DNB tarieven (inclusief meter) c€/kWh €/jaar €/jaar variabel vast huur meter 1,927 2,181 0,821 0,884 0,947 0,808 0,932 0,822 0,901 0,855 1,283 127,75 113,11 71,32 66,72 85,91 73,67 85,22 73,38 83,45 77,54 51,49 Klant 10.000 kWh per jaar €/jaar 0,00 ORES 0,00 RESA 17,51 FLUVIUS ANTWERPEN 17,51 FLUVIUS LIMBURG 17,51 FLUVIUS WEST 17,51 FLUVIUS KEMPEN 17,51 FLUVIUS IMEWO 17,51 FLUVIUS MIDDEN VLAANDEREN 17,51 FLUVIUS ZENNE DIJLE 17,51 FLUVIUS HALLE VILVORDE 23,20 SIBELGA Minimum Niet-vertrouwelijk 320,43 331,21 170,92 172,67 198,12 171,97 195,90 173,07 191,11 180,59 202,94 170,92 14/22 16. De minimale netkosten voor een residentiële afnemer met een verbruik van 10.000 kWh/jaar, RDg2 genoemd, zijn gelijk aan € 170,92/jaar excl. btw. Daaruit blijkt dus dat, bij gelijk verbruik, de laagste netkosten voor een residentiële afnemer (RDg2) hoger zijn dan de mediane netkosten voor een woning in een gebouw met 7 wooneenheden (RDg1), zoals weergegeven in de volgende tabel. Tabel 15: delta tussen de minimale netkosten voor een residentiële afnemer en de mediane netkosten voor een woning in een gebouw met 7 wooneenheden, bij gelijk verbruik van 10.000 kWh/jaar €/jaar excl. btw 170,92 104,57 -66,35 RDg2 RDg1 RDg1 - RDg2 €/jaar incl. btw 181,17 110,84 -70,33 17. Dat betekent dat de beschermde afnemer die omwille van technische redenen geen aanspraak kan maken op het sociaal tarief op zijn aardgasfactuur (collectieve installatie in een privégebouw) en in de mediane netkostenzone woont, minder netkosten betaalt dan een afnemer die de laagste netkosten verschuldigd is. Dat wil dus zeggen dat de netwerkcomponent van de STP aardgas voor het 3de trimester van 2025 negatief is, zoals weergeven in de volgende tabel. Tabel 16: berekening van de netwerkcomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 3de trimester van 2025 STP aardgas - netwerkcomponent Q3 2025 1.2.4. RDg1 - RDg2 Ftrim Q3 Bedrag €/kwartaal €/kwartaal excl. btw €/kwartaal incl. btw -66,35 -70,33 5,24% 5,24% -3,48 -3,69 Federale belastingcomponent 18. De CREG heeft het bedrag van de federale belastingcomponent9 van de sociaaltariefpremie aardgas als volgt berekend: (TFg1-TFg2)*Ftrim, waarbij: “
  26. a)TFg1 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, i), iii., 2., b., van de programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 10.000 kWh/jaar;
  27. b)TFg2 het bedrag is van de federale belastingen bedoeld in artikel 419, i), iii., 2., a., van de programmawet van 27 december 2004 betaald voor een residentieel verbruik van 10.000 kWh/jaar;
  28. c)FTrim een driemaandelijkse uitsplitsing volgens de volgende percentages vertegenwoordigt: 46,61% in het 1e trimester, 11,74% in het 2e trimester, 5,24% in het 3e trimester en 36,41% in het 4e trimester." - TFg1 overeenkomt met het bedrag dat een niet-beschermde residentiële klant moet betalen aan energiebijdrage en bijzondere accijns voor een aardgasverbruik van 10.000 kWh/jaar. 9 Sinds 1 juli 2023 kunnen Verenigingen van Mede-Eigenaars (VME's), hoewel ze als professionele klanten worden beschouwd omdat ze een ondernemingsnummer hebben, aanspraak maken op een regeling voor verlaagd btw-tarief (6%) en residentiële accijnzen, als de verbruikte energie voornamelijk voor niet-zakelijke doeleinden wordt gebruikt, overeenkomstig de Wet van 19 maart 2023 houdende hervorming van de fiscaliteit op de energiefactuur, art. 7. Het KB van 11 juli 2024 en de onderliggende berekeningen houden rekening met die optie. Niet-vertrouwelijk 15/22 - TFg2 overeenkomt met het bedrag dat een beschermde residentiële klant moet betalen aan energiebijdrage en bijzondere accijns voor een aardgasverbruik van 10.000 kWh/jaar. Beschermde residentiële klanten genieten een vrijstelling van de energiebijdrage en betalen een verlaagd tarief van de bijzondere accijnzen. De volgende tabel geeft in detail de berekening van deze component weer. Tabel 17: berekening van de federale belastingcomponent van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 3de trimester van 2025 TFg1 Q3 2024 Energiebijdrage (€/MWh) Bijzondere accijns (€/MWh) TOTAAL (€/MWh) Jaarlijks verbruik (€/MWh) Bedrag €/jaar excl. btw Bedrag €/jaar incl. btw FTrim Q3 Bedrag €/kwartaal excl. btw Q3 Bedrag €/kwartaal incl. btw Q3 1.2.5. TFg2 0,9978 8,23 9,23 10,00 92,28 97,81 5,24% 4,84 5,13 0 2,77 2,77 10,00 27,70 29,36 5,24% 1,45 1,54 TFg1-TFg2 0,9978 5,46 6,46 64,58 68,45 5,24% 3,38 3,59 Totaalbedrag van de sociaaltariefpremie aardgas 19. Uit het voorgaande volgt dat het totaalbedrag van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 3de trimester van 2025 neerkomt op: Tabel 18: totaalbedrag van de sociaaltariefpremie aardgas voor het 3de trimester van 2025 Federale STP aardgas -totaal Energiecomponent - Netwerkcomponent STP aardgas -totaal belastingcomponent €/kwartaal - incl. €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw btw (6%) Q3 2025 0,41 1.3. 20. -3,48 3,38 0,32 0,34 SOCIAALTARIEFPREMIE WARMTE Overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024: "De sociaaltariefpremie warmte voor een gegeven trimester is gelijk aan de som van de energiecomponent, variabele term, de energiecomponent, vaste term en de netwerkcomponent van de sociaaltariefpremie aardgas zoals bedoeld in artikel 3, 1°, 2° en 3° voor datzelfde trimester." Bijgevolg komt het bedrag van de STP warmte voor het 3de trimester van 2025 neer op: Tabel 19: totaalbedrag van de sociaaltariefpremie warmte voor het 3de trimester van 2025 STP warmte -totaal Energiecomponent - Netwerkcomponent - STP warmte -totaal €/kwartaal - incl. €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw btw (6%) Q3 2025 0,41 -3,48 -3,06 -3,25 Dit bedrag is negatief, wat in strijd is met het doel van een premie en niet is voorzien in de regelgeving inzake de STP. Niet-vertrouwelijk 16/22 Ter informatie: indien het koninklijk besluit van 11 juli 2024 zou worden gewijzigd zodat de negatieve bedragen van de verschillende componenten van de STP naar nul kunnen worden herleid, zou het bedrag van de STP-warmte voor het 3de trimester van 2025 € 0,44 incl. btw bedragen. 2. VASTLEGGING VAN DE MAXIMUMBEDRAGEN VOOR DE SOCIAALTARIEFPREMIES 21. Met toepassing van artikel 2, § 1 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 berekent de CREG de volgende bedragen voor de sociaaltariefpremies voor het 3de trimester van 2025: - Elektriciteit: Q3 2025 - STP elektriciteit Federale STP elektriciteit Energiecomponent - Netwerkcomponent totaal belastingcomponent totaal - €/kwartaal €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. €/kwartaal excl. btw incl. btw (6%) btw -0,61 -4,63 4,59 -0,65 -0,69 Aardgas: Federale STP aardgas -totaal Energiecomponent - Netwerkcomponent STP aardgas -totaal belastingcomponent €/kwartaal - incl. €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw btw (6%) Q3 2025 - 0,41 -3,48 3,38 0,32 0,34 Warmte: STP warmte -totaal Energiecomponent - Netwerkcomponent - STP warmte -totaal €/kwartaal - incl. €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw btw (6%) Q3 2025 0,41 -3,48 -3,06 -3,25 22. Overeenkomstig de berekeningsmethode die is vastgelegd in het koninklijk besluit van 11 juli 2024 blijkt dat de bedragen van de STP elektriciteit en warmte voor het 3de trimester van 2025 negatief zijn. Ter herinnering, het bedrag van de STP warmte voor het 1ste trimester van 2025 was reeds negatief. In het 2de trimester was dit het geval voor aardgas en warmte. Om deze situatie, die in strijd is met het doel van de STP en waarvoor geen enkele praktische modaliteit is voorzien, te vermijden, bevelen we aan om de berekeningsmethode van de STP aan te passen zodat de negatieve bedragen tot nul zouden worden herleid. Dit moet gebeuren vooraleer de STP voor het 2de trimester van 2025 aan de begunstigden worden betaald. 23. Zoals eerder vermeld in punt 2, bepaalt artikel 2, § 2 van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 dat de minister bevoegd voor Energie maximumbedragen moet vastleggen voor de sociaaltariefpremies, uiterlijk twintig dagen na afloop van een betreffend trimester, in functie van de door de staatsbegroting ter beschikking gestelde middelen. 24. Bijgevolg wacht de CREG op de publicatie van het ministerieel besluit tot vastlegging van de maximumbedragen voor de sociaaltariefpremies voor het 3de trimester van 2025 vooraleer ze de bedragen op haar website bekendmaakt. Niet-vertrouwelijk 17/22 3. REACTIE OP DE ADVIEZEN VAN DE RAAD VAN STATE 3.1. ADVIES 77.157/16 VAN 31 OKTOBER 2024 VAN DE RAAD VAN STATE In zijn advies 77.157/16 van 31 oktober 2024 met betrekking tot de STP van toepassing in het 3de trimester van 202410, oordeelde de Raad van State dat het koninklijk besluit van 11 juli 2024 niet toestond om de negatieve bedragen van de netwerkcomponent, indien van toepassing, naar nu te herleiden. De Raad van State was ook van mening dat het op nul zetten van de negatieve netwerkcomponent van de STP zou kunnen leiden tot een overcompensatie van de begunstigden van de premie. Hij voegde er bovendien aan toe dat, indien men "de netwerkcomponent buiten beschouwing wensen te laten wanneer de berekening van de netwerkcomponent negatief uitvalt, zullen de artikelen 3, 3°, en 3, 4°, van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 eerst in die zin worden aangevuld, voor zover die aanpassing kan worden verantwoord in het licht van het grondwettelijk gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel”. 3.2. REACTIE VAN DE CREG OP ADVIES 77.157/16 VAN DE RAAD VAN STATE De CREG had het risico van overcompensatie als gevolg van de annulering van een negatieve netwerkcomponent beoordeeld in haar jaarverslag (RA)2987 over de monitoring van de STP, waarin zij tot de volgende conclusies kwam: - 50 % van de begunstigden van de STP elektriciteit ondergecompenseerd met - 36,7 €/jaar incl. btw (gemiddeld); wordt momenteel - 54,5 % van de begunstigden van de STP aardgas of warmte wordt momenteel ondergecompenseerd met - 29,6 €/jaar incl. btw (gemiddeld). Indien de negatieve netcomponenten van de STP tot nul waren herleid: - zou nog 32,7 % van de begunstigden van de STP elektriciteit ondergecompenseerd blijven, terwijl 67,3 % van de begunstigden een bedrag zou ontvangen dat hoger is dan de reële meerkost in termen van distributiekosten. De begunstigden zouden gemiddeld voor een bedrag van € 57/jaar incl. btw “overgecompenseerd” worden ; - 22,7 % van de begunstigden van de STP aardgas of warmte zou ondergecompenseerd blijven, terwijl 77,3 % van de begunstigden een bedrag zou ontvangen dat groter is dan de reële meerkost in termen van distributiekosten. De begunstigden zouden gemiddeld voor een bedrag van € 40,7/jaar incl. btw “overgecompenseerd” worden. In haar advies (A)2917 had de CREG ook de naleving van het grondwettelijk gelijkheids- en nietdiscriminatiebeginsel geanalyseerd en kwam tot de volgende conclusie. Als we het op nul zetten van de negatieve componenten in de algemene context van het ontwikkelde STP-systeem plaatsen, is het duidelijk dat dit een passend en noodzakelijk element is dat geen discriminatie creëert ten opzichte van het tarief dat sociale klanten genieten. Het verschil in behandeling tussen deze twee categorieën is objectief en redelijk gerechtvaardigd. De STP slaagt erin 10 Zie https://www.raadvst-consetat.be/dbx/avis/77157.pdf#search=77.157%2F16 Niet-vertrouwelijk 18/22 haar doelstellingen van een maximale toenadering tot het sociaal tarief te verwezenlijken, zonder de staatsbegroting te belasten. De verschillen tussen de twee stelsels zijn er om tegemoet te komen aan verschillen in de praktijk. De jurisprudentie aanvaardt overigens dat maatregelen “noodzakelijkerwijs rekening moeten houden met de diversiteit van de situaties door gebruik te maken van categorieën die slechts bij benadering overeenkomen met de werkelijkheid”11. 3.3. ADVIES 78.119/1 VAN 23 SEPTEMBER 2025 VAN DE RAAD VAN STATE In zijn advies 78.119/1 van 23 september 202512 analyseert de Raad van State het ministerieel besluit betreffende de STP voor het 1ste trimester van 2025. In dit MB heeft de minister het totale bedrag van de STP warmte, dat op basis van het kb van 11 juli 2024 negatief was, op nul gezet. De Raad van State komt tot de conclusie dat deze benadering gerechtvaardigd is, maar beveelt aan “in het koninklijk besluit van 11 juli 2024 een expliciete regeling op te nemen over de manier waarop moet omgegaan worden met negatieve termen bij de berekening van de sociaaltariefpremie, en a fortiori, wat dient te gebeuren bij een negatief resultaat van die berekening”. 3.4. REACTIE VAN DE CREG OP ADVIES 78.119 Het risico dat het bedrag van de STP negatief zou zijn, zoals reeds aangehaald in ons advies (A)2917 en ons rapport (RA)2987, wordt werkelijkheid voor de STP elektriciteit en de STP warmte in het 3de trimester van 2025 als gevolg van de energiecomponent en de netwerkcomponent. In het 1ste trimester van 2025 was het totale bedrag van de STP voor warmte reeds negatief als gevolg van de netwerkcomponent. In het 2de trimester waren de STP aardgas en warmte eveneens negatief. De CREG acht het wenselijk om deze situatie, die in strijd is met het doel van een premie, te vermijden. Daarom bevelen wij opnieuw aan om de berekeningsmethode van de STP zo snel mogelijk aan te passen, zodat eventuele negatieve STP-bedragen naar nul kunnen worden herleid. Deze aanpassing moet worden doorgevoerd aan de hand van een wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2024. 3.5. NOODZAAK TOT WIJZIGING VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 11 JULI 2024 25. Zoals herhaaldelijk vermeld in ons advies (A)2917, in ons verslag (RA)2987, in onze beslissing (B)3019 en in onze beslissing (B)3060, beveelt de CREG aan om het koninklijk besluit van 11 juli 2024 te wijzigen om te vermijden dat de componenten van de sociaaltariefpremie negatief kunnen zijn. Deze aanbeveling ligt in lijn met advies 78.119/1 van de Raad van State. Ze zou zo snel mogelijk moeten worden ingevoerd, aangezien de bedragen van de STP elektriciteit en warmte, berekend op basis van de methode die momenteel van kracht is, negatief zijn voor het 3de trimester van 2025. 26. Bovendien zou het op nul zetten van de negatieve componenten het budget dat aan de premie werd toegekend niet in het gedrang brengen aangezien hiervan slechts 2,3 % werd gebruikt in 2024. Wij voegen er daarnaast aan toe op dat de wet van 15 mei 2024, noch het koninklijk besluit van 11 juli 2024 bepalingen bevat die moeten worden gevolgd ingeval de totaalbedragen van de STP negatief zijn. 11 12 Arbitragehof, 21 januari 1993, n° 3/93, 4.B.9. https://www.raadvst-consetat.be/dbx/avis/78119.pdf#search=78.119%2F1 Niet-vertrouwelijk 19/22 27. In dit verband hebben we erop gewezen dat deze situatie zich niet zou hebben voorgedaan met de STP berekeningsmethode die de CREG aanvankelijk voor ogen had. De CREG had immers voorgesteld om de netwerkcomponent van de STP in het koninklijk besluit van 11 juli 2024 vast te leggen door het verschil te berekenen, bij gelijk verbruik, tussen de netkosten die worden betaald door een bewoner van een woongebouw in de duurste distributiezone enerzijds en de netkosten die worden betaald door een residentiële afnemer die woont in een individuele woning in de goedkoopste distributiezone anderzijds. De berekeningsmethode die is vastgelegd in het koninklijk besluit van 11 juli 2024, neemt echter het verschil tussen de netkosten betaald door een bewoner van een woongebouw in de duurste distributiezone en de netkosten betaald door een bewoner van een woongebouw in de mediane distributiezone. 28. De bedragen van de STP berekend overeenkomstig het koninklijk besluit van 11 juli 2024 zijn opgenomen in bijlage I. Ter vergelijking bevat bijlage II de bedragen van de STP berekend door de negatieve componenten op nul te zetten.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Sigrid JOURDAIN Directeur Niet-vertrouwelijk Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 20/22 BIJLAGE 1 Bedragen van de sociaaltariefpremies voor elektriciteit, aardgas en warmte voor het 3de trimester van 2025, berekend op basis van het koninklijk besluit van 11 juli 2024 Elektriciteit Q3 2025 Federale STP elektriciteit Energiecomponent Netwerkcomponent STP elektriciteit belastingcomponen totaal - €/kwartaal excl. - €/kwartaal excl. totaal - €/kwartaal t - €/kwartaal excl. €/kwartaal excl. btw btw - incl. btw (6%) btw btw -0,61 -4,63 4,59 -0,65 -0,69 Aardgas Energiecomponent Netwerkcomponent Federale STP aardgas -totaal - STP aardgas -totaal - €/kwartaal excl. - €/kwartaal excl. belastingcomponent - €/kwartaal excl. €/kwartaal - incl. btw btw €/kwartaal excl. btw btw btw (6%) Q3 2025 0,41 -3,48 3,38 0,32 0,34 Warmte Energiecomponent STP warmte -totaal STP warmte -totaal Netwerkcomponent - €/kwartaal excl. - €/kwartaal excl. - €/kwartaal - incl. €/kwartaal excl. btw btw btw btw (6%) Q3 2025 Niet-vertrouwelijk 0,41 -3,48 -3,06 -3,25 21/22 BIJLAGE II Bedragen van de sociaaltariefpremies voor elektriciteit, aardgas en warmte voor het 3de trimester van 2025, berekend door het bedrag van de negatieve componenten op nul te zetten Ter informatie - noodzaak om het koninklijk besluit van 11 juli 2024 te wijzigen op basis van advies (A)2917 van de CREG Elektriciteit Q3 2025 STP elektriciteit Federale STP elektriciteit Energiecomponent - Netwerkcomponent totaal belastingcomponent totaal - €/kwartaal €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. €/kwartaal excl. btw incl. btw (6%) btw 0,00 0,00 4,59 4,59 4,87 Aardgas Federale STP aardgas -totaal Energiecomponent - Netwerkcomponent STP aardgas -totaal belastingcomponent €/kwartaal - incl. €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw btw (6%) Q3 2025 0,41 0,00 3,38 3,80 4,03 Warmte STP warmte -totaal Energiecomponent - Netwerkcomponent - STP warmte -totaal €/kwartaal - incl. €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw €/kwartaal excl. btw btw (6%) Q3 2025 Niet-vertrouwelijk 0,41 0,00 0,41 0,44 22/22

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.