Beslissing (B)3129 11 december 2025 Beslissing over de goedkeuringsaanvraag van de NV ELIA TRANSMISSION BELGIUM voor een derogatie van artikel 16, achtste lid van Verordening (EU) 2019/943 met betrekking tot een minimale beschikbare capaciteit voor zoneoverschrijdende handel Genomen met toepassing van artikel 16, negende lid van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 1.1. Europees wettelijk kader ....................................................................................................... 4 1.1.1. Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (herschikking) ...................................................... 4 1.1.2. Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit ......................... 6 1.1.3. Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer ............................................ 6 1.2. Nationaal wettelijk kader ....................................................................................................... 7 1.2.1. 2. 3. 4. Wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt ............. 7 ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 9 2.1. Algemeen ............................................................................................................................... 9 2.2. Raadpleging.......................................................................................................................... 12 2.2.1. Van de betrokken regulerende instanties ................................................................... 12 2.2.2. Van de andere belanghebbenden ............................................................................... 12 ANALYSE VAN HET VOORSTEL ....................................................................................................... 15 3.1. Doel van het voorstel ........................................................................................................... 15 3.2. Impact van lusstromen op de zoneoverschrijdende capaciteit ........................................... 15 3.3. Toepassingsgebied ............................................................................................................... 17 BESLISSING..................................................................................................................................... 17 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 18 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 18 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 18 Niet-vertrouwelijk 2/18 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna: “de CREG”) onderzoekt hierna de goedkeuringsaanvraag van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR (hierna: “Elia”) voor een afwijking van artikel 16, achtste lid van Verordening (EU) 2019/943 met betrekking tot een minimale beschikbare capaciteit voor zoneoverschrijdende handel (hierna: “het derogatieverzoek”). Dit gebeurt op basis van artikel 16, negende lid van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (herschikking) (hierna: “de Elektriciteitsverordening”). De CREG ontving het derogatieverzoek van Elia in het Frans en het Engels, op 30 oktober 2025. Het is de Franstalige versie van het derogatieverzoek waarop de onderhavige beslissing betrekking heeft en die als BIJLAGE 1 aan deze beslissing wordt toegevoegd. De Engelstalige versie van het voorstel wordt ter informatie als BIJLAGE 2 aan deze beslissing toegevoegd. Deze beslissing is opgesplitst in vier delen. Het eerste deel is gewijd aan het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van het derogatieverzoek, inclusief de openbare raadpleging die door de CREG werd georganiseerd, toegelicht. In het derde deel ontleedt de CREG het voorstel en het vierde deel, ten slotte, omvat de eigenlijke beslissing. De onderhavige beslissing werd door het Directiecomité van de CREG goedgekeurd op de vergadering van 11 december 2025. Niet-vertrouwelijk 3/18 1. WETTELIJK KADER 1. Dit hoofdstuk herhaalt het wettelijke kader dat toepasselijk is op het derogatieverzoek van Elia. Het wettelijke kader bestaat uit Europese en nationale wetgeving. 1.1. EUROPEES WETTELIJK KADER 1.1.1. Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (herschikking) 2. De Elektriciteitsverordening behandelt in Afdeling 1 van Hoofdstuk 3 (“Toegang tot het net en congestiebeheer”) de toewijzing van (zoneoverschrijdende) transmissiecapaciteit. Artikel 14 beschrijft het proces voor de eventuele herziening van de configuratie van de biedzones teneinde structurele congesties te vermijden. In artikel 15 worden de lidstaten verplicht om, na de vaststelling van structurele congestie, een actieplan op te stellen met als doel het binnen vier jaar deze structurele congesties te verminderen. 3. Artikel 16 van de Elektriciteitsverordening omvat de algemene beginselen inzake capaciteitstoewijzing en congestiebeheer. In het bijzonder worden de transmissiesysteembeheerders verplicht om, op een niet-discriminerende wijze, minstens 70% van de transmissiecapaciteit ter beschikking van de zoneoverschrijdende handel ter beschikking te stellen. 1. Congestieproblemen van het netwerk worden aangepakt met niet-discriminerende, aan de markt gerelateerde oplossingen waarvan voor de marktdeelnemers en de betrokken transmissiesysteembeheerders efficiënte economische signalen uitgaan. Netcongestieproblemen dienen te worden opgelost door middel van transacties losstaande methoden, met name methoden waarbij geen keuze tussen de contracten van afzonderlijke marktdeelnemers behoeft te worden gemaakt. Wanneer de transmissiesysteembeheerder operationele maatregelen treft om te waarborgen dat zijn transmissiesysteem in de normale toestand blijft, houdt hij rekening met het effect van deze maatregelen op aangrenzende regelzones en coördineert hij deze maatregelen met andere betrokken transmissiesysteembeheerders overeenkomstig Verordening (EU) 2015/1222. (…) 4. Marktdeelnemers krijgen de beschikking over de maximale capaciteit van de interconnecties en/of de maximale capaciteit van de transmissienetwerken waarmee grensoverschrijdende capaciteit wordt verzorgd, zulks in overeenstemming met de voor een veilige exploitatie van het netwerk geldende veiligheidsnormen. Compensatiehandel en redispatching, met inbegrip van grensoverschrijdende redispatching, worden gebruikt voor het maximaliseren van de beschikbare capaciteit om de in lid 8 bedoelde minimumcapaciteit te bereiken en een gecoördineerd en niet-discriminerend proces voor grensoverschrijdende corrigerende maatregelen zal worden toegepast om zo'n maximalisering mogelijk te maken, na toepassing van de methodologie van kostendeling bij redispatching en compensatiehandel. 5. Capaciteit wordt toegewezen door middel van expliciete capaciteitsveilingen of impliciete veilingen, waartoe zowel capaciteit als energie behoren. Beide methoden mogen worden gebruikt voor een en dezelfde interconnectie. Voor intradayhandel wordt continuhandel gebruikt en kunnen veilingen als aanvulling wordt gebruikt. 6. In geval van congestie, wordt de capaciteit toegewezen aan het hoogste geldige bod, dat de hoogste waarde biedt voor de (schaarse) transmissiecapaciteit ongeacht of het een Niet-vertrouwelijk 4/18 impliciet of expliciet bod binnen een gegeven tijdsbestek is. Het is verboden reserveringsprijzen vast te stellen in het kader van methoden voor capaciteitstoewijzing; bij artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1228/2003, artikel 17 van Verordening (EG) nr. 714/2009 of artikel 63 van onderhavige verordening wordt hierop een vrijstelling wordt verleend voor nieuwe interconnectoren. 7. Capaciteit mag vrij worden verhandeld op secundaire basis mits de transmissiesysteembeheerder hiervan lang genoeg van tevoren in kennis wordt gesteld. Wanneer een transmissiesysteembeheerder een secundaire handel (transactie) weigert, deelt hij dit op duidelijke en transparante wijze mee en legt hij dit uit aan alle marktdeelnemers, en stelt hij de regulerende instantie daarvan in kennis. 8. Transmissiesysteembeheerders leggen geen beperking op aan het volume van de interconnectiecapaciteit die aan marktdeelnemers ter beschikking wordt gesteld om congestie binnen hun eigen biedzone aan te pakken of die als middel dient voor het beheren van stromen als gevolg van transacties binnen de biedzones. Onverminderd de toepassing van de derogaties uit hoofde van de leden 3 en 9 van dit artikel en de toepassing van artikel 15, lid 2, wordt dit lid geacht te zijn nageleefd mits de volgende niveaus van beschikbare capaciteit voor zoneoverschrijdende handel zijn bereikt:
- a)voor grenzen met een aanpak op basis van gecoördineerde nettotransmissiecapaciteit bedraagt de minimumcapaciteit 70 % van de transmissiecapaciteit, met inachtneming van de operationele-veiligheidsgrenzen, na aftrek van uitvalsituaties, als bepaald overeenkomstig het op grond van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 714/2009 vastgestelde richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer;
- b)voor grenzen met een stroomgebaseerde aanpak is de minimumcapaciteit een marge die is vastgesteld in het capaciteitsberekeningsproces als beschikbaar voor door zoneoverschrijdende uitwisseling teweeggebrachte stromen. De marge bedraagt 70 % van de capaciteit, met inachtneming van de operationele-veiligheidsgrenzen van interne zoneoverschrijdende kritische netwerkelementen, rekening houdend met uitvalsituaties, als bepaald overeenkomstig het op grond van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 714/2009 vastgestelde richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer. De volledige 30 % kan worden gebruikt voor de betrouwbaarheidsmarges, lusstromen en interne stromen voor elk kritisch netwerkelement. 9. Op verzoek van transmissiesysteembeheerders van een capaciteitsberekeningsregio kunnen de relevante regulerende instanties een derogatie van lid 8 om voorzienbare redenen verlenen wanneer dat nodig is om de operationele veiligheid in stand te houden. Dergelijke derogaties, die geen betrekking mogen hebben op beperking van reeds toegewezen capaciteit overeenkomstig lid 2, worden verleend voor niet meer dan telkens een jaar, of — op voorwaarde dat de afwijking na het eerste jaar aanzienlijk afneemt — voor maximum twee jaar. Een dergelijke derogatie is strikt beperkt tot wat noodzakelijk is om operationele zekerheid te handhaven en leidt niet tot discriminatie tussen interne en zoneoverschrijdende uitwisselingen. Voordat de betrokken regulerende instantie een derogatie verleent, raadpleegt zij de regulerende instanties van de andere lidstaten die deel uitmaken van de betrokken capaciteitsberekeningsregio's. Indien een regulerende instantie niet akkoord gaat met de voorgestelde derogatie, beslist ACER overeenkomstig artikel 6, lid 10, onder a), van Verordening (EU) 2019/942 of de derogatie moet worden verleend. De rechtvaardiging en de motivering betreffende de derogatie worden gepubliceerd. Wanneer een derogatie wordt verleend, ontwikkelen en publiceren de relevante transmissiesysteembeheerders een methodologie en projecten die voorzien in een langetermijnoplossing voor de aangelegenheid waarop de derogatie betrekking heeft. De afwijking is van toepassing totdat de termijn voor de derogatie verstrijkt of de oplossing wordt toegepast, naargelang hetgeen het eerst gebeurt. Niet-vertrouwelijk 5/18 (…) 11. Voor zover dat technisch mogelijk is, vereffenen de transmissiesysteembeheerders de behoeften aan capaciteit voor elektriciteitsstromen in tegengestelde richting over de overbelaste koppellijn, teneinde de capaciteit van deze lijn maximaal te benutten. Transacties waarmee de congestie wordt verlicht mogen, met volledige inachtneming van de netwerkveiligheid, niet worden geweigerd. (…) 1.1.2. Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit 4. De taken van een regulerende instantie worden in de Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit (hierna: “de Elektriciteitsrichtlijn”) vastgelegd, in artikel 59. Deze taken omvatten onder meer het toezicht op de naleving door hun TSB van de bepalingen in artikel 16 van de Elektriciteitsverordening. 1. De regulerende instantie heeft de volgende taken: (…)
- h)ervoor zorgen dat transmissiesysteembeheerder ingevolge artikel 16 van Verordening (EU) 2019/943 zo veel mogelijk interconnectorcapcaiteit beschikbaar stellen 1.1.3. Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer 5. Naast de algemene bepalingen voor capaciteitstoewijzing en congestiebeheer in artikel 16 van de Elektriciteitsverordening, werden op Europees niveau ook gedetailleerdere richtsnoeren vastgelegd in Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer (hierna: “de CACM Verordening”). 6. In de CACM Verordening wordt onder meer beschreven hoe transmissiesysteembeheerders op regionaal niveau dienen samen te werken om op een gecoördineerde wijze de zoneoverschrijdende transmissiecapaciteit te berekenen en toe te wijzen. De manier waarop de bepalingen in artikel 16, achtste lid van de Elektriciteitsverordening ten uitvoer worden gelegd, hangt sterk af van de methodologie voor het berekenen van de grensoverschrijdende capaciteit, waarvoor de richtlijnen zijn openomen in artikelen 20 tot en met 30 van de CACM Verordening. 7. In artikel 20 van de CACM Verordening vallen twee capaciteitsberekeningsmethodologieën te onderscheiden: een gecoördineerde nettotransmissiecapaciteitsaanpak of een stroomgebaseerde aanpak. Deze laatste is de aanpak die te verkiezen valt in een regio waar een sterke onderlinge afhankelijkheid tussen de biedzones bestaat, voor wat betreft het niveau van de zoneoverschrijdende capaciteiten. De stroomgebaseerde aanpak is dan ook het uitgangspunt van de capaciteitsberekeningsmethodologie in de Core capaciteitsberekeningsregio. Niet-vertrouwelijk 6/18 1.2. NATIONAAL WETTELIJK KADER 1.2.1. Wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt 8. De wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: “de Elektriciteitswet”) wijst, op niet-limitatieve wijze, een aantal taken toe aan de beheerder van het transmissienet (in casu Elia). Deze taken zijn te vinden in artikel 8, §1 en omvatten onder meer het publiceren van de regelen voor het berekenen van de transmissiecapaciteit: Het beheer van het transmissienet wordt waargenomen door één enkele beheerder, aangewezen overeenkomstig artikel 10. De netbeheerder staat in voor de exploitatie, het onderhoud en de ontwikkeling van het transmissienet, met inbegrip van de koppellijnen daarvan naar andere elektriciteitsnetten, teneinde de continuïteit van de voorziening te waarborgen. Hiertoe wordt de netbeheerder onder meer met de volgende taken belast: (…) 11° het publiceren van normen voor het plannen, uitbaten en de veiligheid die worden aangewend, met inbegrip van een algemeen plan voor de berekening van het totaal transfertvermogen en de betrouwbaarheidsmarge van de transmissie op basis van de elektrische en fysische karakteristieken van het net; 12° het bepalen en publiceren van de procedures voor het beperken van de transacties die op niet-discriminerende wijze toegepast kunnen worden in geval van noodtoestanden evenals de methodes voor de schadeloosstelling, met inbegrip van de concepten en basismethodes die het mogelijk maken de verantwoordelijkheden te bepalen ingeval deze verplichtingen worden verzuimd, die in geval van dergelijke beperkingen eventueel van toepassing zijn; 13° het publiceren van alle nuttige gegevens die betrekking hebben op de beschikbaarheid, de toegankelijkheid en het gebruik van het net, met daarin een verslag over de plaatsen en de oorzaken van de congestie, alsmede over de methodes die toegepast worden om de congestie te beheren en over de projecten betreffende het toekomstige beheer ervan; 14° het publiceren van een algemene beschrijving van de methode voor het beheer van de congestie die in verschillende omstandigheden wordt toegepast om de capaciteit die op de markt beschikbaar is te maximaliseren, evenals een algemeen plan voor de berekening van de interconnectiecapaciteit op de verschillende vervaldata, gebaseerd op de elektrische en fysische karakteristieken van het net; Niet-vertrouwelijk 7/18 9. De CREG is, volgend uit artikel 23, §2 belast met het toezicht op de wijzen van congestiebeheer die door de TSB worden toegepast. De CREG is bovendien bevoegd voor het goedkeuren voor de capaciteitsberekeningsmethodologie(ën). § 2. De commissie is belast met een raadgevende taak ten behoeve van de overheid inzake de organisatie en werking van de elektriciteitsmarkt, enerzijds, en met een algemene taak van toezicht en controle op de toepassing van de betreffende wetten en reglementen, anderzijds. Ten dien einde zal de commissie: (…) 36° toezien op het congestiebeheer van het transmissienet, met inbegrip van de interconnecties, en de invoering van de regels voor het congestiebeheer. De commissie brengt de Algemene Directie Energie hiervan op de hoogte. De netbeheerder dient bij de commissie, ten behoeve van dit punt, zijn ontwerp van regels voor congestiebeheer in, met inbegrip van de toewijzing van capaciteit. De commissie kan hem op een met redenen omklede wijze verzoeken om zijn regels te wijzigen, met inachtneming van de congestieregels die werden vastgelegd door de buurlanden waarvan de interconnectie betrokken is en in samenspraak met het ACER; (…) 38° keurt het algemeen plan goed voor de berekening van de totale overdrachtscapaciteit en van de betrouwbaarheidsmarge van de transmissie vanuit elektrische en fysische kenmerken van het net dat gepubliceerd wordt door de netbeheerder met toepassing van artikel 8, § 1, derde lid, 11° ; Niet-vertrouwelijk 8/18 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 10. Op 5 juni 2019 werd de Elektriciteitsverordening gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. De Elektriciteitsverordening trad in werking op 25 juni 2019, hetzij 29 dagen na de publicatie ervan zoals bepaald in artikel 71. Met uitzondering van een aantal artikelen, opgesomd in artikel 71, tweede lid, zijn de bepalingen in de Elektriciteitsverordening van toepassing vanaf 1 januari 2020. 11. Artikel 16, achtste lid – van toepassing vanaf 1 januari 2020 – schrijft voor dat de TSB’s geen beperkingen aan de interconnectiecapaciteit mogen opleggen om interne congesties te verlichten. Aan deze algemene bepaling wordt voldaan wanneer een TSB, in een stroomgebaseerde capaciteitsberekeningsregio, een marge van 70% op interne of zoneoverschrijdende kritieke netwerkelementen ter beschikking van de zoneoverschrijdende handel stelt. Het is de TSB toegestaan om neerwaarts af te wijken van de minimale marge van 70% in twee gevallen: wanneer een actieplan volgens artikel 15, tweede lid wordt geïmplementeerd of wanneer een regulerende instantie het verzoek om een derogatie om voorzienbare redenen, conform artikel 16, negende lid, goedkeurt. 12. In de periode tussen juli en september 2019 vonden besprekingen plaats tussen Elia, de CREG en de Algemene Directie Energie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie met betrekking tot de implementatie van een actieplan en/of een derogatieverzoek in België. Alle partijen waren het er over eens dat, gezien de op dat moment blijkende afwezigheid en toekomstige onwaarschijnlijkheid van structurele congesties in het Belgische netwerk, geen actieplan diende ontwikkeld te worden. Elia werd echter toegestaan om een derogatieverzoek in te dienen om af te wijken van de 70%-regel, omwille van drie voorzienbare redenen: het omgaan met lusstromen boven een aanvaardbare drempel, geplande onbeschikbaarheden in combinatie met onvoldoende redispatchpotentieel en het ontwikkelen van nieuwe processen en hulpmiddelen. 13. Sindsdien diende Elia vijf keer een derogatieverzoek ter goedkeuring in bij de CREG: - Voor het kalenderjaar 2020: deze goedkeuringsaanvraag werd ingediend door Elia op 15 oktober 2019 en door de CREG, na het organiseren van een openbare raadpleging, goedgekeurd op 6 december 2019.1 - Voor het kalenderjaar 2021: deze goedkeuringsaanvraag werd ingediend door Elia op 15 september 2020 en door de CREG, na het organiseren van een openbare raadpleging, goedgekeurd op 22 oktober 2020.2 - Voor het kalenderjaar 2022: deze goedkeuringsaanvraag werd ingediend door Elia op 25 oktober 2021 en door de CREG, na het organiseren van een openbare raadpleging, goedgekeurd op 2 december 2021.3 1 Beslissing (B) 2014 over de goedkeuringsaanvraag van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR voor een derogatie van artikel 16, achtste lid van Verordening (EU) 2019/943 met betrekking tot een minimale beschikbare capaciteit voor zoneoverschrijdende handel 2 Beslissing (B) 2136 over de goedkeuringsaanvraag van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR voor een derogatie van artikel 16, achtste lid van Verordening (EU) 2019/943 met betrekking tot een minimale beschikbare capaciteit voor zoneoverschrijdende handel 3 Beslissing (B) 2297 over de goedkeuringsaanvraag van de NV ELIA TRANSMISSION BELGIUM voor een derogatie van artikel 16, achtste lid van Verordening (EU) 2019/943 met betrekking tot een minimale beschikbare capaciteit voor zoneoverschrijdende handel Niet-vertrouwelijk 9/18 - Voor het kalenderjaar 2023: deze goedkeuringsaanvraag werd ingediend door Elia op 24 oktober 2022 en door de CREG, na het organiseren van een openbare raadpleging, goedgekeurd op 24 november 2022.4 - Voor het kalenderjaar 2024: deze goedkeuringsaanvraag werd ingediend door Elia op 11 oktober 2023 en door de CREG, na het organiseren van een openbare raadpleging, goedgekeurd op 7 december 2023.5 - Voor het kalenderjaar 2025: deze goedkeuringsaanvraag werd ingediend door Elia op 23 oktober 2024 en door de CREG, na het organiseren van een openbare raadpleging, goedgekeurd op 12 december 2024.6 14. De CREG voert jaarlijks, in overeenstemming met de wettelijke verplichting in artikel 59, paragraaf 1,
- h)van de Elektriciteitsrichtlijn7, een controle uit op de naleving door Elia van de verplichtingen in artikel 16 van de Elektriciteitsverordening. De resultaten van deze controle zijn, voor het kalenderjaar 2020, te vinden in Studie (F) 2183 en wijzen op een globale naleving door Elia tijdens 81,3% van de beschouwde uren en op 99,2% van de beschouwde netwerkelementen.8 Voor het kalenderjaar 2021 werd, in Studie (F) 2350, een globale nalevingsscore van 62,2% van de beschouwde uren en 99,2% van de netwerkelementen geobserveerd.9 Voor het kalenderjaar 2022 werd, in studie (F) 2513, een globale nalevingsscore van 78,3% van de beschouwde uren en 99,7% van de netwerkelementen geobserveerd.10 Voor het kalenderjaar 2023 werd, in studie (F) 2802, een globale nalevingsscore van 96,2% van de beschouwde uren en 99,7% van de netwerkelementen geobserveerd.11 Voor het kalender jaar 2024 tenslotte werd, in studie (F) 2983, een globale nalevingsscore van 99,7% van de beschouwde uren en 100,0% van de netwerkelementen geobserveerd.12 15. Tussen juni en september 2025 vond opnieuw overleg plaats tussen de CREG en Elia met betrekking tot een nieuw derogatieverzoek, voor het kalenderjaar 2026. Op basis van de resultaten met betrekking tot de naleving van artikel 16, achtste en negende lid van de Elektriciteitsverordening (zie randnummer 14), kwamen de CREG en Elia overeen een nieuw derogatieverzoek te behandelen. In dit nieuwe derogatieverzoek wordt opnieuw de voorzienbare reden met betrekking tot de lusstromen boven een aanvaardbare drempel weerhouden. 4 Beslissing (B) 2473 over de goedkeuringsaanvraag van de NV ELIA TRANSMISSION BELGIUM voor een derogatie van artikel 16, achtste lid van Verordening (EU) 2019/943 met betrekking tot een minimale beschikbare capaciteit voor zoneoverschrijdende handel 5 Beslissing (B) 2687 over de goedkeuringsaanvraag van de NV ELIA TRANSMISSION BELGIUM voor een derogatie van artikel 16, achtste lid van Verordening (EU) 2019/943 met betrekking tot een minimale beschikbare capaciteit voor zoneoverschrijdende handel 6 Beslissing (B) 2906 over de goedkeuringsaanvraag van de NV ELIA TRANSMISSION BELGIUM voor een derogatie van artikel 16, achtste lid van Verordening (EU) 2019/943 met betrekking tot een minimale beschikbare capaciteit voor zoneoverschrijdende handel 7 Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit 8 Studie (F) 2183 over de naleving door de NV ELIA TRANSMISSION BELGIUM van de verplichtingen met betrekking tot de interconnectiecapaciteit die in 2020 ter beschikking van de zoneoverschrijdende handel werd gesteld 9 Studie (F) 2350 over de naleving door de NV ELIA TRANSMISSION BELGIUM van de verplichtingen met betrekking tot de interconnectiecapaciteit die in 2021 ter beschikking van de zoneoverschrijdende handel werd gesteld 10 Studie (F) 2513 over de naleving door de NV ELIA TRANSMISSION BELGIUM van de verplichtingen met betrekking tot de interconnectiecapaciteit die in 2022 ter beschikking van de zoneoverschrijdende handel werd gesteld 11 Studie (F) 2802 over de naleving door de NV ELIA TRANSMISSION BELGIUM van de verplichtingen met betrekking tot de interconnectiecapaciteit die in 2023 ter beschikking van de zoneoverschrijdende handel werd gesteld 12 Studie (F) 2983 over de naleving door de NV ELIA TRANSMISSION BELGIUM van de verplichtingen met betrekking tot de interconnectiecapaciteit die in 2024 ter beschikking van de zoneoverschrijdende handel werd gesteld (publicatie vóór eind 2025) Niet-vertrouwelijk 10/18 16. De mogelijkheid om, vanaf 1 januari 2026, nieuwe derogatieverzoeken in afwijking van artikel 16, achtste lid van de Elektriciteitsverordening te behandelen en goed te keuren, vormde het onderwerp van verschillende overlegmomenten tussen de regulerende instanties, ACER en de Europese Commissie in het voorjaar van 2025. Ondanks het aflopen van de nationale actieplannen en het bereiken van de minimale marges in de lineaire trajecten op 31 december 2025, wordt door alle partijen erkend dat structurele congestie en de daaraan gerelateerde externaliteiten (lusstromen) kunnen blijven bestaan na 31 december 2025. De operationele veiligheidsrisico’s die hieraan worden verbonden blijven, bijgevolg, een valide reden voor een derogatie conform artikel 16, negende lid van de Elektriciteitsverordening. 17. Elia diende, op 30 oktober 2025, een goedkeuringsaanvraag voor een Franstalige versie van het derogatieverzoek bij de CREG in. Bij deze goedkeuringsaanvraag werd, ter informatie, een Engelstalige versie toegevoegd. Niet-vertrouwelijk 11/18 2.2. RAADPLEGING 2.2.1. Van de betrokken regulerende instanties 18. Artikel 16, negende lid van de Elektriciteitsverordening geeft de mogelijkheid aan een regulerende instantie om niet akkoord te gaan met het derogatieverzoek ingediend bij een regulerende instantie van een andere lidstaat. Hierbij wordt verwezen naar “regulerende instanties van de andere lidstaten die deel uitmaken van de betrokken capaciteitsberekeningsregio’s”. Hoewel lidstaten in strikte zin niet deel uitmaken van een capaciteitsberekeningsregio, kan worden gesteld dat een regulerende instantie, wanneer haar TSB biedzonegrenzen beheert die binnen een capaciteitsberekeningsregio vallen die (
- i)dezelfde is als die van een andere TSB die een derogatieverzoek indient, of (
- ii)niet dezelfde is maar er bestaat een wezenlijke interactie tussen de elektriciteitsstromen over de biedzonegrenzen, deel kan nemen aan dit consultatieproces tussen regulerende instanties. 19. Om dit proces op Europees en regionaal niveau te organiseren, werden binnen de All Regulatory Authorities’ Working Group van ACER (hierna: “de ARA WG”) alle derogatieverzoeken verzameld en ter kennis van de betrokken regulerende instanties gebracht. De CREG heeft, als lid van de Core capaciteitsberekeningsregio, het derogatieverzoek van Elia voorgelegd aan de andere betrokken regulerende instanties op 3 november 2025. Regulerende instanties werden de mogelijkheid gegeven om, tot 10 november 2025, te kennen te geven dat ze wensen deel te nemen aan het consultatieproces. In een volgende fase krijgen alle regulerende instanties van de andere lidstaten die deel uitmaken van de betrokken capaciteitsberekeningsregio tot 17 november 2025 om aan te geven niet akkoord te zijn met het derogatieverzoek van Elia. De CREG heeft, na afloop van de termijn op 17 november 2025, geen formele bezwaren ontvangen van andere regulerende instanties met betrekking tot het derogatieverzoek van Elia. 2.2.2. Van de andere belanghebbenden 20. Het Directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, §1 van het huishoudelijk reglement, in het kader van de beslissing over het derogatieverzoek van Elia om een openbare raadpleging met betrekking tot haar ontwerpbeslissing te organiseren. Deze raadpleging duurde 3 weken en loopt van 13 november tot en met 4 december 2025. 21. De CREG ontving, tijdens de openbare raadpleging, twee antwoorden van belanghebbende partijen: van Febeliec en van FEBEG, beiden op 4 december 2025. Beide antwoorden worden integraal toegevoegd aan deze beslissing in BIJLAGE 3. In dit deel bespreekt de CREG de ontvangen antwoorden en geeft ze aan in welke mate de beslissing al dan niet gewijzigd wordt ten opzichte van de ontwerpbeslissing om aan deze opmerkingen tegemoet te komen. 22. In haar antwoord erkent FEBEG de uitdagingen gelinkt aan het operationeel beheer van loop flows en de pragmatische aanpak om de operationele veiligheid te waarborgen. FEBEG kaart echter een aantal bezorgdheden aan omtrent het proces, de impact op het marktontwerp en de consistentie van een aantal regulatoire aannames: - het prioritair inzetten van dwarsregeltransformatoren (“PSTs” of phase shift transformers) om excessieve lusstromen terug te dringen, alvorens de minimale marges te verminderen in toepassing van de derogatie, wordt erkend als een positieve zaak. FEBEG benadrukt echter dat de inzet van PST’s geen structurele oplossing vormen voor de onderliggende problematiek gelinkt aan structurele congesties. FEBEG verzoekt Elia en de CREG verder om transaprant te rapporteren over het gebruik en de effectiviteit van de inzet van PST’s, inclusief de mate waarin dit de noodzaak aan derogaties van de 70%-regel Niet-vertrouwelijk 12/18 vermindert. Tenslotte stelt FEBEG dat het gebruik van PST’s in een bredere context moet worden ingeschreven, waarbij ze de CREG uitnodigt om andere structurele oplossingen en grensoverschrijdende samenwerking verder te faciliteren; - de jaarlijkse weerkerende aard van de derogaties maakt het, volgens Elia, duidelijk dat de beperkingen omtrent de minimale marges een structureel onopgelost probleem blijven. FEBEG wijst op de inconsistentie tussen de boodschap van de CREG waarbij de 70%naleving een hoeksteen van de succesvolle marktintegratie en -adequatiemechanismes is enerzijds, en de jaarlijks weerkerende goedkeuring van de derogatie anderzijds. De mate waarin met dergelijke derogaties rekening wordt gehouden in andere dossiers, zoals bijvoorbeeld het capaciteitsvergoedingsmechanisme (en de manier waarop zoneoverschrijdende capaciteiten worden meegerekend in de volumebepaling), is bovendien onvoldoende. Antwoord CREG De CREG dankt FEBEG voor de bevestiging van de wenselijkheid van haar aanpak omtrent het prioritair inzetten van PST’s. De monitoring hiervan gebeurt, onder meer, in de context van de jaarlijkse nalevingsrapporten13 en het jaarlijkse monitoringrapport,14 waarin de effectiviteit van de toepassing van PST’s uitvoerig geanalyseerd wordt. De CREG erkent dat de jaarlijkse weerkerende aard van de derogaties geen wenselijke oplossing is, maar wél een noodzakelijke: in afwezigheid van een structureel raamwerk voor capaciteitsberekening en congestiebeheer, in combinatie met structurele congesties en loop flows (externaliteiten) zijn derogaties – voor zover ze duidelijk omschreven en nauw opgevolgd worden – een belangrijk hulpmiddel om de Belgische consument te beschermen tegen de financiële gevolgen van kostelijke remediërende maatregelen om (hogere) minimale marges te garanderen tijdens momenten waarop deze marges onder druk staan door excessieve lusstromen. In het kader van de volumebepaling van het CRM heeft de CREG de consistentie van de aanpak van Elia omtrent de beschikbaarheid van grensoverschrijdende capaciteiten al meermaals aangekaart. 23. Febeliec geeft, in haar reactie op de openbare raadpleging, aan geen voorstander te zijn van het goedkeuren van derogatieverzoeken na 2025, gezien de aflopende actieplannen die het vanaf 1 januari 2026 mogelijk moeten maken de minimale 70% vereisten te respecteren. Tegelijkertijd erkent Febeliec dat structurele congestie en de daaraan gerelateerde externaliteiten zoals loop flows zich kunnen blijven manifesteren, waardoor het onder een strikt toepassingskader en een strikte opvolging een derogatie kan aanvaarden. Hierbij benadrukt Febeliec dat dit geenszins een oplossing op de lange termijn mag vormen en dat moet vermeden worden dat hierdoor geen strikte afdwinging van de toepasselijke regels op actoren die de structurele congestie en externaliteiten veroorzaken, wordt toegepast. Febeliec beklemtoont verder dat het belangrijk is om alle efficiënte maatregelen toe te passen om het hoofd te beiden aan externaliteiten waarop Elia geen invloed heeft, alvorens de minimale marges te verminderen. Dergelijke verminderingen kunnen enkel worden toegepast in uitzonderlijke en duidelijk gedefinieerde omstandigheden. De situatie van naburige TSB’s met een actieplan dat afloopt op 31 december 2025 zou, in de afgelopen jaren, moeten hebben geleid tot een toename van de mate waarin de minimale marges de 70%-regel respecteren. Febeliec nodigt de CREG en Elia uit om, mocht deze verbetering niet waargenomen 13 Studie (F) 2983 over de naleving door de NV ELIA TRANSMISSION BELGIUM van de verplichtingen met betrekking tot de interconnectiecapaciteit die in 2023 ter beschikking van de zoneoverschrijdende handel werd gesteld 14 Study (F) 2965 on the functioning and price evolution of the Belgian wholesale electricity market - Monitoring Report 2024 Niet-vertrouwelijk 13/18 worden, te onderzoeken welke stappen kunnen worden ondernomen om Belgische consumenten te beschermen tegen een foutieve toepassing van de 70%-drempel. Antwoord CREG 24. De CREG bevestigt dat het toepassen van derogaties voor externaliteiten zoals loop flows geenszins een structurele toepassing van het wettelijk kader omtrent capaciteitsberekening en congestiebeheer inhoudt. De CREG verwijst hiervoor naar randnummer
(4)van het derogatieverzoek, waarbij een gecoördineerde capaciteitsberekeningsmethodologie, met regionale operationele veiligheidsbeoordeling en gecoördineerde redispatch en countertrading methodologieën met eerlijke, transparante en efficiënte kostenverdelingsmechanismen worden vooropgesteld als het na te streven model. In afwezigheid van een aantal dergelijke methodologieën is de CREG van oordeel dat de voorgestelde oplossing, met een nauwkeurig omschreven en strikt opgevolgde derogatie van de 70%regel, een pragmatische, efficiënte en faire oplossing vormt, rekening houdend met de belangen van de Belgische consument. De CREG deelt verder de mening van Febeliec en onderschrijft het standpunt dat het verlagen van de grensoverschrijdende capaciteiten enkel mogelijk dient te worden gemaakt wanneer Elia haar andere mogelijkheden heeft uitgeput. In die zin verwijst de CREG naar eerdere beslissingen en de goedkeuringsaanvraag van Elia, in het bijzonder randnummer
(4), waar Elia aangeeft welke maatregelen op korte en middellange termijn worden geïmplementeerd om de beschikbare capaciteiten te verhogen. Daarnaast wordt in de procedure voor het toepassen van de derogatie opgelegd dat Elia nagaat in welke mate eventuele congesties (al dan niet veroorzaakt door lusstromen) proactief kunnen worden opgelost door het in rekening brengen van kostelijke en niet-kostelijke remediërende maatregelen (zie ook artikel 3, paragraaf
(2)van het derogatieverzoek). De CREG gaat tenslotte akkoord met de verwachting dat de implementatie van de lineaire trajecten in de naburige actieplannen leidt tot een verhoging van de minimale marges en de zoneoverschrijdende capaciteiten. Deze vaststellingen worden, onder meer, bevestigd door de observaties van onder meer ACER, in haar jaarlijkse monitoringrapporten.15 15 https://www.acer.europa.eu/monitoring/cross-zonal-electricity-trade-2025 Niet-vertrouwelijk 14/18
- ANALYSE VAN HET VOORSTEL
- Het derogatieverzoek van Elia omvat een preambule en 6 artikelen, waarin het bereik van de aanvraag, de definities, de methodologische aanpak voor de derogatie, de loop flows, het toepassingsgebied en de confidentialiteit van de informatie behandeld worden. Het is de Franstalige versie van dit derogatieverzoek, toegevoegd in BIJLAGE 1, die het onderwerp vormt van deze beslissing. 3.
- DOEL VAN HET VOORSTEL
- Artikel 16 van de Elektriciteitsverordening beoogt, als algemene doel, het verhogen van de beschikbare transmissiecapaciteit voor zoneoverschrijdende handel. Hiertoe wordt, in het achtste lid, een minimale marge vastgesteld die ter beschikking van zoneoverschrijdende handel moet worden gegarandeerd, met name 70% van de capaciteit van kritieke netwerkelementen onder onvoorziene omstandigheden.
- Onder bepaalde gevallen kan het aan een TSB toegestaan zijn om een (neerwaartse) afwijking van de 70%-regel te hanteren. Wanneer dit het gevolg is van een structurele congestie die door TSB(‘s) is vastgesteld, kan de lidstaat conform artikel 15, tweede lid, beslissen een actieplan te implementeren. Hiertoe dient, via een lineair traject, de minimale marge vanaf een bepaalde startwaarde stapsgewijs te verhogen tot 70% tegen 31 december
- Wanneer geen structurele congestie wordt vastgesteld maar de TSB toch problemen met betrekking tot operationele veiligheid voorziet bij de toepassing van de 70%-regel, kan ze voorzienbare redenen inroepen om, op specifieke netwerkelementen, ontheven te worden van de verplichting om op elk moment de minimale marge van 70% te hanteren.
- Hiertoe dient te TSB, bij haar regulerende instantie, een goedkeuringsaanvraag in te dienen. Na onderling bilateraal overleg tussen de CREG en Elia, diende Elia daarom het bijgevoegde derogatieverzoek ter goedkeuring in. De voorzienbare reden die wordt ingeroepen is gerelateerd aan het garanderen van de operationele veiligheid wanneer de berekende lusstromen groter zijn dan de aanvaardbare lusstromen als gevolg van de implementatie van een actieplan in een naburige biedzone. 3.
- IMPACT VAN LUSSTROMEN OP DE ZONEOVERSCHRIJDENDE CAPACITEIT
- Artikel 16, achtste lid bepaalt dat de minimale marge die ter beschikking van de zoneoverschrijdende handel dient te worden gesteld, 70% bedraagt. De overige 30% van de capaciteit van de kritieke netwerkelementen, rekening houdende met uitvalsituaties, kan door een TSB worden aangewend voor betrouwbaarheidsmarges, interne stromen en lusstromen. In die optiek kunnen lusstromen over een kritiek netwerkelement, wanneer alle TSB’s aan artikel 16, achtste lid voldoen, niet hoger zijn dan 30% verminderd met de interne stromen en betrouwbaarheidsmarges.
- Wanneer een TSB echter een actieplan implementeert, is in de eerste jaren van het lineair traject de minimale marge (gevoelig) lager dan de vooropgestelde 70%. Als gevolg daarvan, wanneer interne congestie optreedt, kunnen lusstromen hoger dan het toelaatbare niveau op kritieke netwerkelementen worden waargenomen. Ook na afloop van een actieplan en het doorlopen van het lineair traject is het mogelijk dat structurele congestie en de daaraan gelinkte lusstromen zich blijven manifesteren. Aangezien deze lusstromen buiten de controle van Elia vallen, kan de operationele Niet-vertrouwelijk 15/18 veiligheid in gedrang komen wanneer Elia wordt verplicht om alsnog de minimale marge van 70% te garanderen.
- Om het hoofd te bieden aan dit risico, verzoekt Elia om een afwijking van de verplichting, specifiek op momenten waarop, voor bepaalde kritieke netwerkelementen, de lusstromen hoger dan de toelaatbare niveaus liggen. Elia beschrijft, in artikel 4, op welke manier het de beschikbare marge onder de 70% zal verlagen op basis van de toelaatbare en berekende lusstromen. Wanneer de berekende lusstromen hoger dan de toelaatbare lusstromen zijn, zal de beschikbare marge verminderd worden van 70% met een volume dat correspondeert aan het verschil tussen de berekende en toelaatbare lusstromen. Dit wordt mathematisch weergegeven in artikel 4 van het derogatieverzoek.
- Deze methodologische aanpak voor het verminderen van de beschikbare marge met het verschil tussen de berekende en toelaatbare lusstromen, garandeert dat de uiteindelijke marge die beschikbaar is voor zoneoverschrijdende handel op een optimaal niveau ligt, rekening houdende met de lusstromen uit de naburige biedzones. De aanpak vermijdt, volgens de CREG, dat de benodigde vermindering van de beschikbare marge voor het garanderen van de operationele veiligheid, over- of onderschat wordt. Op deze wijze draagt de derogatie ook bij om ongeoorloofde discriminatie tussen interne en zoneoverschrijdende uitwisselingen te vermijden.
- In afwijking van de derogatieverzoeken voor de jaren 2020 – 2023, werd in het verzoek vanaf 2024 expliciet aangegeven dat Elia in eerste instantie de dwarsregeltransformatoren (“PST’s”) inzet om de lusstromen tot een aanvaardbaar niveau terug te dringen. De CREG verwelkomde dit engagement, dat expliciet werd opgenomen in de methodologie voor de gecoördineerde capaciteitsberekening in de Core regio. De eerste evaluaties van deze maatregel, onder meer in Studie (F) 2965,16 tonen aan dat de lusstromen succesvol kunnen worden beheerst door Elia, in die mate dat de toepassing van de derogatie voor excessieve lusstromen en de nalevingsscore van Elia verbeterd zijn ten opzichte van voorgaande jaren. Dit leidt ertoe dat de ter beschikking te stellen marges verhogen zonder dat hieraan kostelijke remediërende maatregelen gekoppeld zijn.
- De CREG heeft, in haar Studie (F) 2350 en Studie (F) 2513, de gepastheid van de voorgestelde methodologische aanpak getoetst aan de hand van de geobserveerde minimale marges. Deze marges werden zowel berekend op het niveau van individuele netwerkelementen als op een globaal, geaggregeerd niveau. De CREG heeft geen aanwijzingen dat de voorgestelde methodologische aanpak haar doel, met name het beheersbaar houden van lusstromen en tegelijkertijd de ter beschikking te stellen capaciteit maximaliseren, op structurele wijze mist.
- De CREG is, om de voorgaande redenen, van mening dat het beheer van lusstromen boven een aanvaardbaar niveau een gewettigde, voorzienbare reden is om een derogatie van de 70%-regel te verkrijgen en keurt daarom het derogatieverzoek goed. 16 Study (F) 2965 on the functioning and price evolution of the Belgian wholesale electricity market - Monitoring Report 2024 Niet-vertrouwelijk 16/18 3.
- TOEPASSINGSGEBIED
- De derogatie van de verplichting om een minimale marge van 70% te hanteren, is van toepassing op de kritieke netwerkelementen onder onvoorzienbare omstandigheden, die worden beheerd binnen de stroomgebaseerde day-ahead marktkoppeling in de Core regio.17 Dit wordt verduidelijkt in artikel 5 van het derogatieverzoek en garandeert dat elk netwerkelement dat een impact heeft op de grensoverschrijdende capaciteit, ofwel aan de 70%-regel voldoet ofwel een lagere beschikbare marge, om het hoofd te bieden aan lusstromen, heeft.
- De derogatie wordt aangevraagd voor een periode van 1 jaar, te beginnen van 1 januari tot en met 31 december
- BESLISSING Met toepassing van artikel 16, negende lid van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit, beslist de CREG om, om de voorgaande redenen, de goedkeuringsaanvraag voor een derogatie van artikel 16, achtste lid van Verordening (EU) 2019/943 betreffende een minimale beschikbare capaciteit voor zoneoverschrijdende handel, goed te keuren. De CREG keurt deze derogatie, om de voorgaande redenen, goed voor toepassing gedurende een periode van 1 jaar, vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december
- Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 17 In vorige versies van de derogatieverzoeken en de beslissingen van de CREG werd ook verwezen naar de stroomgebaseerde marktkoppeling in de CWE regio. Sinds de go-live van de stroomgebaseerde marktkoppeling in de Core regio op 8 juni 2022 is deze verwijzing niet langer van toepassing. Niet-vertrouwelijk 17/18 BIJLAGE 1 Demande d’Elia de dérogation à la marge minimale à mettre à disposition pour les échanges entre zones Franstalige versie (ter goedkeuring) – 3 oktober 2025 BIJLAGE 2 Request of Elia System Operator SA for derogation from the minimum level of capacity to be made available for cross-zonal trade Engelstalige versie (ter informatie) – 3 oktober 2025 BIJLAGE 3 Antwoorden ontvangen tijdens de openbare raadpleging FEBEG – 4 december 2025 Febeliec – 4 december 2025 Niet-vertrouwelijk 18/18