Beslissing (B)3163 12 mei 2026 Beslissing over de aanvraag tot certificering van de N.V. Fluxys hydrogen Genomen met toepassing van artikel 60, van de Richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2023/1791 en tot intrekking van Richtlijn 2009/73/EG (herschikking), artikel 14 van de Verordening (EU) 2024/1789 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1227/2011, (EU) 2017/1938, (EU) 2019/942 en (EU) 2022/869 en Besluit (EU) 2017/684, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 715/2009 (herschikking) en artikel 10 van de wet van 11 juli 2023 betreffende het vervoer van waterstof door middel van leidingen en betreffende de productie van waterstof in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 4 1. WETTELIJK KADER .................................................................................................................. 5 1.1. Europees wettelijk kader ....................................................................................................... 5 1.2. Belgisch wettelijk kader ......................................................................................................... 8 1.3. Effect van de inwerkingtreding Richtlijn (EU)2024/1788 op 4 augustus 2024 en de Verordening (EU)2024/1789 op 5 februari 2025 op de Waterstofwet ............................... 11 1.3.1. Beginsel van voorrang van het Unierecht ................................................................... 11 1.3.2. Beginsel van rechtstreekse werking ............................................................................ 12 1.3.3. Beginsel van (richtlijn)conforme uitlegging van het nationale recht .......................... 13 2. ANTECEDENTEN................................................................................................................... 13 2.1. Algemeen ............................................................................................................................. 13 2.2. Niet-openbare raadpleging .................................................................................................. 14 3. ONDERZOEK VAN DE AANVRAAG TOT CERTIFICERING ....................................................... 15 3.1. Algemeen ............................................................................................................................. 15 3.2. Eigendomsstatuut van het waterstofvervoersnet ............................................................... 15 3.3. Controle en zeggenschap ..................................................................................................... 19 3.3.1. Bestuur en statuten van Fluxys hydrogen NV ............................................................. 19 3.3.2. Verbodsregels inzake zeggenschap en rechten ........................................................... 20 3.3.3. Verbodsregels over gelijktijdig lidmaatschap van bepaalde organen van de waterstofvervoersnetbeheerder en bepaalde organen van bedrijven die een functie van productie en/of levering van elektriciteit uitvoeren ............................................ 30 3.4. Handelen als een waterstofvervoersnetbeheerder............................................................. 30 3.4.1. Shared Services Agreements ....................................................................................... 30 3.4.2. Fluxys beleid inzake onafhankelijkheid, niet-discriminatie van netgebruikers en vertrouwelijkheid......................................................................................................... 31 3.4.3. Effectieve balancering van waterstofstromen binnen het netwerk en ontwikkeling van waterstoftransportcapaciteit ................................................................................ 31 3.4.4. Tienjarig netontwikkelingsplan van het waterstofvervoersnet................................... 32 3.4.5. Transparante informatie voor de exploitanten van andere netwerken ..................... 32 3.4.6. Niet-discriminerende toegang tot het waterstofvervoersnetwerk ............................. 32 3.4.7. Voldoende informatie die toekomstige netgebruikers kunnen gebruiken om verbinding te maken met het netwerk ........................................................................ 32 3.4.8. Maatregelen om waterstofemissies te voorkomen en de milieueffecten van de activiteiten te beperken. ............................................................................................. 32 3.4.9. Organisatie van een secundaire markt, waar leveranciers en afnemers capaciteit en flexibiliteit kunnen verhandelen. ................................................................................. 32 Niet-vertrouwelijk 2/37 3.4.10. Naleving van de eisen van de bevoegde autoriteiten en de ondersteuning van het Belgisch en EU-beleid .................................................................................................. 32 3.4.11. Vertrouwelijkheid van commerciële informatie.......................................................... 33 CONCLUSIE ............................................................................................................................................ 33 BIJLAGE I ................................................................................................................................................ 35 BIJLAGE II ............................................................................................................................................... 36 BIJLAGE III .............................................................................................................................................. 37 BIJLAGE IV .............................................................................................................................................. 37 BIJLAGE V ............................................................................................................................................... 37 BIJLAGE VI .............................................................................................................................................. 37 BIJLAGE VII ............................................................................................................................................. 37 Niet-vertrouwelijk 3/37 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 60, van de Richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2023/1791 en tot intrekking van Richtlijn 2009/73/EG (herschikking) (hierna : Richtlijn (EU)2024/1788), artikel 14 van de Verordening (EU) 2024/1789 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1227/2011, (EU) 2017/1938, (EU) 2019/942 en (EU) 2022/869 en Besluit (EU) 2017/684, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 715/2009 (herschikking) (hierna: Verordening (EU)2024/1789) en artikel 10 van de wet van 11 juli 2023 betreffende het vervoer van waterstof door middel van leidingen en betreffende de productie van waterstof in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België, zoals laatst gewijzigd op 26 april 2024, de aanvraag tot certificering van de N.V. Fluxys hydrogen (hierna: de aanvraag tot certificering). De aanvraag tot certificering werd door de N.V. Fluxys hydrogen (hierna: Fluxys H2) op 15 september 2025 per brief, opgesteld in het Nederlands, bij de CREG per drager met ontvangstbewijs ingediend. Aan de brief zijn, naast de aanvraag voor de (her)certificering als waterstofvervoersnetbeheerder (Bijlage I van deze beslissing), 24 bijlagen gevoegd (Bijlage II van deze beslissing). Op vraag van de CREG heeft Fluxys hydrogen NV op 7 januari 2026 bijkomende informatie verschaft (Bijlage III van deze beslissing). Op 22 januari heeft Fluxys hydrogen NV per brief gereageerd op de niet-openbare raadpleging van huidige beslissing (Bijlage V van huidige beslissing). De op 29 januari 2026 goedgekeurde ontwerpbeslissing werd op 30 januari 2026 met toepassing van artikel 14 van Verordening (EU) 2024/1789 en artikel 71 van Richtlijn (EU) 2024/1788 meegedeeld aan de Europese Commissie voor advies. Op 9 april 2026 heeft de Europese Commissie haar advies aan de CREG in de Nederlandse en Franse taal meegedeeld (Bijlage VI van deze beslissing). Vanwege dit advies heeft de CREG op 14, 23 en 28 april 2026 bijkomende informatie opgevraagd bij Fluxys hydrogen NV. De CREG heeft de antwoorden en bijkomende informatie ontvangen op 24, 29 en 30 april 2026 (Bijlage VII van deze beslissing). De onderstaande beslissing is ingedeeld in vier delen. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten uiteengezet. In het derde deel wordt de aanvraag tot certificering onderzocht en het vierde deel, tenslotte, bevat het besluit. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op 12 mei 2026. Niet-vertrouwelijk 4/37 1. WETTELIJK KADER 1.1. EUROPEES WETTELIJK KADER 1. Op datum van 13 juni 2024 werden door het Europees Parlement en de Raad aangenomen: - de Richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2023/1791 en tot intrekking van Richtlijn 2009/73/EG (herschikking) (hierna : Richtlijn (EU)2024/1788) en - de Verordening (EU) 2024/1789 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1227/2011, (EU) 2017/1938, (EU) 2019/942 en (EU) 2022/869 en Besluit (EU) 2017/684, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 715/2009 (herschikking) (hierna: Verordening (EU)2024/1789) 2. De Richtlijn (EU)2024/1788 en de Verordening (EU)2024/1789 zijn in werking getreden de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. 3. Overeenkomstig artikel 94, van de Richtlijn (EU) 2024/1788 moet de omzetting gebeuren als volgt: 1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 5 augustus 2026 te voldoen aan de artikelen 2 tot en met 6, de artikelen 8 tot en met 31, artikel 33, de artikelen 35 tot en met 38, artikel 39, lid 1, punt a), artikel 39, leden 3, 4, 7, 8 en 9, artikel 40, lid 1, de artikelen 41, 42 en 43, artikel 44, leden 1, 2, 7 en 8, artikel 45, artikel 46, leden 2 en 3, de artikelen 50 tot en met 59, artikel 62, artikel 64, lid 11, de artikelen 68 tot en met 75, artikel 76, lid 5, de artikelen 77 tot en met 79, artikel 81, leden 1 en 6, de artikelen 82 en 83 en de bijlagen I en II. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing en de formulering van die vermelding worden vastgesteld door de lidstaten. 2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. 4. Overeenkomstig artikel 95, van de Richtlijn (EU) 2024/1788 wordt de Richtlijn 2009/73/EG met ingang van 4 augustus 2024 ingetrokken. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar deze richtlijn en worden gelezen overeenkomstig de concordantietabel in bijlage IV. 5. Overeenkomstig artikel 89 van de Verordening (EU)2024/1789 is de Verordening (EU)2024/1789 van toepassing met ingang van 5 februari 2025. In afwijking van deze datum zijn artikel 11, lid 3, punt b), artikel 34, lid 6, en artikel 84 van toepassing met ingang van 1 januari 2025 en is afdeling 5 van toepassing met ingang van 1 januari 2025, met uitzondering van de artikelen 42, 43, 44, 52, 53 en 54, die van toepassing zijn met ingang van 4 augustus 2024. Niet-vertrouwelijk 5/37 6. Artikel 68 van de Richtlijn (EU)2024/1788 bepaalt: 1. De lidstaten zorgen ervoor dat waterstoftransmissienetbeheerders vanaf 5 augustus 2026 ontvlecht worden overeenkomstig de regels voor aardgastransmissiesysteembeheerders van artikel 60. 2. Voor de toepassing van dit artikel, van de artikelen 46 en 60 van deze richtlijn, en van de artikelen 35 en 43 van Richtlijn (EU) 2019/944 omvat productie of levering de productie en levering van waterstof en omvat transmissie ook het transport van waterstof. Artikel 60 van de Richtlijn (EU)2024/1788 bepaalt1: 1. De lidstaten zorgen ervoor dat:
- a)ieder bedrijf dat eigenaar transmissiesysteembeheerder; is van een transmissiesysteem, handelt als een
- b)dezelfde persoon niet het recht heeft om:
- i)direct of indirect zeggenschap uit te oefenen over een bedrijf dat één van de functies van productie of levering verricht, en direct of indirect zeggenschap uit te oefenen of rechten uit te oefenen over een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem, of
- ii)direct of indirect zeggenschap uit te oefenen over een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem, en direct of indirect zeggenschap uit te oefenen of rechten uit te oefenen over een bedrijf dat één van de functies van productie of levering verricht;
- c)dezelfde persoon niet het recht heeft om leden aan te wijzen van de raad van toezicht, van de raad van bestuur of van organen die het bedrijf juridisch vertegenwoordigen, van een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem, en om op directe of indirecte wijze zeggenschap uit te oefenen of rechten uit te oefenen over een bedrijf dat één van de functies van productie of levering verricht;
- d)dezelfde persoon niet het recht heeft om lid te zijn van de raad van toezicht, van de raad van bestuur of van organen die het bedrijf juridisch vertegenwoordigen, van zowel een bedrijf dat één van de functies van productie of levering verricht, als een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem. 2. De in lid 1, punten
- b)en c), bedoelde rechten omvatten met name:
- a)het recht om stemrechten uit te oefenen;
- b)de bevoegdheid om leden aan te wijzen van de raad van toezicht, van de raad van bestuur of van organen die het bedrijf juridisch vertegenwoordigen, of
- c)het hebben van een meerderheidsaandeel. 3. Voor de toepassing van lid 1, punt b), wordt onder de term “bedrijf dat één van de functies van productie of levering verricht” ook begrepen “bedrijf dat één van de functies van productie of levering verricht” in de zin van Richtlijn (EU) 2019/944, en wordt onder de termen “transmissiesysteembeheerder” en “transmissiesysteem” ook “transmissiesysteembeheerder”, respectievelijk “transmissiesysteem” in de zin van die richtlijn begrepen. 4. De in lid 1, punt a), van dit artikel vervatte verplichting wordt geacht te zijn vervuld in een situatie waarin twee of meer bedrijven die eigenaar zijn van transmissiesystemen, een gemeenschappelijke onderneming hebben opgericht die in twee of meer lidstaten optreedt als transmissiesysteembeheerder van de betrokken transmissiesystemen. Geen ander bedrijf mag deel uitmaken van de gemeenschappelijke onderneming, tenzij het op grond van artikel 61 is erkend als onafhankelijke systeembeheerder of als onafhankelijke transmissiebeheerder voor de toepassing van afdeling 3. 1 Worden enkel geciteerd de bepalingen van artikel 60 van de Richtlijn (EU)2024/1788 die van belang zijn voor het OUcertificeringsmodel. Niet-vertrouwelijk 6/37 5. … 6. … 7. ... 8. … 9. … 10. ... 11. Bedrijven die één van de functies van productie of levering verrichten, mogen in geen geval in staat zijn op directe of indirecte wijze zeggenschap of enig recht uit te oefenen ten aanzien van ontvlochten transmissiesysteembeheerders in lidstaten die lid 1 toepassen. Artikel 71 van de Richtlijn (EU)2024/1788 bepaalt dat: 1 t/m 4. … 5. De regulerende instanties nemen een besluit over de certificering van een beheerder van een transmissiesysteem of een waterstoftransmissienetbeheerder binnen 100 werkdagen na de datum van kennisgeving door de beheerder van een transmissiesysteem of een waterstoftransmissienetbeheerder of de datum van het verzoek van de Commissie. Na het verstrijken van deze periode wordt de certificering geacht te zijn toegekend. Het expliciete of stilzwijgende besluit van de regulerende instantie wordt pas van kracht na de afronding van de procedure van lid 6. 6. Het expliciete of stilzwijgende besluit betreffende de certificering wordt door de regulerende instantie onverwijld ter kennis gebracht van de Commissie, samen met alle relevante informatie in verband met dit besluit. De Commissie besluit volgens de procedure van artikel 14 van Verordening (EU) 2024/1789. 7. De regulerende instanties en de Commissie kunnen bij transmissiesysteembeheerders, waterstoftransmissienetbeheerders en bedrijven die één van de functies van productie of levering verrichten, alle informatie opvragen die van toepassing is voor de uitvoering van hun taken op grond van dit artikel. 8. De regulerende instanties en de Commissie nemen de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie in acht. 7. Artikel 14 van de Verordening (EU)2024/1789 bepaalt dat: 1. De Commissie onderzoekt kennisgevingen van besluiten betreffende de certificering van een transmissiesysteembeheerder of een waterstoftransmissienetbeheerder als bepaald in artikel 71, lid 6, van Richtlijn (EU) 2024/1788 onmiddellijk na ontvangst. Binnen 50 werkdagen na de datum van ontvangst van een dergelijke kennisgeving deelt de Commissie haar advies aan de betrokken regulerende instantie mee ten aanzien van de verenigbaarheid met artikel 71, lid 2, of artikel 72, alsook van artikel 60 van Richtlijn (EU) 2024/1788 voor transmissiesysteembeheerders of, voor zover van toepassing, artikel 68 van die richtlijn voor waterstoftransmissienetbeheerders. Bij de opstelling van haar in de eerste alinea bedoelde advies kan de Commissie om het advies van ACER over het besluit van de regulerende instantie verzoeken. In dat geval wordt de in de eerste alinea genoemde termijn van 50 werkdagen met nog eens 50 werkdagen verlengd. Als de Commissie binnen de in de eerste en tweede alinea bedoelde termijn geen advies uitbrengt, wordt zij geacht geen bezwaar te hebben tegen het besluit van de regulerende instantie. 2. Binnen een periode van 50 werkdagen na ontvangst van een advies van de Commissie op grond van lid 1 stelt de regulerende instantie het definitieve besluit betreffende de certificering van de transmissiesysteembeheerder of de waterstoftransmissienetbeheerder vast, waarbij zij zo veel mogelijk rekening houdt met het advies van de Commissie. Het besluit van de regulerende instantie en het advies van de Commissie worden samen bekendgemaakt. Niet-vertrouwelijk 7/37 3. De regulerende instanties of de Commissie kunnen in de loop van de procedure te allen tijde bij een transmissiesysteembeheerder, een waterstoftransmissienetbeheerder of een bedrijf dat een van de functies van productie of levering verricht, alle informatie opvragen die relevant is voor de uitvoering van hun taken overeenkomstig dit artikel. 4. De regulerende instanties en de Commissie bewaren de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige gegevens. 5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 80 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door richtsnoeren te verstrekken waarin de voor de toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel te volgen procedure nader wordt omschreven. 6. Wanneer de Commissie een kennisgeving betreffende de certificering van een transmissiesysteembeheerder uit hoofde van artikel 60, lid 9, van Richtlijn (EU) 2024/1788 ontvangt, neemt zij een besluit over de certificering. De regulerende instantie voert het besluit van de Commissie uit. 1.2. BELGISCH WETTELIJK KADER 8. Op 11 juli 2023 werd de wet betreffende het vervoer van waterstof door middel van leidingen afgekondigd. Op datum van 26 april 2024 werd voormelde wet gewijzigd en keer het een nieuwe benaming dat luidt als volgt: Wet betreffende het vervoer van waterstof door middel van leidingen en betreffende de productie van waterstof in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België (hierna: waterstofwet. Deze wet werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 10 juni 2024. 9. Artikel 8 van de waterstofwet bepaalt: Voordat een onderneming als waterstofvervoersnetbeheerder wordt aangewezen, wordt zij gecertificeerd overeenkomstig de procedure bedoeld in de artikel 9. De Commissie is belast met de controle op de naleving van de hieraan verbonden voorwaarden bedoeld in artikel 10. … 10. De procedure beschreven in artikel 9 van de waterstofwet bepaalt: § 1. Elke onderneming kan zijn kandidatuur indienen om te worden gecertificeerd en aangeduid als waterstofvervoersnetbeheerder bedoeld in artikel 8, eerste lid, binnen een termijn van negentig werkdagen te rekenen vanaf de datum van publicatie van deze wet in het Belgisch Staatsblad. § 2. De kandidatuur wordt per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs bezorgd aan de minister, met kopie aan de Commissie en de Algemene Directie Energie. § 3. De kandidatuur bevat alle noodzakelijke elementen teneinde de Algemene Directie Energie en de Commissie toe te laten deze te beoordelen in het licht van de evaluatiecriteria bedoeld in artikel 11. De kandidatuur bevat eveneens alle noodzakelijke elementen om aan te tonen dat de kandidaat voldoet aan de voorwaarden voor certificering bedoeld in artikel 10. Op elk moment kunnen de Commissie of de Algemene Directie Energie de kandidaat vragen om binnen een termijn van tien dagen alle bijkomende informatie te verstrekken die zij nodig achten in het kader van hun onderzoek. § 4. Binnen zestig werkdagen na afloop van de termijn voor de indiening van de kandidaturen bedoeld in paragraaf 1 beslist de Commissie over de certificatieaanvraag, overeenkomstig artikel 10. Binnen voornoemde termijn bezorgt de Commissie aan de Algemene Directie Energie een advies over de kandidaten, in het licht van de evaluatiecriteria voor aanwijzing bedoeld in artikel 11. § 5. … § 6. … Niet-vertrouwelijk 8/37 De CREG stelt vast dat de procedure beschreven in de waterstofwet niet volledig in lijn is met artikel 71 Richtlijn (EU)2024/1788 dat aan de regulerende instanties een termijn van 100 werkdagen verleent om een ontwerp van beslissing goed te keuren en het ontwerp van beslissing aan de Europese Commissie mede te delen voor advies overeenkomstig artikel 14 van de Verordening (EU)2024/1789. 11. De voorwaarden voor certificering zijn weergegeven in artikel 10 van de waterstofwet dat bepaalt: Om gecertificeerd te worden toont de kandidaat-waterstofvervoersnetbeheerder aan dat hij beantwoordt aan de volgende voorwaarden: 1° de kandidaat moet zich ertoe verbinden eigenaar te zijn van de pijpleidingen die het waterstofvervoers-net zullen vormen, met uitsluiting van de bestaande waterstofnetten; 2° de kandidaat moet ontvlochten zijn van elke juridische entiteit die zich bezighoudt met de productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit; met name moet hij garanderen dat:
- a)dezelfde persoon of personen niet het recht hebben om: (
- i)direct of indirect zeggenschap uit te oefenen over een onderneming die één van de volgende functies vervult: de productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit, en direct of indirect zeggenschap uit te oefenen op of enige rechten uit te oefenen over de waterstofvervoersnetbeheerder; (
- ii)direct of indirect zeggenschap uit te oefenen over de waterstofvervoersnetbeheerder en direct of indirect zeggenschap uit te oefenen op of enige rechten uit te oefenen over een onderneming die één van de volgende functies vervult: productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit;
- b)dezelfde persoon of personen niet het recht hebben om leden aan te wijzen van de raad van toezicht, van de raad van bestuur of van organen die de onderneming van de waterstofvervoersnetbeheerder wettelijk vertegenwoordigen, en om direct of indirect zeggenschap uit te oefenen op, of enige rechten uit te oefenen over een onderneming die één van de volgende functies vervult: productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit; en
- c)eenzelfde persoon geen recht heeft om lid te zijn van de raad van toezicht, de raad van bestuur of de organen die de onderneming wettelijk vertegenwoordigen, van zowel een onderneming die één van de volgende functies vervult: productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit, als van de waterstofvervoersnetbeheerder. De in de bepalingen onder
- a)en
- b)bedoelde rechten omvatten met name: de bevoegdheid om stemrecht uit te oefenen, de bevoegdheid om leden van de raad van toezicht, de raad van bestuur of de organen die de onderneming wettelijk vertegenwoordigen, te benoemen, of het hebben van een meerderheidsaandeel; 3° de door de kandidaat voorgestelde juridische entiteit voor het beheer van het waterstofvervoersnet kan ook gebruikt worden voor het bezit of de exploitatie van wateropslag- of invoerinfrastructuur, op voorwaarde dat de rechtsvorm gescheiden is en dat deze entiteit nooit betrokken is bij de verkoop van energie anders dan voor haar eigen operationele behoeften; met name vormt bovengenoemde juridische scheiding geen beletsel voor:
- a)de detachering van personeel door de kandidaat-waterstofvervoersnetbeheerder bij de beheerders van de waterstofopslag- of -invoerinfrastructuur, en vice versa;
- b)de levering van diensten door de kandidaat aan de beheerders van waterstofopslag- of invoerinfrastructuur en vice versa; noch Niet-vertrouwelijk 9/37
- c)het opzetten van gezamenlijke aankoopsystemen of joint ventures voor het uitvoeren van specifieke taken; 4° de door de kandidaat voorgestelde juridische entiteit voor het beheer van het waterstofvervoersnet kan ook worden gebruikt voor het bezit of de exploitatie van infrastructuur voor het vervoer, de opslag of de invoer van aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of van elektriciteit op voorwaarde dat de rechtsvorm gescheiden is en nooit betrokken is bij de verkoop van energie anders dan voor haar eigen operationele behoeften; met name vormt bovengenoemde juridische scheiding geen beletsel voor:
- a)de detachering van personeel door de kandidaat-waterstofvervoersnetbeheerder bij de beheerders van vervoers-, opslag- of invoerinfrastructuur voor aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit en vice versa;
- b)de levering van diensten door de kandidaat aan beheerders van infrastructuur voor het transport, de opslag of de invoer van aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit, en vice versa; noch
- c)het opzetten van gezamenlijke aankoopsystemen of joint ventures voor het uitvoeren van specifieke taken. 12. De waterstofwet van 11 juli 2023 werd door het Vlaamse Gewest aangevochten wegens een schending van de gewestelijke bevoegdheid inzake openbare distributie van gas. Het geschil concentreerde zich in hoofdzaak rond de definitie van ‘waterstofvervoer’ dat overeenkomstig artikel 2, 3° van de Waterstofwet luidde als volgt: 3° waterstofvervoer: het vervoer van waterstof door een net dat vooral bestaat uit pijpleidingen waarvan de hoogst toelaatbare werkdruk meer dan 16 bar bedraagt, maar de levering zelf niet inbegrepen is, en waarbij het steeds het vervoer betreft:
- a)van of naar andere landen en de aansluiting van importinfrastructuur;
- b)van en naar de waterstofdistributienetten, inclusief de aansluiting ervan;
- c)naar de grote eindafnemers, inclusief de aansluiting ervan;
- d)van de grote waterstofproductie-eenheden, inclusief de aansluiting ervan;
- e)van en naar de grote waterstofopslagfaciliteiten, inclusief de aansluiting ervan. Met haar arrest nr. 126/2024 van 14 november 20242 heeft het Grondwettelijk Hof de zinsneden in de definitie van “waterstofvervoer” die verband houden met “van de grote waterstofproductieeenheden, inclusief de aansluiting ervan” en “van en naar de grote waterstofopslagfaciliteiten, inclusief de aansluiting ervan”, of
- d)en
- e)vernietigd. Het Hof heeft als sleutelcriterium voor de bevoegdheidsafbakening tussen vervoer en distributie van gas(lijke) stromen weerhouden: de bestemming van de netactiviteit/infrastructuur. Het louter aansluiten van een grote productie- of opslaginstallatie maakt de bestemming van het net - naar en van een grote productie- of opslaginstallatie voor waterstof - niet automatisch ‘vervoer’, aldus het Hof. Evenmin, de grootte van de pijpleiding, of de druk is een bevoegdheidscriterium. Verder stelt het Grondwettelijk Hof dat de levering aan eindafnemers op een waterstofvervoersnet enkel bijkomstig mag zijn. Het Hof preciseert weliswaar niet vanaf wanneer ‘bijkomstig’ ophoudt bijkomstig te zijn. De enige precisering die het Hof aanbrengt, is dat het moet gaan om situaties waarbij grote eindafnemers aangesloten worden op het waterstofvervoersnet om redenen van efficiëntiewinst die een dergelijke aansluiting kan opleveren, met name wanneer de technische of 2 https://nl.const-court.be/public/n/2024/2024-126n.pdf Niet-vertrouwelijk 10/37 economische aspecten van het betrokken project zulks rechtvaardigen, of wanneer de betrokken afnemer in de nabijheid van het waterstofvervoersnet is gevestigd en er in dat gebied geen waterstofdistributienet is gepland. 1.3. EFFECT VAN DE INWERKINGTREDING RICHTLIJN (EU)2024/1788 OP 4 AUGUSTUS 2024 EN DE VERORDENING (EU)2024/1789 OP 5 FEBRUARI 2025 OP DE WATERSTOFWET 13. Luidens artikel 96 treedt de Richtlijn (EU) 2024/1788 in werking de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, of 4 augustus 2024. De Verordening (EU)2024/1789 is in zijn geheel van toepassing geworden op 5 februari 2025 (artikel 89, van de Verordening (EU)2024/1789). 14. In het kader van de toepassing van het EU-recht in de nationale rechtsorde spelen drie beginselen een rol: het beginsel van voorrang van het EU-recht, het beginsel van rechtstreekse werking en het beginsel van (richtlijn)conforme uitlegging van het nationale recht. Op deze drie beginselen wordt hierna ingegaan. 1.3.1. Beginsel van voorrang van het Unierecht 15. Het “beginsel van voorrang van het Unierecht” is een basisprincipe dat in artikel 34 van de Belgische Grondwet3 verankerd is. In 1964 oordeelde het EU-Hof in de zaak C-6/64 (Costa/ENEL)4 dat het Europese recht voorrang heeft op het nationale recht van de lidstaten. In het geval van strijdigheid tussen een bepaling van het EUrecht en een bepaling van het nationale recht, heeft het EU-recht voorrang. Het arrest bepaalt onder meer: "Het verdragsrecht, dat uit een autonome bron voortvloeit, kan op grond van zijn bijzondere karakter niet door enig voorschrift van nationaal recht opzij worden gezet, zonder zijn gemeenschapsrechtelijke karakter te verliezen en zonder dat de rechtsgrond van de gemeenschap zelf daardoor wordt aangetast." 16. De autoriteiten van een lidstaat moeten een nationale bepaling buiten toepassing laten indien die bepaling in strijd is met een EU-rechtelijke bepaling. Wanneer de onverenigbaarheid van een nationale bepaling met het EU-recht wordt veroorzaakt door de uitlegging die een rechterlijke instantie aan een nationale bepaling heeft gegeven, dan moet die rechtspraak terzijde worden geschoven (zaak C-173/09 (Elchinov- Bulgaarse ziekenfonds)5, punt 30). Aan het beginsel van voorrang zijn drie belangrijke aspecten verbonden: - In de eerste plaats vereist het beginsel van voorrang dat nationaal recht buiten toepassing wordt gelaten indien dat recht in strijd is met het EU-recht, maar de voorrang heeft geen gevolgen voor de geldigheid van het nationale recht. Het nationale recht kan alleen ongeldig worden verklaard door de bevoegde nationale instanties; - In de tweede plaats is de voorrang van het EU-recht absoluut. Dat wil zeggen dat elke bron van EU-recht - zoals de Verdragen, het Handvest en de secundaire wetgeving (verordeningen, richtlijnen) - voorrang heeft op elke bron van nationaal recht, waaronder 3 Hof van Justitie, 10 april 1984, Von Colson en Kamann, 14/83, Jur., 1984,1891 (artikel 10 EG-verdrag); zie ook verklaring nr. 17 bij het Verdrag van Lissabon 4 https://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=C-6/64 5 https://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=C-173/09 Niet-vertrouwelijk 11/37 de nationale grondwet. Ook heeft het EU-recht zowel voorrang op bestaand nationaal recht als op toekomstig nationaal recht [eigen onderlijning]; - In de derde plaats geldt de voorrang van het EU-recht ten opzichte van alle rechters van een lidstaat. Zowel rechters in eerste aanleg als rechters bij grondwettelijke hoven moeten het nationale recht buiten toepassing laten indien dat recht in strijd is met het EU-recht. 1.3.2. Beginsel van rechtstreekse werking 17. Het EU-Hof oordeelde in de zaak C-26/62 (Van Gend en Loos)6 dat particulieren zich rechtstreeks kunnen beroepen op het EU-recht, ongeacht het bestaan van regelgeving in het nationale recht. Een beroep op het EU-recht is alleen mogelijk indien de verplichtingen die voortvloeien uit het EU-recht voldoende nauwkeurig, duidelijk en onvoorwaardelijk zijn en geen aanvullende maatregelen, op nationaal of EU-niveau, vereisen. Verder wordt de toetsing van de rechtstreekse werking uitgevoerd met betrekking tot afzonderlijke bepalingen van het EU-recht. Het is daardoor mogelijk dat slechts één afdeling of één (sub)onderdeel van een Verdragsartikel rechtstreekse werking heeft. 18. Het EU-recht kent diverse rechtsbronnen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de Verdragen (primair recht) en om secundaire wetgeving (verordeningen, richtlijnen). Niet aan alle rechtsbronnen van het EU-recht komt rechtstreekse werking toe. Daarnaast moet er een onderscheid worden gemaakt tussen verticale en horizontale rechtstreekse werking. Verticale rechtstreekse werking houdt in dat een particulier zich in een procedure tegen de overheid op het EU-recht kan beroepen. Horizontale rechtstreekse werking houdt in dat particulieren zich ten overstaan van elkaar op het EU-recht kunnen beroepen. Hieronder wordt een overzicht gegeven van diverse rechtsbronnen en de vraag of die rechtsbronnen verticale en/of horizontale directe werking hebben. - Artikelen uit de EU-Verdragen: artikelen uit de EU-Verdragen kunnen rechtstreekse werking hebben, zowel verticaal als horizontaal; - Verordeningen: verordeningen hebben zowel horizontale als verticale rechtstreekse werking; - Besluiten: een besluit dat gericht is tot een lidstaat of meerdere lidstaten kan verticale rechtstreekse werking hebben met betrekking tot de individuen in de desbetreffende lidstaat of lidstaten. Horizontale rechtstreekse werking is uitgesloten; - Internationale overeenkomsten waarbij de EU partij is; dergelijke overeenkomsten kunnen verticale rechtstreekse werking hebben (C-12/86, punt 14)7; 19. Een richtlijn kan op zich geen verplichtingen opleggen aan particulieren. De verplichtingen uit een richtlijn zijn slechts verbindend ten aanzien van elke lidstaat waarvoor zij bestemd is. Richtlijnen hebben daarom alleen verticale rechtstreekse werking (verhouding particulier-lidstaat). Een (bepaling uit een) richtlijn kan niet door een particulier tegenover een andere particulier worden ingeroepen voor een nationale rechter (horizontale rechtstreekse werking). 6 7 https://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=C-26/62 https://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=C-12/86 Niet-vertrouwelijk 12/37 1.3.3. Beginsel van (richtlijn)conforme uitlegging van het nationale recht 20. Ondanks dat richtlijnen geen horizontale rechtstreekse werking hebben, creëerde het EU-Hof een uitzondering (C-14/83, punt 26)8. Deze uitzondering wordt het beginsel van (richtlijn)conforme uitlegging van het nationale recht genoemd. 21. Richtlijnconforme uitlegging houdt in dat alle nationale instanties, waaronder rechters, in procedures tussen particulieren (horizontaal), de ter uitvoering van de richtlijn vastgestelde nationale bepalingen zoveel mogelijk in het licht van de bewoordingen en van de doelstelling van de richtlijn moeten uitleggen. De richtlijnconforme uitlegging van het nationale recht kent evenwel een aantal beperkingen. Richtlijnconforme uitlegging wordt namelijk begrensd door de algemene rechtsbeginselen van het EUrecht en een dergelijke uitlegging mag niet dienen als grondslag voor een uitlegging contra legem van het nationale recht. 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 22. Op datum van 22 februari 2024 heeft de CREG bij beslissing (B)27259 vastgesteld dat op basis van de ingediende aanvraag tot certificering en de stukken van het dossier, Fluxys hydrogen NV op datum van de beslissing voldoet aan de principes m.b.t. de voorwaarden voor certificering bedoeld in artikel 10 van de waterstofwet. In diezelfde beslissing werd Fluxys hydrogen NV eraan herinnerd dat nadat het Hydrogen and Decarbonised Gas Package in nationale wetgeving zal zijn omgezet, Fluxys hydrogen NV opnieuw een aanvraag tot certificering bij de CREG zal moeten indienen, waarvan de beslissing bij de Europese Commissie zal moeten worden ingediend voor advies. 23. Op datum van 15 september 2025 heeft Fluxys hydrogen NV een aanvraag tot certificering bij de CREG ingediend, zich steunende op de Richtlijn (EU)2024/1788, de Verordening (EU)2024/1789 en de waterstofwet. Op heden is het Hydrogen and Decarbonised Gas Package nog niet omgezet in nationale wetgeving. Aan de brief van 15 september 2025 is gehecht: - Bijlage I van deze beslissing: de aanvraag tot certificering; - Bijlage II van deze beslissing: 21 stukken (genummerd van 1 tot 14) overeenkomstig de inventaris van Fluxys Hydrogen Terecht merkt Fluxys hydrogen NV op dat overeenkomstig artikel 14 van de Verordening (EU)2024/1789 voortaan een advies vereist is van de Europese Commissie over het ontwerp van beslissing van de CREG, zodat de Europese Commissie kan nagaan of Fluxys hydrogen NV voldoet aan de certificeringseisen uiteengezet in de artikelen 68 en 71.2 van de Richtlijn (EU)2024/1788. 8 9 https://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=C-14/83 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2725 Niet-vertrouwelijk 13/37 Fluxys hydrogen NV vervolgt dat de ingediende aanvraag tot certificering samen met de bijlagen een geactualiseerde versie zijn ten opzichte van het dossier ingediend bij de CREG op 27 november 2023 en waarover de CREG een beslissing (B)2725 heeft genomen. 24. Op 7 januari 2026 heeft Fluxys hydrogen aan de CREG bijkomende informatie bezorgd over een aantal vragen gesteld door de CREG (Bijlage III van deze beslissing). 25. De CREG zal de aanvraag tot certificering van Fluxys hydrogen NV in deel 3 van deze beslissing onderzoeken volgens het model van eigendomsontvlechting zoals bedoeld in artikel 68.1 en 68.2 van de Richtlijn (EU)2024/1788 dat naar artikel 60 verwijst. 26. In het kader van de toepassing van het EU-recht in de nationale rechtsorde zal de CREG rekening houden met de drie beginselen van voorrang van het EU-recht, rechtstreekse werking en (richtlijn)conforme uitlegging van het nationale recht, zoals uiteengezet in deel 1.3 van het wettelijk kadert van deze beslissing. 27. Tot slot, verwijst de CREG naar de interpretatieve nota van de Europese Commissie dat zegt10: “A TSO can only be approved and designated as a TSO following the certification procedure laid down in Article 10 Electricity and Gas Directives in combination with the provisions of Article 3 Electricity and Gas Regulations. These rules must be applied to all TSOs for their initial certification, and subsequently at any time when a reassessment of a TSO’s compliance with the unbundling rules is required.” 28. Op 30 januari 2026 werd de ontwerpbeslissing van de CREG, goedgekeurd door het directiecomité op 29 januari 2026, met toepassing van artikel 14 van Verordening (EU) 2024/1789 en artikel 71 van Richtlijn (EU) 2024/1788 meegedeeld aan de Europese Commissie voor advies. 29. Op 9 april 2026 heeft de Europese Commissie haar advies aan de CREG in de Nederlandse en Franse taal meegedeeld (Bijlage VI van deze beslissing). 30. Vanwege dit advies heeft de CREG op 14, 23 en 28 april 2026 bijkomende informatie opgevraagd bij Fluxys hydrogen. De CREG heeft de antwoorden en bijkomende informatie ontvangen op 24, 29 en 30 april 2026 (Bijlage VII van deze beslissing). 2.2. NIET-OPENBARE RAADPLEGING 31. Ingevolge artikel 33, van het Huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG van 14 december 2015, is de CREG verplicht, alvorens een beslissing te nemen, een raadpleging te organiseren. Met toepassing van artikel 41, van het Huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG van 14 december 201511, heeft het directiecomité van de CREG beslist om een nietopenbare raadpleging te organiseren over de ontwerpbeslissing om redenen dat de ontwerpbeslissing slechts rechtsgevolgen heeft voor Fluxys hydrogen NV. 32. Het directiecomité van de CREG stelt de raadplegingsperiode vast op één week. De raadplegingsperiode gaat in op donderdag 15 januari 2026 23.59 uur om te eindigen op donderdag 22 januari 2026 om 23.59 uur. 10 11 Commission staff working paper van 22 januari 2010, “The unbundling Regime”, p. 22 https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=2015121401&table_name=wet#LNK0018 Niet-vertrouwelijk 14/37 Met toepassing van artikel 37, § 1 van zijn huishoudelijk reglement wordt de duur van de raadpleging teruggebracht tot 1 week om reden dat de aanvraag tot certificering voorafgaand de indiening besproken werd met Fluxys hydrogen NV alsook om reden dat het een actualisatie betreft van de aanvraag tot certificering die geleid heeft tot de beslissing (B)2725. 33. Op 22 januari heeft Fluxys hydrogen NV per brief gereageerd op de niet-openbare raadpleging van huidige beslissing (Bijlage V van huidige beslissing). 3. ONDERZOEK VAN CERTIFICERING 3.1. ALGEMEEN DE AANVRAAG TOT 34. Met de certificeringsvoorwaarden opgesomd in artikel 10 van de waterstofwet heeft de Belgische wetgever gekozen voor de omzetting van het eigendomsontvlechtingsmodel zoals uiteengezet in artikel 60 van de Richtlijn (EU)2024/1788, waarnaar artikel 68 van de Richtlijn (EU)2024/1788 verwijst (paragraaf 6 van deze beslissing). Het onderzoek wordt bijgevolg opgesplitst in drie luiken:
(1)het eigendomsstatuut van het waterstofvervoersnet;
(2)de controle en zeggenschap over de waterstofvervoersnetbeheerder en
(3)of de waterstofvervoersnetbeheerder in staat is het waterstofvervoersnet te beheren en te ontwikkelen. 3.
- EIGENDOMSSTATUUT VAN HET WATERSTOFVERVOERSNET
- De waterstofwet, in tegenstelling tot artikel 60.1 van de Richtlijn (EU)2024/1788 vereist niet dat de waterstofvervoersnetbeheerder bij de indiening van zijn aanvraag tot certificering de facto eigenaar moet zijn van een waterstofvervoersnet. Het volstaat dat de waterstofvervoersnetbeheerder er zich toe verbindt eigenaar te worden van de pijpleidingen die het waterstofvervoersnet zullen vormen, met uitsluiting van bestaande waterstofnetten (artikel 10, 1°, van de waterstofwet). De CREG is echter van oordeel dat het principe van eigendom voorzien in artikel 60.1 van de Richtlijn (EU)2024/1788 zo strikt als mogelijk moet worden toegepast, daar dit de eigenschap is van eigendomsontvlechting.
- Het begrip waterstofvervoersnet is in de waterstofwet gedefinieerd als “een waterstofvervoersleiding of een geheel van waterstofvervoersleidingen die met elkaar verbonden zijn of op termijn bestemd zijn met elkaar te worden verbonden, met uitsluiting van leidingen die deel van waterstofterminals uitmaken, en die beheerd worden door de waterstofvervoersnetbeheerder” (artikel 2, 13°, van de waterstofwet). Onder waterstofvervoersleiding wordt verstaan: “elke pijpleiding die bestemd is voor het vervoer van waterstof” (artikel 2, 12°, van de waterstofwet). Zijn van het waterstofvervoersnet uitgesloten en vallen buiten het onderzoek van certificering, de leidingen die deel uitmaken van waterstofterminals. In artikel 2.23 van de Richtlijn (EU)2024/1788 wordt een waterstoftransmissienet gedefinieerd als: “een netwerk van pijpleidingen voor het transport van waterstof met een hoge zuiverheidsgraad, met name een net dat waterstofinterconnectoren omvat of dat rechtstreeks is aangesloten op Niet-vertrouwelijk 15/37 waterstofopslagfaciliteiten, waterstofterminals of twee of meer waterstofinterconnectoren, of dat voornamelijk dient voor het transport van waterstof naar andere waterstofnetten, waterstofopslag of waterstofterminals, zonder de mogelijkheid uit te sluiten voor zulke netten om rechtstreeks aangesloten afnemers te beleveren;”
- In haar aanvraag tot certificering leest de CREG op bladzijde 2 tot en met 10 (Bijlage I van deze beslissing) kort samengevat dat: - De ontwikkeling van het waterstofvervoersnet in België door Fluxys hydrogen NV in verschillende fasen zal verlopen: • Een eerste fase betreft de ontwikkeling van een waterstofvervoersnet in 2026 en dat openstaat voor een derdentoegang gelegen in de havengebieden GentAntwerpen waarvoor een FID werd genomen op 28 februari 2025 door de raad van bestuur van Fluxys hydrogen NV, [VERTROUWELIJK]. Het betreft enerzijds leidingen in de haven Antwerpen (Kallo-Lillo-Polderdijkweg, inclusief Schelde kruising) en anderzijds een verbinding tussen de havens Gent-Antwerpen of Zelzate-Kallo. De bouwwerkzaamheden hiervan zijn gestart in maart 2025 met de bedoeling medio 2026 operationeel te zijn. De vergunningsaanvragen zijn ingediend door Fluxys hydrogen NV op basis van een bijzondere volmacht gegeven aan twee fysieke personen van Fluxys Belgium (Bijlage II, stuk 3quater van de inventaris van stukken van Fluxys hydrogen). Op deze wijze verkrijgt Fluxys Belgium, beheerder van het aardgasvervoersnetwerk de opdracht van Fluxys hydrogen NV voor het opmaken en ondertekenen van alle vergunningsaanvragen en de daarop betrekking hebbende documenten alsook het indienen van deze vergunningsaanvragen bij de bevoegde overheidsdiensten. Deze volmacht verleent aan de gevolmachtigden ook het recht om erfdienstbaarheden af te sluiten zoals een recht van opstal en andere zakelijke rechten ten gunste van Fluxys hydrogen NV, alsook doorgangsovereenkomsten. Notariële aktes die verleend moeten worden dienen in naam van Fluxys hydrogen ondertekend te worden. Dat Fluxys hydrogen NV eigenaar is van de vergunningen volgt ook uit het arrest van de raad voor vergunningsbetwistingen waar verwerende partij Fluxys hydrogen NV is (Bijlage III van deze beslissing). De omgevingsvergunning van het tracé Zelzate-Kallo werd geschorst door de Raad voor Vergunningenbetwistingen. Op 7 januari 2026 geeft Fluxys hydrogen NV over de schorsing een update, stellende dat bij arrest van 27 november 2025, betekend aan Fluxys hydrogen NV op 9 december 2025, de Raad voor Vergunningsbetwistingen vaststelling heeft gedaan van de afstand van het beroep van de landbouwers tegen de omgevingsvergunning en heeft zij de bij arrest van 15 april 2025 bevolen schorsing van de omgevingsvergunning opgeheven. Bij de toelichting wordt het arrest van 27 november 2025 (“Arrest RvVb 271125”) gevoegd (Bijlage III van deze beslissing). Verder deelt Fluxys hydrogen NV mee dat [VERTROUWELIJK] met Denys NV werd overeengekomen dat de werken kunnen heropgestart worden van zodra de schorsing van de omgevingsvergunning is opgeheven en afstand van geding is gedaan in alle lopende beroepsprocedures. Aan deze voorwaarden werd intussen voldaan en de hervatting van de werken is momenteel gepland op 12 januari
- In de toelichting van Fluxys hydrogen NV is Niet-vertrouwelijk 16/37 ook een tijdslijn opgenomen van de voortzetting van de werken door Denys NV (Bijlage III van deze beslissing). Wat betreft de werken in de haven van Antwerpen (Kallo-Lillo-Polderdijkweg, inclusief Schelde kruising) lopen deze vooralsnog verder volgens planning. De contracten met de aannemers en leveranciers voor de aanleg van de waterstofleidingen worden afgesloten met Fluxys Belgium. [VERTROUWELIJK] wordt verduidelijkt dat de contracten aangegaan door Fluxys Belgium met de aannemers gebeuren in naam en ten behoeve van Fluxys hydrogen NV en dat deze laatste de eigenaar is van de waterstofleidingen. [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Betreffende herbestemming van aardgasvervoersleidingen zijn er volgens de verklaring van Fluxys hydrogen NV op de locatie van fase 1 geen beschikbaar.
- In haar advies van 9 april 2026 zegt de Europese Commissie: “Op grond van artikel 60, lid 1, punt a), en artikel 68, lid 1, van de gasrichtlijn moeten de lidstaten ervoor zorgen dat elk bedrijf dat eigenaar is van een waterstoftransmissienet als een waterstoftransmissienetbeheerder handelt. Hoewel Fluxys H2 momenteel geen eigenaar is van een waterstofnet, verstrekt de CREG in haar besluit informatie over de plannen van Fluxys H2 om vanaf 2026 in drie fasen een netwerk te ontwikkelen. In het licht van de vroege ontwikkelingsfase van de Europesewaterstofmarkt is het noodzakelijk dat toekomstige beheerders van waterstofnetwerken kunnen worden aangewezen en gecertificeerd overeenkomstig artikel 14 van de gasverordening, teneinde deze beheerders in staat te stellen de infrastructuur in kwestie te plannen, te financieren en aan te leggen. Dat Fluxys H2 momenteel geen eigenaar van een waterstoftransmissienet is, mag derhalve geen belemmering vormen voor de certificering als waterstoftransmissienetbeheerder.”
- Op datum van 2 april 2026 heeft de CREG vastgesteld dat Fluxys c-grid een openbare raadpleging heeft georganiseerd over haar nationaal ontwikkelingsplan 2026-203512, waarin de CREG leest dat bepaalde waterstofleidingen die gebouwd worden in fase 1, gebruikt zouden worden voor CO2vervoer. In het kader van deze beslissing van Fluxys hydrogen NV heeft de CREG op datum van 23 april 2026 aan Fluxys hydrogen NV gevraagd wat volgt: - Een exacte beschrijving te geven van de H2 assets die in de eerste fase daadwerkelijk gebouwd zullen worden, met einddatum van de bouwwerkzaamheden; - Een exacte beschrijving te geven van voormelde H2-assets die wel onmiddellijk en die niet onmiddellijk voor vervoer van waterstof zullen worden gebruikt, waarom niet en binnen welke tijdspanne dan wel. 12 https://www.fluxys.com/en/co2/empowering-you/customerinteractions/260330_marketconsultation01-fluxys-c-grid-network-development-plan-2026-2035 Niet-vertrouwelijk 17/37 Bijkomend hieraan toegevoegd: o Wat gebeurt dan met de assets die niet onmiddellijk voor vervoer van H2 zullen worden gebruikt? o Maakt het NDP H2 hiervan ergens melding, indien nee hoe zal FLX H2 dit oplossen of welk engagement neemt FLX H2 op in dit kader? o Hoe rechtvaardigt Flx H2 dat zij als een HNO over deze assets zal handelen? Uit het antwoord van Fluxys hydrogen, ontvangen op 29 april 2026, stelt de CREG vast: “De industriële gebieden Gent en Antwerpen zijn gepland om via een nieuwe pijpleiding tussen Zelzate en Lillo via Kallo te worden verbonden. Deze pijpleiding is gebouwd om waterstof van een hoge zuiverheidsgraad te transporteren. Het netwerk in Antwerpen omvat infrastructuur aan zowel de rechter- als de linkeroever en bestrijkt verschillende gebieden: • De linkeroever langs de Ketenislaan; • De rechteroever langs de Scheldelaan naar beneden richting de Oosterweelsteenweg; • Een verbinding onder de Schelde tussen beide secties. Het netwerk is conceptueel ontworpen om te voldoen aan verwachte commerciële behoeften op zowel korte, middellange als lange termijn. [VERTROUWELIJK]. Het netwerk in Antwerpen is momenteel gepland om technisch klaar te zijn voor gebruik in Q2/Q3 2026 en de pijpleiding Gent – Antwerpen in Q2 2027 [vrije vertaling]. Fluxys hydrogen NV verduidelijkt welke infrastructuur zij aan het bouwen is met de bedoeling om hiervan eigenaar te worden of te zijn, wat haar in staat moet stellen om te handelen als een waterstofvervoersnetbeheerder over deze infrastructuur.
- Verder leest de CREG in de verklaring van Fluxys hydrogen NV: “Gezien het huidige tempo van de ontwikkeling van de H2-markt onderzoekt Fluxys hydrogen, waar technisch haalbaar en economisch redelijk, mogelijkheden om de toekomstige bestaande waterstofinfrastructuur tijdelijk beschikbaar te maken voor gebruik voor andere doeleinden, zoals CO-2 of aardgastransport. [VERTROUWELIJK] Er is op dit moment nog geen beslissing genomen. De benuttingsprognose zal worden vermeld in het volgende waterstofontwikkelingsplan.” [eigen vertaling] Fluxys hydrogen NV verduidelijkt dat de waterstofvervoersleiding(en) die gebouwd worden en klaar zullen zijn in Q2 van 2027 niet onmiddellijk gebruikt zullen worden voor waterstofvervoer, hetgeen dus onmiddellijk voor gevolg heeft dat Fluxys hydrogen NV gedurende deze periode (tot 2032) niet over deze infrastructuur zal handelen als een waterstofvervoersnetbeheerder.
- Vervolgens verklaart Fluxys hydrogen NV ook dat: “De waterstofvervoersnetbeheerder moet een netwerkontwikkelingsplan ontwikkelen dat in staat stelt om de capaciteitsbehoeften van de markt adequaat en efficiënt te vervullen. [VERTROUWELIJK] Terecht verklaart Fluxys hydrogen NV dat er nog een tienjarig netontwikkelingsplan voor waterstof moet worden opgesteld. De CREG laat gelden dat de mogelijkheid om waterstofvervoersleidingen te Niet-vertrouwelijk 18/37 gebruiken voor andere doeleinden dan waterstofvervoer eerst in dat plan uitgeklaard moet worden en niet in een netontwikkelingsplan van Fluxys c-grid dat de beheerder is voor CO2-vervoer. De CREG verwijst hiervoor uitdrukkelijk naar haar briefwisseling van 11 september 2025 en 30 april
- Uit wat voorafgaat stelt de CREG twee zaken vast: enerzijds moet Fluxys hydrogen NV nog eigenaar worden van de te bouwen waterstofvervoersleidingen, hetgeen voor de Europese Commissie geen probleem stelt en anderzijds, [VERTROUWELIJK]. Indien dit laatste gegeven zich daadwerkelijk voordoet, betekent dit dat Fluxys hydrogen NV tot 2032 niet zal kunnen handelen als een waterstofvervoersnetbeheerder over deze waterstofvervoersleidingen op grond waarvan zij vraagt om als waterstofvervoersnetbeheerder te worden gecertificeerd. De CREG besluit hieruit dat de voorwaarde voorzien in artikel 60, lid 1, punt a) van de Richtlijn (EU)2024/1788 op dit ogenblik voorwaardelijk vervuld is en afhankelijk gemaakt wordt van het resultaat van de besprekingen die nog plaats moeten vinden over het netontwikkelingsplan van Fluxys hydrogen NV. De CREG behoudt zich het recht voor om, afhankelijk van voornoemde besprekingen, , de certificering van Fluxys hydrogen NV eventueel te herevalueren en indien nodig een certificeringsprocedure te heropenen. • Een tweede fase van de ontwikkeling van een waterstofvervoersnet en dat openstaat voor een derdentoegang dat pas in 2034 plaatsvinden. Het betreft
(1)een verbinding tussen de industriële clusters Luik-Duitse grens,
(2)een uitbreiding van het netwerk van fase 1, inclusief een verbinding met Nederland en
(3)een verbinding Antwerpen-Luik. • Na 2034 streeft Fluxys hydrogen NV ernaar om stapsgewijs een matuur waterstofvervoersnetwerk verder uit te bouwen. 3.
- CONTROLE EN ZEGGENSCHAP 3.3.
- Bestuur en statuten van Fluxys hydrogen NV
- Bijlage II, stuk 4 van de inventaris van stukken van Fluxys hydrogen betreffen de statuten van Fluxys hydrogen NV, Fluxys Belgium en Publigas.
- In artikel 8, § 2 van de statuten van Fluxys hydrogen NV leest de CREG dat de raad van bestuur is samengesteld uit ten minste 3 bestuurders die natuurlijke of rechtspersonen kunnen zijn, al dan niet aandeelhouders. In tegenstelling tot de gas- en elektriciteitswet voorziet de H2-wet geen enkele bepaling inzake de samenstelling van de raad van bestuur van een waterstofvervoersnetbeheerder, zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van onafhankelijke bestuurders in de raad van bestuur. Daarnaast voorziet de waterstofwet evenmin zoals in de elektriciteitswet, gewijzigd bij wet van 3 november 2023, dat het verboden is om in de raad van bestuur van de netbeheerder rechtspersonen aan te duiden als bestuurder. Naar aanleiding van de beslissing (B)272513, heeft Fluxys hydrogen NV verduidelijkt dat ook een natuurlijke persoon, niet aandeelhouder, aangeduid zou kunnen worden als bestuurder en dat dit een 13 Zie voetnoot 9 Niet-vertrouwelijk 19/37 standaardbepaling is van statuten van toepassing op een naamloze vennootschap (paragraaf 43 van de beslissing (B)2725).
- Verder verwijst de CREG ook naar paragraaf 44 van haar beslissing (B)272514 met betrekking tot artikel 10 van de statuten van Fluxys hydrogen NV.
- In haar aanvraag tot certificering op bladzijde 12 meldt Fluxys hydrogen NV dat de raad van bestuur van Fluxys hydrogen NV uit 4 bestuurders bestaat waarbij Anne Vander Schueren intussen werd vervangen door Leentje Vanhamme. Bijlage II, stukken 5 en 5bis van de inventaris van stukken van Fluxys hydrogen bevestigt inderdaad dat deze bestuurders, allen werknemers van Fluxys Belgium15, geen lid zijn van een bestuursorgaan, noch zeggenschap en/of rechten uitoefenen in een onderneming wiens activiteit verband houdt met productie en/of levering van waterstof, aardgas en/of elektriciteit.
- Bijlage II, stuk 6 van de inventaris van stukken van Fluxys hydrogen toont aan dat het dagelijks bestuur van Fluxys hydrogen NV is samengesteld uit personeelsleden die een arbeidsovereenkomst hebben afgesloten met Fluxys hydrogen NV.
- Rekening houdende met wat voorafgaat heeft de CREG verder geen opmerkingen, en vraagt zij dat Fluxys hydrogen NV haar jaarlijks op de hoogte te houden van elke wijziging inzake statuten, bestuursleden en samenstelling van het dagelijks bestuur van Fluxys hydrogen NV. 3.3.
- Verbodsregels inzake zeggenschap en rechten 3.3.2.
- Fluxys hydrogen NV
- Fluxys hydrogen NV is een voor 100% dochter van Fluxys Belgium, die op haar beurt gecertificeerd is overeenkomstig het OU-model (Bijlage II, stuk 8 van de inventaris van stukken van Fluxys hydrogen).
- Bijlage II, stuk 7 van de inventaris van stukken van Fluxys hydrogen, betreft het Fluxys groepsorganigram vastgesteld op 30 juni
- Hieruit volgt dat Fluxys hydrogen NV geen participaties heeft in andere ondernemingen. 3.3.2.
- Fluxys Belgium NV
- Fluxys Belgium is op haar beurt voor 90% een dochter van de groep Fluxys N.V. De overige 10% van de aandelen zijn beursgenoteerd (Euronext Brussel). Daarnaast is er één gouden aandeel in het voordeel van de Belgische Staat.
- Artikel 12 van de statuten van Fluxys Belgium (Bijlage II, stuk 4 van de inventaris van stukken van Fluxys hydrogen) beschrijft de rechten verbonden aan de vertegenwoordigers van de Belgische Staat. Zo kunnen de vertegenwoordigers van de Belgische Staat beroep aantekenen tegen elke beslissing van de raad van bestuur die zij strijdig achten met de krachtlijnen van ’s lands energiebeleid, met inbegrip van de doelstellingen van de regering inzake de bevoorrading van het land in energie. Dit recht geldt eveneens voor beslissingen over het investerings- en activiteitenplan en het daarop betrekking hebbende budget welke de raad van bestuur ieder boekjaar moet nemen. 14 15 Zie voetnoot 9 Beheerder van het aardgasvervoersnet dat gecertificeerd is overeenkomstig het OU-model. Niet-vertrouwelijk 20/37 Verder leest de CREG dat de minister zich kan verzetten tegen elke overdracht, zekerheidsstelling of verandering van bestemming van de strategische activa van Fluxys Belgium waarvan de lijst is toegevoegd aan het koninklijk besluit vermeld in artikel 8/3, § 1/3 van de gaswet
- Betreffende deze te nemen beslissingen moet Fluxys Belgium deze vooraf aan de minister meedelen waartegen de minister zijn recht van verzet dan kan uitoefenen binnen een termijn van 21 dagen nadat de betrokken beslissing hem ter kennis is gegeven. Onder strategische infrastructuur behoren volgens de bijlage van het Koninklijk Besluit van 16 juni 1994 tot invoering ten voordele van de Staat van een Bijzonder aandeel in Distrigas onder meer: het aardgasvervoersnet, met inbegrip van de aanlandings- en grensoverschrijdingspunten, de centrale commando-eenheid, de compressiestations en de opslaginstallaties. Deze bijzondere rechten verbonden aan het bijzonder aandeel betreft uiteraard alle activa van het aardgasvervoersnet waarover Fluxys Belgium het beheer uitoefent als beheerder van het aardgasvervoersnet. Voor huidige casus heeft dit ook zijn belang gelet op de mogelijkheid die het H&DG-package voorziet van herbestemming van aardgaspijpleidingen naar waterstofvervoersleidingen en/of andere gassen, zoals CO
- De CREG vraagt aan Fluxys hydrogen NV dat zij haar onmiddellijk op de hoogte brengt van zodra de intentie bestaat om aardgaspijpleidingen een herbestemming te verlenen en hiervan ook de minister van energie gelijktijdig op de hoogte te brengen.
- In haar aanvraag tot certificering op bladzijde 13 meldt Fluxys hydrogen NV dat de raad van bestuur van Fluxys Belgium geleid wordt door 14 niet-uitvoerende bestuursleden, naast een gedelegeerd bestuurder die verantwoordelijk is voor het dagelijks bestuur van Fluxys Belgium. Overeenkomstig artikel 8/3, § 1 van de gaswet17 moet minstens voor een derde de raad van bestuur bestaan uit onafhankelijke bestuurders, die worden gekozen ten dele om hun kennis inzake financieel beheer en ten dele om hun nuttige technische kennis en in het bijzonder, om hun relevante kennis van de energiesector. De CREG geeft een eensluidend advies betreffende hun onafhankelijkheid. Voor de leden van de raad van bestuur verwijst de CREG naar: https://www.fluxys.com/nl/aboutus/fluxys-belgium/investors/boardofdirectors Tot slot, Fluxys Belgium is een beursgenoteerde vennootschap hetgeen betekent dat naast de bijzondere corporate governance regels voorzien in de gaswet zij ook de Belgische Corporate Governance Code 2020 dient na te leven. De CREG stelt op dit ogenblik geen inbreuken vast.
- Bijlage II, stuk 7 van de inventaris van stukken van Fluxys hydrogen NV, toont aan dat Fluxys Belgium in meerdere vennootschappen participaties heeft.
- De CREG stelt volgens publiek beschikbare informatie18 vast dat Fluxys c-grid NV is opgericht in 2023 als een dochteronderneming van Fluxys Belgium die een meerderheidsaandeel van 77,5% heeft. 16 Artikel 8/3, § 1/
- De aangewezen beheerders tellen in hun raad van bestuur en directiecomités twee regeringscommissarissen waarvan de bevoegdheden bepaald zijn bij het koninklijk besluit van 16 juni 1994 tot invoering ten voordele van de Staat van een bijzonder aandeel in Distrigas en de wet van 26 juni 2002 tot regeling van de bijzondere rechten verbonden aan de bijzondere aandelen ten voordele van de Staat in de NV Distrigas en de NV Fluxys. Deze twee commissarissen komen voort uit twee verschillende taalrollen. In afwijking van het koninklijk besluit van 16 juni 1994 tot invoering ten voordele van de Staat van een bijzonder aandeel in Distrigas en van de wet van 26 juni 2002 tot regeling van de bijzondere rechten verbonden aan de bijzondere aandelen ten voordele van de Staat in de NV Distrigas en de NV Fluxys worden de commissarissen die worden benoemd in toepassing van deze bepalingen benoemd door de Ministerraad. De bijzondere rechten bij bedoelde beheerders worden uitgeoefend door de minister die bevoegd is voor energie. 17 https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1965/04/12/1965041214/justel#LNK0012 18 https://www.fluxys.com/nl/about-us/fluxys-c-grid Niet-vertrouwelijk 21/37 De partners Pipelink en Socofe hebben elk 10% en SFPIM heeft een deelneming van 2,5% in Fluxys cgrid. Na de benoeming door zowel Wallonië als Vlaanderen als beheerder van het regionale CO₂transportnetwerk in 2025, is het de bedoeling van Fluxys c-grid de CO₂-transportinfrastructuur op het hele Belgische grondgebied te ontwikkelen en te exploiteren. Gelet op wat de CREG vraagt in de laatste alinea van paragraaf 52 van deze beslissing, nodigt de CREG Fluxys hydrogen NV uit dat van zodra er een intentie bestaat om bestaande aardgaspijpleidingen een herbestemming te geven, zij de CREG hiervan onmiddellijk op de hoogte brengt alsook de minister van energie. De CREG zal eenzelfde boodschap meegeven per brief aan Fluxys Belgium. Pipelink beheert een 750 km hogedrukpijpleidingen, waarvan 210 km in de haven van AntwerpenBrugge.
- Fluxys c-grid Antwerp is op zijn beurt dan weer een vennootschap waarin Fluxys Belgium een participatie heeft van 70% naast Pipelink en Air Liquide. De bedoeling van deze joint venture is een CO₂-pijpleidingennetwerk uit te bouwen en te exploiteren in het Antwerpse havengebied om industriële spelers te verbinden met permanente ondergrondse opslagoplossingen. De bouw van de eerste fase van dit pijpleidingnetwerk is onlangs gestart en wordt naar verwachting eind 2026 voltooid. Het wordt ondersteund door het financieringsprogramma ‘Connecting Europe Facility for Energy’ (CEF-E) van de Europese Commissie en VLAIO
- 3.3.2.
- Fluxys NV
- De aandeelhouders van Fluxys N.V., als niet-beursgenoteerde vennootschap, zijn sinds de certificering van Fluxys Belgium in 2012 gewijzigd. Ook is hun ratio is met de jaren gewijzigd. De laatste wijziging betreft de uitstap van de aandeelhouder Caisse de dépôt et placement du Québec die vervangen werd door Neon Holding S.à.r.l. met daarnaast de instap van de aandeelhouders AG Insurance, Ethias SA en EthiasCo SCRL, die samen met SFPI/FPIM optreden en samen 6,74% vertegenwoordigen binnen Fluxys NV. De CREG heeft naar aanleiding van de overdracht van deze aandelen onderzocht over Fluxys Belgium nog steeds haar certificeringeisen naleeft. Een brief van 2 februari 2023 werd verstuurd naar Fluxys Belgium dat de analyse hierover weergeeft en waarin door de CREG besloten werd om op dat ogenblik geen certificeringsprocedure te heropenen (Bijlage IV van deze beslissing).
- Op bladzijde 14 van de aanvraag tot certificering leest de CREG dat de verhouding van de aandeelhouders op dit ogenblik als volgt is: - Publigas CV: 77,46% - Neon Holding S.à.r.l.: 15,22% - SFPIM NV: 3,44% - AG Insurance NV: 1,97% - Ethias NV: 1,18% - Werknemers en management: 0,59% - EthiasCo BV: 0,13% 19 https://www.fluxys.com/nl/news/fluxys-belgium/2025/250526_construction-of-co2-backbone-started-in-antwerp-portarea Niet-vertrouwelijk 22/37 Met uitzondering van Neon Holding S.à.r.l. en de werknemers en management, zijn de andere partners van Fluxys NV privaat-publieke entiteiten die noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks significante banden vertonen met productie en/of levering van aardgas, waterstof en/of elektriciteit.
- Op bladzijde 20 van de aanvraag tot certificering verklaart Fluxys hydrogen NV dat Fluxys NV samen met Publi-T (referentieaandeelhouder van Elia, transmissienetbeheerder) een participatie hebben genomen in de Elia groep in januari 2025 en daarvoor een nieuwe gezamenlijke juridische entiteit ‘NextGrid holding of NGH’ hebben opgericht. Naar aanleiding hiervan heeft de CREG gecontroleerd of deze participatie in de Elia groep de permanente naleving van de certificeringseisen van Elia als transmissienetbeheerder in het gedrang brengt. De CREG heeft geoordeeld van niet en heeft dus geen procedure van heropening van certificering opgestart, noch ten aanzien van Elia Transmission System Operator, noch ten aanzien van Fluxys Belgium. De CREG verwijst hiervoor naar haar beslissing (B)2977.20
- Voor de overname van de aandelen werd binnen de groep ‘Energy Infrastructure Partners AGgroep’, (hierna “EIP”) de vennootschap naar Luxemburgs Neon Holding I Sàrl opgericht. EIP is een investeringsmaatschappij met een lange termijnvisie in participaties in directe energieinfrastructuur met een focus op hoogwaardige, grootschalige hernieuwbare energiebronnen (tot op heden wind (on- en offshore) en zonne-energie) en systeem kritische activa (transmissie van elektriciteit en aardgas). Op hun website lezen we dat zij 4 van de 10 grootste hernieuwbareenergietransacties in Scandinavië ondertekend hebben op basis van geïnstalleerde capaciteit en belangrijke deals gesloten hebben op het gebied van hernieuwbare energie. Bovendien zijn ze pionier van de grootste publiek-naar-private transactie van nutsbedrijven in Europa in de afgelopen tien jaar, waardoor ze toegang hebben verworven tot de op één na grootste waterkrachtportefeuille van Zwitserland. Volgens publiek beschikbare informatie stelt de CREG vast dat EIP volgende participaties in energieproductie bezit21: - Hydropower: Alpiq, totaal geïnstalleerde capaciteit 2900MW met een productie van 4TWh/jaar, op Zwitsers grondgebied, in samenwerking met Alpiq, deelname ten belope van 33,3%; - Offshore Wind: Arkona windpark, totaal geïnstalleerde capaciteit 378MW, in de Baltische zee, geniet van vaste feed-in-tariffs met toepassing van Duitse REW-Act
(2014), in samenwerking met RWE en Equinor, deelname ten belope van 25%; - Onshore Wind: Nysäter Wind zijn twee windparken (307MW + 167MW) ter bevoorrading van 300.000 gezinnen/jaar, op Zweeds grondgebied, in samenwerking met RWE, via Power Purchase Agreement, deelname ten belope van 80%; - Zonne-energie: • 20 21 Sunscreen, totaal geïnstalleerde capaciteit 112MW, op Italiaans (77MW) en Slovaaks (32MW) grondgebied, in samenwerking met ContourGlobal (platform voor het verwerven en ontwikkelen van elektriciteitsopwekking op groothandelsniveau met langetermijncontracten, gediversifieerd over brandstoftypen en regio's, met activiteiten te Spanje, Italië, Oostenrijk, Slovakije, en buiten Europa), geniet van feed-in-tariffs, deelname ten belope van 49%; https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2977 https://energy-infrastructure-partners.com/ Niet-vertrouwelijk 23/37 • Mirror, totaal geïnstalleerde capaciteit 250MW, op Spaans grondgebied, in samenwerking met ContourGlobal, deelname ten belope van 49%. Andere types van participaties zijn: - Swissgrid: indirecte deelname ten belope van 18% in samenwerking met BKW; - Transitgas: deelname ten belope van 37%, in samenwerking met FluxSwiss en Swissgas; - BayWar.e.: uitbouw van REW platform voor fotovoltaïsche windenergieprojecten van 20GW over Europa en de wereld. en onshore Uit wat voorafgaat stelt de CREG vast dat voor minstens 1 participatie EIP meerderheidsaandeelhouder is in een offshore wind productiepark, waar EIP over een absolute controle beschikt.
- In haar advies van 9 april 2026 stelt de Europese Commissie: “Ten tweede, hoewel uit het besluit van de CREG volgt dat EIP-deelnemingen heeft in ondernemingen die actief zijn op het gebied van energieopwekking of -levering, heeft de CREG niet voor elk van deze ondernemingen geanalyseerd of zijn deelnemingen EIP direct of indirect het recht geven zeggenschap uit te oefenen. De Commissie verzoekt de CREG om in haar definitieve besluit voor elke deelneming van EIP in ondernemingen die actief zijn op het gebied van energieopwekking of -levering te verduidelijken of ze EIP het recht geeft om direct of indirect zeggenschap over die ondernemingen uit te oefenen. In dit verband heeft EIP weliswaar bepaalde deelnemingen in ondernemingen die actief zijn op het gebied van energieopwekking, maar geen van deze ondernemingen is in België gevestigd of rechtstreeks aangesloten op het Belgische net. Bovendien hebben drie van de zeven deelnemingen betrekking op opwekkingsprojecten waarvoor feed-in-tariffs gelden. Zelfs als EIP direct of indirect zeggenschap zou uitoefenen over een van deze ondernemingen die actief zijn op het gebied van energieopwekking of -levering, lijken de risico’s van een belangenconflict tussen de deelnemingen van EIP in opwekking of levering en zijn deelneming (via Neon) in Fluxys NV bijgevolg beperkt te zijn.” EIP heeft hierop als volgt geantwoord: EIP-participations Niet-vertrouwelijk 24/37 Controlled by EIP ? Participation Description Country Stake of EIP managed Funds Fluxys S.A. Gas transmission Belgium 15.22% [VERTROUWELIJK] Boralex Europe S.à r.l. Platform (Wind & solar) Luxembourg 30% [VERTROUWELIJK] Nordic Wind B.V. Onshore wind farm Netherlands [VERTROUWELIJK] Baywa r.e. AG Platform (Wind,solar, & construction) [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Germany [VERTROUWELIJK] AWE-ArkonaWindpark Entwicklungs GmbH Offshore wind farm Germany 25% Nysäter Wind AB Onshore wind farm Sweden 100% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] ContourGlobal Mirror 1 S.à r.l. Concentrated solar power Luxembourg 49% [VERTROUWELIJK] ContourGlobal Solar Italy S.à r.l. Solar PV Luxembourg 49% [VERTROUWELIJK] Repsol Renovables S.A. Platform (Wind, solar, water, power) Spain 12.5% Eni Plenitude S.p.A Società Benefit Platform (Wind, solar, e-mobility & retail) Italy 10% Fluxswiss Sagl Gas transmission Switzerland [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Wikinger Offshore Deutschland GmbH & Co. KG Niet-vertrouwelijk [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Onshore wind farm Germany 11.98% 25/37 Romande Energie Utility Switzerland, France [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Holdinova SA (Previously Holdigaz) Gas pipeline Switzerland [VERTROUWELIJK] Energie Zürichsee Linth Utility Switzerland [VERTROUWELIJK] Swissgrid AG Power Grid Switzerland 17.78% [VERTROUWELIJK] Transitgas AG Gas pipeline Switzerland ~18.68 % [VERTROUWELIJK] Alpiq Holding AG Utility Switzerland, Italy, Hungary, Bulgaria, France 33.33% Electra Alpine AG Electric Charging Switzerland, Austria 49.9% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK]
- Uit wat voorafgaat stelt de CREG vast dat op heden de ondernemingen, waarin EIP een participatie heeft met direct of indirect controlerecht, geen rechtstreekse of onrechtstreekse banden hebben met bedrijven die actief zijn in levering en/of productie van waterstof. Niettegenstaande deze vaststelling en zoals de Europese Commissie terecht opwerpt in haar advies zijnde: … de CREG toezicht moet houden op de ontwikkeling van de deelnemingen van EIP in ondernemingen die functies van energieproductie en -levering verrichten en op de mogelijke gevolgen ervan voor de naleving van de ontvlechtingsvereisten door Fluxys H
- In dit verband verplicht artikel 71 van de gasrichtlijn Fluxys H2 om de CREG in kennis te stellen van elke geplande transactie die een herevaluatie kan vereisen van zijn naleving van de vereisten van artikel 68 van de gasrichtlijn. Ten vierde moet de CREG toezicht houden op mogelijke structurele en contractuele banden tussen het toekomstige waterstofnet van Fluxys H2 en de onshore- en offshore-opwekkingsactiva van EIP, zoals verbindingen met elektrolyse-installaties die door deze activa worden gevoed, en op mogelijke belangenconflicten als gevolg van dergelijke banden. vraagt de CREG dat Fluxys hydrogen NV jaarlijks ten laatste op 1 mei haar een actualisering overhandigt over alle participaties die EIP heeft in ondernemingen die actief zijn in levering, productie van energie, samen met een beoordeling of deze participaties wel of geen invloed hebben op de ontvlechtingseisen die Fluxys hydrogen NV permanent moet naleven. Daarnaast vraagt de CREG, met toepassing van artikel 71.3 van de Richtlijn (EU)2024/1788, dat Fluxys hydrogen NV elk geplande transactie door EIP, maar ook vanwege Fluxys hydrogen NV zelf in ondernemingen, actief in levering, productie van energie mede te delen aan de CREG. Deze kennisgeving moet gebeuren alvorens de transactie wordt definitief wordt afgesloten. Tot slot, wordt Fluxys hydrogen NV uitgenodigd om elk mogelijke structurele en contractuele banden tussen het toekomstige waterstofnet van Fluxys hydrogen NV en de onshore- en offshoreopwekkingsactiva van EIP, zoals verbindingen met elektrolyse-installaties die door deze activa worden gevoed, aan de CREG mede te delen en aan te tonen dat er geen belangenconflict bestaat waardoor Fluxys hydrogen NV niet langer meer de ontvlechtingseisen zou naleven. Niet-vertrouwelijk 26/37
- Zoals hoger reeds gesteld is Fluxys Holding meerderheidsaandeelhouder van Fluxys Belgium (90%), hetgeen voor gevolg heeft dat dat de dochteronderneming economisch afhankelijk is van de moedermaatschappij. Door het bezit van het merendeel van de aandelen op grond waarvan het stemrecht wordt uitgeoefend, betekent dat Fluxys Holding, als absolute meerderheidsaandeelhouder van Fluxys Belgium, zich in een situatie bevindt die vergelijkbaar is met die wanneer zij de enige eigenaar van die dochteronderneming/Fluxys Belgium zou zijn. Voorgaande kan een gevaar betekenen en de onafhankelijkheid van de dochteronderneming t.o.v. de moedermaatschappij in het gedrang brengen omwille van belangenconflicten. Bijvoorbeeld, als het management van de dochteronderneming andere ideeën heeft over de verdere ontwikkeling op bedrijfsgebied dan het management van de moedermaatschappij. Rekening houdende hiermee dient te worden nagegaan of EIP, in rechte of in de feiten op Fluxys Belgium een beslissende invloed kan uitoefenen betreffende de aanstelling van de meerderheid van haar bestuurders of de zaakvoerders of betreffende de oriëntatie van haar beleid. De CREG verwijst hiervoor naar Titel 4, Hoofdstuk 1, artikel 1:14, van het Wetboek van vennootschapsrecht wat onder ‘controle’ in rechte en in feite verstaan wordt. Bijgevolg moet nagegaan worden in welke mate participaties van EIP in productie van wind en zonneenergie en dus in elektriciteitsproductie, met in bepaalde gevallen een meerderheidsparticipatie, haar participatie in Fluxys N.V. via Neon Holding I Sàrl ten belope van 15,22%, het beleid van Fluxys Belgium als beheerder van het aardgasvervoersnet kan beïnvloeden en op die manier onrechtstreeks ook het beleid van Fluxys hydrogen NV. De CREG verwijst ook naar de verwevenheid tussen Fluxys NV, Fluxys Belgium en Fluxys hydrogen NV op gebied van samenstelling van raden van bestuur (de heer Pascal De Buck is gedelegeerd bestuurder van Fluxys N.V., Fluxys Belgium en Fluxys hydrogen NV), waar de beslissingen getroffen worden voor de ontwikkeling van een netinfrastructuur, de financiering van het te ontwikkelen waterstofvervoersnet, de IT-toepassingen, de inzet van het personeel en andere mogelijke aspecten voor de ontwikkeling van de activiteiten en het beheer van de waterstofinfrastructuur. De CREG verwijst verder naar de paragrafen 37, 46 en 47 van deze beslissing dat ook een zekere verwevenheid aantoont tussen de bestuursleden en zij die het dagelijks management op zich nemen van Fluxys Belgium en Fluxys hydrogen NV. Verder verwijst de CREG naar de bestaande SSAs (paragrafen 75 en 76 van deze beslissing).
- Over de rechtstreekse/onrechtstreekse controle of zeggenschap leest de CREG in de interpretatieve nota’s van de Europese Commissie: "As stated above, the objective which the unbundling rules of the Electricity and Gas Directives pursue is the removal of any conflict of interest between generators/producers, suppliers and transmission system operators. It would not be in line with this objective if certification of a TSO were to be refused in cases where it can be clearly demonstrated that there is no incentive for a shareholder in a TSO to influence the TSO's decision making in order to favour his generation, production and/or supply interest to the detriment of other network users."22 "In situations as referred to above, where it can be clearly demonstrated that even though one or more of the circumstances referred to in Article 9
(1)(b), (
- c)and/or (
- d)appear to be present, there is clearly no incentive for a shareholder in a TSO to influence the decision making in this TSO with the intention to favour its generation, production and/or supply interests to the detriment of other network users, the Commission has taken the view that a refusal to certify such a TSO given the fact that such participation in generation, production 22 Commission staff working document - Ownership Unbundling - The Commission's practice in assessing the presence of a conflict of interest including in case of financial investors, 2013 05 08. Niet-vertrouwelijk 27/37 and/or supply activities does not lead to a situation which the unbundling rules seek to prevent. Any different interpretation of the unbundling rules of Article 9
(1)(
- b)to (
- d)Electricity and Gas Directives could lead consequences which would not be justified by the objective the unbundling rules seek to pursue, notably, avoiding discrimination in the operation of the network and in the investment decisions concerning the network." 23 Uit de adviezen van de Europese Commissie inzake certificering kunnen verschillende algemene criteria worden gehaald om te evalueren of er een risico op een belangenconflict bestaat en of er een inbreuk is op de doelstelling van de ontvlechtingsregels. De voornaamste criteria van de Europese Commissie kunnen als volgt worden samengevat: - geografisch criterium: als de betreffende activiteiten plaatsvinden in een andere lidstaat (of een andere zone) dan die waarin de TSO actief is, dan is het risico op een belangenconflict beperkt; - criterium over de aard en de waarde van de participaties evenals het aandeel van de productie- en/of leveringsactiviteiten: wanneer de participatie en het aandeel van de betreffende activiteiten verwaarloosbaar zijn, in het bijzonder t.o.v. de totale productie op het nationale grondgebied of de totale gerealiseerde omzet, is het risico op een belangenconflict beperkt; - criterium betreffende de toepassing van een regulatoir en/of reglementair kader: wanneer de betreffende activiteiten voorwerp uitmaken van een bepaalde controle, in het bijzonder inzake prijzen (gereguleerde prijzen, feed-in tariffs, enz), dan is het risico op een belangenconflict beperkt. Bovendien herhaalt de Europese Commissie in het kader hiervan het belang dat moet worden gehecht aan het onderzoek van de risico’s m.b.t. de uitwisseling van commercieel gevoelige informatie en de naleving van de bepalingen die de toegang tot het beroepsgeheim m.b.t. de productie- en of leveringsactiviteiten verhindert. De Europese Commissie stelt verder dat: “So as to avoid undue influence arising from vertical relations between gas and electricity markets, Article 9
(3)Electricity and Gas Directives clarify that ownership unbundling applies across the gas and electricity markets, thereby prohibiting joint influence over an electricity supplier and a gas TSO or a gas supplier and an electricity TSO. The rule however only applies to the core requirements of ownership unbundling of Article 9
(1)(
- b)Electricity and Gas Directives, not to the ancillary rules provided for in subparagraphs (
- c)and (d).”24 Verder gelden de ontvlechtingsregels ook voor holdingstructuren waarbinnen de TSO zich bevindt. “Similar rules apply in case of the presence of a parent company, such as a holding company: a parent company is not entitled to exercise control over a supplier, and directly or indirectly exercise control or exercise any right over a TSO or over a transmission system. Nor is a parent company entitled to exercise control over a TSO or a transmission system, and directly or indirectly exercise control or any right over an undertaking performing any of the functions of generation or supply (Article 9
(1)(b)(
- i)and (
- ii)Electricity and Gas Directives).” 23 Zie voetnoot 17. Commission staff working paper - Interpretative note on Directive 2009/72/EC concerning common rules for the internal market in electricity and Directive 2009/73/EC concerning common rules for the internal market in natural gas - The unbundling regime, 2010 01 22. 24 Niet-vertrouwelijk 28/37 Over de vraag op welke partij de bewijslast rust, preciseert de Europese Commissie tot slot het volgende: "It is for the TSO to be certified to bring to the attention of the regulatory authority, where appropriate, that even though one or more of the circumstances set out to in Article 9
(1)(b), (
- c)and/or (
- d)of the Directive may arguably be present, no conflict of interest exists in the particular case. The burden of proof as to the absence of a conflict of interest or an incentive to exploit it lies with the TSO to be certified and its shareholders, and includes an obligation to submit all the relevant information. The regulatory authority is to take the presented information into account and include it in its assessment whether the unbundling rules of Article 9 Electricity and Gas Directives are complied with." (onderlijnd door de CREG). 65. Op bladzijde 16 van de aanvraag tot certificering leest de CREG dat Neon Holding S.à.r.l. / EIP als minderheidsaandeelhouder geen recht heeft om bestuurders aan te duiden in de raden van bestuur van Fluxys Belgium of Fluxys hydrogen NV, noch enige invloed kan uitoefenen op de andere aandeelhouders in hun keuze van bestuursleden. 66. Verder verwijst de CREG naar de paragrafen 69 tot en met 74 van haar beslissing (B)2725 (Bijlage II, stuk 1 van de inventaris van stukken van Fluxys hydrogen) dat de CREG in deze beslissing als hernomen beschouwt. De CREG stelt vast dat op heden één van beide twee bestuursleden, zijnde de heren Roland Dörig en Tim Marahrens en die respectievelijk lid zijn van het benoemings- en vergoedingscomité en van het auditcomité, werd vervangen. Het betreft de heer Roland Dörig door de heer Marcel Schutser (Bijlage II, stuk 10bis en 10ter van de inventaris van stukken van Fluxys hydrogen). Volgens deze stukken verklaren beide heren (Marcel Schutser en Tim Marahrens) op 30 juni 2025 dat zij geen mandaten bekleden (bezoldigd of niet bezoldigd) in ondernemingen die actief zijn in productie en/of levering van aardgas, waterstof en/of elektriciteit. [VERTROUWELIJK] Volgens publiek beschikbare informatie is Eni Plenitude S.p.A. een Benefit Corporation in de energiesector dat als focus heeft een geïntegreerde benadering van duurzaamheid van de productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen tot een verantwoord gebruik ervan. Zij investeren in technologische innovatie om producten en diensten aan te bieden waarmee hun klanten betere keuzes kunnen maken.25 Boralex Europe Sarl op zijn beurt produceert elektriciteit gebaseerd op wind, zon, naast opslagfaciliteiten.26 67. [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 68. Uit de analyse die voorafgaat, zouden de bijzondere beschermingsrechten ten voordele van EIP de onafhankelijkheid van Fluxys Belgium en onrechtstreeks van Fluxys hydrogen NV t.o.v. Fluxys NV in het gedrang kunnen brengen omwille van belangenconflicten, meer bepaald wat betreft de oriëntatie van het beleid van Fluxys Belgium en onrechtstreeks van Fluxys hydrogen NV. De CREG stelt evenwel vast dat op dit ogenblik EIP/ Neon Holding S.à.r.l. geen participaties heeft in bedrijven die actief zijn in waterstof. 25 26 https://corporate.eniplenitude.com/en/investors/investor-relations https://www.boralex.com/en Niet-vertrouwelijk 29/37 69. Naar aanleiding van de niet-openbare raadpleging heeft Fluxys hydrogen NV hierop per brief van 22 januari 2026 als volgt gereageerd (Bijlage V van deze beslissing): • ten eerste heeft EIP geen bestuursrecht in Fluxys Belgium en Fluxys hydrogen: het kan geen bestuurders in deze vennootschappen aanstellen en oefent er geen stemrecht uit; • [VERTROUWELIJK] Deze punten zorgen o.i. ervoor dat er structureel geen belangenconflict bestaat in verband met de aanwezigheid van EIP in het aandeelhouderschap van Fluxys N.V., ook zelfs als EIP in de toekomst zou besluiten om te investeren in de productie en/of levering van waterstof. 70. Tot slot, verklaart Fluxys hydrogen NV op bladzijde 18 van haar aanvraag tot certificering dat Fluxys NV en Fluxys LNG, 100% dochter van Fluxys Belgium (Bijlage II, stuk 7 van de inventaris van stukken van Fluxys hydrogen) betrokken zijn bij een project voor de ontwikkeling van een ammoniakterminal (NH3). Dit project gebeurt in samenwerking met Advario. Voor dit project werd enkel een marktbevraging gedaan in 2024.27 71. Voor de samenstelling van de raad van bestuur van Fluxys NV verwijst de CREG naar: https://www.fluxys.com/nl/about-us/fluxys-group/annual-report of jaarverslag 2024. 3.3.3. Verbodsregels over gelijktijdig lidmaatschap van bepaalde organen van de waterstofvervoersnetbeheerder en bepaalde organen van bedrijven die een functie van productie en/of levering van elektriciteit uitvoeren 72. De aanvraag tot certificering bevat voor alle leden van de raad van bestuur van Fluxys hydrogen NV een verklaring op erewoord dat hij/zij geen lid is van bestuursorganen die een onderneming wettelijk vertegenwoordigen die één van de functies van productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan of andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit vervullen (Bijlage II, stukken 5, 5bis en 6 van de inventaris van stukken van Fluxys hydrogen). 3.4. HANDELEN ALS EEN WATERSTOFVERVOERSNETBEHEERDER 73. Naast de taken van een waterstofvervoersnetbeheerder die opgesomd zijn in artikel 50 van de Richtlijn (EU)2024/1788, worden de taken van een waterstofvervoersnetbeheerder nog meer in detail opgesomd in artikel 13 van de waterstofwet. 74. De CREG verwijst ook naar paragrafen 38 tot en met 42 van deze beslissing. 3.4.1. Shared Services Agreements 75. Op bladzijde 19 van de aanvraag tot certificering, verklaart Fluxys hydrogen NV dat zij Shared Services Agreements (SSAs) heeft afgesloten met Fluxys Belgium teneinde over voldoende middelen en personeelsleden te beschikken om haar taken als waterstofvervoersnetbeheerder te kunnen uitoefenen en waarvoor zij de volledige verantwoordelijkheid draagt. [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 27 https://www.fluxys.com/nl/projects/ammonia-antwerp-terminal Niet-vertrouwelijk 30/37 76. Personeelsleden van Fluxys NV en Fluxys Belgium blijven evenwel onder hun leiding en gezag staan, ook wanneer zij prestaties leveren aan Fluxys hydrogen NV op basis van de SSAs. Verder verwijst de CREG naar paragraaf 50 van haar beslissing (B)272528. 3.4.2. Fluxys beleid inzake onafhankelijkheid, niet-discriminatie van netgebruikers en vertrouwelijkheid 77. De CREG nodigt Flyxys hydrogen NV uit om van de draftversie opgenomen in Bijlage II, stuk 14 van de inventaris van stukken van Fluxys hydrogen, een definitieve versie te maken tegen ten laatste midden 2026 en de definitieve versie aan de CREG mede te delen. 3.4.3. Effectieve balancering van waterstofstromen binnen het netwerk en ontwikkeling van waterstoftransportcapaciteit 78. De CREG ontwikkelt in samenspraak met Fluxys hydrogen NV een vervoersmodel waarover de CREG een openbare raadpleging zal organiseren in de eerste weken van 2026. Het vervoersmodel dat aan een openbare raadpleging zal worden voorgelegd is geïnspireerd op het basisprincipe van artikel 7.6 van de Verordening (EU)2024/1789 waarbij het waterstofvervoersnet van Fluxys hydrogen NV toepassing zal maken van een entry-exitsysteem. De vervoersdiensten die Fluxys hydrogen zal aanbieden zullen ontwikkeld worden in functie van de behoeften van de marktactoren en ter ondersteuning van het operationele beheer van het netwerk. Het is de bedoeling dat het marktbalanceringmodel twee doelstellingen nastreeft. Enerzijds moet rekening gehouden worden met de kenmerken van het waterstofvervoersnet zoals dit ontwikkeld zal worden overeenkomstig de eerste fase (paragraaf 37 van deze beslissing) en anderzijds moet het marktbalanceringsmodel in staat zijn om te evolueren in functie van de ontwikkeling van de waterstofmarkt en nieuwe vormen van flexibiliteit die in de loop van de tijd kunnen ontstaan. De vervoersdiensten die Fluxys hydrogen NV zal ontwikkelen zullen niet-discriminerend, objectief en transparant aangeboden worden aan de netgebruikers met toepassing van standaardovereenkomsten die door de CREG zullen worden goedgekeurd. De toegang wordt bijgevolg verzekerd aan de hand van niet-discriminerende basisdiensten, onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden voor dezelfde dienst, waartegenover goedgekeurde nettoegangstarieven staan. Dat allemaal zal gepubliceerd worden op de website van de waterstofvervoersnetbeheerder. Na de opmerkingen te hebben ontvangen van de marktpartijen over het voorgestelde marktmodel, zal Fluxys hydrogen NV een gedragscode uitwerken waar de technische en contractuele basisprincipes van het vervoersmodel worden opgenomen. Na raadpleging van deze gedragscode door de waterstofvervoersnetbeheerder, stelt de CREG deze code vast (artikel 15 van de waterstofwet). Tot slot, beschikt de CREG over de bevoegdheid om de standaard toegangs- en aansluitingscontracten voor waterstof goed te keuren, de tariefmethodologie vast te stellen en de op basis daarvan voorgestelde tarieven goed te keuren (artikelen 16 en 25 van de waterstofwet). 79. Al deze werkzaamheden zijn gestart begin 2025. Bijgevolg zal de CREG geen verdere opmerkingen formuleren op de uiteenzetting gedaan door Fluxys hydrogen NV op de bladzijden 24 tot en met 27 van de aanvraag tot certificering. 28 Zie voetnoot 9 Niet-vertrouwelijk 31/37 3.4.4. Tienjarig netontwikkelingsplan van het waterstofvervoersnet 80. Artikel 14 van de waterstofwet is niet in lijn met wat artikel 55 van de Richtlijn (EU)2024/1788 en zal dus aangepast moeten worden naar aanleiding van de omzetting van het Hydrogen and Decarbonised Gas Package. 81. De CREG laat ook gelden dat Fluxys hydrogen NV de CREG in kennis heeft gesteld van het indicatief investeringsplan voor waterstof dat de periode 2025-2034 bestrijkt en dat dit het voorwerp uitmaakt van informele besprekingen. 82. De CREG verwijst naar de paragrafen 41 en 42 van deze beslissing. 3.4.5. 83. Transparante informatie voor de exploitanten van andere netwerken De CREG heeft geen opmerkingen. 3.4.6. 84. Niet-discriminerende toegang tot het waterstofvervoersnetwerk De CREG heeft geen opmerkingen en verwijst naar 3.4.3 van deze beslissing. 3.4.7. 85. Voldoende informatie die toekomstige netgebruikers kunnen gebruiken om verbinding te maken met het netwerk De CREG heeft geen opmerkingen en verwijst naar 3.4.3 van deze beslissing. 86. Verder stelt de CREG vast dat op de website van de groep Fluxys een aparte pagina is aangemaakt voor de activiteiten van Fluxys hydrogen NV: https://www.fluxys.com/en/aboutus/fluxys-hydrogen De CREG zal een permanent toezicht uitoefenen over de regelmatige actualisering van deze website. 3.4.8. 87. Maatregelen om waterstofemissies te voorkomen en de milieueffecten van de activiteiten te beperken. De CREG heeft geen opmerkingen. 3.4.9. Organisatie van een secundaire markt, waar leveranciers en afnemers capaciteit en flexibiliteit kunnen verhandelen. 88. De CREG heeft geen opmerkingen en verwijst naar 3.4.3 van deze beslissing. Op korte termijn is er, gelet op de prille ontwikkeling van de waterstofmarkt, geen nood aan een secundaire markt. 3.4.10. 89. Naleving van de eisen van de bevoegde autoriteiten en de ondersteuning van het Belgisch en EU-beleid De CREG heeft geen opmerkingen. Niet-vertrouwelijk 32/37 3.4.11. 90. Vertrouwelijkheid van commerciële informatie De CREG heeft geen opmerkingen. CONCLUSIE Gelet op hetgeen voorafgaat, gelet op het advies van de Europese Commissie van 9 april 2026 en gelet op paragraaf 19 van deze beslissing, stelt de CREG op basis van de aanvraag tot certificering en de stukken van het dossier, zoals ingediend door Fluxys hydrogen NV op 15 september 2025 en de bijkomende toelichtingen gegeven op 7 januari 2026, 29 en 30 april 2026, vast dat Fluxys hydrogen NV op heden voldoet aan de voorwaarden voor certificering bedoeld in artikel 60, van de Richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2023/1791 en tot intrekking van Richtlijn 2009/73/EG (herschikking), artikel 14 van de Verordening (EU) 2024/1789 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1227/2011, (EU) 2017/1938, (EU) 2019/942 en (EU) 2022/869 en Besluit (EU) 2017/684, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 715/2009 (herschikking) en artikel 10 van de wet van 11 juli 2023 betreffende het vervoer van waterstof door middel van leidingen en betreffende de productie van waterstof in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België. Zoals aangegeven in §41, wijst de CREG erop dat de voorwaarde voorzien in artikel 60, lid 1, punt
- a)van de Richtlijn (EU)2024/1788 op dit ogenblik voorwaardelijk vervuld is en afhankelijk gemaakt wordt van het resultaat van de besprekingen die nog plaats moeten vinden over het netontwikkelingsplan van Fluxys hydrogen NV. De CREG behoudt zich het recht voor om, afhankelijk van voornoemde besprekingen, de certificering van Fluxys hydrogen NV eventueel te herevalueren en indien nodig een certificeringsprocedure te heropenen. Gelet op paragraaf 62 van deze beslissing wordt Fluxys hydrogen NV uitgenodigd om: - Jaarlijks ten laatste op 1 mei aan de CREG een actualisering mede te delen over alle participaties die EIP heeft in ondernemingen die actief zijn in levering, productie van energie, samen met een beoordeling of deze participaties wel of geen invloed hebben op de ontvlechtingseisen die Fluxys hydrogen NV permanent moet naleven. - Aan de CREG mede te delen elk geplande transactie van EIP of van Fluxys hydrogen NV in ondernemingen actief in levering, productie van energie en die een herevaluatie kan vereisen van de naleving van de ontvlechtingsvereisten door Fluxys hydrogen NV. - Aan de CREG mede te delen elk mogelijke structurele en contractuele banden tussen het toekomstige waterstofvervoersnet van Fluxys hydrogen NV en de onshore- en offshoreopwekkingsactiva van EIP, zoals verbindingen met elektrolyse-installaties die door deze activa worden gevoed, en aan te tonen dat hierdoor geen mogelijk belangenconflict bestaat. - Gevolg te geven aan wat de CREG vraagt zoals uiteengezet in de paragrafen 48, 52, 55 en 77 van deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 33/37 Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Ilse TANT Directeur Niet-vertrouwelijk Laurent JACQUET Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 34/37 BIJLAGE I [VERTROUWELIJK] Niet-vertrouwelijk 35/37 BIJLAGE II Inventaris van stukken gevoegd aan de aanvraag tot certificering zoals ingediend op 15 september 2025 4.1 Bijlage 1 – CREG-beslissing (B)2725 van 22 februari 2024 over de aanvraag tot certificering van Fluxys hydrogen 4.2 Bijlage 2 – Ministerieel waterstofvervoersnetbeheerder besluit van 26 april 2024 tot aanwijzing van de 4.3 Bijlage 3 – [VERTROUWELIJK] 4.4 Bijlage 3bis – Indicatief Netwerkontwikkelingsplan (iNDP) 2025–2034 4.5 Bijlage 3ter – [VERTROUWELIJK] 4.6 Bijlage 3quater – [VERTROUWELIJK] 4.7 Bijlage 3quinquies – [VERTROUWELIJK] 4.8 Bijlage 3sexies – [VERTROUWELIJK] 4.9 Bijlage 4 – Statuten van Fluxys hydrogen, Fluxys Belgium, Fluxys NV en Publigas 4.10 Bijlage 5 – [VERTROUWELIJK] 4.11 Bijlage 5bis – [VERTROUWELIJK] 4.12 Bijlage 6 – Overzicht van de bestuurders en sleutel-personeelsleden van Fluxys hydrogen 4.13 Bijlage 7 – Fluxys groepsorganigram 4.14 Bijlage 8 – CREG-beslissing (B)120927-CDC-1166 van 27 september 2012 over de aanvraag tot certificering van Fluxys Belgium 4.15 Bijlage 9 – [VERTROUWELIJK] 4.16 Bijlage 10 – [VERTROUWELIJK] 4.17 Bijlage 10bis – [VERTROUWELIJK] 4.18 Bijlage 10ter – [VERTROUWELIJK] 4.19 Bijlage 11 – [VERTROUWELIJK] 4.20 Bijlage 12 – [VERTROUWELIJK] 4.21 Bijlage 13 – [VERTROUWELIJK] 4.22 Bijlage 13bis – [VERTROUWELIJK] 4.23 Bijlage 13ter – [VERTROUWELIJK] 4.24 Bijlage 14 – Fluxys-beleid inzake onafhankelijkheid, niet-discriminatie van netgebruikers en vertrouwelijkheid (draft) Niet-vertrouwelijk 36/37 BIJLAGE III Toelichting Fluxys Hydrogen NV op vragen gesteld door de CREG – Nederlands – 7 januari 2026 - [VERTROUWELIJK] Arrest Raad voor vergunningsbetwistingen – 5 december 2025 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] BIJLAGE IV [VERTROUWELIJK] BIJLAGE V [VERTROUWELIJK] BIJLAGE VI Advies Europese Commissie van 9 april 2026 in het Nederlands en in het Frans BIJLAGE VII [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Niet-vertrouwelijk 37/37