Beslissing (B)3167 12 mei 2026 Beslissing tot vaststelling van de Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme Artikel 7undecies, § 12 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en artikel 33 van het huishoudelijk reglement van de CREG Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 4 1. WETTELIJK KADER ......................................................................................................................... 5 2. ANTECEDENTEN ............................................................................................................................ 7 2.1. Algemeen............................................................................................................................... 7 2.2. Openbare raadpleging ........................................................................................................... 8 2.2.1. Over de verplichting tot het organiseren van een raadpleging over de Ontwerpbeslissing .. 8 2.2.2. Over de raadpleging PRD (Z)3167 .................................................................................. 10 3. ANALYSE VAN HET VOORSTEL IN HET LICHT VAN DE VEREISTEN VAN DE ELEKTRICITEITSWET . 10 3.1. Over de conformiteit van het Voorstel van Werkingsregels met de wettelijk voorgeschreven minimale .............................................................................................................................. 10 3.2. Over de conformiteit van het Voorstel van Werkingsregels met de wettelijk vastgelegde doelstellingen ...................................................................................................................... 11 4. UITEENZETTING VAN DE AANGEBRACHTE WIJZIGINGEN ........................................................... 11 4.1. Anticipatie op veranderingen in de regelgeving ................................................................. 11 4.2. Hoofdstuk 5: Prekwalificatieprocedures ............................................................................. 12 4.2.1. Modaliteiten voor het verlenen door de Federale Overheidsdienst Economie van zijn advies betreffende de conformiteit van een CMU met de CO2-emissiegrenswaarde ... 12 4.2.2. Modaliteiten voor de indiening van Opt-outnotificaties ............................................... 12 4.2.3. Wijze van classificatie van de Notificaties van een definitieve/tijdelijke buitenwerkingsstelling of de Notificaties van een definitieve/tijdelijke structurele vermindering van capaciteit met betrekking tot art. 4bis van de Elektriciteitswet....... 14 4.3. 4.3.1. 4.4. 4.4.1. 4.5. Hoofdstuk 6: Veilingproces ................................................................................................. 16 Aanpassingen aan en correcties van de Vraagcurve ...................................................... 16 Hoofdstuk 8: Pre-leveringscontrole .................................................................................... 17 Kwartaalrapporten ......................................................................................................... 17 Hoofdstuk 9: Beschibaarheidsverplichting .......................................................................... 18 4.5.1. Aangegeven prijzen ........................................................................................................ 18 4.5.2. Procedure voor escalatie van sancties ........................................................................... 19 4.5.3. Bepaling van de overcapaciteit ...................................................................................... 21 4.6. Hoofdstuk 10: Secundaire Markt ........................................................................................ 24 4.6.1. Capaciteiten van de Secundaire Markt .......................................................................... 24 4.6.2. Verwerking van de transactie op de Secundaire Markt door Elia.................................. 27 4.6.3. Contractuele impact van een transactie op de Secundaire Markt ................................ 28 4.7. Hoofdstuk 11: Financiële garanties ..................................................................................... 29 4.8. Hoofdstuk 12 (& 9): Terugbetalingsverplichting ................................................................. 30 Niet-vertrouwelijk 2/36 4.8.1. 4.9. Aanpassing van de Terugbetalingsverplichting naar aanleiding van recente Wijzigingen in de Regelgeving ........................................................................................................... 30 Hoofdstuk 17: Deelname van rechtstreekse en onrechtstreekse buitenlandse capaciteit 30 4.9.1. 4.10. Begindatum voor de indiening van de biedingen voor de pre-veiling ........................... 30 Hoofdstuk 18: BijLagen........................................................................................................ 31 4.10.1. 4.11. 5. Bijlage 18.8: Toepassing van de Werkingsregels op de reeds afgesloten Capaciteitscontracten .................................................................................................... 31 Varia .................................................................................................................................... 32 4.11.1. AMT prijzen .................................................................................................................... 32 4.11.2. Andere ............................................................................................................................ 34 BESLISSING .................................................................................................................................. 34 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 36 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 36 Niet-vertrouwelijk 3/36 INLEIDING De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) stelt met dit document een nieuwe versie vast van de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme (hierna de “Werkingsregels”). Deze Werkingsregels worden vastgesteld op basis van het voorstel van Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme dat op 1 februari 2026 werd voorgelegd aan de CREG door Elia Transmission Belgium nv (“Elia”) (hierna het “Voorstel van Werkingsregels”). Deze beslissing bevat de volgende hoofdstukken:
- a)Wettelijk kader (hoofdstuk 1);
- b)Antecedenten (hoofdstuk 2);
- c)Analyse van het Voorstel van Werkingsregels in het licht van de Elektriciteitswet (hoofdstuk 3);
- d)Belangrijkste wijzigingen in het Voorstel van Werkingsregels (hoofdstuk 4);
- e)Beslissing (hoofdstuk 5). De Werkingsregels staan in bijlage 1 van deze beslissing. De onderhavige beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens zijn vergadering van 12 mei 2026. Niet-vertrouwelijk 4/36 1. WETTELIJK KADER 1. Artikel 7undecies, § 12 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna de “Elektriciteitswet”) zoals ingevoegd door de wet van 15 maart 2021 en vervolgens aangepast door de wetten van 14 en 28 februari 2022 en door de wet van 7 mei 2024, bepaalt het volgende: "§ 12. De commissie stelt, op voorstel van de netbeheerder die voorafgaand de marktdeelnemers raadpleegt, de werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme vast. Deze werkingsregels beogen: 1° de concurrentie in de veilingen zoveel mogelijk te stimuleren; 2° elke marktmanipulatie, elk concurrentiebeperkend gedrag en elke oneerlijke handelspraktijk, te voorkomen; 3° de economische efficiëntie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme te verzekeren om ervoor te zorgen dat de toegekende capaciteitsvergoedingen passend en evenredig zijn en dat de mogelijke negatieve effecten op de goede werking van de markt zo beperkt mogelijk zijn; 4° de technische beperkingen van het net te respecteren en rekening te houden met de bepalingen van het technisch reglement betreffende de indiening en de behandeling van aanvragen voor aansluiting aan het transmissienet en het afsluiten van aansluitingscontracten, onverminderd de technische beperkingen en verplichtingen die van toepassing zijn voor capaciteiten die aangesloten worden op andere netten. De werkingsregels omvatten in het bijzonder: 1° een expliciete verwijzing naar de ontvankelijkheidscriteria bedoeld in paragraaf 8, wat betreft het recht tot deelname aan de prekwalificatieprocedure met inbegrip van de documenten die vereist zijn om aan te tonen dat aan de ontvankelijkheidscriteria is voldaan; 2° de criteria en nadere regels inzake prekwalificatie op grond waarvan het recht wordt verleend tot deelname aan de veiling bedoeld in paragraaf 10, en aan de secundaire markt. In ieder geval gelden de volgende criteria als prekwalificatiecriteria:
- a)indien de beoogde investering een activiteit impliceert waarvoor een vergunningsplicht geldt krachtens artikel 4, § 1, en die niet geacht wordt vergund te zijn overeenkomstig artikel 4, § 6, beschikt de indiener van het prekwalificatiedossier over een vergunning bedoeld in artikel 4, uiterlijk twintig dagen voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de biedingen in het kader van de veiling bedoeld in paragraaf 10;
- b)[...]
- c)indien (een) vergunning(
- en)krachtens gewestelijke regelgeving vereist is (zijn) voor de bouw en/of uitbating van de betrokken capaciteit, het bewijs dat de capaciteitshouder beschikt over de vergunning(
- en)afgeleverd in laatste administratieve aanleg, voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de biedingen in het kader van de veiling bedoeld in paragraaf 10; 3° de modaliteiten met betrekking tot de kennisgeving omtrent niet-aangeboden capaciteit bedoeld in paragraaf 10, voorlaatste lid; 4° de veilingsmodaliteiten onverminderd de toepassing van de veilingsmethode bepaald in of in overeenstemming met paragraaf 10, laatste lid; Niet-vertrouwelijk 5/36 5° de beschikbaarheidsverplichtingen en de verplichtingen voorafgaand aan de periode van capaciteitslevering voor de capaciteitsleveranciers, en de boetes voor het niet naleven van deze verplichtingen; 6° de financiële garanties die de capaciteitsleveranciers moeten leveren; 7° ten laatste één jaar voor de eerste periode van capaciteitslevering, de mechanismen ter organisatie van de secundaire markt; 8° de nadere regels voor de uitwisseling van informatie en de regels die de transparantie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme waarborgen; 9° de uiterlijke datum waarop iedere houder van niet bewezen capaciteit zijn dossier vervolledigt met de betreffende leveringspunten; 10° desgevallend, voor een gerichte veiling als bedoeld in artikel 7duodecies, de specifieke elementen van de voorschriften betreffende de in 1° tot en met 9° genoemde punten; 11° de modaliteiten van de procedure inzake de opschorting van de betaling van een capaciteitsvergoeding met betrekking tot de capaciteitsleverancier die het voorwerp uitmaakt van een procedure op basis van Europees of nationaal recht waarbij toegekende steun wordt teruggevorderd zoals bedoeld in paragraaf 11; 12° De nadere regels van de procedure inzake de opschorting of het verlies van het recht van een capaciteitsleverancier op de capaciteitsvergoeding en de terugvordering van de onrechtmatig verleende staatssteun overeenkomstig paragraaf 11/1. De netbeheerder dient jaarlijks uiterlijk op 1 februari bij de commissie en de Algemene Directie Energie zijn voorstel in voor de werkingsregels. Uiterlijk op 15 mei publiceren de commissie en de netbeheerder de werkingsregels op hun website. De werkingsregels hebben slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning en bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan de werkingsregels wijzigen of in de plaats van de commissie optreden indien deze in gebreke blijft de werkingsregels vast te stellen. De bepalingen in de opeenvolgende versies van de werkingsregels zijn van toepassing op capaciteitsleveranciers die op het tijdstip van hun inwerkingtreding reeds een capaciteitscontract hebben gesloten, met uitzondering van de door de commissie of de Koning aangeduide nieuwe bepalingen die van dien aard zijn dat, indien de capaciteitsleverancier er op het tijdstip van het uitbrengen van zijn bieding kennis van had gehad, hij redelijkerwijs geen of een wezenlijk ander aanbod zou hebben gedaan. Deze uitzondering geldt niet voor nieuwe bepalingen waarvan de toepassing op capaciteitscontracten die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze nieuwe bepalingen reeds zijn gesloten, noodzakelijk is om het contractuele evenwicht te herstellen dat als gevolg van een plotselinge crisis op de energiemarkt is verbroken. […]" 2. Met deze beslissing wordt uitvoering gegeven aan artikel 7undecies, § 12, eerste lid van de Elektriciteitswet. 3. In het kader van deze beslissing moet ook rekening worden gehouden met artikel 22 van de Europese verordening (EU) 2019/943 van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (hierna de “Verordening 2019/943”), waarin met name het volgende is bepaald: "1. Capaciteitsmechanismen:
- a)[…]
- b)leiden niet tot onnodige marktverstoringen en beperken de zone-overschrijdende handel niet; Niet-vertrouwelijk 6/36
- c)gaan niet verder dan wat nodig is om de in artikel 20 bedoelde zorgpunten met betrekking tot de toereikendheid aan te pakken;
- d)selecteren capaciteitsaanbieders via een transparante, niet-discriminerende en concurrerende procedure;
- e)bieden stimulansen voor capaciteitsaanbieders om op momenten waarop systeemstress verwacht wordt beschikbaar te blijven;
- f)waarborgen dat de vergoeding wordt bepaald via de concurrerende procedure;
- g)bepalen de technische voorwaarden voor de deelname van capaciteitsaanbieders voordat de selectieprocedure van start gaat;
- h)staan open voor deelname van alle hulpbronnen die de vereiste technische prestaties kunnen verstrekken, met inbegrip van energieopslag en vraagzijdebeheer;
- i)leggen passende sancties op aan capaciteitsaanbieders die niet beschikbaar zijn in tijden van systeemstress. […] 3. Naast de voorschriften van lid 1, geldt voor capaciteitsmechanismen, afgezien van strategische reserves:
- a)dat zij zo dienen te worden opgezet dat verzekerd wordt dat de prijs die voor het beschikbaar houden wordt betaald, automatisch naar nul tendeert wanneer de omvang van het aangeboden vermogen naar verwachting afdoende is om te voldoen aan de omvang van de vraag naar vermogen;
- b)dat zij de participerende middelen alleen dienen te vergoeden naargelang hun beschikbaarheid, en dienen te verzekeren dat deze vergoeding geen gevolgen heeft voor de beslissing van de capaciteitsaanbieder om al dan niet elektriciteit op te wekken;
- c)dat zij dienen te waarborgen dat capaciteitsverplichtingen overgedragen kunnen worden tussen in aanmerking komende capaciteitsaanbieders." 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 4. Met haar beslissing (B)2981 van 15 mei 20251 heeft de CREG de Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme vastgesteld2. Deze beslissing werd goedgekeurd bij koninklijk besluit van 4 juli 2025, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 23 juli 2025. 5. Tussen 21 november 2025 en 9 januari 2026 heeft Elia een nieuw voorstel van Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme ter openbare raadpleging voorgelegd. 6. Op 15 december 2025 bracht de CREG Elia informeel op de hoogte van een reeks inhoudelijke en vormelijke opmerkingen over het Voorstel van Werkingsregels dat ter openbare raadpleging werd voorgelegd. Die opmerkingen werden besproken tijdens een vergadering op 8 januari 2026. 1 2 Hierna de “Beslissing (B)2981”. Hierna de “versie 2025 van de Werkingsregels”. Niet-vertrouwelijk 7/36 7. Op 1 februari 2026 heeft Elia haar Voorstel van Werkingsregels ingediend bij de CREG. Elia heeft de antwoorden op haar openbare raadpleging op 22 januari en 6 februari aan de CREG bezorgd en haar raadplegingsverslag op 2 februari 2026. 8. Op 16 en 19 februari 2026 heeft de CREG per e-mail vragen en opmerkingen over dit Voorstel van Werkingsregels naar Elia gestuurd. Naar aanleiding van deze e-mails werden er tussen de diensten van de CREG en die van Elia vergaderingen belegd op 24 februari, 4 en 11 maart om de in voornoemde e-mails aangehaalde onderwerpen te bespreken. Elia heeft haar antwoorden per e-mail doorgegeven op 19 februari en 3 maart 2026. 9. Op 16 februari en 3 maart 2026 heeft Elia naar de CREG een voorstel tot wijziging van hoofdstuk 10 gestuurd met het oog op de invoering van een nieuwe procedure voor de automatische overdracht van verplichtingen op de secundaire markt tussen CMU’s die eigendom zijn van dezelfde speler. Dit heeft het voorwerp uitgemaakt van verschillende e-mailwisselingen en een bespreking op 3 maart 2026. 10. Vervolgens heeft de CREG tussen 19 maart en 9 april 2026 een openbare raadpleging georganiseerd met betrekking tot de wijzigingen die zij overwoog aan te brengen aan het Voorstel van Werkingsregels (hierna: “het Ontwerp van Werkingsregels”). 2.2. OPENBARE RAADPLEGING 2.2.1. Over de verplichting tot het organiseren van een raadpleging over de Ontwerpbeslissing 11. Artikel 7undecies, § 12, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: de “Elektriciteitswet”) bepaalt dat de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme door de CREG worden vastgesteld op voorstel van de netbeheerder die voorafgaand de marktspelers raadpleegt. Het is dus de netbeheerder die een raadpleging over het Voorstel van Werkingsregels moet organiseren. Die raadpleging werd georganiseerd tussen 21 november 2025 en 5 januari 2026. 12. Artikel 7undecies bepaalt daarnaast het volgende: "De Werkingsregels hebben slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning en bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan de Werkingsregels wijzigen of in de plaats van de commissie optreden indien deze in gebreke blijft de Werkingsregels vast te stellen." Aangezien enkel de goedkeuring bij koninklijk besluit rechtsgevolgen verleent aan de Werkingsregels, volgt hieruit dat de beslissing van de CREG tot vaststelling van deze regels op zich geen dergelijke gevolgen heeft. Met andere woorden, de beslissing van de CREG is geen beslissing in de strikt juridische zin van het woord, aangezien zij geen bindende kracht heeft. Hieruit volgt dat tegen deze beslissing geen beroep kan worden ingesteld bij het Marktenhof. Het Marktenhof heeft in een arrest van 9 mei 2018 reeds geoordeeld dat een akte van de CREG dwingende rechtsgevolgen moet hebben om het voorwerp te kunnen uitmaken van een beroep met toepassing van artikel 29bis van de Elektriciteitswet3. 3 Marktenhof, arrest 2017/AR/2099, in de zaak EPEX SPOT. Niet-vertrouwelijk 8/36 13. De verplichting voor de CREG om vooraf een raadpleging te organiseren, vloeit voort uit artikel 23, § 2bis van de Elektriciteitswet. Deze bepaling voorziet het volgende: "§ 2bis. De commissie geeft een volledige motivering en verantwoording voor haar beslissingen om de jurisdictionele toetsing ervan mogelijk te maken. De regels die van toepassing zijn op deze motiveringen en rechtvaardigingen, worden nader omschreven in het huishoudelijk reglement van het directiecomité, onder meer rekening houdend met de volgende principes: - in de motivering wordt het geheel van de elementen opgenomen waarop de beslissing gesteund is; - de elektriciteitsondernemingen hebben de mogelijkheid om, vooraleer een beslissing die hen betreft wordt genomen, hun opmerkingen te laten gelden; - het gevolg dat aan deze opmerkingen wordt gegeven, wordt gerechtvaardigd in de eindbeslissing; - de akten met een individuele of collectieve draagwijdte die worden aangenomen in uitvoering van haar opdrachten alsook iedere voorbereidende akte, expertiseverslag, opmerking van de geconsulteerde partijen die ermee samenhangen worden gepubliceerd op de website van de commissie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of gegevens met een persoonlijk karakter." (Onderlijning door de CREG.) 14. In uitvoering van deze bepaling heeft het huishoudelijk reglement van de CREG voorzien in de modaliteiten voor de organisatie van voorafgaande (openbare) raadplegingen. Het huishoudelijk reglement bevat onder andere de volgende bepalingen: "Art. 33. § 1. Alvorens het een beslissing neemt, organiseert het directiecomité een openbare raadpleging, onverminderd de uitzonderingen bedoeld in afdeling 3 van dit hoofdstuk. Een openbare raadpleging gebeurt door het lanceren van de raadpleging op de website van de commissie. § 2. In alle gevallen niet bedoeld in § 1, in het bijzonder in het kader van andere akten dan beslissingen die het overweegt, zoals voorstellen, adviezen, aanbevelingen, studies, onderzoeken, rapporten, verslagen en richtsnoeren, kan het directiecomité raadplegingen, openbare en/of niet-openbare, organiseren. [...]" (Onderlijning door de CREG.) Artikel 2 van het huishoudelijk reglement bepaalt bovendien het volgende: "Onder 'beslissing' of 'beslissingen' wordt in hoofdstukken 3 tot 5 (met uitzondering van de artikelen 39, 6°, en 43) en in artikel 23, § 1, begrepen de beslissing of beslissingen van het directiecomité bedoeld in de artikelen 29bis en 29ter van de elektriciteitswet en de artikelen 15/20 en 15/20bis van de gaswet, met uitzondering van de beslissingen van het directiecomité inzake overheidsopdrachten." Zoals hierboven vermeld, is dit in casu niet het geval. 15. Uit het voorafgaande blijkt dat de CREG wettelijk gezien geen (openbare) raadpleging hoeft te organiseren vóór het nemen van een beslissing om de Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme vast te leggen. De CREG vond het echter opportuun om de opmerkingen van de marktspelers te verzamelen over wijzigingen die zij wenst aan te brengen aan het Voorstel van Werkingsregels. Niet-vertrouwelijk 9/36 2.2.2. Over de raadpleging PRD (Z)3167 16. Zoals eerder vermeld (supra, nr. 7), heeft de CREG tussen 19 maart en 9 april 2026 een openbare raadpleging georganiseerd over de wijzigingen aan te brengen in het Voorstel van Werkingsregels. 17. De volgende marktspelers hebben hun schriftelijke opmerkingen binnen de vastgestelde termijn ingediend:
- a)Febeliec
- b)FEBEG
- c)Elia
- d)Luminus
- e)Fluvius
- f)RESA 18. De antwoorden die werden ontvangen in het kader van deze openbare raadpleging, zijn nietvertrouwelijk en worden gepubliceerd op de website van de CREG, met uitzondering van het antwoord van Luminus. 19. De ontvangen reacties worden geanalyseerd in hoofdstuk 4. 3. ANALYSE VAN HET VOORSTEL IN HET LICHT VAN DE VEREISTEN VAN DE ELEKTRICITEITSWET 3.1. OVER DE CONFORMITEIT WERKINGSREGELS MET DE MINIMALE VAN HET VOORSTEL VAN WETTELIJK VOORGESCHREVEN 20. In dit onderdeel vergewist de CREG zich ervan dat de minimale inhoud van de Werkingsregels, zoals opgesomd in artikel 7undecies, § 12, derde lid van de Elektriciteitswet, wel degelijk is opgenomen in het Voorstel van Werkingsregels. 21. In dit verband verwijst de CREG naar de analyse die zij heeft uitgevoerd in haar beslissingen (B)2227 van 14 mei 2021, (B)2397 van 13 mei 2022, (B)2773 van 14 mei 2024 en (B)2981 van 15 mei 2025, aangezien artikel 7undecies, § 12, derde lid, nadien niet werd gewijzigd. 22. De CREG besluit uit het voorgaande dat de minimale inhoud, zoals opgesomd in artikel 7undecies, § 12, derde lid, van de Elektriciteitswet, wel degelijk is opgenomen in het Voorstel van Werkingsregels. Niet-vertrouwelijk 10/36 3.2. OVER DE CONFORMITEIT VAN HET VOORSTEL VAN WERKINGSREGELS MET DE WETTELIJK VASTGELEGDE DOELSTELLINGEN 23. In dit onderdeel gaat de CREG na of het Voorstel van Werkingsregels wel degelijk beantwoordt aan de doelstellingen die de Elektriciteitswet aan de Werkingsregels heeft toegekend, namelijk (art. 7undecies, § 12, tweede lid): "1° de concurrentie in de veilingen zoveel mogelijk te stimuleren; 2° elke marktmanipulatie, elk concurrentiebeperkend gedrag en elke oneerlijke handelspraktijk, te voorkomen; 3° de economische efficiëntie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme te verzekeren om ervoor te zorgen dat de toegekende capaciteitsvergoedingen passend en evenredig zijn en dat de mogelijke negatieve effecten op de goede werking van de markt zo beperkt mogelijk zijn; 4° de technische beperkingen van het net te respecteren en rekening te houden met de bepalingen van het technisch reglement betreffende de indiening en de behandeling van aanvragen voor aansluiting aan het transmissienet en het afsluiten van aansluitingscontracten, onverminderd de technische beperkingen en verplichtingen die van toepassing zijn voor capaciteiten die aangesloten worden op andere netten." 24. Bij gebrek aan fundamentele wijzigingen aan het design van het CRM door het Voorstel van Werkingsregels, verwijst de CREG naar de analyse vervat in beslissing (B)2227 van 14 mei 2021, die geldig blijft. 4. UITEENZETTING WIJZIGINGEN VAN DE AANGEBRACHTE 4.1. ANTICIPATIE OP VERANDERINGEN IN DE REGELGEVING Ontwerp van Werkingsregels 25. Op één punt loopt het Ontwerp van Werkingsregels vooruit op de wijzigingen in de regelgeving die in het ontwerp van het CRM worden overwogen. Het gaat om de bepaling betreffende de verzaking van de exploitatiesteun. 26. In de secties 5.2.3.2. en 17.3.2.3.1.1. werd de verplichting om een ondertekend document van verzaking van de exploitatiesteun te verstrekken vervangen door een verklaring waarbij de CRM-actor zich ertoe verbindt dit ondertekend document te verstrekken voorafgaand aan de ondertekening van het Capaciteitscontract. 27. Deze bepaling kan pas worden toegepast vanaf de datum van inwerkingtreding van de wijziging van het koninklijk besluit ‘Ontvankelijkheidscriteria’, waarvan artikel 3 van de uitdrukkelijke verbintenis om te verzaken aan de exploitatiesteun een opschortende voorwaarde voor de Prekwalificatie maakt. Niet-vertrouwelijk 11/36 Antwoorden op de raadpleging 28. FEBEG is van mening dat in voetnoot 38 met betrekking tot tabel 16 'Verklaring om het document te verstrekken' in plaats van 'ondertekend document' zou moeten staan. Beslissing 29. De CREG werd ervan op de hoogte gebracht dat het koninklijk besluit 'Ontvankelijkheid' niet vóór 15 juni 2026 in werking zal treden. Het is daarom niet langer gepast om een alternatief systeem te vermelden. De CREG heeft dan ook beslist om de overwogen wijzigingen te schrappen. 4.2. HOOFDSTUK 5: PREKWALIFICATIEPROCEDURES 4.2.1. Modaliteiten voor het verlenen door de Federale Overheidsdienst Economie van zijn advies betreffende de conformiteit van een CMU met de CO2-emissiegrenswaarde Ontwerp van Werkingsregels 30. In sectie 5.3.2 van het Voorstel van Werkingsregels is voorzien dat de Federale Overheidsdienst Economie zijn advies in verband met de controle van de conformiteit van de CMU met de CO 2emissiegrenswaarde per e-mail aan Elia meldt ten laatste tegen 15 juli voor Prekwalificatiedossiers met Project ID en ten laatste tegen 1 augustus voor Prekwalificatiedossiers zonder Project ID. Deze paragraaf voorziet echter geen enkele bepaling voor de CMU's waarbij in het kader van de secundaire markt een prekwalificatiedossier wordt ingediend buiten de standaardperiode voor de analyse van de Prekwalificatiedossiers, die loopt van 15 juni tot 15 september. 31. De CREG heeft daarom een bepaling toegevoegd die de termijn voor het verlenen van een advies van de Federale Overheidsdienst Economie moet beperken tot 20 Werkdagen vanaf de datum van indiening van het Prekwalificatiedossier met verwijzing naar de bepalingen van versie 4 van de Werkingsregels. Ze heeft ook de termijnen die aan de Federale Overheidsdienst Economie worden toegekend voor afgifte van zijn adviezen betreffende de Prekwalificatiedossiers met het oog op deelname aan de Veilingen verlengd tot 1 augustus voor Prekwalificatiedossiers die verbonden zijn aan een Project-ID en tot 15 augustus voor Prekwalificatiedossiers die niet verbonden zijn aan een ProjectID. Antwoorden op de raadpleging 32. Elia is tevreden met de gegeven verduidelijking. Beslissing 33. De CREG blijft bij haar beslissing. 4.2.2. Modaliteiten voor de indiening van Opt-outnotificaties Ontwerp van Werkingsregels 34. In § 208 van het Voorstel van Werkingsregels wordt de wens geuit dat de CRM Actoren hun Opt-outnotificaties vóór 31 augustus indienen. Deze datum doet geen afbreuk aan het feit dat de Optoutnotificaties in ieder geval uiterlijk om 06.00 uur op 30 september, de dag van de uiterste datum voor het indienen van de Biedingen moeten worden ingediend. De einddatum van 31 augustus is gerechtvaardigd omdat de Federale Overheidsdienst Economie, Elia en de CREG voldoende tijd nodig hebben om elke notificatie te onderzoeken en, indien nodig, aanvullende informatie in te winnen bij de betrokken Capaciteitshouders. Deze termijn kan echter niet worden opgelegd, aangezien art. Niet-vertrouwelijk 12/36 7undecies, § 10 van de Elektriciteitswet de uiterste datum voor de indiening van Biedingen op 30 september vastlegt. De CREG is van mening dat deze bepaling op twee punten moet worden aangepast. Enerzijds moet, wat de Opt-outnotificaties betreft die werden ingediend overeenkomstig art. 4bis van de Elektriciteitswet, de gewenste uiterste datum van 31 augustus worden beperkt tot Notificaties die uitsluitend worden gedaan op grond van artikel 4bis, 6de lid van de Elektriciteitswet, aangezien dit de enige gevallen zijn waarin kan worden afgeweken van de wettelijke minimumtermijnen waarbinnen een capaciteit de markt kan verlaten. Alleen in deze gevallen is er dus tijd nodig voor een analyse, zodat de Federale Overheidsdienst Economie de gegrondheid van de aanvraag kan beoordelen en binnen een termijn kan beslissen die verenigbaar is met de correcties van de vraagcurves. Deze analyse is gerechtvaardigd gezien het risico dat deze voortijdige terugtrekking kan vormen voor de bevoorradingszekerheid. Anderzijds is de uiterste datum voor het indienen van Biedingen, die op 30 september werd vastgelegd, niet relevant voor CMU's die hebben gekozen voor een Fast Track-prekwalificatie en dus al (impliciet maar zeker) hebben aangegeven niet deel te nemen aan de komende Veilingen. Bijgevolg kan de uiterste datum voor het indienen van de Opt-outnotificaties overeenkomstig art. 4bis, 6e lid van de Elektriciteitswet en de Opt-outnotificaties op basis van een motivatiebrief op 31 augustus worden vastgelegd. 35. § 208 van de Werkingsregels werd dienovereenkomstig aangepast, evenals de tabel in sectie 4.2. met betrekking tot het tijdschema van de Prekwalificatieprocedure. Antwoorden op de raadpleging 36. Elia stelt voor om de processen voor het indienen van opt-outnotificaties voor de prekwalificatieprocedures 'Standard' en 'Fast Track' op elkaar af te stemmen om de volgende redenen: i. volgens Elia is het opleggen van de deadline van 31 augustus niet in overeenstemming met het wettelijke kader; ii. de CRM-kandidaat zou deze deadline kunnen omzeilen door eerst zijn CMU te prekwalificeren volgens de standaardprocedure en vervolgens een volledige opt-out uit te voeren; iii. het vermenigvuldigen van deadlines maakt het proces complexer. Beslissing 37. De CREG erkent dat het vastleggen van deadlines voor de verschillende notificaties afhankelijk van de gekozen prekwalificatieprocedure niet ideaal is, maar is van mening dat het een noodzakelijke en mogelijke eerste stap is binnen het huidige wettelijke kader om de robuustheid te waarborgen en het proces van de clearing van de veilingen te vereenvoudigen. Voor sommige opt-outnotificaties, in het bijzonder wanneer ze zijn gebaseerd op een kennisgeving van een buitenwerkingstelling zoals bedoeld in artikel 4bis van de Elektriciteitswet, is er tijd nodig om alles te analyseren en aanvullende informatie te verzamelen om op een robuuste manier te kunnen bepalen of ze als IN of OUT moeten worden geclassificeerd, aangezien dit een impact op de clearing van de veilingen heeft. 38. In haar ontwerpbeslissing heeft de CREG uitgelegd waarom, binnen het huidige wettelijke kader, de deadline van 30 september niet van toepassing was op de CMU’s die hadden gekozen voor de prekwalificatieprocedure 'Fast Track'. De CREG vindt ook dat er een wijziging zou moeten worden aangebracht aan artikel 4bis, § 1, zesde lid van de Elektriciteitswet, zodat de deadline van 31 augustus ook kan worden opgelegd aan elke CMU waarvan de Opt-outnotificatie een analyse vereist. Niet-vertrouwelijk 13/36 39. Voor het overige ziet de CREG niet in welk belang een CRM-kandidaat zou hebben om te kiezen voor een complexere prekwalificatieprocedure met als enige doel de tijd te verkorten die de overheid heeft om haar Opt-outnotificatie te analyseren. 40. De CREG beslist dus om bij haar beslissing te blijven. 4.2.3. Wijze van classificatie van de Notificaties van een definitieve/tijdelijke buitenwerkingsstelling of de Notificaties van een definitieve/tijdelijke structurele vermindering van capaciteit met betrekking tot art. 4bis van de Elektriciteitswet Ontwerp van Werkingsregels 41. Sectie 5.4.2.2.1. van het Voorstel van Werkingsregels bepaalt het volgende: "Een Opt-outvolume voor een Y-4 Veiling wordt geclassificeerd als 'OUT' als de door de CRMActor ingediende Opt-outnotificatie aangeeft dat: […] of het volume verband houdt met een notificatie van een tijdelijke buitenwerkingstelling of een tijdelijke structurele vermindering van capaciteit in overeenstemming met artikel 4bis van de Elektriciteitswet tijdens de Leveringsperiode waarop de Opt-outnotificatie betrekking heeft; […]" 42. De CREG is van mening dat het niet opportuun is om een opt-out met betrekking tot een capaciteit waarvan de tijdelijke terugtrekking vier jaar vóór de Leveringsperiode wordt aangekondigd, als 'OUT' te beschouwen, aangezien de Capaciteitshouder er op elk moment van kan afzien. Het risico is dus groot dat bij de Y-4 Veiling een volume onnodig wordt gecontracteerd, mogelijk voor meerdere Leveringsperiodes. Dit zou in strijd zijn met de wettelijke verplichting om de kosten van het CRM te beheersen. Het risico voor de bevoorradingszekerheid wordt bovendien beheerst, aangezien er nog twee Veilingen gepland zijn voor de betrokken Leveringsperiode, waardoor extra Capaciteit kan worden gecontracteerd indien de behoefte zich bevestigt. 43. De CREG heeft sectie 5.4.2.2.1. dienovereenkomstig aangepast. Antwoorden op de raadpleging 44. Er werd geen enkele opmerking geformuleerd. Beslissing 45. De CREG blijft bij haar beslissing. Ontwerp van Werkingsregels 46. Sectie 5.4.2.2.3. van het Voorstel van Werkingsregels bepaalt het volgende: "Een Opt-outvolume voor een Y-1 Veiling wordt geclassificeerd als 'OUT' als de door de CRMActor ingediende Opt-outnotificatie aangeeft dat: […] - het volume verband houdt met een notificatie van een definitieve buitenwerkingstelling of een definitieve structurele vermindering van capaciteit in overeenstemming met artikel 4bis van de Elektriciteitswet tijdens de Leveringsperiode waarop de Optoutnotificatie betrekking heeft; of - het volume verband houdt met een notificatie van een tijdelijke buitenwerkingstelling of een tijdelijke structurele vermindering van capaciteit in overeenstemming met artikel Niet-vertrouwelijk 14/36 4bis van de Elektriciteitswet tijdens de Leveringsperiode waarop de Opt-outnotificatie betrekking heeft; of […]" 47. Er wordt dus voorzien dat het volume dat verband houdt met een notificatie van een definitieve/tijdelijke buitenwerkingstelling of een definitieve/tijdelijke structurele vermindering van capaciteit, in overeenstemming met artikel 4bis van de Elektriciteitswet tijdens de Leveringsperiode waarop de Opt-outnotificatie betrekking heeft, voor de Y-1 Veiling automatisch als 'OUT' wordt geclassificeerd. 48. De CREG is van mening dat een automatische classificatie als 'OUT' voor bepaalde gevallen van notificaties met betrekking tot artikel 4bis niet mogelijk is. Zo bepaalt het 6e lid van artikel 4bis, § 1 dat: “De termijnen van buitenwerkingstelling en structurele vermindering bedoeld in het tweede tot en met het vijfde lid, zijn niet van toepassing als de buitenwerkingstelling of structurele vermindering wordt opgelegd om veiligheidsredenen, om te voldoen aan milieunormen, of om de contractuele verbintenissen inzake warmtekrachtkoppeling ten aanzien van derden te eerbiedigen, voor dewelke de termijnen desgevallend korter kunnen zijn.” 49. De redenen voor de verkorting van de termijnen voor stillegging moeten per geval worden geanalyseerd om de relevantie van de aangevoerde redenen ter rechtvaardiging van de in het 6e lid genoemde voorwaarden te beoordelen. Zonder een analyse en validatie door de Federale Overheidsdienst Economie van de redenen die een verkorte stilleggingsperiode rechtvaardigen, acht de CREG het onaanvaardbaar om deze volumes te beschouwen als niet bijdragend aan de bevoorradingszekerheid voor de betrokken veilingen. 50. De CREG heeft daarom verduidelijkt dat de volumes die verband houden met een notificatie met betrekking tot artikel 4bis van de Elektriciteitswet alleen worden beschouwd als niet bijdragend aan de bevoorradingszekerheid, mits deze uiterlijk op 30 september (d.w.z. de laatste dag voor het indienen van de Biedingen) door de Federale Overheidsdienst Economie worden gevalideerd: "Een Opt-outvolume voor een Y-1 Veiling wordt geclassificeerd als 'OUT' als de door de CRMActor ingediende Opt-outnotificatie aangeeft dat: […] het volume verband houdt met een notificatie van een definitieve buitenwerkingstelling of een definitieve structurele vermindering van capaciteit in overeenstemming met artikel 4bis van de Elektriciteitswet tijdens de Leveringsperiode waarop de Opt-outnotificatie betrekking heeft, voorwaardelijk aan de goedkeuring ervan door de FOD Economie, uiterlijk op 30 september, voor de kennisgevingen die verband houden met artikel 4bis, al. 6 van de Elektriciteitswet; of het volume verband houdt met een notificatie van een tijdelijke buitenwerkingstelling of een tijdelijke structurele vermindering van capaciteit in overeenstemming met artikel 4bis van de Elektriciteitswet tijdens de Leveringsperiode waarop de Opt-outnotificatie betrekking heeft, voorwaardelijk aan de goedkeuring ervan door de FOD Economie, uiterlijk op 30 september, voor de kennisgevingen die verband houden met artikel 4bis, al. 6 van de Elektriciteitswet; of […]" Antwoorden op de raadpleging 51. Elia vraagt of deze toevoeging ook moet worden gedaan voor de Y-2-veiling. Niet-vertrouwelijk 15/36 Beslissing 52. De CREG is van mening dat dit niet nodig is voor zover een capaciteit die een notificatie heeft ingediend in overeenstemming met artikel 4bis, zijn buitenwerkingstelling hoogstens kan laten uitstellen tot 31 maart, twee jaar na de kennisgevingstermijn van 15 januari, in overeenstemming met artikel 4bis, derde lid. Bijgevolg zal de buitenwerkingstelling tijdens leveringsperiode Y+2 plaatsvinden. De capaciteit zal voor de Y-2-veiling dus als OUT moeten worden beschouwd zonder dat een validatie door de FOD Economie nodig is. De CREG blijft dus bij haar beslissing. 53. De CREG blijft dus bij haar beslissing. 4.3. HOOFDSTUK 6: VEILINGPROCES 4.3.1. Aanpassingen aan en correcties van de Vraagcurve Ontwerp van Werkingsregels 54. In het kalibratieverslag van de netbeheerder, gepubliceerd op 1 december 20254, stelde Elia een nieuwe benadering voor om bij de kalibratie van de vraagcurve rekening te houden met de eenheden voor hernieuwbare energie en de geaggregeerde thermische eenheden zonder dagprogramma, die a priori worden geacht niet in aanmerking te komen voor het CRM. Deze nieuwe benadering komt erop neer om bij de kalibratie van de vraagcurve niet de volumes af te trekken die overeenstemmen met de eenheden die zich tijdens vorige veilingen hebben geprekwalificeerd om deel te nemen aan het CRM. Het doel van Elia bestaat erin de transparantie wat betreft de correcties van de vraagcurve te verbeteren en hun omvang te beperken tijdens de clearing van de veilingen. De CREG heeft met deze benadering rekening gehouden in haar Voorstellen (C)3145, (C)3146 en (C)3147 van 6 februari 2026 en de benadering werd uitgebreid tot de lijst van de individueel gemodelleerde eenheden. 55. Om rekening te houden met de impact van deze bij de kalibratie van de vraagcurve toegepaste correctie op het proces van clearing van de veilingen zijn meerdere bepalingen van de Werkingsregels dienovereenkomstig gewijzigd. § 317,
- b)werd als volgt aangepast: "Het totale volume van de opwaartse volumecorrecties van de Vraagcurve naar een Veiling is gelijk aan de som van de volgende elementen: […]
- b)capaciteiten die bij de vaststelling van de Vraagcurve als niet in aanmerking komend werden beschouwd, maar die betrekking hebben op CMU's die zich toch hebben geprekwalificeerd of waarvan de Capaciteit inmiddels gereduceerd is, berekend overeenkomstig de rest van deze sectie voor zover deze capaciteiten nog niet reeds in de Vraagcurve zijn opgenomen op basis van hun prekwalificatie bij de laatste Veiling van hetzelfde type (Y 2, Y 4), of, voor de Y 1 Veiling, bij de laatste Veiling voor dezelfde Leveringsperiode; […]" 4 https://www.elia.be/-/media/project/elia/elia-site/electricity-market-andsystem/adequacy/crm/2026_auction/calibration-report__y-1_a26d27_y-2_a26d28_y-4_a26d30.pdf Niet-vertrouwelijk 16/36 § 319 werd als volgt aangepast: "Voorafgaand aan de bepaling van de Vraagcurve bepaalt ELIA een lijst van CMU’s met technologie CHP, afvalverbranding, biomassa, hydro run-of-river, zonne-energie, onshore wind of offshore wind die nog niet opgenomen zijn in de lijst vermeld in § 318 en die hebben deelgenomen aan de Prekwalificatieprocedure voor zover deze capaciteiten nog niet reeds in de Vraagcurve zijn opgenomen op basis van hun prekwalificatie bij de laatste Veiling van hetzelfde type (Y-2, Y-4), of, voor de Y-1 Veiling, bij de laatste Veiling voor dezelfde Leveringsperiode. Tijdens de Prekwalificatieprocedure zal ELIA de deelnemende CMU’s linken aan deze lijst." § 322,
- g)werd gewijzigd en § 322,
- h)werd toegevoegd: "[…]
- g)capaciteiten die als niet in aanmerking komend moeten worden beschouwd, maar die nog niet als zodanig zijn beschouwd tijdens de kalibratie van de Vraagcurve, berekend als de som van de gereduceerde niet geprekwalificeerde capaciteiten van de in §§ 318 en 319 bedoelde lijst die volgens de lijst als in aanmerking komend worden beschouwd en die intussen geen notificatie hebben gedaan van een definitieve buitenwerkingstelling of een definitieve structurele capaciteitsvermindering of die, voor de Y-1 of Y-2 Veiling, geen tijdelijke sluiting of een tijdelijke structurele vermindering hebben aangekondigd, overeenkomstig artikel 4bis van de Elektriciteitswet. De waarden van de in §§ 318 en 319 bedoelde lijst worden gebruikt voor de berekening;
- h)de niet in aanmerking komende capaciteiten die bij de kalibratie van de Vraagcurve niet zijn afgetrokken op basis van hun effectieve deelname aan een vorige veiling maar die zich niet prekwalificeren bij de betrokken Veiling, berekend als het product van hun Nominaal Referentievermogen en de Reductiefactor die in aanmerking wordt genomen bij de kalibratie voor de betrokken eenheid of technologie; […]" 56. De CREG heeft de paragrafen §§ 320 en 322,
- g)gewijzigd om het in aanmerking nemen van de volumecorrecties in verband met de tijdelijke buitenwerkingstelling of een tijdelijke capaciteitsvermindering overeenkomstig artikel 4bis van de Elektriciteitswet uit te breiden tot veiling Y 2, en niet langer enkel toe te passen voor veiling Y-1. Deze uitbreiding heeft als doel te garanderen dat de vraagcurve de passende weergave is van de effectieve beschikbaarheid van capaciteit. Antwoorden op de raadpleging 57. Er werd geen enkele opmerking geformuleerd. Beslissing 58. De CREG blijft bij haar beslissing. 4.4. HOOFDSTUK 8: PRE-LEVERINGSCONTROLE 4.4.1. Kwartaalrapporten Ontwerp van Werkingsregels 59. § 417 van sectie 8.3.4. van het Voorstel van Werkingsregels bepaalt het volgende: "Indien een Capaciteitsleverancier beoogt een vertraging zoals beschreven in § 416 op te lossen door middel van een transactie op de Secundaire Markt maar deze transactie nog niet afgesloten heeft, voegt hij aan zijn mitigatieplan zoals uitgelegd in § 412, tweede Niet-vertrouwelijk 17/36 streepje, een verklaring toe van zowel de Koper als de Verkoper van de transactie op de Secundaire Markt dat zij een bilateraal akkoord hebben bereikt voor een toekomstige transactie op de Secundaire Markt." 60. De CREG is van mening dat deze bepaling geen enkele garantie biedt voor de toekomstige uitvoering van de transactie op de Secundaire Markt. De bilaterale overeenkomst tussen de Koper en de Verkoper van een toekomstige transactie heeft namelijk geen wettelijke basis en biedt dus geen garantie voor het oplossen van een vertraging. Bovendien is de CRM-Actor verantwoordelijk voor de goede kennis van zijn contractuele verplichtingen betreffende, inzonderheid, de oplossing van eventuele vertraging. Het behoud van deze paragraaf in de Werkingsregels, zelfs louter ter informatie, is bijgevolg niet gerechtvaardigd. 61. De CREG heeft deze paragraaf dan ook geschrapt. Antwoorden op de raadpleging 62. Elia erkent dat de paragraaf geen enkele garantie biedt voor transacties op de secundaire markt, maar wenst deze toch te behouden en dit verzoek om informatie ook op te nemen in bijlage 18.2.3, waarin de inhoud van het kwartaalrapport wordt beschreven. 63. Volgens Elia zou een dergelijke aanpassing de symmetrie van de informatie gedurende het hele proces kunnen garanderen en de wijzigingen op een gestructureerde en regelmatige manier archiveren. Beslissing 64. De CREG is van mening dat een vastgestelde vertraging niet kan worden beschouwd als gedeeltelijk of zelfs volledig opgelost door een voornemen om een transactie op de secundaire markt af te sluiten en dus niet in aanmerking kan worden genomen voor de bepaling van de resterende vertraging. 65. Bovendien beschikt Elia over alle nodige informatie met betrekking tot lopende of afgeronde transacties op de secundaire markt. Daarom ziet de CREG geen meerwaarde in dit soort van informatie. 66. De CREG blijft dus bij haar beslissing. 4.5. HOOFDSTUK 9: BESCHIBAARHEIDSVERPLICHTING 4.5.1. Aangegeven prijzen Ontwerp van Werkingsregels 67. § 585 van sectie 9.4.2.2.2 van het Voorstel van Werkingsregels bepaalt wat volgt: "ELIA brengt de CREG op de hoogte van de aangegeven prijzen en de evolutie ervan die aanleiding zou kunnen geven tot vermoedens over anti-competitief gedrag. Dergelijk gedrag omvat, maar is niet beperkt tot, gedrag dat tot doel heeft de Terugbetalingsverplichtingen te ontlopen of een consistente aangifte van Aangegeven of partiële Aangegeven Intradayof Balanceringsprijzen die lager zijn dan hun tegenhangers op de Day-aheadmarkt." 68. Daar sectie 9.4.2.2.2 werd geschrapt (cf. Sectie 2.8 van de huidige nota), werd deze paragraaf dus eveneens geschrapt. De CREG meent echter dat deze paragraaf moet worden behouden in de Werkingsregels en moet worden aangepast. Zo kan de CREG immers op de hoogte worden gebracht van elk mogelijk anti-competitief gedrag van een marktspeler met betrekking tot zijn Aangegeven Prijzen. De draagwijdte van deze paragraaf was niet beperkt tot de Terugbetalingsverplichtingen, maar omvatte ook ander anti-competitief gedrag. Niet-vertrouwelijk 18/36 Hoewel het voor CMU’s zonder dagelijks programma niet langer mogelijk is om aangegeven marktprijzen te declareren die het voor hen mogelijk zouden maken om de terugbetalingsverplichtingen te ontlopen (zie sectie 2.8 van deze nota), blijven ze vrij om aangegeven prijzen in te dienen die het voor hen potentieel mogelijk zouden maken om beschikbaarheidsverplichtingen te ontlopen. 69. De CREG heeft voornoemde paragraaf dus toegevoegd en aangepast aan Sectie 9.4.2.1 betreffende de Aangegeven Prijzen en Geassocieerde Volumes om rekening te houden met deze vormen van anti-competitief gedrag. "ELIA brengt de CREG op de hoogte van elke Aangegeven Prijs of de evolutie ervan die mogelijk wijst op concurrentieverstorend gedragdie aanleiding zou kunnen geven tot vermoedens over anticompetitief gedrag. Dergelijk gedrag omvat, maar is niet beperkt tot, praktijken die gericht zijn op het ontwijken van degedrag dat tot doel heeft de Beschikbaarheids- of Terugbetalingsverplichtingen, met name via te ontlopen of een consistentesystematische aangiften van Aangegeven of partiële Aangegeven Intraday- of Balanceringsprijzen die lager zijn liggen dan hun tegenhangers op de Dayaheadmarkt, wat leidt tot activatie terwijl de Aangegeven Prijzen niet worden bereikt." Antwoorden op de raadpleging 70. Er werd geen enkele opmerking geformuleerd. Beslissing 71. De CREG blijft bij haar beslissing. 4.5.2. Procedure voor escalatie van sancties Ontwerp van Werkingsregels 72. Sectie 9.6.3. van het Voorstel van Werkingsregels met betrekking tot de neerwaartse herziening van de Maandelijkse Vergoeding van een CMU bepaalt voortaan dat deze herziening enkel rekening houdt met de Onaangekondigde Ontbrekende Capaciteiten. 73. De definitie van Aangekondigde en Onaangekondigde Ontbrekende Capaciteit heeft als doel een afzonderlijke penaliteitsfactor toe te passen om de Onbeschikbaarheidspenaliteit te berekenen. Zoals bepaald in § 633 van Sectie 9.6.2 wordt de waarde van de penaliteitsfactor verlaagd wanneer de Ontbrekende Capaciteit wordt aangekondigd. Deze penaliteitsfactor maakt het voor een marktspeler dus mogelijk het Bedrag van de Onbeschikbaarheidspenaliteiten te verlagen wanneer deze marktspeler zijn Ontbrekende Capaciteit registreert als 'aangekondigd'. 74. De CREG is echter van mening dat de neerwaartse herziening van de Maandelijkse Vergoeding rekening moet houden met alle Ontbrekende Capaciteiten (Onaangekondigd en Aangekondigd). Een verlaging van de Maandelijkse Vergoeding voor enkel de Onaangekondigde Ontbrekende Capaciteiten is in tegenspraak met een van de eerste doelstellingen van het CRM die erin bestaat capaciteiten te vergoeden om de bevoorradingszekerheid te garanderen. De vergoeding van Aangekondigde Ontbrekende Capaciteiten die effectief niet bijdragen tot de bevoorradingszekerheid, sluit immers niet aan bij deze doelstelling. 75. Bijgevolg heeft de CREG sectie 9.6.3 aangepast door de vermeldingen van Onaangekondigde Ontbrekende Capaciteit te schrappen in de betrokken paragrafen. Antwoorden op de raadpleging 76. Sommige respondenten van de openbare raadpleging zijn gekant tegen het in aanmerking nemen van aangekondigde ontbrekende capaciteiten bij de toepassing van de escalatieprocedure voor Niet-vertrouwelijk 19/36 boetes. Zij wijzen erop dat dit het risico vergroot dat de capaciteitsleverancier zijn capaciteitsvergoeding of zelfs zijn capaciteitscontract verliest. 77. FEBEG merkt op dat het aantal dagen waarop een capaciteitsleverancier een aangekondigde onbeschikbaarheid kan afkondigen, beperkt is tot 75 per leveringsperiode, met een maximum van 25 tijdens de winterperiode. 78. Elia wijst er enerzijds op dat de onbeschikbaarheid ten gevolge van gedwongen stilleggingen al wordt weerspiegeld in het gecontracteerde volume via de toepassing van de reductiefactor en niet een tweede keer zou mogen worden gesanctioneerd, en anderzijds dat de escalatieprocedure zou moeten voorbehouden zijn voor echt problematische gevallen en niet voor normaal operationeel gedrag. 79. Elia wijst er ook op dat het feit dat de aangekondigde ontbrekende capaciteit niet in aanmerking wordt genomen om een neerwaartse herziening van de vergoeding te bewerkstelligen, deel uitmaakt van het ontwerp sinds de eerste versie van de Werkingsregels. 80. Elia erkent echter dat in de Werkingsregels nooit is gespecificeerd welk type van onbeschikbaarheid aanleiding geeft tot een neerwaartse herziening, en dat is de reden waarom er in het Voorstel van de Werkingsregels een wijziging werd aangebracht. 81. De respondenten zijn in ieder geval van mening dat deze maatregel niet met terugwerkende kracht zou kunnen worden toegepast. Beslissing 82. De CREG erkent dat het in aanmerking nemen van de aangekondigde ontbrekende capaciteiten in de escalatieprocedure voor boetes het risico voor een capaciteitsleverancier om zijn vergoeding te verliezen waarschijnlijk vergroot. Ze wijst er echter op dat het hoofddoel van het CRM erin bestaat om de bevoorradingszekerheid te waarborgen en de capaciteit slechts te vergoeden in de mate waarin zij er daadwerkelijk tot bijdraagt. In dit opzicht lijkt de vergoeding van de capaciteiten die niet bijdragen aan de adequaatheid van het systeem, in strijd te zijn met dit doel. 83. De CREG merkt ook op dat het maximumaantal van 75 dagen, waaronder 25 dagen tijdens de winterperiode, gedurende welke een capaciteitsleverancier een aangekondigde onbeschikbaarheid kan aangeven, al heeft gezorgd voor een zekere flexibiliteit ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerp om het normaal operationeel gedrag te dekken. In dat verband beschikken de marktdeelnemers momenteel over de mogelijkheid om deze dagen te gebruiken om een aangekondigde ontbrekende capaciteit aan te geven, om te voorkomen dat de escalatieprocedure voor boetes in werking treedt. Het doel van het wijzigingsvoorstel van de CREG was dan ook om het gebruik van de aangekondigde onbeschikbaarheid te beperken als middel om het risico op een neerwaartse herziening van de vergoeding te beperken, op basis van het principe dat de aankondiging van een onbeschikbaarheid niets verandert aan het feit dat de gecontracteerde capaciteit niet beschikbaar is en een probleem van adequaatheid kan doen ontstaan. 84. De CREG luistert naar de bezorgdheid van de marktdeelnemers en van Elia, die vinden dat de escalatieprocedure voor boetes een mechanisme moet blijven dat voor echt problematische situaties is voorbehouden. Aangezien er sinds het begin van de eerste leveringsperiode geen periode van echte schaarste is geweest, kon nog niet worden beoordeeld in welke mate het mechanisme van boetes voor onbeschikbaarheid, dat het mogelijk maakt om zowel onaangekondigde als aangekondigde ontbrekende capaciteiten te bestraffen, kan volstaan, zij het met meer progressieve en evenredige economische stimulansen, om marktdeelnemers aan te moedigen een effectieve bijdrage te leveren aan de bevoorradingszekerheid. Niet-vertrouwelijk 20/36 85. De CREG merkt ook op dat a priori een zekere samenhang kan worden gerechtvaardigd tussen de trigger voor de neerwaartse herziening van de maandelijkse vergoeding en de berekening van de neerwaartse herzieningsfactor voor de maandelijkse vergoeding. 86. Op basis van al deze elementen heeft de CREG haar beslissing gewijzigd en het voorstel van Elia aanvaard dat erin bestaat om de inwerkingtreding van de escalatieprocedure voor boetes en de neerwaartse herziening van de maandelijkse vergoeding te beperken tot de onaangekondigde ontbrekende capaciteiten. 4.5.3. Bepaling van de overcapaciteit Ontwerp van Werkingsregels 87. Sectie 9.7.1 van het Voorstel van Werkingsregels betreffende de Bepaling van de Overcapaciteit bepaalt dat de Overcapaciteit niet van toepassing is gedurende MTU’s waarin een activatie van opwaartse Redispatching of Frequentiegerelateerde Balanceringsdiensten op verzoek van Elia (of de Buitenlandse TSO indien van toepassing) heeft plaatsgevonden met de Leveringspunten van de CMU. 88. Deze door Elia voorgestelde toevoeging heeft tot doel rekening te houden met het feit dat de Bepaling van de Overcapaciteit gebaseerd is op het initieel Actief Volume van een CMU. Dit initieel Actief Volume is gebaseerd op het gemeten vermogen en omvat dus potentieel volumes die werden geactiveerd voor opwaartse redispatching of voor frequentiegerelateerde ondersteunende diensten. De huidige Werkingsregels laten niet toe om het aandeel van dit volume te bepalen dat aan deze activaties heeft bijgedragen. Marktdeelnemers zouden dus onterecht kunnen worden benadeeld door dergelijke activaties. 89. Elia geeft aan dat de implementatie van een Bepaling van de Overcapaciteit die het, op een betrouwbare en operationeel haalbare manier, mogelijk maakt om het aandeel van het initieel Actief Volume te isoleren dat strikt toe te schrijven is aan activaties van opwaartse redispatching of frequentiegerelateerde ondersteunende diensten, aanzienlijke praktische moeilijkheden met zich meebrengt. 90. De CREG neemt nota van deze elementen en is van oordeel dat, in deze context, een vrijstelling van de toepassing van de Overcapaciteit voor de MTU’s tijdens welke dergelijke activaties plaatsvinden, een pragmatische aanpak vormt. Op die manier wordt vermeden dat Marktdeelnemers ongerechtvaardigd worden bestraft voor activaties die werden uitgevoerd op vraag van Elia (of de buitenlandse TSO indien van toepassing). 91. Deze vrijstelling kan echter alleen worden aanvaard voor zover zij niet leidt tot situaties waarin de Beschikbaarheidsverplichtingen worden omzeild, met name via systematische aangiften van Aangegeven of partiële Aangegeven Intraday- of Balanceringsprijzen die lager liggen dan hun tegenhangers op de Day-aheadmarkt, wat leidt tot activatie terwijl de Aangegeven Prijzen niet worden bereikt. Daarom moeten uit deze vrijstelling de gevallen worden uitgesloten waarin gedragingen worden vastgesteld die kunnen wijzen op mogelijk concurrentieverstorend gedrag. 92. De CREG heeft het voorstel van Elia daarom als volgt aangevuld: “De Overcapaciteit is niet van toepassing gedurende MTU’s waarin een activatie van opwaartse Redispatching of Frequentiegerelateerde Balanceringsdiensten op verzoek van ELIA (of de Buitenlandse TSO indien van toepassing) heeft plaatsgevonden met de Leveringspunten van de CMU. Echter meldt Elia aan de CREG gedragingen van Capaciteitsleveranciers waarvan de CMU deelneemt aan de Ondersteunende Diensten die mogelijk wijzen op Niet-vertrouwelijk 21/36 concurrentieverstorend gedrag. Dergelijk gedrag omvat, maar is niet beperkt tot, praktijken die gericht zijn op het ontwijken van de Beschikbaarheidsverplichtingen, met name via systematische aangiften van Aangegeven of partiële Aangegeven Intraday- of Balanceringsprijzen die lager liggen dan hun tegenhangers op de Day-aheadmarkt, wat leidt tot activatie terwijl de Aangegeven Prijzen niet worden bereikt. Wanneer de CREG het bestaan van dergelijk gedrag vaststelt, is de Overcapaciteit (en de bijbehorende Overcapaciteitspenaliteit) van toepassing op de volledige Leveringsperiode.” Antwoorden op de raadpleging 93. Elia en Febeliec vinden dat de boete met betrekking tot de overcapaciteit marktdeelnemers kan ontmoedigen om effectief bij te dragen aan de bevoorradingszekerheid, omdat ze het risico lopen bestraft te worden als ze meer capaciteit leveren dan verwacht. Febeliec is van mening dat het mechanisme het DSM in het bijzonder benadeelt omdat het bijdraagt tot de bevoorradingszekerheid door vaak vroeger of krachtiger te reageren dan strikt vereist door de CRM-verplichtingen. 94. Elia benadrukt dat de straf kan worden toegepast in situaties die geen enkel misbruik laten zien, bijvoorbeeld wanneer een speler zijn activeringskosten verkeerd inschat of onverwacht opnieuw beschikbaar wordt net vóór de levering (tussen het moment dat hij zijn aangegeven prijs declareert en het moment dat hij zijn capaciteit levert). Elia is van mening dat het niet logisch is om gedrag te bestraffen dat de bevoorradingszekerheid echter versterkt. 95. Elia stelt dat wat de terugbetalingsverplichtingen betreft, deze boete niet langer relevant is aangezien de energieopslaginstallaties en het DSM zijn vrijgesteld van de terugbetalingsverplichting en de thermische eenheden nu volledig moeten worden terugbetaald ongeacht hun aangegeven prijzen. 96. Elia wijst er ook op dat deze sanctie een herhaling is van de methodologie die wordt gebruikt om de beschikbaarheid voor ontbrekende capaciteiten te controleren en te testen. Elia is daarom van mening dat de toegevoegde waarde van deze sanctie beperkt is en ongewenste effecten genereert binnen het kader van het CRM. 97. Als alternatieve oplossing om de aangifte van buitensporig hoge aangegeven prijzen te beperken, stelt Elia voor om de berekening van de aangetoonde capaciteit te beperken tot het vereiste volume. 98. Daarnaast stelt Elia voor om de paragraaf te verduidelijken betreffende de toepassing van de overcapaciteit (en de daaraan gekoppelde overcapaciteitspenaliteit) over de volledige leveringsperiode indien Elia de CREG op de hoogte brengt van gedragingen die anticompetitief gedrag aan het licht kunnen brengen. Elia raadt aan om te specificeren dat de overcapaciteit alleen mag worden overwogen op gecontroleerde AMT-momenten. 99. FEBEG vraagt dat de wijziging met betrekking tot de overcapaciteitspenaliteit wordt toegepast vanaf de inwerkingtreding van de Werkingsregels van 2026, wat momenteel niet is voorzien in de volgende paragraaf van hoofdstuk 2 met betrekking tot de algemene bepalingen van de Werkingsregels: « 'In afwijking van het voorgaande lid zijn de bepalingen van de hoofdstukken 9 en 12 pas van toepassing vanaf 1 november 2026. Tot die datum blijven de bepalingen van de vorige versie van de werkingsregels van toepassing. » 100. FEBEG is ook van mening dat het eventueel mogelijk zou moeten zijn om overcapaciteitspenaliteiten te betwisten die vóór de inwerkingtreding van de Werkingsregels 2026 werden toegepast. Niet-vertrouwelijk 22/36 Beslissing 101. De doelstelling van de boete voor overcapaciteit werd gerechtvaardigd in beslissing (B)2981 van 15 mei 2025. In deze beslissing wordt gespecificeerd dat het doel van deze sanctie is om te voorkomen dat de marktdeelnemers opportunistisch gedrag vertonen om aan hun beschikbaarheidsverplichtingen te ontkomen door abnormaal hoge aangegeven prijzen te declareren in vergelijking met de prijzen waartegen ze zich feitelijk activeren. Dit zou indruisen tegen het primaire doel van het CRM, dat de bevoorradingszekerheid moet garanderen en is gebaseerd op beschikbaarheidscontrolemechanismen via onder meer beschikbaarheidsverplichtingen en onbeschikbaarheidspenaliteiten. 102. De CREG is van mening dat de capaciteitsleveranciers verantwoordelijk zijn voor het declareren van aangegeven prijzen die zo representatief mogelijk zijn voor hun activeringsgedrag. Ze kunnen ze indien nodig ook herzien tot 11 uur 's de dag vóór een AMT MTU. 103. De CREG wijst er ook op dat de Werkingsregels een zekere tolerantiemarge voorzien voor het volume dat als overcapaciteit wordt beschouwd en ook voor de boete die van toepassing is. Bij de berekening van de overcapaciteit wordt een tolerantiemarge van 20 % van het nominale referentievermogen in aanmerking genomen. De boete is alleen van toepassing op verschillen tussen de aangegeven prijs en de referentieprijs van meer dan 50 euro/MWh. Deze tolerantiemarges geven capaciteitsleveranciers dus een zekere marge ten opzichte van een onjuiste inschatting van hun activeringskosten en -volumes. 104. De CREG is het ermee eens dat deze boete geen invloed meer heeft op de terugbetalingsverplichtingen, gezien de recente wijzigingen van het wetgevende kader met betrekking tot de terugbetalingsverplichtingen. Het hoofddoel van de overcapaciteitspenaliteit, zoals uitgelegd in beslissing (B)2981 van 15 mei 2025, is echter voorkomen dat men ontsnapt aan de beschikbaarheidsverplichtingen en niet aan de terugbetalingsverplichtingen. 105. Wat betreft de bepaling van de ontbrekende capaciteit via de beschikbaarheidstest- en controlemethodologie, is de CREG van mening dat deze methodologie niet garandeert dat bepaalde gevallen van hoge aangegeven prijzen die bepaalde marktdeelnemers in staat zouden stellen om aan hun beschikbaarheidsverplichtingen te ontsnappen, voldoende en systematisch worden gedekt. 106. Het vastleggen van een limiet voor de aangetoonde capaciteit voor de CMU zonder een dagelijks programma met het vereiste volume maakt het mogelijk om de aangetoonde capaciteit te beperken in gevallen waarin een CMU wordt geactiveerd terwijl dit niet de bedoeling was. Het beperken van de aangetoonde capaciteit tot het vereiste volume garandeert echter niet dat een marktdeelnemer voldoende gecontroleerd en/of getest zal worden in geval van hoge aangegeven prijzen. 107. De CREG is van mening dat de toepassing van de wijzigingen met betrekking tot de overcapaciteitspenaliteit vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe Werkingsregels en niet op 1 november 2026 ongegrond is. De invoeging van een paragraaf in hoofdstuk 2 met betrekking tot de algemene bepalingen van de Werkingsregels is specifiek bedoeld om de stabiliteit van alle modaliteiten met betrekking tot de beschikbaarheids- en terugbetalingsverplichtingen tijdens de huidige leveringsperiode te garanderen. Het invoeren van een uitzondering op dit beginsel zou daarom indruisen tegen doelstelling die in dit lid wordt nagestreefd. Wat betreft de toepassing van de wijziging op gevallen vóór de inwerkingtreding van de nieuwe Werkingsregels, wijst de CREG erop dat de overcapaciteitspenaliteit geen terugwerkende kracht heeft. Het is daarom niet nodig om deze wijziging van de overcapaciteitspenaliteit met terugwerkende kracht toe te passen. Niet-vertrouwelijk 23/36 108. De CREG blijft dus bij haar beslissing en heeft de volgende alinea van sectie 9.7.1. verduidelijkt als antwoord op de in § 85 vermelde opmerking van Elia: « 'De overcapaciteit is niet van toepassing gedurende de MTU waarin een activering van opwaartse redispatching of van ondersteunende frequentiegerelateerde diensten, op verzoek van Elia (of de buitenlandse TSO indien van toepassing), werd uitgevoerd door gebruik te maken van leveringspunten van de CMU. […] Wanneer de CREG het bestaan van dergelijk gedrag vaststelt, is de Overcapaciteit (en de bijbehorende Overcapaciteitspenaliteit) van toepassing op alle AMT MTU’s die zijn geverifieerd tijdens de Beschikbaarheidscontrole van de Leveringsperiode.» 4.6. HOOFDSTUK 10: SECUNDAIRE MARKT 4.6.1. Capaciteiten van de Secundaire Markt Ontwerp van Werkingsregels 109. Sectie 10.4.8.2 van het Voorstel van Werkingsregels, dat de berekening van het Resterend In aanmerking Komend Volume voor de Secundaire Markt regelt, voorziet voortaan in een differentiatie binnen de ex ante transacties, naargelang de transactie buiten de leveringsperiode waarop de transactieperiode betrekking heeft, of tijdens die leveringsperiode wordt gemeld. 110. Meer bepaald hanteert Elia voor ex ante transacties die buiten de Leveringsperiode worden gemeld, een formule waarbij de Totale Gecontracteerde Capaciteit wordt gedeeld door de Reductiefactor. Voor ex ante transacties die tijdens een Leveringsperiode worden gemeld en die betrekking hebben op een Transactieperiode die binnen dezelfde Leveringsperiode valt, stelt Elia voor een CMU zonder Energiebeperking een berekening voor waarin de Totale Gecontracteerde Capaciteit niet meer wordt gedeeld door de Reductiefactor, wat dus leidt tot een restvolume dat wordt berekend op basis van de niet-'gereduceerde' verwachte bijdrage aan de bevoorradingszekerheid. 111. In dit verband herinnert de CREG eraan dat op de Primaire Markt het In Aanmerking Komend Volume beperkt is tot de capaciteit die is geschaald met de Reductiefactor, die de verwachte bijdrage van een capaciteit aan de bevoorradingszekerheid in tijden van schaarste bepaalt. In haar beslissing (B)2981 stelde de CREG vast dat het toestaan van de aankoop van een Verplichting op de Secundaire Markt op basis van een niet-gereduceerd restvolume in strijd is met deze logica en de bevoorradingszekerheid in gevaar kan brengen. 112. Precies om die reden legde de CREG bij de goedkeuring van de vorige versie van de Werkingsregels een duidelijk onderscheid op voor de berekening van het resterende volume op de Secundaire Markt: - voor ex ante transacties moet het SMREV worden berekend op een manier die de verwachte bijdrage aan de bevoorradingszekerheid weerspiegelt, rekening houdend met de Reductiefactor (met name door de Totale Gecontracteerde Capaciteit door deze factor te delen en de Laatste Gepubliceerde Reductiefactor toe te passen) - voor ex post transacties blijft de schatting ongewijzigd. 113. De CREG wijst erop dat het Residueel In Aanmerking Komend Volume op de Secundaire Markt een plafond voor aankoop van Verplichtingen vormt, dat enkel betrekking mag hebben op capaciteitsvolumes die nog niet in aanmerking zijn genomen in de beoordeling van de bevoorradingszekerheid in het kader van het CRM-mechanisme. In dit verband stemmen de Opt-out Niet-vertrouwelijk 24/36 Volumes die als 'IN' zijn geklasseerd overeenkomstig sectie 5.4.2 en hoofdstuk 6 van de Werkingsregels, overeen met capaciteitsvolumes die reeds als beschikbaar zijn opgenomen in de beoordeling van de bevoorradingszekerheid. In dit opzicht werden deze volumes al opgenomen in de berekening van de bijdrage van de CMU aan de bevoorradingszekerheid. Het feit de aankoop van Verplichtingen op de Secundaire Markt op basis van deze volumes toe te staan, zou erop neerkomen transacties toe te laten die zijn gebaseerd op een capaciteit die al in aanmerking is genomen in de beoordeling van de bevoorradingszekerheid; dit zou leiden tot een dubbel gebruik van deze capaciteit en zou onverenigbaar zijn met de logica van de Primaire Markt, de coherentie van het CRMmechanisme en het doel van bevoorradingszekerheid. De CREG stelt vast dat de expliciete vermelding van deze regel, zoals ze voorkwam in de vorige versie van de Werkingsregels, werd geschrapt in het Voorstel van Werkingsregels. Om elke dubbelzinnigheid te vermijden en de samenhang van het regelgevingskader te garanderen, acht de CREG het noodzakelijk om deze bepaling expliciet opnieuw in te voeren. 114. De door Elia voorgestelde wijziging komt in de praktijk neer op het opnieuw invoeren, voor een deel van de ex ante transacties (die tijdens de Leveringsperiode zijn gemeld), van hetzelfde probleem dat in beslissing (B)2981 is vastgesteld, namelijk de mogelijkheid om verplichtingen over te dragen zonder dat het aankoopplafond (SMREV) volledig de verwachte bijdrage van de CMU van de koper aan de bevoorradingszekerheid via de Reductiefactor weerspiegelt. 115. De CREG beslist bijgevolg om de in beslissing (B)2981 gekozen aanpak voor transacties met de ex ante-status op de Secundaire Markt te handhaven. In dit verband stelt de CREG vast dat in beslissing (B)2981 de CMU's met Energiebeperking en de CMU's zonder Energiebeperking al onderworpen waren aan dezelfde berekeningsmethode van het SMREV voor ex ante transacties, terwijl deze in afzonderlijke paragrafen was geformuleerd. De CREG heeft geen bezwaar tegen het samenvoegen van deze bepalingen in één paragraaf, op voorwaarde dat de gekozen berekeningsmethode identiek blijft en de Reductiefactor er nog steeds in is opgenomen en uitdrukkelijk voorziet in de aftrek van elk Opt-outvolume dat als “IN” is geclassificeerd. Hiertoe wordt § 696, die betrekking heeft op de aftrek van als “IN” geclassificeerde Opt-outvolumes van het Resterend in Aanmerking Komend Volume op de Secundaire Markt, heringevoerd. De schatting van het SMREV voor de ex post transacties blijft ongewijzigd. Sectie 10.4.8.2 werd dienovereenkomstig aangepast. Antwoorden op de raadpleging en reactie van de CREG 116. Elia, FEBEG en Febeliec betreuren dat de CREG het door Elia voorgestelde onderscheid tussen de ex ante transacties die vóór de leveringsperiode worden gemeld en degene die tijdens deze periode werden aangegeven, niet heeft overgenomen. Zij zijn van mening dat het handhaven van een berekeningsgrondslag, op basis van een capaciteit verminderd met de reductiefactor, de beschikbare volumes op de secundaire markt overmatig beperkt, wat ten koste gaat van de liquiditeit en de goede werking ervan. 117. De CREG wijst erop dat het primaire doel van het CRM is om de bevoorradingszekerheid te garanderen in tijden van tekorten. In dat opzicht wordt de reductiefactor gebruikt om de effectieve bijdrage in te schatten die een CMU in dergelijke situaties aan het systeem kan leveren. Het toestaan van ex ante transacties op basis van volumes die niet met deze factor zijn gecorrigeerd, ongeacht wanneer de transactie wordt aangegeven, zou neerkomen op een overschatting van de verwachte capaciteit van bepaalde CMU om bij te dragen aan de bevoorradingszekerheid. Een dergelijke aanpak zou leiden tot een aanzienlijke kloof tussen de overgedragen verplichtingen en de daadwerkelijke verwachte dekking van de capaciteitsbehoefte, waardoor de robuustheid van het CRM zou worden verzwakt en de nagestreefde doelstelling in het gedrang zou komen. Niet-vertrouwelijk 25/36 118. Elia en Febeliec leggen in het bijzonder de nadruk op de negatieve effecten voor kleine spelers, die minder flexibiliteit hebben om hun verplichtingen te beheren en het moeilijker vinden om een tegenpartij te vinden binnen krappe termijnen. Ze zijn van mening dat het schrappen van de mogelijkheid om in bepaalde gevallen niet-gereduceerde volumes te gebruiken voor ex ante transacties die tijdens de leveringsperiode zijn gemeld, hun blootstelling aan het risico van sancties onevenredig vergroot. 119. De CREG benadrukt dat de genomen maatregel niet bedoeld is om bepaalde categorieën van marktdeelnemers uit te sluiten of te benadelen. Integendeel, het is de bedoeling om ervoor te zorgen dat de regels uniform en eerlijk worden toegepast voor alle deelnemers, door te garanderen dat de vastleggingen die ex ante naar de secundaire markt worden overgedragen, zijn gebaseerd op volumes die de verwachte bijdrage van de CMU aan de bevoorradingszekerheid weerspiegelen. De naleving van dit principe is essentieel om te voorkomen dat verplichtingen kunnen worden overgedragen aan capaciteiten waarvan niet wordt verwacht dat ze in tijden van schaarste een effectieve bijdrage leveren aan de toereikendheid. 120. FEBEG wijst er ook op dat bepaalde technische configuraties (in het bijzonder voor CCGT of gekoppelde CMU) in combinatie met de volledige inaanmerkingneming van Opt-outvolumes die als 'IN' zijn geclassificeerd, kunnen leiden tot een resterende in aanmerking komend volume op de secundaire markt (SMREV) van nul, zelfs wanneer er in de praktijk een operationele marge zou bestaan. FEBEG is van mening dat de secundaire markt in een dergelijke situatie zijn nut als instrument voor risicobeheer grotendeels verliest, met name om aanpassingen tussen gekoppelde CMU mogelijk te maken of om operationele onvoorziene omstandigheden het hoofd te bieden. In dat verband vraagt FEBEG om: i. een 'OUT' classificatie mogelijk te maken voor het verschil tussen het nominale referentievermogen (NRP) en de 𝑃𝑚𝑎𝑥_𝑎𝑣𝑎𝑖𝑙𝑎𝑏𝑙𝑒 output van het planningsproces van de onbeschikbaarheden; ii. dit verschil van de Opt-outvolumes waarmee rekening wordt gehouden in de berekening van de SMREV geheel of gedeeltelijk uit te sluiten; of iii. de resultaten van de beschikbaarheidstests voor gekoppelde capaciteiten te beoordelen op het niveau van de installatie in zijn geheel, zonder een beroep te moeten doen op transacties op de secundaire markt tussen CMU. 121. De CREG wijst erop dat het residueel in aanmerking komend volume op de secundaire markt een plafond vormt, dat is bedoeld om een dubbele inaanmerkingneming te voorkomen van volumes die al zijn opgenomen in de beoordeling van de bevoorradingszekerheid in het kader van het CRM. De CREG is van mening dat een gedeeltelijke uitsluiting van Opt-outvolumes die als 'IN' zijn geclassificeerd of een herclassificatie van deze volumes als 'OUT' op basis van het verschil tussen het NRP en het maximaal beschikbaar vermogen (𝑃𝑚𝑎𝑥_𝑎𝑣𝑎𝑖𝑙𝑎𝑏𝑙𝑒 ) een risico zou creëren op een overschatting van de werkelijke bijdrage aan de bevoorradingszekerheid en de coherentie tussen de primaire en secundaire markten zou ondermijnen. Met betrekking tot gekoppelde capaciteiten wijst de CREG erop dat het CRM is gebaseerd op verplichtingen en controles die zijn gedefinieerd op het niveau van de CMU. Een systematische beoordeling op het niveau van de installatie zou een bredere aanpassing van het methodologische en contractuele kader vereisen, wat buiten de perimeter valt van de wijzigingen die in deze beslissing worden onderzocht. 122. Tot slot zijn Elia, FEBEG en Febeliec van mening dat het standpunt van de CREG de beschikbare ex ante volumes overmatig beperkt, terwijl een tussenoplossing, zoals voorgesteld door Elia, het Niet-vertrouwelijk 26/36 volgens hen mogelijk zou maken om een evenwicht te bewaren tussen de bevoorradingszekerheid en de liquiditeit van de secundaire markt. 123. De CREG is van mening dat het bestaande onderscheid tussen ex ante en ex post transacties zorgt voor de nodige flexibiliteit en tegelijk garandeert dat de verbintenissen die vóór de leveringsperiode zijn aangegaan, effectief worden ondersteund door een inzetbare capaciteit. In tegenstelling tot de ex post transacties, die zijn gebaseerd op een a posteriori vastgestelde capaciteit, omvatten ex ante transacties een voorafgaande raming van de beschikbaarheid. Het is daarom van essentieel belang dat deze schatting de reductiefactor omvat, om elk risico op onderdekking van de bevoorradingszekerheid te vermijden. Overwegingen met betrekking tot de liquiditeit van de secundaire markt kunnen geen rechtvaardiging vormen voor een afwijking van deze fundamentele beginselen van het CRM-mechanisme, die bepalend zijn voor de efficiëntie en betrouwbaarheid ervan op lange termijn. Beslissing 124. De CREG blijft bij haar beslissing. 4.6.2. Verwerking van de transactie op de Secundaire Markt door Elia Ontwerp van Werkingsregels 125. In sectie 10.5.4. van het Voorstel van Werkingsregels werd de volgende bepaling toegevoegd: “Indien § 765 van toepassing is, verwerkt ELIA (d.w.z. keurt goed of wijst
- af)de transactie op de Secundaire Markt uiterlijk dertien Werkdagen na ontvangst ervan (§ 760)”. 126. § 765 van het Voorstel van Werkingsregels bepaalt het volgende: “In geval van redelijke twijfel van ELIA over de vraag of een transactie of een groep van transacties op de Secundaire Markt zou kunnen worden beïnvloed door of het gevolg zou zijn van een concurrentieverstorend gedrag of marktmisbruik toe te rekenen aan de Geprekwalificeerde CRM-Kandidaat of Capaciteitsleverancier, draagt ELIA de gegevens van die transactie of groep van transacties op de Secundaire Markt, met inbegrip van de inhoud uiteengezet in sectie 10.4, de processtappen en de timings over aan de CREG en desgevallend aan de Auditeur van de Capaciteitsmarkt binnen vijf Werkdagen na de notificatie van de transactie”. 127. Met deze bepalingen wil Elia dat de Auditeur van de Capaciteitsmarkt en de CREG hun controle uitvoeren voordat Elia beslist om de transactie goed te keuren of te weigeren. Deze nieuwe bepaling is in strijd met artikel 8 van het koninklijk besluit ‘Toezicht’, dat het volgende bepaalt: "Onverminderd artikel 9, legt de Auditor van de capaciteitsmarkt, indien hij onregelmatigheden bij een transactie van de Secundaire Markt vermoedt, een ad hoc verslag voor aan de commissie en aan de netbeheerder binnen de vijf werkdagen na de goedkeuring van de transactie door de netbeheerder". 128. De auditeur en de CREG komen dus tussenbeide vanaf het moment dat Elia een transactie heeft goedgekeurd. De verlenging van de goedkeuringstermijn van de transactie door Elia tot dertien werkdagen is dus niet gerechtvaardigd en werd bijgevolg geschrapt. Antwoorden op de raadpleging 129. Er werd geen enkele opmerking geformuleerd. 130. In zijn antwoord op de raadpleging formuleert Elia echter een bijkomende opmerking met betrekking tot § 762 van het Ontwerp van Werkingsregels dat door de CREG voor openbare Niet-vertrouwelijk 27/36 raadpleging werd voorgelegd. Elia legt uit dat het niet kan garanderen dat informatie over de transacties onmiddellijk wordt overgemaakt voordat ze zijn goedgekeurd. Voorafgaand aan deze fase verbindt zij zich ertoe om alle relevante informatie alleen informeel mee te delen in het geval van een risico op marktmisbruik of anticompetitief gedrag. De formele verplichting begint pas na de goedkeuring van de transactie. Elia heeft dan vijf werkdagen de tijd om alle details aan de CREG en de auditor over te maken. Elia is van mening dat de vermelding 'onverwijld' onduidelijk is over haar verantwoordelijkheden en stelt daarom voor om het te schrappen, maar verbindt zich er wel toe om de relevante informatie zo snel mogelijk vóór de goedkeuring te verstrekken. Beslissing 131. Elia. De CREG handhaaft haar beslissing over de termijn voor de validering van de transactie door 132. Met betrekking tot § 762 is de CREG van mening dat het gerechtvaardigd is dat Elia de CREG en de auditor van de capaciteitsmarkt op de hoogte brengt van elke redelijke twijfel over mogelijk anticompetitief gedrag of marktmisbruik, zodra die twijfel rijst. De CREG erkent echter dat de term 'onverwijld' onduidelijk is. In plaats van de term gewoon te schrappen, beslist de CREG om die te vervangen door 'zo snel mogelijk', wat in lijn ligt met de hierboven vermelde verbintenis van Elia. 4.6.3. Contractuele impact van een transactie op de Secundaire Markt 133. Op verzoek van Elia wordt in sectie 10.6.2.2. een mechanisme voorgesteld voor de automatische overdracht van rechten en verplichtingen na een goedgekeurde transactie tussen CMU's van eenzelfde Capaciteitsleverancier die voordien tijdens de Transactieperiode werden gecontracteerd. Het doel van dit verzoek is tegemoet te komen aan de opmerkingen van marktspelers in het kader van de openbare raadpleging over het Ontwerp van Voorstel van Werkingsregels. 134. Deze bepaling sluit aan bij het doel om het administratieve proces voor Elia en de Capaciteitsleveranciers te verlichten. Onder bepaalde voorwaarden schrapt de bepaling het proces van ondertekening van de wijzigingen die worden aangebracht aan de bijlagen A van de Capaciteitscontracten. 135. De CREG heeft meerdere bepalingen van hoofdstuk 10 dienovereenkomstig gewijzigd Antwoorden op de raadpleging 136. FEBEG is zeer verheugd over de administratieve vereenvoudiging die is voorzien voor transacties op de secundaire markt tussen CMU van dezelfde CRM-speler, maar is van mening dat de voorwaarde die is opgenomen in het tweede streepje van § 777 van de Ontwerp van Werkingsregels die door de CREG voor openbare raadpleging werd voorgelegd (‘als de CMU van de Koper van de Verplichting reeds over Gecontacteerde Capaciteit beschikt voor de Transactieperiode waarop de transactie op de Secundaire Markt betrekking heeft') te beperkend is. FEBEG is van mening dat de voorwaarde zou moeten zijn dat de CMU reeds het voorwerp uitmaakt van een capaciteitscontract dat de volledige transactieperiode van de transactie dekt op de transactiedatum op de secundaire markt, zoals de voorwaarde die wordt opgelegd aan de koper van een verplichting om een CMU met energiebeperking zonder dagelijks programma te gebruiken voor ex post transacties. Beslissing 137. De CREG vindt de opmerking van FEBEG terecht en heeft de formulering van de tweede voorwaarde in § 777 dienovereenkomstig aangepast. Niet-vertrouwelijk 28/36 4.7. HOOFDSTUK 11: FINANCIËLE GARANTIES 138. Met als doel het mechanisme van Financiële Garantie op administratief vlak te vereenvoudigen, voorzag het Voorstel van Werkingsregels in sectie 11.2.1. in de schrapping van de verplichting van Financiële Garantie voor de bestaande Belgische CMU's door middel van een aanpassing van het Capaciteitscontract met als doel de onbetaalde Preleveringspenaliteiten af te trekken van de betaalde capaciteitsvergoedingen. 139. De CREG ondersteunt deze administratieve vereenvoudiging maar is van mening dat de aanname ervan idealiter steunt op een voorafgaande aanpassing van artikel 7undecies, § 12, lid 2, 6° van de Elektriciteitswet en van artikel 5, 3° van het koninklijk besluit ‘Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteit’. Deze tweede aanpassing zou een meer uitdrukkelijke wettelijke basis voorhanden op basis waarvan dezelfde regeling toegepast kan worden op de Bestaande Capaciteiten die Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten zijn. 140. De secties 11.2.1. en 11.2.2. van het Voorstel van Werkingsregels werden daarom aangepast om terug te keren naar de bepalingen van de Werkingsregels van 2025. Antwoorden op de raadpleging 141. FEBEG betreurt dat de schrapping niet kan worden toegepast op toekomstige veilingen. FEBEG vraagt zich af of het wettelijke kader een financiële garantie vereist voor alle categorieën van CMU of dat het alleen specificeert dat de Werkingsregels voorwaarden moeten bevatten met betrekking tot de financiële garanties. 142. Elia is van mening dat de afschaffing van de financiële garantie voor bestaande CMU kan worden uitgevoerd zonder het regelgevingskader aan te passen. Elia wijst erop dat deze vereenvoudiging werd besproken en door alle partijen is goedgekeurd en dat het de logica achter de standpuntwijziging moeilijk kan begrijpen. Elia vindt dat het huidige systeem onnodige kosten en operationele lasten met zich meebrengt, terwijl de voorgestelde wijzigingen aan het capaciteitscontract hetzelfde resultaat zouden bereiken. 143. Elia merkt ook op dat het terugdraaien van de afschaffing van de financiële garantie de afstemming van de geldigheidsduur voor alle CMU in het gedrang brengt. 144. FEBEG stelt voor om de einddatum van de geldigheidsperiode aan te houden zoals Elia heeft voorgesteld. Beslissing 145. De CREG erkent dat de formulering van artikel 7undecies, § 12, 3de lid van de Elektriciteitswet aanleiding kan geven tot verschillende interpretaties. Volgens een eerste interpretatie geldt het vereiste om in de Werkingsregels te voorzien in het aanleggen van een Financiële Garantie voor alle categorieën van Capaciteitsleveranciers. Volgens een tweede interpretatie, geldt dit vereiste enkel voor de gevallen waarin de Werkingsregels voorzien. Deze tweede interpretatie laat dus toe dat om te voorzien dat er geen Financiële Garantie aangelegd dient te worden door categorieën van Capaciteitsleveranciers voor dewelke dit nutteloos of disproportioneel zou zijn. In haar Voorstel van Werkingsregels had de CREG de voorkeur gegeven aan de eerste interpretatie teneinde te streven naar meer duidelijkheid alsook een hogere graad van rechtszekerheid. De CREG werd ondertussen ingelicht dat de Europese Commissie niet heeft vereist dat de beoogde wijziging het voorwerp uitmaakt van een formele aanmelding in het kader van staatssteun. De CREG is dan ook voorstander om in het kader van deze beslissing te steunen op de tweede interpretatie, daar ze zou toelaten om de kosten en de operationele lasten voor de houders van Bestaande Capaciteiten Niet-vertrouwelijk 29/36 en Elia significant te verlagen. De CREG beslist bijgevolg om in de Werkingsregels het vereiste van het aanleggen van een Financiële Garantie te schrappen voor de Bestaande Capaciteiten. Deze schrapping zal niettemin gepaard gaan met een wijziging van het Capaciteitscontract teneinde de Preleveringspenaliteiten, die onbetaald zouden zijn, te kunnen aftrekken van de Capaciteitsvergoeding. De CREG beslist bijgevolg om de datum voor het einde van de geldigheidsperiode te laten samenvallen met de laatste dag van de eerste Leveringsperiode van de Transactie. De CREG beveelt hoe dan ook aan om in het belang van de rechtszekerheid de Elektriciteitswet te wijzigen teneinde te voorzien in een eenduidige wettelijke basis. 4.8. HOOFDSTUK 12 (& 9): TERUGBETALINGSVERPLICHTING 4.8.1. Aanpassing van de Terugbetalingsverplichting naar aanleiding van recente Wijzigingen in de Regelgeving 146. Naar aanleiding van de publicatie op 10 februari 2026 van een koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit 'Methodologie', waarvan artikel 4 (
- i)de mogelijkheid voor thermische productie-installaties van elektriciteit zonder Dagelijks Programma om een Aangegeven Marktprijs te declareren (sectie 12.3.1.2.3) en (
- ii)de gedeeltelijke vrijstelling van de terugbetalingsverplichting voor capaciteiten zonder dagprogramma in het kader van een gedeeltelijke activering (sectie 12.3.1.4), verdwijnen de begrippen Beschikbaarheidsratio en Activeringsratio. 147. De bovengenoemde secties van de Werkingsregels alsook sectie 9.4.2.2.2 met betrekking tot de bepaling van de Aangegeven Marktprijs worden bijgevolg geschrapt. Antwoorden op de raadpleging 148. Elia is van mening dat de wijzigingen die door de CREG werden aangebracht aan § 880 van het Ontwerp van Werkingsregels dat door de CREG voor openbare raadpleging werd voorgelegd, kunnen leiden tot een verkeerde interpretatie waarbij het aantal niet-SLA MTU uitgedrukt in kwarturen wordt beperkt tot het aantal uren dat in de SLA is gespecificeerd (bijvoorbeeld, voor een SLA van 4 uur zou het aantal toegevoegde niet-SLA MTU tot 4 worden beperkt voor een totaal van 1 uur). 149. Elia merkt op dat de CREG de activeringsratio heeft geschrapt, maar ook de beschikbaarheidsratio, hoewel deze laatste behouden had moeten blijven. Beslissing 150. De CREG heeft nota genomen van de opmerking van Elia over § 880 en heeft de formulering aangepast. 151. De CREG bedankt Elia voor zijn opmerking over de beschikbaarheidsratio en heeft de nodige aanpassingen doorgevoerd om deze ratio te behouden. 4.9. HOOFDSTUK 17: DEELNAME VAN RECHTSTREEKSE ONRECHTSTREEKSE BUITENLANDSE CAPACITEIT 4.9.1. Begindatum voor de indiening van de biedingen voor de pre-veiling EN 152. In het Voorstel van Werkingsregels is in sectie 17.3.7.2.2. en in de Dienstkalender bepaald dat de Toegelaten CRM-Kandidaten hun Biedingen voor deelname aan de Pre-Veiling kunnen indienen Niet-vertrouwelijk 30/36 vanaf 24 mei 2026 om 9:00 uur tot de uiterste datum voor het indienen van Biedingen, die is vastgelegd op 25 mei 2026. 153. Aangezien 24 mei 2026 een zondag is en 25 mei 2026 een feestdag, acht de CREG het wenselijk om de begindatum voor het indienen van Biedingen te vervroegen naar vrijdag 22 mei 2026 om 9:00 uur, teneinde de deelname van Onrechtstreekse Buitenlandse Capaciteiten aan de CRM te vergemakkelijken. 154. Sectie 17.3.7.2.2. en de Dienstkalender werden dienovereenkomstig aangepast. Antwoorden op de raadpleging 155. Er werd geen enkele opmerking geformuleerd. Beslissing 156. De CREG blijft bij haar beslissing. 4.10. HOOFDSTUK 18: BIJLAGEN 4.10.1. Bijlage 18.8: Toepassing van de Werkingsregels op de reeds afgesloten Capaciteitscontracten 157. Artikel 7undecies, § 12, van de Elektriciteitswet bevat onder meer de volgende bepaling: “De bepalingen in de opeenvolgende versies van de werkingsregels zijn van toepassing op capaciteitsleveranciers die op het tijdstip van hun inwerkingtreding reeds een capaciteitscontract hebben gesloten, met uitzondering van de door de commissie of de Koning aangeduide nieuwe bepalingen die van dien aard zijn dat, indien de capaciteitsleverancier er op het tijdstip van het uitbrengen van zijn bieding kennis van had gehad, hij redelijkerwijs geen of een wezenlijk ander aanbod zou hebben gedaan. Deze uitzondering geldt niet voor nieuwe bepalingen waarvan de toepassing op capaciteitscontracten die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze nieuwe bepalingen reeds zijn gesloten, noodzakelijk is om het contractuele evenwicht te herstellen dat als gevolg van een plotselinge crisis op de energiemarkt is verbroken.” 158. In toepassing van deze bepaling identificeert bijlage 18.8 de onderdelen van de voorgestelde Werkingsregels die niet van toepassing zijn op Capaciteitscontracten die werden afgesloten naar aanleiding van eerdere Veilingen. 159. Bijlage 18.8 bevat vier tabellen; elke tabel somt de bepalingen van de nieuwe Werkingsregels op die niet van toepassing zijn op de Capaciteitscontracten die respectievelijk werden afgesloten na de Veiling van 2021, 2023, 2024 of 2025 (aangezien er geen enkel contract werd afgesloten na de Veiling van 2022). Parallel worden, indien van toepassing, de bepalingen van de eerdere Werkingsregels vermeld die wél van kracht blijven. 160. De huidige versie van de Werkingsregels bevat hieromtrent geen nieuwigheden. Zij neemt enkel bepalingen over die reeds waren opgenomen in bijlage 18.8 van de in 2025 aangenomen versie, maar die afhankelijk waren van bepaalde reglementaire wijzigingen. Aangezien deze wijzigingen Niet-vertrouwelijk 31/36 inmiddels zijn doorgevoerd5, worden zij geïntegreerd in de huidige Werkingsregels. Deze aanpassingen zijn echter niet van toepassing op reeds afgesloten Capaciteitscontracten. Antwoorden op de raadpleging 161. Elia en FEBEG geven aan dat de vrijstelling van de terugbetalingsverplichting voor energieopslaginstallaties van kracht werd vóór de uiterste datum voor het indienen van offertes voor de veilingen van 2025, waardoor een correctie van tabel 18.8.4 nodig is. Beslissing 162. De vrijstelling van de terugbetalingsverplichting voor de leveringspunten die gebruikmaken van technologie voor 'energieopslag' is op 2 juli 2025 effectief in werking getreden6. Deze vrijstelling is dus van toepassing op energieopslaginstallaties waarmee tijdens de veilingen van 2025 een contract werd gesloten. De CREG heeft de nodige wijzigingen in tabel 18.8.4 aangebracht. 4.11. VARIA 163. Diverse onderwerpen die niet ter raadpleging zijn voorgelegd, komen aan bod in de reacties op de raadpleging. 4.11.1. AMT prijzen 164. FEBEG herinnert aan de opmerkingen over de bepaling van de AMT MTU’s en AMT Moments die ze tijdens de door Elia georganiseerde openbare raadpleging heeft geformuleerd over het Ontwerpvoorstel van Werkingsregels en haar voorstel om de beschikbaarheidscontrole en de terugbetalingsverplichting toe te passen op basis van een uurgemiddelde van de day-aheadprijzen. De CREG verwijst naar het door Elia geformuleerde antwoord: “Elia takes note of FEBEG's comment and has not forgotten the concerns they expressed in 2024. It is evident that Elia closely scrutinizes the impact of the quarter-hourly granularity on dayahead prices. At present, we have indeed observed some AMT Moments characterized by a very short duration, but considering the recent go-live of quarter-hourly markets it cannot be said whether this is due to flexibility issues, as suggested by FEBEG, or simply some growing pains of the new market functioning. To that extent, Elia suggests to maintain the current rules for the determination of AMT Moments until sufficient data is available to make an informed decision. With regards to the determination of the AMT Price, this process is perfectly compatible with the quarter-hourly market. For example, when section 9.4.1.2 mentions that the AMT Price 5 Zie het koninklijk besluit van 10 februari 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume van de te voorziene capaciteit wordt bepaald, met inbegrip van hun berekeningsmethoden, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook van de methode en de voorwaarden voor de toekenning van een individuele afwijking op de toepassing van het (
- de)tussentijdse prijsplafond(
- en)in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme, dat nog niet in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. 6 Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijkbesluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(
- en)in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme. Niet-vertrouwelijk 32/36 is based on the price that is surpassed during 100 hours in the simulation, this is equivalent to the price that is surpassed during 400 quarter hours. 165. Elia merkt op dat de huidige methodologie voor het bepalen van de AMT-prijs zeer gevoelig is voor zowel de marge in het systeem als de gasprijshypotheses. Dit punt is in het Voorstel van de Werkingsregels niet aan bod gekomen. 166. Elia benadrukt dat de bepaling van de AMT-prijs is gebaseerd op prijshypothesen die op een bepaald moment worden geformuleerd met het oog op ex ante simulaties, en dat het inherente tijdsverschil tussen deze hypothesen en latere wijzigingen in de marktomstandigheden, in bepaalde contexten, het vermogen van de AMT-prijs kan aantasten om de functie die eraan is toegewezen in het kader van het mechanisme voor het controleren van de beschikbaarheidsverplichting, volledig te vervullen. 167. Zonder de interne coherentie van de methodologie zoals voorzien in sectie 9.4.1.2 van de Werkingsregels in vraag te stellen, is Elia van mening dat, alleen al voor de leveringsperiode 2026-2027, de prijshypotheses die voor de simulatie werden gebruikt leiden tot een AMT-prijs waarvan de activering waarschijnlijk niet in alle gevallen zal overeenstemmen met de werkelijke spanningssituaties die relevant zijn voor de uitvoering van de beschikbaarheidscontrole. 168. Om dit te verhelpen, stelt Elia voor om op korte termijn de methode voor het bepalen van de AMT-prijs, zoals beschreven in sectie 9.4.1.2. van de Werkingsregels, aan te passen: - “de mediaanwaarde van de prijs voor elk simulatiejaar dat gedurende honderd uur wordt overschreden; - de laagste waarde van het tiende percentiel van de prijs voor elk gesimuleerd jaar dat gedurende twintig uur wordt overschreden” De voorgestelde aanpassing zou zijn om het minimum te nemen van: - “de waarde van het 90e percentiel van de prijs van elk simulatiejaar dat gedurende honderd uur wordt overschreden; - de waarde van het 75e percentiel van de prijs van elk simulatiejaar dat gedurende twintig uur wordt overschreden.” Beslissing 169. De CREG is van mening dat deze beoordeling strikt moet worden opgevat in het licht van de rol van de AMT-prijs in het systeem voor de controle van de beschikbaarheidsverplichting, die tot doel heeft om de marktsituaties te identificeren waarin het relevant is om de naleving van deze verplichting te controleren. 170. De CREG merkt op dat de huidige regels voor het bepalen van de AMT-prijs methodologisch consistent en in principe gepast blijven. Aangezien de invoering van de kwartuurgranulariteit op de day-aheadmarkt echter nog recent is, terwijl de AMT-prijzen nog steeds op uurbasis worden gemodelleerd, is zij van mening dat het gerechtvaardigd is om, bij wijze van uitzondering, de methode voor het bepalen van de AMT-prijs aan te passen om de robuustheid van de controle voor de in aanmerking genomen periode te waarborgen. 171. De door Elia voorgestelde methode heeft alleen tot doel om, enkel voor de leveringsperiode 2026-2027, de statistische drempels aan te passen die worden gebruikt om de AMT-prijs te bepalen, zonder het principe van het mechanisme of de algemene werking ervan in vraag te stellen. 172. De CREG preciseert dan ook dat deze specifieke aanpassing strikt beperkt is in de tijd en geenszins vooruitloopt op de verdere ontwikkeling van het methodologische kader. Niet-vertrouwelijk 33/36 173. De CREG beslist dus om, enkel voor de leveringsperiode 2026-2027, de door Elia voorgestelde methode te gebruiken. De Werkingsregels werden dienovereenkomstig aangepast. 4.11.2. Andere 174. Elia stelt een wijziging in § 390 voor als de financiële garantieverplichting voor de bestaande capaciteiten wordt geschrapt. Aangezien dit niet het geval is, is de wijziging niet op zijn plaats. 175. Indien het afstand doen aan de werkingssteun de vorm aanneemt van een verbintenis op het ogenblik van de prekwalificatie en de indiening van een ondertekend document wanneer de capaciteit wordt geselecteerd na een veiling, geeft Elia aan dat de indiening van het ondertekende document moet worden toegevoegd aan de voorwaarden voor de ondertekening van het capaciteitscontract. De CREG stemde er op zich mee in om § 387 in die zin aan te passen, met de vermelding dat deze voorwaarde afhankelijk is van de aanpassing van het koninklijk besluit 'Ontvankelijkheidscriteria'. De CREG heeft echter vernomen dat deze aanpassing niet op tijd kan worden doorgevoerd voor de prekwalificatieprocedure voor de veilingen van dit jaar. Om de Werkingsregels niet onnodig omslachtig te maken, is deze wijziging uitgesteld. 176. Resa en Fluvius staan positief tegenover de mogelijkheid voor de distributienetbeheerders om aangegeven NRP te gebruiken voor de leveringspunten < 5 MW in het kader van de 'Fast Track' Prekwalificatieprocedure. 177. FEBEG vindt het riskant om rekening te houden met de impliciete bijdrage van de DSR en de buitenlandse capaciteit om het volume van de te contracteren capaciteit te bepalen. Dit onderwerp valt buiten het toepassingsgebied van de openbare raadpleging en wordt daarom niet in deze context behandeld. 5. BESLISSING Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, in het bijzonder artikel 7undecies, § 12; Gelet op het Voorstel van Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme dat Elia op 1 februari 2026 aan de CREG heeft overgemaakt; Gelet op de openbare raadpleging die de CREG tussen 19 maart en 9 april 2026 heeft georganiseerd; Overwegende dat de CREG, overeenkomstig artikel 7undecies, § 12 van de Elektriciteitswet, de Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme moet opstellen en uiterlijk op 15 mei 2026 op haar website moet publiceren; Overwegende dat het Voorstel van Werkingsregels in overeenstemming is met de algemene doelstellingen die de wet van 29 april 1999 eraan toeschrijft; Overwegende dat de minimale inhoud van de Werkingsregels, vastgelegd in artikel 7undecies, § 12, 3de lid, van de wet van 29 april 1999, is opgenomen in het Voorstel van Werkingsregels zoals aangepast door de CREG; Overwegende dat het Voorstel van Werkingsregels ook moeten worden gewijzigd, om de redenen en in de mate zoals uiteengezet in hoofdstuk 4; Niet-vertrouwelijk 34/36 Beslist de CREG om de Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme, die in bijlage 1 zijn opgenomen, goed te keuren. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Ilse TANT Directeur Sigrid JOURDAIN Directeur Niet-vertrouwelijk Laurent JACQUET Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het directiecomité 35/36 BIJLAGE 1 Capaciteitsvergoedingsmechanisme (CRM) Werkingsregels (versie 6) Opgesteld door de CREG op basis van het voorstel van Elia van februari 2026 BIJLAGE 2 Antwoorden op de openbare raadpleging Niet-vertrouwelijk 36/36