← België

Beslissing over de formele en materiële vereisten waaraan een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs moet voldoen

Beslissing (B)3173 26 maart 2026 Beslissing over de formele en materiële vereisten waaraan een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs moet voldoen Artikel 22, § 2, 2de lid van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(

  1. en)in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 3 2. ANTECEDENTEN ............................................................................................................................... 5 3. RAADPLEGING VAN DE MARKTSPELERS .......................................................................................... 6 4. WIJZIGINGEN AANGEBRACHT AAN DE FORMELE EN MATERIËLE VEREISTEN VOOR EEN VERZOEK OM AFWIJKING VAN DE INTERMEDIAIRE MAXIMUMPRIJS ............................................................. 8 5. CONCLUSIE....................................................................................................................................... 9 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 10 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 10 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 10 Niet-vertrouwelijk 2/10 INLEIDING In toepassing van artikel 22, § 2, 2de lid, van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(
  2. en)in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme (hierna: “het koninklijk besluit Methodologie”), stelt de CREG, deze beslissing, de formele en materiële vereisten vast waaraan een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs moet voldoen opdat dit verzoek in aanmerking genomen kan worden met het oog op de veilingen van 2026. Deze beslissing bestaat uit vijf delen. In het eerste deel wordt het juridisch kader beschreven. Het tweede deel beschrijft de antecedenten. Het derde deel betreft de openbare raadpleging. In het vierde deel zet de CREG de aanpassingen uiteen die werden aangebracht aan de formele en materiële vereisten voor een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs. Het vijfde deel bevat de conclusie. Deze beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens zijn vergadering op 26 maart 2026. 1. WETTELIJK KADER 1. Het artikel 7undecies, § 2, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna de “elektriciteitswet”), bepaalt in zijn derde lid: “De Koning bepaalt bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na raadpleging van de marktdeelnemers, de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de intermediaire prijslimiet(en), alsook, in geval van toekenning, de nadere regels voor de controle op het naleven van de voorwaarden en de mogelijke gevolgen van het niet naleven van de voorwaarden tot toekenning van een individuele uitzondering op het capaciteitscontract. De individuele uitzonderingen worden toegekend door de commissie.” Deze bepaling werd uitgevoerd via het koninklijk besluit Methodologie. 2. In overeenstemming met artikel 22, § 2, 2de lid van het koninklijk besluit Methodologie, is het aan de CREG om de formele en materiële vereisten te bepalen van een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs (hierna : de “IPC”). 3. Dit artikel, gewijzigd bij het koninklijk besluit van en 25 mei 2024, geeft het volgende overzicht van de elementen die dit verzoek op zijn minst moet bevatten: “1° identificatie van de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, zoals bepaald in de werkingsregels, en de veiling waarop de aanvraag van toepassing is; 2° een nauwkeurige inschatting en beschrijving, of beschrijving van de desgevallende afwezigheid, van volgende kostencomponenten met betrekking tot de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, voor de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is, voor zover deze kosten niet Niet-vertrouwelijk 3/10 worden gemaakt door de capaciteitshouder van de eenheid voor de capaciteitsmarkt, of de eenheden in het geval van gekoppelde capaciteit :
  3. a)opgesplitst in voorkomend geval per leveringspunt, de categorieën van kosten bepaald in artikel 18, §2, 1° tot en met 9°(in €/jaar), maar exclusief de vaste kosten reeds opgenomen in een eerder goedgekeurde aanvraag tot derogatie;
  4. b)opgesplitst in voorkomend geval per leveringspunt, niet-recurrente investeringskosten, relevant voor het leveren van de dienst met de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, tijdens de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is, exclusief de onder
  5. a)bedoelde vaste kosten die reeds zijn opgenomen in een eerder goedgekeurde aanvraag tot derogatie of in de aanvraag tot derogatie voor de veiling in kwestie (in €/jaar);
  6. c)opgesplitst in voorkomend geval per leveringspunt, de kosten van het verhuren van de locatie aan een derde partij (in €/jaar);
  7. d)Voor een geaggregeerde offerte, het verschil tussen de aangeboden capaciteit en de som van de geïnstalleerde capaciteit van de verschillende leveringspunten;
  8. e)De efficiëntiefactor of, in het geval van een energieopslagfaciliteit, de "round-trip efficiency";
  9. f)Voor elke investering dienen minstens de volgende gegevens te worden aangeleverd: totale investeringskost, gewogen gemiddelde kapitaalskost zoals bedoeld in paragraaf 7/1, tweede lid, 4°,de rechtvaardiging voor elk element dat de economische levensduur van de investering zou beperken, motivatie m.b.t. de relevantie voor het leveren van de dienst, realisatiejaar van de investering. 3° indien van toepassing, een nauwkeurige inschatting en beschrijving van de inkomsten (in €/jaar) met betrekking tot de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, voor de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is, andere dan jaarlijkse inframarginale inkomsten en netto opbrengsten van de levering van balanceringsdiensten, zoals bijvoorbeeld maar zonder daarbij noodzakelijk beperkt te zijn, de tot stoom en/of warmte-gerelateerde inkomsten of de inkomsten in verband met het verlenen van de hersteldienst; 4° indien van toepassing, een nauwkeurige inschatting van de operationele beperkingen gelinkt aan de uitbating die een invloed hebben op het leveren van de dienst met de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, en een beschrijving van de impact van die beperkingen op de inkomsten, tijdens de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is, zoals bijvoorbeeld en maar niet noodzakelijk beperkt tot : energiebeperkingen, activatiebeperkingen, geplande onderhoudsmomenten, must run beperkingen; 5° een raming van de jaarlijkse inframarginale inkomsten, met uitzondering van inkomsten op termijn, intraday en balancering; 6° een raming van de netto-inkomsten uit de levering van balanceringsdiensten; 7° een raming en een nauwkeurige berekening van het "missing money" (in €/MW/jaar) van de betrokken eenheid of eenheden van de capaciteitsmarkt in het geval van gebonden capaciteiten, voor de periode van capaciteitslevering waarop het verzoek betrekking heeft; De meegedeelde elementen door de derogatieaanvrager bedoeld in het tweede lid, 2° tot 6°, ter ondersteuning van zijn aanvraag zijn specifiek aan de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft. Indien de aanvrager deze voor de betrokken capaciteitseenheid niet kan verstrekken, verstrekt hij de commissie alle informatie die de commissie in staat stelt de juistheid van zijn ramingen te beoordelen. Niet-vertrouwelijk 4/10 De in het tweede lid, 2° tot en met 6°, bedoelde elementen worden door de derogatieaanvrager verantwoord overeenkomstig de formele en materiële voorwaarden die de commissie overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid, heeft vastgesteld. Een historiek van de elementen bedoeld in het tweede lid, 2° tot en met 6°, wordt door de aanvrager verstrekt overeenkomstig de hierboven vermelde formele en materiële voorwaarden. De elementen bedoeld in het tweede lid, 2° tot en met 6°, worden uitgedrukt in euro van het referentiejaar dat in artikel 20 in aanmerking wordt genomen voor de schatting van de inkomsten. De raming, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, 7°, wordt gecorrigeerd met de verwachte evolutie van de consumentenprijsindex tussen enerzijds het referentiejaar dat werd gebruikt voor de raming van de opbrengsten en kosten en anderzijds de periode van capaciteitsvoorziening waarvoor het "missing money" wordt berekend, op basis van de gegevens van het Federaal Planbureau. De in aanmerking komende investeringskosten voor het berekenen van de `missing money' van de eenheid in de capaciteitsmarkt, of de eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, zijn de investeringsuitgaven die worden besteld vanaf de eerste beslissing in toepassing van artikel 7undecies, § 6 van de wet van 29 april 1999 en die ten laatste de dag voorafgaand aan de eerste dag van de periode van capaciteitslevering worden uitgevoerd.” 2. ANTECEDENTEN 4. In haar beslissing (B)2237 van 12 mei 2021 heeft de CREG de vormvereisten vastgesteld voor een verzoek om afwijking van de IPC om in aanmerking genomen te worden in het kader van de veiling van 2021. 5. Om de interpretatie ervan te vergemakkelijken, heeft de CREG vervolgens op 17 juni 2021 een aangepaste versie van deze vormvereisten gepubliceerd1. De CREG heeft ook een Excel-versie van deze formele en materiële vereisten gepubliceerd om de invoer van gegevens door de derogatieaanvragers te vergemakkelijken. 6. Bij haar beslissing (B)2356, gepubliceerd op haar website op 31 maart 2022, legde de CREG de vormvereisten vast waaraan een verzoek om afwijking van de IPC moet voldoen om in aanmerking te worden genomen in het kader van de veiling van 2022. De aanpassingen van de formele vereisten voor de veiling van 2022 hadden voornamelijk tot doel de voorspelbaarheid, voor de marktdeelnemers, te vergroten wat betreft de behandeling van de verzoeken om afwijking van de IPC. Het doel van de CREG was ook de coherentie te verzekeren tussen de beoordeling van de IPC en de beoordeling van de gegrondheid van de verzoeken om afwijking van de IPC. De CREG heeft ook de Excel-versie van deze formele en materiële vereisten aangepast om de invoer van gegevens door de aanvragers van de afwijking te vergemakkelijken. 7. De CREG heeft, bij haar beslissing (B)2526, de vormvereisten vastgesteld waaraan een verzoek om afwijking van de IPC moet voldoen om in aanmerking te komen in het kader van de veiling van 2023, en heeft die op 30 maart 2023 op haar website gepubliceerd. De voornaamste doelstellingen van de aanpassingen van de vormvereisten voor de veiling van 2022 waren rekening houden met de verwachte evolutie van de consumptieprijsindex voor de leveringsperiode november 2027 tot oktober 2028 en verduidelijken dat de kosten voor de aankoop van elektriciteit die mogen worden opgenomen in het verzoek om afwijking van de IPC zijn beperkt tot de elektriciteit die van het net wordt afgenomen 1 Beslissing (B)2237-2 van 17 juni 2021. Niet-vertrouwelijk 5/10 wanneer de eenheid wordt stilgelegd (voor gepland onderhoud of als gevolg van een gedwongen stillegging). Om de coherentie te verzekeren tussen de beoordeling van de IPC en de beoordeling van de gegrondheid van de verzoeken om afwijking van de IPC, werd in de formele vereisten bepaald dat de kostencategorieën die in het verzoek om afwijking zijn opgenomen, moeten overeenstemmen met de categorieën uit de AFRY-studie "Update of Peer Review of Cost of Capacity for Calibration of Belgian CRM". 8. Beslissing (B)2526 werd op 24 april 2024 vernietigd door het Marktenhof. 9. In een ander arrest van 24 april 2024 heeft het Marktenhof eveneens de beslissingen (B)2378/2, (B)2381/2, (B)2382/2 et (B)2383/2 gedeeltelijk vernietigd, die verzoeken om afwijking van de intermediaire maximumprijs hadden afgewezen; onderhavige ontwerpbeslissing houdt rekening met de motieven van dit arrest. 10. De CREG heeft bij haar beslissing (B)2749, die op 29 maart 2024 op haar website werd gepubliceerd, de formele en materiële vereisten vastgesteld waaraan een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs moet voldoen om in aanmerking te worden genomen voor de veilingen van 2024. 11. Na de goedkeuring van het koninklijk besluit van 25 mei 2024 tot wijziging van het koninklijk besluit methodologie, dat een overgangsbepaling bevat die de CREG toelaat om in 2024 de voornoemde formele en materiële vereisten vast te stellen tot 1 juni 2024, heeft de CREG beslissing (B)2749 van 29 maart 2024, genomen in het kader van de vorige versie van het koninklijk besluit Methodologie, ingetrokken. Bij haar beslissing (B)2749-2, gepubliceerd op haar website op 30 mei 2024, heeft ze vervolgens nieuwe formele en materiële vereisten vastgelegd, in overeenstemming met het geldende koninklijk besluit Methodologie, waaraan een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs moet voldoen om in aanmerking te worden genomen in de veilingen van 2024. 12. De CREG heeft bij haar beslissing (B)2982, gepubliceerd op haar website op 27 maart 2025, de formele en materiële voorwaarden vastgesteld waaraan een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs moest voldoen om in aanmerking te worden genomen voor de veilingen van 2025. 3. RAADPLEGING VAN DE MARKTSPELERS 13. Het Directiecomité van de CREG heeft, krachtens artikel 23, § 1, van zijn intern reglement, beslist een openbare raadpleging te organiseren op haar website over deze ontwerpbeslissing betreffende de formele en materiële voorwaarden waaraan een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs moet voldoen om in aanmerking te worden genomen voor de veilingen van 2026. 14. De openbare raadpleging heeft plaatsgevonden van 12 februari 2026 tot 5 maart 2026. 15. In dit kader heeft de CREG de opmerkingen ontvangen van één marktdeelnemer, namelijk FEBEG. De CREG neemt hieronder positie in over de door FEBEG gemaakte opmerkingen. 16. Eerst wijst FEBEG erop dat het niet aan de CREG toekomt om via het document “Formele en materiële voorwaarden” kosten uit te sluiten of de lijst van in aanmerking komende kosten te verfijnen, aangezien deze lijst op uitputtende wijze is vastgelegd door het koninklijk besluit Niet-vertrouwelijk 6/10 Methodologie. FEBEG geeft dan ook aan niet akkoord te gaan met de wijzigingen die zijn aangebracht in de definitie van de algemene kosten. In principe betwist de CREG het standpunt van FEBEG niet. Zij vestigt er echter de aandacht op dat haar aanpak geenszins beoogt kosten uit te sluiten die krachtens het koninklijk besluit Methodologie als in aanmerking komend worden beschouwd, maar enkel tot doel heeft bepaalde kostenelementen te verduidelijken, gelet op interpretatiemoeilijkheden waarmee zij in eerdere controleoefeningen van afwijkingsaanvragen werd geconfronteerd. Deze verduidelijkingen passen volledig binnen de bevoegdheid die het koninklijk besluit aan de CREG heeft toegekend, namelijk het vaststellen van de formele en materiële voorwaarden van de verzoeken om afwijking op de IPC. 17. Vervolgens merkt FEBEG met betrekking tot de bepaling van de inkomsten op dat de rol van de CREG beperkt is tot het nagaan of het “missing money” al dan niet hoger is dan de IPC, op basis van de gemiddelde jaarlijkse inkomsten. In dit verband geeft FEBEG aan dat het gebruik van Monte‑Carlo‑simulaties, waarnaar in het ontwerp van beslissing wordt verwezen, niet is voorzien in het koninklijk besluit Methodologie. Hierover aanvaardt de CREG om de verwijzing naar Monte‑Carlo‑simulaties te schrappen. 18. Ten slotte herinnert FEBEG eraan dat, zodra de afwijking op de IPC is toegekend, de kandidaat bij de veiling een prijs mag indienen die kan oplopen tot het “missing money” dat in zijn aanvraag om afwijking werd vastgesteld. Hoewel de CREG deze regel, die voorkomt in artikel 22, § 12, van het koninklijk besluit Methodologie, op geen enkele wijze betwist, benadrukt zij dat zij eveneens belast is, krachtens artikel 7undecies, § 13, van de elektriciteitswet, met het toezicht op de goede werking van het CRM, en dat het dus haar taak is erop toe te zien dat CRM‑kandidaten zich niet schuldig maken aan marktmanipulatie. In bepaalde omstandigheden sluit het feit dat een bod wordt ingediend dat overeenstemt met het “missing money”, conform artikel 22, § 12, van het koninklijk besluit Methodologie, niet uit dat de kandidaat marktmanipulatie kan plegen. Bovendien valt deze discussie buiten het toepassingsgebied van deze beslissing. 19. Daarnaast wijst FEBEG op een volgens haar bestaande inconsistentie in de definitie van de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC) en van de risicopremie die wordt toegepast in het kader van de door professor Boudt ontwikkelde methodologie, aangezien deze methodologie ervan zou uitgaan dat de inkomsten worden afgedekt, terwijl de daarmee verbonden afdekkingskosten niet als in aanmerking komende kosten zouden worden beschouwd. Volgens FEBEG zou deze benadering leiden tot een onderschatting van het “missing money” voor activa waarvoor een afwijkingsaanvraag op de IPC wordt ingediend. De CREG stelt vast dat deze opmerking betrekking heeft op de reikwijdte van de in aanmerking komende kosten, alsook op de onderliggende hypotheses inzake de WACC en de risicopremies die worden toegepast in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme. Deze elementen vallen onder het regelgevend kader dat is vastgelegd door het koninklijk besluit Methodologie en door de ministeriële besluiten die de parameters bepalen die van toepassing zijn op de betrokken veilingen, en behoren niet tot de formele en materiële voorwaarden die de CREG bevoegd is vast te stellen krachtens artikel 22, § 2, van het koninklijk besluit Methodologie. Bijgevolg valt deze opmerking buiten het toepassingsgebied van de huidige consultatie en wordt zij niet behandeld in deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 7/10 4. WIJZIGINGEN AANGEBRACHT AAN DE FORMELE EN MATERIËLE VEREISTEN VOOR EEN VERZOEK OM AFWIJKING VAN DE INTERMEDIAIRE MAXIMUMPRIJS 20. In overeenstemming met de bepalingen voorzien in artikel 4, §3 van het koninklijk besluit methodologie werd het minimumrendement naar 2,8 % gewijzigd en de bijkomende risicopremies werden aangepast. Deze risicopremies zijn gebaseerd op het ministerieel besluit van 10 februari 2026 dat het ministerieel besluit van 29 september 2025 wijzigt, tot vaststelling van de intermediaire waarden voor de Y‑4, Y‑2- en Y‑1 veilingen van 2026 overeenkomstig artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het te voorzien capaciteitsvolume wordt bepaald, met inbegrip van de berekeningsmethoden ervan, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, evenals de methode en de voorwaarden voor het verlenen van een individuele afwijking op de toepassing van de intermediaire prijsplafonds in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme. 21. De reductiefactoren voor de verschillende technologieën werden aangepast. Deze aanpassing is gebaseerd op het voorstel van Elia van 1 december 2025, geformuleerd in haar netbeheerdersverslag. 22. De verwachte verandering van de consumentenprijsindex tussen enerzijds het referentiejaar dat wordt gebruikt om de opbrengsten en kosten te beoordelen (december 2024), en anderzijds de periode van capaciteitsvoorziening waarvoor de “missing money” wordt berekend, is gebaseerd op:
  10. a)de waargenomen groeipercentages van de consumentenprijsindex gepubliceerd door Statbel tot december 2025;
  11. b)het groeipercentage van het indexcijfer van de consumptieprijzen dat door het Federaal Planbureau wordt voorspeld in zijn Inflatievooruitzichten van 6 januari 2026 voor de periode van 1 januari 2026 tot 31 december 2026;
  12. c)het groeipercentage van het indexcijfer van de consumptieprijzen zoals voorspeld door het Federaal Planbureau in zijn Economische Vooruitzichten 2025-2030 van 17 juli 2025 voor de periode van 1 januari 2027 tot 31 december 2030;
  13. d)een groeipercentage van het indexcijfer van de consumptieprijzen voor 2031 van 1,7% identiek aan het door het Federaal Planbureau geraamde groeipercentage voor 2030. 23. De aantekeningen werden aangevuld om enerzijds de methode te verduidelijken voor het ramen van de verwachte inkomsten die in aanmerking worden genomen bij de berekening van het “missing money”, en anderzijds de afbakening van de algemene jaarlijkse vaste kosten. Deze aanvullingen beogen elke ambiguïteit weg te nemen over de elementen die zijn opgenomen in de algemene jaarlijkse vaste kosten, evenals over de te hanteren hypothesen voor de raming van de jaarlijkse inframarginale rente. Niet-vertrouwelijk 8/10 5. CONCLUSIE Gelet op het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(
  14. en)in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme, in het bijzonder artikel 22, § 2, lid 2; De CREG beslist om de formele en materiële vereisten vast te leggen waaraan een verzoek om afwijking moet voldoen om in aanmerking te komen voor de veilingen van 2026, zoals uiteengezet in bijlage 1.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Ilse TANT Directeur Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijk Sigrid JOURDAIN Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 9/10 BIJLAGE 1 Aanvraagformulier voor afwijking van de intermediaire maximumprijs BIJLAGE 2 Verklaring op erewoord inzake afwijking van de intermediaire maximumprijs BIJLAGE 3 Antwoord op de raadpleging Niet-vertrouwelijk 10/10

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.