← België

Beslissing over het verslag van de afrekeningen volume en prijs voor de installaties in de domeinconcessie van Mermaid

Beslissing (B)3186 12 mei 2026 Beslissing over het verslag van de afrekeningen volume en prijs voor de installaties in de domeinconcessie van Mermaid Artikel 14, § 1octies van het koninklijk besluit van 14 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in het geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid Niet-vertrouwelijke versie CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 1. INLEIDING ...................................................................................................................................... 3 2. WETTELIJKE BASIS ......................................................................................................................... 3 3. ANTECEDENTEN ............................................................................................................................ 5 3.1. Algemeen ................................................................................................................................. 5 3.2. Raadpleging.............................................................................................................................. 8 4. AFREKENING BETREFFENDE HET VOLUME ................................................................................... 9 5. AFREKENING BETREFFENDE DE PRIJS ......................................................................................... 11 6. VOORBEHOUD OMTRENT BEPALING NIET GEINJECTEERDE ENERGIE DOOR ONBESCHIKBAARHEID MOG I...................................................................................................... 12 7. BESLISSING .................................................................................................................................. 13 Niet-vertrouwelijke versie 2/13 1. INLEIDING Het systeem van voorschotten op de ondersteuning voor de groenestroomproductie is van toepassing op de productie-installaties van de domeinconcessie Mermaid, zoals vastgelegd in artikel 14, § 1septies van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in het geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid (hierna het koninklijk besluit van 16 juli 2002). De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) maakt hierna, op basis van artikel 14, § 1octies van het koninklijk besluit van 14 juli 2002, het verslag over de afrekening betreffende het volume en over de resterende afrekening prijs voor deze installaties. Deze beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens zijn vergadering van 12 mei 2026. 2. 1. WETTELIJKE BASIS Artikel 14, § 1septies van koninklijk besluit van 16 juli 2002 bepaalt: “§ 1septies. Voor de groenestroomcertificaten die werden toegekend voor de elektriciteit geproduceerd door installaties bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° quater maakt de aankoopverplichting van groenestroomcertificaten door de netbeheerder tijdens de eerste vijf jaar na de ingebruikname van elke installatie voorwerp uit van een systeem van voorschotten op de prijs van de groenestroomcertificaten die moeten aangekocht worden volgens de modaliteiten bepaald in deze paragraaf, gevolgd door een systeem van afrekening ex post, volgens de modaliteiten bepaald in paragraaf 1octies. De commissie legt uiterlijk vijftien werkdagen voor het einde van iedere maand het bedrag van het verschuldigde voorschot voor de volgende maand vast, op basis van de referentieprijs voor elektriciteit. Het bedrag van het maandelijkse voorschot wordt berekend op basis van een jaarlijkse veronderstelde elektriciteitsproductie van de installatie van 4.100 vollasturen. Indien het bedrag van het maandelijkse voorschot voor een bepaalde maand gelijk is aan nul of negatief is, wordt er voor die maand geen voorschot betaald. Indien de door de commissie vastgestelde werkelijke productie van de installatie in enig halfjaar tijdens de vijf eerste exploitatiejaren lager is dan 2.050 vollasturen, dan stort de netbeheerder, voor dat halfjaar, een aanvullend voorschot gelijk aan de som, voor elke exploitatiemaand binnen dat halfjaar, van het resultaat van de volgende formule: (4.100 vollasturen/12 * MW - werkelijke productie tijdens de exploitatiemaand) * het laagste van (

  1. i)elektriciteitsreferentieprijs van toepassing voor de exploitatiemaand * (1 - correctiefactor van toepassing voor de exploitatiemaand) en (
  2. ii)LCOEy zoals vastgesteld in paragraaf 1, tweede lid, verhoogd met het bedrag bedoeld in paragraaf 1quater. Het bijkomende voorschot wordt ten laatste drie maanden na het einde van het betreffende half exploitatiejaar aan de domeinconcessiehouder gestort. Voor elke exploitatiemaand en voor elke installatie worden de voorschotten vastgelegd door de toepassing, op de veronderstelde productie, van de minimumprijs die vastgelegd werd in overeenstemming met de formule uit paragraaf 1, tweede lid, 1° quater verhoogd met het bedrag bedoeld in paragraaf 1quater. In het kader van de vastlegging van het bedrag van de maandelijkse voorschotten berekent de commissie, op voorstel van elke domeinconcessiehouder, voor de toepassing van de voormelde formule : Niet-vertrouwelijke versie 3/13 1° een veronderstelde elektriciteitsreferentieprijs op basis van het gemiddelde van uurnoteringen zoals bedoeld in artikel 1, 11° in de voorlaatste maand voor de exploitatiemaand waarvoor het voorschot wordt bepaald; 2° een veronderstelde waarde van de garanties van oorsprong op basis van de verkoopovereenkomst van de garanties van oorsprong die de betrokken domeinconcessiehouder heeft afgesloten of, in voorkomend geval, op basis van de gemiddelde waarde van de referentie-index van de overeenkomst in de loop van het voorbije kalenderjaar; 3° een veronderstelde factor van de netverliezen op basis van de historiek van de netverliezen of, voor het eerste exploitatiejaar, van technisch onderbouwde ramingen; 4° de correctiefactor op basis van de laatste correctiefactor die door de commissie is berekend met toepassing van § 1ter/1. Het maandelijkse voorschot wordt door de netbeheerder op de eerste werkdag van elke maand gestort. Indien de commissie vaststelt dat er niet meer voldaan is aan de voorwaarden voor de toekenning van groenestroomcertificaten bedoeld in artikel 7 van dit besluit kan ze, na ingebrekestelling en nadat ze de domeinconcessiehouder heeft gehoord, de betaling van de voorschotten opschorten totdat deze houder aantoont dat hij ze opnieuw naleeft.” 2. Artikel 14, § 1octies van koninklijk besluit van 16 juli 2002 luidt als volgt: “Na elke exploitatiemaand berekent de commissie de werkelijke minimumprijs voor deze exploitatiemaand. Op basis van het verschil tussen de minimumprijs toegepast in het kader van de voorschotten in overeenstemming met paragraaf 1septies, vierde lid, en het hoogste van (
  3. i)nul en (
  4. ii)de werkelijke minimumprijs, berekent de commissie, ten laatste [dertig] dagen na elke exploitatiemaand, het bedrag van de tussentijdse afrekening betreffende de prijs en berekent ze het bedrag van de financiële regeling dat, naargelang het geval, moet gestort worden aan de domeinconcessiehouder of de netbeheerder. Deze financiële regeling gebeurt ten laatste dertig dagen na de melding door de commissie. Op het einde van het vijfde exploitatiejaar van de laatste in dienst gestelde installatie wordt één afrekening betreffende het volume en één resterende afrekening betreffende de prijs voor alle installaties van de domeinconcessie opgemaakt. De afrekening betreffende het volume vergelijkt de veronderstelde elektriciteitsproductie van alle installaties die deel uitmaken van de domeinconcessie, wat overeenstemt met 20.500 vollasturen, desgevallend verminderd met 1/12 van 4.100 vollasturen voor iedere maand waarvoor de som van het voorschot zoals bedoeld in paragraaf 1septies, derde lid, en het bedrag van de tussentijdse afrekening betreffende de prijs zoals bedoeld in het eerste lid gelijk is aan nul, met de werkelijke productie van de installaties in de vijf eerste exploitatiejaren. De resterende afrekening betreffende de prijs vergelijkt de voor de voorschotten toegepaste minimumprijs in overeenstemming met paragraaf 1septies, vierde lid, of nul indien er geen voorschot werd betaald en het hoogste van (
  5. i)nul en (
  6. ii)de werkelijke minimumprijs toegekend aan de groenestroomcertificaten in de vijf eerste exploitatiejaren van alle installaties die deel uitmaken van de domeinconcessie, eveneens rekening houdend met paragraaf 1, derde lid, paragraaf 1quater, en paragraaf 1quinquies/1 en de bedragen reeds afgerekend overeenkomstig het tweede lid; in voorkomend geval worden ook de bijkomende aan de domeinconcessiehouder gestorte voorschotten in rekening genomen met toepassing van paragraaf 1septies, derde lid. Over deze afrekeningen wordt een verslag opgemaakt dat de commissie ten laatste zes maanden na het einde van het vijfde exploitatiejaar van de laatste in dienst gestelde installatie overmaakt aan de domeinconcessie-houder. Indien er uit de afrekening betreffende het volume blijkt dat alle installaties die deel uitmaken van de domeinconcessie, tijdens de eerste vijf exploitatiejaren, minder hebben geproduceerd dan de veronderstelde elektriciteitsproductie, desgevallend verminderd overeenkomstig dit lid, Niet-vertrouwelijke versie 4/13 dan bepaalt de commissie, in het voormelde verslag, het aantal groenestroomcertificaten, waaronder desgevallend groenestroomcertificaten die het voorwerp uitmaken van een betalingsverplichting overeenkomstig paragraaf 1, vierde lid, dat de domeinconcessiehouder aan de netbeheerder moet overmaken, ten laatste op de laatste dag van de derde maand volgend op het vervallen van de ondersteuningsperiode van de laatste installatie die in gebruik genomen werd, in overeenstemming met een elektriciteitsvolume dat overeenstemt met het verschil tussen de veronderstelde elektriciteitsproductie, desgevallend verminderd overeenkomstig dit lid, en de werkelijke productie zoals bepaald in dit lid. In afwijking van paragraaf 1, tweede lid, 1° quater, en onverminderd de betalingsverplichting voor de domeinconcessiehouder overeenkomstig paragraaf 1, vierde lid, wordt de minimumaankoopprijs voor deze groenestroomcertificaten teruggebracht op 0 euro. Als de domeinconcessiehouder niet voldoende groenestroomcertificaten heeft voorgelegd, dan stort de domeinconcessiehouder de netbeheerder een bedrag voor de financiële regeling dat overeenstemt met het aantal ontbrekende groenestroomcertificaten vermenigvuldigd met 79,00 euro. De commissie legt, in voorkomend geval, ten laatste de laatste dag van de derde maand na het einde van de ondersteuningsperiode het bedrag van de financiële regeling vast dat aan de netbeheerder moet worden gestort. Deze regeling gebeurt ten laatste dertig dagen na de kennisgeving door de commissie aan de domeinconcessiehouder en de netbeheerder. Op basis van de afrekening betreffende de prijs bepaalt het voornoemde verslag van de commissie eveneens, in voorkomend geval, het bedrag van de financiële regeling dat de domeinconcessiehouder aan de netbeheerder moet storten ten laatste op de laatste dag van de negende maand na het einde van de ondersteuningsperiode van de laatste installatie die deel uitmaakt van de domeinconcessie die in dienst werd gesteld.” 3. Artikel 14, § 1novies van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 bepaalt: “Elke beslissing, berekening, afrekening en verslag waarmee de commissie is belast met toepassing van paragraaf 1septies en 1octies worden onverwijld bekendgemaakt aan de betrokken houders van een domeinconcessie en de netbeheerder.” 3. ANTECEDENTEN 3.1. ALGEMEEN 4. Elia Transmission Belgium nv heeft de wettelijke verplichting de groenestroomcertificaten, uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Mermaid, aan te kopen. Zoals vastgelegd in artikel 14, § 1septies van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, is het systeem van voorschotten op de ondersteuning voor de groenestroomproductie van toepassing op de productie-installaties van de domeinconcessie Mermaid. Tijdens de vijf eerste jaren na de indienststelling van de installatie wordt het bedrag van het maandelijkse voorschot berekend op basis van een jaarlijkse veronderstelde elektriciteitsproductie van de installatie van 4.100 vollasturen. Bovendien ontvangen deze parken een bijkomend voorschot als de reële semestriële productie in de vijf eerste exploitatiejaren lager is dan de productie op basis van 2.050 vollasturen. Niet-vertrouwelijke versie 5/13 5. In juli 2020 heeft de CREG het eerste voorschot aan Mermaid toegekend voor de eerste 14 turbines. Het voorschot werd progressief opgebouwd en vanaf december 2020 ontvingen alle turbines een voorschot. Vanaf juli 2025 werd het voorschot afgebouwd en in december 2025 werd het laatste voorschot toegekend. Tabel 1: overzicht start- en einddatum voorschot per turbine Turbine MM_D1 MM_D2 MM_D3 MM_D4 MM_D5 MM_C5 MM_C1 MM_C2 MM_C3 MM_C4 MM_E1 MM_E2 MM_E3 MM_E4 MM_E5 MM_F5 MM_F1 MM_F2 MM_F3 MM_F4 MM_A1 MM_A2 MM_A3 MM_A4 MM_B1 MM_B2 MM_B3 MM_B4 eerste voorschot laastste voorschot datum aantal dagen datum aantal dagen jul/20 21 jul/25 10 jul/20 21 jul/25 10 jul/20 21 jul/25 10 jul/20 21 jul/25 10 jul/20 21 jul/25 10 jul/20 20 jul/25 11 jul/20 17 jul/25 14 jul/20 15 jul/25 16 jul/20 12 jul/25 19 jul/20 11 jul/25 20 jul/20 8 jul/25 23 jul/20 6 jul/25 25 jul/20 3 jul/25 28 jul/20 1 jul/25 30 aug/20 29 aug/25 2 aug/20 28 aug/25 3 aug/20 25 aug/25 6 aug/20 23 aug/25 8 aug/20 20 aug/25 11 aug/20 18 aug/25 13 aug/20 15 aug/25 16 aug/20 14 aug/25 17 aug/20 11 aug/25 20 aug/20 9 aug/25 22 aug/20 6 aug/25 25 aug/20 5 aug/25 26 dec/20 15 dec/25 16 dec/20 13 dec/25 18 6. In beslissing (B)22111 kende de CREG het recht op groenestroomcertificaten toe aan de installaties van Mermaid en Seastar. De startdata die vermeld worden in de respectievelijke certificaten van oorsprongsgarantie vormen het beginpunt van de toekenning van de groenestroomcertificaten. 1 Beslissing (B)2211 over over de aanvraag van de N.V. SEAMADE voor toekenning van groenestroom-certificaten voor de elektriciteit opgewekt door de windmolens GMA1, GMA2, GMA3, GMA4, GMB1, GMB2, GMB3, GMB4, GMC1, GMC2, GMC3, GMC4, GMC5, GMD1, GMD2, GMD3, GMD4, GMD5, GME1, GME2, GME3, GME4, GME5, GMF1, GMF2, GMF3, GMF4, GMF5, GSA1, GSA2, GSA3, GSA4, GSA5, GSB1, GSB2, GSB3, GSB4, GSB5, GSC1, GSC2, GSC3, GSC4, GSC5, GSD1, GSD2, GSD3, GSD4, GSD5, GSE1, GSE2, GSE3, GSE4, GSE5, GSF1, GSF2, GSF3, GSF4 en GSF5,van 25 maart 2021. Niet-vertrouwelijke versie 6/13 Tabel 2: overzicht datum indienstname per turbine Turbine MM_A1 MM_A2 MM_A3 MM_A4 MM_B1 MM_B2 MM_B3 MM_B4 MM_C1 MM_C2 MM_C3 MM_C4 MM_C5 MM_D1 MM_D2 MM_D3 MM_D4 MM_D5 MM_E1 MM_E2 MM_E3 MM_E4 MM_E5 MM_F1 MM_F2 MM_F3 MM_F4 MM_F5 Datum indienstname Einde 5de productiejaar 27/08/2020 26/08/2025 12/09/2020 11/09/2025 9/09/2020 8/09/2025 9/09/2020 8/09/2025 7/09/2020 6/09/2025 18/09/2020 17/09/2025 2/12/2020 1/12/2025 5/12/2020 4/12/2025 17/08/2020 16/08/2025 17/08/2020 16/08/2025 17/08/2020 16/08/2025 17/08/2020 16/08/2025 20/08/2020 19/08/2025 20/08/2020 19/08/2025 20/08/2020 19/08/2025 2/09/2020 1/09/2025 25/08/2020 24/08/2025 6/08/2020 5/08/2025 27/08/2020 26/08/2025 7/09/2020 6/09/2025 20/08/2020 19/08/2025 9/09/2020 8/09/2025 19/09/2020 18/09/2025 17/08/2020 16/08/2020 27/08/2020 26/08/2025 27/08/2020 26/08/2025 16/09/2020 15/09/2025 20/08/2020 19/08/2025 7. Conform artikel 14, § 1octies, derde lid maakt de CREG op het einde van het vijfde exploitatiejaar van de laatste in dienst gestelde installatie één afrekening betreffende het volume en één resterende afrekening betreffende de prijs voor alle installaties van de domeinconcessie. Over deze afrekeningen wordt een verslag opgemaakt dat ten laatste zes maanden na het einde van het vijfde exploitatiejaar van de laatst in dienst gestelde installatie wordt overgemaakt aan de domeinconcessiehouder. Installatie B4 is de laatste in dienst gestelde installatie op 5 december 2020. Het vijfde exploitatiejaar van deze turbine loopt dus af op 4 december 2025 en bijgevolg dient de CREG ten laatste op 4 juni 2026 haar verslag over de afrekeningen over te maken aan Mermaid. 8. Ontwerpbeslissing (B)3186 over het verslag van de afrekeningen volume en prijs voor de installaties in de domeinconcessie van Mermaid werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 19 maart 2026. Niet-vertrouwelijke versie 7/13 3.2. RAADPLEGING 9. Overeenkomstig artikel 33, § 1, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG2 moet het directiecomité, alvorens het een beslissing neemt, een openbare raadpleging organiseren, onverminderd de uitzonderingen bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk 4 van het huishoudelijk reglement. Een openbare raadpleging gebeurt door het lanceren van de raadpleging op de website van de CREG. Overeenkomstig artikel 41 van het huishoudelijk reglement kan het directiecomité beslissen om een niet-openbare raadpleging te organiseren indien de beslissing van het directiecomité slechts rechtsgevolgen zal hebben voor één persoon of voor een beperkt aantal identificeerbare personen door de raadpleging te beperken tot de betrokken personen. 10. Het directiecomité van de CREG meende dat de onderhavige beslissing enkel rechtsgevolgen heeft voor Mermaid en Elia, en besliste daarom om een niet-openbare raadpleging te houden over voormelde ontwerpbeslissing en daarbij enkel deze partijen te raadplegen. 11. De CREG heeft reacties van zowel Elia als Mermaid ontvangen. 12. Op 20 maart 2026 heeft de CREG een brief van Elia ontvangen waarin Elia volgende opmerking formuleert: “Artikel 7§1, 1ste lid van de Elektriciteitswet[1] voorziet een openbare dienstverplichting (ODV) in hoofde van Elia om groenestroomcertificaten, van elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen, en afgeleverd door de commissie, aan te kopen tegen een minimumprijs. De nettolasten van deze ODV worden gefinancierd overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 21quinquies, 1ste lid van de Elektriciteitswet. Het Koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen (KB 16 juli 2002), bevat de nadere regels betreffende bovenstaande openbare dienstverplichting. Meer in het bijzonder voorziet artikel 14, § 1septies van het KB van 16 juli 2002 voor de productieinstallaties van de domeinconcessie Mermaid & Seastar in een systeem van voorschotten op de prijs van de groenestroomcertificaten tijdens de eerste vijf jaar na de ingebruikname van elke installatie. Na afloop van deze periode volgt een ex post afrekening volgens de modaliteiten bepaald in paragraaf 1octies van het KB 16 juli 2002. Op basis van de ontwerpbeslissingen (B) 3186 en 3187 van de CREG wordt vastgesteld dat de werkelijke waarde van de groenestroomcertificaten respectievelijk € 46.130.036. en € 71.384.076 lager is dan de som van de ontvangen voorschotten, bijkomende voorschotten en tussentijdse afrekeningen. Bijgevolg, en conform artikel 14, § 1octies, 3e lid, moeten Mermaid & Seastar dit bovenstaand bedrag aan de netbeheerder betalen. Dit ten laatste op de laatste dag van de negende maand na het einde van de ondersteuningsperiode van de laatste installatie die in gebruik werd genomen werd (i.e. 30 september 2040). Elia wenst te verduidelijken dat het op basis van de samenlezing van verschillende juridische grondslagen bovenstaand bedrag niet mag, en dus bijgevolg ook niet kan en zal teruggestort worden alvorens het bedrag te hebben ontvangen van de betrokken domeinconcessiehouder. Artikel 5 van het protocol van 27 oktober 2023 betreffende de terbeschikkingstelling van de middelen voor de financiering van bepaalde door de Belgische Staat aan Elia toegewezen openbare dienstverplichtingen (het Protocol), werd namelijk uitgewerkt op het principe waarbij Elia enkel de effectief ontvangen betalingen vanwege de domeinconcessiehouder mag doorstorten aan de Belgische Staat. Wanneer er oninbare 2 Huishoudelijk reglement van het Directiecomité van de CREG, gepubliceerd op 14 december 2015 in het Belgisch Staatsblad en gewijzigd op 12 januari 2017. Niet-vertrouwelijke versie 8/13 bedragen zouden zijn in hoofde van Elia, dient de CREG hiervan een attest op te maken zodoende dat deze kunnen worden afgeboekt van de openstaande vorderingen. Ook uit artikel 21quinquies van de Elektriciteitswet volgt dat de nettolasten van de openbare dienstverplichting in hoofde van Elia pas kunnen worden bepaald wanneer Elia het bedrag heeft ontvangen van Mermaid & Seastar. Elia wenst als voorbeeld ook de saldi-beslissing (B)2760 van 11 april 2024 betreffende de bepaling van het saldo van de kost van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten voor het jaar 2023 aan te halen. In deze beslissing werd toen ook rekening gehouden met het feit dat een welbepaald bedrag nog niet werd ontvangen door Elia en dus bijgevolg ook nog niet kon worden terugbetaald aan de Belgische Staat. Bovendien wenst Elia te benadrukken dat de afwezigheid van een (pre-)financieringsrisico in hoofde van Elia net tot doel heeft om de scheiding te handhaven tussen de activiteiten en financiering in het kader van het beheer van het net enerzijds, en de verplichtingen in het kader van de openbaredienstverplichting(
  7. en)anderzijds. Op deze manier wordt kruissubsidiëring tussen beide vermeden. Elia vraagt dan ook aan de CREG om in haar definitieve beslissing te vermelden dat Elia het bedrag pas aan de Belgische Staat kan doorstorten nadat zij dit effectief van de domeinconcessiehouder heeft ontvangen.” De CREG neemt akte van het standpunt van Elia en deelt de mening van de netbeheerder. Zolang Elia het geld niet heeft ontvangen, kan dit niet in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de “netto-lasten” van de openbare dienstverplichting in de zin van artikel 21quinquies (en artikel 7, § 1) van de wet. Het voorwerp van deze beslissing is echter het opstellen van het verslag over de afrekening volume en de resterende afrekening prijs, zoals bepaald in artikel 14, § 1octies van het koninklijk besluit van 16 juli 2002. De opmerking van Elia heeft geen betrekking op het vaststellen van de effectieve afrekeningen en verandert bijgevolg niets aan de eindbeslissing. 13. Op 13 april heeft de CREG de reactie van Mermaid ontvangen. Mermaid bevestigt de afrekeningen betreffende het volume en de prijs. Ze voelt zicht echter genoodzaakt om te reageren over de aanbeveling van de CREG omtrent de afrekening betreffende de prijs in de laatste paragraaf van hoofdstuk 63 van de ontwerpbeslissing, dat luidt als volgt: “De CREG meent dat, rekening houdend met de grootte van het saldo, de betaling ervan bij voorkeur vroeger gebeurt dan de uiterlijk voorziene datum. De CREG zal hiervoor het nodige initiatief nemen.” Volgens Mermaid is een unilaterale en opgelegde wijziging van de terugbetalingsmodaliteiten van de afrekening betreffende de prijs niet alleen een zware schending van het -cruciaal- rechtszekerheidsbeginsel maar ook volkomen onnodig. De CREG neemt akte van de reactie van Mermaid. Het voorwerp van deze beslissing is echter het opstellen van het verslag over de afrekening volume en de resterende afrekening prijs. Een eventuele wijziging van de terugbetalingsmodaliteiten maakt niet het voorwerp uit van dit verslag. Bovendien heeft de CREG het recht om dergelijke mening te formuleren. 4. 14. AFREKENING BETREFFENDE HET VOLUME Artikel 14, § 1octies, derde lid, legt de berekening van de afrekening als volgt vast: “ […] De afrekening betreffende het volume vergelijkt de veronderstelde elektriciteitsproductie van alle installaties die deel uitmaken van de domeinconcessie, wat 3 In voorliggende beslissing is dit hoofdstuk 5. Niet-vertrouwelijke versie 9/13 overeenstemt met 20.500 vollasturen, desgevallend verminderd met 1/12 van 4.100 vollasturen voor iedere maand waarvoor de som van het voorschot zoals bedoeld in paragraaf 1septies, derde lid, en het bedrag van de tussentijdse afrekening betreffende de prijs zoals bedoeld in het eerste lid gelijk is aan nul, met de werkelijke productie van de installaties in de vijf eerste exploitatiejaren. […]” 15. Voor het maken van de afrekening volume dient er rekening te worden gehouden met twee bijzondere feiten. Gedurende alle maanden van 2023 en in februari 2025 was de som van het voorschot en de tussentijdse afrekening nul. Hierdoor wordt het volume van het voorschot voor deze maanden op nul gezet in de afrekening, conform artikel 14, § 1octies. Op 9 januari 2024 was er een kabelincident op het Modular Offshore Grid I. Tijdens de periode van onderzoek en herstelling bleef het MOG I de capaciteit van Rentel, Northwester 2, Seastar en Mermaid op het transmissienet injecteren. Enkel wanneer het heel hard waaide, moesten de vier windparken aangesloten op het MOG I hun productie verminderen om overbelasting op de resterende kabels te vermijden. Op 19 mei 2024 werd de kabel terug in dienst genomen. Artikel 6/2, § 1 van de elektriciteitswet bepaalt hierover in het bijzonder het volgende: “§ 1. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, zal de Koning: […] 2° een vergoedingssysteem instellen ten behoeve van de betrokken titularissen van een domeinconcessie bedoeld in artikel 6, ingeval het Modular Offshore Grid geheel of gedeeltelijk niet in dienst zou gesteld zijn op de datum bepaald krachtens 1°, of ingeval van een volledige of gedeeltelijke onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid na de indienststelling ervan. De toepassing van dit vergoedingssysteem sluit elke andere wetsbepaling uit die het mogelijk maakt de netbeheerder verantwoordelijk te stellen. De besluiten bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, worden geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien ze niet bij wet zijn bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van hun inwerkingtreding.” Dit vergoedingssysteem wordt vermeld in het koninklijk besluit van 16 juli 2002. Voor de installaties voor de productie van elektriciteit bedoeld in artikel 14, § 1, tweede lid, 1°, waaronder Mermaid, waarop het voorschotmechanisme wordt toegepast, bepaalt het koninklijk besluit van 16 juli 2002 echter het volgende: “§ 2. Indien de onbeschikbaarheid voorkomt tijdens de eerste vijf exploitatiejaren van de installatie voor de productie van elektriciteit is de vergoeding niet verschuldigd. In een dergelijk geval maken de netbeheerder en de in artikel 6 van de wet betrokken houder(
  8. s)van een domeinconcessie de commissie alle informatie over de voorgekomen onbeschikbaarheid over om die toe te laten de onbeschikbaarheid vast te stellen en het elektriciteitsvolume te berekenen dat niet in het net geïnjecteerd kon worden en dit met het oog op de opmaak van de afrekeningen bedoeld in artikel 14, § 1octies, derde lid; […] § 3. De hoeveelheid elektriciteit die niet geïnjecteerd kon worden door de onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid wordt verondersteld geproduceerd te zijn voor: […] 4° de eenmalige afrekening betreffende de volumes en de eenmalige afrekening betreffende de prijs zoals bedoeld in artikel 14, § 1octies, derde lid, met aftrek van 10 % van dat niet Niet-vertrouwelijke versie 10/13 geïnjecteerde volume, tenzij de betrokken houder van de domeinconcessie de in artikel 14viciessemel bedoelde verklaring heeft opgemaakt, in dat geval gebeurt deze aftrek niet als de fout is bewezen. Voor de afrekeningen betreffende de prijzen zoals bedoeld in artikel 14, § 1octies, derde lid, wordt er voor de hoeveelheid elektriciteit die niet geïnjecteerd kon worden door de onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid rekening gehouden met het verschil tussen enerzijds de minimumprijs toegepast voor de berekening van de maandelijkse voorschotten voor de bestudeerde periode en anderzijds met de definitieve minimumprijs voor deze periode." Bijgevolg is het, zelfs als er voor de gedeeltelijke onbeschikbaarheid van het MOG tussen 9 januari en 19 mei 2024 aan Mermaid geen enkele vergoeding verschuldigd is, noodzakelijk om te bepalen hoeveel elektriciteit niet kon worden geïnjecteerd als gevolg van deze onbeschikbaarheid. Er wordt verondersteld dat deze hoeveelheid, verminderd met 10 %, werd geproduceerd. Artikel 14octiesdecies van het koninklijk besluit van 16 juli legt de formule vast voor de berekening van het elektriciteitsvolume dat niet in het net kon worden geïnjecteerd. Hierover heeft de CREG op 28 november 2024 een voorstel (C)2865 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 geformuleerd. Het is de bedoeling dat dit voorstel wordt toegepast voor de berekening van het elektriciteitsvolume dat niet kon worden geïnjecteerd door de offshore concessiehouders als gevolg van het incident dat leidde tot de gedeeltelijke onbeschikbaarheid van het MOG tussen 9 januari en 19 mei 2024. Hoewel het koninklijk besluit nog niet is gewijzigd naar aanleiding van dit voorstel kan het elektriciteitsvolume dat niet door Mermaid kon worden geïnjecteerd evolueren, daardoor moet er in dit opzicht een voorbehoud worden gemaakt (zie hoofdstuk 7). 16. Tabel 3 vergelijkt de werkelijke productie met de veronderstelde productie van 4.100 vollasturen op jaarbasis. Tabel 3: afrekening volume Mermaid Afrekening volume Mermaid MWh voorschot MWh productie MWh "Missed green production MOG" Afrekening volume 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Totaal [VERTROUWELIJK] -269 302 17. De CREG stelt vast dat de werkelijke productie 269.302 MWh hoger is dan de veronderstelde productie in de voorschotregeling. Conform artikel 14, § 1octies van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 is er geen betalingsverplichting voor Mermaid. 5. AFREKENING BETREFFENDE DE PRIJS 18. Artikel 14, § 1octies, derde lid, legt de berekening van de resterende afrekening betreffende de prijs als volgt vast: De resterende afrekening betreffende de prijs vergelijkt de voor de voorschotten toegepaste minimumprijs in overeenstemming met paragraaf 1septies, vierde lid, of nul indien er geen voorschot werd betaald en het hoogste van (
  9. i)nul en (
  10. ii)de werkelijke minimumprijs toegekend aan de groenestroomcertificaten in de vijf eerste exploitatiejaren van alle installaties die deel uitmaken van de domeinconcessie, eveneens rekening houdend met Niet-vertrouwelijke versie 11/13 paragraaf 1, derde lid, paragraaf 1quater, en paragraaf 1quinquies/1 en de bedragen reeds afgerekend overeenkomstig het tweede lid; in voorkomend geval worden ook de bijkomende aan de domeinconcessiehouder gestorte voorschotten in rekening genomen met toepassing van paragraaf 1septies, derde lid. 19. Voor het maken van de resterende afrekening betreffende de prijs vergelijkt de CREG in tabel 4 de waarde van de voorschotten, bijkomende voorschotten en tussentijdse afrekeningen met de werkelijke waarde van de groenestroomcertificaten rekening houdende met het artikel 14, § 1quinquies/1 (het regime van negatieve uren). Tabel 4: resterende afrekening betreffende prijs Mermaid Resterende afrekening prijs Mermaid Ontvangen voorschotten+bijkomend voorschotten+tussentijdse afrekeningen Werkelijke waarde Saldo EUR 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Totaal -46 130 036 20. De CREG stelt vast dat de werkelijke waarde van de groenestroomcertificaten € 46.130.036 lager is dan de som van de ontvangen voorschotten, bijkomende voorschotten en tussentijdse afrekeningen. Conform artikel 14, § 1octies van het koninklijk besluit van 16 juli 2002, legt de CREG het bedrag van de financiële regeling vast op € 46.130.036. Conform artikel 14, § 1octies, derde lid, moet Mermaid dit bedrag aan de netbeheerder betalen, ten laatste op de laatste dag van de negende maand na het einde van de ondersteuningsperiode van de laatste installatie die in gebruik werd genomen. Turbine B4 is de laatste in dienst gestelde installatie op 5 december 2020. Het ondersteuningssysteem vervalt dus op 4 december 20394 en ten laatste op 30 september 2040 dient Mermaid € 46.130.036 aan de netbeheerder te betalen. De CREG meent dat, rekening houdend met de grootte van het saldo, de betaling ervan bij voorkeur vroeger gebeurt dan de uiterlijk voorziene datum. De CREG zal hiervoor het nodige initiatief nemen. 6. VOORBEHOUD OMTRENT BEPALING NIET GEINJECTEERDE ENERGIE DOOR ONBESCHIKBAARHEID MOG I 21. Zoals vermeld in nr. 15 kon een bepaald volume door Mermaid geproduceerde elektriciteit niet in het net worden geïnjecteerd omwille van de gedeeltelijke onbeschikbaarheid van het MOG tussen 9 januari en 17 mei 2024. Voor de afrekening betreffende het volume en de resterende afrekening betreffende de prijs, zoals bedoeld in artikel 14, § 1octies, 3de lid, wordt er verondersteld dat dit volume, verminderd met 10 %, is geproduceerd. Dit elektriciteitsvolume, dat niet kon worden geïnjecteerd, kan nog veranderen aangezien de CREG een wijziging heeft voorgesteld van de formule om dit volume te bepalen en deze wijziging van toepassing kan zijn op de onbeschikbaarheid van het MOG tussen 9 januari en 17 mei 2024. 4 ofwel zodra het equivalent van 63.000 vollasturen is geproduceerd. Niet-vertrouwelijke versie 12/13 De afrekeningen die in dit verslag worden vermeld, werden dus opgemaakt onder voorbehoud van het elektriciteitsvolume dat niet kon worden geïnjecteerd omwille van de hiervoor genoemde onbeschikbaarheid. 7. BESLISSING Gelet op artikel 14, § 1septies van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 waarin principes van de voorschotregeling worden uitgewerkt; Gelet op de rol van de CREG, zoals bepaald in artikel 14, § 1octies van het koninklijk besluit van 16 juli 2002, die het verslag maakt over de afrekening betreffende volume en de resterende afrekening betreffende prijs; Gelet op de maandelijkse voorschotten, bijkomende voorschotten en tussentijdse afrekeningen die de CREG in de periode 2020-2025 heeft vastgelegd; Gelet op het voorbehoud in hoofdstuk 6; Legt de CREG de resterende afrekening betreffende prijs vast op € 46.130.036. Ten laatste op 30 september 2040 dient Mermaid dit bedrag aan de netbeheerder te betalen.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Sigrid JOURDAIN Directeur Niet-vertrouwelijke versie Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 13/13

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.