← België

Beslissing over de aanvraag van de NV Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van bijlage C1 van het toegangsreglement voor opsl

B eslissing (B)3220 21 mei 2026 Beslissing over de aanvraag van de NV Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van bijlage C1 van het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag genomen met toepassing van artikel 40 van de gedragscode aardgas Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 LEXICON ................................................................................................................................................... 4

  1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 5 1.
  2. 1.1.
  3. Verordening (EU) 2025/1733 .......................................................................................... 5 1.1.
  4. Richtlijn (EU) 2024/1788 en verordening (EU) 2024/1789 ............................................. 9 1.
  5. Gaswet ........................................................................................................................... 12 1.2.
  6. Gedragscode aardgas .................................................................................................... 13 Algemeen....................................................................................................................... 16 1.3.
  7. Recht van toegang tot de opslaginstallatie ................................................................... 17 1.3.
  8. Wetten op het taalgebruik ............................................................................................ 23 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 24 Marktraadpleging................................................................................................................. 25 ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL ................................................................................................. 25 3.
  9. 3.1.
  10. 3.
  11. Goedkeuringscriteria............................................................................................................ 16 1.3.
  12. 2.
  13. Belgisch recht ....................................................................................................................... 12 1.2.
  14. 1.
  15. Europees recht ....................................................................................................................... 5 Het Voorstel van Toegangsreglement voor Opslag ............................................................. 26 Bijlage C1 - onderschrijving en toewijzing van diensten / algemeen ............................ 26 Het voorstel van Dienstenprogramma voor Opslag ............................................................ 26 BESLUIT .......................................................................................................................................... 27 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 28 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 28 Niet-vertrouwelijk 2/28 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 40 van de gedragscode aardgas de aanvraag van de NV Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van bijlage C1 van het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag. De aanvraag tot goedkeuring werd door de NV Fluxys Belgium op 11 mei 2026 ingediend bij de CREG per mail en omvat: • de aanvraag tot goedkeuring zelf; • het voorstel tot wijziging van: • de bijlage C1 van het toegangsreglement voor opslag; • het dienstenprogramma voor opslag; • het consultatieverslag
  16. Dit voorstel tot wijziging is gebaseerd op het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag, zoals goedgekeurd door de CREG, respectievelijk bij beslissing (B)2470 van 27 oktober 2022 en bij beslissing (B)3194 van 19 maart
  17. Dit voorstel heeft als voornaamste doel de aanpassing van de voorwaarden voor het aanbieden van additionele opslagdiensten. De andere voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op de bijwerking van de verwijzing naar de Europese verordening en het in overeenstemming brengen van het dienstenprogramma voor opslag met het toegangsreglement voor opslag. De beslissing bestaat, naast de inleiding, het lexicon en de bijlagen, uit vier delen, meer bepaald het wettelijk kader van de onderhavige beslissing, de antecedenten ervan, de beoordeling van de vraag tot goedkeuring en het besluit. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 21 mei
  18. Niet-vertrouwelijk 3/28 LEXICON “CREG”: de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, met name het federale autonome organisme dat werd opgericht door artikel 23 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt “Fluxys Belgium”: de NV Fluxys Belgium “TSO”: Transmissiesysteembeheerder “SSA”: Standaard opslagcontract “ACS”: Toegangsreglement voor opslag “SP”: Dienstenprogramma voor opslag “gaswet”: de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen “gedragscode aardgas”: de gedragscode zoals vastgesteld door de CREG bij beslissing (B)2411 van 31 augustus 2022 “verordening (EU) 2017/1938”: verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010 “richtlijn (EU) 2024/1788”: richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2023/1791 en tot intrekking van Richtlijn 2009/73/EG (herschikking) “verordening (EU) 2024/1789”: verordening (EU) 2024/1789 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1227/2011, (EU) 2017/1938, (EU) 2019/942 en (EU) 2022/869 en Besluit (EU) 2017/684, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 715/2009 (herschikking) “verordening (EU) 2025/1733”: verordening (EU) 2025/1733 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2025 tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1938 wat betreft de rol van gasopslag voor het veiligstellen van de gasvoorziening in de aanloop naar het winterseizoen Niet-vertrouwelijk 4/28
  19. WETTELIJK KADER 1.
  20. EUROPEES RECHT 1.1.
  21. Verordening (EU) 2025/1733 Verordening (EU) 2025/1733 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2025 wijzigt verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/
  22. De aangebrachte wijzigingen zijn in werking getreden op 11 september 2025 en hebben betrekking op de rol van gasopslag voor het veiligstellen van de gasvoorziening in de aanloop naar het winterseizoen. Ze dienen o.a. om: - de lidstaten toe te staan om de vuldoelstelling op enig moment tussen 1 oktober en 1 december te behalen, rekening houdend met het begin van de onttrekkingsperiode voor gasopslag van de lidstaten, zonder dat het opslagniveau dat overeenkomt met de vuldoelstelling tot 1 december hoeft te worden gehandhaafd; - het vultraject indicatief te maken en de marktdeelnemers voldoende flexibiliteit te bieden voor het vullen van de opslag gedurende het hele jaar, rekening houdend met Aanbeveling C

(2025)1481 van de Commissie van 5 maart 2025 betreffende de uitvoering van de vuldoelstellingen voor gasopslag in 2025; - in het geval van moeilijke omstandigheden, de lidstaten toe te staan om tot tien procentpunten van de vuldoelstelling af te wijken; - in het geval van aanhoudend ongunstige marktomstandigheden, de Commissie de bevoegdheid te geven om het toegestane afwijkingsniveau verder te verhogen door middel van een gedelegeerde handeling; zonder vijf procentpunten te overschrijden; - de Commissie te vragen om de markt voortdurend te monitoren en na te gaan hoe de vuldoelstelling kan worden behaald; - de relevante bepalingen betreffende het vullen van de gasopslag, die voorspelbaarheid en transparantie bieden met betrekking tot het gebruik van gasopslaginstallaties in de hele Europese Unie te verlengen tot eind 2027. De verordening (EU) 2025/1733 speelt in op de huidige en toekomstige veranderingen op de gasmarkten, draagt bij aan de strategische doelstelling om de energieprijzen te verlagen en vergemakkelijkt de geleidelijke terugkeer naar marktgebaseerde mechanismen voor het vullen van de opslag. De bepalingen van de gewijzigde verordening (EU) 2017/1938 die voor deze beslissing van bijzonder belang zijn, luiden als volgt: Artikel 2.27): “vultraject”: een reeks indicatieve tussentijdse streefdoelen voor de ondergrondse gasopslaginstallaties van elke lidstaat, die het overeenkomstig artikel 6 bis, lid 7, vastgestelde vulplan van die lidstaat vertegenwoordigen;” Niet-vertrouwelijk 5/28 Artikel 6 bis: Vuldoelstellingen en vultrajecten “1. Met inachtneming van de leden 2 tot en met 5 septies behalen de lidstaten op enig moment tussen 1 oktober en 1 december van elk jaar de volgende vuldoelstellingen voor de totale capaciteit van alle ondergrondse gasopslaginstallaties die zich op hun grondgebied bevinden en rechtstreeks verbonden zijn met een afzetgebied op hun grondgebied en voor de in bijlage I ter vermelde opslaginstallaties::
  1. a)voor 2022: 80 %;
  2. b)met ingang van 2023: 90 %. Voor de naleving van dit lid houden de lidstaten rekening met de doelstelling om de gasleveringszekerheid in de Unie veilig te stellen overeenkomstig artikel 1. (…) 5. Een lidstaat kan gedeeltelijk de vuldoelstelling behalen door het fysiek opgeslagen LNG dat beschikbaar is in zijn LNG-installaties mee te tellen als aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
  3. a)het gassysteem omvat aanzienlijke capaciteit voor LNG-opslag, die jaarlijks meer dan 4 % van het gemiddelde nationale verbruik over de voorgaande vijf jaar vertegenwoordigt;
  4. b)de lidstaat heeft de gasleveranciers overeenkomstig artikel 6 ter, lid 1, punt a), verplicht om minimumvolumes gas in ondergrondse gasopslaginstallaties en/of LNG-installaties op te slaan. (…) 6. Om de vuldoelstelling te halen, streven de lidstaten ernaar het overeenkomstig lid 7 vastgestelde vultraject te volgen; 7. Voor 2023 en de daaropvolgende jaren dient elke lidstaat met ondergrondse gasopslaginstallaties uiterlijk op 15 september van het voorgaande jaar bij de Commissie in geaggregeerde vorm een vultraject in met tussentijdse streefdoelen voor februari, mei, juli en september, met inbegrip van technische informatie, voor de ondergrondse gasopslaginstallaties op zijn grondgebied die een rechtstreekse interconnectie met zijn afzetgebied hebben. Het vultraject en de tussentijdse streefdoelen worden gebaseerd op het gemiddelde vulniveau gedurende de vijf voorgaande jaren. Voor lidstaten waarvoor de vuldoelstelling op grond van lid 2 verlaagd is tot 35 % van hun gemiddeld jaarlijks gasverbruik, worden de tussentijdse streefdoelen van het vultraject dienovereenkomstig verlaagd. De Commissie stelt de GCG zonder onnodige vertraging in kennis van de door de lidstaten ingediende geaggregeerde vultrajecten. 8. Elke lidstaat neemt alle nodige maatregelen overeenkomstig artikel 6 ter om de vuldoelstelling te halen. Indien een lidstaat in een bepaald jaar zijn vuldoelstelling niet haalt, neemt hij doeltreffende maatregelen om de leveringszekerheid te waarborgen, waarbij rekening wordt gehouden met het prijseffect op de gasmarkt. Indien een lidstaat de vuldoelstelling niet haalt, stelt hij de Commissie en de GCG daarvan onverwijld in kennis, met opgave van de redenen voor het niet-halen van de vuldoelstelling en de genomen maatregelen. (…) Niet-vertrouwelijk 6/28 10. De bevoegde instantie van elke lidstaat kan overeenkomstig artikel 6 ter alle nodige maatregelen nemen om het vultraject na te leven, waaronder de invoering van bindende tussentijdse streefdoelen op nationaal niveau. Zij monitort het volgen van het vultraject voortdurend en brengt daarover regelmatig verslag uit aan de GCG. De Commissie informeert de GCG regelmatig over de mate waarin elke lidstaat het indicatieve traject naleeft. 11. In het geval van een substantiële en aanhoudende afwijking van het vultraject door een lidstaat, die het behalen van de vuldoelstelling in het gedrang brengt, of in het geval van een afwijking van de vuldoelstelling die niet is toegestaan op grond van leden 5 bis tot en met 5 sexies, richt de Commissie, indien passend, na raadpleging van de GCG en de betrokken lidstaat, een aanbeveling tot die lidstaat of tot de andere betrokken lidstaten met betrekking tot maatregelen die moeten worden genomen om die afwijking weg te nemen of om het effect op de leveringszekerheid tot een minimum te beperken, rekening houdend met onder andere mogelijk moeilijke of ongunstige marktomstandigheden alsook de specifieke omstandigheden in de lidstaten, zoals de technische kenmerken en de capaciteit van de ondergrondse gasopslaginstallaties in verhouding tot het binnenlandse gasverbruik, het afnemende belang van de ondergrondse opslaginstallaties voor laagcalorisch gas voor de gasleveringszekerheid en bestaande LNG-opslagcapaciteit.” Artikel 6 ter Verwezenlijking van de vuldoelstellingen “1. De lidstaten nemen alle noodzakelijke maatregelen, met inbegrip van financiële stimulansen of compensatie voor marktdeelnemers, om de op grond van artikel 6 bis bepaalde vuldoelstellingen te behalen. Wanneer zij ervoor zorgen dat de vuldoelstellingen worden behaald, geven de lidstaten, waar mogelijk, voorrang aan marktgebaseerde maatregelen. Voor zover een van de in dit artikel bepaalde maatregelen op grond van artikel 41 van Richtlijn 2009/73/EG taken en bevoegdheden van de nationale regulerende instantie betreffen, zijn de nationale regulerende instanties verantwoordelijk voor het nemen van die maatregelen. De op grond van dit lid genomen maatregelen kunnen met name omvatten:
  5. a)van gasleveranciers vereisen dat zij minimumvolumes gas opslaan in opslaginstallaties, met inbegrip van ondergrondse gasopslaginstallaties en/of van LNG-opslaginstallaties, waarbij die volumes dienen te worden bepaald op basis van de hoeveelheid gas die door de gasleveranciers aan beschermde afnemers wordt geleverd;
  6. b)van opslagsysteembeheerders vereisen dat ze hun capaciteiten aan marktdeelnemers aanbieden;
  7. c)van transmissiesysteembeheerders of door de lidstaten aangewezen entiteiten vereisen dat ze balanceringsvoorraden aankopen en beheren, uitsluitend voor de uitvoering van hun taken als transmissiesysteembeheerder en waar nodig een verplichting opleggen aan een andere aangewezen entiteit met het oog op veiligstelling van de gasleveringszekerheid in een noodsituatie als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt c);
  8. d)gebruikmaken van met andere lidstaten gecoördineerde instrumenten, zoals platformen voor de aankoop van LNG, teneinde het gebruik van LNG voor het vullen van opslaginstallaties te maximaliseren en de infrastructuur- en regelgevingsbelemmeringen voor het gedeelde gebruik van LNG voor het vullen van ondergrondse gasopslaginstallaties te verminderen;
  9. e)gebruikmaken van een vrijwillig mechanisme voor de gezamenlijke aankoop van aardgas, betreffende de toepassing waarvan de Commissie, indien nodig, uiterlijk op 1 augustus 2022 richtsnoeren kan uitvaardigen; Niet-vertrouwelijk 7/28
  10. f)verstrekken van financiële stimulansen voor marktdeelnemers, waaronder opslagsysteembeheerders, zoals contracten ter verrekening van verschillen, of compensatie aan marktdeelnemers voor inkomstenderving of voor kosten die voortvloeien uit aan marktdeelnemers, waaronder opslagsysteembeheerders, opgelegde verplichtingen en die niet door inkomsten kunnen worden gedekt;
  11. g)van houders van opslagcapaciteit vereisen dat ze geboekte maar niet gebruikte capaciteit ofwel gebruiken, ofwel vrijgeven, waarbij de houder van opslagcapaciteit die niet wordt gebruikt, verplicht blijft de overeengekomen prijs te betalen voor de gehele looptijd van het opslagcontract;
  12. h)vaststellen van doeltreffende instrumenten voor de aankoop en het beheer van strategische opslag door publieke of private entiteiten, op voorwaarde dat dergelijke instrumenten niet leiden tot verstoring van de mededinging of de goede werking van de interne markt;
  13. i)aanwijzen van een specifieke entiteit die belast wordt met het behalen van de vuldoelstelling ingeval de vuldoelstelling anders niet zou worden behaald;
  14. j)kortingen te geven op de opslagtarieven;
  15. k)innen van de inkomsten die nodig zijn om de kapitaal- en operationele uitgaven in verband met gereguleerde opslaginstallaties terug te vorderen in de vorm van opslagtarieven en als een specifiek in de transmissietarieven opgenomen heffing, die uitsluitend wordt geïnd van exitpunten naar eindafnemers in dezelfde lidstaten, mits de inkomsten die via tarieven worden geïnd niet hoger zijn dan de toegestane inkomsten. 2. De door de lidstaten op grond van lid 1 van dit artikel genomen maatregelen worden beperkt tot wat nodig is om waar nodig de vultrajecten uit te voeren en de vuldoelstellingen te halen. Alle op grond van artikel 6 bis, leden 8 en 10, genomen maatregelen worden duidelijk omschreven en zijn transparant, evenredig, niet-discriminerend en controleerbaar. Zij verstoren niet onrechtmatig de mededinging of de goede werking van de interne gasmarkt of brengen de gasleveringszekerheid in andere lidstaten of in de Unie niet in gevaar. De lidstaten stellen de Commissie en de GCG onverwijld in kennis van die maatregelen. 3. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om het gebruik van de bestaande infrastructuur op nationaal en regionaal niveau te waarborgen, teneinde de gasleveringszekerheid op doelmatige wijze te bevorderen. Die maatregelen blokkeren of beperken in geen geval het grensoverschrijdende gebruik van opslaginstallaties of LNGinstallaties en leiden niet tot beperking van de overeenkomstig Verordening (EU) 2017/459 van de Commissie toegewezen grensoverschrijdende transmissiecapaciteit. 4. De lidstaten passen bij het nemen van maatregelen op grond van dit artikel het “energieefficiëntie eerst”-beginsel toe en blijven de doelstellingen van hun respectieve maatregelen verwezenlijken overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad.” Artikel 6 quinquies Monitoring en handhaving “1. De opslagsysteembeheerders melden het vulniveau, zoals vastgesteld op grond van artikel 6 bis, aan de bevoegde instantie in elke lidstaat waar de betrokken ondergrondse gasopslaginstallaties zich bevinden en, indien van toepassing, aan een door die lidstaat aangewezen entiteit (de “aangewezen entiteit”). 2. De bevoegde instantie en, indien van toepassing, de aangewezen entiteit van elke lidstaat, monitoren het vulniveau van de ondergrondse gasopslaginstallaties op hun grondgebied aan het einde van elke maand en delen de resultaten zonder onnodige vertraging aan de Commissie mee. De bevoegde instantie voegt daar informatie aan toe over het aandeel gas van oorsprong uit Rusland dat in die lidstaat wordt opgeslagen als deel van de werkcapaciteit van opslaginstallaties, indien dergelijke informatie beschikbaar is. Niet-vertrouwelijk 8/28 De Commissie kan het Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) indien passend ook verzoeken bijstand te verlenen bij dergelijke monitoring. (…) 4. De GCG helpt de Commissie bij het monitoren van de vultrajecten en de vuldoelstellingen en ontwikkelt richtsnoeren voor de Commissie over passende maatregelen om te zorgen voor een betere afstemming in het geval dat de lidstaten afwijken van de vultrajecten die de verwezenlijking van de vuldoelstelling in gevaar brengen, of om ervoor te zorgen dat de vuldoelstelling wordt gehaald. Indien passend kan de Commissie maatregelen vaststellen om effectiever gebruik te maken van de mogelijkheden die worden geboden door het bij Verordening (EU) 2022/2576 van de Raad (*1) ingestelde mechanisme voor vraagbundeling en gezamenlijke aankoopmechanismen. 5. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de vuldoelstelling te behalen, en om marktdeelnemers die de vuldoelstelling moeten behalen, te verplichten aan de opslagverplichtingen te voldoen, onder meer door hen voldoende afschrikkende sancties en boeten op te leggen. Dat doet geen afbreuk aan de rol van de Commissie om de juiste toepassing van deze verordening te monitoren en daarvoor te zorgen, onder meer door bijstand te bieden of richtsnoeren te verstrekken aan de lidstaten bij hun inspanningen om uitvoering te geven aan dit lid. (…)”. 1.1.2. Richtlijn (EU) 2024/1788 en verordening (EU) 2024/1789 Met toepassing van richtlijn (EU) 2024/1788 kunnen de lidstaten, met het oog op de organisatie van de toegang tot opslaginstallaties en leidingbuffer, wanneer dit technisch en/of economisch noodzakelijk is voor een efficiënte toegang tot het systeem voor de levering aan afnemers, alsmede met het oog op de organisatie van de toegang tot ondersteunende diensten, de toegang hiertoe hetzij via onderhandelingen, hetzij gereguleerd, organiseren. Voor beide procedures moeten objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria worden gehanteerd. België heeft gekozen voor een gereguleerde toegang tot opslaginstallaties. Voor onderhavige beslissing zijn in het bijzonder van toepassing: Artikel 33.4 van de richtlijn (EU) 2024/1788: Toegang tot opslag van aardgas “Bij gereguleerde toegang nemen de regulerende instanties de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat aardgasbedrijven en in aanmerking komende afnemers binnen en buiten het door het stelsel van systemen bestreken grondgebied een recht van toegang tot opslaginstallaties, leidingbuffer en andere ondersteunende diensten krijgen op basis van gepubliceerde tarieven of andere voorwaarden en verplichtingen voor het gebruik van die opslaginstallaties en leidingbuffer, wanneer dit technisch of economisch noodzakelijk is voor een efficiënte toegang tot het systeem, alsmede met het oog op de organisatie van de toegang tot andere ondersteunende diensten. De regulerende instanties raadplegen de systeemgebruikers bij het opstellen van de tarieven of de methoden voor de berekening hiervan. Dit recht van toegang voor in aanmerking komende afnemers kan worden verleend door hen in staat te stellen leveringscontracten te sluiten met andere concurrerende bedrijven dan de eigenaar of beheerder van het systeem of een verwant bedrijf.” Artikel 8 van de verordening (EU) 2024/1789: Derdentoegangsdiensten bij aardgasopslaginstallaties, waterstofterminals, lng-installaties en waterstofopslaginstallaties Niet-vertrouwelijk 9/28 “1. Lng-systeembeheerders, waterstofterminalbeheerders, waterstofopslagbeheerders en aardgasopslagsysteembeheerders
  16. a)bieden op niet-discriminerende basis aan alle netgebruikers diensten aan die aan de marktbehoefte voldoen. Met name wanneer een lng-systeembeheerder, een waterstofterminalbeheerder, een waterstofopslagbeheerder of een aardgasopslagsysteembeheerder dezelfde dienst aan meerdere afnemers aanbiedt, geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden;
  17. b)bieden diensten aan die aansluiten bij het gebruik van onderling verbonden aardgas- en waterstoftransportsystemen en de toegang vergemakkelijken door samenwerking met de transmissiesysteembeheerder of de waterstofnetbeheerder, en
  18. c)publiceren relevante informatie, en met name gegevens over het gebruik en de beschikbaarheid van diensten, binnen een tijdskader dat verenigbaar is met redelijke commerciële behoeften van gebruikers van lng-installaties, aardgasopslaginstallaties, waterstofterminals of waterstofopslaginstallaties en onder toezicht van de regulerende instantie. 2. Aardgasopslagsysteembeheerders en waterstofopslagbeheerders
  19. a)bieden zowel vaste als afschakelbare derdentoegangsdiensten aan; de prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling;
  20. b)bieden opslaginstallatiegebruikers zowel lange- als kortetermijndiensten aan;
  21. c)bieden opslaginstallatiegebruikers zowel gebundelde als ontvlochten diensten aan die verband houden met opslagcapaciteit. (…). 4. Lng- en aardgasopslaginstallatiecontracten en waterstofopslaginstallatie- en waterstofterminalcontracten leiden niet tot willekeurig hogere tarieven wanneer ze gesloten worden
  22. a)buiten een gasjaar met niet-standaardaanvangsdata, of
  23. b)met een kortere duur dan een standaardcontract op jaarbasis. 5. Zo nodig kunnen derdentoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen als dusdanig geen oneerlijke marktbelemmering vormen en zijn niet-discriminerend, transparant en evenredig. 6. Contractuele grenzen met betrekking tot de vereiste minimumomvang van lng-installatieof waterstofterminalcapaciteit en aardgas- of waterstofopslagcapaciteit berusten op technische beperkingen en vormen voor kleinere opslaggebruikers geen belemmering om toegang te verkrijgen tot opslagdiensten.” Artikel 11 van de verordening 2024/1789: Beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer bij aardgasopslaginstallaties, waterstofterminals, waterstofopslaginstallaties en lng-installaties “1. Marktdeelnemers krijgen de beschikking over de maximale capaciteit voor een aardgasopslaginstallatie, lng-installatie, waterstofopslaginstallatie of waterstofterminal met inachtneming van de systeemintegriteit en exploitatie. 2. Lng-systeembeheerders, waterstofopslagbeheerders, waterstofterminalbeheerders en aardgasopslagsysteembeheerders implementeren en publiceren niet-discriminerende en transparante mechanismen voor capaciteitsallocatie welke Niet-vertrouwelijk 10/28
  24. a)passende economische signalen geven voor een efficiënt en maximaal gebruik van de capaciteit en investeringen in nieuwe infrastructuur vergemakkelijken;
  25. b)zorgen voor compatibiliteit met de marktmechanismen, met inbegrip van spotmarkten en trading hubs, en tevens flexibel zijn en in staat zijn zich aan veranderende marktomstandigheden aan te passen, en
  26. c)compatibel zijn met de toegangssystemen van de netten die met de lng-opslagsystemen verbonden zijn. 3. Contracten voor lng-terminals, waterstofterminals en waterstof- en aardgasopslaginstallaties bevatten mechanismen om het hamsteren van capaciteit te voorkomen, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende, in geval van contractuele congestie geldende beginselen:
  27. a)de systeembeheerder biedt ongebruikte capaciteit zonder uitstel op de primaire markt aan en biedt die capaciteit, voor aardgasopslaginstallaties, ten minste op “day-ahead”-basis en afschakelbaar aan;
  28. b)gebruikers kunnen hun gecontracteerde capaciteit op de secundaire markt doorverkopen;
  29. c)uiterlijk op 5 februari 2026 waarborgen lng-systeembeheerders, waterstofterminalbeheerders, waterstofopslagbeheerders en aardgasopslagsysteembeheerders, individueel of samen met andere soortgelijke beheerders, dat er een transparant en niet-discriminerend boekingsplatform beschikbaar is voor gebruikers van lng-installaties, waterstofterminals, waterstofopslaginstallaties en aardgasopslaginstallaties, waarmee deze gebruikers hun gecontracteerde capaciteit op grond van punt
  30. b)op de secundaire markt kunnen doorverkopen.” Artikel 12 van de verordening 2024/1789: Verhandeling van capaciteitsrechten “Elke transmissiesysteembeheerder, aardgasopslagsysteembeheerder, lngsysteembeheerder, waterstoftransmissienetbeheerder, waterstofterminalbeheerder en waterstofopslagbeheerder onderneemt redelijke stappen om mogelijk te maken en te bevorderen dat capaciteitsrechten vrij verhandelbaar zijn op een transparante en nietdiscriminerende wijze. Ieder van deze beheerders werkt geharmoniseerde contracten en procedures voor transport, lng-installaties, waterstofterminals, aardgasopslaginstallaties en waterstofopslaginstallaties op de primaire markt uit om de secundaire handel in capaciteit te bevorderen en erkent de overdracht van primaire capaciteitsrechten voor zover daarvan door systeemgebruikers kennisgeving is gedaan. Van deze contracten en procedures wordt aan de regulerende instantie kennisgeving gedaan.” Artikel 28 van de verordening (EU) 2024/1789: Regulerende instanties “Bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden uit hoofde van deze verordening zorgen de regulerende instanties ervoor dat deze verordening, de netcodes (…) in acht worden genomen (…)” Niet-vertrouwelijk 11/28 Artikel 34 van de verordening (EU) 2024/1789: Transparantievereisten voor aardgasopslaginstallaties, waterstofopslaginstallaties, lng-installaties en waterstofterminals “1. De lng-systeembeheerders, aardgasopslagsysteembeheerders, waterstofterminalbeheerders en waterstofopslagbeheerders publiceren gedetailleerde informatie over de diensten die zij aanbieden en de toegepaste relevante voorwaarden, alsook de technische informatie die nodig is opdat de gebruikers van lng-installaties, aardgasopslaginstallaties, waterstofopslaginstallaties en waterstofterminals effectieve toegang verkrijgen tot de lnginstallaties, aardgasopslaginstallaties, waterstofopslaginstallaties en waterstofterminals. De regulerende instanties kunnen die beheerders verzoeken bijkomende relevante informatie voor systeemgebruikers te publiceren. (…) 3. Met betrekking tot de aangeboden diensten publiceren lng-systeembeheerders aardgasopslagsysteembeheerders, waterstofterminalbeheerders en waterstofopslagbeheerders regelmatig, voortschrijdend en op een gebruikersvriendelijke gestandaardiseerde wijze numerieke informatie over gecontracteerde en beschikbare lnginstallatiecapaciteit, aardgasopslaginstallatiecapaciteit, waterstofopslaginstallatiecapaciteit en waterstofterminalcapaciteit. 4. Lng-systeembeheerders, aardgasopslagsysteembeheerders, waterstofterminalbeheerders en waterstofopslagbeheerders maken de bij deze verordening vereiste informatie bekend op een zinvolle, kwantificeerbare, gemakkelijk toegankelijke en nietdiscriminerende wijze. 5. Lng-systeembeheerders, aardgasopslagsysteembeheerders, waterstofterminalbeheerders en waterstofopslagbeheerders publiceren de hoeveelheid aardgas of waterstof in elke lng-installatie, aardgasopslaginstallatie, waterstofopslaginstallatie en waterstofterminal, of — als dit overeenkomt met de manier waarop de systeemgebruikers toegang wordt verleend — groep van opslaginstallaties, de in- en uitstroom en de beschikbare lng-installatiecapaciteit, aardgasopslaginstallatiecapaciteit, waterstofopslaginstallatiecapaciteit, en waterstofterminalcapaciteit. Dit geldt ook voor de installaties die van derdentoegang vrijgesteld zijn. De informatie wordt ook verstrekt aan de transmissiesysteembeheerder of aan de waterstofnetbeheerder voor waterstofopslag en terminals, die deze in geaggregeerde vorm voor elk systeem of subsysteem op basis van de relevante punten publiceert. De informatie wordt ten minste dagelijks geactualiseerd.(…)” 1.2. BELGISCH RECHT 1.2.1. Gaswet Sinds de liberalisering van de energiemarkt heeft België gekozen voor een gereguleerde toegang tot de opslaginstallaties voor aardgas. De CREG werd aangeduid om hierover toezicht uit te oefenen alsmede de toegangsvoorwaarden ervan goed te keuren. Artikel 15/11, §§2 tot 4 van de gaswet bepaalt: “§ 2. De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas wijst de capaciteiten van deze opslaginstallatie toe aan de hand van transparante en niet-discriminerende criteria toe, en op basis van door de commissie goedgekeurde toewijzingsregels. Deze criteria houden rekening met de bepalingen van de gedragscode aanvaard in uitvoering van artikel 15/5undecies, en die van toepassing zijn voor de toewijzing op korte, middellange en lange termijn van de opslagcapaciteiten. Niet-vertrouwelijk 12/28 In het geval van een toewijzing van de opslagcapaciteiten door middel van openbare veilingen, kan de reserveprijs lager liggen dan de tarieven bedoeld in de artikelen 15/5 en 15/5bis. Het opgezette tariefmechanisme moet elke vorm van speculatie voorkomen. De derdetoegangsdiensten worden door de beheerder van de opslaginstallatie aan de opslaggebruiker aangeboden overeenkomstig artikel 15 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De beheerder van de opslaginstallatie respecteert eveneens de transparantievereisten zoals bepaald in artikel 19 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De mechanismen inzake capaciteitsallocatie en de procedures inzake congestiebeheer geschieden in respect van artikel 17 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De commissie keurt de toegangsvoorwaarden voor opslag goed en houdt toezicht op de toepassing ervan. § 3. In uitvoering van artikel 6 van Verordening (EU) 2017/1938, kan de Bevoegde Instantie in uitvoering van dit reglement de gasondernemingen die beschermde klanten in de zin van deze Verordening (EU) 2017/1938 bevoorraden, de verplichting opleggen om aan te tonen dat zij over voldoende en snel beschikbare volumes aardgas, waaronder aardgas opgeslagen in opslaginstallaties, beschikken om bovenvermelde klanten te bevoorraden; § 4. De gebruiker van een opslaginstallatie, die opslagcapaciteit gereserveerd heeft, dient capaciteiten en opgeslagen gasvolumes onmiddellijk en tijdelijk ter beschikking te stellen van de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas, in geval van onderbreking of verslechtering van de aardgaslevering op de Belgische markt hetgeen overeenkomt met een noodsituatie in de zin van artikel 11, lid 1, c), van Verordening (EU) 2017/1938 voor beschermde afnemers in de zin van voornoemde verordening. In dergelijke noodsituaties, zijn de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas evenals de beheerder van het aardgasvervoersnet gehouden tot de openbare dienstverplichting om bij voorrang dit gas toe te wijzen aan de bevoorrading van de beschermde klanten, in de zin van de Verordening (EU) 2017/1938. De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas vergoedt de betrokken gebruikers van de opslaginstallatie voor de gebruikte hoeveelheid gas of geeft aan deze gebruikers een hoeveelheid gas terug die overeenkomt met de hoeveelheid die is gebruikt in de noodsituatie." 1.2.2. Gedragscode aardgas Met toepassing van artikel 15/5undecies, § 1, van de gaswet heeft de CREG bij beslissing (B)2411 van 31 augustus 2022 de gedragscode aardgas vastgesteld. De gedragscode is in werking getreden op de dag waarop ze op de website van de CREG werd gepubliceerd, namelijk op 20 september 2022 1. Artikel 40 van de gedragscode aardgas bepaalt dat: “Voor hun respectieve activiteiten van vervoer, opslag en LNG maken de beheerders een voorstel van vervoerscontract op dat na openbare raadpleging van de markt door de betrokken beheerder aan de CREG wordt voorgelegd voor goedkeuring. Teneinde dit voorstel van vervoerscontract of dit voorstel tot wijziging van het vervoerscontract te kunnen goedkeuren, kan de CREG een gemotiveerd wijzigingsverzoek richten tot de betrokken beheerder, die binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van het wijzigingsverzoek, een gewijzigd voorstel van vervoerscontract indient bij de CREG voor goedkeuring, zonder dat dit gewijzigd voorstel voorafgaand geraadpleegd moet worden. 1 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2411 Niet-vertrouwelijk 13/28 De beheerders kunnen te allen tijde een voorstel tot wijziging van hun vervoerscontract na openbare raadpleging van de markt bij de CREG indienen voor goedkeuring. Ook de CREG kan aan de beheerders vragen een voorstel tot wijziging van hun vervoerscontract op te stellen, dat zij na openbare raadpleging van de markt, bij de CREG indienen voor goedkeuring. Telkens wanneer de beheerders verplicht zijn een openbare raadpleging te organiseren wordt hiervan een gedetailleerd consultatierapport opgesteld dat samen met het voorstel bij de CREG wordt ingediend. De CREG kan ten alle tijde alle informatie bij de betrokken beheerder en/of de netgebruikers opvragen die zij nuttig acht voor het nemen van haar beslissing tot goedkeuring. De CREG beslist binnen een redelijke termijn en motiveert omstandig haar beslissing in geval van afkeuring of een wijzigingsverzoek. De aldus goedgekeurde vervoerscontracten alsook de latere wijzigingen treden in werking op datum vastgesteld door de CREG. De goedgekeurde vervoerscontracten alsook de latere wijzigingen worden door de beheerders op hun Website gepubliceerd.” Onder het begrip vervoerscontract wordt verstaan: “verzamelnaam van het standaard aardgasvervoerscontract, het standaard opslagcontract, het standaard LNG-contract en het toegangscontract Interconnector;” (Artikel 2, 30°, gedragscode aardgas). Artikel 42, §1, van de gedragscode aardgas bepaalt dat: “Voor hun respectieve activiteiten van vervoer, opslag en LNG maken de beheerders een voorstel van toegangsreglement op waarop dezelfde procedure bedoeld in artikel 40 van toepassing is.” Tot slot, bepaalt artikel 44 van de gedragscode aardgas dat: “Voor hun respectieve activiteiten van vervoer, LNG, opslag en netevenwicht stellen de beheerders en de gemeenschappelijke balancerings-onderneming respectievelijk een dienstenprogramma of een toegangsprogramma Interconnector, of een balanceringsprogramma op dat uitvoerig het vervoers-, opslag-, LNG- of balanceringsmodel beschrijft en waarop de procedure bedoeld in artikel 40 van toepassing is. Zij publiceren de goedgekeurde dienstenprogramma’s, toegangsprogramma Interconnector en balanceringsprogramma op hun Website.” Overeenkomstig de voorgenoemde artikelen 40, 42 en 44 van de gedragscode aardgas keurt de CREG het standaard opslagcontract (SSA), het toegangsreglement voor opslag (ACS) en het dienstenprogramma voor opslag (SP) goed. Overeenkomstig artikel 127, § 1, van de gedragscode aardgas wordt in het standaard opslagcontract naast algemene bepalingen en definities inhoudelijk op een gedetailleerde wijze opgenomen: 1) het voorwerp; 2) de voorwaarden waaraan de opslagdiensten geleverd worden; 3) de rechten en plichten verbonden aan de geleverde opslagdiensten; 4) de facturatie en betalingsmodaliteiten; 5) de financiële garanties en andere waarborgen; 6) de aansprakelijkheid van partijen; Niet-vertrouwelijk 14/28 7) de aardgaskwaliteitsspecificaties; 8) rechten en verplichtingen inzake het operationele beheer en het onderhoud van de opslaginstallaties; 9) noodsituaties, incidentenbeheer en overmacht; 10) verhandelbaarheid en overdracht van opslagdiensten; 11) de duur en opzeg van het standaard opslagcontract; 12) de duur, de opschorting, de opzeg en de beëindiging van de toegewezen opslagdiensten; 13) kennisgeving tussen partijen; 14) de informatie-uitwisseling en -verplichtingen tussen partijen en de vertrouwelijkheid van gegevens; 15) de geschillenregeling; 16) het toepasselijke recht. Overeenkomstig artikel 131 van de gedragscode aardgas bevat het toegangsreglement voor opslag naast de algemene bepalingen en definities ook operationele regels en procedures inzake: 1) het type-dienstenformulier; 2) het gebruik van de toegewezen opslagdiensten; 3) nominatie voor injectie en uitzending; 4) reducties en onderbrekingen van opslagdiensten; 5) de specificaties inzake aardgaskwaliteit en drukeisen; 6) de overschrijding van toegewezen capaciteiten; 7) injectie of uitzending van aardgas dat niet beantwoordt aan de specificaties inzake aardgaskwaliteit; 8) onderhoud van opslaginstallaties; 9) het testen en meten, met vermelding van de gemeten parameters en de nauwkeurigheidsgraad; 10) uitzend- en injectietesten; 11) de omschakeling van de operationele modus van de opslaginstallatie voor aardgas.. Tot slot, stelt artikel 132, van de gedragscode aardgas dat het dienstenprogramma voor opslag het opslagmodel uitvoerig beschrijft dat van toepassing is op de beheerder van de opslaginstallatie opgenomen moet worden. Niet-vertrouwelijk 15/28 1.3. GOEDKEURINGSCRITERIA 1.3.1. Algemeen Nergens wordt in de gaswet of in de gedragscode aardgas uitdrukkelijk bepaald hoe de CREG het SSA, ACS en SP dient goed te keuren, dan wel af te keuren. De goedkeuring houdt een verklaring in van een administratieve overheid dat de akte onderworpen aan deze goedkeuring, haar effecten kan wegdragen vermits wordt vastgesteld dat deze akte geen enkele rechtsregel schendt en niet indruist tegen het algemeen belang. Het komt derhalve aan de CREG toe een concrete invulling te geven aan deze beoordelingsbevoegdheid. Uit het geheel van Europese en nationale wettelijke bepalingen die de energiemarkt beheersen, blijkt dat de verschillende actoren (de lidstaten, de regulatoren, de netbeheerder, …) allen moeten ageren om volgend fundamenteel doel te bereiken: bijdragen aan de totstandkoming van een geïntegreerde interne aardgasmarkt, die terzelfdertijd concurrentieel, flexibel, efficiënt, betrouwbaar en zeker is, duurzaam vanuit milieuoogpunt en die rekening houdt met de belangen van de consument. Het nastreven van dit fundamenteel doel vertaalt zich in de verplichting (onder meer) voor lidstaten, regulatoren en netbeheerders om bij hun handelingen rekening te houden met: - de zekerheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet, - de opheffing van alle belemmeringen van de markt en obstakels voor toegang tot het vervoersnet voor nieuwkomers, - de kwaliteit van de openbare dienst, - de bescherming van de consument, - de energie-efficiëntie en de milieuaspecten. Daarbij moeten de markactoren onder meer: - de principes van proportionaliteit en niet-discriminatie toepassen, - de transparantie verzekeren, - waken over de naleving van de technische, juridische beperkingen alsook deze inzake betrouwbaarheid van het vervoersnet. De CREG moet derhalve nagaan of de ontwerpen van het SSA, ACS, SP: - de toegang tot het vervoersnet niet belemmeren; - de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet niet in gevaar brengen; - conform het algemeen belang zijn. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de ongelijkwaardige positie van de contractspartijen. Fluxys Belgium heeft, als exclusief beheerder van de opslaginstallatie een wettelijke monopoliepositie. De opslaginstallatie is voor de netgebruikers een essentiële infrastructuur waarvoor geen alternatief bestaat. Voor de uitoefening van hun activiteiten zijn zij genoodzaakt met Fluxys Belgium overeenkomsten te sluiten om toegang tot en het gebruik van de opslaginstallatie te hebben. Niet-vertrouwelijk 16/28 1.3.2. Recht van toegang tot de opslaginstallatie 1.3.2.1. Geen belemmering van de toegang Krachtens artikel 15/5 van de gaswet hebben afnemers en houders van leveringsvergunningen een recht van toegang tot elk netwerk voor het aardgasvervoer, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie. Het recht van toegang tot het net is een basisprincipe dat ruim dient te worden geïnterpreteerd. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet derhalve uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend geïnterpreteerd worden. De CREG meent dan ook dat het niet kan toegelaten worden dat de TSO op enige wijze het recht van toegang tot het net van afnemers en houders van leveringsvergunningen zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke contractvoorwaarden. 1.3.2.2. Veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet Eén van de taken van de TSO bestaat erin te zorgen voor een zeker, betrouwbaar en efficiënt vervoersnet. Bijzondere aandacht moet worden verleend aan de aspecten van energie-efficiëntie, de integratie van hernieuwbare energiebronnen en de milieuoverwegingen aangezien deze aangelegenheden een aanzienlijk belang hebben verworven in de Europese en nationale wetgeving de laatste jaren. 1.3.2.3. Conformiteit met het algemeen belang De vennootschap die het vervoersnet beheert, dient dit beheer waar te nemen in het algemeen belang, ten voordele van alle afnemers en alle en houders van leveringsvergunningen. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing van dit begrip verwijst de CREG naar alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving, het mededingingsrecht en de taalwetgeving, en de algemene verbintenissenrechtelijke regels waarvan de niet-naleving gesanctioneerd wordt door (ver)nietig(baar)heid of doordat strijdige bedingen als ongeschreven worden beschouwd. Hierbij dient te worden opgemerkt dat sommige van deze rechtsregels in de praktijk dezelfde eisen stellen aan de contracten, zoals bijvoorbeeld de vereiste van redelijke, billijke, evenwichtige en proportionele contractsbepalingen. A. De sectorspecifieke wetgeving: De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels van openbare orde. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de vervoersnetten en de gedragscode aardgas, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas betreffen (artikel 15/14, §2, van de gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2 van de gaswet). Dankzij de goedkeuringsbevoegdheid van de CREG voorzien in de gedragscode aardgas hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2 van de Niet-vertrouwelijk 17/28 gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de contracten weren en de beheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. Verder, stelt artikel 6 van de verordening (EU) 2024/1789 dat TSOs:
  31. a)bieden op niet-discriminerende basis capaciteit en diensten aan alle netgebruikers aan;
  32. b)bieden zowel vaste als afschakelbare capaciteit aan; de prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling;
  33. c)bieden de netgebruikers zowel lange- als kortetermijncapaciteit aan. Wanneer in verband met punt
  34. a)een TSO dezelfde dienst aan meerdere afnemers aanbiedt, geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden, met gebruikmaking van geharmoniseerde transportcontracten of een door de regulerende instantie volgens de procedure van artikel 78 of 79 van richtlijn (EU) 2024/1788 goedgekeurde gemeenschappelijke netcode. De verordening (EU) 2024/1789 (art. 6, lid 3) bepaalt ook dat transportcontracten met nietstandaardaanvangsdata of van een kortere duur dan een standaardtransportcontract van een jaar resulteren niet in willekeurig hogere of lagere tarieven die niet de marktwaarde van de dienst weerspiegelen overeenkomstig de in artikel 17, lid 1, van de verordening (EU) 2024/1789 vermelde beginselen. Tot slot en indien nodig kunnen derdentoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen geen oneerlijke marktbelemmering vormen en moeten niet-discriminerend, transparant en evenredig zijn (artikel 6, lid 5, van de verordening (EU) 2024/1789). Deze toegangsregels vinden rechtstreeks toepassing op het Belgisch intern recht en reguleren de toegang tot de aardgasvervoersinstallatie, waardoor deze regels ook van openbare orde zijn. Hetzelfde geldt voor de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer voorzien in artikel 10 en 11 van de verordening (EU) 2024/1789, alsmede de transparantievereisten voorzien in artikel 33 en 34 van de verordening (EU) 2024/1789 en de verhandeling van capaciteitsrechten bedoeld in artikel 12 van de verordening (EU) 2024/1789. B. Het mededingingsrecht: In het kader van de liberalisering van de gasmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in, en dit in het uiteindelijke belang van de particuliere consument en van de diverse concurrenten op de markt. Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een economische machtspositie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onbillijke voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang, strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot de vervoersnetten. De vrije toegang tot de vervoersnetten is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de gasmarkt. Er dient ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de algemene voorwaarden die de systeembeheerder voorstelt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van aardgas aan klanten, maar alle markten van de gassector betreft (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de trading van aardgas). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de systeembeheerder onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of Niet-vertrouwelijk 18/28 disproportionele algemene voorwaarden zou toepassen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. Artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht, evenals artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verbieden ondernemingen immers om misbruik te maken van hun machtspositie op de betrokken Belgische markt of op een wezenlijk deel ervan. De monopoliepositie die Fluxys Belgium heeft ingevolge de opdrachten die haar door toevertrouwd worden in het algemeen belang, samen met de bijzondere verantwoordelijkheid die overeenkomstig het mededingingsrecht rust op elke onderneming met een dominante of monopoliepositie, begrenzen de vrijheid van handel en nijverheid van Fluxys Belgium. Dit is des te meer het geval wanneer men hierbij ook artikel 15/7 van de gaswet (weigeren van recht van toegang) en van de artikelen 40, 42 en 44 van de gedragscode aardgas (goedkeuren STA, ACT en TP en de toepassing ervan controleren) in rekening brengt. Fluxys Belgium heeft een monopolie voor wat het beheer van de opslaginstallatie in België betreft. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een dominante positie2. De netgebruikers van Fluxys Belgium hebben geen ander alternatief dan zich tot Fluxys Belgium te richten voor de opslag van hun aardgas in België. Fluxys Belgium is bijgevolg een verplichte en onvermijdelijke medecontractant, waarmee zijn dominante positie op de Belgische markt wordt bevestigd. Het bestaan van een machtspositie is niet als dusdanig verboden. Het verbod is enkel gerechtvaardigd als de marktmacht die uit deze positie voortvloeit, de mededinging op significante en duurzame wijze aantast. Het misbruik van machtspositie kan verschillende courante vormen aannemen zoals het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden en de discriminatie tussen handelspartners door het toepassen van ongelijke voorwaarden voor gelijkwaardige prestaties. Het opnemen van clausules in de contracten die onbillijk zijn, namelijk clausules die de medecontractant van Fluxys Belgium niet zou hebben aanvaard onder normale mededingingsvoorwaarden, zijn ongeoorloofd en kunnen niet worden aanvaard. Dergelijke clausules dienen beschouwd te worden als zijnde misbruik van de dominante positie in hoofde van Fluxys Belgium. C. Algemene verbintenisrechtelijke regels: Het Burgerlijk Wetboek werd grondig hervormd en zal op termijn uit 10 boeken bestaan. De stand van zaken op datum van huidige beslissing en voor zover van belang voor het onderwerp van huidige beslissing, kan als volgt worden weergegeven: Boek 1: Algemene bepalingen: De wet van 28 april 2022 houdende boek 1 'Algemene bepalingen' van het Burgerlijk Wetboek werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 1 juli 2022. De wet is in werking getreden op 1 januari 2023. Artikel 3 van voormelde wet bepaalt: “De bepalingen van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op alle rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet. Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, zijn die niet van toepassing en blijven de vorige regels van toepassing: 1° op de toekomstige gevolgen van rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet; 2 HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-01979. Niet-vertrouwelijk 19/28 2° in afwijking van het eerste lid, op rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet die betrekking hebben op een verbintenis ontstaan uit een rechtshandeling of rechtsfeit dat heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet.” Boek 5: Verbintenissen: De wet van 28 april 2022 houdende invoeging van boek 5 'Verbintenissen' van het Burgerlijk Wetboek werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 1 juli 2022. De wet is in werking getreden op 1 januari 2023. Artikel 64 van voormelde wet bepaalt: “De bepalingen van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op alle rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet. Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, zijn die bepalingen niet van toepassing en blijven de vorige regels van toepassing: 1° op de toekomstige gevolgen van rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet; 2° in afwijking van het eerste lid, op rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet die betrekking hebben op een verbintenis ontstaan uit een rechtshandeling of rechtsfeit dat heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet.” Boek 6: Buitencontractuele aansprakelijkheid: De wet van 7 februari 2024 houdende boek 6 ‘Buitencontractuele aansprakelijkheid’ van het Burgerlijk Wetboek werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 1 juli 2024. De wet treedt in werking op 1 januari 2025. Boek 7: Bijzondere overeenkomsten: De Commissie voor de hervorming van het bijzondere overeenkomstenrecht zet haar werkzaamheden verder. Boek 8: Bewijs: De wet van 13 april 2019 tot invoering van het (nieuwe) Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van boek 8 'Bewijs' in dat Wetboek werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 14 mei 2019 en is op 1 november 2020 in werking getreden. Boek 9: Zekerheden: De wet van 5 juni 2025 houdende titel 1 'Persoonlijke zekerheden' van boek 9 'Zekerheden' van het Burgerlijk Wetboek werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 11 juli 2025. De wet treedt in werking op 1 januari 2026. Boek 10: Verjaring: De Commissie voor de hervorming van het verjaringsrecht zet haar werkzaamheden verder. Een aantal bepalingen uit het Boek 5 over verbintenissen zijn bijzonder vermeldenswaard in de context van huidige beslissing. i. Definitie van “toetredingscontract” Artikel 5.10 “Toetredingscontract” “toetredingscontract” als volgt: van het Burgerlijk Wetboek definieert het begrip “Een contract is een toetredingscontract wanneer het vooraf en eenzijdig is opgesteld door een partij en er niet over onderhandeld kan worden. Het feit dat over sommige bedingen van het contract kan worden onderhandeld, sluit de toepassing van dit artikel op de rest van het contract niet uit, indien de globale beoordeling leidt tot de conclusie dat het niettemin gaat om een toetredingscontract.” ii. Gemeenrechtelijk verbod van kennelijk onevenwichtige bedingen Artikel 5.52 “Onrechtmatige bedingen” van het Burgerlijk Wetboek luidt als volgt: Niet-vertrouwelijk 20/28 “Elk beding waarover niet kan worden onderhandeld en dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen is onrechtmatig en wordt voor niet geschreven gehouden. Bij de beoordeling van het kennelijk onevenwicht wordt rekening gehouden met alle omstandigheden rond het sluiten van het contract. Het eerste lid is noch van toepassing op de bepaling van de hoofdprestaties van het contract, noch op de gelijkwaardigheid van deze hoofdprestaties.” iii. Schadebeding Artikel 5.88. “Schadebeding” van het Burgerlijk Wetboek bepaalt het volgende daarover: “§ 1. De partijen kunnen vooraf overeenkomen dat in geval van toerekenbare niet-nakoming, de schuldenaar als vergoeding gehouden is tot de betaling van een forfaitair bedrag of tot het leveren van een bepaalde prestatie. In dit geval kan aan de andere partij geen grotere, noch kleinere vergoeding worden toegekend. § 2. Niettemin matigt de rechter, ambtshalve of op verzoek van de schuldenaar, het schadebeding als het kennelijk onredelijk is, waarbij hij rekening houdt met de schade en alle andere omstandigheden, in het bijzonder met de rechtmatige belangen van de schuldeiser. Bij matiging kan de rechter de schuldenaar niet veroordelen tot een vergoeding die lager is dan een redelijk bedrag of een redelijke prestatie. § 3. Wanneer interest is bedongen voor vertraging in de betaling van een geldsom, is paragraaf 2, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Bij matiging kan de rechter de schuldenaar niet veroordelen tot een interest die lager is dan de wettelijke interest. § 4. Wanneer zij opgenomen zijn in de algemene voorwaarden van een toetredingscontract en betrekking hebben op de niet-nakoming van een geldschuld, kan de Koning bij koninklijk besluit, overlegd in Ministerraad, in afwijking van de tweede en derde paragraaf, het maximum bedrag van het schadebeding en de maximale moratoire intrest vastleggen. Hij houdt hierbij rekening met het bedrag van de verbintenis tot betaling van een geldsom, met de soort overeenkomst en de sector van de betrokken activiteiten. Afwijkende bedingen worden voor niet-geschreven gehouden in de mate dat zij het toegelaten maximum overschrijden. § 5. Indien de verbintenis gedeeltelijk is uitgevoerd, herleidt de rechter naar evenredigheid het schadebeding dat betrekking heeft op de volledige niet-nakoming door de schuldenaar. § 6. Indien het schadebeding betrekking heeft op een onredelijk gering bedrag of geringe prestatie, rekening houdend met de schade en alle andere omstandigheden, in het bijzonder de rechtmatige belangen van de schuldeiser, is artikel 5.89 van overeenkomstige toepassing. § 7. Ieder beding dat strijdig is met de bepalingen van paragrafen 2, 3 of 5 wordt voor niet-geschreven gehouden.” iv. Bevrijdingsbedingen Artikel 5.89. “Bevrijdingsbeding” van het Burgerlijk Wetboek bepaalt het volgende: “§ 1. Tenzij de wet anders bepaalt, mogen de partijen een beding overeenkomen dat de schuldenaar volledig of gedeeltelijk bevrijdt van zijn contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid. Het beding kan de schuldenaar bevrijden van zijn zware fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan. Een dergelijke bevrijding wordt niet vermoed. Worden evenwel voor niet-geschreven gehouden de bedingen die de schuldenaar bevrijden: Niet-vertrouwelijk 21/28 1° van zijn opzettelijke fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan; of 2° van zijn fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan, wanneer die fout het leven of de fysieke integriteit van een persoon aantast. Het beding dat het contract uitholt, wordt eveneens voor niet-geschreven gehouden. § 2. […]” D. Wetboek van economisch recht: Een wet van 4 april 2019 voert drie pakketten maatregelen in die belangrijke wijzigingen in de zakelijke relaties (B2B) in het Wetboek van Economisch Recht met zich meebrengen. De eerste set heeft betrekking op de transparantie en de interpretatie van clausules in B2B-contracten alsook de (on)rechtmatigheid van contractuele clausules in B2B-relaties. De tweede set verbiedt een nieuwe restrictieve mededingingspraktijk, namelijk misbruik van economische afhankelijkheid. Tot slot, de derde set van regels onderscheidt een aantal categorieën van oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen. De volgende bepalingen van titel 3/1 van Boek VI van het herziene Wetboek van Economisch Recht worden in het kader van deze beslissing als relevant beschouwd: “Art. VI.91/2. Indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, moeten ze duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. Een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden.” “Art. VI.91/3. § 1. Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig. § 2. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding. De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd.” “Art. VI.91/4. Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken : 1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil; 2° de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren; 3° in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming; Niet-vertrouwelijk 22/28 4° op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst.” “Art. VI.91/5. Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken : 1° de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen; 2° een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 3° zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust; 4° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen; 5° onverminderd artikelen 5.90 tot 5.96, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 6° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken; 7° de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen te beperken; 8° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden.” “Art. VI.91/6. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan.” De wetgever heeft er dus voor gekozen om contracten gesloten tussen ondernemingen aan een reeks van nieuwe open normen te onderwerpen, die de ondernemings- en contractvrijheid beperken. Voortaan zijn bedingen in ondernemingscontracten onrechtmatig en nietig indien ze een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van partijen scheppen. 1.3.3. Wetten op het taalgebruik De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken is van toepassing op de belangrijkste voorwaarden. Niet-vertrouwelijk 23/28 2. ANTECEDENTEN In haar beslissing (B)111124-CDC-1127 van 24 november 2011 heeft de CREG het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag van Fluxys Belgium, ingediend bij de CREG op 8 november 2011 en het bijhorende erratum ingediend op 21 november 2011, goedgekeurd. In haar beslissing (B)120920-CDC-1194 van 20 september 2012 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van de herziene bijlage H2 Elektronisch Data Platform van het Toegangsreglement voor Opslag van Fluxys Belgium, ingediend op 10 juli 2012 onder de vorm van twee documenten, met name de begeleidende brief en de herziene bijlage H2 Elektronisch Data Platform die deel uitmaakt van de belangrijkste voorwaarden voor opslag, goedgekeurd. In haar beslissing (B)130221-CDC-1232 van 21 februari 2013 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van aanpassing van het toegangsreglement voor opslag (corpus en bijlagen B, C1, C2, H1, H2), het dienstenprogramma voor opslag en het standaard opslagcontract (corpus en bijlage 3) van Fluxys Belgium, ingediend op 24 januari 2013, goedgekeurd. In haar beslissing (B)140528-CDC-1335 van 28 mei 2014 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1, H1 en H2 van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde dienstenprogramma voor opslag en het aangepaste glossarium van definities van Fluxys Belgium, ingediend op 11 april 2014, goedgekeurd. In haar beslissing (B)2258 van 16 juli 2021 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van het gewijzigde standaard opslagcontract, het aangepaste glossarium van definities en van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1, F, G en H1 van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde dienstenprogramma voor opslag van Fluxys Belgium, ingediend op 11 juni 2021, goedgekeurd. In haar beslissing (B)2470 van 27 oktober 2022 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van het gewijzigde standaard opslagcontract, het aangepaste glossarium van definities en van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1 en F van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde dienstenprogramma voor opslag van Fluxys Belgium, ingediend op 30 september 2022, goedgekeurd. In haar beslissing (B)2682 van 7 december 2023 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van het gewijzigde standaard opslagcontract, het aangepaste glossarium van definities en van de gewijzigde bijlagen B, D1 en H1 van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde dienstenprogramma voor opslag van Fluxys Belgium, ingediend op 24 oktober 2023, goedgekeurd. In haar beslissing (B)3194 van 19 maart 2026 heeft de CREG de aanvraag van de NV Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het standaard opslagcontract, met inbegrip van bijlage 3, de bijlagen B, D1 en F van het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag goedgekeurd die op 6 maart 2026 was ingediend. Niet-vertrouwelijk 24/28 2.1. MARKTRAADPLEGING Betreffende de aan de CREG ter goedkeuring voorgelegde wijzigingen van bijlage C1 van het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag, heeft Fluxys Belgium de marktpartijen via een formele marktbevraging uitgenodigd om hun opmerkingen hieromtrent mee te delen. Fluxys Belgium lanceerde deze marktbevraging door de voorgestelde documenten te publiceren op haar website op de gebruikelijke plaats voor dergelijke consultaties, ondersteund door een aankondiging op zijn homepage en aansluitend daarbij via een rechtstreekse e-mail naar alle betrokken marktdeelnemers en betrokken professionele verenigingen. Tijdens de periode van 24 april 2026 tot en met 8 mei 2026 werden belanghebbenden uitgenodigd om hun opmerkingen schriftelijk in te dienen en, indien nodig, bijkomende informatie te verkrijgen via bilaterale contacten met Fluxys Belgium. De CREG stelt vast dat door het organiseren van deze raadpleging, Fluxys Belgium voldoet aan de dienaangaande bepalingen van het huishoudelijk reglement van de directie van de CREG3. Het consultatierapport nummer 73 werd door Fluxys Belgium opgesteld en aan de CREG meegedeeld op 11 mei 2026. Het wordt in bijlage toegevoegd aan deze beslissing (bijlage 2). Geen enkele stakeholder heeft op de openbare raadpleging gereageerd. Rekening houdend met wat voorafgaat, is de CREG van oordeel dat zij met toepassing van artikel 40, § 1, 2°, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG, geen raadpleging moet organiseren over huidige beslissing aangezien over de wijzigingen van bijlage C1 van het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag een openbare raadpleging werd gehouden, en dit gedurende een voldoende lange periode zodat de markt tijd heeft gehad om te reageren. 3. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL Hierna wordt nagegaan of de wijzigingen die door Fluxys Belgium voorgesteld worden voor bijlage C1 van het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag, ingediend bij de CREG op 11 mei 2026, redelijk, billijk, evenwichtig en proportioneel zijn en dus overeenstemmen met het algemeen belang. Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van het voorstel. Het ontbreken van opmerkingen over een bepaald punt van het voorstel betekent dat de CREG er zich vandaag niet tegen verzet, maar houdt geenszins een voorafgaande goedkeuring van dit punt in indien het opnieuw op identieke wijze wordt ingediend op een later tijdstip voor dezelfde activiteit. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van het voorstel betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht voor om deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. Waar nodig houdt de CREG rekening met het bijzonder karakter van de voorgestelde wijzigingen en geeft zij puntsgewijze commentaar. 3 https://www.creg.be/nl/publicaties/andere-z3082 Niet-vertrouwelijk 25/28 Naar aanleiding van de openbare raadpleging heeft geen enkele stakeholder opmerkingen met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen geformuleerd. 3.1. HET VOORSTEL VAN TOEGANGSREGLEMENT VOOR OPSLAG Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 11 mei 2026 ingediende voorstel tot wijziging van bijlage C1 van het toegangsreglement voor opslag waarvan de bepalingen van toepassing zijn op het aanbod van gereguleerde diensten van de beheerder van de opslaginstallatie op de primaire markt. 3.1.1. Bijlage C1 - onderschrijving en toewijzing van diensten / algemeen Punt 1.2 wordt gewijzigd om te verwijzen naar de Europese verordening 2024/1789 (artikel 8.2); de in deze bepaling genoemde verordening (EG) nr. 715/2009 werd namelijk ingetrokken. Het schema uit punt 2.1 wordt aangepast om een overzicht te geven van de aangeboden aanvullende diensten, zoals beschreven in het gewijzigde punt 2.2.3. Punt 2.2.3 wordt gewijzigd om te verduidelijken dat de beheerder van de opslaginstallatie tijdens het opslagjaar, afhankelijk van de optimalisatie en/of de beschikbaarheid van niet-verkochte opslagdiensten van de opslaginstallatie, aanvullende injectie-, volume-, opslag- en uitzenddiensten zou kunnen aanbieden. Met deze wijziging wil Fluxys Belgium zijn diensten beter afstemmen op de veranderende marktdynamiek door producten aan te bieden die hierop inspelen. De CREG heeft geen enkele opmerking bij de aanpassingen uitgevoerd aan bijlage C1 van het toegangsreglement voor opslag, en keurt de voorgestelde wijzigingen bijgevolg goed. 3.2. HET VOORSTEL VAN DIENSTENPROGRAMMA VOOR OPSLAG Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 11 mei 2026 ingediende voorstel tot wijziging van het dienstenprogramma voor opslag. Punt 3.2 wordt gewijzigd om te verwijzen naar de Europese verordening 2024/1789 (artikel 8.2); de in deze bepaling genoemde verordening (EG) nr. 715/2009 werd namelijk ingetrokken. Punt 3.2.2 wordt gewijzigd om het in overeenstemming te brengen met het gewijzigde toegangsreglement voor opslag (punt 2.2.3 van bijlage C1). De CREG heeft geen opmerkingen over de aangebrachte aanpassingen en keurt het gewijzigde dienstenprogramma voor opslag goed. Niet-vertrouwelijk 26/28 4. BESLUIT Met toepassing van artikel 40 van de gedragscode aardgas beslist de CREG de aanvraag van de NV Fluxys Belgium tot wijziging van bijlage C1 van het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag, ingediend bij de CREG per e-mail op 11 mei 2026, goed te keuren. De met deze beslissing door de CREG goedgekeurde wijzigingen treden overeenkomstig artikel 40 van de gedragscode aardgas in werking vanaf de datum waarop Fluxys Belgium de goedgekeurde wijzigingen in een geïntegreerde versie zal publiceren op haar website. Fluxys Belgium deelt de datum van de publicatie onverwijld mee aan de CREG. Fluxys Belgium wordt verzocht de CREG de datum mee te delen waarop ze elke aanbieding van opslagdiensten zal publiceren en dit op het moment dat deze datum aan de netgebruikers wordt meegedeeld.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Ilse TANT Directeur Sigrid JOURDAIN Directeur Niet-vertrouwelijk Laurent JACQUET Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 27/28 BIJLAGE 1 Voorstel van Fluxys Belgium tot wijziging van bijlage C1 van het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag – 11 mei 2026 BIJLAGE 2 Consultatieverslag Fluxys Belgium nummer 73 (in het Engels) – 11 mei 2026 Niet-vertrouwelijk 28/28

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.