1/12 Geschillenkamer Beslissing ten gronde 117/2021 van 22 oktober 2021 Dossiernummer : DOS-2020-05264 Betreft : klacht wegens onbeveiligde verbinding website ziekenhuis De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans, voorzitter en de heren Dirk Van Der Kelen en Frank De Smet, leden; Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna AVG; Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG; Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019; Gelet op de stukken van het dossier; heeft de volgende beslissing genomen inzake: De klager: X, hierna “de klager”; . . De verweerder: Y, (voorheen genaamd [..]), hierna “de verweerder”; . Beslissing ten gronde 117/2021 - 2/12 I. Feiten en procedure 1. Op 14 november 2020 diende de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit tegen verweerder. 2. Klager is patiënt bij de ziekenhuisinstelling van verweerder. Het voorwerp van de klacht betreft het feit dat er op de website (…), welke behoort tot verweerder, gebruik werd gemaakt van een contactformulier en een formulier voor de ombudsdienst van het ziekenhuis. Het formulier dat door de websitebezoekers kon worden ingevuld, zou volgens klager op onversleutelde wijze worden verzonden naar het ziekenhuis. Door gebruik te maken van een onbeveiligde verbinding, zouden derden volgens klager kennis kunnen nemen van de (gezondheids)gegevens. 3. Op 16 november 2020 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond van de artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van art. 62 § 1 WOG overgemaakt aan de Geschillenkamer. 4. Op 16 december 2020 wordt overeenkomstig art. 96, §1 WOG het verzoek van de Geschillenkamer tot het verrichten van een onderzoek overgemaakt aan de Inspectiedienst, samen met de klacht en de inventaris van de stukken. 5. Op 26 januari 2020 wordt het onderzoek door de Inspectiedienst afgerond, wordt het verslag bij het dossier gevoegd en wordt het dossier door de inspecteur-generaal overgemaakt aan de Voorzitter van de Geschillenkamer (art. 91, §1 en §2 WOG). Het verslag bevat vaststellingen met betrekking tot het voorwerp van de klacht en besluit dat er sprake is van inbreuken op artikel 32, lid 1, lid 2 en lid 4 van de AVG en op 24, lid 1 van de AVG wegens het treffen van onvoldoende maatregelen teneinde de veiligheid van de (bijzondere) persoonsgegevens welke via de website van verweerder worden verwerkt te waarborgen. 6. Het verslag bevat daarnaast vaststellingen die verder gaan dan het voorwerp van de klacht. De Inspectiedienst stelt, in hoofdlijnen, vast dat er sprake is van inbreuken op de artikelen 24 lid 1, 38 lid 1 en 3 en op artikel 39 van de AVG vanwege het uitbrengen van adviezen door de functionaris van gegevensbescherming aan de algemeen directeur en niet aan de raad van bestuur terwijl dit orgaan de hoogste leidinggevende is binnen de organisatie van verweerder. Volgens de Inspectiedienst zijn de informatie en de adviezen die de functionaris voor gegevensbescherming heeft verstrekt overeenkomstig artikel 38, lid 1 Beslissing ten gronde 117/2021 - 3/12 en artikel 39 van de AVG over de beveiligingsmaatregelen voor de website (…) onvoldoende overtuigend. 7. Op 7 april 2021 beslist de Geschillenkamer op grond van art. 95, §1, 1° en art. 98 WOG dat het dossier gereed is voor behandeling ten gronde. 8. De Geschillenkamer beslist op basis van het verslag van de Inspectiedienst het dossier op te delen in twee afzonderlijke zaken: 9. Ingevolge art. 92, 1° WOG zal de Geschillenkamer een beslissing ten gronde nemen met betrekking tot het voorwerp van de klacht. 10. Ingevolge art. 92, 3° WOG zal de Geschillenkamer een beslissing ten gronde nemen naar aanleiding van de vaststellingen die door de Inspectiedienst werden gedaan buiten de scope van de klacht. 11. Op 7 april 2021 worden de betrokken partijen in kennis gesteld van de bepalingen zoals vermeld in artikel 95, §2, alsook van deze in art. 98 WOG. Tevens worden zij op grond van art. 99 WOG in kennis gesteld van de termijnen om hun verweermiddelen in te dienen. 12. Voor wat betreft de vaststellingen met betrekking tot het voorwerp van de klacht werd de uiterste datum voor ontvangst van de conclusie van antwoord van de verweerder vastgelegd op 19 mei 2021, deze voor de conclusie van repliek van de klager op 9 juni 2021 en, tenslotte, deze voor de conclusie van repliek van de verweerder op 30 juni 2021. 13. Op 9 april 2021 vraagt de klager een kopie van het dossier (art. 95, §2, 3° WOG), dewelke hem werd overgemaakt op 12 april 2021. 14. Op 11 mei 2021 aanvaardt de klager elektronisch alle communicatie omtrent de zaak en geeft hij te kennen gebruik te willen maken van de mogelijkheid om te worden gehoord, overeenkomstig artikel 98 WOG. 15. Op 20 april 2021 aanvaardt de verweerder elektronisch alle communicatie omtrent de zaak en geeft hij te kennen gebruik te willen maken van de mogelijkheid om te worden gehoord, overeenkomstig artikel 98 WOG. 16. Op 19 mei 2021 ontvangt de Geschillenkamer de conclusie van antwoord vanwege de verweerder voor wat betreft de vaststellingen met betrekking tot het voorwerp van de Beslissing ten gronde 117/2021 - 4/12 klacht. Verweerder stelt dat de bescherming van persoonsgegevens voldoende wordt gewaarborgd middels de wettelijke geheimhoudingsplicht alsook door de in het arbeidsreglement opgenomen bepalingen betreffende geheimhouding, minimale gegevensverwerking en doelbinding. Derhalve stelt verweerder dat er enkel gegevens kunnen worden verwerkt voor zover dat noodzakelijk is om het beoogde doel te realiseren. Op het niet nakomen van voormelde bepalingen staan volgens het arbeidsreglement sancties. Volgens verweerder toont de klager niet aan dat er persoonsgegevens, die betrekking hebben op hem, zijn verwerkt via de (niet-beveiligde) website. Om voorgaande reden ontbreekt het vereiste belang om een klacht in te dienen. De Inspectiedienst verwijst in haar verslag naar een ander dossier jegens verweerder. Verweerder wijst erop geen kennis te hebben van de inhoud van voornoemd dossier; om die reden is dat dossier in onderhavig geval irrelevant. 17. Aan artikel 24 lid 1 AVG is volgens verweerder wel degelijk uitvoering gegeven. Allereerst geeft verweerder te kennen gestart te zijn met een project met als einddoel een ISO27001 certificering. Deze certificering kan volgens verweerder worden beschouwd als de wereldwijde standaard voor informatiebeveiliging. Ten tweede blijkt volgens verweerder uit de verschillende overeenkomsten die zij heeft afgesloten met verwerkers van persoonsgegevens dat er een gedetailleerde analyse is uitgevoerd met betrekking tot de te verwerken persoonsgegevens in het kader van de verschillende verwerkingsovereenkomsten. Ook dient de verwerker steeds een vragenlijst in te vullen waarna de informatieveiligheid en de gegevensbescherming worden geëvalueerd en er passende maatregelen worden getroffen. 18. De Inspectiedienst stelt volgens de verweerder bovendien ten onrechte vast dat de geheimhoudingsverplichting door het ziekenhuis als verwerkingsverantwoordelijke niet wordt nageleefd en dat evenmin is aangetoond dat inbreuken op de geheimhoudingsverplichting effectief kunnen worden gesanctioneerd. Er wordt volgens verweerder wel degelijk gesanctioneerd en in geval van het overtreden van het beroepsgeheim door een arts is zelfs ontslag mogelijk. Volgens verweerder toont de Inspectiedienst niet aan dat er effectief persoonsgegevens, laat staan gezondheidsgegevens, worden verwerkt via het niet-beveiligd formulier op de website. Ook is volgens verweerder niet aangetoond dat onbevoegden toegang hebben verkregen tot eerdergenoemde gegevens. Verweerder geeft te kennen reeds op 22 december 2020 uit eigen beweging beslist te hebben om de contactformulieren te verwijderen. Verweerder is een vereniging zonder winstoogmerk en heette ten tijde van het indienen van de klacht [..]. Nadien heeft de instelling haar activiteiten uitgebreid met een revalidatiecentrum. Sindsdien gaat zij verder onder de naam Y. Beslissing ten gronde 117/2021 - 5/12 19. Verweerder is van mening dat zij eveneens aan de vereisten uit de artikelen 24 en 32 AVG voldoet, daar waar het gaat om de interne systemen waarvan gebruik wordt gemaakt binnen het ziekenhuis. Aangezien er een link is tussen de website van het ziekenhuis enerzijds en de interne systemen anderzijds, is volgens verweerder gekozen voor een “two-factor” authenticatie. Onder andere uit het voorgaande blijkt volgens verweerder dat er wel voldoende beveiligingsmaatregelen zijn getroffen. 20. Eén van de vaststellingen van de Inspectiedienst buiten de scope van de klacht is dat de functionaris voor gegevensbescherming geen advies zou hebben uitgebracht en niet zou gerapporteerd hebben aan het hoogste orgaan binnen de instelling over de te nemen beveiligingsmaatregelen binnen het ziekenhuis. Verweerder meent zich te allen tijde bewust te zijn geweest van het belang van de functionaris voor gegevensbescherming en heeft derhalve steeds een beroep gedaan op de functionaris voor gegevensbescherming. Voorgaande blijkt volgens verweerder onder andere uit het feit dat de functionaris steeds nauw betrokken is in gevallen waarin er een verwerkingsovereenkomst wordt afgesloten tussen verweerder en haar verwerkers. De functionaris wordt tevens geconsulteerd en betrokken bij de bouw van de nieuwe website teneinde er zeker van te zijn dat toekomstige verwerkingen via de website voldoen aan de wettelijke bepalingen, aldus verweerder. Daarenboven maakt de functionaris voor gegevensbescherming deel uit van het zogenaamde Comité Informatieveiligheid welke een voorbereidende en adviserende rol vervult naar het directiecomité toe betreffende privacy-aangelegenheden binnen het ziekenhuis. De algemeen directeur is volgens verweerder wel degelijk het hoogst leidinggevend gezag binnen het ziekenhuis. Derhalve is er volgens verweerder geen sprake van een schending van artikel 38 lid 3 AVG. 21. Bijkomend brengt verweerder in dat het nimmer de bedoeling is geweest dat de contactformulieren op de website ertoe zouden dienen om gezondheidsgegevens uit te wisselen. Het elektronisch patiëntendossier is immers streng beveiligd, volgens verweerder. Er is volgens verweerder ook geen sprake van verwerking van persoonsgegevens op grote schaal middels de contactformulieren, zoals vastgesteld door de Inspectiedienst. Verweerder wijst erop dat niet over het hoofd mag worden gezien dat er op de website een formulier kon worden ingevuld welke terechtkomt bij de ombudsdienst en derhalve losstaat van het patiëntendossier. Verweerder verzoekt om rekening te houden met een aantal verzachtende omstandigheden, namelijk dat er geen persoonsgegevens zijn geraadpleegd door derden op ongeoorloofde wijze en dat, wanneer persoonsgegevens in het ziekenhuis of op de servers van het ziekenhuis terechtkomen, de instelling er alles aan doet om die gegevens zeer sterk te beveiligen. Beslissing ten gronde 117/2021 - 6/12 22. Verweerder geeft te kennen dat zij beseft dat een beveiligingscertificaat voor het webformulier sneller had moeten worden geïmplementeerd toen daar op gewezen werd. Echter, er is vooralsnog niet aangetoond dat er sprake is geweest van schade in hoofde van betrokkene. Er is geen sprake geweest van toegang door onbevoegden tot persoonsgegevens. 23. Bovendien zijn er door de pandemie enkele sleutelmedewerkers uitgevallen, waardoor er vertraging is opgelopen in het integreren van bepaalde maatregelen. De verweerder is niet eerder veroordeeld voor inbreuken op de AVG en is gestart aan een project met als einddoel het behalen van een ISO 27001 certificering en verzoekt rekening te houden met voornoemde elementen als verzachtende omstandigheden. 24. Op 14 juni 2021 ontvangt de Geschillenkamer de conclusie van repliek van de klager, wat betreft de vaststellingen met betrekking tot het voorwerp van de klacht. De klager is van mening dat de wijziging van de structuur en samenstelling van het ziekenhuis er niet toe had mogen leiden dat de website niet voldoet aan de beginselen van gegevensverwerking. Immers, de AVG trad reeds in 2018 in werking, waardoor de verweerder reeds twee jaar in overtreding is op de AVG. Als reactie op het betoog van verweerder dat bezoekers niet verplicht zijn om het contactformulier te gebruiken, brengt klager in dat er van websitebezoekers niet kan worden verwacht dat zij behoedzaam zijn bij het invullen van een online contactformulier dat door verweerder wordt gefaciliteerd. Nu er gebruik gemaakt wordt van een formulier, dient de verbinding van de website beveiligd te zijn. Dat er geheimhoudingsplichten gelden voor de medewerkers is volgens klager ook irrelevant, nu de persoonsgegevens die worden verzonden via het contactformulier onbeveiligd zijn en worden blootgesteld aan het gevaar om door derden te worden onderschept en meegelezen in het netwerkverkeer. Klager deelt de visie van verweerder dat hij geen belang zou hebben bij het indienen van een klacht niet. Het formulier staat immers online zonder dat dit beveiligd is en kan door een ieder worden ingevuld en verstuurd. Het kan volgens klager niet de bedoeling zijn dat hij betrokkenen zou moeten opsporen die het formulier wel hebben ingevuld om hen vervolgens te vragen een klacht in te dienen bij de GBA. 25. Op 26 juli 2021 worden de partijen ervan in kennis gesteld dat de hoorzitting zal plaatsvinden op 4 oktober 2021. 26. Op 4 oktober 2021 wordt de verweerder gehoord door de Geschillenkamer. Alhoewel behoorlijk opgeroepen en een bevestiging aanwezig te zullen zijn, verscheen de klager niet. Beslissing ten gronde 117/2021 - 7/12 27. Op 11 oktober 2021 wordt het proces-verbaal van de hoorzitting aan de partijen voorgelegd. 28. Op 18 oktober 2021 ontvangt de Geschillenkamer vanwege de verweerder de volgende opmerkingen met betrekking tot het proces-verbaal: verweerder heeft ter zitting aangegeven dat de nieuwe website momenteel online is en aangegeven dat de functionaris voor gegevensbescherming rapporteert aan het auditcomité dat bestaat uit een vertegenwoordiging van de Raad van Bestuur. II. Ontvankelijkheid klacht 29. De Geschillenkamer gaat allereerst in op de vraag of de klacht ontvankelijk is. Verweerder voert aan dat de klager geen belang heeft om zich te beklagen over de website en het contactformulier van verweerder omdat er geen sprake is van verwerking van zijn persoonsgegevens door verweerder. Om deze reden dient de klacht volgens verweerder onontvankelijk dan wel ongegrond te worden verklaard. 30. Artikel 58 WOG bepaalt: ”Eenieder kan schriftelijk, gedateerd en ondertekend een klacht of een verzoek indienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit”. Conform artikel 60, alinea 2 WOG is een klacht ontvankelijk wanneer zij: -opgesteld is in één van de landstalen; -een uiteenzetting van de feiten bevat, alsook de nodige indicaties voor de identificatie van de verwerking waarop zij betrekking heeft; -zij behoort tot de bevoegdheid van de Gegevensbeschermingsautoriteit”. 31. De Geschillenkamer heeft in een eerdere beslissing als volgt overwogen omtrent deze kwestie : ”Hoewel de AVG de 'klacht' benadert vanuit het standpunt van de betrokkene, door de controleautoriteiten verplichtingen op te leggen wanneer een persoon een klacht indient (zie de artikelen 57, 1.,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.