← België

Beslissing ten gronde nr. 125/2022

1/10 Geschillenkamer Beslissing ten gronde 125/2022 van 17 augustus 2022 Dossiernummer : DOS-2019-05500 Betreft : klacht wegens inbreuk inzake gegevensbescherming De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans, voorzitter, en de heren Dirk Van Der Kelen en Jelle Stassijns, leden. Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna AVG; Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG; Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019; Gelet op de stukken van het dossier; Heeft de volgende beslissing genomen inzake: De klagers: X, de heer X1 en mevrouw X2, allen vertegenwoordigd door Meester Kurt Vanthuyne, kantoorhoudende te 8870 Izegem, Baronstraat 68, hierna samen “de klager”; De verweerder: Y, hierna “de verweerder”. Beslissing ten gronde 125/2022 - 2/10 I. Feiten en procedure 1. Op 8 november 2019 dienen de klagers een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit tegen verweerster. 2. De verweerster is een ontwikkelaar van verschillende Ypakketten waaronder een Ypakket bestemd voor commerciële administratie en financiële boekhouding. De klagers zijn een bedrijf, samen met diens bestuurders. De klagers zijn klant bij de verweerster voor het bovenvermeld Ypakket op maat. De klagers stelden echter vast dat zij op een gegeven moment toegang hadden tot essentiële en delicate informatie van andere klanten van de verweerster. Gelet op de verslechterende relatie tussen de beide partijen hebben de klagers een gerechtsdeurwaarder aangesteld om dit beveiligingsprobleem vast te stellen. Zij hebben vervolgens de verweerster op de hoogte gebracht van dit incident. Gelet op dit incident en enkele voorafgaande problemen in de uitvoering van de voormelde overeenkomst tussen beide partijen werd door de klagers een procedure aanhangig gemaakt voor de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Veurne met het oog op de ontbinding van de voormelde overeenkomst met betrekking tot het Ypakket tussen beide partijen. 3. Op 28 november 2019 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond van de artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van artikel 62, § 1 WOG overgemaakt aan de Geschillenkamer. 4. Op 11 september 2020 worden de betrokken partijen per aangetekende zending in kennis gesteld van de bepalingen zoals vermeld in artikel 95, § 2, alsook van deze in artikel 98 WOG. Tevens worden zij op grond van artikel 99 WOG in kennis gesteld van de termijnen om hun verweermiddelen in te dienen. 5. De uiterste datum voor ontvangst van de conclusie van antwoord van de verweerster werd daarbij vastgelegd op 22 oktober 2020, deze voor de conclusie van repliek van de klagers op 12 november 2020 en deze voor de conclusie van repliek van de verweerster op 3 december 2020. 6. Op 11 september 2020 aanvaardt de verweerster elektronisch alle communicatie omtrent de zaak. 7. Op 11 september 2020 vraagt de verweerster een kopie van het dossier (artikel 95, §2, 3° WOG) dewelke haar werd overgemaakt op 21 september 2020. 8. Op 15 september 2020 aanvaarden de klagers elektronisch alle communicatie omtrent de zaak. 9. Op 30 september 2020 werd aan de partijen een, op vraag van de verweerster, aangepaste conclusiekalender bezorgd. De uiterste datum voor ontvangst van de conclusie van Beslissing ten gronde 125/2022 - 3/10 antwoord van de verweerster werd daarbij vastgelegd op 5 november 2020, deze voor de conclusie van repliek van de klagers op 26 november 2020 en deze voor de conclusie van repliek van de verweerster op 17 december 2020. 10. Op 5 november 2020 ontvangt de Geschillenkamer de conclusie van antwoord vanwege de verweerster. 11. Er is volgens de verweerster geen sprake van een inbreuk betreffende persoonsgegevens aangezien de Y in kwestie enkel de verwerking van bedrijfsgegevens (te weten de commerciële administratie en financiële boekhouding) mogelijk maakt. De klagers leveren volgens de verweerster geen bewijzen dat documenten met persoonsgegevens geconsulteerd konden worden. Vervolgens verwijst de verweerster naar de vaststelling van de gerechtsdeurwaarder die door de klagers werd aangesteld om het beveiligingsprobleem vast te leggen. In deze vaststelling wordt ter staving de inhoud van twee documenten bijgevoegd. Deze documenten betreffen een derde bedrijf, ook klant bij de verweerster, en zijn de proef- en saldibalans van deze derde alsook diens BTW-listing. De verweerster stelt voorop dat een onderscheid moet gemaakt worden tussen haar Yservers en “het bureaublad”, aldus omschreven door de verweerster, waarop door de klant zelf documenten opgeslagen (al dan niet met paswoord) kunnen worden. De servers zijn apart beveiligd met paswoord, op het “bureaublad” zijn normaliter toegangsrechten per klant voorzien, maar door een probleem hieromtrent konden de klagers via verkenner tijdelijk enkele mappen van andere klanten van de verweerster bekijken. De klagers stellen dat andere bedrijven toegang hebben gehad of konden gehad hebben tot haar gegevens. De verweerster stelt dat hiervan geen bewijs geleverd wordt. Bovendien hebben de klagers te lang gewacht om dit beveiligingslek aan haar te melden, aldus de verweerster. De verweerster voert bovendien aan dat de klagers actief en onrechtmatig doorheen de mappen van derde bedrijven gezocht hebben. Hierdoor hebben de klagers volgens de verweerster zich schuldig gemaakt aan hacking. Hieromtrent heeft zij dan ook klacht bij de onderzoeksrechter neergelegd. Tot slot haalt de verweerster ook argumenten aan betreffende de uitvoering van de overeenkomst tussen de verweerster en klagers met betrekking tot het Ypakket in kwestie, de bedrijfsresultaten en wanbetaling door het bedrijf van de klagers. Deze argumenten werden ook naar voor gebracht in de hangende voormelde procedure voor de bevoegde ondernemingsrechtbank. 12. Op 19 november 2020 ontvangt de Geschillenkamer de conclusie van repliek van de klagers. De klagers werpen op dat zij hadden vastgesteld dat zij gegevens van andere klanten van de verweerster in het voormelde Ypakket konden raadplegen. Het betrof hun aankoop- en Beslissing ten gronde 125/2022 - 4/10 verkoopprijzen en -politiek, winstmarges, loonadministratie en gebruikte wachtwoorden. Hierdoor zeggen de klagers niet langer vertrouwen te hebben in de Y van de verweerster. Verder stellen zij dat de verweerster niet de minste moeite deed om dit beveiligingsprobleem op te lossen. Vervolgens stellen de klagers dat zij aan de verweerster inderdaad geen prints bezorgd hebben van de door hen geconsulteerde documenten omdat dit volgens hen een onbegonnen werk zou zijn waarvan ze de meerwaarde niet inzien. Tot slot formuleren de klagers ook een antwoord op de argumenten van de verweerster inzake de bedrijfsresultaten van klagers, de vermeende wanbetaling en de overeenkomst inzake het Ypakket en de hangende procedure voor de bevoegde ondernemingsrechtbank. 13. Op 17 december 2020 ontvangt de Geschillenkamer de conclusie van repliek van de verweerster. De bewijsstukken tonen volgens haar enkel aan dat er enkel door de mappen via de verkenner kon gezocht worden, maar dat geen bewijs wordt geleverd dat er documenten met persoonsgegevens geconsulteerd konden worden door de klagers. Bovendien kon de inhoud van de documenten beveiligd zijn met een paswoord. Met andere woorden: de naam van de bestanden zien is niet hetzelfde als de inhoud ervan zien, zo voert de verweerster aan. Vervolgens herhaalt de verweerster dat de Y enkel gegevens bevat die nodig zijn voor het voeren van commerciële administratie en financiële boekhouding, o.a. naam, adres, boekhoudgegevens en contactgegevens. De verweerster stelt ook dat de klagers als stavingsstuk schermafdrukken overmaken van een Z, hetgeen geen toestel van haar is en waarover zij dus ook geen controle heeft. Tot slot voert de verweerster aan dat de beveiligingsfout binnen drie weken na de melding ervan aan de verweerster verholpen werd. II. Motivering II.1. Identiteit van de klagers 14. Vooreerst stelt de Geschillenkamer vast dat de klacht werd ingediend in naam van drie klagers waaronder de X. 15. Verwijzend naar haar eerdere beslissingspraktijk 1 verwijst de Geschillenkamer naar artikel 58 van de WOG dat het volgende stelt: ”[e]enieder kan schriftelijk, gedateerd en ondertekend een klacht of een verzoek indienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit”. 1 Zie o.a. Beslissing 30/2020 dd. 8 juni 2020, https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/beslissing-tengronde-nr.-30-2020.pdf Beslissing ten gronde 125/2022 - 5/10 In overeenstemming met artikel 60, alinea 2 van de WOG “is een klacht ontvankelijk wanneer zij: - opgesteld is in één van de landstalen; - een uiteenzetting van de feiten bevat, alsook de nodige indicaties voor de identificatie van de verwerking waarop zij betrekking heeft; - zij behoort tot de bevoegdheid van de Gegevensbeschermingsautoriteit”. 16. De voorbereidende werkzaamheden van de WOG bepalen: “De Gegevensbeschermingsautoriteit kan van eenieder klachten of verzoeken ontvangen; natuurlijke personen maar eveneens rechtspersonen, verenigingen of instellingen die een vermeende inbreuk van de verordening wensen aan te klagen. Een klacht of een verzoek aan de Gegevensbeschermingsautoriteit dient schriftelijk, gedateerd en door de daartoe bevoegde persoon ondertekend te zijn. Een verzoek moet in de brede zin van het woord geïnterpreteerd worden (vraag tot inlichting of toelichting, een verzoek om te bemiddelen, ...)”2. 17. De WOG sluit dus niet uit dat een andere persoon dan de betrokkene of de persoon die door de betrokkene gemachtigd is, zoals bedoeld in artikel 220 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, een klacht kan indienen bij de GBA. De Geschillenkamer oordeelt in dat opzicht dat artikel 58 van de WOG elke persoon de mogelijkheid geeft om een klacht in te dienen, op voorwaarde dat hij er voldoende belang bij heeft. 18. Hoewel het waar is dat de AVG de 'klacht' vanuit het standpunt van de betrokkene bekijkt, door de controleautoriteiten verplichtingen op te leggen wanneer een persoon een klacht indient (zie de artikelen 57, 1.,

  1. f)en 77 van de AVG), belet de AVG niet dat het nationaal recht andere personen dan de betrokkenen de mogelijkheid geeft om een klacht in te dienen bij de nationale controleautoriteit. De mogelijkheid van een dergelijke aanhangigmaking stemt overigens overeen met de opdrachten die door de AVG aan de controleautoriteiten worden toegekend. In dat opzicht en algemeen genomen, zorgt elke controleautoriteit voor: de monitoring en handhaving van de toepassing van de AVG (artikel 57, 1.,
  2. a)van de AVG), en de verrichting van alle andere taken die verband houden met de bescherming van persoonsgegevens (artikel 57, 1.,
  3. v)van de AVG). Een grote aanhangigmaking kan overigens en indien van toepassing, gecompenseerd worden door de bevoegdheid van de Geschillenkamer om een klacht te seponeren (artikelen 95, § 1, 3°, en 100, § 1, 1° van de WOG). 2 Parl. doc., Kamer van Volksvertegenwoordigers, 2016-2017, DOC 54 2648/001, p. 40 (opmerking bij artikel 58 van het oorspronkelijke wetsontwerp). Beslissing ten gronde 125/2022 - 6/10 19. In onderhavige zaak is de rechtspersoon klant bij de verwerkingsverantwoordelijke, waardoor zij een zakelijke relatie hebben. In uitvoering van deze zakelijke relatie meent de klager een inbreuk in verband met persoonsgegevens vast te stellen met betrekking tot persoonsgegevens die op haar betrekking hebben. II.2. Bevoegdheid Geschillenkamer 20. Op basis van de klacht en de conclusies stelt de Geschillenkamer vast dat er sprake is van een beveiligingsprobleem waardoor er mogelijks inzage zou zijn geweest in “delicate en essentiële informatie”. Wat er precies onder die informatie moet begrepen worden, is een twistpunt tussen de partijen. 21. In de klacht stellen de klagers dat onderhavige klacht de verwerking van volgende gegevens betreft: “boekhoudkundige, loon- en personeelsgegevens, vergoedingen van bestuurders en zaakvoerders, aankoop- en verkoopfacturen, financiële gegevens, spaartegoeden, banktransacties, beleggingen”. In hun conclusie van repliek werpen de klagers ook op dat de “aankoop- en verkoopprijzen en -politiek, winstmarges, loonadministratie en gebruikte wachtwoorden” konden geïdentificeerd worden. 22. De verweerster stelt echter dat de gegevens waar de klagers naar verwijzen bedrijfsgegevens betreffen. Zij stellen hieromtrent het volgende: “[d]e klagers kunnen zelfs geen file aanduiden dat verwijst naar iets met loon- en personeelsgegevens, vergoedingen van bestuurders en zaakvoerders, aankoop- en verkoopfacturen, financiële gegevens, spaartegoeden, banktransacties, beleggingen.[…]. Dit is trouwens onmogelijk want dergelijke data staat gewoonweg niet op deze servers. “ 23. De Geschillenkamer meent dat in deze zaak een onderscheid gemaakt moet worden tussen de bedrijfsgegevens en de persoonsgegevens die het voorwerp van de klacht uitmaken. 24. Voor zoveel als nodig verwijst de Geschillenkamer naar artikel 2, lid 1 AVG dat bepaalt dat de AVG van toepassing is op de verwerking van persoonsgegevens. Artikel 4, 1) AVG definieert persoonsgegevens als “alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon („de betrokkene”); als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon”. Hieruit volgt dat gegevens over rechtspersonen niet als zodanig door de verordening worden beschermd. Het Europees Hof van Justitie heeft echter bepaald dat wanneer op basis van de naam van de rechtspersoon één of meerdere natuurlijke personen geïdentificeerd kunnen worden, de Beslissing ten gronde 125/2022 - 7/10 persoonsgegevens in kwestie worden beschermd op basis van artikels 73 en 84 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie5.6 Aangezien de AVG een uitwerking is van de voornoemde overkoepelende waarborgen die in die bepalingen van het Handvest zijn vastgelegd, kan een dergelijke bescherming voor rechtspersonen ook uit de AVG voortvloeien, hoewel deze bescherming niet de rechtspersoon als zodanig betreft, maar de natuurlijke perso(o)n(
  4. en)die de rechtspersoon vormt (vormen), en zich waarschijnlijk vooral zal voordoen in gevallen waarin de rechtspersoon in feite een eenmansbedrijf of een klein familiebedrijf is, zoals in casu het geval is.7 25. De Geschillenkamer is ratione materiae niet bevoegd om eventuele inbreuken betreffende bedrijfsgegevens (zoals winstmarges, beleggingen, spaartegoeden etc.) te beoordelen. 26. De Geschillenkamer stelt vast dat ook persoonsgegevens het voorwerp van het beveiligingsprobleem zouden zijn. Ter staving van de klacht werden meerdere schermafdrukken overgemaakt. 27. Er werden, zoals persoonsgegevens hierboven die het reeds vermeld, voorwerp van evenwel het geen documenten beveiligingsprobleem met uitmaken, overgemaakt aan de Geschillenkamer. De Geschillenkamer zal zich uiteraard beperken tot de stavingsstukken die werden overgemaakt. Op deze schermafdrukken uit de voormelde verkenner neemt de Geschillenkamer lijsten met namen van mappen en documenten waar. Het merendeel van de schermafdrukken zijn echter zo goed als onleesbaar voor de Geschillenkamer waardoor over de kwalificatie als persoons- dan wel bedrijfsgegevens op deze schermafdrukken geen uitspraak kan gedaan worden. De Geschillenkamer benadrukt dat, ondanks het laagdrempelig karakter van onderhavige procedure, het de verantwoordelijkheid is van de klagers om het gepaste bewijs aan te leveren die de klacht kan staven. Op bepaalde schermafdrukken kan de Geschillenkamer een zeer beperkte hoeveelheid persoonsnamen als (onderdeel van) een bestandsnaam of naam van een map vaststellen. De Geschillenkamer zal zich in deze beslissing dan ook hiertoe beperken. 3 Artikel 7: Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn communicatie. 4 Artikel 8: 1. Eenieder heeft recht op bescherming van zijn persoonsgegevens. 2. Ze Deze gegevens moeten eerlijk worden verwerkt, voor bepaalde doeleinden en met toestemming van de betrokkene of op basis van een andere gerechtvaardigde grondslag waarin de wet voorziet. Eenieder heeft recht van inzage in de over hem verzamelde gegevens en op rectificatie daarvan. 3. Een onafhankelijke autoriteit ziet erop toe dat deze regels worden nageleefd. 5 Online te raadplegen via https://eur-lex.europa.eu/eli/treaty/char_2007/oj 6 Zie hieromtrent HvJEU, zaak C-92 / 09 en 93 / 09, Schecke, § 53, zaak C-419 / 14, WebMindLicenses, § 79 ; Zaak T-670 / 16, Digital Rights Ireland, §25 7 Christopher Kuner, Lee A. Bygrave, Christopher Docksey, and Laura Drechsler, The EU General Data Protection Regulation (GDPR)A Commentary, Oxford University Press, 2020, 111. Beslissing ten gronde 125/2022 - 8/10 II.3. Beslissing 28. Op basis van de elementen in het dossier die de Geschillenkamer bekend zijn, en op basis van de bevoegdheden die haar door de wetgever op grond van artikel 100, §1 WOG zijn toebedeeld, beslist de Geschillenkamer over de verdere opvolging van het dossier; in casu gaat de Geschillenkamer over tot het seponeren van de klacht overeenkomstig artikel 100, §1, 1° WOG, op basis van de hiernavolgende motivering. 29. De Geschillenkamer moet bij een seponering haar beslissing stapsgewijs motiveren en: - een technische seponering uitspreken indien het dossier geen of onvoldoende elementen bevat die tot een sanctie kunnen leiden; of - een beleidssepot uitspreken indien, ondanks de aanwezigheid van elementen die tot een sanctie kunnen leiden, verder onderzoek van het dossier haar niet opportuun lijkt in het licht van haar prioriteiten. 30. In het geval dat op meer dan één grond wordt geseponeerd, dienen de sepotgronden (resp. technisch sepot en beleidssepot) in volgorde van belangrijkheid te worden behandeld. 8 31. In onderhavige zaak beslist de Geschillenkamer om over te gaan tot een opportuniteitssepot op volgende grond. 32. Vooreerst gaat de Geschillenkamer overeenkomstig haar sepotbeleid 9 na of de ingediende klachten grieven bevatten met een grote maatschappelijke en/of persoonlijke impact. 10 Teneinde voorgaande te evalueren, baseert de Geschillenkamer zich op de criteria die Europese gegevensbeschermingsautoriteiten hanteren om verwerkingen met een “hoog risico” in de zin van artikel 35 AVG te identificeren. 33. In casu stelt de Geschillenkamer vast dat de betrokken verwerking waarop de klacht ingediend door de klagers betrekking heeft prima facie niet kan worden ondergebracht in één van de gevallen opgesomd in artikel 35.3 AVG.11 8 Cf. Titel 3 – In welke gevallen zal mijn klacht waarschijnlijk worden geseponeerd door de Geschillenkamer? van het sepotbeleid van de Geschillenkamer. 9 Sepotbeleid van de Geschillenkamer, gepubliceerd op 18 https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf juni 2021, 10 ibidem afdeling 3.2.1, p.9. 11
  5. a)een systematische en uitgebreide beoordeling van persoonlijke aspecten van natuurlijke personen, die is gebaseerd op geautomatiseerde verwerking, waaronder profilering, en waarop besluiten worden gebaseerd waaraan voor de natuurlijke persoon rechtsgevolgen zijn verbonden of die de natuurlijke persoon op vergelijkbare wijze wezenlijk treffen;
  6. b)grootschalige verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9, lid 1, of van gegevens met betrekking tot strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten als bedoeld in artikel 10; of
  7. c)stelselmatige en grootschalige monitoring van openbaar toegankelijke ruimten Beslissing ten gronde 125/2022 - 9/10 34. Uit de stukken van het dossier begrijpt de Geschillenkamer dat beide partijen op het moment van de klacht verwikkeld waren in een gerechtelijk geschil voor de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Veurne. De grieven van de klacht met betrekking tot het beperkte aantal persoonsgegevens, in vergelijking met de andere gegevens, zijn reeds het voorwerp van een op het moment van de klacht lopende gerechtelijke procedure. Het is geen prioriteit van de Geschillenkamer om tussen te komen in lopende gerechtelijke procedures. Ook indien al een vonnis door de bevoegde rechtbank werd uitgesproken in deze zaak, acht de Geschillenkamer het niet opportuun om deze klacht verder te onderzoeken. Het behoort immers niet tot de prioriteiten van de Geschillenkamer om de omstandigheden van onderhavige klacht opnieuw te onderzoeken om hiermee een eventuele reeds genomen gerechtelijke beslissing te laten herzien buiten de gewone beroepsprocedures. 35. Bij gebrek aan stukken ter staving van een manifeste inbreuk op de AVG, in samenhang met de parallelle procedure bij de bevoegde ondernemingsrechtbank, meent de Geschillenkamer dat het op basis van de huidige elementen in het dossier niet passend is om handhavend op te treden met betrekking tot de voorliggende klacht. III. Publicatie van de beslissing 36. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de Geschillenkamer, wordt deze Gegevensbeschermingsautoriteit. beslissing Het is gepubliceerd evenwel niet op de nodig website dat van de daartoe de identificatiegegevens van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt. OM DEZE REDENEN, beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, na beraadslaging, om: - op grond van artikel 100, lid 1, 1° WOG de klacht te seponeren; Beslissing ten gronde 125/2022 - 10/10 Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder. Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de in artikel 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten 12. Het verzoekschrift op tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W.13, dan wel via het e-Deposit informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.). (get). Hielke HIJMANS Voorzitter van de Geschillenkamer 12 13 Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid: 1° de dag, de maand en het jaar; 2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of ondernemingsnummer; 3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen; 4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering; 5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt; 6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat. Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.