← België

Beslissing ten gronde nr. 127/2022

1/17 Geschillenkamer Beslissing ten gronde 127/2022 van 19 augustus 2022 Dossiernummer: DOS-2019-05244 Betreft: klacht tegen een laboratorium voor medische analyse wegens schending van de beginselen van integriteit, vertrouwelijkheid en transparantie De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans, voorzitter, en de heren Christophe Boeraeve en Frank De Smet, leden; Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), hierna "AVG"; Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna "WOG"; Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019; Gelet op de stukken van het dossier; heeft de volgende beslissing genomen inzake: Klager X, hierna "de klager" Verweerster: Laboratorium voor medische analyse, vertegenwoordigd door Sébastien Popijn, hierna "de verweerster" Beslissing ten gronde 127/2022 - 2/17 I. Feiten en procedure 1. Op 4 oktober 2019 diende de klager een klacht in tegen verweerster bij de Gegevensbeschermingsautoriteit. 2. De klager verdenkt het laboratorium voor medische analyse (hierna: Laboratorium voor medische analyse) ervan geen gegevensbeschermingseffectbeoordeling te hebben uitgevoerd, de personen niet correct te hebben geïnformeerd en bijzondere categorieën van gegevens te verwerken, in casu gezondheidsgerelateerde gegevens, via een niet beveiligde website. De klager verklaart dat hij verschillende keren met het laboratorium voor medische analyse te maken heeft gehad in het kader van medische analyses. Hij kreeg te horen dat zijn arts elektronisch toegang heeft tot zijn analyseresultaten. Hij stelt echter vast dat de website van het laboratorium voor medische analyse een pagina bevat voor toegang tot medische analysegegevens onder de naam "Cyberlab" in een onbeveiligd http-protocol. 3. Op 29 oktober 2019 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond van artikelen 58 en 60 van de WOG en wordt de klacht op grond van artikel 62, § 1 van de WOG doorverwezen naar de Geschillenkamer. 4. Op 27 november 2019 beslist de Geschillenkamer om op grond van artikelen 63, 2° en 94, 1° van de WOG een onderzoek bij de Inspectiedienst aan te vragen. 5. Op 29 november 2019 wordt, overeenkomstig artikel 96, § 1 van de WOG, de vraag van de Geschillenkamer om een onderzoek in te stellen, samen met de klacht en de inventaris van de stukken, naar de Inspectiedienst doorgestuurd. 6. Op 8 september 2021 wordt het onderzoek van de Inspectiedienst afgesloten, het verslag wordt bij het dossier gevoegd en dit laatste wordt door de inspecteur-generaal aan de voorzitter van de Geschillenkamer overgemaakt (art. 91, § 1 en § 2 van de WOG). Het verslag bevat een aantal bevindingen met betrekking tot het voorwerp van de klacht en komt tot de volgende vaststellingen: 1. Verweerster kan als verwerkingsverantwoordelijke worden beschouwd 2. Onvoldoende beveiligde gezondheidsgegevens in strijd met artikel 5.1.f), 24, 25 en 32 van de AVG. 3. Geen gegevensbeschermingseffectbeoordeling in strijd met artikelen 35.1 en 35.3 van de AVG. 4. Gebrek aan informatie betreffende de gegevensverwerking in strijd met artikelen 12 tot 14 van de AVG. Beslissing ten gronde 127/2022 - 3/17 7. Op 21 september 2021 beslist de Geschillenkamer op grond van artikel 95, § 1, 1° en artikel 98 van de WOG dat het dossier ten gronde kan worden behandeld. 8. Op 21 september 2021 worden de betrokken partijen per aangetekende brief in kennis gesteld van de bepalingen van artikel 95, § 2 en van artikel 98 van de WOG. Ze worden ook in kennis gesteld van de termijnen voor de indiening van hun verweermiddelen, overeenkomstig artikel 99 van de WOG. De uiterste datum voor ontvangst van de verweermiddelen van antwoord van verweerster wordt vastgesteld op 2 november 2021, die voor de verweermiddelen van repliek van klager op 23 november 2021 en ten slotte die voor de verweermiddelen van repliek van verweerster op 14 december 2021. 9. Op 27 september 2021 vraagt verweerster om een afschrift van het dossier (art. 95, §2, 3° van de WOG), dat haar op 6 oktober 2021 wordt toegezonden. 10. Op 2 november 2021 ontvangt de Geschillenkamer de verweermiddelen van antwoord van verweerster. 11. Op 7 november 2021 ontvangt de Geschillenkamer de verweermiddelen van repliek van klager. 12. Op 9 december 2021 ontvangt de Geschillenkamer de verweermiddelen van repliek van verweerster. 13. Op 25 juli 2022 maakt de Geschillenkamer aan verweerster het voornemen kenbaar om over te gaan tot het opleggen van een administratieve geldboete, alsmede het bedrag daarvan teneinde verweerster de gelegenheid te geven zich te verdedigen, voordat de sanctie effectief wordt opgelegd. 14. Op 15 augustus 2022 ontvangt de Geschillenkamer de reactie van verweerster op het voornemen om een administratieve geldboete op te leggen, alsmede het bedrag daarvan. II. Motivering II.1. Verantwoordelijkheid voor de verwerking 15. In zijn onderzoeksverslag bepaalt de Inspectiedienst (hierna: ID) dat verweerster als verwerkingsverantwoordelijke kan worden beschouwd. Dat standpunt wordt aanvankelijk door verweerster betwist, maar uiteindelijk aanvaard in haar syntheseconclusies, volgend op de verweermiddelen van repliek van klager. 16. De Geschillenkamer beslist dat verweerster als verwerkingsverantwoordelijke kan worden beschouwd aangezien zij de doeleinden van en de middelen van verwerking bepaalt. Beslissing ten gronde 127/2022 - 4/17 17. Zij herinnert er evenwel aan dat overeenkomstig het verantwoordelijkheidsbeginsel van artikel 24 van de AVG verweerster zelf haar verantwoordelijkheden en verplichtingen uit hoofde van de AVG moet kunnen vaststellen. De Geschillenkamer voegt daar bovendien aan toe dat de wijzigingen in het standpunt van verweerster in de loop van de procedure tot een kennelijke verwarring in haar verweer hebben geleid, vermits zij aanvankelijk bijvoorbeeld aanvoert dat ze niet verplicht was om een GEB uit te voeren omdat zij slechts een verwerker is1 (en verwerkers niet verplicht zijn om een GEB uit te voeren) en stelde zij vervolgens dat het niet uitvoeren van een GEB te wijten was aan het feit dat de verwerkingsactiviteiten aanvankelijk niet voldeden aan de criteria op grond waarvan zij een GEB moest uitvoeren. 2 Deze standpunten zijn duidelijk niet met elkaar verenigbaar. II.2. Belang van de klager. 18. Uit het dossier blijkt dat de arts van klager verschillende medische analyses voor zijn patiënt heeft laten verrichten door verweerster. Verweerster verwerkt dus de persoonsgegevens van klager of heeft deze verwerkt. De klager heeft er dus belang bij om in dit dossier op te treden. II.3. Vaststelling 1: Onvoldoende beveiligde gezondheidsgegevens (artikel 5.1.f), 24, 25 en 32 van de AVG) 19. Uit het onderzoeksverslag blijkt dat verweerster een website heeft. De homepage van deze website bevat een andere pagina van het laboratorium voor medische analyse onder de rubriek "Resultaten raadplegen", die verwijst naar het "Cyberlab", de online resultatenserver van verweerster, waar artsen de resultaten en historieken van de analyses van hun patiënten in real time kunnen raadplegen. 20. De ID heeft in haar eerste technologisch onderzoeksverslag van 14 januari 2021 (hierna: het eerste technologisch verslag) vastgesteld dat deze website geen versleuteling bevat (de verzamelde login en wachtwoord worden onversleuteld verzonden), aangezien die gebruik maakt van een "http"-protocol in plaats van een versleuteld "https"-protocol. 21. De ID merkt in dat verband op dat "de toegangssite van Cyberlab dus niet beveiligd is en vatbaar is voor man-in-the-middle-aanvallen. De verzamelde login en wachtwoord worden onversleuteld verzonden [...]". 22. Naar aanleiding van de antwoorden die verweerster in de loop van het onderzoek heeft gegeven, wordt op 6 juli 2021 een vervolgverslag op het technologisch onderzoeksverslag 1 Verweermiddelen van verweerster, p. 9 2 Syntheseconclusies van verweerster, p. 7 Beslissing ten gronde 127/2022 - 5/17 opgesteld (hierna: het vervolgverslag). In dat verslag staat onder meer dat het "Cyberlab" sinds de opstelling van het eerste technologisch verslag beveiligd werd vermits het nu toegankelijk is via het https-protocol in plaats van het http-protocol. De toepassing van dit beveiligde protocol verhindert de vrijgave van inloggegevens en voorkomt dus dat iemand toegang zou krijgen tot de analyseresultaten van patiënten door man-in-the-middleaanvallen." 23. Het tweede verslag voegt hieraan toe dat "het encryptieprotocol TLS 1.2 is, dat verscheidene kwetsbaarheden vertoont" en dat "in vergelijking met het eerste verslag vooruitgang kan worden vastgesteld [met betrekking tot] de beveiliging van de doorgegeven informatie, aangezien het TLS 1.2-protocol werd geïmplementeerd in plaats van een eenvoudige http-verbinding.". 24. Op basis van deze twee technologische verslagen besluit de ID dat er sprake is van een schending van artikelen 5.1.f), 24, 25 en 32 van de AVG. 25. De argumenten van verweerster kunnen als volgt worden samengevat: - de klacht tegen haar is niet langer actueel, zoals door de ID wordt opgemerkt en door de klager in zijn conclusies wordt erkend; - vóór de invoering van de versleuteling golden er ook al veiligheidsmaatregelen op de website, aangezien de arts die er toegang toe wenst te krijgen, over een persoonlijke login en een geheime persoonlijke code moet beschikken; - bij een man-in-the-middle-aanval wordt ervan uitgegaan dat de hacker eerder de controle heeft gekregen over de IT-infrastructuur van de arts. In dat geval zou hij toch alleen maar toegang hebben tot de analyseresultaten van een patiënt; - dergelijke aanvallen werden niet gedetecteerd en de uitgever van de Cyberlabsoftware lijkt geen installatie van een https-certificaat te vereisen; - de formulering "een passende beveiliging waarborgen" in artikel 5.1.

  1. f)van de AVG veronderstelt dat naar de bestaande omgeving wordt gekeken en dat er niet in abstracto wordt geredeneerd; - verweerster heeft beslist om de toegang tot de gegevens beter te beveiligen door een systeem van "dubbele identificatie van artsen" in te voeren 3, waarbij de artsen vooraf moeten worden geraadpleegd. 26. Op basis van het onderzoeksverslag en de argumenten van de partijen stelt de Geschillenkamer vast dat de Cyberlab-website van verweerster ten tijde van de indiening van de klacht en de inleiding van het onderzoek niet beveiligd was. Na de contactname van 3 Eigen woorden van verweerster. Beslissing ten gronde 127/2022 - 6/17 de ID met verweerster werd de website beveiligd door uitrol van het TLS 1.2-protocol op een niet nader bepaalde datum tussen het eerste technologisch verslag van 14 januari 2021 en het tweede technologisch verslag van 6 juli 2021. 27. Afgezien van de door verweerster aangevoerde overwegingen en argumenten, is het TLSprotocol een basisencryptieprotocol dat sinds 1999 bestaat. Elke entiteit die een standaardbeveiliging van de gegevens die via haar website worden doorgegeven wil waarborgen, maakt er gebruik van of zou er gebruik van moeten maken. Deze standaard wordt zeer algemeen aanbevolen4. 28. Dat geldt zeker voor een platform dat medische analyseresultaten van honderden of duizenden patiënten verwerkt en toegankelijk maakt5. Deze standaard - en meer bepaald versie TLS 1.2 - werd pas toegepast nadat de ID contact met verweerster had opgenomen. 29. Het beginsel van integriteit en vertrouwelijkheid, dat is vastgelegd in artikel 5.1.
  2. f)van de AVG, luidt als volgt: "Persoonsgegevens moeten door het nemen van passende technische of organisatorische maatregelen op een dusdanige manier worden verwerkt dat een passende beveiliging ervan gewaarborgd is, en dat zij onder meer beschermd zijn tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging (integriteit en vertrouwelijkheid)." Dit beginsel wordt verder uitgewerkt in artikel 32 van de AVG. 30. In casu zaak beslist de Geschillenkamer dat een webpagina waarop artsen de resultaten van medische analyses van patiënten op afstand kunnen raadplegen zonder versleuteling aan te bieden, in strijd is met het in artikel 5.1.
  3. f)en artikel 32 van de AVG vastgelegde beginsel van integriteit en vertrouwelijkheid. 31. Afgezien van deze artikelen is de ID ook van mening dat verweerster als laboratorium voor medische analyse dagelijks gezondheidsgegevens verwerkt. Zij was verantwoordelijk voor het treffen van passende technische en organisatorische maatregelen en voor het waarborgen van de gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen, overeenkomstig artikelen 24 en 25 van de AVG en de ID concludeert derhalve dat er sprake is van een schending van deze artikelen. 32. Verweerster verdedigt zich in verband met vaststelling 1 in haar geheel met de in punt 25 samengevatte argumenten en maakt geen onderscheid tussen de schending van artikelen 5.1.
  4. f)en 32 enerzijds en artikelen 24 en 25 anderzijds. 4 Zie bijvoorbeeld de aanbevelingen van de CNIL over de beveiliging van websites; de richtlijnen van de EDPS over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt door webdiensten van EU-instellingen (punt 82). 5 Verweerster heeft in haar verweermiddelen verklaard dat zij vóór het begin van de COVID-pandemie 50 analyses per dag verwerkte en dat dit cijfer sindsdien fors is gestegen. Beslissing ten gronde 127/2022 - 7/17 33. De Geschillenkamer is van oordeel dat de vaststelling van een schending van artikelen 5.1.
  5. f)en 32 van de AVG volstaat om de tekortkoming in verband met de beveiliging van de verwerking te sanctioneren. 34. Voorts verklaart verweerster in haar syntheseconclusies dat "om de beveiliging van de toegang tot de gegevens verder te versterken, het laboratorium voor medische analyse heeft beslist een systeem van dubbele identificatie van artsen in te voeren". De Geschillenkamer leidt uit deze zin af dat verweerster doelt op een multifactorauthenticatiesysteem. In casu benadrukt de Geschillenkamer het belang van het opzetten van een robuust authenticatiesysteem, dat met twee authenticatiefactoren kan werken. Ze voegt eraan toe, hoewel dit aspect geen deel uitmaakt van de vaststellingen van de ID, dat het ontbreken van een robuust authenticatiesysteem vragen kan doen rijzen omtrent de naleving van het beginsel van vertrouwelijkheid en integriteit zoals bedoeld in artikel 5.1.
  6. f)en artikel 32 van de AVG. II.4. Vaststelling 2: Geen gegevensbeschermingseffectbeoordeling (artikelen 35.1 en 35.3 van de AVG) 35. Volgens de Inspectiedienst heeft verweerster artikel 35.1 en 35.3 van de AVG geschonden door geen gegevensbeschermingseffectbeoordeling uit te voeren, ondanks het feit dat zij op grote schaal gezondheidsgegevens verwerkt. 36. Verweerster betwist dat zij destijds op grote schaal gegevens verwerkte en stelt dat zij slechts ongeveer 50 analyses per dag verwerkte. Zij is van mening dat het begrip "grootschalig" in artikel 35.3.
  7. b)niet voldoende objectief is. Zij baseert zich ook op informatie op de website van de CNIL waaruit blijkt dat de laboratoria voor medische analyse naargelang van hun project moeten nagaan of het noodzakelijk is een gegevensbeschermingseffectbeoordeling uit te voeren, hetgeen er voor verweerster op wijst dat deze verplichting niet systematisch bestaat6. 37. Zij voegt eraan toe dat het aantal analyses dat het laboratorium voor medische analyse verwerkt fors is toegenomen als gevolg van de COVID-19-pandemie. Bijgevolg is zij nu van mening dat zij voldoet aan de voorwaarden om te kunnen spreken van een grootschalige verwerking van gezondheidsgegevens en heeft zij daarom een GEB laten uitvoeren. 38. Klager meent van zijn kant dat het wel degelijk gaat om verwerkingen van gezondheidsgegevens op grote schaal. Hij is van mening dat deze verwerkingen vallen 6 https://www.cnil.fr/fr/cnil-direct/question/laboratoire-danalyse-de-biologie-medicale-que-faire Beslissing ten gronde 127/2022 - 8/17 onder punt 6.5) van de beslissing van het Algemeen Secretariaat van de GBA nr. 01/2019 van 16 januari 20197, dat als volgt luidt: "Wanneer bijzondere categorieën van persoonsgegevens in de zin van artikel 9 van de AVG […] systematisch worden uitgewisseld tussen meerdere verwerkingsverantwoordelijken.". 39. Klager is ook van mening dat zelfs indien de verwerkingen niet onder dit punt vallen, het nog steeds gaat om verwerkingen van gezondheidsgegevens op grote schaal. Klager betwist dat de definitie van "grootschalig" volledig aan de beoordeling van de toezichthoudende autoriteit zou worden overgelaten, aangezien deze definitie wordt afgebakend in overweging 91 van de AVG en in de richtlijnen van de Werkgroep "Artikel 29" (G29) over de functionarissen voor gegevensbescherming8. 40. De vraag die aan de Geschillenkamer voor onderzoek wordt voorgelegd is of verweerster verplicht was om vóór de indiening van de klacht een GEB uit te voeren op grond van artikelen 35.1 en 35.3 van de AVG, omdat de gegevensverwerkingen die zij verricht grootschalige gegevensverwerkingen zijn. 41. De Geschillenkamer merkt om te beginnen op dat niet wordt betwist dat verweerster gezondheidsgegevens verwerkt in de zin van artikel 9.1 van de AVG. Het onderzoek van de Geschillenkamer zoomt dus in op het begrip "grootschalig". 42. De Geschillenkamer merkt op dat verweerster het begrip "grootschalig" als zijnde onnauwkeurig bekritiseert. 43. De Geschillenkamer is het ermee eens dat het begrip "grootschalig" vatbaar is voor interpretatie, maar betwist dat dit aanleiding geeft tot rechtsonzekerheid. Zowel de AVG 9 als de nationale en Europese aanbevelingen verduidelijken immers de criteria die het uitvoeren van een GEB verplicht maken. Deze worden uiteengezet in de Handleiding gegevensbeschermingseffectbeoordeling die de GBA op haar website heeft gepubliceerd10 en die vier criteria uit de Europese richtlijnen bevat om te bepalen of een verwerking grootschalig is11. Het gaat om de volgende criteria: - het aantal betrokkenen, hetzij als een specifiek aantal hetzij als een deel van de relevante populatie; 7 Beschikbaar op: beslissing-nr.-01-2019-van-16-januari-2019.pdf (gegevensbeschermingsautoriteit.
  8. be)8 Beschikbaar op: https://ec.europa.eu/newsroom/article29/items/612048 9 AVG, overweging 91. 10 Gegevensbeschermingsautoriteit, "Handleiding gegevensbeschermingseffectbeoordeling", versie 4.0 van 21 april 2021, p. 2-7. (Beschikbaar op: https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/handleidinggegevensbeschermingseffectbeoordeling.pdf) 11 Ibidem, p. 6. Beslissing ten gronde 127/2022 - 9/17 - het volume van gegevens en/of het bereik van verschillende gegevensitems die worden verwerkt; - de duur of het permanente karakter van de gegevensverwerkingsactiviteit; - de geografische omvang van de verwerkingsactiviteit. 44. De Geschillenkamer wijst verweerster er bovendien op dat zij zelf bijdraagt tot een zekere subjectiviteit van dit begrip door in haar conclusies naar vage elementen te verwijzen en te oordelen dat haar activiteiten "aanvankelijk" geen grootschalige verwerking inhielden, maar dat "de door het laboratorium voor medische analyse verwerkte analyses fors zijn toegenomen als gevolg van de COVID-19-pandemie", waardoor zij meent dat zij nu wel verwerkingen op grote schaal verricht. Verweerster had haar interpretatie van het begrip "grootschalig" op basis van het verantwoordelijkheidsbeginsel van artikel 24 moeten verduidelijken door aan te geven op basis van welke objectieve criteria zij meent dat haar activiteiten uiteindelijk onder de categorie van grootschalige verwerking vallen, terwijl deze volgens haar in eerste instantie niet aan dit criterium voldeden. 45. Meerdere elementen in deze zaak laten de Geschillenkamer toe te besluiten dat verweerster wel degelijk was onderworpen aan de verplichting om een GEB uit te voeren alvorens zij besliste om dit effectief te doen. 46. Om te beginnen beschikt de Geschillenkamer niet over enige informatie waaruit blijkt dat de omvang van de gegevensverwerkingen door verweerster als gevolg van de COVID-19pandemie op dergelijke ingrijpende wijze zou zijn geëvolueerd dat er uiteindelijk sprake was van grootschalige verwerking. Verweerster voert immers aan dat het laboratorium vóór de COVID-19-pandemie een vijftigtal analyses per dag uitvoerde, zonder echter te vermelden hoeveel analyses het vandaag uitvoert of tijdens de pandemie uitvoerde. 47. Bovendien komt het GEB-document dat een externe dienstverlener heeft opgesteld 12 tot het volgende besluit: "De beschreven gegevensverwerking moet worden geacht een ernstig risico te kunnen meebrengen voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen. Bij de analyse van de afnames en de weergave van de analyseresultaten worden er immers op grote schaal bijzondere categorieën van persoonsgegevens verwerkt. Het laboratorium voor medische analyse moet een GEB uitvoeren." 48. De Geschillenkamer besluit dus dat de verwerkingen op het ogenblik van de klacht en van het onderzoeksverslag grootschalige verwerkingen zijn. 12 Document bezorgd aan de Geschillenkamer op voorstel van verweerster en volgend op de uitwisseling van verweermiddelen. Dit document was nog niet opgesteld ten tijde van het onderzoek door de Inspectiedienst. Beslissing ten gronde 127/2022 - 10/17 49. Ten overvloede is de Geschillenkamer van mening dat de bewuste verwerkingen beantwoorden aan de definitie van punt 6.5) van beslissing nr. 01/2019 van het Algemeen Secretariaat van 16 januari 2019 die als volgt luidt: "Wanneer bijzondere categorieën van persoonsgegevens in de zin van artikel 9 van de AVG [...] systematisch worden uitgewisseld tussen meerdere verwerkingsverantwoordelijken.". Het staat immers vast dat verweerster analyses uitvoert voor vele artsen die zelf worden beschouwd als verwerkingsverantwoordelijken en die vervolgens de resultaten van de analyses kunnen raadplegen. Volgens de Geschillenkamer had de uitvoering van een GEB dus ook op deze basis verplicht kunnen zijn. Tot slot wijst de Geschillenkamer erop dat, krachtens artikel 35.1 van de AVG, een effectbeoordeling moet worden uitgevoerd vóór de beoogde verwerking wordt gerealiseerd13. 50. Op basis van bovenstaande elementen komt de Geschillenkamer tot het besluit dat verweerster al een GEB had moeten uitvoeren vóór de klacht werd ingediend en dat verweerster, door dat niet te hebben gedaan, artikelen 35.1 en 35.3 van de AVG heeft geschonden. II.5. Vaststelling 3: Gebrek aan informatie betreffende de gegevensverwerking (artikelen 12 tot 14 van de AVG) 51. Uit het verslag van het technologisch onderzoek van 14 januari 2021 blijkt dat er op die datum geen privacybeleid beschikbaar was op de website van het laboratorium voor medische analyse. 52. Volgens zijn juridisch adviseur zou het laboratorium voor medische analyse in zijn eigen afnamecentra hebben voorzien in een aanplakking van de AVG-informatie. Dit gezegd zijnde, erkent hij dat dit betrekking heeft op slechts een klein deel van de patiënten voor wie het laboratorium voor medische analyse belast is met het uitvoeren van analyses. 53. Uit het verslag van 6 juli 2021 betreffende de opvolging van het verslag van het technologisch onderzoek bleek dat er nu wel een privacybeleid te vinden was op de website van het laboratorium voor medische analyse. 54. De Inspectiedienst concludeert dat er sprake is van een inbreuk op de informatieverplichting krachtens de artikelen 12 tot 14 van de AVG, daar er ten tijde van het eerste technologisch verslag geen privacybeleid op de website stond. 13 De Geschillenkamer onderstreept. Beslissing ten gronde 127/2022 - 11/17 55. In eerste instantie betwist verweerster deze inbreuk en stelt zij dat zij zichzelf destijds als verwerker beschouwde. Daar verweerster in haar syntheseconclusies uiteindelijk heeft erkend dat zij de hoedanigheid van verwerkingsverantwoordelijke heeft, voert zij aan dat er sinds maart 2021 wel degelijk een privacybeleid op de website staat. 56. Zij onderstreept ook dat de AVG niet voorschrijft dat deze informatie op de website moet worden gepubliceerd. Zij is ook van mening dat, gezien het geringe aantal verwerkingen vóór de COVID-crisis, een aanplakking van de informatie in haar afnamecentra voldoende was. Zij voegt toe dat de forse toename van haar activiteiten sinds de pandemie de aanplakking van deze informatie op haar website rechtvaardigt. 57. Om te beginnen stelt de Geschillenkamer vast dat verweerster niet aantoont dat het vertrouwelijkheidsbeleid was aangeplakt in haar afnamecentra. Tevens meent de Kamer dat de website van verweerster niet kan worden beschouwd als een gewoon commercieel uitstalraam, zoals verweerster stelt in haar conclusies. Deze website bevat namelijk een link naar de website van het Cyberlab waar resultaten van analyses kunnen worden geraadpleegd. Op die laatste website was er evenmin een vertrouwelijkheidsbeleid te vinden. Beide websites zijn dus een belangrijk operationeel instrument voor de activiteiten van verweerster en niet alleen maar een commercieel uitstalraam. 58. In haar richtsnoeren inzake transparantie bepaalt de G29 wat volgt: "Elke onderneming met een website zou op die site een verklaring of een mededeling over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer moeten publiceren. Een rechtstreekse link naar deze verklaring of mededeling over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zou duidelijk zichtbaar moeten zijn op elke pagina van de website, onder een algemeen gebruikte term (bv. "Vertrouwelijkheid", "Vertrouwelijkheidsbeleid" of "Mededeling inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer"). 14 Bovendien bepaalt deze werkgroep dat "alle informatie die aan een betrokkene wordt toegestuurd, ook toegankelijk zou moeten zijn op een enkele plaats of in eenzelfde document (op papier of in elektronisch formaat) dat vlot kan worden geraadpleegd door deze persoon indien hij alle informatie die hem wordt toegestuurd wenst te raadplegen."15. 59. Op basis van bovenstaande elementen beslist de Geschillenkamer dat, door haar vertrouwelijkheidsbeleid niet op haar website te publiceren, verweerster artikelen 12, 13 en 14 van de AVG heeft geschonden. 60. De Kamer stelt vast dat er vandaag wel een vertrouwelijkheidsbeleid te vinden is op de website van verweerster. 14 Werkgroep "Artikel 29", "Richtsnoeren inzake transparantie overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679", herziene en op 11 april 2018 goedgekeurde versie (beschikbaar op: https://ec.europa.eu/newsroom/article29/items/622227), punt 11. 15 Ibidem, punt 17. Beslissing ten gronde 127/2022 - 12/17 II.6. Sanctie 61. De Geschillenkamer beslist om een administratieve geldboete op te leggen. In overweging 148 van de AVG wordt immers duidelijk bepaald dat straffen, met inbegrip van administratieve geldboeten, worden opgelegd voor elke ernstige inbreuk - dus met inbegrip van de eerste vaststelling van een inbreuk -, naast of in plaats van passende maatregelen die worden opgelegd.16 De Geschillenkamer toont hierna aan dat de inbreuken op de artikelen 5.1.f), 12, 13, 14 en 32 en 35.1 en 35.3 van de AVG die verweerster heeft begaan, in geen geval kleine inbreuken zijn en dat de geldboete geen onevenredige last zou berokkenen aan een natuurlijk persoon in de betekenis van overweging 148 van de AVG, i.e. twee gevallen die zouden toelaten af te zien van een geldboete. Het feit dat het een eerste vaststelling van een door verweerster gepleegde inbreuk op de AVG betreft, doet aldus op generlei wijze afbreuk aan de mogelijkheid voor de Geschillenkamer om een administratieve geldboete op te leggen. De Geschillenkamer legt een administratieve geldboete op bij toepassing van artikel 58.2
  9. i)van de AVG. Het instrument van de administratieve geldboete is in geen geval bedoeld om een einde te maken aan een gepleegde inbreuk, wel om de regels van de AVG daadwerkelijk te doen naleven. Om een einde te stellen aan een inbreuk voorzien de AVG en de WOG in meerdere corrigerende maatregelen, waaronder de bevelen zoals vermeld in artikel 100, § 1, 8° en 9° van de WOG. 62. Gelet op artikel 83 van de AVG en de rechtspraak 17 van het Marktenhof motiveert de Geschillenkamer het opleggen van een administratieve sanctie op concrete wijze: De Geschillenkamer neemt onderstaande verzwarende omstandigheden in aanmerking: - Het feit dat de verwerkte gegevens gezondheidsgegevens zijn en dat ze op grote schaal worden verwerkt (artikel 83.2.
  10. g)van de AVG); - Het gebrek aan samenhang in de uitleg van verweerster, die niet in staat was te bepalen of zij verwerkingsverantwoordelijke of verwerker was 18 en bijgevolg de verplichtingen 16 Overweging 148 bepaalt wat volgt: "Met het oog op een krachtiger handhaving van de regels van deze verordening dienen straffen, met inbegrip van administratieve geldboeten, te worden opgelegd voor elke inbreuk op de verordening, naast of in plaats van passende maatregelen die door de toezichthoudende autoriteiten ingevolge deze verordening worden opgelegd. Indien het gaat om een kleine inbreuk of indien de te verwachten geldboete een onevenredige last zou berokkenen aan een natuurlijk persoon, kan in plaats van een geldboete worden gekozen voor een berisping. Er dient evenwel rekening te worden gehouden met de aard, de ernst en de duur van de inbreuk, met het karakter van de inbreuk, met schadebeperkende maatregelen, met de mate van verantwoordelijkheid, of met eerdere relevante inbreuken, met de wijze waarop de inbreuk ter kennis van de toezichthoudende autoriteit is gekomen, met de naleving van de maatregelen die werden genomen tegen de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker, met de aansluiting bij een gedragscode en met alle andere verzwarende of verzachtende factoren. Het opleggen van straffen, met inbegrip van administratieve geldboeten, moet onderworpen zijn aan passende procedurele waarborgen overeenkomstig de algemene beginselen van het Unierecht en het Handvest, waaronder een doeltreffende voorziening in rechte en een eerlijke rechtsbedeling. [wij onderstrepen] 17 Hof van beroep van Brussel (afdeling Marktenhof), X t. GBA, Arrest 2020/1471 van 19 februari 2020. 18 Zie punt 17 supra. Beslissing ten gronde 127/2022 - 13/17 die voortvloeien uit de AVG niet correct in acht heeft genomen, zoals blijkt uit de vaststellingen van inbreuk (artikel 83.2.
  11. k)van de AVG); - De vastgestelde inbreuken lijken weliswaar niet opzettelijk te zijn, maar wijzen op grote nalatigheid wat betreft de naleving van de wetgeving inzake gegevensbescherming (artikel 83.2.
  12. b)van de AVG); - Dit aspect wordt nog versterkt door het feit dat er pas na het optreden van de Inspectiedienst heel wat actie is ondernomen om zich te schikken naar de regelgeving (artikel 83.2.
  13. a)van de AVG). De Geschillenkamer neemt onderstaande verzachtende omstandigheden in aanmerking: - Het feit dat verweerster in het verleden geen inbreuken heeft begaan die werden vastgesteld door de Geschillenkamer (artikel 83.2.
  14. e)van de AVG); - Verweerster heeft de vastgestelde tekortkomingen verholpen alvorens de Geschillenkamer haar beslissing heeft verleend (artikel 83.2.
  15. f)van de AVG). 63. Op 25 juli 2022 stelt de Geschillenkamer verweerster in kennis van haar voornemen om een administratieve geldboete van € 25.000 op te leggen. Op 15 augustus 2022 ontvangt de Geschillenkamer de reactie van verweerster op het voornemen om een administratieve geldboete op te leggen, alsmede het bedrag daarvan. Verweerster voert de volgende elementen aan: a. de eiser noch enige andere persoon heeft nadeel ondervonden van de beweerde inbreuken; b. verweerster heeft alle passende corrigerende acties ondernomen zonder de uitkomst van de huidige procedure af te wachten; c. de beweerde inbreuken zijn het gevolg van nalatigheid; d. verweerster heeft in het verleden geen inbreuken begaan; e. het vermeende gebrek aan coherentie in de uitleg van verweerster kan haar niet worden verweten, daar het te wijten is aan slecht advies en men een persoon hoe dan ook niet de manier waarop hij of zij zich verdedigt kan verwijten; f. de hoofdactiviteit bestaat in het vervullen van een opdracht van algemeen belang, i.e. bijdragen tot de volksgezondheid door middel van biomedische analyses; g. de omzet van verweerster voor deze activiteit bedraagt weliswaar (€ ...) maar er is reden om rekening te houden met het verlies van (€ ...) om de financiële middelen van verweerster vast te stellen. Beslissing ten gronde 127/2022 - 14/17 64. In verband hiermee stelt de Geschillenkamer dat argumenten b en d van verweerster reeds in aanmerking werden genomen als verzachtende omstandigheden bij het toesturen van het formulier van geldboete (zie "verzachtende omstandigheden" in punt 62). 65. Wat betreft argument a wijst de Geschillenkamer erop dat het recht op bescherming van de gegevens een fundamenteel recht is van eender welke persoon en als zodanig is opgenomen in artikel 8 van het EU-Grondrechtenhandvest. De verwerkingsverantwoordelijke heeft niet de minste beoordelingsbevoegdheid wat betreft de draagwijdte van dit recht in functie van de vermeende beperkte impact van de inbreuk, terwijl de AVG positieve verplichtingen oplegt. Voor veel van de in de AVG opgenomen verplichtingen, zoals de aanstelling van een functionaris voor gegevensbescherming, het verstrekken van informatie op transparante wijze, het uitvoeren van een GEB enzovoort heeft het gebrek aan uitvoering immers zelden tot gevolg dat een betrokkene directe schade oploopt. Dit betekent echter niet dat de verwerkingsverantwoordelijken deze verplichtingen niet in acht dienen te nemen, des te meer daar de AVG het opleggen van een geldboete aan de verwerkingsverantwoordelijke niet afhankelijk stelt van het feit of er al dan niet sprake is van schade. De Geschillenkamer wijst erop dat argument c van verweerster, dat in verband staat met argument e, door de Geschillenkamer in aanmerking werd genomen als verzwarende omstandigheden. De vastgestelde tekortkomingen wijzen immers op ernstige nalatigheid vanwege de verwerkingsverantwoordelijke wat betreft zijn verplichtingen inzake gegevensbescherming. Het belang van deze nalatigheid wordt nog versterkt door de tegenstrijdige argumenten van verweerster in haar conclusies. Hoewel het een verweerster natuurlijk vrij staat om de argumenten te kiezen die zij naar voren brengt, kan de tegenstrijdige uitleg erop wijzen dat zij onvoldoende rekening heeft gehouden met haar verantwoordelijkheden in het licht van de AVG. De Geschillenkamer is eerder al ingegaan op de tegenstrijdige aspecten in de uitleg van verweerster (punt 17). De Geschillenkamer oordeelt dat argument f in casu niet relevant is. Alleen overheidsinstanties zijn immers vrijgesteld van de mogelijkheid dat hun een geldboete wordt opgelegd, krachtens artikel 221, §2 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. Daar verweerster geen overheidsinstantie is, is dit artikel niet op haar van toepassing. Bovendien zou het feit dat verweerster op grote schaal gezondheidsgegevens verwerkt, haar ertoe moeten aanzetten des te zorgvuldiger te handelen bij de bescherming van die gegevens, en dus gaat het om een verzwarende en geen verzachtende omstandigheid met betrekking tot de vastgestelde inbreuken. In verband met punt g wijst de Geschillenkamer erop dat het wel degelijk de omzet en niet de resultatenrekening is die in de AVG aanmerking wordt genomen als criterium om het Beslissing ten gronde 127/2022 - 15/17 maximumbedrag van de geldboeten te bepalen. Dit is een bewuste keuze van de Europese wetgever om te voorkomen dat variaties in de resultatenrekening de mogelijkheid van de toezichthoudende autoriteiten beperken om effectieve geldboeten op te leggen. De Geschillenkamer is echter gevoelig voor de moeilijke financiële situatie van verweerster tijdens het referentiejaar en voor de grote verliezen die ze heeft geleden, wat een verzachtende omstandigheid kan zijn in de zin van artikel 83.2.
  16. k)van de AVG. Bijgevolg besluit zij om het bedrag van de geldboete te verlagen tot € 20.000. 66. Volledigheidshalve wenst de Geschillenkamer te verwijzen naar de richtsnoeren (Guidelines 04/2022 on the calculation of administrative fines under the GDPR), die de EDPB op 16 mei 2022 ter raadpleging op haar website heeft gepubliceerd. Daar deze richtsnoeren nog niet definitief zijn, heeft de Geschillenkamer beslist er geen rekening mee te houden bij de bepaling van het bedrag van de geldboete in de huidige procedure. 67. Het geheel van de hierboven uiteengezette elementen rechtvaardigt een doeltreffende, evenredige en afschrikkende sanctie zoals bedoeld in artikel 83 van de AVG, rekening houdend met de daarin bepaalde beoordelingscriteria. De Geschillenkamer wijst er ook nog op dat de andere criteria van artikel 83.2 van de AVG in casu niet relevant zijn en dus geen aanleiding geven tot een andere administratieve geldboete dan die welke de Geschillenkamer in deze beslissing heeft vastgesteld. 68. Overeenkomstig het voorgaande stelt de Geschillenkamer vast dat zij zich kan baseren op de jaarcijfers van het laboratorium voor medische analyse om het bedrag te bepalen van de administratieve geldboete die zij aan verweerster wil opleggen. 69. De Geschillenkamer verwijst naar de jaarrekening die op 26 juli 2021 is neergelegd bij de Nationale Bank van België (NBB) en waaruit voor het boekjaar 2020 een omzet blijkt van (€ ...). 70. De beoogde administratieve geldboete van € 20.000,00 komt in dit geval neer op 0,07% van de jaaromzet van verweerster voor het jaar 2020. De Geschillenkamer verwijst naar de jaarrekening die op 26 juli 2021 is neergelegd bij de Nationale Bank van België (NBB) en waaruit voor het boekjaar 2020 een omzet blijkt van (€ ...). 71. De Geschillenkamer stelt dat het maximumbedrag van de administratieve geldboete voor een inbreuk wordt bepaald door de artikelen 83.4 en 83.4 van de AVG. Het bedrag van de in de huidige beslissing opgelegde geldboete is aanzienlijk lager dan het voorziene maximumbedrag (dat tot maximaal € 20.000.000 had kunnen oplopen), daar de Geschillenkamer rekening heeft gehouden met alle relevante criteria van artikel 83.2 van de AVG. Bovendien beoordeelt de Geschillenkamer de concrete elementen van elke zaak afzonderlijk om een passende sanctie op te leggen. Beslissing ten gronde 127/2022 - 16/17 III. Publicatie van de beslissing 72. Gelet op het belang van transparantie van het besluitvormingsproces van de Geschillenkamer wordt deze beslissing bekendgemaakt op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Daartoe is het evenwel niet noodzakelijk dat de identificatiegegevens van de partijen rechtstreeks worden meegedeeld. OM DEZE REDENEN, beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit na beraadslaging: - krachtens artikelen 100, §1°, 13° en 101 van de WOG een geldboete van € 20.000 op te leggen wegens inbreuken op de artikelen 5.1.f), 12, 13, 14, 32, 35.1 en 35.3 van de AVG - krachtens artikel 100, §1, 1° van de WOG het dossier te seponeren wat betreft de resterende vaststellingen. Overeenkomstig artikel 108, §1 van de WOG kan tegen deze beslissing binnen 30 dagen na de kennisgeving ervan beroep worden ingesteld bij het Marktenhof (hof van beroep van Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verwerende partij. Een dergelijk beroep kan worden ingesteld door middel van een verzoekschrift dat de informatie moet bevatten zoals opgesomd in artikel 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek19. Het verzoekschrift moet worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof overeenkomstig artikel 19 Het verzoekschrift bevat op straffe van nietigheid: 1° de aanduiding van dag, maand en jaar; 2° de naam, de voornaam, de woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregisternummer of ondernemingsnummer; 3° de naam, de voornaam, de woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen; 4° het onderwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering; 5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt; 6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat. Beslissing ten gronde 127/2022 - 17/17 1034quinquies van het G.W.20 of via het informatiesysteem e-Deposit van het ministerie van Justitie (artikel 32ter van het G.W.). (get.) Hielke HIJMANS Voorzitter van de Geschillenkamer Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd. 20

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.