← België

Beslissing ten gronde nr. 129/2022

1/9 Geschillenkamer Beslissing ten gronde 129/2022 van 23 augustus 2022 Dossiernummer : DOS-2020-01079 Betreft : Klacht wegens het niet voorzien van een voldoende beveiligingsniveau in het kader van de verwerkingen van persoonsgegevens. De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans, voorzitter en de heren Dirk Van Der Kelen en Jelle Stassijns, leden; Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna AVG; Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG; Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019; Gelet op de stukken van het dossier; heeft de volgende beslissing genomen inzake: De klager: De heer X, hierna “de klager”; De verweerder: Y, hierna “de verweerder”. Beslissing ten gronde 129/2022 - 2/9 I. Feiten en procedure 1. Op 3 april 2020 diende de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit tegen verweerder. 2. De klacht betreft het automatisch beschikbaar stellen van persoonlijke documenten van de klager aan een derde. De klager doet aan co-housing met een vriend, een derde in deze procedure. In het kader van deze co-housing werd tussen klager en de derde overeengekomen dat deze derde de gemeenschappelijke waterfactuur, op naam van de klager, zou uploaden naar zijn persoonlijke Yaccount. Y is een platform waarop een gebruiker zijn administratie kan beheren, zoals een digitaal archief. Hierbij kan de gebruiker persoonlijke documenten, zoals facturen, uploaden en beheren, betalingen uitvoeren etc. Het uploaden van de waterfactuur op naam van de klager had als gevolg dat Y automatisch aan de derde voorstelde om andere documenten op naam van de klager van andere ondernemingen waarbij de klager klant is aan het account van de derde toe te voegen. Deze voorgestelde nieuwe verbindingen werden door de derde geweigerd. Op verzoek van de Eerstelijnsdienst heeft de klager contact opgenomen met de verweerder. De verweerder gaf aan bereidwillig te zijn om dit probleem te verhelpen. De klager diende klacht in tegen de situatie zoals die was vòòr de technische aanpassingen aan Y zoals die werden aangebracht door de verweerder. 3. Op 30 april 2020 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond van de artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van artikel 62, § 1 WOG overgemaakt aan de Geschillenkamer. 4. Op 11 augustus 2020 worden de betrokken partijen per aangetekende zending in kennis gesteld van de bepalingen zoals vermeld in artikel 95, § 2, alsook van deze in artikel 98 WOG. Tevens worden zij op grond van artikel 99 WOG in kennis gesteld van de termijnen om hun verweermiddelen in te dienen. De uiterste datum voor ontvangst van de conclusie van antwoord van de verweerder werd daarbij vastgelegd op 13 oktober 2020, deze voor de conclusie van repliek van de klager op 3 november 2020 en deze voor de conclusie van repliek van de verweerder op 24 november 2020. 5. Op 12 augustus 2020 aanvaardt de verweerder elektronisch alle communicatie omtrent de zaak. 6. Op 17 augustus 2020 aanvaardt de klager elektronisch alle communicatie omtrent de zaak. 7. Op 7 oktober 2020 ontvangt de Geschillenkamer de conclusie van antwoord vanwege de verweerder. De verweerder benadrukt dat een gebruikersaccount bij Y persoonlijk is waarbij het de bedoeling is dat een gebruiker enkel documenten op zijn of haar naam aan de eigen account toevoegt. Aangezien de derde de waterfactuur (op naam van de klager) heeft geüpload, werden door Y twee nieuwe verbindingen voorgesteld. De verweerder legt uit dat deze verbindingen kunnen worden beschouwd als een map waarin documenten worden bewaard voor een eindgebruiker van een bepaald bedrijf. Deze map word enkel gevuld met documenten en informatie Beslissing ten gronde 129/2022 - 3/9 wanneer er een verbinding wordt gelegd met dat bedrijf. Toen deze twee verbindingen aan de derde werden voorgesteld, was er dus geen toegang tot de documenten zelf. De derde kon wel op basis van deze nieuwe voorstellen afleiden dat de klager klant was bij deze twee bedrijven. Vervolgens benadrukt de verweerder dat het incident binnen 48 uur werd opgelost. Tot slot stelt de verweerder enkele verbeteringsvoorstellen voor dewelke binnen zes maanden geïmplementeerd zouden worden in het platform: - Beter informeren van de effecten van het toevoegen van een verbinding; - Beter informeren over het persoonlijk karakter van de gebruikersaccount. 8. Op 9 oktober 2020 ontvangt de Geschillenkamer de conclusie van repliek van de klager. De klager verwijst naar de conclusie van antwoord van de verweerder waarin wordt gesteld dat een Y account persoonlijk is. De klager wijst erop dat hij geen account heeft en dat hij dus meent dat dit irrelevant is. Vervolgens voert de klager aan dat het Y-platform behept is met enkele fundamentele en illegale constructiefouten. De derde kon immers een factuur op naam van de klager invoeren, hetgeen bovendien tot gevolg heeft dat nieuwe verbindingen worden voorgesteld, waardoor de derde toegang zou hebben tot nog meer persoonsgegevens van de klager. De klager werd ook op geen enkele manier geïnformeerd, geconsulteerd of gewaarschuwd hieromtrent. De klager benadrukt ook dat de documenten van de nieuwe verbindingen niet werden toegevoegd aan de Y account van de derde, maar dat de derde wel formeel verklaard heeft dat deze hem wel ter inzage aangeboden zijn. De verhindering van de inzage van de documenten komt bijgevolg door de goede intenties van de derde en niet door de nodige beveiligingsmaatregelen van het platform, aldus de klager. 9. Op 24 november 2020 ontvangt de Geschillenkamer de conclusie van repliek van de verweerder. De verweerder benadrukt dat het persoonlijk karakter van het gebruikersaccount wel relevant is omwille van de combinatie van maatregelen die Y neemt en de functionaliteiten die Y aanbiedt. Het juiste gebruik van Y is immers om andermans documenten niet toe te voegen aan de eigen account. Vervolgens benadrukt de verweerder dat er geen fundamentele en illegale constructiefouten in het platform aanwezig zijn. Deze klacht is volgens de verweerder het gevolg van een afspraak tussen de klager en de derde. De klager heeft zijn toestemming gegeven aan de derde om de waterfactuur, op naam van de klager, toe te voegen aan de gebruikersaccount van de derde op Y. Om dit document toe te voegen heeft de derde toegang gehad tot persoonlijke gegevens van de klager, te weten zijn klantnummer en beveiligingscode op de factuur van zijn waterleverancier. Zonder deze gegevens kon de derde de factuur niet toevoegen aan zijn gebruikersaccount. De verweerder benadrukt dat de communicatie tussen leverancier en klant, zoals facturen of andere vertrouwelijke communicatie buiten de controle van Y ligt. De verweerder heeft geen toegang tot die gegevens en oefent geen invloed uit op de wijze waarop de leverancier en de klant met deze gegevens omgaan. Beslissing ten gronde 129/2022 - 4/9 10. De klager gaf aan in zijn conclusies dat hij niet geïnformeerd of gewaarschuwd werd dat er (nieuwe) verbindingen gemaakt zouden worden. De verweerder wijst erop in zijn conclusies dat de klager geen gebruiker van Y is, waardoor de verweerder niet over zijn persoonsgegevens beschikte om de klager te verwittigen. Tot slot wenst de verweerder te weerleggen dat de derde inzage heeft gehad in de documenten in de hierboven vermelde nieuwe verbindingen. De verweerder argumenteert dat de documenten enkel zichtbaar zijn voor een gebruiker wanneer hij deze heeft toegevoegd via het ingeven van een beveiligingscode of het aanvaarden van een uitnodiging. Zonder deze code of uitnodiging worden er geen documenten toegevoegd aan een account van een gebruiker en kan er ook geen inzage zijn in documenten. De logs van Y tonen aan dat de derde de uitnodiging tot nieuwe verbinding niet heeft aanvaard waardoor er dan ook geen documenten werden toegevoegd en dus inzage onmogelijk is. De verweerder stelt bijkomend zich wel constructief op te stellen en geeft aan binnen een termijn van zes maanden een bijkomende functionaliteit in te bouwen, te weten een bijkomende beveiliging met eID en/of Itsme. Op deze manier wordt een bijkomende controle gecreëerd omtrent de identiteit van de gebruiker. 11. Op 25 mei 2022 wordt de verweerder ervan in kennis gesteld dat de hoorzitting zal plaatsvinden op 21 juni 2022. 12. Op 21 juni 2022 worden de partijen gehoord door de Geschillenkamer en krijgen zij aldus de gelegenheid om hun argumenten naar voor te brengen. De klager verscheen in persoon en de verweerder verscheen via de CEO en zijn advocaat. Vervolgens wordt de zaak door de Geschillenkamer in beraad genomen. 13. Op 27 juni 2022 wordt het proces-verbaal van de hoorzitting aan de partijen voorgelegd in overeenstemming met artikel 54 van het reglement van interne orde van de GBA. De partijen krijgen hierbij de gelegenheid om hun eventuele opmerkingen daaromtrent te laten toevoegen als bijlage bij het proces-verbaal, zonder dat dit een heropening van de debatten inhoudt. 14. Op 4 juli 2022 ontvangt de Geschillenkamer vanwege de klager enkele opmerkingen met betrekking tot het proces-verbaal dewelke zij beslist mee op te nemen in haar beraad. 15. Op 5 juli 2022 ontvangt de Geschillenkamer vanwege de verweerder de melding geen opmerkingen te formuleren met betrekking tot het proces-verbaal. 16. Op 6 juli 2022 heeft de Geschillenkamer aan de verweerder het voornemen kenbaar gemaakt om over te gaan tot het opleggen van een administratieve geldboete, alsmede het bedrag daarvan teneinde de verweerder de gelegenheid te geven zich te verdedigen, voordat de sanctie effectief wordt opgelegd. 17. Op 12 juli 2022 ontvangt de Geschillenkamer de reactie van de verweerder op het voornemen tot het opleggen van een administratieve geldboete, alsmede het bedrag daarvan. De verweerder wenst hierop geen opmerkingen te formuleren. Beslissing ten gronde 129/2022 - 5/9 II. Motivering Artikel 5, 1,

  1. f)van de AVG, artikel 5, lid 2 van de AVG artikel 24, lid 1 van de AVG en artikel 32, lid 1 en lid 2 van de AVG omtrent de verificatie van de identiteit 18. Artikel 5, 1,
  2. f)van de AVG schrijft voor dat “[persoonsgegevens] door het nemen van passende technische of organisatorische maatregelen op een dusdanige manier worden verwerkt dat een passende beveiliging ervan gewaarborgd is, en dat zij onder meer beschermd zijn tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging”. 19. In verdere uitwerking van artikel 5, lid 1,
  3. f)AVG stelt artikel 32, lid 1 AVG dat de verweerder als verwerkingsverantwoordelijke passende technische en organisatorische maatregelen moet treffen om een op het risico afgestemd beveiligingsniveau te waarborgen. Hierbij moet rekening worden gehouden met de stand van de techniek, de uitvoeringskosten, alsook met de aard, de omvang, de context, de verwerkingsdoeleinden en de waarschijnlijkheid en ernst van de uiteenlopende risico’s voor de rechten en vrijheden van personen. 20. Artikel 32, lid 1 van de AVG bepaalt dat bij de beoordeling van het passende beveiligingsniveau rekening moet gehouden worden met de verwerkingsrisico’s, vooral als gevolg van de vernietiging, het verlies, de wijziging of de ongeoorloofde verstrekking van of ongeoorloofde toegang tot doorgezonden, opgeslagen of anderszins verwerkte gegevens, hetzij per ongeluk hetzij onrechtmatig. 21. De Geschillenkamer wijst erop dat de verantwoordingsplicht ingevolge de artikelen 5, lid 2 AVG, artikel 24 AVG en artikel 32, lid 1 en lid 2 AVG met zich meebrengt dat de verwerkingsverantwoordelijke de nodige technische en organisatorische maatregelen neemt, teneinde te garanderen dat de verwerking in overeenstemming is met de AVG. Deze verplichting behoort tot de verantwoordingsplicht van verweerder ingevolge artikel 5, lid 2 AVG, artikel 24 AVG en artikel 32 AVG. De Geschillenkamer wijst er op dat de verantwoordingsplicht van artikel 5, lid 2 AVG en artikel 24 AVG één van de centrale pijlers van de AVG vormt. Dit houdt in dat op de verwerkingsverantwoordelijke de verplichting rust tot, enerzijds, het nemen van proactieve maatregelen teneinde de naleving van de voorschriften van de AVG te waarborgen en, anderzijds, het kunnen aantonen dat hij dergelijke maatregelen heeft getroffen. 22. De eerste stap om het gepaste beveiligingsniveau van de verwerking van persoonsgegevens te bepalen is om de risico’s van die verwerking in kaart te brengen en hiervan een afweging te maken. Op basis daarvan moet worden bepaald welke maatregelen nodig zijn om een voldoende beveiliging tegen deze risico’s te voorzien. Voortvloeiend uit de AVG volgt dat bij de afweging van de gegevensbeveiligingsrisico’s de nodige aandacht dient te worden besteed aan risico’s die zich kunnen voordoen bij persoonsgegevensverwerking, zoals ongeoorloofde verstrekking van of Beslissing ten gronde 129/2022 - 6/9 ongeoorloofde toegang tot verwerkte gegevens. Bij het inventariseren en beoordelen van de risico’s zijn vooral de gevolgen relevant die personen kunnen ondervinden van een onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens. Naarmate de gegevens een gevoeliger karakter hebben, of de context waarin deze worden gebruikt een grotere bedreiging voor de persoonlijke levenssfeer betekenen, worden zwaardere eisen gesteld aan de beveiliging van de persoonsgegevens. 23. Zoals hierboven reeds vermeld is het platform Y een platform waarop een gebruiker zijn administratie kan beheren, vergelijkbaar met een digitaal archief. Hierbij kan de gebruiker persoonlijke documenten, zoals facturen, uploaden en beheren, betalingen uitvoeren etc. Uit de conclusies van de verweerder begrijpt de Geschillenkamer dat een account op het platform door een gebruiker wordt aangemaakt en ook op diens naam (of die van gezinsleden) beheerd wordt. De gebruiker kan bedrijven (leveranciers), waarvan hij de administratie wenst te ontvangen, aanduiden en mits het doorlopen van de nodige stappen, toevoegen aan zijn account. Gelet op de aard van de bedrijven waarmee de verwerkingsverantwoordelijke samenwerkt en het groot aantal leveranciers dat gebruik maakt van Y, stelt de Geschillenkamer vast dat persoonsgegevens van gebruikers van het platform op grote schaal gedeeld worden, en dat het (veelal) om gevoelige gegevens gaat, zoals gegevens verwerkt onder andere door banken en mutualiteiten. De gevoelige aard van deze gegevens dienen te worden meegenomen in de voormelde afweging van de risico’s waardoor het beveiligingsniveau hierop afgestemd moet worden. 24. Uit de conclusies van de verweerder begrijpt de Geschillenkamer dat het bij het gebruik van Y principieel niet de bedoeling is om facturen op naam van iemand anders in een persoonlijke gebruikersaccount toe te voegen. Hiertoe voorziet de verweerder een beveiligingscode die moet ingegeven worden bij het toevoegen van de factuur aan de account. De Geschillenkamer stelt echter vast dat de verweerder zelf in haar conclusies aanvoert dat zij geen controle heeft op de communicatie tussen de leverancier en de klant en wat met deze communicatie gebeurt. Dit brengt met zich mee dat bij verlies of oneigenlijk gebruik van de voormelde beveiligingscode de verweerder over geen enkele manier beschikt om te verifiëren of deze code rechtmatig gebruikt wordt. 25. De Geschillenkamer meent dan ook dat de verweerder niet de voldoende beveiligingsmaatregelen heeft voorzien, zodat ook bij verlies of oneigenlijk gebruik van de voormelde communicatie tussen de leverancier en de klant, de persoonsgegevens van de klant beveiligd blijven. Zoals hierboven reeds werd vermeld kan in dat geval een derde door oneigenlijk gebruik verschillende financiële en medische gegevens van de betrokkene raadplegen, hetgeen niet de bedoeling kan zijn. Bovendien, zo stelt de Geschillenkamer vast, is het mogelijk dat door het toevoegen van één factuur verschillende nieuwe verbindingen automatisch tot stand gebracht worden. Het uitvoeren van een verificatie van de identiteit van de persoon die de beveiligingscode gebruikt, zou verhinderen dat documenten aan het account van de verkeerde betrokkenen zouden toegevoegd worden. Bijgevolg stelt de Geschillenkamer dat een bijkomende verificatie een veiligere oplossing biedt. Beslissing ten gronde 129/2022 - 7/9 26. De Geschillenkamer verwijst naar de syntheseconclusie van de verweerder waarin zij stelt dat zij de werking van hun platform wenst te verbeteren, gebaseerd op de opmerkingen van de klager. Zo zouden zij het voornemen hebben om binnen de zes maanden initiatieven te nemen om betrokkenen beter te informeren omtrent de effecten van het toevoegen van een verbinding enerzijds en over het persoonlijk karakter van de gebruikersaccount anderzijds. 27. De verweerder geeft ook aan om op een termijn van zes maanden een extra beveiliging, door middel van twee-staps-verificatie te voorzien door een identificatie via e-ID of Itsme waarbij de betrokkene kan bevestigen dat hij inderdaad die facturen aan zijn account wenst toe te voegen. 28. Tijdens de hoorzitting licht de verweerder toe welke concrete stappen ondernomen zijn met betrekking tot het nemen van technische en organisatorische maatregelen in het kader van het vaststellen van een passend beveiligingsniveau met het oog op de bescherming van persoonsgegevens. 29. De verweerder legt uit dat 3 verbeteringen aangebracht werden in navolging van de klacht: a. De gebruiker wordt beter geïnformeerd over het account en het persoonlijk karakter ervan, alsook de beveiligingscode en het persoonlijk gebruik ervan; b. De gebruiker wordt beter geïnformeerd over het ontstaan van de verbindingen en de gevolgen ervan; en c. Een extra validatie via twee-factor-verificatie van de bankrekening werd geïmplementeerd om de identiteit van de juiste betrokkene te verzekeren. Bijkomend betoogt de verweerder dat geen nieuwe verbindingen meer worden voorgesteld. 30. De Geschillenkamer stelt vast dat, hoewel de verweerder op heden de bijkomende twee-factorverificatie heeft geïmplementeerd, er eerder een onvoldoende beveiligingsniveau bij het tot stand komen van verbindingen bestaan heeft. Hierbij verwijst de Geschillenkamer naar het gevoelig karakter van de gegevens die onvoldoende beveiligd waren. Eveneens houdt de Geschillenkamer rekening met het feit dat de verweerder dit spoedig na de melding van het beveiligingsprobleem verholpen heeft. 31. Gelet op het bovenstaande is de Geschillenkamer van oordeel dat er sprake is van een inbreuk op artikel 5, lid 1,
  4. f)AVG, artikel 5, lid 2 AVG, artikel 24, lid 1 AVG en artikel 32, lid 1 en lid 2 AVG aangezien de verweerder enerzijds onvoldoende technische en organisatorische maatregelen had getroffen om een op het risico afgestemd beveiligingsniveau te waarborgen en anderzijds zij bij het bepalen van de passende beveiligingsrisico’s onvoldoende rekening heeft gehouden met de verwerkingsrisico’s, in het bijzonder bij verlies of onrechtmatig gebruik. Beslissing ten gronde 129/2022 - 8/9 III. Sancties 32. De Geschillenkamer acht de inbreuk bewezen op artikel 5, lid 1, f), artikel 5, lid 2, artikel 24, lid 1 en artikel 32, lid 1 en lid 2 AVG, aangezien de verweerder onvoldoende voorzorgsmaatregelen nam om potentiële gegevenslekken te voorkomen. 33. De Geschillenkamer acht het passend om een administratieve geldboete op te leggen ten bedrage van 2.500 EUR (artikel 83, lid 2 AVG, artikel 100, §1, 13° WOG en artikel 101 WOG). 34. Rekening houdend met artikel 83 AVG en de rechtspraak1 van het Marktenhof, motiveert de Geschillenkamer het opleggen van een administratieve sanctie in concreto: a. De ernst van de inbreuk — het gaat om het gebrek aan passende technische en organisatorische maatregelen om een op het risico afgestemd beveiligingsniveau te waarborgen door een onderneming wiens kernactiviteit het verwerken van (gevoelige) persoonsgegevens uitmaakt; b. De duur van de inbreuk — de inbreuk werd niet opgemerkt door de verweerder zelf, maar na een klacht hieromtrent werd het probleem spoedig opgelost; c. De oplossing van de inbreuk – de verweerder heeft blijk gegeven van een constructieve houding en heeft binnen korte termijn de inbreuk kunnen verhelpen. 35. Het geheel van de hierboven uiteengezette elementen rechtvaardigt een doeltreffende, evenredige en afschrikkende sanctie als bedoeld in artikel 83 AVG, rekening houdend met de daarin bepaalde beoordelingscriteria. De Geschillenkamer wijst erop dat de andere criteria van art. 83, lid 2 AVG in dit geval niet van aard zijn dat zij leiden tot een andere administratieve geldboete dan die welke de Geschillenkamer in het kader van deze beslissing heeft vastgesteld. 36. Ten overvloede wijst de Geschillenkamer nog op de richtsnoeren omtrent de berekening van administratieve boetes (Guidelines 04/2022 on the calculation of administrative fines under the GDPR) die de EDPB op 16 mei 2022 op haar website heeft gepubliceerd, ter consultatie. Aangezien deze richtsnoeren nog niet definitief zijn, heeft de Geschillenkamer besloten deze nog niet in aanmerking te nemen voor het bepalen van de hoogte van de boete in de onderhavige procedure. 37. De feiten, omstandigheden en vastgestelde inbreuken rechtvaardigen derhalve een boete waarbij de verweerder wordt gesanctioneerd, opdat praktijken met dergelijke inbreuken niet zouden worden herhaald. IV. Publicatie van de beslissing 1 Hof van Beroep Brussel (sectie Marktenhof), X t. GBA, Arrest 2020/1471 van 19 februari 2020. Beslissing ten gronde 129/2022 - 9/9 38. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is evenwel niet nodig dat daartoe de identificatiegegevens van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt. OM DEZE REDENEN, beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, na beraadslaging, om: - Op grond van artikel 83 AVG en de artikelen 100, 1, 13° en 101 WOG, een administratieve geldboete van 2.500 EUR op te leggen aan de verweerder wegens de inbreuken op artikel 5.1.f, artikel 5.2, artikel 24, lid 1 en artikel 32, lid 1 en lid 2 AVG; Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder. Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de in artikel 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten 2. Het verzoekschrift op tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W.3, dan wel via het e-Deposit informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.). (get). Hielke Hijmans Voorzitter van de Geschillenkamer 2 3 Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid: 1° de dag, de maand en het jaar; 2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of ondernemingsnummer; 3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen; 4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering; 5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt; 6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat. Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.