← België

Beslissing ten gronde nr. 134/2024

1/15 Geschillenkamer Beslissing ten gronde 134/2024 van 25 oktober 2024 Dossiernummer: DOS-2020-04798 Betreft: klacht tegen een zoekmachine voor het weigeren van dereferencing De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans, voorzitter, alleen zetelend; Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna "AVG"; Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna "WOG"; Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 20191 ; Gelet op de stukken van het dossier; Heeft de volgende beslissing genomen inzake: De klager: X, hierna 'de klager' De verweerders: GOOGLE LLC , onderneming uit de staat Delaware, met maatschappelijke zetel te 1600 Amphitheatre Parkway Mountain View, CA 94043, Californië 1 Het nieuwe reglement van interne orde van de GBA als gevolg van de wijzigingen in de WOG door de wet van 25 december 2023 tot wijziging van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) is op 01/06/2024 in werking getreden. Overeenkomstig artikel 56 van de wet van 25 december 2023 is het alleen van toepassing op klachten, bemiddelingsdossiers, verzoeken, inspecties en procedures voor de Geschillenkamer die vanaf die datum zijn gestart: https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/reglement-van-interne-orde-van-de- gegevensbeschermingsautoriteit.pdf Dossiers die vóór 01/06/2024 zijn aangevat, zoals in dit geval, zijn onderworpen aan de bepalingen van de WOG zoals die bestond vóór de wijzigingen door de wet van 25 december 2023, en aan de bepalingen van het reglement van interne orde zoals dat bestond vóór die datum. Beslissing ten gronde 134/2024 — 2/15 (Verenigde Staten van Amerika); hierna "Google LLC" of "de eerste verweerder"; GOOGLE BELGIUM NV, vennootschap naar Belgisch recht met maatschappelijke zetel te 1040 Brussel, Etterbeeksesteenweg 180, ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0878.065.378; hierna "Google Belgium" of "de tweede verweerder"; Beiden bijgestaan door meester Gerrit VANDENDRIESSCHE, gerrit.vandendriessche@altius.com en meester Louis-Dorsan JOLLY, louisdorsan.jolly@altius.com, advocaten met kantoor te 1000 Brussel, Havenlaan 86C, bus 414; Hierna samen genoemd "de verweerders". I. 1. Feiten en procedure De klacht heeft betrekking op de weigering om de URL's [...] (hierna URL 1) en [...] (hierna URL 2) die persoonsgegevens van de klager bevatten, te verwijderen. De persartikelen waarnaar wordt verwezen, betreffen de veroordeling van de klager in 2008 door de Rechtbank van eerste aanleg te [...] tot vier jaar gevangenisstraf voor enkele jaren eerder gepleegde zedenmisdrijven. 2. De verweerders melden2] in dit verband dat, zoals wordt gezegd in de genoemde artikelen, de klager [....] zich schuldig heeft gemaakt aan de verkrachting van een adolescent [...]. De klager was al eerder veroordeeld [...] voor andere gewelddaden. […]. De verweerders melden ook dat de rechtbank in haar beslissing, zoals vermeld in de persartikelen, de nadruk legde op het extreem gewelddadige karakter van de feiten, de jonge leeftijd van het slachtoffer, de gevolgen ervan en het gebrek aan inzicht en bereidheid van de klager om te veranderen. 3. Uit de documenten die de klager bij zijn klacht heeft gevoegd, blijkt dat de directie van de persgroep die de krant Y uitgeeft die het artikel heeft gepubliceerd waarnaar URL 1 verwijst, op 7 maart 2023 de klager heeft geantwoord en daarbij heeft aangegeven dat, volgens de bewoordingen van zijn verzoek (waarin wordt gewezen op het feit dat men het artikel waarnaar URL 1 verwijst, vindt wanneer men zijn voor- en achternaam op het internet intypt), het niet zozeer de archivering van het artikel is die hij aan de orde stelt, als wel de indexering ervan door zoekmachines zoals Google. De uitgever stelt de klager dus voor om een verzoek 2 Behalve het indienen van zijn formulier voor een bemiddelingsverzoek heeft de klager niet geconcludeerd, zoals verderop in deze beslissing wordt gepreciseerd. Beslissing ten gronde 134/2024 — 3/15 tot dereferencing in te dienen bij Google. De uitgever voegt eraan toe dat deze aanpak waarbij de integriteit van het persartikel behouden blijft - volgens hem de voorkeur verdient om onevenredige inmenging in de vrijheid van meningsuiting te voorkomen. 4. Uit de stukken van het dossier blijkt ook dat de klager op diezelfde 7 maart 2019, een verzoek tot dereferencing stuurt naar Google LLC, uitsluitend met betrekking tot URL 1. Dit verzoek wordt ingediend bij Google LLC via het online formulier dat door deze laatste wordt verstrekt. 5. Google LLC bevestigt dezelfde dag nog de ontvangst van het verzoek en geeft vervolgens zijn antwoord na een eerste analyse op 14 maart 2019. Google LLC deelt de klager mee dat het heeft besloten niet tussen te komen met betrekking tot URL 1, aangezien de handhaving van de vermelding ervan gerechtvaardigd is op basis van het algemeen belang van toegang tot deze ongecensureerde informatie van de pers. 6. Op 9 oktober 2020 stuurt een maatschappelijk werker van de dienst “RePR - Stedelijk Preventieprogramma” van de gemeente Z een verzoek om informatie naar de GBA over eventuele andere stappen die de klager zou kunnen ondernemen (naast het verzoek om verwijdering – of ten minste pseudonimisering – dat de klager tevergeefs heeft ingediend bij de uitgever van de krant Y, waarnaar hij enerzijds verwijst, en het hierboven genoemde verzoek tot dereferencing aan Google LLC anderzijds). De maatschappelijk werker schrijft het volgende: "Deze mijnheer is in (...) veroordeeld tot (... jaar) gevangenisstraf voor zedenmisdrijven die plaatsvonden in 2005. Hij heeft nu zijn straf uitgezeten, is al een aantal jaren vrij, is getrouwd, heeft een baan en heeft kinderen. Het probleem is dat wanneer hij zijn naam intypt op Google, het eerste artikel dat verschijnt een artikel uit de krant [X] is over zijn veroordeling voor (...) en de feiten. Hij zou graag willen dat dit niet langer het geval is, vooral in verband met zijn kinderen. Hij wil niet dat een van zijn kinderen dit artikel onder ogen krijgt. Maar ook omdat er meer dan ... jaar voorbij is gegaan, hij zijn straf heeft uitgezeten en hij geen problemen meer heeft gehad met justitie. Hij heeft contact opgenomen met de krant [X], die hem antwoordde dat het voor hen niet mogelijk was om dit te doen en dat het niet hun verantwoordelijkheid was. Hij heeft vervolgens een verzoek ingediend bij Google, die antwoordde dat de verwijzing naar het document in kwestie gerechtvaardigd is door het algemeen Beslissing ten gronde 134/2024 — 4/15 belang en dat de informatie erin nog steeds relevant is voor de doeleinden van de gegevensverwerking. Google weigert daarom de URL te verwijderen. Mijnheer wil graag weten of er nog andere stappen kunnen worden ondernomen. Kunt u tussenkomen, mijnheer helpen of adviseren?" (vrij vertaald door de Autoriteit) 7. Op 19 oktober 2020 reageert de Eerstelijnsdienst (ELD) van de GBA op dit verzoek om informatie door de tussenpersoon te informeren dat het voor een klager mogelijk is om een verzoek om bemiddeling of een klacht in te dienen bij de GBA tegen een zoekmachine die dereferencing weigert: "Meer informatie over desindexering is te vinden op de themapagina hierover op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit ("GBA"). Zoals aangegeven op deze pagina kan de betrokkene, als een zoekmachine (Google in dit geval) weigert in te gaan op een verzoek tot dereferencing, een verzoek om bemiddeling of een klacht bij de GBA indienen." 8. Op 4 november 2020, dient de klager een verzoek om bemiddeling bij de GBA in. 9. De klager verwijst naar zijn (eerste) veroordeling in 2004, voor feiten die plaatsvonden in 2001, en stelt dat hij de uitgever [X] en "google" tevergeefs heeft aangeschreven. Hij schrijft het volgende: "ik vraag u het nodige te doen om aub mijn naam en voornaam uit de artikelen te verwijderen" (sic)3. In de rubriek "Contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke of van de verwerker" van het verzoekformulier vermeldt de klager alleen "de krant Y". De klager vermeldt dossier DOS-2020-04798, geopend naar aanleiding van de brief van gemeente Z (punt 6 hierboven), waarin wordt verwezen naar de gebeurtenissen in 2005 en de veroordeling van de klager in 2008, zoals beschreven in punt 2. 10. Op 18 november 2020 bevestigt de Eerstelijnsdienst van de GBA (hierna "ELD") de ontvangst van het bemiddelingsverzoek van de klager. In dit antwoord vraagt de ELD aanvullende informatie van de klager om het verzoek te kunnen behandelen. In die context vraagt de ELD "ons te zeggen van welke URL's u de verwijdering wenst" en "ons uw correspondentie met Google mee te delen". 11. Op 20 november 2020 bevestigt de ELD de ontvangst van de e-mail van de klager van 18 november 2020, met daarin aanvullende informatie en waarin de klager enerzijds spreekt over zijn verzoek aan de persuitgever van de krant Y en anderzijds over zijn verzoek aan Google met betrekking tot URL 1, en URL 2 noemt. De ELD verklaart het verzoek om 3 De Geschillenkamer onderstreept. Beslissing ten gronde 134/2024 — 5/15 bemiddeling van de klager ontvankelijk en merkt op "dat de URL's die u [de klager] wilt laten verwijderen de volgende [URL 1 en URL 2] zijn". 12. Op 1 december 2020 bevestigt de klager, op verzoek van de ELD en met een herinnering d.d. 1 december 2020, de ELD dat hij tevoren geen verzoek tot verwijdering bij "Google" heeft ingediend met betrekking tot URL 2. 13. Op 1 december 2020, na het verzoek om bemiddeling van de klager, stuurt de ELD een email naar Google LLC "betreffende de weigering van Google een hem betreffende URL te de-indexeren". De ELD merkt op dat de klager al een verzoek om "desindexering" heeft ingediend bij Google voor URL 1 en dat de klager de ELD ook contacteert voor de "desindexering" van URL 2. De ELD vraagt Google LLC "ons nauwkeuriger te vertellen waarom de handhaving van de vermelding van deze URL's wordt gerechtvaardigd door het algemeen belang." 14. Google LLC bevestigt nog dezelfde dag de ontvangst van deze mail. Op 9 december 2020 stuurt Google LLC een antwoordmail naar de ELD, waarin gedetailleerd wordt uiteengezet waarom het behoud van de twee omstreden URL's gerechtvaardigd is op grond van het algemeen belang, en waarin er ook op wordt gewezen dat de klager geen voorafgaand verzoek tot verwijdering naar Google LLC heeft gestuurd met betrekking tot URL 2. 15. Op 17 december 2020 informeert de ELD de klager over het standpunt van Google LLC en het feit dat moet worden vastgesteld dat de bemiddelingsprocedure niet succesvol is geweest. In deze brief informeert de ELD de klager ook dat, met zijn akkoord, zijn verzoek tot bemiddeling zal worden omgezet in een klacht en zal worden doorgestuurd naar de Geschillenkamer in overeenstemming met artikel 62.2.1° van de WOG. 16. Diezelfde 17 december 2020 gaat de klager akkoord in de volgende bewoordingen: "Aangezien de bemiddelingsprocedure geen resultaat heeft opgeleverd, zou ik graag willen dat er een klacht naar de afdeling juridische zaken wordt gestuurd, alstublieft, dank u SA3/DOS-2020-04798." Op 7 januari 2021 stuurt de klager de GBA een identiek antwoord. 17. Op 8 januari 2021 wordt de klacht op grond van de artikelen 58 en 60 van de WOG ontvankelijk verklaard door de ELD van de GBA, en wordt de klacht op grond van artikel 62, § 1, van de WOG overgemaakt aan de Geschillenkamer. 18. Op 2 april 2021 beslist de Geschillenkamer op grond van artikel 95, § 1, 1°, en artikel 98 van de WOG dat het dossier gereed is voor behandeling ten gronde. Op dezelfde datum worden de betrokken partijen (de klager en de verweerder) per aangetekende zending in kennis gesteld van de bepalingen zoals vermeld in artikel 95, § 2, en artikel 98 van de WOG. Tevens worden zij op grond van artikel 99 van de WOG in kennis gesteld van de termijnen om hun conclusies in te dienen. Beslissing ten gronde 134/2024 — 6/15 De uiterste datum voor ontvangst van de conclusie van antwoord van de verweerders wordt daarbij vastgelegd op 14 mei 2021, deze voor de conclusie van repliek van de klager op 7 juni 2021 en deze voor de conclusie van repliek van de verweerders op 29 juni 2021. 19. Op 21 april 2021 verzoeken de verweerders om een kopie van het dossier indien dit is bijgewerkt sinds de mededeling van de stukken van het genoemde dossier in de bijlage bij de hierboven genoemde brief waarin sprake van artikel 98 van de WOG. Op 28 april 2021 deelt de Geschillenkamer de verweerders mee dat het dossier geen nieuwe stukken bevat. 20. Op 21 april 2021 aanvaarden de verweerders om bepaalde communicatie omtrent de zaak elektronisch te ontvangen, en geven zij te kennen gebruik te willen maken van de mogelijkheid om te worden gehoord, overeenkomstig artikel 98 van de WOG. 21. Op 14 mei 2021 ontvangt de Geschillenkamer de conclusie van antwoord van de verweerders. De verweerders dienen aanvullende en syntheseconclusies in (conclusie van repliek); hun argumenten worden in punt 23 hieronder uiteengezet. 22. De Geschillenkamer stelt vast dat zij op 7 juni 2024 geen enkele conclusie van de klager heeft ontvangen. 23. Op 29 juni 2021 ontvangt de Geschillenkamer de conclusie van repliek van de verweerders. De argumentatie van de verweerders kan als volgt worden samengevat. 24. Als eerste middel, in hoofdzaak, verzoeken de verweerders om de klacht met betrekking tot URL 2 te seponeren, omdat de klager niet heeft aangetoond dat hij zijn rechten met betrekking tot URL 2 eerder bij (een van) de verweerders heeft uitgeoefend. De verweerders voegen eraan toe dat deze vereiste door de GBA zelf wordt gesteld in de voorwaarden op het klachtenformulier (zoals beschikbaar op haar website) dat zij vraagt te gebruiken. Ze wijzen er ook op dat de klager in zijn e-mail van 1 december 2020 niet betwist dat hij zijn recht op wissing met betrekking tot deze URL 2 niet heeft uitgeoefend. 25. Als tweede middel, in hoofdzaak, stellen de verweerders dat de klacht van de klager moet worden geseponeerd ten aanzien van de verweerders, die door de klager niet zijn betrokken bij 26. zijn verzoek om bemiddeling, dat vervolgens is omgezet in een klacht. De verweerders wijzen er in dit verband op dat de klager in zijn verzoek om bemiddeling bij de GBA uitsluitend verwijst naar de krant "X". 27. Ze voegen er ook aan toe dat de klager de vermelding door de zoekmachine Google van deze twee omstreden artikelen niet aan de orde heeft gesteld toen hij akkoord ging om zijn verzoek in een klacht om te zetten. 28. De verweerders stellen dan ook dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van de klacht: in de klacht van de klager wordt geen verwerking door Beslissing ten gronde 134/2024 — 7/15 Google LLC of Google België geïdentificeerd waarover de klager een klacht wil indienen (artikel 60 van de WOG). Noch Google LLC noch Google België is de verwerkingsverantwoordelijke die door de klager in de zaak wordt betrokken bij de GBA. De bedoeling van de klager is in feite om de omstreden persartikelen te laten verwijderen (of op zijn minst te laten pseudonimiseren), en de klager heeft in zijn klachtenformulier krant Y uitdrukkelijk aangewezen als de verwerkingsverantwoordelijke. De verweerders wijzen er in dit verband op dat het Marktenhof zich reeds heeft kunnen uitspreken over een vergelijkbare situatie, in een arrest van 24 februari 2021 (2020/AR/1159). 29. Op basis van het voorgaande stellen de verweerders dat de Geschillenkamer dus noch een beslissing kan nemen tegen een verwerkingsverantwoordelijke die niet in de oorspronkelijke klacht is genoemd, noch een beslissing kan nemen met betrekking tot een recht waarvan de uitoefening niet uitdrukkelijk door een klager is gevraagd. Met andere woorden, deze procedure gaat verder dan de grenzen van het verzoek om bemiddeling en de klacht van de klager. De Geschillenkamer kan geen beslissing tot behandeling ten gronde van de klacht nemen en de Geschillenkamer kan derhalve ook geen bindende beslissing tegen hen nemen. 30. Als derde middel, subsidiair, voeren de verweerders aan dat zelfs indien de Geschillenkamer deze zaak verder zou kunnen behandelen ten aanzien van de verweerders (quod non), zij in elk geval de klacht zou moeten seponeren of minstens de buitenvervolgingstelling zou moeten bevelen ten aanzien van Google België, die niet verwerkingsverantwoordelijke is met betrekking tot de vermelding van de resultaten van de zoekmachine Google. 31. Als vierde middel, meer subsidiair, voeren de verweerders aan dat indien de GBA toch zou weigeren om Google LLC te beschouwen als de verwerkingsverantwoordelijke met betrekking tot de vermelding van de omstreden URL's en dat Google Belgium bij deze zaak moet worden betrokken, het aangewezen zou zijn om de procedure op te schorten in afwachting van het arrest van het Marktenhof in de hangende zaak 2020/AR/1111, Google Belgium NV t. GBA4. 32. Als vijfde middel, nog meer subsidiair, voeren de verweerders aan dat gezien de omstandigheden van de zaak, hoe dan ook moet worden vastgesteld dat de klager zijn recht op verwijdering van links met betrekking tot de URL's die naar de twee omstreden persartikelen leiden, niet kan doen gelden. Zijn verzoek op grond van de AVG is ongegrond en daarom moet de buitenvervolgingstelling worden bevolen. Ter ondersteuning van dit vijfde middel wijzen de verweerders met name op de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, volgens welke de activiteit van zoekmachines binnen de werkingssfeer van de vrijheid van meningsuiting en van informatie valt, welke vrijheden niet 4 Ondertussen heeft het Marktenhof zijn arrest van 26 oktober 2022 (2022/AR/483-2022/AR/484) gewezen. Beslissing ten gronde 134/2024 — 8/15 alleen het recht om informatie mee te delen beschermen, maar ook het recht van het publiek om die informatie te ontvangen. 33. Ze wijzen er ook op dat artikel 17 van de AVG het “recht op gegevenswissing" (recht op vergetelheid) vastlegt, maar voorziet in een uitzondering op dit recht “voor zover een dergelijke verwerking noodzakelijk is voor de uitoefening van het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie”, waarbij dit recht geen absolute gelding heeft. 34. Tot slot wijzen zij erop dat het arrest Google Spain SL en Google Inc. van 13 mei 2014 van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU)5 dit recht op gegevenswissing uit de voormalige Richtlijn 95/46 interpreteert met betrekking tot internetzoekmachines. Dit arrest verankert het recht op dereferencing ten aanzien van internetzoekmachines. De AVG (artikel 17) heeft de genoemde richtlijn ingetrokken en het recht op vergetelheid gecodificeerd, met behoud van de belangrijkste elementen van de afwegingstoets tussen het recht op persoonlijke levenssfeer en het algemeen belang, in overeenstemming met het arrest Google Spain SL en Google Inc, dat een mijlpaal op dit gebied blijft. In dit opzicht moet een billijk evenwicht worden gevonden tussen de respectieve rechten en belangen van de exploitant van de zoekmachine, internetgebruikers en de betrokkene. 35. Gelet op de omstandigheden van de zaak zijn de verweerders van mening dat de balans onmiskenbaar doorslaat in het voordeel van de vrijheid van het publiek om de informatie in kwestie door te geven en te ontvangen, gezien de volgende elementen: - De omstreden persartikelen zijn afkomstig van serieuze en erkende journalistieke bronnen, namelijk krant Y (URL nr. 1) en krant W (URL nr. 2); - De omstreden persartikelen zijn actueel en vermelden op correcte wijze het strafblad van de klager, in het bijzonder het feit dat hij is veroordeeld voor verschillende strafbare feiten, waaronder zedenfeiten ten aanzien van een minderjarige; - De klager betwist noch de waarheidsgetrouwheid noch de rechtmatigheid van de twee omstreden persartikelen; - De feiten in de twee omstreden persartikelen zijn recent en de artikelen zijn actueel; - De persartikelen in kwestie zijn bedoeld om te informeren en bij te dragen aan het debat over een belangrijk onderwerp van algemeen belang, namelijk de strijd tegen seksueel misbruik, geweld en intimidatie (...); - Het recht op vergetelheid is geen recht om de geschiedenis naar eigen goeddunken uit te wissen of te herschrijven. 5 Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU), arrest van 13 mei 2014, Google Spain SL en Google Inc. tegen Agencia Española de Protección de Datos (AEPD) en Mario Costeja González., C- 131/12, ECLI: EU :C :2014 :317. Beslissing ten gronde 134/2024 — 9/15 36. Concluderend tonen de bovengenoemde factoren volgens de verweerders aan dat het publiek een doorslaggevend belang heeft bij de ontvangst en de doorgifte van de omstreden inhoud in deze zaak. Op basis van het resultaat van deze belangenafweging kan de klager in het onderhavige geval geen aanspraak maken op het recht op dereferencing met betrekking tot de verwijzing naar URL's die leiden naar de omstreden persartikelen, omdat (

  1. i)de verwerking noodzakelijk is voor de vrijheid van meningsuiting en informatie in de zin van artikel 17.3.
  2. a)van de AVG en bovendien (
  3. ii)geen van de in artikel 17.1 van de AVG genoemde gevallen hier van toepassing is. 37. Ten slotte, als zesde middel, uiterst subsidiair, concluderen de verweerders dat indien de Geschillenkamer toch zou oordelen dat een bevel tot dereferencing in deze zaak noodzakelijk is, dit bevel voldoende nauwkeurig moet worden geformuleerd, en wel als volgt: "Voor recht verklaren dat de heer X (lees klager) op grond van artikel 17.1.
  4. c)van Verordening (EU) 2016/679 recht heeft op dereferencing van de volgende links in de zoekresultaten van webzoekmachines: [...] en [...]. Google LLC op grond van artikel 100, § 1, 10°, van de wet van 3 december 2017 gelasten om deze twee links uit de zoekmachine van Google te verwijderen wanneer een zoekopdracht de termen X bevat." 38. De verweerders voegen daaraan toe dat het feit dat de GBA het niet eens zou zijn met het resultaat van de door Google LLC uitgevoerde analyse geenszins zou wijzen op een fout van de laatstgenoemde, maar hoogstens zou wijzen op een verschil in redelijke beoordeling inherent aan de casuïstische benadering van het recht op dereferencing. Onder deze omstandigheden kan een sanctie niet worden gerechtvaardigd. 39. Op 22 februari 2024 deelt de Geschillenkamer de klager mee dat zij de door de verweerders gevraagde hoorzitting nog niet heeft kunnen organiseren en bijgevolg nog geen beslissing ten gronde in zijn zaak heeft kunnen nemen. In dit verband wijst de Geschillenkamer op de ontoereikende middelen waarover de GBA in het algemeen en de Geschillenkamer in het bijzonder beschikt, met name wat betreft personeel, waardoor helaas niet alle bij haar ingediende klachten zo snel kunnen worden behandeld als zij zou willen. 40. Gezien het voorgaande en de geruime tijd die de zaak al in behandeling is, vraagt de Geschillenkamer de klager om aan te geven of hij zijn klacht handhaaft. 41. De Geschillenkamer heeft geen antwoord van de klager ontvangen. II. Motivering 42. De Geschillenkamer merkt op dat uit het klachtenformulier onmiskenbaar blijkt dat de klager zijn klacht richt tegen de krant "X". De klager identificeert deze persuitgever in feite in de rubriek "Contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke" op het formulier dat hij op 4 november 2020 heeft ingediend en dat alleen verwijst naar URL nr. 1 (punt 8). In de Beslissing ten gronde 134/2024 — 10/15 motivering voor zijn verzoek, verwijst de klager zowel naar krant X als naar Google. Hoewel de klager aangeeft dat deze artikelen zeker op internet kunnen worden gevonden door zijn voor- en achternaam in te typen, noemt hij ook de negatieve beslissing van krant Y met betrekking tot het verzoek dat hij heeft ingediend bij deze persorganisatie, die aan de oorsprong van de omstreden publicatie (URL1) ligt, en zijn wens om zijn voor- en achternaam uit de betreffende artikelen te laten verwijderen (punt 9). 43. In dit verband wijst de Geschillenkamer erop dat de klager, die door de ELD werd gevraagd zijn verzoek om bemiddeling nader toe te lichten (zie uiteenzetting van de feiten), stukken aan zijn verzoek toevoegt waaruit enerzijds zijn verzoek bij krant Y en anderzijds zijn verzoek met betrekking tot URL 1 bij Google blijken. 44. De Geschillenkamer merkt ook op dat, in de chronologie van de gebeurtenissen, het verzoek van de klager bij de GBA werd ingediend op 4 november 2020, dat wil zeggen enkele dagen nadat de ELD had gereageerd op het verzoek om informatie van de maatschappelijk werker van gemeente Z. In zijn antwoord van 19 oktober 2020 gaat de ELD uitsluitend in op het indienen van een eventueel verzoek om bemiddeling of een klacht tegen de zoekmachine. Zoals hierboven vermeld, verwijst de klager in zijn aanvraagformulier met naam en toenaam naar krant Y. 45. Hoewel het zeker niet altijd gemakkelijk is voor de klager om precies vast te stellen wie eigenlijk verwerkingsverantwoordelijke is voor de aangeklaagde gegevensverwerking, kan hier niet worden geconcludeerd dat de klager zich van verwerkingsverantwoordelijke heeft "vergist". Uit bovenstaande informatie blijkt dat de klager in eerste instantie contact heeft opgenomen met zowel de persuitgever (van krant Y), die verwerkingsverantwoordelijke voor de eerste publicatie is, als met de zoekmachine Google. Deze tweevoudige aanpak is in feite mogelijk voor de klager: elke partij, zowel de persuitgeverij als de zoekmachine, kan een verzoek tot gegevenswissing in de zin van artikel 17 van de AVG ontvangen voor de verwerking waarvoor zij verantwoordelijk is, met in voorkomend geval elk een verschillend resultaat. Nadat hem door de eerdergenoemde maatschappelijk werker was meegedeeld dat hij contact kon opnemen met de zoekmachine, stuurde de klager zijn verzoek om bemiddeling niettemin naar de persuitgever (punt 8) en gaf hij expliciet aan dat hij wilde dat zijn voor- en achternaam uit de desbetreffende persartikelen werden verwijderd. 46. De bemiddelingspoging die door de ELD werd ondernomen was uitsluitend gericht aan Google en de Geschillenkamer merkt op dat, niettegenstaande de identificatie van krant Y in het klachtenformulier, de ELD de klager niet heeft uitgelegd waarom zijn klacht werd geïnterpreteerd als uitsluitend gericht tegen de zoekmachine, noch de klager heeft uitgelegd welke twee mogelijkheden hij had. 47. De Geschillenkamer benadrukt dat toezichthoudende autoriteiten, zoals de GBA in dit geval via haar Eerstelijnsdienst (ELD), de onbetwistbare plicht hebben om de uitoefening van het Beslissing ten gronde 134/2024 — 11/15 klachtrecht van klagers te vergemakkelijken, wat zij heeft geprobeerd te doen door de mogelijkheid van bemiddeling met betrekking tot de zoekmachine uiteen te zetten. 6 48. Deze facilitatie kan echter niet zo ver gaan dat zij leidt tot de omzetting (en in dit geval dus tot het volledig negeren) van het verzoek dat met naam en toenaam is gericht aan een andere verwerkingsverantwoordelijke die, zoals in dit geval, niet moet worden beschouwd als volledig losstaand van de klacht of ten onrechte is geïdentificeerd als de verwerkingsverantwoordelijke en tegen wie een procedure legitiem zou kunnen worden ingesteld. 49. De Geschillenkamer heeft al meermaals de gelegenheid gehad om erop te wijzen dat het voor mensen die niet bekend zijn met de technische concepten van het recht op gegevensbescherming niet eenvoudig is om de verwerkingsverantwoordelijke in hun klacht correct te identificeren. De GBA is er dan om hen te begeleiden en de Geschillenkamer kan de feiten een andere kwalificatie geven. 50. De Geschillenkamer is echter van mening dat dit hier niet helemaal het geval is, aangezien de klager in zijn klachtenformulier uitdrukkelijk krant Y als verwerkingsverantwoordelijke heeft aangegeven. Dit is een keuze die niet volledig kan worden genegeerd en waarvoor bijzonder uitdrukkelijke informatie en instemming van de kant van de klager nodig is om hiervan af te wijken. 51. In dit verband merkt de Geschillenkamer op dat in het verzoek om toestemming van de klager om de bemiddeling om te zetten in een klacht wordt vermeld dat de klacht volgt op het mislukken van de bemiddeling, maar er wordt verder niets gepreciseerd. Zoals hierboven aangegeven, werd deze bemiddelingspoging eenzijdig ondernomen ten aanzien van alleen de zoekmachine, zonder dat de klager verder werd geïnformeerd. Strikt genomen had het mislukken van deze bemiddeling voor de klager echter ook aanleiding kunnen zijn om zijn verzoek aan de uitdrukkelijk in zijn klachtenformulier genoemde uitgever te handhaven. Dit kan in ieder geval niet worden uitgesloten. Ondanks de wens van de ELD om de uitoefening van het recht op gegevenswissing voor de klager te vergemakkelijken, zijn de voorwaarden rond deze eerste fase van het klachtenonderzoek in de ogen van de Geschillenkamer niet helemaal bevredigend. De Geschillenkamer oordeelde dan ook dat zij, gezien de specifieke omstandigheden van de zaak, de verweerders niet op geldige wijze in de zaak kon betrekken. 52. De Geschillenkamer voegt eraan toe dat zij met betrekking tot URL 2 ook moet vaststellen dat de klager Google niet voorafgaand een verzoek tot gegevenswissing heeft gestuurd zoals hij voor URL 1 heeft gedaan. Zoals uit de uiteenzetting van de feiten (punt 12) blijkt, wordt dit door de klager niet betwist. 6 In dezelfde geest heeft de Geschillenkamer de afgelopen jaren een aantal principes geformuleerd en toegepast bij de behandeling van klachten, waaronder laagdrempelige rechtsbescherming. Zie Gegevensbeschermingsautoriteit, Beheersplan 2024, p. 28, beschikbaar op de website van de GBA. Beslissing ten gronde 134/2024 — 12/15 53. In het algemeen benadrukt de Geschillenkamer het feit dat de betrokkenen hun rechten moeten uitoefenen voordat een klacht wordt ingediend, en dat derhalve deze klacht ten vroegste kan worden ingediend nadat de termijn waarbinnen de betrokken verwerkingsverantwoordelijke moet antwoorden, is verstreken. Indien dit niet het geval is, is de Geschillenkamer uiteraard niet in staat om enige schending door de verwerkingsverantwoordelijke vast te stellen, aangezien deze niet eens de mogelijkheid heeft gehad om te reageren (in voorkomend geval door het verzoek in te willigen). De Geschillenkamer kan in dat geval niet anders dan een dergelijke grief seponeren. 54. In dit geval was de bemiddelingspoging onder leiding van de ELD van de GBA duidelijk gericht op zowel URL 1 als URL 2. Zoals zojuist is opgemerkt, is de wijze waarop deze procedure is gevoerd niet geheel bevredigend en de Geschillenkamer kan om die reden niet oordelen dat de voorafgaande uitoefening van het recht van de klager en de weigering van Google bij deze bemiddeling in aanmerking kunnen worden genomen in het kader van de onderhavige procedure. 55. Wat het verzoek tot gegevenswissing – meer bepaald desindexering – als zodanig betreft, is de Geschillenkamer, gelet op de ernst van de in de persartikelen vermelde feiten, het feit dat de waarheidsgetrouwheid van deze artikelen niet wordt betwist, de ernst van de professionele media die ze hebben geschreven en de tijd die sinds de feiten is verstreken, in ieder geval van oordeel dat de afweging tussen de toegang tot de omstreden informatie enerzijds en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de klager anderzijds, in het voordeel uitvalt van de vrijheid van meningsuiting en de handhaving, via de zoekmachine, van de toegang tot de genoemde informatie. Aangezien de gebeurtenissen plaatsvonden in 2005 is deze bijna 20 jaar oud en de Geschillenkamer is zich ervan bewust dat de klager heeft aangegeven dat hij zijn gevangenisstraf heeft uitgezeten. De ernst van de feiten, waarvoor strafrechtelijke sancties werden opgelegd terwijl de klager in semi-detentie zat voor andere feiten, maakt echter dat deze informatie heden en bij gebrek aan enig ander element aangedragen door de klager, die hiertoe wel in de gelegenheid werd gesteld, niet kan worden gede-indexeerd, 56. Concluderend is de Geschillenkamer van oordeel dat artikel 17.3.
  5. a)van de AVG een belemmering vormt voor het de-indexeren van de omstreden URL's. De klager verkeerde daarom niet in de situatie om de dereferencing ervan te verkrijgen en de verweerders kan geen schending, van welke aard dan ook, worden verweten als gevolg van de handhaving ervan. III. Corrigerende maatregelen en sancties 57. Overeenkomstig artikel 100 van de WOG heeft de Geschillenkamer de bevoegdheid om: Beslissing ten gronde 134/2024 — 13/15 1° een klacht te seponeren; 2° de buitenvervolgingstelling te bevelen; 3° een opschorting van de uitspraak te bevelen; 4° een schikking voor te stellen; 5° waarschuwingen en berispingen te formuleren; 6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen; 7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het veiligheidsprobleem; 8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of verboden; 9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht; 10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de kennisgeving ervan aan de ontvangers van de gegevens te bevelen; 11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen; 12° dwangsommen op te leggen; 13° administratieve geldboeten op te leggen; 14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere Staat of een internationale instelling te bevelen; 15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings te Brussel, dat haar in kennis stelt van het gevolg dat aan het dossier wordt gegeven; 16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit. 58. In dit geval beslist de Geschillenkamer om de klacht te seponeren, in overeenstemming met artikel 100, 1°, van de WOG, om de hieronder uiteengezette redenen. 59. Bij een seponering moet de Geschillenkamer haar beslissing stapsgewijs motiveren 7 en - een technisch sepot uitspreken indien het dossier geen of onvoldoende elementen bevat die tot een sanctie kunnen leiden of er een technische belemmering is waardoor geen beslissing kan worden genomen; - of een beleidssepot uit te spreken, indien ondanks de aanwezigheid van elementen die tot een sanctie kunnen leiden, de voortzetting van het onderzoek van het dossier 7 niet opportuun lijkt in het licht van Marktenhof (hof van beroep te Brussel). 2 september 2020, arrest 2020/AR/329, p. 18. de prioriteiten van de Beslissing ten gronde 134/2024 — 14/15 Gegevensbeschermingsautoriteit, zoals gepreciseerd en toegelicht in het sepotbeleid van de Geschillenkamer8. 60. Als de zaak op verschillende gronden wordt geseponeerd, moeten deze (respectievelijk de grond(
  6. en)voor een technisch sepot en de grond(
  7. en)voor een beleidssepot) in volgorde van belangrijkheid worden behandeld 9. 61. In deze beslissing gaat de Geschillenkamer over tot de seponering van de klacht om twee technische redenen. 62. Zoals aangegeven in titel III heeft de Geschillenkamer vastgesteld dat zij de verweerders niet op geldige wijze in de zaak kon betrekken en derhalve geen beslissing tegen hen kon nemen, gelet op de specifieke omstandigheden rond het onderzoek van het verzoek van de klager om bemiddeling en de omzetting daarvan in een klacht. Zij seponeert de klacht derhalve om deze technische reden. 63. De Geschillenkamer is bovendien van mening dat de klacht ook moet worden geseponeerd omdat de verweerders geen enkele inbreuk op artikel 17 van de AVG kan worden verweten. 64. Aangezien de Geschillenkamer het met de verweerders eens is, beslist zij de door hen gevraagde hoorzitting niet te organiseren. IV. Publicatie van de beslissing 65. Gezien het belang van transparantie met betrekking tot het besluitvormingsproces en de beslissingen van de Geschillenkamer, zal deze beslissing worden gepubliceerd op de website van de GBA, waarbij de directe identificatiegegevens van de klager en van de genoemde personen, zowel natuurlijke als rechtspersonen, uitgezonderd deze van de verweerders, worden verwijderd. 66. De Geschillenkamer wijst erop dat met de publicatie van de onderhavige beslissing met de identificatie van de verweerders verschillende doelstellingen worden nagestreefd. 67. Gezien het belang van de zoekmachine "Google" voor zeer veel internetgebruikers en het feit dat naar een zeer groot aantal inwoners van België op de een of andere manier wordt verwezen door de zoekmachine "Google", acht de Geschillenkamer het gepast deze beslissing in de openbaarheid te brengen om internetgebruikers zich bewust te maken van hun rechten onder de AVG, van de manier waarop ze deze kunnen uitoefenen en van de 8 In dit verband verwijst de Geschillenkamer naar haar sepotbeleid, zoals uiteengezet en gepubliceerd op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit: https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-degeschillenkamer.pdf. 9 Cf. punt 3 – In welke gevallen zal mijn klacht waarschijnlijk worden geseponeerd door de Geschillenkamer? van het sepotbeleid van de Geschillenkamer.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.