1/8 Geschillenkamer Beslissing ten gronde 151/2022 van 21 oktober 2022 Dossiernummer : DOS-2020-03297 Betreft: gebruik van cookies op de website van L'Avenir De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, bestaande uit de heer Hielke Hijmans, voorzitter; Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), -hierna AVG; Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG; Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019; Gelet op de stukken van het dossier; Gelet op het schikkingsvoorstel dat op 14 september 2022 aan de partij is voorgelegd, en dat als bijlage bij deze beslissing is gevoegd en daarvan integrerend deel uitmaakt; Heeft de volgende beslissing genomen inzake: De partij: IPM Group NV, [...], vertegenwoordigd door meester Frédéric DECHAMPS. Beslissing ten gronde 1512022 - 2/8 I.
- Procedure voorafgaand aan de beslissing ten gronde: In de onderhavige zaak betreffende IPM Group NV werd op 14 september 2022 een schikkingsvoorstel aan deze partij voorgelegd. De volledige inhoud van de brief met dit schikkingsvoorstel bevindt zich in de bijlage bij deze beslissing.
- Op 26 september 2022 geeft de partij een brief bij de griffie van de Geschillenkamer af met daarin een verzoek tot wijziging van de voorgestelde voorwaarden in het schikkingsvoorstel.
- Op 5 oktober 2022 wordt een antwoord gegeven op dit verzoek tot wijziging van de voorwaarden. Het verzoek wordt afgewezen.
- Op 10 oktober 2022 geeft de partij een brief bij de griffie van de Geschillenkamer af waarin zij verklaart het schikkingsvoorstel formeel en uitdrukkelijk te aanvaarden.
- Gezien de uitdrukkelijke aanvaarding van de partij is vervolgens op 10 oktober 2022 een schikking tot stand gebracht. De onderhavige beslissing formaliseert deze schikking. II. Voorwaarden van de schikking
- De voorwaarden van de schikking zijn identiek aan die in de brief met het schikkingsvoorstel van 14 september
- Om die reden maakt de bijlage met dat voorstel integrerend deel uit van de onderhavige beslissing. De voorwaarden van dit voorstel worden hieronder in het kort samengevat.
- De door de Inspectiedienst van de Gegevensbeschermingsautoriteit gedane vaststellingen in het kader van deze zaak, en de mogelijke inbreuken die daarmee in verband kunnen worden gebracht, zullen niet langer door de Geschillenkamer worden behandeld. De reikwijdte van deze schikking is dus intrinsiek beperkt tot de elementen van de zaak, zoals aangegeven in het schikkingsvoorstel, dat de volgende zin bevat: "Het schikkingsvoorstel betreft dus de feiten, de periode en de (technische) context, zoals beschreven in het inspectieverslag; de feiten die geen betrekking hebben op deze periode en deze context vallen dus niet onder deze schikking. .. " De partij betaalt van haar kant een bedrag van 10.000 euro aan de Belgische schatkist en voldoet aan de voorwaarden van de schikking. III. Publicatie van de beslissing
- Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de Geschillenkamer, wordt deze Gegevensbeschermingsautoriteit. beslissing gepubliceerd op de website van de Beslissing ten gronde 1512022 - 3/8 OM DEZE REDENEN, beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, na beraadslaging: - Op grond van artikel 100, §1, 4, van de WOG, de schikking geldig te verklaren zoals deze door de partij op 10 oktober 2022 is aanvaard, onder de in deze beslissing en haar bijlage opgenomen voorwaarden. Tegen deze beslissing kan op grond van artikel 108, §1, van de WOG, beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep van Brussel), binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving ervan, met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder. Een dergelijk beroep kan worden aangetekend door middel van een interlocutoir verzoekschrift dat de in artikel 1034 ter van het Gerechtelijk Wetboek genoemde inlichtingen moet bevatten
- Het interlocutoir verzoekschrift moet bij de griffie van het Marktenhof worden ingediend overeenkomstig artikel 1034 quinquies van het Ger.W.2, of via het informatiesysteem e-Deposit van het ministerie van Justitie (artikel 32 ter van het Ger.W.). (get.) Hielke HIJMANS Voorzitter van de Geschillenkamer 1 2 Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid : 1° de dag, de maand en het jaar; 2° de naam, de voornaam, de woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of ondernemingsnummer; 3° de naam, de voornaam, de woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen; 4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering; 5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt; 6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat. Het verzoekschrift, met de bijlage, wordt in evenveel exemplaren als er partijen zijn, per aangetekende brief aan de griffier van de rechtbank toegezonden of bij de griffie neergelegd. Beslissing ten gronde 1512022 - 4/8 AANGETEKEND Geschillenkamer Ter attentie van IPM Group NV, [...] Met als raadsheren mr. Frédéric DECHAMPS en mr. Nathan VANHELLEPUTTE, waarvan het kantoor is gevestigd te [...] Per e-mail : […] Verweerder Secretariaat T: +32
(0)2 274 48 56 E-mail: litigationchamber@apd-gba.be Uw referentie Onze referentie / DOS-2020-03297 Bijlage(
- n)0 Datum 14/09/2022 Betreft: schikkingsvoorstel in de zaak "Gebruik van cookies op de website van L'Avenir" Geachte heer, mevrouw, Gezien het grote aantal dossiers dat wacht om door de Geschillenkamer te worden behandeld, met lange verwerkingstermijnen voor alle dossiers tot gevolg, heeft de Geschillenkamer, krachtens artikel 100, §1, 4° van de Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit (“WOG”), 3 besloten via deze brief over te gaan tot een voorstel tot schikking in de bovengenoemde zaak ( “schikkingsvoorstel”). Het schikkingsvoorstel past in een context waarin twee van de tien dossiers die verband houden met het onderhavige dossier (de tien zogenaamde “cookies op perssites”-dossiers) reeds hebben geleid tot een beslissing ten gronde, waarbij de Geschillenkamer inbreuken heeft vastgesteld die tweemaal hebben geleid tot de oplegging van een administratieve geldboete van 50.000 EUR. 4 3 4 BS, 10 januari 2018. Zie beslissing 85/2022 van 25 mei 2022 van de Geschillenkamer, beschikbaar via https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/beslissing-ten-gronde-nr.-85-2022.pdf; zie beslissing Beslissing ten gronde 1512022 - 5/8 Dit schikkingsvoorstel wordt gedaan zonder enige nadelige erkenning en bindt de Geschillenkamer niet ten aanzien van enig standpunt dat zij zou kunnen innemen indien dit voorstel zou worden afgewezen. Indien de partij waaraan het schikkingsvoorstel wordt gedaan dit voorstel uitdrukkelijk afwijst, zal de Geschillenkamer de behandeling ten gronde voortzetten en zal zij de zaak op een andere wijze dan via een schikking behandelen. Indien zij vaststelt dat inbreuken zijn gepleegd, zal zij gebruik kunnen maken van de sanctiebevoegdheden die haar krachtens het Europese recht 5 en het Belgische recht zijn toegekend6.
- a)L'Avenir onder verantwoordelijkheid van Nethys, en daarna IPM Group Op 21 december 2020 heeft de Geschillenkamer een uitnodiging tot afsluiting in deze zaak verzonden naar Nethys NV, waarvan Les Editions Vers l'Avenir Presse BV een dochteronderneming was toen het inspectieverslag werd toegevoegd aan het administratieve dossier van de Geschillenkamer (ter informatie hierbij gevoegd). In antwoord op deze brief heeft IPM NV ons bij wijze van conclusies op de hoogte gebracht van het feit dat Les Editions Vers l'Avenir BV sinds 14 oktober 2020 door IPM Group was overgenomen. IPM NV heeft conclusies voor haar dochteronderneming Les Editions de l'Avenir presse BV ingediend. Om die reden richt de Geschillenkamer dit voorstel rechtstreeks tot IPM NV.
- b)Procedurele status van het schikkingsvoorstel Het hier voorgelegde schikkingsvoorstel gaat vooraf aan de fase van beraadslaging over de inbreuken die in deze zaak mogelijk zijn gepleegd. In die zin houdt de Geschillenkamer in haar schikkingsvoorstel uitsluitend rekening met de vaststellingen die zijn vermeld in het Inspectieverslag van de Gegevensbeschermingsautoriteit, zonder de juistheid van deze vaststellingen nog te hebben onderzocht. Aangezien de procedure voor de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit niet kan worden gelijkgesteld met de procedure van het strafrecht, kan “de schikking” waarin wordt voorzien door de Belgische wetgever onder artikel 100, §1, 4°, van de WOG niet worden 103/2022 van 16 juni 2022, uitsluitend beschikbaar in het https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/beslissing-ten-gronde-nr.-103-2022.pdf. 5 Frans via: Zie artikel 58 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming). 6 Zie ook artikel 100 van de WOG. Beslissing ten gronde 1512022 - 6/8 gelijkgesteld met de “minnelijke schikking” uit het strafrecht. 7 De schikking in de zin van de WOG heeft immers een sui generis karakter. In de eerste plaats doet de Geschillenkamer hic et nunc geen uitspraak over het bestaan van mogelijke inbreuken, ook al bevindt de procedure zich al in de fase van de behandeling “ten gronde” overeenkomstig de artikelen 98 en 99 van de WOG. De Geschillenkamer maakt gebruik van de haar uitdrukkelijk toegekende bevoegdheid om een schikkingsvoorstel te formuleren, zoals ook mogelijk is in een geval van een "schikking" in strafzaken. Voorts vermeldt de Geschillenkamer de precieze feiten, in tijd en ruimte, op grond waarvan het schikkingsvoorstel wordt gedaan (infra). Hoewel de Geschillenkamer zich, zoals hierboven gezegd, niet hic et nunc uitspreekt over het bestaan van inbreuken, moet zij het schikkingsvoorstel niettemin formuleren op basis van de in het dossier vermelde feiten. Het bedrag dat de Geschillenkamer de partij voorstelt te betalen moet immers in verhouding staan met de aard van de mogelijke inbreuken. Het schikkingsvoorstel betreft dus de feiten, de periode en de (technische) context, zoals beschreven in het inspectieverslag; de feiten die geen betrekking hebben op deze periode en deze context vallen dus niet onder deze schikking. 8
- c)Vaststellingen door de Inspectiedienst die verband houden met het schikkingsvoorstel In casu zijn de door de Inspectiedienst van de Gegevensbeschermingsautoriteit gedane vaststellingen waarmee de Geschillenkamer rekening houdt - zonder zich echter ten gronde over de zaak uit te spreken - de volgende:9 - "Vaststelling 1: plaatsing van niet strikt noodzakelijke cookies voordat toestemming werd verkregen"10 - "Vaststelling 2: gebrek aan keuze"11 - "Vaststelling 3: gebruik van further browsing"12 - "Vaststelling 4: disclaimer voor derdepartijcookies"13 - "Vaststelling 5: gebrekkige informatie14 7 Zie met name de artikelen 216 bis en 216 ter van het Wetboek van Strafvordering (“Sv.”) betreffende het verval van de strafvordering voor sommige misdrijven onder bepaalde voorwaarden (respectievelijk de betaling van een geldsom, en de uitvoering van maatregelen en de naleving van voorwaarden). 8 In die zin is het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing op de feiten die buiten dit toepassingsgebied vallen. 9 De Geschillenkamer houdt ten volle rekening met het aanvullende onderzoeksverslag van de Inspectiedienst van 30 november 2020 in DOS-2020-03297. 10 Verslag van de Inspectiedienst van de Gegevensbeschermingsautoriteit van 7 oktober 2020 in dossier DOS-2020-03297 (“Inspectieverslag”), blz. 13-4. 11 Inspectieverslag, blz. 14-5. 12 Inspectieverslag, blz. 15-6. 13 Inspectieverslag, blz. 16-7. 14 Inspectieverslag, blz. 17-8. Beslissing ten gronde 1512022 - 7/8 - « Vaststelling 6: onmogelijkheid om toestemming in te trekken" 15
- d)Inhoudelijke voorwaarden In het kader van het schikkingsvoorstel worden de volgende voorwaarden door de partij in de procedure aanvaard: - IPM Group verbindt zich ertoe een bedrag ten belope van 10.000 EUR te betalen aan de Belgische schatkist, overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Federale Overheidsdienst Financiën.16 IPM Group ziet af van elke civiele of andere actie die verband houdt met de schikking, zoals, maar niet beperkt tot, negatieve communicatie in verband met deze schikking; - De Geschillenkamer stelt geen inbreuk door IPM Group vast en sluit de procedure formeel af met haar schikkingsbeslissing, voor zover IPM Group de schikking aanvaardt en de voorwaarden ervan naleeft; - Voor de Geschillenkamer houdt het feit dat het schikkingsvoorstel wordt aanvaard geen bekentenis van de verweerder in. Deze aanvaarding van het schikkingsvoorstel kan met name niet worden gebruikt als verzwarende omstandigheid bij het vaststellen van sancties in eventuele toekomstige procedures voor de Geschillenkamer; 17 - In geval van uitdrukkelijke aanvaarding of bij gebrek aan een antwoord van de partij tot wie het schikkingsvoorstel is gericht binnen de hieronder gepreciseerde termijn, neemt dit schikkingsvoorstel de vorm aan van een formele beslissing die op de website van de Gegegevensbeschermingsautoriteit wordt gepubliceerd, met vermelding van de naam van de partij. In geval van niet-naleving van de voorwaarden van de aanvaarde schikking, behoudt de Geschillenkamer zich het recht voor de schikkingsbeslissing in te trekken en deze zaak op een andere manier te behandelen.
- e)Termijn IPM Group moet binnen de 30 dagen na ontvangst van het onderhavige schikkingsvoorstel aangeven of zij al dan niet ingaat op dit voorstel. Bij gebrek aan een antwoord zal het schikkingsvoorstel worden geacht te zijn aanvaard onder de bovengenoemde voorwaarden.
- f)Het bestaan van andere verwerkingsverantwoordelijken en/of verwerkers 15 Inspectieverslag, blz. 18. 16 Cfr. art. 107 WOG. 17 Zie met name artikel 83, lid 2, punt e), van de AVG in het kader van het opleggen van administratieve geldboeten bij het vaststellen van inbreuken die volgen op “eerdere relevante inbreuken door de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker”. Beslissing ten gronde 1512022 - 8/8 Dit schikkingsvoorstel is enkel gericht tot IPM Group. Het neemt geen standpunt in over de vraag of en in welke mate andere actoren verantwoordelijk zijn voor mogelijke inbreuken die aanleiding hebben gegeven tot dit schikkingsvoorstel.
- g)Validatie van de schikking Ingeval het schikkingsvoorstel resulteert in een formele schikkingsbeslissing door de uitdrukkelijke aanvaarding of het gebrek aan antwoord binnen de bovengenoemde termijn van de partij tot wie het schikkingsvoorstel is gericht, kan door de "benadeelde partij" beroep worden aangetekend.18 De uiteindelijke schikking doet geen afbreuk aan het recht van eventuele individuen (in casu is de zaak niet gebaseerd op een klacht) die schade hebben geleden, om voor een burgerlijke rechtbank schadevergoeding te eisen, met name op grond van artikel 82 van de AVG. Hoogachtend, (get). Hielke Hijmans Voorzitter van de Geschillenkamer 18 Tegen deze beslissing kan op grond van artikel 108, §1, van de WOG, beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep van Brussel), binnen een termijn van dertig dagen vanaf de uitdrukkelijke aanvaarding of het gebrek aan antwoord binnen de bovengenoemde termijn, met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder. Een dergelijk beroep kan worden aangetekend door middel van een interlocutoir verzoekschrift dat de in artikel 1034 ter van het Gerechtelijk Wetboek genoemde inlichtingen moet bevatten. Het interlocutoir verzoekschrift moet bij de griffie van het Marktenhof worden ingediend overeenkomstig artikel 1034 quinquies van het Ger.W., of via het informatiesysteem e-Deposit van het ministerie van Justitie (artikel 32 ter van het Ger.W.).