1/9 Geschillenkamer Beslissing ten gronde omtrent schikking 156/2022 van 4 november 2022 Dossiernummer : DOS-2020-03889 Betreft : schikking in het dossier “Gebruik van cookies op de website van De Tijd” (Mediafin NV) De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans, voorzitter; Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna AVG; Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG; Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019; Gelet op de stukken van het dossier; Gelet op het schikkingsvoorstel voorgelegd aan de partij op 14 september 2022, zoals toegevoegd aan voorliggende beslissing en integraal deel uitmakend van de beslissing; Heeft de volgende beslissing genomen inzake: De partij: MediafinNV,; Vertegenwoordigd door Mr. Tim VAN CANNEYT en Mr. Louis VANDERDONCK. Beslissing ten gronde 156/2022 - 2/9 I. Procedure voorafgaand aan de schikking Click or tap to enter a date.
- In het kader van het onderhavig dossier met betrekking tot Mediafin NV werd op 14 september 2022 een schikkingsvoorstel voorgelegd aan de partij. De volledige inhoud van dat schikkingsvoorstel wordt in bijlage aan de onderliggende beslissing toegevoegd.
- Op 30 september 2022 maakt de partij een aantal verzoeken tot verduidelijking over met betrekking tot het voornoemd schikkingsvoorstel.
- Op 7 oktober 2022 wordt een antwoord gegeven op de verzoeken tot verduidelijking van de partij. Op verzoek van de partij in haar bericht van 30 september 2022 en gezien het laattijdige antwoord op de verzoeken, wordt een uitstel van de termijn om te antwoorden op het schikkingsvoorstel met 14 dagen toegekend. Ook op 7 oktober 2022 bevestigt een raadsman voor de partij de goede ontvangst van dit antwoord.
- Op 27 oktober 2022 wordt aan de partij een bericht verzonden met de vraag of de schikking kan afgerond worden, gelet op het vervallen van de termijn om te antwoorden op het schikkingsvoorstel op 28 oktober
- Op 28 oktober 2022 maakt de partij een aantal verzoeken tot verduidelijking over met betrekking tot het schikkingsvoorstel.
- Eveneens op 28 oktober 2022 wordt aan de partij een antwoord gegeven op haar verzoeken tot verduidelijking. In dit kader worden een aantal formuleringen voorgesteld die tot verduidelijking van het schikkingsvoorstel kunnen dienen in de uiteindelijke (voorliggende) schikkingsbeslissing. In hetzelfde antwoord aan de partij wordt ook een uitstel van de termijn met 6 dagen toegekend, met de vraag eventuele verzoeken op de vijfde van die zes dagen over te maken, zodat hier desgevallend tijdig op geantwoord kan worden.
- Op 3 november 2022 ontvangt de Geschillenkamer een antwoord van de partij dat zij het schikkingsvoorstel, samen met de haar voorgelegde verduidelijkingen, aanvaardt.
- Naar aanleiding van de uitdrukkelijke aanvaarding van de partij kwam op 3 november 2022 aldus een schikking tot stand. De voorliggende beslissing formaliseert deze schikking. II. Voorwaarden van de schikking
- De voorwaarden van de schikking zijn in beginsel identiek aan diegene in het schikkingsvoorstel dd. 14 september
- Om die reden maakt dit schikkingsvoorstel integraal deel uit van de voorliggende beslissing.
- Na verzoeken hieromtrent door de partij, worden de volgende verduidelijkingen verschaft, in toevoeging van de voorwaarden neergelegd in het schikkingsvoorstel dd. 14 september Beslissing ten gronde 156/2022 - 3/9
- Daar waar desgevallend onduidelijkheid zou ontstaan door de hiernavolgende formuleringen in de formele schikkingsbeslissing, prevaleren de formuleringen in de tekst van de beslissing op de formuleringen in het schikkingsvoorstel in bijlage bij de beslissing.
- De Geschillenkamer verduidelijkt ten eerste dat de schikking niet voorafgegaan is door een beraadslaging ten gronde over de feiten van het dossier: de argumenten die de partij ter verdediging aandraagt werden dus niet onderzocht bij de totstandkoming van de schikking; er vond ook geen hoorzitting plaats.
- Deze schikkingsbeslissing heeft betrekking op de mogelijke schending van de wet van 13 juni 2005 (de wettelijke norm die van kracht was ten tijde van de vaststellingen in dit dossier door de Inspectiedienst van de GBA), alsook op mogelijke inbreuken op de algemene verordening gegevensbescherming (AVG), en dit met betrekking tot cookies, of meer in het algemeen tot de opslag van en de toestemming voor de plaatsing en verdere verwerking van informatie op het apparaat van de gebruiker als betrokkene in de zin van het gegevensbeschermingsrecht. De schikkingsbeslissing heeft betrekking op de websites betrokken en vermeld in het dossier en betreft de partij tot wie het schikkingsvoorstel gericht is.
- De onderliggende schikkingsbeslissing heeft enkel betrekking op een specifieke periode: de periode van 25 mei 2018 tot en met 30 november 2020, de datum waarop het aanvullende rapport van de Inspectiedienst werd opgeleverd.
- De onderhavige schikking put de bevoegdheden van de Geschillenkamer uit om binnen de grenzen van de hierboven en in het schikkingsvoorstel beschreven juridische elementen en bepalingen en binnen de hierboven genoemde termijn corrigerende maatregelen te nemen ten aanzien van de mogelijke inbreuken. De Geschillenkamer benadrukt dat de schikking geen afbreuk doet aan de bevoegdheden van de rechterlijke instanties en andere autoriteiten om in voorkomend geval inbreuken vast te stellen. De schikking in de onderhavige zaak is alleen bindend voor de Geschillenkamer van de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit. III. Publicatie van de beslissing
- Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de Geschillenkamer, wordt deze Gegevensbeschermingsautoriteit. beslissing gepubliceerd op de website van de Beslissing ten gronde 156/2022 - 4/9 OM DEZE REDENEN, beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, na beraadslaging, om: - Op grond van artikel 100, §1, 4° WOG, de schikking zoals deze aanvaard werd door de partij op 3 november 2022, te valideren, onder de voorwaarden neergelegd in de huidige beslissing en haar annex. Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder. Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de in artikel 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten
- Het verzoekschrift op tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W.2, dan wel via het e-Deposit informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.). (get). Hielke HIJMANS Voorzitter van de Geschillenkamer 1 2 Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid: 1° de dag, de maand en het jaar; 2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of ondernemingsnummer; 3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen; 4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering; 5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt; 6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat. Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd. Beslissing ten gronde 156/2022 - 5/9 AANGETEKEND Geschillenkamer Ter attentie van Mediafin NV, Vertegenwoordigd door Mr. Tim VAN CANNEYT en Mr. Louis VANDERDONCKT, Secretariaat T: +32
(0)2 274 48 56 E-mail: litigationchamber@apd-gba.be Verweerder Uw kenmerk Ons kenmerk / DOS-2020-03889 Bijlage(
- n)0 Datum 12/09/2022 Betreft: Verkennen bereidheid schikkingsvoorstel in het dossier “Gebruik van cookies op de website van De Tijd” (Mediafin NV) Geachte, In de context van een groot aantal dossiers die voor behandeling door de Geschillenkamer liggen, met lange doorlooptijden bij alle dossiers tot gevolg, heeft de Geschillenkamer krachtens artikel 100, §1, 4° van de Wet tot Oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit (“WOG”) 3 besloten om voor te stellen over te gaan tot een schikking in het voornoemd dossier middels deze brief ( “schikkingsvoorstel”). Het schikkingsvoorstel gebeurt in een context waar twee van de tien dossiers die gelinkt zijn aan onderhavig dossier (de tien zogenaamde “cookies op perssites”-dossiers) reeds hebben geleid tot een beslissing ten gronde, waarbij inbreuken werden vastgesteld door de Geschillenkamer die tweemaal leidden tot het opleggen van een administratieve geldboete van 50.000 EUR. 4 Dit schikkingsvoorstel gebeurt zonder enige nadelige erkentenis, en verbindt de Geschillenkamer op generlei wijze wat betreft een eventuele inname van positie bij het weigeren van het schikkingsvoorstel. De Geschillenkamer verwijst te dezen met name naar haar bevoegdheden om 3 4 B.S. 10 januari 2018. Zie Beslissing 85/2022 van 25 mei 2022 van de Geschillenkamer, beschikbaar via https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/beslissing-ten-gronde-nr.-85-2022.pdf; zie beslissing 103/2022 van 16 juni 2022, beschikbaar in het Frans via: https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/beslissing-ten-gronde-nr.-103-2022.pdf. Beslissing ten gronde 156/2022 - 6/9 al dan niet inbreuken vast te stellen en hierbij desgevallend gebruik te maken van de haar onder het Europese5 en Belgische6 recht toegekende sanctionerende bevoegdheden. Wanneer de partij tot wie het schikkingsvoorstel gericht is, het voorstel uitdrukkelijk weigert, zal de Geschillenkamer de procedure ten gronde verder zetten, en het onderhavige dossier op een andere manier afhandelen dan middels een schikking.
- a)Procedurele situering van het schikkingsvoorstel en de schikking Het schikkingsvoorstel dat te dezen voorligt, gaat vooraf aan de fase van beraadslaging omtrent de vaststelling van potentiële inbreuken in onderhavig dossier. De Geschillenkamer houdt in die zin bij haar schikkingsvoorstel enkel rekening met de vaststellingen die werden vermeld in het verslag van de Inspectiedienst van de Gegevensbeschermingsautoriteit, zonder de juistheid van deze vaststellingen na te gaan. Nu de procedure voor de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit niet kan gelijk gesteld worden met de procedure van het strafrecht, kan “de schikking” zoals die wordt voorzien door de Belgische wetgever onder artikel 100, §1, 4° WOG niet gelijk gesteld worden met de “minnelijke schikking” uit het strafrecht.7 De schikking in de zin van de WOG heeft immers een sui generis karakter. Vooreerst doet de Geschillenkamer hic et nunc geen uitspraak over het bestaan van mogelijke inbreuken, ook al bevindt de procedure zich al in de fase van de behandeling “ten gronde” overeenkomstig artikel 98 en 99 WOG. De Geschillenkamer maak daarbij gebruik van haar mogelijkheid en expliciete bevoegdheid om over te gaan tot een voorstel van schikking, net zoals dit ook mogelijk is in het geval van een strafrechtelijke “minnelijke schikking”. Daarnaast vermeldt de Geschillenkamer de precieze feiten gekaderd in tijd en ruimte naar aanleiding waarvan het schikkingsvoorstel plaatsvindt (infra). Hoewel de Geschillenkamer, zoals eerder aangehaald, hic et nunc geen uitspraak doet over het bestaan van inbreuken, dient zij zich wel te enten op de feiten die voorliggen in het dossier om tot het schikkingsvoorstel over te gaan. De aard van de potentiële inbreuken dient immers in verhouding te staan met het bedrag dat de Geschillenkamer aan de partij voorstelt te betalen. Het schikkingsvoorstel heeft aldus betrekking 5 Zie artikel 58 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna “AVG”; 6 7 Zie artikel 100 WOG. Zie met name artikel 216bis en 216ter van het Wetboek van Strafvordering (“Sv.”)met betrekking tot het verval van de strafvordering voor sommige misdrijven onder bepaalde voorwaarden (resp. de betaling van een geldsom en de uitvoering van maatregelen en de naleving van voorwaarden). Beslissing ten gronde 156/2022 - 7/9 op bepaalde feiten binnen een bepaald tijdskader en binnen een bepaalde (technische) context, zoals omschreven in het verslag van de inspectiedienst, waarbij feiten die dit tijdskader en deze context te buiten gaan niet onder de draagwijdte van de schikking vallen. 8
- b)Vaststelling door de Inspectiedienst die verband houden met het schikkingsvoorstel In casu deed de Inspectiedienst van de Gegevensbeschermingsautoriteit de volgende vaststellingen, dewelke de Geschillenkamer in rekening neemt – doch niet op de inhoud beoordeelt – bij het voorstellen van de voorwaarden voor de schikking: 9 - “Vaststelling 1: plaatsing van niet strikt noodzakelijke cookies alvorens de toestemming werd verkregen”10 - “Vaststelling 2: sociale netwerkcookies en statistische cookies zonder toestemming” 11 - “Vaststelling 3: gebrekkig cookiebeleid”12 - “Vaststelling 4: ongerechtvaardigde opslagperiodes van cookies” 13 - “Vaststelling 5: niet-naleving van de intrekking van de toestemming” 14
- c)Inhoudelijke voorwaarden In het kader van het voorstel van schikking worden de volgende voorwaarden door de partij in de procedure aanvaard: - Mediafin NV verbindt er zich toe een bedrag ten belope van 10.000 EUR te betalen aan de Belgische Schatkist, en overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Federale Overheidsdienst Financiën.15 Mediafin NV doet afstand van eventuele burgerrechtelijke en andere aanspraken die verband houden met de schikking, bijvoorbeeld maar niet beperkt tot het geval van negatieve berichtgeving met betrekking tot die schikking; - De Geschillenkamer gaat niet over tot het vaststellen van eventuele inbreuken en beëindigt met de schikking die uit dit voorstel vloeit formeel de procedure, wanneer Mediafin NV de schikking aanvaardt en naleeft; - De Geschillenkamer beschouwt het akkoord verklaren met een schikkingsvoorstel niet als een bekentenis, die met name zou gebruikt kunnen worden in het kader als verzwarende 8 In die zin geldt het beginsel ne bis in idem niet voor feiten die buiten die reikwijdte vallen. 9 De Geschillenkamer houdt bij het in rekening nemen van de vaststellingen van de Inspectiedienst die onder deze schikking vallen ook het aanvullend verslag van het onderzoek van de Inspectiedienst van 30 november 2020 in DOS-2020-03889 volledig in aanmerking. 10 Verslag van de Inspectiedienst van de Gegevensbeschermingsautoriteit van 7 oktober 2020 in DOS-2020-03889 (“Inspectieverslag”), blz. 12-3. 11 Inspectieverslag, blz. 13-4. 12 Inspectieverslag, blz. 14-5. 13 Inspectieverslag, blz. 15-6. 14 Inspectieverslag, blz. 16. 15 Overeenkomstig artikel 107 WOG worden “de dwangsommen, geldboeten en transacties opgelegd met toepassing van deze wet […] ten voordele van de Schatkist overgemaakt of geïnd door de algemene administratie van de Inning en de Invordering.” (eigen onderlijning) Beslissing ten gronde 156/2022 - 8/9 omstandigheid in het bepalen van de sanctie voor toekomstige procedures bij de Geschillenkamer16; - Bij de uitdrukkelijke aanvaarding of bij gebreke van reactie van de partij ten aanzien van wie het schikkingsvoorstel is gericht binnen de termijn hieronder bepaald, verkrijgt dit schikkingsvoorstel het karakter van een formele beslissing die zonder weglating van directe identificatiegegevens zal gepubliceerd worden op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit. In het geval de voorwaarden van de schikking niet worden nageleefd, houdt de Geschillenkamer zich het recht voor de schikkingsbeslissing in te trekken en de procedure in dit dossier op een andere manier verder te zetten, c.q. te beëindigen.
- d)Termijn Mediafin NV dient binnen de 30 dagen na de ontvangst van onderhavig schikkingsvoorstel aan te geven of zij al dan niet ingaat op dit voorstel. Bij gebreke aan reactie, zal het schikkingsvoorstel als aanvaard worden beschouwd onder de hiervoor vermelde voorwaarden.
- e)Het bestaan van andere verwerkingsverantwoordelijken en/of verwerkers Dit schikkingsvoorstel is enkel gericht tot Mediafin NV. Het neemt geen positie in of en in welke mate er andere actoren zijn die verantwoordelijk zijn voor de potentiële inbreuken die aanleiding gaven tot het onderhavig schikkingsvoorstel.
- f)Validatie van de schikking Wanneer het schikkingsvoorstel verwordt in een formele schikkingsbeslissing door uitdrukkelijke aanvaarding of bij gebreke aan reactie van de partij aan wie het schikkingsvoorstel gericht is binnen de hiervoor vermelde termijn, kan hiertegen beroep worden ingesteld door de “griefhoudende partij”.17 16 Zie met name artikel 83, lid 2, punt
- e)AVG in het kader van het opleggen van administratieve geldboeten bij het vaststellen van inbreuken die volgen op “eerdere relevante inbreuken door de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker”. 17 Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder. Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de in artikel 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten. Het verzoekschrift op tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W., dan wel via het e-Deposit informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.). Beslissing ten gronde 156/2022 - 9/9 De uiteindelijke schikking doet geen afbreuk aan het recht van eventuele individuen (in casu betreft dit geen klachtdossier) die schade hebben geleden om voor een burgerlijke rechtbank schadevergoeding te eisen op grond van onder meer artikel 82 AVG. Hoogachtend (get). Hielke Hijmans Voorzitter van de Geschillenkamer