← België

Beslissing ten gronde nr. 165/2023

1/24 Geschillenkamer Beslissing ten gronde 165/2023 van 11 december 2023 Dossiernummer : DOS-2022-02499 Betreft : Potentiële inbreuk in verband met persoonsgegevens inzake een aanmeldsysteem De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans, voorzitter, en de heren Jelle Stassijns en Frank De Smet, leden; Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna AVG; Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG; Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019; Gelet op de stukken van het dossier; Heeft de volgende beslissing genomen inzake: De verweerder: Stad Antwerpen, met maatschappelijke zetel te 2000 Antwerpen, Grote Markt 1, met ondernemingsnummer 0207.500.123, hierna “de verweerster”. Beslissing ten gronde 165/2023 – 2/24 I. 1. Feiten en procedure Het centraal inschrijvingssysteem MeldJeAan (hierna: MeldJeAan) wordt reeds enkele jaren in verschillende steden gebruikt in het kader van toewijzing van scholen om meer een sociale mix te bewerkstelligen binnen de scholen. 2. Daartoe dienden de ouders en desgevallend de voogd de volgende persoonsgegevens op te geven: identificatiegegevens (naam, adres, geboortedatum, telefoonnummer van zowel ouders/voogd als kinderen), elektronische identificatiegegevens (e-mailadressen van zowel ouders/voogd als kinderen), persoonlijke kenmerken (leeftijd, geslacht van kinderen), opleiding en vorming (moeder), nationaal nummer (het rijksregisternummer van het kind), het feit of er reeds broers en/of zussen van het kind in een bepaalde school van die stad aanwezig zijn, het feit of de ouders personeelslid zijn van een school waar men zich aanmeldt, het feit of het gezin een schooltoeslag ontving in het lopende schooljaar of het voorgaande schooljaar, de spreektaal van het kind en het eventueel verslag buitengewoon onderwijs. Daarnaast werden ook andere persoonsgegevens verwerkt binnen de applicatie, te weten indicatoren omtrent leerlingen: thuistaal, opleidingsniveau moeder, buurtindicator en schooltoeslag en voorkeuren voor een bepaalde school. Op basis van deze persoonlijke voorkeuren en de andere gegevens kregen de kinderen een school toegewezen. Nadien werden per school lijsten opgemaakt van de kinderen die zich voor de school hadden aangemeld. Door in te loggen op de backoffice van “MeldJeAan” kan een medewerker voor zijn school een lijst downloaden met alle persoonsgegevens van de ouders en hun kinderen die zich hadden aangemeld op die school. Door een mogelijk gebrek in de onlinetoepassing MeldJeAan zoals gebruikt voor het Gentse secundair onderwijs bleek dat de URL met de link naar de downloadlijst ook rechtstreeks benaderbaar was, zonder in te loggen op de backoffice. Iedere secundaire school in het systeem krijgt een unieke ID van 30 tekens welke is opgenomen in de URL waardoor men, indien men beschikte over die unieke ID en zonder eerst aan te melden, de lijst kon downloaden met persoonsgegevens van de ouders en hun kind die aangemeld waren bij de school gekoppeld aan de unieke ID. Er werd minstens1 één lijst op een dergelijke wijze gedownload. Eveneens werd de methode van downloaden gemeld aan de pers waardoor deze ook zelf een lijst heeft gedownload en, weliswaar gepseudonimiseerd, heeft gepubliceerd. 3. Deze onlinetoepassing MeldJeAan werd ook gebruikt in onder andere Antwerpen, voor wat betreft het basisonderwijs. De GBA heeft geen melding ontvangen van een gegevensinbreuk met betrekking tot de applicatie vanwege de Er worden geen logs bijgehouden van wanneer of wie lijsten downloadt aangezien dit niet in de programmaspecificatie werd opgenomen. Zie bijlage 1, meldformulier, punt 4: preventie en beheer van het gegevenslek. 1 Beslissing ten gronde 165/2023 – 3/24 verwerkingsverantwoordelijken te Antwerpen hoewel het veiligheidsrisico ook ten aanzien van hen bestond. 4. Gelet op het bovenstaande heeft het Directiecomité van de Gegevensbeschermingsautoriteit (hierna: “GBA”) op 20 juni 2022 beslist de Inspectiedienst te vatten op grond van artikel 63, 1° WOG omwille van een praktijk die aanleiding kan geven tot een inbreuk op de grondbeginselen van de bescherming van persoonsgegevens. 5. Op 10 oktober 2022 wordt het onderzoek door de Inspectiedienst afgerond, wordt het verslag bij het dossier gevoegd en wordt het dossier door de inspecteur-generaal overgemaakt aan de Voorzitter van de Geschillenkamer (artikel 91, § 1 en § 2 WOG). Het verslag bevat vaststellingen met betrekking tot het voorwerp van de beslissing van het directiecomité en besluit dat er sprake is van een inbreuk op: 1. artikel 5.1.

  1. f)en 5.2 van de AVG, artikel 24.1 van de AVG, artikel 25.1 van de AVG en artikel 32.1 en 32.2 AVG; 2. artikel 35.1, 35.2, 35.3 en 35.7 AVG; en 3. artikel 38.1 en artikel 39 AVG. Het verslag bevat daarnaast aanvullende vaststellingen gelet op artikel 72 WOG. De Inspectiedienst stelt, in hoofdlijnen, vast dat er sprake is van een inbreuk op: 4. artikel 30.1 AVG. 6. Op 28 oktober 2022 beslist de Geschillenkamer op grond van artikel 95, § 1, 1° en artikel 98 WOG dat het dossier gereed is voor behandeling ten gronde. 7. Op 28 oktober 2022 wordt de verweerster per aangetekende zending in kennis gesteld van de bepalingen zoals vermeld in artikel 95, § 2, alsook van deze in artikel 98 WOG. Tevens wordt zij op grond van artikel 99 WOG in kennis gesteld van de termijn om haar verweermiddelen in te dienen. De uiterste datum voor ontvangst van de conclusie van antwoord van de verweerster wordt vastgelegd op 9 december 2022. 8. Op 28 oktober 2022 aanvaardt de verweerster elektronisch alle communicatie omtrent de zaak. 9. Op 2 november 2022 vraagt de verweerster een kopie van het dossier (art. 95, § 2, 3° WOG), dewelke haar werd overgemaakt op 9 november 2022. 10. Op 9 december 2022 ontvangt de Geschillenkamer de conclusie van antwoord vanwege de verweerster. Beslissing ten gronde 165/2023 – 4/24 11. Op 8 mei 2023 wordt de verweerster ervan in kennis gesteld dat de hoorzitting zal plaatsvinden op 23 juni 2023. 12. Op 23 juni 2023 wordt de verweerster gehoord door de Geschillenkamer. 13. Op 28 juni 2023 wordt het proces-verbaal van de hoorzitting aan de verweerster voorgelegd. 14. Op 4 juli 2023 ontvangt de Geschillenkamer vanwege de verweerster enkele opmerkingen met betrekking tot het proces-verbaal, dewelke zij beslist mee op te nemen in haar beraad. II. Motivering II.1. Identiteit van de verwerkingsverantwoordelijke II.1.1. Vaststelling van de Inspectiedienst 15. De Inspectiedienst identificeert de verweerster als verwerkingsverantwoordelijke voor wat betreft de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van het online aanmeldsysteem MeldJeAan. Het inspectieverslag verwijst hiervoor enerzijds naar de verwerkersovereenkomst met Z omtrent de ontwikkeling van de onlinetoepassing MeldJeAan waarin de verweerster de verwerkingsverantwoordelijke genoemd wordt, en anderzijds naar het document genaamd “genomen maatregelen naar aanleiding van het datalek MeldJeAan” dat de verweerster aan de Inspectiedienst heeft overgemaakt. II.1.2. Standpunt van de verweerster 16. De verweerster voerde in haar conclusies aan dat zij niet beschouwd moest worden als verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen van de persoonsgegevens via MeldJeAan. In dit kader verwees de verweerster naar het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs2. Ingevolge dit decreet is het Lokaal OnderwijsPlatform Antwerpen (hierna: LOP Antwerpen) sinds 2021 verplicht om het aanmeldsysteem in het basisonderwijs in Antwerpen te organiseren. Bijgevolg dient dan ook het LOP Antwerpen als verwerkingsverantwoordelijke beschouwd te worden in het kader van MeldJeAan, zo stelde de verweerster. 17. Ter bevestiging van deze stelling verwees de verweerster eveneens naar het schrijven van de Vlaamse Toezichtscommissie (VTC) dd. 25 oktober 2022 waarin deze het LOP Antwerpen blijkt te beschouwen als de verwerkingsverantwoordelijke voor wat betreft de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van MeldJeAan. 18. Tijdens de hoorzitting nam de verweerster echter een ander standpunt in. Vooreerst licht zij de evolutie van de rol van verwerkingsverantwoordelijke en verwerker toe. Tot en met einde 2 BS. 14 april 1997. Beslissing ten gronde 165/2023 – 5/24 2022 was de verweerster van oordeel dat het LOP Antwerpen verwerkingsverantwoordelijke in het kader van MeldJeAan was, gelet op de bovenvermelde decretale verplichting van het LOP Antwerpen om het aanmeldsysteem te organiseren. De documentatie die in augustus 2022 bezorgd werd aan de Inspectiedienst tijdens het onderzoek in het kader van dit dossier, werd opgesteld aan de hand van het advies dat de verweerster van de VTC ontvangen had, namelijk dat het LOP als verwerkingsverantwoordelijke beschouwd moet worden. In januari 2023 maakte het Agentschap voor Onderwijsdiensten van de Vlaamse Overheid (hierna: AGODI) haar standpunt bekend omtrent wie de rol van verwerkingsverantwoordelijke ter zake opneemt. Dit standpunt luidt dat vanaf het schooljaar 2023-2024 de scholen als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke beschouwd moeten worden aangezien het LOP Antwerpen zelf geen rechtspersoon is, maar bestaat uit de betrokken schoolbesturen. Aangezien het aanmeldsysteem een eerlijkere en transparantere manier om inschrijvingen te laten verlopen beoogt en gelet op o.a. de beperkte werkingsbudgetten van het LOP Antwerpen heeft de verweerster besloten om financiële middelen toe te kennen en aldus de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijkheid op te nemen, samen met de schoolbesturen. Dit standpunt werd ingenomen onder voorbehoud van het resultaat van de Vlaamse beleidsdiscussie. Als gevolg van dit standpunt heeft de verweerster haar aanpak bijgestuurd om de naleving van de AVG te bewerkstellingen. II.1.3. Beoordeling van de Geschillenkamer 19. De Geschillenkamer merkt op dat er in de loop van de voorbije jaren door meerdere instanties verschillende standpunten ingenomen en adviezen verstrekt zijn omtrent de verwerkingsverantwoordelijkheid inzake MeldJeAan, maar dat het meest recente standpunt van de verweerster is dat zij zichzelf beschouwt als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke. 20. In dit verband wijst de Geschillenkamer naar artikel 26 AVG. Dit artikel bepaalt dat wanneer twee of meer verwerkingsverantwoordelijken gezamenlijk de doeleinden en middelen van de verwerking bepalen, zij gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken zijn. Twee belangrijke elementen uit aangehaald artikel 26 AVG zijn enerzijds ‘het doel en de middelen van de verwerking bepalen’ en anderzijds ‘gezamenlijk’. 21. Voor wat betreft de bepaling van het doel en de middelen van de verwerking kan worden verwezen naar artikel 4.7 AVG waarin de definitie van verwerkingsverantwoordelijke luidt als volgt: de “natuurlijke persoon of rechtspersoon, overheidsinstantie, dienst of ander orgaan die/dat, alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt”. Net als bij het begrip Beslissing ten gronde 165/2023 – 6/24 verwerkingsverantwoordelijke vereist de analyse verwerkingsverantwoordelijke een feitelijke beoordeling. 22. van een gezamenlijke 3 Voor wat betreft het ‘gezamenlijk’ karakter, is overkoepelende criterium voor het bestaan van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de verwerking de gezamenlijke deelname van twee of meer entiteiten aan de vaststelling van het doel en de middelen van een verwerkingsactiviteit. Gezamenlijke deelname kan de vorm aannemen van een gezamenlijk besluit van twee of meer entiteiten of het resultaat zijn van convergerende besluiten van twee of meer entiteiten, wanneer de besluiten elkaar aanvullen en noodzakelijk zijn om de verwerking op zodanige wijze te laten plaatsvinden dat zij een tastbaar effect hebben op de vaststelling van het doel en de middelen van de verwerking. Belangrijk is dat de verwerking niet mogelijk zou zijn zonder de deelname van beide partijen, in die zin dat de verwerking door elke partij onscheidbaar, d.w.z. onlosmakelijk met die van de andere verbonden is. 4 23. De Geschillenkamer stelt vast dat het doel van de verwerkingen van persoonsgegevens via MeldJeAan vierledig is. Ten eerste het waarborgen van de vrije schoolkeuze van alle ouders en leerlingen, door het vermijden van kampeerrijen voor de schoolpoort, objectivering van de inschrijvingen in scholen met capaciteitsdruk, het opstellen van een centrale tijdslijn en uniformiteit in functie van de ouders; ten tweede het realiseren van optimale leer- en ontwikkelingskansen voor alle leerlingen en dit voor het basisonderwijs, voor zover mogelijk, in een school in hun buurt; ten derde het bevorderen van de sociale cohesie, en ten vierde het vermijden van uitsluiting, segregatie en discriminatie. Deze doelstellingen werden bepaald door AGODI en het LOP Antwerpen is decretaal 5 verplicht om binnen haar werkingsgebied hieraan uitvoering te geven. AGODI stelt hieromtrent op de eigen website dat de schoolbesturen en AGODI als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke te beschouwen zijn: “[v]oor het aanmeldingssysteem van de Vlaamse overheid geldt dat de schoolbesturen en AGODI gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke zijn. Dat wil zeggen dat de schoolbesturen en AGODI samen het doel en de middelen voor de verwerking van 3 EDPB Richtsnoeren 07/2020 over de begrippen “verwerkingsverantwoordelijke” en “verwerker” in de AVG, 7 juli 2021, https://edpb.europa.eu/system/files/2023-10/edpb_guidelines_202007_controllerprocessor_final_nl.pdf, randnummer 52. 4 EDPB Richtsnoeren 07/2020 over de begrippen “verwerkingsverantwoordelijke” en “verwerker” in de AVG, 7 juli 2021, https://edpb.europa.eu/system/files/2023-10/edpb_guidelines_202007_controllerprocessor_final_nl.pdf, randnummer 58 e.v. 5 Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, https://codex.vlaanderen.be/Portals/Codex/documenten/1005384.html BS 17 april 1997. - Artikel 37vicies semel. (01/09/2022- ...) In afwijking van het eerste lid moeten de schoolbesturen die een school, scholen voor buitengewoon onderwijs uitgezonderd, hebben binnen het werkingsgebied van het LOP Antwerpen, Brussel-Hoofdstad of Gent een aanmeldingsprocedure instellen die geldt voor alle scholen, scholen voor buitengewoon onderwijs uitgezonderd, gelegen binnen dat respectieve werkingsgebied. Beslissing ten gronde 165/2023 – 7/24 persoonsgegevens bepalen. Beide zijn verantwoordelijk voor het ordentelijk bijhouden en verwerken van persoonsgegevens in het kader van de algemene gegevensverordening”.6 24. De verweerster licht toe dat het LOP Antwerpen echter niet over de nodige middelen beschikt om dit aanmeldingssysteem te financieren. Bijgevolg heeft de verweerster de beslissing genomen om de nodige financiële middelen te bepalen en toe te kennen aan het LOP Antwerpen om uitvoering te kunnen geven aan deze decretale verplichting. 25. De Geschillenkamer stelt vast dat de verweerster de beslissing heeft genomen om de nodige financiële middelen enerzijds te bepalen en anderzijds deze financiële middelen toe te kennen in het kader van MeldJeAan. Daarnaast heeft de verweerster de verwerkersovereenkomst met Z afgesloten waarin de omvang van de verwerkingen worden bepaald door de verweerster als verwerkingsverantwoordelijke ten aanzien van de verwerker. Gelet op het bovenstaande oordeelt de Geschillenkamer dat de verweerster, samen met AGODI en de schoolbesturen, gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke is aangezien de beslissingen van AGODI en het LOP Antwerpen inzake de organisatie van het centraal aanmeldingssysteem en de beslissingen van de verweerster om de nodige financiële middelen te voorzien en het afsluiten van de verwerkersovereenkomst convergerende besluiten zijn met een tastbaar effect op de vaststelling van het doel en de middelen van de verwerking en die elkaar aanvullen en noodzakelijk zijn om de verwerking op zodanige wijze te laten plaatsvinden. 26. Gelet op het bovenstaande dient de verweerster als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 26 AVG beschouwd te worden waardoor zij dient de voldoen aan de verplichtingen in hoofde van de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken zoals bepaald in de AVG. II.2. Artikel 5.1.f), 5.2, artikel 24. 1, artikel 25. 1 en artikel 32. 1 en 32.2 AVG II.2.1. Vaststellingen in het Inspectieverslag 27. Tijdens het inspectieonderzoek heeft de Inspectiedienst gevraagd naar de beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het online inschrijvingssysteem “MeldJeAan”. In het antwoord op deze vragen heeft de verweerster verwezen naar de volgende documenten: de verwerkersovereenkomst met Z enerzijds en het overzicht van de genomen maatregelen naar aanleiding van datalek MeldJeAan anderzijds. 28. Ten eerste stelt de Inspectiedienst vast dat de voormelde verwerkersovereenkomst met Z geen handtekeningen van de verweerster en de verwerker bevat. 6 https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/directies-administraties-en-besturen/leerlingenadministratie-basis-en-secundaironderwijs/leerlingen-inschrijven-in-het-basis-en-secundair-onderwijs/leerlingen-inschrijven-in-het-gewoononderwijs/inschrijven-en-aanmelden/aanmeldingssysteem-gewoon Beslissing ten gronde 165/2023 – 8/24 29. Ten tweede verwijst de Inspectiedienst naar het document genaamd “Maatregelen genomen rond het datalek MeldJeAan” van de verweerster waarin een lijst is opgenomen van drie categorieën maatregelen: software, toegang en omgeving. Er wordt echter in het voormelde document niet vermeld wanneer precies die maatregelen werden besproken, goedgekeurd en uitgevoerd en welke leidinggevenden en medewerkers van de verweerster en van de verwerker Z daarbij betrokken waren. 30. Tot slot stelt de Inspectiedienst vast dat het onduidelijk is hoe en wanneer de functionaris voor gegevensbescherming van de verweerster betrokken werd in het kader van de beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van MeldJeAan. 31. Op basis van bovenstaande vaststellingen concludeert de Inspectiedienst dat er sprake is van een inbreuk op artikel 5.1.f), 5.2, 24.1, 25.1 32.1 en 32.2 AVG. II.2.2. Standpunt van de verweerster 32. De verweerster betwist de vaststellingen van de Inspectiedienst. Voor wat betreft de vaststellingen omtrent het gebrek aan handtekeningen in de verwerkersovereenkomst voert de verweerster aan dat overeenkomstig artikel 28.3 AVG het volstaat dat de verwerking door een verwerker wordt geregeld in een overeenkomst of andere rechtshandeling krachtens het Unierecht of het lidstatelijke recht die de verwerker ten aanzien van de verwerkingsverantwoordelijke bindt. De verweerster stelt dat er geen discussie bestaat tussen de partijen bij de verwerkersovereenkomst over het bindende karakter van deze verwerkersovereenkomst. Bovendien wijst de verweerster erop dat het contractuele kader tussen de partijen momenteel wordt herzien, zodat de aan de Inspectiedienst overgemaakte verwerkersovereenkomst spoedig achterhaald zal zijn. De nieuwe ondertekende overeenkomst kan desgewenst aan de Geschillenkamer overgemaakt worden. 33. Vervolgens verwijst de verweerster naar de vaststelling van de Inspectiedienst omtrent hoe en wanneer de naleving van de verwerkersovereenkomst tussen de verweerster en de verwerker door haar wordt gecontroleerd. In dit kader stelt de verweerster dat de AVG nergens, ook niet als onderdeel van de verantwoordingsplicht, voorziet in een verplichting om de naleving van iedere verwerkersovereenkomst systematisch te controleren, minstens niet wanneer er geen indicatie of melding is van enig risico. 34. Tot slot formuleert de verweerster een antwoord omtrent de vaststelling van de Inspectiedienst over hoe en wanneer de functionaris voor gegevensbescherming betrokken werd in het kader van de beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van MeldJeAan. De verweerster verduidelijkt gegevensbescherming initieel niet betrokken dat de functionaris voor was bij MeldJeAan aangezien de totstandkoming van dit platform voor de inwerkingtreding van de AVG opgericht werd. Beslissing ten gronde 165/2023 – 9/24 Ondertussen werd de functionaris voor gegevensbescherming wel ingeschakeld en betrokken bij (o.a.) de gegevensbeschermingseffectenbeoordeling die werd uitgevoerd. II.2.3. Beoordeling door de Geschillenkamer 35. Artikel 5.1.
  2. f)van de AVG schrijft voor dat “[persoonsgegevens] door het nemen van passende technische of organisatorische maatregelen op een dusdanige manier worden verwerkt dat een passende beveiliging ervan gewaarborgd is, en dat zij onder meer beschermd zijn tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging”. 36. In verdere uitwerking van artikel 5.1.
  3. f)AVG stelt artikel 32.1 AVG dat de verweerster als verwerkingsverantwoordelijke passende technische en organisatorische maatregelen moet treffen om een op het risico afgestemd beveiligingsniveau te waarborgen. Hierbij moet rekening worden gehouden met de stand van de techniek, de uitvoeringskosten, alsook met de aard, de omvang, de context, de verwerkingsdoeleinden en de waarschijnlijkheid en ernst van de uiteenlopende risico’s voor de rechten en vrijheden van personen. 37. Artikel 32.2 van de AVG bepaalt dat bij de beoordeling van het passende beveiligingsniveau rekening moet gehouden worden met de verwerkingsrisico’s, vooral als gevolg van de vernietiging, het verlies, de wijziging of de ongeoorloofde verstrekking van of ongeoorloofde toegang tot doorgezonden, opgeslagen of anderszins verwerkte gegevens, hetzij per ongeluk hetzij onrechtmatig. 38. De Geschillenkamer wijst er op dat de verantwoordingsplicht ex artikel 5.2 AVG, artikel 24.1 en artikel 25.1 AVG inhoudt dat op de verwerkingsverantwoordelijke de verplichting rust tot, enerzijds, het nemen van proactieve maatregelen teneinde de naleving van de voorschriften van de AVG te waarborgen en, anderzijds, het kunnen aantonen dat hij dergelijke maatregelen heeft getroffen. 39. Kortom: op de verweerster rust de verplichting tot het nemen van passende technische en organisatorische maatregelen om een passend beveiligingsniveau te waarborgen en dit ook te kunnen aantonen. 40. Voor wat betreft de hierboven vermelde verantwoordingsplicht stelt de Geschillenkamer vast dat de Inspectiedienst het volgende gevraagd heeft aan de verweerster: “Een kopie van de documenten van [verweerster] over de maatregelen en beslissingen die werden genomen voor de beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het online inschrijvingssysteem ‘Meld je aan’ en de verantwoording daarvan overeenkomstig artikel 1, lid 1,
  4. f)en lid 2 van de AVG, artikel 24, lid 1 van de AVG, artikel 25, lid 1 van de AVG en artikel 32 van de AVG. Gelieve ook een kopie te bezorgen van de informatie en adviezen die de functionaris voor gegevensbescherming van [verweerster] in Beslissing ten gronde 165/2023 – 10/24 dat verband verstrekt heeft en met documenten onderbouwde uitleg te geven over diens betrokkenheid in dat verband overeenkomstig artikel 38, lid 1 in samenhang gelezen met artikel 39, lid 1 van de AVG”. 41. De Geschillenkamer stelt vast dat de verweerster geen stukken overmaakt, of op enige andere manier aantoont, hoe en wanneer de naleving van de verwerkersovereenkomst werd gecontroleerd, noch aan de start, noch tijdens de uitvoering van de verwerkersovereenkomst. Artikel 28, lid 1 schrijft echter voor dat wanneer en verwerking namens een verwerkingsverantwoordelijke wordt verricht, deze verwerkingsverantwoordelijke uitsluitend een beroep mag doen op verwerkers die afdoende garanties bieden met betrekking tot het toepassen van passende technische en organisatorische maatregelen opdat de verwerking aan de vereisten van de AVG voldoet. De verwerkingsverantwoordelijke kan dit nagaan door bijvoorbeeld het opvragen van een beschrijving van de beveiligingsmaatregelen van de verwerker en door de werkwijze van de verwerker te beoordelen, met de betrokkenheid van de functionaris voor gegevensbescherming. In het kader van de reeds vermelde verantwoordingsplicht is het van belang om deze beoordelingen goed te documenteren. 42. Vervolgens stelt de Geschillenkamer vast dat het document “Maatregelen genomen rond het datalek MeldJeAan” een reeks maatregelen voorziet, samen met een verduidelijking wat het doel is van elke maatregelen en wat de status van de implementatie is. Een bijkomend document geeft aan wanneer de vergaderingen omtrent deze maatregelen hebben plaatsgevonden en wie eraan deelgenomen heeft. De Geschillenkamer merkt op dat dit document weinig concreet is omtrent de goedkeuring van deze maatregelen en over de verdere timing van de implementatie van bepaalde maatregelen en opvolging van de reeds ingevoerde/nog in te voeren beveiligingsmaatregelen. De verweerster toont met deze documenten bijgevolg niet aan dat er rekening werd gehouden met de stand van de techniek, de uitvoeringskosten, aard, omvang en context van de verwerking, noch toont zij aan dat deze maatregelen voldoende afgestemd zijn op het beveiligingsrisico en rekening houden met de verwerkingsrisico’s, zoals voorgeschreven door artikel 32.1 en 32.2 AVG. 43. Voor wat betreft de vaststelling van de Inspectiedienst omtrent de betrokkenheid van de functionaris voor gegevensbescherming stelt de Geschillenkamer vast dat de verweerster geen documentatie, zoals adviezen, voorlegt waaruit blijkt dat de functionaris voor gegevensbescherming geconsulteerd werd in het kader van de beveiliging van MeldJeAan. De verweerster werpt op dat MeldJeAan tot stand gekomen is voordat de AVG van toepassing was. Het komt echter toe aan elke verwerkingsverantwoordelijke, om, na het van kracht worden van de AVG, proactief na te gaan of de verwerkingen van persoonsgegevens voldoen aan de vereisten van de AVG en om desgevallend de nodige aanpassingen te doen en dit ook zo te documenteren. Beslissing ten gronde 165/2023 – 11/24 44. Gelet op het bovenstaande oordeelt de Geschillenkamer dat er sprake is van een inbreuk op artikel 5.1.f), artikel 32.1 en 32.2 j° artikel 5.2, artikel 24.1 en artikel 25.1 AVG, namelijk de verantwoordingsplicht met betrekking tot de beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van MeldJeAan. 45. De Inspectiedienst stelde eveneens een inbreuk van bovenvermelde artikels vast gelet op het feit dat de verwerkersovereenkomst tussen de verweerster en Z niet gehandtekend werd. De Geschillenkamer wijst erop dat de verwerkersovereenkomst werd uitgevoerd door de partijen, zoals overeengekomen, ongeacht de handtekening. De Geschillenkamer oordeelt dat het gebrek aan handtekening geen inbreuk uitmaakt op artikel 5.1.f), artikel 32.1 en 32.2 j° artikel 5.2, artikel 24.1 en artikel 25.1 AVG. 46. Voor zoveel als nodig herinnert de Geschillenkamer eraan dat, hoewel artikel 5.1 en 5.2 AVG nauw met elkaar verbonden zijn, een schending van de verantwoordingsplicht van artikel 5.2 AVG niet automatisch ook een schending van artikel 5.1 AVG betekent. De verantwoordingsplicht betreft de formele veruitwendiging om door middel van documenten de naleving van de materiële grondbeginselen van de AVG aan te tonen. De Geschillenkamer stelt vast dat het Inspectieverslag geen elementen bevat die wijzen op een inbreuk in verband met concrete verwerkingen van persoonsgegevens in hoofde van verweerster. II.3. Artikel 35.1, 35.2, 35.3 en 35.7 AVG II.3.1. Vaststellingen van de Inspectiedienst 47. Tijdens het Inspectieonderzoek heeft de Inspectiedienst gevraagd aan de verweerster of er al dan niet een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (hierna: GEB) werd uitgevoerd voor de verwerkingen die plaatsvinden met betrekking tot MeldJeAan. 48. Zoals hierboven in punt 27 e.v. aangegeven, komt, op basis van de verstrekte antwoorden van de verweerster, de Inspectiedienst tot de vaststelling dat de verweerster niet louter als verwerker beschouwd kan worden, maar wel als verwerkingsverantwoordelijke, gelet op de verwerkersovereenkomst met Z waarin de verweerster als verwerkingsverantwoordelijke aangeduid wordt en de genomen maatregelen n.a.v. het datalek. Op haar rust dus de verplichting een GEB uit te voeren. 49. De Inspectiedienst wijst erop dat er in deze zaak sprake is van een evaluatie of scoretoekenning in de zin van artikel 35.3.
  5. a)AVG namelijk kenmerken van beroepsprestaties, economische situatie, gezondheid, persoonlijke voorkeuren of interesses, betrouwbaarheid of gedrag, locatie of verplaatsingen van de betrokkene. Daarnaast worden er ook gegevens met betrekking tot kwetsbare betrokkenen, namelijk kinderen, verwerkt. Beslissing ten gronde 165/2023 – 12/24 50. Vervolgens verwijst de Inspectiedienst naar de Richtsnoeren voor gegevensbeschermingseffectbeoordelingen van de WP29 waarin wordt gesteld dat de 7 8 vereiste om een GEB uit te voeren geldt voor bestaande verwerkingen die waarschijnlijk een hoog risico inhouden voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen en waarvoor de risico’s zijn veranderd, rekening houdend met de aard, de omvang, de context en de doeleinden van de verwerking. 51. Gelet op het bovenstaande concludeert de Inspectiedienst dat de verweerster als verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van MeldJeAan een GEB had moeten uitvoeren. Het feit dat dit niet gebeurd is, maakt volgens het Inspectieverslag een inbreuk op artikel 35.1, 35.2, 35.3 en 35.7 AVG uit. II.3.2. Standpunt van de verweerster 52. In haar conclusies wierp de verweerster op dat zij niet als verwerkingsverantwoordelijke beschouwd diende te worden. Zoals reeds uiteengezet heeft de verweerster tijdens de hoorzitting echter het standpunt ingenomen dat zij samen met AGODI en de lokale schoolbesturen optreedt als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke voor wat de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van MeldJeAan. 53. De verweerster heeft ingevolge dit standpunt verschillende maatregelen en acties ondernomen om te handelen overeenkomstig de AVG. Zo heeft zij een GEB opgesteld, die een gunstig advies heeft verkregen van de functionaris voor gegevensbescherming. De GEB werd vervolgens voorgelegd aan de schoolbesturen als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken. Er werden geen opmerkingen op de GEB geformuleerd door de schoolbesturen waardoor deze als definitief beschouwd wordt. De verweerster heeft deze GEB vervolgens overgemaakt aan de Geschillenkamer. II.3.3. Beoordeling door de Geschillenkamer 54. De Geschillenkamer verwijst naar deel II.1.3 waarin de verweerster als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke werd gekwalificeerd. In artikel 26.1 van de AVG wordt bepaald dat gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken op transparante wijze hun respectieve verantwoordelijkheden voor de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de verordening bepalen en overeenkomen. Gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken moeten dus “wie doet wat” bepalen door onderling te beslissen wie welke taken zal moeten uitvoeren om ervoor te zorgen dat de verwerking voldoet aan de toepasselijke 7 WP29, Richtsnoeren voor gegevensbeschermingseffectbeoordelingen en bepaling of een verwerking "waarschijnlijk een hoog risico inhoudt" in de zin van Verordening 2016/679. 8 Working Party 29, voorganger van de EDPB. Beslissing ten gronde 165/2023 – 13/24 verplichtingen uit de AVG met betrekking tot de betrokken gezamenlijke verwerking. 9 Een van deze verplichtingen die desgevallend moet worden opgenomen in deze taakverdeling is het opstellen van een GEB (artikel 35 AVG). 55. In overeenstemming met de risico-gebaseerde aanpak die in de AVG is vastgelegd, is een GEB niet verplicht voor elke verwerking. Een GEB is alleen verplicht als de verwerking "waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen" (artikel 35, lid 1 AVG). Wanneer gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken bij de verwerking betrokken zijn, moeten ze hun respectieve verplichtingen precies bepalen. In de GEB moet worden beschreven welke partij verantwoordelijk is voor de verschillende maatregelen die zijn ontworpen om risico's aan te pakken en de rechten en vrijheden van de betrokkenen te beschermen. Elke verwerkingsverantwoordelijke moet uiteenzetten wat zijn behoeften zijn en hij moet nuttige informatie delen zonder geheimen prijs te geven (bijvoorbeeld bescherming van handelsgeheimen, intellectuele eigendom, vertrouwelijke bedrijfsinformatie) of kwetsbare punten te onthullen.10 56. Hoewel in andere omstandigheden een gegevensbeschermingseffectbeoordeling vereist kan zijn, worden in artikel 35.3 AVG, enkele voorbeelden gegeven van wanneer een verwerking "waarschijnlijk een hoog risico inhoudt": "(
  6. a)een systematische en uitgebreide beoordeling van persoonlijke aspecten van natuurlijke personen, die is gebaseerd op geautomatiseerde verwerking, waaronder profilering, en waarop besluiten worden gebaseerd waaraan voor de natuurlijke persoon rechtsgevolgen zijn verbonden of die de natuurlijke persoon op vergelijkbare wijze wezenlijk treffen;
  7. b)grootschalige verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9, lid 1, of van gegevens met betrekking tot strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten als bedoeld in artikel 10; of (
  8. c)stelselmatige en grootschalige monitoring van openbaar toegankelijke ruimten". 57. Bij het beoordelen of een GEB vereist is voor verwerkingen op grond van hun inherente hoog risico, moeten negen criteria in aanmerking genomen worden, namelijk:

(1)de evaluatie of scoretoekenning,
(2)geautomatiseerde besluitvorming met rechtsgevolg of vergelijkbaar wezenlijk gevolg,
(3)stelselmatige monitoring,
(4)gevoelige gegevens of gegevens van zeer persoonlijke aard,
(5)op grote schaal verwerkte gegevens,
(6)matching of samenvoegen van datasets,
(7)gegevens met betrekking tot kwetsbare betrokkenen,
(8)innovatief gebruik of innovatieve toepassing van nieuwe technologische of organisatorische 9 EDPB Richtsnoeren 07/2020 over de begrippen “verwerkingsverantwoordelijke” en “verwerker” in de AVG, 7 juli 2021, https://edpb.europa.eu/system/files/2023-10/edpb_guidelines_202007_controllerprocessor_final_nl.pdf, randnummer 58 e.v. 10 WP29, Richtsnoeren voor gegevensbeschermingseffectbeoordelingen en bepaling of een verwerking "waarschijnlijk een hoog risico inhoudt" in de zin van Verordening 2016/679, , p.9. Beslissing ten gronde 165/2023 – 14/24 oplossingen en
(9)wanneer als gevolg van de verwerking zelf "betrokkenen [...] een recht niet kunnen uitoefenen of geen beroep kunnen doen op een dienst of een overeenkomst" (artikel 22 en overweging 91). 58. De WP29 bepaalt in haar richtsnoeren omtrent de GEB dat in de meeste gevallen een verwerkingsverantwoordelijke ervan kan uitgaan dat voor een verwerking die aan twee van voorgaande criteria voldoet een GEB moet worden uitgevoerd.11 De Geschillenkamer stelt vast dat dit voor MeldJeAan het geval is. De Geschillenkamer brengt in herinnering dat de volgende persoonsgegevens verwerkt werden: identificatiegegevens (naam, adres, geboortedatum, telefoonnummer van zowel ouders als kinderen), elektronische identificatiegegevens (e-mailadressen van zowel ouders als kinderen), persoonlijke kenmerken (leeftijd, geslacht van kinderen), opleiding en vorming (moeder), nationaal nummer (het rijksregisternummer van het kind), het feit of er reeds broers en/of zussen van het kind in een bepaalde Antwerpse school aanwezig zijn, het feit of de ouders personeelslid zijn van een school waar men zich aanmeldt, het feit of het gezin een schooltoeslag ontving in het lopende schooljaar of het voorgaande schooljaar en de spreektaal van het kind. Daarnaast werden ook de volgende persoonsgegevens verwerkt binnen de applicatie: verschillende indicatoren omtrent leerlingen zoals thuistaal, opleidingsniveau moeder, buurtindicator en schooltoeslag en voorkeuren voor een bepaalde school. Er is bijgevolg sprake van een evaluatie of scoretoekenning met inbegrip van profielbepaling en voorspelling, met name van "kenmerken betreffende beroepsprestaties, economische situatie, gezondheid, persoonlijke voorkeuren of interesses, betrouwbaarheid of gedrag, locatie of verplaatsingen van de betrokkene" (overwegingen 71 en 91 AVG). 59. Deze gegevens worden ook verwerkt op grote schaal 12, aangezien de persoonsgegevens van duizenden kinderen in Antwerpen en hun ouders verwerkt worden in het kader van de toewijzing van een school. Deze kinderen zijn kwetsbare betrokkenen (overweging 75 AVG). Daarnaast worden ook gevoelige gegevens verwerkt, zoals het rijksregisternummer van de aangemelde kinderen en het feit of een leerling al dan niet als een indicatorleerling13 aanzien moet worden. 11 WP29, Richtsnoeren voor gegevensbeschermingseffectbeoordelingen en bepaling of een verwerking "waarschijnlijk een hoog risico inhoudt" in de zin van Verordening 2016/679, p.12. 12 WP29, Richtsnoeren voor gegevensbeschermingseffectbeoordelingen en bepaling of een verwerking "waarschijnlijk een hoog risico inhoudt" in de zin van Verordening 2016/679, p.12. 13 https://meldjeaansecundair.gent.be/faq: Een indicatorleerling is een leerling van wie: • De moeder geen diploma van het secundair onderwijs of een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs ( of hiermee gelijkwaardig) heeft; en/of • Het gezin een schooltoeslag ontvang in het lopende schooljaar of het voorgaande schooljaar. De andere kinderen zijn niet-indicatorleerlingen. Met een korte vragenlijst gaan we na of een kind een indicatorleerling of een niet-indicatorleerling is. Beslissing ten gronde 165/2023 – 15/24 60. Gelet op het bovenstaande is de Geschillenkamer van oordeel dat een GEB diende opgesteld te worden voor de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van MeldJeAan. 61. Artikel 35.7 AVG stelt vast wat een GEB tenminste moet bevatten:
  1. a)een systematische beschrijving van de beoogde verwerkingen en de verwerkingsdoeleinden, waaronder, in voorkomend geval, de gerechtvaardigde belangen die door de verwerkingsverantwoordelijke worden behartigd;
  2. b)een beoordeling van de noodzaak en de evenredigheid van de verwerkingen met betrekking tot de doeleinden;
  3. c)een beoordeling van de in lid 1 bedoelde risico's voor de rechten en vrijheden van betrokkenen; en
  4. d)de beoogde maatregelen om de risico's aan te pakken, waaronder waarborgen, veiligheidsmaatregelen en mechanismen om de bescherming van persoonsgegevens te garanderen en om aan te tonen dat aan deze verordening is voldaan, met inachtneming van de rechten en gerechtvaardigde belangen van de betrokkenen en andere personen in kwestie 62. De verweerster maakte op 9 december 2022 de GEB over die zij heeft opgesteld met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in het kader van MeldJeAan. De Geschillenkamer stelt vast dat de GEB de verweerster aanduidt als verwerker, hetgeen niet overeenstemt met het standpunt dat door de verweerster uiteen werd gezet tijdens de hoorzitting. 63. De verwerkingsverantwoordelijke moet bij het GEB ook het advies van de functionaris voor gegevensbescherming inwinnen, indien deze werd aangewezen (artikel 35.2 AVG). De verweerster maakt eveneens het positief advies van de functionaris voor gegevensbescherming inzake de GEB over. 64. De Geschillenkamer merkt op dat het aanmeldingssysteem al in voege was voordat de AVG van kracht werd en dat er verschillende (soms tegenstrijdige) adviezen omtrent de verwerkingsverantwoordelijkheid werden verstrekt door o.a. VTC en AGODI. Dit betekent echter niet dat de verplichtingen voortvloeiend uit de AVG niet nageleefd zouden moeten worden. Van zodra de verweerster de beslissing heeft genomen om de financiering toe te kennen aan het LOP Antwerpen om uitvoering te geven aan haar decretale verplichtingen, had de verweerster moeten evalueren of zij, in de feiten, als (gezamenlijke) verwerkingsverantwoordelijke beschouwd moest worden en of zij voldeed aan alle verplichtingen die uit deze kwalificatie voortvloeien, zoals het opstellen van een GEB. Beslissing ten gronde 165/2023 – 16/24 65. De Geschillenkamer merkt op dat de verweerster niet voldoet aan de bovenstaande voorschriften aangezien de GEB de verweerster nog als verwerker aanduidt. De Geschillenkamer wijst erop dat de GEB in overeenstemming met de bovenstaande voorschriften uit artikel 35 AVG moet gebracht worden, eveneens gelet op de hoedanigheid van gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke van de verweerster. Bijgevolg oordeelt de Geschillenkamer dan ook dat er sprake is van een inbreuk op artikel 35.1, 35.2, 35.3 en 35.7 AVG II.4. Artikel 38.1 en artikel 39 AVG II.4.1. Vaststellingen van de Inspectiedienst 66. Tijdens het onderzoek heeft de Inspectiedienst gevraagd aan de verweerster om kopies te bezorgen van de informatie en adviezen die de functionaris voor gegevensbescherming verstrekt heeft in het kader van (
  5. i)de beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens, (
  6. ii)het register van verwerkingsactiviteiten en (iii) de gegevensbeschermingseffectbeoordeling. 67. De verweerster heeft tijdens het onderzoek geantwoord dat de toepassing MeldJeAan in gebruik is sinds 2014. Aangezien dit zich situeert voor de inwerkingtreding van de AVG, zijn er toen geen adviezen gevraagd aan de functionaris voor gegevensbescherming. De verwerking werd wel opgenomen in het register voor verwerkingsactiviteiten en de functionaris voor gegevensbescherming werd geïnformeerd over het datalek in Gent en de stappen die als gevolg daarvan ondernomen werden. Op het moment van schrijven van dit antwoord werd een GEB aangemaakt waarop de functionaris voor gegevensbescherming een advies zou leveren. 68. Op basis van bovenstaand antwoord van de verweerster stelt de Inspectiedienst vast dat de verweerster niet aantoont dat de functionaris voor gegevensbescherming effectief en tijdig werd betrokken bij: - de beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van MeldJeAan; - het register van verwerkingsactiviteiten; en - de beoordeling van de noodzaak van en in voorkomend geval de uitvoering van een gegevensbeschermingseffectbeoordeling. II.4.2. Standpunt van de verweerster 69. In haar conclusies voert de verweerster aan dat de functionaris voor gegevensbescherming initieel niet werd betrokken bij MeldJeAan gezien de totstandkoming van dit platform de inwerkingtreding van de AVG ruim vooraf ging en er dus geen sprake was van een functionaris voor gegevensbescherming en de verplichting om deze te betrekken. Beslissing ten gronde 165/2023 – 17/24 Daarnaast herhaalt de verweerster in haar conclusies dat de verwerking werd opgenomen in het register van verwerkingsactiviteiten, dat de functionaris werd ingelicht over het datalek in Gent en dat een nieuw GEB in de maak is dat voor advies zal voorgelegd worden aan de functionaris voor gegevensbescherming; II.4.3. Beoordeling door de Geschillenkamer 70. Het is van belang op te merken dat het platform MeldJeAan dateert van voor de inwerkingtreding van de AVG. Sinds 25 mei 2018 is de AVG van toepassing en diende de verwerkingsverantwoordelijke dus proactief na te gaan of voldaan is aan de vereisten van de AVG, en geen afwachtende houding aan te nemen. Van zodra de verweerster de beslissing had genomen om de financiering toe te kennen aan het LOP Antwerpen om uitvoering te geven aan haar decretale verplichtingen, had de verweerster moeten evalueren of zij, in de feiten, als verwerkingsverantwoordelijke beschouwd moest worden en of zij aan alle verplichtingen voldeed die uit deze kwalificatie voortvloeien. 71. Deze verplichtingen omvatten o.a. de bepalingen inzage de positie en taken van de functionaris voor gegevensbescherming zoals omschreven in artikel 38 en artikel 39.1 van de AVG. De AVG erkent immers dat de functionaris voor gegevensbescherming een sleutelfiguur is voor wat betreft de bescherming van persoonsgegevens wiens aanwijzing, positie en taken aan regels onderworpen zijn. Deze regels helpen de verwerkingsverantwoordelijke om te voldoen aan haar verplichtingen onder de AVG, maar helpen ook de functionaris voor gegevensbescherming om zijn taken naar behoren uit te oefenen. 72. De Geschillenkamer herinnert eraan dat artikel 38.1 AVG voorschrijft dat de verwerkingsverantwoordelijke er zorg voor draagt dat de functionaris voor gegevensbescherming tijdig en naar behoren wordt betrokken bij alle aangelegenheden die verband houden met de bescherming van persoonsgegevens. 73. Op basis van artikel 39.1 AVG moet de functionaris voor gegevensbescherming (
  7. a)de verwerkingsverantwoordelijke informeren en adviseren over diens verplichtingen uit hoofde van de AVG en andere Unierechtelijke of lidstaatrechtelijke gegevensbeschermingsbepalingen en (
  8. b)toezien op naleving van de AVG, van andere Unierechtelijke of lidstaatrechtelijke gegevensbeschermingsbepalingen en van het beleid van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens, met inbegrip van de toewijzing van verantwoordelijkheden, bewustmaking en opleiding van het bij de verwerking betrokken personeel en de betreffende audits. 74. Uit de stukken van de verweerster blijkt niet dat de functionaris voor gegevensbescherming werd betrokken bij de verplichtingen uit artikel 32.1 en 32.2 (zie deel II.2). De functionaris Beslissing ten gronde 165/2023 – 18/24 voor gegevensbescherming werd wel betrokken nadat er sprake was over een potentieel incident met MeldJeAan met betrekking tot het Gentse secundair onderwijs. 75. De verweerster maakt ook het positief advies inzake de voormelde GEB over aan de Geschillenkamer waaruit blijkt dat zij, sinds de kwalificatie als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke, de functionaris voor gegevensbescherming betrekt bij de verwerking van persoonsgegevens met betrekking tot MeldJeAan. De Geschillenkamer oordeelt dat er sprake is van een historische schending van artikel 38.1 en artikel 39.1 AVG, maar dat de verweerster intussen al voldoende stappen genomen heeft voor wat betreft de taken, rol en positie van de functionaris voor gegevensbescherming. II.5. Artikel 30.1 AVG II.5.1. Vaststellingen in het Inspectieverslag 76. De Inspectiedienst doet aangaande het register van verwerkingsactiviteiten van de verweerster de vaststelling dat dit niet voldoet aan de minimumvereisten zoals opgelegd door artikel 30.1 AVG. Concreet stelt de Inspectiedienst in dit verband de volgende inbreuken vast: - de beschrijving van de categorieën van betrokkenen en van de categorieën van persoonsgegevens is onvolledig (artikel 30.1.
  9. c)AVG) aangezien in het tabblad “Export verwerkingsregister” van het register van de verwerkingsactiviteiten van de verweerster de categorieën van betrokkenen en van persoonsgegevens enkel kort worden opgesomd in plaats van worden beschreven. Dat is het geval voor de kolommen “categorieën van betrokkenen (van wie verwerking de toepassing persoonsgegevens?)”, “data categorieën: basisgegevens” en “data categorieën: gevoelige gegevens”. Het is daardoor niet duidelijk wat daar precies wordt bedoeld; - de verweerster toont niet aan dat haar register van de verwerkingsactiviteiten actueel is. De Inspectiedienst verwijst in dat verband naar het feit dat er door de verweerster wordt vermeld “zie export verwerkingsregister (datum: 30/08/2022)” terwijl het register via e-mail aan de Inspectiedienst werd bezorgd op 19/09/2022. Bijgevolg ontving de Inspectiedienst op 19/09/2022 het register van de verwerkingsactiviteiten van de verweerster dat laatst werd aangevuld op 30/08/2022. II.5.2. Standpunt van de verweerster 77. De verweerster voert aan dat de AVG stelt dat de verwerkingsverantwoordelijke en verwerker verplicht zijn om (
  10. i)een register bij te houden om de naleving van de verordening te kunnen aantonen en (
  11. ii)medewerking te verlenen aan de toezichthoudende overheid en dit register desgevraagd te verstrekken. Verder verschaft de AVG geen verdere toelichting Beslissing ten gronde 165/2023 – 19/24 over de concretisering, vormgeving en/of inhoud van een register van verwerkingsactiviteiten. 78. Bijgevolg, zo stelt de verweerster, omschrijft de AVG nergens tot op welk niveau de vermeldingen in het register van verwerkingsactiviteiten moeten omschreven worden. De AVG laat de verwerkingsverantwoordelijke, i.c. de verweerster in grote mate hierin vrij, mits het register (
  12. i)door opgave van een aantal verplichte elementen voldoende inzichtelijk maakt welke verwerkingsactiviteiten er allemaal worden uitgevoerd en (
  13. ii)zo is opgesteld dat de GBA aan de hand ervan controles kan uitvoeren op de (al dan niet) naleving van de AVG. De verweerster meent dan ook dat het register weldegelijk dermate is gedetailleerd dat er nog weinig meer omschreven/verduidelijkt kan worden inzake de categorieën van betrokkenen en persoonsgegevens. Alle gehanteerde begrippen, zeker gelezen in samenhang met alle overige vermelde categorieën, zijn voldoende duidelijk of wie er welke persoonsgegevens verwerkt. 79. Voor wat betreft de actualiteit van het register bevestigt de verweerster dat de aan de Inspectiedienst bezorgde export inderdaad dateerde van 30 augustus 2022, niettegenstaande dat deze pas werd overgemaakt op 19 september 2022. Er werd immers niet gevraagd naar een export die een bepaalde leeftijd niet mocht overschrijden en bovendien was dit weldegelijk de actuele versie van het register, bij gebreke aan nood tot aanpassing ervan in de periode van 30 augustus 2022 tot 19 september 2022. II.5.3. Beoordeling door de Geschillenkamer 80. Krachtens artikel 30 AVG moet elke verwerkingsverantwoordelijke een register bijhouden van de verwerkingsactiviteiten die onder zijn verantwoordelijkheid worden uitgevoerd. Artikel 30.1.
  14. a)tot en met
  15. g)AVG bepaalt dat, met betrekking tot de in de hoedanigheid van verwerkingsverantwoordelijke verrichte verwerkingen, de volgende informatie beschikbaar moet zijn:
  16. a)de naam en de contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke en eventuele gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken en, in voorkomend geval, van de vertegenwoordiger van de verwerkingsverantwoordelijke en van de functionaris voor gegevensbescherming;
  17. b)de verwerkingsdoeleinden;
  18. c)een beschrijving van de categorieën van betrokkenen en van de categorieën van persoonsgegevens;
  19. d)de categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, onder meer ontvangers in derde landen of internationale organisaties; Beslissing ten gronde 165/2023 – 20/24
  20. e)indien van toepassing, doorgiften van persoonsgegevens aan een derde land of een internationale organisatie, met inbegrip van de vermelding van dat derde land of die internationale organisatie en, in geval van de in artikel 49.1, tweede alinea AVG, bedoelde doorgiften, de documenten inzake de passende waarborgen;
  21. f)indien mogelijk, de beoogde termijnen waarbinnen de verschillende categorieën van gegevens moeten worden gewist;
  22. g)indien mogelijk, een algemene beschrijving van de technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen als bedoeld in artikel 32.1 AVG. 81. De Geschillenkamer stelt vast de verweerster in haar register van verwerkingsactiviteiten een opsomming voorziet voor: - De categorieën van betrokkenen (artikel 30.1.
  23. c)AVG), te weten inwoners, niet inwoners, medewerkers intern, medewerkers extern, kinderen. - De categorieën van persoonsgegevens (artikel 30.1.
  24. c)AVG) te weten enerzijds basisgegevens zoals naam- en voornaam, adresgegevens (straat, huisnummer, bus, gemeente, land), telefoonnummer, identificatiecodes geboortegegevens (geboortedatum en (rijksregisternummer), geboorteplaats), voertuiggegevens, logingegevens en gevoelige gegevens zoals gezondheidsgegevens, gerechtelijke gegevens 82. De Geschillenkamer – onder verwijzing naar eerdere beslissingen14 - dient zich uit te spreken over de vraag of artikel 30.1.
  25. c)AVG vereist dat een beschrijving wordt gegeven van de categorieën van persoonsgegevens en de categorieën van betrokkenen in het register van verwerkingsactiviteiten, dan wel of een opsomming kan volstaan. 83. De Geschillenkamer stelt vast dat artikel 30.1.
  26. c)AVG vereist dat een beschrijving van de categorieën van betrokkenen en van de categorieën van persoonsgegevens dient te worden opgenomen in het register van verwerkingsactiviteiten. 84. De Geschillenkamer herinnert eraan wat het doel van het register van verwerkingsactiviteiten is. Om de in de AVG vervatte verplichtingen doeltreffend te kunnen toepassen, is het van essentieel belang dat de verwerkingsverantwoordelijke (en de verwerkers) een overzicht hebben van de verwerkingen van persoonsgegevens die zij uitvoeren. Dit register is dan ook in de eerste plaats een instrument om de verwerkingsverantwoordelijke te helpen bij de naleving van de AVG voor de verschillende gegevensverwerkingen die hij uitvoert, omdat het register de belangrijkste kenmerken ervan zichtbaar maakt. De Geschillenkamer is van oordeel dat dit verwerkingsregister een 14 Zie o.a; beslissing 149/2022 dd. 18 oktober 2022, te raadplegen https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/beslissing-ten-gronde-nr.-149-2022.pdf via Beslissing ten gronde 165/2023 – 21/24 essentieel instrument is in het kader van de reeds vermelde verantwoordingsplicht (artikel 5, lid 2, en artikel 24 AVG) en dat dit register ten grondslag ligt aan alle verplichtingen die de AVG aan de verwerkingsverantwoordelijke oplegt. 85. De Geschillenkamer stelt vast dat noch de tekst van de AVG, noch de doelstellingen van de AVG vereisen dat meer dan een opsomming van de categorieën van persoonsgegevens en de categorieën van betrokkenen wordt opgenomen in het register van verwerkingsactiviteiten en dat een meer gedetailleerde beschrijving dus zou nodig zijn. 86. Voor wat betreft de categorieën van ontvangers verwijst de Geschillenkamer naar een aanbeveling van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer 15 en de doctrine16 waarin wordt uiteengezet dat het weliswaar niet nodig is de individuele ontvangers van de gegevens te vermelden, maar dat deze wel gegroepeerd kunnen worden per categorie van ontvangers. Mutatis mutandis kan deze stelling ook worden toegepast op de categorieën van persoonsgegevens en betrokkenen. 87. De Geschillenkamer wijst er echter op dat de invulling van het register van verwerkingsactiviteiten steeds casuïstisch geëvalueerd moet worden om na te gaan of de hierin opgenomen beschrijving of opsomming voldoende duidelijk en concreet is. 88. In onderhavig geval stelt de Geschillenkamer vast dat de opsommingen opgenomen in het register van verwerkingsactiviteiten voldoende concreet waren. Er kan volgens de Geschillenkamer weinig twijfel bestaan over de betekenis van de hierboven opgesomde elementen in het kader van de in het register voor verwerkingsactiviteiten vermelde verwerkingsactiviteiten. 89. Voor wat betreft de tweede vaststelling van de Inspectiedienst omtrent de actualiteit van het register van verwerkingsactiviteiten, wijst de Geschillenkamer erop dat het register van verwerkingsactiviteiten tevens moet worden bijgewerkt overeenkomstig de ontwikkeling en evolutie van de activiteiten van de betrokken onderneming of organisatie. Indien de verwerkingsverantwoordelijke een nieuwe verwerkingsactiviteit aanvangt of een bestaande verwerkingsactiviteit wijzigt, dient het register van verwerkingsactiviteiten overeenkomstig aangepast te worden. 90. Aangezien de periode tussen de export van het register van verwerkingsactiviteiten en het overmaken ervan beperkt is tot net geen 3 weken, en aangezien er geen elementen zijn waaruit blijkt dat het register van verwerkingsactiviteiten niet actueel zou geweest zijn, is de Geschillenkamer van oordeel dat er geen inbreuk werd aangetoond. 15 16 Beschikbaar op: https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/aanbeveling-nr.-06-2017.pdf W. Kotschy, "Article 30: records of processing activities", in Ch. Kuner The EU General Data Protection Regulation (GDPR), a commentary, 2020, pag. 621. Beslissing ten gronde 165/2023 – 22/24 91. Bijgevolg concludeert de Geschillenkamer dat er geen sprake is van een inbreuk op artikel 30.1 AVG. III. Sancties 92. Op basis van de stukken uit het dossier stelt de Geschillenkamer vast dat er sprake is van meerdere inbreuken van de AVG. Ten eerste de inbreuk op de artikelen artikel 5.1.f), artikel 32.1 en 32.2 j° artikel 5.2, artikel 24.1 en artikel 25.1 AVG, ten tweede deze op de artikelen 35.1, 35.2, 35.3 en 35.7 AVG, en tot slot deze op artikel 38.1 en artikel 39.1 AVG. 93. Het beschikken over de nodige processen voor het verwezenlijken en aantonen van de naleving op de AVG is één van de fundamentele beginselen van de AVG. De gegevensbeschermingseffectbeoordeling is een belangrijk verantwoordingsinstrument omdat deze verwerkingsverantwoordelijken niet alleen helpt om aan de eisen van de AVG te voldoen, maar ook om aan te tonen dat passende maatregelen zijn genomen teneinde ervoor te zorgen dat de AVG wordt nageleefd. Ook de functionaris voor gegevensbescherming speelt een cruciale rol in de gegevensbescherming bij een verwerkingsverantwoordelijke. 94. De Geschillenkamer is van oordeel dat er voldoende elementen zijn om een berisping op te leggen, hetgeen een lichte sanctie uitmaakt en volstaat in het licht van de in dit dossier vastgestelde schendingen van de AVG. Bij het bepalen van de sanctie houdt de Geschillenkamer rekening met het feit dat de verweerster (foutieve) adviezen heeft verkregen omtrent diens kwalificatie van verwerkingsverantwoordelijke maar na interne analyse de nodige stappen heeft gezet om te voldoen aan haar verplichtingen zoals voorgeschreven door de AVG. De verweerster heeft de inbreuken reeds rechtgezet en maakt hiervan bewijsstukken over. Ten overvloede wijst de Geschillenkamer erop dat zij niet bevoegd is om een administratieve geldboete op te leggen aan overheidsorganen, overeenkomstig artikel 221, § 2 van de Gegevensbeschermingswet.17 95. De Geschillenkamer gaat over tot een sepot voor wat betreft de overige grieven en vaststellingen van de Inspectiedienst omdat zij op basis van de feiten en de stukken uit het dossier niet tot de conclusie kan komen dat er ter zake sprake is van inbreuken op de AVG. Deze grieven en vaststellingen van de Inspectiedienst worden bijgevolg als kennelijk ongegrond beschouwd in de zin van artikel 57, lid 4 van de AVG. 18 17 Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, B.S., 5 september 2018. 18 Zie punt 3.A.2 van het Sepotbeleid van de Geschillenkamer, dd. 18 juni 2021, te https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf. raadplegen via Beslissing ten gronde 165/2023 – 23/24 IV. Publicatie van de beslissing 96. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit, en dit met vermelding van de identificatiegegevens van de verweerder, gelet op de onvermijdelijke heridentificatie van de verweerder in geval van pseudonimisering. OM DEZE REDENEN, beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, na beraadslaging, om: - op grond van artikel 100, §1, 5° WOG een berisping te formuleren ten aanzien van de verweerster voor wat betreft; o de inbreuk op artikel 5.1.f), artikel 32.1 en 32.2 j° artikel 5.2, artikel 24.1 en artikel 25.1 AVG; - o de inbreuk op artikel 35.1, 35.2, 35.3 en 35.7 AVG; o de inbreuk op artikel 38.1 en 39.1 AVG; op grond van artikel 100, §1, 1° WOG voor wat betreft alle andere vaststellingen te seponeren. Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder. Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de in artikel 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten 19. Het verzoekschrift op tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof 19 Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid: 1° de dag, de maand en het jaar; 2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of ondernemingsnummer; 3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen; 4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering; 5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt; 6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat. Beslissing ten gronde 165/2023 – 24/24 overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W.20, dan wel via het e-Deposit informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.). (get). Hielke HIJMANS Voorzitter van de Geschillenkamer 20 Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.