1/10 Geschillenkamer Beslissing ten gronde omtrent schikking 168/2022 van 22 november 2022 Dossiernummer : DOS-2020-03126 Betreft: gebruik van cookies op de website van RTBF De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, bestaande uit de heer Hielke Hijmans, voorzitter; Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna AVG; Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG; Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019; Gelet op de stukken van het dossier; Gelet op het schikkingsvoorstel dat op 14 september 2022 aan de partij is voorgelegd, en dat als bijlage bij deze beslissing is gevoegd en daarvan integrerend deel uitmaakt; Heeft de volgende beslissing genomen inzake: De partij: Radio Télévision Belge de la Communauté Vertegenwoordigd door mr. Peter CRADDOCK. Française ("RTBF") Beslissing ten gronde 168/2022 - 2/10 I. Procedure voorafgaand aan de beslissing ten gronde:
- In het kader van het onderhavige dossier met betrekking tot RTBF wordt op 14 september 2022 een schikkingsvoorstel aan de partij voorgelegd. De volledige inhoud van de brief met dit schikkingsvoorstel bevindt zich in de bijlage bij deze beslissing.
- Op 30 september 2022 bezorgt de partij een brief aan de griffie van de Geschillenkamer met daarin een verzoek om verduidelijking van de in het schikkingsvoorstel voorgestelde voorwaarden.
- Op 7 oktober 2022 wordt een antwoord gegeven op dit verzoek om wijziging van de voorwaarden. Bovendien wordt aan de partij een verlenging van de termijn met 14 dagen toegekend om op het schikkingsvoorstel te reageren wegens de late reactie van de Geschillenkamer.
- Eveneens op 7 oktober 2022 bezorgt de partij een brief aan de griffie van de Geschillenkamer, in antwoord op de diezelfde dag ontvangen e-mail, waarin zij opheldering vraagt over de gevolgen van de schikking voor andere dossiers inzake cookies bij de partij.
- Op 11 oktober 2022 bezorgt de partij een brief aan de griffie van de Geschillenkamer om de griffie van de Geschillenkamer te herinneren aan het eerdere bericht dat zij op 7 oktober 2022 heeft verzonden.
- Eveneens op 11 oktober 2022 vraagt de Geschillenkamer de partij eventuele opmerkingen schriftelijk nader te preciseren.
- Op 12 oktober 2022 bezorgt de partij een brief aan de griffie van de Geschillenkamer waarin zij om verduidelijking vraagt van de temporele en materiële reikwijdte van de schikking en de gevolgen in die zin voor de andere bij de Geschillenkamer hangende dossiers betreffende de partij.
- Op 18 oktober 2022 bezorgt de partij een brief aan de griffie van de Geschillenkamer om de griffie van de Geschillenkamer te herinneren aan het eerdere bericht dat zij op 12 oktober 2022 heeft gestuurd.
- Op 21 oktober 2022 wordt een antwoord gegeven op de verzoeken om verduidelijking van de partij. In dit antwoord worden enkele aanvullingen voorgesteld die het schikkingsvoorstel - in de onderhavige beslissing waarbij de schikking wordt geformaliseerd - kunnen verduidelijken.
- Eveneens op 21 oktober 2022 bezorgt de partij een brief aan de griffie van de Geschillenkamer, met daarin een aantal aanvullende verzoeken om verduidelijking van het schikkingsvoorstel. Beslissing ten gronde 168/2022 - 3/10
- Op 24 oktober 2022 wordt een antwoord gegeven op de verzoeken om verduidelijking van de partij. In dit antwoord worden enkele formuleringen voorgesteld die het schikkingsvoorstel - in de onderhavige beslissing waarbij de schikking wordt geformaliseerd - kunnen verduidelijken.
- Eveneens op 24 oktober 2022 bezorgt de partij een brief aan de griffie van de Geschillenkamer waarin zij vraagt of zij een gewijzigd schikkingsvoorstel in verband met de verduidelijkingen kan ontvangen.
- Op 27 oktober 2022 ontvangt de partij een antwoord waarin wordt uitgelegd dat het oorspronkelijke schikkingsvoorstel (d.d. 14 september 2022) volledig zal worden gepubliceerd, als bijlage bij de (onderhavige) formele schikkingsbeslissing. Bovendien worden enkele nieuwe formuleringen voorgesteld die het schikkingsvoorstel - in de onderhavige beslissing waarbij de schikking wordt geformaliseerd - kunnen verduidelijken. Op 28 oktober 2022 wordt een aanvullend antwoord aan de partij verstrekt, waarin nieuwe formuleringen aan de partij worden voorgelegd, in afwijking van de overwegingen van 27 oktober
- Op 28 oktober 2022 bevestigt de partij in te stemmen met de schikking, hetgeen betekent dat de partij het schikkingsvoorstel aanvaardt, met de verduidelijkingen in de (onderhavige) schikkingsbeslissing waarbij deze schikking wordt geformaliseerd.
- Gelet op de uitdrukkelijke aanvaarding van de partij komt dan een schikking tot stand op 28 oktober
- De onderhavige beslissing formaliseert deze schikking. II. Voorwaarden van de schikking
- De voorwaarden van de schikking zijn identiek aan die in de brief met het schikkingsvoorstel van 14 september
- Om die reden maakt de bijlage met dat voorstel integrerend deel uit van de onderhavige beslissing.
- Naar aanleiding van de verzoeken van de partij, in aanvulling op hetgeen in het schikkingsvoorstel van 14 september 2020 wordt vermeld, brengt de Geschillenkamer echter de volgende verduidelijkingen aan met betrekking tot de voorwaarden van de schikking. In geval van dubbelzinnigheid in de formulering van de formele schikkingsbeslissing heeft de formulering van de beslissing voorrang op de formulering van het aan de beslissing gehechte schikkingsvoorstel.
- Eerst en vooral wordt erop gewezen dat de schikking niet is voorafgegaan door een beraadslaging over de grond van de zaak; bijgevolg zijn de argumenten van de partij in haar verdediging niet onderzocht toen tot een schikking werd besloten, en zijn de partijen niet Beslissing ten gronde 168/2022 - 4/10 gehoord. Bovendien wordt bevestigd dat aanvaarding van het schikkingsvoorstel geen bekentenis van de verweerder inhoudt. De schikking stelt geen schuld vast.
- Deze schikkingsbeslissing betreft mogelijke inbreuken op de wet van 13 juni 2005 (van kracht ten tijde van de vaststellingen van de Inspectiedienst van de GBA in dit dossier), en mogelijke inbreuken op de algemene verordening gegevensbescherming (AVG), met betrekking tot cookies en, meer in het algemeen, de opslag van en de toestemming voor het plaatsen en verder verwerken van informatie op het apparaat van de gebruiker als betrokkene. De schikkingsbeslissing heeft betrekking op de bij de zaak betrokken en daarin vermelde websites, en betreft de partij tot wie het schikkingsvoorstel gericht is.
- De schikking geldt slechts voor een welbepaalde periode: de periode van 25 mei 2018 tot en met 11 november 2020, de datum van indiening van het aanvullende verslag van de Inspectiedienst.
- De schikking put de bevoegdheden van de Geschillenkamer uit om corrigerende maatregelen te nemen ten aanzien van mogelijke inbreuken binnen de grenzen van de hierboven en in het schikkingsvoorstel beschreven juridische elementen en bepalingen, alsmede binnen de bovengenoemde termijn. De Geschillenkamer benadrukt dat de schikking geen afbreuk doet aan de bevoegdheden van de hoven en rechtbanken of andere autoriteiten om in voorkomend geval strafbare feiten te onderzoeken. De schikking in deze zaak is alleen bindend voor de Geschillenkamer van de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit. III. Publicatie van de beslissing
- Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van Gegevensbeschermingsautoriteit. OM DEZE REDENEN, beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, na beraadslaging: - Op grond van artikel 100, §1, 4, van de WOG, de schikking geldig te verklaren zoals deze door de partij op 28 oktober 2022 is aanvaard, onder de in deze beslissing en haar bijlage opgenomen voorwaarden. de Beslissing ten gronde 168/2022 - 5/10 Tegen deze beslissing kan op grond van artikel 108, §1, van de WOG, beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep van Brussel), binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving ervan, met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder. Een dergelijk beroep kan worden aangetekend door middel van een interlocutoir verzoekschrift dat de in artikel 1034 ter van het Gerechtelijk Wetboek genoemde inlichtingen moet bevatten
- Het interlocutoir verzoekschrift moet bij de griffie van het Marktenhof worden ingediend overeenkomstig artikel 1034 quinquies van het Ger.W. 2, of via het informatiesysteem e-Deposit van het ministerie van Justitie (artikel 32 ter van het Ger.W.). (get.) Hielke HIJMANS Voorzitter van de Geschillenkamer 1 2 Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid: 1° de dag, de maand en het jaar; 2° de naam, de voornaam, de woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of ondernemingsnummer; 3° de naam, de voornaam, de woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen; 4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering; 5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt; 6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat. Het verzoekschrift, met de bijlage, wordt in evenveel exemplaren als er partijen zijn, per aangetekende brief aan de griffier van de rechtbank toegezonden of bij de griffie neergelegd. Beslissing ten gronde 168/2022 - 6/10 AANGETEKEND Geschillenkamer Radio Télévision Belge de la Communauté Française ("RTBF") Vertegenwoordigd door mr. Peter CRADDOCK. Verweerder Secretariaat T: +32
(0)2 274 48 56 E-mail: litigationchamber@apd-gba.be Uw referentie Onze referentie Bijlage(
- n)[...] DOS-2020-03126 0 Datum 14/09/2022 Betreft: schikkingsvoorstel in het dossier "Gebruik van cookies op de website van RTBF" Geachte heer, mevrouw, Gezien het grote aantal dossiers dat wacht om door de Geschillenkamer te worden behandeld, met lange verwerkingstermijnen voor alle dossiers tot gevolg, heeft de Geschillenkamer, krachtens artikel 100, §1, 4°, van de Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit (“WOG”) 3, besloten via deze brief over te gaan tot een voorstel tot schikking in het bovengenoemde dossier (“schikkingsvoorstel”). Het schikkingsvoorstel past in een context waarin twee van de tien dossiers die verband houden met het onderhavige dossier (de tien zogenaamde “cookies op perssites”-dossiers) reeds hebben geleid tot een beslissing ten gronde, waarbij de Geschillenkamer inbreuken heeft vastgesteld die tweemaal hebben geleid tot de oplegging van een administratieve geldboete van 50.000 EUR. 4 Dit schikkingsvoorstel wordt gedaan zonder enige nadelige erkenning en bindt de Geschillenkamer niet ten aanzien van enig standpunt dat zij zou kunnen innemen indien dit voorstel zou worden afgewezen. 3 4 BS, 10 januari 2018. Zie beslissing 85/2022 van 25 mei 2022 van de Geschillenkamer, beschikbaar via https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/beslissing-ten-gronde-nr.-85-2022.pdf; zie beslissing 103/2022 van 16 juni 2022, beschikbaar via: https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/beslissing-tengronde-nr.-103-2022.pdf. Beslissing ten gronde 168/2022 - 7/10 Indien de partij waaraan het schikkingsvoorstel wordt gedaan dit voorstel uitdrukkelijk afwijst, zal de Geschillenkamer de behandeling ten gronde voortzetten en zal zij de zaak op een andere wijze dan via een schikking behandelen. Indien zij vaststelt dat inbreuken zijn gepleegd, zal zij gebruik kunnen maken van de sanctiebevoegdheden die haar krachtens het Europese recht 5 en het Belgische recht zijn toegekend6.
- a)Procedurele status van het schikkingsvoorstel Het hier voorgelegde schikkingsvoorstel gaat vooraf aan de fase van beraadslaging over de inbreuken die in deze zaak mogelijk zijn gepleegd. In die zin houdt de Geschillenkamer in haar schikkingsvoorstel uitsluitend rekening met de vaststellingen die zijn vermeld in het Inspectieverslag van de Gegevensbeschermingsautoriteit, zonder de juistheid van deze vaststellingen nog te hebben onderzocht. Aangezien de procedure voor de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit niet kan worden gelijkgesteld met de procedure van het strafrecht, kan “de schikking” zoals die wordt voorzien door de Belgische wetgever onder artikel 100, §1, 4°, van de WOG niet worden gelijkgesteld met de “minnelijke schikking” uit het strafrecht. De schikking als bedoeld in de WOG heeft immers een sui generis karakter. In de eerste plaats doet de Geschillenkamer hic et nunc geen uitspraak over het bestaan van mogelijke inbreuken, ook al bevindt de procedure zich al in de fase van de behandeling “ten gronde” overeenkomstig de artikelen 98 en 99 van de WOG. De Geschillenkamer maakt gebruik van de haar uitdrukkelijk toegekende bevoegdheid om een schikkingsvoorstel te formuleren, zoals ook mogelijk is bij een "schikking" in strafzaken. Voorts vermeldt de Geschillenkamer de precieze feiten, in tijd en ruimte, op grond waarvan het schikkingsvoorstel wordt gedaan (infra). Hoewel de Geschillenkamer zich, zoals hierboven gezegd, niet hic et nunc uitspreekt over het bestaan van inbreuken, moet zij het schikkingsvoorstel niettemin formuleren op basis van de in het dossier vermelde feiten. Het bedrag dat de Geschillenkamer de partij voorstelt te betalen moet immers in verhouding staan tot de aard van de mogelijke inbreuken. Het schikkingsvoorstel betreft dus de feiten, de periode en de (technische) 5 Zie artikel 58 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming). 6 Zie ook artikel 100 van de WOG. Beslissing ten gronde 168/2022 - 8/10 context, zoals beschreven in het inspectieverslag; de feiten die geen betrekking hebben op deze periode en deze context vallen dus niet onder de schikking. 7
- b)Vaststellingen door de Inspectiedienst die verband houden met het schikkingsvoorstel In casu zijn de door de Inspectiedienst van de Gegevensbeschermingsautoriteit gedane vaststellingen waarmee de Geschillenkamer rekening houdt - zonder zich echter ten gronde over de zaak uit te spreken - bij het voorstellen van de concrete voorwaarden voor de schikking de volgende:8 - "Vaststelling 1: cookies voor publieksmeting zonder toestemming”9 - "Vaststelling 2: mogelijkheid om verder te navigeren met toevoeging van cookies in verband met door de gebruiker gevraagde functionaliteiten”10 - "Vaststelling 3: 'vooraf aangevinkte' sociale-netwerkcookies in de tool voor toestemmingsbeheer”11 - "Vaststelling 4: ongerechtvaardigde opslagperiodes van cookies"12 - "Vaststelling 5: niet respecteren van intrekking van toestemming” 13
- c)Inhoudelijke voorwaarden In het kader van het schikkingsvoorstel worden de volgende voorwaarden door de partij in de procedure aanvaard: - RTBF verbindt zich ertoe een bedrag ten belope van 10.000 EUR te betalen aan de Belgische Schatkist, overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Federale Overheidsdienst Financiën.14 RTBF ziet af van elke civiele of andere actie die verband houdt met de schikking, zoals, maar niet beperkt tot, negatieve communicatie in verband met deze schikking; - De Geschillenkamer stelt geen inbreuk door RTBF vast en sluit de procedure formeel af met haar schikkingsbeslissing, voor zover RTBF de schikking aanvaardt en de voorwaarden ervan in acht neemt; 7 In die zin is het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing op feiten die niet binnen deze reikwijdte vallen. 8 De Geschillenkamer houdt ten volle rekening met het aanvullende onderzoeksverslag van de Inspectiedienst van 30 november 2020 in DOS-2020-03126. 9 Verslag van de Inspectiedienst van de Gegevensbeschermingsautoriteit van 7 oktober 2020 in dossier DOS-2020-03126 (“Inspectieverslag”), blz. 12-3. 10 Inspectieverslag, blz. 13-4. 11 Inspectieverslag, blz. 14-5. 12 Inspectieverslag, blz. 15. 13 Inspectieverslag, blz. 16-7. 14 Cfr. art. 107 WOG. Beslissing ten gronde 168/2022 - 9/10 - Voor de Geschillenkamer houdt het feit dat het schikkingsvoorstel wordt aanvaard geen bekentenis van de verweerder in. Deze aanvaarding van het schikkingsvoorstel kan met name niet worden gebruikt als verzwarende omstandigheid bij het vaststellen van sancties in eventuele toekomstige procedures voor de Geschillenkamer; 15 - In geval van uitdrukkelijke aanvaarding of bij gebrek aan een antwoord van de partij tot wie het schikkingsvoorstel is gericht binnen de hieronder gepreciseerde termijn, neemt dit schikkingsvoorstel de vorm aan van een formele beslissing die op de website van de Gegegevensbeschermingsautoriteit wordt gepubliceerd, met vermelding van de naam van de partij. In geval van niet-naleving van de voorwaarden van de aanvaarde schikking, behoudt de Geschillenkamer zich het recht voor de schikkingsbeslissing in te trekken en deze zaak op een andere manier te behandelen.
- d)Termijn RTBF moet binnen de 30 dagen na de ontvangst van het onderhavige schikkingsvoorstel aangeven of op dit voorstel al dan niet wordt ingegaan. Bij gebrek aan een antwoord zal het schikkingsvoorstel worden geacht te zijn aanvaard onder de bovengenoemde voorwaarden.
- e)Het bestaan van andere verwerkingsverantwoordelijken en/of verwerkers Dit schikkingsvoorstel is enkel gericht tot RTBF. Het neemt geen standpunt in over de vraag of en in welke mate andere actoren verantwoordelijk zijn voor mogelijke inbreuken die aanleiding hebben gegeven tot dit schikkingsvoorstel.
- f)Validatie van de schikking Indien het schikkingsvoorstel resulteert in een formele schikkingsbeslissing door de uitdrukkelijke aanvaarding of het gebrek aan antwoord binnen de bovengenoemde termijn van de partij tot wie het schikkingsvoorstel is gericht, kan door de "benadeelde partij" beroep worden aangetekend. 16 15 Zie met name artikel 83, lid 2, punt e), van de AVG in het kader van het opleggen van administratieve geldboeten bij het vaststellen van inbreuken die volgen op “eerdere relevante inbreuken door de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker”. 16 Tegen deze beslissing kan op grond van artikel 108, §1, van de WOG, beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep van Brussel), binnen een termijn van dertig dagen vanaf de uitdrukkelijke aanvaarding of het gebrek aan antwoord binnen de bovengenoemde termijn, met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder. Een dergelijk beroep kan worden aangetekend door middel van een interlocutoir verzoekschrift dat de in artikel 1034 ter van het Gerechtelijk Wetboek genoemde inlichtingen moet bevatten. Het interlocutoir verzoekschrift moet bij de griffie van het Marktenhof worden ingediend overeenkomstig artikel 1034 quinquies van het Ger.W., of via het informatiesysteem e-Deposit van het ministerie van Justitie (artikel 32 ter van het Ger.W.). Beslissing ten gronde 168/2022 - 10/10 De uiteindelijke schikking doet geen afbreuk aan het recht van eventuele individuen (in casu betreft dit geen klachtdossier) die schade hebben geleden, om voor een burgerlijke rechtbank schadevergoeding te eisen op grond van artikel 82 van de AVG. Hoogachtend, (get). Hielke Hijmans Voorzitter van de Geschillenkamer