← België

Beslissing ten gronde nr. 169/2022

1/8 Geschillenkamer Beslissing ten gronde 169/2022 van 22 november 2022 Dossiernummer : DOS-2018-03810 Betreft: klacht over gebruik van cookies op de website van RTBF De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit uit de heer Hielke Hijmans, voorzitter, en de heren Dirk Van Der Kelen en Christophe Boeraeve , leden; Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna AVG; Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG; Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019; Gelet op de stukken van het dossier; Gelet op beslissing 168/2022 van 22 november 2022 van de Geschillenkamer; Heeft de volgende beslissing genomen inzake: De klager: de heer X, hierna “de klager”; De verweerder: Radio Télévision Belge de la Communauté française (RTBF), autonoom overheidsbedrijf van culturele aard, hierna "RTBF" of “de verweerder”; met raadsman meester Peter Craddock. Beslissing ten gronde 169/2022 - 2/8 I.

  1. Feiten en procedure Op 5 juli 2018 dient de klager bij de Gegevensbeschermingsautoriteit een klacht in tegen de verweerder.
  2. In zijn klacht hekelt de klager de onrechtmatigheid van de verwerking (verzameling en verdere verwerking(en)) van zijn gegevens door de verweerder via cookies, gezien het ontbreken van toestemming van zijn kant. Naast zijn persoonlijke situatie, stelt de klager in het algemeen de onrechtmatigheid van dergelijke verwerkingen aan de kaak.
  3. Op 25 juli 2018 wordt de klacht ontvankelijk verklaard op grond van de artikelen 58 en 60 van de WOG en wordt de klacht op grond van art. 62, §1, van de WOG overgemaakt aan de Geschillenkamer. De klager wordt hiervan op 26 juli 2018 in kennis gesteld.
  4. Op 14 november 2018 beslist de Geschillenkamer de Inspectiedienst om een onderzoek te verzoeken, op grond van de artikelen 63, 2°, en 94, 1°, van de WOG.
  5. Op 21 november 2018 wordt, overeenkomstig artikel 96, §1, van de WOG, het verzoek van de Geschillenkamer om een onderzoek in te stellen, overgemaakt aan de Inspectiedienst (ID). De klager wordt hiervan diezelfde dag op de hoogte gebracht.
  6. Op 26 juni 2019 wordt het onderzoek door de Inspectiedienst afgerond, wordt het verslag bij het dossier gevoegd en wordt het dossier door de Inspecteur-generaal overgemaakt aan de voorzitter van de Geschillenkamer (artikel 9, §1 en §2, van de WOG).
  7. In het verslag stelt de ID vast dat cookies, met name van derden, worden geplaatst voordat de gebruiker zijn toestemming heeft gegeven, en dat als de gebruiker commerciële cookies wil weigeren, hij dit via een opt-outmechanisme op een site van een derde partij moet doen. De ID concludeert dat uit de technische analyse blijkt dat niet-essentiële cookies worden geplaatst bij het openen van de startpagina van de website https://www.rtbf.be, terwijl door de gebruiker nog geen toestemming is gegeven. Deze cookies bevatten met name cookies voor gerichte reclame en sociale-netwerkcookies.
  8. Op 3 juli 2019 beslist de Geschillenkamer op grond van artikel 95, §1, 1°, en artikel 98 van de WOG dat het dossier gereed is voor behandeling ten gronde.
  9. Op 24 juli 2019 worden de betrokken partijen per aangetekende zending in kennis gesteld van de bepalingen zoals vermeld in artikel 95, §2, en in artikel 98 van de WOG. Tevens worden zij op grond van artikel 99 van de WOG in kennis gesteld van de termijnen om hun verweermiddelen in te dienen, namelijk 6 september 2019 voor de klager en 7 oktober 2019 voor de verweerder. Beslissing ten gronde 169/2022 - 3/8
  10. Op respectievelijk 29 juli en 14 augustus 2019 verzoeken de verweerder en de klager om een kopie van het dossier (art. 95, §2, 3°, WOG), die hun op respectievelijk 30 juli en 22 augustus 2019 wordt toegezonden.
  11. Op 27 augustus 2019 ontvangt de Geschillenkamer de conclusie van antwoord van de klager.
  12. Op 7 oktober 2019 ontvangt de Geschillenkamer de conclusie van antwoord van de verweerder. II. Motivering
  13. Overeenkomstig artikel 100 van de WOG heeft de Geschillenkamer de bevoegdheid om: 1° een klacht te seponeren; 2° de buitenvervolgingstelling te bevelen; 3° een opschorting van de uitspraak te bevelen; 4° een schikking voor te stellen; 5° waarschuwingen en berispingen te formuleren; 6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen; 7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het veiligheidsprobleem; 8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of verboden; 9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht; 10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de kennisgeving ervan aan de ontvangers van de gegevens te bevelen; 11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen; 12° dwangsommen op te leggen; 13° administratieve geldboeten op te leggen; 14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere Staat of een internationale instelling te bevelen; 15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings te Brussel, die het in kennis stelt van het gevolg dat aan het dossier wordt gegeven; 16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
  14. Wanneer haar een klacht wordt doorgegeven door de Eerstelijnsdienst (ELD) die deze ontvankelijk heeft verklaard, of door de ID na een onderzoeksverslag zoals in dit geval, zal de Geschillenkamer eerst en vooral onderzoeken of het technisch mogelijk voor haar is om een Beslissing ten gronde 169/2022 - 4/8 beslissing in verband met die klacht te nemen. Als dit niet zo is, moet de klacht noodzakelijkerwijs om technische redenen worden geseponeerd
  15. Ter ondersteuning van de argumentatie hierna en op basis van de bevoegdheden die haar door de wetgever zijn verleend krachtens artikel 100, §1, van de WOG, beslist de Geschillenkamer de klacht te seponeren overeenkomstig artikel 100, §., 1°, van de WOG.
  16. De Geschillenkamer moet bij een seponering haar beslissing stapsgewijs motiveren en - een technisch sepot uitspreken indien het dossier geen of onvoldoende elementen bevat die tot een sanctie kunnen leiden, of er een technische belemmering is waardoor geen beslissing kan worden genomen; - of een beleidssepot uitspreken indien, ondanks de aanwezigheid van elementen die tot een sanctie kunnen leiden, verder onderzoek van het dossier haar niet opportuun lijkt in het licht van haar prioriteiten.
  17. Indien de seponering plaatsvindt op grond van meerdere redenen (respectievelijk technische of opportuniteitsredenen), moeten de redenen voor de seponering in volgorde van belangrijkheid worden behandeld.
  18. In het onderhavige geval spreekt de Geschillenkamer een technisch sepot uit op grond van artikel 100, §1, 1°, van de WOG, om de volgende redenen (punten 19 t.e.m. 27).
  19. Op 22 november 2022 heeft de Geschillenkamer beslissing 168/2022 ten aanzien van de verweerder genomen. In deze beslissing heeft de Geschillenkamer voor identieke feiten als die welke de klager aan de kaak stelt, een van de hierboven vermelde, in artikel 100, §1, van de WOG opgesomde maatregelen genomen, namelijk een schikking (artikel 100, §1, 4°, WOG).
  20. De genoemde beslissing 168/2022 omtrent schikking betreft "mogelijke inbreuken op de wet van 13 juni 2005 (van kracht ten tijde van de vaststellingen van de Inspectiedienst van de GBA in dit dossier2), en mogelijke inbreuken op de algemene verordening gegevensbescherming (AVG), met betrekking tot cookies en, meer in het algemeen, de opslag van en de toestemming voor het plaatsen en verder verwerken van informatie op het apparaat van de gebruiker als betrokkene. De schikkingsbeslissing heeft betrekking op de bij de zaak betrokken en daarin vermelde websites, en betreft de partij tot wie het schikkingsvoorstel is gericht.3 1 Zie de nota Sepotbeleid van de Geschillenkamer, punt 3.1., https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf 2 De schikkingsbeslissing is genomen in het kader van een onderzoek dat door de Inspectiedienst op eigen initiatief is gevoerd naar de problematiek van gegevensverwerkingen via cookies in de Belgische mediasector, waaronder die van de verweerder. 3 Punt 19 van de beslissing 168/2022 van de Geschillenkamer. Beslissing ten gronde 169/2022 - 5/8
  21. Deze beslissing 168/2022 omtrent schikking is gericht aan dezelfde partij als de verweerder van de onderhavige beslissing, namelijk RTBF.
  22. Het voorwerp van de schikking heeft voorts, zoals reeds vermeld, betrekking op "mogelijke inbreuken op de algemene verordening gegevensbescherming (AVG), met betrekking tot verder verwerken van informatie op het apparaat van de gebruiker als betrokkene. De schikking betreft dus de door de klager in zijn klacht aangevoerde grieven zoals hierboven vermeld in punt
  23. Beslissing 168/2022 preciseert: "De schikking geldt slechts voor een welbepaalde periode: de periode van 25 mei 2018 tot en met 11 november 2020" 4, de datum van indiening van het aanvullende verslag van de Inspectiedienst.
  24. Binnen de grenzen van beslissing 168/2022 heeft de Geschillenkamer dus haar bevoegdheid uitgeput ten aanzien van de door de klacht aan de kaak gestelde feiten en de daarmee samenhangende grieven. De Geschillenkamer seponeert de klacht van de klager dan ook om technische redenen, en dit binnen dezelfde materiële en temporele grenzen.
  25. Beslissing 168/2022 preciseert in dezelfde zin: "De schikking put de bevoegdheden van de Geschillenkamer uit om corrigerende maatregelen te nemen ten aanzien van mogelijke inbreuken binnen de grenzen van de hierboven en in het schikkingsvoorstel beschreven juridische elementen en bepalingen, alsmede binnen de bovengenoemde termijn [lees periode]. De Geschillenkamer benadrukt dat de schikking geen afbreuk doet aan de bevoegdheden van de hoven en rechtbanken of andere autoriteiten om in voorkomend geval strafbare feiten te onderzoeken. De schikking in deze zaak is alleen bindend voor de Geschillenkamer van de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit."5
  26. Zoals hierboven vermeld is het voorwerp van de bij beslissing 168/2022 geformaliseerde schikking, beperkt tot de periode van 25 mei 2018 tot en met 20 november 2020, de datum waarop de ID zijn vaststellingen in het genoemde dossier heeft afgesloten, die verder gaan dan de datum van 26 juni 2019 waarop de ID zijn onderzoek dat naar aanleiding van de klacht van de klager was ingesteld, heeft afgesloten (punt 6).
  27. Voor de periode van 20 november 2020 tot vandaag heeft de Geschillenkamer dus geen vaststellingen die de door de klager aangevoerde grieven ondersteunen. Daarom is de Geschillenkamer ook niet in staat enige schending door de verweerder vast te stellen en 4 Punt 20 van beslissing 168/2022 van de Geschillenkamer. 5 Punt 21 van beslissing 168/2022 van de Geschillenkamer. Beslissing ten gronde 169/2022 - 6/8 seponeert zij de klacht om deze technische reden, tevens ondersteund door criterium A.
  28. van haar nota Sepotbeleid
  29. Met betrekking tot de schikkingsbeslissing (168/2022) waarvoor zij heeft gekozen, alsmede de beslissing om de onderhavige klacht te seponeren, herinnert de Geschillenkamer eraan dat het haar soevereine verantwoordelijkheid is om als onafhankelijke administratieve autoriteit - met inachtneming van de relevante artikelen van de AVG en de WOG - de passende corrigerende maatregel(en) en sanctie(s) vast te stellen.
  30. Het is dus niet aan de klager om de Geschillenkamer te verzoeken een bepaalde corrigerende maatregel of sanctie te gelasten. Indien ondanks het voorgaande de klager de Geschillenkamer toch verzoekt een of andere maatregel en/of sanctie op te leggen, is het dus niet aan de Geschillenkamer om te motiveren waarom zij een van de verzoeken van de klager niet zou inwilligen. Deze overwegingen laten de verplichting van de Geschillenkamer onverlet om de keuze te motiveren van de maatregelen en sancties die zij passend acht (uit de lijst van maatregelen en sancties in artikel 58 van de AVG en de artikelen 95, §1, en 100, §1, van de WOG die haar ter beschikking staan) om de verweerder te veroordelen. 7 In het onderhavige geval verwijst de Geschillenkamer naar de punten 19-27 hierboven met betrekking tot haar beslissing om de klacht van de klager om technische redenen te seponeren.
  31. In ieder geval is de Geschillenkamer niet bevoegd om een of andere door de klager gevorderde schadevergoeding toe te kennen. Hierin wordt in de artikelen 95 en 100 van de WOG niet voorzien als corrigerende maatregel of sanctie die zij mag opleggen. Dit voorrecht is voorbehouden aan de hoven en rechtbanken van de rechterlijke macht. III. Publicatie van de beslissing
  32. Gezien het belang van transparantie met betrekking tot het besluitvormingsproces en de beslissingen van de Geschillenkamer, zal deze beslissing worden gepubliceerd op de website 6 In die zin laat beslissing 168/2022, evenals de onderhavige beslissing tot seponering, de bevoegdheid van de GBA onverlet om zich voor de periode na 20 november 2020 uit te spreken, indien de zaak opnieuw bij haar aanhangig zou worden gemaakt, over eventuele schendingen die nog bestaan ten aanzien van de in de klacht aan de orde gestelde feiten. 7 Geschillenkamer, beslissing ten gronde 81/
  33. Zie ook de nota van de Geschillenkamer over de positie van de klager (punt D. blz. 4 in fine). https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/nota-inzake-de-positie-van-de-klager-in-de-procedure-bijde-geschillenkamer.pdf: "De verweermiddelen van de klager dienen over de inhoud van de klacht te handelen en bijvoorbeeld niet over de aard van de sanctie die de Geschillenkamer volgens de klager dient op te leggen.. Uiteraard staat het de klager vrij een oordeel te geven over de op te leggen sanctie, maar de Geschillenkamer is niet verplicht om dit oordeel over te nemen en ook niet om de argumenten van deklager betreffende het opleggen van de sanctie te weerleggen." Beslissing ten gronde 169/2022 - 7/8 van de GBA, waarbij de directe identificatiegegevens van de klager en de genoemde personen, zowel natuurlijke als rechtspersonen, met uitzondering van de verweerder, worden verwijderd.
  34. De Geschillenkamer is van oordeel dat de identificatie van de verweerder noodzakelijk is, aangezien de onderhavige beslissing verwijst naar beslissing 168/2022, die door de Geschillenkamer ten aanzien van de verweerder is genomen en waarvan het dictum (schikking) aan de basis ligt van de onderhavige beslissing tot technische sepot. Aangezien de identiteit van de verweerder in deze beslissing 168/2022 is bekendgemaakt, zou het weglaten van de identiteit van dezelfde verweerder in de onderhavige beslissing geen zin hebben. De uitdrukkelijke vermelding ervan maakt een beter begrip en een betere samenhang van deze twee beslissingen van de Geschillenkamer mogelijk. OM DEZE REDENEN, beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, na beraadslaging: - de klacht te seponeren op grond van artikel 100, §1, 1°, van de WOG. Tegen deze beslissing kan op grond van artikel 108, §1, van de WOG, beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep van Brussel), binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving ervan, met de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) als verweerder. Een dergelijk beroep kan worden aangetekend door middel van een interlocutoir verzoekschrift dat de in artikel 1034 ter van het Gerechtelijk Wetboek genoemde inlichtingen moet bevatten. 8 Het interlocutoir verzoekschrift moet bij de griffie van het Marktenhof worden ingediend overeenkomstig artikel 1034 quinquies van het Ger.W. 9, of via het informatiesysteem e-Deposit van het ministerie van Justitie (artikel 32 ter van het Ger.W.). 8 9 Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid: 1° de dag, de maand en het jaar; 2° de naam, de voornaam, de woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of ondernemingsnummer; 3° de naam, de voornaam, de woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen; 4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering; 5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt; 6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat. Het verzoekschrift, met de bijlage, wordt in evenveel exemplaren als er partijen zijn, per aangetekende brief aan de griffier van de rechtbank toegezonden of bij de griffie neergelegd. Beslissing ten gronde 169/2022 - 8/8 (get.) Hielke HIJMANS Voorzitter van de Geschillenkamer

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.