1/12 Geschillenkamer Beslissing ten gronde 53/2020 van 1 september 2020 Dossiernr. : DOS-2019-02974 Betreft: klacht over het sturen van een e-mail met verkiezingspropaganda De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans, voorzitter, en de heren Christophe Boeraeve en Frank De Smet, leden; Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming, hierna “AVG”); Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG; Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019; Gelet op de stukken van het dossier; heeft de volgende beslissing genomen inzake: - de klager; - de verweerder: een politicus Beslissing ten gronde 53/2020 - - 2/12
(5)van de AVG ». 22. Aangaande het verbod om gegevens, die werden verkregen in de uitoefening van een schepenambt of burgemeesterschap, opnieuw te gebruiken voor verkiezingspropaganda, verwijst de Geschillenkamer ook naar de uitleg hierover in haar beslissing ten gronde 11/2019 van 25 november 20193. De Geschillenkamer benadrukt ook dat het hergebruik door een burgemeester van persoonsgegevens die in de loop van zijn ambtstermijn zijn verzameld voor onverenigbare doeleinden, de grondslagen van de democratie en de gelijkheid tussen de kandidaten kan ondermijnen. 23. In deze omstandigheden en op basis van alle voorgaande elementen is de Geschillenkamer van oordeel dat de verweerder volgens zijn eigen verklaringen persoonsgegevens van de burgers van zijn gemeente, en in het bijzonder die van de klager, heeft verwerkt in strijd met artikel 5.1.b van de AVG (doelbinding) en artikel 6 van de AVG (rechtmatigheid van de verwerking). De Geschillenkamer stelt ook een schending vast van artikel 25.1 en 25.2. van de AVG, volgens welke de verwerkingsverantwoordelijke passende technische en organisatorische maatregelen moet nemen om ervoor te zorgen dat standaard alleen die persoonsgegevens worden verwerkt die voor elk specifiek doel van de verwerking noodzakelijk zijn. 24. Met betrekking tot de verzending van een e-mail waarin alle ontvangers zichtbaar zijn, merkt de Geschillenkamer op dat de verweerder de feiten niet betwist en verklaart dat de persoon die onder zijn gezag handelde een fout heeft gemaakt bij de verwerking van de persoonsgegevens van de klager "door de ontvangers niet in BCC te plaatsen 4. " Ongeacht of er al dan niet sprake is van een behandelingsfout, is de Geschillenkamer van mening dat er sprake is van een schending van artikel 3 Zie https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/beslissing-ten-gronde-nr.-11-2019.pdf, blz. 5 en 6.. 4 Brief van de verweerder aan de Eerstelijnsdienst van de GBA, 4 juli 2019. Beslissing ten gronde 53/2020 - - 8/12 32. 1 en 32.4 van de AVG5, en dat deze feiten een inbreuk vormen op de veiligheidsvoorschriften in de zin van artikel 4.12 van de AVG, zoals aangegeven door de klager in zijn klacht. De Geschillenkamer herinnert eraan dat het ook de taak van de verwerkingsverantwoordelijke is om passende technische en organisatorische maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat standaard alleen gegevens worden verwerkt die voor elk specifiek doel noodzakelijk zijn, ook vanuit het oogpunt van hun toegankelijkheid (artikel 25.2 van de AVG). De Geschillenkamer herinnert er ook aan dat het de taak van de verwerkingsverantwoordelijke is om de bevoegde autoriteit in kennis te stellen van dergelijke inbreuken wanneer de toepassingsvoorwaarden van artikel 33 van de AVG zijn vervuld. In het onderhavige geval is een dergelijke kennisgeving niet gebeurd, hetgeen eveneens een inbreuk op de AVG vormt. 25. Samengevat, heeft De Geschillenkamer naar aanleiding van het Inspectieverslag en rekening houdend met de argumentatie van de verweerder, de volgende inbreuken op de AVG vastgesteld : - Schending van de artikelen 5.1.a, 5.1.b en 6.1 van de AVG, aangezien verweerder door het verzenden van de betwiste e-mail de persoonsgegevens van klager heeft verwerkt zonder rechtsgrondslag en in strijd met het doel waarvoor deze gegevens door het secretariaat van de burgemeester zijn verzameld (om zijn vragen te beantwoorden). - Schending van artikel 2.1 en artikel 25.2 van de AVG, op grond waarvan de verwerkingsverantwoordelijke passende technische en organisatorische maatregelen moet nemen om ervoor te zorgen dat standaard alleen persoonsgegevens worden verwerkt die voor elk specifiek doel van de verwerking noodzakelijk zijn. - Schending van artikel 32.1 en 32.4 van de AVG, omdat een persoon die handelt onder het gezag van verweerder de e-mailgegevens van de klager naar derden heeft gestuurd, in een e-mail waarin alle ontvangers zichtbaar waren. Schending van artikel 33 van de AVG, aangezien dit gegevenslek niet aan de GBA is gemeld. 3. Corrigerende maatregel 26. De Geschillenkamer heeft al de gelegenheid gehad om zich uit te spreken over gevallen van onrechtmatige gegevensverwerking voor verkiezingsdoeleinden in de volgende zaken: Beslissing 112019 van 25 november 2019; Beslissing 10-2019 van 25 november 2019; Beslissing 04/2019 van 28 mei 2019 en beslissing 30/2020 van 8 juni 20206. 27. In deze vier zaken heeft de Geschillenkamer administratieve boetes opgelegd, met name wegens niet-naleving van het in artikel 5.1, b, van de AVG vastgelegde finaliteitsbeginsel. Deze zaken betroffen de onrechtmatige verdere verwerking voor verkiezingsdoeleinden van verzamelde Zie in diezelfde zin de beslissing van de Geschillenkamer 2/2019 van https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/beslissing-ten-gronde-nr.-02-2019.pdf 5 6 2 april 2019, Te vinden op de website van de GBA onder de rubriek publicaties "beslissingen van de Geschillenkamer https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/burger/publicaties/beslissingen. Beslissing ten gronde 53/2020 - - 9/12 persoonsgegevens (in ieder geval met betrekking tot het betwiste e-mailadres op 22 mei 2019) in het kader van de uitoefening van de gemeentelijke bevoegdheden. Deze zaak kadert binnen deze jurisprudentie. 28. De Geschillenkamer is van oordeel dat de inbreuken die zij heeft vastgesteld ( infra, § 22) rechtvaardigen dat een administratieve boete wordt opgelegd overeenkomstig de artikelen 100, 13° en 101 van de WOG en 83 van de AVG , en dit in het licht van de volgende elementen. 29. In de eerste plaats wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de inbreuken (artikel 83.1, a), van de AVG). De schendingen van artikel 5.1.
- b)(onverenigbare verdere verwerking), artikel 5.1.
- a)(rechtmatigheid) en artikel 6.1 van de AVG (onrechtmatige verwerking) die in deze beslissing worden vastgesteld, vormen inderdaad een schending van de fundamentele beginselen van gegevensbescherming. In feite zijn dit inbreuken waarvoor de maximum boetes het hoogst zijn (artikel 83.5 van de AVG). 30. In de tweede plaats is de Geschillenkamer van oordeel dat de hoedanigheid van de verweerder op het tijdstip van het verzamelen van de gegevens, namelijk die van burgemeester, en vervolgens de hoedanigheid van parlementslid op het tijdstip van de verzending van de betwiste e-mail7, een verzwarende omstandigheid is als bedoeld in artikel 83.2.k. Gezien deze rol van de verweerder in het openbare leven mocht van hem terecht worden verwacht dat hij er zorgvuldig op toeziet dat de gegevens, die via het secretariaat van de stad waarvan hij burgemeester was, waren verzameld, niet ten persoonlijke titel worden hergebruikt, en dat hij een verkiezingscampagne voert met inachtneming van alle toepasselijke regels en, in dit geval, de regels inzake gegevensbescherming. 31. Tot slot neemt de Kamer nota van het feit dat de verweerder zich bereid verklaart de AVG uit te voeren, in die zin dat hij "het advies van een specialist in de nieuwe wetgeving heeft ingewonnen " om zijn team te helpen coachen "om verdere fouten in de toekomst te voorkomen" (zie § 9 hierboven). De Geschillenkamer kan de inwerkingtreding van de AVG niet als verzachtende omstandigheid in aanmerking nemen, omdat de inbreuken op het finaliteits- en rechtmatigheidbeginsel geen nieuwe elementen zijn in de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens. In haar nota "Verkiezingen" gepubliceerd op haar website sinds het jaar 2000 en de actualisering ervan ingevolge 7 De Geschillenkamer neemt nota van de verduidelijking die verweerder in zijn brief van 6 juli 2020 aan de Geschillenkamer heeft gegeven dat hij niet langer burgemeester was op het moment dat de betwiste e-mail werd verzonden. De Geschillenkamer merkt echter op dat de verweerder volgens de openbare informatie waarover zij beschikt, toen provinciale gedeputeerde was, een positie die hij in juli 2019 nog steeds bekleedt. De Geschillenkamer baseert zich op openbare informatie die beschikbaar is op de website van de door de verweerder vertegenwoordigde provincie waar het CV van de verweerder wordt beschreven. In juli 2019 en juli 2020 heeft de verweerder zijn brieven aan de Geschillenkamer ondertekend als een gedeputeerde van de provincie die hij vertegenwoordigt. Beslissing ten gronde 53/2020 - - 10/12 de inwerkingtreding van de AVG8, vermeldde de Gegevensbeschermingsautoriteit al het verbod op hergebruik voor verkiezingsdoeleinden van bestanden uit de openbare sector (zoals het Rijksregister, gegevens uit personeelsbestanden van ambtenaren, een OCMW cliëntenlijst, gegevens verkregen in de uitoefening van een schepenambt … als uit de private sector (klantenbestanden van een bedrijf, ledenlijsten van verenigingen,…) » 32. Deze beginselen vormden reeds de hoeksteen van de Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 (art. 6.1 en art. 6.1.a en 7) die door de AVG werd vervangen. Hetzelfde geldt voor de verplichting om passende organisatorische en veiligheidsmaatregelen te nemen in het kader van de oude richtlijn (artikel 17), die is versterkt en gespecificeerd in de AVG, met name in artikel 32. 33. De Geschillenkamer merkt verder op dat de verweerder, volgens de feiten die aan haar zijn voorgelegd, heeft nagelaten zijn opmerkingen aan de klager over te maken, of zich ten minste het bewijs voor te behouden dat een dergelijke mededeling is gedaan (aangetekende brief of bewijs dat hij een e-mail heeft gestuurd). In de aangetekende brief die op 25 september 2019 door de Geschillenkamer naar de verweerder werd gestuurd, werd inderdaad zeer duidelijke vermeld: Elk van de partijen dient zijn conclusie gelijktijdig te bezorgen aan zowel het secretariaat van de Geschillenkamer, als de andere partij. De klager wees er echter op dat hij de conclusies van de verweerder niet had ontvangen en dat deze daarom niet op zijn minst bewijs heeft geleverd dat hij volledig aan de onderhavige procedure heeft meegewerkt. Verweerder heeft echter wel de aangetekende brief van 25 september 2019 ontvangen, waarin hij wordt uitgenodigd om uiterlijk op 25 oktober af te sluiten en zijn conclusies tegelijkertijd aan de andere partij door te sturen. Verweerder heeft de ontvangst van deze brief bij brief van 14 oktober 2019 bevestigd9. De Geschillenkamer kan daarom niet instemmen met de bewering van de verweerder dat « ik nooit werd gevraagd of zelfs maar geadviseerd om conclusies naar de klager te sturen»10. De aangetekende brief van de Geschillenkamer bood de verweerder ook de mogelijkheid om een kopie van de dossierstukken op te vragen, waarin hij zijn eigen verklaringen had kunnen herlezen om de consistentie van zijn eigen verdediging te waarborgen, hetgeen hij niet heeft gedaan. 34. De verweerder heeft de procedure die hem per aangetekende brief en e-mail werd meegedeeld, niet gevolgd. Zijn antwoord dat hij niet op de hoogte was gesteld van de verplichting om de klager conclusies te sturen, is in strijd met de feiten. Volgens de Geschillenkamer vormt dit verzuim 8 Persoonsgegevens verwerken voor verkiezingsdoeleinden: basisbeginselen om de persoonlijke levenssfeer van de burgers te eerbiedigen bij het versturen van gepersonaliseerde verkiezingspropaganda, https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/juridische-nota-over-verkiezingen.pdf 9 De Geschillenkamer heeft deze aangetekende brief van 30-09 inderdaad naar het professioneel adres van de verweerder gestuurd. 10 Brief van de verweerder aan de Geschillenkamer, 6 juli 2020. Beslissing ten gronde 53/2020 - - 11/12 en de onjuiste ontkenning van de feiten een verzwarende omstandigheid omdat de verweerder niet volledig heeft meegewerkt aan de procedure. 35. In zijn antwoord op het antwoordformulier op de voorgestelde boete voert verweerder vooral aan dat de verzending van die brief volgens hem het gevolg was van een behandelingsfout. In dit verband wijst de Geschillenkamer erop dat een dergelijke behandelingsfout, desgevallend een inbreuk op de beveiliging vormt en als zodanig een schending van de gegevens in de zin van artikel 4.12 van de AVG, die de aansprakelijkheid van de verweerder met zich meebrengt voor wat betreft de voorafgaande uitvoering van passende beveiligingsmaatregelen om dergelijke fouten te voorkomen (zie § 20 hierboven). De Kamer merkt echter op dat er in het dossier geen bewijs is dat de overtreding opzettelijk, in opdracht van de verweerder, is begaan. De Geschillenkamer accepteert daarom het niet opzettelijke karakter van de inbreuk als een verzachtende omstandigheid. 36. De argumenten van verweerder doen niets af aan het feit dat de persoonsgegevens van de klager en van alle personen die zijn opgenomen in het "vaste" bestand onrechtmatig zijn verwerkt, namelijk alle personen die een beroep doen op het secretariaat van de burgemeester (zie hierboven, § 5). 37. Wat ten slotte het bedrag van de geldboete betreft, past de Geschillenkamer dezelfde criteria toe als die welke hierboven zijn uiteengezet voor het behoud van het bedrag van 5.000 EUR, om verweerderr ervan te weerhouden dergelijke inbreuken te herhalen. 38. Wat het bedrag betreft, wijst verweerder erop dat het bedrag van de geldboete hem onevenredig lijkt, aangezien het gaat om een foutieve behandeling die hem volgens hem geen voordeel zou hebben opgeleverd. In dit verband beschikt de Geschillenkamer niet over informatie op grond waarvan zij redelijkerwijs kan beoordelen in hoeverre de verwerking van gegevens uit het "vaste" bestand al dan niet een gunstige invloed heeft gehad op de uitslag van de verkiezingen. De Geschillenkamer kan dit door verweerder aangevoerde element dan ook niet aanvaarden als een verzachtende omstandigheid in de zin van artikel 83.2.k), van de AVG. 39. Wat de financiële middelen betreft, meldt de verweerder financiële moeilijkheden na een juridisch geschil waarin hij als overwinnaar uit de bus kwam en waardoor hij aanzienlijke juridische kosten heeft moeten maken die nog niet zijn aangezuiverd. Verweerder wijst erop dat het bedrag dat vandaag door de Geschillenkamer wordt gevorderd, deze moeilijkheden alleen maar zou vergroten. Verweerder levert echter geen enkel bewijs om zijn verklaringen te staven en stelt ook niet voor om zich in dit verband ter beschikking te stellen van de Geschillenkamer. De aanvrager draagt de bewijslast voor de elementen die hij in antwoord op het boeteformulier naar voren brengt. In dit stadium van de procedure besluit de Geschillenkamer de procedure op dit punt niet te heropenen. Beslissing ten gronde 53/2020 - - 12/12 40. De Geschillenkamer behoudt de hoedanigheid van de verweerder ten tijde van de feiten (burgemeester en vervolgens de gedeputeerde van de provincie) als verzwarende omstandigheid in de onderhavige zaak (zie supra, §5 en 30). Elke overheidsmandataris heeft immers een voorbeeldfunctie inzake het naleven van de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens. 41. Om deze redenen is de Geschillenkamer van oordeel dat het geplande bedrag van de boete ten belope van 5000 euro behouden moet blijven. 42. Gezien het belang van transparantie met betrekking tot het besluitvormingsproces en de beslissingen van de Geschillenkamer zal dit besluit worden gepubliceerd op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit, waarbij de directe identificatiegegevens van de genoemde partijen en personen zullen worden verwijderd. OM DIE REDENEN, DE GESCHILLENKAMER, Beslist, na beraadslaging, aan de verwerkingsverantwoordeijke een boete op te leggen van 5000 EUR op grond van de artikelen 100, 13° en 101 van de WOG alsook artikel 83 van de AVG, voor alle weerhouden inbreuken, met name samen gelezen, de inbreuk op artikel 5.1.
- b)van de AVG en de inbreuk op de artikelen 5.1.
- a)en 5.1.b), 6.1, 25.1 en 25.2, 32.1 en 32.4 van de AVG. Tegen deze beslissing kan op grond van art. 108, §1 van de wet van 3 december 2017, beroep worden aangetekend binnen een termijn van dertig dagen, vanaf de betekening van de kennisgeving, bij het Marktenhof11, met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.. (get.) Hielke Hijmans Voorzitter van de Geschillenkamer 11 Hof van Beroep te Brussel