← België

Beslissing ten gronde nr. 59/2024

1/12 Geschillenkamer Beslissing ten gronde 59/2024 van 22 april 2024 Dossiernummer : DOS-2018-03102 Betreft: Klacht over de weigering van een zoekmachine om zoekresultaten te verwijderen De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans, voorzitter, en de heren Jelle Stassijns en Yves Poullet, leden, die de zaak in deze samenstelling behandelen; Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna- "AVG"; Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna "WOG"; Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019; Gelet op de stukken van het dossier; Heeft de volgende beslissing genomen inzake: De klager: de heer X, vertegenwoordigd door de heer Vincent Chapoulaud, advocaat, kantoorhoudende te Square Vergote, 20, 1030 Brussel, hierna "de klager"; Verweerder: SA Google Belgium, met maatschappelijke zetel te Etterbeek 180, 1040 Brussel (Etterbeek) en ingeschreven bij de Kruispuntbank der ondernemingen(KBO) onder nummer 0878.065.378, vertegenwoordigd door mr. Gerrit Vandendriessche en mr. Louis-Dorsan Jolly, advocaten, met kantoor te Havenlaan 86C, B414, 1000 Brussel, hierna: "verweerder"". Beslissing ten gronde 592024 – 2/12 I. Feiten en procedure 1. Op 13 juni 2018 diende de klager bij de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) een klacht in tegen de zoekmachine "Googe Search". 2. Het verzoek heeft betrekking op een aantal links op internet naar persoonsgegevens van de klager, die hij aan Google heeft gevraagd uit de zoekmachine te verwijderen zonder een gunstig antwoord te ontvangen. Het gaat om : (

  1. a)[…] (
  2. b)[…] (
  3. c)[…] (
  4. d)[…] (
  5. e)[…] (
  6. f)[…] (
  7. g)[…] 3. In de persartikelen in kwestie wordt met name melding gemaakt van het feit dat klager een reeks politieke mandaten heeft bekleed. Deze artikelen bevatten ook informatie over de verschijning van de klager in rechtszaken. Ten slotte wordt de klager in deze artikelen ook voorgesteld als de manager van een bedrijf (...) . 4. In zijn klacht brengt de klager het volgende aan: - In maart 2018 diende hij via zijn raadsman een verzoek in tot verwijdering van deze zoekresultaten bij de zoekmachine Google via het daarvoor bestemde webformulier (referentienummer XXX). Zijn verzoek is gebaseerd op de onjuistheid van bepaalde informatie, die volgens hem niets anders is dan laster, leugens en beledigingen die bedoeld zijn om hem te schaden als onderdeel van een persoonlijke vendetta. Andere informatie zou, gezien de tijd die is verstreken sinds ze werd gepubliceerd, volledig verouderd zijn, geen actueel belang hebben en niet relevant zijn voor het publiek. In het algemeen wijst klager erop dat hij geen persoon is die een rol speelt in het openbare leven en dat, ter ondersteuning van het bovenstaande, het feit dat deze zoekresultaten, die kunnen worden opgevraagd op basis van zijn voor- en achternaam, op de voorgrond worden gehouden, schadelijk is voor zijn eer en reputatie. - In antwoord hierop deelde de zoekmachine de klager mee dat zij de naam van de klager niet had aangetroffen op de onder
  8. f)in punt 2 genoemde pagina. Met betrekking tot de Beslissing ten gronde 592024 – 3/12 andere onder (a), (b), (c), (d), (
  9. e)en (
  10. g)genoemde links weigert de zoekmachine in te gaan op het verzoek van de klager op grond van het feit dat "uw rol (lees de rol van de klager) in het openbare leven, alsmede het algemeen belang, rechtvaardigen dat wij de URL's in kwestie in onze zoekresultaten blijven opnemen". - De klager klaagt er ook over dat het formulier van de zoekmachine de uitoefening van de rechten van de betrokkenen beperkt door (vanwege het beperkte aantal tekens) geen volledig en gedetailleerd argument toe te staan en door de betrokkenen niet toe te staan hun recht van bezwaar uit te oefenen, maar alleen hun recht om te worden gewist. 5. Tussen juni en oktober 2018 benaderde de Eerstelijndienst (ELD) van de GBA de zoekmachine meerdere keren in een poging te bemiddelen. 6. Op 5 oktober 2018 anwoordde het zoekmachineteam dat verantwoordelijk is voor de verwijderingsverzoeken, de ELD van de GBA al volgt: « (….) In your letter, you asked Google LLC to remove the following URLs from Google Search’s search results for queries related to the search term « X » (de klager): (de links vermeld onder
  11. a)tot en met g), met uitzondering van de link vermeld onder f)). Na bestudering van deze zaak houden we vast aan onze oorspronkelijke beslissing. The press articles in question, which all date from the period 2015-2016, are written by serious and reputable newspapers (Le Monde, Le Soir, La Libre, La Dernière Heure, Het Nieuwsblad, NewsMonkey) and describe how the data subject, exercised certain [political] mandates. (…) . company, . (…) . Important is that the submitted URLs lead to press articles of reputable news sources, independently reporting on wellsubstantiated allegations of wrongdoing by the data subject. You mention in your letter that Mr.X has a clean criminal record. The reputable news sources do not however mention any criminal convictions. Also, Mr X seems to object to his being presented as a member of [a political party] . We would like to point out that, rather on the contrary, it seems to be clear that he was himself not a member of the said political party, and that one of the news sources even goes as far as to specifically state that Me X “n’est toutefois pas un membre du parti (…)”. Mr X further objects to the claim that he was expected to appear in court in (…) , with the sole explanation that” this is false”. Google, however, is not in a position to evaluate the truth or falsehood of statements made on third -party web pages. Accordingly, we believe that the appropriate route for addressing concerns about statements that are of significant public interests, but that are allegedly false and defamatory, is for courts to take evidence and make appropriate factual Beslissing ten gronde 592024 – 4/12 determination. We use Section 5(
  12. b)of the Article 29 Working party’s Criteria of November 26, 2014, to guide our evaluation of such requests. We believe there is a clear public interest in access to this information (….)1.” 7. Op 9 oktober 2018 stelde de ELD de klager op de hoogte van het antwoord dat het van de zoekmachine had ontvangen. Op dezelfde datum verzocht de klager in zijn antwoord dat de bepalingen van de AVG volledig op zijn dossier van toepassing zijn. 8. Op 22 oktober 2018 deelde de ELD de klager mee dat de bemiddeling was mislukt. In overeenstemming met artikel 62.2. van de WOG 2 vroeg hij de klager of hij al dan niet instemt met de omzetting van zijn verzoek in een klacht, in welk geval zijn klacht zou worden overgedragen aan de Geschillenkamer. 9. Op 24 oktober 2018 stemde de klager ermee in dat de procedure voor de Geschillenkamer wordt voortgezet. 10. Op 30 oktober 2018 stuurde de raadsman van klager de GBA zijn opmerkingen over het antwoord van de zoekmachine. 11. Op 14 november 2018 besliste de Geschillenkamer op grond van artikel 95, §1, 1° en artikel 98 WOG dat het dossier gereed is voor behandeling ten gronde. 12. Op 21 november 2018 werden de betrokken partijen per aangetekende zending in kennis gesteld van de bepalingen van artikel 95, §2, alsook van deze in artikel 98 WOG. 13. Op 29 november 2018 werden de partijen per brief op grond van art. 99 WOG in kennis gesteld van de termijnen om hun verweermiddelen in te dienen. 14. In antwoord op deze brief antwoordde de verweerder op 30 november 2018 3 dat hij veronderstelde de ontvanger te zijn van de brief op grond van artikel 98 van de WOG die naar het adres van de vestiging van de zoekmachine in België was gestuurd, waarbij hij meegaf dat hij deze brief had doorgestuurd naar Google LLC, die als enige de verwerkingsverantwoordelijke was waarop de gewraakte verwerkingen betrekking hadden. De verweerder voegde hieraan toe dat hij ermee instemt om mededelingen in deze zaak elektronisch te ontvangen en verklaarde voornemens te zijn om conclusies in te 1 De Geschillenkamer onderstreept. 2 § 2. De ontvankelijke verzoeken worden door de eerstelijnsdienst behandeld. Zo een minnelijk akkoord door tussenkomst van de eerstelijnsdienst tussen de partijen wordt bereikt stelt de eerstelijnsdienst een rapport op waarin de bereikte oplossing en de conformiteit ervan met de wettelijke principes inzake gegevensbescherming worden uiteengezet. Een minnelijk akkoord sluit de toezichtsbevoegdheid van de Gegevensbeschermingsautoriteit niet uit. Als er geen minnelijke schikking kan worden bereikt, neemt het initiële verzoek tot bemiddeling de vorm aan van een klacht, die vervolgens door de Eerstelijnsdienst kan worden doorgestuurd naar de Geschillenkamer voor inhoudelijke behandeling onder voorbehoud van: 1° het akkoord van de klager ; of 2° een vaststelling (...) ". 3 De Geschillenkamer merkt op dat deze brief aan haar was gericht in het Nederlands. Zij acht zich niet minder gerechtvaardigd om de onderhavige beslissing in het Frans vast te stellen op grond van de taal waarin de klacht is ingediend en op grond van de Franse taal waarin elk van de conclusies tot staking van de partijen vervolgens is gesteld (zie hieronder). Beslissing ten gronde 592024 – 5/12 dienen en, "onder voorbehoud van verder onderzoek van het dossier", door de Geschillenkamer te willen worden gehoord tijdens een hoorzitting. 15. Op diezelfde datum vroeg de verweerder een kopie van het dossier (art. 95, §2, 3° WOG), die hem wordt bezorgd op 3 december 2018. 16. Eveneens bij afzonderlijke brief van 30 november 2018 meldde Google LLC vrijwillig in de zaak te willen interveniëren als enige verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4.7. van de AVG en vroeg zij de Geschillenkamer naar de modaliteiten om dit te doen. Uiteindelijk heeft Google LLC zich niet vrijwillig in de zaak gemengd. 17. Op 19 december 2018 werden de termijnen voor de conclusies als volgt gewijzigd: De nieuwe uiterste datum voor ontvangst van de conclusie van antwoord van de verweerder werd daarbij vastgelegd op 28 maart 2019, deze voor de conclusie van repliek van de klager op 28 maart 2019 en deze voor de conclusie van repliek van de verweerder op 29 april 2019. 18. Op 18 januari 2019 stuurde de verweerder de Geschillenkamer "Conclusies" waarin hij verzocht de klacht te seponeren om de volgende 2 redenen: - Enerzijds is de procedure ten onrechte tegen hem ingeleid (hij is niet de verwerkingsverantwoordelijke); - Ten tweede "hebben de partijen het geschil dat het voorwerp uitmaakt van deze procedure buitengerechtelijk beslecht door middel van een schikkingsovereenkomst. In hun schikking kwamen de partijen overeen dat

(1)de klager zijn vordering voor de GBA zou staken en
(2)de verweerder deze staking van zijn vordering zou accepteren. De verweerder concludeert op basis hiervan dat "het daarom passend is om de klager mee te delen dat hij zijn actie staakt en de verweerder mee te delen dat hij de staking van de actie van de eiser aanvaardt".
  1. Met betrekking tot de reikwijdte van deze staking verklaarde de verweerder in een latere brief van 25 juni 2019 aan de Geschillenkamer dat "de tussen partijen bereikte overeenkomst inhoudt dat de klager elke vordering tegen verweerder en elke andere entiteit van de Google-groep (met inbegrip van Google LLC, de verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens) staakt".
  2. In dezelfde "Conclusies" (punt 15) verzocht de verweerder de Geschillenkamer ook om haar beslissing niet te publiceren, aangezien hij van mening is dat er, gelet op het feit dat de klacht geen voorwerp meer heeft als gevolg van de bereikte overeenkomst en het verzoek van de partijen om de procedure te staken, geen reden is om de beslissing te publiceren. Hij voegde eraan toe dat publicatie van de beslissing van de Geschillenkamer publiciteit aan de zaak zou geven die in strijd zou zijn met de belangen van de partijen en dat, meer specifiek, een dergelijke publicatie een averechts effect zou kunnen hebben voor de klager, die media-aandacht probeert te vermijden. Beslissing ten gronde 592024 – 6/12
  3. Op 20 maart 2019 stuurde de klager ook "Conclusies van staking van vordering" naar de Geschillenkamer waarin hij haar vroeg
(1)zijn staking van vordering te erkennen,
(2)de aanvaarding van deze staking door de verweerder te erkennen,
(3)zijn klacht te verwerpen en
(4)te beslissen haar beslissing niet te publiceren.
  1. Op 12 juni 2019 nodigde de Geschillenkamer de partijen schriftelijk uit om de ondertekende overeenkomst binnen 2 weken in te dienen, alvorens de zaak op een volgende zitting in behandeling te nemen.
  2. Op 25 juni 2019 liet de raadsman van de verweerder de Geschillenkamer weten dat partijen de tussen hen bereikte overeenkomst niet openbaar konden maken, met name omdat zij gebonden waren aan een geheimhoudingsclausule.
  3. Op 25 juni 2019 schreef de raadsman van de klager aan de Geschillenkamer dat hij het eens was met de inhoud van de brief van de raadsman van de verweerder en dat enerzijds de conclusies van staking die namens zijn cliënt waren ingediend, de totale afwezigheid van enig geschil tussen de partijen bevestigden, die meesters van de procedure bleven, en dat anderzijds de schikkingsovereenkomst vertrouwelijk was en niet kon worden overgelegd.
  4. Op 23 februari 2024 vroeg de Geschillenkamer de raadsman van verweerder om aan te geven of verweerder zijn verzoek om een hoorzitting handhaafde of dat hij daarentegen zijn verzoek introk gezien de ontwikkelingen die zich hadden voorgedaan (te weten de overeenkomst met de klager en de aan de Geschillenkamer meegedeelde staking) sinds zijn oorspronkelijke verzoek "onder voorbehoud van verder onderzoek van het dossier" van 30 november 2018 (punt 14).
  5. Op 4 maart 2024 liet de raadsman van de verweerder de Geschillenkamer weten dat de verweerder zijn verzoek om een hoorzitting niet doorzet, met name gezien de intrekking van zijn klacht door de eiser. II. Motivering
  6. In de zaak die aan de Geschillenkamer is voorgelegd, gaat het om de uitoefening door de klager van zijn recht op gegevenswissing. Het verzoek heeft betrekking op de links in de zoekresultaten die door de door verweerders geëxploiteerde zoekmachine worden aangeboden wanneer op de naam van de klager wordt gezocht.
  7. Zoals hierboven is uitgelegd, heeft de zoekmachine het verzoek van de klager niet ingewilligd op basis van de redenering die in punt 3 en 6 hierboven is samengevat. Na deze weigering diende de klager een verzoek tot bemiddeling in bij de GBA, dat vervolgens een klacht werd, aangezien de bemiddeling was mislukt. Beslissing ten gronde 592024 – 7/12
  8. Zoals ook is uitgelegd, hebben de partijen in de onderhavige procedure in de loop van de procedure elk "conclusies (tot staking)" ingediend waarin zij verklaren dat de klager zijn vordering voor de GBA staakt en dat de verweerder deze staking aanvaardt (overwegingen 16 en 19).
  9. In dit geval baseert de Geschillenkamer zich op haar Sepotbeleid, die bepaalde aspecten van de procedure verduidelijkt en prioriteiten vastlegt, om de onderhavige klacht te seponeren op basis van artikel 100, § 1, 1° WOG.
  10. Meer in het bijzonder beroept de Geschillenkamer zich op criterium A.
  11. van haar sepotbeleid waarvan deze zaak een voorbeeld is.
  12. Volgens het bovengenoemde sepotbeleid wordt de zaak in principe gesloten als een klager zijn of haar klacht intrekt, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat de zaak niet wordt geseponeerd.
  13. Immers, het toezicht door de Geschillenkamer is niet zozeer gericht op het beslechten van geschillen tussen partijen, maar is één van de instrumenten van de GBA om toe te zien op de naleving van de regels inzake gegevensbescherming, in overeenstemming met het bepaalde in de EU Verdragen, de AVG en de WOG. Als een klacht is ingediend en vervolgens als ontvankelijke klacht ter behandeling aan de Geschillenkamer is overgedragen, moet de Geschillenkamer beoordelen of de gerelateerde feiten een inbreuk vormen op een van de wettelijke bepalingen waarvan de GBA de naleving moet controleren. Deze controle strekt zich ook uit tot de beoordeling van strafbare feiten die de klager niet rechtstreeks zelf heeft aangegeven en die de Kamer vervolgens overeenkomstig het beginsel van tegenspreekbaarheid zou vaststellen. Het loutere feit dat de klager zijn klacht intrekt (of dat de schending in de loop van de procedure is hersteld, bijvoorbeeld 4) neemt niet weg dat de verwerkingsverantwoordelijke mogelijk een schending heeft begaan, noch ontneemt dit de bevoegde organen van de GBA, met inbegrip van de Geschillenkamer, de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden.
  14. Met andere woorden, het intrekken van de klacht door de klager ontslaat de Geschillenkamer niet van rechtsbevoegheid over de zaak. Deze intrekking is een element die de Kamer overweging zal nemen bij haar beslissing om de klacht te seponeren (zie punt 28 hierboven). Omstandigheden die specifiek zijn voor deze zaak kunnen derhalve rechtvaardigen dat de Geschillenkamer, ondanks de intrekking van de klacht, deze blijft onderzoeken in het kader van de uitoefening van haar bevoegdheid zoals uiteengezet in punt 28 hierboven.
  15. De zaak betreft de uitoefening door klager van zijn recht op gegevenswissing. Dit recht moet worden gezien als een belangrijke bescherming voor de betrokken personen. Het hangt 4 Zie in vergelijkbare zin, Beslissing 41/2020 van de Geschillenkamer (punt 12). Beslissing ten gronde 592024 – 8/12 ongetwijfeld nauw samen met de wens van de klager om zijn of haar rechten uit te oefenen. Tegelijkertijd kan dit recht, in het geval van een verzoek tot verwijdering van persartikelen uit een zoekmachine, alleen worden uitgeoefend na een analyse waarin het recht van de klager op gegevensbescherming wordt afgewogen tegen het publieke belang van toegang tot deze informatie. Afhankelijk van het feit of het ene of het andere recht voorrang krijgt bij de afweging, zal het verzoek tot verwijdering (derefereren) al dan niet worden ingewilligd. Met andere woorden, het is niet alleen een kwestie van het uitoefenen van een individueel recht, maar ook van het algemeen belang van het publiek om gemakkelijk toegang te hebben tot deze informatie.
  16. De Geschillenkamer wijst er in dit verband op dat dit de oefening is die de zoekmachine heeft uitgevoerd, waarbij zij op 5 oktober 2018 tot de conclusie is gekomen (punt 6) dat prioriteit moet worden gegeven aan de openbaarheid van de betrokken informatie.
  17. Zoals hierboven uiteengezet, heeft de klager zijn klacht ingetrokken nadat er een schikkingsovereenkomst met de verweerders was bereikt nadat de klager een beroep bij de GBA had ingesteld. De Geschillenkamer weet niets over de inhoud van deze overeenkomst en de voorwaarden waaronder deze terugtrekking heeft plaatsgevonden, in het bijzonder welke tegenprestatie eventueel is geleverd (financiële ?, overlegging van documenten door de klager waaruit blijkt dat bepaalde informatie lasterlijk of onjuist is ?). en zo ja, op welke gronden, nadat de klacht was ingediend bij de GBA, de balans van de rechten was omgeslagen ten gunste van de klager en niet ten gunste van het recht op openbare informatie in het algemeen belang. In dit opzicht is de Geschillenkamer gekant tegen elke praktijk die bestaat uit het onderhandelen over het intrekken van een klacht in ruil voor financiële compensatie.
  18. Bij gebrek aan inzage in de inhoud van de overeenkomst en de voorwaarden waaronder deze is verkregen, kan de Geschillenkamer niet anders dan vaststellen dat er geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die een nader onderzoek van deze grief in de klacht rechtvaardigen. Met andere woorden, de Geschillenkamer is van mening dat in dit geval het feit dat de klager haar op de hoogte heeft gesteld van zijn voornemen om zijn recht niet langer uit te oefenen - via de voornoemde conclusies van intrekking - het dossier heeft gezuiverd van de juridische kwesties met betrekking tot dit punt. Zoals hierboven uitgelegd, kan de Geschillenkamer in andere zaken van dit type tot een andere conclusie komen.
  19. Uit de klacht blijkt dat de klager ook een andere inbreuk op de AVG aan de kaak heeft gesteld. Meer in het bijzonder gaat het om het verwijt van de klager met betrekking tot het door de zoekmachine ter beschikking gestelde klachtenformulier waarin om verwijdering wordt verzocht, waardoor de rechten van de betrokkenen niet doeltreffend zouden kunnen worden uitgeoefend (punt 5). Beslissing ten gronde 592024 – 9/12
  20. De Geschillenkamer merkt op dat in de onderhavige zaak de vermeende schending van het genoemde formulier onlosmakelijk verbonden is met de uitoefening door de klager van zijn recht op verwijdering, een uitoefening waarvan hij afstand heeft gedaan en ten aanzien waarvan de Geschillenkamer heeft geconcludeerd dat er geen elementen waren die verder onderzoek van deze grief rechtvaardigden, ondanks de genoemde intrekking.
  21. Concluderend is de Geschillenkamer na bestudering van de zaak van oordeel dat deze, gelet op alle grieven waarover wordt geklaagd, niet behoort tot de categorie van gevallen waarin sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die rechtvaardigen dat de klacht niet wordt geseponeerd. Deze beslissing sluit niet uit dat de Geschillenkamer in een ander dossier een ander standpunt inneemt, bijvoorbeeld met betrekking tot het formulier. III. Wat betreft de corrigerende maatregelen en sancties
  22. Volgens artikel 100.1 van de WOG heeft de Geschillenkamer de bevoegdheid om: 1° een klacht te seponeren; 2° de buitenvervolgingstelling te bevelen; 3° een opschorting van de uitspraak te bevelen; 4° een schikking voor te stellen; 5° waarschuwingen en berispingen te formuleren; 6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen; 7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het veiligheidsprobleem; 8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of verboden; 9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht; 10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de kennisgeving ervan aan de ontvangers van de gegevens te bevelen; 11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen; 12° dwangsommen op te leggen; 13° administratieve geldboeten op te leggen; 14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere Staat of een internationale instelling te bevelen; 15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings te Brussel, dat haar in kennis stelt van het gevolg dat aan het dossier wordt gegeven; Beslissing ten gronde 592024 – 10/12 16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
  23. Bij een seponering moet de Geschillenkamer haar beslissing stapsgewijs motiveren en5: - een technisch sepot uitspreken indien het dossier geen of onvoldoende elementen bevat die tot een sanctie kunnen leiden of er een technische belemmering is waardoor geen beslissing kan worden genomen; - of een beleidssepot uitspreken indien, ondanks de aanwezigheid van elementen die tot een sanctie kunnen leiden, verder onderzoek van het dossier haar niet opportuun lijkt in het licht van de prioriteiten van de GBA, zoals uiteengezet en geïllustreerd in het Sepotbeleid van de Geschillenkamer
  24. Indien er meerdere gronden zijn voor het sepot (respectievelijk technisch of beleidssepot) dienen de sepotgronden in volgorde van belangrijkheid te worden genoteerd
  25. In deze zaak heeft de Geschillenkamer besloten om de zaak te seponeren op technische gronden op basis van artikel 100.1.1° van de WOG als gevolg van de intrekking van de klacht door de klager en de onmogelijkheid om enige schending aan te toenen die kan worden toegeschreven aan de verweerders. IV. Publicatie van de beslissing
  26. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de Geschillenkamer, wordt deze beslissing op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit gepubliceerd.
  27. De Geschillenkamer kan het verzoek van de partijen om deze beslissing niet te publiceren niet inwilligen.
  28. In overeenstemming met haar beleid inzake de publicatie van de beslissingen 8, publiceert de Geschillenkamer elk van haar beslissingen met het oog op het verzekeren van openbaarheid van bestuur, wat vereist is zowel krachtens haar taken als Gegevensbeschermingsautoriteit (artikel 57.10.b) en d), gelezen in samenhang met artikel 51 van de AVG) als krachtens haar hoedanigheid van administratieve autoriteit die onderworpen is aan de beginselen van behoorlijk bestuur. Het is in dit licht dat deze beslissing wordt gepubliceerd. In dit verband 5 Marktenhof (hof van beroep te Brussel). 2 september 2020, 2020/KB/329, p.
  29. 6 https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf. . 7 Sepotbeleid van de Geschillenkamer, 18/06/2021, punt 3 ("In welke gevallen zal mijn klacht waarschijnlijk worden geseponeerd door de Geschillenkamer?"), beschikbaar op https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf. 8 Cf. Beleid van de Geschillenkamer van de Autoriteit betreffende publicaties van beslissingen : https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/beleid-van-de-geschillenkamer-inzake-de-publicatie-van-debeslissingen.pdf Beslissing ten gronde 592024 – 11/12 zorgt de Geschillenkamer ervoor om haar beslissing tot publicatie onder te brengen in de rubriek "Publicatie" en niet in de rubriek "Corrigerende maatregelen en sancties".
  30. Deze publicatie heeft ook tot doel zichtbaarheid te geven aan het werk van de GBA (informatie- en bewustmakingsrol ten aanzien van bedrijven en burgers, met inbegrip van de pers), werk waarvoor de GBA publieke verantwoording moet afleggen (zowel aan politieke besluitvormers als aan het grote publiek). De onafhankelijke administratieve aard van de autoriteit en haar uitgebreide taken en bevoegdheden, rechtvaardigen dat zij openbare verantwoording moet afleggen over haar werk en dat zij aan eenieder een gemakkelijke en transparante toegang tot haar standpunten moet bieden. Tot slot is een van de taken van de Geschillenkamer het opbouwen van een coherente jurisprudentie. Daartoe, en om het geïnteresseerde publiek in staat te stellen er kennis van te nemen, is het van essentieel belang dat zij haar beslissingen publiceert, met inbegrip van de onderhavige beslissing. De anciënniteit van de zaak en het feit dat publicatie van deze beslissing nieuw licht zou kunnen werpen op de klager, die specifiek verzocht om de bovengenoemde persartikelen van de lijst te verwijderen, zijn argumenten waarmee de Geschillenkamer rekening heeft gehouden, niet door de beslissing niet te publiceren, maar door de directe identificatiegegevens van de klager weg te laten (zie hieronder) en, voor zover mogelijk en binnen de grenzen die zijn beschreven in haar Sepotbeleid door de indirecte identificatiegegevens van de klager weg te laten, gezien, specifiek in dit geval, de anciënniteit van de zaak en de intrekking van de klacht.
  31. Zoals in het bovengenoemde beleid wordt benadrukt, is, in tegenstelling tot de bekendmaking van de beslissing als een "sanctie", de kwestie van het identificeren van de partijen minder belangrijk in de context van bekendmaking met het oog op transparantie zoals in de onderhavige zaak. Het gewenste doel kan worden bereikt, ongeacht of de partijen nu wel of niet zijn geïdentificeerd. De Geschillenkamer wijst er niettemin op dat publicatie van de identificatiegegevens van rechtspersonen soms gerechtvaardigd is in het algemeen belang, vanwege de positie van de verantwoordelijke in de samenleving of het belang van de beslissing voor het algemene publiek.
  32. In dit verband is de Geschillenkamer van mening dat met de publicatie van de onderhavige beslissing met de identificatie van de verweerder verschillende doelstellingen worden nagestreefd. Ten eerste heeft het een doel van algemeen belang, gezien het belang van de Google-zoekmachine voor een zeer groot aantal internetgebruikers en het feit dat een zeer groot aantal mensen die in België wonen op de een of andere manier door die zoekmachine worden gereferentieerd. De Geschillenkamer acht het gepast om deze beslissing bekend te maken om internetgebruikers bewust te maken van hun rechten krachtens de AVG, zelfs als de zaak wordt geseponeerd. Als zodanig is de beslissing, zelfs als het alleen direct betrekking heeft op de klager (wiens identificatiegegevens niet worden gepubliceerd), ook

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.