1 JULI 1997. Koninklijk besluit tot wijziging, voor wat het Ministerie van Landsverdediging betreft, van het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling van de graden waa
§ 2
. De ambtenaren die titularis zijn van één van de graden geschrapt in artikel 1, § 5, en die hierna in de linkerkolom voorkomen, worden ambtshalve benoemd in één van de opgerichte graden die hierna in de rechterkolom voorkomen : Voor de raadpleging van de tabel,
§ 3
. De ambtenaren die krachtens §§ 1 en 2 benoemd zijn, behouden in hun nieuwe graad de graadanciënniteit welke verkregen was in de graad waarvan ze titularis waren. §
- Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van arbeider (rang 40) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van rangen 40 en 41 geacht verricht te zijn in de graad van rang
- §
- Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van geschoold arbeider (rang 42) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 42, 43 en 44 geacht verricht te zijn in de graad van rang
- §
- Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van vakman (rang 30) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 30, 32 en 34 geacht verricht te zijn in de graad van rang
- §
- Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van vakassistent (rang 20) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 21 en 22 geacht verricht te zijn in de graad van rang
- §
- Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van opperwerkmeester (rang 22) worden benoemd, worden de in aanrnerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rang 24 geacht verricht te zijn in de graad van rang
- §
- De door deze ambtenaren verkregen weddeanciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddeschaal. Art. 4.§
- De graad van vakassistent kan worden toegekend aan de geslaagden voor een vergelijkend wervingsexamen of voor een vergelijkend examen voor overgang naar het hogere niveau. §
- De vakassistent die slaagt in het examen voor verhoging in weddeschaal, waarvan de nadere regels inzake organisatie worden vastgesteld door de vaste wervingssecretaris, na advies van de Minister van Landsverdediging, verkrijgt de weddeschaal 20 E. Art. 5.§
- De rijksambtenaar die geslaagd is voor een vergelijkend examen voor overgang dat georganiseerd of in uitvoering is op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, voor één van de bij dit besluit geschrapte graden, behoudt zijn aanspraken op benoeming in de overeenkomstige graad die opgenomen is in de rechterkolom van de art. 3, §§ 1 en 2, of 6 van dit besluit. §
- De rijksambtenaar die geslaagd is voor een examen voor verhoging in de graad van werkmeester LV (rang 22), dat georganiseerd of in uitvoering is op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, wordt beschouwd als zijnde geslaagd voor het examen voor verhoging in weddeschaal bedoeld in artikel 4, § 2 van dit besluit. §
- In afwijking van art. 33, § 2, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de beoordeling en de loopbaan van het Rijkspersoneel wordt de bevordering door verhoging in graad tot de graad van opperwerkmeester (rang 22) toegekend in de volgende orde : 1° aan de kandidaat met de beste beoordeling;2° tussen kandidaten met dezelfde beoordeling, aan de kandidaat die titularis was van de graad van werkmeester LV (rang 22) geschrapt door art.1, § 4, van dit besluit en die de grootste graadanciënniteit heeft in de graad van vakassistent (rang 20) sinds de datum van zijn benoeming tot de geschrapte graad van rang
- 3° tussen in 2° bedoelde kandidaten met dezelfde graadanciënniteit sinds de in 2° bedoelde datum, aan de kandidaat met de grootste graadanciënniteit in de graad van vakassistent (rang 20) sinds de datum van het proces-verbaal dat het slagen vaststelt voor het examen voor verhoging in graad gelijkgesteld met het examen voor verhoging in weddeschaal op grond van artikel 5 § 2 van dit besluit.4° tussen in 2° bedoelde kandidaten met dezelfde graadanciënniteit sinds de in 3° bedoelde datum, aan de kandidaat die het best gerangschikt is volgens de bepalingen die gelden inzake rangschikking van het riJkspersoneel.5° tussen kandidaten met dezelfde beoordeling en die niet bedoeld zijn in 2°, aan de kandidaat met de grootste graadanciënniteit in de graad van vakassistent, (rang 20) sinds de datum van het proces-verbaal dat het slagen vaststelt voor het examen voor verhoging in weddeschaal bepaald in artikel 4, § 2 van dit besluit of het ermee gelijkgestelde examen voor verhoging in graad op grond van artikel 5, § 2 van dit besluit.6° tussen in 5° bedoelde kandidaten met dezelfde graadancienniteit sinds de in 5° bedoelde datum, aan de kandidaat die het best gerangschikt is volgens de bepalingen die gelden inzake rangschikking van het rijkspersoneel. Art. 6.§
- In afwijking van artikel 43 van het koninklijk besluit van 14 september 1994 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 2, 3 en 4 worden de ambtenaren die, op 1 januari 1994 titularis waren van één van de graden die vermeld zijn in de linkerkolom, ambtshalve benoemd in de graden die in de rechterkolom voorkomen : Voor de raadpleging van de tabel,
§ 2
. In afwijking van artikels 47 en 53 van hetzelfde koninklijk besluit, worden de ambtenaren, die op 1 januari 1994 titularis waren van één van de hierna vermelde graden, ambtshalve benoemd tot de graad van technisch adjunct (rang 30) : - adjunct-werkopzichter; - adjunct-tekenaar; - werkopzichter; - adjunct-tekenaar le klasse; - eerste werkopzichter; - eerste adjunct-tekenaar. §
- De ambtenaren die krachtens §§ 1 en 2 benoemd zijn, behouden in hun nieuwe graad de graadanciënniteit welke verkregen was in de graad waarvan ze titularis waren. §
- Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van technisch adjunct (rang 30) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 34, 33, 32 en 30 geacht verricht te zijn in de graad van rang
- §
- Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van technisch assistent (rang 20) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 23 en 22 geacht verricht te zijn in de graad van rang
- §
- Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van eerstaanwezend technisch assistent (rang 22) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van rang 24 geacht verricht te zijn in de graad van rang
- §
- De door deze ambtenaren verkregen weddeanciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddeschaal. Art. 7.Dit besluit treedt in werking op dezelfde datum van het koninklijk besluit van 16 juni 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/06/1997 pub. 27/06/1997 numac 1997007116 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Landsverdediging sluiten tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Landsverdediging, behalve voor de artikelen : 1, §§ 2 en 4; 2, §§ 2, 3 en 5; 3, §§ 1, 3, 4, 5, 6 en 9; 5, § 1, en 6 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 1994 en voor artikel 1, § 1, dat uitwerking heeft met ingang van 1 juli
- Art. 8.§
- Alle bestuurshandelingen gesteld ten aanzien van de ambtenaren bedoeld in dit besluit die werden verricht tussen 1 januari 1994 en de datum van bekendmaking van dit besluit, worden geacht te zijn voltrokken met toepassing van dit besluit. §
- De procedures inzake bevordering, verandering van graad of oppensioenstelling die aan de gang zijn op de datum van bekendmaking van dit besluit, voor de erin bedoelde ambtenaren, worden verder gezet op grond van de in het genoemde besluit vervatte bepalingen. Art. 9.Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 1 juli
- ALBERT Van Koningswege : De Minister van Landsverdediging, J.P. PONCELET