itiatieven te nemen door de in het paritair comité vertegenwoordigde organisaties, met het oog op de sociale en beroepsopleiding zoals zij door de raad van beheer van het fonds worden omschreven.» 3° het verrichten van de betaling van de aanvullende vergoeding in het kader van het conventioneel brugpensioen voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 1995, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf evenals van de bijzondere werkgeversbijdragen, bepaald bij artikel 268 van de programmawet van 22 december 1989, bij artikel 141 van de wet houdende sociale bepalingen van 29 december 1990 en bij de wet van 1995 houdende maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling;4° het innen van de bijdragen nodig voor de werking van het fonds;5° het uitkeren
punt 1° bedoelde toelagen en de terugbetaling
punt 2° bedoelde initiatieven;6° het uitkeren van de bijdrage, bedoeld bij artikel 14, § 2 van deze statuten, tot stijving van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor het kleding- en confectiebedrijf", opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 april 1981, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid voor het kleding- en confectiebedrijf en vaststelling van zijn statuten;7° het uitkeren van de vergoeding, voorzien bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 1991 betreffende een bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid;8° het uitkeren van de vergoeding, voorzien bij de artikelen 3 en 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 1995 houdende maatregelen ten voordele van de werkgelegenheid en de vorming;9° de uitkering van de bijdrage betaald overeenkomstig artikel 14, § 3 van deze statuten, ter financiering van het "Instituut voor Vorming en Onderzoek in de Confectie" en ter uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 1995 houdende maatregelen ten voordele van de werkgelegenheid en de vorming;10° het financieren van de codex houdende de collectieve arbeidsovereenkomsten, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf.» Art. 3.Artikel 14, § 2 van dezelfde statuten wordt door de volgende bepalingen vervangen : « § 2. Ter uitvoering van artikel 3, 6° van deze statuten maakt het fonds, onmiddellijk na ontvangst
van dit artikel bedoelde bijdragen, aan het "Fonds voor bestaanszekerheid voor het kleding- en confectiebedrijf" een als volgt vastgesteld bedrag over : - van 1 juli 1993 tot 30 september 1995 : 0,53 pct.
van dit artikel bedoelde bijdragen; - van 1 oktober 1995 tot 30 juni 1996 : 0,45 pct.
van dit artikel bedoelde bijdragen; - van 1 juli 1996 tot 30 juni 1997 : 0,44 pct.
» Art. 4.Artikel 14, § 3 van dezelfde statuten wordt gewijzigd als volgt : « § 3. Ter uitvoering van artikel 3, 9° van deze statuten maakt het fonds, onmiddellijk na ontvangst
van dit artikel bedoelde bijdragen, aan het "Instituut voor Vorming en Onderzoek in de Confectie (IVOC)" een als volgt vastgesteld bedrag over : - van 1 juli 1993 tot 30 september 1995 : 7,89 pct.
van dit artikel bedoelde bijdragen; - van 1 oktober 1995 tot 30 juni 1996 : 6,82 pct.
van dit artikel bedoelde bijdragen; - van 1 juli 1996 tot 30 juni 1997 : 6,67 pct.
» Art. 5.Artikel 15 van dezelfde statuten wordt door de volgende bepalingen vervangen : « Art. 15.§
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.