24 SEPTEMBER 1997. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen
§ 1
is voor de eerste maal verschuldigd bij het afgeven van het eerste bewijs van luchtvaart- exploitant en vervolgens op 1 juni van elk jaar. De vergoedingen Bi,
§ 1
zijn elk jaar op 1 juni verschuldigd voor de luchtvaartuigen die op deze datum vermeld staan op het in België afgeleverd bewijs van luchtvaartexploitant. § 3. Voor de luchtvaartuigen die niet voorkomen op het bewijs van luchtvaartexploitant op 1 juni, zijn de Bi vergoedingen,
§ 1
, verschuldigd op de inschrijvingsdatum van deze luchtvaartuigen op een bewijs van luchtvaartexploitant. In dit geval, worden de vergoedingen Bi berekend pro rata van het aantal maanden dat nog rest vóór de eerstvolgende 1 juni. Voor het berekenen van de vergoeding wordt elk gedeelte van een maand voor een volle maand gerekend. § 4. Wanneer de exploitant voorziet dat een luchtvaartuig i zal voorkomen op zijn bewijs van luchtvaartexploitant voor een periode eindigend vóór de eerstvolgende 1 juni, zal hij dit mededelen aan de Dienst Operaties van het Bestuur van de Luchtvaart en zal hij de overeenkomstige vergoeding Bi,
§ 1
, betalen pro rata van het aantal maanden gedurende dewelke het luchtvaartuig i zal voorkomen op het bewijs van luchtvaartexploitant. Voor het berekenen van de vergoeding wordt elk gedeelte van een maand voor een volle maand gerekend. § 5. Op 1 juni van elk jaar geeft de vergoeding Bi,
§ 1
, voor de luchtvaartuigen die niet op deze 1 juni voorkomen op het bewijs van luchtvaartexploitant van éénzelfde exploitant, aanleiding tot een aanpassing. De vergoeding Bi wordt berekend pro rata van het aantal maanden gedurende dewelke het luchtvaartuig voorkwam op het bewijs van luchtvaartexploitant en leidt, in voorkomend geval, tot een terugbetaling. Voor het berekenen van de vergoeding wordt elk gedeelte van een maand voor een volle maand gerekend. §
- De vergoeding Bi is niet verschuldigd voor een luchtvaartuig dat tijdelijk een ander luchtvaartuig heeft vervangen, dat geïmmobiliseerd is geweest voor een onderhoud of als gevolg van een ongeval of een incident, voor zover de maximum toegelaten massa bij opstijging van het vervangende luchtvaartuig met niet meer dan 10 % de maximum toegelaten massa van het te vervangen luchtvaartuig overtreft. §
- De houder van een bewijs van luchtvaartexploitant die een vergoeding A van vijfentwintigduizend frank betaald heeft, overeenkomstig § 1 van dit artikel, zal een aanvullende vergoeding van vijfendertigduizend frank dienen te betalen indien een luchtvaartuig met een capaciteit van meer dan 19 passagierszetels of met een maximum toegelaten massa van meer dan 9.000 kg bij het opstijgen is ingeschreven op zijn bewijs van luchtvaartexploitant. Dit supplement dient betaald op het ogenblik van de wijziging van het bewijs van luchtvaartexploitant. De vergoeding A blijft volledig verworven door de Schatkist, zelfs bij stopzetting van de activiteiten door de aanvrager om welke reden ook, of bij vermindering van capaciteit vóór de volgende vervaldag. Art. 9.Onverminderd de andere vergoedingen die met toepassing van dit besluit verschuldigd zijn, bedraagt de vergoeding die verschuldigd is voor het onderzoek van de dossiers over de afgifte van een bewijs van luchtvaartexploitant, dienende om een exploitatievergunning voor luchtvervoer te verkrijgen, honderdduizend frank. Luchtvaartbeveiliging Art. 10.§
- De vergoeding voor de inspecties op de naleving van de luchtvaartbeveiligingsvoorschriften evenals voor de opleidingsprogramma's luchtvaartbeveiliging verstrekt door het Bestuur van de Luchtvaart aan personeelsleden van de luchtvaartexploitanten, met uitzondering van het veiligheidspersoneel, wordt bepaald volgens de volgende formule voor elk luchtvaartuig dat voorkomt in een machtiging of een exploitatievergunning voor commercieel luchtvervoer : Voor de raadpleging van de formule, zie beeld waarin Z gelijk is aan de massa van het luchtvaartuig uitgedrukt in kilogram. Vanaf 1 oktober 1998 wordt de formule : Voor de raadpleging van de formule, zie beeld De aldus berekende vergoeding is jaarlijks verschuldigd en dekt het geheel van de uitgevoerde inspecties en opleidingsprogramma's gedurende de daaropvolgende periode van 12 maanden. §
- De in § 1 voorziene vergoeding is verschuldigd op 1 oktober van elk jaar voor de luchtvaartuigen die op die datum voorkomen op een exploitatievergunning voor geregeld of niet geregeld luchtvervoer met uitzondering van luchttaxi. §
- De in § 1 voorziene vergoeding is verschuldigd op de datum van inschrijving van het luchtvaartuig op een exploitatievergunning voor geregeld of niet geregeld luchtvervoer met uitzondering van luchttaxi, indien het gaat om een datum na 1 oktober. In dit geval wordt de vergoeding berekend pro rata van het aantal maanden dat nog rest vóór de eerstvolgende 1 oktober. Voor het berekenen van de vergoeding wordt elk gedeelte van een maand voor een volle maand gerekend. §
- Op 1 oktober van elk jaar wordt de in § 1 van dit artikel voorziene vergoeding aangepast voor de luchtvaartuigen die niet meer voorkomen op een exploitatievergunning voor geregeld of niet geregeld luchtvervoer, met uitzondering van luchttaxi van éénzelfde exploitant. De vergoeding wordt berekend pro rata van het aantal maanden gedurende dewelke het luchtvaartuig is voorgekomen op voornoemde exploitatievergunning en leidt in voorkomend geval tot een terugbetaling. Voor het berekenen van de vergoeding wordt elk gedeelte van een maand voor een volle maand berekend. §
- De vergoeding is niet verschuldigd voor een luchtvaartuig dat tijdelijk een ander luchtvaartuig heeft vervangen, dat geïmmobiliseerd is geweest voor een onderhoud of als gevolg van een ongeval of een incident. §
- De vergoeding voor de opleidingsprogramma's luchtvaartbeveiliging voor het veiligheidspersoneel niet behorend tot luchtvaartexploitanten bedraagt tweehonderd frank per lesuur per persoon. §
- De vergoeding voor de deelname aan de bekwaamheids- of specialisatieproeven luchtvaartbeveiliging bedraagt duizend vijfhonderd frank per theoretische proef §
- De vergoeding voor de deelname aan de bekwaamheids- of specialisatieproeven voor luchtvaartbeveiliging bedraagt drieduizend frank per praktisch examen op simulator per kandidaat. §
- De vergoeding voor het afgeven of voor het vernieuwen van een erkenning van het beveiligingsprogramma van luchtvrachtverzender bedraagt tienduizend frank per jaar. Heffing Art. 11.§
- De vergoedingen worden geheven door het Bestuur van de Luchtvaart. Zij worden gestort aan de Rekenplichtige van de Ontvangsten van het Bestuur van de Luchtvaart. §
- De betaling moet de uitvoering van de prestaties waarop zij betrekking heeft voorafgaan behalve voor de vergoedingen waarvan het bedrag berekend wordt volgens de prestatie en voor de krachtens artikelen 8 en 10 verschuldigde vergoedingen. Voor de vergoeding voorzien in artikel 1, 6° moet het betalingsbewijs worden ingediend samen met de aanvraag tot reservering. Voor de bij artikel 3, § 1, 5° voorziene vergoedingen dient het bewijs van betaling ingediend te worden samen met de geldige aanvraag tot inschrijving tot de corresponderende examenzittijden. Voor de vergoeding voorzien in artikel 3, § 7 moet het betalingsbewijs worden ingediend samen met de aanvraag tot beroep. De vergoedingen verschuldigd voor het behoud van een exploitatievergunning krachtens artikel 7, § 1, 1°, 2° en 3°, moeten voor 1 oktober van elk lopend jaar betaald zijn. De vergoedingen verschuldigd krachtens de artikelen 8 en 10 moeten binnen de 60 dagen volgend op de datum waarop zij verschuldigd zijn betaald worden. Voor de vergoeding voorzien in de artikel 9 moet het bewijs van betaling bijgevoegd worden bij de aanvraag van het bewijs van luchtvaartexploitant. §
- De vergoedingen voor de proeven in artikel 3, § 1, 6° worden onderverdeeld in functie van het aantal aangeduide examinatoren. §
- De Minister of de Directeur-generaal van het Bestuur van de Luchtvaart kan de maandelijkse betaling bij vervallen termijn toelaten en hij kan een provisie opleggen voor de vergoedingen die afhangen van de prestatie en voor de vergoedingen verschuldigd krachtens artikel 7, § 1, 1°, 2° en 3° en de artikelen 8 en
- §
- Voor een vergoeding waarvan het bedrag afhangt van de prestatie wordt duizend vijfhonderd frank per uur werk van een ambtenaar aangerekend. Elk uur waarin meer dan 15 minuten is gewerkt wordt als een werkuur beschouwd. §
- De vergoedingen die als grondslag de massa van het luchtvaartuig en het vermogen of de stuwkracht van de motoren hebben, worden berekend volgens de hoogst toegelaten grenswaarden bij de opstijging die vermeld staan op het bewijs van luchtwaardigheid of elk daarbij horend document. Wanneer de massa in ponden wordt uitgedrukt op het bewijs van luchtwaardigheid wordt 0,4536 als omzettingsfactor gebruikt. De waarden worden afgerond naar het lagere honderdtal tot en met 50 kg en daarboven naar het hoger honderdtal. §
- Onverminderd de aanpassingen voorzien in de artikelen 8, § 5, 10, § 4, en 14 van dit besluit blijft de vergoeding in alle gevallen verworven door de Schatkist indien de verrichting waarvoor de vergoeding verschuldigd is, werd uitgevoerd, zelfs indien de activiteiten die de aanvrager had gepland en waarvoor de verrichting was aangevraagd niet hebben plaatsgevonden. De vergoeding mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan diegene waarvoor ze werd betaald. §
- Wanneer de verrichting om een niet aan het overheidsbestuur te wijten reden niet is uitgevoerd, inzonderheid wanneer de afgesproken data niet zijn gerespecteerd, is voor de uitvoering ervan op een latere datum een nieuwe vergoeding verschuldigd. De vergoeding wordt alleen dan aan de aanvrager terugbetaald als deze binnen de gestelde termijnen verklaart van de verrichting af te zien. §
- De vergoeding die werd betaald met het oog op deelname aan de in artikel 3, § 1, 5° en artikel 10, § 7 voorziene examens, wordt slechts terugbetaald indien de aanvraag tot inschrijving niet wordt aanvaard. De terugbetaling dient schriftelijk te worden aangevraagd. §
- Indien de in dit besluit bedoelde controles, inspecties, opleidingsprogramma's of examens buitengewone kosten veroorzaken, zoals verplaatsingen naar en werkzaamheden in het buitenland, worden deze kosten slechts gedaan als de aanvrager zich ertoe verbonden heeft ze te zijnen laste te nemen. Deze kosten zijn in ieder geval verschuldigd zodra zij werden gemaakt. Art. 12.Er wordt geen vergoeding geheven : 1° voor de controle van de eisen waaraan moet worden voldaan inzake geschiktheid tot vliegen van een luchtvaartuig, die wordt uigevoerd door de ambtenaren die zijn aangewezen door de Minister, indien deze controle ten gevolge van een wijziging van deze eisen noodzakelijk is;2° voor de krachtens artikel 37 van het koninklijk besluit van 15 maart 1954 tot regeling der luchtvaart opgelegde examens;3° ten laste van de ambtenaren van het Bestuur van de Luchtvaart voor de deelname aan de examens tot het bekomen van de vergunningen en bevoegdverklaringen van lid van het stuurpersoneel van een luchtvaartuig, van de toelatingen tot het besturen van een ultralicht motorluchtvaartuig of tot het uitoefenen van een functie van monitor van ULM of van DPM, alsook voor de afgifte of de vernieuwing van deze vergunningen, bevoegdverklaringen en toelatingen. Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen Art. 13.Het koninklijk besluit van 9 maart 1995Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/03/1995 pub. 06/03/2025 numac 2025001008 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid van en de rechtshulp aan militairen en de vergoeding van de door hen opgelopen schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van zekere openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen, wordt opgeheven. Art. 14.De vergoedingen die eventueel zouden betaald zijn voor de jaren 1996 en 1997 krachtens artikel 7, § 1, 3° van het koninklijk besluit van 9 maart 1995Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/03/1995 pub. 06/03/2025 numac 2025001008 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid van en de rechtshulp aan militairen en de vergoeding van de door hen opgelopen schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van zekere openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen, worden in mindering gebracht van de krachtens artikel 7, § 1, 3° van dit besluit verschuldigde vergoeding. Art. 15.Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de eerste maand volgend op die gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. Art. 16.Onze Minister van Vervoer is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 24 september
- ALBERT Van Koningswege : De Minister van Vervoer, M. DAERDEN