← België

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 maart 1995 betreffende het opzetten en exploiteren van GSM-mobilofoonnetten

LAG AAN DE KONING Sire, Het koninklijk besluit van 7 maart 1995 betreffende het opzetten en de exploitatie van GSM-mobilofonienetten ("Global System for Mobile communications") die werken

de 900 MHz frequentie-band, heeft het lastenboek toepasselijk op de operatoren van GSM-mobilofonienetten en de selectieprocedure voor een tweede dergelijke operator bepaald. Dit koninklijk besluit is gebaseerd op de wet van 12 december 1994, welke de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven wijzigt, waardoor het voorbehouden van de mobilofoniediensten voor het economische overheidsbedrijf werd opgeheven en die een artikel 89, § 2bis, heeft toegevoegd om als grondslag te dienen voor het opstellen van lastenboeken specifiek voor de mobilofonie. Op grond van dit koninklijk besluit werd de selectieprocedure voor een tweede GSM-operator

België georganiseerd : de onderneming MOBISTAR werd gekozen, heeft zijn vergunning op 27 november 1995 ontvangen en heeft zijn dienst commerciëel geopend op 27 augustus

  1. De eerste operator BELGACOM MOBILE, dochteronderneming van het autonome overheidsbedrijf BELGACOM en welke een GSM-netwerk uitbaat onder de commerciële naam PROXIMUS heeft trouwens eveneens een vegunning ontvangen op 2 juli
  2. Als gevolg van richtlijn 96/2/EG van de Europese Commissie van 16 januari 1996 betreffende de mobiele en persoonlijke communicaties welke richtlijn 90/388/EEG van de Commissie van 28 juni 1990 betreffende de mededinging op de telecommunicatiemarkten wijzigt, zal dit jaar een selectieprocedure worden georganiseerd voor een derde mobilofonieoperator welke de DCS-1800-variante ("Digital Cellular System") van het GSM-systeem

de 1800 MHz-band gebruikt. Een koninklijk besluit zal het lastenboek en de selectieprocedure voor deze nieuwe operator vastleggen op grond van artikel 89, § 2bis, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten. Gelijklopend met dit koninklijk besluit betreffende het DCS-1800 mobilofonie-systeem, viseert dit koninklijke besluit diverse aanpassingen aan te brengen aan het koninklijk besluit van 7 maart 1995 betreffende het GSM-systeem wegens de volgende redenen : 1° sommige bepalingen van het besluit van 7 maart 1995 zijn niet meer conform het nieuwe reglementaire kader, met name hetzij de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten, hetzij het van toepassing zijnde communautaire recht,

het bijzonder de richtlijn 96/2/EG van 16 januari 1996;2° sommige aanpassingen zijn nodig rekening houdend met de opgedane ervaring bij de

werking stelling van het tweede GSM-netwerk en de noodzaak zo goed mogelijk, met een zorg voor niet-discriminatie, de toepasselijke voorwaarden voor de mobilofonie-operatoren van GSM op 900 MHz en DCS-1800 op 1800 MHz, op elkaar af te stemmen;3° sommige bepalingen beogen een zekere samenwerking aan te moedigen tussen de verschillende mobilofonie-operatoren, met respect voor de concurrentieregels,

het bijzonder de mogelijkheid van het gezamenlijk gebruik van antennesites tengevolge beperkingen van ruimtelijke ordening. Commentaar artikel per artikel Artikel 1 brengt meerdere wijzigingen en toevoegingen aan

de definities

artikel 1 met het oog op het beter weergeven van sommige begrippen. Artikel 2, 1° en 2°, heft

artikel 2, § 2, de verplichting op dat de

terconnectie tussen een GSM-net en andere telecommunicatie-netten dient te geschieden via het openbaar geschakeld net van BELGACOM teneinde overeen te stemmen met het nieuwe artikel 3quinquies van de richtlijn 90/388/EEG toegevoegd door artikel 1 van de richtlijn 96/2/EG. Artikel 2, 3°, heft het artikel 3, § 3, op welke beperkingen aan de GSM-operatoren oplegde die onverenigbaar zijn met het nieuwe reglementaire kader en voegt een nieuwe § 3 toe aan artikel 2 betreffende het aanbieden van bijkomende diensten voorzien

de GSM-norm. Het spreekt vanzelf dat de verleende vergunningen krachtens dit besluit

geen geval afbreuk doen aan de rechten van de betrokken operatoren om elke andere telecommunicatiedienst aan te bieden overeenkomstig en binnen de grenzen bepaald door het van toepassing zijnde reglementaire kader. Artikel 3 brengt de bepaling van artikel 3, § 1, betreffende de

formatieplicht opgelegd aan de operator

geval van wijziging van de structuur of de controle over het kapitaal

overeenstemming met de vergelijkbare bepaling van het koninklijk besluit betreffende het DCS-1800. Artikel 4 heft de beperking op opgelegd door artikel 4, § 3, betreffende het mogelijk aanbieden van een semafoondienst door de GSM-netten daar deze dienst geen deel meer uitmaakt van de voor BELGACOM gereserveerde diensten

toepassing van het koninklijk besluit van 28 oktober 1996 tot omzetting van de verplichtingen die,

zake de vrije mededinging op de markten voor telecommunica-tiediensten, voortvloeien uit de van kracht zijnde richtlijnen van de Commissie van de Europese Gemeenschap. Artikel 5 preciseert

artikel 5, § 1, de wijze van evalueren van de doelstellingen van de dekking van de bevolking door de GSM-netten vertrekkende van de demografische gegevens van het Nationaal

stituut voor Statistiek. Artikel 6 voegt een § 5 toe

artikel 7 met de bedoeling

de toegangsmodaliteiten voor de GSM-operatoren op 900 MHz tot de DCS-1800-technologie op 1800 MHz te voorzien. Deze toegang zal niet toegelaten zijn vooraleer de derde mobilofonie-operator die het DCS-1800-systeem gebruikt, toegelaten is de "uitbreidingsbanden" van het GSM-systeem op 900 MHz te gebruiken, en dit uit zorg voor wederkerigheid en niet-discriminatie. Onder toelating de uitbreidingsbanden te gebruiken moet

de vorige zin het officieel medegedeelde akkoord de betrokken frequenties te gebruiken door het

stituut aan de DCS-1800-operator begrepen worden, onafhankelijk van de daadwerkelijke beslissing van deze operator een netwerk op deze frequenties op te zetten. De limiet voor het aantal radio-elektrische kanalen waarover de GSM-operatoren op 1800 MHz kunnen beschikken is op zulke wijze vastgelegd dat alle mobilofonie-operatoren op termijn, onder voorbehoud van de werkelijke noodzaak alle voorziene frequenties te verkrijgen, over dezelfde bandbreedte kunnen beschikken op 900 MHz en op 1800 Mhz. Artikel 7 vervangt volledig artikel 8 betreffende de antennesites teneinde het gezamenlijk gebruik van deze sites aan te moedigen

die gevallen waar een mobilofonie-operator niet toe komt de vereiste vergunningen te bekomen om een antennestation

een zekere zone op te richten : het gezamenlijk gebruik wordt dan aan de andere mobilofonie-operatoren opgelegd, met daarin begrepen de aandeelhouders ervan. Deze verplichting tot gezamenlijk gebruik betreft zowel de GSM-operatoren die krachtens dit besluit gemachtigd worden als de DCS-1800-mobilofonieoperatoren die op grond van het koninklijk besluit van 24 oktober 1997 gemachtigd zijn.

dit nieuwe artikel 8 is het begrip eigendom van toepassing op de eigenlijke antennesteun (toren, pyloon,enz.), zelfs

het geval dat de operator het terrein huurt waarop deze steun is opgericht. De gevraagde huur door de mobilofonie-operator eigenaar van de antennesteun moet gebaseerd zijn op de werkelijke en objectieve kosten die de materiële

vesteringen, de kosten van onderhoud en huur (bijvoorbeeld van het terrein) dekken. De kosten verbonden aan het opzoekings- en verwervingsproces van de sites worden uitgesloten.

dien zekere redelijke aanpassingswerken nodig zijn voor het gezamenlijk gebruik van de site kan de operator, eigenaar van deze, zich er niet tegen verzetten maar heeft hij vanzelfsprekend het recht de kosten overeenkomend met de werken te laten vergoeden. Artikel 8 vervolledigt artikel 10 wat het beheer van het nummerings-plan betreft rekening houdend met de evolutie op dat domein. Artikel 9 vervangt volledig artikel 11 wat de

terconnectie-modaliteiten met andere telecommunicatienetwerken betreft. Deze nieuwe bepalingen komen overeen met de evolutie van het van toepassing zijnde reglementaire kader zowel op Belgisch als op Europees vlak. Artikel 11, § 3, is specifiek voor de

terconnectie van het net van de GSM-operator met de netwerken van de operatoren waarvan ver-klaard wordt dat ze een aanmerkelijke macht op de markt hebben, met name BELGACOM. Het concept van een aanmerkelijke macht op de markt,

gevoerd

het communautaire recht, zal door het

stituut geïnterpreteerd worden

functie van de ervaring zowel

België als

het buitenland. Artikel 10 neemt volledig de plaats

van het oude artikel 12 betreffende de transmissie-

frastructuur van de GSM-operatoren. De vroeger opgelegde verplichting van een beroep te doen op gehuurde circuits geleverd door BELGACOM wordt opgeheven overeenkomstig alsmede artikel 92, § 2, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten, toegevoegd door het koninklijk besluit van 28 oktober 1996, alsmede het artikel 3quater van richtlijn 90/388/EEG toegevoegd door het eerste artikel van richtlijn 96/2/EG. Bijgevolg zijn de verbindingen die bestemd zijn om de verschillende bestanddelen van het mobilofonie-net van de operator onderling op elkaar aan te sluiten en die enkel gebruikt worden om het verkeer van zijn mobilofonie-net en de andere

lichtingen nodig voor de uitbating van zijn net over te brengen krachtens dit besluit toegelaten. De onderlinge verbindingen welke gedeeltelijk worden gebruikt met het oog op het leveren van andere aan het publiek aangeboden telecommunicatiediensten zijn onderworpen aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 oktober 1996 betreffende de voorwaarden waaronder mag worden afgeweken van artikel 92, § 1, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. Het nieuwe artikel 12, § 1, is van toepassing op de levering van circuits door de huurlijnenoperatoren waarvan verklaard wordt dat ze een aanmerkelijke macht op de markt hebben. De voorziene bepalingen hebben tot doel de operator een aangemeten kwaliteitsdienst te garanderen, met name wat betreft de realisatietermijnen, er nochtans op toeziend dat de operator die de huurlijnendienst aanbiedt

staat is de levering van de gevraagde lijnen behoorlijk te plannen. Deze bepalingen op het vlak van leveringstermijn houden rekening met het beheerscontract van BELGACOM bepaald

het koninklijk besluit van 19 augustus 1992. Het concept van een aanmerkelijke macht op de markt,

gevoerd

het communautaire recht, zal door het

stituut worden geïnterpre-teerd

functie van de ervaring zowel

België als het buitenland. Artikel 11, 1°, vervolledigt artikel 13, § 1, door bepaalde commerciële verplichtingen opgelegd aan de operatoren van GSM-netten, meer

het bijzonder wat de niet-discriminatie van gebruikers betreft, tot eventuele service providers uit te breiden. De punten 2° tot 5° van artikel 11 passen aan en vervolledigen het artikel 13 aangaande de commercialisering van diensten rekening houdend met de verworven ervaring op de Belgische markt en de evolutie van het van toepassing zijnde reglementaire kader. Artikel 11, 6°, betreft de even-tuele publicatie

de universele telefoongids van

lichtingen betreffende de abonnees van GSM-operatoren overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit betreffende de universele telefoongids en andere telefoongidsen. Artikel 12 vervolledigt artikel 14 betreffende het concessierecht dat reeds werd betaald door de twee GSM-operatoren. Artikel 13 past artikel 15 betreffende de retributies verschuldigd aan het

stituut aan, rekening houdende met de van toepassing zijnde reglementering op het vlak van het beheer van het nummeringsplan. Artikel 14 voegt een nieuw artikel 15bis toe aan het koninklijk besluit dat

de eventuele bijdrage voorziet van de GSM-operatoren aan het fonds voor de universele dienstverlening van de telecommunicatie overeenkomstig de nieuwe bepalingen terzake. Artikel 15, 1° en 2°, preciseert

artikel 16 de draagwijdte van de vereiste samenwerking tussen de GSM-operatoren en de hulpdiensten

België. De bepalingen van artikel 16 van het koninklijk besluit met betrekking tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer kunnen geen hindernis vormen voor het sluiten van de nodige overeen-komsten tussen de operator en de hulpdiensten

België om deze laatste toe te laten met een zo groot mogelijke doeltreffendheid tussen te kunnen komen. Artikel 15, 3°, betreft sommige aspecten van de relatie tussen de operator en zijn abonnees overeenkomstig richtlijn 97/13/EG betreffende de algemene machtigingen en

dividuele vergunningen. Artikel 16 vervolledigt

artikel 18, § 2, de lijst van de door de GSM-operatoren aan het

stituut te leveren

lichtingen voor statistische doeleinden. Artikel 17 wijzigt de modaliteiten van eventuele boeten om deze

overeenstemming te brengen met de vergunning verleend aan de twee GSM-operatoren en de bepalingen betreffende de DCS-1800-operatoren. Artikel 18 heft drie bijlagen op die voorbijgestreefd zijn. Antwoord en commentaar op het advies van de Raad van State De gevraagde aanpassingen

de

leiding zijn uitgevoerd.

artikel 1 zijn, wegens het ontbreken van precieze opmerkingen over de definities, geen wijzigingen aangebracht. De paragrafen 2, 3, 4 en 5 van artikel 9 met betrekking tot de antennesites zijn gewijzigd : het recht van de GSM-operator om de antennesites met andere mobilofoonoperatoren te delen is vervangen door een verplichting ten aanzien van andere mobilofoonoperatoren.

verband met de schijnbare tegenstrijdigheid

hetzelfde artikel waarop de Raad van State gewezen heeft, moet worden bevestigd dat de verplichting tot gezamenlijk gebruik van de antennesites enkel maar wordt opgelegd

dien een mobilofoonoperator er niet

slaagt de vereiste vergunningen

een bepaalde zone te bekomen om een basisstation op te richten dat nodig is voor zijn net. De verwijzing naar het koninklijk besluit voor de regeling van de termijnen en principes die van toepassing zijn op de commerciële onderhandelingen met het oog op het sluiten van

terconnectieak-koorden slaat enkel op artikel 9 en niet op artikel 10, dat betrekking heeft op huurlijnen.

artikel 11 tot wijziging van artikel 13, is de tariefovereenkomst, overeenkomstig het Verslag aan de Koning, nodig om de overheid de mogelijkheid te bieden na te gaan of de geselecteerde operator wel degelijk algemeen zijn verbintenissen

zake tarieven nakomt en dit rekening houdend met het feit dat het daarbij gaat om een criterium op grond waarvan de operator gekozen is. Die overeenkomst maakt deel uit van de beginselen

zake vaststelling van tarieven

de zin van punt j) van artikel 89, § 2bis van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten. Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Telecommunicatie, E. DI RUPO ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, vierde Kamer, op 16 september 1997 door de Minister van Telecommunicatie verzocht hem, binnen ean termijn van ten hoogste drie dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 maart 1995 betreffende het opzetten en exploiteren van GSM-mobilofoonnetten", heeft op 19 september 1997 het volgende advies gegeven : Overeenkomstig artikel 84, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State heeft de afdeling wetgeving zich beperkt tot het maken van de volgende opmerkingen. Voorafgaande opmerking

artikel 8 van richtlijn 97/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 april 1997 betreffende een gemeenschappelijk kader voor algemene machtigingen en

dividuele vergunningen op het gebied van telecommunicatiediensten en

de bijlage bij die richtlijn worden de voorwaarden gedefinieerd die kunnen worden gesteld aan de toekenning van

dividuele vergunningen zoals die welke

het onderhavige ontwerp worden bedoeld. Binnen de korte tijd die haar is toegemeten, heeft de afdeling wetgeving niet kunnen nagaan of alle voorwaarden die het ontworpen bestek vormen aan de eisen van die richtlijn voldoen. Onderzoek van het ontwerp Aanhef Vijfde lid Dit lid behoort te vervallen. Het koninklijk besluit waarnaar daarin wordt verwezen, vormt immers geenszins de rechtsgrond van het ontworpen besluit en wordt er evenmin door gewijzigd. Zesde. zevende en achtste lid Deze leden behoren te worden aangevuld met de datums van de adviezen en de akkoordbevinding waarnaar daarin wordt verwezen. Men schrijve : "Gelet op het advies van het Belgisch

stituut voor postdiensten en telecommunicatie, gegeven op 2 september 1997; Gelet op de adviezen van de

specteur van financiën, gegeven op 26 juni en 2 september 1997; Gelet op het akkoord van de minister van Begroting van 15 september 1997;". Negende lid De bijzondere motivering van de dringende noodzakelijkheid zoals ze voorkomt

de aan de Raad van State gezonden brief met de adviesaanvraag dient letterlijk te worden overgenomen. Men schrijve derhalve : "Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door...". Tiende lid Dit lid behoort te worden aangevuld met de datum van het advies van de Raad van State. Bepalend gedeelte De afdeling wetgeving verwijst naar advies L. 26.923/4 dat vandaag is gegeven over het ontwerp van koninklijk besluit "betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS3800-mobilofonienetten", aangezien het onderhavige ontwerp tot soortgelijke opmerkingen aanleiding geeft. De kamer was samengesteld uit : De heren : R. Andersen, kamervoorzitter, C. Wettinck en P. Lienardy, staatsraden; Mevr. M. Proost, griffier. Het verelag werd uitgebracht door de heer L. Detroux, adjunct- auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door Mevr. F. Carlier, adjunct-referendaris. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer R. Andersen. De griffier, M. Proost. De voorzitter, R. Andersen. 24 OKTOBER 1997. Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 maart 1995 betreffende het opzetten en de exploitatie van GSM-mobilofoonnetten ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op richtlijn 90/388/EEG van de Commissie van 28 juni 1990 betreffende de mededinging op de markten voor telecommunicatie-diensten, gewijzigd door de richtlijnen 94/46/EG van 13 oktober 1994, 95/51/EG van 18 oktober 1995, 96/2/EG van 16 januari 1996 en 96/19/EG van 13 maart 1996; Gelet op richtlijn 97/13/EG van het Europese Parlement en de Raad van 10 april 1997 betreffende een gemeenschappelijk kader voor algemene machtigingen en

dividuele vergunningen op het gebied van telecommunicatiediensten; Gelet op de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven,

zonderheid op artikel 89, § 2bis,

gevoegd door de wet van 12 december 1994 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 28 oktober 1996, en artikel 109ter,

gevoegd door de wet van 20 december 1995; Gelet op het Koninklijk Besluit van 7 maart 1995 betreffende het opzetten en de exploitatie van GSM-mobilofonienetten; Gelet op het advies van het Belgisch

stituut voor postdiensten en telecommunicatie, gegeven op 2 september 1997; Gelet op de adviezen van de

specteur van Financiën, gegeven op 26 juni en 2 september 1997; Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 15 september 1997; Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door de noodzaak om zo spoedig mogelijk te zorgen voor de volledige omzetting van richtlijn 96/2/EG van de Commissie van 16 januari tot wijziging van richtlijn 90/388/EEG met betrekking tot mobiele en persoonlijke communicatie en

zonderheid van artikel 2 ervan dat voorschrijft dat de toewijzing van dergelijke vergunningen voor 1 januari 1998 niet mag worden geweigerd; Gelet op het advies van de Raad van State gegeven op 29 september 1997

toepassing van artikel 84, al. 1, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Telecommunicatie en op het advies van Onze

Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.1°

artikel 1, 14° van het koninklijk besluit van 7 maart 1995 betreffende het opzetten en de exploitatie van GSM-mobilofonienetten, worden de woorden "van de operator" vervangen door de woorden "van een mobilofonie-operator of van een service provider waarmee deze operator een contract heeft gesloten"; 2° artikel 1 van hetzelfde koninklijk besluit wordt aangevuld met de volgende leden : « 24° DCS-1800 : "Digital Cellular System", variante van het GSM-systeem dat

de 1800 MHz frequentieband werkt en genormaliseerd is door het E.T.S.I.; 25° DCS-1800-operator : operator die krachtens het koninklijk besluit betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS-1800-mobilofonienetten gemachtigd is een mobilofonie-net volgens de DCS-1800-norm op te zetten en uit te baten;26° service provider : onderneming die met een operator een contract heeft gesloten voor de verkoop van diensten die gebruik maken van het net van deze operator;27° "roaming" : gebruiksmogelijkheid welke aan de abonnees van een mobilofonie-operator wordt geboden om het net van een andere operator te gebruiken;28°

terconnectie : geheel van fysische en logische verbindingen tussen twee telecommunicatienetten dat de gebruikers van het ene net

staat stelt te communiceren met de gebruikers van het andere net of gebruik te maken van diensten aangeboden op het andere net;29° NIS : Nationaal

stituut voor de Statistiek;30°

terconnectie-operator : elk behoorlijk gemachtigd operator van een telecommunicatienetwerk waarmee een operator van een mobilofonie-net zijn net, rechtstreeks of onrechtstreeks, verbindt;31° huurlijnen-operator : elk behoorlijk gemachtigd operator die de huurlijnendienst aanbiedt.» Art. 2.

artikel 2 van hetzelfde koninklijk besluit, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 2

, a, worden de woorden "de verbindingen voor

terconnec-tie met buitenlandse PSTN-netten moeten geschieden via het openbaar geschakeld net van BELGACOM" geschrapt;2°

§ 2

, b, worden de woorden "

dat geval, moet de verbinding voor de

terconnectie via het openbaar geschakeld net van BELGACOM verlopen" geschrapt;3° § 3 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 3.De operator stelt alles

het werk om de verschillende bijkomende diensten die

de GSM-norm van het E.T.S.I. zijn opgenomen aan te bieden. » Art. 3.De tweede zin

artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : « Het

stituut wordt ten minste een maand van tevoren op de hoogte gebracht van elke wijziging

de structuur van of de controle op het kapitaal van de operator. Het

stituut deelt de Minister de betreffende wijzigingen mee. » Art. 4.

artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit, worden de tweede en derde zin geschrapt. Art. 5.Artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit wordt aangevuld met het volgende lid : « De dekking van de bevolking wordt door het

stituut bepaald op grond van de demografische spreiding van de bevolking, die wordt vastgesteld door de onderverdeling van België

statistische sectoren door het NIS, welke rekening houdt met de residentiële bevolking. » Art. 6.Artikel 7 van het koninklijk besluit wordt aangevuld met een § 5 luidend als volgt : « § 5. De operatoren GSM1 en GSM2 kunnen een vergunning voor het opzetten en de exploitatie van een bijkomend netwerk dat gebruik maakt van het DCS-1800-systeem, bekomen volgens de bepalingen van huidige paragraaf. Dergelijke vergunning kan slechts aan een GSM-operator toe worden gekend

dien de frequenties die hem zijn toegewezen op 900 MHz overeenkomstig § 1 van dit artikel, de verzadiging naderen na alle gepaste technische oplossingen

het werk te hebben gesteld. Het

stituut beoordeelt deze toestand op grond van door de operator verstrekte gegevens. Een dergelijke vergunning wordt

geen enkel geval toegekend voor de datum waarop het

stituut zijn akkoord meedeelt aan de eerste DCS-1800-operator de uitbreidingsfrequentiebanden van het GSM-systeem op 900 MHz te gebruiken overeenkomstig artikel 7, § 6, van het koninklijk besluit van 24 oktober 1997 betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS-1800-mobilofonie-netwerken. Deze vergunning dekt het gebruik van ten hoogste vijfenzeventig radio-elektrische kanalen die door het

stituut aan de operator worden medegedeeld. Het geheel van deze kanalen wordt de operator geleidelijk ter beschikking gesteld volgens zijn door het

stituut gecontroleerde noden, zodra de vrijmaking ervan zal uitgevoerd zijn door het Ministerie van Landsverdediging overeenkomstig de schikkingen van artikel 8, § 5, van het

het vorige lid van dit artikel bepaalde koninklijk besluit. Een gedeeltelijke

werkingstelling van deze kanalen kan door het

stituut worden toegestaan vóór de volledige vrijmaking van de betroffen frequenties door het Ministerie van Landsverdediging. Het opzetten en de exploitatie van een DCS-1800-netwerk door een GSM-operator op 900 MHz wordt geregeld door de bepalingen van het eerste hoofdstuk van het koninklijk besluit waarvan sprake

het derde lid van deze paragraaf, behoudens de bepalingen van de artikelen 6, 8, §§ 2 en 6, en 15 van het besluit terzake. » Art. 7.Artikel 8 van het koninklijk besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 8.§ 1. De operator stelt

de mate van het mogelijke, alles

het werk om zijn antennes op reeds bestaande steunen zoals daken van gebouwen, pylonen, gevels, te bevestigen. § 2.

dien aangetoond is dat een andere behoorlijk vergunde mobilofonieoperator

België er niet

geslaagd is om de nodige vergunningen te verkrijgen die nodig zijn voor het opzetten van een basisstation

een bepaalde zone, verleent de operator die andere mobilofoonoperator toegang tot zijn eigen antennesites

die zone, overeenkomstig de voorwaarden van dit artikel.

geval van betwisting van het werkelijke karakter van de onmogelijkheid de nodige vergunningen te verkrijgen, oordeelt het

stituut over dat werkelijke karakter. De beslissing van het

stituut is dwingend voor de verschillende betroffen operatoren. § 3.

dien een antennesite niet het eigendom is van de operator die deze site uitbaat, verzet deze zich niet tegen het afsluiten van een akkoord tussen de eigenaar van de site en de andere mobilofonie-operator, waardoor deze laatste de mogelijkheid wordt geboden de betroffen site te gebruiken niettegenstaande elke andersluidende clausule tussen de eigenaar en de DCS-1800-operator die deze site reeds gebruikt. § 4.

het geval dat een antenne-site het eigendom is van de operator zal deze niet weigeren te onderhandelen over het afsluiten van een akkoord met de andere mobilofonieoperator waardoor deze de mogelijkheid wordt geboden zijn eigen antennes op de bestaande steun te bevestigen. Deze verplichting tot gezamenlijk gebruik strekt zich uit over de

stallatie

de aanverwante lokalen, van elektronische uitrustingen van het basisstation

die mate dat het beschikbare gebouw het toelaat de uitrustingen van verschillende operatoren

verschillende lokalen te

stalleren. De bepalingen van het akkoord moeten redelijk, proportioneel en niet-discriminerend zijn : de huur wordt bepaald door de aankoopsom van het terrein, de bouw- en onderhoudskosten. De operator kan het gezamenlijke gebruik van zijn antennesite maar weigeren op grond van technische redenen welke behoorlijk gerechtvaardigd worden en als dusdanig door het

stituut worden erkend.

dien de bijkomende plaatsing van antennes aanzienlijke verstevigingswerken aan de bestaande structuur vereist, heeft de operator, eigenaar van de site, het recht zich tegen het gezamenlijke gebruik te verzetten. §

  1. De bepalingen van § 4 van dit artikel, worden uitgebreid tot de antennesites uitgebaat door de operator en welke het eigendom zijn van een persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks met deze operator is verbonden. §
  2. Elke betwisting betreffende het gezamenlijke gebruik van antennesites wordt aan het

stituut voorgelegd, met

begrip van het geval van de onmogelijkheid tot een akkoord te komen overeen-komstig de bepalingen van artikel 75, § 8, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheids-bedrijven. » Art. 8.

artikel 10 van hetzelfde koninklijk besluit, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° de § 1 wordt aangevuld met de volgende leden : « Het

stituut kent aan de operator op basis van zijn gerechtvaardigde commerciële behoeften een gepaste capaciteit

het nationale nummeringsplan toe. De operator betaalt het jaarlijkse recht tegenover het

stituut overeenkomstig de nummeringscapaciteit welke hem ter beschikking wordt gesteld, ook wanneer hij een beroep doet op service providers. De operator verzekert een efficiënt beheer van de hem toegekende nummeringscapaciteit,

het bijzonder wanneer hij een beroep doet op service providers. » 2° de § 3 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 3.De operator verzekert de toegang tot de

ternationale dienst door middel van het prefix 00 en de toegang tot de nooddiensten door middel van het nummer

  1. » Art. 9.Artikel 11 van het koninklijk besluit wordt door de volgende bepaling vervangen : « Art. 11.§
  2. De operator kan zijn mobilofonie-net, rechtstreeks of onrechtstreeks, op elk ander telecommunicatienet van een behoorlijk gemachtigd operator verbinden,

terconnectieoperator genoemd. Het geheel van technische en commerciële

terconnectie-modaliteiten maakt het voorwerp uit van een

terconnectie-overeenkomst tussen de betrokken partijen. De operator deelt aan het

stituut de

terconnectie-overeenkomsten mee die hij afsluit met elke andere telecommunicatie-operator. De onderhandelingen met betrekking tot het verwezenlijken van

terconnectie-akkoorden worden geregeld door het koninklijk besluit tot regeling van de termijnen en principes die van toepassing zijn op de commerciële onderhandelingen die worden gevoerd om

terconnectie-akkoorden te sluiten. § 2. De operator kan de

terconnectie verkrijgen tussen zijn mobilofonie-net en elk PSTN/ISDN-net of elk vergund mobilofonie-net

België. De bepalingen van huidige paragraaf zijn van toepassing op deze

terconnecties. De operator maakt elke behoefte

zake

terconnectie ten minste zes maanden vóór de gewenste datum van

dienstneming aan de

terconnectieoperator bekend. De

terconnectie met de commutatoren van de

terconnectie-operatoren gebeurt overeenkomstig signalisatie-protocol nr. 7 van het C.C.I.T.T., en aangevuld door E.T.S.I.. De

terface voor de verbinding van de commutator(en) van het mobilofonie-net met deze netten moet zijn goedgekeurd door het

stituut vooraleer het net

dienst wordt gesteld. De

terconnectieoperator licht zijn eigen abonnees volledig en duidelijk

over de commerciële toegangsvoorwaarden vanaf zijn eigen net tot het mobilofonie-net van de operator. § 3. De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op operatoren

de zin van het eerste lid van § 2 van dit artikel, waarvan verklaard wordt dat ze een aanmerkelijke macht op de markt hebben. De operator die om

terconnectie verzoekt, kan vanwege de

terconnectieoperator tot wie dit verzoek is gericht voldoening krijgen voor elke redelijke eis

zake de gevraagde capaciteit, de kwaliteit en de technische karakteristieken voor de

terconnectie van zijn mobilofonie-net. De operator kan,

functie van zijn behoeften, aan de betrokken

terconnectieoperator

terconnecties vragen op de plaatsen welke vastgesteld zijn

de lijst opgesteld door het

stituut. Zodra het technisch mogelijk is, moeten de operator en de

terconnectieoperator wederzijds toegang verlenen tot hun dynamische gegevensbanken die automatisch het doorsturen van de oproepen behandelen, om het de andere partij mogelijk te maken zijn transmissie-

frastructuur en zijn

terconnectiepunten te optimaliseren. De tarieven die door de operatoren worden toegepast op hun eigen abonnees voor de toegang tot de verschillende mobilofonie-netten vanaf hun eigen netten zijn niet-discriminerend en gebaseerd op objectieve criteria. Wat de financiële vergoeding betreft voor de doorstroming van het verkeer van het mobilofonie-net van de operator naar het net van de

terconnectieoperator, moeten de door deze laatste gevraagde

terconnectielasten steunen op criteria die objectief, doorzichtig en niet-discriminerend zijn en bepaald worden

functie van de kosten. § 4. Voor de

terconnectie van elk gemachtigd mobilofonie-net

België op het PSTN/ISDN, past BELGACOM tenminste gelijke voorwaarden toe

gelijke omstandigheden, als deze toegepast voor de

terconnectie van het GSM1-net uitgebaat door haar filiaal BELGACOM MOBILE. De

vorig lid geviseerde voorwaarden zijn de technische kwaliteit van de prestaties, de financiële voorwaarden en de termijnen waarbinnen deze prestaties ter beschikking worden gesteld

die mate dat de noden van de GSM2-operator behoorlijk aan BELGACOM werden gemeld. BELGACOM levert de synchronisatie van het mobilofonie-net van de operator die om

terconnectie verzocht. § 5. De

terconnectielasten door de operator aangerekend moeten op objectieve, doorzichtige en niet-discriminerende criteria steunen en bepaald worden

functie van de kosten wanneer het

stituut verklaart dat de operator een aanmerkelijke macht op de markt heeft. § 6. Elk geschil betreffende de

terconnectie-overeenkomsten wordt aan het

stituut voorgelegd overeenkomstig de bepalingen van artikel 75, § 8, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. » Art. 10.Artikel 12 van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 12.§ 1. Elke huurlijnenoperator waarvan verklaard wordt dat hij een aanmerkelijke macht heeft op de markt, is gehouden de operator de gevraagde transmissielijnen ter beschikking te stellen die de nodige technische karakteristieken bieden overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf. Binnen de drie maanden volgend op de toekenning van de vergunning stelt de operator alles

het werk om de huurlijnenoperator de relevante planningsgegevens over te maken

verband met zijn transmissiebehoeften die hij verwacht te bestellen bij deze operator, volgens het formaat dat deze laatste voorstelt. De operator en de huurlijnenoperator stellen

samenspraak de planning en de voorwaarden op voor het ter beschikking stellen van de door de operator aan te sluiten sites en voor het ter beschikking stellen van de bijhorende transmissie-lijnen. Die planning houdt rekening met de eisen

zake ontplooing van de operator en de omvang van de vraag die de operator aan de huurlijnenoperator richt. De huurlijnenoperator stelt de bestelde transmissielijnen ter beschikking van de operator binnen een redelijke termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van de bevestigde bestelling, voor zover de sites van de operator die moeten worden aangesloten op een redelijk

de tijd gespreide wijze aan de huurlijnenoperator worden ter beschikking gesteld, volgens de nadere regels die

samenspraak tussen de operator en de huurlijnenoperator zijn overeengekomen. § 2. De

terfaces van de uitrusting die door de operator wordt gebruikt en die aangesloten zijn op de transmissielijnen die door elke behoorlijk vergunde huurlijnenoperator ter beschikking zijn gesteld, moeten door het

stituut zijn goedgekeurd en

perfecte staat van werking zijn. § 3. De terbeschikkingstelling van transmissielijnen aan de operator door elke behoorlijk vergunde operator wordt tussen beide partijen geregeld

een overeenkomst die aan het

stituut moet worden bezorgd. Elk geschil betreffende de terbeschikkingstelling van transmissie-lijnen voor de aansluiting van de

frastructuur wordt aan het

stituut voorgelegd overeenkomstig de bepalingen van artikel 75, § 8, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. § 4. De operator die een deel van zijn transmissie-

frastructuur wenst te verwezenlijken door middel van eigen straalverbindingen, richt zijn vergunningsaanvragen aan het

stituut op basis van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen. Binnen de beperkingen van het beschikbare radio-elektrische spectrum, wordt de operator een specifieke frequentieband toegewezen met aangemeten breedte, waarin hij van het

stituut vergunningen kan krijgen voor het verwezenlijken van zijn straalverbindingen : de voorkeur wordt gegeven aan frequenties boven de 10 GHz. » Art. 11.

artikel 13 van het koninklijk besluit, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, wordt voor het tweede lid het volgende lid

gevoegd : « Bij het afsluiten van die contracten met service providers, verbindt de operator er zich toe dat zijn contractanten de volgende voorwaarden naleven : 1° de gelijke toegang en behandeling van de gebruikers over-eenkomstig artikel 4, § 5, van dit besluit;2° de algemene eerbiediging van de tariefstructuur van de operator;3° de verplichting het

stituut

te lichten over de tariefwijzigingen overeenkomstig § 2 van dit artikel;4° de naleving van de wettelijke bepalingen

zake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;5° de nodige samenwerking met de gerechtelijke overheden en de hulpdiensten overeenkomstig artikel 16, § 3, van dit besluit;6° het sluiten van een overeenkomst tussen die service providers en de ombudsdienst bedoeld

artikel 16, § 4, van dit besluit;7° de

lichtingen aan de gebruikers over bepaalde gevaren verbonden met het gebruik van een mobilofonie-eindtoestel overeenkomstig artikel 16, § 5, van dit besluit;8° de bepalingen met betrekking tot de contracten en de factuur van de abonnees overeenkomstig artikel 16, § 6, van dit besluit.»; 2° de eerste zin van § 2 wordt de door de volgende bepaling vervangen : « De operator stelt de tarieven vast van de diensten die hij aan de dienstabonnees verstrekt.Tussen de operator en de Minister wordt een tariefovereenkomst gesloten die bestemd is om de ontwikkeling

de loop van de tijd na te gaan van de tarieven die de operator toepast en die gebaseerd is op een

dexformule die door het

stituut,

overleg met de operator wordt opgesteld. Deze

dexformule geeft de globale gemiddelde prijs weer van de diensten die de operator aanbiedt. »; 3°

de derde zin van § 2, worden de woorden "vooraf aan de Minister worden meegedeeld" vervangen door de woorden "binnen de maand volgend op het

werking treden van de betroffen aanpassing aan het

stituut worden medegedeeld";4°

§ 2

, wordt na de derde zin de volgende bepaling toegevoegd : «

dien het

stituut binnen een maand na de mededeling door de operator van de betrokken aanpassing der tarieven geen bezwaren formuleert, wordt deze aanpassing als stilzwijgend aanvaard beschouwd. »; 5° § 3 wordt aangevuld met het volgende lid : « Bij elke aanpassing wordt een exemplaar van dit blad aan het

stituut toegestuurd.»; 6° § 4 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 4.De operator heeft het recht

de universele telefoongidsen vermeldingen te publiceren van de abonnees van zijn dienst welke zich niet verzetten tegen deze publicatie. » Art. 12.Artikel 14 van het koninklijk besluit wordt aangevuld met het volgende lid : « Dat concessierecht wordt

geen enkel geval, zelfs niet gedeeltelijk, terugbetaald. » Art. 13.

artikel 15, § 1, van het koninklijk besluit, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° het volgende lid wordt voor lid 1

gevoegd : « Zonder afbreuk te doen aan de rechten die aan het

stituut moeten worden betaald voor het verwerven van nummeringscapaciteit

het nationaal nummeringsplan, is de operator het

stituut jaarlijks de volgende retributies verschuldigd : »;2°

het eerste lid, worden de woorden "met

begrip van het beheer van het nummeringsplan" geschrapt. Art. 14.Een artikel 15bis luidend als volgt wordt

gevoegd

hetzelfde koninklijk besluit : « Art. 15bis.§ 1. De operator is gehouden financieel bij te dragen

het fonds voor de universele dienstverlening

zake telecommunicatie overeenkomstig de van kracht zijnde wettelijke en reglementaire bepalingen. § 2. Op verzoek van het

stituut, verstrekt de operator alle nodige

formatie om zijn bijdrage

het fonds voor de universele dienstverlening

zake telecommunicatie te berekenen. » Art. 15.

artikel 16 van hetzelfde koninklijk besluit, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 3

, worden tussen de woorden "aan de rechterlijke

stanties" en de woorden "volgens de van kracht" de woorden "en aan de behoorlijk vergunde hulpdiensten"

gevoegd;2° § 3 wordt aangevuld met het volgende lid : « De operator werkt mee met de hulpdiensten

België om ze toe te laten met een zo groot mogelijke doeltreffendheid tussen te komen.» 3° artikel 16 wordt aangevuld met een § 6 luidend als volgt : « § 6.De operator deelt aan het

stituut de type-overeenkomst mee welke hij met zijn abonnees afsluit. De operator biedt zijn abonnees de mogelijkheid een gedetailleerde en duidelijke factuur te ontvangen voor de diensten die hij hen levert. » Art. 16.Artikel 18, § 2, van het koninklijk besluit wordt aangevuld met het volgende lid : « Dit rapport vermeldt ondermeer de evolutie, maand per maand, van het totaal aantal abonnees van zijn diensten. » Art. 17.

artikel 19, § 3, van het koninklijk besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "het dubbele van" worden vervangen door de woorden "twintigmaal";2° de § 3 wordt aangevuld met het volgende lid : « De praktische regels ervan worden door de Minister vastgelegd.» Art. 18.De bijlagen 2, 3 en 4 van het koninklijk besluit worden opgeheven. Art. 19.Dit besluit treedt

werking de dag waarop het

het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art. 20.Onze Minister van Telecommunicatie wordt belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 24 oktober 1997. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Telecommunicatie, E. DI RUPO

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.