← België

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van zie

Obsah (11)Art. 4Art. 5Art. 8Art. 9Art. 11Art. 12Art. 13Art. 16Art. 17Art. 18Art. 19

6 MEI 1997. Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 januari 1989Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/01/1989 pub. 26/11/2018 numac 2018014674 bron

; 4° in 1, 3° worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. a)het punt
  2. c)wordt vervangen door de volgende bepaling: "
  3. c)basisactiviteiten van klinische biologie.Voor wat de prestaties betreft die de basisactiviteit te buiten gaan, volstaat het dat het ziekenhuis, via een samenwerkingsakkoord, beroep kan doen op een volledig uitgebouwde functie;";
  4. b)het punt
  5. e)wordt vervangen door de volgende bepaling: "
  6. e)basisactiviteiten van ziekenhuisapotheek.Voor wat de prestaties betreft die de basisactiviteit te buiten gaan, volstaat het dat het ziekenhuis, via een samenwerkingsakkoord, beroep kan doen op een volledig uitgebouwde functie. |

;

  1. c)het punt 3° wordt aangevuld met het volgende lid : "Het in de punten
  2. c)en
  3. e)vermeld begrip van basisactiviteit kan door Ons nader worden omschreven.|

; 5° er wordt een 1bis ingevoegd luidend als volgt : |1K 1bis.Door de Minister die de erkenning van de ziekenhuizen onder zijn bevoegdheid heeft kan slechts een afwijking op 1, 1°, 2° en 3° worden toegestaan aan de ziekenhuizen waar terzelfdertijd chirurgische en geneeskundige verstrekkingen verricht worden exclusief voor kinderen of voor de behandeling van tumoren. |

; 6° de 3 wordt vervangen door de volgende bepaling : |1K 3.De ziekenhuizen die op 1 oktober 1997 niet beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de 1 of 1bis worden gesloten op 1 januari 1998 tenzij het ziekenhuis in de loop van het jaar 1997 een fusie realiseert. |

; 7° De 4 wordt vervangen door de volgende bepalingen: |1K 4.Een kraaminrichting mag niet geïsoleerd opgesteld staan, maar moet steeds deel uitmaken van een ziekenhuis bestaande uit ten minste een dienst waar zowel chirurgische activiteit als activiteit in het domein van de inwendige geneeskunst verricht worden (C-D-dienst). |

Art. 4

.In artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de tegenwoordige tekst zal 1 vormen;2° in die 1 worden de woorden "in gespecialiseerde diensten voor behandeling en revalidatie (kenletter Sp), bestemd voor patiënten met chronische aandoeningen" vervangen door de woorden "in gespecialiseerde diensten voor behandeling en revalidatie (kenletter Sp), bestemd voor patiënten met psychogeriatrische en chronische aandoeningen en voor patiënten met een ongeneeslijke ziekte die zich in een terminale fase bevinden en palliatieve zorg behoeven";3° het artikel wordt aangevuld met een 2, luidend als volgt: |1K 2.In afwijking op 1 mag een ziekenhuis beschikken over minder dan 120 bedden, wanneer het dichtstbijzijnde ziekenhuis, behorend tot dezelfde Gemeenschap, zich op een afstand van minimum 50 km bevindt. |

Art. 5.De artikelen 4, 5 en 6 van hetzelfde koninklijk besluit worden opgeheven.

Art. 6.In artikel 7 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "twee jaren" vervangen door de woorden "één jaar";2° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden "en dit onverminderd de bepalingen van artikel 2, 3";3° in het tweede lid worden de woorden "of een groepering" geschrapt;4° het derde lid wordt opgeheven. Art. 7.Artikel 8 van hetzelfde koninklijk besluit wordt aangevuld als volgt: De groepering mag niet leiden tot mono-specialistische vestigingen, met uitzondering van sub-acute geriatrie-en Sp-diensten. |

Art. 8

.In artikel 9 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het punt 1° wordt opgeheven;2° de tegenwoordige tekst van het punt 2° vormt voortaan hetpunt 1° van het artikel;3° in het nieuwe punt 1° worden de woorden "meer dan 20 km" vervangen door de woorden "meer dan 25 km"; 4° het punt 3° wordt vervangen door een nieuw punt 2° luidend als volgt : "2° de ziekenhuizen van de groepering moeten elk afzonderlijk voldoen aan de bepalingen van artikel 2, 1 of 1bis of,in voorkomend geval, aan de bepalingen van artikel 3;"; 5° het artikel wordt aangevuld met de volgende punten: 3° onverminderd de bepalingen van punt 2°,moet de homogeniteit van de diensten, ten laatste twee jaar na de ondertekening van de groeperingsovereenkomst,gewaarborgd worden.Indien een ziekenhuis dat van de groepering deel uitmaakt over één of meerdere types van diensten beschikt waarvan de bedcapaciteit lager wordt dan 2/3 van de vastgestelde minimum bedcapaciteit, zullen de bedden van bedoeld type dienst op dezelfde vestigingsplaats moeten gegroepeerd zijn, met dien verstande dat de in artikel 2, 1,2° bedoelde basisdiensten op iedere vestigingsplaats in ieder geval moeten beantwoorden aan de minimale bedcapaciteit bedoeld in artikel 14; 4° teneinde te komen tot een optimale samenwerking moeten de ziekenhuizen overgaan tot de aanduiding van een hoofdgeneesheer-coördinator, een coördinator van het verpleegkundig departement, een algemeen coördinator en een gemeenschappelijk medisch comité, samengesteld uit afgevaardigden van de onderscheiden medische raden.De coördinatoren wonen de vergadering van het in artikel 13 bedoelde coördinatiecomité bij; 5° de ziekenhuizen van de groepering moeten tot een efficiënte taakverdeling komen zodat ze op termijn daadwerkelijk complementair zijn ten opzichte van elkaar.Daartoe moeten ze een plan uitwerken,dat ze aan de Minister die de erkenning van de ziekenhuizen onder zijn bevoegdheid heeft moeten overzenden, welke de toepassing ervan opvolgt; 6° elke beslissing tot investering, oprichting van nieuwe diensten of van nieuwe medisch-technische diensten door de ziekenhuizen van de groepering moet door het in artikel 13 bedoelde cordinatiecomité worden goedgekeurd.Zonder dergelijke beslissing kunnen geen vergunningen of erkenningen worden afgeleverd. |

Art. 9.De artikelen 10 en 11 van hetzelfde koninklijk besluit worden opgeheven.

Art. 10.Artikel 12, 2 van hetzelfde koninklijk besluit wordt aangevuld als volgt : 16° de aanduiding van de hoofdgeneesheer-coördinator, de coördinator van het verpleegkundig departement, de algemeen coördinator en de samenstelling van het gemeenschappelijk medisch comité;17° de wijze waarop aan de voorwaarden bedoeld in artikel 9, 5° zal worden voldaan.|

Art. 11

.Artikel 13, 2, van hetzelfde koninklijk besluit wordt aangevuld met een punt

  1. d)luidend als volgt:
  2. d)het komt meerdere keren per jaar samen en het stelt een jaarlijks rapport op.Dit rapport moet worden overgemaakt aan de Minister die de erkenning van de ziekenhuizen onder zijn bevoegdheid heeft. |

Art. 12

.In hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 13bis ingevoegd luidend als volgt: Art. 13bis.De groeperingen die op het ogenblik van de bekendmaking van dit artikel erkend zijn, beschikken over een overgangsperiode van twee jaar, die aanvangt op de dag van de inwerkingtreding van dit artikel, om te beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in artikel 9, 3°, 4° en 5° en in artikel 12, 2, 16° en 17°. |

Art. 13

.In artikel 14, 1 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de inleidende zin wordt vervangen door de volgende bepaling : Onverminderd de bepaling van artikel 9, 3°, moet ieder van de hierna vermelde diensten van een ziekenhuis of van een ziekenhuisgroepering beschikken over een minimum aantal bedden dat als volgt wordt vastgesteld:"; 2° de punten 1° en 2° worden vervangen door de volgende bepaling : 1° een dienst waar zowel chirurgische activiteit als activiteit in het domein van de inwendige geneeskunst verricht worden (C-D-dienst) :60 bedden, met dien verstande dat bij de berekening van dit aantal iedere theoretische plaats als één bed wordt beschouwd;"; 3° punt 4° wordt aangevuld met de volgende bepaling: , onverminderd de bepalingen van artikel 20, 3". Art. 14.In artikel 15 van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "de P.A.L. en" geschrapt. Art. 15.In artikel 16 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° 1, 2° wordt geschrapt; 2° in 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in het eerste lid worden de woorden "of het P.A.L. |

geschrapt; b) in het tweede lid worden de woorden "bedoelde N.A.L. en P.A.L., worden door de Minister" vervangen door de woorden "bedoelde N.A.L., wordt door de Minister"; 3° het artikel wordt aangevuld met een 3, luidend als volgt: 3.Het ziekenhuis moet een aantal bedden verminderen overeenkomstig het aantal ligdagen dat het ziekenhuis tekort heeft om het in 1 bedoelde bezettingspercentage te bereiken. Dit aantal bedden wordt op evenredige wijze verminderd in de groep of groepen van ziekenhuisdiensten waar de minimaal gemiddelde bezettingsgraad zoals bedoeld in het derde lid van 1 niet wordt bereikt. |

Art. 16

.In artikel 18 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de inleidende zin wordt vervangen door de volgende bepa-lingen : Het in artikel 17 vastgestelde activiteitsniveau voor kraaminrichtingen (kenletter M), geldt niet indien:";2° in punt 1° worden, vóór de woorden "in een gebied waar", de woorden "deze opgericht zijn" ingevoegd;3° in punt 2° worden, vóór de woorden "in een gemeente met", de woorden "deze opgericht zijn" ingevoegd;4° het artikel wordt aangevuld met een 3° luidend als volgt: 3° de dichtstbijzijnde kraaminrichting, behorend tot dezelfde Gemeenschap, zich op een afstand van minimum 50 km bevindt.|

Art. 17

.In hetzelfde koninklijk besluit wordt er een artikel 18bis ingevoegd luidend als volgt: Art. 18bis.

  1. De bezettingsgraad van de pediatriedienst moet gemiddeld tijdens drie opeenvolgende jaren ten minste beantwoorden aan 70 percent van bezetting.
  2. Bij de berekening van de in 1 bedoelde werkelijke gemiddelde bezettingsgraad van de pediatriedienst worden de gerealiseerde dagen verminderd met het N.A.L. De in het vorig lid bedoelde N.A.L., wordt door de Minister die de vaststelling van de verpleegdagprijs onder zijn bevoegdheid heeft medegedeeld aan de Minister die de erkenning van de ziekenhuizen onder zijn bevoegdheid heeft.
  3. Het ziekenhuis moet in de pediatriedienst een aantal bedden verminderen overeenkomstig het aantal ligdagen dat de dienst tekort heeft om het in 1 bedoelde bezettingspercentage te bereiken.|

Art. 18

.In artikel 20 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. a)in het eerste lid worden de woorden "Indien de in artikel 16, 1 bedoelde bezettingsgraad" vervangen door de woorden "Indien de in de artikelen 16, 1 en 18bis bedoelde bezettingsgraad";
  2. b)in het tweede lid worden de woorden "zoals bedoeld in artikel 18, 1° en 2°" vervangen door de woorden "zoals bedoeld in artikel 18, 1°, 2°en 3°";
  3. c)het laatste lid wordt opgeheven;
  4. d)de wordt aangevuld met de volgende leden: "Indien het ziekenhuis het bewijs levert dat er, gedurende éénder referentiejaren, belangrijke verbouwingswerken verricht werdendie de bezettingsgraad van een bepaalde dienst in negatieve zinbeïnvloedden, wordt bedoeld referentiejaar bij de berekening van de bezettingsgraad voor die dienst geneutraliseerd. De bewijsvoering zal erin bestaan de vergunning voor de werken voor te leggen aan de minister die de erkenning van de ziekenhuizen onder zijn bevoegdheid heeft. Een kopie van bedoelde vergunning dient overgemaakt te worden aan het Bestuur van de Gezondheidszorg van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. |

2° de 2 wordt vervangen als volgt: " 2.De kraaminrichtingen (kenletter M) die op 1 oktober 1997 niet beantwoorden aan de bepaling van artikel 17, worden op 1 januari 1998 gesloten, tenzij: 1° het ziekenhuis dat over bedoelde kraaminrichting beschikt in de loop van het jaar 1997 een fusie realiseert met het oog op het beantwoorden aan deze vereiste.In voorkomend geval zal, indien het activiteitsniveau van die kraaminrichting lager is dan 275 bevallingen, de kraaminrichting van het gefusioneerde ziekenhuis, ten laatste twee jaar na de ondertekening van de fusie-overeenkomst, een homogene dienst op één vestigingsplaats moeten vormen. Deze gefusioneerde kraaminrichting zal moeten beantwoorden aan alle vigerende erkenningsnormen en normen inzake activiteitsniveau; 2° wanneer de kraaminrichting, voor wat deze toepassing van de normen inzake het activiteitsniveau betreft, gedurende het jaar 1996 vooralsnog het niveau van de 400 bevallingen bereikte. Indien meerdere kraaminrichtingen gelegen in dezelfde gemeente niet voldoen aan bovenvermelde activiteitsnorm, zal de activiteitsnorm slechts wordt toegepast op de minst performante dienst of diensten, zodanig dat er in de bedoelde gemeente een kraaminrichting blijft bestaan. Indien het ziekenhuis het bewijs levert dat er, gedurende één der referentiejaren, belangrijke verbouwingswerken verricht werdendie het activiteitsniveau van de kraaminrichting in negatieve zinbeïnvloedden, wordt bedoeld referentiejaar bij de berekening van het activiteitsniveau voor die dienst geneutraliseerd. De bewijsvoering zal erin bestaan de vergunning voor de werken aan de minister die de erkenning van de ziekenhuizen onder zijn bevoegdheid heeft, voor te leggen. Een kopie van bedoelde vergunning dient overgemaakt te worden aan het Bestuur van de Gezondheidszorg van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. |

; 3° de 3, 4 en 5 worden vervangen als volgt: 3.Onverminderd de bepalingen van 5, worden de pediatriediensten (kenletter E), andere dan die bedoeld in 1, tweede lid en 4 wier bedcapaciteit op 1 oktober 1997 gedaald is tot onder het niveau van 15 bedden gesloten, tenzij het ziekenhuis dat over bedoelde pediatriedienst beschikt in de loop van het jaar 1997 een fusie realiseert met het oog op het beantwoorden aan deze vereiste. In voorkomend geval zal, indien die pediatriedienst over minder dan 10 bedden beschikt, de pediatriedienst van het gefusioneerde ziekenhuis, ten laatste twee jaar na de ondertekening van de fusie-overeenkomst een homogene dienst moeten vormen, zoniet wordt bedoelde dienst vooralsnog gesloten. Deze dienst van het gefusioneerd ziekenhuis zal moeten beantwoorden aan alle vigerende erkenningsnormen en normen inzake activiteitsniveau. Indien meerdere pediatriediensten, gelegen in dezelfde gemeente, omwille van onderbezetting onder de minimale bedcapaciteitsdrempel van 15 bedden zakken, wordt de bezettingsnorm slechts toegepast op de minst performante dienst of diensten, behoudens andersluidend onderling akkoord tussen betrokken ziekenhuizen vóór 1 januari 1998, zodanig dat er in de bedoelde gemeente één pediatriedienst blijft bestaan. Indien het ziekenhuis het bewijs levert dat er, gedurende één der referentiejaren, belangrijke verbouwingswerken verricht werdendie het activiteitsniveau van de pediatriedienst in negatieve zinbeïnvloedden, wordt bedoeld referentiejaar bij de berekening van het activiteitsniveau voor die dienst geneutraliseerd. De bewijsvoering zal erin bestaan de vergunning voor de werken aan de Minister die de erkenning van de ziekenhuizen onder zijn bevoegdheid heeft voor te leggen. Een kopie van bedoelde vergunning dient overgemaakt te worden aan het Bestuur van de Gezondheidszorg van het Ministerie van Sociale Zaken,Volksgezondheid en Leefmilieu. 4. Pediatriediensten die niet beschikken over 15 bedden kunnen overgaan tot interne reconversie van acute ziekenhuisbedden van een andere kenletter naar E-bedden teneinde de minimale bedcapaciteit te bereiken, indien het ziekenhuis dat over een dergelijke dienst beschikt kan aantonen dat de activiteit in de E-dienst van 1996, voldoende was om 15 bedden aan 70 % te bezetten.5. De ziekenhuizen die beschikken over een pediatriedienst met minder dan 15 bedden mogen deze dienst tot op een door Ons te bepalen datum behouden voor zover het aantal bedden niet daalt onder de 10 bedden en de kraaminrichting van het desbetreffend ziekenhuis voldoet aan het gestelde activiteitsniveau.|

Art. 19

.In artikel 21, tweede lid van hetzelfde koninklijk besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "op artikel 16, 1 en op het vorig lid" worden vervangen door de woorden "op artikel 16, 1, 18bis, 1 en op het vorig lid";2° de woorden "op 1 januari 1998, op basis van de gegevens van de jaren 1995 en 1996" vervangen door de woorden "op 1 oktober 1997 op basis van de gegevens van de jaren 1993 en 1995, met dien verstande dat de normen bedoeld in artikel 17 gebaseerd zullen zijn op de gegevens van 1994, 1995 en 1996". Art. 20.In artikel 25bis van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "van de in de artikelen 7, tweede lid en 20, 2, 3 en 4, 1° bedoelde plannen" vervangen door de woorden "van de in artikel 7, tweede lid bedoelde plannen". Art. 21.In artikel 27 van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "voorzien in de artikels 2, 2 en 3, 4, 1, 6, 7, 10, 2, 12, 3, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 23, 24 en 26 van dit besluit" vervangen door de woorden "voorzien in de artikels 2, 2, 7, 13bis, 16, 17, 18, 18bis, 20 en 21 van dit besluit". Art. 22.De bijlagen 1 en 2 bij hetzelfde koninklijk besluit worden vervangen door de als bijlage 1 en 2 bij dit besluit opgenomen bepalingen. Art. 23.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 mei 1997. Art. 24.Onze Minister van Sociale Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 6 mei 1997. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken, Mevr. M. DE GALAN De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen, M. COLLA Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 6 mei 1997. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken, Mevr. M. DE GALAN De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen, M. COLLA

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.