21 OKTOBER 1997. Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 tot regeling van de arbeidsbemiddeling tegen betaling in het Vlaamse Gewest met betrekking tot personen met een hogere functie De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 19 april 1995 tot regeling van de arbeidsbemiddeling tegen betaling in het Vlaamse Gewest, inzonderheid op de artikelen 5, 7, §§ 1 en 2, 8, § 1, eerste lid, 80, 17° en 21°, en tweede lid, 10, eerste lid, 18, § 2, eerste en tweede lid en 29; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën d.d. 14 februari 1997 waarin gesteld wordt dat de besluiten geen budgettaire weerslag hebben; Gelet op de adviezen van de SERV d.d. 17 januari en 20 november 1996; Gelet op het advies van het beheerscomité van de VDAB d.d. 10 januari 1996; Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering d.d. 11 maart en 18 maart 1997 betreffende de advies-aanvraag bij de Raad van State binnen 1 maand; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 24 april 1997, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° het decreet : het decreet van 19 april 1995 tot regeling van de arbeidsbemiddeling tegen betaling in het Vlaamse Gewest;2° arbeidsbemiddeling tegen betaling : de activiteit genoemd in artikel 2, 1° van het decreet met betrekking tot personen met een hogere functie;3° het bureau : de rechtspersoon of natuurlijke persoon die de activiteit uitoefent zoals bedoeld in 2°;4° de minister : de Vlaamse minister tot wiens bevoegdheid het tewerkstellingsbeleid behoort;5° de erkenningscommissie : de commissie ingesteld bij artikel 18 van het decreet;6° de administratie : de administratie Werkgelegenheid van het departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;7° personen met een hogere functie : de personen, die in een onderneming een hogere functie uitoefenen, die in het algemeen voorbehouden wordt aan de houder van een diploma van een bepaald niveau of aan diegene die een evenwaardige beroepservaring heeft, ofwel die belast zijn met het dagelijks beheer van de onderneming en die gemachtigd zijn om de werkgever te vertegenwoordigen en te verbinden, alsmede de personeelsleden, onmiddellijk ondergeschikt aan deze personen, wanneer zij eveneens opdrachten van dagelijks beheer vervullen. HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied Art. 2.§ 1. De exploitatie van bureaus voor arbeidsbemiddeling tegen betaling voor personen met een hogere functie met een minimum jaarinkomen van 1,2 miljoen frank, is toegestaan als de bij het decreet en de bij dit besluit vastgestelde voorwaarden vervuld zijn. § 2. Het minimum jaarinkomen bedoeld in § 1, wordt de eerste januari van elk jaar aangepast aan de evolutie van het gezondheidsindexcijfer van de consumptieprijzen van de maand december die voorafgaat, met dien verstande dat de eerste aanpassing zal gebeuren op 1 januari 1999. Deze aanpassing wordt berekend volgens de formule : minimum jaarinkomen x nieuw indexcijfer/indexcijfer december 1997 HOOFDSTUK III.- Procedure inzake aanvragen tot erkenning en hernieuwing van de erkenning Afdeling 1. - De aanvraagprocedure Art. 3.De aanvraag van de erkenning als bureau wordt bij een ter post aangetekend schrijven gericht aan de minister. De aanvraag dient te geschieden in tweevoud op een daartoe bestemd formulier, dat op verzoek door de administratie wordt afgegeven. Art. 4.§ 1. Bij de aanvraag tot erkenning uitgaande van een bureau met maatschappelijke zetel in het Vlaamse Gewest of dat, ingeval het om een natuurlijk persoon gaat, kantoor houdt in het Vlaamse Gewest, moeten de volgende documenten gevoegd worden : 1° als het een rechtspersoon betreft, een eensluidend verklaard afschrift van de oprichtingsakte van de handelsvennootschap of vereniging zonder winstoogmerk waarvan, blijkens de statuten, de activiteit bestaat in het exploiteren van een bureau;2° een attest of attesten van goed zedelijk gedrag, waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden van artikel 8,§1,1° en 6° van het decreet;3° een verklaring op erewoord dat voldaan is aan de voorwaarden bepaald in artikel 8, § 1, 2° tot en met 5°, 7° en 9° van het decreet;4° de verbintenissen bepaald in artikel 8, § 1, 10° tot en met 23° van het decreet;5° een verklaring van de natuurlijke persoon of personen met woon- of verblijfplaats in België en die gemachtigd zijn het bureau tegenover derden te verbinden en het in rechte te vertegenwoordigen, dat zij aanvaarden als gemachtigde voor het bureau op te treden;6° het curriculum vitae en de documenten die aantonen dat de professioneel verantwoordelijke persoon en in voorkomend geval zijn lasthebbers en aangestelden, voldoen aan de voorwaarden van professionele deskundigheid zoals bedoeld in artikel 7 van dit besluit;7° de verbintenis de bepalingen van de artikelen 14 tot en met 17 van het decreet na te leven;8° een attest van de ontvanger der belastingen waaruit blijkt dat de aanvrager, op het ogenblik dat hij zijn aanvraag indient, geen belasting, ongeacht de aard, is verschuldigd;9° een attest van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid waaruit blijkt dat de aanvrager, op het ogenblik dat hij zijn aanvraag indient, geen enkele schuld heeft bij die instelling.De bedragen waarvoor een aflossingsplan werd toegekend en dat door het bureau wordt nageleefd, worden niet als achterstallen beschouwd; 10° een verklaring waarin het bureau de vestiging of vestigingen meedeelt van waaruit de bemiddelingsactiviteiten zullen worden uitgeoefend. § 2. Als de aanvraag tot erkenning uitgaat van een bureau met maatschappelijke zetel in het Brusselse of Waalse Gewest of dat, ingeval het om een natuurlijk persoon gaat, kantoor houdt in het Brusselse of Waalse Gewest, moet zij vergezeld zijn van de documenten waaruit blijkt dat het bureau voldoet aan gelijkwaardige voorwaarden als vermeld in artikel 8, § 1 van het decreet. § 3. Als de aanvraag tot erkenning uitgaat van een buitenlands bureau met maatschappelijke zetel binnen de Europese Economische Ruimte of dat, ingeval het om een natuurlijk persoon gaat, kantoor houdt binnen de Europese Economische Ruimte, moet zij vergezeld zijn van de documenten waaruit blijkt dat het bureau voldoet aan gelijkwaardige voorwaarden als vermeld in artikel 8, § 1 van het decreet. § 4. Als de aanvraag tot erkenning uitgaat van een bureau met maatschappelijke zetel buiten de Europese Economische Ruimte of dat, ingeval het om een natuurlijk persoon gaat, kantoor houdt buiten de Europese Economische Ruimte, moet zij vergezeld zijn van de documenten waaruit blijkt dat het bureau voldoet aan gelijkwaardige voorwaarden als vermeld in artikel 8, § 1 van het decreet. Daarenboven moet met de aanvraag het bewijs worden geleverd dat het bureau in het land van herkomst activiteiten uitoefent in de zin van artikel 1, 2°. Art. 5.§ 1. Na ontvangst van de aanvraag ingediend overeenkomstig de procedure vermeld in artikel 3 en vergezeld van alle krachtens dit besluit bij de aanvraag te voegen documenten, Stuurt de administratie de aanvragen binnen een termijn van dertig kalenderdagen voor advies aan de erkenningscommissie. De administratie kan onvolledige aanvragen na een periode van uiterlijk drie maanden, vanaf het opvragen van de ontbrekende informatie, seponeren, voor zover het dossier binnen deze periode niet vervolledigd werd. De erkenningscommissie is ertoe gehouden binnen een termijn van zeventig kalenderdagen, te rekenen vanaf de verzendingsdatum door de administratie van de aanvraag tot erkenning ervan, een advies uit te brengen. Met toestemming van de minister kan deze termijn verlengd worden met maximum dertig kalenderdagen. § 2. De beslissingen van de minister houdende de erkenning, de hernieuwing, schorsing, schrapping of intrekking van de erkenning worden bij een ter post aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de aanvrager, meegedeeld aan de erkenningscommissie en bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Afdeling 2. - De hernieuwing van de erkenning Art. 6.Als de geldigheidsduur verstreken is, wordt, na advies van de erkenningscommissie, de erkenning stilzwijgend hernieuwd voor een periode van één jaar, voor zover het bureau aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet. De erkenningscommissie stelt daartoe jaarlijks een algemeen advies op. De erkenning wordt hernieuwd onder dezelfde voorwaarden als die waaronder zij wordt verleend. HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden van professionele deskundigheid Art. 7.§ 1. De persoon die de professionele verantwoordelijkheid draagt, alsook zijn aangestelden en lasthebbers, dienen voor de uitoefening van de activiteiten genoemd in artikel 1, 2° aan ten minste één van de volgende voorwaarden te voldoen :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.