zonderheid hoofdstuk VIII, afdeling 2, zoals gewijzigd bij decreet van 8 juli 1996 en 1997; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 2 april 1996 betreffende de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen; Gelet op het advies van de
spectie van Financiën van 9 mei 1997; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor de begroting van 8 juli 1997; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
zonderheid op artikel 3, § 1 gewijzigd bij de wet van 4 juli 1989, 6 april 1995 en 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 4 april 1996 een vergoeding toekent aan de gemeenten die door het
zenden van vermoedens- of
ventarislijsten het Vlaamse Gewest ondersteunen bij de heffing ter bestrijding van de leegstand en verkrotting; Overwegende dat
de vergoedingsregeling te zwaar de nadruk ligt op het tijdig
zenden van gegevens, terwijl de correctheid van de gegevens primeert en dat gemeenten die correcte gegevens
stuurden, maar buiten de opgelegde termijn, hun vergoeding dreigen te mislopen ondanks hun grote
spanningen; Overwegende dat de vergoeding betaald dient te worden voor het einde van de maand die volgt op de maand van de
ning en dat de eerste aanslagbiljetten reeds zijn verzonden, zodat een dringende wijziging noodzakelijk is om voornoemde gemeenten een vergoeding te verzekeren; Overwegende dat bij het behoud van de huidige regeling deze gemeenten niet langer bereid worden gevonden om de noodzakelijke
spanningen te leveren, waardoor het Vlaamse Gewest bijkomende
spanningen zal moeten leveren; Overwegende dat het decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1997 enkele wijzigingen aanbracht aan het decreet van 22 december 1995 en dat deze wijzigingen van kracht worden op 1 juli 1997; Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting en de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Artikel 1, 4°, van het besluit van de Vlaamse regering van 2 april 1996 betreffende de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen wordt geschrapt. Art. 2.
artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, tweede lid, 1°, wordt het woord « bevolkinsgregister » vervangen door het woord « bevolkingsregister »;2°
, tweede lid, 6° worden de woorden « artikel 135 » vervangen door de woorden « artikel 134bis »;3°
worden de woorden « ongeschiktheids- of onbewoonbaarheidsverklaring » vervangen door het woord « onbewoonbaarverklaring ». Art. 3.
artikel 6, §1, van hetzelfde besluit worden de woorden « stabiliteit, bouwfysica en veiligheid » vervangen door de woorden « stabiliteit, bouwfysica, veiligheid en minimaal comfort »; Art. 4.Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « De gemeentelijke administratieve eenheden, bedoeld
artikel 2, § 2, sturen een eensluidend verklaard afschrift van de formulieren naar de
artikel 2, § 1, bedoelde afdeling van de provincie waarin de gemeente gelegen is, telkens als een woning en/of gebouw wordt geïnventariseerd of de gegevens van een formulier veranderen. De provinciale afdelingen sturen deze afschriften, samen met de afschriften van de formulieren die zij zelf hebben opgemaakt, naar de afdeling Financiering Huisvestingsbeleid. De formulieren worden per maand gebundeld. Bij toepassing van artikel 8, §2, kunnen de formulieren worden vervangen door een recente kopie van het geautomatiseerd bestand. » Art. 5.Artikel 17 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 6.
artikel 19 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid, 1° worden de woorden « op voorwaarde dat de gebouwen en/of woningen werden gesignaleerd overeenkomstig artikel 4 van dit besluit » vervangen door de woorden « voor elk gebouw en/of woning waarvan de gemeente de correcte gegevens en
dicaties, bedoeld
artikel 4 van dit besluit, heeft meegedeeld aan de
artikel 2, § 1 bedoelde afdeling van de provincie waarin de gemeente gelegen is »;2° een tweede lid wordt
gevoegd, dat luidt als volgt : « De vergoedingen, bedoeld
1° en 2° van het vorige lid, worden toegekend ongeacht het tijdstip waarop de gegevens werden meegedeeld, op voorwaarde dat de heffing voor het jaar waarop de gegevens betrekking hebben tijdig kon worden opgenomen
het kohier.» Art. 7.De bijlagen I en III, gevoegd bij hetzelfde besluit, worden vervangen door de bijlagen I en II gevoegd bij dit besluit. Art. 8.Dit besluit treedt
werking op 1 juli 1997, met uitzondering van de artikelen 2, 3, 4 en 6, die uitwerking hebben met
gang van 1 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.