stelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector
artikel 77 van de Grondwet. Art. 2.Artikel 2, § 4, van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot
stelling van een responsabiliseringsbijdrage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 4. Voor de vaststelling van de op de jaren 1990 tot 1999 betrekking hebbende basisresponsabiliseringsbijdragen die gebruikt zullen worden voor het bepalen van de voor de jaren 1997 tot 2000 door de Vlaamse en de Franse Gemeenschap verschuldigde responsabiliseringsbijdragen omvat de
, tweede lid, bedoelde weddemassa deze van het personeel van het onderwijs voor sociale promotie niet. ». Art. 3.
artikel 3, § 1, van voormelde bijzondere wet van 27 april 1994 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het tweede lid worden tussen de woorden « na aftrek » en « van het werkelijk aangewende » de woorden « van het gedeelte van die massa dat ten laste gelegd wordt van het Fonds voor het evenwicht van de pensioenstelsels alsook »
gevoegd;2°
het derde lid worden tussen de woorden « na aftrek » en « van het voor datzelfde jaar » de woorden « van het gedeelte van die massa dat, volgens de ramingen, ten laste gelegd zal worden van het Fonds voor het evenwicht van de pensioenstelsels alsook »
gevoegd. Art. 4.
artikel 6, § 1, eerste lid, van dezelfde bijzondere wet worden tussen de woorden « verminderd » en « met het
de loop van datzelfde jaar » de woorden « met het gedeelte van die massa dat ten laste gelegd wordt van het Fonds voor het evenwicht van de pensioenstelsels alsook »
gevoegd. Art. 5.
artikel 7 van dezelfde bijzondere wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de volgende wijzigingen aangebracht :
, eerste lid, worden de woorden « voor de jaren 1994 tot 1996 » vervangen door de woorden « voor de jaren 1997 tot 2000 »;3°
, tweede lid, worden de woorden « van het jaar 1996 » en « vanaf het jaar 1997 » respectievelijk vervangen door de woorden « van het jaar 2000 » en « vanaf het jaar 2001 »;4° aan § 2, derde lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
artikel 7, § 1, 1°, 3° en 4°, bedoelde overheden voor het betrokken jaar verschuldigde werkelijke responsabiliseringsbijdragen en anderzijds het gemiddelde van de weddemassa's van het geheel van dezelfde overheden. Dit gemiddelde wordt ieder jaar vastgesteld op basis van de vierjarige periode die tot grondslag dient voor de vaststelling van de voor het betrokken jaar verschuldigde werkelijke responsabiliseringsbijdrage. Voor de vaststelling van voormelde verhouding worden de met toepassing van § 2 door de Vlaamse en de Franse Gemeenschap verschuldigde werkelijke responsabiliseringsbijdragen, de met toepassing van § 3 door de Duitstalige Gemeenschap verschuldigde werkelijke responsabiliseringsbijdrage en de met toepassing van § 4 door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie verschuldigde werkelijke responsabiliseringsbijdrage, alsook de voor de vaststelling van deze bijdragen
aanmerking genomen weddemassa's, niet
aanmerking genomen. § 2. De werkelijke responsabiliseringsbijdrage die door de Vlaamse en de Franse Gemeenschap verschuldigd is voor elk van de jaren 1997 tot 2000, maar enkel wat het personeel van het onderwijs voor sociale promotie betreft, is gelijk aan het bedrag dat bekomen wordt door de weddemassa van ditzelfde personeel voor het jaar voorafgaand aan dat waarvoor deze bijdrage verschuldigd is, te vermenigvuldigen met het
§ 3. De werkelijke responsabiliseringsbijdrage die door de Duitstalige Gemeenschap verschuldigd is voor elk van de jaren 1997 tot 2000, is gelijk aan het bedrag dat verkregen wordt door haar weddemassa voor het jaar voorafgaand aan dat waarvoor deze bijdrage verschuldigd is, te vermenigvuldigen met het
§ 4. De werkelijke responsabiliseringsbijdrage die door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie verschuldigd is voor elk van de jaren 1997 tot 2000, is gelijk aan het bedrag dat verkregen wordt door haar weddemassa voor het jaar voorafgaand aan dat waarvoor deze bijdrage verschuldigd is, te vermenigvuldigen met het
». Art. 7.
artikel 9, § 1, van dezelfde bijzondere wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het tweede lid worden de woorden « het voorzienbare beschikbare saldo bij het Fonds voor overlevingspensioenen » geschrapt;2° het derde lid wordt vervangen door de volgende bepaling : « Voor de vaststelling van de voor de jaren 1997 tot 2000 verschuldigde voorlopige werkelijke responsabiliseringsbijdragen worden de
het tweede lid bepaalde werkelijke of geraamde weddemassa's vervangen, wat de Vlaamse en de Franse Gemeenschap betreft, door de
artikel 2, § 4, bepaalde werkelijke of geraamde weddemassa's.» Art. 8.Artikel 10, § 1, derde lid, van dezelfde bijzondere wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Voor de vaststelling van de voor de jaren 1997 tot 2000 verschuldigde definitieve werkelijke responsabiliseringsbijdragen worden de
het tweede lid bepaalde werkelijke weddemassa's vervangen, wat de Vlaamse en de Franse Gemeenschap betreft, door de
artikel 2, § 4, bepaalde werkelijke weddemassa's. ». Art. 9.Aan artikel 11, § 1, van dezelfde bijzondere wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen de woorden « de Hoge Raad van Financiën is » en « belast met » worden de woorden « , voorafgaand aan het overleg met de Regeringen van de Gemeenschappen en de Gewesten, »
gevoegd;2° de woorden « vanaf 1 januari 1997 » worden vervangen door de woorden « vanaf het jaar 2001 ». Art. 10.Deze wet heeft uitwerking met
gang van 1 januari
plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat op 19 februari 1998, nr. 1295/
plenaire vergadering op 30 april 1998, nr. 894/4. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 23 en 30 april 1998.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.