vordering en anderzijds van de graad van auditeur-generaal, dienstchef, en houdende hervorming van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit VERSLAG AAN DE KONING Sire, Sedert iets meer dan een jaar is het herstructureringsproces van de fiscale administraties in een actieve fase getreden, door de oprichting van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, bij koninklijk besluit van 6 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/07/1997 pub. 31/07/1997 numac 1997003361 bron ministerie van financien Koninklijk besluit houdende oprichting van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit sluiten. Deze oprichting werd geconcretiseerd door de geleidelijke instelling van 48 controlecentra waarin ambtenaren van de directe belastingen en van de BTW zijn ondergebracht en door de oprichting van een nationale directie van de opsporingen, alles binnen een nieuwe administratie, die van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit. Zoals ieder herstructureringsproces heeft
stelling van deze nieuwe structuren een onvermijdelijke inwerkperiode gekend die voor niemand aangenaam was. Dit was des te meer onvermijdelijk omdat, in het algemeen, deze beweging met hetzelfde personeel moest worden verwezenlijkt, zonder uitbreiding van de personeelsformatie. Zo diende men de controlecentra progressief met personeel in te vullen en voorlopig de personeelsleden in de klassieke diensten te behouden die onmisbaar zijn voor hun goede werking. Iedereen heeft in een eerste fase alleen voldoening kunnen krijgen, wat betreft de gepostuleerde betrekkingen, in de mate van de mogelijkheden die werden aangeboden per verschillende dienst. Anderzijds hebben de pioniers van de controlecentra de nieuwe diensten moeten opstarten, zich het groepswerk en de polyvalentie eigen maken en de nieuwe werkmethode aanleren. In de klassieke diensten hebben diegenen die gebleven zijn, hun werkgewoontes moeten aanpassen ingevolge de wijzigingen aan hun opdracht en aan het verminderde effectief. Maar, buiten wat inherent is aan elke herstructurering, heeft men evenwel moeten vaststellen, en betreuren, dat deze inwerkingtreding niet harmonieus verliep en dat een bepaald aantal moeilijkheden werden ontmoet vooral op het vlak van de logistiek, waardoor het nog steeds niet mogelijk is gebleken de nieuwe diensten op te starten in behoorlijke materiële omstandigheden. Die moeilijkheden kregen ruime aandacht in bepaalde media, wat het imago van het departement, zowel intern als extern, nadelig heeft beïnvloed. Die moeilijkheden vonden hoofdzakelijk hun oorsprong in de omstandigheid dat de herstructurering gebeurde door het oprichten van een nieuwe administratie zonder eigen logistieke diensten en buiten de klassieke administraties die op termijn totaal zouden opgaan in deze nieuwe administratie. Die toestand maakte het beheer van een proces, dat van nature reeds delicaat was, nog ingewikkelder. Het is derhalve noodzakelijk de voorwaarden te scheppen voor een doeltreffender en harmonieuzer beheer van dat proces waarbij de onomkeerbaarheid van de door de lopende hervormingen genomen oriënteringen gewaarborgd blijft. Daartoe moeten de klassieke administraties worden gesitueerd binnen de herstructurering waarvan zij de basis zijn. Zodoende wil men van die administraties de hoofdrolspelers maken van hun eigen herstructurering. Met andere woorden, het proces van deze herstructurering moet worden "geïnternaliseerd". Daartoe is het noodzakelijk gebleken in twee fasen te werken. Eerst een fase van hergroepering van de betrokken diensten binnen de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, voorzien van een eenheidsstructuur inzake bevelvoering en beheer. Vervolgens een fase van integratie van die diensten in de geest van een gemeenschappelijke cultuur die eigen is aan die nieuwe administratie en die, met
stelling van 48 controlecentra, reeds een eerste toepassingsgeval heeft gekend. Het voorwerp van onderhavig ontwerp van koninklijk besluit is het doorvoeren van deze 1ste fase. Bovendien is het noodzakelijk gebleken reeds nu het gebied van deze 1ste fase van de herstructurering uit te breiden tot de tweede pool van de herstructurering, waarbij het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, samen de Administratie van het kadaster, registratie en domeinen zullen uitmaken. Tenslotte, om een duidelijk signaal te geven aangaande het verderzetten van de hervormingen, is het evenzeer noodzakelijk gebleken in dit ontwerp van koninklijk besluit de derde pool van de herstructurering op te nemen, met name de voorbereiding van de toekomstige Administratie van
vordering. Er werd dus geopteerd voor een benadering in twee fasen van de herstructurering van die verschillende administraties, een fase van de hergroepering en een fase van
tegratie. De fase van de hergroepering moet het mogelijk maken te komen tot een harmonischer beheer van het herstructureringsproces. Zij biedt het voordeel te kunnen worden uitgevoerd met een minimum aantal reglementaire wijzigingen. Dat is immers het voornaamste doel van dit ontwerp van koninklijk besluit. Daarentegen is de fase van
tegratie veel complexer. Zij zal zowel betrekking hebben op de diensten van de centrale administratie als op de buitendiensten met, in het geval van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, de geplande oprichting van de beheerscentra bij elk van de 48 controlecentra. De complexiteit van deze fase van integratie heeft te maken met het feit dat zij hoofdzakelijk
tegratie omvat van het "statuut" en - vooral - van de loopbanen van de personeelsleden. Een hervorming van het Organiek Reglement is daartoe noodzakelijk. Deze fase zal dan ook later worden uitgevoerd. In het eerste kwartaal van 1999 zullen de voorbereidingswerkzaamheden van deze tweede fase starten. Overeenkomstig de gangbare praktijk, zal het nodige worden gedaan om de vakorganisaties erbij te betrekken. Daartoe is het noodzakelijk gebleken om, vanaf nu - onverminderd de geldende officiële procedures - de organisatie van de huidige contactgroepen waarin de vakorganisaties en overheden van het departement zitting hebben, te herdefiniëren. Deze herdefinitie is dan ook een van de voorwerpen van dit ontwerp van koninklijk besluit. Dit ontwerp van koninklijk besluit strekt er concreet toe twee nieuwe fiscale administraties, de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen en de Administratie van
vordering, op te richten, alsmede de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, opgericht bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/07/1997 pub. 31/07/1997 numac 1997003361 bron ministerie van financien Koninklijk besluit houdende oprichting van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit sluiten, te hervormen. Deze drie administraties beantwoorden aan de sedert 1994 in het kader van de herstructurering nagestreefde hergroeperingen : - de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen hergroepeert enerzijds de diensten van de Registratie en van de Domeinen met de diensten van het Kadaster anderzijds; - de Administratie van
vordering hergroepeert op termijn de diensten belast met
vordering van de belastingen en taksen, nu ingevorderd door de Directe Belastingen en de BTW, met de mogelijkheid van latere uitbreiding tot andere belastingen en rechten; - de Administratie van de ondememings- en inkomensfiscaliteit hergroepeert, buiten
1997 opgerichte eigen diensten, de diensten belast met de vestiging en de controle van de Directe Belastingen en de BTW. Er weze opgemerkt dat niets wordt gewijzigd aan de samenstelling noch aan de opdrachten van de Dienst "voorbereiding en begeleiding". Er wordt geen organieke aanpassing voorzien inzake : - de Administratie van fiscale zaken, belast met de wetgeving en
ternationale betrekkingen; - de Administratie van de bijzondere belastinginspectie, belast met de strijd tegen de grote fraudestromen; - de Administratie der douane en accijnzen. Twee van de drie bij dit ontwerpbesluit betrokken administraties, namelijk de Administratie van de ondememings- en inkomensfiscaliteit en de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen, nemen de vorm aan van een structuur, waarin bestaande diensten, ieder onder het gezag van een directeur-generaal, worden gehergroepeerd. In deze fase van hergroepering blijven de administraties, waaruit die diensten zijn gesproten, dus bestaan en de ambtenaren die er deel van uitmaken vallen verder onder de reglementaire beschikkingen die van toepassing zijn in hun huidige administratie. In iedere van deze twee nieuwe administraties zal de directeur-generaal worden bijgestaan door een beheerscomité, samengesteld uit auditeurs-generaal, dienstchef afkomstig van de twee sectoren waaruit die administratie is samengesteld. Dat comité heeft inzonderheid tot taak het voorbereiden van een strategisch plan tot integratie van de diensten : in de toekomst worden deze plannen dan ook opgemaakt binnen de betrokken administraties ("internalisering" van de herstructurering) en met een waarborg van evenwicht tussen de verschillende sectoren van elke administratie. Bovendien zullen de leden van dat comité de opdracht hebben de hoge leiding waar te nemen van al wat te maken heeft met de logistiek, om de dysfuncties te vermijden die werden vastgesteld bij
stelling van de controlecentra. Als die structuur onmiddellijk kan worden verkregen in het geval van de Administratie van de ondememings- en inkomensfiscaliteit en de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen, is zulks niet het geval voor de Administratie van
vordering. Voor deze nieuwe administratie is het immers niet mogelijk de plaatselijke invorderingsdiensten van de Directe Belastingen en van de BTW onmiddellijk onder haar gezag te hergroeperen, vermits
vorderingsdiensten van de BTW nog te zeer vervlochten zijn met de andere diensten van de BTW.
vorderingsdiensten van Directe Belastingen en BTW zullen dan ook tijdelijk afhangen van de Administratie van de ondememings- en inkomensfiscaliteit. Nochtans wordt binnen de nieuwe Administratie van
vordering een begeleidingscomité opgericht onder de directe leiding van een directeur-generaal met als opdracht
vorderingsdiensten te hergroeperen en ze binnen deze administratie te integreren. Het Directiecomité van de fiscale administraties is bezig de krachtlijnen van deze reorganisatie te bestuderen. Het begeleidingscomité omvat ambtenaren van de centrale diensten en van de buitendiensten. Vanaf het ogenblik waarop
vorderingsdiensten onder het effectieve gezag van de Administratie van
vordering zullen zijn geplaatst, moet het begeleidingscomité uiteraard de plaats ruimen voor een beheersstructuur vergelijkbaar met die van de Administratie van de ondememings- en inkomensfiscaliteit en de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen. Later zal dit een aanpassing van het huidige ontwerp van koninklijk besluit vereenvoudigen. Zoals men ziet maakt de organisatie van de hogere directie van de nieuwe administraties, met
stelling van de beheerscomités of het begeleidingscomité, ruim plaats voor de collegialiteit. Deze collegialiteit is overigens bijzonder noodzakelijk in deze eerste fase van hergroepering tijdens welke de diensten en ambtenaren gesproten uit verschillende administratieve horizonten, zelfs verschillende administratieve culturen, meer en meer zullen moeten samenwerken. Opgemerkt moet worden dat de collegialiteit de hogere directie van het geheel van de fiscale administraties reeds kenmerkt. Op functioneel vlak met het College van de Algemene Administratie der Belastingen. En op strategisch vlak met het Directiecomité van de fiscale administraties dat, onder voorzitterschap van de Secretaris-generaal, met name bevoegd is voor de strategische leiding van het moderniseringsproces van de fiscale administraties. Overeenkomstig dit ontwerp van koninklijk besluit worden de leden van het beheerscomité van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit en de ambtenaren van rang 13 van het begeleidingscomité van de Administratie van
vordering aangeduid door de Minister na advies van het Directiecomité van de fiscale administraties. Het is tevens aan dat Comité dat de directeuren-generaal van de fiscale administraties - die er lid van zijn - hun ontwerpen van strategische beslissingen betreffende hun administratie zullen voorleggen, zoals bijvoorbeeld de toekomstige plannen voor
tegratie van hun diensten. Deze hervorming past volkomen in het algemene kader van het Vijfjarenplan van 1991, waarvan zij toch in vele opzichten een essentieel deel uitmaakt. Terzake moeten de navolgende elementen worden benadrukt :
formatisering van alle fiscale administraties, wordt bevestigd. Zij zal onverwijld worden gepreciseerd in het organiek reglement; 3. de functionele verantwoordelijkheid eigen aan de Adjunct-administrateur-generaal van de belastingen inzake de coördinatie van de strijd tegen de fiscale fraude, wordt bevestigd.De ambtenaren die het Vast Comité voor de strijd tegen de fiscale fraude bemannen, zullen geleidelijk permanent ter beschikking worden gesteld van het Comité voor de duur van hun opdracht. Zij zien er evenwel op toe dat een nauw contact met hun administratie van oorsprong verzekerd blijft. Een protocol in voorbereiding regelt de procedures en de modaliteiten van deze terbeschikkingstelling. Om de noodzakelijke modernisering van de fiscale administraties te leiden zijn al deze structuurhervormingen noodzakelijk. Zij zijn evenwel niet de absolute waarborg voor een goed beheer. Dat geldt zowel voor de centrale diensten als voor de buitendiensten. Het goed beheer gaat hoofdzakelijk via de erkenning, onder naleving van de geldende wetten en reglementen, van een actie-autonomie van de diensten die dwingend moet worden gecompenseerd door de responsabilisering ervan. De verplichting tot "reporting" omvat een van de twee hoofdlijnen van dat principe van autonomie-responsabilisering. De "reporting" gaat zowel vanuit de buitendiensten naar de centrale administratie waarvan ze afhangen als vanuit de hogere directies van de administraties naar het Directiecomité van de fiscale administraties. De tweede hoofdlijn is de identificatie van de criteria voor het meten van de van de diensten verwachte prestaties, zowel kwantitatief als kwalitatief. Reeds nu werd een cel binnen het Algemeen Secretariaat van het Ministerie van Financiën ermee belast een rapport op te stellen over de huidige praktijken inzake het meten van de prestaties binnen de fiscale administraties. Parallel met de geleidelijke instelling van de nieuwe structuren, zal het Directiecomité van de fiscale administraties de strategische leiding van deze essentiële dimensie van de modernisering der fiscale administraties moeten waarnemen. Commentaar op de artikelen In titel I, dat de artikelen 1 en 2 omvat, wordt de graad van auditeur-generaal, dienstchef, opgericht bij het Ministerie van Financiën. Titel II bevat de bepalingen eigen aan de herstructurering van de fiscale administraties. In artikel 3 wordt de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen, die deel uitmaakt van de fiscale administraties, opgericht. Artikel 4 geeft aan de directeur-generaal van deze nieuwe administratie de bevoegdheden die gewoonlijk aan de directeur-generaal van een administratie worden toevertrouwd en bepaalt dat hij deze bevoegdheden ook uitoefent over de Administratie van het kadaster en de Sector registratie en domeinen van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen. Artikel 5 richt een beheerscomité op dat samengesteld is uit de directeur-generaal en 6 auditeurs-generaal, dienstchef, afkomstig van de Administratie van het kadaster en van de Sector registratie en domeinen van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen. Artikel 6 somt de taken van het beheerscomité op : voorstellen uitbrengen inzake het beheer van de belastingen, het strategisch plan inzake
tegratie van de diensten van het kadaster en van de registratie voorstellen, integratie van de centrale diensten bevoegd inzake informatica, gebouwen, economaat en personeelszaken. Artikel 7 bepaalt enerzijds dat de directeur-generaal van de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen een deel van zijn bevoegdheden mag delegeren aan de auditeur-generaal, dienstchef, die deel uitmaakt van het beheerscomité en dat hij anderzijds de colleges van dienstchefs die hij voorzit, mag bijeenroepen om gezamenlijk te vergaderen betreffende de aangelegenheden inzake de organisatie en de werking van de diensten van de administraties waarover hij bevoegd is. Artikel 8 geeft de mogelijkheid aan de administrateur-generaal van de belastingen, mits akkoord van de betrokken directeurs-generaal, om ambtenaren van de centrale diensten van de Sector BTW tijdelijk tewerk te stellen bij de centrale diensten van de Sector registratie en domeinen en omgekeerd. Deze mogelijkheid wordt ook voorzien in de buitendiensten (tewerkstelling van ambtenaren van de BTW in de Sector registratie en domeinen en omgekeerd). De loopbaan van de tewerkgestelde ambtenaren wijzigt niet. In artikel 9 wordt de Administratie van
vordering, die deel uitmaakt van de fiscale administraties, opgericht. Artikel 10 geeft aan de directeur-generaal van deze nieuwe administratie de bevoegdheden die gewoonlijk aan de directeur-generaal van een administratie worden toevertrouwd. In artikel 11 wordt een begeleidingscomité opgericht en haar samenstelling bepaald. De ambtenaren van rang 13 worden aangeduid door de Minister op voorstel van het Directiecomité van de fiscale administraties. De ambtenaren van de buitendiensten die deel zullen uitmaken van dit comité mogen vervangen worden in hun dienst. Artikel 12 beschrijft de taken van dit comité. De artikelen 13 tot 16 betreffen de bevoegdheden van de directeur-generaal, de samenstelling en de bevoegdheden van het beheerscomité. Ze zijn identiek aan de artikelen 4 tot 7 betreffende de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen, uitgezonderd de wijze waarop het beheerscomité wordt samengesteld. De artikelen 17 tot 20 beschrijven de organen en de structuren van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit. Het betreft in feite het hernemen van de artikelen 4 tot 9 van het koninklijk besluit van 6 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/07/1997 pub. 31/07/1997 numac 1997003361 bron ministerie van financien Koninklijk besluit houdende oprichting van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit sluiten houdende oprichting van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit. De volgende wijzigingen worden nochtans aangebracht : - oprichting van de centrale diensten; - afschaffing van het begeleidingscomité van de herstructurering. De artikelen 21 en 22 betreffen het personeel van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit. Het betreft in feite de weergave van de artikelen 10 en 11 van hetzelfde koninklijk besluit van 6 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/07/1997 pub. 31/07/1997 numac 1997003361 bron ministerie van financien Koninklijk besluit houdende oprichting van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit sluiten met de volgende aanpassingen : - in de centrale diensten zijn de betrekkingen van auditeur-generaal van financiën of van directeur toegankelijk voor alle ambtenaren van de centrale diensten (met inbegrip van deze van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit) die over de vereiste titels beschikken om benoemd te worden tot een graad van rang 13 in de buitendiensten van de Directe belastingen of in de buitendiensten van de BTW van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen; - in de buitendiensten worden de regels die een voorrang verleenden voor de toekenning van bepaalde betrekkingen aan de ambtenaren van de opsporingsdiensten, niet meer opgenomen. Artikel 23 herneemt alle beschikkingen van het organiek reglement die op de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit van toepassing zijn. Artikel 24 geeft aan de administrateur-generaal van de belastingen de mogelijkheid om ambtenaren van de centrale diensten en van de buitendiensten van de Sector BTW tijdelijk tewerk te stellen bij de centrale diensten en de buitendiensten van de Sector registratie en domeinen en omgekeerd. Artikel 25 richt een contactgroep overheid - representatieve vakorganisaties op, bepaalt haar samenstelling en bevoegdheden. Artikel 26 richt subcontactgroepen op bij de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen, de Administratie van
vordering en de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, bepaalt hun samenstelling en bevoegdheden. De Secretaris-generaal kan andere subcontactgroepen oprichten voor administraties die grondig worden geherstructureerd. Hij bepaalt eveneens hun samenstelling en bevoegdheid. Artikel 27 past artikel 6 van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën aan zodat de directeurs-generaal van de nieuwe administraties zouden kunnen zetelen in de Directieraad. Artikel 28 heft het koninklijk besluit van 6 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/07/1997 pub. 31/07/1997 numac 1997003361 bron ministerie van financien Koninklijk besluit houdende oprichting van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit sluiten houdende oprichting van de Administratie van de ondemernings- en inkomensfiscaliteit op, met uitzondering van artikel 1 van dit besluit dat handelt over de oprichting van deze administratie. Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Financiën, J.-J. VISEUR 18 DECEMBER 1998. - Koninklijk besluit houdende oprichting enerzijds van de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen en van de Administratie van
vordering en anderzijds van de graad van auditeur-generaal, dienstchef, en houdende hervorming van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet; Gelet op het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling van de graden waarvan de ambtenaren in de Rijksbesturen titularis kunnen zijn; Gelet op het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 januari 1972, 18 juli 1972, 11 oktober 1973, 7 december 1973, 25 juli 1974, 10 oktober 1974, 19 november 1974, 30 juni 1975, 9 januari 1976, 10 februari 1976, 30 maart 1976, 30 juli 1976, 15 maart 1977, 15 april 1977, 7 oktober 1977, 31 oktober 1977, 23 juni 1978, 13 november 1978, 14 november 1978, 11 december 1978, 5 juni 1979, 4 februari 1980, 11 december 1980, 2 maart 1981, 26 maart 1982, 27 januari 1983, 9 september 1983, 8 december 1983, 2 mei 1984, 31 augustus 1984, 9 oktober 1984, 16 januari 1985, 9 april 1985, 21 maart 1986, 11 juni 1986, 22 juni 1988, 21 februari 1989, 14 augustus 1989, 5 december 1989, 22 juni 1990, 6 augustus 1990, 13 augustus 1990, 9 januari 1991, 18 januari 1991, 16 juli 1991, 16 september 1991, 26 september 1991, 17 oktober 1991, 23 oktober 1991, 4 mei 1992, 22 oktober 1992, 15 januari 1993, 14 april 1993, 2 juli 1993, 1december 1993, 10 november 1994, 2 maart 1995, 13 februari 1996, 10 mei 1996, 10 juni 1996, 10 juli 1996, 20 december 1996, 31 januari 1997, 21 februari 1997, 6 juli 1997 en 1 maart 1998; Gelet op het advies van de Directieraad van het Ministerie van Financiën, gegeven op 4 december 1998; Gelet op de adviezen van
spectie van financiën, gegeven op 7 juli 1998 en 3 december 1998; Gelet op het protocol van het Sectorcomité II - Financiën van 16 december 1998; Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 26 oktober 1998; Gelet op het akkoord van Onze Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 26 oktober 1998 en 4 december 1998; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 1989 en 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat dit besluit zonder dralen dient gepubliceerd te worden opdat de tweede fase van de herstructurering van de fiscale administraties onverwijld kan doorgaan; Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : TITEL I Oprichting van de graad van auditeur-generaal, dienstchef Artikel 1.Bij het Ministerie van Financiën wordt in rang 15 de graad van auditeur-generaal, dienstchef opgericht. Art. 2.In de tabel gevoegd bij het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling van de graden waarvan de ambtenaren in de Rijksbesturen titularis kunnen zijn, wordt in rang 15 de graad van auditeur-generaal, dienstchef, ingevoegd onder het opschrift "I. Alfabetische rangschikking van de Nederlandse benamingen, Afdeling A, Administratief personeel" en onder het opschrift "II. Alfabetische rangschikking van de Franse benamingen, Afdeling A, Administratief personeel". TITEL II. - Oprichting van de administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen en van de administratie van
vordering en houdende hervorming van de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit HOOFDSTUK I. - Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen Afdeling
voorgaand lid bedoelde prerogatieven, verantwoordelijkheden en bevoegdheden eveneens uit over de Administratie van het kadaster en de Sector der registratie en domeinen van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen. Afdeling 3. - Oprichting, bevoegdheden en taken van het beheerscomité van de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen Art. 5.Binnen de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen wordt een beheerscomité opgericht. Het beheerscomité is samengesteld uit de Directeur-generaal van de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen en zes auditeurs-generaal, dienstchef, die benoemd zijn tot deze graad bij de Administratie van het kadaster of in de Sector der registratie en domeinen van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen. Art. 6.Het beheerscomité is belast met de volgende taken : - voorstellen uitbrengen inzake het beheer van de belastingen voor wat tot de bevoegdheid van de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen, de Administratie van het kadaster en de Sector der registratie en domeinen van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, behoort; - het strategisch plan inzake
tegratie van de diensten van de Administratie van het kadaster en de Sector der registratie en domeinen van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen in de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen, voorstellen; -
tegratie van de diensten die bevoegd zijn inzake informatica, gebouwen, economaat en personeelszaken van de centrale diensten van de Administratie van het kadaster en van de Sector der registratie en domeinen van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen. Art. 7.De directeur-generaal van de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen kan een deel van zijn prerogatieven of bevoegdheden zoals bepaald in artikel 4 delegeren aan elk van de auditeurs-generaal, dienstchef, die deel uitmaken van het in artikel 5 bedoelde beheerscomité. Hij kan de colleges van dienstchefs, die hij voorzit, bijeenroepen om gezamenlijk te vergaderen betreffende de aangelegenheden inzake de organisatie en de werking van de diensten van de administraties waarover hij bevoegd is. Afdeling
bedoelde ambtenaren onderworpen aan de regelen betreffende de beoordeling van hun titels en verdiensten, inzonderheid aan de regelen betreffende de evaluatie of beoordeling en de tucht welke in de Sector BTW op hen van toepassing zijn. Te dien einde wint de bevoegde hiërarchische meerdere van de Sector B. T. W. van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, alle nuttige inlichtingen in bij de dienst waar die ambtenaren tewerkgesteld zijn. Hij houdt
dividuele evaluatiefiche bij. §
bedoelde tewerkstelling wordt ten laatste beëindigd bij de afschaffing van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen. HOOFDSTUK II. - Oprichting van de Administratie van
vordering Afdeling 1. - Oprichting van de Administratie van
vordering Art. 9.De Administratie van
vordering wordt opgericht bij het Ministerie van Financiën onder de Algemene Administratie van de belastingen. De Administratie van
vordering is een fiscale administratie in de zin van artikel 1, § 3 van voornoemd koninklijk besluit van 29 oktober
vordering Art. 10.De directeur-generaal van de Administratie van
vordering heeft dezelfde prerogatieven, verantwoordelijkheden en bevoegdheden als een directeur-generaal, zoals bedoeld in artikel 4, § 2, tweede lid van voornoemd koninklijk besluit van 29 oktober 1971. Afdeling 3. - Oprichting, bevoegdheden en taken van het begeleidingscomité van de Administratie van
vordering Art. 11.§ 1. Binnen de Administratie van
vordering wordt een begeleidingscomité opgericht. Het begeleidingscomité is samengesteld uit : 1° de Directeur-generaal van de Administratie van
vordering;2° zes auditeurs-generaal, dienstchef, die tot deze graad benoemd zijn in de Administratie der directe belastingen of in de Sector BTW van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen en die geen deel uitmaken van het beheerscomité bedoeld in artikel 14;3° zes gewestelijk directeurs of directeurs bij een fiscaal bestuur van
vorderingssector van de Administratie der directe belastingen of van de Sector BTW van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen. § 2. De gewestelijk directeurs en de directeurs bij een fiscaal bestuur die deel uitmaken van het in § 1 bedoelde begeleidingscomité, worden aangeduid door de Minister van Financiën op voorstel van het Directiecomité van de fiscale administraties. Ze staan onder het rechtstreeks gezag van de Directeur-generaal van de Administratie van
vordering. § 3. De auditeurs-generaal, dienstchef, de gewestelijk directeurs en de directeurs bij een fiscaal bestuur bedoeld in § 1 behouden in hun administratie van oorsprong hun rechten op bevordering in graad, bevordering in weddenschaal, op verandering van graad en op mutatie. De functies van gewestelijk directeur en directeur bij een fiscaal bestuur in de administratie van oorsprong mogen worden toevertrouwd aan andere ambtenaren van dezelfde administratie door toekenning van hogere functies. Art. 12.Het begeleidingscomité is belast met de volgende taken in verband met de Administratie van
vordering : - de voorbereiding van de oprichting van de centrale diensten en buitendiensten van de Administratie van
vordering, inzonderheid
tegratie van de diensten bevoegd inzake invordering van de Administratie der directe belastingen en van de Sector BTW van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen; - de voorbereiding van
structies betreffende de werking van de administratie. HOOFDSTUK III. - Hervorming van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit Afdeling
voorgaand lid bedoelde prerogatieven en verantwoordelijkheden eveneens uit over de Administratie der directe belastingen en de Sector BTW van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen. Afdeling
tegratie van de diensten van de Administratie der directe belastingen en de Sector BTW van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen in de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, voorstellen; -
tegratie van de diensten die bevoegd zijn inzake informatica, gebouwen, economaat en personeelszaken van de centrale diensten van de Administratie der directe belastingen en van de Sector BTW van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen. Art. 16.De directeur-generaal van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit kan een deel van zijn prerogatieven of bevoegdheden zoals bepaald in artikel 13 delegeren aan elk van de auditeurs-generaal, dienstchef, die deel uitmaken van het in artikel 14 bedoelde beheerscomité. Hij kan de colleges van dienstchefs, die hij voorzit, bijeenroepen om gezamenlijk te vergaderen betreffende de aangelegenheden inzake de organisatie en de werking van de diensten van de administraties waarover hij bevoegd is. Afdeling
bedoelde diensten en bij de op 1 februari 1995 afgeschafte Dienst van de fiscale coördinatie, worden desgevallend vastgesteld in functie van de graden die na hun benoeming bij deze diensten werden of konden worden toegekend aan de ambtenaren van hun administratie van oorsprong en die na hen gerangschikt zijn of zouden gerangschikt zijn indien allen bij deze administratie waren gebleven. De terugkeer van de ambtenaar in een betrekking van zijn graad maakt het voorwerp uit van een door Ons genomen besluit. Art. 22.§
competitiestellingen, onder voorbehoud van de wijzigingen die impliciet aan deze artikelen worden aangebracht door de gewijzigde artikelen 72 en 73 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het Statuut van het Rijkspersoneel; - de artikelen 54 tot 56; - artikel
bedoelde ambtenaren onderworpen aan de regelen betreffende de beoordeling van hun titels en verdiensten, inzonderheid aan de regelen betreffende de evaluatie of beoordeling en de tucht welke in de Sector der registratie en domeinen op hen van toepassing zijn. Te dien einde wint de bevoegde hiërarchische meerdere van de Sector der registratie en domeinen van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen alle nuttige inlichtingen in bij de dienst waar die ambtenaren tewerkgesteld zijn. Hij houdt
dividuele evaluatiefiche bij. §
bedoelde tewerkstelling wordt ten laatste beëindigd bij de afschaffing van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen. HOOFDSTUK IV. - Contactgroep overheid representatieve vakorganisaties - subcontactgroepen Art. 25.§
vordering en voor de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit.
vorig lid bedoelde subcontactgroepen zijn ieder bevoegd voor het onderzoek van de problemen inzake personeel van de betrokken administratie en administraties en sectoren die onder de bevoegdheid van de directeur-generaal van de betrokken administratie vallen. Iedere subcontactgroep kan voorstellen indienen bij de contactgroep. § 2.
bedoelde subcontactgroepen worden voorgezeten door de directeur-generaal van de administratie waarvoor de subcontactgroep is opgericht. Ze bestaan ieder uit ambtenaren van de administraties waarover de voorzitter bevoegd is, een ambtenaar van de Algemene Diensten van het Algemeen Secretariaat en uit afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties. § 3. De Secretaris-generaal kan voor elke administratie die het voorwerp uitmaakt van een grondige herstructurering een subcontactgroep oprichten. Hij bepaalt haar bevoegdheden en samenstelling evenals de datum waarop ze ophoudt te bestaan. HOOFDSTUK V. - Aanvullende bepalingen Art. 27.In het eerste lid van artikel 6 van voornoemd koninklijk besluit van 29 oktober 1971, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 november 1978, 11 juni 1986 en 13 februari 1996, worden de woorden "en van de administraties bedoeld in artikel 1, § 1, 3° tot 5°." vervangen door de woorden ", van de administraties bedoeld in artikel 1, § 1, 3° tot 5° en van de Administraties van het kadaster, de registratie en de domeinen, van
vordering en van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit.". Art. 28.Het koninklijk besluit van 6 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/07/1997 pub. 31/07/1997 numac 1997003361 bron ministerie van financien Koninklijk besluit houdende oprichting van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit sluiten houdende oprichting van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit wordt opgeheven met uitzondering van artikel 1. HOOFDSTUK VI. - Slotbepaling Art. 29.Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 18 december 1998. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, J.-J. VISEUR
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.