(1)Bepalend gedeelte Artikel 1 Artikel 1 bevat geen enkele dienstige verduidelijking in verband met het opschrift en het dispositief van het ontworpen besluit ten opzichte van de artikelen 33 en 80 van de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet type wet prom. 08/08/1997 pub. 05/11/1997 numac 1997003522 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 38 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 om het fietsgebruik voor het woon-werkverkeer fiscaal aan te moedigen sluiten. Dat artikel behoort dan ook te vervallen. Artikel 2, § 1 (dat artikel 1 wordt) Het is niet aan te bevelen in eenzelfde artikel te veel bepalingen onder te brengen, zelfs wanneer er een rechtstreeks verband tussen bestaat. Die bepalingen kunnen beter over verschillende artikelen worden verdeeld. Die wetgevingstechnische regel zou zeer goed kunnen worden toegepast op artikel 2, dat uit zes paragrafen bestaat en drieëneenhalve bladzijde beslaat. De tekst zou beter als volgt worden gesteld : « Artikel 1.Het ereloon bestaat deels uit een proportionele vergoeding, per schijf berekend op basis van de gerecupereerde en gerealiseerde activa en deels uit een vergoeding vastgesteld door de rechtbank overeenkomstig artikel ... ». Artikel 2, § 2 (dat artikel 2 wordt)
- De tekst zou beter als volgt worden gesteld : « Art.
- Het promotionele gedeelte per schijf wordt vastgesteld overeenkomstig de onderstaande tabel, met een minimumbedrag van F 30 000 » : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
- Paragraaf 2, laatste lid, dat het tweede lid wordt, zou beter als volgt worden gesteld : « Voor het gedeelte boven de laatste schijf opgegeven in het vorige lid, wordt het ereloon, dat niet meer dan 1 % mag bedragen, bepaald door de rechtbank van koophandel.». Artikel 2, § 3 (dat artikel 3 wordt) Voor het tweede lid wordt de volgende redactie voorgesteld : « Ze kan het ereloon verminderen of vermeerderen op basis van verscheidene factoren zoals de omvang en de complexiteit van de zaak, het tewerkgestelde personeel, het aantal schuldvorderingen, de realisatiewaarde van het actief, de spoed waarmee het faillissement wordt afgewikkeld en de bevoorrechte schuldeisers worden betaald, alsook de waarde die voor bepaalde, zelfs minder belangrijke, activa wordt gekregen. ». Artikel 2, § 4 (dat artikel 4 wordt)
- In het eerste lid, in fine, schrijve men « ... en de bedragen die de vereffende activa na het faillissement hebben opgebracht. ».
- Het tweede lid behoort als volgt te worden gesteld : « In geval van vertraging in het beheer van het faillissement, kan de rechtbank echter alle of een deel van de interesten die de geconsigneerde sommen hebben opgebracht, niet meetellen voor deze bedragen.». Artikel 2, § 5 (dat artikel 5 wordt) De volgende tekst wordt voorgesteld : « Art. 5.Het ereloon vormt de vergoeding voor de prestaties die de curator gewoonlijk verricht in het kader van een normale vereffening van de failliete boedel, zoals vaststelling van het tijdstip van staking van betaling, opmaak van de inventaris, hypothecaire inschrijvingen op naam van de boedel, verificatie van de schuldvorderingen, realisatie en vereffening van de activa, de rechtsgeschillen of andere rechtsvorderingen, hetzij als eiser, hetzij als verweerder, teneinde niet gegronde of overdreven schuldvorderingen te voorkomen, opsporing en inning van schuldvorderingen, onderhandelingen van de curator met schuldeisers of derden, onderzoek van de boekhouding en de stukken van de gefailleerde, verrichtingen inzake de beëindiging van het faillissement, briefwisseling en pleidooien. ». Artikel 2, § 6 (dat artikel 6 wordt) De volgende redactie wordt voorgesteld : « Art. 6.In afwijking van de artikelen 2 en 3 heeft de curator, wanneer door zijn toedoen met hypotheken of met onroerende voorrechten bezwaarde onroerende goederen worden verkocht, recht op een afzonderlijk ereloon ten laste van de betrokken schuldeisers in verhouding tot hun rechten. ». Dat ereloon wordt berekend volgens het hiernavolgende bijzondere barema : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Artikel 3 (dat artikel 7 wordt)
- In de Franse tekst dienen de woorden « qui tombent en dehors » te worden vervangen door de woorden « qui ne font pas partie ».
- Nog in de Franse tekst is het beter te schrijven : « ... contribuer à conserver ou à augmenter ... ».
- In de Nederlandse tekst behoort te worden geschreven : « ... of er redelijkerwijs toe hadden moeten bijdragen ... ». Artikel 4 (dat artikel 8 wordt) De volgende tekst wordt voorgesteld : « Art. 8.De bedragen genoemd in de artikelen 2 en 6, alsook die van artikel 11, worden aangepast wanneer de stijgingen of dalingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen de bedragen op 1 januari van het volgende jaar met 5 % meer doen toenemen of dalen. Die aanpassingen worden bij een bericht in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. ». Artikel 5 (dat artikel 9 wordt) Er wordt voorgesteld te schrijven : « ... overeenkomstig de regels toepasselijk ten tijde van de opening van het faillissement door de rechtbank die het faillissement heeft uitgesproken. ». Artikel 6 (dat artikel 10 wordt)
- De steller van het ontwerp dient aan te geven of de woorden « andere personen die de curator in zijn opdracht bijstaan » in het eerste lid ook betrekking hebben op de medewerkers, het secretariaatspersoneel en de boekhouders van de curator. Als dat niet de bedoeling van de steller van het ontwerp is, behoren die personen uitdrukkelijk te worden uitgesloten.
- Voorts schrijve men : « ..., mogen slechts ten laste van de boedel worden gebracht als rechter-commissaris daartoe vooraf machtiging heeft verleend. ».
- Zo ook dient het tweede lid, in fine, te worden geschreven : « ... van de curator niet ten laste van de failliete boedel worden gebracht. ». Artikel 7 (dat artikel 11 wordt)
- De volgende redactie wordt voorgesteld : « Art.
- De curator heeft het recht op een afzonderlijke en forfaitaire vergoeding voor de administratieve kosten die vermeld zijn op de hiernavolgende lijst en dienen voor het dekken van uitgaven die rechtstreeks verband houden met de afwikkeling van de faillissementen waarmee hij is belast. ».
- In de Franse tekst van het laatste streepje dient het woord « ne » te vervallen. Artikel 8 (dat artikel 12 wordt) Men schrijve : « Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit. ». De kamer was samengesteld uit : de heren : J.-J. Stryckmans, voorzitter; Y. Kreins, P. Quertainmont, staatsraden; F. Delperée, J. Kirkpatrick, assessoren van de afdeling wetgeving; Mevr. B. Vigneron, toegevoegd griffier. Het verslag werd uitgebracht door de heer J. Regnier, eerste auditeur afdelingshoofd. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door de heer A. Lefebvre, adjunct-referendaris. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer J.-J. Stryckmans. De griffier, B. Vigneron. De voorzitter, H.-J. Stryckmans. Nota
(1)De memorie van toelichting bepaalt : « Er wordt gekozen voor de term « regels en barema's », omdat dit een precieze omschrijving geeft van de bevoegdheid van de Koning, daar waar in het huidige artikel 461 van de faillissementswet sprake was van « grondslagen », wat aanleiding heeft gegeven tot heel wat betwisting waardoor het aangekondigde koninklijk besluit er nooit is gekomen ».(Ontwerp van faillissementswet, Memorie van toelichting, Gedr. St., Kamer van volksvertegenwoordigers, buitengewone zitting 1991-1992, nr. 631/1). 10 AUGUSTUS
- - Koninklijk besluit houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van curatoren ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet type wet prom. 08/08/1997 pub. 05/11/1997 numac 1997003522 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 38 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 om het fietsgebruik voor het woon-werkverkeer fiscaal aan te moedigen sluiten, inzonderheid op artikel 33; Gelet op het advies van de Raad van State, Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Onverminderd artikel 3, bestaat het ereloon in een proportionele vergoeding per schijf berekend op grond van de teruggeïnde en gerealiseerde activa. Wanneer de rechtbank van koophandel een college van curatoren heeft aangesteld, wordt het college in toepassing van dit besluit als een enkel curator beschouwd. Art. 2.De proportionele vergoeding per schijf wordt vastgesteld overeenkomstig de onderstaande tabel, met een minimumbedrag van 30 000 F. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor het gedeelte boven de laatste schijf opgegeven in het vorige lid, wordt het ereloon, dat niet meer dan 1 % mag bedragen, bepaald door de rechtbank van koophandel. Art. 3.De rechtbank van koophandel kan op grond van een met redenen omklede beslissing het overeenkomstig artikel 2 vastgestelde ereloon vermeerderen of verminderen aan de hand van een correctiecoëfficiënt die varieert van 0.8 tot 1.
- Ze kan het ereloon verminderen of vermeerderen op basis van verscheidene factoren zoals de omvang en de complexiteit van de zaak, het tewerkgestelde personeel, het aantal schuldvorderingen, de realisatiewaarde van het actief, de spoed waarmee het faillissement wordt afgewikkeld en de bevoorrechte schuldeisers worden betaald, alsook de waarde die voor bepaalde, zelfs minder belangrijke, activa wordt gekregen. Art. 4.Het ereloon wordt berekend op alle bedragen die naar aanleiding van het faillissement aan de boedel te beurt vallen, daaronder begrepen de bedragen die de curator heeft geïnd en de bedragen die de vereffende activa na het faillissement hebben opgebracht. In geval van vertraging in het beheer van het faillissement, kan de rechtbank van koophandel echter alle of een deel van de interesten die de geconsigneerde sommen hebben opgebracht, niet meetellen voor deze bedragen. Art. 5.Het ereloon vormt de vergoeding voor de prestaties die de curator gewoonlijk verricht in het kader van een normale vereffening van de failliete boedel, zoals vaststelling van het tijdstip van staking van betaling, opmaak van de inventaris, hypothecaire inschrijvingen op naam van de boedel, verificatie van de schuldvorderingen, realisatie en vereffening van de activa, de rechtsgeschillen of andere rechtsvorderingen, hetzij als eiser, hetzij als verweerder, teneinde niet gegronde of overdreven schuldvorderingen te voorkomen, opsporing en inning van schuldvorderingen, onderhandelingen van de curator met schuldeisers of derden, onderzoek van de boekhouding en de stukken van de gefailleerde, verrichtingen inzake de beëindiging van het faillissement, briefwisseling en pleidooien. Art. 6.In afwijking van de artikelen 2 en 3 heeft de curator, wanneer door zijn toedoen met hypotheken of met onroerende goederen worden verkocht, recht op een afzonderlijk ereloon ten laste van de betrokken schuldeisers in verhouding tot hun rechten. Dat ereloon wordt berekend volgens het hiernavolgende bijzondere barema : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 7.Bepaalde prestaties van de curator, al dan niet opgesomd in artikel 5, die geen deel uitmaken van de normale vereffening van de failliete boedel en die ertoe hebben bijgedragen of er redelijkerwijs toe hadden moeten bijdragen het actief van het faillissement te bewaren of te vergroten of het passief ervan te beperken, kunnen aanleiding geven tot betaling van een buitengewoon ereloon. Het gaat hierbij onder meer om de voortzetting van de handelsactiviteit door de curator of om buitengewone opdrachten voortvloeiend uit het aantal schuldeisers of uit de versnippering van het vermogen van de gefailleerde. Art. 8.De bedragen genoemd in de artikelen 2 en 6, alsook die van artikel 11, worden aangepast wanneer de stijgingen of dalingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen de bedragen op 1 januari van het volgende jaar met 5 % of meer doen toenemen of dalen. Die aanpassingen worden bij een bericht in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Art. 9.Voor faillissementen geopend vóór de inwerkingtreding van de wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet type wet prom. 08/08/1997 pub. 05/11/1997 numac 1997003522 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 38 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 om het fietsgebruik voor het woon-werkverkeer fiscaal aan te moedigen sluiten worden het ereloon en de kosten verschuldigd aan de curator bepaald overeenkomstig de regels toepasselijk ten tijde van de opening van het faillissement door de rechtbank van koophandel die het faillissement heeft uitgesproken. Art. 10.Het ereloon en de kosten betaald aan derden, advocaten, revisoren, accountants, technische adviseurs, bewaarders van goederen en andere personen die de curator in zijn opdracht bijstaan, mogen slechts ten laste van de boedel worden gebracht als de rechter-commissaris daartoe vooraf machtiging heeft verleend. De medewerkers, het secretariaatspersoneel en de boekhouders van de curator vallen niet onder het eerste lid. Behoudens toestemming van de rechter-commissaris mogen verzekeringspremies inzake burgerrechtelijke aansprakelijkheid en beroepsaansprakelijkheid van de curator niet ten laste van de failliete boedel worden gebracht. Art. 11.De curator heeft recht op een afzonderlijke en forfaitaire vergoeding voor de administratieve kosten die vermeld zijn op de hiernavolgende lijst en dienen voor het dekken van uitgaven die rechtstreeks verband houden met de afwikkeling van de faillissementen waarmee hij is belast. Forfaitair tarief : - kosten voor gewone brieven : 300 F; - kosten voor aangetekende brieven : 400 F; - kosten voor circulaires : 200 F; - kosten voor het opstellen van sociale documenten, per personeelslid : 1 700 F; - kosten voor telefoongesprekken naar het buitenland : tarief van het telefoonbedrijf : + 25 %; - reiskosten, waarbij ten hoogste 12 F per kilometer mag worden aangerekend. Art. 12.Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 10 augustus
- ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, T. VAN PARYS