← België

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1995 betreffende de prijsaanduiding voor homogene financiële diensten

LAG AAN DE KONING Sire, Het koninklijk besluit van 23 maart 1995 betreffende de prijsaanduiding van homogene financiële diensten wil informatie verschaffen over de prijs van die diensten door een zeke

», dat een artikel 10 omvat waarvan de rechtvaardiging de volgende is. Artikel 10 (nieuw) Doorzichtigheid gebiedt dat de consument één keer per jaar een samenvattend document ontvangt van de kosten die hem worden aangerekend voor de verrichtingen uitgevoerd in het kader van de diensten die hij gedurende het afgelopen jaar heeft gebruikt. Die praktijk is wijd verbreid in de banksector. De verkoper moet gratis, op jaarbasis een eenmalig bewijsstuk afleveren, met gedetailleerde opgave van de sommen die de consument worden aangerekend voor de kosten van de verrichtingen die verband houden met de zichtrekening, de spaarrekening, de briefwisseling, de safe en de verrichtingen op afstand. De cliënt zou aldus, per dienst, moeten geïnformeerd zijn over de eenheidsprijs van de verrichting die ermee verband houdt, over het aantal uitgevoerde verrichtingen gedurende het afgelopen jaar en over het totaal van de jaarlijkse kosten die verband houden met het gebruik van de dienst. De data van de uitgevoerde verrichtingen moeten daarentegen niet worden gepreciseerd in

. Aangezien de detaillering van de berekening van de interesten een te zware opgave is, moet enkel het totaal van de debet- en creditrente op het document worden vermeld. Het spreekt voor zich dat de mededeling van

zal kunnen gekoppeld worden aan de mededeling van de individuele informatie a priori. Dezelfde verduidelijkingen als voor de mededeling van deze informatie worden gegeven wat de mededeling van

betreft (artikel 7, § 3). Artikel 5 Artikel 5 last een Hoofdstuk IV in, met als titel « Slotbepalingen », dat de huidige artikelen 7 en 8 omvat, die de nieuwe artikelen 11 en 12 worden. Artikel 6 Artikel 6 wijzigt twee punten van de bijlage bij het besluit van 23 maart

  1. De eerste wijziging beoogt de uitbreiding van de informatie-elementen betreffende de zichtrekening. Voortaan zal de informatie niet beperkt blijven tot de betaalverrichtingen (cheques, over-schrijvingen), maar zal bijvoorbeeld uitgebreid worden tot de opnameverrichtingen van geld die niet expliciet door de jaarlijkse tekst worden bedoeld. De tweede wijziging betreft één van de informatie-elementen, opgenomen in punt V « Wisselverrichtingen ». Het wil de vergelijking vergemakkelijken van de wisselkoersen die op grond van artikel 3 WHP, de commissielonen moeten omvatten. Artikel 7 Artikel 7 preciseert de inwerkingtreding van de nieuwe reglementering. Er is een overgangs- en aanpassingsperiode voorzien om de sector in staat te stellen zich aan te passen. Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaren, De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, E. DI RUPO De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, K. PINXTEN ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 19 november 1997 door de Minister van Economie verzocht hem van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1995 betreffende de prijsaanduiding van homogene financiële diensten", heeft op 11 december 1997 het volgende advies gegeven : Strekking en rechtsgrond
  2. Artikel 6, 1, van de wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1991 pub. 14/01/2008 numac 2007001065 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1991 pub. 28/11/2007 numac 2007000956 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, verleent aan de Koning de bevoegdheid om, voor de diensten of categorieën van diensten die Hij aanwijst, bijzondere regels te stellen inzake de prij saanduiding en de aankondigingen van de prijsverminderingen en de prijsvergelijkingen.Op grond van deze bepaling werd het koninklijk besluit van 23 maart 1995 betreffende de prij saanduiding van homogene financiële diensten getroffen, waarbij, eensdeels, een eenvormige voorstelling van het tarief van de meest gebruikte basisdiensten werd opgelegd en, anderdeels, in een afwijking werd voorzien van het principe dat het tarief van de diensten op een van buiten zichtbare plaats moet worden aangebracht.
  3. Het voorliggende ontwerp beoogt het voornoemde koninklijk besluit van 23 maart 1995 te wijzigen om, blijkens de "commentaren"

(1)bij het ontwerp, een aantal lacunes in de reglementering weg te werken. 2.
  1. Alzo wordt in het ontwerp bepaald dat de tarieven voor de homogene financiële diensten voortaan, zoals voor de andere diensten, op een goed zichtbare wijze en op een van buiten de onderneming goed zichtbare plaats moeten worden aangebracht (ontworpen artikel 1, eerste lid, eerste zin van het koninklijk besluit van 23 maart 1995; artikel 2 van het ontwerp). Rechtsgrond voor deze bepaling is zonder twijfel artikel 6, 1, van de voornoemde wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1991 pub. 14/01/2008 numac 2007001065 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1991 pub. 28/11/2007 numac 2007000956 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten. 2.
  2. Nieuw in vergelijking met de bestaande regeling is dat in het ontwerp thans ook de voorlichting van de consument "tijdens de looptijd van het contract" wordt geregeld. Het ontwerp voorziet wat dat betreft in een dubbele informatieverplichting van de financiële instelling ten aanzien van de consument betreffende de tarieven van een aantal basisdiensten (ontworpen artikel 7; artikel 4 van het ontwerp), met name, eensdeels, de voorafgaandelijke mededeling van elke wijziging aan het tarief van bepaalde door de consumenten aangekochte diensten en de snelle mededeling 'a posteriori' van wijzigingen aan de intresttarieven (§ 1), en, anderdeels, de jaarlijkse mededeling van het tarief van diezelfde diensten aan de consument (§ 2). Enige twijfel zou kunnen rijzen omtrent de vraag of er voor het opleggen van deze informatieverplichting een voldoende rechtsgrond voorhanden is. Artikel 6, 1, van de wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1991 pub. 14/01/2008 numac 2007001065 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1991 pub. 28/11/2007 numac 2007000956 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten is nochtans duidelijk. Luidens die bepaling wijst de Koning die diensten of categorieën van diensten aan t.a.v. dewelke bijzondere regels worden gesteld inzake de prij saanduiding en de aankondigingen van de prij sverminderingen en prijsvergelijkingen. Nergens uit deze bepaling blijkt dat de toepassing ervan uitsluitend gebonden is aan het tijdstip van het te koop aanbieden van de dienst, zodat het stellen van bijzondere regels tevens betrekking kan hebben op de voorlichting van de consument tijdens de looptijd van de overeenkomst
(2). Ook de parlementaire voorbereiding van de bepaling die artikel 6, 1, van de wet is geworden, levert geen gegevens op welke een aldus beperkte interpretatie kunnen wettigen. Voor artikel 4 van het ontwerp kan dan ook een voldoende rechtsgrond in de voornoemde wetsbepaling worden gevonden. 2.3. De wet van 13 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/04/1995 pub. 02/07/2009 numac 2009000438 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende bepalingen tot bestrijding van de mensenhandel en van de mensensmokkel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende de verplichting voor banken en kredietinstellingen om bepaalde informatie aan hun cliënten mede te delen, heeft aan artikel 37, § 2, van de voornoemde wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1991 pub. 14/01/2008 numac 2007001065 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1991 pub. 28/11/2007 numac 2007000956 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten een vierde streepje toegevoegd luidens hetwelk de Koning, in afwijking van artikel 37, § 1, van dezelfde wet, voor de diensten of categorieën van diensten die Hij bepaalt, de verkoper kan verplichten aan de consument gratis een bewijsstuk af te geven waarvan de Koning de vermeldingen en de modaliteiten bepaalt. Aldus werd in de wet de rechtsgrond ingeschreven voor een geïndividualiseerde informatieverplichting van de financiële instelling ten aanzien van haar cliënten
(3). Het ontworpen artikel 10 (artikel S van het ontwerp) geeft aan deze nieuwe bepaling uitvoering, door voor te schrijven dat de verkoper eenmaal per jaar, in de loop van de maand januari, aan de consument een samenvattend document moet afleveren dat, per soort kosten, de gedetailleerde opgave van elk aangerekend bedrag bevat. Algemene opmerkingen
  1. De redactie van het ontwerp in zijn geheel, en de opmaak van de Nederlandse tekst in het bijzonder, is voor verbetering vatbaar.Ook worden bepaalde termen niet altijd consequent gebruikt. In dit verband zullen hierna in de bijzondere opmerkingen een aantal verbeteringen worden voorgesteld. 2.
  2. Het ontwerp wijzigt grondig de tot op heden ongewijzigde tekst van het koninklijk besluit van 23 maart 1995, onder meer door het gros van de bestaande tekst onder te brengen in een nieuw hoofdstuk I en door nieuwe hoofdstukken in te voegen. Een meer eenvoudige en duidelijker werkwijze zou erin bestaan een nieuw autonoom besluit te ontwerpen, waarin het bestaande besluit wordt geïntegreerd en waarbij in fine het koninklijk besluit van 23 maart 1995 in zijn geheel wordt opgeheven. De indeling van een dergelijk autonoom ontwerp zou kunnen worden geconcipieerd als volgt : « HOOFDSTUK I. - Aanduiding van de tarieven van homogene financiële diensten Artikelen 1 tot 6 van het koninklijk besluit van 23 maart 1995 (met inbegrip van de wijziging aan artikel 1 ervan door artikel 2 van het ontwerp). HOOFDSTUK II. - Voorlichting van de consument gedurende de looptijd van het contract Artikelen 7 tot 9 (met dien verstarde dat artikel 7 wordt vervangen door artikel 4 van het ontwerp en met inbegrip van de artikelen 8 en 9 zoals ontworpen door artikel 5 van het ontwerp). HOOFDSTUK III. -

Artikel 10(zoals ontworpen door artikel 5 van het ontwerp).

HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen Artikel 11 : opheffing van het koninklijk besluit van 23 maart

  1. Artikel 12 : bepaling inzake inwerkingtreding (artikel 7 van het ontwerp, in een aangepaste versie). Artikel 13 : uitvoeringsbepaling (artikel 8 van het ontwerp). Bijlage (de bijlage bij het koninklijk besluit van 23 maart 1995, zoals gewijzigd bij artikel 6 van het ontwerp). » 2.
  2. Indien de stellers van het ontwerp menen niet te moeten ingaan op de zo-even gedane suggestie om een nieuw autonoom besluit te ontwerpen, doch integendeel het ontwerp willen behouden als een wijzigend besluit van het koninklijk besluit van 23 maart 1995, dient niettemin de indeling van het doorliggende ontwerp te worden aangepast overeenkomstig de gebruikelijke regels van de wetgevingstechniek. Onverminderd de hierna gemaakte bijzondere opmerkingen, zou het ontwerp dan als volgt kunnen worden ingedeeld en geredigeerd : « Artikel 1 In het koninklijk besluit van 23 maart 1995 betreffende de prijs aanduiding van homogene financiële diensten wordt een hoofdstuk I ingevoegd, bevattende de artikelen 1 tot 6, en waarvan het opschrift luidt als volgt : « HOOFDSTUK I. - Aanduiding van de tarieven van homogene financiële diensten » Artikel 2 (artikel 2 van het ontwerp). Artikel 3 In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk II ingevoegd bevattende de artikelen 7 tot 9 luidend als volgt : « HOOFDSTUK II. - Voorlichting van de consument tijdens de looptijd van het contract Artikel 7 §
  3. Elke wijziging van het tarief... § 2.... § 3.... (zie artikel 4 van het ontwerp). Artikel 8 Het tarief van de diensten... (zie artikel 5 van het ontwerp). Artikel 9 De bij artikel 7... (zie artikel 5 van het ontwerp) ». Artikel 4 In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk III ingevoegd, bevattend een artikel 10, luidend als volgt : « HOOFDSTUK III. -

Artikel 10Eenmaal per jaar,...

(zie artikel 5 van het ontwerp) ». Artikel 5 In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk IV ingevoegd, bevattende de huidige artikelen 7 en 8, welke hernummerd worden tot de artikelen 11 en 12, en waarvan het opschrift luidt als volgt : « HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen » Artikel 6 De bijlage bij hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt : 1° in punt I, 2, worden de woorden « Binnenlandse betaal- » geschrapt;2° in punt V worden de woorden « en commissielonen » geschrapt. Artikel 7 Dit besluit treedt in werking op... (zie artikel 7 van het ontwerp). Artikel 8 Onze Vice-Eerste Minister... (zie verder de opmerking bij artikel 8 van het ontwerp) ». Bijzondere opmerkingen

(1)Aanhef
  1. In het eerste lid van de aanhef schrijve men « ... inzonderheid op de artikelen 6, 1, en 37, § 2, vierde streepje, toegevoegd bij de wet van 13 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/04/1995 pub. 02/07/2009 numac 2009000438 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende bepalingen tot bestrijding van de mensenhandel en van de mensensmokkel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten; ».
  2. Het vijfde lid redigere men als volgt : « Gelet op de beraadslaging van de Ministerraad, op 7 november 1997, betreffende de aanvraag om advies binnen een maand; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 11 december 1997, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; ». Artikel 2 In vergelijking met de bestaande tekst van artikel 1, eerste lid, eerste zin, van het koninklijk besluit van 23 maart 1995, wordt blijkens de ontworpen bepaling het « doorlopend » karakter van de bedoelde informatie aan de consument niet meer hernomen. De vraag rijst of zulks wel strookt met de bedoeling van de stellers van de tekst, des te meer omdat de commentaar bij het ontwerp terzake geen verduidelijking geeft. Artikel 4 De redactie en opmaak van dit artikel zijn voor verbetering vatbaar. Bovendien moet worden opgemerkt dat het bepaalde in het ontworpen artikel 7, § 1, tweede lid, geen afbreuk zou kunnen doen aan het voorschrift van artikel 60 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, luidens welke bepaling de consument voorafgaand aan de wijziging van de debetrente hierover schriftelijk geïnformeerd dient te worden. Rekening houdend met deze opmerkingen zou de redactie van het ontworpen artikel 7 als volgt kunnen worden aangepast : « §
  3. Indien de verkoper voornemens is een wijziging aan te brengen aan het tarief van eén van de informatieelementen van de diensten bedoeld in de punten I, II, III, IV en X van de bijlage bij dit besluit, deelt hij dit voorafgaandelijk mede aan de consument die deze diensten heeft aangekocht. Onverminderd artikel 60 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet wordt een wijziging aan de rentevoeten zo spoedig mogelijk na de wijziging aan de consument medegedeeld. §
  4. Het tarief van de diensten bedoeld in de punten I, II, III, IV en X van de bijlage bij dit besluit wordt minstens eenmaal per jaar, in de loop van de maand januari, medegedeeld aan de consument die deze diensten heeft aangekocht. Deze mededeling heeft plaats volgens het model dat als bijlage bij dit besluit gaat. § 3.... (het eerste lid zoals in het ontwerp). Indien bij mededeling door middel van een rekeninguittreksel, de consument zijn briefwisseling in de onderneming gedomicilieerd heeft en hij er binnen een termijn van zes maanden na de mededeling geen kennis van genomen heeft, wordt de mededeling hem per brief ter kennis gebracht. De mededeling en het drukken ervan mogen geen extra kosten voor de consument meebrengen. » Artikel 5
  5. Volgens de gemachtigde is het ontworpen artikel 8 uitsluitend van toepassing op de mededeling bedoeld in artikel 7, § 1.Men redigere deze bepaling dan ook als volgt : « De mededeling bedoeld in artikel 7, § 1, vermeldt de datum waarop het gewijzigde tarief zal worden toegepast. » 2.
  6. De redactie van het eerste lid van het ontworpen artikel 10 is voor ernstige verbetering vatbaar. Rekening houdende met de verduidelijking welke in de « commentaren » met betrekking tot deze bepaling wordt verstrekt, redigere men het betrokken lid dan ook beter als volgt : « De verkoper geeft eenmaal per jaar, in de loop van de maand januari aan de consument welke diensten aangekocht heeft bedoeld in de punten I, II, III, IX en X van de bijlage bij dit besluit, een bewijsstuk af. Dit bewijsstuk vermeldt per dienst of informatie-element de eenheidsprijs van de verrichting, het aantal uitgevoerde verrichtingen gedurende het afgelopen jaar en het totaal van de jaarlijkse kosten. » 2.
  7. In verband met het derde en vierde lid van het ontworpen artikel 10 kan worden verwezen naar de voorgestelde redactie van het ontworpen artikel
  8. Artikel 8 In deze uitvoeringsbepaling dienen de beide indienende ministers te worden vermeld met hun volledige en juiste titel. De kamer was samengesteld uit : de heren : J. De Brabandere, voorzitter; M. Van Damme, D. Albrecht, staatsraden; G. Schrans, E. Wymeersch, assessoren van de afdeling wetgeving; Mevr. A. Beckers, griffier. De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer D. Albrecht. Het verslag werd uitgebracht door de heer P. Depuydt, auditeur. De nota van het coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door de heer E. Vanherck, referendaris. De griffier, A. Beckers. De voorzitter, J. De Brabandere. 1 MAART
  9. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1995 betreffende de prijsaanduiding van homogene financiële diensten ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1991 pub. 14/01/2008 numac 2007001065 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1991 pub. 28/11/2007 numac 2007000956 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, inzonderheid op de artikelen 6, 1, en 37, § 2, vierde streepje, toegevoegd bij de wet van 13 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/04/1995 pub. 02/07/2009 numac 2009000438 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende bepalingen tot bestrijding van de mensenhandel en van de mensensmokkel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten; Gelet op het koninklijk besluit van 23 maart 1995 betreffende de prijsaanduiding van homogene financiële diensten; Gelet op het akkoord van de Minister van Financiën, gegeven op 11 september 1997 en op 6 februari 1998; Gelet op de adviezen van de Raad voor het Verbruik, gegeven op 31 januari 1997 en 16 december 1997; Gelet op de beraadslaging van de Ministerraad, op 7 november 1997, betreffende de aanvraag om advies binnen een maand; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 11 december 1997, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Economie en van Onze Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.In het koninklijk besluit van 23 maart 1995 betreffende de prijsaanduiding van homogene financiële diensten, wordt een hoofdstuk I ingevoegd, bevattende de artikelen 1 tot 6, en waarvan het opschrift luidt als volgt : « HOOFDSTUK I. - Aanduiding van de tarieven van homogene financiële diensten » Art. 2.In artikel 1 van hetzelfde besluit, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd : « De tarieven, met uitzondering van het tarief betreffende de dienst bedoeld in punt V van de bijlage bij dit besluit, moeten bovendien worden vermeld in een of meerdere prospectussen, die gratis en doorlopend ter beschikking liggen van de consument, en die door hem kunnen worden meegenomen zonder formaliteit of bijzonder verzoek van zijnentwege. Een vermelding, die op een duidelijke en ondubbelzinnige manier op een van buiten de inrichting goed zichtbare plaats is aangebracht, licht de consument over deze mogelijkheid in. » Art. 3.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk II ingevoegd, bevattende de artikelen 7 tot 9, luidend als volgt : « HOOFDSTUK II. - Voorlichting van de consument tijdens de looptijd van het contract Art. 7.§
  10. Indien de verkoper voornemens is een wijziging aan te brengen aan het tarief van één van de informatie-elementen van de diensten bedoeld in de punten, I, II, III, IV en X van de bijlage bij dit besluit, deelt hij dit voorafgaandelijk mee aan de consument die deze diensten heeft aangekocht. Onverminderd artikel 60 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet wordt een wijziging aan de rentevoet zo spoedig mogelijk na de wijziging aan de consument meegedeeld. §
  11. Het tarief van de diensten bedoeld in de punten I, II, III, IV en X van de bijlage bij dit besluit wordt minstens eenmaal per jaar, in de loop van de maand januari, meegedeeld aan de consument die deze diensten heeft aangekocht. Deze mededeling heeft plaats volgens het model dat als bijlage bij dit besluit gaat. §
  12. De mededeling bedoeld in §§ 1 en 2 moet schriftelijk gebeuren, in voorkomend geval door middel van een rekeninguittreksel. Indien bij mededeling door middel van een rekeninguittreksel, de consument zijn briefwisseling in de onderneming gedomicilieerd heeft en hij er binnen een termijn van zes maanden na de mededeling geen kennis van genomen heeft, wordt de mededeling hem per brief ter kennis gebracht. De mededeling en het drukken ervan mogen geen extra kosten voor de consument meebrengen. Art. 8.De mededeling bedoeld in artikel 7, §§ 1 en 2, vermeldt de datum waarop het tarief wordt toegepast. Art. 9.De bij artikel 7 bedoelde tariefaanduiding mag geen reclamevermeldingen bevatten. » Art. 4.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk III ingevoegd, bevattend een artikel 10, luidend als volgt : « HOOFDSTUK III. -

Art. 10

.De verkoper geeft eenmaal per jaar, in de loop van de maand januari, aan de consument welke diensten aangekocht heeft bedoeld in de punten I, II, III, IX en X van de bijlage bij dit besluit, een bewijsstuk af. Dit bewijsstuk vermeldt per dienst of informatie-element de eenheidsprijs van de verrichting, het aantal uitgevoerde verrichtingen gedurende het afgelopen jaar en het totaal van de jaarlijkse kosten. Wat de interesten betreft moet alleen het totaal van de debet- en creditinteresten op dit document vermeld zijn. De mededeling bedoeld in §§ 1 en 2 moet schriftelijk gebeuren, in voorkomend geval door middel van een rekeninguittreksel. Indien bij mededeling door middel van een rekeninguittreksel, de consument zijn briefwisseling in de onderneming gedomicilieerd heeft en hij er binnen een termijn van zes maanden na de mededeling geen kennis van genomen heeft, wordt de mededeling hem per brief ter kennis gebracht. De mededeling en het drukken ervan mogen geen extra kosten voor de consument meebrengen. » Art. 5.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk IV ingevoegd, bevattende de huidige artikelen 7 en 8, welke hernummerd worden tot de artikelen 11 en 12, en waarvan het opschrift luidt als volgt : « HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen » Art. 6.De bijlage bij hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt : 1° in punt I, 2, worden de woorden « Binnenlandse betaal- » geschrapt;2° in punt V worden de woorden « en commissielonen » geschrapt. Art. 7.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de vijfde maand na die waarin het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 5 dat in werking treedt op de eerste dag van de elfde maand na die waarin het besluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. Art. 8.Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Economie en Onze Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 1 maart 1998. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, E. DI RUPO De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, K. PINXTEN Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.